RIS321960 Bijlage Landschap van de Vlietzoom Historisch onderzoek & Ideeënboek
Tekst van het document
Met name ten zuiden van deze Molensloot bevinden zich de (grotere) buitenplaatsen en zijn er ook grotere clusters van percelen in het bezit van grootgrondbezitters die niet woonachtig zijn in Voorburg, maar in Den Haag en Rotterdam - passend bij ‘een buiten’. Enkele buitenplaatsen zijn t.o.v. de kaart van 1712 uitgebreid; dit betreffen de Zuiderburg en Leeuwenburg. Verder zijn er enkele hofstedes/buitenplaatsen verdwenen en ook enkele nieuwe bijgekomen. Op het Kadastraal Minuutplan zijn de buitenplaatsen (van zuid naar noord) bij naam genoemd: Oversteen (op de kaart uit 1838 ‘Vredenoord’), Drievliet, Zeerust, Zuiderburg, Leeuwenberg, Den Honaart. In enkele gevallen corresponderen de percelen ook met een bezit aan de overzijde van de Vliet. Dit is het geval van Henricus Gijsbertus de Vogel van Aalst die de buitenplaats Rusthof aan de westoever bezit en de percelen daar tegenover aan de oostoever (waaronder ook de hofstede Nabij). Ook Petrus Jacobus Groen van Prinsterer van de buitenplaats Vreugd en Rust aan de westoever bezit ook een groot deel van de percelen weiland aan de overzijde van de Vliet. Hetzelfde geldt voor Catharina van Hoop van de buitenplaats Bleyenburg. Zoals eerder vermeldt is van de buitenplaats Hoekenburg bekend dat hier een servituut bestond voor het recht van behoud van het uitzicht over de Tedingerbroekpolder.
35
STICHTING IN ARCADIË
36
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
Nieuwe kaart van 's-Gravenhage met de omliggende Dorpen en Buitenplaatsen, vervaardigd door S.W. van der Noordaa, 1838, geprojecteerd opactuele BGT-kaart. Coll. Haags Gemeentearchief, bewerking Stichting In Arcadië 2024
37
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
De buitenplaats Zeerust naast Zuiderburg aan de oostoever van de Vliet. De villa is eind 19e eeuw afgebroken in verband met verbreding van de Vliet. In 1889 is ter vervanging een nieuwe villa met dezelfde naam gebouwd. Op de achtergrond de Tolbrug en het herenhuis Burchvliet. Vervaardigd door P.J. Lutgers, 1855. Coll. Haags Gemeentearchief
38
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
→ ‘Visch-Vliet nabij den Seydschen Vaart’, maker onbekend, 1868. Coll. Swaensteyn - Huygensmuseum
↓ De buitenplaats Zuiderburg gezien vanaf de Westvlietweg, steendruk naar een tekening van P.J. Lutgers, 1855. Coll. Haags Gemeentearchief
↓ Huis Leeuwenbergh met daaromheen een aanleg in landschapsstijl met slingerende paden, foto uit ca. 1890. Coll. Haags Gemeentearchief
39
STICHTING IN ARCADIË
40
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
Topografisch Militaire Kaart, ca. 1850. Coll. Nationaal Archief, bewerking Stichting In Arcadië 2024
41
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
← Chromotopografische kaart van 1876. Topotijdreis.nl
42
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
STICHTING IN ARCADIË
→ Restanten van de Westmolen na de gedeeltelijke sloop in 1876, Topotijdreis.nl
2.7
30 JANUARI 2025
Tweede helft 19e eeuw Opkomst van de industrie
De tweede helft van de 19e eeuw wordt ingeluid met de komst van de spoorlijnen in de regio Den Haag. In 1843 kwam de spoorlijn Leiden – Den Haag tot stand en vier jaar later werd de spoorlijn Den Haag – Rotterdam in gebruik werd genomen. Voor langere tijd werd ook gewerkt aan het realiseren van een spoorlijn Den Haag – Utrecht. De spoorlijn werd pas tussen 1860 en 1868 uiteindelijk gerealiseerd.67 Op de Topografisch Militaire Kaart van 1850 staat het tracé al ingetekend. Bij de aanleg werd geen rekening gehouden met het bestaande landschappen. Het tracé doorkruiste diagonaal het slagenlandschap en verschillende buitenplaatsen aan de westoever, waaronder de beroemde aanleg van Hofwijck. De plaatsing van het tracé is ook zeer bepalend geweest voor de toekomstige ontwikkeling en inrichting van het gebied. Het station Voorburg werd op 1 mei 1870 geopend. Het oorspronkelijke stationsgebouw en emplacement lagen op maaiveldniveau, met enkele zijsporen, waaronder een losweg. De kaart van 1850 toont verder een nagenoeg ongewijzigde situatie in het studiegebied ten opzichte van het Kadastraal Minuutplan en de kaart van Noordaa uit 1838. Opvallend is dat de huidige Westvlietweg op de kaart nader wordt omschreven als ‘Jaagweg (slechte grindweg)’. De hoogtijdagen van de buitenplaatsen langs de Vliet waren inmiddels al op hun einde.
Door steeds hogere onderhoudskosten en (personeels)lasten zette de aftakeling van de meeste buitenplaatsen in. Dit had verschillende gevolgen voor de buitenplaatsen langs de Vliet; enkele buitenplaatsen verdwenen, werden ingericht voor permanente bewoning of kregen een andere functie. Op de topografische kaart van 1876 is de gehele aanleg van Zuiderburg verdwenen en is ook de buitenplaats Vischvliet gekrompen. Zuiderburg was een bijzondere buitenplaats in de 19e eeuw – op de buitenplaats werd in 1831 door de familie Hendriksz het eerste particuliere ziekenhuis gevestigd, later bekend als het ‘Geneeskundig Etablissement Zuiderburg’. Voor deze functie werden er op het landgoed badinrichtingen gebouwd, werden zalen voor patiënten vergroot en ingericht en kwam er een wetenschappelijke bibliotheek en tentoonstellingsruimte.68 In 1865 kwam er een einde aan het kliniek en de buitenplaats Zuiderburg. Op 11 november 1865 wordt in de Nieuwe Rotterdamsche courant gesproken over een ‘zeer solide afbraak’ in de advertentie voor de openbare verkoping volgt een opsomming van bouwmaterialen (slingertrap, kozijnen, balken, marmeren tegels) tot beelden, opgaande bomen en hakhout op de buitenplaats Zuiderburg.69 De gehele aanleg van de buitenplaats is op de topografische kaart van 1876 weggevaagd.
Een enkel restant is tegenwoordig nog aanwezig: een pilaar met een blauwe bol langs de sloot van de Westvlietweg.70 Ook op het gebied van waterhuishouding en infrastructuur traden er naarmate de 19e eeuw vorderde wijzigingen op. Tot ver in de 19e eeuw werd de Tedingerbroekpolder bemalen door twee watermolens: de Westmolen en Oostmolen. De droogmaking van de uitgeveende plassen binnen de polder, waarvoor in 1870 concessie werd verleend, vereiste een krachtiger bemaling. Daardoor ging de polder over op stoombemaling. De molens werden (gedeeltelijk) gesloopt, de Oostmolen in 1870 en de Westmolen in 1873, en vervangen door twee stoomgemalen.71 Het onderstuk van de Westmolen bleef nog tot ver in de 20e eeuw staan. Ter hoogte van de molen kwam een schutsluis te liggen. Op de locatie van de Oostmolen aan de Broekweg kwam het eerste stoomgemaal ‘Gemaal I’ of ‘Bovengemaal’ te staan. Gemaal I was het hoofdgemaal van de Tedingerbroek en sloeg ook zijn water uit op de Vliet.72
In het derde kwart van de 19e eeuw werd het noodzakelijk om de Vliet te verbreden. Toenemende druk door scheepvaartverkeer en de steeds groter wordende schepen op de vaarroute vergrootte die wens.73 Omstreeks 1891-1892 vond de verbreding aan de oostoever plaats. Hiervoor moest een gedeelte van de gronden langs de oostoever worden onteigend om ruimte te maken voor de Vliet. Daarbij werd onder andere de koepel van de toen al reeds verdwenen buitenplaats Zeerust en het huis van de buitenplaats Den Honaert afgebroken. Ook werd de bocht van de Vliet richting Delft ‘weggesneden’.74 Tegelijkertijd werd de Nieuwe Tolbrug verplaatst naar de andere kant bij Hoekvliet, waarnaast een brugwachtershuisje werd geplaatst. Vanwege de grote bevolkingsgroei aan het eind van de 19e eeuw en de behoefte aan meer ruimte voor woningen, handel en nijverheid wil Den Haag uitbreiden en laat het oog vallen op grond van aangrenzende gemeentes. In 1894 bericht de Kleine Courant hierover: ‘Want terwijl dit dorp [Voorburg] zich naar de Haagsche zijde gaandeweg uitbreidt, daartoe door onze forensen aangespoord, strekt de groote stad wederkeerig hare vangarmen naar de landelijke gemeente uit, om er in den aanvang der 20e eeuw en zeker vóór het midden daarvan, mede samen te smelten.
