RIS322186 Bijlage Nota van Antwoord Binckhorst Vlietlijn
Tekst van het document
a. het Gebiedsprogramma is een verdere invulling van het Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst. Daarbij wordt de verbinding gemaakt met het huidig beleid (bv mobiliteit inclusief parkeren, leefbaarheid etc.). Op dit moment zijn er geen extra ambities, randvoorwaarden en richtlijnen meegegeven anders dan alle afgesproken zaken in het project de Vlietlijn. De overige lange termijn ambities, randvoorwaarden en richtlijnen voor Leidschendam-Voorburg liggen vast in de documenten die een opmaat zijn naar de Omgevingsvisie (Kompas voor de Leefomgeving, Bouwstenen voor de Omgevingsvisie en de Koersnotitie Omgevingsvisie). b. In het planMER wordt per beoordelingscriterium een passend studiegebied aangehouden. Voor een aantal criteria is dit gebied groter dan de kaart die in de NRD is opgenomen. c. Het Verkeersonderzoek de Vlietlijn besteed aandacht aan aspecten zoals herkomsten en bestemmingen en verschillende doelgroepen en motieven voor verkeersbewegingen. De veranderende verkeersstromen ten gevolge van individuele en gecombineerde maatregelen op het wegennet worden kwantitatief beschreven d. Zie punt a. e. In het planMER wordt ook aandacht besteed aan de gevolgen van het Gebiedsprogramma voor Voorburg-West f. Met verschillende vormen van participatie -
26
zoals inloopbijeenkomsten, werkgroepsessies en online participatie via www.devlietlijn.nl wordt de omgeving betrokken bij de inpassing van de tramlijn in Rijswijk, LeidschendamVoorburg en Den Haag. In de participatiebijeenkomsten werkt het projectteam samen met bewoners, ondernemers en belangenverenigingen aan een zorgvuldige inpassing van de tram in het gebied. Waar mogelijk worden deze bijeenkomsten samen met de deelnemers voorbereid. g. Zie punt a.
27
19
63
De gevolgen die de doorontwikkeling van de Binckhorst en de aanleg van de Vlietlijn hebben voor de leefomgeving in aangrenzende buurgemeenten worden door het beschouwde studiegebied onvoldoende gedekt. Is de Westvlietweg op juiste wijze in het onderzoeksveld opgenomen? Daarover lopen twee onderzoeken die voor de gemeenten LeidschendamVoorburg (en met name Voorburg-West) en de gemeente Rijswijk (Leeuwendaalkwartier en overkant Geestbrugweg) ook van groot belang zijn. Namelijk het provinciaal onderzoek over de Westvlietweg (door Antea) en het Haagse onderzoek naar bedrijventerrein Westvlietweg (door Sweco) zijn ook van invloed op de verkeersstromen naar en vanuit de genoemde wijken in Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Bovendien is er onvoldoende aandacht voor de lokale verkeersstromen van rijdend verkeer tussen Leidschendam (vanaf the Mall/winkelcentrum Leidschendam) via winkelcentrum Julianabaan in Voorburg (over Prins Bernardlaan) naar het oude centrum van Rijswijk (via de Maanweg en Binckhorstlaan en Geestbrugweg). Denk ook aan Prinses Mariannelaan - Parkweg-Prinses Mariannelaan-Geestbrugweg.
In het planMER wordt een kaart met een plangebied opgenomen. Het plangebied geeft aan waar de maatregelen worden gerealiseerd, in het planMER zal worden onderzocht tot hoe ver de effecten van deze maatregelen reiken. Dat is op voorhand nog niet aan te geven. De gebiedsoverstijgende onderzoeken die uitgevoerd worden en die relevant zijn voor het planMER voor het Gebiedsprogramma, worden bij het planMER betrokken. Relevante resultaten van deze onderzoeken beschrijven we in het planMER. Bij de onderliggende en raakvlakonderzoeken (Verkeersonderzoek De Vlietlijn, Verkeersnetwerk CID-Binckhorst en studie Westvlietweg) is bovendien gebruik gemaakt van dezelfde uitgangspunten. Bij de maatregelpakketten uit het Verkeersonderzoek is bijvoorbeeld ook het effect op de Westvlietweg beschreven.
19
65
De voorgestelde Vlietlijn vanuit Den Haag CS over Binckhorstlaan en Geestbrugweg naar Delft zal veel problemen veroorzaken in de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Met name voor het plaatselijke autoverkeer. Bereikbaarheid en toegankelijkheid van de wijken Voorburg-West en de aan de Geestbrugweg-grenzende wijken in Rijswijk wordt voor autoverkeer zeer fors beperkt. In de huidige NRD worden de probleemkruispunten in Den Haag al vermeld, worden de Lekstraat en Binckhorstlaan/Supernovaweg al genoemd. Maar over de kruispunten in Voorburg-Oud (Laan van Nieuw Oosteinde), Voorburg-West (Prinses Mariannelaan) en Rijswijk (rondom Geestbrugweg) zien we weinig tot niets vermeld.
Deze kruispunten zijn onderdeel van het Verkeersonderzoek de Vlietlijn. De effecten op de verkeersdruk op wegen en kruispunten in de Binckhorst, maar ook in Voorburg en Rijswijk, worden in het planMER uitgebreid beschreven.
9
100
Wat verder nodig is, is dat alle lopende onderzoeken in de verschillende gemeenten op elkaar worden afgestemd. Zo is er recent een verkeersonderzoek gedaan voor de Westvlietweg (met als voorkeursvariant om de Westvlietweg autoluw te maken en de Tolbrug af te sluiten voor autoverkeer). Het verkeersonderzoek rondom De Vlietlijn is 15 oktober jl. gepresenteerd. Daarbij is geen rekening gehouden met het verkeersonderzoek van de Westvlietweg. Ook lijkt er geen rekening gehouden te worden met nieuwe verkeersbewegingen als gevolg van bijvoorbeeld de komst van nieuwbouw zoals de herontwikkeling van het Diaconessenterrein. Vraag 1 :Kunt U aangeven hoe ik naar winkelcentrum Herenstraat Rijswijk moet rijden met mijn auto (ik ben te oud voor een fiets en kan niet tillen)
In het planMER worden zowel Vlietlijn als doorontwikkeling in samenhang beoordeeld, en datzelfde geldt voor de uitwerking van beide initiatieven in de gemeenten. Effecten van de Vlietlijn op de doorontwikkeling of vice versa worden hierbij in beeld gebracht. Bij de onderliggende en raakvlakonderzoeken (Verkeersonderzoek De Vlietlijn, het Verkeersnetwerk CID-Binckhorst en studie Westvlietweg) is bovendien gebruik gemaakt van dezelfde uitgangspunten. Bij de
28
maatregelpakketten uit het Verkeersonderzoek is bijvoorbeeld ook het effect op de Westvlietweg beschreven. In het planMER worden effecten op bereikbaarheid beschouwd. Iedere buurt blijft bereikbaar voor autoverkeer. Afhankelijk van de te nemen verkeersmaatregelen kan de bereikbaarheid per richting veranderen. 13
105
Het kruispunt ter hoogte van de Den Burghstraat, waar de Prinses Mariannelaan en Binckhorstlaan samenkomen, is een erg druk en gevaarlijk kruispunt. Hier moet straks ook een tram ingepast gaan worden. Hoe gaat de inrichting van dit kruispunt eruitzien en wat wordt er gedaan om de verschillende verkeersstromen (niet alleen autoverkeer!) in goede en veilige banen te leiden? De plannen hiervoor ontbreken nog. Niet duidelijk is of het een tram in een vrij liggend tracé zal worden of niet. Een vrij liggend tracé zorgt ervoor dat het gebied tussen de Binckhorstlaan/Pr. Mariannelaan en tussen de Arentsburghlaan/Hoekweg nagenoeg niet meer toegankelijk zullen zijn.
De impact hiervan is onderzocht in het kader van de verdere uitwerking van De Vlietlijn. Er heeft een verkeersonderzoek plaatsgevonden die inzicht geeft in de verkeersafwikkeling. De uitkomsten van dit verkeersonderzoek worden betrokken bij de inpassing van de Vlietlijn en de vormgeving van kruisingen en wegvakken. De effecten op het verkeer, bereikbaarheid en verkeersveiligheid worden in het planMER onderzocht. Zie verder ook de algemene toelichting.
