RIS322186 Bijlage Nota van Antwoord Binckhorst Vlietlijn
Tekst van het document
Nota van Antwoord Zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma De Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst en inpassing geothermiecentrale
08 mei 2025
1. Inleiding In de omgeving van de Binckhorst spelen drie belangrijke ontwikkelingen namelijk: de inpassing van de Vlietlijn, de doorontwikkeling van de Binckhorst en de inpassing van een Geothermiecentrale. In de op te stellen intergemeentelijke gebiedsvisie, hierna te noemen het intergemeentelijk gebiedsprogramma1 worden deze ontwikkelingen in onderlinge samenhang onderzocht. Aangezien een programma onder de omgevingswet als een kaderstellend plan wordt beschouwd gaat het opstellen ervan gepaard met een planMER. De Vlietlijn Met het project de Vlietlijn werken Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, MRDH, de Provincie Zuid-Holland en het Rijk samen aan een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding (HOV-verbinding) tussen deze steden. Dit project is onderdeel van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De OV-verbinding doorkruist het Central Innovation District (CID) en de Binckhorst in Den Haag, waar tot 2040 zo’n 25.000 woningen en 30.000 banen bij komen. Meer woningen en banen betekent meer reizigers. De nieuwe tramverbinding zorgt voor een betere bereikbaarheid van het gebied. Bewoners, werkenden en bezoekers reizen straks makkelijk, comfortabel en snel tussen Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Delft.
Als de nieuwe tramverbinding er komt dan wordt de omgeving eromheen ook geschikt gemaakt met meer ruimte voor fietsers, voetgangers en groen. Op die manier verbetert de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid van Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg. De verkenning naar een HOV-verbinding door CID-Binckhorst kent een brede context van onderzoeken en beleidsvoornemens. Een overzicht van onderzochte tracés, onderbouwing en besluiten tot en met 2019 is terug te lezen in het rapport ‘Feitenrelaas tussenstap –Historisch overzicht onderzochte tracés, onderbouwingen en besluiten t/m 2019’ van 27 mei 2021. Een schematische weergave is opgenomen in figuur 1. De belangrijkste onderdelen lichten we hieronder toe:
1
Onder de nieuwe omgevingswet is niet langer sprake van de term gebiedsvisie, maar van de term gebiedsprogramma. In het vervolg van dit document zal ook daarom deze term worden gehanteerd.
2
Figuur 1. Voorgeschiedenis project De Vlietlijn In de verkenningsfase zijn verschillende routes en vervoersmiddelen onderzocht middels een Vervoerwaardestudie en is ook een planMER opgesteld. Uit deze studie blijkt dat er veel vraag naar openbaar vervoer is vanuit de Binckhorst naar Rijswijk en Delft en dat de variant met de twee takken (naar Voorburg en Rijswijk) daar als beste uitkomt. Op basis van de uit de verkenningsfase verkregen informatie is een onderbouwde afweging gemaakt wat heeft geleid tot een voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief (VKA) is een nieuwe tramlijn tussen Den Haag CS, station Voorburg en station Rijswijk/Delft. De route vanaf het Centraal station Den Haag gaat langs de Lekstraat, langs de Binckhorstlaan. Het spoor splitst dan naar de Maanweg om vervolgens in Leidschendam-Voorburg parallel aan de Huygenstraverse aan te sluiten op station Voorburg. Op de splitsing Maanweg/ Binckhorstlaan vertakt het spoor via de Maanweg richting station Voorburg en vervolgt het zijn weg via de Binckhorstlaan in Leidschendam-Voorburg, door de Prinses Mariannelaan en via de Geestbrugweg naar de Haagweg. De Geestbrugweg gaat zonder maatregelen (onafhankelijk of er een tram komt of niet) veel drukker worden met autoverkeer dan nu. Voor de leefbaarheid worden daarom maatregelen onderzocht om de hoeveelheid (doorgaand) autoverkeer te verminderen.
Ook de doorstroming van de tram is gebaat bij dergelijke maatregelen. Een slechte verkeersdoorstroming op de Geestbrugweg is in beide opzichten ongewenst. Afslaande trams hebben een iets langere rijtijd over het kruispunt dan trams die rechtdoor gaan. Dat is niet
3
maatgevend voor de werking (cyclustijden) van de verkeerslichten. Trillingen zijn natuurlijk een punt van aandacht. Het tramspoor zal zodanig worden aangelegd dat wordt voldaan aan de eisen voor geluid- en trillinghinder. Het project zit nu in de planning- en studiefase waarbij het Voorkeursalternatief (VKA) nader wordt uitgewerkt. Deze uitwerking zal in combinatie met een m.e.r.procedure uitmonden in een planologisch vervolgbesluit op basis waarvan het project kan worden gerealiseerd. Doorontwikkeling Binckhorst De transformatie van de Binckhorst van traditioneel bedrijventerrein naar gemengd woon-werkgebied en de huidige organische manier van ontwikkelen vindt zijn oorsprong in de ‘Gebiedsaanpak Binckhorst” uit 2011. Omdat de organische manier van ontwikkelen lastig te regelen was in een ‘traditioneel’ bestemmingsplan, is Binckhorst aangemeld als pilot voor het opstellen van een bestemmingsplan verbrede reikwijdte op grond van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Het bestemmingsplan verbrede reikwijdte “Omgevingsplan Binckhorst” is in november 2018 door de raad vastgesteld en in maart 2019 in werking getreden. Het omgevingsplan Binckhorst maakt onder andere de realisatie van 5000 woningen mogelijk op de Binckhorst.
Omdat al snel duidelijk werd dat er behoefte is aan meer woningen, is ervoor gekozen om te onderzoeken wat er extra kan worden toegevoegd op de Binckhorst. Voor deze doorontwikkeling van de Binckhorst wordt een gebiedsprogramma opgesteld met bijbehorend planMER. Na de vaststelling van het gebiedsprogramma en het bijbehorend planMER, zullen de uitgangspunten en keuzes uit het gebiedsprogramma vertaald worden naar een omgevingsplan voor de Binckhorst. Er dan zal opnieuw sprake zijn van een m.e.r.-procedure. Het omgevingsplan vormt het juridisch-planologisch kader voor de feitelijke realisatie van projecten. Voor het gedeelte van de Vlietlijn wordt de keuze voor de te volgen procedure(s) gemaakt na vaststelling van het gebiedsprogramma, planMER en het SO. Geothermie: Binnen de doorontwikkeling wordt in de Binckhorst gezocht naar ruimte om een geothermiecentrale in te passen. Deze geothermiecentrale draagt bij aan de energietransitie waarmee woningen in- maar ook buiten de Binckhorst verwarmd kunnen worden met aardwarmte. In juli 2024 heeft het college van de gemeente Den Haag besloten tot een reservering van locaties voor geothermiecentrales, waaronder de locaties in de Binckhorst. Deze locaties worden in het planMER nader onderzocht en afgewogen op hun (planologische) haalbaarheid.
Wanneer dit het geval is worden deze locaties ook opgenomen in het omgevingsplan voor de Binckhorst. Het omgevingsplan regelt daarbij niet de feitelijke realisatie maar vormt het juridisch-planologisch kader waarbinnen dit kan. Wanneer er sprake is van een concreet voornemen voor de bouw van een geothermiecentrale zal de vergunningverlening worden uitgevoerd in combinatie met een m.e.r.-procedure. Bestuurlijk proces en participatie: Het intergemeentelijk gebiedsprogramma beslist niet over alle individuele projecten en ontwikkelingen maar legt de (beleidsmatige) ruimte voor toekomstige ontwikkelingen vast die in het planMER worden beoordeeld. De formele besluitvorming vindt plaats op basis van planologische vervolgbesluiten al dan niet in combinatie met een nieuwe m.e.r.-procedure. Elke gemeente voert daar beraadslaging over en besluit daarbij afzonderlijk over projecten op haar grondgebied. Op deze planologische vervolgbesluiten kan opnieuw worden ingesproken en is uiteindelijk ook beroep bij de rechter mogelijk. Het intergemeentelijk gebiedsprogramma heeft in de betrokken gemeenten de aandacht van vele belanghebbenden hetgeen zich onder andere uit in grote belangstelling tijdens de raadsbehandelingen, en betrokkenheid van bewoners en belanghebbenden bij de participatiemogelijkheden en hun deelname aan verschillende werkgroepen.