Te water, langs den gemoderniseerden, genormaliseerden en verbreeden Trekvliet, zijn wij de grens van Voorburg al zoo dicht genaderd, dat de Tweede Kamer ’t noodig vond om in haar verslag aangaande onze Laakhavenwerken te zinspelen op mogelijke grensconflicten en daaruit voortvloeiende gevolgen’.75 Vanaf 1899 vindt in de gemeenteraad van Den Haag overleg plaats over annexatie van de polder aan de Voorburgse zijde van de Haagse trekvliet – dit is het terrein waar in de loop van de 20e eeuw het industrie- en handelsterrein de Binckhorst ontwikkelt.76 Ook andere polders, zoals de Tedingerbroekpolder, zullen met de almaar uitdijende steden en dorpen in de regio in de daaropvolgende eeuw hun aantrekkingskracht voor ruimtelijke ontwikkeling houden. Ondanks de eerste aanzetten voor ontwikkeling in de 19e eeuw houdt het studiegebied nog tot in de 20e eeuw een landelijk karakter.
43
STICHTING IN ARCADIË
44
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
STICHTING IN ARCADIË
← De Vliet gezien vanaf de Kerkbrug met links de Westvlietweg en rechts de buitenplaats In de Wereldt is veel Gevaer, waarin het kostschool gevestigd was. Op de achtergrond de buitenplaats Hofwijck en in het midden de villa die later gesloopt werd ten behoeve van de aanleg van de Utrechtsebaan. Prentbriefkaart uit ca. 1899. Coll. Archief Kadaster
30 JANUARI 2025
Ooggetuigen De wandelende dominee Jacobus Craandijk bezoekt in 1888 Voorburg en beschrijft uitvoerig de Vliet en omgeving in zijn publicatiereeks Wandelingen in pen en potlood. Hij schrijft: ‘Iets verder, maar niet minder aanbevelenswaardig, is de wandeling langs den Vliet, maar dan zien wij de buitenplaatsen Leeuwendaal en Cromvliet niet, althans niet dan van verre, tenzij wij straks, als wij het einde der laan voorbijkomen, een eindweegs teruggaan. Wenschen wij ook een' blik te werpen op het oude huis te Hoorn, dan moeten wij ons nog een' kleinen omweg getroosten. De breede laan, waaraan de Onderwaters-stichting staat, leidt er regt op aan. Wij kunnen er echter ook komen, wanneer wij eerst den straatweg op Delft volgen en dan een zijspoor inslaan. Zoo zetten wij onzen wandeltogt voort langs dien straatweg, waar de boomen ten deele zijn geveld, met het uitzigt op de frisch groene, met runderen en schapen bevolkte weide, en het donkere houtgewas van Leeuwendaal, waartusschen het witte heerenhuis krachtig te voorschijn treedt.’77 Wij keeren naar de Hoornbrug terug en ons pad leidt ons verder langs den Vliet, de kalme, vriendelijke, echt Hollandsche trekvaart, met het jaagpad en de witte paaltjes, de weilanden en de kleinere buitenverblijven Hoornwijk, Buiten gedachten, Vredenoord en Drievliet, rustige woningen in een vrolijk landschap.
Aan den overkant bespoelt het heldere water voor het grootste gedeelte het digte houtgewas van Leeuwendaal, waartusschen de witte muren van het huis voor een oogenblik blinken en wiens koepel zich spiegelt in den klaren stroom. 't Is alles eenvoudig, maar er ligt over het gansche tafereel een waas van vrede en welvaart, die 't ons doen begrijpen, dat de vreemdeling van een reisje met de trekschuit langs den bloemtuin aan de boorden van den Vliet geenszins de minst aangename herinneringen meêneemt, als van een eigenaardig opwekkend genot, dat allen in ‘Holland’ is te smaken. Om Voorburg te bereiken, behoeven wij de trekvaart nog niet te verlaten en wilden wij onze wandeling langs haar' zoom nog verder uitstrekken, 't zou tot den Leidschendam toe een nagenoeg onafgebroken reeks van buitenverblijven zijn, die wij vooral aan den overkant zich zouden zien uitstrekken.78 […] Maar Rusthof is toch een deftige buitenplaats. Zij heeft een ouderwetsch rood steenen huis, met twee later aangebouwde vleugels, grootendeels achter het geboomte verborgen. Een waterwerk met rijk begroeide eilandjes slingert zich door het park, dat met zware stammen prijkt. Aan de zijde van den Vliet ziet het lustpaleis uit op het plantsoen en het geel gepleisterde huis van het buitenverblijf Nabij, en verder over de weilanden, waaruit de R.
Kerk aan den Veenweg en van verre de torens van Delft oprijzen, aan de landzijde op de overplaats, met haar' helderen vijver en haar' smaakvollen aanleg en den donkeren woudzoom in 't verschiet. […]
Als wij de nieuwe R. kerk en de daarbij behoorende ruime school en de hofstede Buitenlust voorbij zijn, vinden wij op den hoek der buitenplaats Marguerite den zijweg naar de wel bekende en te regt druk bezochte uitspanning de Wijkerbrug. Zij is gunstig gelegen aan den Vliet, waar de scheepvaart wel niet meer zoo levendig is als voorheen, maar toch nog geenszins tot het verledene behoort. Er is een zeer uitgestrekte tuin met tal van boschjes en zitjes in het lommer of aan de vaart. Er is gelegenheid tot visschen en roeijen, tot wippen en schommelen. Er zijn ruime zalen voor partijen, kamers en koepels voor kleinere gezelschappen. Men kan er alles bekomen, wat men in billijkheid verlangt. Het consumabel is er goed, de bediening vlug. Geen wonder, dat de Wijkerbrug tal van gasten van allerlei stand en leeftijd trekt. De onmiddellijke nabijheid van de stoomtram maakt haar gemakkelijk bereikbaar en voor de rijtuigen zijn er ruime stallen. Hier gebruiken wij ons eenvoudig, maar overvloedig en wel toebereid middagmaal. Wat nu? - De tijd, die ons nog rest eer de stoomtram naar den Haag vertrekt, is te lang om hier te wachten, niet te kort, om door te wandelen naar de halte bij Veur. Wederom staan ons twee wegen open. De kortste, misschien ook de fraaiste, is langs de buitens aan den grooten weg. Maar dien weg komen wij straks, door het stoomros getrokken, terug.
De andere loopt aan de overzijde van den Vliet over den Leidschen dam. Dezen kiezen wij. Hij leidt ons door een vriendelijk landschap, waarover de dalende zon haar' gouden gloed en haar lange schaduwen uitspreidt. Vrede rust op de welige weilanden, aan deze zijde door het buitenverblijf Vischvliet en door enkele boschjes, boomgaarden en wilgenrijen afgebroken, terwijl daar voor ons de zware koepelkerk van den Leidschen dam en de torenspits der R. kerk van Veur zich boven houtgewas en daken vertoonen. Aan den overkant volgt eene lange reeks van tuinen, koepels en heerenhuizen den zoom van het kalme, door geen rimpel bewogen water, dat als vloeibaar zilver blinkt in het licht, boomen en biezen, muren en schoeijingen als in een spiegel weerkaatsend. Helder en frisch is de tintelende lucht, die boven dit alles zich welft, verkwikkelijk de geur van het hooi, die alles doordringt, gedragen op de wieken van de zachte zomerkoelte. […] Als Huijgens langs het zandpad reed of zijn speeljagt den Vliet deed rimpelen, moet zijn oog nagenoeg dezelfde tafereelen hebben gezien. Hier is 't soms, of de tijd heeft stilgestaan. Hier komen zij ons nader, de voorgeslachten, door den stroom van zooveel nieuwe denkbeelden en behoeften anders zoo ver van ons gescheiden. Hier vergeten wij, wat er woelt en jaagt en stoomt in de wereld.
