RIS321576 Notulen van de raad van 23 januari 2025
Tekst van het document
17
Dank aan de Partij van de Arbeid voor de historische beschouwing. Ik kom daar straks bij de afdoening van de motie misschien nog op terug, want er is op die plek inderdaad meer geschiedenis dan alleen de Haringkoning. D66 vroeg naar snelheidsremmende maatregelen. We gaan natuurlijk gewoon monitoren hoe het gaat met de 30 km/u-handhaving. Als het in de toekomst mogelijk is om daar te gaan flitsen … Er zijn heel veel plekken in de stad waar te hard gereden wordt. Ik weet niet of dit dan de plek wordt om onze schaarse flitscapaciteit in te zetten. Daar wil ik wat terughoudend in zijn, maar deze plek wordt dan gewoon meegenomen in de afweging die we dan maken. Forum voor Democratie vroeg nog of het belang van de hulpdiensten bij dit ontwerp niet achtergesteld is. Ik kan Forum voor Democratie helemaal geruststellen: we hebben goed en ook intensief overleg gehad met de hulpdiensten. Zij zijn akkoord met dit ontwerp. Uit die gesprekken komt onder meer voort dat we geen drempels of iets dergelijks aanbrengen in dit wegprofiel, juist ook om de bereikbaarheid van deze nood- en hulpdienstenroute te kunnen garanderen. Volgens mij heb ik alle vragen beantwoord en ik kan ik nu snel naar de moties. Massimo Etalle (FVD). De wethouder zei dat de parkeerdruk 81% is en dat in het rapport staat dat dit gemeten zou zijn door de hele week, maar er staat hier dat 81% is gemeten op een weekend/avond.
Dat zijn juist momenten waarop het niet vol is, terwijl het doordeweeks overdag wél vol is. De bewoners klagen nu al dat het vol is. Ik snap dus niet waarom de wethouder beweert dat het niet vol is. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het drukste moment van de week is de zaterdagavond. Vandaar dat we van die piek uitgegaan zijn in de berekeningen van wat dit doet voor de maximale parkeerdruk. Massimo Etalle (FVD). Maar de bewoners zeggen dat het juist op andere dagen drukker is, omdat er overdag mensen zijn die spullen kopen en daar auto's parkeren en ook omdat er dan ambtenaren komen. Daardoor is de parkeerdruk daar hoog. Daardoor is die 81% niet representatief voor wanneer die straat vol staat. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, de meeste klachten en zorgen van de bewoners in de Rivierenbuurt hebben te maken met uitgaanspubliek of mensen die daar de sekswerkersstraten bezoeken. Dat correspondeert met dit tijdstip in de week. De voorzitter. Nog één interruptie, meneer Etalle. Dat is dan voor de derde maal. Massimo Etalle (FVD). U heeft het over uitgaanspubliek en mensen die de Geleenstraat bezoeken. Waar moeten zij dan parkeren? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Er blijven voldoende parkeerplaatsen over. Er zijn in de buurt ook meer dan voldoende parkeergarages. Daar is het beleid natuurlijk op gericht: als het even kan, kunnen mensen de auto in de parkeergarage kwijt.
Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Ik heb ook iets gevraagd over parkeerplekken bij Het Zieken. De voorzitter. Die vraag is wellicht blijven liggen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat valt buiten de scope van dit project. Dat is aan de andere kant van het water. Daar gebeurt in dit ontwerp niets mee. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). En is die boom die bij die ondernemer voor de deur stond, al van de tekening af? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik ken deze casus niet exact, maar ik neem aan dat dit opgelost is. Zo niet, dan zullen we bij het definitief ontwerp de boom een stukje verder intekenen. Dan de moties, te beginnen met de motie van Hart voor Den Haag. In de motie worden een aantal dingen gevraagd. U zult begrijpen dat het college de motie moet ontraden. Het is heel 18
onverstandig om de parkeerplekken te behouden, want dan zou het hele idee van het weer zichtbaar maken van de kade en het daarin kunnen intekenen van een looproute komen te vervallen. Daarmee zou eigenlijk de hele kracht van dit ontwerp niet mogelijk zijn. Er wordt ook gevraagd om een ondernemer te vinden voor een kiosk op die plek. Dat is niet de taakopvatting die het college heeft. Het is aan de ondernemers zelf om initiatieven te nemen voor plekken waar zij kiosken zouden willen. Dan is het de rol van het college om te toetsen aan de bestaande kaders. Deze motie wil ik dus graag ontraden. Dan ben ik bij de motie van de SP, Bewaar een plekje voor een Haags icoon. Deze motie kan ik aan de raad laten. We hebben daar in de commissie ook over gesproken. Ik ben bereid om te kijken op welke manier we een verwijzing naar de historie van die plek kunnen realiseren; dat zal dan na het definitief ontwerp zijn. Ik denk ook dat er meer aanleiding is om naar de cultuurhistorische aankleding van de Pletterijkade te kijken; de Partij van de Arbeid had het daar ook over. Ik ben dus bereid om samen met collega Bruines daar uitvoering aan te geven als deze motie aangenomen wordt. Dan de motie van de SP over de reling, Maak de kade veilig. In de commissie hebben we het daarover gehad. Ik constateer dat mijn woorden ietwat uit hun verband worden gerukt.
Het is iets meer dan dat het college dit niet fraai zou vinden. Het is vooral omdat het eigenlijk gewoon niet nodig is, omdat het een heel erg brede trap is met een relatief flauwe helling. Maar het is wat mij betreft geen principepunt en ik snap ook dat er veel steun voor deze motie zal zijn. Mocht de motie worden aangenomen, dan ben ik van harte bereid om, ook in overleg met de stichting Voorall, te kijken of het ontwerp veiliger wordt als we aan de andere kant ook een reling maken. Ik denk dat er best wel mogelijkheden liggen om dat op een esthetisch fraaie manier te doen, want als je bijvoorbeeld aansluit bij hoe de relingen van de kade ontworpen zijn, denk ik dat dat door de Welstandscommissie uiteindelijk allemaal best als oké beoordeeld gaat worden. Ook deze motie kan ik dus aan de raad laten. Dan is er nog de motie van de PVV, Gemotoriseerd verkeer linksaf de Pletterijkade op. Deze motie moet ik echt met kracht ontraden. Als deze motie aangenomen zou worden, valt de bodem eigenlijk onder het huidige ontwerp weg. We willen van de Pletterijkade een rustigere straat maken waar het veiliger fietsen is. Deze hele verkeersveilige inrichting valt of staat met ook iets willen doen aan de verkeersintensiteit, waarvan linksaf richting de Pletterijkade echt een noodzakelijk onderdeel is.
Een lang verhaal kort: deze motie wordt echt met klem ontraden, want dan moeten we eigenlijk terug naar de tekentafel. Ik denk dat we dat niet zouden moeten willen met elkaar. De voorzitter. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Aan het einde van de vergadering gaan we stemmen over de ingediende moties. Omdat ik in een andere rol iets te zeggen heb bij het volgende agendapunt, doen we nu een voorzitterswissel. Voorzitter: de heer Van Zanen.
