RIS322186 Bijlage Nota van Antwoord Binckhorst Vlietlijn
Tekst van het document
118
Bekijk bij de effecten van de woningbouw (50m hoog) langs de Maanweg (zon, schaduw en windhinder) op groen en bomen van de ecozone Broeksloot. Bekijk zo ook deze effecten op de tuin bij kasteel Binckhorst.
Voor de hoge bebouwing in het gebied wordt een analyse uitgevoerd naar bezonning. Hierbij wordt een kaart opgeleverd van de gebieden die te maken krijgen met schaduwwerking van de hoge bebouwing. Effecten op groen en bomen worden als onderdeel hiervan beschreven in het planMER.
46
119
Besteed aandacht aan het gebrek aan groen en het effect op kwaliteit leefomgeving van inwoners als het gaat om hittestress en recreatie. De Binckhorst is nu al een bekend hitte-stress eiland (2024). Per woning is onvoldoende m2 groen beschikbaar. De druk op het bestaande groen, zoals de beschermde ecozone Broekslootzone zal alleen maar toenemen. Er is geen alternatief (schaduw) groen voorhanden in de Binckhorst dan de Broeksloot zone. De begraafplaats is groen maar geen plek voor recreatie. Als in 2030 het Waterfront park geplant zou worden, afhankelijk van het soort bomen en de dichtheid, duurt het tot 2050 a 2060 voordat er echt volwassen bomen staan die aanzienlijke verkoeling bieden en een schaduwrijk ecosysteem creëren.
Beleidsnormen uit vastgestelde beleidsnota's worden meegenomen in het planMER. Dat geldt eveneens voor de groennormen als deze voor de Binckhorst van toepassing zijn. Effecten in de groeifase van de nieuw te planten bomen worden hierin meegenomen. Ook bij het toetsen van de gezondheidseffecten komt groen en hittestress in het planMER aan de orde.
67
148
Zowel onze gemeente als de gemeente Den Haag hebben uitgesproken dat zij de ecologische groenzone van de Broeksloot willen behouden. Maar de huidige ontwikkelingen van hoge bebouwing langs de Maanweg en vlak daar achter beloven niet veel goeds voor het behoud van de ecologische zone. Sinds de hoogbouw van Nova, Binckgebouw en one Milky Way zijn er bij enkele stormdagen meerdere bomen gesneuveld (twee aan het einde van de Heeswijkstraat (met bijna dodelijke afloop) en één in de ecologische Broekslootzone aan de Haagse kant). Gezien de klimaatontwikkeling moeten we er rekening mee houden dat dit soort stormen vaker gaan voorkomen. En dat de wervelingen rond de deze hoogbouwtorens tot ongewenste vernielingen leiden in deze groene ecologische zone. Op de Binckmarkt van 7 november j.l. is inzicht gegeven in de te verwachten verdere ontwikkeling van de bebouwing in de Binckhorst. Er staat nog veel te bebouwen langs de Maanweg. Het is om die reden dat ik speciaal aandacht van onze gemeente vraag om bij onze buurgemeente zorgvuldig om te gaan met de wijze van bebouwing aan de Maanweg, die directe hoogbouw langs de Maanweg uitsluit om het risico van directe windval op de begroeiing van de ecologische zone tegen te gaan.
En om de bebouwingsaansluiting van de Binckhorst op de aangrenzende wijk Voorburg-west niet zo drastisch te laten verlopen als nu is geschiedt met de hoogbouw van Elara, Nova, Binckgebouw en Milky Way. Ik mag u in herinnering brengen dat de wethouder van Den Haag zich sterk gekant heeft tegen de hoogbouwplannen van de gemeente Wassenaar langs de Haagse gemeentegrond bij het ANWB-gebouw, terwijl diezelfde gemeente Den Haag nu identiek gedrag vertoont als de gemeente Wassenaar, in de aansluiting van de Binckhorst naar Voorburg-west. Ik zie onze wethouders in deze niet opkomen voor onze belangen.
Als onderdeel van het planMER wordt kwantitatief onderzoek uitgevoerd naar windeffecten. Daarbij beschouwen we ook het mogelijk effect van harde wind op de bomen in het gebied.
64
154
Voor de project situatie moeten de ontwikkelingen in het CID gebied Laakhavens HollandsSpoor met plus 9000 woningen worden meegenomen. Het heeft effect op de Binckhorst
In de referentiesituatie worden deze ontwikkelingen inderdaad meegenomen in het planMER. Het verkeersmodel is gebaseerd op de situatie waarin woningbouw in de gehele Metropoolregio Rotterdam Den Haag is meegenomen.
64
155
Er moeten meer effecten onderzocht worden. En meer effecten moeten kwantitatief i.p.v. kwalitatief onderzocht worden. Een rijtje met aanvullingen volgt: a. Oversteekplaatsen: kwantitatief en niet kwalitatief b. Capaciteit kruispunten: kwantitatief dus niet kwalitatief c. Doorstroming op de hoofdroutes en afstelling van de verkeerslichten installaties d. Grondwater: kwantitatief dus niet kwalitatief e. Geluid en luchtkwaliteit ook voor een ruim gebied. De luchtkwaliteit moet getoetst worden aan de nieuw strengere Europese normen (oktober 2024)
a. Oversteekplaatsen worden kwantitatief onderzocht in het planMER b. Capaciteit kruispunten wordt kwantitatief onderzocht in het planMER c. Doorstroming op de hoofdroutes wordt kwantitatief onderzocht in het planMER. De afstelling van de verkeerslichten is in het verkeersonderzoek meegenomen in de vorm van een gevoeligheidsanalyse.
68
d. Grondwatereffecten worden kwantitatief onderzocht in het planMER met behulp van bestaande informatie. e. Geluid- en luchtkwaliteitseffecten worden in beeld gebracht in het planMER voor een gebied dat passend is bij de effecten, dus breder dan het plangebied. We toetsen in het planMER aan de geldende normen en advieswaarden. 168
Den Haag heeft ook ontwikkelingsplannen voor de Vlietzone. Deze sluit, met als gemeenschappelijk as de Vliet, over de hele lengte van Oud- en West-Voorburg aan. De gemeente Den Haag wil bijvoorbeeld ook kijken naar de situering van het afval cluster. Het lijkt de Wijkvereniging een open deur dat de vestiging van industrie en/of de deze afval cluster effect heeft op de leefbaarheid en het woonmilieu van onze wijken. Het is dan ook noodzakelijk dat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg aangeeft dat er verder onderzoek moet komen naar alternatieve locaties voor het afval cluster.
Er wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd voor verschillende scenario’s voor de toekomst van het afvalcluster. De regio, waaronder de gemeente Leidschendam-Voorburg, is nauw betrokken bij deze haalbaarheidsstudie. Deze studie valt buiten de scope van het planMER.
Geothermie Gemeente Den Haag wil de realisatie van lokale duurzame warmtebronnen stimuleren. Eerdere verkenningen hebben uitgewezen dat de realisatie van een geothermiebron in de Binckhorst mogelijk is. De gemeente wil locaties voor de ontwikkeling van geothermie vastleggen. Voor het juridische bestemmen is een MER-onderzoek nodig. Door de optie geothermie nu mee te nemen in dit MER-onderzoek wordt een eerste stap gezet. Naar verwachting zal dit in een later stadium tijdswinst opleveren en geeft een toekomstige exploitant inzicht in de mogelijkheden van het oprichten van een geothermiebron. In een later stadium zal de beoogde exploitant een bronontwerp maken, de benodigde aanvullende milieuonderzoeken laten uitvoeren en de benodigde vergunningen aanvragen.
