RIS321924 Bijlage Fenomeenanalyse Extremisme regio Haaglanden en Hollands Midden
Tekst van het document
twee personen verantwoordelijk voor de CTER-aanpak in de gemeente. In veel gevallen vallen ook
projecten aan die gericht zijn op het vergroten van de weerbaarheid van inwoners tegen
andere aan veiligheid-gerelateerde thema’s onder die portefeuille. Bij de kleinere gemeentes
extremisme en radicalisering. Veel van deze projecten richten zich specifiek op jongeren.
wordt de functie door één persoon uitgevoerd. Ook hier is die persoon eveneens verantwoordelijk
Zo worden in samenwerking met jongerenwerk interventies ontwikkeld om jongeren weer
voor andere aan veiligheid te relateren thema’s. Bij verschillende districten coördineert de
baarder te maken in de online leefwereld. In enkele gemeentes wordt ingezet op de ontwikkeling
grotere gemeente de aanpak voor de andere districtsgemeentes.141 Hoeveel capaciteit gemeentes
van een onlinecomponent van het jongerenwerk, waarbij de activiteiten die normaal gesproken
aan de CTER-aanpak besteden hangt (deels) af van de aanwezige casuïstiek. Wel is, mede
door jongerenwerk worden aangeboden, in een volledige online setting worden aangeboden,
vanwege eerdere ervaringen met extremisme in de regio, het bestuurlijk draagvlak voor de
zoals een online community, maar ook online gaming-toernooien. Het idee hierachter is dat
aanpak van radicalisering en extremisme in verschillende gemeentes in de regio in verhouding
jongeren die online radicaliseren wellicht minder snel bij het traditionele jongerenwerk terecht
tot veel andere regio’s in Nederland relatief hoog.142
komen. Hierop is het idee ontstaan om jongerenwerk daar te brengen waar deze jongeren zich wel begeven, namelijk in het online domein.145 Daarnaast worden op scholen lessen verzorgd die
Sinds 2022 zijn de 27 gemeentes uit de eenheid, het OM en de politie verenigd in het Regionaal
gericht zijn op (online) desinformatie en nepnieuws, en de werking van algoritmes. Hierbij wordt ook
Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (RSIV). Het RSIV is een netwerkorganisatie van en
aandacht besteed aan de waarde van vrijheid van meningsuiting in een democratische samenleving.146
voor de 27 gemeentes in de Eenheid Den Haag, het OM en de politie en is actief op de thema’s die worden vastgesteld in het regionaal beleidsplan. Het RSIV werkt nauw samen met andere
143 ‘Coalitie voor veiligheid 2023-2026 Eenheid Den Haag, Regionaal Beleidsplan Eenheid Den Haag’, 2022.
46
140 Interview P13.
144 ‘Coalitie voor veiligheid 2023-2026 Eenheid Den Haag; Interview P37; RSIV, ‘Jaarverslag eenheid Den Haag 2023’.
141 Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid Eenheid Den Haag, ‘Jaarverslag eenheid Den Haag 2023’.
145 Website Stichting Epic Youth: https://www.epicyouth.nl, laatst geraadpleegd 6 januari 2024; Interview P19.
142 Interviews P2, P16, P17, P19, P25 en P26.
146 Interne Documentatie gemeente Den Haag.
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
47
Daarbij worden trainingen aangeboden voor zowel docenten als jongeren hoe om te gaan met moeilijke discussies.
147
Met name met de ontwikkelingen in Gaza is er veel behoefte aan
Ook bij verschillende onderwijsinstellingen in de regio zijn dergelijke professionals met zo’n CTER-taakaccent aangesteld, met name bij de wat grotere gemeentes.155
programma’s die gericht zijn op de omgang met dit soort discussies en met polarisatie onder jongeren, waaronder in de klas. Ook worden er programma’s aangeboden die specifiek zijn
Fase Persoonsgerichte Aanpak (PGA)
gericht op het tegengaan van radicalisering onder jongeren en programma’s die gericht zijn op
De PGA in de regio is tot stand gekomen toen gemeentes te maken kregen met inwoners die
het betrekken van jongeren bij de maatschappij.
148
Daarnaast investeren gemeentes in projecten
gericht op weerbaarheid, waarbij onder meer debatten worden georganiseerd over opvoeding in een interculturele context.
149
Momenteel wordt verkend hoe dergelijke programma’s ook voor
een bredere context ontwikkeld zouden kunnen worden.
uitreisden of uit wilden reizen naar de strijdgebieden in Syrië en Irak. Er moest toen snel geschakeld worden, temeer omdat van de regio relatief veel mensen (probeerden) uit te reizen. In samenwerking met de Zorg- en Veiligheidshuizen Haaglanden en Hollands Midden, die al bekend waren met het opzetten en uitvoeren van een PGA rond andere casuïstiek, is toen de PGA
150
specifiek voor deze problematiek ingericht. In eerste instantie was de aanpak dus voornamelijk Veel van de projecten lijken vooral te zijn gericht op het bereiken van jeugd. In sommige
ingericht op jihadisme en uitreis en het voorkomen daarvan. In de loop der jaren is daar meer
gemeentes wordt ook nagedacht hoe andere doelgroepen bereikt kunnen worden, waaronder
aandacht bijgekomen voor andere vormen van extremisme.
volwassenen in de leeftijdscategorie veertig plus. De uitdaging hierbij lijkt vooral gelegen in hoe deze doelgroep kan worden bereikt. In sommige gemeentes wordt op informele wijze ingezet op
De manier waarop de PGA precies is ingericht bij de verschillende gemeentes in de regio verschilt
communicatiebevordering tussen verschillende gemeenschappen die woonachtig zijn in de
onderling op onderdelen. Zo hebben sommige gemeentes een duidelijk meldpunt waar burgers
gemeente. Het idee hierachter is om de dialoog te stimuleren en vooral het wederzijdse begrip te
met zorgen rondom radicalisering en extremisme terecht kunnen. Dat kan bijvoorbeeld een
vergroten in een poging polariserende sentimenten te beteugelen.
151
Ook wordt door een aantal
bepaald telefoonnummer zijn, of een website. Andere gemeentes kiezen er (bewust) voor om dit
gemeentes, op eigen initiatief, verkend of en op welke manier, binnen de kaders van de
niet op deze manier in te richten. Vaak hebben ze dan wel een meldpunt voor meer algemene
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), beter zicht verkregen kan worden op
zaken rondom veiligheid, maar niet specifiek op extremisme en radicalisering. Over het
bestaande sentimenten in de gemeenschap die kunnen duiden op ongenoegen en polarisatie, in
algemeen blijkt uit reactie van de respondenten dat via deze weg maar heel beperkt meldingen
een poging hier beter op te kunnen anticiperen. Hier is ook een online dimensie aan gekoppeld.152
of signalen binnenkomen. “Ik loop al vier jaar met deze telefoon en er is nog nooit op gebeld.” vertelt een van de respondenten. Soms komen er meldingen binnen via Jongerenwerk of vanuit
Daarnaast wordt door verschillende gemeentes en partijen ingezet op kennisvergroting onder
loketten als burgerzaken binnen de gemeentes zelf, of een enkele keer via de lokale zorg- en
professionals die mogelijk met radicalisering en extremisme te maken zouden kunnen krijgen.
veiligheidskamer.156 Het overgrote deel van de signalen komt echter via de politie binnen.
