RIS321576 Notulen van de raad van 23 januari 2025
Tekst van het document
Dit is een manier om die zorg te uiten en eigenlijk ook om aan de burgemeester te vragen om hier toch streng op toe te zien. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik vind dat best een zware aantijging richting de burgemeester eigenlijk, want het impliceert dat hij dat nu niet zou doen. Dat is toch wel echt een vertrouwensvraag bijna die GroenLinks daar neerlegt. Hera Butt (GroenLinks). Het is niet bedoeld als vertrouwensvraag. Het is wel bedoeld als een heel groot zorgelijk signaal dat mijn fractie krijgt. Dit is niet de eerste keer. We hebben dit vaker gehoord. Ik heb het ook vaker in commissiedebatten en raadsvergaderingen besproken. Die signalen houden 81
niet op, vandaar deze motie. Het is echt een zorg, echt een noodkreet ook van mensen die mijn fractie hoort: deze waterkanonnen worden ingezet, wij kunnen niet weg. Dat is wat ik hoor. Het is mijn rol, vind ik, als volksvertegenwoordiger om daar iets mee te doen. Dit is een manier. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Waarom kunnen die demonstranten niet weg? Die kunnen toch via dezelfde weg gaan als ze zijn gekomen? Hera Butt (GroenLinks). Blijkbaar is dat niet zo. Ik heb het ook gevraagd. Dat kunnen ze dus niet. Op het moment dat de waterkanonnen worden ingezet - dat is wat ik heb gehoord, maar ik ben ook heel benieuwd hoe de burgemeester dit straks verder uitlegt - worden ze meegenomen door de politie. Dat is wat ik hoor. Er is dan geen mogelijkheid om nog te ontsnappen aan een waterkanon. Wat ik hoor, is dat er geen weg terug meer is. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Ik ga ervan uit dat u dan doorvraagt. Waarom kunt u dan niet weg? Kan niemand weg? Gaat er ook niemand weg? Want de politie, die vordert, die zegt: u moet weg. Dan gaat iedereen weg, behalve de mensen die niet weg willen, toch? Dus dan kan toch iedereen weg? Ik begrijp dus niet waarom u aangeeft dat die mensen niet weg kunnen. Hera Butt (GroenLinks). Ik kan mezelf blijven herhalen, maar ik heb net aangegeven dat dit is wat ik heb gehoord van de mensen die zelf last hebben gehad van een waterkanon.
Die zijn inderdaad gevorderd om weg te gaan. Die gaan niet weg, dat klopt. Op het moment dat ze niet weggaan, wordt er een waterkanon ingezet. Er wordt gelachen, maar op zich is een rechterlijke uitspraak niet heel lachwekkend. Als Hart voor Den Haag deze uitspraak opzoekt, kan ze heel duidelijk lezen dat de rechter zegt dat een waterkanon ingezet mag worden, als het nodig is en als het proportioneel is. Dat betekent wel dat als het wordt ingezet, mensen weg moeten kunnen komen. En wat ik hoor van de mensen is dat ze niet weg kunnen op het moment dat een waterkanon wordt ingezet. Daar heb ik het over. De voorzitter. Meneer Guernaoui, voor de derde maal. Mag ik een klein beetje rust in de zaal, alstublieft? Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Komt het dan misschien omdat ze zich hebben vastgeplakt of vastgeketend dat ze niet weg kunnen? Dus kunnen ze door hun eigen gedrag niet weg? Is dat misschien het verhaal? Wilt u voor die mensen opkomen? Hera Butt (GroenLinks). Hier hebben we het tijdens de commissie ook over gehad. Toen heb ik die mensen ook zelf letterlijk genoemd. Maar die zitten er ook tussen natuurlijk, mensen die zich hebben vastgeplakt. Die mensen zitten er ook tussen. Maar het zijn niet alleen mensen die vastgeplakt of vastgeketend zijn aan buizen of wat dan ook. Maar die mensen zitten er ook tussen, dat klopt. Kavish Partiman (CDA).
Een waterkanon wordt, tot spijt van sommigen, niet direct ingezet. Er is een heel traject voordat het waterkanon wordt ingezet. Er wordt eerst gezegd: je mag niet daar demonstreren. Dan wordt er gezegd: ga weg. Dan wordt er volgens mij tot vervelens toe nog een aantal keren gezegd: ga weg. Als mensen dan weigeren om weg te gaan, wordt een waterkanon ingezet. Dan is het ook nog een beetje een nevelige straal die eroverheen wordt gespoten. Een klein beetje regen, daar kan iedereen wel tegen. Maar nu wordt gezegd dat deze mensen niet weg kunnen. Ik vind dat wel een beetje een miskenning van het werk van de burgemeester. Nu wordt er gedaan alsof de burgemeester en de politie, die hierover gaan, willens en wetens mensen in het nauw drijven en met een waterkanon aan het bespuiten zijn. Dat doet geen recht aan hetgeen hier gebeurt. Bent u dat niet met me eens? Hera Butt (GroenLinks). Een deel van de schets van de feiten door het CDA kan ik volgen. Dat zijn ook gewoon feiten. Wat ik niet kan volgen is het volgende. Het is zo dat er bepaalde regels vastzitten aan het inzetten van een waterkanon. Het kan zo zijn dat het CDA zegt: dat is te langzaam of het moet veel eerder. Maar daarin is de mening van het CDA gelukkig niet heel relevant. Waar het hier om gaat, 82
is dat een waterkanon goed wordt ingezet. Daar zit mijn zorg. Wat ik hoor is dat het tegen een deel van de mensen in ieder geval niet op een proportionele manier wordt ingezet, omdat mensen niet weg kunnen. Daar gaat het over. Als er een waterkanon wordt ingezet, moeten mensen wel weg kunnen. Dat is blijkbaar, wat ik hoor, niet altijd het geval. Kavish Partiman (CDA). U heeft me geen mening hier horen ventileren. Ik heb een situatie geschetst zoals dat gaat. Wat ik terug hoor is dat wordt geschetst dat dit disproportioneel zou zijn. Ik vind dat een miskenning van het werk van onze politie en miskenning van het werk van onze burgemeester. Er wordt gedaan alsof hij disproportioneel handelt, terwijl hier alle protocollen worden gevolgd. Er wordt meermaals gezegd: u moet hier niet zijn, ik verzoek u vriendelijk om te vertrekken, ik verzoek u dringend om te vertrekken, ga alstublieft weg. Als je dan nog daar blijft en mensen zelfs - u geeft het zelf toe - zich vastplakken en vastketenen en noem maar op, dan vind ik het wel echt belachelijk dat er nu wordt gezegd dat de burgemeester en de politie hun werk niet goed doen en zich niet houden aan een rechterlijke uitspraak. Het is zeer kwalijk dat deze beschuldiging überhaupt de wereld in wordt geholpen. Hera Butt (GroenLinks). Ik heb geen vraag gehoord. Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Ik hoor GroenLinks hier zeggen dat ze niet geïnteresseerd zijn in meningen, maar ik denk wel dat GroenLinks geïnteresseerd is in de uitspraak van de rechtbank. Laat die nou net gezegd hebben dat het waterkanon terecht en proportioneel is ingezet. Dus waarom dan toch die motie en niet het vertrouwen hebben in de burgemeester en in de toetsing van de besluiten van de burgemeester bij de rechter? Dat mag ik toch wel van GroenLinks verwachten? Hera Butt (GroenLinks). Dat mag de VVD zeker van GroenLinks verwachten. Ik vertrouw ook op de rechtspraak in Nederland, gelukkig ook. Vandaar dat ik in deze motie heb geprobeerd om nog een keer te benoemen dat je niet zomaar een waterkanon kan inzetten. Het staat ook heel duidelijk in de uitspraak. En ja, in dezelfde uitspraak staat ook dat het mag. Dat klopt ook. Dat heb ik ook in mijn motie verwerkt zelfs. Maar er staat ook bij dat het onder voorwaarden ingezet kan worden. Als mijn fractie nog steeds signalen krijgt dat aan die voorwaarden niet wordt voldaan volgens sommige mensen, dan wil ik dat toch ook hier in deze zaal en middels deze motie in mijn rol als volksvertegenwoordiger naar voren brengen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Hoort mevrouw Butt in haar rol van volksvertegenwoordiger de mensen die dat zeggen niet te zeggen: als u deze ervaring heeft, laat dat dan toetsen door een rechter? Want wij kunnen dat hier niet.
