RIS321810 Den Haag Strijdbaar voor de transgemeenschap bijlage 3
Tekst van het document
TABLE OF CONTENTS 1. Introductie .................................................................................................................................................................... 2 2. ‘Nothing about us without us’ .................................................................................................................... 4 DEEL 1 Transzijn ............................................................................................................................................. 7 3. Transzijn .................................................................................................................................................... 7 4. Toegang tot zorg ...................................................................................................................................... 15 5. Wensen en verlangens ............................................................................................................................. 21 6. Conclusies Deel 1 ..................................................................................................................................... 24 Deel 2— Perspectieven van zorgverleners .................................................................................................... 25 7.
Organisatie van transzorg......................................................................................................................... 25 8. Ervaringen en perspectieven van zorgverleners........................................................................................ 31 9. Belemmeringen in de zorgverlening ........................................................................................................ 34 10. Verbeterpunten vanuit zorgverleners ..................................................................................................... 47 11. Hoopvolle geluiden ................................................................................................................................ 52 12. Conclusies Deel 2 ................................................................................................................................... 53 13. Samengevat: Wat zeggen transjongeren en zorg- en hulpverleners ........................................................ 55 14. Conclusie................................................................................................................................................ 59 Bijlage 1: Aanbevelingen voor hulpverleners en huisartsen die werken met transjongeren.......................... 60
1
1. INTRODUCTIE Transgender personen worden wereldwijd geconfronteerd met complexe uitdagingen, variërend van beperkte toegang tot zorg tot structurele uitsluiting en transfobie. In Nederland is deze problematiek zichtbaar in de lange wachttijden voor genderbevestigende zorg, de gefragmenteerde organisatie van zorg, en de beperkte toegang voor specifieke groepen, zoals jongeren onder de 18 jaar. Naast deze structurele belemmeringen zijn de sociale gevolgen, zoals uitsluiting, discriminatie en geweld, eveneens significant. De dominantie van probleemgerichte narratieven versterkt deze focus, zowel in wetenschappelijk onderzoek als in mediarepresentaties. Deze eenzijdigheid laat echter andere belangrijke aspecten van transidentiteit, zoals verlangens, vreugde en gemeenschapsvorming, vaak onderbelicht. Huidig onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Den Haag legt de nadruk op de uitdagingen en worstelingen van transgender jongeren maar slaagt er onvoldoende in om hun agency, autonomie en verlangens te belichten. Dit leidt tot een onvolledig beeld van hun leven en behoeftes, wat weer gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beleid en zorg die werkelijk aansluit bij hun realiteit. Veel definities van transgenderidentiteiten benaderen het onderwerp vanuit een medisch perspectief, waarbij fenomenen of vraagstukken voornamelijk in medische termen worden uitgedrukt en opgelost.
Dit proces, bekend als medicalisering, legt de nadruk op diagnostische criteria en negeert vaak de zelfbeschikking en zelfidentificatie van individuen. Hierdoor kunnen transgender jongeren- en personen worden gezien als afwijkend binnen een strikt medisch kader. Dit is in tegenspraak met recente ontwikkelingen in de zorgstandaarden, zoals de Standards of Care versie 8, die juist de nadruk leggen op mensenrechten, zelfbeschikking, en autonomie. In de praktijk betekent dit dat onderzoek naar transgender personen vaak beperkt blijft tot diegenen die een medische diagnose hebben ontvangen of specifieke transgenderzorg zoeken of ondergaan. Dit negeert de diversiteit binnen de transgender gemeenschap, waarbij niet iedereen een medische behandeling zoekt of intense genderdysforie ervaart. In dit onderzoek focussen wij ons op jongeren tussen de 16 en 27 jaar, gaan wij uit van zelfdefinities en hanteren wij daarbij een non-binaire benadering waardoor wij inclusief zijn voor transjongeren die zorgvragen en andere soort vragen hebben rondom genderdiversiteit en genderbevestigende medische ingrijpen die niet direct gerelateerd zijn aan binaire ideeën over gender. Doelstelling van het Onderzoek Dit onderzoek beoogt een breder en meer genuanceerd beeld te schetsen van de ervaringen van transjongeren in Den Haag.
Het richt zich niet alleen op obstakels in toegang tot zorg en ondersteuning, maar ook op de vreugde en kracht die transjongeren ervaren. Door gebruik te maken van een participatieve onderzoeksmethode, waarin transjongeren een centrale rol spelen, willen we inzicht krijgen in hun behoeften en mogelijkheden voor verbetering in zorg en ondersteuning. Het onderzoek beantwoordt de volgende kernvragen: 1. Welke belemmeringen ervaren transjongeren in Den Haag bij het verkrijgen van zorg en ondersteuning? 2. Welke mogelijkheden en positieve ervaringen dragen bij aan hun welzijn en identiteit? 3. Hoe kan de organisatie van zorg en ondersteuning beter aansluiten bij de wensen en behoeften van transjongeren?
2
Dit onderzoek is zowel maatschappelijk als wetenschappelijk relevant. Maatschappelijk draagt het bij aan een inclusiever zorgsysteem door concrete aanbevelingen te doen voor beleid en praktijk. Wetenschappelijk draagt het bij aan een verschuiving in de manier waarop transgender personen worden bestudeerd, door niet alleen hun kwetsbaarheden maar ook hun agency en verlangens centraal te stellen. Het onderzoek is geïnspireerd door het concept van verlangens-gedreven onderzoek (Tuck, 2009), dat een breder perspectief biedt op marginaliteit door niet alleen uitdagingen maar ook kracht en vreugde centraal te stellen. Daarnaast is gebruik gemaakt van participatieve methodologieën zoals Community-led Research and Action (CLRA), waarbij transjongeren als onderzoekers optreden en hun eigen ervaringen en perspectieven integreren in het onderzoek. Het onderzoek richt zich specifiek op transjongeren in Den Haag. Binnen deze groep zijn echter bepaalde subgroepen, zoals mensen van kleur, ouderen, en mensen met fysieke of mentale beperkingen, minder goed bereikt, wat invloed heeft op de representativiteit van de resultaten. Dit rapport bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt ingegaan op de ervaringen, wensen en behoeften van transjongeren, zoals verkregen door participatief onderzoek. Dit omvat thema’s zoals toegang tot zorg, gemeenschapsvorming, en transjoy.
Het tweede deel richt zich op de perspectieven van zorgverleners en de organisatie van transzorg in Den Haag, met nadruk op verbeterpunten en aanbevelingen. Het rapport sluit af met conclusies en concrete voorstellen voor beleidsmakers, zorgaanbieders en andere betrokkenen. Met deze aanpak beoogt dit rapport niet alleen een bijdrage te leveren aan een inclusiever zorgsysteem, maar ook een nieuw narratief te creëren waarin de volledige complexiteit van transidentiteit wordt erkend en gewaardeerd.
3
2. ‘NOTHING ABOUT US WITHOUT US’: COMMUNITY-LED RESEARCH AND ACTION (CLRA) Centraal in dit onderzoek staat de transformatieve onderzoeksmethode Community-led Research and Action (CLRA). Hierbij voeren individuen, die door hun eigen geleefde ervaringen diepgaand inzicht kunnen bieden, zelf actieonderzoek uit. Het doel is om een specifiek probleem dat hen direct beïnvloedt, aan te pakken. 'Community' verwijst in dit kader naar een groep mensen die een gemeenschappelijke ervaring deelt, welke het onderwerp van onderzoek vormt. Deze methode is gebaseerd op de overtuiging dat leden van een community het beste hun eigen behoeften en uitdagingen kennen en dus actief betrokken moeten zijn bij het ontwerpen en uitvoeren van onderzoek en de daaruit voortvloeiende acties. De CLRA-methode stimuleert ook participatie van deze leden in bredere zin omdat zij zelf de onderzoekers zijn die onder begeleiding van getrainde onderzoekers hun eigen, doelen formuleren, data verzamelen, analyses uitvoeren, conclusies trekken en aanbevelingen kunnen doen voor beleid en implementatie. De community onderzoekers worden begeleid door facilitators; dit zijn academisch geschoolde onderzoekers in de sociale wetenschappen met expertise op het gebied van participatieve methoden. De methode die wordt gehanteerd bij deze vorm van onderzoek is community-etnografie.
