CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321577 Notulen van de raad van 13 februari 2025

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 18 en 19 december 2024, 23 januari en 13 februari 202559.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Ik denk dus dat het niet alleen belangrijk is om specifiek dat gebied mee te nemen in de gesprekken richting het convenant, maar juist ook de andere gebieden, die wel met de zeroemissiezone te maken hebben. Ik ga dus ook graag in gesprek met de vereniging van

64

strandexploitanten. Strandtentexploitanten spraken ook in. Er zijn heel veel partijen waar ik graag mee in gesprek ga om te kijken of we tot een mooi convenant kunnen komen. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Ik wil toch nog even terug naar dat amendement van het CDA. De wethouder zegt dat dat de gemeenteraad meer zekerheid geeft, maar ik heb nog niet duidelijk wat er nu precies anders is aan dit amendement vergeleken met wat er landelijk al geregeld is. Kan de wethouder dat concreet benoemen? Wethouder Barker (PvdD). Ik heb net gezegd dat de raad meer zekerheid heeft dat 2028 naar 2029 gaat. Daarnaast heeft de raad meer zekerheid rond de laadcapaciteit, dus dat we die echt heel goed gaan monitoren en eventueel maatregelen kunnen nemen. Het derde is dat we ons inzetten voor het convenant. Er is inderdaad een landelijk convenant, maar volgens mij heeft het ook meerwaarde om het lokaal te doen. Uiteindelijk gaat u als raad over de keuze of u dat belangrijk vindt, maar vanuit het college zou ik zeggen dat het een goed amendement is om aangenomen te krijgen. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Ik constateer dus dat er niets anders is aan het amendement dan dat er landelijk al geregeld is. Dan wil ik nog even terug naar het SP-amendement. Wij moeten als fractie een afweging maken of we dat wel of niet gaan steunen. Stel dat wij dat amendement steunen.

Betekent dat dan dat wij een ongedekt amendement steunen? Wethouder Barker (PvdD). Nee. En om nog te reageren op het eerste punt dat u maakte: dat klopt niet. Ik heb zonet juist uitgelegd wat de drie elementen zijn van het dictum van het amendement van het CDA, waarom dat afwijkt van wat er in het huidige raadsvoorstel staat en waarom het afwijkt van het landelijke convenant. Yousef Assad (D66). De wethouder geeft terecht aan dat het amendement de raad zekerheid geeft, maar nog belangrijker is dat het de ondernemers zekerheid geeft over dat jaartal 2029. Het kabinet heeft tot nu toe niets geregeld - het maakt er een puinhoop van - maar wij kunnen toch vandaag besluiten dat wij het uitstellen tot 2029? Dan hebben ondernemers vandaag al de zekerheid dat ze er rekening mee kunnen houden bij hun investeringsbesluiten. Dat is het verschil. Wij houden hier de regie en we wachten niet op de landelijke regering, die er een puinhoop van maakt. Wethouder Barker (PvdD). Ja, ik denk dat de heer Assad dat goed zegt. In het verleden hebben we ook aan de landelijke discussies gezien dat er tot het laatst onduidelijkheid was voor de ondernemers. Ik ben heel blij dat de staatssecretaris nu aangeeft: we gaan er samen mee aan de slag. Dat zeg ik ook tegen de PVV. Volgens mij is het namelijk belangrijk om ondernemers ook op die manier duidelijkheid te geven. Dan de motie van de HSP.

Laat ik daarover in het algemeen zeggen dat die motie ook mooi aansluit bij het amendement dat ik zonet heb geapprecieerd, dat ons opdraagt om in gesprek te gaan met partijen. Ik denk dat het belangrijk is dat we ook kijken naar de verduurzaming. Dit kan het college dus ook doen in het kader van bijvoorbeeld de havenvisie of het convenant. Tegelijkertijd kunnen we, zoals ik eerder al zei, partijen natuurlijk niet verplichten om mee te doen. Ondernemers moeten zelf ook bereid zijn om tot afspraken te komen, maar we gaan graag het gesprek in. Wat de HSP in de overweging zet, namelijk dat we bedrijven actief kunnen benaderen, kunnen we dus doen. Hiervoor hebben we ook best al wat mogelijkheden, bijvoorbeeld de mobiliteitsmakelaar van de gemeente, die ook helpt met het verduurzamen van het wagenpark. Dat gezegd hebbende, kan ik het oordeel over deze motie aan de raad laten. Tot slot het amendement van de VVD, met de titel 'Realistische invoer'. De titel impliceert dat de huidige invoer niet realistisch is, maar volgens mij heb ik juist aangegeven dat die heel haalbaar is. We hebben het er ook uitgebreid in de commissie over gehad waarom deze maatregel haalbaar is, maar ook wenselijk en effectief.

Ik vind het niet reëel om te wachten tot 2035, want dat betekent tien jaar wachten met het zetten van stappen voor schone lucht, het zetten van stappen om stikstofuitstoot te reduceren en het zetten van stappen op het gebied van klimaat. Dat kan echt sneller. Als de raad de verschillende moties en amendementen aanneemt die het college aan de raad laat, denk ik dat de

65

haalbaarheid en de transitie naar uiteindelijk een zero-emissiezone juist nog sterker verankerd worden, samen met ondernemers. Dat gezegd hebbende, zou ik het amendement van de VVD willen ontraden. Rutger de Ridder (VVD). Kan de wethouder aangeven waar hij binnen het programma 03 Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie gaat zoeken naar 5 ton voor het amendement van de SP? Wethouder Barker (PvdD). Binnen het programma Milieu. Rutger de Ridder (VVD). Dan wil ik graag specifiek weten waar, want oké, binnen het programma, maar we hebben een begroting vastgesteld met allerlei plannen. Meestal is er geen 5 ton over. U doet als college altijd heel moeilijk als wij iets met 5 ton willen. Wethouder Barker (PvdD). Voor de duidelijkheid, we gaan ervan uit dat we de SPUK-middelen gaan binnenhalen, want dat gaat op basis van wie het eerst komt, het eerst maalt en we zijn op tijd. We gaan er dus van uit, ook op basis van het verleden, dat we die 5 ton hebben gekregen. U zoekt nu naar een soort achtervangscenario, maar ik heb net aangegeven dat we ervan uitgaan dat we die 5 ton gaan regelen. Sowieso zou ik nog het volgende willen zeggen tegen de heer De Ridder. In het totale pakket, waarin ook de coalitiemiddelen zitten, hebben we juist ruimte om te zorgen voor een goede invoering van de zero-emissiezone. Dat is dus ook zo geregeld in het coalitieakkoord. De voorzitter.

Meneer De Ridder, voor de derde maal. Rutger de Ridder (VVD). Van de financieel woordvoerder van onze fractie krijg ik door dat dit volgens begrotingsregel 3 niet klopt. Het is dus een ongedekte motie, want je hebt geen geld; je gaat dat geld zoeken bij iets wat je eigenlijk al hebt bedacht en al hebt gepland. Dat kan je dus niet meer doen. Dus is de motie ongedekt en zou dit college moeten zeggen: tot 5 ton is de motie gedekt; de rest is ongedekt. Wethouder Barker (PvdD). Dat is niet zo. Ik heb zonet als eerste die SPUK-middelen genoemd. Ten tweede, als het niet vanuit de SPUK-middelen komt, hebben we vanuit het coalitieakkoord middelen op het gebied van de zero-emissiezone. Volgens mij ging het structureel om € 1 mln. per jaar en is er ook een incidenteel bedrag. Er zijn dus wel degelijk middelen die specifiek bestemd zijn voor de zeroemissiezone. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Met die SPUK neemt de wethouder dus een financieel risico. Garandeert hij dat als die SPUK-middelen niet tot het maximale binnengehaald kunnen worden, bij het resterende bedrag alsnog aanvult? Is dat een keiharde garantie die de wethouder hier geeft? Wethouder Barker (PvdD). Als dit amendement wordt aangenomen, zorgen we er als college voor dat er minimaal € 1 mln. beschikbaar is voor de subsidieregeling. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag).

