CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321810 Den Haag Strijdbaar voor de transgemeenschap bijlage 3

Commissie Samenleving 5 juni 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken32.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

right? I can sit here for a while and keep going. If we want people to be safe, outside, as inside of trans bodies, being trans bodies being trans, then we need to change basically everything, I think the world needs to be different.

20

5. WENSEN EN VERLANGENS De wens voor een informed consent-model Jongeren uit dit onderzoek pleiten voor een systeem gebaseerd op informed consent-, of zelfbeschikkingsmodel. Binnen een zelfbeschikkingsmodel voor transgenderzorg zouden jongeren veel meer zelf kunnen beslissen over hun medische zorg, zonder dat ze daarvoor uitgebreide psychologische evaluaties of diagnoses nodig hebben. Het uitgangspunt van een dit model is dat trans personen zelf het beste weten wat goed voor hen is, en dat zorgverleners hen ondersteunen door eerlijke en toegankelijke informatie te geven over de mogelijkheden, risico’s en effecten van behandelingen zoals hormoontherapie of operaties. Een van de jongeren legt uit hoe model er idealiter eruit zou zien, en hoe dit contrasteert met de huidige benadering: "Je komt bij de huisarts en zegt: ‘Ik ben trans en wil graag hormonen.’ De dokter zegt: ‘Oké, dit zijn de risico’s.’ Jij zegt: ‘Ik begrijp het en wil het nog steeds.’ En de dokter zegt: ‘Oké.’ Maar nu krijg je vragen als: ‘Weet je het zeker? Ben je er echt klaar voor?’ En moet je maanden wachten. Dat voelt niet goed." De wens voor een informed consent-model sluit aan bij de behoefte van veel jongeren om meer autonomie te ervaren en minder gebonden te zijn aan rigide regels, terwijl zij juist meer ruimte en keuzevrijheid zouden willen zien binnen hun trajecten.

Ze willen vooral graag serieus genomen worden vanaf het begin, zo leggen zij uit, zodat ze zich niet hoeven te bewijzen want zo voelt het nu wel. Internationaal is een informed consent model voor transzorg al neergezet, maar dit is tot nu toe nog niet goed vertaald naar de Nederlandse context. Nederlandse huisartsen zijn in principe bijvoorbeeld bevoegd om hormoonbehandelingen voor te schrijven en hoewel dit ook wel gebeurt is dat op geringe schaal (Transineigenhand, 2025).3

Laagdrempelige ontmoetingsplek en activiteiten speciaal voor transjongeren Er is een sterke behoefte aan een sociale plek waar transjongeren regelmatig en gemakkelijk kunnen samenkomen. De onderzoekers vroegen respondenten hoe zo’n plek eruit zou moeten zien en dachten hier zelf ook over na. De opdracht was om dit vanuit een gedachtenexperiment te benaderen, waarin geld geen rol speelde. Hieruit kwamen een aantal belangrijke elementen naar voren. Deze plek zou specifiek voor en door transpersonen moeten zijn, waar zij elkaar informeel en liefst 24/7 kunnen ontmoeten en ondersteunen. Respondenten benadrukten dat het vooral een ‘chillplek’ moet zijn. Hoewel er evenementen georganiseerd kunnen worden, moet de nadruk liggen op ontmoeting en verbinding. Voor de inrichting stelden jongeren zich een kleurrijke, uitnodigende ruimte voor, met bijvoorbeeld een transvlag, een "hall of fame" om trans-iconen te eren, en een bibliotheek met boeken gericht op leren en zelfontwikkeling. Een sociale plek biedt de mogelijkheid elkaar te ontmoeten en gemeenschap te ervaren. Voor veel jongeren is de community, zoals zij het noemen, ontzettend belangrijk. Wat hen aanspreekt, is dat transzijn binnen deze gemeenschap vanzelfsprekend is: “In mijn cirkel is sowieso iedereen queer of trans of een combinatie daarvan, maar het is niet zo dat we het daar de hele tijd over hebben, helemaal niet zelfs.

Het is gewoon meer een gegeven dat het zo is en dat is gewoon een automatische acceptatie. Maar we zitten niet rond het kampvuur met: wat zijn vandaag je voornaamwoorden?”

3 https://transineigenhand.nl

21

Binnen de trans- en queergemeenschap vallen jongeren niet buiten de norm. Deze vanzelfsprekendheid en het inherente begrip zorgen voor een vangnet waarin het bespreken van onderwerpen zoals relaties of het veranderen van voornaamwoorden geen punt van discussie is. Wanneer het er wél op aankomt, kan dit bespreekbaar worden gemaakt, wat voor veel jongeren een groot verschil maakt. De behoefte aan, en de positieve effecten van, sociaal contact tussen transjongeren werden tijdens dit onderzoek meermaals duidelijk. Het delen van ervaringen wordt als heel waardevol ervaren door zowel de respondenten als de onderzoekers. Tijdens de bijeenkomst tussen onderzoekers en respondenten die plaatsvond in juni 2024 vertelden zowel onderzoekers als respondenten hoe waardevol het was om elkaar te leren kennen tijdens het onderzoek, en hoe ze een band met elkaar opbouwen, met elkaar konden praten en naar elkaar luisterden. Een van de onderzoekers zei hierover: “Ik hoop echt dat het de participants net zoveel heeft gebracht als het mij heeft gebracht.” Een van diens respondenten ervaart het als volgt: “Het was alsof ik gesprekken had die ik nog nooit eerder heb gevoerd. En ik moet zeggen dat ik me op een gegeven moment een beetje… hoe zeg je dat, een beetje onzeker voelde.

Alsof ik dacht: hoor ik wel bij dit onderzoek? Pas ik bij dit onderzoek? Ben ik wel 'trans genoeg'? Ik denk dat dit komt omdat er zo weinig bronnen en kennis beschikbaar zijn over wat 'trans' eigenlijk betekent. En ik denk dat ik tijdens dit onderzoek eigenlijk mezelf heb onderzocht. Door mijn ervaringen te delen, die volgens mij rechtstreeks verband houden met trans ervaringen en de verhalen die daarbij horen, begon ik te begrijpen: oh, dit is mijn verhaal, maar het is ook een trans verhaal. Dat besef was een van de belangrijkste dingen die ik ooit heb gedaan in relatie tot mezelf, en ook hoe ik mezelf zie in relatie tot de samenleving. Zoals ik zei, voelde ik me door dit alles ook heel dicht bij jou [onderzoeker], en dat voelde zo bijzonder. Het ging niet eens om geaccepteerd worden, maar meer om: wie ben ik? En dat ik alles wat ik meemaak begrijp en dat jij dat accepteert. Maar soms kun je pas echt geaccepteerd voelen als je echt weet wie je bent en dat zelf accepteert. En ik denk dat dit onderzoek dat voor mij mogelijk maakte. Daarnaast gaf het me de kennis om ook met anderen te praten die die kennis niet hebben. Daarvoor voelde ik me niet dapper genoeg om mezelf überhaupt te proberen onderwijzen, omdat 'trans' zo'n groot woord leek, waar ik mezelf niet mee kon verbinden vanwege alle meningen erover. Maar tijdens en na dit onderzoek was het echt zo’n eye-opener.

Het voelde als een verademing. Ook, zoals we al bespraken, het feit dat ik deze gesprekken kon voeren, deze tijd had om dit soort dingen te bespreken, heeft me zoveel gebracht. Het was de eerste bron die ik had. En stel je voor dat er meer zou zijn. Alleen al een gesprek met jou was zo waardevol, alsof ik dacht: oh, dit is het eigenlijk. Ja, dat is hoe ik het heb ervaren.”