29
40
114
Additioneel: Vanwege het nieuw aan te leggen en verlengde halteperron op de Prinses Mariannelaan ter hoogte van de Hoekenburglaan zal de wijk tussen de Prinses Mariannelaan en de Vliet in de nieuwe situatie met de tram alleen nog maar vanuit zuidelijke richting (komende vanaf de Geestbrugweg) ingereden worden en uitsluitend in noordelijke richting (de Prinses Mariannelaan) uitgereden worden. Dit gaat leiden tot grote problemen met de verkeersafwikkeling in de wijk. Omdat de Hoekweg momenteel alleen een wijk-uit straat is, en bovendien een hoofdfietsroute is, heeft dit tot gevolg dat de zeer smalle Arentsburghlaan de enige inrijdmogelijkheid zal zijn voor verkeer komende vanuit noordelijke richting (de Prinses Mariannelaan). Omdat deze straat nu ook wordt gebruikt voor uitgaand verkeer, onder meer vanuit het appartementencomplex Buitenplaats Hadriani, gaat dit voor zeer grote verkeersonveilige situaties zorgen. Auto’s kunnen elkaar hier niet passeren. Bovendien wordt de leefbaarheid voor bewoners van de Arentsburghlaan onevenredig aangetast. De eveneens zeer smalle Den Burghstraat zal in de beoogde situatie de enige uitrijdmogelijkheid voor verkeer in zuidelijke richting naar de Geestbrug zijn.
Deze uitrijdmogelijkheid wordt op dit moment weinig gebruikt vanwege de onoverzichtelijk situatie bij het fietspad op de kruising en het feit dat tegen de verkeersregels in een ubocht bij de stoplichten moet worden gemaakt wil men richting de Geestbrug kunnen rijden. Dit betekent dat het grootste deel van het uitrijdende verkeer de Dominee Veldhoenlaan en Arentsburghlaan zal gaan gebruiken, terwijl dit ook de enige inrijdmogelijkheid voor verkeer vanuit noordelijke richting zal zijn. Deze straten zijn niet geschikt om zoveel verkeer af te wikkelen, laat staan dat de leefbaarheid voor bewoners van de straten onaanvaardbaar wordt aangetast. Deze complete verkeerschaos en de immense negatieve gevolgen hiervan voor de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid in de Arentsburghlaan, de Dominee Veldhoenlaan, de Den Burghstraat en opvolgende straten moeten veel meer betrokken worden. In het verleden zijn er ook plannen geweest om de verkeerscirculatie van deze wijk aan te passen. Dit is destijds geblokkeerd door de politie die in haar advies onder meer heeft aangegeven dat hulpdiensten hierdoor niet meer op tijd in delen van de wijk kunnen komen.
30
De verkeersmaatregelen ter hoogte van de Prinses Mariannelaan en Geestbrug worden nog uitgewerkt. Het staat niet vast dat de Geestbrug een eenrichtingsweg wordt, dit is slechts één van de mogelijke alternatieven. Effecten van de verschillende alternatieven op verkeersstromen zijn in het Verkeersonderzoek de Vlietlijn kwantitatief onderzocht. In het planMER worden ze uitgebreid beschreven, inclusief de gevolgen voor de leefbaarheid. Zie verder ook de algemene toelichting.
64
144
In het door ons zo gewenste integrale verkeers- en vervoers-onderzoek zou mede opgenomen moeten zijn, het onderzoek naar de Westvlietweg dat door Antea namens de Provincie is uitgevoerd met als voorlopige uitslag dat de Westvlietweg deels een fietsstraat zou worden. Dat heeft gevolgen voor onze gemeente met name omdat de laatste vrije uitgang van Voorburg-west via de Tolbrug voor autoverkeer sterk beperkt dreigt te worden. En dat als ook een afsluiting voor lokaal verkeer tussen onze gemeente en die van Rijswijk werkelijkheid gaat worden. Een geïntegreerde visie over verkeers- en vervoerstromen in onze gemeente en van onze gemeente naar omliggende gemeenten ontbreekt en worden als losse afzonderlijke onderzoeken neergelegd, zonder ze in verband met elkaar te brengen. Ook het onderzoek dat de gemeente Den Haag laat uitvoeren door Sweco voor het bedrijventerrein aan de Westvlietweg beïnvloedt de verkeerstromen ook in onze gemeente. De daarin geopperde voorstellen voor omleiding van het zware verkeer via de Gavi-kavel en fietsverkeer onder de A12 naar de sportvelden en de MBO-school aan de noordzijde van de A12 en bij doortrekking van het OV-tracé vanuit Koningstracé naar Ypenburg en Zoetermeer een halte voor werknemers in dat bedrijventerrein, bepalen mede een toekomstvisie op het benodigde verkeer- en vervoerssyteem in en om onze gemeente.
In het planMER worden de effecten op doorstroming en bereikbaarheid onderzocht. Bij de onderliggende en raakvlakonderzoeken (Verkeersonderzoek De Vlietlijn, Verkeersnetwerk CID-Binckhorst en studie Westvlietweg/Vlietzone) is gebruik gemaakt van dezelfde uitgangspunten. Bij de maatregelpakketten uit het Verkeersonderzoek is bijvoorbeeld ook het effect op de Westvlietweg beschreven.
149
De concept NRD heeft voor Leidschendam-Voorburg een te smalle scope. Omdat blijkt dat de vekeerseffecten voor Voorburg groot zijn. Wat betreft Voorburg zullen de effecten nog groter zijn en zal het plangebied groter moeten zijn dan alleen de Binckhorst. Daarom zal ook het gebied rondom de Voorburgs Binckhorstlaan en de Pr. Mariannelaan plangebied moeten worden (tramtrace), hetzelfde voor de locatie rondom Opa’s veldje en Stationsplein. Dat moet plangebied worden, inclusief de 2 kruisingen Maanweg met Westenburgstraat/Regulusweg en Maanweg/Pr. Bernhardlaan kruising met de Laan van Nieuw Oosteinde (rondom het Wilhelminaviadukt) inclusief de oprit naar de a12 toe. Het gaat niet om de simpele aanleg van tram op maaiveld, maar de halve wijk Voorburg West gaat op de schop. Verregaande maatregelen zullen nodig zijn om de Geestbrug geschikt te maken voor fietsverkeer, inclusief de overstekende fietsers en brommertjes vanuit de snelfietsroute over de Hoekweg richting Den Haag. Maatregelen zullen nodig zijn om de nadelige effecten van de knip voor autoverkeer op de Geestbrug, waar ik geen voorstander van ben, op te heffen.
In het planMER wordt een kaart met een plangebied opgenomen. Het plangebied geeft aan waar de maatregelen worden gerealiseerd, in het planMER zal worden onderzocht tot hoe ver de effecten van deze maatregelen reiken. Dat is op voorhand nog niet aan te geven, Voorburg-West wordt er in elk geval beschreven.
31
64
150
Ervan uitgaande dat eventuele knip voor doorgaand verkeer er komt op de Geestbrug, begrijp ik dat bestuurlijk juridisch gecompliceerd is. Het gaat om een burg van de Provincie Zuid-Holland, die als overblijfsel van de (recente) gemeentelijke herindeling ligt in de gemeente Den Haag. Het afsluiten van de brug voor gemotoriseerd doorgaand verkeer vereist een verkeersbesluit van de provincie want die is verantwoordelijk voor instandhouding. Indien dat gepaard zou gaan met kentekenregistratie en een systeem van ontheffingen met kentekencamera toezicht, hebben de ontheffingen voor bewoners vooral betrekking op inwoners en ondernemers uit het omliggende gebied. Dat betekent dat de provincie toezicht gaat houden op de rechtmatigheid van de ontheffingen. Dat staat nog los van het feit dat de boetes van overtredingen niet de gemeentekas in vloeien maar naar de het Rijk. De provincie heeft daarmee wel de kosten van handhaving en toezicht, maar niet de baten. Terwijl het ook nog de vraag is of het afsluiten een concreet belang is van de provincie die optiek voldoende gronden aangedragen kunnen worden voor het door de Provincie Zuid-Holland te nemen verkeersbesluit. Dit betekent dat er meer aan de orde is dan een eventuele inpassing van en tram op maaiveld, de eventuele knip op de Geestburg en de gevolgen daarvan voor de bereikbaarheid voor het gebied is ingewikkeld.
