RIS321718 Concept PUK Oude Haagweg 4 - 36 geredigeerd
Tekst van het document
Voor inzicht in de verspreiding van gierzwaluwen raadpleeg de gierzwaluwkaart via www.kaartendenhaag.nl onder Stadsnatuur https://stadsnatuur-ddh.hub.arcgis.com/
Idealiter wordt het gebouw c.q. worden alle spouwmuren (gevelzijdes) geschikt gemaakt als Maatvoering van één verblijfplaats/vleermuiskast: verblijfplaats. In dat geval hoeft niet gerekend te worden met de puntenaantallen voor verblijfplaatsen - Vleermuiskast heeft een oppervlakte van minimaal 2,5 m2 - Bovenstaande minimumoppervlate kan behaald worden door met meerdere lagen te werken, kasten te zoals hier beschreven. De 2 te behalen punten zijn schakelen of door de kasten te verbinden met andere verblijfruimtes dan voor groot zomer-/kraamverblijfplaatsen én - één of meerlagig; bij voorkeur meerlagig. Dit geeft extra variatie in microclimaat en extra winterverblijfplaatsen volledig behaald. Vleermuisvriendelijkheid spouwmuren altijd toetsen uitwijkmogelijkheden voor vleermuizen bij wisselende weersomstandigheden en realiseren in samenspraak met ingehuurd ecoloog. - Openingen tussen de compartimenten 20-30 (h) bij 50-100 mm (b) Invliegopening: - Entreesteen of invliegopening in kast zelf: 22 mm (h) en 50-100 mm (b)
Incorporeren van insectenstenen: Plaatsen van vijf insectenstenen (= 1 cluster) per gebouw op enkele meters afstand van elkaar waarbij er minimaal twee op een zon beschenen plek worden gestitueerd en twee op een meer beschaduwde plaats. De neststenen moeten op maximaal drie meter afstand van nectarleverende planten en maximaal twee meter boven het maaiveld (of dakoppervlak in het geval van een groen dak) worden geplaatst. Kleinschalig project: het inmetselen van 1 cluster van vijf insectenstenen per gebouw*; Middelgroot project: het inmetselen van 2 clusters van vijf insectenstenen per gebouw*; Grootschalig project: het inmetselen van 3 clusters van vijf insectenstenen per gebouw*. *met inachtneming van afstand tot nectarleverende planten, maaiveld (c.q. groen dakoppervlak)
Realiseren van inbouw nestplaatsen voor huismussen: Kleinschalig project: 2 neststenen voor huismussen per gebouw*; Middelgroot project: 6 neststenen voor huismussen per gebouw*; Idealiter worden verblijfplaatsen gerealiseerd Grootschalig project: 6 neststenen voor huismussen per gebouw*. waarbij hele dakranden en/of schuine daken van *Deze maatregel is alleen functioneel als in de omgeving voldoende leefgebied (tuinen, hagen, dichte struiken) aanwezig is en/of wordt gerealiseerd. gebouwen geschikt zijn (geen vogelvides), op Neststenen dienen in een cluster te worden geplaatst. geschikte hoogte. In dat geval hoeft niet gerekend te worden met aantallen nestplaatsen Voor neststenen geldt: - neststeen met invliegopening van 35 mm in diameter; zoals boven beschreven. Verblijfplaatsen niet zijde neststenen mogen alleen worden toegepast - plaatsing niet direct boven ramen of deuren - ophanghoogte tussen de 5,5 en 12 meter vanaf maaiveld (binnen eerste drie woonlagen), minimale als deze speciaal ontworpen en bewezen ophanghoogte is 3 meter; effectief zijn, in samenspraak met ingehuurd - onderlinge afstand invliegopeningen is minimaal 0,5 meter; ecoloog (eventuele nadere informatie - ingangen op het noorden, oosten en/of noordoosten; opvraagbaar bij gemeente).
- binnen straal van 50 meter van nestplaats enkele dichte (het liefst inheemse) heesters zoals wilde liguster, hulst, vuurdoorn of klimop, rommel- en onkruidhoekjes, zand (zandbak of plantborder) en water. Voor inzicht in de verspreiding van huismussen raadpleeg de huismuskaart via www.kaartendenhaag.nl onder Stadsnatuur https://stadsnatuur-ddh.hub.arcgis.com/
Maatregel
1
Randvoorwaarden: - zorgen voor variatie in windrichtingen zodat zoveel mogelijk variatie in microclimaat wordt geboden, in ieder geval positionering ook op zuidgevel - geen directe verlichting op in-/uitvliegopening - in-/uitvliegopening vrij van obstakels zoals takken of bomen - hoogte in-/uitvliegopening > 2,5 meter - ruw (niet scherp) duurzaam materiaal - geen lichtval op gevel Voor inzicht in de verspreiding van vleermuizen raadpleeg de vleermuiskaarten via www.kaartendenhaag.nl onder Stadsnatuur https://stadsnatuur-ddh.hub.arcgis.com/
Nestplaatsen voor huismussen bij groene tuinen/pleinen
Idealiter worden verblijfplaatsen gerealiseerd waarbij hele dakranden en/of schuine daken van gebouwen geschikt zijn (geen vogelvides), op geschikte hoogte. In dat geval hoeft niet gerekend te worden met aantallen verblijfplaatsen zoals boven beschreven. Verblijfplaatsen niet zijde neststenen mogen alleen worden toegepast als deze speciaal ontworpen en bewezen effectief zijn, in samenspraak met ingehuurd ecoloog (eventuele nadere informatie opvraagbaar bij gemeente).
50
Aanleg van groen dak (30 - 50 cm dik) met kruiden, dwergheesters en struiken; minimaal 40% van de footprint en bij voorkeur tot 30m, eventueel tot 50m hoogte; zijnde geen gebruiksfunctie Aanleg van groen dak (> 50 cm dik) met kruiden, dwergheesters, struiken en bomen (de benodigde gronddekking voor bomen is minimaal 1,20 m); minimaal 40% van de footprint en bij voorkeur tot 30m, eventueel tot 50m hoogte; zijnde geen gebruiksfunctie Tuin tegen de gevel op maaiveldniveau over een lengte langs de gevel van minimaal 5 meter, aaneengesloten (grondgebonden). Zorg voor 1,5 meter vrije doorgang tot rand stoep. Aanplant van lage beplanting, heesters zoals wilde liguster, vuurdoorn en/of lage klimplanten zoals klimhortensia, clematis of kamperfoelie. Tegengaan van uitstralen binnenverlichting op plaatsen waar het gebouw grenst aan groene omgeving (openbaar groen): uitschakelen verlichting tussen zonsondergang en zonsopgang of gebruik van afscherming. Beplanting tegen de gevel op maaiveldniveau (grondgebonden) over een lengte langs de gevel van minimaal 5 meter, aaneengesloten, met plantgatbreedte gerekend vanaf de gevel van minimaal 3050 cm. Aanplant van hoge klimplanten zoals klimop, wilde wingerd, bruidssluier, blauwe- of goudenregen.
Punten Aspect
1
verblijf
Realiseren van inbouw nestkasten voor spreeuwen: Kleinschalig project: 2 neststenen voor spreeuw per gebouw*; Middelgroot project: 6 neststenen voor spreeuw per gebouw*; Grootschalig project: 6 neststenen voor spreeuw per gebouw*. *Deze maatregel is alleen functioneel als in de omgeving (binnen 500 meter) brede groenstroken en/of gazons aanwezig zijn. Het is een echte graslandvogel. Voor nestvoorzieningen geldt: - nestvoorziening met ovale of rechthoekige invliegopening van 65 mm (breed) en 30 mm (hoog); - plaatsing niet direct boven ramen of deuren - ophanghoogte tussen de 5,5 en 12 meter vanaf maaiveld (binnen eerste drie woonlagen), minimale ophanghoogte is 3 meter; - onderlinge afstand nestvoorzieningen is minimaal enkele meters; - ingangen op het noorden, oosten en/of noordoosten.