Aan de orde is: I. Voorstel van het college inzake Verordening nadeelcompensatie Den Haag 2024 (RIS320848). De beraadslaging wordt geopend. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ondernemers in Den Haag worden eigenlijk kapotgemaakt door falend nadeelcompensatiebeleid. Hun leven en hun werk worden overhoopgehaald door eindeloze bouwprojecten, foutieve adviezen van schadebureaus en een gemeente die onverschillig lijkt voor hun leed. Dat is onacceptabel. Ik lig wakker van de huilende ondernemers die hier hebben ingesproken in de commissievergaderingen. In Kijkduin staat het water ondernemers tot 19
ver boven de lippen door langdurige hinder en beloftes die door de gemeente niet zijn nagekomen. Een parkeergarage die klaar zou zijn in 2019, is vijf jaar later opgeleverd. De openbare ruimte is nog steeds niet klaar. Het ingeschakelde schadebureau weigert onderscheid te maken tussen de voorzienbaarheid van het project en de gevolgen daarvan. Het resultaat is dat slechts twee ondernemers in aanmerking komen voor compensatie. Ondernemers die aantoonbaar nadeel hebben geleden door toedoen van de gemeente, worden in een web van bezwaarprocedures geduwd, terwijl ze failliet dreigen te gaan of inmiddels al failliet zijn. Ze zijn zelfs bereid om zelf van hun laatste centen de kosten te betalen van een onafhankelijk onderzoek, een advies; zo wanhopig zijn ze. Om dat onderzoek af te dwingen, dient Hart voor Den Haag de motie Onderzoek voorzienbaarheid hinder Kijkduin in, die het college verzoekt onafhankelijk te laten onderzoeken of de hinder door de aanleg van de EeF - dat zijn de entree en de fietsenstalling - voor ondernemers voorzienbaar was, met aandacht voor het tijdstip van hun investeringsbeslissingen. De motie is medeondertekend door de heer Van den Goorbergh. Dan het Zeeheldenkwartier.
Ook daar erkende de gemeente aanvankelijk dat alle ondernemers in de wijk hinder ondervonden van de werkzaamheden aan de tramlijnen 16 en 17 en het Piet Heinplein, maar nu, jaren later, neemt de gemeente daar zonder uitleg afstand van. Dit raakt de ondernemers keihard. Hun nadeelcompensatie wordt onterecht beperkt. Alsof dat niet genoeg is, blijft herstel uit. Ondernemers zien nog steeds geen omzetgroei, mogelijk door nieuwe werkzaamheden in de wijk. Hoe vaak moet deze wijk nog op de schop voordat de ondernemers een eerlijke kans krijgen? Om dit recht te trekken dien ik twee moties in. De motie Na-ijlperiode Zeeheldenkwartier in relatie tot nieuwe werkzaamheden verzoekt het college om bij nadeelcompensatie vanaf maart 2024 omzetdalingen van meer dan een derde van het eerder geleden nadeel (bijvoorbeeld eerst 50% omzetderving, nu minimaal 16,66%) als na-ijleffect te beschouwen, tenzij er aantoonbare andere oorzaken zijn. Ook deze motie is medeondertekend door de heer Van den Goorbergh. De motie Gelijke behandeling ondernemers Zeeheldenkwartier verzoekt het college ondernemers in het Zeeheldenkwartier bij nadeelcompensatie te beschouwen als getroffen door beide projecten (brede tram en Piet Heinplein), ongeacht de locatie of aanvraagdatum. Ook deze motie is medeondertekend door de heer Van den Goorbergh. Ik sluit af. Het leed dat Haagse ondernemers is aangedaan, is onmenselijk.
Hun vertrouwen in de gemeente is weg. Dat moet anders. Stop het getreuzel, herstel de fouten en zorg dat deze mensen eindelijk krijgen waar ze recht op hebben. De voorzitter. Door de heer Sluijs, daartoe gesteund door de heer Van den Goorbergh, wordt de volgende motie (I.1 HvDH) ingediend:
Motie I.1 HvDH Gelijke behandeling ondernemers Zeeheldenkwartier De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Verordening nadeelcompensatie Den Haag, Constaterende, dat: • in het Zeeheldenkwartier twee grote infrastructurele projecten (brede tram en Piet Heinplein) tussen 2022 en 2024 grote impact hebben gehad op ondernemers; • eerder consensus was dat beide projecten de gehele wijk beïnvloedden, ongeacht specifieke locaties, met gevolgen voor verkeersstromen en bereikbaarheid. Overwegende, dat: • alle ondernemers in de wijk gelijk behandeld moeten worden bij nadeelcompensatie, ongeacht het tijdstip van hun aanvraag. Van mening, dat: • hinder door beide projecten moet worden erkend bij de beoordeling van compensatieverzoeken.
20
Verzoekt het college: • ondernemers in het Zeeheldenkwartier bij nadeelcompensatie te beschouwen als getroffen door beide projecten (brede tram en Piet Heinplein), ongeacht de locatie of aanvraagdatum. En gaat over tot de orde van de dag. Door de heer Sluijs worden de volgende moties (I.2 HvDH en I.3 HvDH) ingediend:
Motie I.2 HvDH Na-ijlperiode Zeeheldenkwartier in relatie tot nieuwe werkzaamheden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Verordening nadeelcompensatie Den Haag, Constaterende, dat: • in het Zeeheldenkwartier van 2022 tot begin 2024 twee grote infrastructurele projecten plaatsvonden (brede tramlijn en Piet Heinplein), met omzetdervingen van 35-50% voor ondernemers; • aansluitend nieuwe werkzaamheden zijn gestart, zoals aan de Hoge Wal, Koningskade en Zeestraat. Overwegende, dat: • omzetherstel na langdurige hinder vaak tijd nodig heeft, wat een na-ijlperiode rechtvaardigt; • ondernemers niet dubbel getroffen mogen worden door discussie over omzetverlies door naijlperiodes of nieuwe projecten. Van mening, dat: • ondernemers eerlijk en ruimhartig gecompenseerd moeten worden voor langdurige gevolgen van hinder. Verzoekt het college: • om bij nadeelcompensatie vanaf maart 2024 omzetdalingen van meer dan een derde van het eerder geleden nadeel (bijvoorbeeld eerst 50% omzetderving, nu minimaal 16,66%) als naijleffect te beschouwen, tenzij er aantoonbare andere oorzaken zijn. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie I.3 HvDH Onderzoek voorzienbaarheid hinder Kijkduin De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Verordening nadeelcompensatie Den Haag, Constaterende, dat: • ondernemers vóór de bouw van het nieuwe winkelcentrum in Kijkduin huurovereenkomsten afsloten, uitgaande van een gereedheid van de parkeergarage in 2019; • het projectplan over de aanleg van de openbare ruimte Entree en Fietsenstalling (EeF) pas in 2018 ter inzage is gelegd, waardoor investeringsbeslissingen vaak al genomen waren; • gemeentelijke documentatie ondernemers niet heeft gewaarschuwd voor mogelijke hinder door de aanleg van de EeF. Overwegende, dat: • de gemeente doorgaans ondernemers compenseert voor infrastructurele hinder;
21
•
de vertraging in de aanleg van de EeF niet voorzienbaar was en dit niet aan ondernemers is gecommuniceerd.
Van mening, dat: • ondernemers niet mogen worden uitgesloten van nadeelcompensatie als zij hun investeringsbeslissing maakten zonder waarschuwing over mogelijke hinder; • langdurige bezwaarprocedures financieel noodlijdende ondernemers onnodig benadelen. Verzoekt het college: • onafhankelijk te laten onderzoeken of de hinder door de aanleg van de EeF voor ondernemers voorzienbaar was, met aandacht voor het tijdstip van hun investeringsbeslissingen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Andrew van Esch (D66). Voorzitter. Zit mijn haar goed en ben ik duidelijk verstaanbaar? Dat hoor ik graag van u, want er wordt straks misschien een filmpje gemaakt en dat wordt meteen uitgezonden op X. Ik wil dus graag dat het er goed uitziet. Al tijdens de commissiebehandeling heb ik gezegd dat de behandeling van een nadeelcompensatie niet altijd vlekkeloos verloopt; ik druk me wat eufemistisch uit. Er zijn zeker dossiers die er behoorlijk lang over doen. Ondertussen wordt ook veel nadeelcompensatie wél uitgekeerd; het is niet alleen maar kommer en kwel. Soms gaat het goed; het gaat zelfs vaak goed. Voorzitter, u en de raad én de belastingbetaler willen natuurlijk dat dit proces zorgvuldig verloopt. We willen dat degene die een claim indient, sneller wordt geholpen en dus ook sneller hoort of de claim wordt toegekend of niet.