Middels deze methode doen de onderzoekers onderzoek binnen de eigen gemeenschap (d.w.z. met wie ze de geleefde ervaring delen waarvan het onderwerp centraal staat in het onderzoek), voornamelijk middels (participerende) observaties en interviews. De onderzoeksresultaten worden regelmatig besproken met elkaar en de facilitator. Het communityled aspect van deze methode benadrukt dat leden van de gemeenschap leiderschap kunnen nemen in onderzoek dat betrekking heeft op hun leven. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat programma's en beleid ontstaan vanuit de agenda's en doelen die zij zelf vooropstellen. Het action aspect verwijst naar het self-organizing principe van CLRA, wat betekent dat het doorgaans tot actie leidt, zelfs ver na de officiële afronding van het project.1 Binnen het kader van dit specifieke CLRA-onderzoek voerden vijf jongeren die zich identificeren als transgender (waarnaar wij vanaf nu zullen refereren als transjongeren), onderzoek uit met ieder drie andere transjongeren, waardoor in totaal 23 transjongeren in Den Haag waren betrokken. De jongeren werden geselecteerd op basis van identificatie met de trans gemeenschap en interesse in onderzoek, en werden gerekruteerd via social media, met name via de kanalen van Jong & Out, The Hang-Out 070 en Trans Radical Resource Exchange (T-RREx).
De onderzoekers werden financieel gecompenseerd voor hun tijd en inspanningen, om enerzijds erkenning te geven voor hun bijdrage aan dit project maar ook een groter gevoel van eigenaarschap te creëren. Het doel van dit CLRA-onderzoek was om in kaart te brengen welke belemmeringen en mogelijkheden transjongeren hebben ervaren met betrekking tot zorg en ondersteuning bij vraagstukken rondom genderdiversiteit en genderbevestigende medische ingrepen. Het CLRA-proces bestond uit vier cycli. In de eerste cyclus van onderzoek en actie lag de nadruk op de ‘oriëntatiecyclus’. Onder leiding van de formele facilitators leerden de community-onderzoekers methoden toe te passen, resultaten te analyseren en nieuwe vragen te formuleren. Deze fase eindigde met een evaluatie waarin werd bepaald welke onderzoeksacties en vragen doorgingen naar de volgende cyclus. De tweede, 'bestendigingscyclus', omvatte het daadwerkelijke onderzoek. In de derde, 'aanpassingscyclus', werden de onderzoeksmethodes verfijnd aan de hand van nieuwe vragen en voortschrijdend inzicht. De laatste, 'borgingscyclus', richtte zich op het verifiëren en trianguleren van inzichten en conclusies. Deze analyse, uitgevoerd door community-onderzoekers en facilitators, samen met andere transjongeren, leidde tot een serie aanbevelingen en vragen voor de zorgverleners (zie Deel 2).
1 Woensdregt, L., E. Kibui & N. van Stapele (2022). Reflections on using a community-led research and action (CLRA) methodology to
explore alternatives in international development.’ In Reimagining civil society collaborations in development. Starting from the South, edited by Margit van Wessel, Tiina Kontinen and Justice N. Bawole. Chapter 3. Routledge: Oxfordshire.
4
Gedurende de eerste drie maanden van dit proces (Fase 1) kwamen de transonderzoekers en de facilitator tweewekelijks samen. Tijdens de initiële bijeenkomsten werden het onderzoeksprobleem, de overkoepelende onderzoeksvraag en de onderzoeksmethode besproken. Samen bepaalden zij de gezamenlijke onderzoeksaanpak en -vragen. Aan het einde van elke bijeenkomst co-creëerden zij de interviewvragen die de onderzoekers in de daaropvolgende weken gebruikten om in gesprek te gaan met de drie transjongeren met wie zij verbonden waren. Bij aanvang van elke volgende bijeenkomst presenteerden de onderzoekers hun bevindingen, waarna zij gezamenlijk de resultaten analyseerden en passende vervolgvragen formuleerden. Tijdens dit proces bood de facilitator methodische ondersteuning, afgestemd op de ervaring en behoeften van de onderzoekers. Zij begeleidde de jongeren bij het creëren, synthetiseren en mobiliseren van de vergaarde kennis. Dit omvatte begeleiding bij het formuleren van geschikte onderzoeks- en interviewvragen, het documenteren van onderzoeksresultaten en het samen nadenken over een geschikte verspreidingsmethode van de bevindingen, zodat deze van betekenis konden zijn voor zowel de transgendergemeenschap als de Gemeente Den Haag.
Vanaf de start van het onderzoek spraken de onderzoekers hun verlangen uit om kunst te creëren – niet alleen als een persoonlijke vorm van expressie, maar ook als een krachtig middel om de ervaringen en stemmen van de bredere transgendergemeenschap zichtbaar en voelbaar te maken. Zij wilden deze kunst graag tentoonstellen in Den Haag, bij voorkeur in verbinding met de bevindingen van het onderzoek. Als thema voor deze kunstwerken kozen zij de vraag: Wat betekent trans-zijn voor jou? als inspiratiebron en leidraad voor het creatieve proces. Dit leidde tot de creatie van de kunstwerken die hieronder zijn afgebeeld. In totaal maakten drie van de vijf onderzoekers en twee van hun respondenten een kunstwerk. Na de zes dataverzamelingsbijeenkomsten vond in juni 2024, als onderdeel van fase 2, een verdiepende sessie plaats waarin werd voortgebouwd op de bevindingen uit de eerste fase. Daarnaast werden ongeveer tien aanvullende interviews afgenomen met transjongeren om een uitgebreider inzicht te verkrijgen in de obstakels, kansen en behoeften die zij ervoeren. Voor deze gelegenheid werden alle onderzoekers en hun respondenten samengebracht. Tijdens deze bijeenkomst werd een gezamenlijke maaltijd gecombineerd met reflectie op het onderzoeksproces en de openstaande vragen. De resultaten van fase 1 werden geverifieerd en verfijnd, en de methodologie werd geëvalueerd.
Bovendien stond centraal wat het onderzoek had betekend voor zowel de onderzoekers als de respondenten. De betrokken community-onderzoekers leidden deze sessie door niet alleen de vormgeving op zich te nemen, maar bijvoorbeeld ook de introductie te verzorgen. De kwalitatieve data uit fase één en twee waren leidend bij het ontwikkelen van de semigestructureerde interviews met zorgverleners in de derde fase van het onderzoek, die in oktober 2024 plaatsvond. Een van de twee facilitators voerde 14 semigestructureerde interviews uit met zorgverleners en andere belangrijke figuren die volgens de jongeren een rol speelden, of zouden moeten spelen, in de transzorg in Den Haag (zie Deel 2). Hierbij werd specifieke aandacht besteed aan degenen die op dat moment geen transzorg verleenden, zoals huisartsen. Met deze geïntegreerde benadering werd gestreefd naar het schetsen van een gelaagd beeld van de transzorg in de regio, met als doel de zorgverlening te verbeteren en beter af te stemmen op de daadwerkelijke behoeften van transjongeren. In oktober en november 2024 organiseerden we twee data-analysesessies waarin de onderzoekers, samen met de facilitator, de belangrijkste thema’s uit de dataverzameling analyseerden en verder verdiepten. Tijdens deze sessies werden ook de belangrijkste aanbevelingen besproken en uitgewerkt.
