CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322210 Rapport Jeugdombudsman 'Help, hoe kom ik aan jeugdhulp'

Commissie Samenleving 14 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Jaarrapportage jeugd 2024 en regiovisie monitor 202429.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bij rondomJou zijn medewerkers van de samenwerkende jeugdhulpaanbieders ingeleend en vormen zij samen de toegang waar inwoners en verwijzers terecht kunnen met een hulpvraag. Voor beide samenwerkingsverbanden geldt dat de toeleiding naar een voorziening vanuit het toegangsteam kan bestaan uit zowel een verwijzing naar preventieve of vrij toegankelijke hulp (of een voorliggende voorziening) als uit de bepaling dat een individuele jeugdhulpvoorziening voor specialistische jeugdhulp nodig is. Het toegangsteam bij beide samenwerkingsverbanden bestaat uit SKJ-geregistreerde professionals, die de beoordeling doen of 75 Brief van het college van 1 oktober 2024 aan de gemeenteraad 'Halfjaarrapportage Kracht en rondomJou' (RIS320064), p. 3. 76 Brief van het college van 1 oktober 2024 aan de gemeenteraad 'Halfjaarrapportage Kracht en rondomJou' (RIS320064), p. 8. 77 CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1096, r.o. 4.11. 78 Motie jeugdhulpverlening van De Vuyst, aangenomen op 14 november 2024 (RIS320542).

20

een individuele jeugdhulpvoorziening nodig is. Het toegangsteam houdt casuïstiekbesprekingen, waarin onder meer besluiten over individuele voorzieningen worden besproken, en kan advies van een, aan het team verbonden, gedragswetenschapper vragen. Daarnaast zijn ook een medewerkers die de telefoon aannemen en de mailbox beheren onderdeel van het team. Naast de toegangsteams kunnen ook de gezinscoaches besluiten dat gespecialiseerde jeugdhulp nodig is. Gezinscoaches, die ook in dienst zijn van Kracht en rondomJou, bieden (vrij toegankelijke) basiszorg aan gezinnen. Indien een gezinscoach van oordeel is dat naast de basiszorg ook specialistische jeugdhulp nodig is, dan kunnen ook zij toeleiden naar deze specialistische hulp. Gezinscoaches zijn SKJ-geregistreerde professionals. Ook aan de teams van de gezinscoaches is een gedragswetenschapper verbonden. De Jeugdwet kent de mogelijkheid dat een huisarts (of jeugdarts/andere medisch specialist) verwijst naar een individuele jeugdhulpvoorziening. In Den Haag komen deze verwijzingen ook binnen bij Kracht en rondomJou. Het toegangsteam maakt op basis van de verwijzing een inschatting welke soort jeugdhulp, omvang en duur nodig is. Uitvoering van de jeugdhulp Naast de toegang bieden Kracht en rondomJou ook preventieve hulp en vrij toegankelijke hulp, zoals basiszorg door gezinscoaches.

Zij bieden verder specialistische jeugdhulp aan voor zover die binnen de scope valt. Deze (niet vrij toegankelijke) specialistische jeugdhulp is toegankelijk na een toekenning door het toegangsteam of een gezinscoach. Nadat een jeugdige of ouder een toewijzing heeft gekregen, wordt deze jeugdhulp uitgevoerd door een van de jeugdhulpaanbieders die onderdeel zijn van Kracht en rondomJou. De samenwerkingsverbanden kunnen ook gebruik maken van onderaannemers om de benodigde jeugdhulp te leveren. Onderaannemers kunnen bijvoorbeeld worden ingeschakeld voor jeugdhulp die binnen de scope van de opdracht valt, maar waarvoor expertise over een specifieke doelgroep vereist is. In specifieke situaties kunnen daarnaast maatwerkcontracten worden afgesloten met jeugdhulpaanbieders die geen onderaannemer zijn van de samenwerkingsverbanden.79 Daarnaast is er jeugdhulpaanbod dat ‘buiten scope’ valt. Dit betreft onder andere jeugdhulp met verblijf, aanbod in de gehandicaptensector, en hoogspecialistische jeugd-ggz (zie par. 3.2). Deze wordt niet geboden door de jeugdhulpaanbieders van de samenwerkingsverbanden, maar door andere door de gemeente (regionaal) gecontracteerde aanbieders. Ouders kunnen, als voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb, ook jeugdhulp inkopen bij een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder.

4.1.3

Wachtlijsten bij Kracht en rondomJou

Vóór 1 januari 2024 waren er wachtlijsten voor de toegang tot en de uitvoering van de jeugdhulp in Den Haag. Ook na 1 januari 2024 zijn er wachtlijsten. Er zijn wachttijden voordat een eerste gesprek wordt gehouden met een toegangsmedewerker, voor de start van de basiszorg door een gezinscoach

79 Zie hierover ook de brief van 21 mei 2024 van het college aan de voorzitter van de commissie Samenleving met als onderwerp

'Beantwoording technische vragen Start Kracht en rondomJou' (RIS318917), p. 3.

21

en voor de start van de gespecialiseerde jeugdhulp. Kracht en rondomJou werken eraan om deze wachtlijsten te verkorten. Dossiers Jeugdombudsman: wachtlijsten In ongeveer een derde van de door ons onderzochte dossiers van de Jeugdombudsman maken ouders melding van wachttijden en wachtlijsten. Enerzijds zeggen ouders dat het lang duurt voordat er een reactie komt op een vraag of voordat er een eerste gesprek kan plaatsvinden. Vervolgens duurt het enkele maanden tot acht maanden voordat de zaak inhoudelijk wordt opgepakt. Een ouder schrijft aan de Jeugdombudsman: ‘Dit is om knettergek van te worden. Eerst op een wachtlijst moeten staan om op een wachtlijst geplaatst te kunnen worden’.

4.2

De besluitvormingsprocedure over de benodigde jeugdhulp

Hieronder wordt een beeld geschetst van de wijze waarop de besluitvormingsprocedure is ingericht voor de toegang tot een individuele jeugdhulpvoorziening, op basis van de informatie die in de interviews is gegeven. Kracht en rondomJou hanteren hiervoor in grote lijnen dezelfde procedure. 4.2.1

Melding van de hulpvraag

Een melding van een hulpvraag komt telefonisch of via het aanmeldformulier op de website binnen. Meldingen worden in de praktijk meestal gedaan door ouders of door verwijzers, zoals de huisarts, school of Veilig Thuis. Een enkele keer meldt een jongere zich zelf aan, maar dit is dan meestal bij preventieve voorzieningen. De meldingen die binnenkomen zijn zeer divers. Het kan gaan om een aanvraag voor specialistische jeugdhulp, maar er komen ook lichte opvoedvragen binnen. Blijkt uit de melding van de hulpvraag duidelijk dat een andere (voorliggende) of vrij toegankelijke voorziening (overige voorziening) passend is, dan kan direct worden doorverwezen naar deze voorziening, zoals bijvoorbeeld basiszorg die wordt geboden door de gezinscoaches van Kracht of rondomJou. In veel gevallen is de aanmelding nog niet zo duidelijk en moet deze nader worden onderzocht. Dan wordt een afspraak gemaakt voor een gesprek met een medewerker van het toegangsteam. De procedure start in de praktijk dus met een melding, en niet met een aanvraag in de zin van de Awb. In de praktijk blijkt de melding die wordt gedaan ook niet altijd een aanvraag voor een individuele (dat wil zeggen specialistische) jeugdhulpvoorziening te betreffen. Ouders en jeugdigen melden vaak een probleem dat zij bij het opvoeden of opgroeien ervaren, maar hebben nog niet altijd voor ogen welke hulp zij hiervoor nodig hebben.

Meldingen kunnen dan ook regelmatig, met instemming van het gezin, worden doorverwezen naar een preventieve of vrij toegankelijke voorziening. In sommige gevallen wordt echter wel een aanvraag gedaan voor een specifieke voorziening, bijvoorbeeld een ADHD-onderzoek. Dit blijkt in de praktijk echter niet als een 'aanvraag' te worden aangemerkt. Dit is begrijpelijk, aangezien de gemeente dit in de verordening ook niet als zodanig heeft geregeld. Voor ouders die met een vraag om specifieke specialistische hulp binnenkomen, betekent dit echter dat de procedure niet conform de Awb-procedure wordt uitgevoerd.