Zo worden ROR-trainingen aangeboden en bieden verschillende, met name de grotere, gemeentes kennissessies aan voor partners waar ook kleinere gemeentes en andere relevante
Ook de manier waarop met de duiding van signalen wordt omgegaan verschilt per gemeente in
partijen in de regio bij aan kunnen sluiten. Dergelijke sessies worden ook vanuit het RNO
de regio. Bij een aantal gemeentes worden alle signalen die binnenkomen besproken in de
aangeboden. Tevens organiseert de NCTV kennissessies voor professionals. Vanuit de politie
weegploeg. Bij andere gemeentes kan een partner eerst een afweging maken of een signaal
wordt eveneens (regionaal) ingezet op kennisvergroting onder politieprofessionals, bijvoorbeeld
relevant genoeg is om te bespreken met de andere partners. Verder is de duiding van signalen in
door het intern verspreiden van factsheets en het geven van presentaties voor politiecollega’s
verschillende gemeentes op verschillende manieren ingericht, waarbij verschillende duidings
over hoe signalen van verschillende vormen van extremisme te herkennen. Hierbij is ook
instrumenten worden gebruikt. Bij het invullen van een duidingstools blijken gemeentes tegen
aandacht voor regio-specifieke ontwikkelingen, signalen en gebeurtenissen.153
uitdagingen aan te lopen. Zo geven sommige gemeentes aan dat het tijdrovend is om de tool volledig te doorlopen, of dat de criteria op verschillende manieren te interpreteren zijn.157
Verder proberen verschillende gemeentes kennis van bestaande kanalen en meldingsstructuren
Daarbij zijn de meeste duidingstools zo ingericht dat er voor iedere ideologie of extremistische
onder professionals te vergroten, zodat organisaties met zorgen weten waar ze met eventuele
categorie een apart hoofdstuk is opgenomen. Een casus die als jihadistisch wordt ingeschat
signalen naartoe zouden kunnen.154 Mede hierom en om onderlinge netwerken te versterken en
bijvoorbeeld wordt vervolgens geduid en in kaart gebracht volgens het hoofdstuk dat in de
signaleringsstructuren te verbeteren zijn in verschillende organisaties aandachtsfunctionarissen
duidingstool is opgenomen voor specifiek jihadistische casuïstiek. Met de vermenging van
aangesteld. Het gaat hier specifiek om een taakaccent, dus niet om een aparte functie. Omdat
verschillende extremistische uitingsvormen en de overlap in thema’s en (complot)theorieën is
deze aandachtsfunctionarissen beter bekend zijn met de bestaande kanalen en structuren,
het niet altijd duidelijk te bepalen binnen welke categorie een casus het beste past.
zouden signalen beter op de juiste plek terechtkomen. Daarbij is het idee dat de aandachts functionarissen ook de aandacht voor het thema extremisme en radicalisering vergroten in de organisaties waar zij werken. In een aantal gemeentes zijn ook aandachtsfunctionarissen in GGZ-instellingen aangesteld. In andere gemeentes (nog) niet.
147 Interviews P6, P14, P15, P19, P28, P30 en P31. 148 Interne Documentatie gemeente Den Haag; Interviews P14 en P15, P28. 149 Documentatie gemeente Den Haag; Interviews P16 en P17. 150 Interviews P2, P16 en P17.
155 Interviews P28, P30 en P31.
151 Interview P1.
156 Sommige gemeentes in de regio hebben lokale zorg- en veiligheidskamers. Deze hebben als doel de samenwerking tussen
152 Interviews P1 en P2. 153 Interviews P10 en P11. 154 Interviews P1, P2, P16, P17 en P19.
48
lokale partners uit de zorg, het strafrecht en bestuur te ondersteunen om zo gezamenlijk maatschappelijke uitval, ernstige overlast en criminaliteit tegen te gaan. 157 Interview P19.
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
49
Een ander gehoord knelpunt is het gebrek aan informatie in een casus, waardoor delen van de tool niet kunnen worden ingevuld. Met name bij de duiding van casussen die vanuit antioverheidsgedachtegoed in beeld komen lijkt dit naar voren te komen.158 In de praktijk worden de
Observaties
tools dan ook vaak meer gebruikt als richtlijn, of er worden bepaalde componenten uitgehaald
Over het algemeen wordt er in de regio veel geïnvesteerd op het thema radicalisering en
waar specifiek naar wordt gekeken, met name de mate waarin er bij een casus sprake is van
extremisme. Er wordt ingezet op kennisvergroting, waarbij verschillende gemeentes
geweldsbereidheid, en de mate van een ideologische overtuiging. Daarnaast kijken de meeste
kennissessies organiseren en daar partners en kleinere gemeentes uit de regio voor uitnodigen.
gemeentes naar mogelijke risico- en beschermende factoren. Vervolgens wordt dan aan de hand
Gemeentes met meer capaciteit en ervaring ondersteunen gemeentes met minder capaciteit,
van dit beeld en op basis van ervaring van de betrokken professionals een inschatting gemaakt,
bijvoorbeeld bij het aanvragen van versterkingsgelden van de NCTV, het organiseren en
zonder de overige criteria van de tool te doorlopen. Andere gemeentes maken helemaal geen
faciliteren van trainingen en overleggen of het delen van kennis, methodieken en tools.
gebruik van de tool en maken de inschatting op basis van ervaring en gevoel. Als wordt besloten
Daarnaast worden vanuit de NCTV en de Veiligheidshuizen trainingen en kennissessies
om een casus op te nemen in de PGA lijkt het proces uniformer te worden. Vrijwel alle gemeentes
aangeboden die, zeker door de gemeentes met casuïstiek, over het algemeen goed worden
notificeren een subject met een brief als wordt besloten een PGA te starten, en er wordt een plan
bezocht. Verder is er veel aandacht voor het versterken van de onderlinge samenwerking, onder
van aanpak opgesteld waarin doelen worden opgenomen. Aan de hand van deze doelen wordt
meer vanuit de Zorg- en Veiligheidshuizen: RNO’s worden door meerdere gemeentes
later besloten of de persoon nog in de aanpak hoort, of de casus over kan gaan naar monitoren
bijgewoond. Die samenwerking wordt door de respondenten in dit onderzoek als positief
of dat deze afgesloten kan worden.
benoemd, met name vanwege de korte lijnen: “Iedereen weet elkaar altijd wel te vinden als er iets is.”164 Daarnaast hebben een aantal gemeentes de laatste jaren een professionaliseringsslag
Fase Detentie en re-integratie
doorgemaakt. Er wordt binnen deze gemeentes systematischer gewerkt en meer
De organisatie van het MAR is op landelijk niveau vastgelegd en in die zin zijn er dan ook minder
gedocumenteerd dan een aantal jaren terug. Verder is er in de regio veel bestuurlijk draagvlak
onderlinge regionale of lokale verschillen te zien in de regio. Wel kan op regionaal niveau
voor het thema radicalisering en extremisme, met name in de grotere gemeentes.
gekeken worden hoe invulling wordt gegeven aan de re-integratiefase. In de regio Haaglanden is naar aanleiding van het Bestuurlijk Akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’ ingezet op de
Naast deze positieve blik op de aanpak geven respondenten ook aan tegen een aantal dilemma’s
ontwikkeling van lokale re-integratie aanpakken en het versterken van het regionale netwerk,
aan te lopen. Hoewel een gedetailleerde evaluatie van de huidige aanpak buiten de scope van dit
waarbij Zorg- en Veiligheidshuizen in geval van complexe casuïstiek een overkoepelende rol in
onderzoek valt, zijn deze dilemma’s op hoofdlijnen wel meegenomen in onderstaande
kunnen nemen.
159
Sommige gemeentes kunnen meer aanbieden wat betreft resocialisatie,
observaties. De eerste twee punten zijn meer structureel van aard en bespreken algemene
bijvoorbeeld buddy programma’s, dan andere gemeentes. Op regionaal niveau bestaan er in deze
observaties ten aanzien van de aanpak. De andere vier punten gaan met name in op de vraag in
fase enkele uitdagingen die met name samenhangen met de complexiteit van informatiedeling.
hoeverre de aanpak aansluit bij de bevindingen zoals besproken in deel II. Dit onderdeel sluit af
In lijn met de landelijke structuren sluiten lokale partners waaronder politie niet structureel bij
met een conclusie en een vertaalslag van de observaties naar concrete aanbevelingen voor zowel
het MAR aan, en de PI niet bij de lokale casus overleggen.
160
Deze constructie blijkt in de praktijk
de beleidskant als de uitvoering.
wel ingewikkeldheden met zich mee te kunnen brengen. Bijvoorbeeld wanneer een gedetineerde na vrijkomst uit detentie in een andere gemeente wil gaan wonen.161 Mocht dit het geval zijn is
1. Uniformiteit
het dus belangrijk dat beide gemeentes betrokken zijn bij de verschillende overleggen.
Wat allereerst opvalt is dat er verschillen bestaan tussen hoe de gemeentes in de regio met het thema extremisme en radicalisering omgaan, hoeveel prioriteit er aan het thema gegeven wordt of kan worden en hoe de aanpak is ingericht.