En uit welk programma komt dat? Wethouder Barker (PvdD). Dat heb ik zonet gezegd in reactie op de heer De Ridder. De middelen komen voor het grootste deel uit programma 3, maar we proberen ook om externe financiering binnen te krijgen, iets wat in het verleden ook elke keer is gelukt. De voorzitter. U was aan het einde van uw betoog? Hartelijk dank. Dan kijk ik heel eventjes rond. Meneer De Ridder, heeft u de schorsing nodig voor uw tweede termijn? Ik kijk eventjes rond wie er nog meer behoefte hebben aan een tweede termijn. Die zouden we dan wellicht nog voor 18.30 uur kunnen doen. Als het er heel veel zijn wordt dat wat lastiger, denk ik, maar ik heb zomaar het idee dat dat wel meevalt. Meneer De Ridder geeft aan dat hij al helemaal in de gelegenheid is om zijn tweede termijn te doen. Officieel moet ik het lijstje natuurlijk even langsgaan. Meneer Martinez van Andel, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw De Groot? Nee. Mevrouw Klokkenburg? De heer 66

Assad gaf volgens mij aan van niet. Mevrouw Gerritsen? En dan ben ik weer bij de heer De Ridder en hebben we het helemaal gedaan zoals het hoort. Meneer De Ridder, het woord is aan u. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, heel kort, en even los van de gekte van het hier neerleggen van een ongedekt verhaal. Dat amendement is tot 5 ton gedekt. De rest is echt niet gedekt. Gaat u maar kijken naar de begrotingsregels. Wij hebben een nieuw amendement, Eén corridor is geen corridor. Daarmee wordt dictum drie gewijzigd in: in te stemmen met het voornemen van het college dat de Scheveningse haven niet wordt opgenomen in de zero-emissiezone maar in plaats daarvan een milieuzone krijgt voor dieselvrachtverkeer, dieselpersonenvervoer en dieselbedrijfsauto's en het havengebied middels meerdere, samen met havenondernemers vastgestelde, corridors bereikbaar blijft. Er is nu namelijk maar één corridor. Ik hoopte nog dat we het uit konden stellen met z'n allen, maar dat is niet gelukt. We moeten het dus op deze manier maar regelen. Mevrouw Klokkenburg heeft dit amendement overigens medeondertekend. Zij wijst mij daar nu heel soepel op! Lesley Arp (SP). Ik heb een verhelderende vraag. Ik heb natuurlijk de commissievergadering gevolgd, en daarin is ook ingesproken door de BSH over die extra corridor. Die stond volgens mij ook in een statement van hen.

Toen heeft mevrouw Van Vliet gevraagd: zijn jullie dan geholpen met alleen die extra corridor? Volgens mij is daar toen in een vrij ontkennende vorm op geantwoord. Ik vraag me dus af hoe de heer De Ridder daartegen aankijkt. Rutger de Ridder (VVD). Dat komt omdat de BSH wil dat het later wordt ingevoerd; laten we zeggen in 2035. Het is maar een idee. Dat is de gedachte waardoor we die corridors niet nodig zouden hebben. Daarom zeggen wij dat het meer corridors moeten zijn. Ik denk aan drie. Het is er nu een, en ik denk dat we het samen met die ondernemers moeten doen. Ik zie Gerrit hier zitten. Hij gaat morgen met ons aan de slag om met ons mee te denken over die corridor. Wordt het daar goed van? Nee. Wordt het daar ietsje minder slecht van? Ja. De voorzitter. Door de heer De Ridder wordt het volgende amendement (I.D VVD) voorgesteld:

Amendement I.D VVD 1 corridor is geen corridor De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Uitbreiding zero-emissiezone (RIS 320645), Besluit om: ▪ Dictum III te wijzigen o III. in te stemmen met het voornemen van het college dat de Scheveningse haven niet wordt opgenomen in de zero-emissiezone maar in plaats daarvan een milieuzone krijgt voor diesel vrachtverkeer, diesel personenvervoer en diesel bedrijfsauto’s en het havengebied middels meerdere, samen met havenondernemers vastgestelde, corridors bereikbaar blijft; Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Hartelijk dank, meneer De Ridder. Uw amendement is inderdaad bij ons binnengekomen nu. Mevrouw Holman, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Meneer De Vuyst? Mevrouw Arp? Nee. Mevrouw Faïd? De heer Kaptheijns? De heer Mahmood? De heer Etalle? De wethouder heeft het amendement inmiddels ook gezien, dus we kunnen meteen naar de beantwoording. Het woord is aan wethouder Barker. Wethouder Barker (PvdD). Voorzitter. Op dit onderwerp heb ik natuurlijk bij de technische vragen al uitgebreid geantwoord. In de commissie kwam het niet terug, inderdaad door de inspraak van de BSH, denk ik. In ieder geval kwam het onderwerp niet terug, maar we hebben hiernaar natuurlijk gekeken 67

bij de technische vragen. Dit is niet goed mogelijk vanwege het feit dat je de stikstofdepositie juist wilt verlagen. Als je twee corridors maakt, maak je een route die langs de meest beschermde natuurgebieden loopt en die überhaupt sluipverkeer heel erg stimuleert. Het idee van een corridor is namelijk dat die gebruikt wordt voor de haven maar niet voor het hele gebied. Als je er twee maakt, heb je veel extra verkeer, wat juist kan zorgen voor stikstoftoename. Om die reden ontraadt het college dit amendement. De voorzitter. Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties. We hebben nu ook de tweede termijn gehad. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Aan het einde van de vergadering stemmen we over de ingediende moties en amendementen en over het voorstel zelf. Het is nu bijna 18.30 uur, dus wij gaan schorsen voor het diner. Dat doen we voor een uur, dus ik zou u willen vragen om hier om 19.20 uur weer terug te zijn. Dan starten wij direct met het geheime deel van de vergadering. Eet smakelijk. De vergadering wordt van 18.21 uur tot 19.24 uur geschorst. Voorzitter: mevrouw De Groot.

Aan de orde is: K. Openbare aankondiging tot het sluiten van de deuren ten behoeve van een besloten vergadering in verband met de geheime bespreking initiatiefvoorstel Hart voor Den Haag Opheffen geheimhouding. De voorzitter. We hebben de eerste termijn gehad op 23 januari. We zijn ervan uitgegaan dat er behoefte is aan een tweede termijn in het geheime deel. Na het verzoek van de raad gaan we onder verwijzing naar artikel 23 van de Gemeentewet over tot een geheime vergadering. Ik verzoek het publiek de zaal te verlaten, tenzij het ondersteuning betreft. Tijdens de geheime vergadering blijft de zaal gesloten. Leden mogen de zaal alleen verlaten voor een sanitaire stop. Telefoneren is niet toegestaan. De aanwezigen tekenen de presentielijst. Ik schors de vergadering. (De openbare vergadering gaat om 19.25 uur over in een besloten deel tot 22.00 uur) De voorzitter. Ik heropen de openbare vergadering van de gemeenteraad van Den Haag van donderdag 13 februari 2025.

Aan de orde is: L.

Initiatiefvoorstel Hart voor Den Haag: Opheffen geheimhouding (RIS320635).