22

4.2.2

Onderzoek: gesprek met de jeugdige en/of ouders

Onderzoek door het toegangsteam Het onderzoek of jeugdhulp nodig is, wordt uitgevoerd door een SKJ-geregistreerde professional van het toegangsteam. Zijn ouders niet meer bij elkaar en hebben zij beiden het gezag, dan wordt met beide ouders gesproken. Indien mogelijk wordt ook met een ouder zonder gezag die wel betrokken is bij de jeugdige gesproken tijdens de intakefase. Indien dit nodig is, kunnen meer gesprekken met een gezin worden gehouden om de hulpvraag verder in kaart te brengen. Voor zover nodig wordt, met toestemming van de ouders, eventueel aanvullende informatie opgevraagd bij anderen. Het gesprek vindt veelal telefonisch plaats, maar kan ook tijdens een huisbezoek worden gehouden. Tijdens het gesprek wordt met ouders uitgebreid gesproken over hun situatie en hulpvraag. Tijdens het gesprek wordt de hulpvraag verkend en wordt een inschatting gemaakt van de benodigde hulp. Soms geven ouders al bij de start heel concreet aan dat zij specifieke jeugdhulp willen en soms ook bij een specifieke jeugdhulpaanbieder. Ook in dat geval wordt eerst onderzocht wat het probleem precies is en wordt daarna gekeken welke ondersteuning het gezin daarbij kan gebruiken. Of er met jeugdigen gesproken wordt, is afhankelijk van de leeftijd. Zijn jeugdigen jonger dan vier jaar, dan wordt alleen met de ouders gesproken.

Is de jeugdige tussen de vier en twaalf jaar, dan wordt gekeken, meestal in overleg met de ouders, hoe deze betrokken kan worden, bijvoorbeeld door de jeugdige te spreken tijdens een huisbezoek. Uitgangspunt is dat met jeugdigen vanaf twaalf jaar altijd wordt gesproken. Vanaf zestien jaar moet de jeugdige toestemming geven om ook met de ouders te spreken. In de praktijk zijn uitzonderingen mogelijk. Professionals geven in de interviews aan dat ouders soms niet willen dat hun kind wordt gesproken. Als het een opvoedondersteuningsvraag van de ouder betreft, dan wordt er in dat geval soms voor gekozen om alleen de ouder(s) te spreken. Gaat het om individuele hulp voor de jeugdige zelf (zoals behandeling of coaching), dan wordt de jeugdige vanaf twaalf jaar altijd gesproken. Waar mogelijk wordt het gezin verwezen naar voorliggende voorzieningen of vrij toegankelijke voorzieningen, zoals basiszorg die door een gezinscoach wordt geboden. Als een individuele voorziening aan de orde is, wordt het gezin doorverwezen naar specialistische jeugdhulp. Er wordt dan advies ingewonnen bij de 'matchingstafel' van het samenwerkingsverband over de vraag welk aanbod het beste past bij de hulpvraag. Bij Kracht is de matchingstafel een adviserend orgaan voor de toegangsmedewerker, waar een vertegenwoordiger van elk van de samenwerkingspartners meedenkt over de casuïstiek.

Er zijn verschillende matchingstafels, met verschillende expertises (onder andere onderwijs en het jonge kind). Ouders wordt vooraf toestemming gevraagd of hun situatie mag worden ingebracht. De casuïstiek wordt anoniem besproken. Bij rondomJou wordt de matching tussen hulpvraag en hulpaanbod gedaan door een kwaliteitsmedewerker, die in overleg met de toegangsmedewerker kijkt welk aanbod het beste past bij de hulpvraag en de doelen. De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid ligt bij zowel Kracht als rondomJou bij de toegangsmedewerker die het onderzoek uitvoert. Besluiten voor voorzieningen buiten scope worden genomen door de gemeente. De samenwerkingsverbanden doen hiervoor wel het onderzoek en leggen dit als advies bij de gemeente neer.

23

Onderzoek door de gezinscoach Naast de toegang tot een individuele voorziening via de toegangsteams kan deze (zoals in par. 4.1.2 al is toegelicht) ook lopen via de gezinscoaches van Kracht en rondomJou die basiszorg bieden. Het betreft dan de situatie dat een gezinscoach basiszorg biedt aan het gezin en in de loop van het traject blijkt dat er toch specialistische jeugdhulp nodig is. In dat geval voert de gezinscoach het gesprek met ouders hierover op dezelfde wijze als een toegangsmedewerker dit doet en betrekt hierbij op dezelfde wijze de jeugdige en ouders. Vervolgens vraagt de gezinscoach advies aan de matchingstafel. De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid ligt bij de gezinscoach. 4.2.3

Het besluit over de benodigde jeugdhulp

Zoveel mogelijk samen beslissen Na de matchingstafel waarin is geadviseerd over de in te zetten voorziening, wordt de uitkomst van het interne overleg teruggekoppeld aan het gezin. Dit gebeurt meestal telefonisch en soms per mail. De beslissing of, en welke jeugdhulp, wordt ingezet wordt in samenspraak met het gezin genomen. Door de geïnterviewde medewerkers van de samenwerkingsverbanden wordt benadrukt dat ingezet wordt op gezamenlijke besluitvorming. Er wordt samen met het gezin gekeken wat het gezin nodig heeft. Heeft het gezin andere wensen dan de medewerker denkt dat nodig is, dan wordt gekeken of er toch nog overeenstemming kan worden bereikt. De geïnterviewden geven aan dat dit in de meeste gevallen lukt. Omdat het vrijwillige hulpverlening is, heeft de hulp volgens de geïnterviewden alleen kans van slagen als de jeugdige en ouders zich kunnen vinden in het aanbod. Toch zijn er situaties waarin ouders of de jongere zich niet kunnen vinden in de voorgestelde jeugdhulpvoorziening. Een enkele keer komt het voor dat het gezin andere hulp wil dan volgens de toegangsmedewerker (of gezinscoach) nodig is. Soms leggen ouders zich, na een toelichting, toch neer bij de beslissing. In andere gevallen blijven zij het oneens over de in te zetten jeugdhulp. In dat geval kan het gezin verzoeken om een beschikking (zie par. 4.2.5).

Ook komt het voor dat ouders een andere jeugdhulpaanbieder voor ogen hebben dan de in hun stadsdeel gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. Ouders worden dan gewezen op de mogelijkheid om een klacht in te dienen. Verder kan het voorkomen dat er zorgen zijn over de ontwikkeling van de jeugdige, terwijl ouders de benodigde hulp niet willen. In dat geval zal worden gekeken of Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming moet worden ingeschakeld. Het besluit over de benodigde jeugdhulp in het kader van de transformatieopdracht Een aantal medewerkers geeft aan dilemma's te ervaren, of in de toekomst te verwachten, rondom de uitvoering van de transformatieopdracht van de gemeente. De opdracht aan Kracht en rondomJou is om het jeugdhulpaanbod anders vorm te geven. Zo moet meer worden ingezet op normaliseren, op basiszorg en op een collectief aanbod, in plaats van individuele specialistische hulp. (zie par. 3.1). Ouders komen soms binnen met de verwachting dat hun kind specialistische hulp krijgt. Zij zijn hiervan overtuigd, ook omdat zij bijvoorbeeld van een huisarts een verwijzing voor een diagnostisch onderzoek of specialistische hulp hebben. Sommige ouders stellen zich daarbij 'eisend' op en vinden dat zij recht hebben op een bepaalde voorziening. Vanuit het perspectief van ouders is dit begrijpelijk; voor medewerkers is dit ingewikkeld.

24

Voor het laten slagen van de verdere transformatie van het jeugdhulpaanbod, zoals de gemeente dit voor ogen heeft, is dit volgens ons een aandachtspunt. Hoe meer het jeugdhulpaanbod de komende periode transformeert, hoe meer gezinnen hiervan gaan merken. Het kan dan zo zijn dat ouders niet meer de hulp voor hun kind krijgen toegewezen die zij op grond van eerdere ervaringen (van henzelf of van anderen) hadden verwacht. De gemeentelijke visie, zoals deze uit de beleidsstukken en de interviews naar voren komt, is dat er ruimte moet zijn voor de samenwerkingsverbanden, en de professionals die daar werken, om een omslag in het jeugdhulpaanbod te maken vanuit de gedachte van normaliseren en het uitgaan van de eigen kracht van het gezin. De vraag is echter of de samenwerkingsverbanden (en de uitvoerend professionals) voldoende juridische handvatten hebben om dit verder vorm te geven. Uit eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat, in het kader van rechtszekerheid en het voorkomen van willekeur, de gemeenteraad in de verordening concrete invulling moet geven aan de afwegingscriteria of een individuele jeugdhulpvoorziening is aangewezen.