De nieuwe wetgeving voor de inrichting van de PGA die in aantocht is zou onduidelijkheid rondom informatiedeling kunnen ondervangen. Daarbij geven respondenten aan dat er zorgen bestaan of deze constructie, ondanks dat gemeente en RN als overkoepelende partners bij beide
Hoewel het netwerk in de regio in eerste instantie goed op orde lijkt, en verschillende
overleggen aansluiten, niet kwetsbaar is. De zorg is of alle relevante informatie van de casus en
respondenten hun waardering uitspreken voor de manier waarop dit netwerk is ingericht, zijn
uit het resocialisatieplan op deze manier wel bij de juiste partijen terecht komt. Vooral omdat die
niet alle gemeentes op dezelfde manier in dit netwerk betrokken. Met name de wat grotere
overdracht bij slechts één of twee personen is belegd (en die overdracht vaak mondeling
gemeentes nemen actief deel aan de aangeboden kennissessies en organiseren deze vaak ook
plaatsvindt).
162
Daarbij geven respondenten aan dat er soms onduidelijkheden bestaan over wie
zelf voor relevante partners in hun gemeente of district. Ook nemen met name de grotere
waarvoor verantwoordelijk is in welke fase, en worden de dubbele overleggen van het MAR en de
gemeentes met meer capaciteit op meer structurele wijze deel aan georganiseerde overleggen
PGA, ondanks begrip voor de reden achter de constructie, soms als minder efficiënt ervaren.
als van het RNO. Voor ongeveer de helft van de gemeentes in de regio, met name de gemeentes
163
met weinig tot geen casuïstiek, blijkt dit in de praktijk echter lastiger. Dit hangt voor een deel In het volgende onderdeel zal worden besproken hoe de inrichting van de aanpak zich verhoudt
met een capaciteitsvraagstuk samen. Zo is bij kleinere gemeentes vaak één persoon aangesteld
tot het extremistische landschap zoals uiteengezet in deel II van dit rapport. In dit onderdeel zijn
voor het thema openbare orde en veiligheid, waar CTER een sub-thema van is. Gezien het
ook ervaringen van respondenten wat betreft de aanpak in de regio meegenomen.
veelvoud aan thematiek is het niet altijd mogelijk om bij alle kennis- en netwerkoverleggen aan te sluiten. Daarbij heeft het merendeel van deze gemeentes vooralsnog weinig (zichtbare) casuïstiek (gehad), waardoor andere veiligheidsthema’s hoger geprioriteerd worden. Een risico
158 Interviews P14, P15, P16 en P17.
hierbij is dat de gemeentes die de thematiek als minder urgent ervaren, minder investeren op het
159 RSIV, ‘Jaarverslag eenheid Den Haag 2023’.
herkennen van signalen, met als gevolg dat er (waarschijnlijk) weinig signalen worden opgepikt.
160 Bij casuïstiek met een hoog risico waar geen gemeente bij is betrokken kan de politie incidenteel op uitnodiging wel aansluiten. 161 Interview P27. 162 Interviews P13 en P1. 163 Interviews P1, P14, P15, P16 en P17.
50
164 Interview P1.
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
51
Hierdoor zal het thema niet als urgent worden ervaren waardoor de noodzaak om hierop te
Daarbij kan het eigen referentiekader van de professional onbewust een rol spelen in de duiding
investeren uitblijft. Deze dynamiek brengt het risico met zich mee dat er mogelijk wel casuïstiek
van signalen. Omdat bepaalde ideeën meer ingebed zijn in de samenleving, bestaat het risico
is, maar dat deze niet goed herkend wordt of in beeld komt.
dat mensen vanuit hun eigen referentiekader bepaalde signalen niet als problematisch of mogelijk extremistisch herkennen.166 Mogelijk zorgelijke uitspraken kunnen daardoor eerder als
Verder verschilt de wijze waarop gemeentes de signaleringsstructuur hebben ingericht.
incidenteel dan als structureel worden afgedaan of zouden gebagatelliseerd kunnen worden.
Sommige gemeentes hebben een (duidelijk vindbaar) meldpunt in de vorm van een
Iemand is “gewoon een beetje racistisch”167 , terwijl dat op zichzelf zorgelijk kan zijn, of ver kan
telefoonnummer of website, andere niet. Hierdoor is het voor inwoners niet altijd duidelijk waar
gaan. Ook komt naar voren dat bepaald gedrag als puberaal wordt afgedaan, terwijl hetzelfde
zij met eventuele zorgen terecht kunnen. Daarbij geven verschillende respondenten aan dat
gedrag vanuit een andere ideologische achtergrond wél als zorgelijk wordt ingeschat.168
partnerorganisaties zoals onderwijsinstellingen of maatschappelijke organisaties niet altijd bekend zijn met de meldingsstructuren of waar ze met vragen over radicalisering en extremisme terecht kunnen.
165
In verschillende gemeentes wordt hier op geïnvesteerd, in andere gemeentes
niet, of minder.
Een andere veelgenoemde uitdaging is dat kennis vaak is geborgd bij een specifieke professional, en niet of in mindere mate bij de organisatie, waardoor het risico bestaat dat kennis uit de organisatie verdwijnt als een persoon doorstroomt naar een andere functie.169 Dit blijkt door de hele keten te spelen. Wat dit extra prangend maakt, is dat meerdere respondenten aangeven dat
Ook bestaan er verschillen tussen gemeentes wat betreft het aanbod van projecten gericht op
het verloop binnen organisaties hoog is, wat gevolgen heeft voor de kennisborging. Zo wordt
het vergroten van de weerbaarheid van inwoners tegen radicalisering en extremisme. Iets meer
aangegeven dat het verloop van aandachtsfunctionarissen zo hoog is, dat er vrijwel continu
dan de helft van de gemeentes in de regio heeft hier geen programma’s op. Daarnaast vallen
moet worden getraind om het basiskennisniveau op peil te houden.170 Ook organisaties die
verschillen op wat betreft de inrichting en uitvoering van de PGA, met name rondom het
zijdelings met het thema te maken krijgen, zoals onderwijsinstellingen, geven aan hiermee te
duidingsproces. Zo worden in een aantal gemeentes alle signalen die via verschillende wegen
maken te hebben. In de tijd van de uitreis van jongeren naar de strijdgebieden in Syrië en Irak
binnenkomen voorgelegd aan een weegtafel, terwijl in andere gemeentes partners eerst zelf een
werd er bijvoorbeeld veel geïnvesteerd in het herkennen en tegengaan van radicalisering en
inschatting kunnen maken of een signaal met de ketenpartners op de weegtafel besproken dient
extremisme. Nu, tien jaar later, zijn veel professionals die daar destijds mee te maken hadden,
te worden of niet. Het idee hierachter is (wellicht terecht) dat niet ieder signaal in een
doorgestroomd naar andere functies en is de kennis van toen grotendeels verloren gegaan.
weegoverleg hoeft te worden besproken. Het risico is dat dit door kan slaan in een soort ‘pre-
Ook gemeentes zelf hebben met de uitstroom van kennis te maken. In interviews kwam
weging’ waarin één ketenpartner of zelfs één professional beslist of een signaal op een weegtafel
meerdere keren naar voren dat een respondent geen antwoord kon geven op een vraag over
zou moeten worden besproken. Hierdoor zijn niet alle kernpartners op de hoogte van alle
bijvoorbeeld casuïstiek of gebeurtenissen uit de onderzoeksperiode omdat de persoon toen nog
mogelijke casuïstiek in een gemeente. Een complicerende factor hierbij is dat de PGA enerzijds
niet werkzaam was bij de gemeente.
bedoeld is voor situaties waarin duidelijk sprake is van zorgen rondom radicalisering en extremisme, maar tegelijkertijd ook een preventief doel kan hebben, waarbij de aanpak
Verder geven verschillende gemeentes aan dat zij (sterk) afhankelijk zijn van wat de
mogelijkheden biedt om te interveniëren. Dit kan in de praktijk tot discussie leiden of iemand
politiepartner in hun gemeente aandraagt aan signalen en mogelijke casuïstiek. Ook zijn zij naar
wel of niet in de PGA thuishoort. Door die ‘eerste filter’ wordt deze discussie niet gevoerd.
eigen zeggen voor hun informatiepositie binnen casuïstiek voor een groot deel afhankelijk van de politie. Deze afhankelijkheid van één partner kan kwetsbaar zijn, zeker in het licht van de
Verder gebruiken gemeentes uiteenlopende duidingsinstrumenten die verschillende definities
hierboven geschetste persoonsafhankelijkheid en het kleine aantal personen dat per
en categorieën hanteren. Sommige gemeentes maken helemaal geen gebruik van een duidings
partnerorganisatie met de aanpak van extremisme en radicalisering is belast. Daarbij zijn het in
instrument en varen op ervaring en onderbuikgevoelens. Dit gebrek aan uniformiteit in
de meeste gemeentes vrijwel altijd dezelfde personen die in het weegoverleg signalen duiden.
duidingscriteria brengt mogelijke risico’s met zich mee. Zo bestaat de kans dat in de ene
Veel partijen geven aan dit als prettig te ervaren, omdat er sprake moet zijn van vertrouwen bij
gemeente een casus wél in de PGA zou worden opgenomen, en in de andere niet.
het doen van een duiding.171 Dat er een mogelijk risico van ‘collectieve tunnelvisie’ kan ontstaan, wordt niet als zodanig herkend. Iedereen houdt elkaar wel scherp, lijkt de gedeelde mening.