Ondersteuning en praktische begeleiding Veel transjongeren ervaren dat ze alles zelf moeten uitzoeken, zowel op medisch als op sociaal vlak. Ze hebben behoefte aan een laagdrempelige plek waar ze praktische vragen kunnen stellen, zoals: "Waar kan ik heen? Wat zijn mijn opties?" Ze zien hierbij een plek voor zich die vergelijkbaar is met T-RREx, maar met meer nadruk op praktische begeleiding. Deze ondersteuning kan komen van zowel professionals als lotgenoten. De jongeren benoemden dat deze plek ruimte biedt om ervaringen te delen, gesprekken te voeren en onderlinge kennis uit te wisselen, zoals nu vaak al informeel gebeurt. Dit soort interactie kan verder worden gestimuleerd door gezamenlijke, informele activiteiten met lotgenoten. Tegelijkertijd gaven jongeren aan ook behoefte te hebben aan de aanwezigheid van professionals, bij voorkeur met ervaringskennis of in elk geval met begrip voor hun situatie. Deze professionals hoeven niet continu aanwezig te zijn, maar zouden wel beschikbaar moeten zijn wanneer nodig. Zo stellen jongeren voor dat er bijvoorbeeld wekelijks een trans-vriendelijke huisarts of verpleegkundige aanwezig zou kunnen zijn. Aangezien het vertrouwen in professionals vaak beperkt is, is het belangrijk dat er continuïteit zit in wie er aanwezig is, zodat er relaties kunnen worden opgebouwd. 22

Zelfzorg en vaardigheidsontwikkeling Naast ontmoeting en ondersteuning hechten jongeren ook waarde aan zelfzorg en de ontwikkeling van vaardigheden. Ze denken hierbij aan cursussen zoals mindfulness, maar ook praktische vaardigheden zoals kleding maken of herstellen, en haren knippen. Een concreet voorstel was bijvoorbeeld gratis knipbeurten voor transpersonen, omdat veel kappers nog erg binair werken. Dit soort activiteiten draagt bij aan zowel hun zelfzorg als autonomie.

Veiligheid en inclusiviteit De plek moet veilig aanvoelen, zowel fysiek als sociaal. Jongeren benadrukken dat zij het liefst een plek hebben waar transpersonen in de meerderheid zijn. Dit betekent niet dat anderen niet welkom zijn, maar idealiter worden zij bijvoorbeeld uitgenodigd door betrokken transjongeren of geregistreerd, zodat er bekend is wie aanwezig is. Dit draagt bij aan een gevoel van veiligheid en controle.

Crisisopvang Het onderzoek toont aan dat een opvangplek voor transjongeren cruciaal is. Veel transjongeren voelen zich onveilig in reguliere opvanglocaties, terwijl dakloosheid binnen deze groep een groot probleem is. Er is een sterke behoefte aan een veilige, tijdelijke crisisopvang, met name voor jongeren die dak- of thuisloos zijn of af en toe een slaapplek nodig hebben bij crisismomenten thuis. Een dergelijke plek zou 24/7 toegankelijk moeten zijn en overnachtingsmogelijkheden moeten bieden. Nu slapen veel transjongeren bij vrienden, wat onrustig en mentaal zwaar is.

Toegang tot zwemmen Daarnaast kwam er tijdens het onderzoek een opvallende behoefte naar voren: een veilige plek om te zwemmen. Meerdere respondenten gaven aan dat zij hier grote barrières ervaren, zoals gevoelens van onveiligheid en angst voor oordelen over hun lichaam. Een speciale zwemtijd voor transpersonen, bijvoorbeeld eens per week, zou hen de mogelijkheid bieden om zonder zorgen te sporten. Zoals een respondent het verwoordde: ‘Ik doe baantjes trekken, maar ik vind het doodeng elke keer tot ik in het water lig’.

23

6. CONCLUSIES DEEL 1 Een belangrijke verbetering in de zorg voor transjongeren zou de toegankelijkheid tot counseling zijn, bij voorkeur verzorgd door ervaringsdeskundigen. Deze counselors zouden geen basisvragen moeten stellen over trans-zijn waarvan zij de antwoorden in principe al zouden moeten weten. Daarnaast is er een duidelijke behoefte aan meer transpersonen in de zorg- en counselingsector. Dit zou niet alleen de herkenning en ondersteuning verbeteren, maar ook voorkomen dat jongeren in de eerste gesprekken voortdurend moeten uitleggen wat het betekent om trans te zijn. Het vergroten van de aanwezigheid van transprofessionals in deze sector kan bijdragen aan een meer empathische, efficiënte en inclusieve zorgverlening. De jongeren in dit onderzoek uitten een sterke behoefte aan een sociale plek, en het onderzoek laat zien dat zij ook veel ideeën hebben over hoe zo’n plek eruit moet zien. Interessant is dat in Den Haag een aantal plekken zijn die in deze behoefte willen en/of kunnen voorzien, zoals bij het COC en The Hang- Out 070. Blijkbaar is er op dit moment een mismatch tussen wat deze plekken bieden en waar de jongeren behoefte aan hebben en/of bereiken deze plekken een groot deel van de transjongeren nog niet.

Transjongeren wisselen zowel online als offline veel informatie uit, bijvoorbeeld over hormonen en andere vormen van genderbevestigende zorg en ondersteuning. Omdat zij vaak zelf hun weg moeten vinden in het zorglandschap, hebben zij uitgebreide ervaring met het verzamelen en delen van deze kennis. Dit maakt hen waardevolle bronnen van informatie voor elkaar. Daarnaast bieden zij elkaar emotionele steun via informele netwerken en vormen van support die vaak beter aansluiten bij hun behoeften dan traditionele zorgtrajecten. Zorgprofessionals zouden baat kunnen hebben bij samenwerking met deze informele netwerken en het versterken ervan. Door actief naar jongeren toe te komen in plaats van hen het initiatief te laten nemen, kunnen professionals de druk wegnemen dat jongeren alles zelf moeten regelen. Dit kan niet alleen de toegankelijkheid van zorg verbeteren, maar ook bijdragen aan een meer ondersteunende en passende aanpak voor transjongeren. Wat ook duidelijk werd uit dit onderzoek is dat transjongeren financiële ondersteuning nodig hebben. Ze weten niet altijd de weg te vinden naar financiële ondersteuning terwijl ze dit wel nodig hebben voor bijvoorbeeld therapie, ondersteuning en opvang maar ook praktische middelen zoals binders.

24

DEEL 2— PERSPECTIEVEN VAN ZORGVERLENERS 7. ORGANISATIE VAN TRANSZORG In dit deel worden de belangrijkste bevindingen uit de semigestructureerd interviews met diverse zorgverleners in Den Haag besproken. Het doel van deze interviews was om perspectieven en ervaringen op te halen van diverse zorgverleners, die in hun werk betrokken zijn bij transzorg of bij hun zorgverlening transjongeren in Den Haag treffen. Daarnaast beoogden de interviews om meer inzicht te krijgen in belemmeringen en verbeterpunten, die deze professionals zien bij de zorgverlening van transjongeren. In totaal zijn er 14 zorgprofessionals geïnterviewd; een maatschappelijk werker van COC Haaglanden, Een huisarts en hoofd van een huisartsenopleiding, een programmaleider Preventie van Youz, een psycholoog van de afdeling Seksuologie & Transgenderzorg van PsyQ, een coördinator/casemanager van Sumona Indigo Preventie en kwartiermaker Sumona bij 113 Zelfmoordpreventie, een onderzoeker bij Haaglanden Medisch Centrum Spoedeisende hulp en sociaal verpleegkundigen, arts, medisch coördinator en afdelingshoofd van het Centrum Seksuele Gezondheid van de GGD Haaglanden, een internist endocrinoloog van de genderpoli van het Hagaziekenhuis en ervaringsdeskundige zorgverlener bij Jong&Out en een ervaringsdeskundige voormalig vrijwilliger bij T-RREx.

Bijna alle zorgprofessionals bleken professionele en soms ook persoonlijke affiniteit te hebben met genderdiversiteit en een aantal zorgprofessionals hadden in het verleden deelgenomen aan een verkenningssessie over queer, genderidentiteit, depressies en zelfmoordgedachten, waar ook transgenderpersonen hadden gesproken. Vanwege deze affiniteit en ervaringen waren deze zorgprofessionals gemotiveerd om mee te doen aan dit onderzoek en zullen zij waarschijnlijk niet geheel representatief zijn voor de bejegening en openheid richting transpersonen. Huisartsen daarentegen waren ondanks warme contacten of benadering op verzoek van de betrokken transjongeren-onderzoekers amper bereid om deel te nemen. Verder is er deelgenomen aan een overleg HaagsGezondeSeksnetwerk en hebben korte gesprekken plaatsgevonden met de polikliniek Interne Geneeskunde Hageziekenhuis, Genderhealthkliniek in Utrecht en de ‘koepelorganisatie’ Kracht Den Haag en ‘netwerkorganisatie’ Yoep.