Het concept van de NRD van het intergemeentelijk gebiedsprogramma heeft van 27-09 2024 tot en met 15-11-2024 ter inzage gelegen. De NRD is een belangrijke eerste stap in de m.e.r.-procedure. Een ieder kon een zienswijze of advies indienen. Op het concept van de NRD zijn in totaal 71 unieke zienswijzen en 6 adviezen binnengekomen. Ook is de Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) gevraagd een advies te geven (zie: https://www.commissiemer.nl/adviezen/3870). De zienswijzen worden waar mogelijk gebruik als input en/of aanscherping voor het intergemeentelijk gebiedsprogramma en het planMER.
4
De zienswijzen en adviezen zijn in deze Nota van Antwoord in verband met de leesbaarheid samengevat en gerubriceerd. In het geval er op meerdere onderdelen een zienswijze is ingediend, zal de respondent in meerdere rubrieken de reactie op de zienswijze vinden. Gemeente Den Haag, Rijswijk, LV
zienswijze/ advies
1 Bewoner
RW
zienswijze
2 BinckhorstBewoners
DH
zienswijze-org
3 Bewoner
RW
zienswijze
4 Bewoner
DH
zienswijze
5 Bewoner
LV
zienswijze
6 Stichting I’M BINCK
DH
zienswijze-org
7 Bewoner
LV
zienswijze
8 Bewoner
LV
zienswijze
9 Bewoner
LV
zienswijze
10 Bewoner
LV
zienswijze
11 Bewoner
LV
zienswijze
12 Bewoner
LV
zienswijze
13 Bewoner
LV
zienswijze
14 Stichting Scouting Livingstone Voorburg
DH
zienswijze-org
15 Bewoner
LV
zienswijze
16 Bewoner
LV
zienswijze
17 Bewoner
LV
zienswijze
18 Bedrijf De buren van de Binckhorst, HOV denktank en Werkgroep 3 van het participatietraject De 19 Vlietlijn
DH
zienswijze-org
DH
zienswijze-org
20 Bewoner
RW
zienswijze
21 Bewoner
LV
zienswijze
Volg nr Organisatie
5
22 Bewoner
LV
zienswijze
23 Bewoner
RW
zienswijze
24 Bewoner
RW
zienswijze
25 Bewoner
RW
zienswijze
26 Bewoner
RW
zienswijze
27 Bewoner
LV
zienswijze
28 Bewoner
LV
zienswijze
29 Bewoner
LV
zienswijze
30 Bewoner
LV
zienswijze
31 Bewoner
LV
zienswijze
32 Bewoner
LV
zienswijze
33 Bewoner
LV
zienswijze
34 Bewoner
LV
zienswijze
35 Bewoner
LV
zienswijze
36 Bewoner
LV
zienswijze
37 Bewoner
LV
zienswijze
38 Bewoner
LV
zienswijze
39 Bewoner
LV
zienswijze
40 Bewoner
LV
zienswijze
41 Bewoner
LV
zienswijze
42 Bewoner
LV
zienswijze
43 Bewoner
LV
zienswijze
44 Bewoner
LV
zienswijze
45 Bewoner
LV
zienswijze
46 AVN
DH
zienswijze-org
47 Initiatiefgroep Huygenstunnel
LV
zienswijze-org
48 Bedrijvenvereniging BLF
DH
zienswijze-org
6
49 Bedrijf
DH
zienswijze
50 Dunea
DH
advies
51 Bewoner
LV
zienswijze
52 Bewoner De buren van de Binckhorst, HOV denktank en Werkgroep 3 van het participatietraject De 53 Vlietlijn
LV
zienswijze
LV
zienswijze-org
54 Burgersupport Koningscorridor
LV
zienswijze-org
55 Stedin
DH
advies
56 Bewoner
LV
zienswijze
57 Bewoner
LV
zienswijze
58 Bewoner
LV
zienswijze
59 Bewoner
LV
zienswijze
60 Bewoner
LV
zienswijze
61 Bewoner
LV
zienswijze
62 Bewoner
LV
zienswijze
63 Bedrijf
DH
zienswijze
64 Bewoner
LV
zienswijze
65 Bewoner
LV
zienswijze
66 Bewoner
LV
zienswijze
67 Bewoner
LV
zienswijze
68 Bewoner
LV
zienswijze
69 Bewoner
LV
zienswijze
70 Bewoner
LV
zienswijze
71 Bewoner De buren van de Binckhorst, HOV denktank en Werkgroep 3 van het participatietraject De 72 Vlietlijn
LV
zienswijze
LV
zienswijze-org
73 Gasunie Transport Services B.V.
DH
advies
7
74 GGD / Haaglanden / Leefomgeving
DH
advies
75 Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland,
DH
advies
76 Veiligheidsregio Haaglanden
DH
advies
77 Bedrijf
DH
zienswijze
8
2.
Leeswijzer
In hoofdstuk 3 zijn de zienswijzen en ontvangen adviezen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgenomen en van een reactie voorzien. De zienswijzen zijn voor de leesbaarheid opgesplitst in de drie onderdelen, waarbij het onderdeel Vlietlijn in subcategorieën is verdeeld. Per hoofdonderdeel is eerst een algemene reactie/ toelichting gegeven waarmee een aantal zienswijzen van een antwoord is voorzien. Veel zienswijzen waren identiek. Om de leesbaarheid te bevorderen, is ervoor gekozen om deze zienswijzen zoveel mogelijk één keer te beantwoorden." Elke zienswijze is door ons voorzien van een codering voor onze administratie. Zienwijzen die feitelijk niet direct betrekking hebben op de reikwijdte van de NRD (zoals bijvoorbeeld de opmerkingen over nut en noodzaak van de Vlietlijn), zijn voor zover mogelijk toch voorzien van een reactie. In het tweede deel van hoofdstuk 3 zijn de adviezen opgenomen. In hoofdstuk 4 staat een voorlopige reactie op het advies van de Commissie mer vermeld. In het planMER zal verder worden ingegaan op de aangedragen punten.
Inhoud 1.
Inleiding .............................................................................................................................................................................................. 2
2.
Leeswijzer ............................................................................................................................................................................................ 9
3.
Beantwoording zienswijzen / reacties op adviezen .......................................................................................................................... 10 Vlietlijn .................................................................................................................................................................................................. 10 Nut/Noodzaak .................................................................................................................................................................................... 11 Langzaam verkeer ............................................................................................................................................................................. 18 Verkeersonderzoek ............................................................................................................................................................................ 22 Knip Geestbrug .................................................................................................................................................................................. 37 Geluid/ Trillingen..............................................................................................................................................................................
39 Diversen ............................................................................................................................................................................................. 41 Doorontwikkeling Binckhorst ............................................................................................................................................................... 49 Geothermie............................................................................................................................................................................................ 69 Proces/ besluitvorming ......................................................................................................................................................................... 70
4.
Advies Commissie mer ...................................................................................................................................................................... 85 9
3. Beantwoording zienswijzen / reacties op adviezen Vlietlijn Algemeen: De Vlietlijn is een project uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Deze projecten worden aangepakt in vijf fasen. In de Verkenningsfase zijn route-alternatieven en modaliteiten (bus, tram, lightrail) onderzocht en een bijbehorend Plan-MER2 opgesteld. Als voorkeursalternatief werd in de verkenning een nieuwe tramlijn tussen Den Haag CS, station Voorburg en station Rijswijk/Delft vastgesteld (voorkeursalternatief 1T). In de Bestuursovereenkomst Bereikbaarheid CID Binckhorst is de keuze voor dit Voorkeursalternatief bekrachtigd door de zeven opdrachtgevers en in de drie gemeenteraden. Het voorkeursalternatief (1T) is gekozen omdat deze de gebiedsontwikkeling in de Binckhorst mogelijk maakt, deze de mobiliteitsknelpunten het beste oplost en bijdraagt aan de ambities voor fiets en OV. (zie het Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst, RIS315267). Dit betekent feitelijk dat het tracé en het type oplossing in de voorliggende fase als Voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt. In deze fase hoort ook de uitwerking van een schetsontwerp en het intergemeentelijke gebiedsprogramma. Bij het gebiedsprogramma hoort een planMER.