2. Persoonsafhankelijkheid Wat eveneens opvalt is dat er sprake is van een zekere persoonsafhankelijkheid onder meer in de
3. Diffuser fenomeen
prioritering van het thema en de omgang met mogelijke casuïstiek. Hoewel deze
Zoals beschreven in deel II is het extremistische landschap (ook) in de regio Haaglanden en
persoonsafhankelijkheid begrijpelijk en waarschijnlijk ook onvermijdelijk is, is het wel goed om
Hollands Midden de afgelopen jaren verbreed, onder andere vanwege verschillende (sub)
te realiseren dat dit gevolgen kan hebben voor of en op welke wijze een casus wordt opgepakt.
uitingsvormen van extremisme. Daarnaast is er sprake van vermenging binnen het landschap,
Een professional die meer urgentie ervaart op het thema kan ervoor zorgen dat zaken eerder of
waarbij verschillende uitingsvormen overlappingen vertonen in ideeën of thema’s. Ook kunnen
serieuzer worden opgepakt. Andersom kan het ook een tegenovergesteld effect hebben. Wat dit
(complot-)theorieën binnen verschillende uitingsvormen naar voren komen. Afgebakende
kwetsbaar maakt is dat vaak maar een aantal personen per partnerorganisatie is aangesteld met
ideologieën lijken minder belangrijk te zijn geworden. Het onderscheid tussen de verschillende
een ‘taakaccent CTER’. Hun opstelling en visie kan in die zin dus bredere gevolgen hebben voor
verschijningsvormen van extremisme is hierdoor niet altijd even eenduidig. Het online domein
het oppakken en duiden van een signaal, situatie of casus.
166 Interviews P20, P21, P29 en P36. 167 Interview P20. 168 Interviews P10, P11, P13, P20, P21, P22, P29. 169 Interviews P1, P3, P7, P12, P13, P22, P25, P26, P29. 170 Interviews P1, P13, P14, P15, P16, P17, P22. 165 Interview P6, P28, P29.
52
171 Interviews P2, P14, P15, P19.
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
53
speelt bij deze ontwikkeling een belangrijke rol. Via online platforms kunnen mensen
Ook is er een ROR-training voor lokale professionals ontwikkeld over anti-overheidsextremisme,
makkelijker met extremistische content in aanraking komen, maar ook met mensen met
gericht op het herkennen van deze vorm en hoe hierop te reageren. Daarbij wordt vanuit het RSIV
vergelijkbare ideeën in uiteenlopende gradaties van extremiteit. Ook offline kan deze dynamiek
en vanuit een aantal gemeentes bekeken of en hoe bestaande preventieprojecten gericht op het
spelen, bijvoorbeeld tijdens protesten en demonstraties waarbij verschillende mensen met deels
vergroten van weerbaarheid tegen extremisme en radicalisering aan kunnen sluiten bij anti-
overlappende ideeën bij elkaar komen. Deze ontwikkeling kan ertoe leiden dat mensen
overheidsextremisme. Dergelijke projecten zijn vooralsnog veelal gericht op identiteits
verschillende elementen uit verschillende ideologieën overnemen om invulling of uiting te geven
ontwikkelingen (in een interculturele context) en (digitale) weerbaarheid van jongeren. Bij
aan gevoelens van ongenoegen zonder een volledige ideologie omarmen. Dit wordt ook wel
anti-overheidsextremisme gaat het echter vaak om volwassenen (met name veertigplussers)
Deze meer hybride of gepersonaliseerde
aangeduid met de term ‘salade bar extremisme’.
172
die (online) in aanraking komen met complotideeën. Het RSIV en enkele gemeentes denken na
vorm van extremisme is lastiger te categoriseren en daarmee ook lastiger te detecteren.
over hoe deze doelgroep bereikt kan worden.181 Dergelijke zorgen leven niet in alle gemeentes in
De verbreding van, en vermenging binnen, het extremistische landschap brengt verschillende
de regio. Bij de meerderheid van de gemeentes blijven dit soort investeringen vooralsnog uit.
uitdagingen mee voor de praktijk.
Wel is het merendeel van de gemeentes verbonden aan het RSIV en de Veiligheidscoalitie. In hoeverre zij betrokken zullen zijn bij het nog te starten project is nu nog niet goed inzichtelijk.
a. Herkennen van signalen
Wel zijn alle gemeentes benaderd en is om medewerking gevraagd.182
Vrijwel alle gemeentes die gesproken zijn voor deze analyse geven aan dat zij zich zorgen maken of ze de ontwikkelingen op het gebied van radicalisering en extremisme in hun gemeente wel
b. Persoonsgerichte Aanpak
goed in beeld hebben en of signalen voldoende worden opgepikt. De vraag die geregeld gesteld
Ook wat betreft de PGA zorgen ontwikkelingen in het extremistische landschap voor uitdagingen.
werd, “is het er niet, of zien we het niet?”
173
Met de verandering in het landschap is extremisme
Zo compliceert de verbreding en vermenging van verschillende uitingsvormen het invullen van
minder eenduidig en daarmee minder goed herkenbaar geworden. Met name de grotere
een duidingstool. Het onderscheid tussen links, rechts, religieus of anti-overheid is niet altijd
gemeentes zetten hierop in door te investeren in kennisvergroting van uitings- en verschijnings
eenduidig te maken. Zoals beschreven in deel II, komen vergelijkbare complotideeën bij zowel
vormen van extremisme onder professionals die deze signalen tegen zouden kunnen komen en
rechts-extremisme als anti-overheidsextremisme naar voren, binnen het rechts-extremisme kan
op kennisvergroting van signaleringsstructuren bij deze professionals.
er in de vorm van ecofascisme een overlap zitten met milieu-extremisme, en ook binnen
Een aantal gemeentes zet hierbij expliciet in op het vergroten van de eigen zichtbaarheid en
links-extremisme kan sprake zijn van overlapping met dierenrechten- en milieu-extremisme.
vindbaarheid wat betreft de aanpak van radicalisering en extremisme, waarbij organisaties en
In de praktijk kan dit het invullen van een duidingstool compliceren. De meeste duidingstools
mogelijke partners actief worden benaderd.
hebben voor iedere ideologie een apart hoofdstuk. Als een casus als rechts-extremistisch wordt
174
ingeschat, wordt vervolgens het onderdeel van de duidingstool ingevuld dat is opgesteld voor De zorg bij veel gemeentes ligt daarnaast met name bij het in beeld krijgen van anti-
rechts-extremistische casuïstiek. In het huidige landschap, waar die indeling dus niet altijd meer
overheidsextremisme, waarbij de vraag leeft of deze vorm wel goed in beeld komt binnen de
zo eenduidig te maken is, kan een casus elementen bevatten van verschillende ideologieën.
huidige signaleringsstructuur. Een respondent gaf aan dat zij de indruk hebben dat er “van alles
Hierdoor kan een casus niet altijd volledig in beeld worden gebracht. Ook kwam het voor dat
leeft en broeit in de gemeenschap.”175 Zo zien gemeentes dat mensen zich (online) sterk
enkele professionals uit de praktijk het onderscheid tussen rechts-extremisme en anti-
uitspreken, bijvoorbeeld in online uitgaves van lokale berichtgeving. Een respondent geeft het
overheidsextremisme lastig vonden om te maken, en de twee door elkaar leken te gebruiken.
voorbeeld dat op een aankondiging van de bouw van nieuwe woningen reacties verschenen die
Ook dit kan gevolgen hebben voor de manier waarop een duidingstool wordt ingevuld. Vanuit de
duiden op maatschappelijk ongenoegen en die “best zorgelijk” waren.176 Dit soort sentimenten
praktijk is voorgesteld om verschijningsvormen van extremisme breder te aanschouwen en om
vertalen zich echter weinig naar concrete signalen.