Toegang tot specialistische transzorg voor jongeren onder de 18 Sinds 2015 vallen alle jongeren onder de 18 voor hun zorgvragen onder de Jeugdwet. Dat betekent dat huisartsen transjongeren onder de 18 niet meer door kunnen verwijzen naar specialistische transzorg. Volgens de geïnterviewde huisarts valt er sinds kort voor jongeren onder 18 in Den Haag niet zoveel meer door te verwijzen. “Er zijn twee organisaties (Kracht Den Haag en RondomJou) waar we naartoe doorverwijzen, die doen de rest. Wij mogen niet als huisartsen iemand direct verwijzen naar de jeugd-GGZ. Nee, dat wordt dan niet vergoed, dus dan zouden mensen het zelf moeten betalen. De reguliere verwijzing, binnen de Jeugdwet, wat gefinancierd wordt door de gemeente, dat mag alleen maar via deze twee organisaties, afhankelijk je postcode. Dat gaat gewoon via de website. Volgens mij hoeft een huisarts zelfs niet formeel te verwijzen en kunnen mensen zichzelf ook aanmelden, want het valt buiten de zorgverzekeringswet. En dan vanuit daar moeten ze doorverwezen worden naar de GGZ. Dat doen zij dus, dat heeft de gemeente zo ingekocht. Dat was natuurlijk niet zo.

Wij konden tot voor kort naar alle GGZjeugdinstellingen direct doorverwijzen, mar dat kan niet meer.” [huisarts uit Den Haag, Leiden] Deze verandering heeft er waarschijnlijk nog meer aan bijgedragen dat transjongeren onder de 18 van de ene wachtlijst voor een intakegesprek, behandelplan en besluitvorming naar andere wachtlijst gaan voor een intakegesprek bij een andere instantie om de indicatiestelling van de GGZ te krijgen om vervolgens bij de volgende instantie weer op een wachtlijst te komen voor een intakegesprek bij dezelfde of bij de volgende specialistische kliniek weer op een wachtlijst komen voor een intakegesprek voor de verschillende gewenste 25

behandelingen (endocrinologie en chirurgische behandelingen). Dit proces ziet er voor transjongeren van onder de 18 globaal gezien als volgt uit (en hoeft in werkelijkheid niet zo lineair te verlopen als hieronder wordt gepresenteerd). Wachtlijsten – transjongeren onder de 18 Stap 1 – digitale aanmelding (direct) Een transjongere of ouder/vertegenwoordiger van de transjongere doet de aanmelding online via de website van de ‘overkoepelende jeugdhulporganisatie’ in diens postcodegebied. Sinds 1 januari 2024 is de jeugdhulp in Den Haag, waar alle zorg voor jongeren onder de 18 onder valt anders ingedeeld en verdeeld in vier gebieden. De overkoepelende jeugdhulporganisatie ‘Kracht Den Haag’ richt zich op de gebieden Escamp en Kust (Scheveningen, Segbroek en Loosduinen) en de andere overkoepelende jeugdhulporganisatie ‘RondomJou’ werkt in de gebieden Centrum, Laak, Haagse Hout en LeidschenveenYpenburg. De postcode van het woonadres is bepalend voor de zorg(organisatie) waaronder een transjongere valt. Stap 2 – screening en uitnodiging voor een intakegesprek (circa 6 maanden) Na ontvangst bekijkt de jeugdhulporganisatie de online aanmelding en checkt o.a. of de aanmelding bij de juiste jeugdhulporganisatie is gedaan en plaatst de aangemelde transjongere dan op een wachtlijst voor een intakegesprek.

Wanneer de transjongere aan de beurt is, wordt hen uitgenodigd voor een intakegesprek. Bij jongeren onder de 16 worden ook de ouders/wettelijke vertegenwoordigers hiervoor uitgenodigd. Stap 3 – van intakegesprek tot besluitvorming over het behandelplan (circa een paar maanden) Tijdens de intake wordt samen met de transjongere (en eventueel met ouders/vertegenwoordigers bij jongere onder de 16) bekeken welke zorg passend is. Het kan gaan om algemene (weerbaarheid) trainingen en/of de Positive Identity training van Youz Den Haag (een zorgaanbieder, die volgens de eigen website basis GGZ aanbiedt “met de expertise van Sumona Indigo Preventie voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen tussen de 2 en de 23 jaar met psychische klachten en zichten zich op “preventie, advies, begeleiding, onderzoek en kortdurende behandeling”). De Positive Identity training is er voor jongeren van 12-16 jaar en voor jongeren van 16 plus, die binnen de queer doelgroep vallen. De training bestaat uit 8 bijeenkomsten van 1,5 uur en wordt momenteel voor heel Den Haag aangeboden door een samenwerking tussen de twee jeugdhulporganisaties ‘RondomJou’ en ‘Kracht Den Haag’. Daarnaast kan een transjongere gesprekken krijgen met een behandelaar of worden doorverwezen naar de specialistische GGZ voor behandeling en een indicatiestelling om toegang te kunnen krijgen tot de specialistische transzorg.

Tijdens één van de daarvoor bestemde overleggen (de “matching tafel”) beslist de organisatie over het behandelplan inclusief het budget (de “toeleiding”) voor de transjongere. Stap 4 – aanmelding bij specialistische GGZ (2 - 3 jaar) Met een goedkeuring van de desbetreffende jeugdhulporganisatie kan de transjongere worden aangemeld voor de wachtlijst voor een intakegesprek bij de specialistische GGZ (meestal bij een genderkliniek). Voor jongeren onder de 18 zijn er verder weinig mogelijkheden en daarom zijn de wachtlijsten waarschijnlijk extra lang. Stap 5 – van psychische behandeling naar indicatiestelling (1 – 2 jaar) Elk behandelingstraject is uniek, daarom is het lastig om generieke uitspraken te doen. Een genderkliniek gaf aan dat het behandelingstraject, wat waarschijnlijk tot een indicatiestelling zal leiden, gemiddeld genomen een jaar tot twee jaren kan duren [Genderhealth kliniek]. Stap 6 – Doorverwijzing naar/aanmelden bij de specialistische transzorg bij een transgenderkliniek 26

Meestal zullen transjongeren onder de 18 worden aangemeld voor specialistische transgenderzorg voor jongeren, zoals het Amsterdam UMC, maar zij kunnen zich eventueel na een indicatiestelling ook elders laten doorverwijzen. Hoe lang een intake op zich laat wachten is mede afhankelijk van de gewenste zorg. De wachtlijst voor endocrinologie is waarschijnlijk korter dan voor chirurgische behandelingen. Stap 7 Start behandelingen (wisselende wachttijden en afhankelijk van de gewenste zorg) Afhankelijk van de zorgvraag van de transjongere (inclusief goedkeuring) zullen de behandelingen worden opgestart naar de afronding van de intake. Dit kan om verschillende trajecten gaan met verschillende wachtlijsten. Als de transjongere inmiddels 18 is geworden, dan valt hen niet langer onder de Jeugdwet en is de goedkeuring van de gemeente niet langer nodig. Hen valt dan onder de Zorgverzekeringswet en dan gelden de polisvoorwaarden van zorgverzekeringen om een behandeling al dan niet vergoed te krijgen. Uit het bovenstaande valt op te maken dat er voor transjongeren onder de 18 geen specialistische transzorg is in Den Haag, dat zij lang op verschillende wachtlijsten moeten staan, er verschillende gatekeepers zijn en de afstand naar (de toegang tot) specialistische transzorg ver is.

Dit gehele stappenplan met een beknopte beschrijving van de stappen en een indicatie van de wachttijden is in routekaart in kaart gebracht op de volgende pagina. De werkelijkheid kan iets minder lineair zijn, dan hier gepresenteerd.