Zo oordeelde de Raad dat de gemeente in de verordening een duidelijke hoofdrichting moet neerleggen voor de betekenis die de gemeente geeft aan de begrippen eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen.80 De transformatie van het jeugdhulpaanbod kan in die zin niet volledig aan de samenwerkingsverbanden worden overgelaten. Beantwoording van de vraag of de gemeentelijke regelgeving voldoende richting geeft op dit punt, valt buiten onze onderzoeksopdracht. Ons advies is om dit bij de verdere doorontwikkeling als aandachtspunt mee te nemen. 4.2.4

Het gezinsplan

De verordening schrijft voor dat de bevindingen van het onderzoek worden opgenomen in 'een gezinsplan', waarin eventuele opmerkingen en aanvullingen van de jeugdige of ouder zijn opgenomen. Dit gezinsplan zou zo spoedig mogelijk na afronding van het onderzoek aan ouders en jeugdigen moeten worden verstrekt. Zijn de jeugdige of ouders het niet eens met het oordeel over de te treffen jeugdhulpvoorziening, dan zou dit moeten worden vastgelegd in het gezinsplan en zou moeten worden gewezen op de bezwaarmogelijkheid. Het ondertekende gezinsplan wordt volgens de verordening beschouwd als een aanvraag in de zin van de Awb (zie par. 3.3.1). In de praktijk werden wisselende antwoorden gegeven over het opstellen en ondertekenen van het gezinsplan. Sommige geïnterviewde uitvoerend medewerkers benoemen dat zij digitaal een gezinsplan (of triageformulier) invullen, terwijl anderen aangeven dat de toegangsmedewerkers geen gezinsplan opstellen. Sommigen geven aan dat per mail een bevestiging van de intake wordt gestuurd, anderen geven aan geen bevestiging te sturen. In ieder geval wordt duidelijk dat bij het toegangsteam geen gezinsplan in de zin van de verordening ter ondertekening wordt voorgelegd. Uit de gesprekken blijkt dat de gezinscoaches wel samen met het gezin een gezinsplan maken.

Daarin staat de hulpvraag beschreven en worden de doelen voor de inzet van de gezinscoach geformuleerd. Dit gezinsplan wordt door ouders ondertekend. Ouders ontvangen per mail een afschrift van het gezinsplan of ze ontvangen een papieren exemplaar tijdens een huisbezoek. Hieruit maken wij op dat het gezinsplan in deze gevallen het karakter heeft van een hulpverleningsplan in de zin van art. 4.1.3 Jw. Dit hulpverleningsplan op grond van de Jeugdwet moet worden opgesteld door een jeugdhulpaanbieder die de jeugdhulp biedt aan het gezin. Dit plan heeft een ander karakter dan het 'gezinsplan' als 'verslag van bevindingen van het onderzoek', zoals dit in de verordening is opgenomen. 80 CRvB 29 mei 2024, ECLI:CRVB:2024:1095, r.o. 4.5; CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1096, r.o. 4.5; CRvB 29 mei 2024,

ECLI:NL:CRVB:2024:1097, r.o. 4.5.

25

4.2.5

Beslistermijn en bekendmaking van het besluit

In de interviews is gevraagd naar de datum waarop de beslistermijn gaat lopen en hoe lang de beslistermijn is. Hier zijn in de interviews met de medewerkers van de samenwerkingsverbanden verschillende antwoorden op gegeven. Zo wordt genoemd dat de datum van de (aan)melding (via de website of telefonisch) of van het gesprek met het gezin als startdatum wordt gehanteerd. Als beslistermijn wordt een aantal keer een termijn van zes weken genoemd. Andere geïnterviewden dachten dat er geen vaste termijn voor was afgesproken. Ook wordt de Treeknorm genoemd, die van toepassing is op wachtlijsten voor (jeugdhulp)aanbieders. De beslistermijn van (in beginsel) acht weken, zoals de Awb deze kent, wordt door de geïnterviewden van de samenwerkingsverbanden niet genoemd. De beslissing welke specialistische hulp wordt ingezet, wordt telefonisch besproken met ouders door de toegangsmedewerker. Ouders worden daarbij ook geïnformeerd over de verwachte wachttermijn voor de start van de hulp bij de aanbieder. Soms wordt dit per mail daarna nog bevestigd, maar niet altijd. Op een later moment ontvangt het gezin nog een toeleidingsbrief. Deze brief is bedoeld als mededeling welke jeugdhulpaanbieder de hulp gaat uitvoeren. Het is een puntsgewijze opsomming waarin staat welke jeugdhulp wordt ingezet, wie de jeugdhulp gaat verlenen, voor hoeveel uur per week en wanneer deze start.

De brief bevat geen inhoudelijke onderbouwing en er staat geen bezwaarclausule onder vermeld. De geïnterviewden benoemen dat op verzoek wel beschikkingen worden afgegeven. De beschikking is afkomstig van de gemeente en bevat een rechtsmiddelenclausule. Als er jeugdhulp wordt toegekend en ouders daar een beschikking van willen hebben, dan is dat mogelijk. Maar dit komt in de praktijk niet vaak voor omdat de toeleidingsbrief vaak voldoende is voor ouders. Dossiers Jeugdombudsman: beschikkingen Van de door ons onderzochte dossiers van de Jeugdombudsman heeft iets minder dan de helft van de ouders melding gemaakt van het feit dat zij geen beschikking hebben ontvangen over de toekenning, verlenging dan wel afwijzing van jeugdhulp, ondanks dat zij daar in de meeste gevallen wel uitdrukkelijk om gevraagd hebben. Zo volgde bijvoorbeeld op een verzoek om een beschikking een mail waarin stond dat de jeugdhulp was toegekend. Deze was niet ondertekend door of namens de gemeente en bevatte geen rechtsmiddelenclausule. In een ander geval werd een verzoek om een PGB mondeling afgewezen zonder dat een beschikking volgde. In de praktijk is het uitgangspunt dat er geen beschikkingen worden afgegeven voor toewijzingen van individuele jeugdhulpvoorzieningen.

Dit is begrijpelijk omdat de samenwerkingsverbanden de opdracht hebben van de gemeente om, in afwijking van de Awb, beschikkingsarm te werken (zie par. 3.3.2). Uit informatie van het college blijkt dat er in het eerste half jaar van 2024 door Kracht en rondomJou circa vijftien beschikkingen zijn afgegeven op basis van een verzoek van ouders of op basis van onenigheid over de inhoud van het gezinsplan. Er zijn in die periode negen bezwaarschriften in behandeling genomen.81

81 Brief van het college van 1 oktober 2024 aan de gemeenteraad met als onderwerp 'Halfjaarrapportage Kracht en rondomJou'

(RIS320064), p. 3.

26

Bij amendement is aan de verordening toegevoegd dat een jeugdige en ouders ook een beschikking ontvangen op het moment dat blijkt dat zij het niet (volledig) eens zijn met het gezinsplan. Zoals hierboven is beschreven, worden gezinsplannen bij de toegang niet standaard verzonden aan het gezin. Dit betekent dat het van de toegangsmedewerker (of gezinscoach) afhangt of deze inschat dat sprake is van een situatie waarin het gezin zich niet kan vinden in de voorgestelde jeugdhulpvoorziening. Uit de interviews komt naar voren dat bij een verschil van inzicht tussen het gezin en de toegangsmedewerker (of gezinscoach) nog een keer gekeken wordt of deze er samen uit kunnen komen. Lukt dit niet, dan wordt de leidinggevende betrokken en wordt eventueel de klachtenroute gevolgd. Er wordt dus niet standaard een beschikking in een dergelijke situatie opgesteld.

