CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321575 Notulen van de raad van 19 december 2024

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 18 en 19 december 2024, 23 januari en 13 februari 202552.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Ook is er inmiddels, mede dankzij moties uit de raad, eindelijk zicht op een leegstandsverordening. We zijn er positief over dat hospitaverhuur hopelijk snel makkelijker wordt. Veel is ook afhankelijk van de uitvoering en van de beleidsstukken die nog gaan volgen op deze visie. De Partij voor de Dieren zal hier scherp op letten, want het versoepelen van regels rondom bijvoorbeeld verkamering kent ook grote risico's. De leefbaarheid van de bestaande stad kan namelijk achteruitkachelen. Om te wonen in een stad in balans moeten we ook het groen en de kwaliteiten van de bestaande stad goed beschermen. Tot zover. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). De Partij voor de Dieren noemt twee voordelen op: er komt leegstandsbeleid en er komt een verruiming van de mogelijkheid tot kamerbewoning. Maar dat staat al op de termijnplanning. Die voordelen zie ik dus niet. Jan Willem van den Bos (PvdD). We hebben het natuurlijk ook over een Woonvisie, en daarin zijn nu de ambities terechtgekomen. Het feit dat die ook op de termijnplanning staan, is alleen maar goed nieuws, omdat we die ambities dan hopelijk snel gaan uitvoeren met concreet beleid. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat is wel iets te makkelijk. Dat zat dus al in de pijplijn. Als dat dus de enige twee punten zijn voor de Partij voor de Dieren op grond waarvan zij de Woonvisie omarmt, vind ik dat wel heel mager.

Jan Willem van den Bos (PvdD). Het is natuurlijk een Woonvisie die voortbouwt op een eerdere woonagenda. Veel daarvan is ook vergelijkbaar beleid. Daarbij zijn er een aantal stappen vooruitgezet. U noemt er nu twee en ik heb er nog een aantal genoemd, maar veel daarvan is inderdaad nog afhankelijk van wat er het komende halfjaar verder aan uitwerking langs de raad komt. Nick Kaptheijns (PVV). Voorzitter. Vandaag bespreken we de Woonvisie Den Haag 2040, Wonen in een stad in balans. Het is een gelikt uitziend document van bijna 200 bladzijdes dik, maar terwijl de titel het heeft over balans, is die eigenlijk niet aan de orde. Want laten we eerlijk zijn: een doel van 4.000 nieuwe woningen per jaar klinkt prachtig, maar is niet realistisch gezien de vele zaken waarmee we geconfronteerd worden. Ik noem er een paar: stikstofwaanzin, vleermuizen, bezwaarschriften, gebrek aan vakmensen, netcongestie, gebrek aan ruimte en ga zo maar door. En hoewel de ambitie om tot hogere betaalbaarheidseisen te komen - van 50% naar 80% - sympathiek is, valt nog maar te bezien 59

of die haalbaar is. Op 11 december jongstleden was immers de woontop, en daarop bleek dat de ambitie inzake betaalbare woningen gehaald kan worden maar alleen met 50% financiële steun van gemeenten. Kan de wethouder aangeven hoe realistisch hij de kans acht dat de gemeente Den Haag de middelen krijgt om tot het gewenste aantal betaalbare woningen te komen? En wat als die middelen er niet komen? De PVV werd even enthousiast bij het lezen van 'eerlijke kansen voor woningzoekenden'. Dat moest immers wel betekenen dat het college alvast een voorschot neemt op de komende landelijke wetgeving om de oneerlijke voorrangspositie van statushouders te schrappen. Maar tot onze grote verbazing staat daar niets over in de visie. Sterker nog, het college wil er nog een schepje bovenop doen en lijkt er niet wakker van te liggen dat nieuwe sociale huurwoningen vooral gebouwd worden voor statushouders en niet voor Hagenaars die al jaren op een wachtlijst staan. Dat brengt mij op het volgende punt. Den Haag is de dichtstbevolkte stad van Nederland en is wat bevolkingsdichtheid betreft zelfs te vergelijken met Hongkong. Ruimte is daardoor zeer schaars in Den Haag. Waar er nu vooral aandacht is voor bouwen, zou er ook gekeken moeten worden naar hoe Den Haag de bevolkingsgroei kan tegengaan. Minder mensen betekent immers dat je minder woningen nodig hebt.

De PVV is dan ook van mening dat de gemeente zou moeten onderzoeken waar eventueel gemeentelijke mogelijkheden liggen om invloed uit te oefenen op de bevolkingsgroei. Inzake huisvesting zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan het invoeren van een woonvergunning voor buitenstaanders die in Den Haag willen komen wonen. Die woonvergunning zou bijvoorbeeld kunnen worden afgegeven als er een duidelijke economische band is met de stad, van bijvoorbeeld een halve fte. Hoe kijkt de wethouder daartegen aan? Is hij bereid om die handschoen op te pakken? Het college is voornemens om een standaard te introduceren, namelijk de Haagse basiskwaliteit. Deze standaard moet ervoor zorgen dat alle woningen na 2040 veilig, gezond en duurzaam zijn. Op 'duurzaam' wil de PVV even inzoomen, want daar maken we ons zorgen over. Woningen moeten namelijk schone energie gebruiken, opwekken en vasthouden. Er mag geen aardgas worden gebruikt en waar mogelijk moet de woning bijdragen aan de eigen energievoorziening en aan die van de rest van de stad. Een vraag aan de wethouder: gaan deze duurzaamheidseisen geen drempel opwerpen voor de realisatie van die broodnodige woningen? Is daar onderzoek naar gedaan? Tot zover. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Door de drukte van gisteren en vandaag heb ik niet de kans gehad om meneer Kaptheijns te benaderen over mijn motie Hagenaars eerst.