In het verkeersonderzoek is specifiek gekeken naar de impact van de Vlietlijn op verkeersdrukte en verkeersveiligheid, inclusief het effect van een ‘knip’ in de Geestbrug. Dit is een van de in het verkeersonderzoek onderzochte varianten. In totaal worden vier maatregelpakketten onderzocht die tot doel hebben om doorgaand verkeer in het gebied te beperken. De effecten worden in het planMER onderzocht, onder andere op bereikbaarheid, doorstroming, gezondheid en veiligheid. De Provincie is een van de opdrachtgevers van De Vlietlijn.
52
161
In het verleden zijn er ook plannen geweest om de verkeerscirculatie in deze wijk aan te passen. Dit is destijds geblokkeerd door de politie die in haar advies onder meer heeft aangegeven dat hulpdiensten hierdoor niet meer op tijd in delen van de wijk kunnen komen. Ook dit aspect is ten onrechte niet betrokken. De verkeerscirculatie is nu al niet optimaal. Verslechter de verkeerscirculatie echter niet voor bewoners en hulpdiensten in dit deel van Voorburg-West. U overweegt om een tramhalte te leggen voor de Hoekenburglaan, een straat die nu dé toegangsstraat is voor de omliggende straten. Met uw plan komt zowel een bereikbaarheids- als veiligheidsaspect in het gedrang. Bepaal de verkeerscirculatie en -veiligheid altijd vooraf met bewoners én hulpdiensten om de haalbaarheid van uw plannen te toetsen. Met een oog op alle algemene beginselen van bestuur: hoe is de bereikbaarheid van Voorburg-West meegenomen en specifiek verzoek ik u in te gaan op de bereikbaarheid van de Hoekenburglaan, Voorburg.
Onderdeel van de uitwerking van de Vlietlijn is een afweging over verkeersmaatregelen. De bereikbaarheid van de betreffende buurten is daarbij een aspect bij de afwegingen en de besluitvorming over de inpassing van de Vlietlijn Dit is inzichtelijk gemaakt in de Verkeerstudie Vlietlijn, welke gedeeld is met de deelnemers van de werkgroepen. En is te vinden op de website van project de Vlietlijn. www.devlietlijn.nl Voor de hulpdiensten zal gewaarborgd moeten worden dat alle buurten bereikbaar zijn.
165
De wijkvereniging acht samenwerking bij de aanleg van een openbaar vervoerverbinding in verband met de ontwikkelingen op de Binckhorst zeer wenselijk en noodzakelijk. Dat vraagt niet alleen medewerking van de buren in Den Haag, Rijswijk en LeidschendamVoorburg maar ook om begrip en acceptatie van argumenten die de plannen maar juist ook de leefbaarheid en bereikbaarheid van niet alleen de hele regio maar zeker ook ons deel van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Dat laatste komt onvoldoende naar voren in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De voorgestelde varianten doen op vele onderdelen geen recht aan de impact op leefbaarheid en bereikbaarheid van dit gebied en specifiek ook onze wijk Oud Voorburg en onze inwoners.
In het planMER worden effecten van de voornemens in het ontwerpgebiedsprogramma op omliggende gebieden beschreven.
32
169
De groene Vlietzone moet absoluut behouden blijven zonder verdere aantasting. Dit is namelijk van invloed op de verkeersontwikkeling van en naar de Westvlietweg en zal grote gevolgen hebben (zwaar verkeer) voor verkeer dat nu op basis van de NRDplannen uit Voorburg-West geweerd zullen worden.
De Verkeersontwikkeling op de Westvlietweg is onderdeel van het verkeersonderzoek Vlietlijn en als zodanig onderdeel van het planMER.
26
9
De kruispuntenanalyse laat een aantal knelpunten zien. In de presentatie wordt gesteld dat daarom aanvullende maatregelen nodig zijn. Maar er wordt niet verder gekomen, dan te verwijzen naar het zogeheten 'Basispakket Mobiliteit + mobiliteitstransitie'. Het zou interessant zijn, als onderzocht zou zijn of de invloed van de afstelling van de verkeerslichteninstallaties op de betreffende kruispunten en aangrenzende wegen en routes hier mede debet aan zijn. Dat is echter buiten beschouwing gebleven.
Zie algemene toelichting
26
10
Op basis van de in de presentatie opgenomen cijfers kan wat mij betreft geen afweging van de gepresenteerde varianten plaatsvinden. Een beoordeling kan pas plaatsvinden indien: 1) als er een genormaliseerde situatie op de Binckhorstlaan is, zodat bij de nulsituatie uitgegaan kan worden van een normale uitgangssituatie. Die is, zoals vermeld, er nu en al geruime tijd niet. Met deze 'normale' situatie zou het model opnieuw doorgerekend moeten worden. 2) Als de dagdelen en de intensiteit van het autogebruik in beeld komen en op basis daarvan kan worden vastgesteld wanneer zich manifeste knelpunten voordoen en in welke mate en wanneer niet. 3) als er een beter inzicht is op de herkomst en bestemming van het verkeer op de drukste wegen. 4) als bekend is of de bestaande verkeerlichteninstallaties en op de aanrijroutes zo optimaal mogelijk zijn afgestemd op de toestroom van het verkeer. 5) als duidelijk is hoe het met lijn 1 zal gaan, omdat hier heb ik begrepen nog nader onderzoek naar wordt gedaan en overleg wordt gevoerd. Zonder dit onderliggend materiaal kan in ieder geval ik de varianten, noch de pakketten beoordelen.
In een planproces zoals dat voor de Vlietlijn en de doorontwikkeling is het niet met verkeersmodellen mogelijk om uitspraken te doen over een te verwachten verkeerssituatie in bijvoorbeeld 2030. De verkeersmodellen zijn echter wel gebaseerd op het huidige verkeersbeeld (denk aan de reismomenten, vervoerwijzen, herkomsten/bestemmingen in de bestaande stad). Deze studies hebben in het voorafgaande proces geleid tot de besluiten over de Vlietlijn en het basispakket mobiliteit. Deze verkeersonderzoeken zijn input voor het planMER.
26
12
Knip Oude Tolbrug en Westenbrug straat. Ook hier worden in de presentatie een belangrijk aantal nadelen genoemd. Ik wijs erop dat in het kader van de studies over de Westvlietweg het reconstrueren van deze weg tot een fietsstraat, tezamen met een andere ontsluiting van het bedrijventerrein (bij de A12) ten zuiden-oosten aan deze weg, de Westvlietweg minder aantrekkelijk maakt voor doorgaand verkeer, waardoor een knip op de oude Tolbrug geen duidelijke functie meer heeft. Ook deze variant wordt daarom door mij niet aanbevolen.
Wij zijn bekend met de studie over de Vlietzone. Echter de besluitvorming daarover moet nog plaatsvinden. In het kader van het besluit over de inpassing van Vlietlijn zal dit in samenhang met de studie Vlietzone worden bezien. Een mogelijke knip Oude Tolbrug is in het kader van Vlietlijn verkend als verkeerskundige ingreep die kan worden afgewogen tegen andere verkeersmaatregelen met een vergelijkbaar effect.
33
26
13
Afsluiten parallelbaan Binckhorstlaan. Deze variant lijkt mij ingegeven te zijn door het vastlopende kruispunt Neherkade/Binckhorstlaan. Er is in de presentatie een aantal nadelen genoemd. Een belangrijk nadeel is buiten beschouwing gebleven; namelijk dat deze parallelweg ook dient als ontsluiting van de wijk. Deze variant lijkt mij geen gelopen race, zolang de verkeerslichteninstallaties niet grondig is geanalyseerd en optimalisatie uitgesloten is.
Deze maatregel hangt direct samen met de andere onderzochte verkeersmaatregelen in het studiegebied. Deze andere maatregelen leiden tot een verschuiving van het verkeer naar o.a. de reeds zwaar belaste kruising Binckhorstaan/Mercuriusweg. Daarom is de maatregel afsluiten paralelbaan onderdeel geworden van de maatregelpakketten. Eenvoudiger ingrepen, zoals het anders afstellen van de verkeerslichten, bleken in de afgelopen jaren maar een beperkt effect te hebben.