1
3
Unieke zienswijze
Antwoord
Voor de geothermiecentrale wordt op p. 17 van het Arcadisrapport aangegeven dat de grondwatersituatie en het oppervlaktewater niet worden meegenomen in de beoordeling voor de geothermiecentrale. Gezien de effecten die geothermiecentrales hierop hebben, verzoeken wij u dit wel mee te nemen in uw beoordeling.
De beoordeling van de geothermiecentrale richt zich op de plaatsing van de centrale zelf, niet op de ondergrondse put. We nemen een beknopte, kwalitatieve beschouwing op van mogelijke ondergrondse effecten van de geothermieboringen. Deze effecten worden in een vervolgfase in een separaat project-MER verder onderzocht. Bij de aanleg en de exploitatie van de geothermiebron wordt de grondwaterstand niet verlaagd. De
69
temperatuur van het grondwater blijft ongewijzigd. Tijdens exploitatie van de geothermiebron wordt water onttrokken op een diepte van ruim 2 kilometer. Dit heeft geen invloed op de relatieve ondiepe onttrekkingen elders in de Binckhorst. 18
96
De eerste locatie, die de voorkeur heeft/ is die aan de Vestaweg. Dit is zo goed als naast de locatie van DB. DB wijst erop dat zij beschikt over een grondwateronttrekkingsvergunning die redelijk nabij de beoogde locatie ligt. Op grond daarvan wordt jaarlijks circa 20.000 m3 grondwater onttrokken. DB verzoekt dit aspect te betrekken bij het onderzoek naar de mogelijkheden voor de geothermiecentrale. DB heeft hier geen principiële bezwaren tegen, maar vraagt zich af of deze activiteiten elkaar kunnen 'raken' op zo'n korte afstand.
De geothermie centrale aan de Vestaweg zal geen effect hebben op hun activiteiten op grond van hun grondwateronttrekkingsvergunning aangezien voor de geothermiebron geboord wordt tot een diepte van 2 a 2,5 km en waarbij een dubbele mantelbuis wordt ingebracht om op die diepte water te onttrekken. Dit is vele malen dieper dan de diepte waarop Basal water onttrekt met vele afsluitende aardlagen ertussen. Afhankelijk van het watervoerende pakket waarop de vergunning van Basal betrekking heeft, zal dat niet meer dan enkele tientallen tot enkele honderden meters zijn.
Proces/ besluitvorming Het gebiedsprogramma legt de (beleidsmatige) ruimte voor toekomstige ontwikkelingen vast, en het planMER beoordeelt deze. Dat betekent inderdaad dat niet over alle individuele projecten en ontwikkelingen besloten wordt in het Gebiedsprogramma. Elke gemeente besluit afzonderlijk over het onderdeel dat op haar grondgebied plaatsvindt.
35
34
Unieke zienswijze
Antwoord
Momenteel bekijken verschillende adviesbureaus los van elkaar naar verschillende delen van Voorburg-West en omgeving. Er ontbreekt dus een samenhangende visie op het geheel. Voordat verdere besluiten kunnen worden genomen moet de gemeenteraad via de gebiedsvisie eerst bepalen welke essentiele randvoorwaarden gelden voor de gebiedsontwikkeling Voorburg-West.
Het Gebiedsprogramma is een verdere invulling van het Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst. Daarbij wordt de verbinding gemaakt met het huidig beleid (bv mobiliteit inclusief parkeren, leefbaarheid etc.). Op dit moment zijn er geen extra ambities, randvoorwaarden en richtlijnen meegegeven anders dan alle afgesproken zaken in het project de Vlietlijn. De overige lange termijn ambities, randvoorwaarden en richtlijnen voor
70
Leidschendam-Voorburg liggen vast in de documenten die een opmaat zijn naar de Omgevingsvisie (Kompas voor de Leefomgeving, Bouwstenen voor de Omgevingsvisie en de Koersnotitie Omgevingsvisie).
3
48
Wordt ook onderzocht of de realisatie van de drie infrastructurele werken gevolgen heeft op de verdringing van het grondwater?
Dit wordt inderdaad in het planMER onderzocht en beschreven.
46
117
Bij Thema Leefomgeving: a. Toe- en afname beschikbaar openbaar groen ✓ ✓ Kwantitatief Plaats vinkje bij initiatief Geothermiecentrale. Toelichting: het huidige veld langs de Vestaweg is essentieel voor de groene verbinding (mussencorridor, zie Actieplan Red de Huismus d.d. 23 november 2022, aan wethouder R. van Asten overhandigd) en groenkaarten uit eerdere beleidsnota’s van Begraafplaats naar Kasteeltuin. b. Recreatiemogelijkheden ✓ Kwalitatief. Plaats ook een vinkje bij initiatief Vlietlijn. Toelichting: wat zijn de gevolgen bij de Huygenstraverse, bij het talud en bij “Opa’s veldje” van 12 à 14 trams per uur wat betreft de recreatiemogelijkheden (geluid en gevaar)? c. Toe- en afname bomen ✓ ✓ Kwantitatief. Dit uitbreiden met kwalitatief: leeftijd en soorten bomen. Ook ingaan op compensatie van te kappen bomen. Kwaliteit openbaar groen ✓ Kwalitatief. Plaats ook een vinkje bij initiatief Vlietlijn. Toelichting: wat zijn de gevolgen langs de Maanweg van 12 à 14 trams per uur langs de beschermde ecozone op groen en bomen? Inventariseer het verlies aan groen en de verstoring van biodiversiteit door de bouw van een brug over de Broeksloot door de beschermde ecologische zone heen, ter hoogte van de Melkwegstraat. d. Windhinder ✓ Kwalitatief. Plaats ook een vinkje bij initiatief Vlietlijn.
a. de effecten van de geothermiecentrale op het beschikbare openbaar groen worden in beeld gebracht in het planMER b. indien er effecten van de Vlietlijn op recreatiemogelijkheden zijn, beschrijven we deze in het planMER c. In het kader van de onderzoeken naar de Vlietlijn is een zogenaamde Bomen Effecten Analyse uitgevoerd dat ingaat op de kwaliteit en kwantiteit van de bomen in het gebied. Effecten op kappen bomen worden hier ook in beeld gebracht. d. Windonderzoeken zijn alleen relevant en mogelijk voor hoge gebouwen zoals die voorzien zijn in de Binckhorst. Hierop richt het windonderzoek zich dus. Windhinder beschouwen we niet voor de Vlietlijn omdat dit niet relevant is en onmogelijk is om te onderzoeken in het windmodel.
64
156
Hoe de besluitvorming over de intergemeentelijke gebiedsvisie zal plaatsvinden is niet duidelijk. De gemeenten blijven immers leder voor zich bevoegd gezag over hun eigen grondgebied. Hoe de intergemeentelijke gebiedsvisie zich verhoudt tot het ruimtelijk beleid van (onder meer) de gemeente Leidschendam-Voorburg is ook niet duidelijk. De intergemeentelijke gebiedsvisie zou, gelet op wat staat in de NRD, maar een klein deel van Leidschendam-Voorburg omvatten.
Zie algemene toelichtende tekst.
71
14
99
Een specifieke zorg betreft het mogelijke dempen of verplaatsen van het huidige water bij de Huygenstraverse. Voor de Scoutingvereniging is dit water van belang voor deactiviteiten met name voor de jeugdleden. Daarnaast is een waterbuffer ook van belang voor de omgevingen willen wij wijzen op het risico van stijgend grondwater, wat overlast kan veroorzaken voor zowel het Scoutinggebouw als het omliggende terrein. Wij verzoeken om in de MER aandacht te besteden aan het behoud van deze waterpartij en eventuele effecten van waterverplaatsing zorgvuldig te analyseren. Verplaatsing of demping van het water kan namelijk niet alleen het ecologische evenwicht in het gebied verstoren, maar ook de watergebonden Scoutingactiviteiten belemmeren. De plan-MER zou daarom alternatieven moeten opnemen, die de huidige waterstructuur behouden of minimaal verstoren en waarbij overlast door stijgend grondwater effectief wordt voorkomen.