Alle mensen waarvan snel duidelijk is dat ze niet in aanmerking komen, moeten dat ook sneller horen dan nu. Ik heb voorafgaand aan deze vergadering nog even geïnformeerd. Ik moet zeggen dat er wel sprake is van een verbetering, want er gaat ook veel goed en er zijn, naast de litanie die we net hebben gehoord, ook ondernemers die wél geholpen worden. Maar de echte verbetering komt als we dit proces in eigen beheer gaan doen, zonder inzet van schadeexperts die soms tegenstrijdige adviezen geven. Mijn fractie is blij dat het college zeer serieus werk heeft gemaakt van de afdoening van mijn motie om te onderzoeken of we dit proces geheel of gedeeltelijk zelf kunnen doen met eigen experts. Dat kan en dat wordt nu verder uitgewerkt. Ondertussen wordt er hard gewerkt aan de vele dossiers die er nog liggen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Hoe gaan we voorkomen dat de slager op die manier zijn eigen vlees keurt? Andrew van Esch (D66). U hebt het voorstel gelezen dat er nu ligt en dat nu verder wordt uitgewerkt. Daar zit ook een adviesraad bij die onafhankelijk is, met een onafhankelijke voorzitter. Dat wordt nu verder uitgewerkt. Je kunt zelf de beoordeling doen, maar dat moet nog verder uitgewerkt worden. Ik laat me nu dus niet helemaal overhoren, want het stuk ligt er net. Nu is het zo dat die schade-experts worden ingehuurd, maar die spreken elkaar tegen.
Het duurt ook erg lang; dat weet u zelf ook. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Maar is het dan niet veel beter dat de wethouder gemaand wordt om erbovenop te zitten dat de verbeterde regeling die we hier met elkaar afgesproken hebben, ook gehanteerd wordt? Andrew van Esch (D66). Jazeker. Je moet dit nu goed doen, maar het kan beter. Ons idee is om het in eigen huis te doen. Dat is het college nu verder aan het onderzoeken. Wij zijn ervan overtuigd dat het dan sneller kan. Ik denk dat het in het belang van ondernemers is om te zorgen dat, als jij recht denkt te hebben op nadeelcompensatie, je dat sneller weet dan nu het geval is. De voorzitter. De laatste keer, meneer Sluijs. 22
Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ze dénken niet alleen dat ze daar recht op hebben; ze hébben daar recht op. U heeft de noodkreten vanuit Kijkduin ook gelezen. Ik vind het onbegrijpelijk dat we na al die jaren nog steeds op dit punt zijn, terwijl we een verbeterde regeling hebben afgesproken. Ik zou het prettig vinden als die regeling gewoon op een goede manier wordt uitgevoerd zonder dat er nu weer een commissie in het leven geroepen wordt, want ik denk niet dat er in Den Haag een ondernemer is die daar beter van wordt. Andrew van Esch (D66). Er is maar één manier om daarachter te komen: je moet het nu beter doen en daarnaast moet je zorgen dat duidelijk wordt hoe het nog beter kan. We zijn er blij mee dat dat wordt uitgezocht, want we moeten altijd verder komen. In de verordening waarover wij vandaag een oordeel moeten geven, staat een termijn van zes maanden, die nog eens met zes maanden kan worden verlengd als de adviescommissie dat nodig vindt. De wethouder vertelde in de commissie dat er een Haagse aanpak komt die juist van acht weken wil uitgaan, met een verlenging van acht weken. Dat zijn dus maximaal vier maanden en niet maximaal een jaar.
Kan de wethouder al aangeven of deze Haagse aanpak al mogelijk is? Zo niet, wanneer dan wel? En is de wethouder het met D66 eens dat het mooi zou zijn als we nog dit jaar met de behandeling van nadeelcompensatie in eigen huis kunnen starten? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Ik sta hier met grote zorgen over hoe het nu gaat en over de effecten op ondernemers in het Zeeheldenkwartier en in Kijkduin, want aan de ene kant moeten we ons er als raad niet toe laten verleiden om op casusniveau te bepalen waar, hoelang en op welke basis nadeelcompensatie kan worden uitbetaald. Dat is niet de rol van de raad en dat leidt onvermijdelijk ook tot willekeur. Daarom kunnen wij de moties van de heer Sluijs niet steunen. Maar aan de andere kant verwacht ik meer van het college dan wat we nu zien, want er is een verschil tussen kijken wat juridisch klopt en recht doen. Ik wil de wethouder nogmaals vragen om zich te richten op dat laatste. Als de gemeente onevenredig groot nadeel veroorzaakt, moeten ondernemers erop kunnen rekenen dat ze compensatie krijgen. De VVD wil dat iedereen die aan projecten werkt, van de realisatie tot nadeelcompensatie, het doel voor ogen heeft om recht te doen en niet alleen om een juridisch houdbaar besluit te nemen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag).
Kan mevrouw Van Basten Batenburg uitleggen waarom die moties zouden leiden tot willekeur? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Wat mij betreft moeten wij als raad niet bepalen welke projecten wel en welke projecten niet van toepassing zijn voor nadeelcompensatie. Dat is niet hoe dat op een zorgvuldige manier gaat. Dat zouden we namelijk bij ieder soort project op eenzelfde manier moeten bepalen. Wij als raad zijn daar niet voor. Daarvoor hebben wij het college aangesteld en daarvoor hebben wij een ambtelijk apparaat. Ik denk dat zij heel goed toegerust zijn om dat te kunnen doen en ik denk ook dat dat nog beter moet dan zoals het nu in de praktijk gaat. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Maar waar leest mevrouw Van Basten Batenburg dan dat wij dat beogen met onze moties? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Zowel in het feit dat Hart voor Den Haag zegt dat in het naijleffect een bepaalde periode moet worden gehanteerd als in het feit dat met betrekking tot het Zeeheldenkwartier specifiek gezegd wordt welke projecten van toepassing moeten worden verklaard voor welk gebied. Dat is echt een positie die wij als raad niet behoren in te vullen. De voorzitter. De laatste keer, meneer Sluijs. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ik constateer dat het juist hoog tijd wordt dat de raad wél wat meer positie gaat innemen, want we zijn hier nu al zeven jaar mee bezig.
Al zeven jaar zijn we aan het knokken om het te verbeteren. Het lijkt me heel verstandig dat de raad eens wat meer positie gaat pakken om deze wethouder te manen om dit eindelijk op te lossen. 23
Lotte van Basten Batenburg (VVD). Als meneer Sluijs dát in zijn motie had geschreven, had de VVD die motie van de heer Sluijs ongetwijfeld gesteund, maar in de motie staat iets anders. Daarin staat dat de raad gaat bepalen wat precies van toepassing is voor een project. Ik vind dat we dat niet moeten doen, want dan zouden we dat bij alle projecten moeten doen. Dat leidt onvermijdelijk tot willekeur, tot een verschillende toepassing van regels. Die toepassing van regels is ook geen onderdeel van onze taak hier als raadsleden. Ik hecht eraan om dat ook zo te houden. Als de heer Sluijs vindt dat de wethouder het anders moet doen, zou ik hem willen uitnodigen om de wethouder daar dan ook op te laten sturen en om er dus niet voor te kiezen om te zeggen wat ze precies moet doen maar om haar te vertellen hoe ze het moet uitvoeren.