Kan ik op zijn steun rekenen? Nick Kaptheijns (PVV). De vraag stellen is hem beantwoorden. Uiteraard. Peter Mekers (D66). Voorzitter. Iedereen in Den Haag verdient goed onderdak. Daarom is deze Woonvisie ook zo belangrijk. Ik ben blij dat onze raad veel input heeft kunnen geven en dat er veel punten van mijn fractie zijn meegenomen in de visie, zoals de aandacht voor optoppen en voor de draagkracht van wijken. Complimenten daarvoor. In sommige stadsdelen, zoals Zuidwest, wonen nu minder mensen dan tien of vijftien jaar geleden, terwijl het aantal woningen daar niet echt daalt. Dat betekent dat we woningen nu minder goed gebruiken dan voorheen. Ik haalde zonet al even de vierkante meters aan. Daar wonen dus minder mensen, en in een voor hen minder goed passende woning. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Er werd toen ook in de kelders gewoond. Ik hoop dat D66 dat niet meer nastreeft. 60

Peter Mekers (D66). Nee, absoluut niet. Het moeten kwalitatieve woningen zijn, maar tien tot vijftien jaar terug werd er nog niet in de kelders gewoond. Het gaat nu echt om de empty nesters, zoals ze genoemd worden. Rutger de Ridder (VVD). Kan meneer Mekers van D66 mij zeggen of hij kan beoordelen of mensen in het juiste huis wonen? Peter Mekers (D66). Vanuit mijn persoonlijke ervaring zou ik daar wel iets over durven zeggen, maar ik vind dat niet mijn directe rol. Ik zou mensen wel graag willen stimuleren door, als zij zien dat een andere woning beter past, te zorgen dat die woning ook beschikbaar voor hen is en het aantrekkelijk is om te verhuizen. Ik wil mensen niet dwingen maar wel verleiden. Rutger de Ridder (VVD). Dat stelt mij iets gerust, want het klonk wel heel erg als: D66 bepaalt waar u mag wonen en waar u niet mag wonen. En dat moeten we toch niet hebben met elkaar. Peter Mekers (D66). Nee. Hoewel u zonet een aantal wat minder liberale gedachten uitte, ben ik in dit geval nog steeds liberaal. Mensen moeten zelf kunnen kiezen waar ze willen wonen, overigens ook als ze nog niet in Den Haag wonen. Wij moeten er vooral op inzetten dat mensen in een goed passende woning kúnnen wonen. Want bouwen wij bijvoorbeeld veel woningen voor senioren erbij, of woningen waarin ze oud kunnen worden, dan zorgen we ook voor doorstroming.

Zo komen de grote woningen die er nu al zijn, vrij voor gezinnen, starters en anderen die in Den Haag een plekje zoeken. In de nieuwbouwprojecten wordt vooral gebouwd voor sociale huur, met kleinere woningen, en wat duurdere huur of duurdere koop. Als het iets tegenzit, komt de middengroep, voor middeldure huur of middeldure koop, er bekaaid af. Daar moeten we breder op inzetten en dat wordt ook aangegeven in deze visie. Ook voor studenten is er nog specifiek werk aan de winkel. In deze visie kijken we ook waar we woningen kunnen toevoegen. Dat is niet alleen in Laakhavens, Zuidwest of de Binckhorst. We moeten in de hele stad kijken waar we op een verantwoorde manier extra woonruimte kunnen toevoegen. En dan zeg ik expliciet: woonrúímte. Dat doen we door het inzetten van de leegstandsverordening maar ook door echt woningen toe te voegen. Een dakopbouw moet niet alleen mogelijk zijn om een woning te vergroten, maar ook om een woning toe te voegen. Vve's moeten we helpen om optoppen te bespreken en te ontwikkelen. We moeten denken in kansen en niet in belemmeringen. Het toevoegen van middeldure huur en middeldure koop is belangrijk voor onze stad. Het zorgt ook voor doorstroom van mensen vanuit sociale huur, en het zorgt ervoor dat starters en young professionals hier een woonruimte kunnen vinden. Het is terecht dat we daar meer op inzetten.

Ik kan alleen maar onderschrijven dat we in Den Haag werk moeten maken van het tegengaan van segregatie. Dat werd door collega's al eerder aangehaald. Gemengde wijken hebben we nodig in onze stad. Mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten. We moeten dus niet alleen gemengd woningen bouwen, maar ook de ontmoeting realiseren door ontmoetingsruimtes te bieden. Tijdens de behandeling in de commissie is toegezegd dat we in het tweede kwartaal van volgend jaar een nieuwe Nota Voorraadbeleid gaan krijgen en dat er ook meer aandacht komt voor kamerbewoning. Daar ben ik blij mee. In een studentenwoning met veel kamers, een groot studentenhuis, zoals we ze in andere steden ook kennen, mogen in Den Haag nu bijvoorbeeld maximaal acht mensen wonen, ook al zou die woning geschikt zijn voor meer mensen. Dat is toch eigenlijk zonde. Wat ons betreft, kunnen grote studentenhuizen best, als de leefbaarheid in de buurt het toelaat en de woning inderdaad groot genoeg is. Daarvoor heb ik een motie, met als titel 'Ideetje voor een extra hg'tje'. Het dictum luidt: verzoekt het 61

college bij de uitwerking van de Woonvisie een voorstel te doen om het beleid voor studentenhuizen naar de raad te sturen, hierbij het 'ja, tenzij'-principe leidend te laten zijn, voorwaarden op te stellen voor het aantal bewoners in relatie tot de kenmerken van zo'n woning en de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt, die voorwaardelijk zijn voor een afwijzing, en zo nodig gelijktijdig een voorstel te doen om de Huisvestingsverordening en/of andere noodzakelijke regels zoals die voor toeslagen, uitkeringen en armoederegelingen te wijzigen om dit mogelijk te maken. Lesley Arp (SP). Ik heb een misschien wat meer overkoepelende interruptie over deze motie en de moties die nog gaan komen. Ik vind een aantal van die moties heel sympathiek en ik denk ze ook wel te gaan steunen, maar ik worstel wat met dat 'ja, tenzij'-verhaal. Enerzijds zegt D66 namelijk dat we duidelijke leefbaarheidscriteria moeten opstellen, wat ik met D66 eens ben, maar D66 wil ook dat we bij voorbaat al zeggen 'ja, tenzij', voordat we die criteria hebben opgesteld. Dat vind ik gewoon een beetje bijzonder. Wat betekent dat? Betekent het dat je altijd naar dat muizengaatje gaat kijken? Ga je in elke situatie kijken hoe je de regels zo kunt buigen dat je dingen toch kunt toelaten? Dat proef ik er namelijk een beetje in. Peter Mekers (D66).