Winterverblijfplaatsen voor vleermuizen
Realiseren van massawinterverblijfplaatsen in het gebouw (spouwmuren): Kleinschalig project: n.v.t. (te weinig massa van het gebouw)*; Idealiter wordt het gebouw c.q. worden alle Middelgroot project: 1 massa winterverblijfplaats voor vleermuizen per gebouw*; Grootschalig project: 1 massa winterverblijfplaats voor vleermuizen per gebouw*. spouwmuren (gevelzijdes) geschikt gemaakt als verblijfplaats. In dat geval hoeft niet gerekend te worden met de puntenaantallen voor verblijfplaatsen Randvoorwaarden voor één massawinterverblijfplaats: - Middelgroot en grootschalig project: geschiktheid van gehele spouwmuur van minimaal één gevelzijde van zoals hier beschreven. De 2 te behalen punten zijn het betreffende gebouw (idealiter worden meerdere gezelzijdes geschikt gemaakt) dan voor groot zomer/kraamverblijfplaatsen én - Spouwmuur moet uit stenig materiaal bestaan winterverblijfplaatsen volledig behaald. Vleermuisvriendelijkheid spouwmuren altijd toetsen - Diepte hangplek/minimale spouwdiepte 17-30 mm en realiseren in samenspraak met ingehuurd ecoloog.
- Invliegopeningen kunnen gerealiseerd worden door het aanbrengen van entreestenen en/of open stootvoegen - maat invliegopening 20 mm (h) bij 50-100 mm (b) - geen directe verlichting op invlieg-/uitvliegopeningen en gevel zelf - invlieg-/uitvliegopeningen vrij van obstakels zoals takken of bomen - hoogte invliegopening > 2,5 meter *Deze maatregel is alleen functioneel als het gebouw grenst aan bestaand of nieuw functioneel groen in directe omgeving (100 - 200 meter) > bomenrijen, water, bos, bosschages, grasland/gazons > met voldoende donkere plekken. Voor inzicht in de verspreiding van vleermuizen raadpleeg de vleermuiskaarten via www.kaartendenhaag.nl onder natuur en milieu, Stadsnatuur https://stadsnatuur-ddh.hub.arcgis.com/
1
omgeving
Geen buitenverlichting bij groen
Dit kan uit oogpunt van veiligheid betekenen dat de functies groen en wandel- en fietspaden niet samen gaan.
1
omgeving
Cluster van 3 inheemse bomen
In clusters aanplanten / behouden van minimaal 3 inheemse bomen, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, beuk, haagbeuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes.
Punten Aspect
Maatregel
Nadere omschrijving maatregel
1
omgeving
Cluster van inheemse struiken > 50m2
In clusters aanplanten van inheemse struiken groter dan 50 m² grondoppervlak (aaneengesloten) met minimaal 3 soorten: hulst, taxus, meidoorn, sleedoorn, hazelaar, vlier, gelderse roos, egelantier, vuilboom en/of krentenboompje.
1
omgeving
aansluiting groene tuin en ecologische structuur
Versterk Stedelijke Groene Hoofdstructuur / ecologische zone door groene tuin rondom het gebouw hierop aan te laten sluiten, zowel qua ligging (laten grenzen) als qua inrichting (beplantingstypen).
1
omgeving
Insectenhotel
Aanleg van insectenhotel op 3 locaties op maaiveldniveau; plaatsing op zonnige plaats in nabijheid van bloemrijk grasland en opgaand groen (luwte van struiken) is vanwege functionaliteit een vereiste. Aanplant van inheemse nectarrijke struiken met een rijke variatie aan voedsel geselecteerd voor vlinders: minimaal 25m² grondoppervlak aaneengesloten. Realiseren van droog bloemrijk grasland, minimaal 10m² grondoppervlak, aaneengesloten. Eventueel inzaaien met inheems kruidenrijk graslandmengsel: grassen met meerjarige kruiden. Het mag ook gaan om spontane ontwikkeling van braakliggende (industrie)terreinen of omvorming gazon. Na inrichting overgaan op ecologisch beheer. Realiseren van openingen onderaan schutting/hekwerk voor kleine fauna (zoals egels): opening van minimaal 15x15cm. Alleen functioneel bij hekwerk op maaiveldniveau. Bij renovatie / restauratie aan oude muren met geschikte groeiplaatsen: rekening houden met verplaatsen van muurplanten en realiseren van muren met terugliggend voegwerk met kalkhoudende specie en vochtig metselwerk met afstromend regenwater of het realiseren van kademuren met een muurplantvriendelijke constructie die is voorzien van een smalle spouwmuur met vochthoudend materiaal om planten van voldoende water te voorzien, kalkhoudende specie en een terugliggende voeg.
1
omgeving
Voor vlinders geschikte struiken
1
omgeving
Droog bloemrijk grasland > 10m2
1
omgeving
Faunapassage onder hekwerk
1
omgeving
Muurplanten in oude (kade)muur
1 1
omgeving omgeving
Doorstroming van open water Rustzone fauna langs wateroever
2
omgeving
Natuurlijke haag > 25 meter
2
omgeving
Natuurlijke verharding > 25% areaal
2 2
omgeving omgeving
Boomgaard met > 10 fruitbomen Grasland met inheems bloemengsel > 500 m2
2
omgeving
Groen > 25% onbebouwde areaal
2
omgeving
Zoomvegetatie langs perceelranden
2
omgeving
Ecologische wadi
3
omgeving
Natuurlijke poel
3
omgeving
Pocketpark (minipark)
2
omgeving
Rij van > 10 inheemse bomen
2
omgeving
Natuurvriendelijke of drijvende oever > 10 m
1
Onbepaald
(Innovatieve) natuurinclusieve maatregel
Zorg ervoor dat water voldoende doorstroomt, vooral als het zonbeschenen water betreft Realiseer een rustzone over een oeverlengte van > 10 meter voor dieren langs open water delen van de oevers zonder verstoring door mensen en/of honden door gebruik van hoge vegetatie, padenstructuren en verplicht aanlijnen van honden Aanplant van hagen - al of niet ter vervanging van hekwerk/ schutting - over een lengte van minimaal 25 meter en met breedte van tenminste 1 meter en hoogte van 1,5 meter met inheemse soorten zoals wilde liguster, spaanse aak, zuurbes, hulst, beuk of haagbeuk. Tegengaan van betegeling: gebruik halfverharding of natuurlijke verharding (houtsnippers of grind) over minimaal 25% grondoppervlak van de onbebouwde kavel met als voorwaarde dat de verharding niet bedoeld is als voetpad / loopverbinding. Aanplant van boomgaard met minimaal 10 fruitbomen: appel, kers, peer, pruim en/of walnoot. Realiseren van bloemrijk grasland. Inzaaien met inheems kruidenrijk graslandmengsel: grassen met meerjarige kruiden, minimaal 500 m² grondoppervlak. Na inrichting overgaan op ecologisch beheer. Tegengaan van betegeling: gebruik geen verharding over 25% van het onbebouwde grondoppervlak en beplant dit met stedelijk groen; het gaat daarbij bosplantsoen met inheemse bomen en struiken.
Realiseren van ruige groene randen ter plaatse van groene dooradering waar deze van lage ecologische kwaliteit is (wat nu gazon is): ruigte van soorten als bijvoet (droog) en riet (nat), minimaal 10m² grondoppervlak. Ecologische inrichting en beheer van wadi's, voor zover aanwezig; het gaat om een komvormige bufferings- en infiltratievoorziening, die tijdelijk gevuld is met hemelwater Realiseren van poel / vijver met minimaal 1 meter waterdiepte, 3 meter diameter en flauw talud; beplant inheemse oeverplanten: zoals gele lis, moerasandoorn, grote kattenstaart, moerassprirea, echte valeriaan, grote egelskop en inheemse waterplanten: zoals witte waterlelie, gele plomp, watergentiaan, kikkerbeet.
Realiseren van een minipark van minimaal 250 m2 als ‘groene oase’ of ‘stadstuin’ in een stedelijke en stenige omgeving van woningen, kantoren en wegen voor multifunctioneel gebruik voor laagdynamische functies (natuur, ontspanning, ontmoeting). Belangrijkste kenmerk is dat wandelpaden, zitbankjes en stadsbomen (zoals iep en linde), op creatieve en harmonieuze wijze worden afgewisseld met (lage) inheemse struiken en/of kruiden. Voor het verkrijgen van de punten geldt dus de voorwaarde dat gekozen wordt voor inheemse struiken- en plantensoorten. Om zoveel mogelijk functies tegelijkertijd te realiseren is meerlaags ruimtegebruik (bijvoorbeeld verhoogde borders en pergola’s) mogelijk. Het benutten van regenwater is een pre, maar vraagt wel meer ruimte. In dat geval kunnen ook poelen, waterstroompjes en oevervegetaties ontwikkeld worden waarbij eventueel menselijk gebruik niet ten koste mag gaan van kwetsbare natuurwaarden. Aanplant / behoud van minimaal 10 inheemse bomen in bomenrij of bomengroep: zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, beuk, haagbeuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en lijsterbes.