26
14
Stimuleren gebruik Rotterdamsebaan. De constatering dat de Rotterdamsebaan een vooral regionale functie heeft is niet opmerkelijk. Dit is immers 1 van de inprikkers van Den Haag. Dat een snelheidsverhoging tot meer gebruik zou leiden, is een theoretisch wensbeeld. Daar zijn andere maatregelen voor nodig. Het is bijzonder spijtig dat de Rotterdamsebaan slechts een beperkte functie heeft voor de Binckhorst, zeker voor het deel waar de meeste woningen komen. Het Omgevingsplan Binckhorst gaat zoals eerder vermeld uit van een belangrijke functie van de Rotterdamsebaan voor de Binckhorst. Dat blijkt in de nieuwe berekeningen niet te gaan lukken. Het verkeersonderzoek gaat aan deze tegenstelling niet alleen voorbij, maar verbindt er ook geen consequenties aan. Er zou nog eens goed moeten worden gekeken naar hoe het gebruik van de Rotterdamsebaan door bewoners, werknemers en bedrijven van de Binckhorst verbeterd kan worden.
Voor het te verwachten gebruik van de Rotterdamse baan is voor het planMER uitgegaan van het wegennet zoals dat naar de huidige inzichten in 2030/2040 aanwezig is. Onderdeel van de inpassing van de Vlietlijn is een maatregelenpakket dat het verkeer, in sterkere mate dan nu, het autoverkeer zal sturen naar de stedelijke hoofdwegen waaronder de Rotterdamsebaan. De tunnel verbindt het rijkswegennet met het stelsel van stedelijke hoofdwegen (Centrumring) en bedient een deel van de Binckhorst.
26
15
In de presentaties zijn enkele clusters van varianten in maatregelenpakketten weergegeven en is er ook nog een optie eenrichtingsverkeer opgenomen. Deze pakketten hebben allemaal de nadelen die ik vorenstaand al heb genoemd en die in mijn ogen te zwaarwegend zijn om 1 van die pakketten te kiezen.
De maatregelenpakketten zullen worden meegenomen in het planMER. Op basis van de effecten zal een afweging van de maatregelpakketten plaatsvinden. In verdiepend onderzoek met micro-simulaties worden bovendien combinaties van maatregelen uit de pakketten onderzocht.
34
26
16
Het onderzoek, of beter gezegd de analyse van een aantal verkeersmaatregelen, heeft mij er niet van overtuigd om voorstander te zijn van een variant of van een maatregelenpakket. Er zijn te veel nadelen of nadelige effecten aan verbonden om een van die oplossingen uit te voeren. Daarenboven is het doel en het nut van de oplossingen in het licht van de gepresenteerde cijfers nogal betrekkelijk. Voor de afwikkeling van het verkeer naar de rijkswegen is een verbetering van de toegankelijkheid en het gebruik van de Rotterdamsebaan van groot belang. Daar moet een plan van aanpak voor komen. Een belangrijke aanleiding om maatregelen te bekijken is de omlegging van lijn 1. Indien dat niet gebeurt (en dat is in mijn ogen een goede zaak) dan vervalt een van de belangrijkste aanleidingen voor de nu bekeken maatregelen. In dien lijn 1 niet wordt omgelegd wil dat overigens niet zeggen dat dan de Geestbrugweg, de Prinses Mariannelaan en de kruispunten niet moet aangepast. In het kader van de verkeersveiligheid en met het oog op betere fietsverbindingen is dat zeker nodig. Die verbeteringen zijn ook zonder de ontwikkeling van de Binckhorst noodzakelijk.
De maatregelenpakketten zullen worden meegenomen in het planMER. Op basis van de effecten zal een afweging van de maatregelpakketten plaatsvinden. In verdiepend onderzoek met micro-simulaties worden bovendien combinaties van maatregelen uit de pakketten onderzocht.
12
36
De inpassing van de tramlijn in Voorburg-West is een ingrijpende infrastructurele operatie. Het bagatelliseren hiervan in de NRD als een ‘kleine ingreep’ is misleidend. Voor een MER is vereist, dat een goede beschrijving wordt gegeven van de huidige situatie, het zogeheten referentiescenario. Dit ontbreekt helaas in de NRD. Momenteel kampt Voorburg-West al met ernstige verkeersproblemen, zowel in de ochtend als in de avondspits. Zelfs de kleinste verstoring op het omliggende wegennet leidt tot vastgelopen verkeer, met grote negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in het gebied. Zelfs zonder de verwachte toename van verkeer door de ontwikkelingen in de Binckhorst, dus alleen met autonome ontwikkelingen, staat de leefbaarheid in VoorburgWest al ernstig onder druk.
De inpassing van De Vlietlijn wordt door de opdrachtgevers zeker niet als kleine ingreep gezien. Dus de aanduiding “kleine ingreep” was in de NRD niet op zijn plaats. De referentiesituatie wordt beschreven in het planMER Er heeft een verkeersonderzoek plaatsgevonden dat inzicht geeft in de verkeersafwikkeling. De uitkomsten van het verkeersonderzoek worden betrokken bij de inpassing van de Vlietlijn en de vormgeving van kruisingen en wegvakken. De effecten op het verkeer en verkeersveiligheid worden in het planMER onderzocht.
19
56
Bekend is dat Voorburg-West een fijnmazig en volgebouwd gebied is. Dit houdt in dat oplossingsrichtingen in samenhang bezien moeten worden. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over een ‘langzaamverkeer-verbinding’ Heeswijkstraat naar de halte op de Maanweg, ter hoogte van de Melkwegstraat. Dit leidt tot andere verkeersstromen die vervolgens op de Prinses Mariannelaan en de Binckhorstlaan-Voorburg weer tot verdere verkeersdruk leiden. Dit heeft ook consequenties voor het fietsverkeer op het kruispunt Heeswijkstraat -Paradijsstraat (school) en de kruising met de Overburgkade.
Deze effecten worden in het planMER beschreven. Indien blijkt dat ongewenste effecten of situaties voortkomen uit het planMER, onderzoeken we welke oplossingen hiervoor mogelijk zijn.
9
101
Leidschendam-Voorburg heeft de verantwoordelijkheid voor een goede afwikkeling van het verkeer op haar eigen grondgebied. De gemeenteraad moet zich daarbij afvragen hoe bewoners van VoorburgWest in de toekomst de wijk in en uit kunnen komen. Daar maak
De effecten op veiligheid, parkeren en bereikbaarheid worden onderzocht in het planMER. We onderzoeken met behulp van
35
143
ik me ernstig zorgen om. De tram zal zorgen voor opstoppingen, sommige wegen worden eenrichtingsverkeer en er is een grote kans dat bepaalde wegen/ bruggen worden afgesloten voor autoverkeer. Hoe blijft de buurt waar ik woon goed bereikbaar met de auto en – heel belangrijk – natuurlijk ook voor de hulpdiensten? Een extra uitdaging is de toenemende parkeerdruk in Voorburg-West. Het inpassen van het tramtracé zal leiden tot groot verlies van parkeerplaatsen. Daarmee wordt de parkeerdruk nog hoger. Vraag 2: Kunt U aangeven nu waar ik in de toekomst mijn auto kan parkeren?
maatregelpakketten voor het autoverkeer of deze problemen op te lossen zijn. Het is bij elk maatregelpakket een harde randvoorwaarde dat wegen goed bereikbaar moeten blijven voor hulpdiensten. Iedere buurt blijft bereikbaar voor autoverkeer. Afhankelijk van de te nemen verkeersmaatregelen kan de bereikbaarheid per richting veranderen. Voor de hulpdiensten is het een harde randvoorwaarde dat alle buurten bereikbaar zijn. In Voorburg-West wordt gewerkt aan een aanvullende parkeerstrategie. Voor de korte termijn betekent dit: Aanpassen venstertijden blauwe zone aan de venstertijden van betaald parkeren in Binckhorst (ma tm zo 8-24h). Voor de middellange termijn betekent dit: Uitgifte van parkeerontheffingen in Voorburg-West afstemmen op het aantal parkeerplaatsen in de buurt.
In het onderzoek van Royal Haskoning werden allerlei kruispunten in het Vlietlijntraject onderzocht op hun gevolgen op basis van afsluitingen van knooppunten (knips) als gevolg van het vrij baan geven aan de HOV van de Vlietlijn. Dat er voor Voorburg-west de in- en uitrijmogelijkheden van hun wijk op vier van de vijf uitgangen voor autoverkeer door het voorgenomen traject van de Vlietlijn fors worden beïnvloedt wordt nauwelijks goed in beeld gebracht. Al eerder is vorig jaar bij de planvorning van deze lijnen is daarop gewezen. Het lijkt erop dat onze gemeente en die van Rijswijk de tol mogen betalen voor een door de Gemeente Den Haag zo graag gewilde vrij liggende HOV-lijn, door afsluitingen voor het lokale autoverkeer in en tussen onze gemeenten. Afsluiting van de Geestbrug voor autoverkeer betekent voor inwoners van de gemeente Leidschendam-Voorburg en Rijswijk dat flink omgereden moet worden via het Prins Clausplein of via Schenkkade, Rijswijkseplein/-weg en Haagweg. Voor chauffeurs die ouderen die niet meer zelfstandig aan het OV kunnen deelnemen, ophalen om mee te kunnen doen aan activiteiten aan de andere kant van de Trekvliet betekent dat een enorme omweg. Dat zal de animo onder hen niet echt vergroten om dit soort ‘mantelzorg’ te verlenen, weet ik uit eigen ervaringen.