De burgemeester zal ons hier gaan vertellen dat hij vindt dat het proportioneel is, want anders had hij het niet gedaan. Ik hoop dat we dat vertrouwen ook gunnen aan de burgemeester. Dus dan is toch het beste advies dat ik GroenLinks kan geven: laat deze motie achterwege en adviseer deze mensen, als zij het er niet mee eens zijn, juist die prachtige rechtstaat die wij hier hebben te gebruiken, waar u elk besluit kunt aanvechten. Hera Butt (GroenLinks). Daarin staat mijn fractie hetzelfde als de VVD. In Nederland heb je allerlei rechtsmiddelen. Als je het oneens bent met het optreden van de overheid op welke manier dan ook, vind ik ook dat je de rechtsmiddelen moet gebruiken die je hebt. Daar ben ik het helemaal mee eens. Of ze dat nou doen of niet doen, daar kan ik verder niks mee, want ik ben verder geen partij daarin. Maar dat neemt voor mij niet weg dat ik als volksvertegenwoordiger wel de urgentie voel om hier aandacht voor te vragen. Dat is het doel. Ik denk ook dat de burgemeester straks aangeeft dat de inzet proportioneel was. Ik denk dat dat straks de reactie is. Maar dat neemt niet weg dat ik toch dat debat aanga. De voorzitter. Mevrouw Van Basten Batenburg, voor de laatste maal. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dan wordt het een welles-nietesspelletje met de burgemeester. Ik zou echt mevrouw Butt willen vragen deze motie te heroverwegen.
Laat dit via de daartoe bestemde
83
kanalen, via de rechtsgang zijn weg vinden, als dat nodig is. Vertrouw de burgemeester, of doe dat niet. Ik zou GroenLinks daar niet toe willen oproepen, maar daar zit volgens mij wel hier de vraag. Hera Butt (GroenLinks). Ik ben ook benieuwd of de burgemeester straks misschien wat nader zou kunnen toelichten hoe die mensen dan weg zouden kunnen of hoe dat in dit geval mogelijk was voor deze mensen. Ik ben dus benieuwd of de burgemeester daar net iets meer toelichting op zou willen geven. Lesley Arp (SP). Ik heb een vraag van een heel andere orde. Stel dat een meerderheid van de raad deze motie wegstemt. Welk signaal komt er dan richting het college? Dat was oprecht een vraag die ik had, en ook wel aan de burgemeester eigenlijk. Hoe gaat hij dan met de uitspraak van de raad om? Hera Butt (GroenLinks). Goede vraag. Ik ben benieuwd wat de burgemeester zegt. Maar wat er hier eigenlijk staat is dat de burgemeester en het college uitvoering geven aan een rechterlijke uitspraak. Wij kunnen hier niet als raad zeggen: de burgemeester hoeft geen uitvoering te geven aan een uitspraak. Dat is volgens mij hoe het zit. Maar ik ben heel benieuwd hoe de burgemeester hierop reageert. De voorzitter. Was u aan het einde van uw betoog? Of met het indienen van de motie? Want dat is wat we doen. Hera Butt (GroenLinks). Het indienen van de motie inderdaad.
Deze is medeondertekend door Janneke Holman van de Partij van de Arbeid. De tweede motie roept op te onderzoeken of de voorwaarden en vragen die worden gesteld bij de kennisgeving van een demonstratie versimpeld kunnen worden; bij dit onderzoek advies in te winnen van experts op het gebied van het demonstratierecht, zoals gespecialiseerde juristen; en de raad over het bovenstaande te informeren in Q2. Deze is medeondertekend door Janneke Holman van de Partij van de Arbeid. De derde en laatste motie roept het college op het bij demonstraties in het algemeen, en wat betreft de demonstraties op of rond de A12 in het bijzonder, de juiste terminologie te gebruiken, en dus het woord 'demonstratie' te gebruiken bij de aanduiding. Deze is medeondertekend door Janneke Holman van de Partij van de Arbeid. Kavish Partiman (CDA). Die derde motie vind ik wel … De burgemeester verbiedt dat mensen zich begeven daar op de weg. Dat is toch geen demonstratie meer? Het is illegaal wat er daar gebeurt. Je kan dan toch niet afdwingen van de burgemeester dat hij ineens gaat spreken over een demonstratie, terwijl hij die zelf heeft verboden? Dan maakt u toch een karikatuur van de burgemeester? Hera Butt (GroenLinks). Ik denk dat het CDA hier een karikatuur maakt van het demonstratierecht.
Op het moment dat er een demonstratie is die wordt beperkt door de burgemeester, is het nog steeds een demonstratie, met beperkingen van de burgemeester. Dat maakt de demonstratie niet illegaal. Dat betekent, in het geval dat er beperkingen zijn opgelegd door de burgemeester, wel dat die beperkingen van de burgemeester worden overtreden, maar dan kan een demonstratie nog niet illegaal zijn. Kavish Partiman (CDA). Dat ik een karikatuur maak van het demonstratierecht is echt volstrekte onzin. Want die demonstraties worden toegestaan. De burgemeester verwijst naar locaties waar het kan. De burgemeester beroept zich ook op de bevoegdheden die hij heeft om te zeggen dat het op bepaalde plekken niet kan. Dat maakt het een verboden iets. Dan moet je dat toch niet verheffen tot iets legaals? Dat is het gewoon niet. Hera Butt (GroenLinks). 'Een verboden iets' klinkt al wat vager. Ik ben heel benieuwd hoe de burgemeester hierop reageert. Volgens mij noemt de burgemeester ook een demonstratie op de A12 geen illegale demonstratie. Dat kan ook niet. Het is een demonstratie met beperkingen. Die beperkingen van de burgemeester worden op dat moment inderdaad overtreden. 'Een verboden iets' zouden we het ook kunnen noemen, in de woorden van het CDA. 84
De voorzitter. Door mevrouw Butt worden de volgende moties (P.1 GL, P.2 GL en P.3 GL) ingediend:
Motie P.1 GL Demonstraties niet criminaliseren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van Blokkades A12. Constaterende, dat: ▪ de Rechtbank Den Haag in de uitspraak van 13 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15385, in rechtsoverweging 4.15 het volgende heeft geoordeeld: “In algemene zin geldt dat ook het tijdelijk blokkeren of bezetten van een (snel)weg een demonstratievorm is die door artikel 11 EVRM wordt beschermd. Daarbij komt dat zolang een demonstratie vreedzaam is – zoals bij de XR blokkades onmiskenbaar het geval is – van autoriteiten tolerantie wordt verlangd, ook als er sprake is van een ‘disruption of ordinary life’, inclusief de ontwrichting van het verkeer. De vraag hoe ver die vereiste tolerantie moet gaan is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de situatie.”; ▪ ook uit de presentaties van experts tijdens de werkbespreking over het demonstratierecht in de commissie Bestuur van 15 januari 2025 naar voren kwam dat demonstraties met beperkingen niet illegaal zijn.
Van mening, dat: ▪ het gebruik van onjuiste terminologie niet alleen het legitiem gebruik van het demonstratierecht criminaliseert, maar er ook voor zorgt dat, door het zaaien van onjuistheden en verwarring in het publieke debat, het demonstratierecht (verder) onder druk komt te staan; ▪ er ook bij de demonstraties op/rond de A12 nog steeds sprake is van demonstraties (met beperkingen van de burgemeester). Roept het college op: ▪ het bij demonstraties in het algemeen, en wat betreft de demonstraties op/rond de A12 in het bijzonder, de juiste terminologie te gebruiken, en dus het woord ‘demonstratie’ te gebruiken bij de aanduiding. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie P.2 GL Luister naar de rechter De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van Blokkades A12. Overwegende, dat: ▪ GroenLinks Den Haag signalen heeft ontvangen dat bij meerdere demonstraties waterkanonnen zijn ingezet tegen vreedzame demonstranten die op dat moment de locatie niet meer konden verlaten.