Op basis van deze gesprekken werd door de onderzoekers ook een lijst met aanbevelingen voor hulpverleners en huisartsen die werken met transgender jongeren opgesteld (zie Bijlage 1). Tegelijkertijd werkten de onderzoekers verder aan hun kunstwerken, die een integraal onderdeel vormden van het project. Op basis van de input van de onderzoekers namen de facilitator en andere betrokkenen de leiding in het schrijven van het rapport. De conceptversie werd vervolgens aan de onderzoekers voorgelegd voor feedback en verdere verfijning. 5
Terminologie In dit rapport hanteren we neutrale voornaamwoorden. Wanneer we in de context van het onderzoek met en over transjongeren naar hen verwijzen, gebruiken we standaard de voornaamwoorden die/diens, tenzij zij expliciet anders aangeven. Daarnaast gebruiken we queer als bredere aanduiding waar gepast wanneer wordt verwezen naar de oneindige meervoud van niet-dominante gender en seksualiteit oriëntaties van mensen.
Beperkingen Tijdens het onderzoek hebben we samen met de jongeren besproken welke groepen wel en niet zijn meegenomen. Hieruit concludeerden we dat bepaalde groepen niet of onvoldoende zijn bereikt, wat de representatie en diversiteit van de verzamelde data heeft beïnvloed: • Beperkte vertegenwoordiging van minder politiek actieve transpersonen: Transpersonen die minder politiek actief zijn of zich minder associëren met hun trans-zijn, zijn beperkt vertegenwoordigd. Deze groep, die soms ook worstelt met geïnternaliseerde transfobie, bleek moeilijk te betrekken bij het onderzoek. • Gebrek aan diversiteit in kleur, klasse en achtergrond: Mensen van kleur, niet-expat immigranten, en mensen met minder financiële middelen waren ondervertegenwoordigd. • Perspectieven van mensen met diverse fysieke en mentale mogelijkheden: Het perspectief van personen met niet-dominante fysieke en mentale mogelijkheden en uitdagingen is onvoldoende meegenomen. • Leeftijdsdiversiteit: Oudere transpersonen zijn niet bereikt, hoewel dit een belangrijke groep is waar nog weinig over bekend is. Ook het perspectief van jonge kinderen en hun ouders is in het ontwerp niet meegenomen. Toevallig bleken enkele zorgverleners ouders te zijn van een transjongere, wat volgens de jongeren cruciale inzichten kan bieden voor betere ondersteuning van deze groep.
Zorgverleners: Wat betreft de zorgverleners hebben we voornamelijk gesproken met mensen die affiniteit hadden met transpersonen vanwege hun eigen interesse en werkzaamheden. Twee van deze zorgverleners waren ervaringsdeskundigen, en twee anderen hadden transpersonen in hun familiekring en/of werkomgeving. Hoewel deze zorgprofessionals vanwege hun openheid, ervaring met transpersonen en bereidheid om deel te nemen aan dit onderzoek waarschijnlijk niet volledig representatief zijn voor alle zorgverleners, was hun ervaring en kennis waardevol. Hun inzichten hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het ophalen van ervaringen die relevant zijn voor het onderzoek.
6
DEEL 1 TRANSZIJN 3. TRANSZIJN Trans-zijn werd door de jongeren omschreven als een reis, een proces van voortdurende verandering en zelfontdekking. Het gaat voor hen niet alleen over medische aspecten, maar over de hele ervaring: van jezelf leren kennen en vormen, tot het vinden van vreugde in de dingen die je uniek maken. Zoals een van hen zei: “Het is een verandering en verplaatsing van jezelf naar iets waar je je heel prettig bij voelt.” Transzijn is voor hen dan ook meer dan alleen de transitie; het omvat ook non-conformiteit, verzet tegen dominante normen en een zoektocht naar wat comfortabel voelt. Zoals één van hen het uitdrukte: "Het is niet alleen van A naar B, maar ook van B naar C naar D, en dan weer terug naar A – gewoon die beweging." Deze beweging symboliseert verandering, vrijheid en loskomen van maatschappelijke verwachtingen, waarbij ze actief alternatieven creëren die beter bij hen passen. Hoewel dit de ervaring is van de jongeren, ervaren zij dat trans-zijn door de buitenwereld vaak wel als binair (van A naar B) en als voornamelijk medisch wordt gezien. De jongeren in dit onderzoek denken veel na over wat het betekent om trans te zijn in deze wereld.
Aan de ene kant erkennen ze dat het moeilijk is, bijvoorbeeld de onzekerheid die het met zich meebrengt maar ook de huidige maatschappelijke context waarin zij in toenemende mate vijandigheid en transfobie van anderen ervaren. Tegelijkertijd ervaren zij dat transzijn hen ook mogelijkheden geeft om zichzelf te ontdekken, om jezelf steeds meer op 1 te zetten, om grenzen te stellen wat betreft wat jij wil en kan in relatie tot andere mensen.
Alles en Niks / Everything and Nothing - Jay Wouters Met mijn kunstwerk wil ik graag de nadruk leggen op de gedachte dat trans zijn niet óf dit, óf dat is. Voor mij is trans zijn zoveel meer dan alleen de dysforie en moeilijkheden in de wereld, net zoals dat het zoveel meer is dan enkel de euforie en prettige dingen. Trans zijn kan mooi en fijn zijn, het kan je de ruimte bieden om op onderzoek te gaan naar wie jij bent. Maar het kan ook onzekerheid met zich meebrengen, zowel als negativiteit vanuit de maatschappij. Het schenkt je een community, maar het stelt je ook bloot aan haatdragers. Trans zijn betekent niet één ding voor mij, maar alles bij elkaar. Met mijn kunstwerk wil ik daar de nadruk op leggen; dat er zoveel kanten, meningen, onderdelen zijn, dat het bijna niet te verwoorden is. (Jay)
7
‘Verdrinken in je eigen badkuip, maar wel in een mooie badkamer’- Fester Vogels Ik wist al direct dat ik iets met water wilde doen. Een groot deel van mijn trans beleving heeft met water te maken. De fluïde vorm, het zachte, maar ook het harde, het onvergeeflijke. Naast de metaforische betekenis heeft het ook een veel concretere betekenis. Ik wil zwemmen. In het water voel ik me vormloos. Ik beweeg mee met het water en het water met mij. Tegelijkertijd huist een enorme angst voor water zich in mij. Wat schuilt er onder het wateroppervlak en kan ik wel goed genoeg zwemmen? In dit werk wilde ik mezelf positioneren in een plek die gelijktijdig comfortabel en oncomfortabel is. Die dubbelzinnigheid is erg aanwezig in mijn trans-zijn. Door mezelf in een fijne badkamer te schilderen terwijl ik in het water lig, maar tegelijkertijd wordt overgenomen door datzelfde water, kon ik in beelden laten zien hoe trans zijn voor mij is. Het water is een aangename temperatuur, er liggen gekleurde tegeltjes op de grond, er drupt nog wat water van de tandenborstel van mijn lief. Het is fijn, maar er is ook dreiging. Dingen zijn zelden eendimensionaal en met dit schilderij wilde ik dat laten zien. Het trans zijn is mooi en kleurrijk en warm en eng en gevaarlijk. Al zei het dat de warmte meestal van binnen komt en de kilte van buiten.
8
'It’s a shame I look good in a dress’ Nadia Gil Nadia Gil (2002) is een fotograaf uit Polen, momenteel studerend aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. In dit project werkt Nadia voornamelijk met het medium fotografie en onderzoekt die hoe haar relatie met het dragen van jurken in de loop der tijd is geëvolueerd. Nadia verdiept zich in de maatschappelijke betekenis van de jurk en onderzoekt waarom deze zo’n prominente rol speelt in culturele percepties en persoonlijke identiteit. The work "It's a shame I look good in a dress" emerges from a space of both power and curiosity, with these two elements existing equally. Being trans means embracing change—changing for yourself, being open to transformation, and pushing against stereotypes. In this work, I am exploring that dynamic. Being queer and trans is an integral part of my work, whether it's explicit or more subtle. My experience as a trans person shapes how I see the world, and in turn, how I create art. This project is an exploration of that perspective. It asks: What assumptions and opinions do viewers bring with them? What are mine? Does this project challenge or reinforce certain ideologies? My goal is to create work that brings attention to aspects of queerness that are often overlooked, while approaching it all with a sense of humor.