4.3

De informatievoorziening in de praktijk

In deze paragraaf wordt ingegaan op de informatie die aan ouders en jeugdigen wordt verstrekt voorafgaand aan en tijdens de toegangsprocedure voor jeugdhulp. De zorgen die de Jeugdombudsman hierover heeft geuit komen aan de orde (par. 4.3.1). Er wordt ook beschreven hoe de informatievoorziening op de websites op dit moment is vormgegeven en welke informatie gedurende de procedure aan jeugdigen en ouders wordt verstrekt (par. 4.3.2). 4.3.1

Zorgen over de informatievoorziening

De Jeugdombudsman heeft herhaaldelijk zorgen geuit over de informatieverstrekking aan jeugdigen en ouders over het nieuwe jeugdstelsel in Den Haag per 1 januari 2024.82 Volgens het college bevatten de verordening en regeling jeugdhulp voldoende waarborgen voor een goede informatievoorziening van gezinnen over het verloop van het proces, over de mogelijkheid van ondersteuning en over de mogelijkheid om een klacht in te dienen.83 Volgens de Jeugdombudsman was de informatie op de website van de gemeente en de samenwerkingsverbanden echter te algemeen en bovendien niet uniform.84 Daarnaast meldde de Cliëntenraad Sociaal Domein aan de wethouder signalen te krijgen van gezinnen dat de samenwerkingsverbanden moeilijk bereikbaar waren en ouders daardoor geen antwoord kregen op vragen die zij hadden.85 Ook bij de gemeenteraad kwamen dergelijke signalen binnen.86 In de loop van het jaar werd de informatie op de websites van de gemeente, Kracht en rondomJou uitgebreid. Ook was er een telefoonnummer opengesteld voor ouders met vragen en werd de informatie op de website jeugdhulpdenhaag.nl uitgebreid.87

82 Brief Jeugdombudsman Den Haag van 7 december 2023 aan het college Den Haag ‘Zorgenbrief Ombudsman Rechtsbescherming

Jeugdhulp 2024’. Brief van de Jeugdombudsman van 18 maart 2024 aan de gemeenteraad ‘appreciatiebrief klachtenregelingen jeugdhulp’. 83 Brief college van 9 januari 2024 aan Jeugdombudsman 'beantwoording brief Jeugdombudsman van 7 december 2023' (RIS317727). 84 Brief van de Jeugdombudsman van 18 maart 2024 aan de gemeenteraad ‘appreciatiebrief klachtenregelingen jeugdhulp’. 85 Brief van de Cliëntenraad Sociaal Domein van 10 juli 2024 aan de wethouder (kenmerk CSD/2024.4). 86 GroenLinks/PvdA Den Haag, Resultaten Meldpunt Jeugdhulp, die op 11 juli 2024 werden overhandigd aan de wethouder. 87 Brief van de directeuren van Kracht en RondomJou van 15 mei 2024 aan de wethouder (Bijlage bij RIS318917); Brief van 21 mei 2024 van het college aan de Jeugdombudsman van 21 mei 2024 'Beantwoording brief Jeugdombudsman Verlenging jeugdzorg’, (Bijlage bij RIS318981). Zie ook de brief van 21 mei 2024 van het college aan de voorzitter van de commissie Samenleving 'Beantwoording technische vragen Start Kracht en RondomJou' (RIS318917).

27

Dossiers Jeugdombudsman: informatievoorziening In de helft van de onderzochte dossiers van de Jeugdombudsman was de informatievoorziening over de stelselwijziging en de gevolgen daarvan voor de gezinnen onderwerp van de klachten. Veel ouders hebben bij de Jeugdombudsman gemeld dat het moeilijk was om in contact te komen met de nieuwe partijen die de toegang tot de jeugdhulp vanaf 1 januari 2024 uitvoerden. In sommige gevallen was het helemaal niet mogelijk om in contact te komen of bleef informatie over de samenwerkingsverbanden en hun werkwijze uit. Als gevolg hiervan was het voor meerdere ouders, zo blijkt uit de onderzochte dossiers, niet duidelijk wat de gang van zaken na 1 juli 2024 zou zijn als het ging om een overstap naar een andere zorgaanbieder, hoe en waar een aanvraag om jeugdhulp gedaan kon worden of waar een klacht kon worden ingediend. Ouders gaven aan via hun zorgaanbieder en niet via een van beide samenwerkingsverbanden op de hoogte te zijn gesteld. Ouders schreven hierover aan de Jeugdombudsman: ‘We weten niets: geen idee van de route, geen idee van proces, geen idee wanneer, of en welke hulp er -TE LAAT- gaat komen.' ‘Ik lees dat ik eerst moet melden bij Kracht en de gemeente, maar dat heb ik niet gedaan omdat ik bij beide verzuip in de informatie en methodes van een vraag stellen of een klacht indienen’.

4.3.2

Informatievoorziening op de websites en tijdens de uitvoering

Tijdens de interviews is naar voren gebracht dat jeugdigen en ouders na aanmelding informatie krijgen in de vorm van een digitale informatie. Ook leggen de medewerkers gedurende de procedure uit wat de volgende stap in het proces zal zijn. Daarnaast bevatten de websites van de gemeente Den Haag en de beide samenwerkingsverbanden informatie over de wijze waarop de toegang tot de jeugdhulp en de uitvoering van de jeugdhulp in Den Haag is geregeld.88 Op de site van de gemeente staat naast een uitgebreid overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden (onder andere over de stelselwijziging en de overgangsregeling) ook een informatiebrochure.89 In deze brochure wordt beschreven hoe de toegang tot jeugdhulp is geregeld. Verder staat in de brochure uitgelegd wat de rechten van ouders en jeugdigen zijn. Zo staat er dat wanneer ouders en jeugdigen het niet eens zijn met het gezinsplan, zij een beschikking krijgen en in bezwaar kunnen bij de gemeente. Verder wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een klacht. Op de websites van de samenwerkingsverbanden staat vermeld op welke wijze ouders en jeugdigen zich kunnen aanmelden (telefonisch of via een aanmeldformulier) en wat ouders en jeugdigen vervolgens kunnen verwachten. Ook is op de beide websites te lezen hoe een klacht kan worden ingediend en zijn de klachtenregelingen te vinden.

Ouders en jeugdigen worden verder gewezen op de mogelijkheid van ondersteuning door een vertrouwenspersoon bij het indienen van een klacht. Daarnaast wordt op de websites beschreven wat jeugdigen en ouders kunnen doen als zij het niet eens zijn met een besluit. De informatiebrochure van de gemeente is ook opgenomen op de websites van de samenwerkingsverbanden.

88 www.jeugdhulpdenhaag.nl,; www.krachtdenhaag.nl ; www.rondomjoudh.nl. De websites zijn voor dit onderzoek begin december 2024

geraadpleegd. 89 De brochure Jeugdhulp in Den Haag, hoe werkt dat en wat zijn jouw rechten? (te raadplegen via www.jeugdhulpdenhaag.nl).

28

Een aantal zaken valt op in de analyse van de verschillende websites en de informatiebrochure. De informatie op de websites van de samenwerkingsverbanden is minder uitgebreid dan de informatiebrochure van de gemeente. Er wordt niet duidelijk hoe de informatie in de informatiebrochure zich verhoudt tot de informatie op de website zelf. Op de ene site wordt duidelijk uitgelegd wat ouders en jeugdigen kunnen verwachten (een gesprek, een gezinscoach en het maken van een gezinsplan). De informatie op de andere site is op dit punt aanzienlijk beknopter. Een samenwerkingsverband maakt op de website melding van wachttijden, op de site van het andere samenwerkingsverband is hier geen informatie over te vinden. Verder valt op dat zowel in de informatiebrochure als op de websites gesproken wordt over een gezinscoach en een gezinsplan, terwijl uit ons onderzoek blijkt dat hier in de praktijk niet in alle situaties sprake van is (zie par. 4.2). Wanneer sprake is van een besluit en wanneer van een klacht is uit de websites en de informatiebrochure niet duidelijk op te maken. Er wordt niet vermeld hoe ouders om een beschikking moeten vragen. Op zowel de website van de gemeente als van de samenwerkingsverbanden staat wel informatie over ondersteuning door een vertrouwenspersoon (Jeugdstem), maar niet over ondersteuning door een cliëntondersteuner (zie over het onderscheid par. 2.2).

Meer uitgebreide en geüniformeerde informatie op de verschillende websites en in de informatiebrochure kan onduidelijkheid bij ouders en jeugdigen voorkomen en zorgt ervoor dat zij goed geïnformeerd zijn over hun rechten als het gaat om toegang tot jeugdhulp. Tijdens de interviews werd genoemd dat bij een van de samenwerkingsverbanden nu gewerkt wordt aan een aanpassing van de werkprocessen en de informatievoorziening. Door de processtappen met medewerking van een ervaringsdeskundige vanuit het perspectief van het gezin te doorlopen, wordt gekeken waar verbetering mogelijk is. Zo zijn er plannen om de verschillende fasen van de procedures te ondersteunen met bijvoorbeeld een 'praatplaat'.