85
Constaterende, dat: ▪ de Rechtbank Den Haag in de uitspraak van 13 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15385, in rechtsoverweging 4.24 het volgende aangeeft: “Vanzelfsprekend mag een waterwerper, bij vreedzame demonstraties als deze, niet worden ingezet als het doel van de inzet (het doen verlaten van de locatie van de demonstranten) niet kan worden bereikt.”. Van oordeel, dat: ▪ een waterkanon een geweldsmiddel is waarvan de inzet proportioneel, gematigd en redelijk moet zijn. Van mening, dat: ▪ er geen geweldsmiddelen moeten worden ingezet tegen vreedzame demonstranten. Roept het college op: ▪ om altijd uitvoering te geven aan de uitspraak van de Rechtbank van Den Haag van 13 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15385, rechtsoverweging 4.24; ▪ er dus ook op toe te zien dat waterkanonnen niet worden ingezet als mensen niet weg kunnen. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie P.3 GL Demonstreren moet laagdrempelig zijn De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van Blokkades A12. Overwegende, dat: ▪ voor de kennisgeving van een demonstratie in Den Haag meerdere pagina's aan informatie worden gevraagd aan de organiserende partij. Constaterende, dat: ▪ in de werkbespreking over het demonstratierecht in de commissie Bestuur van 15 januari 2025 door verschillende experts is aangegeven dat gemeenten veel voorwaarden en vragen stellen bij de aanmelding van demonstraties. Dit kan een ontmoedigend effect hebben wat betreft de keuze om te gaan demonstreren, bijvoorbeeld bij kleine groepen die willen demonstreren; ▪ het gaat bijvoorbeeld om het vereiste om minstens 4x24 uur van tevoren te melden. In Rotterdam is dat 2x24 uur, in Amsterdam 1x24 uur (onder omstandigheden 3x24 uur) en in Utrecht ook 1x24 uur. Van oordeel, dat: ▪ de kennisgeving die in Den Haag wordt gevraagd geen ontmoedigend effect mag hebben wat betreft de keuze om te gaan demonstreren. Van mening, dat: ▪ demonstreren wezenlijk is voor het goed functioneren van de rechtsstaat, en het de rol is van de overheid om demonstraties zo goed mogelijk te faciliteren. Roept het college op: ▪ te onderzoeken of de voorwaarden en vragen die worden gesteld bij de kennisgeving van een demonstratie versimpeld kunnen worden;
86
▪ ▪
bij dit onderzoek advies in te winnen van experts op het gebied van het demonstratierecht, zoals gespecialiseerde juristen; en de raad over het bovenstaande te informeren in Q2.
En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De heer Van Zanen. Voorzitter. Motie P.4 van Hart voor Den Haag vraagt: schort het overleg op. Er is voorzien in een overleg met de politiechef, die staat onder het gezag van de hoofdofficier en van mij. Het is onwerkbaar en ook niet goed voor de veiligheid van de stad om het werk van de driehoek op te schorten. Dat is heel onverstandig. Ook als u de motie aanneemt, zal ik die niet uitvoeren, want ik kan die niet uitvoeren. Motie P.5: volgens mij heb ik in september 2023 in de Tweede Kamer bij een rondetafelgesprek en sindsdien aldoor voor en achter de schermen gelobbyd. Ik wijs op het debat gister in de Tweede Kamer en waar het kabinet mee komt, het WODC-rapport. Als het gaat om het zoeken naar - want zo heb ik het, geloof ik, genoemd - mogelijkheden, in de techniek, in maatregelen, voor het versnellen - dat is ook iets waar de heer Guernaoui het altijd over heeft - van een einde maken van de verstoring van de openbare orde en het overtreden van die beperking, om het verzinnen van maatregelen als er herhaling optreedt, over de registratie, dan voer ik over allemaal dat soort dingen steeds gesprekken, ook nog weer de maandag voor de commissiebehandeling. Deze motie is dus overbodig, want ik doe niets anders. Er staan veertien constateringen in.
Ik ben natuurlijk ongelukkig met overweging tien, dat het niet is gelukt om deze illegale blokkades te voorkomen of direct te verhelpen. Want ik vind dat naar de mogelijkheden die ik op dit moment heb vanuit mijn positie, dat wel lukt. Maar ik vind inderdaad dat er het een en ander moet veranderen. Dat heb ik meerdere keren gezegd. Je kunt zeggen dat ik me hierin gesteund voel, maar ik vind dat dit overbodig is, want ik doe niks anders. Dan de drie moties van GroenLinks, van mevrouw Butt. De motie die bij mij P.1 heet is Demonstraties niet criminaliseren. Dat is sowieso natuurlijk niet de bedoeling. Maar die zou ik willen ontraden. De term 'blokkade' sluit niet per definitie uit dat het om een demonstratie gaat. Bij de blokkadeacties op de Utrechtsebaan is sprake van een demonstratie waarop vooraf zeer uitvoerig gemotiveerd een beperking in locatie en tijd van toepassing is. Tegen deze beperking staat vooraf de gang naar de rechter open. Als daar geen gebruik van wordt gemaakt - en dat is nog nooit gebeurd, tot mijn diepe spijt - is de beperking van kracht en dient men zich daaraan te houden. Als men vervolgens, conform de beperking, op het Malieveld gaat demonstreren, is er nog steeds sprake van een demonstratie met een beperking.
Op het moment dat men echter toch de weg blokkeert, is er niet langer slechts sprake van een demonstratie met een beperking, maar van een daadwerkelijke overtreding van een rechtmatig opgelegde beperking en daarmee van overtreding van de wet. Dan gaat het dus niet meer om legitiem gebruik van het demonstratierecht, maar van het plegen van strafbare feiten. Mensen die vervolgens niet voldoen aan de herhaalde vorderingen van de politie om te vertrekken, worden op gezag van het Openbaar Ministerie door de politie aangehouden vanwege het plegen van die strafbare feiten. Omdat met deze blokkades de wet wordt overtreden, is er sprake van onrechtmatige demonstratieve blokkades. Het alleen gebruiken van de term 'demonstratie', al dan niet met de toevoeging 'met beperkingen' dekt de lading dus niet volledig. Het is een terminologiediscussie. Ik zou deze motie willen ontraden. Maar we moeten inderdaad wel op onze woorden letten. Ik heb het volgens mij zo precies mogelijk en genuanceerd mogelijk uitgelegd. Marieke van Doorn (D66). Dank aan de burgemeester. Ik vind het heel mooie omschrijving. U noemde het 'onrechtmatige demonstratieve blokkades'. Los van hoe u deze motie apprecieert, vind ik de inzet van GroenLinks wel interessant. Maar ik zou het wel fijn vinden als we die termen gebruiken in hoe we communiceren en niet spreken van 'illegale blokkades'. De heer Van Zanen. Eens!
87
Kavish Partiman (CDA). Gaat de burgemeester deze gekke term nou daadwerkelijk hanteren in zijn communicatie naar buiten toe? Dan wil ik bijna een tweede termijn aanvragen om een andere motie in te dienen. Het is toch helemaal niet normaal om zoiets te gaan doen? De heer Van Zanen. Ik ontraad deze motie. Ik vind de terminologie sowieso niet zo interessant. Maar ik wil me wel zo zorgvuldig mogelijk uitlaten. Ik laat me dus niet zeggen dat het rechtmatig was. Ik laat me ook niet zeggen dat het legitiem was. Dat heb ik allemaal gezegd, hè? Het was alleen een lang antwoord. Maar als ik het moet samenvatten? 'Blokkades' sluit namelijk helemaal niet uit dat het toch een demonstratie is, want dat is een van de stellingen. Het is onrechtmatig en het is een demonstratieve blokkade. Ik vond het nogal een mooie vondst. Het heeft voor de rest niks met gekkigheid te maken. Ik vind sowieso de discussie over de terminologie niet zo interessant. Maar we hebben hier wel even netjes over nagedacht. Ik denk dat dit heel redelijk is. Ik ontraad de motie. Dan de tweede motie, die P.2 heet, Luister naar de rechter. Die vind ik echt overbodig. De politie mag de waterwerper inzetten ter beëindiging van blokkadeacties waarbij deelnemers de wet overtreden. Ik moest toelichten waarom het gebeurd is. Ik heb dat volgens mij in de commissie gedaan, maar ik doe het met liefde nog een keer.