9
NAAKTHOND, 2024-2025. Mordecai Kobi Ijeh. NAAKTHOND is een serie werken van een fenotypisch vrouwelijk mensfiguur met een blauw honden hoofd. NAAKTHOND staat voor de transgender kunstenaar symbool voor de disconnectie tussen lichaam en geest. De expressie van het hondenhoofd (likkende bek, oren naar achteren en een wegkijkende blik) suggereert spanning en oncomfortabelheid. Daarnaast is het mensenlichaam bloot en open, voor de toeschouwer zichtbaar. Er is een strijd tussen geliefd willen worden de liefde kunnen accepteren. NAAKTHOND staat symbool voor de strijd tussen zelfliefde en acceptatie, en dysforie.
10
"Vijf jaar geleden schreef ik ‘to me this is freedom’ op mijn lichaam. Het was een moment van bevrijding, van ademhalen na jaren in een wereld die te strak om me heen zat. Mijn littekens waren een antwoord, een bewijs dat ik kon kiezen voor mijn eigen verhaal.
Toen voelde dit als het hoogtepunt, als de vrijheid waar ik altijd naar had verlangd. De top van de berg. Maar vrijheid is niet het einde. Vrijheid is het begin. Vijf jaar later sta ik hier opnieuw. Met een veranderd lichaam, en een andere blik. Vrijheid heeft ruimte gemaakt voor iets nieuws: een gevoel van thuiskomen, een aanvaarding van mijn lichaam ongeacht hoe de wereld mij ziet. Mijn lichaam is mijn canvas geworden, mijn verhaal in lagen. Dit is geen eindpunt. Ik bouw verder op wat er was, herhaal en herontdek, omdat ik mezelf blijf scheppen. De vrijheid die ik toen voelde groeit en verandert met mij mee. Dit nieuwe werk is geen kopie, maar een echo. Een gesprek tussen toen en nu. Een zelfportret van iemand die vrijheid vond, en nu durft te zeggen: ik ben thuis. -Jules Christopher (2025)”
11
Labels en voornaamwoorden Jongeren benoemden dat er vaak een verschil is tussen de labels die ze in zorg- of welzijnsinstellingen gebruiken en de labels die ze zelf hanteren. Sommigen identificeren zich als trans, genderqueer, transmasculine, of a-gender, terwijl andere jongeren termen zoals hetero, transman, transfem en 'quink' (queer en twink) gebruiken. Deze veelzijdigheid aan labels helpt hen om verschillende aspecten van hun identiteit te verkennen en te communiceren, ook al voelen deze labels soms ook beperkend of ontoereikend. Voor sommigen zijn labels een middel om hun identiteit te communiceren, anderen zien ze als een politiek statement. Eén van de onderzoekers verwoordde het als volgt: "Voor mij is het ook wel deels een politiek statement, want als je een groep mensen onder het label non-binair kunt zetten, dan kun je misschien een beeld krijgen van hoe groot die groep is. Op zich pas ik wel binnen dat label, maar tegelijkertijd ben ik ook gewoon [mijzelf]. Voor mij voelt het niet heel erg alsof dat mijn label is of dat het volledig bij mij past. Je wordt toch in een hokje gedrukt, ook al kies je dat hokje zelf. En als je dan geen optie hebt om eruit te stappen, dan denk ik: laat maar.
Ik ben een mens, en ik houd het daarbij." Andere onderzoekers en respondenten deelden deze gedachtegang en gaven aan zich soms niet te willen identificeren met een specifiek gender, maar simpelweg als 'mens'. Sommigen ervaren een label als te beperkend of voelen zich te dynamisch om vast te houden aan één identiteit. Tegelijkertijd benadrukten ze dat labels in bepaalde situaties noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld om toegang te krijgen tot zorg of om anderen hun identiteit beter te laten begrijpen. Dit spanningsveld tussen persoonlijke identiteit en sociale context besprak één van de onderzoekers met diens respondent: "Daar hebben we het nog heel lang over gehad: als al die dingen wegvallen, wat zou je dan zeggen? Maar het is zo geïnternaliseerd om het makkelijk te maken voor anderen. Als transpersoon denk ik dat je het vaak voor anderen probeert makkelijker te maken." Tegelijkertijd roept het strategische gebruik van labels vragen op, zoals waarom ze zorg nodig hebben als ze zichzelf niet altijd als “trans” of “transfluide” ervaren. Hierin speelt het spanningsveld tussen binnen- en buitenwereld een grote rol. Terwijl deze jongeren vaak niet binair zijn, bewegen ze zich binnen een non-binaire identiteit die continu onder druk staat van de samenleving.
Wanneer iemand bijvoorbeeld als femme wordt gelezen terwijl dit niet overeenkomt met hun ervaring van fluiditeit, is het noodzakelijk om interventies in te zetten die hen in staat stellen hun genderfluiditeit te communiceren met de buitenwereld. Zoals queer theorist Jack Halberstam benadrukt ontstaat genderdysforie vaak niet vanuit een intrinsieke worsteling, maar vanuit de constante ervaring van verkeerd gelezen worden door de samenleving.2 Wat buiten speelt, werkt door in de binnenwereld, waarbij jongeren worden geconfronteerd met een maatschappij die binaire structuren als uitgangspunt neemt. Tegelijkertijd worstelen ze met geïnternaliseerde machtsstructuren die hen dwingen hun identiteit binnen deze kaders te passen, zelfs als dat niet strookt met hun persoonlijke gevoelens. De eigen verlangens van jongeren geven richting aan hun fluiditeit, maar botsen ook met de beperkingen van een samenleving die denkt in vaststaande categorieën. Om meer ruimte te creëren voor hun fluiditeit en om hun identiteit te ondersteunen, hebben zij interventies nodig die zowel trans- als fluiditeit-bevestigend zijn. Deze interventies bieden niet alleen praktische ondersteuning, maar helpen ook bij het deconstrueren van beperkende normen en het vormgeven van een wereld waarin hun identiteit vrijer kan bestaan.
2 Halberstam, J. (2017). Trans: A quick and quirky account of gender variability (Vol. 3). Univ of California Press.
12
Transjoy Zoals eerder gezegd richt onderzoek naar transgender personen richt zich vaak op problemen zoals worstelingen, lijden, beperkte toegang tot zorg, structurele uitsluiting en andere vormen van geweld, zowel in Nederland als daarbuiten. Tijdens de bijeenkomsten in fase 1 spraken de onderzoekers hun behoefte uit om verder te kijken dan de problemen waarmee transidentiteit vaak wordt geassocieerd. Zij wilden juist ruimte creëren om te praten over de mooie en plezierige aspecten van trans-zijn. Zoals een deelnemer verwoordde: “Ik denk dat het belangrijk is om te laten zien dat er ook menselijkheid en vreugde is, en dat we meer zijn dan alleen een probleem dat opgelost moet worden.” Hoewel de uitdagingen en pijnpunten met betrekking tot transidentiteit niet werden ontkend, stonden ze niet centraal. De focus lag op het delen van positieve ervaringen en momenten van vreugde, om zo een completer beeld te schetsen van wat het betekent om trans te zijn. De transjongeren waren dus kritisch op de dominante eenzijdige benadering en spraken hun behoefte uit om ook andere dimensies van transidentiteit te belichten, met name de vreugde die ermee gepaard kan gaan, door de jongeren ook wel aangeduid als joys. Deze focus op joys is volgens de jongeren vooral waardevol voor transjongeren zelf.