We onderzoeken of de tram opstoppingen veroorzaakt en hoe dit te voorkomen is. We onderzoeken met behulp van maatregelpakketten voor het autoverkeer of deze problemen op te lossen zijn. Iedere buurt blijft bereikbaar voor autoverkeer. Afhankelijk van de te nemen verkeersmaatregelen kan de bereikbaarheid per richting veranderen. Voor de hulpdiensten is een harde randvoorwaarde dat alle buurten bereikbaar zijn.
36
25
28
Daarnaast moet het studiegebied breder zijn. In de te beschouwen situaties, 4.3, wordt het gebied Binckhorst genoemd en autonome ontwikkelingen. En in 4.2. het studiegebied wordt aangegeven dat dit gebied wordt bepaald door de reikwijdte van de effecten. Daarin worden geen contouren genoemd, maar wel een plaatje geschetst. Het studiegebied moet breder dan dat genoemde en geschetste gebied zijn. Een eventuele Vlietlijn en het eventueel afsluiten van de Geestbrug voor auto's heeft verkeerseffecten voor een gebied dat zich uitstrekt tot de Haagweg, Hoornbrug, Knooppunt Ypenburg, Jan Thijssenstraat, en Rijswijkseweg, Neherkade, en de wijken aan de Geestbrugweg en de Prinses Mariannelaan. De kans is groot dat er in dat gebied, op die wegen die met elkaar verbonden zijn, congestie en gevaarlijke verkeersituaties ontstaan. Het studiegebied zal daarom die omvang moeten hebben.
Het studiegebied voor wat betreft verkeerseffecten en daaruit volgende leefbaarheidseffecten is groter dan de schaal van de kaart die in de zienswijze genoemd wordt. Deze effecten worden onderzocht voor het gehele gebied dat in de zienswijze wordt genoemd.
3
44
Wat wordt bedoeld met: Smart Mobility, wijkhubs en deel- en MaaS concepten.
Smart Mobility betekent dat vervoer steeds meer digitaal wordt. Denk aan zelfrijdende auto's. Wijkhubs zijn plekken in de buurt waar je van het ene naar het andere vervoersmiddel kunt overstappen. Bijvoorbeeld fietsenstallingen of verhuurpunten bij tramhaltes of parkeerplaatsen. MaaS staat voor Mobility as a Service. Dit betekent dat je vervoer kunt regelen via een app. Via de app kun je zien wat beschikbaar is, betalen en reserveren. OV-fietsen bij treinstations zijn een voorbeeld van MaaS.
19
72
Het studiegebied wordt nu niet afgebakend in de NRD. In het plan-MER zal de omvang van het studiegebied per milieuaspect worden onderbouwd (zie pag. 15). Het studiegebied moet echter nu al volledig in beeld worden gebracht. Met name omdat de verkeersontwikkelingen van het in de toekomst beoogde gebruik van de Binckhorst (wonen, werken, bedrijvigheid, e.d.) milieueffecten hebben op een veel groter gebied, dan het plangebied.
Het studiegebied kan in deze fase van het onderzoek nog niet afgebakend worden, omdat dit volgt uit de effectbeoordelingen. Het studiegebied is, zoals u ook stelt, afhankelijk van hoe ver de verkeerseffecten reiken. Vandaar dat eerst de verkeerseffecten in beeld worden gebracht en op basis daarvan de studiegebieden voor de milieueffecten worden afgeleid.
De afsluiting van de Geestbrug heeft niet alleen directe gevolgen voor de bereikbaarheid van de wijk Cromvliet, maar ook voor de lokale economie en werkgelegenheid. Veel bewoners in de wijk zijn werkzaam in sectoren waarin zij afhankelijk zijn van het vervoer
Het verkeersonderzoek Vlietlijn heeft plaatsgevonden en wordt ook beoordeeld in het planMER. De studie is gedeeld met de
Knip Geestbrug 23
23
37
van gereedschap en materialen. Zij hebben geen realistische alternatieven zoals openbaar vervoer of thuiswerken. Een afsluiting van de brug zonder uitzondering voor bestemmingsverkeer zal deze bewoners letterlijk vastzetten, met aanzienlijke gevolgen voor hun werk en inkomen. Dit heeft een economisch domino-effect voor bedrijven en diensten in en rond Rijswijk. Er moet een grondige evaluatie komen van de reistijden en de verkeersafwikkeling in de spits, waarbij ook wordt gekeken naar de gevolgen van extra verkeersdruk op al overbelaste routes zoals de Neherkade. Wat is de werkelijke nieuwe reistijd voor bewoners die geen andere opties hebben dan de auto? Dit moet in detail worden uitgewerkt, inclusief de impact op kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers.
deelnemers van de werkgroepen. En is te vinden op de website van project de Vlietlijn. www.devlietlijn.nl Er zijn vier maatregelpakketten onderzocht waarin onder meer een mogelijke knip op de Geestbrug is verwerkt. Dit onderzoek brengt de effecten op de reistijden, verkeersdruk op het wegennet en de cyclustijden op kruispunten in beeld om een goede afweging mogelijk te maken.
1
7
Vanwege de verkeersdrukte en verkeersveiligheid (NB: dit is een schoolroute) is een tram over de Geestbrug zonder knip op de Geestbrug voor ons geen optie.
In het verkeersonderzoek wordt specifiek gekeken naar de impact van de Vlietlijn op verkeersdrukte en verkeersveiligheid, inclusief het effect van een ‘knip’ in de Geestbrug. Dit is een van de in het verkeersonderzoek Vlietlijn onderzochte varianten. De studie is gedeeld met de deelnemers van de werkgroepen. En is te vinden op de website van project de Vlietlijn. www.devlietlijn.nl
1
10
Indien een ernstig overlastgevende tram over de Geestbrugkade gelegd wordt, moet er ook een halte bij de Geestbrug komen. Anders zijn er voor de bewoners immers alleen nadelen en geen voordelen van de tram.
Aangrenzend aan de Geestbrug zijn inderdaad tramhaltes voor De Vlietlijn voorzien.
26
11
De knip op de Geestbrug. Omdat de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan wijkontsluitingswegen zijn en een verkeersverbinding tussen Leidschendam-Voorburg en Rijswijk vormen ligt een knip op de Geestbrug bepaald niet voor de hand. Er zijn ook te veel negatieve effecten, zoals de voorspelde toename van verkeer op de Rijswijkseweg en Haagweg en, vul ik aan, op de Nassaukade en doodlopende wegvakken waardoor min of meer ingesloten wijken ontstaan, zowel in Rijswijk, als in Leidschendam-Voorburg. Het autoverkeer tussen Leidschendam-Voorburg en Rijswijk zal een flinke omweg moeten maken, bijvoorbeeld via de rijkswegen, of via de Haagweg/Rijswijkseweg Neherkade. Dit is onder meer niet in het voordeel van de centra in Oud Rijswijk en Oud Voorburg. Als er al een knip zou moeten komen, dan zou die een zwaarwegend verkeersprobleem moeten oplossen, dat bovendien niet op een andere manier kan worden aangepakt. Uit de presentatie kan dat zwaarwegende probleem niet worden afgeleid. Weliswaar zijn er knelpunten bij kruispunten, maar de oorzaken ervan zijn niet in beeld gebracht. Omdat de negatieve effecten te groot zijn, moet deze variant worden afgewezen.
Zie algemene toelichting. De varianten worden afgezet tegen de bestaande situatie zonder knip.
38
26
Knip Binckhorstlaan ter hoogte van de Broeksloot voor autoverkeer. Deze oplossing zou nut kunnen hebben, indien er veel autoverkeer van en naar de Binkchorst via de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg rijdt, maar indien het verkeer van de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan dat rijdt via de Maanweg sterk dominant is, zoals het kaartje op bladzijde 10 suggereert, dan heeft deze knip een toename van het autoverkeer over de Prinses Mariannelaan tot gevolg. In dat geval ontstaat er een verslechtering van de huidige situatie. Niet doen dus in dat geval.