Dank voor deze vraag, die ik natuurlijk ook al verwacht had na de eerdere aankondiging. Qua volgordelijkheid moet je eerst die eisen voor leefbaarheid hebben voordat je gaat bepalen wanneer iets niet kan. Maar mijn insteek is wel dat iets mogelijk is tenzij blijkt dat het niet kan vanwege leefbaarheidseisen of andere eisen. Dat lijkt bij sommige regels die we nu hebben andersom te gaan. Er wordt eigenlijk alleen aangegeven wanneer het wél zou mogen. Mijn basishouding is: het kan, tenzij blijkt dat het vanwege de leefbaarheid of andere problemen niet mogelijk is. Lesley Arp (SP). Dan vind ik die volgordelijkheid toch nog wel raar. Ik zou zeggen: stel nou eerst gewoon die regels voor leefbaarheid vast. Overigens vindt D66 mij inhoudelijk echt aan zijn zijde, want ik heb dat splitsingsverbod voor de hele stad altijd belachelijk gevonden. Maar nu ga je dan eigenlijk van verbieden in bijna de hele stad naar een grondhouding van: het kan eigenlijk overal, tenzij. Dat vind ik wel een hele grote sprong. Ik ben dus wel benieuwd waarom D66 voor deze volgorde kiest. Peter Mekers (D66). Dank ook voor deze vraag. Qua volgorde is het niet zozeer zo dat wij eerst ja zeggen en dan pas gaan denken over de voorwaarden. Dat moet wel gelijktijdig door het college naar de raad gestuurd worden. Die voorwaarden zitten al in zo'n voorstel voor hoe het kan en de uitwerking daarvan.

Daarin zit eigenlijk al een verwijzing naar een toetsingsinstrument, of hoe je het ook wil inrichten, voor hoe je kan zien dat iets níét kan. Ik zie het dus niet zo dat we eerst ja gaan zeggen en pas daarna gaan bedenken wanneer het niet kan. Dat moet wel gelijk duidelijk zijn; dat ben ik met mevrouw Arp eens. De voorzitter. Mevrouw Arp, voor de derde maal. Lesley Arp (SP). Dit is niet flauw bedoeld, maar ik heb die motie een beetje voor de geest en volgens mij staat die 'ja, tenzij' boven het punt dat we voorwaarden moeten vaststellen. De motie is dus zo opgeschreven dat die indruk wel wordt gewekt. Dat maakt het voor partijen wel een beetje lastig, terwijl heel veel van de punten inhoudelijk op sympathie van mijn fractie kunnen rekenen. Peter Mekers (D66). Om vervolgvragen over de andere moties voor te zijn, zeg ik dan het volgende. Bij alle moties die ik indien, mag u in het dictum lezen dat het allemaal gelijktijdig in een voorstel aan 62

de raad wordt gebracht. Dat is in ieder geval mijn intentie geweest. Er zit geen volgordelijkheid in de volgorde van de dictumpunten. Jan Willem van den Bos (PvdD). Mijn fractie kan zich aansluiten bij de sympathie voor veel van de voorstellen, maar ik heb toch nog een vraag over dat 'ja, tenzij'-principe. Als je dat gaat opzoeken, gaat het bijvoorbeeld over orgaandonorschap: je bent het automatisch tenzij je nee zegt. Waarom kiest D66 dus voor deze bewoording in deze context? Peter Mekers (D66). Dank voor deze vraag. Voor orgaandonatie is dat ook een heel goed uitgangspunt. En we zitten in een wooncrisis. We moeten vooral op zoek naar waar we op een verantwoorde manier iets kunnen toevoegen. Dan helpt het meer als je zegt 'hier kan het níét, om deze redenen', dan dat je eerst overal een verbod oplegt en vervolgens gaat zoeken naar uitzonderingen waardoor het mogelijk toch voor elkaar te krijgen is. Dat stimuleert mensen namelijk ook niet om met ideeën en plannen te komen. Vandaar dat de insteek wat mij betreft andersom moet zijn: het kan ergens, tenzij blijkt dat het niet kan. Dat is een veel fijnere uitgangspositie om dingen mogelijk te maken. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik denk dat het in de praktijk nu ook zo is: ja, je kan verkameren, tenzij het in een wijk is die aan bepaalde kenmerken voldoet.

Ik snap dus echt niet wat dit 'ja, tenzij'principe betekent en welke meerwaarde het heeft. Peter Mekers (D66). Het gaat wat mij betreft dus vooral om de basishouding. We gaan ervan uit dat het kan, tenzij blijkt dat het niet kan. Dat het op bepaalde beleidsterreinen op dit moment ook al zo wordt toegepast, is mooi, maar in aangepast of nieuw beleid dat er komt moet het ook zeker de grondhouding zijn of blijven. De voorzitter. De heer Van den Bos, voor de laatste maal. Jan Willem van den Bos (PvdD). Voor de laatste maal. Dit is nu toch ook precies het beleid? Je kan op plekken in de stad verkameren, tenzij je niet aan bepaalde voorwaarden voldoet. Peter Mekers (D66). Maar de voorwaarden die we nu hebben gesteld, zorgen ervoor dat het in maar 11 van de 44 wijken mogelijk is, zoals net werd aangegeven. Die huidige voorwaarden zijn zo streng dat ze eigenlijk meer een 'nee, tenzij' zijn: het mag niet, tenzij je in een uitzonderingswijk woont waarvan we vinden dat die goed genoeg is. Eigenlijk wil ik die mindset andersom hebben. Dat kan misschien in de praktijk niet direct wat uitmaken voor de regels, maar het maakt wel uit voor de instelling. We gaan ervan uit dat we iets mogelijk willen maken en we kijken hoe dat kan, op een verantwoorde manier, met voorzieningen, met kenmerken van de woning en met leefbaarheid in de buurt.

