RIS322186 Bijlage Nota van Antwoord Binckhorst Vlietlijn
Tekst van het document
104
Voor een MER is vereist dat een goede beschrijving wordt gegeven van de huidige situatie, het zogeheten referentiescenario. Dit ontbreekt helaas in de NRD. Momenteel kampt Voorburg-West al met ernstige verkeersproblemen, zowel in de ochtend als in de avondspits. Zelfs de kleinste verstoring op het omliggende wegennet leidt tot vastgelopen verkeer, met grote negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in het gebied. Zelfs zonder de verwachte toename van verkeer door de ontwikkelingen in de Binckhorst, dus alleen met autonome ontwikkelingen, staat de leefbaarheid in VoorburgWest al ernstig onder druk. De kruisingen Maanweg/Supernova/Bernhard laan zullen in de komende jaren door de ontwikkelingen in de Binckhorst tegen de grenzen aanlopen. Hier moet de gemeente samen met Den Haag inzet plegen.
De referentiesituatie is beschreven in de NRD. In paragraaf 1.8 op pg 11 en onder paragraaf 1.14 op pg 15 wordt een korte beschrijving gegeven over de referentiesituatie. In het planMER, wordt een uitgebreide referentiesituatie opgenomen. Deze beschrijft de verkeersproblemen en de gevolgen daarvan op de leefbaarheid
120
Ik woon al 40 jaar in de Forum Hardiani wijk van Voorburg West. Al die jaren heb ik genoten van de prachtige woonomgeving van mijn straat (Hoekenburglaan). - In 10 min. was ik (lopend) in de Herenstraat van Rijswijk om kleine boodschappen te doen, - In 15 min. was ik (met de auto) in de Bogaard om zware boodschappen in AH xl te halen. - In 2 min. zat ik op de snelweg richting A'dam, Utrecht en R,dam, - In 10 min. was ik in het centrum van Den Haag. - In 30 min. was ik met bus 23 aan het strand in Scheveningen. En nu, op mijn oude dag, hoor ik dat mijn wijk gaat veranderen in een soort getto, want er komt in de Binkhorst een nieuwe woonwijk voor mensen die PER SE een tramverbinding met DH Centraal & Voorburg Centraal moeten krijgen, terwijl ze LETTERLIJK op loop- / fiets afstand daarvan zullen wonen.
Het is zeker niet de bedoeling dat de wijk verloederd, waarbij iedereen wordt gedwongen gebruik te maken van de tram en er geen ruimte meer is voor de auto en de fiets. Er moet echter wel een goede balans worden gevonden gezien de groei van het aantal inwoners. Het beoogde effect van de Vlietlijn is dat inwoners van de Binckhorst zich via de tram kunnen verplaatsen in de richting van Den Haag centrum, Voorburg en Rijswijk/Delft, de aanwezigheid van een tram zal ongetwijfeld tot gevolg hebben dat autogebruikers in de omgeving vaker de auto laten staan en de tram te pakken. De MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst bracht in beeld dat de Vlietlijn bijdraagt aan deze doelstellingen. De afsluiting van de Geestbrug en de Oude Tolbrug zijn mogelijke maatregelen die horen bij de in het verkeersonderzoek onderzochte varianten. De effecten worden in het planMER onderzocht, onder andere op bereikbaarheid, doorstroming, gezondheid en veiligheid. Bereikbaarheid van buurten is een belangrijke voorwaarde in het ontwerp, waarbij
Ik ben inmiddels 71, ik fiets niet meer, loop moeilijk - ben dus aangewezen op mijn (boodschappen) autootje. Als de Vlietlijnplannen worden doorgevoerd, wordt de Geestbrug voor mijn autootje afgesloten, centrum DH kan ik alleen via ... weet ik veel ... bereiken, en ... dit is de topper! : de Oude Tolbrug wordt ook voorgoed afgesloten! IK HEB ER GEEN WOORDEN VOOR! En als mijn woord niet meer telt, denk aub aan alle gezinnen met kleine kinderen in Voorburg West.
47
woningen en buurten ook bereikbaar blijven met de auto. 64
153
Het gebied waar de tram ingepast gaat worden in Voorburg moet opgenomen worden als plangebied en niet alleen als studiegebied.
Dat klopt. De kaart uit de NRD met het plangebied is onvolledig. Het gebied waar de tram in Voorburg-West ingepast gaat worden, wordt in het planMER beschouwd als plangebied, de kaart in het planMER wordt daarop aangepast.
172
De wijkvereniging pleit dan ook voor een voorlopige laatste halte op de Maanweg (voor de Westenburgstraat naar de Huygenstraverse) met als wenselijk consequentie dat dan ook de Westenburgstraat (met de toch al haperende doorloop van het verkeer op het kruispunt met de Maanweg) en Opa's Veldje gespaard zullen worden.
Alternatieven voor de eindhalte van de Vlietlijn in Voorburg (op het stationsplein, aangrenzend aan de Prinses Mariannelaan de locatie Maanweg) worden onderzocht in het planMER
13
103
Er ontbreekt dus een samenhangende visie op het geheel. Voordat verdere besluiten kunnen worden genomen, moet de gemeenteraad via het Gebiedsprogramma eerst bepalen welke essentiële randvoorwaarden gelden voor de gebiedsontwikkeling Voorburg-West. Ik heb aan een klankbord sessie voor het bedrijven terrein Westvlietweg, alsmede aan werkgroep 3 en de bijeenkomst over het verkeersonderzoek deel genomen en was ontzet over het gebrek aan afstemming maar ook over de onkunde over het betreffende gebied.
De visie voor het gebied is vastgelegd in de Structuurvisie CID. Voor meer informatie over deze visie en de samenhang van de verschillende projecten - zoals de Vlietlijn en de doorontwikkeling van Binckhorst kunt u terecht op de site: https://projecten.denhaag.nl/gebied/centralinnovation-district/.
14
98
Het is van groot belang dat de bereikbaarheid van het Scoutingterrein zowel tijdens als na de werkzaamheden niet in het geding komt. Voor de Scouting is vooral de veilige en gemakkelijke toegang voor (jeugd)leden en hun ouders essentieel, zonder extra risico’s door omleidingen of beperkte doorgang. We verzoeken in de MER te specificeren hoe veilige toegang wordt gegarandeerd, zodat de Scoutingactiviteiten ongehinderd kunnen doorgaan. Daarnaast is het belangrijk dat hulpdiensten te allen tijde het terrein veilig kunnen bereiken in geval van nood.
Dit wordt niet in het planMER gespecificeerd, maar in het ontwerpproces van de Vlietlijn meegenomen. Eventuele wijzigingen in bereikbaarheid tijdens de werkzaamheden worden altijd in overleg met de betrokken partijen vormgegeven.
48
Doorontwikkeling Binckhorst De Binckhorst is een wijk in Den Haag die begrensd wordt door de spoorlijn tussen Den Haag en Gouda in het noordoosten, de spoorlijn tussen Amsterdam en Rotterdam in het noordwesten, de Trekvliet in het zuidwesten en de Broeksloot in het zuidoosten. In de 20e eeuw heeft het gebied zich ontwikkeld tot een industrieen bedrijventerrein en in de jaren ’90 is daarbij ook een kantorenpark aangelegd. Omdat het gebied gunstig ligt ten opzichte van uitvalswegen en OV-corridors, heeft de gemeente Den Haag besloten om het gebied de komende decennia te transformeren naar een gemengd woon-werkgebied. Deze ontwikkeling past binnen de bredere opgave van binnenstedelijke verdichting: de gemeente Den Haag stelde in 2021 de Structuurvisie CID 3 vast, die tot doel heeft om het Haagse centrum in omvang te verdubbelen door middel van functiemenging en de nauwere verbinding van de stations Den Haag Centraal, Den Haag Hollands Spoor en Laan van NOI. De Binckhorst grenst aan dit gebied en de transformatie van een werkgebied naar een hoogstedelijk woon-werkgebied sluit goed aan op de ontwikkelingen in het CID. De transformatie van de Binckhorst van traditioneel bedrijventerrein naar gemengd woon-werkgebied en de huidige organische manier van ontwikkelen vindt zijn oorsprong in de ‘Gebiedsaanpak Binckhorst” uit 2011.