Open water voorzien van natuurvriendelijke oevers: minimaal 10m oeverlengte met talud van 1:5 of flauwer. (Innovatieve) natuurinclusieve maatregel niet genoemd in deze tabel.
Duurzame leefomgeving/groen
Den Haag is een dichtbebouwde stad en door de verwachte groei zal deze dichtheid verder toenemen. Daarom zetten we in op het behouden en versterken van bestaande kwaliteiten. In de Agenda Ruimte voor de Stad wordt “verdichten, vergroenen en verduurzamen” als uitgangspunt benoemd voor een toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling. Dit gebeurt door te bouwen in de bestaande stad zodat het landschap rondom de stad behouden kan blijven en vervoersbewegingen geminimaliseerd worden. We koesteren de kwaliteit van de bestaande openbare ruimte en het groen in de stad om de gevolgen van het veranderende klimaat op te kunnen vangen en biodiversiteit te versterken. Ook worden de transities rond de energievoorziening, grondstoffengebruik en mobiliteit betrokken bij de ontwikkeling van de stad. Er wordt gestreefd naar een stad die alleen nog schone energie gebruikt. Nieuwbouwwoningen en -gebouwen zijn goed geïsoleerd en worden met lage temperatuurbronnen verwarmd. Ten aanzien van de hoeveelheid groen heeft de raad besloten (juni 2023): Vast te leggen dat expliciet bij elk ruimtelijk plan wordt gespecificeerd hoeveel bomen zullen worden gekapt conform de Nota stadsbomen en dit nadrukkelijker en goed vindbaar op te nemen in besluiten. Daarnaast voor deze plannen ook op te nemen hoeveel onverharde ruimte verdwijnt en groen wordt toegevoegd (groenbalans).
Naast het specificeren van deze verwachte groene gevolgen, dit te motiveren en hierbij aan te geven welke alternatieven hiervoor zijn bekeken (binnen de randvoorwaarden die al zijn vastgelegd) die resulteren in minder groenverlies. Normatief zijn de volgende uitgangspunten van belang: Er is een normatieve ruimtebehoefte van playgrounds van circa 300-350 m², van sport in openbare ruimte van circa 300-350 m² en van spelen van circa 1.000 m². Met playgrounds gaat het bijvoorbeeld om een voetbal-, basketbal- of volleybalveldje op stadsdeelniveau. Omdat er door de vergrijzing op stadsdeelniveau geen sprake is van toename van jeugd kan
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
51
de normatieve behoefte opgelost worden met de huidige capaciteit. Ook voor sport en openbare ruimte voorziet het stadsdeel in voldoende capaciteit. Voor spelen geldt dat in de behoefte moet worden voorzien op buurt/wijkniveau. Hiervoor geldt wederom dat, aangezien er geen sprake is van toename van jeugd op stadsdeelniveau, veel capaciteit voor spelen opgelost kan worden met de huidige capaciteit. Wel geldt dat voor de leeftijdscategorie 0-6 jaar het uitgangspunt is dat binnen een loopafstand van circa 100-150 meter één speelplek van circa 200 m² aanwezig is. Hieraan wordt voldaan met de huidige aanwezigheid van een speelplek op het Burgemeester Françoisplein en met circa 90 m² nieuw te realiseren speelplek in de verlengde Van Drieststraat. Ook wordt een semi-openbare daktuin gerealiseerd binnen het plangebied waarop gespeeld kan worden. Er is voldoende oppervlak aan groen in Loosduinen, dit plan hoeft alleen te voorzien in verblijfsruimte en verkoeling voor de eigen bewoners. Dat wordt met het groen in de planontwikkeling en het groen aan de overkant van de straat meetellend ruimschoots gehaald. Tevens wordt het groen areaal in het plangebied vergroot ten opzichte van de huidige situatie.
Relevante uitgangspunten staan in de volgende beleidsdocumenten: • Nota duurzaamheid: schone energie in een groene stad (RIS301829) • Den Haag Resilience Strategie (RIS302023) • Agenda Groen voor de stad (RIS294705) • Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag (RIS300506) • Nota Stadsnatuur (RIS305824) • Nota Stadsbomen (RIS307827) • Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS313059) • Moties Groen tenzij en Duurzaam tenzij • De Richtlijn Licht op Natuur (RIS 298657)
52
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
• • • • • • • • • •
Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744)) Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen 2021 (RIS307513) Stedelijk Energieplan 2020 (RIS306869) Transitievisie Warmte (RIS310442) Bronnenstrategie (RIS318482) Circulair Den Haag 2018 (RIS299353) Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS299397) Haags Bezonnings- en windnorm (RIS 170509) ‘Opfrissen’ kadernota openbare ruimte (RIS 314856)
Milieu, bodem en water Milieueffectrapportage Afhankelijk van de omvang en de samenhang van projecten binnen een gebied zal een project MER moeten worden opgesteld. Externe veiligheid De locatie wordt omringd door woningen. Dit betekent dat er geen bedrijven met een hoge milieucategorie op de locatie terecht kunnen komen. Aan de zuidelijke kant van het plangebied, Burgemeester Van der Veldestraat ligt een middenspanningsleiding en een gasleiding. In het bestemmingsplan is hiervoor geen beschermingszone opgenomen. Milieuzonering (lucht- en geluidkwaliteit) In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. In artikel 5.16 van de Wm is vastgelegd dat voor een plan dat niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, geen uitgebreid luchtkwaliteit onderzoek uitgevoerd hoeft te worden en het plan doorgang kan vinden. Onderzoek zal moeten uitwijzen wat de gevolgen van de ontwikkeling van de Oude Haagweg zijn op dit gebied.
Geluid De Wetgeluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Als geluidsgevoelige gebouwen dan wel terreinen zijn onder andere aangewezen woningen. De Wgh onderscheidt drie verschillende geluidsbronnen: industrie, spoorwegverkeer en wegverkeer. De Oude Haagweg is een relatief drukke weg waardoor er naar verwachting tot 69 decibel op de bestaande gevels terechtkomt. Daarmee moet rekening worden gehouden in de uiteindelijke uitwerking van de plannen. Een akoestisch onderzoek is daarbij noodzakelijk. Bodem Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet en de Aanvullingswet Bodem in werking getreden. Onder de Omgevingswet is het onderscheid tussen graven en saneren duidelijker. Bij graven is er alleen sprake van projectmatig grondverzet en is er geen saneringsdoelstelling. Bij het saneren van de bodem is er wel sprake van een saneringsdoelstelling om de kwaliteit van de bodem te verbeteren of contact met de verontreiniging te voorkomen. Wanneer de bodem wordt geroerd of grond wordt verzet, bijvoorbeeld voor een nieuwe fundering is bodemonderzoek noodzakelijk. De te bereiken bodemkwaliteit is afhankelijk van de beoogde functie. Ook spelen de (im)mobiliteit en mate van blootstelling van een verontreiniging een rol bij de eventueel te treffen saneringsmaatregelen. De bodemonderzoeken moeten van recente aard zijn.
Het advies aan de initiatiefnemer is om de bodemonderzoeken in een vroeg stadium te laten toetsen door het bevoegd gezag. Het plan wordt ook getoetst aan de Bouwverordening. Bij functiewijziging of herindeling van de functies zal dit vanuit andere wettelijke kaders zoals de Zuid Hollandse Omgevingsverordening en de gemeentelijke Afvalstoffenverordening consequenties kunnen hebben. Bij grondverzet zijn er mogelijk beperkingen voor het hergebruik van vrijkomende grond.
Op basis van bodemonderzoek uit het verleden (2016) is gebleken dat de bovengrond ter plaatse van de Burgemeester van der Veldestraat 27 licht tot matig verontreinigd is met lood. Dit bodemonderzoek is verouderd en er dient een nieuw onderzoek te worden uitgevoerd waarbij de aard en omvang van de loodverontreiniging in de bovengrond moet worden onderzocht. Relevante beleidsdocumenten: • Gemeentelijk rioleringsplan GRP 2021-2025 (RIS306620) • Uitvoeringsprogramma Bodem en ondergrond (RIS299493)
Bij de ontwikkeling aan de Oude Haagweg mag de hoeveelheid verharding niet toenemen. Het aanleggen van onder andere een daktuin op de parkeergarage kan bijdragen aan de waterbergingsopgave in het gebied.
Archeologie en cultuurhistorie Er ligt geen archeologische verwachtingswaarde binnen het plangebied. De locatie is niet gelegen binnen een beschermd stadsgezicht. Binnen het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Het dichtstbijzijnde monument is de Onze Lieve Vrouw Hemelvaart Kerk. Hier heeft de voorziene ontwikkeling geen effect op.