De voorzitter. We vervolgen in het openbaar de beraadslaging over het initiatiefvoorstel van Hart voor Den Haag met betrekking tot de opheffing geheimhouding. Mevrouw Faïd heeft een punt van orde. Gaat het over de agenda? Dat doen we na dit punt. Ik stel voor dat we eerst dit punt afmaken. Dan komt er een voorstel welke punten we nog wel bespreken. Het is nog maar 22.00 uur, maar ik denk dat we niet alles meer gaan halen. De beraadslaging wordt geopend. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De timing blijft bijzonder: juist nadat wij als raad urenlang achter gesloten deuren hebben vergaderd is er elders in dit gebouw een tentoonstelling over de open 68

overheid. Het thema openbaarheid verdient dan ook een debat in de openbaarheid. Dat neemt niet weg dat ik als volksvertegenwoordiger nu gedwongen ben om ieder woord zorgvuldig te wegen vanwege de geheime kwestie. Dat toont precies aan dat de raad met geheimhouding, soms een noodzakelijk kwaad, in een ingewikkelde positie wordt geplaatst. Maar ik wil het nu vooral hebben over inwoners die in een ingewikkelde positie worden geplaatst, vanwege het feit dat het college, naar aanleiding van schriftelijke vragen van SP, ChristenUnie/SGP en Partij voor de Dieren, spreekt van een vermeende geheimhoudingsplicht voor inwoners. Schermen met een dergelijke plicht, die volgens kritiek van deskundigen omstreden is, heeft consequenties. Bij inwoners kan de angst ontstaan dat ze mogelijk strafrechtelijk vervolgd worden als ze zich hier niet aan houden. Dit zijn risico's die wij als raadsleden op basis van onze functie bewust hebben aanvaard, maar waar inwoners niet voor hebben gekozen. Daarom roep ik het college op om een pas op de plaats te maken en serieus te luisteren naar de kritiek van deskundigen. En laten wij ons als raad eerst serieus bezinnen op ons beleid met betrekking tot geheimhouding voordat er opnieuw geheime informatie met bewoners wordt gedeeld. Daarom heb ik de volgende motie.

De motie verzoekt het college niet langer ongevraagd eenzijdig geheime informatie met inwoners te delen, bij het ministerie van Binnenlandse Zaken om een schriftelijke reflectie te vragen op de reikwijdte van artikel 89, lid 2 van de Gemeentewet en of ook burgers ook onder deze verplichting tot geheimhouding vallen, en de raad eerst de gelegenheid te geven om deze reflectie te bespreken, evenals een mogelijke aanpassing van de leidraad geheimhouding, alvorens opnieuw geheime informatie met inwoners te delen. Deze motie is mede ingediend door zowel collega's De Ridder als Van Basten Batenburg van de VVD, de heer Van den Bos van de Partij voor de Dieren, mevrouw Butt van GroenLinks, de heer Ahraui van de Partij van de Arbeid en de heer Mahmood van DENK. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Van Basten Batenburg, de heer De Ridder, de heer Van den Bos, mevrouw Butt, de heer Ahraui en de heer Mahmood, wordt de volgende motie (L.1 SP) ingediend:

Motie L.1 SP Breng inwoners niet in onmogelijke positie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 13 februari 2025, ter bespreking van GEHEIM initiatiefvoorstel Hart voor Den Haag: Opheffen geheimhouding (RIS320635). Constaterende, dat: ▪ het college in reactie op schriftelijke vragen van 14 januari 2025 (‘Toepassing van de leidraad geheimhouding’, RIS321136) stelt dat op grond van artikel 89 lid 2 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding in acht wordt genomen ‘door allen die van de informatie kennis dragen’ en dat deze verplichting volgens het college dus ook voor burgers geldt; ▪ het college ook in reactie op een rondvraag in de commissie bestuur van 5 februari 2025 vasthield aan deze lijn.

Overwegende, dat: ▪ verschillende deskundigen in twijfel trekken of artikel 89 lid 2 van de Gemeentewet een dusdanig brede externe werking heeft waardoor niet alleen overheidsorganen en externe onderzoekers, maar ook burgers hieronder vallen; ▪ door te stellen dat ook voor burgers een plicht tot geheimhouding geldt, het college impliceert dat er verregaande consequenties kunnen volgen wanneer burgers alsnog deze informatie delen: denk aan strafrechtelijke vervolging; ▪ het naast eerdergenoemde twijfels bij de juridische onderbouwing die het college geeft voor een plicht tot geheimhouding voor burgers, de vraag is of het wenselijk is om als lokale overheid met deze vermeende plicht te schermen, zeker als geheime informatie ongevraagd eenzijdig met burgers is gedeeld.

69

Verzoekt het college: ▪ niet langer ongevraagd eenzijdig geheime informatie met inwoners te delen; ▪ bij het ministerie van Binnenlandse Zaken om een schriftelijke reflectie te vragen op de reikwijdte van artikel 89 lid 2 van de Gemeentewet en of ook burgers ook onder deze verplichting tot geheimhouding vallen; ▪ de raad eerst de gelegenheid te geven om deze reflectie te bespreken, evenals een mogelijke aanpassing van de leidraad geheimhouding, alvorens opnieuw geheime informatie met inwoners te delen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Voorzitter. In de zevenenhalf jaar dat ik raadslid ben, heb ik hier nog nooit met zo'n ongemakkelijk gevoel gestaan. Ik sta eigenlijk met mijn handen op mijn rug, omdat ik niet kan zeggen wat ik eigenlijk zou willen zeggen op straffe ván, en er zijn delen van de stad waar bij de bakker en de slager gesproken wordt over datgene waar wij dus niet over mogen spreken. Ik vind het ongekend en ik vind het de derde stad van Nederland onwaardig, maar ik kan er verder ook niet meer over zeggen dan dat. Daarom zou ik ook graag nog een motie willen indienen. Dat is een motie van afkeuring. De motie luidt als volgt.

De raad, constaterende dat de wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken geheime informatie heeft verstrekt aan omwonenden, terwijl de raad aan geheimhouding is gebonden, overwegende dat de uitleg van de wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken dat bewoners ook onder gemeentelijke geheimhoudingsplicht vallen, geen juridische grondslag heeft, spreekt haar afkeuring uit over het handelen van de wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken, mevrouw Vavier. De voorzitter. Door de heer Sluijs wordt de volgende motie (L.3 HvDH) ingediend:

Motie L.3 HvDH Motie van Afkeuring De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2025, ter bespreking van Initiatiefvoorstel Hart voor Den Haag: Opheffen geheimhouding. Constaterende, dat: ▪ de wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken geheime informatie heeft verstrekt aan omwonenden, terwijl de raad aan geheimhouding is gebonden. Overwegende, dat: ▪ de uitleg van de wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken dat bewoners ook onder gemeentelijke geheimhoudingsplicht vallen, geen juridische grondslag heeft. Spreekt haar afkeuring uit tegen het handelen van de wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken, mevrouw Vavier. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Ook de Haagse VVD vindt het buitengewoon ongemakkelijk om met elkaar te spreken over iets geheims terwijl het eigenlijk in heel veel opzichten helemaal niet geheim had moeten zijn, zeker omdat er zo veel zaken nog niet opgelost zijn in die hele casus dat we ook moeten letten op onze woorden. Wij vinden het heel erg moedig en heel erg fijn van mevrouw Arp om in deze discussie de vraag te stellen wat nou de grens is waar we met z'n allen achter staan. 70

Daarom sluiten we ons daar volledig bij aan. Het kan namelijk niet zo zijn dat hier geldt 'openbaar, tenzij', maar we toch ineens allerlei geitenpaden vinden waardoor dat niet zo is. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. We hebben net een lang en stevig debat gevoerd over geheimhouding. Met bewoners is per brief geheime informatie gedeeld, eenzijdig en zonder dat ze erop zijn gewezen dat het geheime informatie betrof, waardoor ze zijn gebonden aan geheimhouding. In de beantwoording van de schriftelijke vragen die wij met de SP en de Partij voor de Dieren hebben gesteld, is gesteld dat burgers die deze geheime informatie dragen, zijn gebonden aan geheimhouding. Zo staat het in de Gemeentewet: 'Allen die de informatie dragen, zijn gebonden tot geheimhouding'. Dat vindt mijn fractie erg onwenselijk, want burger zijn is geen ambt. Je kunt niet van burgers verwachten dat ze de consequenties van geheimhouding kunnen overzien, zeker niet als zij daar niet op worden geattendeerd. En het juridisch advies laat duidelijk zien dat bewoners daar niet goed over zijn geïnformeerd. Dan kunnen wij maar één conclusie trekken: wat het college heeft gedaan had niet mogen gebeuren. Daarom heb ik een motie, die ik samen indien met de collega's Arp van de SP, Van Basten Batenburg en De Ridder van de VVD en Sluijs van hart voor Den Haag. De motie luidt als volgt.