Hier is de trekschuit en de lange pijp en de hengelaar nog geen anachronisme en zou 't gegil der stoomfluit ons opschrikken uit den droom.’79
45
STICHTING IN ARCADIË
46
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
← Veldwerkkaart uit dienstjaar 1892 met daarop aangeduid de te onteigenen gronden aan de oostoever van de Vliet/ Westvlietweg tussen de Oude Tolbrug en Nieuwe Tolbrug in verband met de verbreding van de Vliet. Coll. Archief Kadaster
→ De Vliet gezien vanaf de Westvlietweg richting Leidschendam met op de achtergrond de Oude Tolbrug en links daarvan de buitenplaats Heeswijk, ca. 1895. Coll. Haags Gemeentearchief 47
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
← Chromotopografische kaart van 1924 Topotijdreis.nl
48
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
STICHTING IN ARCADIË
2.8
30 JANUARI 2025
Eerste helft 20e eeuw Industrie, infrastructuur en verstedelijking
In de eerste instantie treffen de woningbouw- en uitbreidingsplannen vooral het gebied ten westen van de Vliet. Van 1900 tot 1920 werd er gebouwd aan de grenzen van het oude dorp. Hierbij worden enkele buitenplaatsen aan de westoever, zoals Vronestein, Leeuwenstein, Rusthof en Middenburg gesloopt en volgebouwd. De westoever van de Vliet werd verder ontsloten door de aanleg van de Binckhorstlaan, de Laan van Nieuw Oosteinde, de Parkweg en Prinses Mariannelaan (ongeveer op het tracé van de vroegere Achterweg en de Broeksloot). De Tedingerbroekpolder daarentegen kende nog steeds dezelfde ontsluitingen als in de eeuwen daarvoor, namelijk de bruggen, de Postenkade en Westvlietweg. In het eerste kwart van de 20e eeuw wordt de polder voor een tweede keer doorkruist door een spoorweg. In 1908 wordt ten westen van de molensloot bij de voormalige Oostmolen een tweede spoorlijn in het plangebied aangelegd en geopend, de zogenaamde ‘Hofpleinlijn’ die van Den Haag naar Rotterdam loopt. Het idee voor deze spoorlijn was aan het eind van de 19e eeuw ontstaan en was de eerste spoorlijn die geheel op elektriciteit reed.81 Voor de elektriciteitsvoorziening werd direct aan de westzijde naast de spoordijk een elektriciteitscentrale gebouwd met onderhoudswerkplaats en remise.82 Op de Topografische kaart uit 1924 is duidelijk te zien dat het buitenplaatsenlandschap op haar retour is.
Bij Den Honaart en Hoornwijk is de gehele park- en tuinaanleg van de kaart verdwenen. Herbestemming was op meerdere plaatsen al bezig, zoals bijvoorbeeld bij Drievliet en Leeuwenbergh. In 1931 werd door de Johanna Pieternella van der Laan, weduwe van Johannes C.W. Hartnack, medegedeeld in de Haagsche Courant dat haar ‘Theetuin Drievliet’ met speeltuin bij de Trekvliet was geopend en voorzien van parkeerplaatsen en berging voor roeiboten.83 Het bezit van de buitenplaats Leeuwenbergh viel in 1923 uiteen als de buitenplaats wordt geveild in massa en in 42 percelen ‘uitmuntend geschikt om te worden aangelegd als villapark, volgens het door de gemeente Stompwijk reeds goedgekeurd bouwplan’.84 De daaropvolgende jaren werd rondom de kern met het huis inderdaad villa’s gebouwd, deze villawijk werd omgedoopt tot ‘Park Leeuwenbergh’. In 1925 werd het restant van de buitenplaats met het huis verworven door de Stichting Maria Emalia Dorrepaal die de villa verbouwde en er herstellingsoord ‘Huize Dorrepaal’ in onderbracht.85 Ook tussen de Hoornbrug en Spoorlijn zijn inmiddels verschillende huizen langs de Westvlietweg gebouwd. Hieronder vallen ook enkele villa’s in toen modieuze bouwstijlen, waaronder Villa Ilex in eclectische stijl (ca. 1900) en het geprefabriceerd houten landhuis ’Vliet en Hove’ in Chaletstijl (1921).
Al vroeg in de 19e eeuw zijn er voorbeelden van industrie langs de Vliet, maar de industriële ontwikkeling van de Vlietzoom komt pas aan het einde van de eeuw goed op gang. Zo werd er in 1895 op de grond van Middenburg de ‘Eerste Nederlandsche Ozonbleekerij, Stoom-, Wasch- en Strijkinrichting’ geopend.86 De eerste clusters industrie zijn op de Topografische Kaart van 1924 waar te nemen langs het spoor en op de grenzen van het plangebied. In 1912 streek hier de Enkesfabriek neer, de ‘Eerste Nederlandsche Kogellager en Schroeven Fabriek’. Hiernaast kwam in 1926 de liftenfabriek ‘Starlift’ naast te liggen. De twee bedrijven waren van elkaar gescheiden door de bestaande Molensloot.87 Ook kwam aan de Westvlietweg bij de spoorweg in de eerste helft van de 20e eeuw een gasfabriek te liggen.
In 1927 werd in opdracht van het Rijk een nieuw rijkswegenplan vastgesteld. Dit plan voorzag in een aanzienlijke uitbreiding van het aantal rijkswegen en verbetering van de belangrijkste rijkswegen. Vijf jaar later, in 1932, wordt in de Haagsche courant een bericht geplaatst dat ‘Sedert eenige maanden een aanvang is gemaakt met den aanleg van de kunstwerken voor den weg Den Haag -Gouda-Utrecht, een der, uit wegenbouwkundig oogpunt bezien, meest interessante werken, in den laatsten tijd door den Rijkswaterstaat ondernomen’.88 Op 18 mei 1934 plaatst de Haagsche Courant een uitgebreid bericht over de aanleg van een autoweg tussen Den Haag, Gouda en Utrecht over het tracé. Hieruit blijkt o.a. dat er een brug over de Vliet en Vlietweg wordt oversponnen, parallel aan de spoorlijn, en de kruisingen op bestaande wegen in het dorp Voorburg met viaducten geschieden. De weg zal bestaan uit een dubbele rijbaan ‘in het midden gescheiden door een haagbeplanting’.89 In 1937 werd de verkeersbrug over de Vliet gebouwd, bestaande uit een beweegbare basculebrug met een doorvaarthoogte van 5,65m, en aan de nieuwe weg, viaduct en verkeersplein bij de Parkweg gewerkt. De nieuwe Rijksweg 12 (later A12/Utrechtsebaan) werd in augustus 1938 geopend.90 ‘Een nieuwe snelverkeersweg van de residentie naar het Oosten des lands trekt een witte lijn door het weidegroen van het Zuidhollandsch landschap.
Blanke kunstwerken markeeren zijn beloop door de polders’, berichtte de Haagsche Courant in 1938.91 De Rijksweg doorsneed het studiegebied Tedingerbroekpolder diagonaal in west-oostelijke richting en lag parallel aan de spoorlijn. Op de eerste duidelijke luchtfoto van het studiegebied uit 1938 is te zien dat het verkavelingspatroon en het watersysteem nog grotendeels overeenkomt met de Kruikiuskaart uit 1712 en het Kadastraal Minuutplan uit 1819. Kleine bruggetjes verbinden de verschillende percelen met elkaar – met name over de Bovenwetering zijn meerdere bruggen te bespeuren. Op de luchtfoto is ook duidelijk waarneembaar dat het noordelijke gedeelte opener en ‘leger’ is dan het gedeelte ten zuiden van de spoorlijn. Opvallend is dat het overgrote deel van de grond dan nog in gebruik is als weiland. Naast de weilanden zijn er ook gebieden met tuinbouwkassen en verschillende ‘volkstuincomplexen’ te zien. Rond de spoorlijnen zijn de opkomende industrieterreinen goed op te merken. Rond Leeuwenberg, later Dorrepaal, is de villawijk ‘Park Leeuwenbergh’ zichtbaar. Verder is zichtbaar dat naast de A12/Utrechtseweg en spoorbaan haast parallel hieraan twee nieuwe wegen zijn ontstaan: de Spoorlaan in zijn vroegste vorm en het Nieuweveensepad, die tot in de jaren 60 functioneerde als oprit vanaf de Westvlietweg naar de A12/Utrechtsebaan.