Lichthinder Ontwerpen moeten voldoen aan de Richtlijn lichthinder van de Nederlandse Vereniging voor Verlichtingskunde. Het gaat daarbij om de verlichting van het emplacement, reclameborden en logo’s en van voertuigen (personeel) en rijtuigen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met zowel omwonenden als fauna (vleermuizen). Voorkom uitstraling van licht naar boven en het aanlichten van omliggende panden Waterhuishouding, waterkwaliteit en waterveiligheid De waterschappen stellen hun eigen Watervisie op. Uitgangspunt is dat deze Watervisies betrokken worden in de omgevingsvisies van gemeenten. Voor Den Haag is de Watervisie van het Hoogheemraadschap van Delfland van belang. Deze visie bevat kaarten met specifieke informatie per gebied. Ze laten voor acht typische gebieden de opgaven zien die met water te maken hebben. Per gebied zijn vervolgens twee tot vier toekomstperspectieven uitgewerkt. Deze laten mogelijke richtingen zien waarin het gebied zich in de (verre) toekomst kan ontwikkelen. Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het beheer van de primaire waterkering en het waterkwantiteitsen waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Het initiatief dient rekening te houden met de gevolgen voor de waterhuishouding.
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
53
B. BIJLAGE BEZONNINGSONDERZOEK EN WINDHINDERONDERZOEK Locatie bezonningsstudie (meest kritische situatie) Maatgevende gevels woningen Van der Goeslaan
N
19 februari
Nieuw Gevelvlak 1 Gevelvlak 2
6 lagen 9 lagen
09.09 uur
10.00 uur
11.00 uur
12.00 uur
13.00 uur
14.00 uur
15.00 uur
16.00 uur
16.45 uur
09.09 uur
10.00 uur
11.00 uur
12.00 uur
13.00 uur
14.00 uur
15.00 uur
16.00 uur
16.45 uur
5 lagen
4 lagen
HAAGSE BEZONNINGSNORM > de bezonning op de maatgevende gevels van de naastgelegen gebouwen mag niet meer dan 50% afnemen ten opzichte van de huidige situatie
Bestaand Gevelvlak 1 Gevelvlak 2
> de bezonning op de maatgevende gevels van de naastgelegen gebouwen dient minimaal 2 uur te bedragen > de berekening geldt alleen voor de maatgevende dagen 19 februari en 21 oktober, indien deze dagen voldoen aan de norm, voldoen andere dagen binnen deze bandbreedte eveneens
UITWERKING De berekening van de bezonning op de maatgevende gevels is alleen van toepassing op de woningen aan de Van der Goeslaan (ten noordoosten van de projectlocatie). Dit hebben we berekend aan de hand van de gehele gevelvlakken. Uit de berekening blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde eisen uit de Haagse Bezonningsnorm.
2 lagen
Architektenkombinatie 2020.06 Den Haag - Oude Haagweg | 24 juni 2024
54
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
21 juni
21 oktober
09.00 uur
10.00 uur
11.00 uur
09.35 uur
10.00 uur
11.00 uur
12.00 uur
13.00 uur
14.00 uur
12.00 uur
13.00 uur
14.00 uur
15.00 uur
16.00 uur
18.00 uur
15.00 uur
16.00 uur
17.19 uur
09.00 uur
10.00 uur
11.00 uur
09.35 uur
10.00 uur
11.00 uur
12.00 uur
13.00 uur
14.00 uur
12.00 uur
13.00 uur
14.00 uur
15.00 uur
16.00 uur
18.00 uur
15.00 uur
16.00 uur
17.19 uur
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
55
De Burgemeester - Oude Haagweg te Den Haag
De Burgemeester - Oude Haagweg te Den Haag
Windklimaatonderzoek
Windklimaatonderzoek
Opdrachtgever: Rapportnummer: HA 8248-1-RA-001 Datum: 17 juli 2024 Referentie: OO/MaV/ /HA 8248-1-RA-001 Verantwoordelijke: O.E. Otten Opsteller: ir. M.A. Verbruggen +31 858 228 623 m.verbruggen@peutz.nl
Rapportnummer HA 8248-1-RA-001 d.d. 17 juli 2024 Peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid Nlingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook - zoetermeer - groningen - eindhoven - haps - düsseldorf - dortmund - berlijn - nürnberg - leuven - parijs - lyon
56
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
HA 8248-1-RA-001 2
Inhoudsopgave
1
1
Inleiding
4
2
Normstelling en uitgangspunten
5
2.1
Norm gemeente
5
2.3
Windhinder en windgevaar volgens NEN 8100
5
2.2 2.3.1 2.3.2
2.4 2.5 3
Beslismodel NEN 8100 Windhinder
Windgevaar
Windklimaat op de locatie
Simulatie windsnelheden met CFD
Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing.
6 7
9
3.1
Windklimaat op maaiveldniveau
10
4
Samenvatting en conclusies
15
Windklimaat op balkons en galerijen
Voor het vervaardigen van het CFD-model is onder meer gebruik gemaakt van een door Architektenkombinatie aangeleverd 3D model. De stedenbouwkundige omgeving en de begroeiing is meegenomen aan de hand van gegevens uit openbare bronnen. In totaal is een gebied gemodelleerd is van circa 750 bij 620 meter.
5
10
3.2
Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) is een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing De Burgemeester aan de Oude Haagweg te Den Haag.
5
Rekenresultaten
Inleiding
Aanvullend is het windklimaat op de balkons, en buitenruimtes van de geplande bebouwing inzichtelijk gemaakt. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving.
12
f 1.1 Het gehanteerde 3D-model van de geplande bebouwing
HA 8248-1-RA-001 3
HA 8248-1-RA-001 4
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
57
2
Normstelling en uitgangspunten
zoals het verwaaien van haar, het wapperen van kleding en bij toenemende windsnelheid het bewaren van het evenwicht.
2 .1 N or m ge me ent e
Aan de hand van onderstaande t 2.1, afkomstig uit de NEN 8100, wordt een beoordeling gegeven van de te verwachten mate van windhinder.
Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is conform de Nota Haagse Hoogbouw 'Eyeline en Skyline' waarin voor het windklimaat wordt verwezen naar document RIS 170509, uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. In dit document is bovendien de volgende normstelling opgenomen:
t 2.1 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;H) in procenten van het aantal uren per jaar < 2,5 2,5 – 5 5 – 10 10 – 20 ≥ 20
Als ondergrens moet minimaal een ‘matig’ (zoals gekwalificeerd in NEN 8100) windklimaat worden nagestreefd. Een ‘slecht’ windklimaat wordt slechts bij hoge uitzondering en onder nadere voorwaarden toegestaan. Bij windgevaar worden twee kwalificaties gegeven: ‘beperkt risico’ en ‘gevaarlijk’. Het spreekt voor zich dat de kwalificatie ‘gevaarlijk’ in beginsel moet worden voorkomen.
Goed Goed Matig Slecht Slecht
III. Langdurig zitten Goed Matig Slecht Slecht Slecht
Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren.
2 .3 W ind hinde r en windge v aa r vo lg ens NEN 8100
2.3.2 Windgevaar
De gevoeligheid voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit waarmee men bezig is. Bij bijvoorbeeld het wachten bij een bushalte of het zitten op een terrasje zullen lagere windsnelheden eerder als hinderlijk worden ervaren dan bij stevig doorlopen. In de NEN 8100 wordt daarom voor de beoordeling van windhinder onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen. Bij hogere windsnelheden kan daarnaast sprake zijn van gevaarlijke situaties zoals evenwichtsverlies bij het passeren van gebouwhoeken en dergelijke. Hiervoor wordt getoetst op windgevaar.
Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde vDR;G gehanteerd. Op basis van t 2.2, afkomstig uit de NEN 8100, wordt bepaald of sprake is van windgevaar.
t 2.2 Criteria windgevaar volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;G) in procenten van het aantal uren per jaar
2.3.1 Windhinder
0,05 < p <0,30 p ≥ 0,30
Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is: als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op windhinder, die maatgevend is voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde vDR;H aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten een rol spelen,
Kwalificatie
Beperkt risico Gevaarlijk
De norm stelt: “Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen activiteiten klasse I (doorlopen). Voor activiteiten klasse II en III geldt de eis p ≤ 0,05. HA 8248-1-RA-001 5
25 MAART 2025
Goed Goed Goed Matig Slecht
II. Slenteren
Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt het lokale windklimaat beoordeeld als ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’. - Bij een goed windklimaat wordt onder normale omstandigheden geen windhinder ervaren. - Bij een matig windklimaat wordt af en toe overmatige windhinder ervaren. - Bij een slecht windklimaat wordt regelmatig overmatige windhinder ervaren.