Ik wil de wethouder vragen of zij kan bevestigen dat ze deelt wat ik zojuist zei over recht doen en dat zij ook door die bril naar de besluitvorming in de lopende nadeelcompensatiezaken zal kijken, want hadden de ondernemers in Kijkduin tien jaar geleden echt kunnen voorzien hoelang de verbouwing zou duren en hoe groot het werkterrein zou zijn? Daarom vinden wij het belangrijk dat de gemeente voortaan vooraf duidelijk gaat vaststellen vanaf welk moment de gemeente vindt dat iets voorzienbaar is en dat dit ook in de besluitvorming wordt vastgelegd door de raad of door het college. Dan is vooraf duidelijk vanaf welk moment ondernemers dat risico aangaan. Dat doen zij dat dus met open ogen. In de commissie zei de wethouder dat het college hiermee bezig is, maar ik zou graag een concrete toezegging willen dat het college de raad voor de Voorjaarsnota erover informeert hoe het dit gaat doen en hoe het dit gaat vastleggen, zodat we daar ook zo snel mogelijk duidelijkheid over krijgen. Als de wethouder dit kan toezeggen hoef ik hierover in de tweede termijn geen motie in te dienen. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Ik wil graag in reactie op de inbreng van de raad een aantal algemene opmerkingen maken. Daarna zal ik specifiek op wat punten en de moties ingaan. Nadeelcompensatie is een onderwerp waar we veel met elkaar over spreken.
Het onderwerp nadeelcompensatie is ook een dossier dat veel doet met mensen in de stad, maar ook het hebben van grote bouwprojecten in de stad doet iets met mensen. Het maakt de stad mooier en beter en het hoort erbij, maar er zijn momenten waarop het mogelijk negatieve schade met zich meebrengt. Daar is deze regeling voor, maar de emoties en de verhalen die ik natuurlijk ook heb gehoord - ik spreek ook met mensen - laten ook mij niet koud. Maar ik wil daar wel bij zeggen dat ik het als bestuurder belangrijk vind dat wij een hele zorgvuldige besluitvorming moeten waarborgen. Dat is essentieel; dat hoor ik u ook zeggen. Wij kunnen niet geld uitkeren omdat wij meevoelen met iemands verhaal. We hebben de verantwoordelijkheid om te waarborgen dat aanvragen voor die nadeelcompensatie zorgvuldig bekeken en beoordeeld worden. De basis daarvoor ligt gewoon in de Algemene wet bestuursrecht en ook in de Omgevingswet. De nu voorliggende verordening is eigenlijk de aanpassing vanwege het feit dat we nu onder de Omgevingswet functioneren. Ik hecht eraan om dit te vermelden, omdat ik merk dat we graag willen helpen bij dingen die in de stad gebeuren en de problemen die ondernemers ervaren en dat we die ook graag willen oplossen. Dat snap ik ook heel goed, maar ik vind het heel erg belangrijk om daarin die gelijkwaardigheid in de behandeling en de zorgvuldige juridische aanpak te hanteren.
Ik hecht er dus aan om te benadrukken dat de besluitvorming over de aanvraag van nadeelcompensatie een zorgvuldige procedure kent. Die hebben we vastgelegd in de regelingen die we hebben. Die beleidsregels zijn ook nog een beetje aangepast door de raad en die hanteren we ook. Het gaat uiteindelijk over schade naar aanleiding van een rechtmatige overheidsdaad, dus niet door een onrechtmatige overheidsdaad; daar hebben we andere routes voor. Dat betekent niet dat al het nadeel wordt vergoed. Er is ook een normaal maatschappelijk risico voor de aanvrager. Daarbij moet altijd gekeken worden of iemand echt voldoet aan de criteria. Dat is niet altijd makkelijk, want achter elke aanvraag schuilt een ondernemer met een eigen verhaal, een eigen type bedrijf en een eigen aanpak. Dat moet dus altijd zorgvuldig worden getoetst per casus. Enkelen van u hebben het gehad over de situatie op Kijkduin. Dat gaat ook over die voorzienbaarheid. Nee, ik ga het nog even wat algemeen houden. Dan kom ik even terug op een aantal punten van Hart voor Den Haag en andere fracties. De doorlooptijden zijn vaak aan de orde gesteld: zijn die nu op orde of niet? Ik moet zeggen dat die over het algemeen … Nou ja, laat ik daar het volgende over zeggen: die zijn nog niet zo op orde als we zouden willen.
Het college heeft nog niet gezegd dat de termijn van acht plus acht weken haalbaar is; dat zeg ik tegen de heer Van Esch. In de 24
huidige wetgeving staat dat acht plus acht weken de basis is. In de nieuwe wetgeving, waar ook onze verordening op gebaseerd is, staat een termijn van twintig plus twintig weken. De wettelijke doorlooptijd van zes plus zes maanden is lang. Dat is de maximale doorlooptijd; daarom staat die ook zo in de verordening. Wij zien in de praktijk dat we in ieder geval zeventien tot twintig weken nodig hebben om alle informatie bij elkaar te krijgen, zowel onze interne informatie als de informatie die door de aanvragers moet worden geleverd. Wij zullen ernaar blijven streven om dat binnen die tijd te doen. Daarmee lopen wij niet uit de pas met hoe andere steden dit doen. Die termijnen zijn wettelijk; we kunnen die niet in onze eigen regelgeving veranderen, maar ons streven is - dat is dan de Haagse aanpak - om dat in ieder geval binnen zeventien tot twintig weken te doen. Soms duurt het langer; sommige zaken zijn gewoon echt heel erg complex. Soms duurt het korter. Wij laten ons voor de inhoudelijke beoordeling van die aanvragen adviseren door onafhankelijke deskundigen. Dat zijn door de gemeente ingehuurde deskundigen. Dat zijn bureaus, schade-experts die ook landelijk en aan andere gemeenten dit soort adviezen uitbrengen en die op de hoogte zijn van alle relevante rechtspraak. Ze zijn hier ook langs geweest bij uw werkbespreking.
Zij geven een objectief advies over de inhoudelijke criteria op basis van de beleidsregels die wij hebben vastgesteld. Dat wordt in conceptvorm voorgelegd aan zowel de aanvrager als de gemeente. Dat is ook het moment waarop beide partijen kunnen zeggen dat ze iets niet begrijpen of dat ze het niet met iets eens zijn, bijvoorbeeld met de berekeningen of de uitgangspunten. Dat kan dan leiden tot een definitief advies. Daar neemt het college uiteindelijk een besluit over als dat advies op goede gronden tot stand is gekomen; daar kijken wij ook altijd nog naar met onze juristen. Wij kunnen ook altijd afwijken van een advies. In uitzonderlijke gevallen doen we dat ook, maar we kunnen dat niet zomaar doen op basis van gevoel. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Is de wethouder bekend met de noodkreet die vanuit Kijkduin gekomen is en met de juridische onderbouwing die daarachter zit? Wethouder Bruines (D66). Ik kom straks terug op Kijkduin. Ik onthoud uw vraag. Ik kom daar zeker op terug. Als wij als college willen afwijken van het advies, dat is gebaseerd op juridische adviezen en jurisprudentie die daarin betrokken is, zullen we dat moeten doen op basis van een goede motivatie. We zullen ons er ook bewust van moeten zijn dat dat een precedent schept voor andere gevallen, want wij maken daar zelf ook recht mee. Voorop moet staan dat iemand er recht op heeft.
Uitzonderingen gaan dus over nuances of over een grijs gebied waarop daadwerkelijk een afweging te maken is. Dat hebben we ook een aantal keren gedaan, maar het is lastig om ons als gemeenteraad en ook als college te bemoeien met de interpretatie van de wetgeving. Ik sluit me aan bij wat mevrouw Van Basten Batenburg daarover gezegd heeft: daarvoor hebben wij echt die deskundige adviezen nodig. In Kijkduin zien we dat het project is uitgelopen. Er lopen op dit moment in Kijkduin zes zaken. Eén zaak is recent toegekend, er zijn drie zaken afgewezen op basis van voorzienbaarheid, één zaak is afgewezen omdat de schade onder de drempel van het normale maatschappelijke risico lag en een andere zaak is buiten behandeling gesteld omdat er geen stukken zijn aangeleverd. Naar aanleiding van het verzoek dat uw commissie gedaan heeft, hebben drie verschillende adviesbureaus zich nog eens verdiept in het moment van voorzienbaarheid; die discussie is nu steeds aan de orde bij de EeF op Kijkduin. Dat moment is vastgesteld op december 2014. Dat is het moment waarop het bestemmingsplan Kijkduin/Ockenburgh is vastgesteld. Hierover zijn officiële bekendmakingen gepubliceerd en het bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen.