De raad, constaterende dat door het college per brief geheime informatie verstrekt is aan burgers, overwegende dat de Gemeentewet artikel 89, lid 1 stelt dat de verplichting tot geheimhouding 'wordt vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt', het juridisch advies stelt dat van de 'oplegging van geheimhouding in de bewonersbrief geen melding is gedaan' (advies 2.6 en 4.9), het juridisch advies ook concludeert dat 'omwonenden hiermee niet op de voorgeschreven wijze zijn geïnformeerd over het bestaan van de opgelegde geheimhouding' en het college hiermee niet conform de Gemeentewet heeft gehandeld, en spreekt haar afkeuring uit over de handelwijze van het college. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Van Basten Batenburg, de heer De Ridder, mevrouw Arp en de heer Sluijs, wordt de volgende motie (L.2 CU/SGP) ingediend:

Motie L.2 CU/SGP Motie van afkeuring De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2025, ter bespreking van Initiatiefvoorstel Hart voor Den Haag: opheffen geheimhouding (RIS320635), constaterende, dat: ▪ door het college per brief geheime informatie verstrekt is aan burgers (RIS321414); overwegende, dat: ▪ de Gemeentewet artikel 89, lid 1, stelt dat de verplichting tot geheimhouding ‘wordt vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt’; (wetten.nl - Regeling Gemeentewet - BWBR0005416 artikel 89, lid 1) ▪ het juridisch advies stelt dat van de ‘oplegging van geheimhouding in de bewonersbrief geen melding is gedaan’ (advies 2.6 en 4.9), ▪ het juridisch advies ook concludeert dat ‘omwonenden hiermee niet op de voorgeschreven wijze zijn geïnformeerd over het bestaan van de opgelegde geheimhouding’; ▪ het college hiermee niet conform de Gemeentewet heeft gehandeld; spreekt haar afkeuring uit over de handelwijze van het college, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dank u wel. Alle ingediende moties worden genummerd en gescand en zijn digitaal beschikbaar. Dan geef ik nu graag het woord aan het college, aan wethouder Vavier, voor de 71

beantwoording. Nee, het is de burgemeester; dat was ik helemaal vergeten. Het woord is aan de burgemeester. De heer Van Zanen. Voorzitter. De laatste twee moties zijn echt aan de raad. Ik wil namens het college iets zeggen over motie L.1 SP, Breng inwoners niet in onmogelijke positie. Er zitten drie verzoeken in die motie. Het eerste verzoek is om niet langer ongevraagd eenzijdig geheime informatie met inwoners te delen. Dat zullen we doen. Het tweede verzoek is om bij het ministerie van Binnenlandse Zaken te vragen om een schriftelijke reflectie op de reikwijdte van artikel 89, lid 2, van de Gemeentewet en of ook burgers hieronder vallen. Dan het derde verzoek, dat ook belangrijk is omdat er randvoorwaardelijkheid in zit en ook een tijdsvolgorde. Dat is het verzoek om de raad eerst de gelegenheid te geven om deze reflectie te bespreken, evenals een mogelijke aanpassing van de leidraad Geheimhouding, alvorens opnieuw geheime informatie met inwoners te delen. Het college gaat hier onmiddellijk mee aan de slag. Wij kunnen hier dus goed mee leven. De voorzitter. Dank u wel. Wenst een van de leden het woord in de tweede termijn? Dat is niet het geval. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We stemmen aan het eind van de avond. Ik schors even voor een kleine voorzitterswissel. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen. De voorzitter.

Ik heropen de vergadering. Het voorstel is om, gelet op de tijd, eerst agendapunt M te doen, de afronding debat Huisvesting culturele en maatschappelijke organisaties, waarin ik straks het woord geef aan mevrouw De Groot, en daarna agendapunt J, het voorstel van het college over Winkelcentrum Mariahoeve. Daarna kunnen we dan gewoon de volgorde van de agenda volgen tot het 23.00 uur is. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter, ik heb daar bezwaar tegen. Ik heb ook kenbaar gemaakt dat mijn fractie het belangrijk vindt om vandaag agendapunt S, over het Hobbemaplein, te bespreken. Wij willen een motie indienen om het college tot spoed te manen en het is erg vervelend als daar een maand op moet worden gewacht. De voorzitter. Even kijken wat dat betekent. Zullen we dan eerst M, dan S, en dan Mariahoeve doen? Het zijn twee korte debatjes. Weet u, ik doe dit voorstel. Ik ga eerst even luisteren wat meneer Dubbelaar vindt. Meneer Dubbelaar, heeft u ook een punt van orde? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ja, voorzitter. Ik heb een motie voorbereid en een afronding debat aangevraagd over erfpacht. Dat is onderwerp R. De wethouder had deze week al een offerteuitvraag willen doen. We hebben dit in de commissie besproken en het verzoek gedaan om die tot de raad aan te houden, om fracties in de gelegenheid te stellen om moties in te dienen.

Er zijn meerdere fracties die dat willen doen, dus het onderwerp is echt termijngebonden. De voorzitter. Maar Mariahoeve moet ook, hoor ik, dus zegt u het maar. Kijk, ik ben tot van alles bereid, maar niet tot vergaderen na twaalven. Ik wil zo snel mogelijk verder. Ik stel voor om de twee afrondingen te doen, daarna Mariahoeve en daarna erfpacht. Dat stel ik hier voor, maar u kunt natuurlijk een punt van orde maken en zeggen dat u dat wilt omdraaien. Dat kan, maar mijn voorstel is om nu twee afrondingen te doen, daarna Mariahoeve en daarna erfpacht. Dat gaan we halen, hoor ik hier zeggen. Laten we snel beginnen.

72

-

Afronding debat commissie.

Aan de orde is: M.

Huisvesting culturele en maatschappelijke organisaties.

De beraadslaging wordt geopend. De voorzitter. Ik geef het woord aan mevrouw De Groot. En bedankt voor het voorzitten. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Het CDA vindt het belangrijk dat maatschappelijke organisaties in de stad een thuisplek hebben. Daarover hebben wij twee moties opgesteld, met dank aan onze fractievertegenwoordiger Astrid Frey. Ik begin met motie Samen delen voor thuisplek maatschappelijke organisaties. Deze motie verzoekt het college om te inventariseren wat de mogelijkheden en lessen zijn van multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen, sportverenigingen en andere organisaties, hierbij verder te kijken dan de kinderdagverblijven, of sportverenigingen die gebruik kunnen maken van de gymzalen van scholen, in de inventarisatie de volgende punten mee te nemen: hoeveel sportverenigingen en scholen nu een ruimte delen met een andere maatschappelijke organisatie, wat hun ervaringen zijn, en welke voor- en nadelen er in de praktijk zijn, welke voor- en nadelen maatschappelijke organisaties ervaren die hun ruimte delen met andere organisaties zoals theaters, welzijnsorganisaties, kerken, bibliotheken en Haags Ontmoeten-locaties, en in Q4 2025 de resultaten met de raad te delen en een voorstel te doen voor het verbreden en verbeteren van multifunctioneel gebruik van locaties in Den Haag. Deze motie is medeondertekend door de heer Mahmood van DENK.