De beoordeling van het windklimaat met betrekking tot windhinder en windgevaar, is in Nederland vastgelegd in de norm NEN 8100. Om te bepalen of windhinder en/of windgevaar te verwachten is, wordt gebruik gemaakt van het beslismodel in de NEN 8100. Hierin wordt onder meer beschreven in welke situaties windklimaatonderzoek nodig is. Voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter wordt onderzoek met CFD- of windtunnelsimulatie noodzakelijk geacht. Gezien de geplande bouwhoogte van maximaal 35 meter, wordt het uitvoeren van een windklimaatonderzoek als noodzakelijk beschouwd.
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
A B C D E
Activiteit I. Doorlopen
De overschrijdingskans van de drempelwaarde voor windhinder wordt ook wel de hinderkans genoemd. In de meetresultaten wordt de hinderkans met de kleur volgens t 2.1 weergegeven.
2 .2 B es lis mode l NE N 8100
58
Kwaliteitsklasse
HA 8248-1-RA-001 6
Situaties met een overschrijdingskans van p ≥ 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.” 2 .4 W ind kli maa t op d e lo ca t ie
Voor de vertaling van de resultaten van de berekeningen naar de werkelijke situatie wordt gebruik gemaakt van een windstatistiek. De NEN 8100 verwijst voor de benodigde meteogegevens naar de NPR 6097:2006 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van de bijbehorende software wordt voor de specifieke locatie een windstatistiek berekend op basis van meteogegevens van een groot aantal meteostations en gegevens over terreinruwheden tot 6 km afstand van het plan. De terreinruwheden van het omliggend gebied worden per categorie weergegeven in f 1.1. De kleur geeft de terreinruwheid aan, rood staat bijvoorbeeld voor stedelijk bebouwd gebied.
f 2.2 Windroos betreffende locatie volgens NPR 6097
t 2.3 Windstatistiek van de betreffende locatie volgens NPR 6097
f 2.1 Terreinruwheid tot 6 km afstand volgens NPR 6097
In f 2.2 is de op basis van de NPR 6097 berekende windroos op 60 meter hoogte boven de betreffende locatie te zien. De windroos geeft de kans op het voorkomen van wind uit een bepaalde richting weer. Met kleuren wordt de verdeling van windsnelheden binnen de betreffende richtingen aangeduid. Uit de windroos en onderstaande windstatistiek (t 2.3) blijkt dat op de planlocatie de wind relatief vaak uit het uit het zuidwesten (210° en 240°) komt. Bij deze windrichtingen treden ook de hoogste windsnelheden op. De zuidwestenwind is hiermee voor een groot deel bepalend voor het windklimaat op de planlocatie. HA 8248-1-RA-001 7
HA 8248-1-RA-001 8
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
59
2 .5 S imu l at i e windsn el hed en me t C F D
3
Het windklimaatonderzoek is uitgevoerd met Computational Fluid Dynamics (CFD). Aan de rand van het model wordt, afhankelijk van de terreinruwheid, het juiste windprofiel gesimuleerd. Verfijning van de lokale windsituatie vindt plaats door de direct omliggende bebouwing en begroeiing mee te modelleren.
Rekenresultaten Het windklimaat wordt beoordeeld op basis van de uitgevoerde CFD-berekeningen, de windstatistiek van de betreffende locatie en de grenswaarden zoals beschreven in de paragrafen 2.3.1 en 2.3.2 betreffende windhinder en windgevaar. Bij de beoordeling van het windklimaat wordt onderscheid gemaakt tussen de categorieën doorlopen en slenteren.
De windsnelheden worden met het CFD-model voor 12 windrichtingen berekend. Met behulp van de windstatistiek voor de planlocatie wordt vervolgens per windrichting de overschrijdingskans van de drempelwaarden van 5 en 15 m/s voor respectievelijk windhinder en windgevaar bepaald. De totale overschrijdingskans is de som van de overschrijdingskansen per windrichting, ook wel de hinderkans en de gevaarkans genoemd. Deze worden vervolgens getoetst aan de NEN 8100 om het lokale windklimaat te kunnen beoordelen.
In bijlage 2 zijn de rekenresultaten per windrichting weergegeven. In deze figuren wordt met kleuren de hinderkans per windrichting weergegeven, en met pijlen de lokale stromingsrichting. 3 .1 W ind kli maa t op maa i ve ldni v e au
In bijlage 1 is het technisch inlegvel, conform de NEN 8100, opgenomen. Het technisch inlegvel bevat een aantal rubrieken en aandachtspunten die een kort, schetsmatig overzicht geven van de relevante zaken van de CFD-berekeningen.
In figuur f 3.1 is uitsnede te zien van het model voor de geplande bebouwingssituatie. De geplande bebouwing is in oranje weergegeven.
In f 2.3 is een aanzicht gegeven van het rekengrid ter plaatse van de geplande bebouwing.
f 3.1 Aanzicht model
In f 3.2 wordt in een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk maaiveldniveau) de berekende hinderkans met kleurcontouren weergegeven. De kleuren zijn afgestemd op de beoordelingscriteria uit de NEN 8100. In f 3.3 is op vergelijkbare wijze de berekende gevaarkans weergegeven.
f 2.3 Aanzicht oppervlakte grid rekenmodel
HA 8248-1-RA-001 9
60
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
HA 8248-1-RA-001 10
geplande bebouwing naar het middenterrein lokaal een matig windklimaat vastgesteld. Geadviseerd wordt om de hoofdroutes in de doorgangen met een gunstiger windklimaat te plaatsen. Het tramstation langs de Oude Haagweg wordt gezien als windgevoelige functies, waar een hinderkans van minder dan 5% wordt nagestreefd, klasse A of B. Dit komt overeen met een beoordeling goed voor de activiteit slenteren. Ter plaatse van de perrons van het tramstation is een matig windklimaat vastgesteld, klasse C. De abri’s zijn niet in het model meegenomen, maar hier is op voorhand een gunstiger windklimaat te verwachten. Gezien de omliggende hogere bestaande bebouwing is de verwachting dat in de huidige situatie ook sprake is van een matig windklimaat ter plaatse van de perrons. Gebouwentrees worden tevens gezien als windgevoelige functie. Voor de gevels van de geplande bebouwing is overwegend sprake van een goed windklimaat, klasse A of B. Met name bij de doorgangen is lokaal sprake van hogere hinderkansen, waardoor deze locaties op voorhand minder geschikt zijn voor het plaatsen van entrees. Desgewenst kan het windklimaat rond de entree plaatselijk worden verbeterd door het plaatsen van de entree in een nis, of door het plaatsen van zijschermen loodrecht op de gevel.
f 3.2 Windhinder
Er is rond de geplande bebouwing nergens sprake van een beperkt risico op windgevaar of kwalificatie gevaarlijk, zoals blijkt uit f 3.3. Er wordt in de geplande bebouwingssituatie voldaan aan de eisen die de gemeente Den Haag stelt aan het windklimaat, namelijk minimaal een beoordeling matig. 3 .2 W ind kli maa t op b a l kons en g al er ij en
In f 3.4 en f 3.5 wordt in een horizontale doorsnede respectievelijk de berekende hinderen gevaarkans met kleurcontouren weergegeven. Uit deze resultaten blijkt dat op alle balkons langs de Oude Haagweg, welke als windgevoelige functie worden beoordeeld, een overwegend goed windklimaat te verwachten is, klasse A of B.
f 3.3 Windgevaar
Op de galerijen tussen de verschillende bouwdelen, welke worden gezien als doorloopgebied, is overwegend sprake van een goed windklimaat. Op enkele plaatsen is lokaal sprake van een beoordeling matig, klasse D. Op de galerijen waar een hogere hinderkans is vastgesteld wordt, met name door de aanwezigheid van gebouwentrees, geadviseerd windafschermende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld in de vorm van constructief ondersteunde begroeiing langs de kopse kant van de galerijen.