Dat moet je allemaal meewegen en dat moet wel van tevoren duidelijk zijn. Rutger de Ridder (VVD). Is meneer Mekers dan niet bang dat we een beetje de grip gaan verliezen als we toch steeds knabbelen aan die grenzen en aan die mogelijkheden? We komen er namelijk achter dat dat misschien helemaal niet zo handig is, omdat we toch heel veel strenge regels moeten stellen. Peter Mekers (D66). Dat hebben we de afgelopen jaren gedaan. We hebben de regels steeds strenger gemaakt. Dan zien we dat bepaalde mooie initiatieven niet door kunnen gaan, dat er in Den Haag bijvoorbeeld bijzonder weinig hospitaverhuur plaatsvindt en dat er maximaal twee mensen die niet tot één huishouden behoren in één woning kunnen wonen, waardoor er kamers leegstaan. Dat soort 63

gevolgen komt voort uit ons stringente beleid. Ik vind het belangrijker dat we mensen onderdak brengen dan dat we misschien een keer een exces tegenkomen dat we hadden kunnen voorkomen als we overal hele strenge regels op hadden toegepast. Rutger de Ridder (VVD). Misschien een exces tegenkomen? Als ik naar al die wijken ga waar al zo enorm veel druk is op de voorzieningen en de leefbaarheid, zie ik daar alleen maar excessen. Dan denk ik: laten we dat nou tegengaan en zorgen dat we de mensen daar beschermen. Bent u niet bang dat dit juist gaat plaatsvinden in die wijken, waarin het nu al zo druk is, en het interessant gaat zijn voor mensen? Peter Mekers (D66). De definitie voor druk of niet druk zou ik dan niet hanteren. Ik heb in mijn moties duidelijk aangegeven dat we moeten kijken naar de leefbaarheid en naar de voorzieningen, en naar de kenmerken van woningen. Die moeten leidend zijn voor wat er kan. Als die mogelijk maken dat er ergens meer mensen wonen dan er nu wonen, moeten we dat ook stimuleren en toepassen. Dan hoef je geen steen extra bij te bouwen en heb je toch meer mensen onderdak gegeven. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Peter Mekers (D66). Dan sta ik nog graag stil bij een aantal punten. Het belangrijkste is dat we veel woningen toevoegen aan onze woningvoorraad.

In de Woonvisie staat onder andere de wens om 50% sociaal te bouwen in wijken waar weinig sociale huur is, maar hoe stimuleren we dat dan? Kunnen we meer sociale huur stimuleren door hiermee bijvoorbeeld aan de slag te gaan met de inzet van Enecogelden? Of zijn er nog andere middelen die het college gaat toepassen en die nog niet gebruikt worden? Middels de volgende motie, met de titel 'Stimuleer sociaal bouwgedrag', wil ik het college vragen om dit verder uit te werken en ons daarover te informeren. Het dictum luidt: roept het college op in kaart te brengen welke stimuleringsmiddelen de gemeente kan inzetten om in deze wijken meer sociale huur te realiseren, en de raad gelijk met de voortgangsrapportage woningbouwproductie hierover te informeren. Deze motie dien ik mede in met collega's Thepass van GroenLinks, Ahraui van de PvdA en mevrouw De Groot van het CDA. Naast bouwen moeten we dus ook meer doen met bestaande bouw. Waar dat verantwoord kan, moet je bijvoorbeeld optoppen meer aandacht geven. Ook het splitsen van woningen moet kunnen. Om dat aan te jagen, vraag ik het college ook om daarvoor met beleid te komen in de uitwerking van de visie. De motie daarover heet 'Splitsen zonder mitsen'.

De motie verzoekt het college bij de uitwerking van de Woonvisie nieuw beleid voor het splitsen van woningen naar de raad te sturen, hierbij het 'ja, tenzij'-principe leidend te laten zijn, duidelijke grenzen op te stellen voor de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt van een te splitsen woning, die voorwaardelijk zijn voor een afwijzing en het tevens mogelijk te maken om een dakopbouw direct te splitsen en als zelfstandige woning te zien. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het valt mij op dat D66 allerlei moties indient over reeds aangekondigd beleid. Dat lijkt een teken van gebrek aan vertrouwen in deze wethouder. Peter Mekers (D66). Dat is het totaal niet. Er is nu een visie neergezet met de richting die we op kijken voor de oplossingen, waar we mee aan de slag willen. Een aantal dingen staan al op de voorraad maar een aantal dingen ook niet, bijvoorbeeld splitsen. Voordat die visie uitgewerkt wordt in daadwerkelijk beleid, geven wij een richting mee om te zorgen dat in de uitwerking ook onze wensen worden meegenomen. Bij het splitsen willen wij bijvoorbeeld dat je niet tien jaar hoeft te wachten