In dit geval is er met geweld door een linie heen gebroken, met geweld. Daar is de waterwerper bij ingezet. Het was op de Koningskade. Daarna is de waterwerper ingezet om de demonstratie zo snel mogelijk te beëindigen. Het bleek een effectief middel. Er was ook aanleiding voor, omdat er op meerdere plekken in de stad sprake was van blokkades en aanrijtijden in gevaar kwamen. Kortom, alle reden om dat te doen. Een waterwerper op beperkte kracht is een van de lichtste geweldsmiddelen die kan worden ingezet in situaties waarbij grote groepen mensen de openbare orde verstoren en geen gehoor geven aan drie keer herhaalde - drie keer, en heel vriendelijk - bevelen van de politie. Het doel hiervan is om groepen ertoe te bewegen uiteen te gaan. Dat wordt altijd van tevoren netjes aangekondigd. Dat heeft ook meerdere keren de rechterlijke toets doorstaan. Echter, de inzet van een waterwerper is een middel dat slechts wordt ingezet als daar echt aanleiding toe is. Die moet altijd voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Daar heeft u gewoon gelijk in en dat was in dit geval ook zo. Het signaal dat mensen niet konden vertrekken, wordt niet door de politie herkend. Het is juist de bedoeling dat mensen weggaan. Ja, ze mogen er helemaal niet zijn. Ik heb niet voor niets een keurig gemotiveerde beperking opgelegd. Deze motie vind ik echt overbodig.
De suggestie alleen al dat ik me niet aan de uitspraken zou houden. Dan de derde motie, P.3, Demonstreren moet laagdrempelig zijn. Daar ben ik het zeer mee eens. Maar ik zou u willen vragen om deze aan te houden. Want ik heb volgens mij eerder al een toezegging gedaan aan een van u, of meerderen van u, over deze kennisgevingsprocedure. Wij vinden dat die uiterst laagdrempelig is; maar goed, dat doet er niet toe. Omdat er altijd ruimte is voor verbetering is al vorig jaar een proces gestart om te bezien waar versimpeling en verduidelijking mogelijk is. Een juridisch advies - daar vroeg u nu ook om - maakt hiervan onderdeel uit. Uw raad wordt hierover in Q2 geïnformeerd. Daarmee is eigenlijk wat mevrouw Butt verzoekt al in gang gezet. Als u dan in Q2 onze informatie hebt gezien, kunt u natuurlijk alsnog bezien of dat aanleiding geeft tot vervolgvragen en of u daar wel of niet tevreden mee bent, zeg ik tegen u, mevrouw Butt. Dus ik zou nu zeggen: aanhouden. Hera Butt (GroenLinks). Ik kan me herinneren dat ik het eerder heb gehad over die 4 x 24, een van de onderdelen van de aanmeldprocedure. Kan dit dan misschien als een toezegging genoteerd worden, dat we in ieder geval hebben staan dat dit stuk in Q2, begreep ik net van de burgemeester, eraan komt? Dan weten we dat het in Q2 eraan komt. De heer Van Zanen. Wat mij betreft zeker. Hera Butt (GroenLinks). Dank.
Dan ben ik heel benieuwd. Dan kan ik de motie voor nu aanhouden. De voorzitter. Aangezien motie P.3 GL is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De beraadslaging wordt gesloten. 88
Aan de orde is: Q.
Themadebat taalaanpak.
De beraadslaging wordt geopend. Caroline Verduin (D66). Voorzitter. We hebben recent het nieuws gelezen dat zes op de tien arbeidsmigranten in Nederland blijft, vaak als ze een partner en kind in Nederland hebben. Maar we zien ook wel dat nog veel arbeidsmigranten de Nederlandse taal nog niet spreken. Daarom heb ik een motie, want veel arbeidsmigranten willen wel die Nederlandse taal spreken. Deze motie verzoekt het college onder de arbeidsmigranten in Den Haag te verkennen wat de grootste obstakels zijn tot het leren van de Nederlandse taal; in gesprek te gaan met werkgevers (binnen Den Haag en omliggende gemeenten) en uitzendbureaus over de verantwoordelijkheid van de werkgevers om hun internationale werknemers meer te faciliteren ten aanzien van Nederlandse taallessen; in te zetten op versterking en uitbreiding van toegankelijke taallessen die passend zijn bij de behoeften van arbeidsmigranten en daarbij de mogelijkheden te onderzoeken of dit gekoppeld kan worden aan concrete baankansen; en de raad over voorgaande uiterlijk voor de zomer van 2025 te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Verduin wordt de volgende motie (Q.1 D66) ingediend:
Motie Q.1 D66 Bied de helpende hand met een passende taalles voor de arbeidsmigrant De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van het afrondend debat over de taalaanpak in Den Haag. Constaterende dat: • er 60 duizend arbeidsmigranten woonachtig zijn in Den Haag; • uit landelijk onderzoek van kenniscentrum arbeidsmigranten blijkt dat meer dan de helft van de arbeidsmigranten (55%) de eigen Nederlandse taalvaardigheid laag inschat; • 83% van de arbeidsmigranten de eigen taalvaardigheden wil verhogen, mede om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren; • de belangrijkste obstakels die worden ervaren zijn de kosten voor taalcursussen en gebrek aan tijd. Van mening dat: • kennis van Nederlandse taal ook voor arbeidsmigranten een sleutel is naar beter betaald werk, een betere integratie en begeleiding van hun kinderen; • de bedrijven-aanpak van ROC Mondriaan en Taal op de werkvloer slechts een zeer beperkt aantal deelnemers kent (300 deelnemers totaal); • werkgevers die qua productie grotendeels draaien op arbeidsmigranten een grotere verantwoordelijkheid zouden mogen voelen om taallessen onder of aansluitend op werktijd beter te faciliteren voor werknemers.
Verzoekt het college: • onder de arbeidsmigranten in Den Haag te verkennen wat de grootste obstakels zijn tot het leren van de Nederlandse taal; • in gesprek te gaan met werkgevers (binnen Den Haag en omliggende gemeenten) en uitzendbureaus over de verantwoordelijkheid van de werkgevers om hun internationale werknemers meer te faciliteren t.a.v. Nederlandse taallessen;
89
•
•
in te zetten op versterking en uitbreiding van toegankelijke taallessen die passend zijn bij de behoeften van arbeidsmigranten en daarbij de mogelijkheden te onderzoeken of dit gekoppeld kan worden aan concrete baankansen; de raad over voorgaande uiterlijk voor de zomer van 2025 te informeren.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik zou graag een motie indienen met als titel 'De raad heeft recht op alle college-informatie over het verminderen van taalachterstanden'. Daarvan luidt het dictum: verzoekt het college binnen drie maanden een modus te vinden om de gevraagde informatie uit alle relevante programma's (in ieder geval 6, 7, 8 en 14) met betrekking tot vermindering van taalachterstanden alsnog aan te leveren. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk, daartoe gesteund door de heer Bom, wordt de volgende motie (Q.4 HvDH) ingediend:
Motie Q.4 HvDH De raad heeft recht op alle college informatie over het verminderen van taalachterstanden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 23 januari 2025, als afronding van het Themadebat Taalaanpak. Constaterende dat, • •
• •
er tenminste 52,6 miljoen beschikbaar is voor programma’s om taalachterstanden te verminderen; er een motie ligt van Hart voor Den Haag (gedateerd 4 april 2024) die vraagt om een transparante verantwoording van de Taalaanpak,” Dictum: bij de jaarverantwoording op een heldere en transparante wijze aan te geven wat de doelstellingen, de verdeling van de diverse budgetten en de bereikte resultaten zijn van alle programma’s die gericht zijn op het verminderen van taalachterstanden.”; het college in een tussenbericht van 22 mei 2024 aangeeft “Aangezien voor de afdoening meer tijd nodig is om de gegevens te verzamelen en af te stemmen met diverse collega’s van andere diensten zal de afdoening later dan de gestelde termijn van 6 weken plaatsvinden.”; het college uiteindelijk (in de afdoening van 3 december 2024) weigert om deze motie uit te voeren met als reden; “De conclusie is, dat daar waar het voorkomen en terugdringen van taalachterstanden tot de primaire taak van het betreffende programma behoort, in de programmarekening hierop kan worden gerapporteerd. Voor die programma’s waar wel wordt bijgedragen aan het voorkomen en terugdringen van taalachterstanden, maar dit niet behoort tot de primaire taak van dit programma, kan dit niet afzonderlijk zichtbaar worden gemaakt.”