72
We zullen in het planMER ingaan op de effecten op het water, voor zowel de Vlietlijn als de doorontwikkeling als de Geothermie, zowel kwantitatief als kwalitatief, met betrekking tot: • Grondwater(kwaliteit) • Waterveiligheid • Waterbergend vermogen • Oppervlaktewater• Klimaatadaptieve omgeving. Daarbij zal ook expliciet worden gekeken wat dit betekent voor de scoutingvereniging.
Ketenpartners/ adviseurs nr
z
Unieke zienswijze
Antwoord
Organisatie
1
1
Er vinden momenteel gesprekken plaats met de gemeente om dit gasontvangstation te verplaatsen naar het Trekvlietplein, hier is echter nog geen definitief besluit over genomen. Ik wil u erop wijzen dat, ondanks dat hier reeds gesprekken over plaatsvinden, het gasontvangstation aan de Plutostraat zich nog op deze locatie bevindt en wanneer het gasontvangststation niet verplaatst zal worden, wij niet akkoord kunnen gaan met een naastgelegen Geothermiecentrale.
We nemen deze informatie mee in de beoordeling van de zoekgebieden van de geothermiecentrale.
Gasunie
1
2
Tevens ligt de in te passen HOV-verbinding deels parallel aan een gastransportleiding welke deze elkaar kruisen aan de Binckhorstlaan, zie bijlage 1. Eerder heeft hierover een gesprek plaatsgevonden omtrent de technische inpassing. Bij verdere planvorming zouden wij hier graag bij betrokken willen blijven.
Wij brengen deze leiding en bijbehorende veiligheidsafstanden tot de leiding in beeld als onderdeel van de beoordeling van het tracé van de Vlietlijn.
Gasunie
1
3
Indien de NRD verder uitgewerkt wordt verzoeken wij u om ons hierbij ook te betrekken. Op deze manier kunnen we vroegtijdig de afweging maken of de werkzaamheden gevolgen hebben voor onze aardgastransportleiding en gasontvangststation.
Wij bevestigen bij deze dat we in overleg blijven met de Gasunie zodat we op ieder moment in de planfase eventuele gevolgen voor de aardgastransportleiding en gasontvangststation goed kunnen afstemmen en afwegen.
Gasunie
73
74
2
Positieve gezondheid is méér dan de afwezigheid van ziekte: het is het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Positieve gezondheid gaat uit van zes dimensies: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaalmaatschappelijke participatie en dagelijks functioneren. Voor zaken waarop het individu geen of weinig invloed heeft, heeft de overheid een (collectieve) verantwoordelijkheid, die deels door de GGD wordt opgepakt. Preventie staat daarbij centraal. De leefomgeving speelt een belangrijke rol bij gezondheidsproblemen die in Den Haag veel voorkomen, zoals af te leiden uit de resultaten van de vierjaarlijkse gezondheidsenquête (https://gezondheidsgids.ggdhaaglanden.nl/), bijvoorbeeld: − een relatief slechte mentale gezondheid, − een relatief hoog percentage eenzaamheid, − een relatief hoog percentage overgewicht (ook bij de jeugd) Bovendien is sprake van grote sociaal-economische gezondheidsverschillen in de stad. Het is wenselijk dat (nieuwe) gebiedsontwikkelingen een bijdrage leveren aan het oplossen van deze problemen.
Het thema positieve gezondheid maakt onderdeel uit van het gebiedsprogramma waarbij de focus ligt op het fysieke domein. Zoals bijvoorbeeld de mate waarin ruimte is voor spelen, bewegen en ontmoeten. Op deze wijze wordt ook bijgedragen aan het creëren van een leefomgeving die op een positieve manier kan bijdragen aan het verminderen van de gezondheidsproblemen zoals die in Den Haag nog veel voorkomen.
GGD
74
2
In de NRD worden wel aspecten genoemd waarvoor keuzes moeten worden gemaakt en die onderwerp van onderzoek zijn in de milieueffectrapportage. Een heldere definitie van alternatieven ontbreekt echter. GGD Haaglanden adviseert om deze alternatieven alsnog te definiëren, waarbij deze voldoende onderscheidend moeten zijn en bovendien ook een bandbreedte in het woningbouwprogramma moeten omvatten.
We nemen in het planMER een beoordeling op van de bandbreedte van woningbouwaantallen die onderzocht zijn en het gevolg hiervan op de beschikbare ruimte voor voorzieningen, gezondheid, etc. De alternatieven betreffen in dit geval dus een maximaal aantal woningen en een lager aantal toe te voegen woningen.
GGD
74
2
Blootstelling aan milieufactoren Er wordt uitgegaan van groei van het aantal inwoners van de stad. Het is belangrijk voor de beoordeling van de verschillende alternatieven om hiermee rekening te houden en het aantal blootgestelden aan de verschillende milieufactoren aan te passen overeenkomstig de groei in het betreffende alternatief.
Het planMER beoordeelt effecten op basis van het aantal inwoners dat in 2040 in de Binckhorst en de omliggende wijken woont, op basis van de verkeersmodellen waarin de groei van de MRDH regio is verwerkt. En de woningbouwaantallen in de Binckhorst van 5.000 woningen volgens het omgevingsplan 2018 en aanvullend 7.000-8.000 extra woningen volgens het Gebiedsprogramma Binckhorst.
GGD
74
74
2
‘Health in all policies’ Gezondheid, resp. gezonde leefomgeving raakt in principe alle aspecten van de leefomgeving die in het kader van de milieueffectrapportage worden beoordeeld. Het is dan ook logischer om bij alle aspecten ook het gezondheidseffect te beschrijven in plaats van deze beoordeling in een apart aspect gezondheid op te nemen.
Alle in het MER beschouwde thema’s hebben direct of indirect een doorwerking op het thema gezondheid, zo draagt een groene omgeving bij aan het thema gezondheid, hebben geluid en trillingen invloed op de gezondheid etc. Al deze raakvlakken worden in samenhang geanalyseerd en beoordeeld. En door gezondheid als een apart thema te presenteren maken we het (integraal) effect en de beoordeling ook meer expliciet/onderscheidend dan wanneer dit onderdeel zou zijn van de andere thema’s. Dat laatste heeft namelijk het risico dat de gezondheidseffecten binnen dat thema onderbelicht blijven dan wel niet onderscheidend genoeg blijken te zijn. Dit wordt met de nu gevolgde aanpak voorkomen.
GGD
74
2
Thema mobiliteit - Criterium Ruimte voor fietsers en voetgangers Dit criterium wordt alleen uitgevoerd voor activiteit Doorontwikkeling Binckhorst. Voorstel dit ook te doen voor activiteit De Vlietlijn en bijbehorend pakket mobiliteitsmaatregelen.
We volgen dit advies op. Dit criterium beschouwen we in het planMER ook als onderdeel van de beoordeling van de Vlietlijn.