64

voordat je van zo'n opbouw een zelfstandige woning kan maken. Dat zijn zaken die we graag terugzien en waar we nu dus aandacht voor vragen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). De aanpassing van het splitsingsbeleid is gewoon al aangekondigd door deze wethouder, volgens mij in de Nota Voorraadbeleid. Ik kan dit dus niet anders vertalen dan dat u er geen vertrouwen in heeft dat deze wethouder met goede voorstellen gaat komen. Peter Mekers (D66). Dat is uw eigen oordeel. Ik heb er zeker vertrouwen in, maar ik geef op voorhand al graag input mee, zodat het een nog beter voorstel wordt en ik niet bij de behandeling een ruwe diamant verder moet polijsten naar een prachtige diamant. Dat is mijn inzet voor deze moties. De voorzitter. Gaat u verder. Peter Mekers (D66). Ik noemde zonet al eventjes hospitaverhuur. Die biedt ook oplossingen om woonruimte toe te voegen in wijken en om eenzaamheid tegen te gaan. Dat heeft stimulering nodig in sociale huur en ook in andere woningvoorraad. Ook voor uitkeringen en armoederegelingen moeten we zorgen dat het niet belemmerend werkt. Een student of twee in huis nemen, kan helpen tegen de woningnood en de eenzaamheid en biedt de hospita/verhuurder extra inkomen. Ik zou zeggen: winwin-win. En om dat aan te jagen, heb ik nog een extra motie. Dat is de motie Samen onder dak.

Die verzoekt het college bij de uitwerking van de Woonvisie nieuw beleid voor hospitaverhuur in koopwoningen en (sociale) huurwoningen naar de raad te sturen, hierbij het 'ja, tenzij'-principe leidend te laten zijn en dit ook met de woningcorporaties zo af te spreken, voorwaarden op te stellen voor het aantal bewoners in relatie tot kenmerken van zo'n woning en de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt, die voorwaardelijk zijn voor een afwijzing en dit verder uit te werken in de Nota Voorraadbeleid, zo nodig gelijktijdig een voorstel te doen om de Huisvestingsverordening en/of andere noodzakelijke regels te wijzigen om dit mogelijk te maken, en hierbij ook te kijken naar het zo nodig versoepelen van nu belemmerende regels omtrent uitkeringen, toeslagen en armoederegelingen die de gemeente verstrekt. We moeten inderdaad hard ingrijpen om de woningnood tegen te gaan. Dat hoeft niet altijd rigoureus te gebeuren; het kan ook subtiel en met respect voor de bestaande stad. We geven wat meer ruimte in deze visie, maar er is concrete actie nodig, zoals net aangaf. We geven een richting mee. Wij zien nog meer mogelijkheden om mensen een huis te gunnen. We kennen de friends-contracten, die nu voor maximaal twee personen mogelijk zijn.

Die zouden we breder mogelijk moeten maken, want waarom mag je in een huis met vier slaapkamers niet met drie of vier vrienden gaan wonen? Als de leefbaarheid in de buurt dat toelaat, moeten we dat mogelijk maken. Daarom heb ik een motie over de uitbreiding van die friends-contracten, met de titel 'I'll be there for you!'. De motie verzoekt het college bij de uitwerking van de Woonvisie nieuw beleid voor het delen van woningen door meer dan twee personen naar de raad te sturen, hierbij het 'ja, tenzij'-principe leidend te laten zijn, voorwaarden op te stellen voor het aantal bewoners in relatie tot de kenmerken van zo'n woning en de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt, die voorwaardelijk zijn voor een afwijzing, en zo nodig gelijktijdig een voorstel te doen om de Huisvestingsverordening en/of andere noodzakelijke regels te wijzigen om dit mogelijk te maken. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Wederom gaat dit over aangekondigd beleid. Heeft D66 ook nog eigen dingen? Peter Mekers (D66). Dat is het voordeel van deel uitmaken van een coalitie en in ophaalsessies meedenken over de Woonvisie. Dan vind je input van jezelf terug in de stukken van het college en kun 65

je op deze momenten zo'n ruwe diamant nog kan polijsten om die nog mooier te maken. Je hoeft dan niet altijd met hele nieuwe voorstellen te komen. Dat is het voordeel van meewerken. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). U kunt alleen niet het geduld opbrengen om te wachten tot dit college, waar u onderdeel van bent, het verder uitgewerkt heeft. Peter Mekers (D66). Dat klopt in dit geval eigenlijk wel, want wij waren niet voor de motie om de Woonvisie uit te stellen en die andere dingen uit te stellen tot de Woonvisie aangenomen is. Daar zaten wij niet op te wachten. We wilden graag tempo maken, doorgaan en zorgen dat er meer woonruimte komt. Ik probeer dus inderdaad haast te maken en aan te jagen, om te zorgen dat we hier snel mee verder kunnen. Dat zit er dus ook achter. De voorzitter. Dubbelaar, voor de laatste maal. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Want u heeft nog wel vertrouwen in deze wethouder, begrijp ik? Ik bekritiseer namelijk vooral de doelstelling die ieder jaar niet gerealiseerd wordt, maar dat vertrouwen heeft u dus nog wel. De voorzitter. Via de voorzitter. Peter Mekers (D66). Die vraag is meermaals voorbijgekomen, net als de stemmingen daarover. Onze partij heeft toch altijd aangegeven deze wethouder te steunen. Ik geef ook aan dat ik in de visie die deze wethouder presenteert, heel veel herken van wat ik heb ingebracht. Dus ja, dat vertrouwen is er.

En ja, we halen de doelstellingen niet altijd, maar je moet de doelen ook hoog stellen. Je moet je ambitie ergens neerleggen. Als je je doelen altijd haalt, ga je achteroverleunen en wordt het saai. Dat moet je ook niet hebben. Ik vind het dus goed dat we onze doelen hoger stellen dan we misschien realiseren. Dat zorgt er wel voor dat de uiteindelijke aantallen woningen die we realiseren, langzaam maar zeker stijgen. De voorzitter. U was aan het einde van uw betoog? O, nee. Nou, gaat uw gang. Peter Mekers (D66). Collega Thepass heeft al een motie ingediend om de aantallen convenantwoningen aan te jagen. Het is heel goed om de doorstroom vanuit de opvang te realiseren, maar ook mensen zonder rugzakjes moeten meer kans krijgen op een huis. Het is dus alle hens aan dek. Ik reken er dan ook op dat de collega's meewerken om op een verantwoordelijke manier meer woonruimte te vinden zonder dat we per se nieuwe woningen hoeven neer te zetten. Tot slot vraag ik aandacht voor de queer- en lhbtiqa+-doelgroep. Collega Mostert en ik hebben een zeventienpuntenplan opgesteld, met onder andere het verzoek om hieraan bij alle beleidsonderwerpen aandacht te besteden. Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen en biseksuele personen voelen zich vaker dan heteroseksuele personen onveilig in hun eigen huis. Wetenschappelijk onderzoek wijst dat uit.