Omdat de Vlietlijn gedetailleerder wordt uitgewerkt dan de doorontwikkeling, kunnen er op onderdelen van de Vlietlijn al diepgaandere onderzoeken plaatsvinden waardoor het planMER voor de onderdelen van de Vlietlijn meer het karakter van een projectMER heeft. Het dient echter wel als planMER gelezen en behandeld te worden. Zienswijzen die betrekking hebben op alternatieve routes en alternatieve modaliteiten voor De Vlietlijn zijn in dit kader niet (meer) aan de orde, in de nota van antwoord wordt daarom kortheidshalve verwezen naar deze algemene toelichting. De volgende stap na het vaststellen van het gebiedsprogramma, is de besluitvorming over het Voorlopig Ontwerp (VO), inclusief planologische procedure en waar nodig een bijbehorend ProjectMER. Dit hangt samen met een MIRTbesluit om te starten met de realisatiefase. Het beoogde effect van de Vlietlijn is dat passagiers zich via de tram kunnen verplaatsen in de richting van Den Haag centrum, Voorburg en Rijswijk/Delft, en dat langs het tracé autogebruikers aangemoedigd worden de auto te laten staan en de tram te pakken. De MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst bracht in beeld dat de Vlietlijn bijdraagt aan deze doelstellingen. Variant 1T wordt nu verder uitgewerkt en ingepast, en wordt opnieuw beoordeeld in samenhang met de andere ontwikkelingen in de Binckhorst.
Verkeersveiligheid, geluid en trillingen zijn onderdeel van dit onderzoek. Er heeft een verkeersonderzoek Vlietlijn plaatsgevonden dat inzicht geeft in de verkeersafwikkeling. Deze studie is gedeeld met de deelnemers van de werkgroepen. Deze studie is te vinden op de website van project de Vlietlijn. www.devlietlijn.nl. Dit verkeersonderzoek brengt de effecten op de reistijden, verkeersdruk op het wegennet (onder andere op de Geestbrugweg) en de cyclustijden op kruispunten in beeld om een goede afweging mogelijk te maken. Dit eerder voor de Vlietlijn uitgevoerde verkeersonderzoek wordt gebruik als input voor de nog uit te voeren verkeersonderzoeken in het kader van het gebiedsprogramma en het planMER. In totaal worden vier maatregelpakketten onderzocht die tot doel hebben om doorgaand verkeer in het gebied te beperken. De effecten worden in het planMER onderzocht, onder andere op bereikbaarheid, doorstroming, gezondheid en veiligheid. En het brengt ook de effecten op reistijden, verkeersdruk op het wegennet en de cyclustijden op kruispunten in beeld om een goede afweging mogelijk te maken. Het is bij elk maatregelenpakket een harde randvoorwaarde dat wegen goed bereikbaar moeten blijven voor hulpdiensten en iedere buurt bereikbaar blijft voor autoverkeer. Afhankelijk van de te nemen verkeersmaatregelen kan de bereikbaarheid per richting veranderen.
Binnen de gemeente Den Haag lopen verschillende verkeersonderzoeken, zo is er de Netwerkstrategie, deze is stadsbreed en voor de periode tot 2040. Daarnaast is er het Verkeersnetwerk CID-Binckhorst voor 2030/2040, deze past binnen de Netwerkstrategie. Deze onderzoeken geven een beeld van de verkeersafwikkelingen in de Binckhorst en het omliggende gebied, de effecten daarvan worden
22
https://binckhorstbereikbaar.nl/documenten/2022/Plan-MER%20CIDB%20Hoofdrapport.pdf
10
meegenomen in het planMER. De visie voor het gebied is vastgelegd in de Structuurvisie CID. Voor meer informatie over deze visie en de samenhang van de verschillende projecten - zoals de Vlietlijn en de doorontwikkeling van Binckhorst kunt u terecht op de site: https://projecten.denhaag.nl/gebied/centralinnovation-district/. Er wordt voor de beoordeling van de Vlietlijn in het planMER meerdere inpassingsvarianten onderzocht binnen variant 1T alsmede bureauonderzoek naar geluiden trillinghinder. Als daaruit blijkt dat wettelijke normen worden overschreden, zullen mitigerende maatregelen worden voorgesteld.
Nut/Noodzaak Nr
z.
Unieke zienswijze
Antwoord
1
6
Kunt u in beeld brengen hoeveel bewoners vanuit de Binckhorst met de tram richting Rijswijk danwel Delft zouden willen gaan? De meest logische mobiliteit vanuit de Binckhorst gaat richting Den Haag Centraal en Den Haag HS (vanwaar men ook weer snel in Delft/Rijswijk is). Als dit het geval is, lijkt een beperkte OV-oplossing naar deze stations van grotere meerwaarde dan een overlastgevende oplossing over de Geestbrugkade.
Uit de vervoerwaardestudie uitgevoerd ten behoeve van het masterplan bereikbaarheid CID Binckhorst (RIS315267) blijkt dat er met de nieuw tram circa 3200 reizigers per dag tussen de Binckhorst en Rijswijk/Delft reizen.
23
20
Allereerst ontbreekt een overtuigende en goed onderbouwde analyse van de noodzaak van deze tramlijn over de GBW (Geestbrugweg). De veronderstelling dat toekomstige bewoners van de Binckhorst massaal gebruik zouden maken van deze tram om naar Rijswijk en Delft te reizen, is gebaseerd op onduidelijke en onrealistische aannames. De trein naar Delft biedt al een snellere en meer directe verbinding voor deze reizigers. De verminderde vraag naar tramverbindingen na de opheffing van tramlijn 10 tussen Station Voorburg en Rijswijk bevestigt dat er geen dringende behoefte is aan deze nieuwe lijn. Een uitgebreide verkeersanalyse ontbreekt bovendien, wat de basis van dit voorstel zwak maakt.
Verkeersonderzoek is onderdeel van het planMER. Zie algemene toelichting
1
1
Gezien de grote verwachte belasting voor de buurt, zowel voor wat betreft verkeersveiligheid, geluid als trillingen, is het niet juist slechts één variant voor de Vlietlijn (de variant 1T) te onderzoeken. In het kader van het planMER zijn hiervoor significante bezwaren ingebracht, waar geen adequate motivatie tegenover is gezet door de betrokken gemeenten.
Zie algemene toelichting. In het masterplan bereikbaarheid CID Binchkhorst (RIS315267) is de afweging en keuze voor variant 1T opgenomen.
11
19
66
Er mist nog steeds de essentie van de aftakking van de Vlietlijn van Den Haag CS over Binckhorstlaan en Maanweg naar station Voorburg. Welk doel dient de aftakking via Maanweg naar station Voorburg? Zeker zolang deze lijn geen vervolg krijgt, richting Zoetermeer naar de wijk Ypenburg. Een NRD en plan-MER mogen er niet alleen op gericht zijn om de nieuwe bewoners rondom Melkwegstraat en Saturnusstraat te bedienen. Er moet ook gekeken worden naar de negatieve effecten voor de huidige bewoners binnen het hele plangebied. Er loopt al een NS-lijn van Den Haag CS naar Voorburg station. En alle busverbindingen die Voorburg station aandoen (m.u.v. lijn 23) komen van en gaan naar Den Haag CS. De bussen 26 en 28 gaan hierbij door de Binckhorst. Voorburg station is geen intercitystation meer. Dus voorbij Zoetermeer zal men niet in Voorburg uitstappen maar met intercity doorreizen naar Den Haag CS. Voorburg-West zal met deze aftakking op twee cruciale kruispunten geconfronteerd worden met forse beperkingen voor autoverkeer en in mindere mate voor fietsverkeer/langzaam verkeer nl. bij de T-kruising Binckhorstlaan en Maanweg en kruising Regulusweg - Westerburgstraat met Maanweg.
Daarnaast gaat de aanleg van deze aftakking het lokale verkeer tussen Leidschendam en Voorburg naar Rijswijk fors beïnvloeden; het lijkt dan noodzakelijk om via Prins Clausplein of via Schenkkade en Rijswijkse Haagweg te moeten omrijden: een fors langere weg.
12
Zie algemene toelichting.