Omdat deze organische manier van ontwikkelen lastig te regelen was in een ‘traditioneel’ bestemmingsplan, is Binckhorst vervolgens aangemeld als pilot voor het opstellen van een bestemmingsplan verbrede reikwijdte op grond van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Het bestemmingsplan verbrede reikwijdte “Omgevingsplan Binckhorst” is in november 2018 door de raad vastgesteld en in maart 2019 in werking getreden. Het omgevingsplan Binckhorst maakt onder andere de realisatie van 5000 woningen mogelijk op de Binckhorst. Omdat al snel duidelijk werd dat er zowel behoefte is aan als ruimte is voor extra woningen, is ervoor gekozen om te onderzoeken hoeveel extra programma er toegevoegd zou kunnen worden op de Binckhorst. Voor deze doorontwikkeling van de Binckhorst wordt momenteel een gebiedsprogramma opgesteld met bijbehorend ontwikkelkader en PlanMER. Voorheen werd het een gebiedsvisie genoemd, echter onder de nieuwe omgevingswet is het een gebiedsprogramma, dus deze term hanteren wij in dit document. Gelet op de onlosmakelijke samenhang met de Vlietlijn, worden beide ontwikkelingen in dit intergemeentelijke gebiedsprogramma en het planMER onderzocht.
Na vaststelling van het gebiedsprogramma en bijbehorend PlanMER, zullen de uitgangspunten en keuzes uit het gebiedsprogramma juridisch planologisch vertaald worden naar een nieuwe wijziging omgevingsplan voor de Binckhorst en de aanleg van het deel van de Vlietijn binnen Den Haag. Ten behoeve van de wijziging omgevingsplan zal een Project-MER opgesteld worden. Deze wijziging omgevingsplan vormt vervolgens het kader voor de verdere uitwerking in gebiedspaspoorten en/of het toetsen van aanvragen omgevingsvergunning. In de zomer van 2024 heeft de gemeente Den Haag een drietal stedenbouwkundige denkrichtingen opgesteld waarbij woningen, kantoren, detailhandel, horeca, bijbehorende mobiliteitsmaatregelen en maatschappelijke voorzieningen zijn ingepast in het gebied om het speelveld in beeld te brengen. Uit deze drie denkrichtingen zijn lessen getrokken en er wordt nu toegewerkt naar model (synergiemodel) dat model is tegelijk met het ontwerpend onderzoek van de planMER uitgewerkt in het model dat is opgenomen in het gebiedsprogramma. In het gebiedsprogramma wordt dit proces toegelicht.
1
3
4
Unieke zienswijze
Antwoord
Voor wat betreft de beoordeling van de doorontwikkeling Binckhorst verzoeken wij u in de beoordeling ook het effect op de omliggende gemeenten (Voorburg en Rijswijk) mee te nemen. Dit omdat wij reeds nu extra druk ervaren op de voorzieningen (speeltuinen, scholen, huisartsen), sportvoorzieningen, enz.) en leefomgeving (luchtkwaliteit, drukte op de weg, enz.) van de woningen die nu reeds in de Binckhorst zijn gebouwd.
In het planMER beoordelen we of er binnen de Binckhorst voldoende maatschappelijke voorzieningen aangelegd kunnen worden, zodanig dat de nieuwe bewoners van de Binckhorst niet uit zullen wijken naar omliggende wijken voor speeltuinen, scholen, sportvoorzieningen, etc. Hiervoor zijn zogenaamde richtinggevende normen beschikbaar die voor dit soort functies uitgaan van het aantal vierkante meters per woning. De
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9574313/2/RIS307135_Bijlage_1_-_201118_SV_CID_-_Structuurvisie_CID_gew_vastgesteld
49
plannen voor de doorontwikkeling toetsen we kwantitatief op basis van deze richtinggevende normen. Als blijkt dat niet wordt voldaan aan deze normen, wordt dat aangegeven en kan dat leiden tot meer druk op de omliggende wijken. 26
10
Er moeten méér effecten en meer kwantitatief in plaats van kwalitatief worden onderzocht. De in 4.4. genoemde lijst moet naar mijn mening worden aangepast met: oversteekplaatsen: kwantitatief, dus niet kwalitatief. - capaciteit kruispunten: kwantitatief, dus niet kwalitatief. - doorstroming op de hoofdroutes en afstelling van de verkeerslichteninstallaties, ook onderling op de hoofdroutes. - Grondwater: kwantitatief, dus niet kwalitatief. - Geluid en luchtkwaliteit ook uitvoeren voor een ruim af te bakenen gebied. De geluidhinder en trillingen van de tramverbindingen moeten gedetailleerd worden onderzocht, zeker ook bij de bochten in de route. De geluidhinder en luchtverontreiniging van het autoverkeer op de hoofdverkeersroutes, waaronder blijkbaar ook het toenemend verkeer op onder meer de Rijswijkseweg en Haagweg, moeten in beeld worden gebracht, zodat daar maatregelen op kunnen worden afgestemd.
Het gebiedsprogramma is nog geen concreet plan maar geeft richting aan de gewenste ontwikkelingen. Het is ook daarom dat het gebiedsprogramma nog een zekere mate van abstractieniveau heeft. Dat kan en mag ook omdat het in deze fase nog niet zo zeer gaat om het exacte effect, maar om de vraag of de effecten van specifieke beleidskeuzes op zodanig abstractieniveau dat nog niet alle onderdelen kwantitatief beoordeeld onderscheidend zijn, dat willen zeggen welke keuze is beter of slechter en waarom. Er wordt met andere woorden van grof naar fijn gewerkt. kunnen worden omdat details nog niet bekend zijn of omdat er nog te veel variabelen zijn. Dat laat onverlet dat waar mogelijk en zinvol effecten kwantitatief worden onderzocht om de beleidskeuzes te ondersteunen. Hieronder gaan we per beoordelingsaspect in op uw zienswijze: - We brengen de oversteekbaarheid van het tramtrace en de wegen waar deze rijdt kwantitatief en kwalitatief in beeld - We beschrijven de capaciteit van kruispunten (zowel waar de vlietlijn rijdt als de relevante kruipunten in de omgeving in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg) kwantitatief op basis van zogenaamde cyclustijden die afkomstig zijn uit het verkeersmodel - Doorstroming op de hoofdroutes is onderdeel van het verkeersonderzoek en wordt
50
gerapporteerd. Afstellingen van verkeersregelinstallaties (VRI's) worden niet meegenomen in het planMER - Grondwatereffecten brengen we kwalitatief in beeld - Geluidhinder wordt kwantitatief bepaald op basis van het verkeersmodel. Dit gaat ook in op de Rijswijkseweg en de Haagweg - Er wordt trilling onderzoek uitgevoerd voor de Vlietlijn - Er wordt onderzoek naar booggeluid t.g.v. de Vlietlijn uitgevoerd 20
18
Impact op milieu en leefomgeving De in de NRD aangegeven milieueffecten lijken zich met name te richten op de lange termijneffecten, terwijl de tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase niet duidelijk zijn uitgewerkt. Ik verzoek om een uitgebreidere beoordeling van de gevolgen voor de luchtkwaliteit, geluidsbelasting en biodiversiteit in de buurt van Huygens’ Hofwijck en omliggende gebieden, zoals ook aanbevolen door de Commissie mer (advies 14 december 2020). Met name de verwachte effecten van trillingen en geluid tijdens de bouwfase vereisen meer aandacht.
Tijdelijke effecten tijdens de realisatie worden in het planMER vooral kwalitatief in beeld gebracht. Overigens gelden ook voor tijdelijke effecten/ hinder normen waaraan zal moeten worden voldaan.
77
36
Het mogelijk maken van de bouw van 7.500 nieuwe woningen in het gebied, bovenop de 5.000 woningen die reeds in het Omgevingsplan van 2018 zijn vastgelegd, zal een aanzienlijke stijging van de verkeers- en parkeerdruk veroorzaken rondom de groothandel. Op korte afstand zal reeds worden voorzien in twee hoogbouwcomplexen, te weten 'BoogieWood' en 'de Bincker', die de bereikbaarheid van de groothandel op soortgelijke wijze verslechteren. De bereikbaarheid van de groothandel zal verder verslechteren door de aanleg van de Vlietlijn. Volgens de vrijgegeven voorontwerpen zal deze trambaan worden aangelegd tussen de Binckhorstlaan en de groothandel. Respondent verkeert hierom in grote onzekerheid over de toekomst van de ontsluiting van de groothandel en parkeergelegenheid aan de voorzijde van de groothandel. Bij Respondent is bekend dat de gemeente deze ontsluiting wil opheffen en vervangen voor een ontsluitingsmogelijkheid aan de achterzijde via de Supernovaweg. De ontsluiting zou volledig moeten worden gewijzigd, hetgeen een kostbare aangelegenheid is. Tevens moet de clientèle verder omrijden terwijl tegelijkertijd de zichtbaarheid van de groothandel afneemt. Het resultaat voor Respondent is een optelsom van zeer verhoogde (verkeers)drukte en verminderde bereikbaarheid/toegankelijkheid/zichtbaarheid van de groothandel.