Twee op de vijf lhbti-personen ouder dan 65 jaar ervaren discriminatie door buurtbewoners. Ook onder dakloze personen is de lhbti-groep oververtegenwoordigd. Ze verdienen daarom aandacht, ook in de Woonvisie. Daarom heb ik hierover een motie, Aandacht voor de woonwensen van iedereen, met als dictum: roept het college op in kaart te brengen welke specifieke woonwensen en -eisen er zijn binnen de lhbtiqa+-gemeenschap, in de uitwerking van de Woonvisie hier aandacht aan te besteden met (vertegenwoordigers uit) de doelgroep, hier zo nodig aanvullende visie op te ontwikkelen, als gemeente een stimulerende en ondersteunende rol te spelen in het realiseren van eventuele initiatieven voor en vanuit deze doelgroep, in de Woonzorgvisie deze 66

doelgroep specifiek te benoemen, inclusief hun noden, zorgen en de inzet van de gemeente hierop en de raad zo spoedig mogelijk hierover te informeren. Deze motie dien ik samen in met collega Mostert en met collega Thepass van GroenLinks. Rutger de Ridder (VVD). Ik ben zo benieuwd wat D66 dan verwacht dat daaruit komt. Peter Mekers (D66). We weten dat er in het verleden initiatieven zijn geweest om bijvoorbeeld groepswonen specifiek voor de roze doelgroep mogelijk te maken, maar dat die stukliepen op gebrek aan ondersteuning en bijvoorbeeld gebrek aan mogelijkheden op de markt, dus de verschillende portemonnees die niet samen in één gebouw voorzien konden worden van woonruimte. Als dat soort vragen op dit moment weer leven, of als er vraag is naar een manier om veiliger te kunnen wonen en leven in de eigen wijk, willen we die graag meegewogen hebben. Daar zie ik nu nog niks over terug. Überhaupt de thermometer erin steken - wat is er nodig? - is dus al belangrijk om te weten hoe je deze groep bedient. Rutger de Ridder (VVD). Ik heb het gevoel dat meneer Mekers deze groep een beetje wegzet als een zielige groep. Ik snap dat hij deze groep vanuit zijn overtuiging wil helpen. Dat geloof ik echt wel.

Alleen zet je ze heel apart neer, terwijl ik denk: als er bijzondere groepsvormen nodig zijn, hebben we bijzondere groepsvormen nodig en dat kan dan voor iedereen die iets bijzonders wil, of dat nou samen is of alleen. Ik zie niet echt de bijzonderheid van iemand van de lhbti-gemeenschap. Dat is gewoon een Hagenaar. Peter Mekers (D66). Dank voor dat statement vanuit de VVD. Als iedereen in de stad er zo over zou denken, zouden heel veel problemen weg zijn voor deze doelgroep. Dan zouden ze zich niet onveilig voelen in hun woning en zouden ze zich niet gediscrimineerd voelen door hun buurt. Als we iedereen zover kunnen krijgen om er op die manier naar te kijken, ben ik heel blij, maar in zo'n wereld leven we helaas op dit moment niet. Er zijn zorgen voor deze groep en we moeten die onderkennen, maar op dit moment wordt er nog met geen woord over gerept. We moeten in ieder geval onderzoeken wat ze nodig hebben, en dat gebeurt nu nog niet. De voorzitter. De Ridder, voor de derde maal. Rutger de Ridder (VVD). Dat klinkt heel mooi, maar je moet gewoon alle discriminatie tegengaan en alle vervelende zaken in de wereld uitbannen. Daarvoor moet je mensen niet altijd maar in hokjes plaatsen. Dat is niet wat de VVD doet en ik vind het jammer dat D66 dat wel doet. Peter Mekers (D66).

Als mensen nou juist vanwege dat hokje waar andere mensen ze in plaatsen, gediscrimineerd worden, moet je daarop inderdaad ingrijpen. Dan kan je niet zeggen 'we doen generieke maatregelen die voor iedereen gelden', omdat één doelgroep gediscrimineerd wordt. Dan moet je daar juist maatregelen op bedenken en van die groep horen wat die nodig heeft. Dat beoogt deze motie. Nick Kaptheijns (PVV). De heer Mekers had het erover dat uit onderzoek blijkt dat mensen van de lhbti-gemeenschap zich onveilig voelen. Vervolgens komt hij met het idee om ze dan maar allemaal in één huis te zetten. Maar zou dat de veiligheid vergroten? Peter Mekers (D66). U heeft mij dan verkeerd verstaan, of u heeft naar iets anders geluisterd. Ik geef aan dat we moeten onderzoeken wat zij nodig hebben. Als voorbeeld geef ik in reactie op een vraag 67

aan dat er in het verleden initiatieven zijn geweest om een woongroep te starten. Dat kan een wens vanuit de community zijn die we als gemeente kunnen ondersteunen maar er kunnen ook andere wensen of noden vandaan komen, en daar moeten we naar luisteren. Nick Kaptheijns (PVV). Oké, maar zou zo'n woongroep dan, hypothetisch gesproken, de veiligheid van de lhbti-gemeenschap vergroten? Ik wil daar nog één ding aan toevoegen. Waarom is het überhaupt belangrijk wat je seksuele voorkeur is als we het hebben over de Woonvisie? Peter Mekers (D66). Ik heb net aangegeven dat mensen uit deze doelgroep zich vaker onveilig voelen in hun eigen huis. Van de 65-plussers voelt een op de vijf zich onveilig en gediscrimineerd in hun eigen buurt. Dat laat zien dat het echt met hun woonomgeving te maken heeft, en daar hebben we het over in deze Woonvisie. Daarom is het belangrijk dat we daar aandacht voor hebben. Samir Ahraui (PvdA). Ik denk dat er heel weinig verschil zit tussen D66 en de Partij van de Arbeid als gaat om aandacht voor queers, maar ik zit nog even te zoeken naar welke kant we precies opgaan. Als ik namelijk de thema's hoor die de heer Mekers zonet noemde, denk ik: daar hebben we een mooie inclusienota voor. Daar staan heel veel maatregelen in voor juist die acceptatie en die veilige leefomgeving, om te zorgen dat discriminatie wordt uitgebannen.