19
68
Voor het MER-onderzoek in Voorburg is het essentieel om voor deze locaties specifieke aspecten en criteria te beoordelen. Er is echter geen behoefte aan gedetailleerd kwalitatief onderzoek; in plaats daarvan moet de focus liggen op kwantitatieve analyses. Verderop wordt vermeldt welke milieuaspecten mee moeten worden genomen volgens deze zienswijze: a) Verkeers- en vervoersprognose (inclusief behoefte aan OV vanuit doelgroep nieuwe woningbouw); b) Het standstill-beginsel (houdt in dat bij nieuwe ontwikkelingen zoals de aanleg van een tram, de kwaliteit van de leefomgeving niet mag verslechteren ten opzichte van de huidige situatie); c) Geluidhinder tram straat en brug (denk aan Binckhorstbrug, Broekslootbrug, Geestbrug), ochtend, middag, avond en nacht; d) Trillingen straat en brug (Binckhorstlaan, Mariannelaan, Binckhorstbrug, Broekslootbrug, Geestbrug) dag en nacht (vanwege effect staal op zandgrond); e) Snelheid en frequentie tram; f) Ontsluiting wijken Voorburg-West en veilige bereikbaarheid nutsfuncties en scholen in de wijk g) Lichtvervuiling; h) Rijtijden; i) Effecten ochtendspits; j) Effecten op grondwaterpeil tijdens bouwen en structureel; k) Effecten op gezondheid, fysiek en mentaal; l) Effecten op bereikbaarheid hulpdiensten; m) Parkeerruimte; n) Luchtkwaliteit; o) Alternatief voor tram, zoals EV-(elektrische) buslijnen.
13
In de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst zijn verscheidene tracés en modaliteiten (incl. bus) voor de Vlietlijn tegen elkaar afgewogen. Hier kwam variant 1T uit als voorkeursvariant. Deze variant wordt nu verder uitgewerkt en ingepast, en wordt opnieuw beoordeeld in samenhang met de andere ontwikkelingen in de Binckhorst. a) In het MER - onderzoek worden verkeersprognoses uit het Verkeersonderzoek de Vlietlijn gebruikt. b) Of- en in welke mate er wordt voldaan aan het stand-still-beginsel, wordt in brede zin in het planMER onderzocht. Dit volgt uit de som van alle effecten op de leefomgeving. c) Geluidhinder tram straat en brug (denk aan Binckhorstbrug, Broekslootbrug, Geestbrug), ochtend, middag, avond en nacht: dit wordt onderzocht in het geluidmodel. Specifieke typen geluid zoals booggeluid en de klap die op kan treden bij het betreden en verlaten van de Geestbrug en Broekslootbrug wordt kwalitatief beoordeeld, het is niet mogelijk om dit in het geluidmodel te verwerken. d) Trillingen straat en brug (Binckhorstlaan, Mariannelaan, Binckhorstbrug, Broekslootbrug, Geestbrug) dag en nacht (vanwege effect staal op zandgrond): er vindt een kwantitatief trillingsonderzoek plaats waarin deze elementen meegenomen worden.
e) Snelheid en frequentie tram: deze informatie beschrijven we in het planMER f) Ontsluiting wijken Voorburg-West en veilige bereikbaarheid nutsfuncties en scholen in de wijk; dit beschrijven we kwalitatief in het planMER, aangevuld met kwantitatieve informatie over verkeersdoorstroming o.b.v. verkeersmodel g) Lichtvervuiling; lichtvervuiling in brede zin beschrijven we kwalitatief, het is niet mogelijk
dit te kwantificeren. Specifiek voor het risico op lichtinschijning door de Vlietlijn voeren we een ruimtelijke analyse uit. h) Rijtijden: rijtijden volgen uit het verkeersonderzoek en worden in het planMER beschreven i) Effecten ochtendspits: effecten op verkeer en leefomgeving volgen uit het verkeers-, luchtkwaliteit- en geluidonderzoek en worden in het planMER beschreven j) Effecten op grondwaterpeil tijdens bouwen en structureel: deze effecten worden onderzocht in het planMER k) Effecten op gezondheid, fysiek en mentaal: effecten op de gezondheid die een ruimtelijke component hebben (luchtkwaliteit, geluidoverlast, toegang tot groen, etc.) beschrijven we in het planMER. Effecten op de mentale gezondheid vallen daar buiten. l) Effecten op bereikbaarheid hulpdiensten: deze effecten beschrijven we in het planMER m) Parkeerruimte: deze effecten beschrijven we in het planMER n) Luchtkwaliteit: deze effecten beschrijven we in het planMER o) Alternatief voor tram, zoals EV-(elektrische) buslijnen: hier gaan we niet op in het planMER. Alternatieven voor de tram zijn als onderdeel van de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst onderzocht.
14
12
79
De noodzaak van de komst van de tram is nog steeds onvoldoende aangetoond. Er lijken prima OV-alternatieven beschikbaar die niet nader onderzocht worden op dit moment. De mededeling is steeds weer: “Dat is een gepasseerd station”. Als bewoner vind ik dit onbegrijpelijk. Het gebruik van de peperdure tunnel als onderdeel van de Rotterdamse baan blijft ver achter bij de verwachtingen. We voorzien dat dit met de tram ook zo gaat lopen. Maar als de infrastructuur is aangepast, is er geen weg terug. De tram wordt er nu doorheen geduwd vanuit Den Haag, maar de gemeente Leidschendam-Voorburg heeft hier een eigen positie in te nemen. ‘Nee’ is ook een antwoord als blijkt dat de nadelen vele malen groter zijn dan de voordelen.
Zie algemene toelichting.
9
102
‘Nee’ is ook een antwoord als blijkt dat de nadelen vele malen groter zijn dan de voordelen. DE KONINGSCORRIDOR =metro Z’meer-Binckhorts-CSScheveningen) hangt al jaren in de lucht was in 2004 “TREKVLIETTRACÉ “Het heeft grote voordelen ,grote impuls voor de regio en meer rust in Voorburg als voorstad voor wonen en passende kantorenVRAAG 3: waarom heeft U dit niet onderzocht
Zie algemene toelichting. In de vorige fase, de verkenning, is een ondergrondse optie onderzocht. Rapportage Tracéafweging Zeef 1 (RIS 315267) Deze is afgevallen vanwege de slechte technische maakbaarheid, het niet passen bij de tijdigheid van het verstedelijkingsprogramma en de zeer hoge kosten ten opzichte van het doelbereik.
15
35
170
De plannen voor de Vlietlijn dragen niet bij aan de bereikbaarheid en vormen een extra belasting voor de leefbaarheid van het dorp (Voorburg) met ruim 40.000 inwoners en met name de inwoners van 'West en Oud', de toekomstige woonwijk Binckhorst, het wereldberoemd historisch erfgoed (Huygens'Hofwijck) en de ecologische infrastructuur rond de Broeksloot en de Westvlietweg. Er ontstaat ook een historische kans. De aanleg van bijvoorbeeld de Gaasperdammer tunnel bij Amsterdam als ook de Rotterdamse baan (ook onder dichtbevolkt Voorburgs grondgebied door) bewijzen dat er een unieke kans is om de Vlietlijn, NS-spoor en Utrechtsebaan in een keer ondergronds aan te leggen: een bouwproject dat een enorme economische, innovatieve impuls zal genereren en bovendien de leefbaarheid van een groot deel van Den Haag en Leidschendam-Voorburg ten goede zal bevorderen. Naast de ontwikkelingen rond 'de Vlietlijn' is dit een kans die Rijk, provincie, gemeenten niet aan zich voorbij mogen laten gaan en de inwoners van Haaglanden, de gebruikers van OV en auto en de liefhebbers van onze vaderlandse historie niet mogen onthouden. De NS-lijnen en de Utrechtsebaan vormen immers al een massief betonnen inbreuk op onze historische dorpskern, daar past geen verdere aantasting bij, hooguit ontlasting.
We hebben in Leidschendam-Voorburg twee exemplarische voorbeelden van ingrijpende infrastructuur die onder de grond zijn aangelegd. De BoogieWoogie-tunnel en de N14. De laatste zelfs met een parallelle tunnel voor tramlijn 19. Wij dringen er dan ook op aan om ook dit te blijven onderzoeken.
Zie algemene toelichting. Een tunnel in Rijswijk of Leidschendam-Voorburg is geen onderdeel van de scope.