Rond de planlocatie is overwegend sprake van een goed windklimaat voor de activiteit doorlopen. Dit komt overeen met kwaliteitsklassen A t/m C en wordt in f 3.2 weergegeven met de kleuren blauw, groen en geel. Er is nergens sprake van een beoordeling slecht voor doorlopen, klasse E. Op enkele plaatsen is sprake van een matig windklimaat voor de activiteit doorlopen, klasse D, weergegeven met de kleur oranje. Dit is het geval op de kruising van de Oude Haagweg met de Burgemeester Hovylaan, waar met name ten gevolge van de open ligging de hinderkans plaatselijke hoger is. Daarnaast is in enkele van de doorgangen tussen de
Op de balkons en galerijen is nergens sprake van een beperkt risico op windgevaar of kwalificatie gevaarlijk. HA 8248-1-RA-001 11
HA 8248-1-RA-001 12
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
61
f 3.4 Windhinder op verhoogd niveau
f 3.5 Windgevaar op verhoogd niveau
HA 8248-1-RA-001 13
62
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
HA 8248-1-RA-001 14
4
Samenvatting en conclusies Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) is een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing De Burgemeester aan de Oude Haagweg te Den Haag. Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Aanvullend is het windklimaat op de balkons, en buitenruimtes van de geplande bebouwing inzichtelijk gemaakt.
Dit rapport bevat 16 pagina’s
Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Uit de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: - Rond de geplande bebouwing is overwegend sprake van een goed windklimaat. Er is nergens sprake van een beperkt risico op windgevaar of kwalificatie gevaarlijk. - Op de kruising van de Oude Haagweg met de Burgemeester Hovylaan, en in enkele doorgangen tussen de verschillende bouwdelen, is plaatselijke sprake van een matig windklimaat. Geadviseerd wordt hoofdroutes in doorgangen met een gunstiger windklimaat te plaatsen. - Ter plaatse van de perrons van het tramstation langs de Oude Haagweg is sprake van een matig windklimaat. Gezien de omliggende hogere bestaande bebouwing is de verwachting dat in de huidige situatie ook sprake is van een matig windklimaat ter plaatse van de perrons. - Voor gebouwentrees is het van belang dat deze worden geplaatst op locaties waar een goed windklimaat voor het criterium slenteren te verwachten is. Voor de gebouwentrees die zijn gepland op een locatie waar geen sprake is van een goed windklimaat, wordt geadviseerd deze in een nis te plaatsen.
- Er wordt in de geplande bebouwingssituatie voldaan aan de eisen die de gemeente Den Haag stelt aan het windklimaat, namelijk minimaal een beoordeling matig. - Op de balkons langs de Oude Haagweg is een overwegend goed windklimaat te verwachten. Ter plaatse van de galerijen tussen de verschillende bouwdelen is overwegend sprake van een goed windklimaat. Op enkele plaatsen is lokaal sprake van een beoordeling matig. Op de galerijen waar een hogere hinderkans is vastgesteld wordt, met name door de aanwezigheid van gebouwentrees, geadviseerd windafschermende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld in de vorm van constructief ondersteunde begroeiing langs de kopse kant van de galerijen.
Bijlage 1: Technisch inlegvel Bijlage 2: Windhinder per windrichting
HA 8248-1-RA-001 15
HA 8248-1-RA-001 16
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
63
Bijlage 2 Bijlage Resultaten 2perResultaten windrichting per windrichting Bijlage 2 Resultaten Bijlage windrichting 2per Resultaten per windrichting
B i j l a g e 1 T e c hBni ij sl ac g h ei n1l eTge vc h e ln iNs Ec N h i8n1l 0e 0 gvel NEN 8100
roject
Projectgegevens Project Projectgegevens De Burgemeester – Oude Haagweg te Den Haag Projectnaam De Burgemeester – Oude Haagweg te Den Haag
ojectnaam
pdrachtgever
Opdrachtgever O.E. Otten Projectleider O.E. Otten 17 juli 2024 Datum 17 juli 2024 odel Algemene gegevens van het model Model Algemene gegevens van het model mvang gemodelleerd gebied 750 x 620 meter Omvang gemodelleerd gebied 750 x 620 meter erngebied het gebied rondom de geplande nieuwbouw Kerngebied het gebied rondom de geplande nieuwbouw mgeving bebouwing/begroeiing Omgeving bebouwing/begroeiing metingen model 850 x 720 x 250 meter Afmetingen model 850 x 720 x 250 meter okkeringsgraad <10% Blokkeringsgraad <10% emodelleerd groen jaargemiddelde situatie Gemodelleerd groen jaargemiddelde situatie nderzochte windrichtingen 12 (rondom in stappen van 30 graden) Onderzochte windrichtingen 12 (rondom in stappen van 30 graden) nderzochte configuraties geplande bebouwingssituatie Onderzochte configuraties geplande bebouwingssituatie omputeropstelling Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur Computeropstelling Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur ogrammatuur OpenFoam 11 Programmatuur OpenFoam 11 FVM (eindige volume methode) FVM (eindige volume methode) drie-dimensionaal gemeen drie-dimensionaal Algemeen tijd-onafhankelijk tijd-onafhankelijk isothermisch isothermisch ekenrooster Circa 16 miljoen cellen; verfijning t.p.v. de geplande bebouwing Rekenrooster Circa 16 miljoen cellen; verfijning t.p.v.
de geplande bebouwing urbulentiemodellering k-ε-RNG-turbulentiemodel Turbulentiemodellering k-ε-RNG-turbulentiemodel onvectieve differentieschema's snelheidscomponenten: Gauss Convectieve differentieschema's snelheidscomponenten: Gauss turbulentie grootheden: Gauss turbulentie grootheden: Gauss scalaire variabelen: scalaire variabelen: andvoorwaarden Gebruikte randvoorwaarden Randvoorwaarden Gebruikte randvoorwaarden stroomprofiel logaritmisch snelheidsprof., z0=0,7 m en bijbehorende prof. voor k en ε Instroomprofiel logaritmisch snelheidsprof., z0=0,7 m en bijbehorende prof. voor k en ε tlaat constante druk Uitlaat constante druk oven-/zijwanden gesloten, wrijvingsloos Boven-/zijwanden gesloten, wrijvingsloos egevensverwerking en Informatie voor locatie en beoordeling windklimaat Gegevensverwerking en Informatie voor locatie en beoordeling windklimaat eoordeling beoordeling mersfoortse coörd. locatie X = 076567 Y = 452514 Amersfoortse coörd. locatie X = 076567 Y = 452514 oegepaste eisen VDR [m/s] Gewenste kwaliteitskl. Overschrijdingskans [%] Beoordeling Toegepaste eisen VDR [m/s] Gewenste kwaliteitskl.