De Westvlietweg is op hoofdlijnen waar te nemen met de weg, berm en langs de Vliet het jaagpad. De boombeplanting is door de iepenziekte inmiddels grotendeels gerooid. Alleen ter hoogte van Den Honaart zijn nog enkele restanten van de oude iepenlaan aanwezig. Op de latere kaart van de Eerste Bosstatistiek, vervaardigd tussen 1938 en 1942 is zichtbaar dat ten noorden van de spoorbrug de Westvlietweg eenzijdig beplant is met ‘loofhout beneden 40 jaar’.92
Veel kwesties speelden in de rondom de ruimtelijke ontwikkeling van Voorburg met uitbreidingsplannen en nieuwe woongebieden, tegelijkertijd had zowel de opkomst als toekomst van de auto in het verkeer gevolgen voor de infrastructuur. Naarmate de woongebieden rondom Voorburg en de Vliet gerealiseerd werden, werd het belangrijk om meerdere dwarsverbindingen loodrecht op de Vliet ter ontsluiting van deze gebieden aan te leggen. Dit hing samen met de grotere, nationale, plannen voor een wegennetwerk. 49
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
De Westvlietweg en Tedingerbroekpoler, gezien vanaf Hofwijck, rechts in de verte Delft, 1907. Coll. Haags Gemeentearchief
50
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
STICHTING IN ARCADIË
30 JANUARI 2025
Ooggetuigen In 1928 werden in Het Vaderland meerdere wandelingen in en rond Den Haag gepubliceerd. Enkele wandelingen leiden de auteur langs Voorburg en door het studiegebied. ‘We gaan de Hoornbrug over (prachtige gezichten over den Vliet) en wandelen nu op de andere zijde van den Vliet verder (dus links af); hier begint de rij van buitens, die zich bijna tot Leidschendam langs den Vliet uitstrekt. Allereerst komen we voorbij het oude Hoornwijk, dat door zijn eigenaardigen, ouderwetschen bouw opvalt. Dan brengt een brug ons over een prachtig met knotwilgen omzoomd polderslootje, dat zich verliest in de weiden. Dat is wel een punt om er even op te letten. Enkele nieuwere buitens volgen langs den weg, die maar matig beschaduwd worden door een rij zieke iepen, die weldra zullen vallen ; tallooze open plekken in hun rij wijzen de plaats aan waar al slachtoffers van de iepziekte gevallen zijn. Drievliet bereiken we nu, een, naar mijn smaak, buitengewoon aardig en vriendelijk, oud landhuis. Ook de buitengewoon zware olmen (iepen is een te licht en vriendelijk woord voor zulke eerbiedwaardige boomen) voor de boerderij naast Drievliet, zijn onlangs door de iepziekte opgeruimd. Ondanks die verwoesting onder de iepen is het hier, waar de Trekvliet uitmondt in den Vliet, nog heel mooi.
Tegenover het ophaalbrugje vindt u een zwart hek naast Drievliet. Als we dat hek doorgegaan zijn, komen we op een paadje langs het park van Drievliet. Manshooge brandnetels vormen ongeveer de eenige begroeiing van den berm van dit pad. Wanneer we een paar bochten omgegaan zijn, komen we weer voor een zwart hek, waarop een bordje aangeeft, dat hier geen honden en rijwielen door mogen. We staan hier aan den vroegeren zoom van het park van Drievliet, het eenige overblijfsel er van is een treurig lindenlaantje en enkele zware boomen, die waarschijnlijk moeilijk te vellen waren. […] Nu we het hek door zijn wandelen we op de Postenkade, aan onze linkerhand staan verwrongen knotwilgen langs een slootje vol met paardestaarten. […] Op een afstand reiken aan weerszijden de buitens langs den Vliet nog ver het land in. […] Om de Postenkade te houden hebben we niets anders te doen dan langs ’t slootje met de paardestaarten te blijven lopen. Rond ons heffen de torens van Den Haag, Voorburg, Leidschendam, Nieuwveen, Nootdorp en Delft hun spitsen ten hemel. Waar de Goo ontspringt bij de Postenkade, staat de oude steenen grenspaal van de polders Tedingerbroek en Nootdorp van dit plekje heb ik al het een en ander, dat eigenlijk op de heele Postenkade van toepassing is, in het begin van deze wandeling gezegd.
Hoe meer we de Brasserskade naderen, hoe dieper de polders ter weerszijden van ons komen te liggen’.
‘Een hoog liggende ophaalbrug brengt ons over den Vliet. Een schitterend watergezicht hebben we hier over den vliet, die rechts zich door een bocht aan den achterkant van Hofwijck aan ons oog onttrekt; maar links een des te ruimer, wijder gezicht over zijn prachtig breed en helder water met tallooze zonneglinsteringen en -flikkeringen toelaat. Voer de door boterbloemen geel gekleurde weiden zien we den kerktoren van Nieuwveen vlak in zijn gezicht.’94 ‘Over een hoog ophaalbrugje gaan we den Vliet over en komen tegenover de Postenkade op den straatweg er langs, slaan linksaf en wandelen voort tot de Kerkstraat in Voorburg. Langs het Jaagpad naast dit buitengewoon mooie Hollandsche water gaan we nu verder, genietend van de altijd mooie watergezichten. Tuffende motorbooten halen ons in of komen ons tegen, tjalken schuiven zachtjes voort met hun geweldig bruin zeil het heele water overschaduwend. Buitens liggen ter weerszijden van den Vliet, die zich af en toe vernauwt, wanneer hij onder een brug door moet gaan. Wijde gezichten hebben we telkens over de polders tot in nevelige verten, waar vaag de boomenrijen van de Brasserkade zich tegen de grauwe lucht afteekenen. Zijn we Hofwijcks achterzijde voorbij, dan stijgt de weg naar den dijk van de spoorlijn Den Haag – Gouda.
Op dien Spoordijk hebben we schitterende gezichten over den Vliet naar beide zijden en over de polders in de richting van Nieuwveen.’95
Ansichtkaart van de Westvlietweg met links het jaagpad ter hoogte van Dorrepaal, ca. 1900. Coll. Haags Gemeentearchief
51
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
Linksboven: Fabriekscomplex Enkes. Op het perceel rechtsonder was later de liftenfabriek Starlift gevestigd, 1930. Rechtsboven: Vliet met rechts de Westvlietweg gezien , 1925. Linksonder: De Gasfabriek van de gemeente Voorburg gelegen aan de zogenaamde ‘Gaslaan’ naast de Spoorbaan, gezien vanaf de Westvlietweg in noordoostelijke richting, 1930. Rechtsonder: Spoorbrug over de Vliet, 1927. Coll. Haags Gemeentearchief
52
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
Linksboven: Foto van de Westvlietweg tussen de Kerkbrug en Wijkerbrug met links langs de Vliet het jaagpad gescheiden van de rijweg door een berm en iepen, 1930. Rechtsboven: Kappen van de iepenbomen aan de Westvlietweg door de iepziekte, foto Henri Berssenbrugge, 1936. Linksonder: de Vliet met Nieuwe Tolbrug op de kruising met de Trekvliet bij Drievliet, gezien vanaf de Westvlietweg/Jan Thijssenweg, ca. 1930. Het jaagpad is ter hoogte van dit gedeelte omgevormd tot wandelpad. Rechts de rijbaan. Rechtsonder: Aanleg viaduct Rijksweg A12 over de Vliet en de Westvlietweg, 1938. Coll. Haags Gemeentearchief 53
STICHTING IN ARCADIË
54
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
Serie luchtfoto’s uit 1938, vervaardigd door Topografische Dienst Kadaster. Coll. Haags Gemeentearchief, bewerking Stichting In Arcadië 2024
55
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
← Luchtfoto uit april 1945, zichtbaar zijn o.a. de kaalkap ter hoogte van de buitenplaats Leeuwenbergh/Dorrepaal en het traject van de toekomstige rijksweg A4. Coll. H aags Gemeentearchief
56
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
STICHTING IN ARCADIË
30 JANUARI 2025
Tweede Wereldoorlog De oorlog was al vroeg voelbaar in het studiegebied. In augustus 1939 kondigde Nederland de algemene mobilisatie af. Het in 1936 geopende vliegveld Ypenburg, ten oosten van het studiegebied, werd gevorderd voor militair gebruik.96 De 13e batterij luchtartillerie kreeg op ongeveer 1500m ten noorden van Ypenburg op een stuk weiland achter Park Leeuwenbergh een stellingplaats toegewezen. Hier werden ter verdediging drie Vickers-kanonnen geplaatst. In de eerste instantie verbleven de soldaten in garages in Park Leeuwenbergh en later in de (inmiddels afgebroken) villa Westvliet (Westvlietweg 122). Bij de stelling werden barakken gebouwd.97 Als op 10 mei 1940 de oorlog uitbreekt, landden er in de slag om Ypenburg ruim 500 Duitse parachutisten rond het vliegveld. Een gedeelte streek ook neer in de Tedingerbroekpolder, binnen de grenzen van het studiegebied.98 Langs de Vliet braken gevechten uit. Ook vielen bommen op verschillende plekken in weilanden van de Tedingerbroekpolder en langs de Westvlietweg, onder andere nabij de tuinbouwschool (huidige Groene School). Verschillende huizen worden beschoten, waaronder boerderij De Honaart (locatie voormalige gelijknamige buitenplaats), net als beschietingen op de Kerkbrug en de Wijkerbrug. Een centrale rol hierin speelde de villa Dorrepaal.