35
Als bewoner van deze gemeente verwacht ik ook van de gemeente dat zij een eerlijk beeld geeft van de gevolgen van de komst van de tram. Waar zitten de voordelen, waar gaat het pijn doen en wat staat daar tegenover? Want iets opleggen zonder duidelijk te maken wat de benefits zijn, is niet reëel en getuigt niet van het serieus nemen van bewonersparticipatie.
In de verkenningsfase is expliciet ingegaan op de (onderscheidende) voor- en nadelen van de verschillende oplossingsrichtingen Hier is ook de keuze voor de tram (het voorkeursalternatief) op gebaseerd. In deze fase worden de effecten als onderdeel van het planMER meer in detail onderzocht. Het planMER wordt tezamen met het ontwerp Gebiedsprogramma ter visie gelegd.
16
146
19
64
Aan de andere kant ligt er het voorstel van een aftakking van de Vlietlijn van Den Haag Centraal via de Haagse Binckhorstlaan en Maanweg naar het Station Voorburg. Wat is de essentie van de aanleg nu al van dit stuk HOV-traject, als het eigenlijk blijkbaar de Haagse bedoeling is om die lijn later door te trekken naar Ypenburg en Zoetermeer en aan Haagse zijde naar Scheveningen. Nu halfbakken oplossingen vinden voor dit trajectonderdeel langs de ecologische zone van de historische Broeksloot, bij het drukke verkeerskruispunt van Maanweg/Regulusweg/Westburgstraat en oprit naar A12 en langs Opa’s veldje en scouting naar het Stationsplein van Voorburg, zonder na te denken over hoe het verder moet met die ‘Koningscorridor’ boven/langs/onder het Huijgenshuis verder naar Ypenburg en Zoetermeer, leidt tot halfbakken oplossingen die later mogelijk blijken heel anders te moeten worden opgelost en qua uitgaven dan te worden tot verspild belastinggeld. Het lijkt erop dat dit traject noodzakelijk is voor de Binckhorst om via een halte aan bij de Melkweg de nieuwe bewoners van de Binckhorst langs de Maanweg, Melkweg en Saturnustraat een directe verbinding naar Den Haag CS te bieden en het Station Voorburg. De essentie van de rit naar het station Voorburg ontgaat mij volledig, zolang dit traject niet doorgelegd wordt naar Ypenburg en Zoetermeer.
Station Voorburg is geen intercity-station meer. Alle bussen die er stoppen hebben hun vertrekpunt in Den Haag CS (richting Leidschendam, Voorschoten, Leiden) met uitzondering van lijn 23. Reizigers met bestemming verder dan Zoetermeer zullen altijd kiezen voor intercityverkeer naar Den Haag CS en dan naar de Binckhorst i.p.v. de stoptrein te nemen via Voorburg-station. Belangrijk is vast te stellen dat als dit tracé wordt aangelegd hoe de verdere doortrekking naar Ypenburg en Zoetermeer wordt vormgegeven. Want nog meer afsnoepen van het historische erfgoed van het internationaal zo bekende Huygenshuis is niet acceptabel. Dat betekent een keuze voor of een extra bovengronds viaduct over de Vliet of een ondergrondse doorgang onder de Vliet door, met beide consequenties voor het historische erfgoed van Huygens. Naast de beperkte scope voor de omgeving van de Vlietlijn en het niet meenemen van de volledige verkeerssituatie in het beschouwde gebied wordt de scope ook beperkt tot 2040 en een doorkijk naar 2050 (zie pag. 13, middenin). Geen aandacht wordt besteed aan toekomstige ontwikkelingen op langere termijn. Dit terwijl het College van Rijksadviseurs in haar recente adviesbrief (5 december 2023) over ‘verstandig verdichten rond OVknooppunten’ juist aangeeft dat nu al rekening moet worden gehouden met toekomstige infrastructurele ontwikkelingen.
In de NRD nu wordt de ambitie om een Huygenstunnel en een Koningscorridor niet in de beschouwing meegenomen, terwijl deze uiteindelijk tot mogelijk veel betere oplossingen zouden kunnen leiden dan de nu gekozen en zeer beperkende oplossingen.
17
Zie algemene toelichting
In 2021/2022 is de MIRT-Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst doorlopen. In deze verkenning werd onderzocht hoe de Binckhorst via een Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) verbinding het best ontsloten zou kunnen worden. Het resultaat van deze verkenning was een tram met voorkeursvariant 1T. Deze voorkeursvariant wordt in het gebiedsprogramma dat in dit planMER beoordeeld wordt, ingepast in de omgeving.
Langzaam verkeer 1
2
Op p. 16 van het Arcadisrapport wordt aangegeven dat de ruimte voor fietsers en voetgangers geen onderdeel is van de beoordeling van de Vlietlijn en het bijbehorende pakket aan mobiliteitsmaatregelen. Aangezien de Vlietlijn hier wel aanmerkelijke effecten op heeft, onder andere op de schoolroutes die hier lopen, verzoeken wij u dit wel mee te nemen in uw beoordeling.
Wij volgen uw advies op en zullen de ruimte voor fietsers en voetgangers ook als onderdeel van de beoordeling van De Vlietlijn in het planMER meenemen.
1
8
Ik verzoek u specifiek aandacht te hebben voor de fietsroutes richting scholen (middelbaar en basisschool, aangezien de basisscholen in Voorburg West voor 50% door kinderen uit Rijswijk bezocht worden).
Aandacht voor (schoolgaande) fietsers en voetgangers in Voorburg en Rijswijk wordt in het plan-MER onderzocht onder het aspect 'langzaam verkeer'. De veiligheid van kwetsbare verkeersdeelnemers wordt meegenomen in de beoordeling.
23
22
We zijn het er allemaal over eens dat de veiligheid op de Geestbrugweg dringend verbeterd moet worden. Dit is een belangrijk punt van zorg voor de bewoners van Rijswijk en omliggende wijken. De huidige situatie met veel verkeersbewegingen, slechte zichtlijnen en beperkte ruimte voor fietsers en voetgangers is onhoudbaar. Er moet echter gezocht worden naar oplossingen die de veiligheid verbeteren zonder de wijk Cromvliet af te sluiten of te belasten met onnodige overlast en schade. Veiligheid mag niet ten koste gaan van leefbaarheid en bereikbaarheid.
De effecten op verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid worden onderzocht in dit planMER. Ruimte voor fietsers en voetgangers wordt ook als onderdeel van de beoordeling van De Vlietlijn meegenomen. De veiligheid van kwetsbare verkeersdeelnemers wordt ook meegenomen in de beoordeling . Het is bij elk maatregelpakket een harde randvoorwaarde dat iedere buurt bereikbaar blijft voor autoverkeer. Afhankelijk van de te nemen verkeersmaatregelen kan de bereikbaarheid per richting veranderen.
3
46
Wat is het verschil tussen fietsvoorzieningen en fietsenstallingen. Verder is de vraag wat het beslag op de omgevingsruimte zal zijn en, welke omgevingsruimte wordt hierin betrokken
Fietsenstallingen zijn fiets-parkeerplekken. Fietsvoorzieningen betreffen alle zaken die te maken hebben met het faciliteren van fietsen, dus ook fietspaden, fietsverhuur, etc. Het ruimtebeslag van fietsvoorzieningen wordt in het planMER onderzocht en beschreven.
4
50
Criterium 2: De gemeente Den Haag heeft een OV-halte gepland aan de overzijde van de Broeksloot, om deze route over de Maanweg (ten opzichte van logischer routevarianten) te onderbouwen zullen er ook reizigers vanuit Voorburg meegenomen zijn in de tellingen om aan een verantwoorde bezetting te komen, maar de tramlijn die het Voorburgse deel van dezelfde route bediende is jaren geleden al afgeschaft vanwege het gebrek aan
De brug heeft als doel om zowel voor een deel van Voorburg een tramhalte op loopafstand te realiseren als ook de loopafstanden tussen
18
reizigers. Het bruggetje zou om deze reden dus ook geen prioriteit moeten hebben voor onze gemeente, want het weegt niet op tegen de nadelen
herkomst en bestemmingen in Binckhorst en Voorburg west fors te verkorten.
4
52
Criterium 4: Veel gehoord stedenbouwkundig argument is het belang van de ‘doorwaadbaarheid’ van deze gebieden aan weerszijde van de Broeksloot en de verbinding en het Centrum van Voorburg. Maar met de 2 reeds aanwezige bruggen (Binckhorstlaan en Westenburglaan) wordt die verbinding al meer dan voldoende en op logische plekken verzorgt. Het bruggetje in het verlengde van de Heeswijkstraat voegt daar ook op dit punt niets aan toe.