GGD
75
74
2
Aspect Geluid en Luchtkwaliteit In de NRD wordt voorgesteld de thema’s Luchtkwaliteit en Geluid zowel onder deze thema’s zelf als onder het thema de Gezondheid te behandelen (d.m.v. de MGR). Wij stellen een andere benadering voor, waarbij het criterium MGR vervalt (zie verderop in dit advies): - Onder het thema Luchtkwaliteit ook het aantal blootgestelden en de gezondheidseffecten van concentraties luchtverontreinigende stoffen mee te nemen, inclusief toetsing aan WHOadvieswaarden. - Onder het thema Geluid ook het aantal blootgestelden en de gezondheidseffecten van geluid mee te nemen in de vorm van (ernstige) hinder en (ernstige) slaapverstoring. Toets daarbij ook aan de WHO-advieswaarden.
We volgen dit advies op en laten de beoordeling op de Milieu Gezondheid Risico's (MGR) vervallen. De thema's lucht en geluid komen immers terug in het thema gezondheid.
GGD
74
2
Aspect Stedelijk groen en recreatie - De 3-30-300 ruimtelijke groenambitie als Criterium of toetsingskader voor de Doorontwikkeling Binckhorst toevoegen.
We toetsen het gebiedsprogramma aan de 3-30-300 regel.
GGD
74
2
Aspect Circulariteit of Criterium Klimaat adaptieve omgeving - Hoe komt het dat mitigatie of de klimaat neutrale wijk volledig ontbreekt? - Indicator, onderzoek of criterium naar prestaties op Circulaire energie of vermindering Broeikasgassen toevoegen.
We voegen het beoordelingscriterium Vermindering broeikasgassen toe aan het planMER. Hierbij merken we als kanttekening wel op dat we dit aspect kwalitatief beoordelen. Het Gebiedsprogramma bestaat uit vrij grove schetsen van de gebiedsindeling in de Binckhorst. Deze informatie kan niet gebruikt worden voor berekeningen naar energieprestaties of de uitstoot van broeikasgassen. Wel brengen we in het planMER in beeld welke richtlijnen gevolgd worden op gebied van duurzaamheid en of dit leidt tot eisen die de gemeente Den Haag aan projectontwikkelaars op gaat leggen.
GGD
76
74
2
Aspect Gezondheid & klimaatadaptatie - GGD Haaglanden adviseert om dit aspect te splitsen in twee aspecten: Klimaatadaptatie (Hittestress (gevoelstemperatuur), Hittestress (koele plekken), en Klimaatadaptieve omgeving) enerzijds en Gezondheidsbevordering anderzijds en dan onder dit laatste aspect in ieder geval de volgende criteria te gebruiken: - Criterium Ruimte voor ontmoeten - Criterium Ruimte voor bewegen - Criterium Beschikbaarheid voorzieningen (toevoegen) Een criterium over Voorzieningen ontbreekt in de NRD. Positieve gezondheid gaat ook over voorzieningen. Nabijheid van voorzieningen in samenhang met de 15 minutenstad dragen bij aan de gezonde leefomgeving. - Criterium Kwaliteit van woningen (toevoegen) Voor een gezond woon- en leefmilieu zijn ook binnenmilieu, isolatiewaarde, voorkomen van hitte en koude van belang. En daarnaast ventilatiewaarden, voorkomen van vocht en schimmel, zonwering aan de buitenzijde. - Criterium Verandering van Milieugezondheidsrisico (MGR) laten vervallen GGD Haaglanden adviseert om onder het aspect Gezondheid geen gebruik te maken van de MGR (en dus luchtkwaliteit en geluid hier i.v.m. dubbeltelling te schrappen).
Hoewel het idee van een beoordeling van de cumulatie van gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en geluid op zich positief is, achten wij de inzet van de MGR in dit geval niet geschikt: - De resultaten van de MGR als relatieve maat voor de ziektelast zijn moeilijk interpreteerbaar; dat geldt voor professionals, maar zeker voor een breder publiek. Voor toekomstscenario’s wordt het nóg ingewikkelder. - Het verdient verre de voorkeur om deze effecten apart te beschouwen omdat de blootstelling aan luchtverontreiniging (zowel regionale als lokale bronnen) enerzijds en aan geluid (lokale bronnen) anderzijds sterk van aard verschillen.
77
We volgen dit advies op, met als uitzondering het criterium Kwaliteit van woningen. het Gebiedsprogramma bevat namelijk onvoldoende detail om het criterium Kwaliteit van woningen te kunnen beoordelen. In het Gebiedsprogramma zijn namelijk grove kaarten opgenomen over de gebiedsindeling en de bouwblokken. De kwaliteit van de woningen die hier gerealiseerd worden, blijkt niet uit het Gebiedsprogramma. Dit wordt als onderdeel van het toekomstig op te stellen omgevingsplan verder uitgewerkt.
GGD
75
15 In paragraaf 4.4., tabel 3 op pagina 16/17 is onderscheid gemaakt, voor welke van de drie activiteiten het beoordelingskader van toepassing is, namelijk 1, 2 of 3. Wij verzoeken u het van toepassing zijnde beoordelingskader, voor wat betreft de (hierboven aangegeven) wateraspecten, voor alle drie de activiteiten van toepassing te verklaren, zowel kwantitatief als kwalitatief. • Grondwater(kwaliteit) is zeker ook van belang voor activiteit 3 geothermiecentrale. • Waterveiligheid is ook van belang voor activiteit 1 doorontwikkeling Binckhorst. • Waterbergend vermogen is ook van belang voor activiteit 2 De Vlietlijn. • Oppervlaktewater is ook van belang voor activiteit 3 geothermiecentrale. • Klimaatadaptieve omgeving is ook van belang voor 2 De Vlietlijn en 3 geothermiecentrale
De beoordeling van de geothermiecentrale richt zich op Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland de plaatsing van de centrale zelf, niet op de ondergrondse put. We nemen een beknopte, kwalitatieve beschouwing op van mogelijke ondergrondse effecten van de geothermieboringen. Deze effecten worden in een vervolgfase in een separaat project-MER verder onderzocht. Bij de aanleg en de exploitatie van de geothermiebron wordt de grondwaterstand niet verlaagd. De temperatuur van het grondwater blijft ongewijzigd. Tijdens exploitatie van de geothermiebron wordt water onttrokken op een diepte van ruim 2 kilometer. Dit heeft geen invloed op de relatieve ondiepe onttrekkingen elders in de Binckhorst.
75
16 In de NRD is een peildatum genoemd tot het jaar 2040. Voor water- en klimaatgerelateerde aspecten kan het effect van ruimtelijke ingrepen veel langduriger zijn dan bijvoorbeeld het jaar 2040. Wij adviseren u daarom, waar zinvol, ook een zichtperiode tot het jaar 2100 op te nemen.
Er wordt al rekening wordt gehouden met verdergaande Dijkgraaf en Hoogheemraden van klimaatontwikkelingen. Omdat onzeker is in welk Delfland tempo de klimaatontwikkelingen zich voordoen is er voor gekozen dit niet op te hangen aan een specifiek zichtjaar, maar te kiezen voor een worst-case benadering waaraan de gebiedsontwikkeling wordt getoetst. Zo hanteert de gemeente bij haar stresstesten voor het stedelijk weefsel al een bui die veel steviger is dan naar verwachting ooit als maatgevend voor ontwerpnormen zal worden aangenomen, wordt voor het grondwater de klimaatontwikkelingen tot 2050 beschouwd en is voor de zeespiegelstijging gekozen om te kijken tot een verhoging van 5 meter.