Een respondent zei hierover: “Het is belangrijk dat cismensen weten hoeveel pijn er zit in transzijn, maar ook dat transmensen weten hoeveel vreugde er zit in trans-zijn.” De jongeren benadrukten dat onder transmensen vaak het idee leeft dat trans-zijn vooral zwaar en uitdagend is, terwijl het net zo belangrijk is om te ontdekken en te erkennen hoe mooi en vervullend het ook kan zijn. In de context van trans-zijn werd transjoy door de jongeren in ons onderzoek op uiteenlopende manieren ervaren en beschreven. Een respondent verwoordde het als volgt: “[Transjoy] is dat wanneer je wakker wordt en water drinkt, dat verfrissende, dorstlessende gevoel keer vierduizend. Het voelt als vreugde 100% plus 5%.” Transjoy betekent voor de jongeren ook zelfliefde en persoonlijke groei. De jongeren gaven aan dat trans-zijn hen sterker in hun schoenen heeft laten staan, en grenzen heeft leren aangeven, zowel naar zichzelf als naar familieleden en mensen in de bredere maatschappij. Het heeft hen geholpen om zichzelf beter te leren kennen en nieuwe aspecten van hun identiteit te verkennen, zoals de blijdschap van de eerste keer je haar knippen of de vreugde die voortkomt uit gender-bevestigende zelfexpressie. Zelfexpressie werd daarin breed geïnterpreteerd: van een jurk dragen tot haarkleur, tattoos en brillen – alles wat hen helpt zich uit te drukken op een manier die goed voelt.
Voor de jongeren is een belangrijk aspect van transjoy de kracht van community. De jongeren gaven aan dat het vinden van een veilige queerspace, waar je meteen welkom wordt geheten, een diep gevoel van verbondenheid geeft. “In een queerspace voel ik mij echt meteen… je kent elkaar niet, maar het voelt nog steeds heel close,” zei een onderzoeker. Deze gemeenschappen bieden de jongeren meer dan acceptatie; ze creëren ruimte voor zelfliefde en bieden een omgeving waarin mensen zichzelf volledig kunnen zijn, zonder zich constant te hoeven verdedigen of verklaren. Seksualiteit is voor de jongeren een ander belangrijk onderdeel van transjoy. Een respondent merkte op dat seks voor hen een zeldzaam moment is waarop hun lichaam op een manier wordt erkend die klopt met hoe zij zichzelf zien. Toen zij zichzelf konden benoemen als non-binair en dat in intieme situaties vooraf duidelijk konden maken, verbeterde hun seksleven aanzienlijk. Een onderzoeker reflecteerde op diens eigen seksualiteit in relatie tot trans-zijn: “Mijn liefdesleven is ook veel beter geworden sinds ik uit de kast ben. Niet alleen omdat mijn lichaam meer overeenkomt met wat ik voel, maar ook omdat mijn partner me ziet zoals ik gezien wil worden, en me aantrekkelijk vindt op die manier.”
13
Het is hier belangrijk te benoemen dat hoewel seksualiteit een aspect van transjoy kan zijn, het tegelijkertijd ook een bron van spanning en onzekerheid is. Voor jongeren die geen sterke verbinding voelen met hun lichaam, is het überhaupt moeilijk om na te denken over hun eigen seksualiteit. Daarnaast ervaren jongeren die daten buiten queer gemeenschappen vaak extra spanning. Zij moeten zich verhouden tot cis-mensen die transzijn niet goed begrijpen, het ‘ingewikkeld’ vinden of er anderszins moeite mee hebben, wat het nadenken over en beleven van seksualiteit bemoeilijkt. De ervaringen van jongeren met seksualiteit in de context van trans-zijn onderstrepen de noodzaak van inclusieve seksuele voorlichting die genderdiversiteit erkent en ruimte biedt voor trans lichamen en ervaringen. Zowel de onderzoekers als de respondenten gaven aan dat zij in hun jeugd een dergelijke voorlichting hebben gemist. Het binaire karakter van de seksuele voorlichting op scholen sloot niet aan bij hun behoeften en liet belangrijke aspecten onbesproken. Ze hadden graag meer geleerd over de emoties die gepaard gaan met seksualiteit en intimiteit, evenals over consent en communicatie. Bovendien zien de jongeren een verband tussen het gebrek aan educatie over genderdiversiteit in seksuele voorlichting en de discriminatie, stigmatisatie en transfobie waarmee zij worden geconfronteerd.
Het bieden van genderinclusieve en empathische seksuele voorlichting kan volgens hen bijdragen aan een betere acceptatie en begrip in de samenleving. Hoewel het concept van transjoy de vreugdevolle aspecten van trans-zijn benadrukt, roept het voor veel jongeren ook uitdagingen op. Veel van hen ervaren een disconnectie met hun eigen lichaam wat het moeilijk maakt om na te denken over het plezier dat dit lichaam hen brengt. Het nadenken over transjoy werd door sommigen dan ook als ingewikkeld ervaren. Zoals een respondent het verwoordde: “Het is zo’n confronterende vraag, omdat ik nooit eerder ben gevraagd om vreugde in mijn lichaam te vinden in plaats van pijn.” Voor velen speelt de spanning tussen hun innerlijke ervaring en de maatschappelijke perceptie van trans-zijn een belangrijke rol. Dit wordt duidelijk in de woorden van een respondent die haar worsteling met transjoy toelichtte: “Voor mij is het lastig, vooral omdat er mannen zijn die mij lastigvallen omdat ik trans ben. Het is moeilijk om dan aan mijn lichaam te denken zonder die negatieve connotaties.” Een van de onderzoekers illustreerde het duale karakter van transjoy als volgt: "Ik ontmoet zoveel mensen en kom op zoveel plekken die queer en trans zijn, en die zijn echt fucking geweldig.
Dan denk ik soms: ik heb bijna medelijden met de rest, dat je dit niet kunt meemaken – die chosen families, de zorg voor elkaar, het luisteren naar elkaar. Ja, en [als trans] ben je zoveel creatiever, of tenminste, dat voelt zo in mijn wereld. Het is zoveel gezelliger en kleurrijker, en het brengt me echt heel veel plezier. Ik zou het voor geen goud willen missen. Maar het is jammer dat zodra je vanuit die wereld in gesprek gaat met de rest van de wereld, het lastig wordt. Dat vind ik vooral moeilijk. Niet omdat ik er niet in pas, want dat wil ik ook helemaal niet. En boeien, jullie zijn echt fucking saai. Het kan misschien makkelijker, maar makkelijk is niet altijd beter. Dus... ik zit hier wel goed." Hoewel het niet altijd eenvoudig was om na te denken over transjoy, vonden de jongeren het belangrijk dat het in het onderzoek werd meegenomen. Een respondent reflecteerde hier als volgt op: "Het was interessant om hierover na te denken. Maar het was ook een beetje ongemakkelijk. Ik denk dat we allemaal zo geconditioneerd zijn om ons lichaam te haten, en het te zien als iets wat niet voldoet, vooral met hoe het narratief rond trans-zijn vaak wordt afgebeeld – het gaat altijd over pijn en lijden, en dat het slecht is. Het is dan moeilijk om je lichaam te zien als iets dat vreugde geeft, ook al is het nog steeds mijn lichaam als ik lach. Want dat is toch een moment van vreugde.
En dat is nog steeds iets wat mijn lichaam me heeft gegeven, hoewel ik het heel moeilijk vond om de vraag te beantwoorden, gewoon omdat ik zoiets nog nooit eerder ben gevraagd. Dus ja, voor mij voelde het als een heel belangrijke vraag om in het interview te hebben.”