177
Dit zou samen kunnen hangen met
gebruik te maken van verschillende labels die toegekend kunnen worden aan een casus. Er zou
relatieve onbekendheid met het fenomeen, waardoor het lastiger in te schatten is wanneer iets
dan niet langer een keuze gemaakt hoeven te worden binnen welke ideologie een casus past.183
zorgelijk is, hoe dit geduid kan worden en met name ook zoals hieronder verder besproken zal
Op deze manier zou een casus beter en vooral vollediger in beeld kunnen worden gebracht.
worden, in welke gevallen de overheid in zou moeten grijpen en wanneer een casus in een Verder komt naar voren dat signalen die binnenkomen en die duiden op anti-
PGA thuishoort.178
overheidsextremisme zelden tot een opname in de PGA leiden. Ook het RSIV herkent dit beeld.184 Vanuit het RSIV, maar ook vanuit enkele gemeentes zelf, wordt gekeken hoe er meer zicht kan
Hiervoor lijken verschillende redenen te zijn. Zo geven respondenten aan dat er bij deze gevallen
worden verkregen op uitingen van anti-overheidsextremisme in de regio. Zo keek een gemeente
vaker onvoldoende informatie over een individu of een groep is om een volledige duiding te
in de verkiezingsperiode of mensen hun stembiljet terugstuurden,
kunnen doen. Hierbij wordt aangegeven dat het verkrijgen van informatie over individuen of
179
en zetten meerdere
gemeentes in op het trainen van de eigen professionals bij gemeentelijke loketten op het herkennen
groepen die vanuit deze vorm in beeld komen extra ingewikkeld is, juist omdat zij zich per
van mogelijke signalen, waaronder het terugsturen van (ongeopende) brieven door inwoners.
definitie afkeren van de overheid. Zij reageren dan ook zelden op gespreksverzoeken vanuit de
180
gemeente.185 Daarbij blijven individuen die in beeld komen vaak (net) onder de grens van de classificatie extremisme. Bij het doen van een duiding spelen geweldsbereidheid/legitimering 172 Dryden, ‘An ideological pick ‘n’ Mix’. 173 Interviews P1, P2, P14, P15. 174 Interview P2 en P19. 175 Interview P1.
54
176 Interview P1.
181 ‘Coalitie voor veiligheid 2023-2026 Eenheid Den Haag’; Interviews P2, P16 en P17.
177 Interviews P1 en P36.
182 ‘Coalitie voor veiligheid 2023-2026 Eenheid Den Haag’; Interviews P2, P16 en P17.
178 Interviews P33 en P36.
183 Interview P20 en P21.
179 Interviews P14 en P15.
184 Coalitie voor veiligheid 2023-2026 Eenheid Den Haag’.
180 Interviews P1, P14, P15, P19, P22.
185 Interviews P1, P12, P14 en P15, P36.
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
55
van geweld en handelen vanuit een gedachtegoed voor de meeste gemeentes een belangrijke, zo
bevinden zich met name in de leeftijdscategorie veertig plus. Vooralsnog zijn er geen projecten
niet doorslaggevende factor in de beslissing om iemand op te nemen in de PGA. In de praktijk
die inzetten op het vergroten van de online weerbaarheid van deze doelgroep. Hier wordt in
blijken hiervoor bij individuen die vanuit dit gedachtegoed in beeld komen vaak onvoldoende
sommige gemeentes wel over nagedacht.193 Ook vanuit het RSIV wordt gekeken naar
aanknopingspunten te zijn, ondanks gedrag dat als zorgelijk kan worden beschouwd.
186
De
mogelijkheden en behoeften.194 Wat dit lastig maakt is de vraag hoe mensen bereikt kunnen
recente aanscherping van de NCTV in de Nationale Extremismestrategie 2024-2029, waarin
worden, wat bij schoolgaande jongeren eenvoudiger is. Daarnaast is het ook vooral de vraag met
expliciet staat opgenomen dat onder extremisme ook haatzaaien en het (structureel)
welke boodschap deze doelgroep bereikt kan worden. Dat mensen die mogelijk vatbaar zijn voor
de-legitimeren van de democratische rechtsstaat tot extremistische gedragingen worden
anti-overheidsretoriek waarschijnlijk al een zekere mate van wantrouwen ten opzichte van de
gerekend,
187
zou kunnen helpen bij die duiding.
overheid en reguliere media hebben, maakt deze vraag extra ingewikkeld.
Het vrijwillige karakter van de PGA kan daarnaast de omgang met individuen die vanwege
Verder leven er zorgen rondom de radicalisering onder jongeren. Deze vindt vaak buiten het zicht
mogelijk problematische anti-overheidsideeën in beeld komen compliceren en roept de vraag op
plaats, veelal op fora en versleutelde platforms waar onder andere extremistische en
of er voldoende interventiemogelijkheden bestaan in de huidige PGA voor de omgang met
gewelddadige content wordt gedeeld. 195 Verschillende zaken elders in Nederland en in Europa
specifiek deze vorm van extremisme. Met name het vinden van ingangen, zoals een specifieke
laten zien dat deze radicalisering enorm snel kan gaan, soms in slechts enkele weken, en dat er
hulpvraag, kan bij deze vorm lastig zijn.188 Als deze ingangen ontbreken kan het als minder zinvol
een serieuze geweldsdreiging vanuit kan gaan.196 De vraag leeft of de huidige aanpak voldoende
worden ingeschat om een subject op te nemen in een PGA. In dergelijke gevallen wordt wel
aanknopingspunten biedt om met deze ontwikkeling om te gaan. In verschillende gevallen
gekeken of andere trajecten eventueel beter aansluiten.189
kwamen jongeren waaronder minderjarigen pas in een vrij laat stadium van hun radicalisering in beeld. Dit roept de vraag op of de signaleringsstructuur wat betreft radicalisering onder (zeer)
Verder komen, met name in Den Haag als ‘demonstratiehoofdstad van Nederland’, mensen
jeugdigen voldoende is. Hebben ouders en professionals voldoende kennis van de
vanuit anti-overheidsextremisme in beeld die zelf niet woonachtig zijn in de stad of zelfs niet in
onlinewerelden waar veel jongeren zich in bevinden, en van de (extremistische) content waar ze
de regio. Deze personen komen specifiek naar Den Haag om hun ongenoegen te uiten. Wanneer
daar mee in aanraking kunnen komen?197 En zijn zij in staat signalen van mogelijke
zij voor overlast zorgen, kunnen zij niet in de PGA van Den Haag worden opgenomen, maar
radicalisering te herkennen? Positieve ervaringen met interventies zoals ‘stopgesprekken’
dienen zij besproken te worden in de eigen gemeente. Als deze personen in de eigen gemeente
onderschrijven het belang van vroegtijdige signalering.198
geen overlast veroorzaken, kan het voorkomen dat de betreffende gemeente geen interventie mogelijkheden ziet. Vanuit het RSIV wordt op dit moment gekeken naar mogelijke handelings
In verschillende gemeentes wordt gekeken naar partners waaronder onderwijsinstellingen, om
perspectieven in dergelijke situaties.190 Vooralsnog kunnen gemeentes in dit soort gevallen alleen
mogelijke signalen van radicalisering onder jongeren beter of eerder in beeld te krijgen. In de ene
een gebiedsverbod aan de persoon in kwestie opleggen.