78
75
75
17 Waterveiligheid en waterkeringen In het plangebied ligt een regionale waterkering. Voor de uitwerking van de plannen is het belangrijk, om het belang van de waterkering te borgen. Medegebruik wordt getoetst aan de geldende beleidsregels van Delfland. Wij verzoeken u te onderzoeken en te beschrijven, wat de effecten van de ontwikkeling op de waterkeringen zijn. 18 Voorkomen van wateroverlast Ontwikkelingen, waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet door extra waterberging aan te leggen worden gecompenseerd. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk, dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening met hevigere neerslag door klimaatverandering gehouden wordt. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet altijd worden aangetoond, dat aan de uitgangspunten van goed waterbeheer, waaronder het standstillbeginsel en de klimaatverandering, voldaan wordt. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten en de Waterschapsverordening. Wij verzoeken u te onderzoeken en te beschrijven, wat de effecten van de ontwikkeling op het watersysteem zijn. Tevens vragen wij u te vermelden, welke maatregelen genomen worden, om negatieve effecten te voorkomen dan wel te compenseren.
Voor de ligging van waterstaatswerken verwijzen wij u naar de Legger - Delfland (hhdelfland.nl).
In de beoordeling van Het Gebiedsprogramma besteden Dijkgraaf en Hoogheemraden van we aandacht aan de effecten op de waterkeringen in het Delfland gebied
We brengen in het planMER in beeld welke effecten op het watersysteem optreden en welke randvoorwaarden de gemeenten met betrekking tot het verwerken van hemelwater op eigen terrein meegeeft aan projectontwikkelaars. Ontwikkelingen toetsen we aan de uitgangspunten van goed waterbeheer.
79
Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland
75
19 Grondwater en voorkomen van (zoet) watertekort Wij verzoeken u te onderzoeken en de effecten te beschrijven van de geschiktheid van het gebied voor het ruimtelijk plan, de functie(s) met betrekking tot de grondwatersituatie en bodem en tenslotte de effecten van het ruimtelijk plan op het lokale grondwatersysteem/ bodem. De plannen mogen geen negatieve effecten hebben op het grondwater, de grondwaterkwaliteit en de waterkwaliteit.
De effecten van de doorontwikkeling op de grondwatersituatie en de bodem beschrijven we in het planMER. Echter, het plangebied is door de bodemgesteldheid zonder aanvullende maatregelen slechts beperkt geschikt voor infiltratie van regenwater. Dit betekent dat andere maatregelen om water vast te houden moeten worden gezocht. Suggesties voor dit soort maatregelen zijn onderdeel van de beoordeling in het planMER.
Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland
75
20 Onderhoud en bagger Wij verzoeken u te beschrijven, op welke manier rekening met onderhoud van wateren en waterkeringen gehouden wordt.
Als in het gebiedsprogramma iets wijzigt aan de waterstructuur, zal daaraan aandacht worden besteed in het planMER.
Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland
75
21 Watersysteemkwaliteit en ecologie Wij vragen u de invloed van deze ontwikkeling op de capaciteit van het afvalwaterstelsel te onderzoeken, zodat een inschatting kan worden gemaakt, of er een toename van overstorten bij extreme regen zal zijn. Indien dat het geval is, dienen er maatregelen te worden genomen, om de waterkwaliteit niet te laten verslechteren. Daarnaast kunnen ingrepen aan de oevers of de waterkant tot positieve of negatieve effecten op de waterkwaliteit leiden. Wij verzoeken u dit belang mee te wegen. Tevens vragen wij u de effecten van de nieuwe ontwikkeling op de huidige chemische en ecologische watersysteemkwaliteit te beschrijven, met extra aandacht voor het in het plangebied liggende/grenzende KRW-waterlichaam.
In het gebied wordt geen gemengde riolering aangelegd, Dijkgraaf en Hoogheemraden van dus er zal geen sprake van overstorten zijn. Effecten op Delfland de waterkwaliteit worden kwalitatief beschreven inclusief het effect op het waterlichaam uit de Kaderrichtlijn Water (KRW).
80
75
75
22 Afvalwaterketen Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de huidige situatie voor afvalwater (riolering, overstorten, zuivering, et cetera) en de effecten van de toekomstige ontwikkeling (onder andere benodigde en beschikbare capaciteit). Tevens vragen wij u de kwantitatieve en kwalitatieve effecten van lozingen inzichtelijk te maken en de te verwachten veranderingen daarin op het oppervlaktewater. Hierbij dient ingegaan te worden op afspraken en verantwoordelijkheden voor de te nemen maatregelen op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. In het plangebied ligt een rioolpersleiding. Dit is een belangrijke transportleiding van rioolwater in Den Haag. Het is van belang, om de functionaliteit van de leiding te waarborgen. Schade aan de leiding vormt een risico voor de volksgezondheid. Daarom is het belangrijk een strook van 5,5 m ter weerszijden van de persleiding vrij te houden. Afstemming met de leidingbeheerder is noodzakelijk. 23 Klimaatadaptatie Wij verzoeken u te onderzoeken en aan te geven, hoe in het plangebied met klimaatadaptatie omgegaan wordt. Wij vragen u hieromtrent het van toepassing zijnde beleid te hanteren. De gemeente Den Haag hanteert bijvoorbeeld de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig.
Effecten van de doorontwikkeling op de rioolpersleiding Dijkgraaf en Hoogheemraden van brengen we in het planMER in beeld. We besteden in de Delfland ontwikkeling van de plannen voor de Binckhorst aandacht aan de capaciteit van de voorzieningen om afvalwater en hemelwater te verwerken. De persleidingstrook ligt op gronden waar een bescherming via het bestemmingsplan van kracht is. Wij zijn in overleg met het Hoogheemraadschap.
We beoordelen in hoeverre Het Gebiedsprogramma voldoet aan de randvoorwaarden uit Haagse beleidsstukken mbt klimaatbestendige inrichting.
81
Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland
76
76
24 Het beoordelingskader gaat niet specifiek in op verdichting. Wanneer ervoor wordt gekozen om in bepaalde gebieden te verdichten zal de dichtheid van bebouwing en de personendichtheid in deze gebieden toenemen, waardoor eventuele incidenten, zowel in de omgeving als in de gebouwen zelf, omvangrijke gevolgen kunnen hebben. Ook worden er verschillende functies met elkaar gecombineerd. Er is dan sprake van meervoudig ruimtegebruik. Een voorbeeld hiervan is de combinatie van een parkeergarage, binnentuin en woningen. Aandacht voor brandveiligheid en constructieve veiligheid is bij dit soort gebouwen extra belangrijk. Bovendien zal bebouwing in toenemende mate de hoogte in gaan (hoogbouw). Hierbij is het van belang dat de inrichting van de fysieke leefomgeving weloverwogen is en bijdraagt aan snelle en effectieve hulpverlening. Aandachtspunten hierbij zijn dat de hulpdiensten een gebied snel en goed kunnen bereiken, de doorrijdbaarheid goed is en er voldoende bluswater aanwezig is. 2 Om verdichting op een veilige manier toe te passen is het van belang dat aandacht wordt besteed aan de (brand)veiligheidsaspecten. 25 De opgaven in het kader van klimaatadaptatie zijn sterk verbonden met het realiseren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Klimaatverandering leidt ertoe dat weersomstandigheden extremer worden en vaker zullen voorkomen.
Hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen hebben gevolgen voor de veiligheid binnen de fysieke leefomgeving. Aandachtspunten hierbij zijn bijvoorbeeld de bereikbaarheid voor de hulpdiensten bij wateroverlast, natuurbranden, vitale infrastructuur, kwetsbare objecten, voorkomen van opslag van warmte in de omgeving (verstenen) en drainage van neerslag. In de omgevingsvisie die integraal is opgesteld, is het logisch dat er aandacht wordt besteed aan de raakvlakken van klimaatadaptatie en een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Vanuit gezondheidsperspectief valt hier, als het om wonen gaat, winst te halen door bij inrichting van
We besteden in de beoordeling in het planMER aandacht aan veiligheidsrisico's die op kunnen treden ten gevolge van verdichting. Het waarborgen van de bereikbaarheid van de afzonderlijke gebieden en panden voor de hulpdiensten is onderdeel van zowel de ontwerpopgave voor de Vlietlijn als voor de doorontwikkeling.