Duitse militairen die de villa hadden bezet, hielden vanaf daar de Oude Tolbrug onder vuur. Het bezit van villa Dorrepaal is van belang voor het heroveren van vliegveld Ypenburg. Vanuit Den Haag worden versterkingen gestuurd; een detachement van veertien Huzaren onder leiding van reserve 2de luitenant George Maduro. Hij stelt tien van zijn manschappen op aan weerszijden van villa Heeswijk en laat hen vanuit beide opstellingen het vuur openen. Binnen 1,5 uur is villa Dorrepaal heroverd. Met de herovering van villa Dorrepaal, Park Leeuwenbergh en de nabijgelegen boerderij Den Honaart en villa Zeerust was het Duitse front op dit deel van het strijdtoneel ingestort. Aan het einde van de middag op 10 mei was ook het vliegveld Ypenburg weer in Nederlandse handen. Na 11 mei was de strijd met Duitse troepen afgelopen. Toen de Duitse luchtmacht op 14 mei 1940 Rotterdam bombardeerde, capituleerde het Nederlandse leger.99 Al in mei 1941 is een gedenkteken geplaatst in het Park Leeuwenbergh, bij het kruispunt van de Meidoornlaan en Park Leeuwenberghlaan, met de namen van de gevallen mannen van de 13e batterij luchtdoelartillerie.100
Een van de kanonnen van de 13e batterij luchtdoelartillerie Lu. A. in de winter van 1939-40 opgesteld achter Park Leeuwenbergh op de achtergrond. Coll. Haags Gemeentearchief
Bij de gevechten in het voorjaar van 1945 wordt op 21 maart de brug en spoorlijn over de Vliet bij Voorburg beschoten, waarbij de spoorbrug is vernield.101 Als het land in mei van 1945 is bevrijd, rijden de geallieerde troepen over de A12/Utrechtsebaan en de Westvlietweg Leidschendam en Voorburg binnen. De bevrijding wordt gevierd en de slachtoffers werden herdacht. Namens de ondergrondse organisaties, het Rode Kruis en bewoners worden er kransen gelegd bij o.a. het oorlogsmonument in Park Leeuwenbergh.102 Uit 1944 en 1945 dateert een serie luchtfoto’s, gemaakt door de Royal Air Force. Op hoofdlijnen komen de structuren grotendeels overeen met de serie uit 1938. Een belangrijk verschil is het tracé van de toekomstige Rijksweg A4, richting Leiden/Amsterdam en Vlaardingen, al in het terrein zichtbaar. In 1939 was men begonnen met de werkzaamheden, maar deze kwamen door de oorlog en geldgebrek tot een halt.103 Ook zijn op deze serie de verschillende gevolgen van de oorlog zichtbaar, waaronder de kaalslag bij Park Leeuwenbergh.
Detail van luchtfoto van juni 1940 met daarop de bomkraters zichtbaar van de gevallen bommen nabij de tuinbouwschool. Afb. overgenomen uit REASeuro, Historisch Vooronderzoek (20 september 2023), p. 68.
57
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
← Luchtfoto uit 1959 met daarop zichtbaar het gerealiseerde traject van de A4 met aansluiting op het knooppunt Ypenburg. Coll. NIMH.
58
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
STICHTING IN ARCADIË
2.9
30 JANUARI 2025
Tweede helft 20e eeuw Van polderland tot stadsrand
In de tweede helft van de 20e eeuw ontwikkelt de Vlietzoom zich in sneltreinvaart en vinden er ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Bijzonder is op te merken dat in tegenstelling tot verschillende uitbreidingsplannen in aangrenzende gemeentes, bij de Tedingerbroekpolder geen overkoepelend plan aan deze ontwikkelingen ten grondslag lag. Vermoedelijk had dit te maken met de bijzondere ‘eigendomssituatie’ rondom de gronden en niet op elkaar afgestemde belangen van meerdere gemeentes (Rijswijk, Stompwijk, Leidschendam en Voorburg) in het studiegebied. De ruimtelijke ontwikkelingen vinden plaats op kleine en grote schaal, waarbij te zien is dat grote delen van het gebied zich transformeren tot recreatieoord en industrieterrein. Op meerdere punten is al vroeg na de oorlog de modernisering van het studiegebied op te merken. Drievliet was al aan het begin van de oorlog gekocht door N.V. Maatschappij Drievliet, die de uitspanning met speeltuin uitbouwde tot speel- en pretpark, dat in 1951 officieel werd geopend.104 In het huis kwam een Chinees restaurant. Bij Park Leeuwenbergh werd in 1957 een tennisclub opgericht.105 Op foto’s van net na de oorlog is te zien dat de wegverharding van de Westvlietweg inmiddels bestaat uit klinkers en voornamelijk in gebruik is als tweebaansrijweg.
De weg is gescheiden van het nog aanwezige jaagpad, waarbij na de oorlog de bomen weer zijn geplant in de berm tussen de weg en het jaagpad. De Oude Tolbrug is na de oorlog verplaatst naar zijn huidige locatie ter hoogte van het huis Dorrepaal. De Postenkade als oude doorlopende route verdween. In de jaren 50 wordt verder gewerkt aan het traject van de Rijksweg A4 (Amsterdam/Den Haag/Vlaardingen) en aan het eind van het decennium wordt het traject tussen het knooppunt Ypenburg en het knooppunt Leidschendam met verkeersplein opengesteld. De snelweg telde destijds 2x2 rijstroken. Verschillende kranten maken tevens melding van de ruim 4500 bomen die tussen Voorburg en Leiden langs de Rijksweg in ‘groepen en rijen [zijn] geplant benevens vele duizenden in bebossingen langs dit wegvak’.106 In 1955 wordt gesproken van een ‘noodtoestand’ als het gaat om sportterreinen en recreatiegebieden voor het nog immer groeiend aantal bewoners in de regio. Het B&W van Den Haag stelt hiervoor een tienjarenplan op, waarbij binnen de gemeente voor eind 1963 meer dan 100 ha sportvelden wordt aangelegd en buiten de gemeentegrenzen 40 ha. Hierbij wordt ook gekeken naar Rijswijk en Voorburg. In de eerste instantie wordt niet gedacht aan golfbanen, aangezien dat teveel grond in beslag zou nemen.
IJsbanen behoren wel tot het plan, waaronder één in de Tedingerbroekpolder.107 Een eerste vergadering van de Commissie gemeenschappelijk recreatiegebied Voorburg-Rijswijk-Leidschendam die in maart 1955 plaatsvindt, wordt deze taak als voort omschreven: ‘De taak van deze commissie zal in de eerste plaats zijn te bestuderen de mogelijkheden van de passieve en actieve recreatie in het gebied langs de Vliet, waarbij de gedachten vooral uitgaan naar de gronden, gelegen tussen Park Leeuwenbergh en de Kabelfabriek. Daarnaast kan dit probleem echter worden bekeken met betrekking tot allen terreinen, waarvoor zulks opportuun wordt geacht. Men zal hierbij ook aandacht dienen te worden geschonken aan de behoefte aan sportvelden op dit moment en in de toekomst, alsmede uiteraard de financiële consequenties.’ In de vergadering wordt ook vastgesteld dat geen van de drie gemeentes aan tafel in het studiegebied enig grondbezit heeft, behalve Voorburg met de installaties van het Gemeentelijk Gasbedrijf in het gebied. Voorburg zal daarbij het voortouw nemen in het aankopen van grond voor het recreatieterrein.108 Door de gemeente wordt uiteindelijk een groot stuk aaneengesloten grond van 26,56 ha ten noorden van de spoorlijn gekocht, dat in bezit was van de Oude Mannen Vrouwen en Wezen Gesticht te Scheveningen.