Zie algemene toelichting
Geluid/ Trillingen 1
11
Doe specifiek onderzoek naar het geluid dat ontstaat door het rijden van de tram over de voegovergangen tussen brug en wal. Hiervoor dienen metingen aan zowel de onderzijde als de bovenzijde van de brug gedaan te worden. Breng hierbij ook de piekbelastingen in beeld en niet alleen de gemiddelde belasting. Wanneer een voertuig over een voegovergang van een kunstwerk rijdt, geeft dat in de meeste situaties namelijk een impulsachtig geluid. Dit impulsachtige geluid van de voegovergang kan een bron van significante (extra) hinder zijn voor directe omwonenden en kan daarnaast ook duidelijk hoorbaar zijn op grotere afstand. De piekgeluiden van een voegovergang zullen voor de meeste geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van een kunstwerk een verwaarloosbaar effect hebben op dit equivalente geluidniveau, maar wel een groot effect op de direct omwonenden. Ik verzoek u dan ook dit effect in beeld te brengen en te kijken naar eventuele mitigerende maatregelen.
Het effect op geluid wordt in het planMER in dit planstadium niet gemeten maar wel modelmatig onderzocht, waarbij ook eventuele mitigerende maatregelen om de overlast te beperken beschreven worden. Piekbelastingen worden hierbij niet kwantitatief onderzocht. Deze effecten worden in een vervolgfase in een separaat project-MER verder onderzocht. In het planMER nemen we een beknopte, kwalitatieve beschouwing op van mogelijke piekbelastingen.
1
12
Doe ook onderzoek naar de trillingen die de tram veroorzaakt door en rondom de brug. Houd daarbij rekening dat de omliggende panden uit de jaren ’30 komen en dus oud zijn, waardoor de fundering hier niet op gemaakt is.
Er wordt voor de beoordeling van de Vlietlijn in het planMER een bureauonderzoek naar trillingshinder en trillingsrisico's uitgevoerd.
24
13
1. het trillingsgevaar van een tram die ca. 50.000 kilo kan wegen te laten opmeten. Veel van onze huizen aan de Geestbrugweg hebben plafonds met ornamenten. Deze plafonds bestaan uit gips gestuukt op stro. Het stro is bevestigd met ijzerdraadjes aan de plafondvloerbalken. De meeste huizen zijn gebouwd van 1890 tot 1930!!!! Dus vooraf adviseer ik zeker foto’s te laten maken van de buitenmuren en zelfs van de plafonds in de huizen. Ook de marmeren schouwen in de huizen zijn met ijzerdraad bevestigt tegen de muren…!
In deze planfase wordt voor de beoordeling van de Vlietlijn in het planMER een bureauonderzoek naar trillingshinder uitgevoerd. Daarbij wordt in het planMER onderzocht in hoeverre er langs het tracé van de Vlietlijn sprake is van trillingsrisico's. Pas in een uitvoeringsfase is sprake van het opnemen van een nul situatie van de woningen door bijvoorbeeld fotoverslagen.
Ik heb gewerkt in een kantoor aan de Javastraat waar op een ochtend de plafonds op de bureaus lagen………!!!!
39
24
15
Ook vooraf het huidige geluidsniveau opmeten en ook daarna als eventueel de Vlietlijn rijdt. Mocht dit hoger zijn dan het huidige geluidsniveau dan zou de gemeente Rijswijk/Den Haag/de HTM het geluidsniveau binnen de woningen moeten terugbrengen naar het huidige niveau. Nu al zou ik graag willen laten vastleggen, wie voor deze kosten hiervan gaat opdraaien.
Er worden geen geluidsmetingen uitgevoerd omdat het geluidsonderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de voorstudie MIRTverkenning "Bereikbaarheid CID Binckhorst" heeft aangetoond dat het autogeluid op de drukke wegen waar de Vlietlijn langs rijdt, dominant is. Dit kan misschien teleurstellend zijn voor degenen die zich zorgen maken over het geluid van de tram. Echter, specifieke geluidsmetingen voor de tram zouden in dit geval geen toegevoegde waarde hebben. De effecten op geluid en trillingen worden wel modelmatig onderzocht in het plan-MER, zodat een goed beeld wordt verkregen van de mogelijke impact.
1
14
Onderzoek hoe geluid en trillingen voor de omwonenden gereduceerd kunnen worden.
Zie algemene toelichting
35
41
De komst van de tram veroorzaakt geluidsoverlast en trillingen. Dat betekent dat de leefbaarheid onder druk komt te staan. De rust van bewoners die dicht bij het beoogde tramtracé wonen, wordt door de tram ernstig verstoord. Trillingen kunnen schade veroorzaken aan de woningen, los van de effecten van de werkzaamheden aan de weg bij de aanleg van het tramtracé. Hoe gaat de gemeente de woningen compenseren die schade ondervinden, materieel en immaterieel?
De invulling van nadeelcompensatie is onderdeel van het vervolgproces. Dit planMER regelt niet de realisatie, het blijft hier beperkt tot een bureauonderzoek. Voor de feitelijke realisatie is een planologisch vervolgbesluit nodig waarvoor meer gedetailleerd onderzoek wordt gedaan. Pas ook dan is er sprake van eventuele woningonderzoeken/nulmetingen.
14
97
De aanleg van infrastructuur zoals de Vlietlijn en de geothermiecentrale kan leiden tot significante trillingen en geluidsoverlast, die verstorend kunnen werken op de Scoutingactiviteiten. In het bijzonder vormt de trillingsimpact een risico voor het Scoutinggebouw, dat niet is onderheid en daardoor extra gevoelig is voor schade door trillingen. Daarnaast maken wij ons zorgen over de geluidsoverlast die de nieuwe tramverbinding met zich mee kan brengen, vooral tijdens de gebruiksfase. Het is belangrijk dat het planMER specifieke maatregelen en grenswaarden bevat om zowel trillingen als geluid te beperken, zodat de structuur van het gebouw behouden blijft, geluidsoverlast beperkt wordt en de rust en veiligheid tijdens bijeenkomsten en overnachtingen gewaarborgd blijven
Het planMER gaat in op deze aandachtspunten. Er wordt een trillingsonderzoek uitgevoerd dat in beeld brengt waar risico's zijn op overlast of schade door trillingen. Ook wordt een kwantitatief geluidsonderzoek uitgevoerd.
40
24
166
Voor alle varianten vragen wij u onderzoek te doen naar de effecten die de nieuwe infrastructuur zal hebben op het niveau van geluidshinder. In het bijzonder de stapeling van geluid. De treinen die niet meer stoppen op het station Voorburg rijden met werkelijk donderende herrie bovenlangs. De hoge intensiteit van het verkeer op de Utrechtsebaan en iets verder weg de A4 met tevens de verbinding van het Prins Clausplein, geeft meer geluidsoverlast dan nodig zou zijn temeer omdat er nog steeds 100km mag worden gereden. Een intensief gebruikte trambaan in welke vorm dan ook zal nog meer geluid veroorzaken. Het zijn drie zeer verschillende soorten geluidsoverlast en bovendien zal er geen 'rust' meer zijn doordat de drie onderscheiden vervoersstromen een 24/7 overlappende hinder (zullen) veroorzaken. Ook vragen we extra aandacht voor de bocht die de tram moet maken. De ervaring leert dat alle trams bij het nemen van een bocht een doordringende geluidsoverlast veroorzaken. Met trein en tram en auto zal er een permanente overlast ontstaan. Naar de effecten daarvan op de leefbaarheid moet onderzoek worden gedaan.
Het kwantitatieve geluidonderzoek ten gevolge van de voornemens in de Gebiedsprogramma gaat in op het cumulatieve geluidniveau in het gehele gebied waar effecten optreden. Specifiek wordt ook bureauonderzoek gedaan naar het booggeluid in bochten van de tram.
14
van belang is waar de haltes komen aan de Geestbrugweg. De tram komt vanaf de brug met een zekere snelheid en moet dan ergens gaan remmen…….!
De plaatsing van haltes langs het tracé van De Vlietlijn wordt nauwgezet onderzocht i.s.m. met de toekomstige exploitant HTM . Daarbij worden snelheidseffecten ook meegenomen in de uitwerking van het ontwerp.