Veiligheidsregio Haaglanden
We besteden in de beoordeling van Het Gebiedsprogramma in het planMER uitgebreid aandacht aan het thema klimaatadaptieve omgeving, zowel vanuit gezondheids- als veiligheidsoverwegingen
Veiligheidsregio Haaglanden
82
76
76
woongebieden rekening te houden met hogere buitentemperaturen en neerslaghoeveelheden. De opvang en berging van regenwater bij extreme regenval biedt de kans om tegelijkertijd te dienen als bron voor bluswatervoorzieningen voor de brandweer 26 De energietransitie brengt veiligheidsrisico’s van nieuwe energiebronnen met zich mee die nog grotendeels onbekend zijn. Voorbeelden van nieuwe energiebronnen zijn zonnepanelen, waterstof(stations), geothermie, biomassa, windturbines, elektrische auto’s en lithium-ion batterijen (en batterijopslagen). Initiatieven met deze energiebronnen komen steeds vaker voor in de regio. Tevens bestaat er nog nauwelijks wet- en regelgeving op dit gebied. Als gevolg hiervan worden de risico’s niet gereguleerd en beperkt door bestaande wet- en regelgeving. De gemeente Den Haag is van plan om in totaal tien geothermiecentrales in de stad aan te leggen. Eén van die centrales is voorzien in de Binckhorst. Rondom geothermie zijn er verschillende risico’s aanwezig met hun eigen effecten. De VRH wordt graag vroeg betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe geothermiecentrale op de Binckhorst om een risicogericht advies uit te brengen. 27 De bekende methodiek van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderd in aangewezen aandachtsgebieden en voorschriftengebieden.
Deze nieuwe methodiek heeft verschillende effecten die van invloed zijn op het toekomstige omgevingsplan en ontwikkelmogelijkheden. Vanwege de aanwezigheid van de verschillende risicobronnen in de Binckhorst is het van belang dat in de NRD rekening wordt gehouden met de nieuwe methodiek van de Omgevingswet op het gebied van externe veiligheid. De VRH denkt graag mee over de uitwerking van de indicator externe veiligheid.
De VRH wordt betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe geothermiecentrale op de Binckhorst om een risicogericht advies uit te brengen.
Veiligheidsregio Haaglanden
De VRH wordt gevraagd om mee te denken over de uitwerking van de externe veiligheid.
Veiligheidsregio Haaglanden
83
50
127
50
128
50
129
50
141
50
142
55
162
Drinkwaterbelang niet worden meegenomen in de planvorming van de plannen voor de Binckhorst en de Vlietlijn. Daarnaast wordt verzocht in het beoordelingskader in tabel 3 in paragraaf 4.4 het ruimtegebruik niet alleen te duiden als bovengronds op maaiveld, maar ook het ondergronds ruimtegebruik toe te voegen. Verduidelijking wat de gevolgen zijn van de geothermiecentrale op de ondergrondse infrastructuur en het grondwater
Hoe zit het met de mogelijkheid om betrokken te blijven in het proces tijdens de aanleg van de Vlietlijn (met oog op graafwerkzaamheden en mogelijke schade) Raakvlakken in beeld brengen tussen de waterinfrastructuur en de aanpassingen van de openbare ruimte op maaiveldniveau De betrokkenheid van de respondent in het proces zodat zij zich kunnen uiten over de mogelijke raakvlakken tussen de aanpassingen en ontwikkelingen in de openbare ruimte en hun eigen drinkwater infrastructuur Wij hebben eerder gereageerd op het ontwerp masterplan Bereikbaarheid CID Brinkhort, waarin we benadrukte dat de beoogde ontwikkelingen aanzienlijke (directe en indirecte) gevolgen zullen hebben voor de infrastructuur van Stedin. Het plangebied beslaat meerdere gemeenten, wat ook geldt voor de bovengrondse en ondergrondse assets van Stedin
Het (toekomstig) ruimtebeslag en de effecten op het Dunea ondergronds ruimtegebruik worden, voor zover bekend, in beeld gebracht in het Gebiedsprogramma en in het planMER.
Nieuwe geothermiebronnen moeten voldoen aan de Industriestandaard Duurzaam Putontwerp. In essentie schrijft deze industriestandaard voor dat de reguliere diepe geothermieputten een dubbele barrière bevatten in het bovenste deel van de put. Door deze aanpassing van het putontwerp kan daar continue gemonitord worden óf er problemen zijn met de ondergrondse verbuizing. Hierdoor wordt het risico op lekkage naar zoete of brakke grondwaterlagen tijdens de productie weg genomen. De geothermiebron Binckhorst ligt op grote afstand van de grondwaterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. Dunea wordt vanuit het ontwerpteam betrokken bij het ontwerp van de Vlietlijn.
Dunea
Dunea
Raakvlakken tussen de mobiliteitsmaatregelen en Dunea ondergrondse infrastructuur worden in het planMER in beeld gebracht. Dunea wordt vanuit het team Geothermie betrokken bij het proces voor de realisatie van de Geothermie centrale.
Dunea
De effecten van de doorontwikkeling Binckhorst, de Vlietlijn en de Geothermie op de ondergrondse infrastructuur van Stedin worden in beeld gebracht in het gebiedsprogramma en het planMER, Stedin zal daarbij worden betrokken.
Stedin
84
4.
Advies Commissie mer
Op 3 december 2024 heeft de Commissie mer een advies uitgebracht over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen planMER.
In de MER zal worden gemotiveerd op welke wijze is omgegaan met de punten uit het advies van de Commissie mer Vooruitlopend daarop bevat deze nota een reactie op de hoofdpunten uit het advies.
# Onderwerp 1
2
3 4
5 6
7
8
Advies
Reactie
Doelen en ambities
Beschrijf doelen en ambities voor ontwikkelingen in het licht van In het Gebiedsprogramma worden doelen en ambities beschreven. Deze de vier ambities in het omgevingsplan en besteed daarbij beoordelen we in het planMER. aandacht aan groen en openbare ruimte (groen, openbare ruimte, sport en spel) en mobiliteitstransitie. Beleidskader Geef aan of de visie kan voldoen aan randvoorwaarden uit wet- en Als onderdeel van de uitwerking van het Gebiedsprogramma worden regelgeving randvoorwaarden uit wet- en regelgeving geïnventariseerd. In het planMER geven we voor deze randvoorwaarden aan of het Gebiedsprogramma eraan voldoet. Zonering Geef aan of overschrijding van zonegrens bij gezoneerd In het planMER brengen we de knelpunten tussen hindergebieden rondom industrieterrein industrieterrein Binckhorst-Zuid opgelost is milieubelastende activiteiten en gevoelige functies in beeld. Hieronder valt ook industrieterrein Binckhorst-Zuid. Te nemen besluiten Geef per project vervolgbesluiten en daaraan gekoppelde Voor de belangrijkste projecten (o.a. verdere uitwerking Vlietlijn, milieuonderzoeken aan eventuele uitplaatsing Afvalcluster, woningbouwprojecten) geven we aan welke vervolgbesluiten nodig zijn en in hoeverre deze (mogelijk) merplichtig zijn.