Dan mijn tweede motie, Breng huisvesting van maatschappelijke organisaties in beeld. Deze motie verzoekt het college het aantal maatschappelijke organisaties bij te houden dat daadwerkelijk bij de gemeente komt voor ondersteuning bij het vinden van huisvesting, aan te geven hoe de gemeente in die gevallen al dan niet ondersteuning heeft kunnen bieden en met welk resultaat, inzichtelijk te maken hoeveel maatschappelijke organisaties ondergebracht zijn in het vastgoed van de gemeente en hoeveel daarvan tijdelijk gehuisvest zijn in het gemeentelijk vastgoed, en de raad in Q4 2025 te informeren over de voortgang en de resultaten van deze inventarisatie. Deze motie is mede ingediend door mevrouw Arp van de SP, de heer Mahmood van DENK en de heer Coen Bom van Hart voor Den Haag. Ik ben nu niemand vergeten, hè? Nee. Ik begon even te twijfelen. De voorzitter. We krijgen een razendsnelle interruptie van mevrouw Bos en daarna een kort antwoord. Isabel Bos (GroenLinks). Het CDA vraagt in deze twee moties om heel erg veel informatie. Mijn korte vraag is: wat wilt u doen met al die informatie? Hinke de Groot (CDA). Ik wil daarmee zorgen dat wij in het vervolg geen aparte discussie hebben in de raad over elke maatschappelijke organisatie die dakloos wordt, maar zorgen voor een langetermijnaanpak voor maatschappelijke organisaties die dakloos raken.

Dat gebeurt vaak en we vinden het belangrijk dat organisaties een thuisplek hebben in de stad. Isabel Bos (GroenLinks). Dat doel steunen wij ook volledig, maar we zijn als raad al heel erg ver met het regelen van oplossingen voor dit soort problemen. Ik denk bijvoorbeeld aan het amendement Voorzieningen in scholen, dat u ook gesteund heeft, waardoor we in Zuidwest grotere schoolgebouwen gaan bouwen waardoor er meer ruimte is voor voorzieningen en maatschappelijke organisaties. Wat gaat deze motie dus nog extra doen boven op het beleid dat we eigenlijk al hebben ingezet? 73

De voorzitter. Mevrouw De Groot, heel kort. Hinke de Groot (CDA). We doen al veel, maar er moet nog veel meer gebeuren, want er zijn veel te veel maatschappelijke organisaties die dakloos raken. Dat mogen we niet toestaan in onze stad. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door mevrouw Arp, de heer Mahmood en de heer Bom, wordt de volgende motie (M.1 CDA) ingediend:

Motie M.1 CDA Breng huisvesting van maatschappelijke organisaties in beeld De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2025, ter bespreking van afronding debat Huisvesting culturele en maatschappelijke organisaties. Constaterende dat: - de gemeente geen actueel overzicht kan geven hoeveel ruimte er beschikbaar is voor maatschappelijke organisaties; - de gemeente inzicht heeft in het gebruik en de omvang van haar eigen vastgoed; - waar mogelijk, de gemeente maatschappelijke organisaties tijdelijk in gemeentelijke panden onderbrengt. Overwegende dat: - het belangrijk is om meer inzicht en grip te krijgen op hoeveel maatschappelijke organisaties risico lopen op een huisvestingsprobleem, doordat zij in tijdelijke panden zitten en het voor hen, gegeven de hoge kosten voor ruimte moeilijk zal zijn iets anders te vinden; - er in de raad regelmatig gesproken wordt over individuele maatschappelijke organisaties die dakloos dreigen te geraken. Het probleem wordt daarmee steeds per geval besproken, terwijl meer organisaties kampen met hetzelfde probleem; - de ervaring van de gemeente is dat er 10-20 maatschappelijke organisaties per jaar aankloppen voor hulp bij het vinden van huisvesting. (in beantwoording van de schriftelijke vragen RIS 318942).

Verzoekt het college; - het aantal maatschappelijke organisaties bij te houden, dat daadwerkelijk bij de gemeente komt voor ondersteuning bij het vinden van huisvesting; - aan te geven hoe de gemeente in die gevallen, al dan niet ondersteuning heeft kunnen bieden en met welk resultaat; - inzichtelijk te maken hoveeel maatschappelijke organisaties ondergebracht zijn in het vastgoed van de gemeente en, hoeveel daarvan tijdelijk gehuisvest zijn in het gemeentelijk vastgoed; - de raad in Q4 2025 te informeren over de voortgang en de resultaten van deze inventarisatie. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer Mahmood, wordt de volgende motie (M. 2 CDA) ingediend:

Motie M. 2 CDA Samen delen voor thuisplek maatschappelijke organisaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2025, ter bespreking van afronding debat Huisvesting culturele en maatschappelijke organisaties.

74

Constaterende dat: • de ruimte in de stad schaars is en het voor veel maatschappelijke organisaties lastig is om geschikte ruimte te vinden; • slechts een beperkt deel van het vastgoed in Den Haag de stempel ‘maatschappelijk’ heeft; • het buurthuis van de Toekomst invulling gaf aan multifunctioneel gebruik van sportverenigingen; • maatschappelijke organisaties (*) een eigen verantwoordelijkheid hebben met betrekking tot hun huisvesting; • de gemeente wel een rol kan spelen in het bieden van randvoorwaarden en andere ondersteuning voor het vinden van geschikte huisvesting. Overwegende dat: • maatschappelijke organisaties een ‘thuisplek’ verdienen; • door ruimte te delen, meer huisvestingsplekken voor maatschappelijke organisaties gedeeld kunnen worden. Waarbij als je ruimte deelt dan is het goed als je ook de kans krijgt je de plek eigen kan maken. Verzoekt het college: • te inventariseren wat de mogelijkheden en lessen zijn van multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen, sportverenigingen en andere organisaties.

Hierbij verder te kijken dan de kinderdagverblijven, of sportverenigingen die gebruik kunnen maken van de gymzalen van scholen; • in de inventarisatie de volgende punten mee te nemen: o hoeveel sportverenigingen en scholen nu een ruimte delen met een andere maatschappelijke organisaties, wat hun ervaringen zijn, en en welke voor- en nadelen er in de praktijk zijn; o welke voor- en nadelen maatschappelijke organisaties ervaren die hun ruimte delen met andere organisaties zoals theaters, welzijnsorganisaties, kerken, bibliotheken en de Haags Ontmoeten locaties; • in Q4 2025 de resultaten met de raad te delen en een voorstel te doen voor het verbreden en verbeteren van multifunctioneel gebruik van locaties in Den Haag. En gaat over tot de orde van de dag. *1 Een maatschappelijke organisaties is een organisatie die zich richt op het algemeen belang of het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken, zonder winstdoelstelling. Dit type organisaties opereert vaak in sectoren zoals welzijn, onderwijs, zorg, milieu, cultuur, of sociale rechtvaardigheid.