Wachtlijsten – transjongeren boven de 18 Transjongeren boven de 18 vallen onder de Zorgverzekeringswet en kunnen hierdoor direct door de eigen huisarts worden doorverwijzen naar de GGZ voor een indicatiestelling. In overleg met de huisarts kan een transpersoon een specialistische transgenderzorgaanbieder kiezen, waarbij de wachtlijsten, het zorgaanbod en de vergoeding via de zorgverzekering meestal bepalend zullen zijn. Dus na een doorverwijzing van de huisarts, gaan volgen transjongeren boven de 18 de bovenstaande route vanaf stap 4 en zullen we op de wachtlijst komen voor specialistische GGZ voor een indicatiestelling om uiteindelijk toegang te krijgen tot specialistische transzorg. 27

Het voortraject en de eventuele chirurgische behandelingen zullen ook voor transjongeren boven de 18 buiten Den Haag plaats moeten vinden. Er is in het HagaZiekenhuis bij de polikliniek Interne Geneeskunde weliswaar een transgender polikliniek, maar die begeleidt alleen patiënten van boven de 18 bij de hormoontherapie. Toegang tot deze zorg is alleen mogelijk met een doorverwijzing van de GGZ en niet de huisarts. De transgender polikliniek werkt samen met o.a. de Gender Healthcare in Utrecht, waar transpersonen met een leeftijd van 18 jaar+ met een verwijzing van de huisarts kunnen worden ingeschreven op de wachtlijst. In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen jongeren onder de 18 op de wachtlijst worden geplaatst, als dit hen mentaal helpt of als er sprake is van een overname van zorg. De wachtlijst voor een intake is momenteel 43 weken (rond de 10 maanden). Na een intake verdwijnt iemand van de wachtlijst en start de diagnosticerende behandeling binnen anderhalve maand. Hoewel het lastig is om algemene uitspraken te doen, duurt deze behandeling tussen de 1 – 2 jaar, waarin de indicatiestelling plaatsvindt. De rapportage hierover wordt dan – indien een transjongere naar de genderpoli van het HagaZiekenhuis wil gaan – door de genderpoli zelf (her)beoordeeld. Het hangt van de rapportage af of het verzoek in behandeling wordt genomen en een behandeling plaats gaat vinden.

Bij de genderpoli in het Hageziekenhuis kunnen transpersonen alleen terecht voor hormoontherapie, maar er kan indien nodig wel doorverwezen worden naar chirurgische zorg. Genderhealthcare in Utrecht biedt reguliere zorg en het traject met de genderpolikliniek van het HagaZiekenhuis komt in aanmerking voor vergoeding van een zorgverzekering. Echter zullen een aantal afspraken op locatie in Utrecht plaatsvinden, waardoor er reiskosten zijn. Voor de andere sessies is het mogelijk om online aan te sluiten, vanwege de reistijd van patiënten.4 Buiten (de regio) Den Haag zijn er een aantal publieke en private gender klinieken waar specialistische transzorg wordt aangeboden, deze vallen buiten de reikwijdte van dit onderzoek. Al met al laten de routekaart en de beschrijving zien dat de weg naar specialistische transzorg voor transjongeren in Den Haag complex is voor zowel de jongeren onder als boven de 18 en ze in feite van ‘wachtlijst naar wachtlijst’ gaan. Bovendien vindt zowel de indicatiestelling – een vereiste voor – en de specialistische transzorg zelf buiten (de regio) Den Haag plaats, waardoor de specialistische transzorg nog minder toegankelijkheid wordt voor transjongeren.

Beschrijving van de generieke transzorg in Den Haag De transzorg in Den Haag is volgens meerdere zorgprofessionals wat versnipperd, omdat er geen overkoepelende genderkliniek is waar alle specialistische zorg onder één dak plaatsvindt. Zowel uit de interviews als een overleg van het Haags Gezonde Seksnetwerk kwam naar voren dat er weinig onderlinge afstemming lijkt te zijn tussen de verschillende zorgpartners en dat er behoefte was aan één centraal aanspreekpunt, meer samenwerking (ook om van elkaar te leren) en een netwerk met korte lijntjes. Daarnaast benoemden de aanwezigen op het overleg dat er behoefte was aan specialistische transzorg in de regio, een lokaal netwerk en een regionale transgender wegwijzer met informatie over wie wat doet. Aangezien deze wegwijzer er nog niet was en de betrokken organisaties niet altijd zicht hadden op het totaalaanbod, is er naast de afgenomen interviews, gebruikt gemaakt van de informatie op websites en zijn er beknopte telefonische gesprekken gevoerd met baliemedewerkers van verschillende ‘overkoepelende organisaties’ om navraag te doen over de aanmeldprocedure, huidige wachtlijsten, samenwerkingsverbanden en eventuele doorverwijzingen en om de aanwezige zorg en de samenhang daartussen beter te kunnen duiden. Hieronder volgt een beknopt overzicht van het generieke aanbod voor transjongeren.

4 Voor het samenstellen van deze paragraaf zijn de websites van de Gender Healthcare Utrecht en polikiniek Interne

Geneeskunde HagaZiekenhuis geraadpleegd en hebben beknopte telefoongesprekken plaatsgevonden.

28

Trainingen en groepen Afhankelijk van de leeftijd (en toestemming van de ouders/wettelijke vertegenwoordigers bij jongeren onder de 16) kan een transjongere, zoals eerder benoemd, voor individuele gesprekken afhankelijk van diens postcode terecht bij één van de overkoepelende jeugdhulporganisaties ‘Kracht Den Haag’ of ‘RondomJou’. Als het gemeentelijk budget het toelaat, kan een transjongere vanaf 12 jaar deelnemen aan de groepstraining Positive Identity, individuele of familiegesprekken krijgen bij zorgaanbieders ‘Youz Den Haag’ (afdeling Preventie) of ‘Yoep – zorg dichterbij’. Vanuit het zorgaanbod zijn er ook andere trainingen die gevolgd kunnen worden.

Seksuele gezondheidszorg en voorlichting Voor de seksuele gezondheid(vraagstukken) kunnen (trans)jongeren tot 25 jaar gratis terecht bij het Centrum Seksuele Gezondheid GGD Haaglanden voor een consult en SOA-test waar de anonimiteit en de privacy gegarandeerd wordt. Voor alleen vragen of een gesprek over queer identiteit en/of seksuele gezondheid kan er via JIP Haaglanden een sense-gesprek aangevraagd worden met een verpleegkundige van het Centrum Seksuele Gezondheid (GGD Haaglanden) in de spreekkamers van JIP Haaglanden. Het Sense spreekuur is gratis en er is de mogelijkheid om na afloop een SOA-test te doen.

Peer support Transjongeren van 12 tot en met 18 jaar kunnen voor maandelijkse ontmoetingen, support en praktische vragen over onder andere over binding, packing, tucking & padding naar Jong&Out (een initiatief van COC Haaglanden) waar ervaringsdeskundige zorgverleners hen kunnen ondersteunen. Het doel van deze ontmoetingen is socializen, leuke dingen doen samen en laagdrempelig informatieverstrekking. Daarnaast kunnen transjongeren van 18 plus voor wekelijkse ontmoetingen, peer support en praktische vragen bij T-RREx en The Hang-Out 070 terecht. Bij T-RREx is het uitgangspunt ‘harm reduction’ en ondersteunen ervaringsdeskundigen andere transpersonen, indien gewenst, om hormonen op een veilige manier te injecteren of om een afweging te maken in de keuze van medicatie. In sommige interviews werd Stichting Queer mind ook genoemd als peer support.