4.4

Klachtenprocedures in de praktijk

Hieronder wordt ingegaan op de verschillende klachtenprocedures die van toepassing zijn als het gaat om toegang tot de jeugdhulp (par. 4.4.1) en de wijze waarop hier op dit moment in de praktijk uitvoering aan wordt gegeven (par. 4.4.2). 4.4.1

Uniforme klachtafhandeling bij de samenwerkingsverbanden

Naar aanleiding van het rapport van de Jeugdombudsman Den Haag 'De weg kwijt in een oerwoud van klachtregelingen' uit 2022 had het college toegezegd dat er een uniforme integrale klachtenregeling zou komen die gehanteerd zou worden door de jeugdhulpaanbieders die aangesloten zijn bij de samenwerkingsverbanden.90 In januari 2024 liet het college de Jeugdombudsman weten dat de route voor de afhandeling van de klachten in de klachtenregelingen van beide samenwerkingsverbanden hetzelfde is. De gemeente meldde daarbij dat een integrale behandeling van jeugdklachten niet mogelijk zou zijn, omdat de jeugdhulpaanbieders die bij de samenwerkingsverbanden zijn aangesloten met verschillende wetten te maken hebben.91 De 90 Rapport van de Jeugdombudsman ‘De weg kwijt in een oerwoud van klachtenregelingen’ (2022); Brief van de Jeugdombudsman Den

Haag van 7 december 2023 aan het college Den Haag met als onderwerp ‘Zorgenbrief Ombudsman Rechtsbescherming Jeugdhulp 2024’ 91 Brief van het college van B&W Den Haag van 9 januari 2024 met als onderwerp 'Beantwoording brief Jeugdombudsman van 7 december 2023' (RIS317727), p. 3-4.

29

Jeugdombudsman bleef echter van oordeel dat nog geen sprake was van een uniforme behandeling van klachten.92 De Jeugdombudsman uitte daarnaast zorgen over de afhandeling van klachten over de toegang. Deze klachten zouden volgens het klachtrecht van de Awb moeten worden afgehandeld door de gemeente. De informatie hierover was echter ontoereikend en niet op elkaar afgestemd.93 Naar aanleiding van vragen van de gemeenteraad hierover meldde het college in mei 2024 dat klachten met betrekking tot de toegang inderdaad afgehandeld zouden worden door het college en klachten over de uitvoering door de samenwerkingsverbanden. 94 In de informatiebrochure van de gemeente en de klachtenregelingen die zijn opgenomen op de websites van de samenwerkingsverbanden wordt echter geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen klachten over de toegang tot de jeugdhulp, die bij de gemeente thuishoren en klachten over de uitvoering van de jeugdhulp, die door de samenwerkingsverbanden behandeld worden. Ook zijn de klachtenregelingen niet volledig uniform. Bij het ene samenwerkingsverband is er een klachtenfunctionaris die de klachten afhandelt, bij het andere samenwerkingsverband is dit veelal de leidinggevende van de betrokken professional. Ook het vervolg van een klacht, als een gesprek niet tot een oplossing leidt, is verschillend.

Daarbij moet worden opgemerkt dat jeugdigen en ouders slechts met één van de samenwerkingsverbanden te maken hebben en het de vraag is of een volledig uniforme regeling voor hen van meerwaarde is. Uiteraard moet de regeling wel voldoen aan de eisen van de Awb (voor wat betreft de Jeugdwet) en de Jeugdwet (voor wat betreft de jeugdhulp). 4.4.2

Klachtafhandeling in de praktijk

Uit de interviews en de informatie op de verschillende websites komt naar voren dat ouders een klacht over de uitvoering kunnen indienen bij de betrokken professional of via een formulier op de website. Ouders en jeugdigen wordt uitdrukkelijk aangeraden om een klacht eerst met de eigen hulpverlener te bespreken. Wanneer dit niet tot een oplossing leidt, kan er contact opgenomen worden met de externe klachtencommissie van de verschillende organisaties die deel uitmaken van het samenwerkingsverband. Uit de interviews blijkt verder dat klachten over de toegang tot de jeugdhulp in eerste instantie vaak bij een van de samenwerkingsverbanden terecht komen, omdat die klachten vaak gaan over de bejegening of de dienstverlening. Het streven is om, zodra een ouder onvrede of een klacht uit, altijd met elkaar in gesprek te gaan. In verreweg de meeste gevallen wordt telefonisch contact opgenomen met de klager door een leidinggevende/klachtenfunctionaris en wordt overlegd wat er nodig is om de klacht te behandelen. Als ouders een formele behandeling van hun klacht over de toegang willen, dan vindt de formele klachtbehandeling bij de gemeente plaats. Dit jaar kwam het ook voor dat ouders bij de gemeente een klacht indienden omdat voor hen niet duidelijk is waar welke klacht moest worden ingediend.

Ging het niet om een klacht die bij de gemeente thuishoorde, dan vroeg de gemeente toestemming aan ouders om de klacht door sturen naar het betreffende samenwerkingsverband. Dit jaar betroffen veel klachten de zorgcontinuïteit. 92 Brief van de Jeugdombudsman Den Haag van 18 maart 2024 aan de gemeenteraad met als onderwerp ‘appreciatiebrief

klachtenregelingen jeugdhulp’. Hierin wordt verwezen naar een eerder rapport van de Jeugdombudsman ‘De weg kwijt in een oerwoud van klachtenregelingen’ (2022). 93 Brief van de Jeugdombudsman Den Haag van 18 maart 2024 aan de gemeenteraad met als onderwerp ‘appreciatiebrief klachtenregelingen jeugdhulp’. 94 Brief van 21 mei 2024 van het college aan de voorzitter van de commissie Samenleving met als onderwerp 'Beantwoording technische vragen Start Kracht en rondomJou' (RIS318917), p. 5.

30

Ouders waren het niet eens met de verplichte overstap naar een andere zorgaanbieder. Ook waren er in de beginperiode klachten over de lange wachttijden voor een eerste gesprek.

4.5

De overgangsregeling (zorgcontinuïteit) in de praktijk

Voor gezinnen die al vóór 1 januari 2024 jeugdhulp van een jeugdhulpaanbieder ontvingen, gold een overgangsregeling. Tijdens de overgangsfase mocht jeugdhulp die voor 1 januari 2024 was gestart, doorlopen tot uiterlijk 1 juli 2024. Voor jeugdhulp die 'buiten scope' valt, konden jeugdigen een lopend traject afronden tot 1 januari 2025 (zie par.3.2.3). In deze paragraaf wordt besproken op welke wijze uitvoering is gegeven aan de regeling (par. 4.5.1). Er wordt ingegaan op de signalen en klachten die bij onder meer de Jeugdombudsman hierover binnenkwamen (par. 4.5.2). Vervolgens wordt een aantal knelpunten gesignaleerd bij de uitvoering van de overgangsregeling, die van invloed zijn geweest op de rechtsbescherming van jeugdigen en ouders (par. 4.5.3). 4.5.1

De uitvoering van de regeling

Eind december 2023 werden de cliëntdossiers overgedragen aan de samenwerkingsverbanden. Uit informatie van het college blijkt dat er circa 955 dossiers zijn overgedragen naar Kracht en 756 naar rondomJou. Door elf gezinnen is expliciet aangegeven dat het dossier niet overgedragen mocht worden aan het betreffende samenwerkingsverband. Begin 2024 is in negen dossiers alsnog toestemming voor overdracht gegeven, twee dossiers zijn afgesloten na overleg met de betrokkenen.95 Per 1 januari 2024 is de toegang overgegaan van de jeugdteams van het CJG naar Kracht of rondomJou (afhankelijk van de postcode van de jeugdige). Vanuit het CJG zijn in oktober 2023 brieven verstuurd aan gezinnen die begeleiding hadden van een gezinscoach en aan gezinnen op de wachtlijst, waarin zij werden geïnformeerd over de wijziging en waarin zij werden gevraagd om toestemming voor overdracht van de dossiers.96 Ten aanzien van de uitvoering van de jeugdhulp liep per 1 januari 2024 het contract met een grote groep jeugdhulpaanbieders af. Het college meldt aan de gemeenteraad dat de gemeente de jeugdhulpaanbieders van wie het contract niet werd verlengd in 2023 twee keer per brief heeft geïnformeerd over de veranderingen.