14
Voor sommige jongeren paste het woord opluchting beter bij hun gevoelens dan vreugde, en speelde dit een grotere rol in hun ervaringen. Tijdens de eindbijeenkomst, waarin werd gereflecteerd op het idee van transjoy, zei een respondent: "Voor mij was het de moeilijkste vraag, want ik ben in transitie gegaan vanwege de dysforie. Ik wilde ervan af, want het beïnvloedde mijn leven op een negatieve manier. Ik kon bijvoorbeeld helemaal niet studeren, dus ik ben gestopt. Nu voel ik me veel comfortabeler in mijn lichaam. Ik zou het niet echt vreugde noemen, meer opluchting. Het is fijn om niet constant ellendig te voelen. Opluchting kan een soort vreugde zijn, denk ik.”
4. TOEGANG TOT ZORG De lange wachttijden bij het VUMC worden door jongeren beschreven als een zware beproeving, waarbij velen het gevoel hebben slechts een nummertje te zijn. Er wordt een dringende behoefte geuit aan meer structurele transzorg en ondersteuning, met name in Den Haag. Jongeren hekelen het gebrek aan spreiding van expertise, het overgewicht van instellingen zoals het VUMC, en pleiten voor de mogelijkheid om bepaalde stappen al bij de huisarts te zetten. Het gevoel in een ‘wachtmodus’ te zitten maakt het proces verder mentaal zwaar. Jongeren ervaren dat hun leven op pauze staat terwijl ze wachten op zorg. Eén van de jongeren, inmiddels in behandeling, gaf aan tijdens de wachtperiode alleen te kunnen denken aan de transitie, waardoor er geen ruimte was voor persoonlijke ontwikkeling buiten dat proces. Pas nu hij toegang heeft tot hormonen en andere genderbevestigende zorg heeft (gehad) lukt het hem verder te kijken dan zijn transidentiteit en kan hij zich bijvoorbeeld focussen op zijn carrière en toekomst. Uit het onderzoek bleek dat niet-Nederlands sprekende transjongeren die in Den Haag wonen, aanzienlijke barrières ondervinden bij het toegang krijgen tot zorg. Het gebrek aan Engelstalige informatie maakt het voor deze jongeren moeilijk om het zorgaanbod te navigeren en te begrijpen hoe zorgverzekeringen werken.
Daarnaast is het vinden van psychologische hulp een uitdaging, omdat de door zorgverzekeringen gedekte opties vaak uitsluitend Nederlandstalig zijn. Deze taalbarrière belemmert niet alleen de toegang tot zorg, maar vergroot ook het gevoel van isolatie en frustratie bij deze jongeren.
Meer dan alleen hormonen Toegang hebben tot hormonen en gender bevestigende operaties hebben op veel jongeren een positieve invloed. Het laat hen beter en steeds meer zichzelf voelen. De resultaten tonen echter aan dat jongeren niet alleen behoefte hebben aan toegang tot hormonen, maar ook aan een luisterend oor en erkenning. Dit ontbreekt vaak. Een onderzoeker vertelde over een gesprek met een respondent: "Een van mijn participanten had heel lang op de wachtlijst gestaan. Hij begon op zijn zestiende en kreeg pas op zijn twintigste hormonen. Ik vroeg hem of het vooral moeilijk was dat hij die hormonen zolang niet kreeg. Hij zei: ‘Het gaat niet per se om die hormonen, het gaat erom dat ik geen toekomstperspectief krijg in de zorg. Er werd niet naar me geluisterd. Dus ja, ik wilde heel graag hormonen, maar misschien is luisteren en erkenning belangrijker dan die hormonen.’" Het ontbreken van erkenning en begrip maakte het proces zwaarder dan nodig. Jongeren ervaren dat zorgverleners hen belasten met onnodige, intieme vragen, zoals over masturbatie of hun seksleven, soms in het bijzijn van ouders. Dit leidt tot gevoelens van ongemak en het idee dat zij geen grenzen kunnen aangeven.
15
“Er komen gewoon heel veel vragen dat je denkt van dit is echt vet persoonlijk en dat heeft niet per se te maken met mijn transitie en zou je ook niet vragen aan een cis-persoon of wie dan ook... Like je moet op zekere hoogte dingen weten, maar sommige dingen zijn gewoon te persoonlijk… En er is ook geen consent ofzo, want het wordt gewoon gelijk gezegd van dit en dit en niet zo van hey deze vraag is persoonlijk, je mag het ook niet beantwoorden ofzo. Dat wordt gewoon nooit gezegd.” Jongeren hebben het gevoel dat zij alles moeten delen om zichzelf te bewijzen en de noodzakelijke behandeling te krijgen. Tegelijkertijd ervaren de jongeren dat zorgverleners trans-zijn vaak benaderen als een transitie van punt A naar punt B, waarbij non-binaire identiteiten onvoldoende serieus worden genomen. Dit creëert een omgeving waarin zij zich niet vrij voelen om open en eerlijk te zijn over hun genderidentiteit, uit angst voor negatieve gevolgen die dit kan hebben voor het verkrijgen van genderbevestigende zorg. Een van de jongeren beschreef dit als volgt: "Non-binaire identiteit wordt niet serieus genomen en je moet door veel hoepels springen om je goed te voelen in je lijf. En dat zorgt voor zorgen. Er wordt heel serieus gedaan over het idee van medisch transitioneren, terwijl het voor mij een ontdekkingsreis is. Het hoeft niet zo...
het is natuurlijk wel serieus, maar het hoeft niet zó serieus." Daarbij brengt het huidige systeem vaak gevoelens van schaamte met zich mee, zoals een andere jongere toelichtte: "Je hoort heel vaak een soort van ja… je durft eigenlijk niet… ja dat is hetzelfde eigenlijk als dat je je ervaringen durft te uiten eh omdat je dan problemen kan krijgen, nare gevolgen kan krijgen. Eh… het systeem nu brengt schaamte daarbij, omdat eh het is ook zeg maar, je kan nu niet zeggen… je gaat door dat hele proces en stel het werkt niet. Stel je voelt je niet fijn bij de hormonen. Je bent al door al die dingen heen gegaan, je durft niet nu te zeggen van nou ik wil toch niet. Omdat dat heel veel schaamte met zich meebrengt." In deze context voelen jongeren zich niet veilig om hun ervaringen, twijfels of zorgen openlijk te delen. Tegelijkertijd ervaren ze een constante druk om te bewijzen dat ze 'trans genoeg' zijn. Dit maakt het extra moeilijk om af te wijken van de dominante opvatting dat transitie een lineaire reis is van A naar B. De binaire benadering van transjongeren in relatie tot de toegang tot zorg komt ook naar voren in de interviews met ervaringsdeskundige zorgprofessionals.
In hun eigen ervaring en sociale netwerk zien zij ook dat jongeren aan bepaalde binaire verwachtingen moeten voldoen om überhaupt in aanmerking te kunnen komen voor een indicatiestelling en/of de continuering van specialistische transzorg. Een medewerker van Jong & Out zegt hierover: “Bij transvrouwen is dat ze heel erg in een plaatje van vrouwelijkheid worden geduwd, die vaak niet realistisch is. En het wordt bijna door de maatschappij opgelegd en daardoor gaan ze zich op een bepaalde manier gedragen en dan zie je gewoon dat ze zich er ook niet prettig bij voelen, maar als ze dat niet doen dan kunnen hun hormonen worden afgenomen, omdat ze niet transgender genoeg zijn… zodra je nog in het begin van je transitie zit moet je nog een heleboel dingen bewijzen, dan is het heel erg het stereotype van extreme mannelijkheid bij transmannen, extreme vrouwelijkheid bij transvrouwen zonder dat ze zich daar echt nog bij neerleggen van past dit wel bij mij? Als je daar als transvrouw bijvoorbeeld binnenkomt en je draagt een broek, dan is dat meteen een minpuntje, want je moet dan binnenkomen in een jurk of rok of je moet hakken dragen. En als je als transman binnenkomt en je hebt lang haar, dan is het ook meteen een minpuntje, want lang haar is vrouwelijk. Je moet kort haar hebben, een broek dragen en je moet geen nagellak hebben. Je moet heel erg passen in het plaatje.”