Overwegende dat, • • •
de Raad volgens de wet moet kunnen beschikken over alle informatie die ze nodig heeft om het haar toekomende budgetrecht op een volwaardige manier te kunnen uitoefenen; het college zelfs een actieve informatieplicht heeft; tijdens het debat in de Commissie Samenleving niet is gebleken dat het college haar standpunt van de afdoening van de motie wil heroverwegen;
90
•
tijdens dat debat bijvoorbeeld is gebleken dat 25% van de bijstandsgerechtigden een taalprobleem heeft, maar dat de raad dus geen enkel inzicht heeft in de doelstellingen, resultaten en het bestede budget.
Van mening dat, • • •
het onvoorstelbaar is dat het college in 8 maanden tijd niet eens een algemene inschatting kan maken van de bijdrage van diverse programma’s aan het terugdringen van de taalachterstand; de raad recht heeft te weten hoe de 52,6 miljoen euro wordt uitgegeven aan het verminderen van taalachterstanden; een motie van wantrouwen voor de portefeuillehouder (nog) niet terecht is, omdat hij vanuit zijn eigen portefeuille wel (zo goed mogelijk) antwoord geeft op de gestelde vragen.
Verzoekt het College: •
binnen drie maanden een modus te vinden om de gevraagde informatie uit alle relevante programma’s (in ieder geval 6,7,8 en 14) m.b.t. vermindering van taalachterstanden alsnog aan te leveren.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Van ons één motie: verzoekt het college een bijeenkomst te organiseren waarbij alle maatschappelijke organisaties in Den Haag die zich bezighouden met taal in het vrijwillig kader worden uitgenodigd, in elk geval waarmee wordt samengewerkt binnen Actieplan Taal en Volwasseneneducatie; tijdens dit evenement ruimte te bieden aan deze organisaties om te vertellen over hun ervaringen, wat zij zien in de stad, en wat zij nodig hebben om hun werk te versterken; de opbrengsten mee te nemen in de evaluatie Actieplan Taal en HEA 2026-2030. Samir Ahraui (PvdA). Ik vroeg me bij deze motie af of die niet heel overbodig zou zijn, want ik ga er eigenlijk van uit dat het college met al deze partners met wie het een actieplan heeft opgesteld, überhaupt al veel in gesprek is en dat constant in evaluaties al goed gekeken wordt wat er beter kan, waar er nog een tandje bij kan en waar mensen tegen aanlopen. Is nu de bedoeling van het CDA dat daar dan één bijeenkomst voor komt met deze motie? Waar zoekt het CDA precies naar? Kavish Partiman (CDA). Ik ben het met de heer Ahraui eens dat het college of de gemeente an sich wel het gesprek voert met al deze organisaties. Dat gebeurt separaat van elkaar.
Het is de bedoeling om deze organisaties ook bij elkaar te brengen en het gesprek gezamenlijk te voeren, zodat er ook ervaringen met elkaar uitgewisseld kunnen worden. Dat is de kracht van samenzijn. Op die manier kan je die informatie bundelen en meenemen in de verdere implementatie en uitvoering, zodat het beleid verbeterd kan worden. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik onderschrijf de urgentie die ook de heer Partiman hier naar voren brengt voor wat betreft taalachterstanden. Maar is zo'n bijeenkomst niet gewoon verlies van tijd? Is het niet veel beter om maatregelen te nemen om die taalachterstanden echt te verminderen? Kavish Partiman (CDA). Als er maatregelen genomen moeten worden, dan zou het wel goed zijn om eerst alle informatie bij elkaar te brengen en om ook van de organisaties die zich echt zo inzetten in de stad om die taalachterstanden weg te werken, te horen wat hun ervaringen zijn. Dan kan op basis daarvan beleid gemaakt worden. Anders is het altijd vanuit het stadhuis denken voor de organisaties in de stad. Het CDA wil juist denken mét die organisaties in de stad. 91
Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Uw wethouder is ook een CDA'er. Die zegt ook altijd: ik doe alles met alle partners in de stad. Dus ik denk dat hij gewoon zal zeggen: maar dit doen we allang. Dat zegt hij namelijk ook iedere keer tegen de andere raadsleden. Kavish Partiman (CDA). Maar dan komt mevrouw Verdonk terug op de interruptie die door de heer Ahraui is gepleegd. De gemeente voert die gesprekken met al die organisaties. Het is ook goed dat dat gebeurt. Ons voorstel is om die organisaties bij elkaar te brengen om het gesprek gezamenlijk aan te gaan, zodat we vandaaruit met elkaar ervaringen kunnen uitwisselen, maar dat ook de verschillende organisaties met elkaar ervaringen kunnen uitwisselen. Dan kunnen we maatregelen, als die nodig zijn, nemen op basis van de juiste informatie. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, voor de derde maal. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Maar die organisaties praten toch al voor een heel groot deel met elkaar? Dat gaan ze nu dan doen als ze bij elkaar zitten. Zal er dan iets anders uitkomen dan uit al die individuele gesprekken die de wethouder al met ze heeft? Kavish Partiman (CDA). Organisaties praten met elkaar, organisaties praten met de overheid, maar dat gebeurt niet in gezamenlijkheid. Ik denk dat daar de meerwaarde in ligt.
Het is niet dat we zeggen dat het werk niet goed wordt gedaan, maar we willen kijken naar innovatieve mogelijkheden om dit beter te maken. We hebben een probleem. Dat constateren mevrouw Verdonk en ik samen met elkaar. Die laaggeletterdheid willen we samen aanpakken. Dan moet je alle informatie die je kan krijgen, zo goed mogelijk proberen te vergaren. Dit is volgens mij een van de mogelijkheden. Ik zou juist zeggen, mevrouw Verdonk: steun deze motie, zodat we het samen kunnen aanpakken. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (Q.2 CDA) ingediend:
Motie Q.2 CDA Maatschappelijk middenveld als taalpartner De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van het Themadebat Taal. Constaterende dat: ● ● ● ● ●
laaggeletterdheid in steden een groot probleem is dat veel mensen belemmert in hun dagelijks leven en kansen op de arbeidsmarkt; een groep volwassenen in Den Haag al lange tijd in de stad woont, maar niet of nauwelijks Nederlands spreekt; maatschappelijke organisaties in de stad die zich met taal bezighouden een cruciale rol spelen in het bereiken van deze onzichtbare groep laaggeletterden; deze organisaties laagdrempelig in de wijk werken en mensen met elkaar verbinden; deze organisaties zorgen dat de Nederlandse taal op een laagdrempelige wijze daadwerkelijk wordt gesproken, waardoor hun impact verder reikt dan enkel het geven van Nederlandse les.
Overwegende dat: ● ●
het belangrijk is om deze maatschappelijke organisaties te erkennen als volwaardige partners in de strijd tegen laaggeletterdheid; een gezamenlijke bijeenkomst kan bijdragen aan meer samenwerking en inzicht in wat nodig is om laaggeletterdheid verder aan te pakken;
92
●
een dergelijk evenement kan helpen om de maatschappelijke impact van deze organisaties beter zichtbaar te maken en te versterken.