De contouren van dit deelgebied komen grotendeels overeen met het gerealiseerde recreatieterrein in de eerste fase.109
Er worden al snel voorlopige plannen en actiepunten opgesteld. Met een voorstel voor verdeling van 160ha recreatieterrein tussen de drie gemeentes met volkstuinen, sportterreinen, wegen, parkeerterrein(en), groen en opstallen.110 Een eerst schetsplan voor de inrichting van een recreatieterrein aan de Westvlietweg wordt in 1958 vervaardigd door de Openbare Werken Voorburg, architect Vlekke. Het plan beslaat het gehele noordelijk deel van het studiegebied, gelegen tussen de twee spoorlijnen, de Westvlietweg en de A4. Het plan beslaat voetbalvelden, handbalvelden, tennisbanen, een ijsbaan, korfbalvelden, een theeschenkerij, tennisbanen, parkeerterrein, rijwielstalling, volkstuinen en speelweiden. De verschillende terreinonderdelen worden door wegen en paden met elkaar verbonden. De grote waterlopen blijven intact, maar in het plan blijft niets van het polderlandschap overeind.111 In de vergadering van 1959 wordt een schetsontwerp van de Nederlandsche Heidemaatschappij ingebracht, waarbij ook het gehele noordelijk deel van het studiegebied is ingericht als recreatieterrein.
Na het pachtvrijmaken van de 26ha van de door de gemeente Voorburg verworven grond, wordt besloten om het gedeelte van het schetsontwerp door de Nederlandsche Heidemaatschappij tot een definitief plan te laten uitwerken met kostenraming.112 Deze eerste fase werd in 1963 uitgewerkt tot een definitief plan en technische kaart. De verschillende sportterreinen en het toekomstige volkstuinencomplex zijn van elkaar afgescheiden door groene borders van bomen. De oude polderstructuur is niet meegenomen in het plan en dus worden de oude poldersloten gedempt en nieuwe watergangen voor de afwatering van het terrein gegraven, die om en door de verschillende terreindelen lopen. Nabij de weg is een parkeerplaats gecreëerd, verder bestaat het recreatieterrein uit voetbalvelden, een hockeyveld, ijsbaan en een hockeyveld. Vanaf de Westvlietweg worden de verschillende terreinonderdelen met een hoofdweg (later: ‘Groene Zoom’) ontsloten.113 Het duurt echter tot ver in de jaren zestig tot de plannen worden uitgevoerd. In april 1967 wordt het werk voor het eerste gedeelte van het ‘recreatieplan Westvlietweg’ aanbesteed; in juni werd met de werkzaamheden begonnen.114 Op de luchtfoto van 1976 is de eerste fase van uitvoering zichtbaar. Op deze luchtfoto is zichtbaar dat de Spoorlaan en het Nieuweveensepad inmiddels via een viaduct zijn verbonden met gronden ten oosten van de A4.
De functie als verbinding tussen de Westvlietweg en de A12/Utrechtsebaan is inmiddels opgeheven. De ontsluitingen van de Tedingerbroekpolder lopen verder nog grotendeels enkel vanaf de Westvlietweg, waarbij er weinig dwarsverbindingen zijn tussen de onderlinge terreinen.
59
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
← Gezicht vanaf rijksweg A4 in westelijke richting op de Tedingerbroekpolder met de achterzijde van de bebouwing aan de Westvlietweg, Coll. H aags Gemeentearchief
60
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
Linksboven: De Westvlietweg ter hoogte van nummer 151, 1964. Rechtsboven: Westvlietweg ter hoogte van de Wijkerbrug, het wegdek bestaat uit klinkerbestrating, 1957. Linksonder: Vliet en Westvlietweg met links de Kerkbrug naar Voorburg-dorp gezien naar Leidschendam. Rechts fabrieksgebouwen van ENKES en Starlift. Rechtsonder: Ansichtkaart met daarop het spoorwegviaduct bij Hofwijck, ca. 1955.
Coll. Haags Gemeentearchief
61
STICHTING IN ARCADIË
62
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
Linkerpagina Linksboven: Schetsplan recreatiegebied aan de Westvlietweg, opgesteld door de Dienst Openbare Werken Voorburg, 1958. Linksonder: Schetsontwerp recreatiegebied, opgesteld door de Nederlandsche Heidemaatschappij, 1959. Rechts: Ingekleurde technische tekening voor de uitvoering van het eerste gedeelte van het recreatieterrein aan de Westvlietweg, 1963. Coll. Gemeentearchief Den Haag
→ Luchtfoto van een gedeelte van de Vlietzoom met daarop de gerealiseerde eerste fase van de aanleg van het Sportpark Westvliet en De Groene Zoom, 1976. Coll. Haags Gemeentearchief 63
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
← Luchtfoto uit 1981. Zichtbaar is de uitbreiding van het recreatiepark/volkstuinencomplex De Groene Zoom. Verder zijn de eerste voorbereidingen aan de gang voor de verbreding van de A4/A12 en de aanleg van het Prins Clausplein. Coll. Haags Gemeentearchief
64
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
In de daaropvolgende decennia wordt geleidelijk aan nog meer landbouwgrond omgezet ten behoeve van recreatie. Het volkstuincomplex ‘Vlietpark’ wordt tussen 1976 en 1981 uitgebreid. Daarnaast wordt ook naast Park Leeuwenbergh een volkstuincomplex gerealiseerd en in 1981 aan de Westvlietweg 10 het ‘Park Rijn-Schie’ als volkstuinvereniging geopend, bestaande uit 133 tuinen met een huisje.115 Naast een volkstuincomplex werd in 1988 bij Park Leeuwenbergh de Golfbaan Leeuwenbergh aangelegd naar ontwerp van golfbaanarchitect Gerard Jol. Het terrein werd hiervoor flink vergraven, waarbij verschillende poldersloten en een gedeelte van de Bovenwetering verdwijnen en nieuwe slingerende waterpartijen worden gecreëerd. Na de aanleg van de waterpartijen is de vrijgekomen grond gebruikt om de baan een geaccidenteerd karakter te geven.116 De gasfabriek ten zuiden van de spoorbaan/A12 breidt in de tweede helft van de 20e eeuw langzaam uit tot het huidige industrieterrein gelegen tussen Park Leeuwenbergh en de spoorbaan/A12. Op topografische kaarten uit de jaren 90 is zichtbaar dat er vanaf de Wijkerbrug het Schrepelpad is aangelegd dat aansluit op de Groene Zoom – hierdoor is een eerste rondgang door het noordelijk deel van het studiegebied mogelijk.
Naast de ontwikkelingen in het studiegebied zelf, waarbij het polderland zich ontwikkelt tot stadsrand met woningen, industrie en recreatie, vinden langs de grenzen van het studiegebied ook wijzigingen plaats ten bate van het verkeer. De Gedeputeerde Staten besloten medio 1976 dat er een speciale voorziening moet zijn voor (brom)fietsers langs de Westvlietweg met het oog op veiligheid. In 1977 worden hiervoor de eerste plannen gepresenteerd en wordt het aanleggen van een fietspad opgenomen in het uitvoeringsschema secundaire wegen van 1977-1981.117 Gezien de beperkte ruimte en vele wensen (behoud jaagpad als voetpad langs de Vliet, berm en bomenbehoud, dubbel fietspad) worden er verschillende ontwerpvoorstellen gemaakt. Voor de realisatie hiervan moest wederom enige grond onteigend worden langs de oostoever van de Vliet. Begin jaren 80 wordt het fietspad gerealiseerd.118 In de tweede helft van de jaren 90 hebben er wederom werkzaamheden plaatsgevonden aan de Westvlietweg, waarbij de huidige verkeerssituatie tot stand is gekomen.
Volkstuinhuisjes bij recreatiepark Rijn– en Schie aan de Westvlietweg (nr. 10), 1983. Coll. Haags Gemeentearchief
Om de verkeersdruk tussen de grote steden te ontlasten werd in de jaren 70 begonnen met de voorbereiding van verbredingsplannen rondom de rijkswegen. Begin jaren 80 werd de A12 tussen Voorburg en het Prins Clausplein en de A4 verbreed met extra rijstroken. Het verkeersplein werd gereconstrueerd tot een sterknooppunt in de vorm van een Maltezer kruis en werd officieel geopend in juni 1985.119 Als gevolg van deze ontwikkelingen ontstond de huidige oostgrens van het studiegebied. Voor de verbreding van de A12 werden de laatste resten van de Westmolen afgebroken, net als de sluis. Na de afbraak van de sluis werd de steen die de vernieuwing in het jaar 1938 memoreerde, naar het Gemeenlandshuis te Delft overgebracht.120 In 1998 werden de vlechtwerken tussen het Prins Clausplein en het knooppunt Ypenburg opengesteld. Omstreeks 1999 werd de A4 tussen het knooppunt Ypenburg en Leidschendam verbreed naar de huidige parallelstructuur met 10 rijstroken.121
Aanleg fietspad ter hoogte van de Kerkbrug, 1981. Coll. Haags Gemeentearchief 65
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
Linksboven: Luchtfoto uit 2007 met daarop zichtbaar de uitbreiding van het Sportpark Westvliet. Rechtsboven: Uitbreiding van Golfpark Leeuwenbergh in 2014. Linksonder: Werkzaamheden Rotterdamsebaan in 2016.