Deze aanbieders werd gevraagd contact op te nemen met Kracht en rondomJou voor trajecten die op 1 juli 2024 nog niet zouden zijn afgerond, zodat afspraken over een warme overdracht konden worden gemaakt. Ook is hun gevraagd om de betreffende gezinnen te informeren. Daarnaast hebben de contractmanagers dit in de managementgesprekken met de aanbieders besproken. 97

95 Brief college van 9 april 2024 aan de Gemeenteraad met als onderwerp 'Start Kracht en rondomJou' (RIS318512). 96 Brieven van het CJG Den Haag aan de ouders/verzorgers of jeugdige van 24 oktober 2023 met als onderwerp 'Verandering jeugdhulp Den

Haag in 2024'. 97 Brief van 21 mei 2024 van het college aan de voorzitter van de commissie Samenleving met als onderwerp 'Beantwoording technische vragen Start Kracht en rondomJou' (RIS318917), p. 2; Brief van de directeuren van Kracht en RondomJou van 15 mei 2024 aan de wethouder (Bijlage bij RIS318917).

31

Verder blijkt uit informatie van het college dat het grootste aantal jeugdhulptrajecten vóór 1 juli 2024 was afgerond. 98 De trajecten die na 1 juli 2024 doorliepen, werden waar mogelijk door de samenwerkingsverbanden onderling overgedragen. Ook had de gemeente in kaart gebracht welke gezinnen nog jeugdhulp kregen, om goed zicht te krijgen op de aantallen jeugdigen die overgedragen zouden worden en om te monitoren of deze overdracht goed verliep. Nam een jeugdhulpaanbieder niet zelf contact op met het samenwerkingsverband, dan nam het samenwerkingsverband zelf contact op met de aanbieder. Ook was er een telefoonnummer opengesteld voor ouders met vragen en was er informatie opgenomen op de website jeugdhulpdenhaag.nl.99 De samenwerkingsverbanden waren zich er bewust van dat een verandering van hulpverlening voor een gezin lastig was, zo schreven zij in een brief aan de wethouder in mei 2024, en zegden toe in te zetten op een zorgvuldig proces bij de overdracht.100 Begin juli 2024 meldde het college aan de gemeenteraad ten aanzien van de gezinnen met lopende jeugdhulptrajecten van vóór 1 januari 2024 dat een deel van deze gezinnen inmiddels hulp vanuit Kracht of rondomJou ontving en dat bij een deel de hulp bij de eerdere jeugdhulpaanbieder was verlengd. Bij 355 jeugdigen liepen op dat moment nog gesprekken over een passend aanbod.

Voor 150 jeugdigen waren door Kracht en rondomJou maatwerkcontracten afgesloten.101 In oktober 2024 was inmiddels door Kracht en rondomJou voor 261 jeugdigen besloten om de zorg te continueren bij dezelfde aanbieder via een maatwerkcontract.102 Een maatwerkcontract betrof een contract dat Kracht en rondomJou afsloten met een onderaannemer (de oude jeugdhulpaanbieder) voor een specifiek traject. Kracht en rondomJou besloten hiertoe voor zover continuering van de jeugdhulp bij de oude jeugdhulpaanbieder na 1 juli 2024 op grond van zorginhoudelijke overwegingen nodig was. Als zorginhoudelijke overwegingen werden onder meer genoemd dat het opbouwen van een behandelrelatie langer had geduurd dan gebruikelijk, dat er slecht korte tijd nodig was om de hulp af te ronden of dat het samenwerkingsverband nog geen goed alternatief kon bieden. In die situaties kon een individueel maatwerkcontract worden gemaakt en voor een bepaalde periode een verlenging worden afgegeven. Ook bestond de mogelijkheid van een pgb.103 Uit de interviews komt naar voren dat in een aantal gevallen besloten is dat een gezin moest overstappen naar een andere jeugdhulpaanbieder, terwijl ouders en jeugdigen het daar uitdrukkelijk niet mee eens waren. In die gevallen waren er volgens de samenwerkingsverbanden geen zorginhoudelijke gronden voor verlenging van de hulp bij de huidige aanbieder.

98 Brief van 21 mei 2024 van het college aan de voorzitter van de commissie Samenleving met als onderwerp 'Beantwoording technische

vragen Start Kracht en rondomJou' (RIS318917), p. 2. 99 Brief van de directeuren van Kracht en RondomJou van 15 mei 2024 aan de wethouder (Bijlage bij RIS318917); Brief van 21 mei 2024 van het college aan de Jeugdombudsman van 21 mei 2024 met als onderwerp 'Beantwoording brief Jeugdombudsman Verlenging jeugdzorg’ (Bijlage bij RIS318981). Zie ook Brief van 21 mei 2024 van het college aan de voorzitter van de commissie Samenleving met als onderwerp 'Beantwoording technische vragen Start Kracht en RondomJou' (RIS318917). 100 Brief van de directeuren van Kracht en RondomJou van 15 mei 2024 aan de wethouder (Bijlage bij RIS318917). 101 Brief van het college van 9 juli 2024 aan de commissie Samenleving met als onderwerp 'Schriftelijke beantwoording programmarekening 2023 – programma 8 (RIS319482), p. 2. 102 Brief van het college van 1 oktober 2024 aan de gemeenteraad met als onderwerp 'Halfjaarrapportage Kracht en rondomJou' (RIS320064), p. 2-3. 103 Brief van de directeuren van Kracht en RondomJou van 15 mei 2024 aan de wethouder (Bijlage bij RIS318917). Zie ook de brief van het college van 18 juni 2024 aan de gemeenteraad met als onderwerp 'Afdoening motie Helderheid over de ruimte voor maatwerk' (RIS318751).

32

4.5.2

Onduidelijkheid bij gezinnen en klachten over de overgang

Over de uitvoering van de overgangsregeling kwamen diverse klachten en signalen binnen bij de Jeugdombudsman. In april 2024 wees de Jeugdombudsman het college erop dat er bij ouders nog onduidelijkheid was over de zorgcontinuïteit na 1 juli 2024. Ook was voor ouders onduidelijk waar zij met vragen en zorgen over het (niet) verlengen van jeugdhulp terecht konden. Zij bleken niet altijd betrokken te worden bij het besluitvormingsproces om bestaande hulp te beëindigen bij de huidige aanbieder en over te dragen naar een andere aanbieder.104 Tijdens de vergaderingen van de gemeenteraad zijn in 2024 diverse keren zorgen over de uitvoering van de overgangsregeling besproken. Ouders maakten daarbij gebruik van de mogelijkheid om te spreken tijdens de raadsvergadering. Zo vertelde een moeder tijdens een vergadering in mei 2024 grote zorgen te hebben dat de behandelingen die haar dochter kreeg van onder andere een psycholoog en een psychiater bij verschillende jeugdhulporganisaties per 1 juli 2024 zouden stoppen en zouden worden overgedragen aan andere organisaties. Zij was bang dat dit de behandelrelatie, die moeizaam was opgebouwd, zou verstoren. Het betrof aanbieders die nog wel gecontracteerd waren door de gemeente, maar niet meer in het postcodegebied waar zij woont.

In juli 2024 werden zowel door de Cliëntenraad Sociaal Domein als vanuit de fracties van GroenLinks en de PvdA in Den Haag zorgen geuit richting de wethouder met betrekking tot de overgangsregeling.105 Het betrof zorgen en klachten over onder meer de korte overgangsperiode, waardoor trajecten vroegtijdig werden afgebroken, en de onduidelijkheid die bij zowel gezinnen als hulpverleners ontstond over de mogelijkheden die er waren om het huidige traject te continueren. Ook was voor gezinnen niet altijd duidelijk waar zij terecht konden met klachten over de zorgcontinuïteit. Dossiers Jeugdombudsman: zorgcontinuïteit Uit het dossieronderzoek komt naar voren dat in iets minder dan de helft van de onderzochte dossiers de zorgcontinuïteit het voornaamste onderwerp van de klacht was. Verscheidende ouders hebben zich tot de Jeugdombudsman gewend omdat zij van hun jeugdhulpaanbieder te horen hadden gekregen dat hun kind naar een andere aanbieder moest terwijl ouders – en soms ook de betrokken hulpverlener – dat uitdrukkelijk niet in het belang van de jeugdige vonden. Ook klaagden enkele ouders over het feit dat zij helemaal niet meegenomen werden in de op handen zijnde overstap naar een andere aanbieder.