Belangrijke kenmerken van maatschappelijke organisaties zijn: (1) doelstelling: gericht op het dienen van de samenleving of een specifieke groep binnen de samenleving; (2) niet commercieel: geen primair winstmotief, eventuele winst wordt herinvesteerd in de organisatie of haar doelen; (3) onafhankelijk: functioneert onafhankelijk, maar kan wel samenwerken met overheden of susbsidies ontvangen; (4) betrokkenheid: werkt vaak met vrijwilligers of zet in op de actieve participatie van mensen in de samenleving. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Wij hebben ook een motie, die heet 'De laatste loodjes wegen het zwaarst'. Ik ga gewoon het dictum voorlezen. De motie verzoekt het college Eekta tot uiterlijk 1 juni 2025 tijd te bieden voor de definitieve verhuizing uit de Boylestraat, het langere verblijf in de Boylestraat uiterlijk vóór 15 maart vast te leggen in een bruikleenovereenkomst tussen Eekta en de gemeente, te bewerkstelligen dat Wijkz en Eekta zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor 15 maart de 75

gebruikersovereenkomst voor ’t Lindenkwadrant ondertekenen en de raad hierover te informeren. De motie is medeondertekend door Marije Mostert van D66 en Janneke Holman van Partij van de Arbeid. De voorzitter. Door mevrouw Faïd, daartoe gesteund door mevrouw Mostert en mevrouw Holman, wordt de volgende motie (M.4 HSP) ingediend:

Motie M.4 HSP De laatste loodjes wegen het zwaarst De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2025, ter bespreking van het afrondend debat over huisvesting culturele en maatschappelijke organisaties. Constaterende, dat: • partijen in goed overleg zijn over vervangende huisvesting in ‘t Lindenkwadrant en mondeling hebben uitgesproken er samen uit te willen komen; • de gemeente bereidt is tot aanpassing van enkele ruimten in ’t Lindenkwadrant voor een efficienter (multifuncitoneel) gebruik van de ruimten; • er concreet zicht is op overeenstemming over een gebruikersovereenkomst. Overwegende, dat: • • • • •

het wenselijk is de verhuizing op een goede manier af te ronden en de laatste loodjes altijd het zwaarst wegen; Eekta aan heeft gegeven nog enkele maanden uitstel nodig te hebben om de verhuizing zorgvuldig te organiseren; zekerheid nodig is voor partijen die werken aan de huisvesting voor jongeren; Wijkz snel behoefte heeft aan duidelijkheid ivm met eigen programmering; er nog enkele openstaande vragen zijn die moeten worden opgelost.

Is van mening dat: • Eekta voor veel Hindoestaanse ouderen een veilige haven is en het gezien de kwetsbaarheid van (een deel van de) doelgroep het belangrijk is dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over nieuwe huisvesting; • het zonde is als het schip in het zicht van de haven strandt. Verzoekt het college: • • • •

Eekta tot uiterlijk 1 juni 2025 tijd te bieden voor de definitieve verhuizing uit de Boylestraat; het langere verblijf in de Boylestraat uiterlijk vóór 15 maart vast te leggen in een bruikleenovereenkomst tussen Eekta en de gemeente; te bewerkstelligen dat Wijkz en Eekta zo snel mogelijk,maar uiterlijk voor 15 maart de gebruikersovereenkomst voor ’t Lindekwadrant ondertekenen; de raad hierover te informeren.

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Mairan Sewtahal (Hart voor Den Haag). Voorzitter. We hebben het in de raad al vaker gehad over stichting Eekta, en vrijwel de hele raad is het erover eens dat de stichting een nieuw onderkomen verdient. Nu zijn er vergaande gesprekken over een nieuw onderkomen in 't Lindenkwadrant, maar in tegenstelling tot wat de wethouder zegt, is er nog geen overeenstemming. De intentie is er om eruit te komen, maar Hart voor Den Haag wil dat de stichting de zekerheid krijgt dat zij kan blijven zitten in 76

de huidige locatie aan de Boylestraat tot er een nieuw onderkomen is, en tegen die tijd wordt geholpen bij de verhuizing. Daarom hebben wij de motie Geef Eekta de tijd, met het volgende dictum. Verzoekt het college de stichting Eekta te helpen met de verhuizing en het gereedmaken van een nieuw onderkomen, de stichting voor zolang het nieuwe pand nog niet beschikbaar is, respijt te geven in de Boylestraat, en de raad hierover te informeren. Deze motie is medeondertekend door collega Coen Bom. De voorzitter. Door de heer Sewtahal, daartoe gesteund door de heer Bom, wordt de volgende motie (M.3 HvDH) ingediend:

Motie M.3 HvDH Geef Eekta de tijd De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 13 februari 2025, ter bespreking van de Huisvesting culturele en maatschappelijke organisaties. Constaterende dat, • • •

op 29 augustus 2024 de motie ‘Helderheid en begeleiding voor Stichting Eekta’ met ruime meerderheid is aangenomen; de gemeenteraad benadrukte het belang van Eekta voor de gemeenschap en riep het college op om actief te helpen bij het vinden van een geschikte huisvesting, zodat de continuïteit van de activiteiten gewaarborgd kon blijven; er vanuit het college diverse gesprekken zijn gevoerd en er nieuwe huisvesting is aangeboden, maar dat die nieuwe locatie nog niet direct te betrekken is door Stichting Eekta.

Van mening dat, • •

de Stichting Eekta, indien het nieuwe pand opgeleverd kan worden, de tijd moet krijgen om de verhuizing voor elkaar te krijgen; er rekening gehouden moet worden dat Stichting Eekta hulp nodig zal hebben om te verhuizen.

Verzoekt het College: • de stichting Eekta te helpen met de verhuizing en het gereed maken van een nieuw onderkomen; • de stichting voor zolang het nieuwe pand nog niet beschikbaar is, respijt te geven in de Boylestraat; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Eerst de motie van het CDA, Samen delen voor een thuisplek voor maatschappelijke organisaties. Daar zitten een aantal interessante vragen in. Ik zou mevrouw De Groot willen vragen om deze motie nog even aan te houden, want in potentie wordt dit een heel omvangrijk en ook heel kostbaar onderzoek. U heeft eerder al de motie Genoeg ruimte voor maatschappelijke organisaties ingediend. We kunnen kijken of we deze onderzoeksvragen daarin kunnen meenemen, maar daar heb ik dan even tijd voor nodig. Misschien kunnen wij hierop dan terugkomen in de afdoening van die motie. Ik zou u dus eigenlijk willen vragen om deze motie nog even aan te houden, zodat we met elkaar de vraag wat preciezer kunnen bepalen.

77

Hinke de Groot (CDA). Als dit inderdaad terugkomt in de afdoening van de motie uit september, wil ik deze motie aanhouden. De voorzitter. Aangezien motie M.2 CDA is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Balster (PvdA). Dat zullen we dan zo doen. Dan uw motie Breng huisvesting van maatschappelijke organisaties in beeld. De ervaring leert dat het hierbij gaat om tien tot twintig verzoeken om ondersteuning per jaar. Het is werkbaar voor het college om dat een jaar bij te houden en dan te kijken waar het precies om gaat en hoe het opgelost kan worden. Kortom, ik kan deze motie aan de raad laten. Dan zijn er twee moties ingediend die betrekking hebben op de toekomst van Stichting Eekta. Zoals in de commissie ook uitvoerig besproken, is er de afgelopen tijd met Eekta gezocht naar een alternatieve locatie, ook op verzoek van de raad. Zij weten inmiddels tweeënhalf jaar dat ze weg moeten uit de Boylestraat. Hier zijn inspanningen voor verricht, door de gemeente maar vooral ook door Wijkz en de stichting zelf. Die gesprekken lopen nog en die gaan ook goed. U weet dat het college hierin een inspanningsverplichting heeft. Dat heb ik ook benadrukt. Wij vatten die inspanningsverplichting echter heel ruim op. Sterker nog, er zijn inmiddels heel veel concrete stappen gezet. De bal ligt op de stip.

De motie van mevrouw Faïd gaat nog iets verder dan de motie die drie weken geleden op tafel lag. Nu we wat verder in de tijd zijn, heb ik daar nog eens naar gekeken. Ik heb namelijk ook te maken met een partij die het pand aan de Boylestraat heeft gekocht en die inmiddels natuurlijk ook ongeduldig begint te worden. Laat ik deze motie aan de raad laten. Dit is wat mij betreft wel echt de laatste keer dat we uitstel verlenen voor de verhuizing. De stichting heeft daarmee een paar maanden om de verhuizing goed voor te bereiden. U schrijft ook dat het daarmee wel cruciaal is dat we half maart weten dat die verhuizing ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden en het contract wordt getekend. Dat is heel belangrijk. Ik kan deze motie aan de raad laten. De motie van de heer Sewtahal moet ik ontraden, want dat is een open verlenging zonder resultaatsverplichting op de daadwerkelijke verhuizing naar 't Lindenkwadrant zoals we die bijna met elkaar overeengekomen zijn. Die motie moet ik dus ontraden. Mairan Sewtahal (Hart voor Den Haag). Ik had niks anders verwacht van deze wethouder. Een andere organisatie, die op de eerste etage zit, weet namelijk bij voorbaat al dat die tot 1 juni mag blijven, terwijl de organisatie daaronder, Eekta, helemaal niets weet. Die moet maar gissen. Hoe kunnen we zo werken? Wethouder Balster (PvdA). Ik begrijp deze vraag van de heer Sewtahal niet.