Kijk bijvoorbeeld naar 'Woonwensen voor iedereen' en specifiek het stukje over de specifieke woonwensen die er zijn. Dan denk ik: iedereen wil een dak boven het hoofd, een ruime woning of mogelijkheden om met vrienden te wonen of … Ik hoor de heer De Ridder nu zeggen: nee, ik niet! Maar we hebben met het actieplan innovatieve woonvormen en andere mogelijkheden uit de Woonvisie toch al best wat maatregelen genomen die ook voor de lhbti-gemeenschap van toepassing kunnen zijn. Ik ben dus echt even op zoek naar de aanvullende specifieke woonwensen die D66 denkt uit deze inventarisatie te kunnen halen. De voorzitter. Het is natuurlijk uw eigen spreektijd, meneer Ahraui, maar de interrupties mogen iets korter. Peter Mekers (D66). Het woordje 'ook' is dan belangrijk: maatregelen die óók van toepassing kunnen zijn en óók nuttig kunnen zijn. Ik wil ook weten wat deze doelgroep specifiek nodig heeft op het gebied van woonwensen. Het kan zijn dat ze daarin inderdaad al bediend worden door alle andere beleidsstukken die we hebben, maar het feit dat het hier niet staat en er niet naar gevraagd lijkt te zijn, is voor mij reden om dat extra onder de aandacht te brengen. Ik vind dat er altijd op alle beleidsterreinen die we hebben, getoetst moet worden welke kwetsbare groepen we willen bereiken en of we die op deze manier goed bedienen. Dat moet ook gelden voor de Woonvisie.

Samir Ahraui (PvdA). Nogmaals, ik denk dat we elkaar erin kunnen vinden dat we daar scherp op moeten zijn, maar we halen nu dan even de queergemeenschap eruit, terwijl we dat ook kunnen doen met bijvoorbeeld ook mensen die cultuursensitief willen wonen of met andere inwoners van Den Haag met specifieke woonwensen. Ik ben dus heel erg op zoek. Zou je dan niet een veel breder behoefteonderzoek moeten doen naar al die verschillende groepen, om dit iets scherper te krijgen in de uitwerking van de Woonvisie? Peter Mekers (D66). Dat zou inderdaad mooi zijn. Misschien kan de PvdA nog met een extra motie daarover komen. Maar we zien ook dat een aantal doelgroepen via vertegenwoordigers al wel mee hebben gedacht over deze Woonvisie. Dat zijn bijvoorbeeld mensen met een handicap - daar moeten we ook aandacht voor hebben - of mensen die ouder worden en een aangepaste woning nodig hebben.

68

Ook voor hen hebben we aandacht in deze visie, alleen zie ik niet dat de door mij genoemde doelgroep daar al bij is betrokken. Daarom vraag ik daar nu extra aandacht voor De voorzitter. Meneer Ahraui, voor de derde maal. Samir Ahraui (PvdA). Dank voor dit antwoord. Wij gaan ons nog even beraden op wat we precies gaan doen met de motie, maar in principe heeft de Woonvisie natuurlijk ter inzage gelegen en was het voor iedereen mogelijk om er een zienswijze op te geven. Dan hoor ik de heer Mekers dus eigenlijk de oproep doen om vooral ook de belangenorganisaties voor de queergemeenschap actiever te betrekken en ze bij komende terinzageleggingen uit te nodigen om ook op dit soort ruimtelijke stukken een zienswijze te geven. Dan hadden we die belangen namelijk nu al kunnen meenemen. Peter Mekers (D66). Dat was heel mooi geweest. Omdat het niet gebeurd is, vraag ik om die doelgroep of vertegenwoordigers ervan nu alsnog te betrekken. Dat sluit dus goed op elkaar aan. Dan ben ik bijna aan het einde van mijn spreektekst. Tot slot een wens. Ik hoop dat er snel een toekomst komt waarin de herberg Den Haag geen mensen meer hoeft weg te sturen die voor onderdak bij ons aankloppen, en dat mensen niet in een stal, in een tentje in het park, onder een brug of op de bank bij bekenden hoeven te slapen. Ik hoop dat we daarmee vooruit kunnen. Fijne feestdagen. De voorzitter.

De heer Dubbelaar heeft daarop nog een interruptie. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het zit maar in mijn hoofd: wat nou als die stal vol is? Peter Mekers (D66). Dan splitsen we de hooizolder af en dan kunnen daar ook nog mensen wonen. De voorzitter. Door de heer Mekers worden de volgende moties (E.4 D66, E.5 D66, E.6 D66, E.7 D66 en E.8 D66) ingediend:

Motie E.4 D66 Ideetje voor een extra hg’tje De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Woonvisie Den Haag 2040 - Wonen in een stad in balans (RIS319812) . Overwegende, dat: ▪ er een wooncrisis heerst en we ook in Den Haag vele woningen tekort komen om aan de vraag naar studentenhuisvesting te voldoen; ▪ het toestaan van het bewonen van grote studentenhuizen door meer dan acht studenten, op een relatief eenvoudige en snelle manier woonruimte toevoegt aan de voorraad en dit meer stimulans verdient; ▪ de huidige lokale regelgeving maximaal acht studenten samen wonend op één adres toestaat, ook als het studentenhuis meer (slaap)kamers kent. Van mening, dat: ▪ ook bij het instellen van grote studentenhuizen er oog dient te zijn voor de leefbaarheid en voorzieningen in de omgeving van de woning(en);

69

▪

het reëler is om het maximaal aantal inwonenden van een woning in deze gevallen afhankelijk te maken van het aantal beschikbare slaapkamers.