gemeente lukt die samenwerking beter dan in de andere.199 Ook een aantal onderwijs instellingen zelf, met name instellingen die in de praktijk te maken hebben gehad met een
4. Online domein
incident gerelateerd aan radicalisering, zoeken naar manieren om hun kennis op dit thema te
Zoals in deel II beschreven, speelt het online domein de afgelopen jaren in toenemende mate een
vergroten en vragen om programma’s en ondersteuning, met name gericht op preventie. Voor
aanjagende rol bij de verspreiding van extremistisch gedachtegoed. Mensen komen niet alleen
instellingen die niet of minder met de thematiek te maken hebben geldt, gezien het veelvoud
sneller in aanraking met zorgelijke content, maar kunnen ook makkelijker met gelijkgestemden
aan thema’s waar onderwijsinstellingen mee te maken hebben, deze prioritering minder.200
in contact komen. Deze ontwikkeling brengt uitdagingen met zich mee voor de aanpak in de
De samenwerking tussen onderwijsinstellingen en gemeentes is niet regio-breed gefaciliteerd
regio. Zo geven professionals door de hele keten aan dat het moeilijk is om zicht te krijgen op wat
of georganiseerd.201
er in het online domein op het gebied van extremisme gebeurt. Voor gemeentes speelt dat zij zelf (zeer) beperkte mogelijkheden hebben om te kijken wat er online gebeurt (deels ingegeven door
Daarnaast investeert een aantal gemeentes in een onlinecomponent van jongerenwerk om zo,
de discussie of het de taak is van de gemeente om online te monitoren).
vanuit een preventieperspectief, beter zicht en grip te krijgen op online radicalisering bij (zeer) jeugdigen.202 Daarnaast worden programma’s aangeboden in het kader van het vergroten van
Specifiek op het thema anti-overheidsextremisme proberen enkele gemeentes in samenwerking
online weerbaarheid onder jongeren, waarbij aandacht uitgaat naar het herkennen van (online)
met andere partijen meer zicht te krijgen op sentimenten van maatschappelijk ongenoegen en
desinformatie en nepnieuws en de werking van algoritmes.203 De vraag is of deze programma’s
signalen van polarisatie in het online domein.191 Ook vanuit het RSIV wordt bekeken wat hier
ook de (zeer) jonge doelgroep bereiken en of zij voldoende aansluiten bij hun belevingswereld.
mogelijk zou kunnen zijn. Dergelijke initiatieven bevinden zich nog in een oriënterende fase.
192
Verder richten huidige programma’s die investeren op online weerbaarheid zich hoofdzakelijk op jongeren. Personen die vanuit zorgen rondom anti-overheidsextremisme in beeld komen, 193 Interviews P2, P16, P17. 194 Interview P37. 195 Interviews P1, P2, P4, P5, P10, P11, P16, P19, P27, P29 196 Carla van der Wal, ‘Oproep aan ouders en bedrijven: waarschuw kinderen voor gevaarlijke online fuik’ 186 Interviews P2, P14, P15, P16, P17, P36. In één gemeente komt die geweldsbereidheid bij anti-overheidsextremisme juist wel heel sterk naar voren. Zij lijken hierin de uitzondering te vormen.
56
Algemeen Dagblad, 7 sept 2024. Interviews P33 en P38. 197 Interviews P29, P33 en P38.
187 NCTV, ‘Bevorderen, Beschermen, Bestrijden’.
198 Interviews P28 en P38.
188 ‘Coalitie voor veiligheid 2023-2026 Eenheid Den Haag; Interviews P2, P14 en P15.
199 Interviews P1, P2, P19, P28, P30 en P31.
189 Interviews P14 en P15.
200 Interviews P28, P30, P31 en P35.
190 ‘Coalitie voor veiligheid 2023-2026 Eenheid Den Haag’.
201 Interview P28.
191 Interviews P1, P2, P16 en P17.
202 Interviews P16, P17 en P19.
192 Interviews P1 en P37.
203 Interne Documentatie gemeente Den Haag; interviews P2, P16, P17 en P28.
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
57
Daarbij worden dergelijke programma’s niet door de hele regio aangeboden, maar slechts in
Ditzelfde lijkt te spelen voor misogynie en incels. Een aantal gemeentes heeft hier in een
enkele (grotere) gemeentes.
kennissessie wel aandacht aan besteed, met name naar aanleiding van toenemende aandacht voor deze thema’s na de aanslag in het Californische Isla Vista door Elliot Rodger in 2014.
Verder zijn organisaties die bij de omgang met minderjarigen in beeld komen veelal niet
Gemeentes geven aan hier zelf geen casuïstiek op te hebben. Een influencer als Andrew Tate is
ingericht om mogelijk extremistisch gedachtegoed bij hun cliënten te duiden of om een
wel bekend, en ook de invloed die dergelijke personen op voornamelijk jongens kunnen hebben.
inschatting te maken van een eventuele maatschappelijke geweldsdreiging. De afgelopen jaren
Vooral onderwijsinstellingen geven aan dit te herkennen. Maar op de vraag of misogynie
is bij dergelijke organisaties wel geïnvesteerd om beter bij deze casuïstiek aan te sluiten,
herkend zou worden als problematisch en mogelijk extremistisch, geven verschillende
bijvoorbeeld door de oprichting van speciale teams die zich met dit thema bezighouden.
respondenten aan dat dit waarschijnlijk niet als ‘red flag’ gezien zou worden.211 Het thema staat
204
inmiddels wel op de landelijke agenda. Zo houdt de NCTV het als narratief in de gaten212 en de
5. Aanjagers
gemeenteraad van Amsterdam heeft onlangs een motie aangenomen om vrouwenhaat aan te
In het grijze gebied tussen activisme en extremisme zijn aanjagers en vaak ook leiders actief die
gaan pakken als aparte vorm van extremisme.213
zelf de wet niet overtreden, maar wel anderen inspireren of (indirect) aanzetten om dit te doen. Dit komt bij vrijwel alle categorieën van extremisme naar voren. Zij kunnen daarbij een proces
In hoeverre misogynie voorkomt in de regio is lastig inzichtelijk te krijgen. Als het al herkend
van radicalisering bij anderen in gang zetten.205 Bij anti-overheidsextremisme zijn verschillende
wordt als zodanig, zal het in officiële registraties waarschijnlijk niet naar voren komen. Dit hangt
aanjagers actief die boodschappen verkondigen die volgers in (ernstige) financiële problemen
samen met het eerdergenoemde punt dat bij registraties over het algemeen de categorisering
kunnen brengen. Wanneer personen bijvoorbeeld door aanjagers overtuigd worden geen
links, rechts, religieus en anti-overheid wordt aangehouden. Mocht er een casus in beeld komen
belastingen meer betalen, kan dit leiden tot (hoog) oplopende schulden.
206
Personen die al
waar misogynie een rol speelt, zal deze waarschijnlijk worden geregistreerd als religieus of
financiële problemen hebben kunnen extra vatbaar zijn voor de boodschap van dergelijke
rechts-extremistisch.214 Deze constatering onderschrijft het belang van de eerder gestelde vraag
aanjagers. Een aantal van deze aanjagers biedt tegen betaling diensten en advies aan. Vaak zit
of deze categorisering in duidingstools nog houdbaar is binnen het huidige extremistische
hier een verdienmodel achter.
207
Verschillende inwoners uit de regio zijn meegegaan in de
landschap, of dat het zinvoller is om met de eerder voorgestelde labels te werken waarmee niet
adviezen van dit soort aanjagers, en hebben hier (ernstige) financiële gevolgen van ondervonden.208
alleen een vollediger beeld kan worden gevormd van iemands denkbeelden en overtuigingen,
Zo zijn meerdere personen uit de regio in de problemen gekomen met de belastingdienst omdat
maar ook een vollediger beeld kan worden verkregen van het fenomeen an sich.