We zijn nu een jaar in gesprek en we hebben inmiddels een jaar langer genomen voor de verhuizing. Ik was ook bij dat debat. Er zijn ontzettend veel stappen gezet in de richting van de stichting om tot een goede verhuizing te komen. Ik noem een paar voorbeelden. Er wordt tegemoetgekomen in de verhuiskosten. Er is nagedacht over de inrichting van het nieuwe pand, zodat dat goed aansluit op de activiteiten. Het is ook dichtbij. Het is nu van belang, met name voor de ouderen voor wie deze activiteiten zo ongelofelijk belangrijk zijn, dat er duidelijkheid komt en dat we hier niet over een halfjaar weer hetzelfde debat hebben. Dan komen we niet verder met elkaar. Het college is er dus voorstander van om te doen wat mevrouw Faïd en haar mede-indieners vragen, namelijk om nu echt te komen tot een werkbare oplossing voor zowel de stichting als de ontvangende partij, Wijkz. Mairan Sewtahal (Hart voor Den Haag). Er is tot nu toe geen enkele afspraak op papier gezet. De wens van Eekta is al duidelijk. Het is al duidelijk wat zij in 't Lindenkwadrant willen, maar tot op heden hebben zij geen bevestiging gekregen. Waarom moeten ze dan voor 15 maart gaan tekenen? Wethouder Balster (PvdA). Al in december hebben alle partijen mondeling tegen elkaar de wens uitgesproken om er met elkaar uit te komen.

De puntjes worden nu op de i gezet over de precieze inrichting en over het moment van verhuizen. Ook over de verbouwing van het pand is meegedacht, en daarin wordt men ook financieel tegemoetgekomen. De puntjes worden op de i gezet zodat het goed 78

voldoet aan alle wensen. Ik heb er alle vertrouwen in dat de partijen daar ook goed uit gaan komen elkaar. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: S. Verzoek tot intrekken raadsvoorstel Hobbemaplein en aanpak vervolgtraject (RIS321169). De beraadslaging wordt geopend. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Ik heb de motie Samen de schouders eronder voor Transvaal en de Schilderswijk, met het verzoek aan het college om in samenwerking met de ondernemers, bewoners en maatschappelijke organisaties van Transvaal en de Schilderswijk de komende maanden te komen tot een plan van aanpak om zo snel mogelijk, maar uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026, een nieuw plan voor de herinrichting van het Hobbemaplein aan de raad voor te kunnen leggen. Deze motie is medeondertekend door de heer Partiman, de heer Bingöl en de heer Mahmood. De voorzitter. Door mevrouw Van Basten Batenburg, daartoe gesteund door de heer Partiman, de heer Bingöl en de heer Mahmood, wordt de volgende motie (S.1 VVD) ingediend:

Motie S.1 VVD Samen de schouders eronder voor Transvaal en de Schilderswijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2024, ter bespreking van het verzoek tot intrekken raadsvoorstel Hobbemaplein en aanpak vervolgtraject. Constaterende dat: - het college de raad gevraagd heeft on het raadsvoorstel Hobbemaplein in te trekken; - het college voor het vervolgtraject heeft aangegeven dat er tot 2028 alleen wordt gewerkt aan de noodzakelijke aanpassingen aan het spoor om de nieuwe trams te kunnen laten rijden en de realisatie van een nieuw ontwerp voorwaarschijnlijk rond 2030 gerealiseerd zal zijn.

Overwegende dat: - er al zoveel goed werk in de afgelopen jaren verricht is wat heel veel informatie over mogelijkheden en onmogelijkheden voor de herinrichting van het Hobbemaplein heeft opgeleverd; - als de verandering van de rijrichtingen niet meer een uitgangspunt is, maar een uitkomst de verwachting is er snel draagvlak kan zijn; - het college heeft uitgesproken nog voor de zomer van 2025 met de verschillende groepen ondernemers, bewoners en maatschappelijke organisaties uit de Schilderswijk en Transvaal in gesprek te gaan over prioritering in uitgangspunten en doelen; - er tussen college en raad consensus is dat er alles aan gedaan moet worden om het gereserveerde budget voor de herinrichting en een toegankelijke halte voor tram 6 op het Hobbemaplein bij de gemeente en de MRDH gereserveerd moeten blijven. Verzoekt het college: - in samenwerking met de ondernemers, bewoners en maatschappelijke organisaties van Transvaal en Schilderswijk de komende maanden te komen tot een plan van aanpak om zo snel mogelijk, maar uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026, een nieuw plan voor de herinrichting van het Hobbemaplein aan de raad voor te kunnen leggen. 79

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Uiteraard is het college het met de indieners van deze motie eens dat het van belang is om de samenwerking met ondernemers, bewoners en maatschappelijke organisaties snel op te pakken en zo snel mogelijk tot een nieuw onderwerp te komen. Daar hebben we uitgebreid over gesproken in de commissie. Alleen wordt ons in de motie gevraagd om uiterlijk voor de zomer van volgend jaar al met een voorlopig ontwerp naar uw raad te komen, en dat is helaas niet mogelijk. Dat heeft ermee te maken dat we echt even terug moeten naar de uitgangspunten. Dat hebben we ook besproken. In juni kom ik daarom namens het college met een voorstel voor hoe het participatieplan eruit gaat zien en voor hoe de uitgangspunten eruit kunnen zien. Ook moeten we nog een besluit nemen over de scope, en over hoe we het proces vervolgens verder gaan inrichten. Dat betekent dat we dan richting een schetsontwerp gaan, inclusief participatie met de buurt en andere partijen, zoals de ondernemers. Dan zit je al in het voorjaar van 2026 en dan moet je nog naar een voorlopig ontwerp, dat ook ter inzage moet worden gelegd en waar formeel ook participatie op moet kunnen plaatsvinden.

Dat voorlopige ontwerp moet dan worden vastgesteld in de raad, en dan hebben we het op z'n vroegst over rond de zomer van 2027. Die planning is ook aan u medegedeeld in de werkbespreking voorafgaand aan de commissie. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik hoor de uitleg van de wethouder, maar wij zijn bij die werkbespreking geweest, en deze motie vraagt duidelijk om iets anders dan wat zonet werd toegelicht. Volgens mij is dat verder duidelijk voor iedereen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, dat is dus niet uitvoerbaar. Mocht de motie worden aangenomen, dan zal het college de motie beschouwen als een extra aansporing om te kijken op welke manier we dit zorgvuldig en toch zo snel mogelijk kunnen doen. Ik denk dat we op één lijn zitten waar het erom gaat dat we op basis van alle informatie die we nu al hebben stappen moeten gaan zetten. We zijn echter ook gebonden aan een zorgvuldig proces en we zijn eraan gebonden dat we dit op een nette manier moeten doen, en in volledige participatie met niet alleen de ondernemers maar met alle participanten. Dat vergt iets meer tijd dan wat hier gevraagd wordt. Adeel Mahmood (DENK). Hebben we in juni de uitgangspunten gereed voor een nieuw ontwerp? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja. Dat is ook behoorlijk ambitieus, maar dat is wel waar het college op inzet.