In sommige van die gevallen waren er bijvoorbeeld overleggen geweest tussen de huidige aanbieder en de aanbieder die de hulp zou gaan overnemen, zonder dat ouders op de hoogte waren of hierbij aanwezig waren. Het lukte deze ouders niet om met de nieuwe partijen tot overeenstemming te komen over wel of geen overstap. Na tussenkomst van de Jeugdombudsman en de gemeente is in de meeste van deze dossiers een maatwerkvoorziening getroffen en konden deze jeugdigen ook na 1 juli 2024 bij hun zorgaanbieder blijven. Voor sommige jeugdigen was het ten tijde van de uitvoering van het dossieronderzoek nog niet duidelijk of en wanneer zij alsnog moeten overstappen.

104 Brief van 24 april 2024 van de Jeugdombudsman aan het college 'Oproep snel duidelijkheid te verschaffen over het wel of niet

doorlopen van jeugdhulp bij huidige hulpverlener na 1 juli 2024'. 105 Brief van de Cliëntenraad Sociaal Domein van 10 juli 2024 aan de wethouder (kenmerk CSD/2024.4); GroenLinks/PvdA Den Haag, Resultaten Meldpunt Jeugdhulp, die op 11 juli 2024 werden overhandigd aan de wethouder.

33

Een ouder verwoordt haar zorgen over de zorgcontinuïteit in haar klacht aan de Jeugdombudsman als volgt: ‘Kinderen zijn geen pakketjes die je elke vijf jaar van behandelaar kunt laten wisselen.’ Op dit moment (eind 2024) speelt bij een aantal gezinnen de vraag of lopende hulp kan worden gecontinueerd nog steeds een rol. Het betreft gezinnen voor wie in het kader van de zorgcontinuïteit een maatwerkvoorziening met een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder is gesloten. Ook gaat het om gezinnen die jeugdhulp 'buiten scope' ontvangen en voor wie de overgangsregeling op 1 januari 2025 afloopt. In november 2024 stuurde de Jeugdombudsman aan de wethouder een 'ombudsalert' in verband met een aantal vastgelopen klachtdossiers.106 De Jeugdombudsman meldde dat er ouders zijn die opnieuw terugkomen bij de Jeugdombudsman, omdat de maatwerkcontracten die eerder waren afgesloten begin van 2025 aflopen en zij (weer) geen duidelijkheid hebben over het vervolg. Ouders geven aan slecht of geen contact hierover te krijgen met de samenwerkingsverbanden. 4.5.3

Knelpunten in de uitvoering van de overgangsregeling

Uit het bovenstaande komt naar voren dat voor een grote groep gezinnen de overgang naar het nieuwe stelsel geen directe gevolgen heeft gehad. Zij hadden bijvoorbeeld een individuele jeugdhulpvoorziening die al vóór 1 januari 2024 werd afgerond of vóór 1 juli 2024 kon worden beëindigd. Voor de gezinnen die een jeugdhulpvoorziening hadden die niet vóór 1 juli 2024 kon worden beëindigd, betekende het nieuwe stelsel echter een grote wijziging. Uit de klachten die binnen zijn gekomen bij de Jeugdombudsman blijkt dat niet altijd duidelijk was voor ouders bij wie zij moesten zijn voor de beantwoording van hun vragen en dat er zorgen bestonden of de jeugdhulp bij de huidige aanbieder kon worden gecontinueerd. Uit de onderzoeksgegevens kan een aantal knelpunten in de uitvoering worden afgeleid. De jeugdhulpaanbieders die hun contract met de gemeente verloren, waren (contractueel) verantwoordelijk om het gezin te informeren en 'warm' over te dragen richting Kracht en rondomJou. Dit leidde voor de samenwerkingsverbanden tot problemen. Uit de brief van Kracht en rondomJou die als bijlage aan de gemeenteraad is gestuurd, blijkt dat sommige (niet gecontracteerde) aanbieders laat contact opnamen met het samenwerkingsverband. De samenwerkingsverbanden gaven aan dat hierdoor het risico bestond dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar was voor de 'warme overdracht'.

Ook bleken sommige aanbieders en hulpverleners het lastig te vinden om gezinnen tijdig en op een positieve manier mee te nemen in de veranderingen, waardoor er weinig motivatie ontstond bij het gezin om over te gaan.107 Verder bleek naar een kleine groep jeugdigen die jeugdhulp 'buiten scope' ontvingen, ten onrechte een brief te zijn gestuurd dat de zorg per 1 juli 2024 zou worden overgedragen.108 Er gold daarnaast een beperkte overgangstermijn voor lopende trajecten. Uit de interviews met de gemeente blijkt dat hiervoor gekozen was, omdat de gemiddelde duur van een jeugdhulptraject

106 Mailbericht van de Jeugdombudsman van 28 november 2024 aan de wethouder met als onderwerp 'Verzoek om tussenkomst in

vastlopende klachtdossiers'. 107 Brief van de directeuren van Kracht en RondomJou van 15 mei 2024 aan de wethouder (Bijlage bij RIS318917). Zie ook de brief college van 18 juni 2024 aan de gemeenteraad met als onderwerp 'Afdoening motie Helderheid'(RIS318751); Brief van het college van 1 oktober 2024 aan de gemeenteraad met als onderwerp 'Halfjaarrapportage Kracht en rondomJou' (RIS320064), p. 2-3. 108 Dit kwam naar voren uit de onderzochte dossiers van de Jeugdombudsman en is bevestigd in de interviews met de gemeente.

34

ongeveer negen maanden was. De meeste trajecten zouden dan al zijn afgerond op 1 juli 2024. Voor Kracht en rondomJou betekende dit echter dat zij een herbeoordeling moesten doen voor de nog lopende jeugdhulptrajecten. Dit gaf extra druk op de samenwerkingsverbanden, terwijl zij al voor een ingewikkelde opdracht stonden. Zij moesten immers ook een nieuwe organisatie opbouwen, nieuw aanbod ontwikkelen, de aanmeldingen afhandelen die nog op de wachtlijst van het CJG stonden en de aanmeldingen van nieuwe gezinnen onderzoeken. Bij de gezinnen die nog lopende jeugdhulptrajecten hadden op 1 juli 2024 ging het om jeugdigen met opvoed- of opgroeiproblemen die niet in korte tijd konden worden opgelost. Uit de onderzochte dossiers van de Jeugdombudsman komt naar voren dat het daarbij ook ging om jeugdigen met complexe problematiek, waarbij verschillende (niet langer gecontracteerde) jeugdhulpverleners betrokken waren. Omdat voor hen niet duidelijk was wat het nieuwe stelsel voor hen concreet zou betekenen, gaf dit veel zorgen. De (mogelijke) beëindiging van de behandelrelatie gaf onrust en extra stress bij deze ouders met kinderen in kwetsbare omstandigheden.

De Jeugdwet verplicht gemeenten om zoveel mogelijk zorgcontinuïteit te garanderen bij beëindiging van contracten met aanbieders en om zoveel mogelijk maatwerk te bieden bij de uitvoering van de toegang en uitvoering van jeugdhulp (zie hoofdstuk 2). Zorgcontinuïteit bieden was voor de gemeente een belangrijk thema bij het opstellen van de overgangsregeling (zie hoofdstuk 3). De feitelijke uitvoering van de overgangsregeling lag echter (contractueel) bij enerzijds partijen van wie hun contract met de gemeente net was verbroken (de niet langer gecontracteerde jeugdhulpaanbieders) en anderzijds bij net startende organisaties (de samenwerkingsverbanden). De vraag is of bij het opstellen van de overgangsregeling niet te voorzien is geweest dat dit in de praktijk tot uitvoeringsproblemen zou leiden. Ook is het de vraag waarom de jeugdigen met een nog lopende jeugdhulpvoorziening meteen 'mee moesten' in het nieuwe stelsel en waarom de gemeente niet heeft gekozen voor een ruimere overgangsregeling (bijvoorbeeld voor een langere periode of met meer keuzevrijheid voor gezinnen). De inschatting van de gemeente dat de meeste lopende hulp zou zijn afgerond op 1 juli 2024 betekende dat het zou gaan om een beperkte groep gezinnen; een ruimere overgangsregeling zou dan niet tot grote negatieve (financiële) gevolgen voor de gemeente leiden.

In de overgangsregeling waarvoor nu is gekozen, leek vooral het (nieuwe) systeem leidend. Er lijkt onvoldoende te zijn ingeschat wat deze regeling voor de samenwerkingsverbanden in de praktijk zou betekenen en welke impact dit op gezinnen met langer lopende hulpvragen zou hebben.