Genderdysfonie In Den Haag zijn er meerdere logopedisten, die zich bezighouden met genderdysfonie. Afhankelijk van de voorwaarden van de zorgverzekering is hiervoor een verwijzing van een huisarts nodig. Een logopedist kan een transpersoon (met genderdysfonie) ondersteunen om anders te leren praten, waardoor de stem lichter of zwaarder klinkt of te helpen om “vrouwelijker of mannelijker te kijken, te gebaren, te lachen en te hoesten.”5

Psychische hulp en ondersteuning Voor veranderingsgerichte psychologische behandelingen gericht op psychische problematiek, zoals depressie, angststoornissen of persoonlijkheidsproblematiek naast de bestaande genderincongruentie kunnen transjongeren boven de 18 bij PsyQ afdeling Seksuologie & Transgenderzorg terecht. “Er is dus geen behandelaanbod voor alleen genderincongruentie en wij spelen geen enkele rol in de indicatiestelling voor somatische behandeling van genderincongruentie.” [Psycholoog, Den Haag] Voor suïcidepreventie, monitoring en nazorg kunnen transjongeren naar Sumona - Indigo. Sumona - heeft drie verschillende trajecten, die ze in kunnen zetten, nadat er een aanmelding heeft plaatsgevonden. 1) Er zijn suïcidepreventie gesprekken. “Dat is meestal een gesprek of acht à tien en een beetje afhankelijk van wat echt de vraag is.” 2) een casemanagement traject. “Dat kan in principe een half jaar duren, maar als het nodig is kunnen we dat verlengen.” en 3) monitoring contacten “dan heb je vaak wekelijks contact met iemand en dan hebben we daarna nog een aantal telefonische contacten om de zoveel maanden om gewoon even vinger aan de pols te houden en dat sluit dan na een jaar in totaal

5 https://logopedie.nl/informatie/genderdysfonie (geraadpleegd op 29-01-2025)

29

af. “Dus vanaf aanmelding tot afsluiting is het een jaar, maar daar zit dus wel mogelijkheid in om dat te verlengen als dat nodig is.” [Coördinator/casemanager, Den Haag]

Spoedeisende hulp In zeer dringende situaties is de Spoedeisende hulp van het HagaZiekenhuis er voor acute problemen, diagnose en behandeling en spoedgevallen zoals een suïcidepoging en acute ernstige complicaties van zelfmedicatie en behandelingen (in het buitenland).

Hormoonbehandelingen voor transpersonen boven de 18 De genderpoli van het HagaZiekenhuis biedt als algemeen ziekenhuis sinds 2012 hormonale behandelingen aan transpersonen boven de achttien. De genderpoli is niet betrokken bij het voortraject van de screening en de evaluatie van de identiteitsproblematiek. Een internist-endocrinoloog legt tijdens het interview uit dat dit niet hun expertise is, maar dat zij wel samenwerken met de GGZ-instellingen waar transpersonen de eerste fase doorlopen. En als ze dat traject hebben doorlopen, dan verwijst de psycholoog patiënten uit de regio door naar de genderpoli voor de volgende fase, namelijk het begeleiden van hormoontherapie. De endocrinoloog gaf aan dat dit één en weliswaar een lange route is voor de mensen die ze behandelen en de andere route is vanuit de VU-MC. Mensen die daar de transitie hebben doorlopen en op een goed moment in de stabiele vervolgfase zitten en hier in de regio wonen, die komen ook vaak bij de genderpoli in zorg en die worden dus verwezen vanuit het Amsterdam UMC voor de chronische fase. Volgens de endocrinoloog zijn er dus twee routes van mensen, die bij de genderpoli instromen. Het betreft ongeveer 150 – 200 transpersonen, die vanaf 2012 zijn begeleid.

Bij de chronische fase werkt de genderpoli steeds meer met de huisarts samen met als doel om “de huisartsen ook meer met die zorgen eigen te laten maken en wij ook wel de visie hebben dat de chronische zorg in feite ook niet per sé tweedelijns ziekenhuiszorg hoeft te zijn” [endocrinoloog, Den Haag] Aangezien het een algemeen ziekenhuis betreft, worden transpersonen wel eens op een wachtlijst gezet, omdat de genderpoli soms capaciteit tekortkomt. De vraag naar transzorg is volgens eigenzeggen nog steeds en zeker aanzienlijk. “Ja, we hebben ook wel gezegd qua instroom dat we niet onbeperkt capaciteit hebben voor [trans]genderzorg hier, want anders krijg je dat het ook weer ten koste gaat van andere zorgvragen. Dus daar zoeken we een beetje een balans in.” [Endocrinoloog, Den Haag]

Weinig zorgaanbod voor transjongeren (onder de 18) Uit bovenstaande blijkt dat er (op de hormoonbehandelingen van het HagaZiekenhuis na) geen specialistische transzorg is in Den Haag. Daarnaast is er weinig zorgaanbod, dat zich specifiek op transjongeren onder de 18 richt in Den Haag. Zo kunnen transjongeren aansluiten bij trainingen of groepen voor queer jongeren waar meestal een deel van de deelnemers trans blijkt te zijn. De Positive Identity training van Youz is er voor jongeren, die binnen de queer doelgroep vallen. Deze bredere focus op queer jongeren kan soms als voordeel hebben dat ‘het bereik’ groot is, omdat genderidentiteit en de ‘labels’ dynamisch zijn en per persoon (en organisatie) kan verschillen. Zo vonden zorgprofessionals het soms lastig om transzijn te definiëren en kwamen er verschillende invalshoeken en uitgangspunten naar voren. Transzijn werd vaak gekoppeld aan het zich anders voelen of zijn dan het geboortegeslacht, zich niet identificeren met het geboortegeslacht en in verband gebracht met genderdiversiteit, queer, “ergens op de regenboog”, “genderincongruentie”, “alles wat niet onder de cisgender paraplu valt” of “non-conformist cisgender” en soms met non-binair of “in beweging”. Ook werden medische en diagnosticerende termen gebruikt zoals genderproblematiek en genderdysforie uit het DSM-V.

Deze diversiteit aan zelfidentificatie en de gehanteerde terminologie rechtvaardigt wellicht de bredere invalshoek van (groeps)trainingen voor queer jongeren en spreekt daardoor waarschijnlijk een grotere groep jongeren aan, die zich misschien nog niet als trans identificeren. Anderzijds gaven met name de ervaringsdeskundige zorgverleners aan dat het soms wenselijk is om specifieke groepen of aandacht te hebben voor transjongeren waar ze met praktische vragen en voor peer support terecht kunnen. 30

8. ERVARINGEN EN PERSPECTIEVEN VAN ZORGVERLENERS In deze paragraaf worden de inzichten en ervaringen van zorgverleners besproken. Naast de zorgen omtrent de lange wachtlijsten, richtten de zorgverleners zich voornamelijk op vier onderwerpen, die hieronder besproken zullen worden; namelijk het aanbod van transzorg in Den Haag, de link tussen transzijn en neurodiversiteit, de ggz-benadering van transzijn en de ervaringen en zorgen omtrent zelfbehandeling (DIY).

1. Perspectieven van zorgverleners op het aanbod van transzorg in Den Haag In alle interviews werden zorgen geuit omtrent de lange wachtlijsten voor specialistische zorg voor transjongeren en daarbij werd meestal met het gebrek aan specialistische transzorg voor jongeren in Den Haag benoemd. Een zorgverlener benoemde haar zorgen daarover treffend. “Het toch wel shocking dat er eigenlijk zo weinig [specialistische trans] zorg is en zeker dus onder de achttien. Als ze dan boven de achttien zijn, dan is er opeens wel wat meer. Ja maar ja, dan is het ook reguliere GGZ wat natuurlijk nog steeds raar is. Maar goed, dan heb je in ieder geval de Zorgverzekeringswet. Dan is dat in ieder geval de manier om binnen te komen. Maar via de jeugdzorg waar natuurlijk ontzettend bezuinigd wordt en gemeentes volgens mij niet zo heel erg happig zijn om iemand in een andere gemeente te laten behandelen. Er zit volgens mij niet veel anders op dan kinderen maar aan te melden bij de Transgender Kliniek in Amsterdam en dan worden ze waarschijnlijk als ze achttien plus zijn geholpen en dan heb je dat probleem niet meer. Maar ja, dan is er best wel wat veranderd in het lichaam.” [Huisarts uit Den Haag, Leiden]

Toegang tot transzorg Zoals aangegeven is er geen specialistische transzorg in Den Haag voor jongeren onder de 18. Door de invoering van de Jeugdwet zijn gemeentes verantwoordelijk geworden voor alle zorgvragen van jongeren onder de 18 en een doorwijzing naar specialistische transzorg. Dit geldt tevens voor de budgettering van een zorgtraject. Een zorgverlener van een grote zorgaanbieder gaf echter aan dat het budget meestal al eerder op is en het dan van de goodwill van gemeentes afhangt of er nog mogelijkheden zijn of dat de jongere moet wachten op de gevraagde zorg tot een nieuw kalenderjaar. Voor jongeren boven de 18 valt transzorg onder de Zorgverzekeringswet en kunnen huisartsen transgenderpersonen direct doorverwijzen naar de GGZ voor een indicatiestelling. In overleg met de huisarts kan een transgenderpersoon de specialistische transgenderzorgaanbieder kiezen, waarbij de wachtlijsten en het zorgaanbod meestal bepalend zullen zijn. Een huisarts geeft aan dat zij van patiënten heeft vernomen dat niet elke huisarts(praktijk) even behendig is in het bieden van zorg aan transpersonen, vanwege ongemak, onwetendheid of handelingsverlegenheid in de bejegening en registratie van transgender patiënten. (Huis)artsen kunnen zich daarom op vrijwillige basis aanmelden bij de website van Stichting Roze in wit, die beoogt om de zichtbaarheid van de queer in de zorg te bevorderen.