27
Bij de te onderzoeken effecten, ontbreken effecten die zijn genoemd in het amendement dat de gemeenteraad van Rijswijk met ruime meerderheid heeft aangenomen bij de behandeling van het Raadsvoorstel herinrichting Geestbrugweg en Masterplan Bereikbaarheid CID-Binkhorst (RV 23-034) op 1 juni 2023. Voor die verschillende te onderzoeken effecten verwijs ik naar de inhoud van dat amendement.
De onderzoeken die in het amendement zijn genoemd worden uitgevoerd in het kader van het planMER voor het Gebiedsprogramma. Concreet betreft dit de gevolgen voor de leefbaarheid waaronder geluid en trilling, aansluiting op de Haagweg, eventuele knip voor het autoverkeer, verkeerscirculatie in omliggende wijken alsmede de doorstroming op regionaal gebied. Nadelige effecten en mogelijke mitigerende maatregelen worden in het planMER beschreven.
Diversen 25
41
35
43
Met de inpassing van de tram komen verschillende groene zones onder druk te staan zoals de ecologische Broekslootzone. Hoe de tram ingepast kan worden op de Maanweg zonder aantasting van het groen is volledig onduidelijk. Ook de inpassing van de tram op de Bickhorstlaan vraagt om een offer van groen zoals de plannen er nu uitzien. “Willen jullie bomen of parkeerplaatsen?” was de vraag die is voorgelegd aan bewoners tijdens de participatiebijeenkomst. Een onmogelijke vraag en in alle gevallen betekent het een aantasting van de leefbaarheid van de wijk. We hebben groen nodig, de hittestress in steden wordt een steeds groter probleem; het opofferen van groen is dan ook uitgesloten.
Het ontwerp van de Vlietlijn zet maximaal in op het behoud en anders in elk geval compensatie van groene zones. De effecten van de inpassing op de Maanweg en elders langs het tracé op onder meer het aanwezige groen beschrijven we in het planMER. Eventuele compensatie van groen zal verlopen via de geldende beleid en regelgeving in de betreffende gemeente.
4
51
Criterium 3:De Broeksloot-zone is een groenzone, deze groen-/ecozone dreigt al te worden aangetast door het geplande OV-trace met de haltes aan de zijde van de Maanweg. Deze groen/blauwe zone is om meerdere redenen van uitermate groot belang als scheiding tussen onze gemeente en de stenige Binckhorst (waar het % groen onder grote druk staat): onder andere als ecozone, wandel-/speelzone, hoog groenscherm (tussen de stedelijke zijde van de Binckhorst en het suburbane woonmilieu van Voorburg). Een bruggetjes, waar dan ook, betekent een versnippering van deze zone, zeker in combinatie met een halte doet het ernstig afbreuk aan deze ecozone. Er ontstaat daarmee een ‘groot gat’ in de groenzone en scherm
Met de inpassing van de Vlietlijn wordt zo zorgvuldig mogelijk omgegaan met het aanwezige groen, recreatie en water. Niet in alle gevallen kan voorkomen worden dat er iets wordt aangepast. Het effect wordt onderzocht in het PlanMER en er wordt ook onderzoek gedaan naar eventuele mitigatie en compensatie.
19
53
De inpassing van de tramlijn in Voorburg-West vergt een ingrijpende infrastructurele operatie. Het bagatelliseren hiervan in de NRD als een ‘kleine ingreep’ is misleidend en eigenlijk ongeoorloofd. Zeker omdat het project door Den Haag wordt geframed als groot infrastructureel project. Dan kan zo’n ingrijpend onderdeel niet worden weggezet als ‘kleine ingreep’. Dit is een fundamenteel infrastructureel groot project dat de leefbaarheid van Voorburg-West ook fundamenteel en negatief zal beïnvloeden.
De inpassing van De Vlietlijn wordt door de opdrachtgevers zeker niet als kleine ingreep gezien. Dus de aanduiding “kleine ingreep” was in de NRD niet op zijn plaats. In het planMER worden effecten van de voornemens in het ontwerp Gebiedsprogramma op omliggende gebieden beschreven. Er wordt eveneens ingegaan op onder andere de leefbaarheid en bereikbaarheid van de wijk Oud Voorburg.
42
19
59
Het is ook een gemiste kans voor de gemeente Leidschendam-Voorburg dat er niet meer energie gestoken is om de NRD goed toe te lichten en te verklaren en aan te geven wat de gemeente nog allemaal moet doen. In recente werkgroepbijeenkomsten worden bewoners op detailniveau bevraagd over de beoogde tramlijn, de inpassing etc. Eerdere input van bewoners via het onderzoek van Urban Sync om onduidelijke redenen niet wordt benut. De participatie van omwonenden is bovendien gebrekkig; informatie wordt vaak laat gedeeld, en antwoorden op vragen ontbreken of zijn vaag. Tot nu toe voldoet dit participatieproces niet aan de zorgvuldigheidsnormen die van een gemeentebestuur mogen worden verwacht. Een planMER opstellen zonder hierover meer inzicht te hebben leidt tot tekentafel oplossingen maar zadelt toekomstige bewoners op met een onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid en veiligheid van het gebied.
43
Wij betreuren het dat u de participatie en communicatie als niet voldoende beoordeeld. Desondanks zijn wij van mening dat de wijze waarop de communicatie en participatie plaatsvindt volledig in lijn is met de beginselen en vereisten van de Omgevingswet. Met verschillende vormen van participatie - zoals inloopbijeenkomsten, werkgroepsessies en online participatie via www.devlietlijn.nl wordt de omgeving betrokken bij de inpassing van de tramlijn in Rijswijk, LeidschendamVoorburg en Den Haag. De werkgroepbijeenkomsten worden met afvaardigingen van de werkgroep en het projectteam voorbereid. De eerder opgehaalde aandachtspunten uit de participatie in de verkenningsfase en onderzoek van Urban Sync worden hierin meegenomen en worden waar mogelijk verwerkt in het ontwerp van de Vlietlijn. Dit gaat onder ander om; het groen, verkeer, trillingen en geluid. De opbrengsten uit de werkgroepen worden middels verslagen teruggekoppeld. In gebiedsbrede Informatiemarkten en via de projectwebsite wordt dit teruggekoppeld aan de omgeving. De bijhorende procedures zoals NRD en MER komen tijdens deze participatiebijeenkomsten aan bod.
19
75
Thema leefomgevinga. Stedelijk groen en recreatie (aspect)Achter de recreatiemogelijkheden moet een vinkje worden toegevoegd bij de Vlietlijn (1): wat zijn de effecten van de Vlietlijn op de recreatiemogelijkheden. Denk aan scouting, sporten en spelen op Opa’s veldje, gebruik buitenlocaties door yoga en buitenfitness. Heeft de aanleg van de Vlietlijn naast en door de Broekslootzone geen invloed op de recreatieve functie als wandelgebied qua geluid?b. Kwaliteit openbaar groen (aspect)Niet duidelijk is wat de effecten van de Vlietlijn (1) zijn op het openbaargroen van de Huygenstraverse, Opa’s veldje, Broesklootzone en de Broeksloot zelf. Heeft de Vlietlijn geen effect op de kwaliteit van het openbaar groen bij de Broekslootzone of bij aanleg van de Vlietlijn waarvoor (oude) bomen moeten worden gekapt? c. Circulariteit (aspect)Duurzaam materiaalgebruik, ook een vinkje voor geothermie centrale (3)d. Water (aspect)Grondwatersituatie: Hier moet zowel kwalitatief als kwantitatief gekeken worden. Dus kwaliteit van het grondwater en de hoeveelheid. Dit geld ook bij bouw van de geothermiecentrale (3) en doorontwikkeling Binckhorst (2). Waterkering en waterveiligheid: Dit moet zijn kwantitatief en geldt ook voor de Binckhorst.Waterbergend vermogen: vinkje bij de Vlietlijn (1). Door de aanleg van de Vlietlijn zullen er betonnen constructies aangebracht worden in de grond.