In dit bestemmingsplan worden een ondergrondse parkeergarage en een ondergrondse fietsenstalling planologisch mogelijk gemaakt, maar wordt ook het voornemen uitgesproken om dat uit te gaan voeren. Daarna zijn er ook nog veel momenten geweest van officiële communicatie, zoals de vaststelling van projectdocumenten. Dan kom je dus bij dat punt van de beoordeling van de voorzienbaarheid. Die beoordeling vindt plaats op basis van een overeenkomst met geldende rechtspraak. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Hadden deze ondernemers dus moeten weten dat de uitloop van de parkeergarage vijf jaar zou duren en dat de openbare ruimte tot op de dag van vandaag niet af is?
25
Wethouder Bruines (D66). Ik ben nu zover dat er is vastgesteld dat er plannen waren om een aantal maatregelen te nemen en een aantal werken uit te voeren in dat gebied. De vraag is dan wat er gebeurt als iets verschuift of uitloopt. Daar kom ik zo op. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ik weet niet of wethouder Bruines zelf weleens een onderneming gehad heeft, maar als deze ondernemers dit werkelijk hadden voorzien, waren ze er toch nooit aan begonnen, beste wethouder? Wethouder Bruines (D66). Ik wil graag even mijn … Nou goed, ik zal hierop antwoorden. Bij de bepaling van de voorzienbaarheid is aan de orde dat er gekeken wordt of er informatie beschikbaar was over de werken die voorgenomen zijn en of informatie ter beschikking is gesteld op grond waarvan men weet wat er gaat gebeuren. Ik was er nu net aan toe dat er in de loop van de tijd ook gecommuniceerd is over het feit dat dingen in een iets andere planning zouden komen. De voorzienbaarheid en de beoordeling of men recht heeft op nadeelcompensatie, ziet niet op de vraag of men er last van gehad heeft, maar of men op het desbetreffende moment kon weten dat dit werk nog moest worden gedaan.
Op het moment dat de ondernemers hun contracten tekenden - dat zijn de huurovereenkomsten die getekend zijn in 2020; sommige zijn in 2021 getekend en sommige in 2022 was ook klip-en-klaar dat de uitvoering van de voorziene werken nog niet was begonnen en dat er sprake was van vertraging. Daarvan heeft men in de adviezen die wij hebben gekregen, gezegd dat dat dus wel een voorzienbaarheid is. Men heeft wel de contracten getekend en men had kunnen weten dat er nog van alles zou gaan gebeuren. Dan gaat de jurisprudentie ervan uit dat men altijd rekening te houden heeft met de vervelendst mogelijke situatie. Dat heb ik niet verzonnen; dat is wat de basis van deze beoordelingen met zich meebrengt. Daarom komen onze adviseurs en die onafhankelijke bureaus tot de conclusie dat dit voorzienbaar was en dat men dus geen recht heeft gehad op nadeelcompensatie. Dat neemt niet weg dat het een hele vervelende situatie is, maar op basis van alleen een vervelende situatie voor mensen, los van de juridische toets, kan je niet een instrument zoals nadeelcompensatie toepassen en die uitkering toekennen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Bij de brief waar ik net naar verwees, zitten ook nog vijf pagina's met een juridisch advies. We zijn hier allemaal gek op juridische adviezen. Die advocaten maken gehakt van wat die schadebureaus zeggen. Dat wordt in vijf pagina's helemaal gefileerd.
Wat heeft de wethouder daar dan op te zeggen? Wethouder Bruines (D66). Daar heeft de wethouder op dit moment niet zoveel op te zeggen, want een juridisch advies van advocaten, dat u hier nu naar voren brengt, staat hier niet op de agenda. Volgens mij heeft geen van de andere raadsleden dat rapport. Ik heb het hier ook niet bij de hand. Wij kunnen op dit moment een juridische discussie met elkaar gaan voeren over wie er gelijk heeft, maar ik heb daar geen verstand van. Wij hebben de adviezen van onze juridische bureaus. Dat zijn juridische schade-experts die daar overal in het land over adviseren. Ik heb geen enkele aanleiding om daar niet van uit te gaan. Sterker nog: ik en het college kunnen niet anders dan daarvan uitgaan. Blijkbaar zijn er een aantal mensen die daar anders tegen aankijken. Dat mag, maar dat is voor mij geen reden om te zeggen: nou, dan hebben die gelijk. Laat de rechter dat dan maar uitmaken. Ik vind dit geen gepast moment om hier nu met elkaar in de gemeenteraad te gaan bespreken welk oordeel wij hebben over bepaalde juridische oordelen van bureau A, B of C of advocaat A, B of C. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dan heb ik een punt van orde, voorzitter, want de wethouder heeft het zelf over drie schadebureaus. Daar wordt mee geschermd en daar wordt achter verscholen.
Er is een brief gekomen met een noodkreet vanuit Kijkduin, met daarbij de juridische onderbouwing die zij hebben. Die heeft de wethouder ook ontvangen, want die brief is aan het college gericht. Daar mag ik nu dan niet over praten, maar we moeten allemaal wel voetstoots aannemen dat de drie schadebureaus waar de wethouder mee schermt, het helemaal dik voor elkaar hebben. Zij worden in vijf pagina's gefileerd, maar daar mag ik nu niet over praten. Wethouder Bruines (D66). Ik zeg niet dat meneer Sluijs er niet over mag praten. Ik zeg alleen dat ik het wat onhandig vind om hier in deze raadsvergadering, waarin de verordening, die inhoudelijk 26
overigens is gebaseerd op de beleidsregels die wij al hadden vastgesteld, ter besluitvorming voorligt. Wij weten dat er van alles speelt, ook aan bezwaren, rechtszaken en gesprekken die er nog zijn. Dat is ingewikkeld genoeg en het is ook prima dat dat op die manier gebeurt. Wij zullen deze brief natuurlijk ook bekijken, maar ik schets u het proces dat wij hier en elders voeren. Dat doen wij op basis van de wet en op basis van de vastgestelde beleidsregels en de verordening die we hebben, op de manier zoals dat overal gebeurt, ook met gebruikmaking van alle jurisprudentie. Ik weet dat er verschillen van inzicht en ook verschillen van mening zijn. Die komen ook regelmatig naar voren via alle aanvragers en hun belangenbehartigers. Dat is prima en dat wordt ook meegenomen in de uiteindelijke adviezen. Als men het niet eens is met een advies, kan men de daartoe geëigende wegen belopen, zijnde de commissie van bezwaar en beroep en uiteindelijk ook de rechter. Dat is misschien onbevredigend - dat begrijp ik ook - maar dat is wel de enige route die wij als college daarin kunnen en moeten volgen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik hoor de wethouder volgens mij best begrijpelijke juridische argumenten aandragen voor hoe ze hiermee omgaat.
Ik kan me er best iets bij voorstellen dat bijvoorbeeld als de commissie bezwaarschriften zich over zaken moet gaan buigen, de wethouder daar niet tussen wil treden. Dat begrijp ik, maar ik ben op zoek naar wat de wethouder vindt van hoe die voorzienbaarheid nu is bepaald. Ik snap ook echt dat er jurisprudentie is en dat het in die zin ook klopt, maar is dit nou iets waarvan de wethouder denkt: als ikzelf ondernemer zou zijn in deze stad, zou ik me hiertoe kunnen verhouden? Kan je dit ook vastpakken en begrijpen wanneer je wel of niet een investering wil doen? Daar wil ik naartoe: naar een situatie waarin een ondernemer ook snapt welk risico hij aangaat op het moment dat hij een investering gaat doen. Ik denk niet dat we dat hier echt kunnen zeggen en dat zij in 2019 echt konden zien dat de boel pas ergens in 2025 weer een beetje op orde zou zijn op Kijkduin. Wethouder Bruines (D66). Het vervelende is - dat klinkt heel hard, maar zo bedoel ik het niet - dat er in dit geval een onderscheid is. Aan de ene kant staat hoe je volgens de wet en de regels bepaalt of er sprake van voorzienbaarheid is en had kunnen zijn. Dat doet men op basis van welke besluiten er zijn genomen, wat daarin stond, of dat werk al af is, of men kon weten dat er nog iets zou volgen, hoelang dat volgens de inschatting nog gaat duren en of men zich ervan heeft vergewist dat dat er nog aan zat te komen.