Rechtsonder: Project Rotterdamsebaan nadert voltooiing in 2020. Topotijdreis.nl
66
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
STICHTING IN ARCADIË
30 JANUARI 2025
2.10 21e eeuw Dynamiek van een grootstad Door de ontwikkelingen sinds 1960 in de Vlietzoom wordt het gebied gedomineerd door bebouwing, recreatie (golf, sport, ‘recreatietuinen’) en bedrijvenparken. Ook is het studiegebied ‘verpaard’, waarbij verspreid door het studiegebied stukken van het polderlandschap zijn ingericht als paardenwei. Enkele parken worden in de 21e eeuw nog uitgebreid, dit betreft o.a. het Sportpark ten noorden van de A12 rond 2007 en het Golfpark Leeuwenbergh rond 2014. Om de ontsluiting van het gebied te bevorderen wordt in 2006 o.a. een fietsbrug en -pad (het Philippus Uythovenpad) over de A4 aangelegd die aansluit op de Wijkerbrug en het Schrepelpad. Ook wordt in 20082009 de Spoorlaan als fietspad (genaamd het ‘Guldenpad’) doorgetrokken langs de A12 naar Nootdorp. Een grote ingreep in het studiegebied is de aanleg van de Rotterdamsebaan tussen 2013 en 2021 om de bereikbaarheid van Den Haag te verbeteren en de Utrechtsebaan/A12 verder te ontlasten. De Rotterdamsebaan is 4 kilometer lang en verbindt de snelwegen A4/A13 en de Centrumring van Den Haag met elkaar. De weg loopt van het knooppunt Ypenburg met een tunnel onder Voorburg door en komt uit op de Binckhorstlaan. Het traject doorsnijdt het zuidelijk deel van het studiegebied.
Het bureau Bosch & Slabbers kreeg de opdracht om het (omliggende) gebied van 56ha vorm te geven, een openbaar park en heemtuin te ontwikkelen, de zone toegankelijk te maken en samenhang te creëren tussen de verschillende onderdelen. Het plan bestaat uit het ‘Molenvlietpark’, een fiets- en voetgangsbrug over de Rotterdamsebaan, een parkeerplaats en fiets- en wandelpaden die de verschillende onderdelen met elkaar verbinden. In opdracht van het Hoogheemraadschap van Delfland, is in het Molenvlietpark een waterberging aangelegd in de vorm van vijvers. Volgens het bureau refereert de waterpartij ‘aan de parkachtige aanleg van de buitenplaatsen langs de Vliet’ en ‘maakt in het park twee -in aard, beleving en vorm- totaal verschillende ruimtes; de weide en het rieteiland. Zij zijn ingekaderd door de bossen op de buitenplaatsen, de kade van de Molensloot en een glooiend grondlichaam dat zowel recreatiepark Drievliet als de Rotterdamsebaan afschermt.’ De vormgeving van de weide is volgens de website ‘geïnspireerd op de Molenwei die in de 19e eeuw is ontworpen door de bekende landschapsarchitect Zocher.’122
Het Inloopavond Vlietzone A4—presentatie ‘De groene as van Haaglanden’, foto Dienst Stedelijke Ontwikkeling—Willem Vermeij, april 2010. Coll. Haags Gemeentearchief
Sinds 2008 zijn er verschillende initiatieven opgezet om inzicht te krijgen in de cultuurhistorische waarden, identiteit en verhaallijnen van het gebied. Tegelijkertijd werd er ook het doel opgesteld om te komen tot een toekomstbestendige gebiedsvisie voor de Vlietzoom en grip te krijgen op planvorming in het gebied, deels door de (bestuurlijke) verbrokkeling in het studiegebied. In 2019 is een fusie gevormd tussen verschillende belanghebbenden in het gebied genaamd de Vlietzoom Alliantie. Het huidig onderzoek en ideeënboek dragen bij aan deze wens.123
Het Molenvlietpark aan de zuidzijde van het studiegebied. Foto Platform Stad
67
STICHTING IN ARCADIË
68
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
30 JANUARI 2025
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
STICHTING IN ARCADIË
Vogelvlucht met een gedeelte van de Vlietzoom-Zuid, te zien zijn de buitenplaats Vredenoord, attractiepark Drievliet, buitenplaats Zeerust en Golfpark Leeuwenbergh, foto door Stedelijke Dienst Ontwikkeling, 2010. Coll. Haags Gemeentearchief
2.11 Literatuur en noten Literatuur
A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden; Elfde Deel, Gorinchem 1848. G. Andela en H. Tromp, ‘Een zegepralende Vliet’ in Buitenplaatsen aan de Vliet – Leidraad Beeldkwaliteit, Rotterdam 2019: 9 – 14. A.M. Backer e.a., De Natuur Bezworen – Een inleiding in de geschiedenis van de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur van de middeleeuwen tot het jaar 2005, Rotterdam 1998. M. Benjamins [Afdeling Archeologie Dienst Stadsbeheer Den Haag], Plangebied Vlietzone Gemeente Den Haag, Bureauonderzoek archeologische waarden [Rapport 0911], Den Haag 2009. I. Bosman (red.) e.a., De bezetting en wederopbouw van Leidschendam , Voorburg 2020. T.M. Buijtendorp, Forum Hadriani – De vergeten stad van Hadrianus [Proefschrift], Vrije Universiteit Amsterdam 2010. J. Craandijk, ‘Bij Rijswijk en Voorburg’, in Nieuwe wandelingen door Nederland, Haarlem 1888. Culthis/ Gemeente Leidschendam-Voorburg, Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers, Voorburg 2011. G. Gorris e.a., Dorp aan de Vliet—geschiedenis van Voorburg, Voorburg 1961. R. van Immerseel en H. Tromp, ‘Buitenplaatsen in Zuid-Holland’, in Kastelen en buitenplaatsen in Zuid-Holland, Zutphen 2000. R.A. van der Mijle Meijer, E.E.B. Bulten, P.J.A. Stokkel en E.C.
Rieffe [Afdeling Archeologie Dienst Stadsbeheer Den Haag], Westvlietweg, gemeente Den Haag – Archeologisch onderzoek naar bewoningssporen uit het midden- en laat-neolithicium op een duintje achter de oudste strandwal [Rapport 0919], Den Haag 2010. T.M. Klapwijk, ‘Het traject van de Fossa Corbulonis, de eigenschappen van een veenkussen en de Liora’, Den Haag (4 oktober 2024). T.M. Klapwijk, ‘A Lotharingian perspective on the medieval ‘cope’ of the Low Countries (9851076)’, Den Haag (versie 24 november 2024). J.W. De Kort, ‘Het Kanaal van Corbulo - Onderzoek naar een Romeinse waterweg in de gemeente Leidschendam-Voorburg tussen 1989 en 2010’, Westerheem, 62.5 (2013), pp. 233–243 L. van Ollefen, ‘Het Dorp, en Ambacht Voorburg’, Stad- en Dorp-beschrijver; Deel II (Delfland). Amsterdam 1793. C. Postma, Het hoogheemraadschap van Delfland in de middeleeuwen 1289-1589. Hilversum 1989. REASeuro, Historisch Vooronderzoek—NGE Verwachtingskaart Gemeente Den Haag, Riel 2023. Stichting In Arcadië, Buitenplaats Vredenoord – Herstelplan Achterpark, Amersfoort 2014. Stichting In Arcadië, ‘Zogher, de fameuse aanlegger’ – Kwaliteitsimpuls Zocherparken in de Landgoederenzone Zuid-Holland. Handreiking bij het beheer en herstel, Amersfoort 2017. Stichting In Arcadië, De Haagse Trekvliet – Cultuurhistorische verkenning, Amersfoort 2019.
Stichting In Arcadië, Landgoederenzone Rijswijk – Tuinhistorische verkenning en Canon van de Landgoederenzone, Amersfoort 2023. I. Tirion, Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden; zesde deel, Amsterdam 1746. M. van der Wielen-de Goede, De nieuwe trekweg langs de Vliet: het jaagpad van Leiden tot de Leidschendam en de trekschuitdiensten naar Delft en Den Haag 1636-1638, Leiden 2006.