Door de aanmelding bij Roze In wit stralen (huis)artsen uit dat ze de inclusie van queer personen uitdragen. Transpersonen kiezen volgens de geïnterviewde huisarts hierdoor soms bewust voor deze (huis)artsen. Zorgprofessionals kunnen dus afhankelijk van hun bekwaamheid en (persoonlijke) affiniteit met transpersonen het zorgaanbod en de kwaliteit ervan beïnvloeden. Zo vertelde een docente Huidtherapie dat er tot voor kort bij haar opleiding speciale aandacht was voor huidtherapie voor transgender-personen zoals behandelingen voor (ongewenste) beharing, waar de desbetreffende docente affiniteit mee had. Bij het vertrek van de desbetreffende docente was de continuïteit van deze specifieke aandacht voor transpersonen in de opleiding geen gegeven; het is onduidelijk of dit traject is voortgezet. Dit laat zien dat het aanbod en kwaliteit van transzorg grotendeels lijkt af te hangen van de affiniteit en dedicatie van (zorg)professionals zelf. 31

2. De link met neurodiversiteit Meerdere zorgverleners benoemden een correlatie tussen transjongeren en autismespectrum en zagen wel vaker dat een transjongere op het autismespectrum zat. De geïnterviewde huisarts gaf aan dat autisme bij transmensen relatief meer voorkwam dan bij “de gewone populatie en andersom dat mensen met autisme inderdaad vaker transmensen zijn.” De huisarts suggereerde dat dit met de identiteitsontwikkeling te maken kan hebben. “Ofwel dat misschien mensen met autisme zich minder conformeren aan wat andere mensen van ze vinden en wat meer en eerder aan zichzelf zullen toegeven; van ja ik voel me anders en ja ik ben minder afhankelijk van wat andere mensen van mij vinden. Dus ik uit dat eerder, terwijl iemand die niet autistisch is misschien zich meer bezighoudt met de omgeving van ja wat zullen ze wel niet van me vinden. Dus ik druk het weg. Dat is volgens mij nog niet helemaal bekend. Maar dat zijn twee verklaringen die ik wel eens gezien heb ja…” [huisarts uit Den Haag, Leiden] Sommige zorgverleners gaven aan dat neurodiversiteit, indien aanwezig, bij de behandeling betrokken zou moeten worden. Deze zorgprofessionals waarschuwden om niet blind te staren op één specifieke diagnose, maar te onderzoeken wat echt de hulpvraag van de cliënt is in plaats van wat is een diagnose van iemand is.

Een diagnose loopt namelijk niet altijd gelijk met de hulpvraag en daarom is een bredere blik en een onderzoekende houding belangrijk. Bovendien is het maar de vraag of autisme gezien zou moeten worden als een stoornis of gewoon als een andere bedrading, sommige hulpverleners benoemden toch wat uitdagingen met betrekking tot neurodiverse transjongeren en hun deelname aan groepstrainingen, zoals bij de Positive Identity training of supportgroepen. Een zorgverlener over haar uitdaging met neurodiverse transjongeren: "[H]et lastigste vind ik... die combinatie van autismespectrum en genderproblematiek… We willen die jongeren gewoon mee laten doen aan de groep. Want we willen niet die jongeren daarvan uitzonderen. Want we vinden dat iedereen recht heeft om aan zo'n groep mee te doen. Er is al zo weinig als je daar dan ook nog voor uitgezonderd wordt.” [Programmaleider, Den Haag] Gezien het bovenstaande zou er zoveel mogelijk vanuit de behoeften en benodigdheden van de transjongeren gekeken moeten worden naar welke (trans)zorg passend en kwalitatief goed is. Daarbij kan vragen naar de eventuele aanwezigheid van neurodiversiteit relevant zijn, omdat dit invloed kan hebben op de benodigde vorm van zorg en de bekwaamheid van de zorgverlener.

Volgens de geïnterviewde huisarts is het autismespectrum geen stoornis, maar een andere bedrading en kan het goed samen gaan met non-binariteit: “[E]n gaat het [ook] om je vrijer voelen, omdat je minder afhankelijk bent van de mening van anderen. Als je nagaat hoeveel mensen het onderdrukken bij zichzelf, want als je je blijkbaar minder wilt conformeren aan de mening van anderen… Of je daar minder mee bezig bent, dan denk ik dat dat juist heel mooi is, dat je daar juist veel meer je eigen gevoel serieus neemt in plaats van dat je bang bent voor anderen en dat stigma… Ze zijn sowieso op zoek naar hun identiteit, omdat je je niet helemaal thuis voelt in de maatschappij en daarmee dus op zoek gaat van wat maakt dat ik me wel meer thuis voel, is dat dan misschien een andere gender? Dat is dan veel meer een teken dat we deze mensen ook gewoon heel goed moeten begeleiden van wat is wat hè? Voordat ze natuurlijk allerlei besluiten nemen die je moeilijker terug kan draaien van wat past er dan wel bij je? En dan kan ik me voorstellen dat een non-binaire identiteit voor heel veel mensen misschien wel een soort van rust geeft, omdat je dan niet heel erg bezig hoeft te houden van ben ik meer dit ofzo. Dat je zoiets hebt van nou ja dat maakt niet uit. Dus het gaat niet om gender, het gaat erom hoe je je voelt of dat je daar keuzes in kan maken. Dat je daar juist meer die vrijheid in hebt.

Dus ik zie het zelf niet als iets negatiefs. Ik denk eerder dat mensen met autisme meer keuzeopties voelen.”6 [huisarts uit Den Haag, Leiden]

6 Bovenstaande quote laat zien hoe deze specifieke huisarts de link ziet tussen autisme en non-binairiteit. Het idee dat non-binairiteit en

gender in het algemeen een keuze zijn onderschrijven wij als onderzoekers echter niet. Zoals een van de transjongeren schreef in diens

32

Tot slot is het erg belangrijk om transpersonen door een eventuele connectie met neurodiversiteit niet verder te stigmatiseren of medicaliseren en tegelijkertijd oog te hebben voor de uniekheid van elk persoon, want “er zijn veel mensen op het spectrum, maar ook heel veel mensen niet. Ja, ze zijn ook niet automatisch aan elkaar linken. Want dan krijg je dat weer. Da's misschien ook niet best hè?” [Ervaringsdeskundige (oud) vrijwilliger, Den Haag]

3. GGZ-benadering van transzijn Meerdere zorgverleners benoemden expliciet het belang van het verwijderen van genderdysforie uit de DSM-5, omdat de opname in deze lijst volgens hen bijdraagt aan het stigmatiseren en pathologiseren van transpersonen en de zorgen omtrent een GGZ-benadering. Een zorgprofessional stelde dat het transzijn niet het probleem is, maar dat dit juist voor vele transjongeren de oplossing is. “Het probleem ligt bij de maatschappij die hen niet accepteert zoals ze zijn. Net zoals seksuele geaardheid ooit uit de DSM-5 is gehaald, zou genderdysforie dat ook moeten worden. Laat jongeren zichzelf ontdekken zonder hen te labelen.” [Programmaleider, Den Haag] Daarbij komt dat deze labels vergaande consequenties voor transjongeren kunnen hebben op latere leeftijd. Een andere zorgprofessional vindt het daarom best ingewikkeld dat het ook specialistische GGZ zorg is en de gemeente Den Haag moet gaan bepalen voor de jongeren welke zorg zij kunnen krijgen. “Maar in Den Haag is voor zover ik heb kunnen vinden geen aanbod voor jongeren. En dan kom je natuurlijk vervolgens terecht in het probleem dat jeugd GGZ door de gemeente wordt bekostigd en dan vraag ik me af hoe dat dan werkt op het moment dat iemand onder de achttien dus naar een andere gemeente moet. Ja, want dan moet de gemeente Den Haag dat goedkeuren.