Overschrijdingskans [%] Beoordeling oor comfort p(vLOK > vDR:H) Voor comfort p(vLOK > vDR:H) oorlopen 5,0 ≤D < 20 ≤ matig Doorlopen 5,0 ≤D < 20 ≤ matig enteren 5,0 ≤C < 10 ≤ matig Slenteren 5,0 ≤C < 10 ≤ matig tten 5,0 ≤B <5 ≤ matig Zitten 5,0 ≤B <5 ≤ matig egionale correctie Geen correctie Regionale correctie Geen correctie oor gevaar p(vLOK > vDR;G) Voor gevaar p(vLOK > vDR;G) 15 n.v.t 0,05 < p < 0,30 beperkt risico 15 n.v.t 0,05 < p < 0,30 beperkt risico 15 n.v.t p ≥ 0,30 gevaarlijk 15 n.v.t p ≥ 0,30 gevaarlijk epresenteerde resultaten windhinder: figuren met p (vLOK > vDR:H )-waarden, gevaar: tekstueel Gepresenteerde resultaten windhinder: figuren met p (vLOK > vDR:H )-waarden, gevaar: tekstueel pmerkingen Opmerkingen
ojectleider
atum
HA 8248-1-RA-001 1.1
64
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
HA 8248-1-RA-001 1.1
HA 8248-1-RA 2.1 PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
65
C. BIJLAGE VERKEERSONDERZOEK GOUDAPPEL
Opdrachtgever
Ontwikkelcombinatie Oude Haagweg bv
Kenmerk
016080.20240207.R1.02
Titel rapport
Datum publicatie
Mobiliteitsonderzoek Oude Haagweg 4 -36
3 april 2024
Projectteam Goudappel Status
Definitief © Copyright Goudappel BV 3-4-24
66
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
Inhoudsopgave 4
2. Ontwikkeling Oude Haagweg
5
2.1
Functieprogramma
5
2.2
Parkeervoorzieningen
5
2.3
Aansluiting op de openbare weg
6
3. Autoparkeren
7
3.1
Aanpak
7
3.2
Uitgangspunten
7
3.3
Resultaat parkeerbehoefte scenario 1
9
3.4
Resultaat parkeerbehoefte scenario 2
9
11
4.1
Aanpak
11
4.2
Uitgangspunten
11
4.3
Resultaat
12
5. Verkeersgeneratie
15
5.1
Aanpak
15
5.2
Uitgangspunten
15
5.3
Resultaat
16
6. Verkeersstromen
18
6.1
Aanpak en uitgangspunten
18
6.2
Resultaat autoverkeer
21
7. Verkeersafwikkeling
22
7.1
Aanpak en uitgangspunten
22
7.2
Dynamische simulatie kruispunten Loosduinse Hoofdstraat – Lisztstraat en Loosduinse Hoofdstraat – Burg. Hovylaan
Kruispunt Oude Haagweg – Van der Goeslaan
26
7.4
Kruispunt Oude Haagweg – Groen van Prinstererlaan
26
8. Logistiek
1. Inleiding
4. Fietsparkeren
7.3
28
8.1
Aanpak
28
8.2
Uitgangspunten
28
8.3
Resultaat aantal leveringen en ritten
31
8.4
Benodigde laad- en loscapaciteit
32
9. Conclusies
33
Bijlage 1 Modelplots
35
B.1.1
Modelplots referentiescenario – etmaal
35
B.1.2
Modelplots referentiescenario – ochtendspits
35
B.1.3
Modelplots referentiescenario – avondspits
35
B.1.4
Modelplots planscenario – etmaal
35
B.1.5
Modelplots planscenario – ochtendspits
35
B.1.6
Modelplots planscenario – avondspits
35
Bijlage 2
36
B.2.1
Wachtrijplot ochtendspits kruispunten Loosduinse Hoofdstraat – Lisztstraat en Loosduinse
B.2.2
Wachtrijplot avondspits kruispunten Loosduinse Hoofdstraat – Lisztstraat en Loosduinse
Hoofdstraat – Burg. Hovylaan Hoofdstraat – Burg. Hovylaan
36 36
24
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
67
1. Inleiding
2. Ontwikkeling Oude Haagweg
Ontwikkelcombinatie Oude Haagweg B.V. is voornemens om de bestaande functies op de
2.1
Burgemeester Hovylaan te herontwikkelen. De locatie kent een lange geschiedenis en werd
Huidige situatie
plannen voor een transformatie van de locatie. De nu beoogde nieuwbouw kent een
in de huidige situatie. Daarnaast liggen er op het maaiveld rondom de commerciële functies
hoek van Oude Haagweg, Van der Goeslaan, Burgemeester van der Veldestraat en
al in 2011 onderdeel van een visie over Loosduinen. Door de tijd heen waren er verschillende
Functieprogramma
Op de ontwikkellocatie bevindt zich in totaal ca. 12.300 m2 bvo aan verschillende bedrijven
gemengd programma van kleinschalige bedrijfsruimte en wonen. Hierdoor kan de locatie
circa 150 parkeerplaatsen voor de auto, die deels komen te vervallen. Omdat de functies en
getransformeerd worden naar een levendig en groen gebied. Het plan bestaat uit één
de parkeervoorzieningen komen te vervallen en opnieuw ontwikkeld worden, is de huidige
gesloten en één halfopen bouwblok. Te midden van de nieuwe woningen is een groen
situatie niet meegenomen in deze rapportage.
gebied voorzien – bovenop de halfverdiepte, 2-laagse parkeergarage - een groene long in
de huidige versteende buurt. De parkeerlocatie is zo volledig uit het zicht en is direct vanaf
Toekomstige situatie
de toegangswegen bereikbaar.
De beoogde ontwikkeling bestaat uit twee verschillende bouwblokken met een eigen programma. Aangezien het parkeren voor zowel de auto als de fiets voor de twee
bouwblokken gezamenlijk wordt opgelost, is er binnen deze rapportage geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende bouwblokken. In het meest recente ontwerp zijn 348 woningen beoogd. Daarnaast is er bijna 6.400 m2 bvo aan bedrijfsfuncties beoogd.
Het volledige functieprogramma is weergegeven in Tabel 2.1.
Figuur 1.1: Plankaart ontwikkellocatie Oude Haagweg 4 – 36
functie
functie cf. parkeerbeleid
omvang
eenheid
Sociale huur
Huur, appartement 40-70m2
62
woningen
Sociale huur
Huur, appartement 70-100m2
58
woningen
Huur
Huur, appartement 40-70m2
34
woningen
Huur
Huur, appartement 70-100m2
74
woningen
Koop
Koop, appartement 40-70m2
13
woningen
Koop
Koop, appartement 70 - 100m2
107
woningen
showroom
showroom
1.294
m bvo
magazijn
magazijn
1.599
m bvo
bedrijf
bedrijf
2.150
m bvo
bedrijfsverzamelgebouw
bedrijfsverzamelgebouw
1.253
m bvo
2 2 2 2
Tabel 2.1: Functieprogramma Oude Haagweg 4 – 36
In de nieuwe situatie zijn in totaal 348 woningen en ca. 6.400 m2 bvo aan bedrijven beoogd. De ontwikkeling levert op deze manier een positieve bijdrage aan de verdichtingsopgave in
2.2
Een cruciaal onderdeel die de haalbaarheid van de bouwontwikkeling bepaalt is de nieuwe
De parkeervoorzieningen voor zowel het auto- als fietsparkeren worden zoveel mogelijk
Den Haag en de levendigheid aan de Oude Haagweg.
inrichting van de omliggende wegen, de verkeers- en parkeersituatie. Goudappel is
Parkeervoorzieningen
(inpandig) op eigen terrein gerealiseerd. In deze paragraaf zijn de parkeervoorzieningen
gevraagd om in te gaan op deze aspecten in het kader van de herontwikkeling. In de
voor beide modaliteiten afzonderlijk behandeld.
voorliggende rapportage zijn de gehanteerde aanpak, uitgangspunten en conclusies van dit onderzoek toegelicht.
Auto Het autoparkeren wordt opgelost in twee halfverdiepte, 2-laagse parkeergarages onder de respectievelijke bouwblokken. Deze parkeerplaatsen zijn bestemd voor bewoners en
personeel van de te realiseren functies. In het meest recente ontwerp worden in totaal 222
Mobiliteitsonderzoek Oude Haagweg 4 -36 - 3 april 2024
68
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
4
Mobiliteitsonderzoek Oude Haagweg 4 -36 - 3 april 2024
5
3. Autoparkeren
parkeerplaatsen in de parkeergarage voor de auto gerealiseerd. Voor de bezoekers van de woningen en bedrijven worden daarnaast nog 54 parkeerplaatsen op maaiveld in het
plangebied gerealiseerd. De totale parkeercapaciteit in het plan bedraagt zodoende 276 parkeerplaatsen.
3.1
Fiets Het fietsparkeren voor bewoners en personeel wordt zoveel mogelijk onder de bouwblokken
Functiegegevens
Voor de ontwikkeling aan de Oude Haagweg 4 – 36 is het
inpandig opgelost. Bij een dergelijk groot functieprogramma is het onwenselijk om
(aantal woningen en m2 bvo)
benodigde parkeeraanbod berekend door het functieprogramma
fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte te faciliteren. De vaste gebruikers (bewoners en
te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernormen.
medewerkers) hebben behoefte aan veilige en gescheiden fietsenstallingen.
Parkeernorm
De gemeente Den Haag heeft haar parkeernormen opgenomen
(pp per woning en m2 bvo)
in de ‘Nota Parkeernormen Den Haag 2021’. Verschillende
Bezoekers van zowel de woningen als de overige functies van de ontwikkeling willen in het
doelgroepen en functies hebben niet op dezelfde momenten
algemeen zo dicht mogelijk bij de ingang van de ontwikkellocatie staan en parkeren hun
evenveel parkeerplaatsen benodigd. Zo kennen bewoners de
fiets daarom zoveel mogelijk op openbaar toegankelijke fietsparkeerplaatsen. Voor
hoogste aanwezigheid gedurende de nacht en genereren
bezoekers is de nabijheid en zichtbaarheid van de parkeervoorziening van belang voor het
Benodigd parkeeraanbod
kantoren op werkdagen overdag veel parkeervraag.
gebruik. Daarom worden de fietsparkeerplaatsen voor bezoekers op strategische locaties
dichtbij de entrees op maaiveld gerealiseerd. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van fietsnietjes
Door toepassing van aanwezigheidspercentages wordt rekening
gerealiseerd worden.
gehouden met dit effect. De parkeerplaatsen die worden
gerealiseerd bij de ontwikkeling kunnen door verschillende
Aansluiting op de openbare weg
parkeerders (doelgroepen) worden gebruikt, dit heet
dubbelgebruik. Met behulp van aanwezigheidspercentages
De twee bouwblokken krijgen twee halfverdiepte, 2-laagse parkeergarages die voor alle
worden de mogelijkheden van dubbelgebruik bepaald.
bevinden zich aan de west- en aan de oostzijde van de ontwikkeling. Hierdoor zijn de
de parkeerplaatsen gebruikt kunnen worden door twee of meer
Goeslaan ontsloten. Dit zorgt ervoor dat er geen extra verkeersbelasting voor de
parkeeraanbod schematisch weergegeven.
bewoners en het personeel toegankelijk zijn. De in- en uitritten van de parkeergarages
Dubbelgebruik van parkeerplaatsen mag worden toegepast als
parkeergarages direct via de Oude Haagweg en Burgemeester Hovylaan of Van der
functies. In figuur 3.1 is de berekening van het benodigd
achterliggende buurt ontstaat. Bovenstaande is schematisch weergegeven in Figuur 2.1.