Onderdeel van de inpassing van de Vlietlijn is het waarborgen van de bereikbaarheid en het functioneren van de panden direct langs het tracé. Daarover zal het ontwerpteam van de Vlietlijn met de respondent in gesprek gaan.
51
77
37
Het is essentieel dat de groothandel bereikbaar blijft vanaf de Binckhorstlaan. Dit geldt evenzeer voor de huurders van Respondent die aan de Binckhorstlaan gevestigd zijn. Respondent dringt er daarom op aan dat in het kader van de MER-procedure onderzocht wordt welke gevolgen de ontslutingswijziging heeft. Dit onderzoek moet in ieder geval zien op de verkeersafwikkeling (in hoeverre vindt een goede doorstroming van het verkeer plaats?), de reistijd (hoeveel tijd kost het om de groothandel te bereiken?) en de bereikbaarheid (in hoeverre zal de groothandel bereikbaar blijven voor auto's en vrachtverkeer?).
We gaan met Respondent in gesprek. In het verkeersonderzoek zijn de verkeerseffecten en verkeersafwikkeling in een groter gebied in beeld gebracht. Bij de uitwerking van de Vlietlijn is leidend dat alle bedrijven voor gemotoriseerd verkeer bereikbaar zijn en blijven.
77
38
Er moet gebiedsbreed onderzoek worden gedaan naar (het beperken van) de parkeerdruk, omdat de enorme toename aan woningen (met bijbehorende functies) in de Binckhorst leidt tot een gebiedsbreed tekort aan parkeerplaatsen. In dit onderzoek moet niet slechts worden gekeken naar de planologische situatie, maar naar de feitelijke situatie. Specifiek voor Respondent moet de parkeerdruk ter hoogte van de groothandel in kaart worden gebracht.
Er wordt zondermeer onderkend dat een toename van wonen (en bijhorende functies) kan leiden tot het verder vergroten van de parkeerdruk, daarvoor is ook geen aanvullend onderzoek noodzakelijk. De uitdaging is om te kijken of en in welke mate er een goede balans kan worden gevonden tussen meer inwoners en meer mobiliteit door een beleid dat is gericht op zowel het stimuleren van andere vervoerwijzen dan de auto zoals de fiets en het OV (de Vlietlijn) als ook een beleid dat het gebruik van de auto ontmoedigd. Welk effect dit heeft wordt in het planMER inzichtelijk gemaakt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar effecten in de in de Binckhorst zelf, maar ook naar het risico op het uitwijken van parkeerders naar aan de Binckhorst grenzende wijken, het zogenaamde ‘waterbedeffect’. Tot slot, de behoefte aan wonen maakt ook dat de beschikbare (openbare) ruimte schaarser wordt en er dus scherpe keuzes gemaakt moeten worden wat met deze openbare ruimtes te doen. Deze keuzes zijn al expliciet gemaakt in bijvoorbeeld het vigerend parkeerbeleid van de gemeente waarin wordt geëist dat bij een transformatie van een locatie het parkeren op het eigen terrein dient te worden opgelost.
52
77
39
Respondent benadrukt dat niet kan worden gewacht met de voorbereiding van het noodzakelijke verkeersonderzoek. Dit heeft te maken met de procedure waarmee de gemeente haar besluitvorming voor de plannen voorbereidt. Als de NRD eenmaal is vastgesteld, is tevens vastgesteld welke onderzoeken ten grondslag zullen liggen aan de doorontwikkelingsplannen. Deze onderzoeken worden vervolgens in de vorm van een plan-MER aangehecht aan het Gebiedsprogramma die het kader zal stellen voor de doorontwikkeling. De huidige ontwerpfase is dus het laatste moment waarop Respondent kan aangeven dat onderzoek moet worden gedaan naar haar bereikbaarheid in de nieuwe situatie. Als dit onderzoek uitblijft, worden de doorontwikkelingsplannen vastgesteld zonder dat daarbij rekening is gehouden met de bereikbaarheid van de groothandel. Dat zou leiden tot een onzorgvuldig voorbereid besluit.
We gaan met Respondent in gesprek met betrekking tot de bereikbaarheid van de groothandel en de nog te volgen procedures.
2
16
Het is ons niet duidelijk of al is berekend of alle gemeentelijke ambities voor de Binckhorst eigenlijk wel passen in de beschikbare fysieke en milieuruimte. Wij ontvangen graag de onderbouwing van de gemeentelijke ambities van 12.500 woningen en de niet kwantitatief benoemde uitbreiding van het aantal arbeidsplaatsen.
De onderbouwing van het aantal woningen komt uit het Gebiedsprogramma Binckhorst en is een afgeleide van de totale woningbouwopgave van de gemeente Den Haag. De haalbaarheid van de woningbouwplannen vanuit de beschikbare fysieke en milieukundige ruimte wordt onderzocht en gerapporteerd in het planMER.
2
17
De gemeente heeft, blijkens de tekst op pagina 12 blijkbaar een synergiemodel ontwikkeld op basis van diverse denkrichtingen. Wij kennen dat synergiemodel niet. Hoe is dat synergiemodel precies tot stand gekomen en wat was de rol van participatie in dat proces? Op dat bewuste synergiemodel wordt een aantal varianten onderzocht. Het synergiemodel waarop de varianten van pagina 13 zullen worden toegepast vormt geen onderdeel van de voorliggende notitie. Wij vragen de opstellers ons het bewuste synergiemodel toe te sturen. Dit synergiemodel vormt immers het kader waarbinnen slechts varianten kunnen worden onderzocht, en het is daarmee voor de Doorontwikkeling Binckhorst meteen het belangrijkste kader.
Zie algemene toelichting
2
18
Hoe verhoudt de intussen aan de gemeente Den Haag beschikbaar gestelde LER (Leefbaarheids Effect Rapportage1) zich tot de metingen en processen die in deze notitie staan beschreven? Waar verschillen de normen en waarom?
Het planMER is wettelijk voorgeschreven in de omgevingswet en een LER niet. Er bestaat overlap tussen een LER en een planMER. Deze bestaat vooral uit ruimtelijke aspecten. Denk daarbij aan het aantal vierkante meters openbaar groen per woning en het aantal parkeerplekken. De gemeente Den Haag werkt voor o.a. de Binckhorst met het instrument RAVEL, via de website “DenHaag.incijfers.nl”. Verschillen tussen de gegevens uit de RAVEL
53
kunnen verschillen met de gegevens van de PlanMER, omdat de peildata verschillen. Leefbaarheid komt dus langs die lijn terug in de planMER. 2
19
Hoe worden de huidige problemen m.b.t. de leefbaarheid meegenomen in het onderzoek? In de tekst op pagina 18 van het document staat dat beoordeling van de huidige situatie niet zinvol en zelfs niet relevant wordt geacht.
In het planMER wordt de huidige situatie
beschreven en beschouwd. Met de tekst op pagina 18 van de NRD wordt geen waardeoordeel gegeven aan de huidige situatie maar is bedoeld dat we de huidige situatie samen met de autonome ontwikkeling (de referentiesituatie) als nulmeting gebruiken om het effect van de doorontwikkeling van de Binckhorst aan te toetsen. Uit de beschrijving van de huidige situatie komt naar voren welke problemen met de leefbaarheid er nu in het studiegebied zijn en tot welke opgaven dit leidt voor het Gebiedsprogramma.
2
20
Hoe wordt in de doorontwikkeling voorkomen dat er niet steeds gerepareerd moet worden vanwege missers?
Zorgvuldigheid staat voorop bij de doorontwikkeling van de Binckhorst. Feedback van bewoners en stakeholders wordt actief geïntegreerd om problemen vroegtijdig te identificeren en te voorkomen.