De effecten op duurzame mobiliteit (bevorderen langzaam verkeer en OV, ruimte voor fietsers en voetgangers) en ruimtelijke kwaliteit wordt in het plan-MER onderzocht. De brug heeft als doel om zowel voor een deel van Voorburg een tramhalte op loopafstand te realiseren als ook de loopafstanden tussen herkomst en bestemmingen in Binckhorst en Voorburg west fors te verkorten.
19
70
De thema’s op pagina 11 (thema ruimtegebruik) van de NRD moeten worden aangevuld met: a. Langzaam verkeer: fietsverbinding Westvlietweg/Hoekweg kruising Pr. Mariannelaan (i.v.m. beoogde tramhalte), en te onderzoeken of de halte op de Pr Mariannelaan niet opgeschoven kan worden op de Geestbrug of er na. b. Fiets- en voetgangersverbinding Heeswijkstraat naar halte Maanweg i.v.m. kruising Pr. Mariannelaan. c. Fiets- en voetgangersverbinding Flaviusstraat/Paradijsstraat. d. Fiets- en voetgangersverbinding Corbulokade/Overburgkade. e. Voldoende fietsvoorzieningen voor stalling bij de tramhaltes. Het college stelt voldoende mogelijkheden te zien voor groen versterking. Waar blijkt dat uit (mede in relatie tot de grote woningbouwplannen van de gemeente) en zijn daar middelen voor beschikbaar?
Ruimte voor fietsers en voetgangers wordt ook als onderdeel van de beoordeling van De Vlietlijn meegenomen, ook op de door u genoemde plekken. Aandacht voor fietsers en voetgangers in Voorburg en Rijswijk wordt in het plan-MER onderzocht onder het aspect 'langzaam verkeer'. De veiligheid van kwetsbare verkeersdeelnemers wordt meegenomen in de beoordeling. Het ruimtebeslag van fietsvoorzieningen wordt in het planMER onderzocht en beschreven. Groenversterking is onderdeel van inpassing van De Vlietlijn en de effecten op groen worden in het planMER beoordeeld. Ten aanzien van de beschikbaarheid van middelen toetst het planMER op doelbereik.
19
19
6
73
84
Vraag, die in de MER-studie moet worden beantwoord, is, of de gevolgen voor de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk beperkt blijven tot het daar aangegeven grensgebied. Daarnaast valt bij de beoordeling van criteria het nodige op dat buiten beschouwing lijkt te zijn gelaten. Ook is niet duidelijk in welk gebied de effecten worden onderzocht. Hieronder volgt een opsomming per thema van aan te passen en toe te voegen punten: Thema mobiliteit Duurzame mobiliteit (aspect) a. Ruimte voor fietsers en voetgangers moet ook voor de Vlietlijn worden meegenomen Er wordt alleen ingezet op langzaam verkeer en gebruik OV vanuit duurzame mobiliteit. Niet vanuit ruimte of veiligheid. Autoverkeer (incl. vrachtverkeer) blijft buiten beschouwing, terwijl toename elektrisch rijden van (vracht- en bestel-auto’s) ook duurzamer is in een aantal opzichten. b. Verkeersveiligheid (aspect) c. Oversteekbaarheid (oversteekplaatsen): naast kwantitatief moet dit ook kwalitatief worden beoordeeld. Het gaat hierbij om veilige oversteekbaarheid voor alle soorten verkeersdeelnemers, waaronder ook kleine kinderen en bejaarden met een rollator. d. Capaciteit verkeersnetwerk (aspect) e. Capaciteit kruispunten: kwantitatief (aanpassen) waarbij ook speciale aandacht voor het kruispunt Prinses Mariannelaan - Parkweg – Laan van Nieuw Oosteinde.
In het planMER wordt een kaart met een plangebied opgenomen. Het plangebied geeft aan waar de maatregelen worden gerealiseerd, in het planMER zal worden onderzocht tot hoe ver de effecten van deze maatregelen reiken. Dat is op voorhand nog niet aan te geven. Hieronder gaan we in op de door u genoemde toe te voegen punten:
We gaan er van uit- maar willen daar ook tzt de bewijzen van zien- dat de MER leidt tot varianten waarin de HOV zo goed mogelijk wordt benut, dus veel woon- en werkplekken nabij de haltes met daarbij veilige en aantrekkelijke langzaamverkeer-routes. Aangezien er wordt gesproken over het verminderen van autogebruik (autoluw) en het toevoegen van HOV, zal ook het verminderen van parkeervoorzieningen moeten worden bekeken. En het effect daarvan op de leefbaarheid en de bedrijvigheid/ bedrijfsvoering in het gebied.
De effecten van De Vlietlijn en de Doorontwikkeling Binckhorst worden in het planMER in samenhang bezien, inclusief effecten op langzaam verkeer en verkeersveiligheid. In de Binckhorst wordt uitgegaan van een transformatie en verdichting waarbij geheel op eigen grond in het parkeren zal worden voorzien. Daarop zal worden gestuurd met een beperking van het parkeren op de openbare weg in de Binckhorst en gereguleerd parkeren.
20
a. Criterium Ruimte voor fietsers en voetgangers wordt ook voor de Vlietlijn beoordeeld. b. Verkeersveiligheid is onderdeel van het beoordelingskader en wordt dus meegenomen. c. Oversteekbaarheid wordt meegenomen in het planMER, ook met aandacht voor alle soorten verkeersdeelnemers. d. Capaciteit verkeersnetwerk is onderdeel van het beoordelingskader en wordt dus meegenomen. e. Capaciteit kruispunten is onderdeel van het beoordelingskader en wordt dus meegenomen. Het kruispunt Pr. Mariannelaan - Parkweg Laan van Nieuw Oosteinde is hier onderdeel van.
6
87
Op blz 13 bij opsomming waar aandacht voor moet zijn binnen de varianten kan onderscheid worden gemaakt in de beschrijving wat onder een goed leefklimaat wordt verstaan (groen, cultuur, sport, voorzieningen) en wat verbeteren van langzaam verkeer concreet betekent voor lopen en fietsen.
Op deze punten gaan we in, in het planMER. Er wordt een beschrijving in opgenomen van wat onder een goed leefklimaat verstaan wordt. Ook gaat het planMER in op de gevolgen van voorzieningen voor langzaam verkeer voor fietsers en wandelaars
18
89
DB heeft zich hiertegen verzet/ omdat haar bedrijfslocatie opgenomen is onder de bestemming 'transformatiegebied' (terwijl voor haar locatie geen transformatie beoogd is). DB heeft er voor gewaarschuwd dat de transformatie naar een (gemengde) woonlocatie weliswaar begrijpelijk is, maar kan conflicteren met de ruimtelijke effecten van de aanwezige (en te behouden) bedrijvigheid, zoals de betonmortelcentrale van DB. DB heeft steeds aandacht gevraagd voor de risico's met betrekking tot kruisend verkeer op maaiveldniveau. DB heeft ook benadrukt dat woningbouw in combinatie met de bedrijvigheid ook vanwege het geluid zorgvuldig aandacht verdient.
Door de Vlietlijn ter hoogte van Basal in het midden van de Binckhorstlaan te positioneren is er geen direct kruisend verkeer. De veiligheid van voetgangers en fietsers is wel een belangrijk aandachtspunt. Dit is ook besproken in het reguliere afstemmingoverleg tussen de gemeente en Basal. Er is afgesproken dat hier bij het ontwerp van de Vlietlijn goed naar wordt gekeken. Daarnaast is er overleg over het combineren van woningen en bedrijvigheid en specifiek de geluidcontouren van Basal en verduurzaming van hun bedrijfsvoering.
13
106
Er wordt gesproken over een brug over de Broeksloot van de Overburgkade naar de Maanweg. Deze brug is ook voor fietsverkeer bedoeld. Fietsverkeer dat via de Heeswijkstraat zich zal afwikkelen. Wat dit betekent voor deze straat waar ook scholen aan liggen is niet in beeld gebracht.
Effecten ten gevolge van de brug over de Broeksloot op het fietsverkeer in de Heeswijkstraat zullen worden beschreven in het planMER.