Als het even kan, zal dat in het volgende raadsvoorstel zijn, zodat het ook amendeerbaar is en de raad daar een besluit over kan nemen. Dat moet voor de zomer, in juni, naar u toe komen als het goed is. Adeel Mahmood (DENK). Dan kijk ik terug naar het vorige proces. Toen is in mei 2022 begonnen met de schetsontwerpen, zo bleek ook uit de toelichting van vorige week. In de zomer van 2023 lag toen de besluitvorming al voor. Dat was dus iets meer dan een jaar. Daarom snap ik het niet. Als we in juni al uitgangspunten hebben, kunnen we in ieder geval in Q2 van 2026 wel werken met het voorlopige ontwerp. We hoeven dan nog niet per se een besluit te hebben genomen, maar er moet wel alles aan gedaan worden om in ieder geval met ontwerpen naar de raad te komen. Dat zou binnen anderhalf jaar toch wel mogelijk moeten zijn? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Met het vorige ontwerp zijn we midden 2020 al begonnen. Uiteindelijk heeft dat in de zomer van 2024 geleid tot een voorlopig ontwerp. Dat is dus twee jaar langer dan wat het college nu voorstelt. Sneller gaan dan wat ik nu heb aangegeven en wat ook in de werkbespreking is gepresenteerd, dus helaas niet mogelijk. Adeel Mahmood (DENK). Ik herinner mij die werkbespreking heel anders. Er kwam inderdaad een toelichting en er werd een proces uitgestippeld.

Als ik dat proces volg, zou wat mij betreft anderhalf jaar genoeg moeten zijn om te komen met ontwerpen. Maar goed, ik hoor ook dat u zich wilt 80

inspannen om dit te doen. Wij willen u daar ook aan houden. U heeft het over mei 2020. Toen zat Landmark Hobbemaplein er nog. In 2021 spraken we ook nog over Landmark Hobbemaplein. Ik volg het dus eigenlijk niet meer allemaal. Ik heb meegekregen dat we in mei 2022 zijn begonnen met schetsontwerpen, en dat in de zomer van 2023 het voorlopige ontwerp gereed zou zijn. Wat mij betreft doet u er dus alles aan om wel binnen anderhalf jaar met een voorlopig ontwerp te komen. Ik volg de lijn vanaf 2020 eigenlijk niet meer. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Kortheidshalve: dat is echt zoals het gegaan is. Mocht deze motie worden aangenomen, dan beschouwt het college die als een extra aansporing, zoals ik zonet aangaf. We zien de motie dan als een extra inspanningsverplichting om zo snel mogelijk met een voorlopig ontwerp naar uw raad te komen. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: J.

Voorstel van het college inzake PUK Winkelcentrum Mariahoeve (RIS321151).

De beraadslaging wordt geopend. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Met het voorliggende PUK Winkelcentrum Mariahoeve kan er eindelijk aan de slag gegaan worden, en dat werd tijd ook. Mariahoeve snakt namelijk naar een levendig hart in de wijk en dat is precies wat het nieuwe Winkelcentrum Mariahoeve moet gaan worden. Dat er nu eindelijk aan de slag gegaan kan worden, is niet bepaald zonder slag of stoot gegaan, want toen kort na de verkoop van het winkelcentrum, eind 2020, de eerste spookverhaal en bijbehorende tekeningen van halve wolkenkrabbers rondgingen, stonden bepaalde delen van de wijk op hun achterste benen. Achteraf bleek het te gaan om oude studiemodellen die jaren geleden waren opgesteld. Desondanks startte de nieuwe eigenaar van het winkelcentrum een intensief en zorgvuldig participatietraject en zijn uiteindelijk zo goed als alle zorgen die er waren met betrekking tot het eerste, aanvankelijke plan weggenomen. Dat is een prestatie, en daar wil ik vanaf deze plek de eigenaar en de ontwikkelaar alsnog mee complimenteren. Er ligt nu een PUK waar zo goed als iedereen zich in kan vinden. Ik heb nog twee aandachtspunten, die ik in de commissie reeds heb aangedragen. Het eerste aandachtspunt betreft de onveilige situatie aan de voorzijde van het winkelcentrum. Daarover heb ik een motie, met het volgende dictum.

Verzoekt het college op zoek te gaan naar een goede en veilige oplossing die een afscheiding tussen voet- en fietspad aan de voorzijde van Winkelcentrum Mariahoeve biedt, en de raad over de uitkomsten te informeren. Van de voorkant gaan we naar de achterkant van het winkelcentrum. Ook daar heb ik een motie voor, met het volgende dictum. Verzoekt het college bij de verder uitwerking van het PUK Winkelcentrum Mariahoeve in ieder geval op te nemen de mogelijkheid om op de vrijkomende strook aan de achterzijde van Winkelcentrum Mariahoeve een terras met horecamogelijkheden te verkennen. De voorzitter. Door de heer Martinez van Andel worden de volgende moties (J.4 HvDH en J.5 HvDH) ingediend:

Motie J.4 HvDH Los verkeersonveilige situatie op De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake PUK Winkelcentrum Mariahoeve (RIS321151)

81

Constaterende, dat: ▪ sinds de herinrichting van fiets- en wandelpad aan de voorzijde van Winkelcentrum Mariahoeve een onveilige verkeerssituatie is ontstaan. Overwegende, dat: ▪ wandelaars en winkelend publiek te maken hebben met een te dicht op elkaar liggend voet- en fietspad; ▪ er geen duidelijke afscheiding tussen voet- en fietspad is aangebracht aan de voorzijde van winkelcentrum Mariahoeve; ▪ het wenselijk is voor zowel winkelend publiek als gebruikers van het fietspad dat er een veilige afscheiding komt ter verbetering van de verkeersveiligheid; ▪ er in 2020 tijdens het participatietraject van Mariahoeve Knapt Op door bewoners van Mariahoeve de meeste stemmen werden uitgebracht op het verbeteren van de openbare ruimte rondom Winkelcentrum Mariahoeve; ▪ deze werkzaamheden anno 2025 nog niet zijn uitgevoerd. Verzoekt het college: ▪ op zoek te gaan naar een goede en veilige oplossing die een afscheiding tussen voet- en fietspad aan de voorzijde van Winkelcentrum Mariahoeve biedt. En de raad over de uitkomsten te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie J.5 HvDH Terras achterzijde winkelcentrum De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 februari 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake PUK Winkelcentrum Mariahoeve (RIS321151) Constaterende, dat: ▪ in het PUK Winkelcentrum Mariahoeve wordt aangegeven dat de achterzijde van het winkelcentrum gedeeltelijk zal worden gebruikt als groencompensatiestrook; Overwegende, dat: ▪ er een groot tekort is aan horecagelegenheden in Mariahoeve; ▪ mogelijkheden tot ontmoeting in de eigen belangrijk zijn; ▪ een gedeelte van de achterzijde van Winkelcentrum Mariahoeve (De Horst) bij uitstek geschikt is voor de aanleg van een horecaterras met uitzicht op Park de Horst; ▪ dit een lang gekoesterde wens is van veel bewoners in de wijk Mariahoeve; Verzoekt het college: ▪ bij de verder uitwerking van het PUK Winkelcentrum Mariahoeve in ieder geval op te nemen de mogelijkheid om op de vrijkomende strook aan de achterzijde van Winkelcentrum Mariahoeve een terras met horecamogelijkheden te verkennen; En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Jan Willem van den Bos (PvdD). Voorzitter.

De Partij voor de Dieren snapt goed de wens om het winkelcentrum te vernieuwen, maar wat volgens mijn partij nog ontbreekt, is inzicht in de gevolgen van de voorgestelde hoogbouw voor het naastgelegen wijkpark, onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Dit is geen detail, want de geplande 60 meter hoge bebouwing in de vorm van een breed schijfgebouw zal leiden tot schaduw en temperatuurveranderingen die voor bestaande bomen, planten en diersoorten in het park van grote betekenis kunnen zijn. Minder zonlicht vermindert de 82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15241417/1