2
21
Wij willen dat er in het Gebiedsprogramma een specifiek deel opgenomen wordt over de combinatie van wonen en werken. Er zijn onderzoeksbureaus die bijvoorbeeld een zgn. ‘mengbaarheidsmeter’ hebben ontwikkeld voor dit doel. Hierin wordt uitgegaan van milieu categorieën van bedrijven. Toch kom je er niet helemaal wanneer je dit toepast. Er zijn ook bedrijven die wel overlast veroorzaken maar die geen milieuvergunning nodig hebben. Voorbeeld: het (dieren) crematorium en bepaalde koeriersbedrijven.Beleid zou bijvoorbeeld kunnen zijn:bedrijvigheid met veel geur/lawaai/(zwaar) verkeer in een aparte hoek van de wijk concentreren bv daar waar al veel verkeerslawaai en luchtverontreiniging is; Daar dan ook géén woningbouw toestaan. Pegasus en Orion zijn voorbeelden van woongebouwen die in een gebied staan waar de bedrijfsbelasting hoog is en dat lijkt vooralsnog geen succes.- Niet verwachten dat bedrijvigheid in plinten van woongebouwen de oplossing is: alleen detailhandel, dienstverlening, creatieve en design/ICT, horeca en een enkel ambacht past daar. Maar de kosten zijn voor deze ondernemers vaak veel te hoog en woongebieden met een plint die s avonds verlaten is voelen niet veilig.- Misschien kun je dan beter stadswoningen aan de straten hebben dan de onvermijdelijke 4-6 meter hoge plint die onverhuurd
In het planMER wordt expliciet ingegaan op de wisselwerking tussen wonen en werken en welk effect dit heeft op de ruimtelijke inrichting.
54
In het planMER wordt daarvoor gebruik gemaakt van de richtafstanden voor geurhinder, luchtkwaliteit, geluidhinder en veiligheid die gelden voor alle bedrijven met een milieucategorie van 2 tot en met 6 en hoger. Met deze door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten) VNG) opgestelde milieucategorieën wordt de mate van belasting op het milieu aangeduid variërend van milieucategorie 1 (lichte bedrijvigheid) t/m 6 (zware industrie). Aangezien het bij milieucategorie 1 gaat om bedrijven met een heel lage milieuhinder voor de omgeving
blijft.- En aparte, goedkopere bedrijfsgebouwen veel meer de hoogte in met specifieke voorzieningen voor die bedrijven, zoals een parkeervoorziening laden/lossen (voorbeeld Binck Twins).
worden deze als niet onderscheidend beschouwd zodat deze ook niet worden meegenomen in de beoordeling. Op kaarten brengen we in beeld welke woningblokken binnen de hindercontouren vallen en waar milieudruk vanuit bedrijvigheid dus een aandachtspunt is. Het planMER geeft in deze fase weliswaar inzicht in de te verwachten milieueffecten van het gebiedsprogramma, maar regelt niet de feitelijke vergunningverlening. Daarvoor zal eerst nog sprake moeten zijn van een wijziging van het Omgevingsplan. In het Omgevingsplan zal worden aangeven of, waar en in welke mate er sprake is van het toestaan van milieubelastende activiteiten. Bij de feitelijke aanvraag voor een vergunning van een milieubelastende activiteit zal dit worden getoetst.
4 5
2
23
De Haagse Gemeenteraad heeft de ‘Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen’4 aangenomen. Wij verwachten dat deze (minimale) normen een vanzelfsprekend uitgangspunt zullen zijn bij de MER en het Gebiedsprogramma en de Doorontwikkeling Binckhorst. Toch zien we deze normen niet terug in het onderhavige document. Graag vernemen we hoe de opstellers hiertegenover staan en hoe ze deze normen toepassen.
In het planMER nemen we een beschouwing op van de Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen. In geval dat van de normen afgeweken wordt, beschrijven we wat daar de effecten van zijn.
2
24
Pagina 4 Paragraaf 1.2 Hierin wordt gesproken over 7.500 extra woningen en extra arbeidsplaatsen. Om hoeveel extra arbeidsplaatsen gaat het? Wat is het huidige aantal arbeidsplaatsen in de Binckhorst en waarom is uitbreiding van die arbeidsplaatsen noodzakelijk? Hoeveel m2 bedrijfsruimte is er gemoeid met het toevoegen van die arbeidsplaatsen en hoeveel m2 op maaiveld wordt hiervoor gerekend? Ook in Omgevingsplan 1.0 was er sprake van een toename van arbeidsplaatsen in de Binckhorst. Hoeveel van die ruimte is tot op heden gerealiseerd?
Voor het aantal gerealiseerde projecten verwijzen we u naar het projectenoverzicht Binckhorst5. Daaruit blijkt dat er voor ruim 120.000 m2 economisch en maatschappelijk programma plannen is- of wordt gerealiseerd, dit is ca. 2000 – 3500 arbeidsplaatsen. Ten opzichte van het huidige omgevingsplan Binckhorst wordt er planologisch in het
Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 Projectenoverzicht Binckhorst sept 2024 55
gebiedsprogramma geen extra bedrijfsruimte toegevoegd.
2
27
Pagina 12 laatste regelCitaat: ‘Een belangrijk aandachtspunt voor deze transformatie is de gezondheid van de leefomgeving: er moet voldoende ruimte op maaiveld beschikbaar blijven voor groen, bewegen, spelen en ontmoeten, en risico’s op (gezondheids)schade vanwege wateroverlast en hittestress moeten beperkt worden.” M.b.t. de ontwikkeling van een woonwijk zijn er naast de genoemde factoren nog veel meer factoren die de risico’s op gezondheidsschade kunnen, ja moeten beperken: veilige woonomgeving, scheiding druk verkeer en wonen, overlastgevende bedrijven op voldoende afstand, luchtkwaliteit (fijnstof) lawaai, geuroverlast. Zie ook de Handreiking Planregels Gezonde leefomgeving van de GGD’n in Nederland. 5 In dat licht is het opmerkelijk dat het nu vigerende Omgevingsplan en de Omgevingstafel blijkbaar de omgevingsvergunning hebben afgegeven om pal op een van de meest (lucht) vervuilde en lawaaierige kruispunten van Den Haag (Melkwegstraat/Regulusweg) het gebouw Elara te bouwen met 140 sociale huurwoningen. Ook staat een deel van de woningen van Binck City Park (met open balkons) aan de Binckhorstlaan, op de plek waar blijkens de eerdere MER een zeer hoge concentratie luchtvervuiling aanwezig is vanwege de uitgang van de Victory BoogieWoogie tunnel.
Voor zover ons bekend zijn er geen filter maatregelen genomen om die lucht te zuiveren.Blijkbaar heeft de vorige MER uit Omgevingsplan 1.0 dergelijke missers niet kunnen voorkomen.: Hoe zal het huidige MER voor de Doorontwikkeling Binckhorst eraan gaan bijdragen dat woningbouw op plaatsen met een evident slechte luchtkwaliteit in de toekomst in de Binckhorst niet meer zal gaan plaatsvinden? Is hier een rol voor de Omgevingstafel? Wij pleiten sowieso voor het toevoegen van factoren als luchtkwaliteit, lawaai en geur aan de factoren die de gezondheid negatief kunnen beïnvloeden.
56
In het PlanMER wordt luchtkwaliteit, lawaai en geur meegewogen en maakt onderdeel uit van het thema Gezondheid. Het instrumentarium tav Gezondheid wordt pas later uitgewerkt bij wijziging van het huidige omgevingsplan. Daarnaast, moet uit onderzoeken voor het planMER blijken of locaties geschikt zijn voor gevoelige functies. De GGD heeft een advies uitgebracht op basis van de NRD (zie verderop in deze NVA), het thema gezondheid zal overeenkomstig de reactie op dat advies in beeld worden gebracht. De omgevingstafel Binckhorst is bedoeld voor de toetsing van ingediende bouwaanvragen aan de planregels van het omgevingsplan en heeft geen rol in de doorontwikkeling. Alle vergunningen die zijn verleend op basis van het huidige omgevingsplan, zijn getoetst aan de wettelijke normen en voldoen daaraan. Er is dus geen sprake van afwijking van wettelijke normen bij gerealiseerde initiatieven. De wettelijke normen zullen ook uitgangspunt zijn voor het te wijzigen omgevingsplan.