16
Als voorbeeld van de binaire benadering in de zorg werd door deze ervaringsdeskundige ook nog de ervaring van een transjongere genoemd, die na een lange wachtlijst bij de VU terecht kon. Hij werd echter uit het traject gehaald, omdat hij niet trans genoeg zou zijn. Hij kon weer opnieuw beginnen, maar was wel volledig door de pubertijd heen en kampte daarna met zware psychische problemen. Naast deze binaire benadering maakt ook medicalisering van trans-zijn het proces extra moeilijk. Jongeren ervaren dat trans-zijn wordt gezien als een ziekte die een diagnose en psychiatrische betrokkenheid vereist. Én van de respondenten van de transonderzoekers heeft het gevoel dat we dit kunnen vergelijken met hoe homoseksualiteit in het verleden maatschappelijk werd benaderd: "Ja, en het is een beetje zoals vroeger bij gay mensen. Heel veel mensen hebben hulp nodig met hun seksualiteit, want het is een ding. Als je in deze samenleving opgroeit, dan is dat iets waar je mee kan struggelen. Maar het feit dat een psychiater daaraan vast moet zitten en jou een diagnose moet geven en zo… dat was vroeger dus ook zo met gay mensen, right. Dat… daar… daar is hij tegen." De respondent voegt toe dat excuses van de psychiatrie voor de pathologisering van trans-zijn op hun plaats zouden zijn, net zoals die excuses ooit werden gemaakt voor de behandeling van homoseksualiteit.
De rol van de huisarts en alternatieve oplossingen Jongeren ervaren een gebrek aan kennis bij huisartsen over hoe zij transjongeren adequaat kunnen ondersteunen. Hoewel zowel de jongeren als de ervaringsdeskundigen die aan dit onderzoek hebben deelgenomen begrijpen dat huisartsen een drukke agenda hebben en niet alles kunnen weten, leidt deze onwetendheid vaak tot een gevoel van onnodige zelfstandigheid. Jongeren voelen zich vaak genoodzaakt om zelf informatie te verzamelen, hun zorgtraject uit te stippelen en de juiste zorgverleners te vinden, wat als belastend wordt ervaren. Toch benadrukken jongeren ook dat sommige huisartsen bereid zijn om ‘buiten de lijntjes te kleuren’. Deze artsen tonen flexibiliteit, openheid en de bereidheid om samen met de jongeren op zoek te gaan naar de juiste ondersteuning, zelfs als zij zelf niet over alle kennis beschikken. Het wordt enorm gewaardeerd wanneer huisartsen actief luisteren, doorvragen en aangeven bereid te zijn om bij te leren of door te verwijzen naar specialisten. Dit soort betrokkenheid geeft jongeren het gevoel dat zij er niet alleen voor staan en dat hun identiteit en zorgbehoeften serieus worden genomen. Juist deze uitzonderingen laten volgens de jongeren zien hoeveel verschil een persoonlijke en proactieve benadering kan maken in hun ervaring met de zorg.
Daarnaast zijn er concrete voorbeelden waarin het gebrek aan basiskennis bij huisartsen heeft geleid tot verkeerde doorverwijzingen of het volgen van onjuiste routes in het zorgtraject, met onnodige vertragingen als gevolg. Dit had voorkomen kunnen worden met een beter geïnformeerde aanpak. Een zorgverlener met ervaringskennis deelde dat hij zelfs zijn eigen huisarts moest onderwijzen. Hij vertelde: "Ik moest mijn eigen huisarts leren hoe mijn hormonen geïnjecteerd moesten worden. Dat betekent dat ik eerst zelf moest leren hoe mijn hormonen geïnjecteerd moesten worden en dat ik het daarna nog iemand anders moest uitleggen. Ik injecteer mezelf nu, want mijn huisarts begint er gewoon niet aan." [Ervaringsdeskundige zorgverlener, Den Haag] Daar waar sommige huisartsen welwillend zijn maar onwetend zijn, krijgen jongeren bij andere huisartsen dus bijvoorbeeld geen doorverwijzing of hulp bij het inspuiten van hormonen. Een onderzoeker verwoordt dit als volgt: "Ik heb vaker gehoord dat mensen bij de huisarts aanklopten en dat hen werd gezegd: ‘Daar kunnen wij niet mee helpen.’ Dat is toch vet raar, want waar moet je dan heen?" 17
De manier waarop huisartsen het proces van transjongeren negatief kunnen beïnvloeden werd gedurende dit onderzoek duidelijk in het geval van een van de onderzoekers. De onderzoeker had via een kliniek eindelijk toegang tot testosteron blokkers maar diens huisarts wilde hen niet helpen bij het toedienen: “Ze willen me basically gewoon niet die blokkers geven zeg maar. Als in ik heb ze fysiek in mijn koelkast right as we speak, maar ik had gebeld of ze het willen injecteren bij me, maar daar doen ze nu ineens echt fucking vaag en lastig over. En nou willen ze opeens…dan moeten ze bespreken met de GGD en…mijn arts van de transgender kliniek. Maar mijn arts had al toegezegd dat mogen jullie doen, maar nu wachten ze op de GGD, maar de GGD is nooit…als je de GGD belt… dat je overlegt dan is het klaar. Ik wacht nu al een week en…dan denk ik van ja…mijn…mijn eigen tante is bijvoorbeeld doktersassistent. Ga ik dan naar mijn eigen tante om te vragen of zij het kan injecteren?” De beschreven ervaring van deze onderzoeker illustreert enerzijds hoe versnipperd de zorg voor transjongeren is, wat het proces kan vertragen. Anderzijds laat het zien hoe transjongeren creatieve oplossingen buiten de gebaande paden zoeken en elkaar ondersteunen met informatie en praktische hulp.
In dit specifieke geval werd de onderzoeker tijdens het delen van hun verhaal door de andere onderzoekers aangemoedigd om hulp van diens tante te vragen. Samen werd er actief meegedacht over vervolgstappen, wat de onderlinge solidariteit en inventiviteit onder transjongeren benadrukt. Door de lange wachtlijsten en het gevoel van gebrekkige hulp zoeken jongeren vaak naar andere oplossingen, zoals hulp in het buitenland of Do It Yourself (DIY)-methoden. DIY brengt echter stress met zich mee, bijvoorbeeld over waar hormonen te verkrijgen, hoe veilig te injecteren en hoe doseringen te bepalen. Organisaties zoals T-RREX bieden hierbij ondersteuning, bijvoorbeeld met bloedtesten en praktische tips, maar het blijft een onzekere en belastende route.
Neurospicy Voor zowel de onderzoekers als hun respondenten was het heel normaal om over neurodiversiteit te praten. De jongeren beschreven zichzelf als ‘neurospicy’, een term die onder jongeren wordt gebruikt om neurodiversiteit aan te duiden. Tijdens de groepsbijeenkomsten was er daarnaast veel ruimte voor het bespreken van een ‘brein dat gewoon anders werkt.’ De jongeren gaven bijvoorbeeld geregeld aan dat ze soms moeite hebben met het verwerken van prikkels, het moeilijk vonden om zich voor lange tijd te concentreren waardoor ze tijdens de sessies soms ook andere dingen wilden doen om gefocust te kunnen blijven. Dit werd niet geproblematiseerd en in sommige gevallen als iets verrijkends in relatie tot trans-zijn gezien. Volgens een ervaringsdeskundige en voormalig vrijwilliger zou neurodiversiteit onder transjongeren eraan kunnen bijdragen dat transpersonen zelfbewuster zijn, minder in hokjes (willen) passen, omdat ze toch al buiten de norm vallen. Deze respondent zegt daarover: “Veel transpersonen die ik ken, zitten ook op het spectrum of hebben iets van een neurodiversiteit. Ik heb er wel eens over nagedacht… Als je neurodivers bent, dan sta je al wat verder van de samenleving, omdat je niet zo goed past in de systemen die zijn gemaakt … in welke gradatie dan ook.