Historische gebieds- Beschrijf welke onderdelen van het Omgevingsplan al gerealiseerd Op een gebiedskaart staat aangegeven welke ontwikkelingen in de huidige ontwikkeling zijn situatie al gerealiseerd zijn. Koppeling met CID Beschrijf hoe ontwikkelingen in CID het Gebiedsprogramma Woningbouw in de gehele Metropoolregio Rotterdam - Den Haag, beïnvloeden, waaronder cumulatieve effecten waaronder het CID, is meegenomen in de referentiesituatie van het verkeersmodel voor het planMER Gebiedsvisie. Cumulatieve effecten op geluidbelasting en luchtkwaliteit worden daardoor ook in beeld gebracht. Daarnaast beschrijven we de voor het Gebiedsprogramma in het CID relevante ontwikkelingen in het planMER. Ruimtebeslag Breng inpasbaarheid van functies (woningen, arbeidsplaatsen, We maken een overzicht van richtinggevende normen die volgen uit de voorzieningen, groen, energie-infra en recreatie) kwantitatief in gemeentebrede richtinggevende normen en de op de Binckhorst beeld toegepaste normen. Voor de bandbreedte aan woningbouwaantallen toetsen we of aan deze richtinggevende normen voldaan wordt. Beschrijving Beschrijf welke keuzes al gemaakt zijn voor het tracé van de In het planMER wordt een paragraaf opgenomen over de keuzes die al Vlietlijn Vlietlijn en de benodigde aanvullende informatie voor besluit gemaakt zijn voor het tracé van de Vlietlijn.
Hiervoor gebruiken we het gebiedsvisie planMER Verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst, aangevuld met een
85
9
Beschrijving Doorontwikkeling
10 Beschrijving geothermie
11 Slim combineren
12 13 Beoordeling Vlietlijn
14 Aanvullende alternatieven Doorontwikkeling
beschrijving van keuzes die na vaststelling van de Verkenning gemaakt zijn. Beschrijf hoe het synergiemodel tot stand gekomen is en welke rol In het planMER wordt een paragraaf opgenomen over de keuzes die al milieuoverwegingen hierbij gespeeld hebben gemaakt zijn voor de Doorontwikkeling en de rol die milieuoverwegingen hierin gespeeld hebben. We nemen daarin ook de fase van ontwerpend onderzoek mee dat plaatsvond voordat het Gebiedsprogramma ter beoordeling voorgelegd werd aan het MER-projectteam van Arcadis. In deze projectfase zijn gerichte onderzoeken uitgevoerd waarbij varianten in het Gebiedsprogramma tegen elkaar afgewogen zijn. De resultaten van deze onderzoeken heeft de gemeente Den Haag gebruikt om het Gebiedsprogramma aan te scherpen. Resultaten werden vastgelegd in memo’s, die als bijlage bij het planMER bijgevoegd zullen worden. Beschrijf de rol van milieuoverwegingen in de keuze voor de In de NRD wordt ten onrechte de verwachting gewekt dat de geothermielocaties, bepaal hoe het gebied scoort op het beperken geothermiecentrale aangelegd wordt om de Binckhorst van duurzame van CO2-uitstoot bij toepassing van geothermie en beschouw warmte te voorzien. Dit is niet correct – de opgewekte aardwarmte voedt risico’s t.o.v. een geïntegreerd systeem het stedelijke warmtesysteem en wordt voor een groot deel niet ingezet in de Binckhorst.
In het planMER nemen we een beschrijving op van het warmtesysteem dat voorzien is voor de Binckhorst. We berekenen de CO2uitstoot die gepaard gaat met dit warmtesysteem. Beschrijf kansen om gebruik te maken van positieve In het planMER gaan we in op de wisselwerkingen tussen verschillende wisselwerking tussen geluid, natuur, luchtkwaliteit en gezondheid omgevingsaspecten. Deels doen we dit in de effecthoofdstukken (onder voor de optimalisatie van alternatieven. meer de beschrijving van de gezonde leefomgeving), maar bij de concluderende teksten in het rapport staan we hier ook bij stil. Beschrijf kansen om werk met werk te maken In het planMER beschrijven we, voor onderwerpen waarvoor dit relevant is, in hoeverre werkzaamheden logisch in de tijd gecombineerd kunnen worden. Richt het MER op de optimalisatie van de Vlietlijn op basis van Op basis van conditionerende onderzoeken die in het kader van het SO+ lopend onderzoek en regels uit Omgevingsplan Binckhorst en let van de Vlietlijn uitgevoerd zijn, aangevuld met onderzoek naar op detailuitwerkingen bij onder meer haltes trillingshinder, booggeluid en lichthinder, brengen we in het planMER informatie samen die gebruikt gaat worden voor de verdere optimalisatie van de Vlietlijn.
Ontwikkel twee alternatieven voor de doorontwikkeling: één met In de NRD is aangegeven dat er binnen het synergiemodel verschillende maximale focus op gezondheid en openbare ruimte, en één met (onderscheidende) varianten worden ontwikkeld met ieder een specifieke maximale focus op duurzame mobiliteit in een zeer autoluw focus. Een deel van de varianten heeft betrekking op de thema’s gezonde alternatief leefomgeving en verkeersintensiteit. In het MER worden deze varianten vanuit meerdere invalshoeken (brillen) geanalyseerd en beoordeeld. Dit betreft expliciet ook de invalshoeken “gezondheid en openbare ruimte” en “duurzame mobiliteit en autoluw”. Op basis hiervan wordt inzichtelijk gemaakt welke varianten (en maatregelen daarbinnen) gunstig scoren op deze thema’s en welke niet.
86
In deze analyse betrekken we ook een beschouwing op de mate waarin verdergaande maatregelen om het gebied autoluw te maken realistisch zijn binnen de context van de Binckhorst. De parkeernorm in het Gebiedsprogramma bedraagt 0,2 auto’s per woning, en parkeren wordt geclusterd in parkeergarages. Tegelijkertijd zijn meerdere wegen in de Binckhorst onderdeel van de stedelijke ring, en komt de Rotterdamsebaan uit in het gebied. Maatregelen om de Binckhorst autoluw te maken, zijn dus maar tot op zekere hoogte mogelijk. De inzichten die op basis van deze getrapte aanpak worden verkregen worden in het planMER gebruikt of als verdere optimalisatie en/of als aanbeveling voor het vervolg. Op deze wijze zijn wij van mening dat op een gestructureerde wijze uitvoering wordt gegeven aan het advies van de commissie. 15 Geothermie/ systeemintegratie
De geothermiecentrale maakt deel uit van een Den Haag brede energietransitie Onderzoek naast de geothermiecentrales een alternatief voor systeemintegratie, waarbij de ruimte voor infrastructuur in beeld waarbij Den Haag van het gas afwil en alleen nog maar gebruik wil maken van wordt gebracht en de koppeling met omliggende gebieden gelegd schone energie voor de verwarming van gebouwen, het water uit de kraan en het koken. Zie ook: https://www.denhaag.nl/nl/natuur-enwordt milieu/duurzaamheid/den-haag-aardgasvrij/#rol-van-de-gemeente.