2
30
Pagina 13, paragraaf 3.3 tweede regel Citaat: “Binnen het synergiemodel wordt een aantal varianten onderzocht in het planMER’ En: ‘Bandbreedtes dichtheid woningbouw en gevolg op de leefkwaliteit en zonwindhinder’ Om welke varianten gaat het hier? Het gaat niet alleen om de dichtheid van de woningbouw maar ook om het soort, voor wie gaan we bouwen? Welke typen woningen/woningbouw zijn in de varianten voorzien in welke percentages, locaties en hoogten? Wordt in de varianten ook gesproken over aard, type en locatie van de bedrijvigheid? Zie ook de vraag/opmerking hierna.
2
31
Pagina 13, paragraaf 3.3 vierde bulletCitaat: ‘Analyse bedrijven cat. 3.1 en hoger in relatie hinder en treffen van bronmaatregelen’Is er een overzicht van alle bedrijven in de Binckhorst en hun eventuele milieucategorie? Waarom worden categorieën lager dan 3.2 niet meegenomen? Wij stellen voor om alle bedrijven in de Binckhorst in de MER mee te nemen. Ook vragen wij om aandacht voor c.q. meten van het stapelen van overlast zoals geur vanuit diverse richtingen, fijnstof, verkeerslawaai én bedrijfslawaai. Hoe gaat plan MER stapelen van overlast meten en verwerken? In het vorige plan MER is, ondanks de complexe werkwijze, hier(redactie: overlast door bedrijven uit lagere categorieën) geen aandacht aan besteed, met als gevolg nu overlast voor bewoners én/of uitstel van grote woningbouwtrajecten, terwijl het bevoegd gezag geen mogelijkheden heeft dit aan te pakken, omdat ‘het omgevingsplan deze ruimte geeft’. Hoe kan dit in de ‘Doorontwikkeling Binckhorst’ zo worden opgenomen dat deze missers worden voorkomen?
57
In het planMER wordt gekeken naar zon en wind. Er worden twee varianten onderzocht: een met veel gebouwen en een met minder gebouwen. In het Gebiedsprogramma worden de soorten woningen en de beoogde doelgroep(en) beschreven alsmede het type bedrijvenbedrijven beschreven. De bedrijven mogen maximaal in milieucategorie 2 vallen. Milieucategorie 2 bedrijven zijn bedrijven die een matige impact op het milieu hebben. Voorbeelden zijn bouwbedrijven, houtbewerkingsbedrijven en supermarkten. Deze bedrijven moeten zich aan bepaalde regels houden om overlast zoals geluid, geur en stof te beperken. Het overzicht van bedrijven is opgenomen in het huidige omgevingsplan onder de tabel Bestaande Activiteiten. In het planMER worden alle milieubelastende activiteiten van cat. 2 en hoger meegenomen. Lagere milieu categorieën kunnen zich vrij vestigen op de Binckhorst (mits er voldoende gebruiksruimte beschikbaar is) en zijn mengbaar met woningbouw. Er zijn cumulatiekaarten beschikbaar voor wat betreft fijnstof en geluid. Ook worden deze effecten cumulatief in beeld gebracht als onderdeel van de modelonderzoeken voor deze aspecten. Bij de gemeente zijn geen klachten bekend in verband met bedrijven in lagere milieu categorieën en er is tevens geen sprake van uitstel van grote woningbouwprojecten door de nabijheid van bedrijven in een lagere milieucategorie.
2
133
Pagina 13, Paragraaf 3.3 zesde bullet Citaat: ‘Ontwikkelen van een wijkhart met commerciële voorzieningen zoals detailhandel en horeca ‘ Wij stellen voor dat het Wijkhart hier niet alleen moet gaan over commerciële voorzieningen. In een Wijkhart horen ook publieke voorzieningen zoals een wijk/buurthuis, gezondheidszorg, en plaats voor kunst en cultuur. Graag opnemen van ook deze voorzieningen in de varianten. Om het karakter van de Binckhorst recht te doen, zou een dergelijk Wijkhart gesitueerd moeten worden op een centraal gelegen locatie met karakteristieke eigenschappen, bijvoorbeeld de zgn. ‘Binckplekken’ en de publieke voorzieningen zouden liefst in een historische locatie moeten worden geplaatst. Graag ook opnemen van de Binckplekken in de mogelijkheden van het realiseren van een Wijkhart. Wij denken dat de voormalige asfaltcentrale een prachtige plek zou zijn voor een Wijkhart.
In het Gebiedsprogramma en in het planMER wordt er invulling aan het wijkhart gegeven. Deze zal niet precies op de locatie van de voormalige asfaltcentrale situeren, maar nabij de voormalige asfaltcentrale. Daarin zijn zowel commerciële als maatschappelijke voorzieningen verder uitgewerkt.
2
134 a
Pagina 13, Paragraaf 3.3 zevende bullet Citaat:’ Varianten in verkeersafwikkeling, autoluw maken van deelgebieden en verbeteren van de langzaamverkeersstructuur’ Hierbij uitdrukkelijk opnemen dat ook de huidige nu al bestaande verkeersproblematiek en onveiligheid in de varianten zal worden opgenomen; De variant dat er een extra op/afrit naar de A12 zou kunnen komen in het verlengde van de Mercuriusweg hier ook in opnemen. Hiermee zou een zeer groot deel van het autoverkeer door de Binckhorst worden verminderd, hetgeen ook de bereikbaarheid van/naar Rijswijk en Voorburg verbetert. Het onderzoek dat Royal Haskoning nu doet naar de verschillende varianten heeft deze variant niet opgenomen. Wat wordt hier bedoeld met het autoluw maken van deelgebieden?
De huidige verkeerssituatie wordt als onderdeel van de referentiesituatie in het planMER beschreven. De variant van een rechtstreekse aansluiting van de Neherkade/Mercuriusweg op de A12 is niet bij de mogelijke maatregelen meegenomen omdat deze verkeerskundig en ruimtelijk niet in te passen is. Autoluw houdt in dat er in de deelgebieden autoverkeer zonder herkomst of bestemming in dat deelgebied wordt ontmoedigd door een combinatie van inrichting en verkeercirculatiemaatregelen.
2
135
Pagina 13, Paragraaf 3.3Citaat: ‘De ontwikkeling en realisatie van gebiedsplannen voor deze deelgebieden zullen gefaseerd plaatsvinden.’Wat wordt hier bedoeld? Worden de verschillende gebieden opeenvolgend verder uitgewerkt? Hoe ziet die fasering er precies uit? En wat is daarvan de bedoeling?Op dit moment zijn de bouw en wooninitiatieven in de Binckhorst min of meer random verdeeld, als gevolg van de wijze waarop destijds de reservering van woningen is geregeld. Hoe gaat de gemeente er zorg voor dragen dat in de deelgebieden het karakter en de bedoeling wordt gehandhaafd en dat de samenhang in bouw, en ontwikkeling logisch en intact blijft?
Het Gebiedsprogramma beschrijft de beoogde gefaseerde ontwikkeling van het gebied. Het Gebiedsprogramma is integraal, zaken als samenhang en karakter worden hierin nader uitgewerkt. De bedoeling van de faseringsstrategie is dat er meer regie komt op de meerjarenplanning van de realisatie. Concreet noemt het Gebiedsprogramma dit ‘Affe buurtjes’. Dit onderdeel wordt in het planMER beoordeeld als onderdeel van de beoordeling op doelbereik.
58
2
136
Pagina 16 Paragraaf 4.4 tabel 3 Beoordelingskader Duurzame mobiliteit, ruimte voor fietsers en voetgangers: Dit wordt alleen kwalitatief onderzocht. Gezien de verwachte toename van het aantal fietsers met bijna 600% 7 en de bestaande tendensen m.b.t. elektrische fietsen, bakfietsen en grotere snelheidsverschillen tussen fietsen willen wij dat deze ruimte in de MER niet alleen kwalitatief maar ook kwantitatief wordt onderzocht. Is de ruimte voor fietsers in de toekomst nog wel voldoende? Zijn de fietspaden breed genoeg, is er straks voldoende opstelplaats bij de kruispunten? Capaciteit verkeersnetwerk, capaciteit kruispunten: Waarom wordt dit alleen kwalitatief onderzocht? Er dreigt flinke verkeerschaos in de Binckhorst met een toename van het autoverkeer van 81% in 2040 , terwijl er nu al grote knelpunten zijn in de doorstroming, vooral te wijten aan verkeer dat van en naar de A12 gaat.