Verzoekt het college: ●
● ●
een bijeenkomst te organiseren waarbij alle maatschappelijke organisaties in Den Haag die zich bezighouden met taal in het vrijwillig kader worden uitgenodigd, in elk geval waarmee wordt samengewerkt binnen Actieplan Taal en Volwasseneneducatie; tijdens dit evenement ruimte te bieden aan deze organisaties om te vertellen over hun ervaringen, wat zij zien in de stad, en wat zij nodig hebben om hun werk te versterken; de opbrengsten mee te nemen in de evaluatie Actieplan Taal en HEA 2026-2030.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. In Den Haag is een op de vier mensen laaggeletterd. Dat baart mijn fractie zorgen. Een goede beheersing van de Nederlandse taal is nodig om mee te kunnen doen aan de Haagse samenleving. In het debat vorige week hebben we aangegeven dat we graag zicht willen hebben op het effect van alle taalprogramma's. We hebben daarom de motie Taaltoets voor effectieve taalinterventies: verzoekt het college samen met de partners van het Actieplan Taal en Volwasseneneducatie een taaltoets in te voeren om de resultaten van de interventies inzichtelijk te maken; te meten in hoeverre deze interventies bijdragen aan het verminderen van laaggeletterdheid; de raad binnen zes maanden te informeren over de behaalde resultaten en het effect van de interventies. Voor de taal leren geldt dat je er niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. Jong geleerd is immers oud gedaan.
Daarom hebben we nog een tweede motie, de motie Met de baby naar de bieb: verzoekt het college te organiseren dat Haagse kinderen bij hun geboorteaangifte automatisch lid worden van de bibliotheek en dat ouders bij deze gelegenheid een bibliotheekpas voor hun kind overhandigd krijgen; ouders hierbij te informeren over de mogelijkheden die het bibliotheeklidmaatschap biedt; en de raad hierover uiterlijk eind mei te informeren. Hera Butt (GroenLinks). Wat lost het op als een baby meteen een bibliotheekpas heeft? Minke Hofstra (VVD). Dat de baby samen met zijn ouders al heel snel naar de bibliotheek kan en zo in aanraking komt met taal en met boeken, stimuleert de taalontwikkeling. Hera Butt (GroenLinks). Überhaupt een bibliotheek ingaan, dan snapt GroenLinks wel. Dat kan nu ook. Kinderen kunnen ook een gratis bibliotheekpas krijgen. Ik snap alleen niet wat dit toevoegt. Het schetst een werkelijkheid die volgens mij niet helemaal juist is, dat mensen nu met een baby misschien de bibliotheek ingaan, een boek uitkiezen en dan ineens denken: oeps, ik heb toch geen pas, dus nu kan ik niet lezen met mijn kind. Volgens mij is dat niet echt een probleem. Maar kan de VVD het toelichten? Minke Hofstra (VVD). Ik vond het een heel lang verhaal, maar ik vond de vraag niet duidelijk. Hera Butt (GroenLinks). Ik vraag me af wat de motie precies toevoegt aan de werkelijkheid.
Mensen kunnen nu ook naar de bieb, ook met een baby. Het is volgens mij niet zo dat mensen naar de bieb gaan en denken: o, ik heb geen pas, jammer, nu kan ik geen boeken meenemen. Want die kun je daar ook gewoon laten maken. Voor een baby is dat ook gewoon gratis. Minke Hofstra (VVD). Je kunt inderdaad nu je kind al lid maken, dat is helemaal waar. Maar wat dit toevoegt, is dat de gemeente het gaat faciliteren voor mensen die niet zo makkelijk die stap zelf zetten en het aanbiedt bij de geboorteaangifte.
93
Samir Ahraui (PvdA). In principe een sympathiek voorstel. We willen dat iedereen lid wordt van de bieb en daar vooral heel veel gebruik van gaat maken. Maar waar mijn fractie bij deze motie een beetje twijfel heeft, is vooral de combinatie met de bespreking nu van hoe we taalachterstanden gaan aanpakken. Want het hebben van een pas is een, maar in hoeverre draagt dat dan in dit geval bij aan het aanpakken van de taalachterstanden? Want je moet uiteindelijk nog naar de bieb. Daar krijgen ze volgens mij een brochure bij inschrijving van een kind met 'het is tot 18 jaar gratis'. Dus wat voegt dit extra toe aan de aanpak van taalachterstanden? Minke Hofstra (VVD). We denken dat het de toegang tot de bibliotheek vergemakkelijkt, dat er drempels worden weggenomen en dat je er snel naartoe kan en zo in aanraking komt met taal. Samir Ahraui (PvdA). Wat we nu doen is dat een ouder zich inschrijft en een brochure meekrijgt met een uitnodiging om naar de bieb te komen en daar ook een heel mooi pakket krijgt. Dus het feit dat er bij die brochure één extra pas komt, daarvan zegt de VVD: dat gaat ervoor zorgen dat mensen uiteindelijk wel echt die kant op gaan. Begrijp ik dat goed? Minke Hofstra (VVD). Dat heeft u goed begrepen. De voorzitter. Meneer Ahraui, voor de laatste maal. Samir Ahraui (PvdA).
Dan is toch het hebben van een fysieke pas en het hebben van een brochure hetzelfde? Als je niet naar de bieb gaat met een brochure 'hé, het is gratis, je krijgt nog een leuk pakketje en we moedigen het aan', maakt 'hé, we voegen er nu een pas bij' het dan extra interessant? Waarom is het extra interessant om die pas er meteen bij te geven? Minke Hofstra (VVD). De ervaring leert dat niet iedere ouder zijn kind automatisch lid maakt, terwijl dat wel vanaf de start kan. Dus dat vergemakkelijkt dat proces. Een laagdrempelige manier om in aanraking te komen met taal. De voorzitter. Door mevrouw Hofstra worden de volgende moties (Q.5 VVD en Q.6 VVD) ingediend:
Motie Q.5 VVD Taaltoets voor effectieve taalinterventies De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025 , ter bespreking van het Themadebat Taalaanpak Constaterende dat: - 1 op de 4 inwoners in Den Haag laaggeletterd is; - het Actieplan Taal als doel heeft om laaggeletterdheid tegen te gaan, maar de interventies daarin niet verplicht zijn; - het niet duidelijk is of deze interventies echt helpen om laaggeletterdheid terug te dringen. Overwegende dat: - goede beheersing van de Nederlandse taal essentieel is om volwaardig mee te kunnen doen in de Haagse samenleving; - het belangrijk is om niet alleen te weten hoeveel mensen deelnemen, maar ook wat deze aanpak oplevert; - de raad inzicht nodig heeft om te beoordelen of het Actieplan Taal effect heeft. Verzoekt het college: - samen met de partners van het Actieplan Taal en volwasseneneducatie een taaltoets in te voeren om de resultaten van de interventies inzichtelijk te maken; - te meten in hoeverre deze interventies bijdragen aan het verminderen van laaggeletterdheid; 94
-
de raad binnen zes maanden te informeren over de behaalde resultaten en het effect van de interventies.
En gaat over tot de orde van de dag.
Motie Q.6 VVD Met de baby naar de bieb De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van Themadebat Taalaanpak: Constaterende dat: - in Den Haag 1 op de 4 mensen laaggeletterd is; - steeds minder mensen en kinderen boeken lezen, wat negatieve gevolgen heeft voor hun taalvaardigheid en ontwikkeling. Van mening dat: - lezen een cruciale rol speelt bij het ontwikkelen en verbeteren van taalvaardigheid; - de bibliotheek hieraan een belangrijke bijdrage levert door het bieden van laagdrempelige toegang tot boeken en leesactiviteiten. Verzoekt het college: - te organiseren dat Haagse kinderen bij hun geboorteaangifte automatisch lid worden van de bibliotheek en dat ouders bij deze gelegenheid een bibliotheekpas voor hun kind overhandigd krijgen; - ouders hierbij te informeren over de mogelijkheden die het bibliotheeklidmaatschap biedt; - en de raad hierover uiterlijk eind mei te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank aan de indieners van de moties. Ik wil beginnen met Q.1, de motie van D66, Bied de helpende hand met een passende taalles voor de arbeidsmigrant. We hebben dit al gedaan. Dit is eigenlijk precies wat mevrouw Verdonk net zei. Bij alles wat mij gevraagd wordt, zeg ik: we doen dit al of we hebben het al gedaan.