De wet zegt dat je dat van ondernemers mag verwachten. Daar zijn deze adviezen op gebaseerd en die kan ik via die route ook volgen. Aan de andere kant heb je natuurlijk de persoonlijk beleefde ervaring. Je bent bezig met het opzetten van een bedrijf en je hebt ergens gelezen dat iets misschien een jaar duurt, maar dat blijkt dan twee jaar of weet ik hoelang te duren. Dat is heel vervelend, want daar ben je niet op voorbereid. Dat is ook zo, maar dat is niet de invalshoek die daarin gebruikt kan worden. Dat is soms ook heel onbevredigend; dat begrijp ik, maar dat is wel hoe het werkt. Die discussies heb ik ook heel veel gevoerd, ook met onze juristen maar ook met de bureaus en met anderen, ook met collega's uit andere steden: hoe werkt dat? Soms zegt je eigen persoonlijke gevoel immers: dat is toch wel vervelend voor die mensen, want die kunnen dat toch allemaal niet overzien? Toch vraagt de wet van ze dat dat wel het geval is. Ik denk dat daarin de discussie zit die wij steeds hebben. Ik vind dat u maar ook alle bewoners, bedrijven, investeerders en ontwikkelaars van het college mogen verwachten dat wij de regels van de wet volgen en er tegelijkertijd alles aan doen om te voorkomen dat projecten uit de hand lopen. Ik kom straks terug op het andere punt dat u daarover maakte. Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Misschien wil de wethouder dat toch meteen doen, want eigenlijk ben ik daarnaar op zoek. Ik vind immers dat dit nu niet goed genoeg gaat. Ik denk niet dat je van een ondernemer kan verwachten dat die ervan uitgaat dat een project dat misschien een jaar zou duren en waarvan op de tekeningen staat dat het gaat om een voetafdruk van een paar vierkante meter, uiteindelijk de hele bereikbaarheid van Kijkduin beïnvloedt. Daar zit echt een verschil, ook in hoe de gemeente in de communicatie heeft neergezet dat zo'n project eruit zou zien. Ik verwacht echt dat dit college daar verbetering in zoekt. Wethouder Bruines (D66). Als deze gesprekken en casussen rond de nadeelcompensatie ons één inzicht hebben opgeleverd, is dat dat het voor de voorzienbaarheid en voorspelbaarheid van grote projecten die we doen - dit speelt immers vaak bij dingen die meerjarig aan de orde zijn en waarvan 27
we weten dat ze vaak net ietsje anders lopen dan gepland; ook ondernemers weten dat vaak ontzettend belangrijk is dat we aan de voorkant, bij de start of bij het plannen maken heel duidelijk met elkaar zeggen wat we willen gaan doen en dat we er daarbij ook echt voor zorgen dat iedereen die van plan is om een bedrijf te starten of een investeringsbesluit te nemen, weet dat er iets aan de hand is. Volgens mij zei mevrouw Van Basten Batenburg ook dat zij van iedereen die daarmee bezig is, verwacht dat zij recht willen doen. Ook de communicatie tussentijds, als er sprake is van vertraging of wat dan ook in de uitvoering van het project, moeten we zorgvuldig doen. Dat gaat soms goed, maar dat kan op een heleboel punten nog veel beter. Dat is ook de reden waarom iemand die nu echt kijkt hoe we in de hele werkwijze binnen de gemeente projecten uitwerken, ook kijkt naar dit aspect wanneer is het voorzienbaar en hoe zorgen we ervoor dat dat een heel duidelijk moment is, zodat er ook tussen deskundigen geen discussie over het voorzienbaarheidsmoment is? - zodat we daar veel alerter op zijn, omdat dat expliciet aandacht behoeft. Daar wordt op dit moment aan gewerkt. Mevrouw Van Basten Batenburg vraagt om voor de Voorjaarsnota met informatie daarover te komen.
Ik zal in ieder geval informatie kunnen geven over hoe we daaraan werken, wanneer men wat kan verwachten en hoe dat dan aan de raad terug kan worden gerapporteerd. Het college heeft immers ook gezegd dat dit ontzettend belangrijk is. We merken het ook aan de mensen die bij ons in het nadeelcompensatiebureau zitten: die hebben hier vaak gewoon ook last van. Dat geldt met name bij projecten waarover al heel lang geleden besloten is, zodat de projectadministratie soms moeilijk boven tafel te krijgen is en de informatie uit verschillende hokjes moet komen. Daar zitten inmiddels natuurlijk een heleboel andere mensen op. Dat is eigenlijk niet wat we willen. Vanaf nu doen we dat dus anders. Ik hoop dat dat er in de toekomst ook toe leidt dat er misschien minder claims hoeven te komen. Daarbij geldt altijd dat men, als men gewoon echt aantoonbaar schade heeft ondervonden van een rechtmatige overheidsdaad, dat geld gewoon moet krijgen, want daar heeft men recht op. Dat zeg ik dus graag toe. Martin van den Goorbergh (Groep van den Goorbergh). Is de wethouder het met mij eens dat er, als blijkt dat het in die voorzienbaarheid veel langer is gaan duren dan op voorhand is aangegeven, weer een nieuw ijkmoment komt om dan voor de periode daarna wél weer schade te kunnen claimen en vergoed te krijgen? Wethouder Bruines (D66).
Ik heb begrepen dat enige uitloop als zodanig geen aanleiding is om een nieuwe fase van onvoorzienbaarheid in te laten gaan. Ik denk dus dat dat in dit geval niet aan de orde is. De ervaring heeft wel met zich meegebracht dat bij projecten waarbij echt sprake is van een hele nieuwe situatie, een nieuwe werkelijkheid ontstaat, zoals indertijd in Amsterdam bij de Noord-Zuidlijn het geval was. Bij enige uitloop speelde dit toen niet, maar toen bleek dat het nog acht jaar zou gaan duren, was er een nieuwe werkelijkheid. Dat is in dit geval niet aan de orde, maar dat zou in zo'n soort geval wel aan de orde kunnen zijn; ik hoop niet dat we dat hier gaan meemaken. Maar goed, het is ook niet aan mij om dat te beoordelen. Ik denk dat dat dan moet worden beoordeeld door degenen die daar verstand van hebben en die ook echt kijken welke rechterlijke uitspraken daaronder liggen. Ik ga naar de moties en naar de opmerkingen per fractie. De heer Sluijs heeft drie moties ingediend. Over het onderzoek naar de voorzienbaarheid en de hinder op Kijkduin hadden we zojuist even een discussie. In feite hebben we dit onafhankelijk nog eens laten bekijken door drie verschillende externe bureaus. Dat is gezamenlijk beoordeeld en men heeft dat herbevestigd, zoals ik dat zojuist heb gemeld.