51
159
Voor het aspect veiligheid in het gebied Voorburg-West is mijns inziens onvoldoende aandacht in de concept NRD. U kunt uw demografische informatie als gemeente erop naslaan (ik neem aan met in gedachten het zorgvuldigheidsbeginsel dat u dat gedaan heeft?): we leven in Voorburg-West in een gebied met veel gezinnen. Ouders en kinderen willen veilig naar school of kinderopvang kunnen gaan en hebben u als gemeente daarbij nodig. Ook oudere en andere mensen maken zich zorgen over hun veiligheid. De fietsroutes in de wijk zijn smal, afgescheiden fietspaden zijn er niet, het fietsverkeer gaat steeds sneller en de drukte op de fietspaden met scooters, bakfietsen en fatbikes neemt toe. Daarbij komt dan een tram in twee richtingen met een regelmatige frequentie om de doorstroming van verkeer in Den Haag te bevorderen.
De effecten op veiligheid en specifiek langzaam verkeer worden onderzocht in deze planMER. Ruimte voor fietsers en voetgangers wordt ook als onderdeel van de beoordeling van de Vlietlijn meegenomen. De resultaten worden gebruikt bij de inpassing (ontwerp) van De Vlietlijn en de nieuwe inrichting van de weg. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van het verkeersonderzoek en worden met dynamische simulaties de toekomstige verkeersstromen in kaart worden gebracht, inclusief verkeersveiligheid. Richtlijnen voor verkeersveiligheid zijn leidend voor inpassing van De Vlietlijn.
21
Verkeersonderzoek 1
9
Bij het onderzoeken van verkeersveiligheid en mobiliteit graag aandacht voor hoeveel extra verkeer over de Geestbrugkade zal ontstaan, aangezien waarschijnlijk is dat deze route meer benut zal worden richting snelweg. Aangezien deze weg nu al druk en onveilig is, waarbij er geen goede fietsroute is en twee auto’s elkaar niet kunnen passeren, zal gekeken moeten worden of ook hier bijvoorbeeld een knip noodzakelijk is.
Zie algemene toelichting
23
21
Daarnaast is er een gebrek aan onderzoek naar de verkeersbelasting op omliggende wegen. Met de geplande afsluiting van de Geestbrug en mogelijk de Westvlietweg, wordt verwacht dat het verkeer zich gaat opstapelen op de resterende routes. Wat zal de daadwerkelijke impact zijn op de reistijd en verkeersveiligheid? Een diepgaand verkeersen capaciteitsonderzoek is essentieel om de haalbaarheid van dit plan te beoordelen. Tot die tijd is het onaanvaardbaar om een besluit te nemen dat zo'n groot effect zal hebben op het verkeer en de leefbaarheid in onze wijk.
zie algemene toelichting
2
26
Pagina 12 laatste regel Uit het Verkeersonderzoek De Vlietlijn van Royal Haskoning (15 oktober 2024) blijkt dat er m.b.t. het autoverkeer veel meer maatregelen noodzakelijk zullen zijn dan de maatregelen die in tabel 3.1 staan beschreven, om verkeerscongestie in de Binckhorst te verbeteren. Zelfs met maatregelen zullen de meeste kruispunten niet voldoen aan een doorstroomtijd van 90 seconden. Worden deze maatregelen meegenomen in de alternatieven, dan wel meegenomen in het Gebiedsprogramma? De variant dat er een extra op/afrit naar de A12 zou kunnen komen in het verlengde van de Mercuriusweg zien we hierin ook graag opgenomen.
In de uitwerking van het ontwerp van de Vlietlijn wordt nader onderzocht in hoeverre de maatregelen uit de maatregelpakketten uit het Verkeersonderzoek meegenomen worden. Enige mate van verkeersdrukte zal in een centraal gelegen, dichtbevolkte wijk als de Binckhorst echter niet te vermijden zijn. De variant van een rechtstreekse aansluiting van de Neherkade/Mercuriusweg op de A12 is niet bij de mogelijke maatregelen meegenomen omdat deze verkeerskundig en ruimtelijk niet in te passen is.
22
35
33
Citaat pagina 2 en 3: ''Er is een projectteam samengesteld waarin alle gemeenten vertegenwoordigd zijn. Wordt er ook daadwerkelijk samengewerkt? Dat is de vraag. Het gevoel leeft nu bij de bewoners van Voorburg-West dat Den Haag alles bepaalt en de gemeente Leidschendam-Voorburg volgt zonder een duidelijk standpunt in te nemen en de belangen van haar eigen bewoners te behartigen. Zeker die, die direct te maken krijgen met de overlast vanwege de werkzaamheden maar ook de blijvende overlast vanwege de gemaakte keuzes. Onvoldoende blijkt, dat de samenwerking tussen de gemeenten ook rekening houdt met de belangen van de bewoners en de nadelen ook echt tegen de voordelen afweegt." Citaat in verlengde van dit statement: Het feit dat bij het doen van onderzoek a (Westvlietweg autoluw) niet wordt nagedacht over het feit dat er ook een onderzoek b (verkeersonderzoek de Vlietlijn) loopt dat ingrijpt op de situatie van onderzoek a, en dat de werkzaamheden op elkaar moeten worden afgestemd, betekent al dat er niet goed wordt samengewerkt, en dat er straks twee plannen worden uitgevoerd die tot allerlei problemen kunnen (en zullen) leiden, zoals kostenverhoging samenloop tegenstrijdige situaties chaos op de weg het niet behalen van doelen a doordat doelen b gehaald worden of omgekeerd veel grotere overlast dan bij alleen a of alleen b kortom: er moet met een veel ruimere blik worden
gekeken en niet met oogkleppen op naar a, en dan los daarvan naar het b.
In het planMER worden zowel Vlietlijn als doorontwikkeling in samenhang beoordeeld, en datzelfde geldt voor de uitwerking van beide initiatieven in de gemeenten. Effecten van de Vlietlijn op de doorontwikkeling of vice versa worden hierbij in beeld gebracht. Bij de onderliggende en raakvlakonderzoeken (Verkeersonderzoek De Vlietlijn en studie Westvlietweg) is bovendien gebruik gemaakt van dezelfde uitgangspunten. Bij de maatregelpakketten uit het verkeersonderzoek is bijvoorbeeld ook het effect op de Westvlietweg beschreven. Er is sprake van een intensieve samenwerking op gelijkwaardige basis, waarbij de betrokken gemeenten oog hebben voor zowel de lokale situatie als ook het groter maatschappelijk belang.
35
36
Ik vraag me af of er voldoende goed onderzocht is wat de impact is van de inpassing van de tram op de toch al grote verkeersknooppunten in Voorburg-West. Het vertrouwen ontbreekt dat hier voldoende zorgvuldig onderzoek naar is gedaan.
De impact hiervan is onderzocht in het kader van de verdere uitwerking van De Vlietlijn. Er heeft een verkeersonderzoek Vlietlijn plaatsgevonden die inzicht geeft in de verkeersafwikkeling. Deze studie is gedeeld met de deelnemers van de werkgroepen. En is te vinden op de website van project de Vlietlijn. www.devlietlijn.nl De uitkomsten van dit verkeersonderzoek worden betrokken bij de inpassing van de Vlietlijn en de vormgeving van kruisingen en wegvakken. De effecten op het verkeer en verkeersveiligheid worden in het planMER onderzocht.
23
35
37
Daarnaast moet de verkeersdiscussie zich niet alleen richten op een snelle doorstroming van/naar Den Haag maar ook op een veilige afwikkeling van zowel het autoverkeer als het fietsverkeer in het Voorburgse deelgebied.
In het Verkeersonderzoek dat is uitgevoerd langs het gehele tracé, dus ook in Voorburg, is aandacht voor verkeersveiligheid geweest. De effecten op veiligheid en specifiek langzaam verkeer worden onderzocht in het planMER. Ruimte voor fietsers en voetgangers wordt ook als onderdeel van de beoordeling van de Vlietlijn meegenomen. De resultaten worden gebruikt bij de inpassing (ontwerp) van De Vlietlijn. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van het verkeersonderzoek en worden met dynamische simulaties de toekomstige verkeersstromen in kaart gebracht, inclusief verkeersveiligheid. Richtlijnen voor verkeersveiligheid zijn leidend voor inpassing van De Vlietlijn.