ze meegingen in nepinformatie en valse adviezen verspreid door twee mannen die vanuit hun ‘juridisch adviesbureau’ onjuiste informatie verspreidden over belastingen en boetes.209
7. Terugkeerders en veroordeelden
Gemeentes en instanties verkennen hoe zij met dit soort aanjagers om kunnen gaan. In dit kader
De regio kent een relatief hoog aantal vrouwen dat met hun kinderen is teruggekeerd uit de
is het ‘meerjarig interbestuurlijke samenwerkingsprogramma maatschappelijke onrust en
strijdgebieden van Syrië en Irak. Een terugkerend dilemma op dit thema is gelegen in zorgen over
onbehagen’ opgezet waarin het handelingsperspectief van lokaal bestuur centraal staat.210
mogelijke intergenerationele overdracht van het gedachtegoed van de moeder (ouders) op de kinderen, evenals de effecten van eventuele trauma’s opgelopen in het zogenoemde kalifaat en
6. Gender
in kampen op de ontwikkeling van de kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming is (deels)
Extremisme in de regio lijkt, los van de vrouwelijke terugkeerders, vooral een
belast met de omgang met deze bijzondere casuïstiek. Hierop zijn bestaande processen
mannenaangelegenheid. Vrouwen komen niet of minder in beeld en ook ontwikkelingen of
aangepast.215
fenomenen die in extremismestudies worden aangekaart zoals misogynie of incels komen niet in beeld. Dit roept de vraag op of deze fenomenen inderdaad niet spelen, of dat ze niet zichtbaar
Daarbij zullen er de komende jaren personen vrijkomen die veroordeeld zijn geweest voor
zijn of niet als zodanig worden herkend. De meeste respondenten zijn bijvoorbeeld wel bekend
strafbare feiten gerelateerd aan jihadisme, waaronder aspirant aanslagplegers en personen met
met het fenomeen ‘tradwives’: vrouwen die terug willen keren naar de traditionele rolverdeling
gevechtservaring.216 Dit kan gevolgen hebben voor de dynamiek binnen de jihadistische scene en
tussen mannen en vrouwen en die vooral online actief zijn in het delen van geïdealiseerde
roept daarbij de vraag op of de aanpak voldoende aansluit bij deze doelgroep. Een bijkomende
content van het traditionele gezinsleven. Ook herkent het merendeel van de respondenten wel
uitdaging is de maatregel van het intrekken van het Nederlanderschap in sommige zaken. Deze
dat een aantal van deze vrouwen hier een rechts-extremistische overtuiging aan verbindt. Op de
maatregel brengt allerlei praktische uitdagingen met zich mee, zoals wie toezicht moet houden
vraag of het zou worden herkend als mogelijk rechts-extremistisch als deze vrouwen in beeld
op deze mensen die buiten de samenleving worden geplaatst maar Nederland zelden verlaten.217
zouden komen bij bijvoorbeeld kinderdagverblijven, scholen of maatschappelijk werk wordt door (vrijwel) alle respondenten ontkennend geantwoord.
204 Interview P29.
211 Interviews P16, P17, P20, P21, P22.
205 ‘Coalitie voor veiligheid 2023-2026 Eenheid Den Haag’; Interviews P4 en P5.
212 Interviews P25, P26 en P33.
206 AIVD, Nationale Politie, NCTV, ‘Met de rug naar de samenleving’.
213 Maartje van Hoek, ‘Amsterdamse gemeenteraad wil vrouwenhaat aanpakken: ‘Filmpjes tonen extreme ideeën over vrouwen’’,
207 Ibid.
De Volkskrant, 9 oktober 2024.
208 Interviews P4 en P5.
214 Interviews P20 en P21.
209 NOS, ‘Juridisch ‘advies’: Limburgs duo vast voor belastingfraude’, NOS, 13 december 2023; Interviews P4, P5 en P36.
215 Interviews P18, P27 en P29. 216 NCTV, ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland’, juni 2024.
210 58
217 Interviews P2, P7, P8 en P9.
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
59
8. GGZ-problematiek Tot slot komt in de analyse naar voren dat verschillende personen die vanwege radicalisering/ extremisme in beeld komen (ook) kampen met (ernstige) GGZ-problematiek. Professionals die zijn geïnterviewd voor dit onderzoek uitten hun expliciete zorgen over het aantal mensen met GGZ-problematiek dat voor openbare onrust zorgt en op basis van CTER-signalen in beeld komt. Hierbij speelt niet alleen een (veiligheids-)capaciteitsvraagstuk. Wanneer iemand in beeld komt vanwege zorgen over radicalisering en er tevens sprake is van GGZ-problematiek, leidt dit meestal tot de vraag of iemand ‘verward’ is, of ‘extremistisch’. De beantwoording van deze vraag heeft gevolgen voor zowel de beleefde maatschappelijke impact (waarbij een extremistische aanslag meer maatschappelijke impact heeft) als voor welke partijen een leidende rol spelen in de aanpak: de zorgpartners of de veiligheidspartners. Echter, zo betogen Van Buuren en Sizoo, het één hoeft het ander helemaal niet uit te sluiten.218 Een persoon kan zowel verward zijn en een extremistische daad plegen.219 Binnen casuïstiek waarin sprake is van een CTER-component en GGZ-problematiek zou een gezamenlijk rol voor zorg- en veiligheidspartners dan ook passender zijn. In de praktijk blijkt echter dat deze partners elkaar niet altijd even goed weten te vinden.
Vanuit de Zorg- en Veiligheidshuizen in de regio wordt getracht de samenwerking tussen de verschillende partners op het gebied van personen met GGZ-problematiek die op basis van CTER-signalen in beeld komen te versterken. Zo wordt er sinds vorig jaar een training aangeboden waarin verschillende partners inzicht krijgen in elkaars werkzaamheden, taken, rollen en verantwoordelijkheden. Daarnaast wordt in regionaal verband ingezet op de doorontwikkeling van de PGA, waarin specifiek aandacht is voor casuïstiek waarin radicalisering en GGZ-problematiek samenkomen.220 Ook vanuit gemeentes zelf wordt ingezet op versterking tussen OOV-afdelingen van de gemeentes en lokale GGZ-instellingen. De complexiteit ligt met name in het delen van informatie, maar komt ook voort uit onduidelijkheden over elkaars rol en mogelijkheden.221 Vanuit de NCTV wordt geïnvesteerd in versterking van deze samenwerking. Dergelijke samenwerkingen bevinden zich op de meeste plekken in de regio vooralsnog in een verkennende fase.
Tot slot Het extremistische landschap is continu in verandering. Dit vraagt niet alleen om een doorlopende kennisinvestering onder professionals die zich met deze thematiek bezighouden, maar betekent ook dat de aanpak van het fenomeen mee moet kunnen bewegen. Het vraagt om aanpassingen bij betrokken partners en verkenning van mogelijke nieuwe partners. Zo moest de Raad voor de Kinderbescherming processen aanpassen aan de bijzondere casuïstiek van terugkeerders met minderjarige kinderen. Ook de Jeugdbescherming moest schakelen toen bleek dat jongeren uit hun caseload probeerden uit te reizen naar strijdgebieden in Syrië en Irak. De huidige ontwikkelingen wat betreft radicalisering van minderjarigen leidt wederom tot nieuwe uitdagingen voor deze en andere betrokken organisaties. De opkomst van antioverheidsextremisme noopt tot een verkenning van nieuwe relevante partners wat betreft signalering en leidt tot discussies over wat wel en wat niet als extremistisch moet worden geduid. Kortom, de omgang met een complex fenomeen als extremisme vraagt om kennisinvestering, flexibiliteit, samenwerking en innovatie.
218 Jelle van Buuren en Bram Sizoo, ‘Kanttekeningen bij een oneigenlijke vraag; verward of terrorisme?’, Tijdschrift voor de politie, 2019, (2): 13-17. 219 Van Buuren en Sizoo, ‘Kanttekeningen bij een oneigenlijke vraag; verward of terrorisme?’; Jelle van Buuren en Bram Sizoo, Verward geweld of geweld verward,’ Opinie Njb, 2019, (16) 1154-1160. 220 RSIV, ‘Jaarverslag eenheid Den Haag 2023’. 221 Interview P3.
60
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
61
Conclusies Het doel van deze analyse was tweedelig: het in kaart brengen van het extremistische landschap in de regio Haaglanden en Hollands Midden, en analyseren wat de inzichten betekenen voor de aanpak van extremisme en radicalisering in de regio, zowel voor de beleidskant als voor de uitvoering. In dit concluderende deel wordt op hoofdlijnen het extremistische landschap geschetst en wordt beschreven hoe de aanpak zich verhoudt tot de opgedane inzichten. Tot slot wordt een aantal aanbevelingen gegeven. Het onderzoek brengt het volgende beeld naar voren. Het extremistische landschap in de regio Haaglanden en Hollands Midden kenmerkt zich door een sterke historische jihadistische basis, met name in Den Haag. Gedurende de onderzoeks periode ging van het jihadisme de grootste geweldsdreiging uit. Ook rechts-extremisme komt van oudsher in de regio voor. Klassiek rechts-extremisme uitte zich vooral in de vorm van openbare ordeverstoringen, bekladdingen en protestacties. De meeste zorgen ten aanzien van het rechts-extremisme gaan uit naar ontwikkelingen in het online domein en de gewelds dreiging vanuit het accelerationistische gedachtegoed. De links-extremistische beweging in de regio is als klein en fluïde te typeren. Zichtbare uitingen van links-extremisme betroffen hoofdzakelijk vernielingen en openbare ordeverstoringen.