Dat hebben ze ook gedaan op basis van de gegevens die allemaal door de gemeente zijn aangeleverd, maar men is daar ook nog ter plekke gaan kijken. De experts binnen onze gemeente hebben kunnen concluderen dat dat advies op goede gronden en op een goede wijze tot stand gekomen is. Daarmee voelen wij ons als college er ook aan gebonden om dit te volgen. Daarmee ontraadt het college deze motie. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Maar het is toch zo dat de werkzaamheden klaar zouden zijn in 2020, dus nog voordat de huurcontracten in zouden gaan? Wethouder Bruines (D66). De heer Sluijs daagt mij nu uit om een inhoudelijk oordeel te geven over de beoordeling van die voorzienbaarheid, maar er was toen ook bekend dat het werk nog niet klaar was. Als u weet dat er nog werk komt, speelt dat daar natuurlijk ook in mee. Als men een contract 28
tekent, wetende dat een deel van de voorziene werkzaamheden nog niet is uitgevoerd of nog niet is afgerond, weet je dat dat er nog aan zit te komen. Dat is ook wat in die beoordeling is meegenomen. U zit nee te schudden, maar dat is zoals ik het heb meegekregen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Die werkzaamheden zouden klaar zijn in 2020, dus nog voordat de huurovereenkomsten ingingen. Dan is het gewoon niet voorzienbaar geweest voor deze ondernemers. Wethouder Bruines (D66). Dan is de vraag of die vertraging voldoende aanleiding is om anders te oordelen over die voorzienbaarheid; dat is zoals ik het nu begrepen heb. De experts die wij daarover hebben geraadpleegd, hebben gemeend dat dat niet het geval is. Dat is dus ook waarop wij ons oordeel baseren. De voorzitter. De laatste keer, meneer Sluijs. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dat zijn drie experts die ingehuurd worden door de gemeente. Daar verschuilt de wethouder zich nu achter. Er ligt een vernietigend juridisch verhaal vanuit Kijkduin zelf. Ik vind het echt tenenkrommend wat ik hier allemaal hoor. De voorzitter. Wethouder, gaat u voort met uw betoog. Wethouder Bruines (D66). De heer Sluijs heeft ook een motie ingediend over de na-ijlperiode in het Zeeheldenkwartier in relatie tot nieuwe werkzaamheden. Ook die motie wordt door het college ontraden, met de volgende argumentatie.
Het einde van een schadeperiode loopt meestal niet gelijk met het einde van de werkzaamheden. Er kan dus inderdaad nog sprake zijn van een na-ijleffect, waarbij die omzetten niet direct terug zijn op het oude peil. Vandaar dat er zo'n na-ijlregeling is. Uit de rechtspraak volgt dat een dergelijk na-ijleffect voor werkzaamheden zoals in het Zeeheldenkwartier beperkt is tot een periode van maximaal zes maanden. Dat is getoetst aan jurisprudentie die over vergelijkbare gevallen gaat. Er geldt ook nog dat het bepalen van het na-ijleffect niet afhankelijk is en niet afhankelijk kan worden gesteld van de omvang van de omzetderving, zoals hier wordt voorgesteld. Ook voor deze motie geldt dat een generiek besluit wordt gevraagd, terwijl we eigenlijk eraan gehouden zijn om elke aanvraag op eigen merites te beoordelen op basis van het type bedrijf, de plek in de wijk waar men precies zit, het soort bedrijf, het verloop van de omzet in de afgelopen jaren. Dat kan allemaal invloed hebben op de bepaling van de lengte van dat na-ijleffect. Ook deze motie wordt dus ontraden. Tot slot de motie Gelijke behandeling ondernemers Zeeheldenkwartier. Er wordt eigenlijk gevraagd dat de raad vaststelt dat beide projecten - de nieuwe tram en het Piet Heinplein - ongeacht de locatie of de aanvraagdatum moeten worden meegenomen binnen de bepaling van die voorzienbaarheid.
Die vraag kan ook op basis van de wet niet positief worden beantwoord, want voor iedereen moet de vraag worden beantwoord of er voldoende causaal verband is tussen de werkzaamheden en de schade. In dit verband is de locatie van belang om te bepalen of er sprake is van dat verband. Daarbij wordt gekeken naar de afstand tot de schadeveroorzakende werkzaamheden, maar ook naar alternatieve bereikbaarheidsmogelijkheden en de aard van de onderneming. Het enkele feit dat een onderneming is gevestigd in een wijk is onvoldoende grond om een dergelijk causaal verband op voorhand aan te nemen. Dat zal altijd per locatie en per onderneming moeten worden beoordeeld. Een generiek besluit hierover is dus niet mogelijk. Dat moet ook wettelijk per geval worden bezien. Het college ontraadt dus ook deze motie. D66 vroeg nog naar het tempo. Daar hebben we het zojuist over gehad. Wat de andere commissie betreft: het Bureau Nadeelcompensatie was eerst ondergebracht bij Stadsbeheer en zit nu op een onafhankelijke plek binnen de gemeente, namelijk bij Juridische Zaken, dat al onze besluiten en zaken toetst en ook in de planschade een rol heeft.
We willen eigenlijk gaan werken met het model dat binnen de wet ook als mogelijkheid gegeven wordt en waarmee een aantal andere grote steden inmiddels ook werken, namelijk met een onafhankelijke adviescommissie met een onafhankelijke voorzitter, zodat we minder afhankelijk zijn van het inhuren van andere bureaus. Dat is de route die wij nu verder willen gaan bewandelen. Dat wordt uitgewerkt. Ik hoop u daar over een niet al te lange tijd verder over te informeren. Ik denk dat dat geen inbreuk oplevert op de zorgvuldige beschouwing 29
van alles. Juist die onafhankelijke voorzitter ziet er wat het college betreft op toe dat het idee dat de slager zijn eigen vlees keurt, niet aan de orde kan zijn. De ervaringen in andere gemeenten geven ook aan dat dat niet het geval is. Over de vragen van de VVD over recht doen hebben we het gehad; daar ben ik volgens mij op ingegaan. Nog even over Kijkduin: ik begrijp het heel goed en ik voel ook erg mee met de ondernemers daar. Het college vindt het tegelijkertijd ook van heel groot belang dat Kijkduin een succes wordt. Ook dat is op dit moment nog best wel zorgelijk. Het is best een groot nieuw complex. Het is ook een groot winkelcentrum. Er is veel en er is echt nog wel werk aan de winkel. Collega Icar is als wethouder mkb daar ook in gesprek. We zijn aan het kijken hoe het winkelcentrum echt een stap verder kan worden geholpen. Het college is ook zeer bereid om in de verdere promotie en marketing en het verder helpen naar de toekomst heel positief en constructief mee te denken en een bijdrage daaraan te leveren als dat gewenst is; ik denk dat dat gewenst is. Ik denk dat ik het hierbij kan laten. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik wil even melden dat ik de wethouder aan deze woorden ga houden bij de bespreking van ons initiatiefvoorstel Kom naar Kijkduin. De voorzitter. De wethouder kijkt ernaar uit. Wethouder Bruines (D66).
Ja, ik begrijp dat mevrouw Van Basten Batenburg het college daaraan houdt. Dat is uw goed recht als raadslid. De voorzitter. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Hier wordt later vanmiddag of vanavond over gestemd.
Aan de orde is: J. Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (RIS320934). De beraadslaging wordt geopend. Leonie Gerritsen (PvdD). Voorzitter. U kent mij als een groot liefhebber van livemuziek, maar ook als strijder voor de belangen van dier en natuur. De Partij voor de Dieren wil waken voor de festivalisering van deze openbare plekken. Niet alleen de vogels en andere dieren hebben er last van als locaties zoals het Zuiderpark praktisch de hele zomer fungeren als festivalterrein; ook omwonenden hebben last van geluid en verkeer en kunnen grote delen van het park niet gebruiken. Mijn fractie is in principe voorstander van het implementeren van een reserveringskalender, zolang er niet wordt afgeweken van het maximumaantal toegestane evenementen dat is vastgelegd in het locatiebeleid. Kan de wethouder dit bevestigen? Tijdens het commissiedebat ging het over het clusteren van evenementen om op die manier de op- en afbouwperiodes te minimaliseren, rustperiodes te verlengen en zo de overlast te beperken. Zolang clustering niet leidt tot een toename van het aantal toegestane evenementen maar wel tot langere rustperiodes, is mijn fractie daar voorstander van.