35
38
De tram zal zorgen voor opstoppingen, sommige wegen worden eenrichtingsverkeer en er is een grote kans dat bepaalde wegen/ bruggen worden afgesloten voor autoverkeer. Hoe blijft de buurt waar ik woon goed bereikbaar met de auto en – heel belangrijk - voor de hulpdiensten?
Zie algemene toelichting
35
40
Het kruispunt ter hoogte van de Den Burghstraat, waar de Prinses Mariannelaan en Binckhorstlaan samenkomen, is een erg druk en gevaarlijk kruispunt. Hier moet straks ook een tram ingepast gaan worden. Hoe gaat de inrichting van dit kruispunt eruitzien en wat wordt er gedaan om de verschillende verkeersstromen (niet alleen autoverkeer!) in goede en veilige banen te leiden? De plannen hiervoor ontbreken nog.
Deze plannen worden uitgewerkt in het kader van de inpassing (ontwerp) van De Vlietlijn. Bij de uitwerking worden ontwerprichtlijnen en normen voor veilige inrichting van kruispunten toepassingen.
4
49
Criterium 1: Nog meer extra verkeer door de Heeswijkstraat levert dus nog meer gevaarlijke situaties op in deze straat, waar al 2 basisscholen aan liggen. De T-kruising Overburgkade en Heeswijkstraat is nu al onoverzichtelijk met de smalle beschikbare rijstroken in 2 richtingen
Zie algemene toelichting
24
19
54
Voor een MER is vereist, dat een goede beschrijving wordt gegeven van de huidige situatie, het zogeheten referentiescenario. Dit ontbreekt helaas in de NRD. Momenteel kampt Voorburg-West al met ernstige verkeersproblemen, zowel in de ochtend als in de avondspits. Zelfs de kleinste verstoring op het omliggende wegennet leidt tot vastgelopen verkeer, met grote negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in het gebied. Bij een file of ongeluk op de A4 wordt de Westvlietweg en Fonteynenburghlaan direct een sluiproute, wat verdere congestie veroorzaakt op de Prinses Mariannelaan en de Binckhorstlaan-Voorburg. Met andere woorden: zelfs zonder de verwachte toename van verkeer door de ontwikkelingen in de Binckhorst, dus alleen met autonome ontwikkelingen, staat de leefbaarheid in Voorburg-West al ernstig onder druk. Het plan van aanpak om in samenwerking met Rijswijk en Den Haag het verkeer efficiënt via de Rotterdamsebaan te leiden en Voorburg-West te ontzien, ontbreekt nog steeds, ondanks de motie van 30 mei 2023. Uit het recente verkeersonderzoek van de Vlietlijn (d.d. 15 oktober), uitgevoerd door RHDHV, blijkt bovendien dat de groei van het autoverkeer op de Rotterdamsebaan tegen 2040, afhankelijk van het gekozen HOV-maatregelenpakket, slechts tussen 0% en 3% zal toenemen ten opzichte van 2023, of zelfs met 2% nog verder kan afnemen.
Dat kan toch niet de bedoeling geweest bij de aanleg van deze peperdure tunnel?
In de Plan MER wordt de huidige situatie meegenomen, van deze referentiesituatie worden de verkeersproblemen en de gevolgen daarvan voor de leefbaarheid beschreven. De Knelpunten worden in beeld gebracht. In de plannen voor de Vlietlijn zijn ook maatregelen opgenomen om deze knelpunten met name in het gebied wat u aangeeft te verminderen. De verkeersafwikkeling en rol van de Rotterdamsebaan daarin is en blijft een aandachtpunt in onder andere de studie Verkeersnetwerk CID-Binckhorst van de gemeente Den Haag.
19
55
De kruispunten Maanweg – Regulusweg - A12 en Maanweg - Westenburgstraat kunnen het verkeer nog net aan na de aanpassingen van enkele jaren geleden. Ook zonder de tram die deze kruising passeert zal de groei van het verkeer vanuit de Binckhorst tot ernstige problemen leiden. Voor de kruisingen op de Prinses Mariannelaan met de tram zijn wij weer terug in de tijd toen de trein nog gelijkvloers de Prinses Mariannelaan kruiste. Er moet van grof naar fijn gewerkt worden. M.a.w. wat kunnen deze twee grote knelpunten aan en hoe zou je dat moeten oplossen? Waarbij een eindstation (motie dd. 30 mei 2023) op de Maanweg, bijvoorbeeld ondergronds, verkend moet worden.
In het Verkeersonderzoek Vlietlijn worden vier maatregelpakketten onderzocht die tot doel hebben om doorgaand verkeer in het gebied te beperken. De effecten op buurtniveau worden in het planMER kwalitatief beschreven en gewogen. Een alternatieve plaats van een eindhalte op de Maanweg wordt onderzocht in het planMER.
19
57
De aftakking naar Rijswijk van de tram via de Binckhorstlaan/Geestbrugweg en verder wordt in de discussie gedomineerd door de vraag of de doorgaande route over de Geestburg wordt geschrapt. Zowel voor Rijswijk als voor Leidschendam-Voorburg is de vraag of dit een gewenste situatie is, in verband met lokaal verkeer van en naar Rijswijk. Afsluiten van de Geestbrug voor autoverkeer betekent lange omrijroutes (via Schenkkade , Rijswijkseweg en Haagweg of via Prins Clausplein of Westvlietweg). Hetgeen juist meer mobiliteit (en dus uitstoot) oplevert.
Zie algemene toelichting
25
19
58
Leidschendam-Voorburg heeft de verantwoordelijkheid voor een goede afwikkeling van het verkeer op haar eigen grondgebied. De gemeenteraad moet zich daarbij afvragen hoe bewoners van Voorburg-West in de toekomst de wijk in en uit kunnen komen. Als de Westvlietweg een fietsstraat wordt, dan is de route over de Fonteynenburghlaan minder te gebruiken. De kruisende tram met de Prinses Mariannelaan wordt ook een barrière en Geestbrugweg verbinding wordt gestremd.
Zie algemene toelichting
19
60
a. Een visie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (invulling van pagina 7 vrijwillig programma). De gemeente moet de uitdaging aangaan om met innovatieve denk- en oplossingsrichtingen te komen. Bestaande traditionele oplossingen zullen zeer waarschijnlijk niet voldoen. b. De grenzen van het studiegebied (pagina 5, kaartje Studiegebied Binckhorst, Arcadis 29.08.24) moeten worden vergroot zodat er integraal gekeken kan worden (kaartje en paragraaf 4.2. dus aanpassen). Hierbij moet ook het gebied van de omlegging van lijn 1 integraal worden meegenomen. Ook moeten de grenzen van het projectgebied worden vergroot naar het grondgebied van Voorburg, waarbij het gebied rondom de roze lijn o.a. Binckhorstlaan (Voorburg), Pr. Mariannelaan en Opa’s veldje, Huygenstraverse, Stationsplein ook worden meegenomen. Evenals het kruispunt Prinses Mariannelaan – Parkweg - Laan van Nieuw Oosteinde en Laan van Nieuw Oosteinde tot aan Maanweg. c. In het regionale verkeersonderzoek moet de focus gericht zijn op de verschillende stromen verkeersdeelnemers, waarbij niet alleen verkeerstechnisch onderzoek nodig is maar ook verkeers psychologisch. En waarbij niet alleen naar de verkeersstromen van/naar Den Haag moet worden gekeken, maar ook naar de verkeersstromen richting Voorburg-West vanuit Leidschendam naar Rijswijk. d.
De uitgangspunten voor een goed functionerend parkeerbeleid in Voorburg-West vaststellen. e. Een hoofdstuk 3.5. aan het NRD toevoegen “Gevolgen/doorontwikkeling VoorburgWest”. Nu wordt slechts volstaan met alle accenten op de Binckhorst in hoofdstuk 3. Dit doet geen recht aan de specifieke kenmerken van de woonwijk Voorburg-West. f. Paragraaf 2.2.2. de participatie op fatsoenlijke wijze inbedden, waarbij inwoners kunnen meedoen en zich voorbereiden doordat de agenda en stukken ruim op voorhand worden gedeeld en waarbij ingegaan wordt op de inbreng van bewoners. g. De planning aanpassen in paragraaf 2.3. opdat de gemeenteraad van LeidschendamVoorburg eerst haar eigen visie als inbreng kan vaststellen