3.2
parkeervraag
2.3
Aanpak
tijd
Figuur 3.1: Schematische weergave berekening benodigd parkeeraanbod
Uitgangspunten
Parkeernormen Het benodigde parkeeraanbod is berekend door het functieprogramma uit Tabel 2.1 te
vermenigvuldigen met de gemeentelijke parkeernormen. In haar parkeerbeleid maakt de gemeente Den Haag onderscheid naar ligging binnen de stad. Deze ontwikkeling is gesitueerd in het gebiedstype ‘Naoorlogse wijk’. In Tabel 3.1 zijn de relevante
parkeernormen voor de ontwikkeling weergegeven.
Figuur 2.1: Schematische weergave van de ontsluiting van de parkeergarages
Mobiliteitsonderzoek Oude Haagweg 4 -36 - 3 april 2024
6
Mobiliteitsonderzoek Oude Haagweg 4 -36 - 3 april 2024
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
7
25 MAART 2025
69
parkeernorm vaste gebruikers
parkeernorm bezoekers
eenheid
0,15
woningen
Huur, appartement 70-100m2
0,66
0,15
woningen
Huur
Huur, appartement 40-70m2
0,40
0,15
woningen
Huur
Huur, appartement 70-100m2
0,66
0,15
woningen
Koop
Koop, appartement 40-70m2
0,66
0,15
woningen
Koop
Koop, appartement 70 - 100m2
0,80
0,15
woningen
showroom
showroom
0,20
1,11
100m bvo
magazijn
magazijn
0,24
0,01
100m bvo
bedrijf
bedrijf
1,23
0,22
100m bvo
bedrijfsverzamelgebouw
1,05
0,06
100m bvo
functie
functie cf. parkeerbeleid
Sociale huur
Huur, appartement 40-70m2
Sociale huur
bedrijfsverzamelgebouw
0,40
parkeerplaatsen in de parkeervoorziening worden toegewezen (conform artikel 3.1 parkeernota 2021)
3.3
Op basis van de hierboven omschreven uitgangspunten is inzichtelijk gemaakt hoeveel
parkeerplaatsen benodigd zijn voor de ontwikkeling conform gemeentelijk beleid. Uit Tabel 3.3 is af te lezen dat met de toepassing van volledig dubbelgebruik maximaal 256
parkeerplaatsen benodigd zijn op het drukste moment (werkdagavond). Zonder de
2
toepassing van dubbelgebruik zijn 338 parkeerplaatsen benodigd voor de ontwikkeling.
2 2 2
Omdat niet alle functies op hetzelfde moment eenzelfde aanwezigheid kennen is het mogelijk dat bijvoorbeeld bewoners en personeel gebruik maken van dezelfde
parkeerplaatsen. Dit is alleen mogelijk onder de voorwaarde dat er in de parkeervoorziening geen vaste parkeerplaatsen worden verkocht of verhuurd. Om rekening te houden met dit effect worden aanwezigheidspercentages toegepast. In Tabel 3.2 zijn de relevante
aanwezigheidspercentages voor de ontwikkeling weergegeven. werkdag ochtend
werkdag middag
werkdag avond
koop avond
werkdag nacht
zaterdag middag
zaterdag avond
zondag middag
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Bezoekers van woningen grootschalige detailhandel kantoor/ bedrijven
50%
50%
90%
80%
werkdag ochtend
werkdag middag
werkdag avond
koop avond
werkdag nacht
zaterdag middag
zaterdag avond
zondag middag
24,8
12,4
12,4
22,3
19,8
24,8
14,9
19,8
17,4
Sociale huur 70-100m2
38,3
19,1
19,1
34,5
30,6
38,3
23,0
30,6
26,8
Huur 40-70m2
13,6
6,8
6,8
12,2
10,9
13,6
8,2
10,9
9,5
Huur 70-100m2
48,8
24,4
24,4
44,0
39,1
48,8
29,3
39,1
34,2
Sociale huur 40-70m2
Aanwezigheidspercentages
Bewoners
zonder dubbel gebruik
functie
Tabel 3.1: Gehanteerde parkeernorm conform gemeentelijk beleid
Functie
100%
Resultaat parkeerbehoefte scenario 1
60%
80%
70%
Koop 40-70m2
8,6
4,3
4,3
7,7
6,9
8,6
5,1
6,9
6,0
Koop 70-100m2
85,6
42,8
42,8
77,0
68,5
85,6
51,4
68,5
59,9
bezoek woningen
52,2
5,2
10,4
41,8
36,5
0,0
31,3
52,2
36,5
showroom
16,8
5,0
10,1
11,8
13,5
0,0
16,8
0,0
0,0
magazijn
4,0
1,2
2,4
2,8
3,2
0,0
4,0
0,0
0,0
bedrijf
31,2
31,2
31,2
1,6
1,6
0,0
0,0
0,0
0,0
bedrijfsverzamelgebouw
13,8
13,8
13,8
0,7
0,7
0,0
0,0
0,0
0,0
totaal
338
166
178
256
231
220
184
228
190,3
capaciteit garage
222
222
222
222
222
222
222
222
capaciteit maaiveld
54
54
54
54
54
54
54
54
222
capaciteit totaal
276
276
276
276
276
276
276
276
276
-62
110
98
20
45
56
92
58
86
overschot / tekort (-)
54
Tabel 3.3: Parkeerbalans ontwikkeling Oude Haagweg scenario 1 In de parkeergarage en op maaiveld worden in totaal 276 parkeerplaatsen gerealiseerd. Met
Tabel 3.2: Aanwezigheidspercentages conform gemeentelijk beleid
een parkeerbehoefte van maximaal 256 parkeerplaatsen op het maatgevende moment ontstaat een overschot van 20 parkeerplaatsen.
Omschrijving scenario’s De parkeeropgave is vervolgens voor twee verschillende scenario’s berekend. In scenario 1 is de parkeerbehoefte voor alle doelgroepen (bewoners, personeel en bezoekers) berekend,
3.4
parkeerplaatsen (parkeergarage + maaiveld) voor alle doelgroepen beschikbaar zijn.
Vaste gebruikers
waarbij volledig dubbelgebruik van de parkeerplaatsen plaatsvindt. Dit betekent dat alle
Resultaat parkeerbehoefte scenario 2
In scenario 2 is er onderscheid gemaakt in de parkeerbehoefte van de vaste gebruikers
Voor scenario 2 is vervolgens op basis van de eerder omschreven uitgangspunten de
dubbelgebruik tussen de vaste gebruikers en de bezoekers plaatsvindt, maar alleen binnen
de vaste gebruikers maximaal 220 parkeerplaatsen benodigd zijn op het drukste moment
en bezoekers parkeren alleen op maaiveld). Maar wel dubbelgebruik plaatsvindt tussen de
onderling zijn 266 parkeerplaatsen benodigd voor de ontwikkeling.
parkeerbehoefte voor de vaste gebruikers berekend. Uit Tabel 3.4 is af te lezen dat er voor
(bewoners & personeel) en de bezoekers. Hierbij is ervan uitgegaan dat er geen
(werkdagnacht). Zonder de toepassing van dubbelgebruik tussen de vaste gebruikers
de twee respectievelijke doelgroepen (vaste gebruikers parkeren alleen in de parkeergarage vaste gebruikers onderling. Dat geldt ook voor het bezoekersparkeren. Omdat
Dubbelgebruik wel onderling plaatsvindt tussen vaste gebruikers mogen er geen vaste
Mobiliteitsonderzoek Oude Haagweg 4 -36 - 3 april 2024
70
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
8
Mobiliteitsonderzoek Oude Haagweg 4 -36 - 3 april 2024
9
zonder dubbel gebruik
werkdag ochtend
werkdag middag
werkdag avond
koop avond