Is de wethouder bereid te onderzoeken wat hiervoor de mogelijkheden zijn? Daarnaast is het voor de Partij voor de Dieren van groot belang dat de periodes waarin evenementen wél worden toegestaan in de parken, zorgvuldig worden uitgekozen. Het welzijn van het park, de flora en fauna zou hierbij leidend moeten zijn. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college bij het implementeren van de reserveringskalender ecologisch advies in te winnen over welke periodes het minst schadelijk zijn voor flora en fauna, met bijzondere aandacht voor clustering.
30
De voorzitter. Door mevrouw Gerritsen wordt de volgende motie (J.1 PvdD) ingediend:
Motie J.1 PvdD Ecologisch advies voor A-locaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (RIS320934). Constaterende, dat: ▪ de gemeente met een reserveringskalender voor grote evenementen op A-locaties gaat werken; ▪ een aantal van de A-locaties parken zijn en de grote evenementen veelal plaatsvinden tijdens het broedseizoen; ▪ niet is onderzocht wat ecologisch gezien de meest gunstige data voor evenementen zijn. Overwegende, dat: ▪ de locaties Zuiderpark, Westbroekpark, Malieveld en Scheveningen Strand stadsnatuur zijn, waarin rekening moet worden gehouden met kwetsbare flora en fauna; ▪ bij het toepassen van clustering van evenementen ook sprake is van voor- en nadelen voor de omgeving. Verzoekt het college: ▪ bij het implementeren van de reserveringskalender ecologisch advies in te winnen over welke periodes het minst schadelijk zijn voor flora en fauna, met bijzondere aandacht voor clustering. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik heb drie amendementen. Ik ga dus drie amendementen voorlezen. Verder heb ik geen inbreng hierop.
Het eerste amendement is het amendement Aanpassen locatiebeleid voor maatwerk: besluit om artikel 2:25D, lid 2 te wijzigen van 'Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de reserveringskalender en de invulling van de kalender.' naar 'Het college kan nadere regels stellen, waarbij maatwerk mogelijk is om de reserveringskalender af te stemmen op de specifieke behoeften van organisatoren en locaties.' Met dit amendement hopen we een wat meer flexibele en op maat gemaakte aanpak te kunnen bereiken. Dan het amendement Schrap verplichte rustperiodes evenementen: besluit om aan Artikel 2:25D van de APV toe te voegen 'De verplichting tot het instellen van rustperiodes tussen evenementen op A-locaties komt te vervallen, om meer ruimte te bieden voor het organiseren van evenementen en beter gebruik te maken van schaarse locaties.' Leonie Gerritsen (PvdD). Ik ben benieuwd wat Hart voor Den Haag zou zeggen tegen omwonenden van A-locaties zoals het Zuiderpark, die nu best wel al last hebben van het toenemende aantal evenementen, als er helemaal geen rustperiodes meer zijn, waardoor degenen die bij het Zuiderpark wonen, de hele zomer het park niet in kunnen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Wij willen met dit amendement meer flexibiliteit en een betere benutting van de locaties bereiken. Het is niet zo dat er iedere dag evenementen zijn.
Dat zal zeker niet het geval zijn, maar met de rustperiodes zoals die nu opgenomen zijn, wordt het aantal evenementen beperkt. Dat is niet wat Hart voor Den Haag wil. Leonie Gerritsen (PvdD). Het aantal evenementen wordt in principe beperkt door het locatiebeleid. Daarin staat gewoon het maximale aantal evenementen. Als die rustperiodes geschrapt zouden
31
worden, vraag ik me af of dat voor Hart voor Den Haag ook betekent dat er meer evenementen zouden moeten komen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ja, Hart voor Den Haag is altijd voor meer evenementen. Als je ziet welke evenementen de afgelopen jaren hier met piepende banden vertrokken zijn, is er ruimte genoeg om weer met evenementen te komen. Dus ja, Hart voor Den Haag wil heel graag dat Den Haag evenementenstad nummer één is. Er is nog een wereld te winnen. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Gerritsen. Leonie Gerritsen (PvdD). Ik kan concluderen dat het voor Hart voor Den Haag oké zou zijn als er meer evenementen zijn en als er dus meer overlast voor bewoners is. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Wij horen ook van heel veel bewoners dat zij het ontzettend leuk vinden dat ze in een stad wonen waar heel veel reuring is. Het laatste amendement, het amendement Stimulering clustering van evenementen, besluit aan Artikel 2:25D een nieuw lid 6 toe te voegen: 'Het college stimuleert clustering van evenementen door het delen van producties en faciliteiten actief te ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld via gezamenlijke reserveringen of het instellen van gedeelde technische voorzieningen.' Hiermee verlagen we de kosten voor organisatoren en maken we het ook weer wat makkelijker. Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Ik zou graag een iets langere toelichting van meneer Sluijs krijgen: wat beoogt hij precies in wat de gemeente anders gaat doen? De vraag is dus eigenlijk wat hij bedoelt met 'stimuleren'. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Het is een wens vanuit de sector zelf. Die heeft een brief met een aantal wensen gestuurd. Daarin heeft de sector gevraagd om ook die clustering wat meer te stimuleren om die kosten inderdaad te verlagen. We hebben gezien dat de kosten de afgelopen jaren enorm opgelopen zijn. Daar hebben we het ook in de commissie over gehad. Wij vinden deze APV eigenlijk een goed instrument om dit daarin op te nemen, zodat die clustering wat meer gestimuleerd wordt en de kosten omlaaggaan. Daarom hebben we dit voorstel van de advieslijst laten halen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dat is niet helemaal een antwoord op mijn vraag, want ik wil echt weten wat de gemeente nou extra moet doen. Wil Hart voor Den Haag een fonds oprichten? Moet er geld tegenaan? Wat moet de gemeente doen? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dat begint een beetje met de meedenkmodus. Meedenken met evenementenorganisatoren is iets wat we nog weleens missen, bijvoorbeeld: er komt een evenement aan; je zou dat eventueel kunnen combineren met dat evenement, dat dan staat ingepland, want dan zouden jullie wellicht in gesprek kunnen gaan om de kosten, de opbouw en de afbouw te delen.
Daarin zouden we iets meer een meedenkmodus willen zien vanuit het stadhuis. Ik denk dat dat het aantal evenementen in de stad ten goede zou komen. Hera Butt (GroenLinks). Ook ik heb een vraag over dat laatste amendement. Ik lees dat het wenselijk is om gezamenlijke reserveringen of het instellen van gedeelde technische voorzieningen te faciliteren. Heeft Hart voor Den Haag signalen dat ondernemers dit willen maar dat dit op dit moment niet lukt bij de gemeente? En waar lopen ze dan tegenaan? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Het is een concrete wens vanuit de sector. Die heeft een brief gestuurd en heeft daarin eigenlijk ook aangegeven dat de sector hier tegenaan loopt. De sector heeft ons ook de suggestie gedaan om dit te gaan regelen en te stimuleren. Hera Butt (GroenLinks). Ik begrijp dat er signalen zijn dat dit een wens is. Ik ben er nog naar op zoek of deze wens door deze ondernemers ook geuit is bij de gemeente en wat dan de reactie van de gemeente was. 32
Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ja, die wens is geuit middels een brief die is gestuurd. Er zijn hierover ook in de media verschillende uitingen geweest waarin ze die wens hebben geuit. Ik heb de reactie op het punt van de clustering in ieder geval niet gezien binnen deze APV en de voorstellen die hier voorliggen. Dat proberen we dan op te lossen met een amendement waarmee we deze APV beter maken en het aantal evenementen in Den Haag kunnen stimuleren. De voorzitter. Door de heer Sluijs worden de volgende amendementen (J.A HvDH, J.B HvDH en J.C HvDH) voorgesteld:
Amendement J.A HvDH Aanpassen locatiebeleid voor maatwerk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 januari 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (RIS320934), Besluit: • Artikel 2:25D lid 2 te wijzigen van: “Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de reserveringskalender en de invulling van de kalender.” • naar: “Het college kan nadere regels stellen, waarbij maatwerk mogelijk is om de reserveringskalender af te stemmen op de specifieke behoeften van organisatoren en locaties.”