De geothermiecentrale wordt niet uitsluitend aangelegd voor de warmtevoorziening in de Binckhorst. Gewonnen aardwarmte wordt in plaats daarvan gevoed in het bredere warmtesysteem, en in de Binckhorst wordt een lage temperatuur warmtesysteem aangelegd dat ook door andere warmtebronnen als warmte koude opslag (WKO) gevoed wordt. In feite wordt het systeemintegratie-alternatief dat de Commissie mer aanraadt om te onderzoeken, dus al toegepast in de Binckhorst: bestaande gebouwen zijn aangesloten op stadsverwarming en nieuwe gebouwen worden voorzien van duurzame warmte door een mix van WKO, aquathermie en mogelijk geothermie
16 Optimalisatie voor klimaatadaptatie 17 Studiegebied
Een beschrijving hiervan, inclusief een onderbouwing van de gemaakte keuzes, nemen we op in het planMER. Daarbij gaan we ook in op de ruimte die nodig is voor de warmte-infrastructuur. Beschrijf het vermogen van oppervlaktewater en bodem om water In de effecthoofdstukken Water en Gezondheid en klimaatadaptatie gaan vast te houden en maak integrale plannen voor onder- en we in op deze onderwerpen. bovengrond zodat ondergrondse infra geen belemmering vormt voor bomen Neem een deel van de Noodpolderbuurt en Voorburg mee in het Uit de effectstudies blijkt hoe groot het studiegebied per effect is. De in het studiegebied advies van de Commissie mer benoemde gebieden nemen we daarin mee.
87
18 Modellen en onzekerheden
Onderbouw de keuze van rekenregels en -modellen en de Voor de onderzoeken die op basis van modelgegevens plaatsvinden, nemen onderliggende gegevens en ga in op onzekerheden. Vertaal deze we een dergelijke beschouwing op in de betreffende effecthoofdstukken. naar een bandbreedte van mogelijke gevolgen 19 Aanlegfase en Beschrijf fasering van plannen, inclusief de effecten van de Op hoofdlijnen beschrijven we de volgtijdelijkheid van de belangrijkste fasering volgtijdelijkheid van activiteiten en een eventuele uitbreiding van ontwikkelingen in het gebied. Voor de ontwikkelingen waarvoor dat het beoordelingskader met aanlegeffecten mogelijk en relevant is (waaronder de aanleg van de geothermiecentrale en de Vlietlijn) beschrijven we effecten in de aanlegfase 20 Mobiliteit / capaciteit Beoordeel de capaciteit van kruispunten kwantitatief Met behulp van COCON-berekeningen brengen we de cyclustijden op kruispunten kruispunten in beeld voor de huidige situatie, referentiesituatie en plansituatie 21 Groen, sport, Toets voor deze thema’s aan gemeentelijke richtinggevende We maken een overzicht van richtinggevende normen die volgen uit de recreatie en normen en definieer kwaliteit openbaar groen en gemeentebrede richtinggevende normen en de op de Binckhorst gezondheid recreatiemogelijkheden toegepaste normen.
Voor de bandbreedte aan woningbouwaantallen toetsen we met behulp van een GIS-analyse in beeld of aan deze richtinggevende normen voldaan wordt. 22 Stedenbouwkundige Gebruik stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit openbare Deze beoordelingsaspecten voegen we toe aan het beoordelingskader kwaliteit ruimte als beoordelingscriteria 23 Klimaatadaptatie Toets klimaatadaptatie aan Haagse normen hiervoor en leg een We beschrijven richtlijnen vanuit de Wegwijzer Den Haag relatie met de criteria in de klimaatmonitor. Klimaatbestendig in het planMER en beoordelen in hoeverre het Gebiedsprogramma hieraan voldoet. 24 Beschrijf verstorende geohydrologische effecten van gebouwen en Effecten van gebouwen op de grondwatersituatie beschrijven we in het de omgang met vasthouden van regenwater binnen kavels planMER. We nemen ook een beschrijving op van de regels over het vasthouden van hemelwater op kavelniveau die naar verwachting in het aangepaste Omgevingsplan vastgelegd worden. 25 Energie/ Bereken de benodigde CO2-uitstoot voor de warmtevoorziening in Zoals in onze reactie onder het advies #15 van de Commissie mer te lezen is, klimaatadaptatie de Binckhorst is reeds sprake van een systeemintegratie. In lijn met het advies van de commissie berekenen we ten behoeve van het warmtesysteem de CO2-uitstoot. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van kentallen en berekeningen die in het
26 27 28 Geluid/gezondheid
kader van de Warmteplan Binckhorst deelgebied Trekvliet – Maanweg uitgevoerd zijn. Beschrijf op hoofdlijnen de bijdrage van gebouwen aan de We nemen in het planMER richtlijnen op over de wijze waarop opwekking van energie en de leefomgevingsbelasting en ontwikkelingen in het gebied bij kunnen dragen aan duurzaamheid en circulariteit van sloop en nieuwbouw circulariteit. Breng ruimtebeslag, comfort, elektriciteitsbehoefte en We beschrijven in het planMER op hoofdlijnen in hoeverre er risico’s op netcongestie kwantitatief in beeld, gekoppeld aan alternatief netcongestie in het gebied zijn en hoe groot de elektriciteitsbehoefte van de systeemintegratie nieuwe woningen in het gebied wordt. Neem zowel bij de voorgenomen activiteit als de alternatieven en Het geluidonderzoek wordt uitgevoerd op de wijze waarop varianten de volgende criteria op: geluidonderzoeken voor dit type milieueffectrapporten altijd uitgevoerd - geluidbelast oppervlak en het oppervlak dat voldoet aan de worden. Daarbij toetsen we aan geldende wettelijke normen en standaardwaarde; gezondheidskundige advieswaarden. Op basis van geluidkaarten brengen - ‘aantal ernstig gehinderden en slaapverstoorden totaal’ in plaats we in beeld hoeveel woningen er binnen bepaalde geluidklassen liggen, en van ‘aantal gehinderden binnen bepaalde geluidsklassen’; gaan we ook in op de beschikbaarheid van geluidluwe gevels.
88
29 30 N2000 /stikstofeffecten
- beschikbaarheid van stille zijden en stille slaapkamers in woningen; - aantal woningen binnen een geluidzone van een gezoneerd industrieterrein; - de mate waarin ‘stil asfalt’ is toegepast (onderdeel van de Actieplannen geluid van de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Den Haag). - de geluidsbelasting van het rangeerterrein binnen het studiegebied. Beschrijf de mitigerende bron-, overdracht en ontvangergerichte maatregelen die voor de verschillende bronnen kunnen worden genomen als er sprake is van overlast Beschrijf de gevolgen van stikstofdepositie van de gebruiks- als aanlegfase op nabijgelegen N2000 gebieden en stel indien nodig een Passende beoordeling op
Het beschrijven van mitigerende maatregelen is onderdeel van het effectonderzoek Geluid
De gevolgen van stikstofdepositie van de ontwikkelingen worden berekend en op basis hiervan duiden we in hoeverre nadelige effecten op Natura 2000 gebieden te verwachten zijn. Indien nodig stellen we een Passende beoordeling op. 31 Beschermde soorten Beschrijf beschermde soorten in het gebied en beoordeel gevolgen Beschermde soorten in het gebied worden als onderdeel van het hiervoor effecthoofdstuk Natuur beschreven. 32 Monitoring Stel een monitoringsplan op dat de cumulatieve effecten van de We dragen in het planMER bij aan een monitoringsplan voor het CID en de doorontwikkeling van de Binckhorst kan monitoren Gebiedsprogramma/aanpassing van het omgevingsplan. Het uitvoeren van door effecten te koppelen aan opgaven en doelen. Voer nulnulmetingen voor het monitoringsplan valt buiten de scope en fasering metingen uit en breid het monitoringsplan daarna uit met van het planMER omdat het op te stellen monitoringsplan aan moet aspecten mobiliteit, gebruiksgroen, sport en spel, geluid, sluiten op andere monitoringsplannen die in ontwikkeling zijn in de luchtkwaliteit, wind en schaduw gemeente Den Haag. 33 Samenvatting Stel een zelfstandig leesbare samenvatting op van het MER We stellen een zelfstandig leesbare samenvatting op bij afronding van het planMER.
89