Bij dezen; dit onderzoek is ook al gebeurd. De commissie wordt daar vanzelfsprekend over geïnformeerd. Ik zou dus heel graag willen vragen aan mevrouw Verduin om deze motie even aan te houden. Dan kunnen we daarover spreken op het moment dat het onderzoek gedaan is en we dat naar de commissie hebben gestuurd. Dan kunnen we daar een debat over voeren, als dat de behoefte is. Dus als die aangehouden kan worden, heel graag. Caroline Verduin (D66). Ik ben zeker bereid om de motie aan te houden als ik weet dat het al gedaan wordt. Wanneer krijgen we dan de resultaten van dat onderzoek? Er staan nog wat andere dicta en wat verzoeken in, waarvan ik graag hoop dat de gemeente er verder mee aan de slag gaat. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik ben afhankelijk natuurlijk van de resultaten. Maar ik verwacht het binnen enkele weken. Dan kan ik het spoedig daarna opsturen. Caroline Verduin (D66). Ik hou de motie aan. De voorzitter. Aangezien motie Q.1 D66 is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. 95
Wethouder Bredemeijer (CDA). Dan kom ik bij de motie van het CDA. Dan verwacht mevrouw Verdonk natuurlijk ook daar te horen: dat doen we al. Maar helaas! Grote lijnen hiervan doen we inderdaad. Wij spreken met alle partners in onze stad over het taalaanbod. Dat vinden we ook van het allergrootste belang, want dat zijn uiteindelijk ook de uitvoerende partners. Zij voeren het taalbeleid ook voor een heel groot deel uit. Wat hier gevraagd wordt - dat vind ik ook de doorkijk naar de motie van mevrouw Verdonk; daar wil ik het ook aan koppelen - is dat er veel integraler gekeken wordt. Mevrouw Verdonk vraagt in haar motie om breder te kijken dan alleen de taalaanpak en om te proberen in alle programma's duidelijk te maken wat we allemaal doen aan taalinterventies et cetera, en dat aan elkaar te koppelen. Zo interpreteer ik deze motie van het CDA ook, om die partners ook met elkaar te laten spreken. Er zijn natuurlijk heel veel voorbeelden, bijvoorbeeld in Laak, waar verschillende aanbieders met elkaar vanzelfsprekend delen 'hoe doen we het nu en wat kan er beter?', maar dan veel breder over de stad heen en juist ook aanbieders die op dit moment niet zo veel met elkaar spreken. Die moeten we aan elkaar koppelen. Zo interpreteer ik de motie. Daarom zou ik die aan het oordeel van de raad willen overlaten. Motie Q.4 van Hart voor Den Haag gaat om het recht op informatie.
Vanzelfsprekend willen we daar niet aan tornen. De motie wil ik aan het oordeel van de raad overlaten. We zullen daar een goede vorm voor vinden en dat ook binnen afzienbare tijd opstellen, zodat duidelijk is wat er binnen onze gemeente allemaal aan taal gebeurt. De vorige motie zag echt op de jaarrekening. Daar zaten wat problemen aan in het format dat we daarvoor hebben en de manier waarop we dat doen. Maar zoals het hier wordt gevraagd, kan het college daar goed invulling aan geven. Dat zullen we vanzelfsprekend dan ook doen als de motie wordt aangenomen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). De motie vraagt heel duidelijk binnen drie maanden. Ik hoor de wethouder zeggen: binnen afzienbare tijd. Vorige keer duurde het acht maanden voordat die motie was afgedaan en toen werd er alsnog gezegd: dat kunnen we niet. Wat is dus de zekerheid dat het er binnen drie maanden is? Wethouder Bredemeijer (CDA). De vorige keer stond er om het bij de jaarverantwoording te doen. Dan heb je al met een andere termijn te maken; ik heb de motie hier ook liggen. En het was net iets meer tekst dan 'dat doen we niet'. Daar hebben we het ook over gehad in de commissie. We hebben echt ons best gedaan om aan te geven wat er allemaal gebeurt. Bij programma 6, het programma Onderwijs, is het natuurlijk zo dat het doel taal is. Bij andere programma's is dat niet per se het doel.
Dat maakt het ingewikkeld om daarover te rapporteren in de jaarrekening. Dat staat hier uitgebreid beschreven. Wat hier staat, 'binnen drie maanden', daar ga ik mijn uiterste best voor doen. Q.5 is de motie van de VVD. Die heet Taaltoets voor effectieve taalinterventies. Ik zou die graag aan het oordeel van de raad willen overlaten, zeg ik tegen mevrouw Hofstra, maar daar wel een 'mits' aan toevoegen. Want het is wel heel belangrijk dat ik de ruimte krijg om dat met de partners samen te onderzoeken, want uiteindelijk heb ik ze daar natuurlijk wel heel erg hard bij nodig. We kunnen hier een slag in slaan, maar dat kan echt alleen maar als de aanbieders er ook voor open staan. Als ik dat mag toevoegen aan de appreciatie van de motie, zou ik de motie aan de raad willen laten. Samir Ahraui (PvdA). Ik denk dat het heel goed is om dat met de partners te doen, want meer inzicht kan altijd helpen. Maar het klopt toch ook dat er heel veel interventies in dat actieplan zitten die helemaal niet op deze manier toetsbaar zouden kunnen zijn? Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat is, denk ik, zo. Bij volwasseneneducatie doen we bijvoorbeeld al jaarlijks een impactmeting. Bij ROC Mondriaan zitten de niveau verhogende lessen. Dat zijn dus niet de startklassen. Zij toetsen dit nu ook al. Er zijn dus al heel veel dingen waar het al gebeurt. Er zijn ook dingen waar dat moeilijker is.
Met name is het gewoon zo dat we de partijen daarbij nodig hebben. Dus het klopt wat de heer Ahraui daar zegt. Q.5 zou ik dus, met die appreciatie, aan het oordeel van de raad laten. Ik ga er, als ik zo vrij mag zijn, van uit dat die appreciatie ook voor de VVD werkbaar is. Motie Q.6 van de VVD gaat over de baby naar de bieb. Op dit moment is er een onderzoek gaande op basis van de motie van de VVD en D66 in de Tweede Kamer. Dat is dus een motie die is 96
aangenomen en iets wat op dit moment wordt onderzocht. Het lijkt mij verstandig, eerlijk gezegd, om de afdoening van die motie, dat onderzoek af te wachten. Dan hoeven we niet hier iets te doen wat al ergens anders gebeurt. Daarnaast - dat zeg ik ook mede namens collega Van Asten - zitten hier ook wel een aantal bezwaren van onze kant aan. Wij hebben een ongelooflijk uitgebreid beleid voor het zo veel mogelijk mensen lid maken van de bibliotheek. Lid laten worden, moet ik zeggen. Want 'lid maken' is natuurlijk iets anders dan iemand uitnodigen om lid te worden. Dat beleid resulteert er op dit moment al in dat ongelooflijk veel Hagenaars lid worden van de bibliotheek, en dat in volle overtuiging doen. Niet omdat het automatisch gaat, maar uit volle overtuiging. Bij de geboorte krijgen kinderen inderdaad het BoekStartkoffertje. Met dat BoekStartkoffertje worden ze uitgenodigd om naar de bibliotheek te komen om daar dan ook actief dat te doen en dan uitgelegd te krijgen wat er allemaal mogelijk is. Het is nogal belangrijk dat je weet wat daar kan en wat daar mag. Dat krijg je dan in een mooi gesprek uitgelegd. Daar hechten collega Van Asten en ik erg veel aan. Als we dat automatisch zouden maken bij de geboorte, dan haal je dat element eruit. Dat zouden we wel echt onwenselijk vinden.