30 JANUARI 2025
Noten 1. Benjamins 2009: 8. 2. Benjamins 2009: 11. 3. Van der Mijle Meijer e.a. 2010: 32-33. 4. Benjamins 2009: 8-9. 5. Benjamins 2009: 11. 6. Van der Leer 2018: 184. 7. Benjamins 2009: 16; zie o.a. het promotieonderzoek van T.M. Buijtendorp, Forum Hadriani – De vergeten stad van Hadrianus, Vrije Universiteit Amsterdam 2010. 8. Buijtendorp 2010: 142-145; De Kort 2013: 241; zie ook ‘Leidschendam - Vlietvoorde - Kanaal van Corbulo’, geraadpleegd via < https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/ Monumenten/532521#kanaal-van-corbulo>. 9. Opgesteld met dank aan de bevindingen en wetenschappelijk werk van Teunis M. Klapwijk, die Klapwijk ten behoeve van dit rapport voor ons heeft gedeeld en samengevat. T.M. Klapwijk, ‘Het traject van de Fossa Corbulonis, de eigenschappen van een veenkussen en de Liora’, notitie ten bate van het onderzoek, geschreven op 4 oktober 2024, Den Haag: hier p. 5. 10. Buijtendorp 2010: 315. 11. Benjamins 2009: 16-18. 12. Overgenomen van ‘Een nieuwe tunnel, met vele vondsten’, geraadpleegd via <https:// archeologie.denhaag.nl/dossier/rotterdamsebaan/> en Peter Stokkel, ‘Den Haag | Rotterdamsebaan’, Archeologische Kroniek Zuid-Holland, jrg. 46 (2014): 8. Met dank aan Christiaan Rieffe. 13. Jeroen van Zooilingen, ‘Den Haag | Rotterdamsebaan’, Archeologische Kroniek Zuid-Holland, jrg. 48 (2017): 15. 14.
Peter Stokkel, ‘Den Haag | Rotterdamsebaan’, Archeologische Kroniek Zuid-Holland, jrg. 47 (2015): 13-14. 15. Benjamins 2009: 18. 16. Opgesteld met dank aan de bevindingen en wetenschappelijk werk van Teunis M. Klapwijk, die verschillende bronnen ten behoeve van dit rapport voor ons heeft gedeeld, samengevat en heeft opgeschreven. Zie ook T.M. Klapwijk, ‘A Lotharingian perspective on the medieval ‘cope’ of the Low Countries (985-1076)’, Den Haag (versie 24 november 2024). 17. Benjamins 2009: 20. 18. ‘Een nieuwe tunnel, met vele vondsten’, geraadpleegd via <https://archeologie.denhaag.nl/ dossier/rotterdamsebaan/>. 19. A. Waasdorp, ‘Belangrijke graven in Solleveld: nieuwe gegevens over het vroegmiddeleeuwse grafveld’, in Holland’s Duinen, nr. 53 (2009), pp. 21-31. 20. M. Mostert, 1000 jaar geleden—verhalen over Nederland in de tiende en elfde eeuw, Hilversum 2023; Studiekring Eerste Millennium, Friezen, Franken en Saksen—Oude en nieuwe visies, Breda 2013. 21. T.M. Klapwijk, ‘A Lotharingian perspective on the medieval ‘cope’ of the Low Countries (9851076)’, Den Haag (versie 24 november 2024). 22. T.M. Klapwijk, ‘Het traject van de Fossa Corbulonis, de eigenschappen van een veenkussen en de Liora’, notitie ten bate van het onderzoek, geschreven op 4 oktober 2024, Den Haag: hier, p.
69
STICHTING IN ARCADIË
HET LANDSCHAP VAN DE VLIETZOOM - HISTORISCH ONDERZOEK EN IDEEËNBOEK
5. 23. Van der Leer 2018: 42. 24. Van der Leer 2018: 41. 25. Het concept baseert zich op de vertalingen van Arabische geschriften in het Latijn. Deze periode is kenmerkend voor de introductie van de door ons gebruikte Arabische cijfers, het onderwerp algebra en het woord algoritme. Voor wat betreft de landinrichting markeert het de overgang van de Romeinse lineaire landmeettechnieken naar de Arabische kennis, gebaseerd op het gebruik van hoeken tussen twee richtingen voor de verhouding van de lengte en de breedte van percelen. Daar het op visuele informatie was gebaseerd bleek het bij uitstek geschikt voor slecht toegankelijk terrein als veen. Vriendelijke mededeling T.M. Klapwijk. 26. Van der Leer 2018: 275. 27. Kroniek van Voorburg, ‘Voorburg aangekaart’, 1988: 7. 28. Postma 1989: 311 (noot 233). 29. J.G.A. Jongeneel, ‘Inventaris van het archief van de Tedingerbroekpolder, 1931-1976’, (1981), geraadpleegd via < https://www.archieven.nl/nl/zoeken? mivast=0&mizig=210&miadt=143&micode=80&miview=inv2> 30. Van der Leer 2018: 36. 31. Van der Leer 2018: 39-40. 32. Van der Leer 2018: 277. 33. Peter Stokkel, ‘Den Haag | Rotterdamsebaan’, Archeologische Kroniek Zuid-Holland, jrg. 46 (2014): 8. 34. Jeroen van Zooilingen, ‘Den Haag | Rotterdamsebaan’, Archeologische Kroniek Zuid-Holland, jrg. 48 (2017): 14-15. 35.
‘Een nieuwe tunnel, met vele vondsten’, geraadpleegd via <https://archeologie.denhaag.nl/ dossier/rotterdamsebaan/>. Met dank aan Christiaan Rieffe. 36. Van der Wielen de Goede 2006: 14. 37. Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers 2011: 22. 38. ‘Voorburg aangekaart’ 1988: 10. 39. ‘Voorburg aangekaart’ 1988: 11. 40. ‘Voorburg aangekaart’ 1988: 11. 41. Van der Leer 2018: 55. 42. Postma 1989: 311-313. 43. Postma 1989: 316. 44. Postma 1989: 325. 45. Van der Leer 2018: 58. 46. Gorris e.a. 1961: 96-98. 47. Van der Wielen de Goede 2006: 24. 48. Van der Wielen de Goede 2006: 17. 49. ‘Verslag’ 1880: 43.
70
50. Van der Wielen de Goede 2006: 26. 51. Van der Wielen de Goede 2006; zie ook https://geschiedenisvanzuidholland.nl/verhalen/ verhalen/trekvaart-op-de-vliet/. 52. Jori Zijlmans, ‘Leiden: knooppunt van trekvaartverbindingen’, via < https://www.lakenhal.nl/ nl/verhaal/leiden-knooppunt-van-trekvaartverbindingen. 53. Van der Leer 2018: 108. 54. Stichting In Arcadië 2023: 21; Van Immerseel en Tromp 2000: 45. 55. Ibid. 56. Van der Leer 2018: 57. Andela en Tromp 2019: 10. 58. Stichting In Arcadië 2023: 25. 59. Tirion 1746: 297. 60. Tirion 1746: 298. 61. Tirion 1746: 302-303. 62. Van Ollefen 1793: 1-2. 63. Van Ollefen 1793: 11-12. 64. Stichting In Arcadië 2023: 27. 65. Andela en Tromp 2019: 12. 66. Stichting In Arcadië 2014: 5; Stichting In Arcadië 2017: 25, 77. 67. Kroniek van Voorburg ‘In Voorburg is veel gevaer’, 1988: 10. 68. F.J.A.M. van der Helm, ‘Ziekenhuis in Stompwijk’, (2021), via < https://www.hetkrantjeonline.nl/nieuws/actueel/128473/-historisch-leven-langs-de-vliet-ziekenhuis-in-stompwijk>. 69. Advertentie, Nieuwe Rotterdamsche courant, 11 november 1865. 70. Van der Leer 2018: 183. 71. Van der Leer 2018: 285. 72. P. van der Drift, ‘De Tedingerbroekpolder’, Noitdorpsche Historiën, geraadpleegd via < https:// noitdorpsche-historien.nl/wp/?page_id=1199>. 73. Stichting In Arcadië 2019: 41. 74. Van der Leer 2018: 197. 75.
‘Brief uit onze residentie’, Het nieuws van den dag: kleine courant, 11-12-1894. 76. Stichting In Arcadië 2019: 45. 77. Craandijk 1888: 198. 78. Craandijk 1988: 201-202. 79. Craandijk 1888: 199. 80. Voorburg aangekaart’ 1988: 32-34. 81. Kroniek van Voorburg, ‘In Voorburg is veel gevaer’, 1988: 12-13. 82. Van der Leer 2018: 43. 83. Van der Leer 2018: 241. 84. Zoals geciteerd in Van der Leer 2018: 168. 85. Van der Leer 2018: 169.