4.6

Tussenconclusie

Per 1 januari 2024 voeren Kracht en rondomJou de toegang tot de jeugdhulp namens de gemeente uit en bieden zij daarnaast bepaalde vormen van jeugdhulp. De besluitvormingsprocedure van de toegang is in de praktijk ingericht vanuit het uitgangspunt dat samen met het gezin wordt gekeken welke hulp passend is. Het gezin wordt altijd bij de besluitvorming betrokken en denkt mee over de in te zetten hulp. Er wordt altijd gesproken met de ouders. Uitgangspunt is dat met jeugdigen vanaf twaalf jaar wordt gesproken. In de praktijk wordt hier soms van afgeweken. De toegangsprocedure wijkt op een aantal punten af van de Awb. Zo start de procedure niet met een aanvraag voor een individuele jeugdhulpvoorziening, maar met een melding van een hulpvraag. In de praktijk blijken gezinnen namelijk niet altijd binnen te komen met een aanvraag voor een individuele 35

jeugdhulpvoorziening, maar met een melding van een probleem of een vraag om hulp. In die gevallen kan een meldingsprocedure wenselijk zijn. Omdat de Jeugdwet geen meldingsprocedure kent, kan deze echter niet verplicht worden gesteld voor het doen van een aanvraag. Ook wordt in de praktijk niet in alle gevallen een gezinsplan, dat volgens de verordening als aanvraag dient, opgesteld. Verder worden slechts in uitzonderingssituaties beschikkingen afgegeven voor individuele jeugdhulpvoorzieningen. Dit is conform de gemeentelijke verordening, maar is in strijd met de Awb. Een aandachtspunt betreft de afwegingscriteria die worden gehanteerd bij de bepaling of, en welke, jeugdhulp nodig is. De opdracht van de gemeente aan de samenwerkingsverbanden is om het hulpaanbod anders vorm te geven en nog meer in te zetten op de eigen kracht van gezinnen. Dit zou kunnen leiden tot meer onenigheid met ouders, die wellicht een ander hulpaanbod krijgen dan zij (op grond van eerdere ervaringen van henzelf of anderen) hadden verwacht. In verband met de rechtszekerheid zal de gemeentelijke verordening voldoende richting moeten geven over de afwegingscriteria die daarbij worden gehanteerd. Ten aanzien van de informatievoorziening is geconstateerd dat er informatie over de procedure en de geschillenregelingen beschikbaar is, maar dat deze nog niet op alle punten consistent en duidelijk is.

Voor wat betreft de klachtenregelingen van de samenwerkingsverbanden geldt dat niet duidelijk is dat jeugdigen en ouders voor klachten over de toegang (ook) bij de gemeente terecht kunnen. Tot slot is geconstateerd dat de uitvoering van de overgangsregeling voor gezinnen die al vóór 1 januari 2024 hulp ontvingen, in de praktijk tot knelpunten en klachten van ouders heeft geleid. Hoewel zorgcontinuïteit voor de gemeente een belangrijk thema was bij het opstellen van een overgangsregeling, lijkt onvoldoende vooraf te zijn ingeschat tot welke uitvoeringsproblemen deze regeling in de praktijk zou leiden. Gezien de impact die de overgangsregeling voor gezinnen met een langer lopende hulpvraag zou kunnen hebben, is de vraag waarom niet gekozen is voor een ruimere overgangsregeling.

36

5

Samenvatting en conclusie

Per 1 januari 2024 is de toegang tot en uitvoering van de jeugdhulp in Den Haag ingrijpend gewijzigd. Waar dit voorheen werd gedaan door de jeugdteams van het CJG en circa 185 door de gemeente gecontracteerde aanbieders, is de uitvoering van zowel de toegang als (een deel van) de uitvoering sinds dit jaar in handen van Kracht en rondomJou, twee samenwerkingsverbanden van jeugdhulpaanbieders. In dit onderzoek is, op verzoek van de Jeugdombudsman Den Haag, gekeken hoe de rechtsbescherming van jeugdigen en ouders bij de toegang tot de jeugdhulp op dit moment door (en namens) de gemeente Den Haag wordt uitgevoerd. Er is daarbij aangesloten bij wat jeugdigen, ouders en professionals in de jeugdzorg onder rechtsbescherming verstaan; zij vinden dat alleen sprake is van rechtsbescherming indien er niet alleen toegang is tot geschillenprocedures, maar ook sprake is van goede informatievoorziening en de mogelijkheid om te participeren in een zorgvuldige besluitvormingsprocedure. Er is onderzocht hoe de procedure is vormgegeven waarin beoordeeld wordt of jeugdhulp nodig is en welke mogelijkheden jeugdigen en ouders hebben om hierin te participeren. Verder is gekeken in hoeverre geschillenregelingen (klachten, bezwaar, beroep) openstaan en welke informatie jeugdigen en ouders krijgen over de procedure en hun rechten.

Ook is specifiek gekeken naar de overgangsregeling die gold voor gezinnen die al vóór 1 januari 2024 jeugdhulp ontvingen. Het betreft een verkennend kwalitatief onderzoek, dat beperkt is in omvang, zodat in relatief korte tijd een globaal beeld kan worden geschetst van de huidige stand van zaken. De belangrijkste nationale wet- en regelgeving is beknopt in kaart gebracht. Er is een documentenanalyse met betrekking tot het beleid en de regelgeving van de gemeente Den Haag uitgevoerd. Er zijn negentien klachtdossiers van de Jeugdombudsman geanalyseerd. Verder zijn interviews gehouden met medewerkers van de gemeente en medewerkers van Kracht en rondomJou op uitvoerend en management/beleidsniveau (in totaal veertien personen). Verschillende perspectieven op de wijziging van het jeugdhulpstelsel in Den Haag Voordat op de belangrijkste bevindingen ten aanzien van de rechtsbescherming wordt ingegaan, eerst een opmerking vooraf. Ons is opgevallen dat vanuit de verschillende perspectieven zeer verschillend naar de stelselwijziging die in Den Haag is ingevoerd, wordt gekeken. Vanuit het perspectief van de gemeente was de wijziging van het jeugdstelsel per 1 januari 2024 noodzakelijk om voor de toekomst een kwalitatief goed en financieel houdbaar jeugdstelsel te realiseren. Het voormalige jeugdstelsel vertoonde tekortkomingen en de kosten voor de jeugdhulp bleven stijgen.

De gemeente wilde het aantal jeugdhulpaanbieders terugdringen en de jeugdhulpaanbieders van de nieuwe samenwerkingsverbanden medeverantwoordelijk maken voor de noodzakelijke veranderingen in het jeugdhulpaanbod. De gemeente heeft via de aanbesteding willen borgen dat het personeel zoveel mogelijk overging naar de samenwerkingsverbanden en heeft gekozen voor een overgangsregeling van een half jaar, waarmee werd ingeschat dat de meeste trajecten vóór die tijd zouden zijn afgerond.

37

Vanuit het perspectief van de organisaties die sinds 1 januari 2024 de toegang tot en uitvoering van de jeugdhulp in Den Haag uitvoeren, was 2024 een opstartjaar. Kracht en rondomJou zijn nieuwe samenwerkingsverbanden, die na een korte voorbereidingsperiode van start zijn gegaan. Het zijn organisaties die volop in ontwikkeling zijn. De organisaties hadden niet alleen te maken met nieuwe jeugdhulpvragen, maar ook met de overdracht van lopende jeugdhulptrajecten en de overname van wachtlijsten voor jeugdhulp. Verder wordt van de samenwerkingsverbanden verwacht dat zij een transformatie in het aanbod tot stand gaan brengen, om zo het stelsel financieel houdbaar voor de toekomst te maken. Er moet worden ingezet op het normaliseren van opvoedvragen en problemen en het bieden van andere vormen van hulp, zoals lichte opvoedondersteuning en een meer preventief en collectief aanbod. Een dergelijke grote verandering kan niet onmiddellijk worden gerealiseerd en vraagt om voortdurende innovatie en verandering. Vanuit het perspectief van jeugdigen en ouders ligt dit anders. Zij hebben op grond van de Jeugdwet recht op kwalitatief goede jeugdhulp als zij dat nodig hebben. Dat de gemeente heeft gekozen voor een stelselwijziging zou hieraan vanuit hun perspectief geen afbreuk mogen doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15539703/1