We beoordelen aan de hand van richtlijnen voor de inrichting van voorzieningen voor langzaam verkeer of de voorzieningen in het Gebiedsprogramma voor fietsers en voetgangers voldoende gedimensioneerd zijn. Concreet betekent dit dat dit aspect daarmee kwantitatief wordt onderzocht in het planMER. Ook de capaciteit van wegen en kruispunten wordt kwantitatief onderzocht.
2
137
Pagina 16 Paragraaf 4.4 tabel 3 Beoordelingskader Luchtkwaliteit: verandering in jaargemiddelde concentratie stikstofoxiden, fijnstof en zeer fijnstof: Hier wordt naar jaargemiddelden gekeken. Wordt dit jaargemiddelde ook per locatie/gebied vastgesteld? Zo ja op welke schaal? Is de hoge concentratie die nu al wordt gemeten op het kruispunt Regulusweg /Melkwegstraat en Mercuriusweg/Binckhorstlaan en bij de uitgang van de VictoryBoogieWoogietunnel ook zichtbaar met de gekozen methode? Graag vergelijken van de gevonden waarden met de GGD adviezen, en daarbij gebieden aanwijzen waar woningbouw niet wenselijk is, zodat dit ook in de wetgeving kan worden vastgelegd.
Er wordt gebruik gemaakt van voor dit soort studies gevalideerde modellen. Het model is daarbij nauwkeurig genoeg om de piek van vervuiling bij de ingang van de VictoryBoogieWoogietunnel te laten zien. We laten de resultaten zien met kaarten, die we in het planMER uitleggen. We vergelijken deze resultaten met andere informatie, zoals adviezen van de GGD. Op basis hiervan doet het planMER uitspraken over de wenselijkheid van woningbouw vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit.
59
2
6
138
Pagina 17 tabel 3 BeoordelingskaderStedelijk groen en recreatie: Hier alle punten kwantitatief onderzoeken en leggen naast de ‘Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ 10 Bij bewoners bestaan grote zorgen of naast alle woningbouw, bedrijvigheid, ruimte voor verkeer en vervoer er wel voldoende fysieke ruimte overblijft voor openbaar groen dat ook daadwerkelijk door bewoners kan worden gebruikt. De stroken in de midden- en tussenbermen van de Binckhorstlaan tellen waarschijnlijk wel mee bij het berekenen van de hoeveelheid openbaar groen, evenals de begraafplaats Sint Barbara, maar dit groen is voor bewoners alleen visueel aantrekkelijk, doch niet direct bruikbaar voor recreatie. Ook zijn er nu geen openbaar toegankelijke speeltuinen of wandelpaden. De plannen voor het Waterfrontpark bestaan al enkele jaren, maar de kans dat dit in de komende tien jaar zal worden gerealiseerd achten we zeer klein. Graag ook rapporteren van de hoeveelheid groen en recreatie in de tussenliggende transitieperiode, ook als onderdeel van de uitgangssituatie.Gezondheid en klimaatadaptatie: Alleen verandering van het Milieugezondheidsrisico wordt kwantitatief gerapporteerd. De overige factoren alleen kwalitatief.
De overige 4 factoren zijn zeker zo belangrijk en dienen daarom ook kwantitatief te worden gerapporteerd.Windcomfort en -hinder en licht en schaduw: Hoeveel bewoners/woningen zullen met deze factoren te maken krijgen en welke maatregelen zullen daartegen kunnen worden genomen? Zeker een reden om dit ook kwantitatief te benaderen in plaats van alleen kwalitatief. Indien dit alleen kwalitatief wordt benaderd heeft het voor bewoners meer het karakter van een wassen neus.
Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 RIS317835
60
Voor de Binckhorst worden richtinggevende normen6 toegepast. Het startpunt hiervoor zijn de Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen. In het planMER nemen we een beschouwing op van de toegepaste richtinggevende normen. Daarbij beschrijven we voor de punten waarop hiervan afgeweken wordt op basis van welke overwegingen dit is gebeurd. De beschikbaarheid van groen en voorzieningen in de realisatiefase wordt ook meegenomen in het onderzoek. De andere factoren onder Gezondheid en klimaatadaptatie worden ook kwantitatief onderzocht, en hetzelfde geldt voor windklimaat en bezonning.
2
139
Pagina 17Citaat: ‘Gezondheid. In verdichtingsgebieden is de gezondheid van de leefomgeving een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkelplannen. Het planMER is het instrument bij uitstek om in beeld te brengen wat nodig is voor een gezonde leefomgeving en om te toetsen of de ontwikkelplannen aan de daarbij behorende randvoorwaarden voldoen. In dit planMER stellen we daarom een apart beoordelingskader op aan de hand waarvan we de gezondheid van de leefomgeving kwantitatief kunnen beschrijven. Daarbij maken we onderscheid tussen gezondheid beschermde factoren (onder meer geluidoverlast, luchtkwaliteit, hittestress, toegang tot voorzieningen) enerzijds en gezondheid bevorderende factoren (onder meer toegang tot stedelijk groen, speel- en sportplekken en de aantrekkelijkheid van infrastructuur voor langzaam verkeer) anderzijds.’BinckhorstBewoners juicht het toe dat er in het planMER uitdrukkelijk aandacht komt voor de gezondheid van de leefomgeving, en ook dat er een apart beoordelingskader gezondheid komt. Hoe ziet dit beoordelingskader er precies uit? Welke normering wordt aangehouden voor welk onderdeel? Blijkbaar gaat het hier ook om een balans tussen factoren die slecht zijn voor de gezondheid (in het document versluierend gezondheid beschermde factoren genoemd) en factoren die welzijn/gezondheid bevorderen.
Het lijkt erop alsof hier via een omweg de ‘salderingsmethode’ uit het MER van Omgevingsplan 1.0 weer van stal wordt gehaald. Op welke wijze wordt de balans opgemaakt? Wij willen hier volledige transparantie en bronvermelding over de gekozen items, meetmethoden, normering en weging.De items en resultaten die worden opgenomen in de MER rapportage moeten worden gelegd naast de GGD normen11 en de Leefbaarheids Effect Rapportage (LER) zoals die recent door de Raad is aangenomen12.
61
Het beoordelingskader gezondheid wordt verder uitgewerkt in het kader van het planMER. Dit beoordelingskader zal in samenspraak met GGD worden opgesteld. Er zullen waar mogelijk gemeentelijke streefwaarden of normen worden gehanteerd, als die er niet zijn zal worden teruggevallen op andere streefwaarden en normen. Ontbrekende informatie die het onmogelijk maakt een aspect te beoordelen wordt ook benoemd als onderdeel van de beoordeling van de gezonde leefomgeving.
2
35
140
39
Pagina 18 Hoofdstuk 4.5Citaat: ‘We kiezen ervoor om aan de referentiesituatie geen scores toe te kennen. De reden hiervoor is dat de huidige situatie en de autonome situatie in 2040 dermate verschillen van de projectsituatie dat een beoordeling hiervan weinig zinvol is. Ter verduidelijking: een groot deel van de Binckhorst bestaat nu nog uit bedrijventerrein, en de randvoorwaarden met betrekking tot de omgevings- en milieukwaliteit zijn hiervoor erg verschillend van die van het gemengde woonwerkgebied waar voor de Binckhorst naartoe gewerkt wordt. Zo is het aanbod in de huidige situatie het aanbod aan speel- en recreatieplekken niet relevant, en is er ook op het gebied van bijvoorbeeld circulariteit, trillingen, en cultuurhistorie & archeologie nog geen zinvolle beoordeling te geven aan de huidige situatie en autonome ontwikkeling.’Dit citaat baart Binckhorst Bewoners grote zorgen. Ten eerste: uitgangspunt van Omgevingsplan 1.0 is dat alle bestaande bedrijvigheid mag blijven. De kans is groot dat alle nu bestaande bedrijven, al dan niet met juridische procedures, zullen blijven zitten. Dus ook de overlast. Ten tweede: Er wonen nu al duizenden mensen op de Binckhorst, die dagelijks overlast ervaren van hun omgeving: verkeer, vervoer, lawaai, geur en fijnstof, en het ontbreken van voorzieningen, zoals speel en recreatieplekken.