Ik zou willen vragen: hou de motie aan alstublieft, mevrouw Hofstra, zodat we het onderzoek naar aanleiding van de motie van de Tweede Kamer af kunnen wachten. Maar dit heb ik er ook over gezegd. Dus als dat niet gebeurt, zou ik de motie echt willen ontraden. Minke Hofstra (VVD). Is de wethouder bereid om in gesprek te gaan met de minister in het kader van het onderzoek om Den Haag aan te bieden als pilotstad? Het zou toch zo mooi zijn als Den Haag echt het goede voorbeeld hierin zou kunnen geven. Wethouder Bredemeijer (CDA). Eerlijk gezegd, met wat ik net gezegd heb, ben ik daar niet zo enthousiast over, omdat ik juist vind dat het beleid dat we nu hebben, er echt aan bijdraagt dat mensen in volle bewustzijn lid worden van de bibliotheek en daar ook echt iets aan hebben. Én, dat is natuurlijk in Den Haag hartstikke mooi, dat BoekStartkoffertje krijgen en ook echt uitgenodigd worden vanaf een heel jonge leeftijd. Dus nee, laten we alsjeblieft afwachten wat het onderzoek uitwijst, want daar zal vast ook zo'n element in zitten als zojuist beschreven. Als we ons nu als pilotgemeente zouden opwerpen, dan zitten we er al aan vast, om het zo maar te zeggen, terwijl ik dat eigenlijk niet wenselijk vind. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We gaan straks over de moties stemmen.
Aan de orde is: R.
Themadebat primair en voortgezet onderwijs.
De beraadslaging wordt geopend. Caroline Verduin (D66). Voorzitter. Bij onderwijs zijn we er als de kippen bij als D66. Ik heb recent met ouders van hoogbegaafde kinderen gesproken; volgens mij gaat de wethouder ook heel snel met ze in gesprek. Dat heeft tot belangrijke inzichten geleid. Het is tijd dat hoogbegaafde kinderen beter hun weg kunnen gaan vinden in het Haagse onderwijs. Daarom de volgende motie: verzoekt het college de actiepunten uit het actieplan Haags Hoogbegaafd te bespreken met relevante en verantwoordelijke partners waaronder in elk geval de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, de samenwerkingsverbanden in de jeugdhulp en ervaringsdeskundige ouders; en de uitkomsten van deze gesprekken mee te nemen in de invulling van de Haagse Educatieve Agenda 2026-2030 en de raad hierover te informeren. Deze motie is mede ingediend door Coen Bom, Hart voor Den Haag, Samir Ahraui, PvdA, Hera Butt, GroenLinks, Caroline Peeck, VVD, Judith Klokkenburg, ChristenUnie/SGP, Nick Kaptheijns, PVV, Adeel Mahmood, DENK, en Kavish Partiman, CDA. De voorzitter. Dit kan nog wel eens een heel spannende stemming gaan worden. We wachten af! 97
Door mevrouw Verduin, daartoe gesteund door de heer Bom, de heer Ahraui, mevrouw Butt, mevrouw Klokkenburg, de heer Kaptheijns en mevrouw Peeck, wordt de volgende motie (R.1 D66) ingediend:
Motie R.1 D66 Veranker hoogbegaafdheid in Haags onderwijsbeleid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van het afrondend themadebat over het onderwijs. Constaterende dat: • twee tot drie procent van de Haagse kinderen hoogbegaafd is; • uit onderzoek van ‘Thuiszitters tellen’ blijkt dat naar schatting 25% van de thuiszitters hoogbegaafd is. Overwegende dat: • ouders van hoogbegaafde kinderen aangeven dat er in Den Haag nog passende onderwijsplekken ontbreken wat kan leiden tot thuiszitten; • in het actieplan Haags Hoogbegaafd (RIS321140), in overleg met ouders van hoogbegaafde kinderen, ervaringsdeskundigen en experts, 7 voorstellen worden gedaan. Te weten: o vroegtijdige screening; o training bij consultatiebureaus; o leren van andere regio’s; o meer kennisverspreiding bij docenten, ouders en hulpverleners; o hoogbegaafdheidsklassen op scholen; o tussenvoorziening tussen basisschool en middelbare school; o een hoogbegaafdheidsschool in Den Haag Van mening dat: • de onlangs ingezette training, ondersteuning en uitbreiding van een extra groep een positieve stap is naar een meer dekkend aanbod; • elk kind een goede onderwijsplek verdient en thuiszitten voorkomen dient te worden; • ieder kind het recht heeft op leren.
Verzoekt het college: • de actiepunten uit het actieplan Haags Hoogbegaafd (RIS321140) te bespreken met relevante en verantwoordelijke partners waaronder in elk geval de samenwerkingsverbanden passend onderwijs (SPPOH en SWV VO), de samenwerkingsverbanden in de jeugdhulp (RondomJou en Kracht) en ervaringsdeskundige ouders; • de uitkomsten van deze gesprekken mee te nemen in de invulling van de Haagse Educatieve Agenda 2026-2030 en de Raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Ik wilde bijna vragen: wil nog iemand horen wat het college hiervan vindt? Het college kan deze motie aan het oordeel van de raad laten. Wel wil ik graag gezegd hebben dat het bieden van passend onderwijs echt de taak is van het onderwijs. Daar ziet de inspectie op toe. De gemeente wil natuurlijk alles wat binnen haar macht ligt doen om daaraan bij te
98
dragen, maar het blijft wel echt de taak van het onderwijs, bijgestaan door de samenwerkingsverbanden en dus gecontroleerd door de inspectie. Oordeel raad. Caroline Verduin (D66). Daar ben ik heel blij mee. Ik vind het heel fijn dat de wethouder aangeeft dat hij alles wil doen wat in de macht ligt. Ik ben benieuwd wanneer we hier meer over kunnen horen. Wanneer zou voor het eerst teruggekoppeld kunnen worden aan de raad wat er uit die gesprekken is gebleken? Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik schat zomaar in dat deze motie een meerderheid gaat krijgen. Bij de afdoening van de motie zal ik dat dan opschrijven, binnen de termijn die daarvoor staat. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: S. Beantwoording schriftelijke vragen Ratten grijpen de macht in Mariahoeve (RIS318022). De voorzitter. Dit debat is aangevraagd door de HSP. De beraadslaging wordt geopend. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Ratten kunnen overleven met slechts 15 gram voedsel per dag en eten niet alleen rondslingerend voedsel maar ook bijvoorbeeld hout, plastic, aluminium en beton. We moeten dus verder kijken dan alleen voorlichting over afvalgedrag en moeten het dus ook hebben over effectieve bestrijding. Daarom de motie Rattenvanger van Den Haag, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken hoe de ratten zo efficiënt en effectief mogelijk kunnen worden bestreden op plekken waar bewoners melding doen van overlast zoals nu onder andere in Mariahoeve, om zo de overlast van ratten die door de Hagenaars in verschillende wijken wordt ervaren te verminderen en de raad hierover te informeren. Robin Smit (PvdD). Kan het kloppen dat in uw verkiezingsprogramma staat dat bij overlast van dieren er zo veel mogelijk preventief gewerkt wordt en op een diervriendelijke manier? Fatima Faïd (HSP). Wat goed dat u dat heeft opgezocht. Ja, dat klopt, en dit is ook gewoon aanvullend beleid. Daar hebben we al een hele tijd discussie over. Jullie blijven de hele tijd maar hangen in die voorlichting over dat je je afval niet van je balkon af mag gooien.
We zijn het er ook helemaal mee eens dat je dat niet moet doen, maar deze motie gaat erover dat waar er in sommige buurten al ratten zijn, we wat gaan doen om te zorgen dat die beesten niet in je rijst poepen. Robin Smit (PvdD). Klopt het dan ook dat bij de Haagse Stadspartij toch ook wel een warm gevoel ontstaat voor de rat omdat die ook bij de stad hoort? Fatima Faïd (HSP). Ik moet dit even een beetje verwerken … Ik vind ratten heel leuk maar niet als ze in mijn rijst poepen of in het bed van mijn kind liggen. Dat is gewoon realiteit. Ik krijg gewoon verhalen te horen dat ratten in bedden van kinderen liggen en dat vind ik echt heel ernstig. En dan vind ik ratten een stuk minder leuk. Als ik dan moet kiezen tussen de rat en het kind, kies ik voor het kind. De motie gaat erover - en natuurlijk moet het zo diervriendelijk mogelijk - dat we vinden dat de wethouder vooral op dat stukje van dat hele plan - de rest moet hij ook allemaal blijven doen - gaat inzetten in een aantal wijken. De voorzitter. De heer Smit, voor de laatste maal.