Dus dan moeten opeens ambtenaren in Den Haag gaan zeggen of jij in Utrecht of Amsterdam of Waddinxveen onder behandeling mag van een psycholoog om in ieder geval het eerste deel van het traject in te zetten” [Huisarts uit Den Haag, Leiden] Bovenstaande laat een paradox zien, dat transjongeren een GGZ-label nodig hebben voor toegang tot specialistische transzorg, terwijl hetzelfde label ze waarschijnlijk voor het leven zal markeren en ze daarmee mogelijk kansen op de arbeids- en woningmarkt worden ontnomen. Het is belangrijk om te benadrukken dat deze zorgen zijn gedeeld door zorgverleners, die meer affiniteit met transjongeren lijken te hebben en daarmee waarschijnlijk meer bewust zijn van de potentiële belemmeringen en de risico’s.

4. Zelfbehandeling en de risico’s Verschillende zorgverleners uit de psychische gezondheidszorg en ondersteuning merken dat de lange wachtlijsten in combinatie met de continuering van de lichaamsverandering tijdens de pubertijd en de uitzichtloosheid dragen soms bij aan somberheidsklachten, depressie en in extreme gevallen tot suïcide(pogingen) en ziekenhuisopnames door zelfmedicatie. Zoals al is beschreven in het Deel 1, kunnen zorgverleners jongeren onder de 18 niet meer bieden dan een luisterend oor, voorlichtingen, psychische behandelingen, trainingen, gesprekken met ouders en transjongeren in contact brengen met peers, terwijl de nood hoog is en de wachtlijsten voor alle transjongeren lang zijn. Sommige zorgverleners geven aan dat de wanhoop soms heel groot is en dat sommige transjongeren op zoek gaan naar pubertijdsremmers en hormonen via internet of het buitenland. Uiteraard brengt dit gezondheidsrisico’s op de korte, maar eventueel ook lange termijn met zich mee. Het zelf injecteren van pubertijdsremmers kan fout gaan, maar is door de ontwikkeling van het lichaam tijdens de pubertijd extra

feedback op de draft van dit rapport: “Het is niet iets wat je maar kiest om niet bezig te hoeven zijn met grotere vragen, het is al een eindstation.”

33

risicovol zonder medische begeleiding. Een ervaringsdeskundige zorgverlener leg de dilemma’s hierover helder uit: “[W]at wel een beetje moeilijk is, want zeker bij hormoonremmers is het heel erg belangrijk om dat in de gaten te houden met de botdichtheid en andere dingen, die gewoon daadwerkelijk impact kunnen hebben op je lichaam. En het injecteren zelf is ook een tricky dingetje. Dus zodra dat fout gaat kan je jezelf een flinke infectie geven of je kan delen van je lichaam permanente beschadigen. Uhm, dat zit er niet altijd bij. Dus ik zeg het ook tegen mensen als ze dat tegen mij zeggen. Ik vind het goed dat je een manier hebt gevonden die voor je werkt, maar zorg er wel voor dat je voor deze specifieke dingen wel controle krijgt, want het kan gevaarlijk worden als het niet gebeurt. Een nadeel is mensen blijven het toch doen. Dus ik kan moeilijk tegen ze zeggen dat moet je niet doen. Als dat voor hen de beste manier is om door het leven te gaan, moeten ze dat lekker doen. Maar het beste wat ik op dat moment kan doen is zorgen dat het wel zo veilig mogelijk doen.” [Ervaringsdeskundige zorgverlener, Den Haag] Dit wijst erop dat de lange wachtlijsten en het gebrek aan specialistische zorg sommige transjongeren (onder de 18) de illegaliteit in duwen zonder de mogelijkheid van medische controles en begeleiding.

Uiteraard blijft de toegang tot de spoedeisende hulp mogelijk bij acute (gezondheid) problemen, complicaties of een suïcidepoging. Hetzelfde geldt voor de peer support, ‘harm reduction’ benadering van T-RREx en de laagdrempelige zorg van het CSG. Een ervaringskundige zorgverlener (d.w.z. zorgverleners die trans zijn en/of nabije trans familieleden hebben) waardeerde de benadering van het CSG. “[H]et CSG is volledig anoniem en volledig gratis, dus daar kan ik ze [hulp vragende transjongeren] nu ook gewoon naartoe sturen als ze daar medische vragen over hebben. En dat zijn wel gewoon medische professionals die gelukkig daar wel antwoord op geven. Ook met het idee van liever doe je het niet. Maar als het voor jou werkt, is dit de veilige(re) manier om het te doen.” [Ervaringsdeskundige zorgverlener, Den Haag] Ondanks deze mogelijkheden is het noemenswaardig dat de DIY-benadering niet zonder risico’s is en ook nietmedische gebruiken, zoals binding, packing, tucking & padding gezondheidsrisico’s en complicaties teweeg kunnen brengen, waardoor specialistische begeleiding wenselijk is.

9. BELEMMERINGEN IN DE ZORGVERLENING Alle geïnterviewde zorgverleners benoemden diverse belemmeringen, die zij of hun organisatie ervoeren bij de zorgverlening aan transjongeren of die zij zelf hadden gehoord van de transjongeren (in de behandelkamer). In deze paragraaf worden de vier meest genoemde belemmeringen gerankt en de verschillende aspecten daarvan in kaart gebracht. Het betreft 1) de lange wachttijden en de fysieke afstand van specialistische transzorg, 2) transfobie, 3) de afbakening van de zorg, budget en continuering en 4) handelingsverlegenheid. Het is echter belangrijk om de onderlinge samenhang tussen en de doorwerking van deze belemmeringen als geheel te bezien, anders blijven de impact en de intensiteit van deze belemmeringen waarschijnlijk onderbelicht.

1.

Lange wachttijden en de fysieke afstand van specialistische transzorg

Alle zorgprofessionals benoemden de lange wachtlijsten vaak in samenhang met de fysieke afstand tot de specialistische transzorg als de grootste belemmering voor zorg voor transjongeren. Nu er in Den Haag of in de nabije regio geen specialistische transzorg (indicatiestelling, endocrinologische (onder de 18) en chirurgische behandelingen) is voor jongeren (onder de 18), zullen transjongeren voor dergelijke trajecten lang moeten wachten en soms wel 2,5 uur moeten reizen per afspraak. Een zorgverlener beschrijft dit treffend als “via de officiële weg zijn er de lange wachtlijsten, dat is het grootste probleem... En als ze die verwijzing eenmaal hebben dan is er de wachtlijst en dan is [het medisch centrum van de VU in] Amsterdam natuurlijk ook heel ver.” [maatschappelijk werkster, Den Haag] De geïnterviewde zorgverleners die zelf transzijn (hierna: de 34

ervaringsdeskundige zorgverleners), geven aan dat de afstand voor heel veel mensen gewoon niet haalbaar is en het veel impact had op de kwaliteit van leven. De reguliere wachtlijst is tussen de drie – vijf jaar en bij particuliere transzorg is er geen vergoeding van de zorgverzekering en dat is “zo duur dat er maar een hele kleine groep is die daar gebruik van kan maken.” [Ervaringsdeskundige zorgverlener, Den Haag] Dit zal voor jongeren waarschijnlijk al helemaal geen optie zijn doordat zij meestal beperkte financiële middelen hebben en afhankelijk van de leeftijd toestemming van ouders een rol zal spelen.

Pubertijd Zorgverleners geven aan dat het lange wachten juist tijdens de pubertijd extra zwaar is, omdat de pubertijd al lastig is en transjongeren daarnaast worstelen met hun gender en seksualiteit, de vervelende reacties uit de omgeving en de lange wachtlijsten. Volgens de zorgverleners is twee jaar wachten echt heel lang, zeker als je in de pubertijd zit en daarom zit daar veel leed. Een ervaringsdeskundige zorgverlener over zijn ervaring: “[H]et voelde alsof mijn leven op pauze stond, terwijl ik wel gewoon ouder werd, terwijl ik wel een hogere studieschuld kreeg. Ik kon niet meer studeren, want ik trok het niet om naar buiten te gaan, want ik had zoiets van waarom zou ik nu naar buiten gaan als ik over bij wijze van spreken een paar jaar [na de transitie] me prettig voel en wel naar buiten kan gaan. Als je net in de puberteit zit dan beginnen de veranderingen al te komen en dan kan het zijn dat je niet meer prettig zit in je lichaam en dan wil je ook niet meer naar buiten, want je ziet er niet uit zoals je eruit wilt zien. Zodra je moet wachten duurt de tijd langer en zodra je weet wanneer je iets kan verwachten gaat het een stuk sneller. Maar al het wachten en niet weten wanneer je verder kan.