In de onderzoeksperiode namen activiteiten van links-activistische groepen toe. Deze activiteiten zorgden voor onrust en veel ongemak, maar zijn niet als extremistisch te duiden. Vanaf de coronaperiode komen uitingen van anti-overheidsextremisme, al dan niet gepaard met complotachtige terminologie en verwijzingen naar satanisch ritueel misbruik in de regio voor. Als ‘demonstratiehoofdstad’ van Nederland komen uitingen van ongenoegen in allerlei gradaties sterker in de stad Den Haag naar voren. Personen die in beeld komen zijn vaak niet zelf woonachtig in de regio maar komen naar de stad om daar hun ongenoegen te uiten. Gedurende de onderzoeksperiode ging van enkelen, met name vanuit wat te typeren is als anti-overheidsextremisme, een concrete geweldsdreiging uit, vooral gericht op politici. Ook zijn in de regio personen woonachtig die zich soeverein verklaren. Het merendeel van hen is niet als extremistisch te duiden. Wel is bekend dat enkelen sympathiseren met het Common Law gedachtegoed. Gedurende de onderzoeksperiode was (nog) geen sprake van een regionaal netwerk rondom de meer extremistische vorm van dit gedachtegoed. Daarnaast deden zich in de onderzoeksperiode een aantal ontwikkelingen binnen het landschap voor. De landelijke trend van een verbreding van het extremistische landschap was ook in de regio zichtbaar.
Zo kwamen tijdens de coronaperiode uitingen naar voren waarbij antioverheidssentimenten centraal stonden die al dan niet gepaard gingen met complottheorieën. Ook vermenging binnen het landschap was merkbaar in de vorm van overlap in thema’s en ideeën van verschillende verschijningsvormen van extremisme, evenals een vervaging van duidelijk afgebakende ideologieën. Bij deze ontwikkeling speelt het online domein een belangrijke rol. In de offlinewereld uitte deze ontwikkeling zich in de regio in de vorm van (protest)acties waarbij personen en groepen met uiteenlopende standpunten en agenda’s samenkwamen vanwege overlap in thematiek waarover men zich zorgen maakte. Ook kwamen hybride vormen van extremisme voor, waarbij elementen van verschillende ideologieën en ideeën ‘aan elkaar worden geplakt’.
62
FENOMEENANALYSE EXTREMISME | Regio Haaglanden en Hollands Midden
63
De trend waarbij het online domein een aanjagende rol kan spelen binnen extremisme wordt
Daarnaast komen in de regio, met name in Den Haag, relatief vaak individuen in beeld die zelf
eveneens in de regio herkend. Net als de geweldsdreiging die daarmee samenhangt. In het
niet woonachtig zijn in de regio, maar hier wel voor overlast zorgen. Het kan hierbij gaan om
bijzonder leven er zorgen rondom het toenemende bereik van online platforms: professionals en
personen die naar de stad komen om hun ongenoegen te uiten en daarbij (ernstige) overlast
instanties zien dat jongeren via deze platforms radicaliseren, zowel richting jihadistisch als
bezorgen, maar ook om zogenoemde aanjagers van extreem gedachtegoed. Dergelijke aanjagers
accelerationistisch gedachtegoed. Verder leidden ontwikkelingen rondom het conflict in Gaza tot
blijven zelf binnen de kaders van de wet, maar kunnen wel een proces van radicalisering bij
spanningen in de regio die toenemende polarisatie tot gevolg kunnen hebben. Daarnaast waren
anderen in gang zetten. Ook kunnen zij anderen (indirect) aanzetten tot het overtreden van de
er zorgen dat het conflict bij zou kunnen dragen aan een mogelijke verharding of radicalisering
wet. Vooralsnog is hier in de regio geen duidelijk handelingsperspectief op. Wel wordt er
van uiteenlopende activistische en extremistische groepen en individuen. Gedurende de
geïnvesteerd op de ontwikkeling hiervan.
onderzoeksperiode waren hier vooralsnog geen concrete signalen van. Tot slot kwamen er personen in beeld vanwege mogelijk als extremistisch te duiden activiteiten of incidenten die
Preventie- en weerbaarheidsprojecten in de regio zijn (vooralsnog) hoofdzakelijk gericht op
(ook) te maken hadden met (soms ernstige) GGZ-problematiek. Professionals gaven aan dit in
identiteitsontwikkelingen (in een interculturele context) en op (digitale) weerbaarheid van
toenemende mate te zien.
jongeren. Er bestaat binnen de regio (nog) geen aanbod van preventie- en weerbaarheids projecten voor personen die vanwege anti-overheidsextremisme in beeld komen. Deze groep
In het licht van deze opgedane inzichten valt het volgende op in de huidige aanpak.
bestaat voornamelijk uit volwassenen in de leeftijdscategorie veertig jaar en ouder.
Bij de benadering van extremisme wordt vaak gebruik gemaakt van een klassieke categorisering
Tot slot wordt, in het licht van de GGZ-problematiek bij personen die op basis van CTER-signalen
van extremistische ideologieën. Echter, de toenemende vermenging binnen het extremistische
in beeld komen, in verschillende gemeentes getracht de samenwerking tussen zorg- en
landschap roept de vraag op of hiermee de casuïstiek maar ook ontwikkelingen in het fenomeen
veiligheidspartners te versterken. In de meeste gevallen is het nog niet gelukt om hier concreet
zelf wel goed in beeld komen. Het risico bestaat namelijk dat zaken die niet binnen de ‘vaste
invulling aan te geven. Bij de gemeentes die hier wel in slagen bevindt die samenwerking zich
categorieën’ passen buiten beeld blijven. Een concreet voorbeeld hiervan is dat duidingstools
nog in de verkennende fase. Wel wordt er door de Zorg- en Veiligheidshuizen gekeken hoe deze
vaak zijn opgezet op basis van de klassieke uitingsvormen van extremisme. In het huidige
samenwerking gefaciliteerd kan worden.
landschap kunnen extremistische casussen echter steeds vaker elementen bevatten die onder verschillende ideologieën vallen, waardoor het onderscheid tussen deze vormen niet altijd
Deze analyse laat zien dat het extremistische landschap voortdurend in beweging is.
duidelijk is. Bij het invullen van een duidingstool moet vaak een keuze worden gemaakt voor één
Dit betekent dat een aanpak mee moet blijven bewegen. Dit vraagt niet alleen om een
specifieke (extremistische) categorie, wat ertoe kan leiden dat complexe, hybride vormen van
voortdurende kennisinvestering, maar ook om flexibiliteit en verkenning van potentieel
extremisme niet volledig kunnen worden beschreven. Een oplossingsrichting die vanuit de
relevante samenwerkingspartners.
praktijk is voorgesteld, is om de vaste categorieën te vervangen door labels die aan een casus kunnen worden gekoppeld, zoals antisemitisme, complottheorieën, misogynie etc. Op deze manier zou een casus vollediger kunnen worden beschreven en zouden ontwikkelingen binnen het extremistische landschap beter kunnen worden vastgelegd. De signalering en duiding van anti-overheidsextremisme blijkt in de praktijk uitdagingen op te leveren. Dit kan samenhangen met bestaande onduidelijkheid over deze uitingsvorm, maar ook met de vraag wanneer iets als problematisch moet worden geduid. De recente aanscherping van de extremismedefinitie in de Nationale Extremismestrategie kan hier mogelijk handvatten bieden. In deze definitie wordt onderscheid gemaakt tussen gewelddadig en niet-gewelddadig extremisme. De ontwikkelingen in het online domein roepen de vraag op of de bestaande aanpak voldoende aanknopingspunten biedt om hier zicht en grip op te krijgen. In de regio lopen verschillende initiatieven. Zo zijn er een aantal verkennende projecten waarin wordt gekeken of er vanuit preventief oogpunt meer zicht kan worden gekregen op sentimenten van maatschappelijk ongenoegen die online worden geuit. Verder richten programma’s zich op het vergroten van online weerbaarheid. Deze programma’s richten zich vooralsnog hoofdzakelijk op jongeren.