De uitgangssituatie bewust niet in beeld brengen ontkent daarmee impliciet de aanwezigheid van die bewoners. Alsof zij er nu nog niet toe doen opmerking over speel en recreatieplekken!-, pas in 2040. Het is daarom juist van belang om de huidige situatie in kaart te brengen waarbij alle bedrijven moeten worden betrokken. Zie het eerder genoemde voorbeeld van het dierencrematorium. Dit punt weegt voor BinckhorstBewoners zwaar. Wij willen, ook in de transitieperiode, duidelijkheid over de condities waaronder wonen en werken goed kunnen samengaan. En we willen, ook in de transitieperiode, dat er vanuit de gemeente uitdrukkelijk beleid en budget beschikbaar wordt gesteld voor verbetering van de leefbaarheid.
De NRD doet ten onrechte vermoeden dat de huidige situatie niet zal worden beschreven in het planMER. Dit is onjuist. Met de tekst in de NRD wordt geen waardeoordeel gegeven aan de huidige situatie maar is bedoeld dat we de huidige situatie samen met de autonome ontwikkeling (de referentiesituatie) als nulmeting gebruiken om het effect van de doorontwikkeling van de Binckhorst aan te toetsen. Dat betekent niet dat de huidige situatie geen plek in het planMER krijgt; er wordt een uitgebreide referentiesituatie opgesteld voor ieder beoordelingsaspect. Deze zal ingaan op de huidige problematiek/ toekomstige problemen/ knelpunten in het geval de doorontwikkeling van de Binckhorst geen doorgang krijgt.
Een extra uitdaging is de toenemende parkeerdruk in Voorburg-West. Het inpassen van het tramtracé zal leiden tot verlies van parkeerplaatsen. Daarmee wordt de parkeerdruk nog hoger. In Rijswijk en Den Haag (Binckhorst) wordt betaald parkeren steeds verder ingevoerd waardoor uitwijkgedrag is ontstaan naar Voorburg-West. Het huidige College van B&W is tot op heden geen voorstander van betaald parkeren maar dat ontslaat haar niet van de verantwoordelijkheid parkeerbeleid te formuleren dat uitvoerbaar en handhaafbaar is. Wat voorkomen moet worden, is dat Voorburg-West als parkeerterrein gebruikt wordt voor bewoners van de Binckhorst. Er is namelijk niet voorzien in voldoende parkeerplaatsen op Haags grondgebied.
In de Binckhorst wordt uitgegaan van een transformatie en verdichting waarbij geheel op eigen grond in het parkeren zal worden voorzien. Daarop zal worden gestuurd met een beperking van het parkeren op de openbare weg in de Binckhorst en gereguleerd parkeren. In Voorburg-West wordt gewerkt aan een aanvullende parkeerstrategie. Voor de korte termijn betekent dit: Aanpassen venstertijden blauwe zone aan de venstertijden van betaald
62
De effecten van de doorontwikkeling Binckhorst worden afgezet tegen die referentiesituatie. De referentiesituatie is daarmee het ijkpunt voor de effecten en wordt daarom als neutraal beoordeeld. De effecten van de gebiedsontwikkeling kunnen daarbij positief maar ook negatief uitpakken, waarbij in het laatste geval - rekening houdende met de aard en omvang van de effecten - ook wordt gekeken of dit aanleiding is voor het nemen van (wettelijke) maatregelen om deze effecten te verminderen dan wel te voorkomen.
parkeren in Binckhorst (ma t/m zo 8-24h). Voor de middellange termijn betekent dit: Uitgifte van parkeerontheffingen in VoorburgWest afstemmen op het aantal parkeerplaatsen in de buurt 19
61
Ook moet de gemeente Leidschendam-Voorburg komen met een visie met betrekking tot de hoogte van de bebouwing vanaf de landgoederenzone tot aan de nieuw te bouwen bebouwing langs de Maanweg. Daarover moet zij met de gemeente Den Haag afspraken maken.
Het gebiedsprogramma Binckhorst gaat in op de bebouwingshoogte aan de Maanweg.
19
62
Den Haag wil ook kijken naar de situering van het afvalcluster. Aangezien het de afgelopen 20 jaar regelmatig aan de orde was en zoeklocaties grenzend aan woonwijken e.d. van Voorburg-West betrof is het noodzakelijk dat de gemeenteraad van LeidschendamVoorburg aangeeft waar geen mogelijkheden zijn om verder onderzoek te doen naar alternatieve locaties voor het afval cluster, in het bijzonder de groene Vlietzone die absoluut behouden moet blijven zonder verdere aantasting. Dit is namelijk van invloed op de verkeersontwikkeling van en naar de Westvlietweg en kan grote gevolgen hebben (zwaar verkeer) voor Voorburg-West.
Op dit moment wordt een haalbaarheidsstudie gerealiseerd voor verschillende scenario’s voor de toekomst van het afvalcluster. De regio, waaronder de gemeente LeidschendamVoorburg, is nauw betrokken bij deze haalbaarheidsstudie. Deze studie valt buiten de scope van het planMER. In het planMER wordt zowel het handhaven als het vertrek van het afvalcluster beoordeeld.
6
80
Hoe zit het nu met de invulling van de doelstelling van (8 m2) groen per woning. Waar en wanneer worden robuuste groene omgevingselementen gerealiseerd?
Het planMER toetst het Gebiedsprogramma op de richtinggevende normen waaronder die van groen.
6
81
Wat zijn concreet de plannen voor wijkvoorzieningen inclusief ruimte voor cultuur?
Ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en cultuur worden meegenomen in de programmering van de Gebiedsprogramma
6
82
Wordt de Leefbaarheid Effect Rapportage onderdeel van het toetsingskader?
De LER wordt geen onderdeel van het toetsingskader.
63
6
83
De 5 kernwaarden van de Binckhorst zijn door de gemeenten omarmd en blijven wat ons betreft uitgangspunt. Nog even in herinnering: a. Authentiek ambachtelijk werk-woon gebied. Dus geef ruimte aan ambachtelijkheid, benut de Binckplekken en zorg voor robuuste inrichting van de openbare ruimte. b. Rauwe spannende rafelrand(en) in de stad . Geef ruimte aan het spontane; durf te experimenteren (zie ook d). c. Grote diversiteit, leidend tot ontmoeting en innovatie. Zorg voor goede mix wonen EN werken. Het aantal te bouwen woningen is bekend, maar voor het werken moet nog veel concreet gemaakt worden. Bekijk daarbij ook de functie van werken voor de stad en de omliggende gemeenten. Maak onderscheid naar het type werkgelegenheid. Formuleer in het Gebiedsprogramma expliciet wat de doelstellingen voor werken (x m2 per woning en totale oppervlakte voor werken) zijn. En bedenk dat behalve het -goed doordachtbenutten van plinten gestapelde werkbouw een goede oplossing zowel voor de investeerders als voor de ondernemers kan zijn. d. Dynamische experimenteerruimte, altijd in beweging. Transformatie en verandering zullen de komende decennia nog aan de orde van de dag zijn in de Binckhorst. Benut de mogelijkheden die dat biedt; durf te experimenteren en waardeer en versterk lokale initiatieven (zoals de CarWeide).
Gebruik de tijdelijkheid als kans om toekomstige plannen nu al te testen en van te leren. Veranker tijdelijkheid in de regelgeving, een stad is immers nooit af. e. De verrassende Haagse waterkant. Versterk de recreatieve watervoorzieningen, behoud aan water gerelateerde ambachtelijkheid en creëer via water nieuwe verbindingen.
Wij kunnen de respondent hierin geruststellen, deze door de gemeenten omarmde kernwaarden zijn en blijven uitgangspunt bij de totstandkoming van het Gebiedsprogramma.
6
85
Blz 12 staat dat uitgangspunt is de integrale gebiedsontwikkeling ( met afwegingen aan de voorkant te nemen) en ten dele voortzetting van de huidige organische wijze van ontwikkelen maar wel met inzet van meer instrumenten om regie te kunnen voeren. ; We zouden graag willen weten welke instrumenten dan worden ingezet…?
In het gebiedsprogramma, onderdeel ontwikkelstrategie zal dit aan de orde komen. Het planMER zal dit onderdeel beschouwen in het kader van het doelbereik.
6
86
Eveneens op blz 12 wordt beschreven dat de gemeente Den Haag in de zomer van 2024 een drietal stedenbouwkundige denkrichtingen heeft opgesteld waar lessen uit zijn getrokken en op basis waarvan nu een synergiemodel wordt opgesteld. Welke denkrichtingen zijn opgesteld en welke lessen zijn hieruit eruit getrokken die nu worden meegenomen in het synergiemodel?
Zie algemene toelichting, in het gebiedsprogramma wordt dit proces verder toegelicht.