Hierdoor zal de oppervlakte van waterbergend vermogen verminderen om deze lijn “droog” en zonder wateroverlast te kunnen gebruiken en dus in de directe nabijheid een groter waterbergend vermogen vereisen. Ter informatie: Vanaf november 2023 t/m ongeveer maart 2024 was het zeer nat met als gevolg vele ondergelopen kelders in Voorburg-West én dat zal vaker voorkomen.De gemeente heeft niets aan het grondwaterpeil gedaan, dat relatief hoog staat. Hierdoor moesten kelders worden geïsoleerd. Ga je dus meer beton in deze wijken aanbrengen dan zal de schade aan de huizen aanzienlijk worden tgv nóg meer wateroverlast in de huizen. Klimaatadaptatie: geef aan hoe de aanleg van de OVverbinding rekening houdt met klimaatverandering en welke klimaat adaptieve maatregelen worden genomen (bijv. extra waterberging, waterafvoer, gebruik van water afvoerende materialen).e. Gezondheid en klimaatadaptie (aspect)In de NRD moet worden aangegeven welk beoordelingskader gebruikt wordt voor de gezondheid en hoe dit wordt toegepast in relatie tot de reeds genoemde aspecten.Zijn de door de WHO onlangs vastgestelde regels meegenomen, nu de EU op 14 oktober j.l. deze regels heeft goedgekeurd?f. Gezondheid & klimaatacceptatie (aspect)Alle aspecten gelden (5) ook voor de Vlietlijn (1).
Denk bijvoorbeeld aan hittestress door het verwijderen van bomen of ruimte voor ontmoeten en bewegen bij een afgesloten gebied voor de Vlietlijn. g. Ruimtegebruik (aspect)Verdeling beschikbare ruimte op maaiveld naar gebruiksfunctie: ook een vinkje bij de Vlietlijn (1). De Vlietlijn neemt veel ruimte in die niet dubbel en anders gebruikt kan worden en toegangen naar en van stedelijk groen vermindert. Denk b.v. aan Stationsplein, Huijgenstraverse en Binckhorstlaan Voorburg en aan de Binckhorstlaan-Voorburg waar in bepaalde inpassingsvarianten bomen of parkeerplaatsen zouden moeten wijken. Ruimtegebruik (vervolg) ontsluiting wijk in de
44
a.
Effecten op recreatie ten gevolge van de Vlietlijn worden meegenomen in het planMER b. Effecten op de kwaliteit van het openbaar groen ten gevolge van de Vlietlijn worden meegenomen in het planMER c. We beoordelen de geothermiecentrale niet op circulariteit omdat hiervoor in dit stadium onvoldoende informatie beschikbaar is, en het onderzoek in dit stadium vooral gaat over de locatiebepaling. Circulariteit aspect komt in de volgende projectfase aan de orde in de projectMER. d. Bij de aanleg en de exploitatie van de geothermiebron wordt de grondwaterstand niet verlaagd. De temperatuur van het grondwater blijft ongewijzigd. Tijdens exploitatie van de geothermiebron wordt water onttrokken op een diepte van ruim 2 kilometer. Grondwatereffecten ten gevolge van de aanleg en exploitatie van de geothermiebron worden beschreven in het planMER.Ten aanzien van het onderdeel water zullen wij voor alle drie de onderdelen (Doorontwikkeling, Vlietlijn en Geothermie) zowel kwalitatief als kwantitatief de effecten beschrijven voor het Grondwater(kwaliteit), de Waterveiligheid, het Waterbergend vermogen en het Oppervlaktewater. e. Het aspect luchtkwaliteit beoordelen we op de wettelijke normen, en ook brengen we de situatie in beeld ten opzichte van de aangescherpte advieswaarden van de WHO.De
hoek Binckhorstlaan/Prinses Mariannelaan, alsmede gebied omsloten door Prinses Mariannelaan/Arentsburghlaan aanpak kruisingen Maanweg/Regulusweg/Prins Bernhardlaan en HOV/Prinses Mariannelaan. Stations: herinrichting Stationsplein Voorburg.
45
invulling van het kader gezonde leefomgeving kan nog niet worden aangegeven omdat dit uitgewerkt wordt in het planMER f. Deze aspecten worden ook voor de Vlietlijn afgewogen g. De gevolgen van de Vlietlijn voor het ruimtegebruik worden meegenomen in het planMER.
19
76
Onduidelijk is van welke referentiesituatie wordt uitgegaan in de NRD. Daarmee rijst de vraag of aangenomen moet worden dat de huidige situatie als referentiesituatie geldt en dat bekeken wordt hoe dat wijzigt door de nieuwe te bouwen/ aan te leggen situaties voor 2040. Of is dit de situatie bij een autonome groei? En waar liggen de verschillen tussen de scores “Positief” of “Sterk Positief “ en “Negatief” of “Sterk Negatief”? In hoeverre worden deze keuzen geobjectiveerd en controleerbaar inzichtelijk gemaakt? De huidige situatie en de autonome situatie in Rijswijk en Voorburg zijn relevant. Dus hier kunnen en dus moeten wel scores worden toegekend aan de huidige situatie en de referentie situatie. Maak in de scores inzichtelijk wat zowel de invloed van de Vlietlijn als de lijnvoering is op de autonome groei.De effectscores met plussen en minnen zijn te oppervlakkig en te grof: a. Geef cijfers van -10 tot +10 bij de beoordeling.b. Geef expliciet aan hoe de weging van de verschillende aspecten is. Ook in relatie tot de kosten.c. Geef expliciet aan hoe de kwalitatieve beoordelingen worden geobjectiveerd en controleerbaar inzichtelijk gemaakt?
19
77
M.b.t. de referentie. Is er voldoende aandacht voor de wijken Leeuwendaal en Cromvliet (Rijswijk) en ook Voorburg-West. Dat zijn al 100 jaar prachtige wijken en daar zullen ook forse effecten ontstaan door de aanleg van de Vlietlijn. Is daar nu genoeg aandacht voor?
18
90
DB grijpt de gelegenheid aan om haar zorgen in brede zin over het — tot nu toe bekende — tracé van de Vlietlijn en de beoogde dienstregeling over te brengen, in combinatie met de reconstructie van de Binckhorstbrug. De reconstructie van de Binckhorstbrug staat in beginsel los van de aanleg van de Vlietlijn, met dien verstande dat voor de Vlietlijn een vaste brug de voorkeur heeft. De Binckhorstbrug gaat echter thans gemiddeld 4 x per dag open en dicht (maar dit kan ook vaker zijn) om de betonmortelcentrale te voorzien van de noodzakelijke grondstoffen die per schip worden aangevoerd. Voor de scheepvaart is een doorvaarthoogte van 5-40 maar bij een vaste brug is de doorvaarthoogte maximaal 4 meter, DB heeft aangegeven bereid te zijn samen met de gemeente te onderzoeken of de grondstoffen in de stad geleverd kunnen worden met een nog niet te ontwerpen schip met een lagere doorvaarthoogte en elektrisch aangedreven, zodat men onder een vaste brug door zou kunnen varen. Uit een eerste verkenning is gebleken dat de kosten daarvoor aanzienlijk zijn. Vooralsnog lijkt dit idee daardoor op
46
In de referentiesituatie in het planMER wordt uitgebreid ingegaan op zowel de huidige situatie als de situatie in 2040 in het geval er geen Gebiedsprogramma zou zijn. De verschillen tussen de scores worden, als dat mogelijk is, kwantitatief vastgelegd. Voor beoordelingsaspecten waarvoor dit niet mogelijk is, wordt zo eenduidig en navolgbaar mogelijk aangegeven hoe scores tot stand komen. a. Het gaat in deze fase nog niet om gedetailleerde afwegingen en beoordeling op projectniveau met bijvoorbeeld een puntenscore, maar om het inzichtelijk maken van beleidskeuzes op hoofdlijnen waarbij het planMER inzichtelijk maakt of deze keuzes dan (sterk) positief of (sterk) negatief uitpakken. b. In een planMER worden geen wegingsfactoren aan scores toegekend. Dit is een afweging die door het bevoegd gezag gemaakt en verantwoord zal moeten worden. c. Voor kwalitatieve beoordelingen geven we zo navolgbaar en eenduidig mogelijk aan hoe beoordelingen tot stand gekomen zijn. In het planMER gaan we in op de situatie in de wijken Leeuwendaal, Cromvliet en VoorburgWest. De gemeente zet bij de renovatie van de Binckhorstbrug in op een beweegbare brug en dus geen vaste brug. De zorgen van Basal worden hierbij grotendeels weggenomen. In 2025 wordt het schetsontwerp voor de brug gemaakt en dit wordt afgestemd met Basal.
een zijspoor te zijn beland. Dat betekent dat voor de Vlietlijn met een bewegende Binckhorstbrug moet worden gerekend (met inbegrip van het effect daarvan op de dienstregeling). 13