Je leven staat gewoon op pauze.” [Ervaringsdeskundige zorgverlener, Den Haag] Zorgverleners zijn daarom bezorgd over de kwetsbaarheid van transjongeren, want ze moeten lang wachten terwijl ze op dat moment juist hulp nodig hebben.

Suïcidepreventie De impact van de lange wachtlijsten moet niet onderschat worden. Volgens een zorgmedewerker bij de suïcidepreventie is er voor deze specifieke groep [transjongeren] gewoon weinig zorgaanbod en daardoor zijn volgens haar de wachtlijsten misschien ook wel lang. Deze zorgmedewerker legde zelfs de link tussen het lange wachten en suïcidaliteit, ook omdat niet iedereen meteen om hulp vraagt en mensen soms te laat aan de bel trekken “Je wilt natuurlijk liever dat mensen al eerder gewoon het aankaarten en dat traject in kunnen rollen. En op het moment dat ze het echt niet meer weten, dat ze dan pas op die wachtlijst komen kan natuurlijk heel uitzichtloos lijken.” [Coördinator/casemanager, Den Haag] Een ervaringsdeskundige zorgverlener geeft vergelijkbare signalen af. Volgens hem “trekken heel veel mensen die wachtlijst niet die er op dit moment is. Ik zelf had die wachtlijst niet overleefd in ieder geval, want zodra je eenmaal uit de kast bent [als transgender] dat je dan opnieuw moet wachten eigenlijk voordat je leven echt kan beginnen. Dat is heel zwaar.” [Ervaringsdeskundige zorgverlener, Den Haag]

2.

Transfobie

De tweede belemmering die vaak werd genoemd is de toenemende mate aan transfobie. Hoewel zorgverleners niet direct iets kunnen doen aan transfobie, benoemden zij wel de impact, die dit heeft op het welzijn van transjongeren en het werk van de zorgprofessionals. Zo hebben transjongeren “het gevoel dat ze bekeken worden 35

of dat mensen een oordeel over ze hebben en worstelen ze soms met de vraag hoe ze zichzelf kunnen uiten zonder dat ze daarop beoordeeld worden of afgerekend worden” [coördinator/casemanager, Den Haag]. De meeste zorgprofessionals gaven aan dat de zichtbaarheid van transpersonen en de vraag naar transzorg is gegroeid, maar dat transfobie tegelijkertijd is gegroeid. Meer zichtbaarheid en algemene bekendheid van transzijn heeft dus niet geleid tot meer maatschappelijke acceptatie en misschien zelfs bijgedragen aan transfobie. Sommige zorgprofessionals noemden de dubbele rol van social media als mogelijke verklaring hiervoor. Zo heeft social media waarschijnlijk bijgedragen aan de bekendheid van transzijn en geeft het transjongeren een manier van (zelf h) erkenning, waardoor ze eerder opzoek zullen kunnen gaan naar (specialistische) transzorg, dan wanneer ze gehele zoektocht zonder social media zouden moeten uitvoeren. Anderzijds is social media ook een medium om desinformatie en transhaat op grote schaal de wereld in te sturen. Sommige zorgverleners benoemden deze keerzijde, omdat zij observeerden dat transzijn een zeer politiekgeladen onderwerp geworden is. De zorgverleners dachten daarom dat transfobie verhard en scherper is geworden en vaker voorkomt.

In dat licht benoemden zorgprofessionals van de GGD dat de bevoegdheden van betrokken organisaties soms in twijfel werd getrokken door (de toegenomen) transfobie en polarisatie. Zij maakten zich daar wel zorgen om. Zo bracht het lespakket Lentekriebels (een nationale projectweek in het speciaal- en basisonderwijs met lessen over weerbaarheid en relaties en seksualiteit7 veel commotie en hadden sommige medewerkers van de Rutgers Stichting bij wijze van spreken zelfs beveiliging nodig. Volgens de zorgprofessionals heeft de politiek het onderwerp omarmd en lijken er twee kampen tegenover elkaar te staan, niet alleen op landelijk, maar ook op regionaal niveau. Dit gaat tevens gepaard met het algemeen groeiende wantrouwen richting overheidsinstanties, het idee van een “brainwash” en misinformatie. Het werkt polariserend en transzijn is een aantrekkelijk onderwerp om je tegen te verzetten. Dat is volgens de geïnterviewde psycholoog ook terug te horen in de behandelkamer. Zorgprofessionals vinden dit een zorgelijke ontwikkeling en vrezen dat dit negatieve invloed zal hebben op de rol van hulpverlening, financiering en behandelingsmogelijkheden. Daarnaast benoemden (ervaringsdeskundige) zorgverleners dat onterecht wordt gesuggereerd dat transzijn een hype zou zijn en dat transjongeren elkaar aan zouden steken of er veelvuldig transitiespijt zou zijn.

Hoewel dit feitelijk niet juist is, zullen dergelijke denkbeelden de publieke en politieke opinie waarschijnlijk wel beïnvloeden. Doordat transfobie in verschillende vormen en op verschillende plekken voorkomt zoals straat, op de werkvloer, op school en “zelfs van [sommigen uit] de regenboog community en de oude garde” [programmaleider, Den Haag] en dit vanuit de zorgverleners niet (zomaar) te veranderen is, zal de aanwezigheid van transfobie invloed hebben op het welzijn en de zorgbehoeften van transjongeren. De impact van transfobie moet echter niet onderschat worden en zeker niet in combinatie met de pubertijd. “[E]n gewoon het worstelen. Ik vind het zwaar voor deze jongeren. De puberteit is al zo zwaar. Ik denk dat we dat als volwassenen nog wel eens vergeten. Hoe pittig de puberteit is. En als je dan ook nog eens met je gender of je seksualiteit in de knoop zit en de reacties die je dan krijgt vanuit je omgeving. Want we denken in Nederland dat we immens tolerant zijn, maar ik was erg naïef toen ik voor het eerst met deze groep ging werken. De reacties die ik soms hoor, hoe vaak ik hoor dat jongeren op school van de trap af worden geduwd, tegenaan gelopen, in elkaar geslagen worden. Dus daar ben ik wel een beetje van geschrokken.” [programmaleider, Den Haag] Deze toenemende transfobie is zorgelijk.

Temeer omdat zorgprofessionals aangeven dat er nog nooit zoveel online haat tegen transpersonen is geweest als nu.

7 https://seksuelevorming.nl/onderwerpen/week-van-de-lentekriebels (geraadpleegd op 29-01-25)

36

De blijvende consequenties van een te late transitie Hoewel dit onderzoek zich voornamelijk richt op transjongeren, is het noemenswaardig om de impact van een te late transitie te noemen bij oudere transpersonen. Een zorgverlener bij suïcidepreventie gaf aan dat zij drie transvrouwen heeft begeleid, die alle drie op latere leeftijd in transitie zijn gegaan. Deze transvrouwen hadden spijt van hun (te) late transitie en zij hadden volgens de zorgprofessional de indruk dat ze hierdoor nog meer transfobie ervaren, omdat ze sterkere uiterlijke kenmerken van het geboortegeslacht hebben, dan wanneer ze puberteitsremmers en hormonen zouden hebben gebruikt tijdens de pubertijd. Deze transvrouwen voelden zich bekeken op straat en ervoeren onbegrip in de familie en op de werkvloer. Ze liepen vast in hun leven en trokken zich terug. “Ze hadden zich nooit beseft dat ze eerder in transitie konden gaan en dachten dat als ze dit eerder hadden kunnen doen dan, had hun leven er misschien anders uitgezien.” [Coördinator/casemanager, Den Haag] Ook een ervaringsdeskundige zorgverlener herkende deze ervaring. “Als je nu in de veertig of vijftig bent, dan heb je echt een zwaar leven gehad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15356839/1