Dus is het ook veel makkelijker om verder te kijken dan wat die samenleving je te bieden heeft ofzo, in plaats van wanneer je daar gewoon seamless in vloeit. Maar als je al een beetje buiten [die systemen] wordt geduwd, per ongeluk of expres of whatever, dan kom je ook veel meer in sferen buiten de norm en heb je dus ook eigenlijk veel meer ruimte om dingen te exploreren dan als je wel heel erg [in die systemen] past en daarin mee kan gaan. Dat is misschien wel logisch want je bent al een beetje anders, dus dan is het niet gek om te gaan kijken, ja veel meer introspectief te gaan kijken ofzo of daar sneller bij te komen.” [Ervaringsdeskundige en voormalig vrijwilliger]
18
De transjongeren hebben wel behoefte aan meer psychologische ondersteuning, niet per se verbonden aan een genderkliniek, maar wel met expertise op het gebied van genderdiversiteit en fluïditeit. Zij willen hier het liefst terecht voor het medische traject, zodat het diagnostische gedeelte daar kan plaatsvinden. Daarnaast is er behoefte aan toegankelijke en betaalbare counseling, inclusief Engelstalige opties. De gratis counseling die momenteel wordt aangeboden bij het seksuele gezondheidscentrum (van de GGD) blijkt vaak niet toereikend. Een respondent gaf aan dat hen daar vooral zelf informatie moest geven over wat non-binariteit inhoudt en steeds een andere counselor kreeg. Met name internationale respondenten ervaren dat er te weinig therapeuten zijn die in het Engels willen en/of kunnen werken. Wanneer deze therapeuten wel beschikbaar zijn, hanteren ze vaak hoge expatprijzen. Naast formele therapie is er ook vraag naar meer laagdrempelige mentale ondersteuning, zoals een respondent het verwoordde: “Een plek waar je gewoon dingen kan delen of een gesprek kan hebben.” Dit sluit aan bij de sterke behoefte aan sociale plekken voor transjongeren (zie ook hieronder). Zowel binnen het medische als het mentale aspect van gender-gerelateerde zorg benadrukken jongeren het belang van meer ervaringsdeskundigen en zorgverleners van kleur.
Dit speelt in op de behoefte aan vanzelfsprekendheid: de wens om zichzelf niet continu te hoeven uitleggen, om als mens te worden behandeld en serieus genomen te worden. Zoals één van de jongeren zei: “Jezelf herkennen in een ander, dat geeft een veilig gevoel.”
Toenemende transfobie Wat regelmatig werd genoemd, is de toenemende transfobie. Het onderzoek laat zien dat jongeren transfobie in verschillende vormen en gradaties ervaren. Zowel jongeren als ervaringsdeskundigen vertelden dat zij op school, op straat en op de werkvloer geconfronteerd worden met uitsluiting, intimidatie en (verbaal) geweld. Voorbeelden die naar voren kwamen, zijn het van de trap geduwd worden, opzettelijk aangelopen worden, uitgescholden worden, fysiek geweld ondergaan, en het vernielen van posters van de Pride of Paarse Vrijdag. Daarnaast deelde een van de onderzoekers diens ervaring op de werkvloer: “Ik werkte in een coffeeshop en toen een bepaalde leidinggevende erachter kwamen dat ik trans was stopte ze met me inroosteren. Ze hebben me nooit officieel ontslagen maar van collega’s kreeg ik te horen dat het was omdat ze geen transpersonen achter te balie wilden hebben. Mijn beste vriendin werkte er toen ook en heeft ontslag genomen uit solidariteit.” Ook medewerkers van de GGD signaleren een toename van online haat tegen transpersonen. De verharding in de maatschappelijke context en het scherpere debat rondom transzijn hebben bovendien invloed op de vraag naar psychologische ondersteuning en op wat psychologen in hun praktijk terug horen van cliënten.
Zowel jongeren als zorgverleners met ervaringskennis zien een verband tussen de toegenomen transhaat en de groeiende zichtbaarheid van transpersonen. Dit wordt vaak vergeleken met hoe de acceptatie van homoseksualiteit decennia geleden verliep. Een ervaringsdeskundige omschreef het als volgt: “[Het voelt als] een soort renaissance. Je ziet het eigenlijk gewoon weer gebeuren van toen in de jaren zestig, zeventig en tachtig dat homoseksualiteit een beetje genormaliseerd werd en het in de mainstream kwam. Het werd gedecriminaliseerd en er was zoveel backlash. En nu zijn we vijftig jaar verder en … ik zie nu eigenlijk precies hetzelfde gebeuren met transpersonen die helemaal gedemoniseerd worden zoals vroegen de homoseksuelen dat werden. Ja het is echt een soort renaissance. Mensen hebben het gevoel dat we op hun tenen stappen. Dat zie je ook wel met dat regenboogfietspad, mensen die erom heen fietsen of een regenboogbankje kapot maken. Zichtbaarheid is belangrijk maar dan wel met bescherming of een opvangnetwerk.” [Ervaringsdeskundige (oud) vrijwilliger] 19
De transjongeren ervaren dat transpersonen vaak buiten de samenleving vallen vanwege de wijdverbreide uitsluiting en discriminatie. Ze voelen zich doorgaans niet in staat om zichzelf te zijn in de huidige maatschappij en ervaren een gebrek aan veiligheid. Het idee van een wereld waarin transzijn volledig genormaliseerd is, voelt voor hen onvoorstelbaar. Dit maakt het ook lastig om te bedenken hoe zij bij gevoelens van uitsluiting ondersteund zouden kunnen worden. Een van de respondenten zei hierover: ”Het probleem is niet dat mensen het niet weten, of dat er niet genoeg zichtbaarheid is met betrekking tot trans issues. Het is niet zo dat mensen niet weten hoe ze kunnen helpen. Het is een actieve politieke counter mobilization. Het is niet zo van, je weet wel, dat ik denk: "Oh, als ze maar wisten dat dit is wat ik nodig heb om me gesteund te voelen." Het is meer: nee, ze vinden niet dat ik zou moeten bestaan. ” Transjongeren geven aan dat op zichzelf staande acties, zoals het aanleggen van een regenboogzebrapad, vaak goed bedoeld zijn, maar weinig effect hebben op het tegengaan van transfobie. In sommige gevallen lijken dergelijke initiatieven zelfs agressie op te wekken. Op dit moment ontbreekt het volgens hen aan voldoende zichtbaarheid, en wordt het algemeen geaccepteerd dat mensen onwetend blijven.
Om echt verschil te maken, is het daarom essentieel om diversiteit in gender en seksualiteit te normaliseren. Een concrete manier om dit te bereiken, volgende vele respondenten, is door de heteronormatieve seksuele voorlichting op scholen te herzien. Scholen kunnen daarnaast bijdragen door ervaringsdeskundigen uit te nodigen om te spreken over genderdiversiteit. Dit kan helpen om de voorlichting beter te baseren op feiten in plaats van aannames en stereotypen over transpersonen. Het integreren van deze perspectieven in het onderwijs kan bijdragen aan meer begrip en acceptatie van genderdiversiteit in de samenleving. Eén van deze jongeren voegt hieraan toe dat, als we willen dat transpersonen veilig zijn, er fundamentele veranderingen nodig zijn: “Yeah, to be fair, like, that's what kind of came up in my answering of the question and like a massive rant on every system I could possibly think of, should be destroyed. Like this is not just a matter of you can't disconnect transness from others, like you can't disconnect transphobia from other systems of oppression: patriarchy, which transphobia is an inherent part of patriarchy, right? It is a form of sexism. It is, you know, a fight for feminism as well and then connect patriarchy. Well, what can you not connect patriarchy to right colonialism, racism, imperialism, capitalism, etc.