64
2
110
Bekijken we de metingen en prognoses uit die rapportage en vergelijken we deze met de nieuwe luchtkwaliteitsnormen dan zijn vrijwel alle waarden hoger dan de grenzen van de nieuwe EU normen en de WHO normen. Om deze redenen hebben de bewoners van de Binckhorst nu al zorgen over de luchtkwaliteit in de Binckhorst. Deze voldoet niet aan de normen van de WHO en de laatste EU normen. De rapportage m.b.t. luchtkwaliteit moet daarom een belangrijk onderdeel zijn van de MER. En deze dient zorgvuldig en gedetailleerd te gebeuren. De MER doorontwikkeling Binckhorst moet duidelijk maken dat zij, daar het hier de komende 25 jaar betreft, voor luchtkwaliteit zal uitgaan van de nieuwste regelgeving van EU en WHO, aansluitend op de intenties van het College in 2014. Dat zijn cruciale uitgangspunten om van de Binckhorst ook een gezonde woonwijk te maken.
In het planMER wordt uitgebreid ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. Er worden modelberekeningen gedaan waarmee de referentiesituatie en de effecten van het Gebiedsprogramma hierop worden beschreven. Daarbij wordt getoetst op de wettelijke EUnormen die met ingang van 2030 gaan gelden. Ook beschrijven we hoe de concentraties van stikstof en fijnstof zich verhouden tot de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO uit 2021. De wettelijke normen zijn daarbij leidend om te bepalen of aan de wet voldaan wordt, de WHO gezondheidskundige waarden worden gebruikt om de beoordeling te nuanceren.
2
111
Begonnen moet worden van een uitgangsmeting van alle verontreinigers uit de EU normen. Te verwachten is dat vooral de waarden van NO2, PM10 en PM 2,5 direct van belang zijn voor verdere analyse en opname in de scenario’s. Mochten andere waarden nu al te hoog zijn of de grenswaarde naderen dan dienen deze ook mee te worden genomen in de analyse. Het gaat hierbij niet alleen om gemiddelde jaarwaarden maar ook om piekbelasting, zoals in de 24 uur s en 8 uurs normen in bovenstaande tabel staat beschreven. Concreet: In de NRD MER staat op pagina 16 dat er getoetst gaat worden op luchtkwaliteit, ‘verandering van jaargemiddelden’. Dat willen wij veranderd zien in dat er getoetst gaat worden op jaargemiddelden én piekbelasting van de concentratie PM10 , PM 2,5 e NO2. Graag toevoegen van het criterium piekbelasting op pagina 16. Deze metingen en berekeningen moeten worden getoetst aan de nieuwste EU normen uit 2024 en de WHO normen.
In de modelonderzoeken wordt uitsluitend de jaargemiddelde concentratie berekend. Het is binnen het luchtkwaliteitsmodel niet mogelijk om piekbelastingen te berekenen. We betrekken wel gegevens van de huidige situatie bij de beoordeling. De luchtmodellen berekenen de jaargemiddelde concentratie van luchtverontreinigende stoffen. Piekbelasting, zoals concentraties tijdens de spitsuren, kunnen ze niet berekenen. Uit de jaargemiddelde concentratie wordt wel afgeleid hoe vaak de uurgemiddelde norm voor stikstofdioxide en de 24-uurgemiddelde norm voor fijn stof overschreden worden. Dit rapporteren we in het planMER. We toetsen op zowel de wettelijke normen als de meest actuele WHO gezondheidskundige advieswaarden. De wettelijke EU-normen zijn daarbij leidend om te bepalen of aan de wet voldaan wordt. Ook beschrijven we hoe de concentraties van stikstof en fijnstof zich verhouden tot de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO uit 2021.
65
2
112
Daarbij moeten verschillende scenario’s worden onderzocht, en zal het niet alleen moeten gaan over de luchtkwaliteit voor de bewoners van de Binckhorst maar ook voor bewoners van aangrenzende wijken die te maken krijgen met een toename van luchtverontreiniging door meer verkeer en meer woningen en bedrijven. De scenario’s die zullen moeten worden onderzocht bevatten in ieder geval: a. Toename van al het verkeer, auto’s vrachtwagens en ook scooters etc. vanwege meer woningen én meer bedrijvigheid, én meer doorgaand verkeer van en naar de rest van Den Haag en aangrenzende gemeenten b. Impact van verwarming en energieverbruik door nieuwe bewoners en meer bedrijvigheid c. Andere bronnen van luchtverontreiniging in de omgeving (dierencrematorium en mensen crematorium, dieselschepen etc.) meenemen in de scenario’s d. Nagaan welke maatregelen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit zoals het plaatsen van filters in de tunnelmond, toename van groenstroken en bomen, het veranderen of afschermen van verkeersstromen, het stimuleren van elektrisch vervoer etc. etc. e. Onderzoeken wat de gemeten en verwachte luchtkwaliteit voor impact heeft op de gezondheid van mensen die in het gebied (zullen gaan) wonen en werken
De luchtkwaliteitsmodellen zijn gebaseerd op de verkeersmodellen (deze zijn exclusief scooters), en die nemen deze effecten mee. Nieuwe woningen worden gasloos opgeleverd. Er zal dus geen effect van verwarming op de luchtkwaliteit zijn. Voor de verwarming van nieuwe bedrijven geldt hetzelfde. Al deze gegevens zijn opgenomen in de achtergrondconcentraties, het is niet af te leiden welke bijdrage van welke bron exact afkomstig is. Wel wordt kwalitatief beschreven welke bronnen bijdragen aan luchtverontreiniging. Daar waar niet wordt voldaan aan de norm, zullen compenserende maatregelen worden aanbevolen. Luchtkwaliteit wordt in deze planfase niet gemeten, luchtkwaliteit is wel onderwerp van onderzoek in het planMER.
40
113
Additioneel: In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt gesteld dat de doorontwikkeling van de Binckhorst uitsluitend op het grondgebied van Den Haag plaatsvindt. Strikt genomen mag dit zo zijn, maar de gevolgen van nog eens 7.500 extra woningen met bijbehorende verkeersstromen, druk op voorzieningen, verslechtering van de luchtkwaliteit, etc. stoppen niet bij de gemeentegrens van Den Haag. In tegendeel, de leefbaarheid van Voorburg-West wordt hierdoor direct en onaanvaardbaar aangetast. Het is onbegrijpelijk dat het gemeentebestuur van Leidschendam-Voorburg haar inwoners zo in de kou laat staan.
De gevolgen van de bouw van de woningen in de Binckhorst worden in het planMER voor wat betreft de verkeersdruk in beeld gebracht voor zowel de Binckhorst zelf als voor de omliggende gebieden, waaronder VoorburgWest.
46
115
Algemene opmerkingen De reikwijdte van de uit te voeren onderzoeken dient niet alleen door de wetgeving bepaald te worden maar ook door de vastgestelde beleidsnota’s en collegeakkoorden, die door de drie gemeentebesturen zijn vastgesteld. Neem het vastgestelde beleid mee in de NRD! Zo ontbreekt vermelding van de gemeentelijke standaard van 8 m2 groen per woning. Ook de normering 3-30-300 ontbreekt.
Beleidsnormen uit vastgestelde beleidsnota's worden meegenomen in het planMER. Dat geldt eveneens voor de groennormen.
46
116
Bij Thema Milieu: Zet bij Aspect Natuur bij Detailniveau kwalitatief èn kwantitatief bij alle drie criteria. En voeg een vierde criterium toe: Aansluiting van de natuur inclusieve hoogbouw (waar veel nestkasten in de gevels zitten) met de openbare buitenruimte.
Effecten op Natura 2000 gebieden beoordelen we kwalitatief en kwantitatief met behulp van modelberekeningen over stikstofdepositie. Effecten op NNN-gebieden zijn er niet, omdat er geen NNN-gebieden in het plangebied liggen. Effecten op beschermde soorten worden
66
vooralsnog alleen kwalitatief beoordeeld op basis van een bureaustudie. In een volgende fase zal dit worden uitgebreid met een soortenonderzoek zodat de effecten op soorten ook kwantitatief in beeld kunnen worden gebracht. We beschouwen aanvullend op de genoemde beoordelingscriteria in het planMER wel de mate waarin kansen voor het versterken van ecologische verbindingen aanwezig zijn en verzilverd worden, en gaan onder het beoordelingscriterium Gebouwbewonende soorten in op natuurinclusieve hoogbouw. 46