Verzoekt het college: ▪ bij de uitwerking van de woonvisie een voorstel te doen om het beleid voor studentenhuizen naar de raad te sturen; ▪ hierbij het ‘Ja, tenzij’ principe leidend te laten zijn; ▪ voorwaarden op te stellen voor het aantal bewoners in relatie tot de kenmerken van zo’n woning en de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt, die voorwaardelijk zijn voor een afwijzing; ▪ zo nodig gelijktijdig een voorstel te doen om de huisvestingsverordening en/of andere noodzakelijke regels zoals die voor toeslagen, uitkeringen en armoederegelingen te wijzigen om dit mogelijk te maken. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie E.5 D66 I’ll be there for you! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Woonvisie Den Haag 2040 - Wonen in een stad in balans (RIS319812) . Overwegende, dat: ▪ er een wooncrisis heerst en we ook in Den Haag vele woningen tekort komen om aan de vraag van woningzoekenden te voldoen; ▪ het toestaan van het bewonen van grote woningen door meer mensen op één adres, op een relatief eenvoudige en snelle manier woonruimte toevoegt aan de voorraad en dit meer stimulans verdient; ▪ dit recentelijk door woningcorporaties is uitgeprobeerd door Friends-contracten te gebruiken, om personen die géén gezamenlijk huishouden voeren toe te staan om samen een woning te huren; ▪ de huidige lokale regelgeving maximaal twee personen samen wonend op één adres toestaat als zij geen gezamenlijk huishouden voeren. Van mening, dat: ▪ ook bij het toepassen van Friends-contracten er oog dient te zijn voor de leefbaarheid en voorzieningen in de omgeving van de woning(en); ▪ het reëler is om het maximaal aantal inwonenden van een woning in deze gevallen afhankelijk te maken van het aantal beschikbare slaapkamers.

Verzoekt het college: ▪ bij de uitwerking van de woonvisie nieuw beleid voor het delen van woningen door meer dan 2 personen naar de raad te sturen; ▪ hierbij het ‘Ja, tenzij’ principe leidend te laten zijn; ▪ voorwaarden op te stellen voor het aantal bewoners in relatie tot de kenmerken van zo’n woning en de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt, die voorwaardelijk zijn voor een afwijzing; 70

▪

zo nodig gelijktijdig een voorstel te doen om de huisvestingsverordening en/of andere noodzakelijke regels te wijzigen om dit mogelijk te maken.

En gaat over tot de orde van de dag.

Motie E.6 D66 Samen onder dak De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Woonvisie Den Haag 2040 - Wonen in een stad in balans (RIS319812). Overwegende, dat: ▪ er een wooncrisis heerst en we ook in Den Haag vele woningen tekort komen om aan de vraag van woningzoekenden te voldoen; ▪ het toestaan van hospitaverhuur op een relatief eenvoudige en snelle manier woonruimte toevoegt aan de voorraad en dit meer stimulans verdient; ▪ dit bij woningcorporaties niet standaard wordt geaccepteerd; ▪ hospitaverhuur een goed middel is om eenzaamheid tegen te gaan; ▪ nog niet alle lokale regelgeving hospitaverhuur aantrekkelijk maakt. Van mening, dat: ▪ ook bij het toepassen van hospitaverhuur er oog dient te zijn voor de leefbaarheid en voorzieningen in de omgeving van de woning(en); ▪ het reëler is om het maximaal aantal inwonenden van een woning afhankelijk te maken van het aantal beschikbare slaapkamers; ▪ ook huurders van woningcorporaties via hospitaverhuur eenzaamheid kunnen tegengaan terwijl zij bijdragen aan het verkleinen van de woningnood.

Verzoekt het college: ▪ bij de uitwerking van de woonvisie nieuw beleid voor hospitaverhuur in koopwoningen en (sociale) huurwoningen naar de raad te sturen; ▪ hierbij het ‘Ja, tenzij’ principe leidend te laten zijn en dit ook met de woningcorporaties zo af te spreken; ▪ voorwaarden op te stellen voor het aantal bewoners in relatie tot kenmerken van zo’n woning en de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt, die voorwaardelijk zijn voor een afwijzing en dit verder uit te werken in de Nota voorraadbeleid; ▪ zo nodig gelijktijdig een voorstel te doen om de huisvestingsverordening en/of andere noodzakelijke regels te wijzigen om dit mogelijk te maken; ▪ hierbij ook te kijken naar het zo nodig versoepelen van nu belemmerende regels omtrent uitkeringen, toeslagen en armoederegelingen die de gemeente verstrekt. En gaat over tot de orde van de dag.

71

Motie E.7 D66 Splitsen zonder mitsen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Woonvisie Den Haag 2040 - Wonen in een stad in balans (RIS319812). Overwegende, dat: ▪ er een wooncrisis heerst en we ook in Den Haag vele woningen tekort komen om aan de vraag van woningzoekenden te voldoen; ▪ het splitsen van grote woningen op een relatief eenvoudige en snelle manier woningen toevoegt aan de voorraad en dit meer stimulans verdient; ▪ bij het splitsen van woningen er oog dient te zijn voor de leefbaarheid en voorzieningen in de omgeving van de te splitsen woning(en). Constaterende, dat: ▪ bij het beleid op het splitsen van woningen nu wordt uitgegaan van zeer beperkte toestemmingsgronden; ▪ de Woonvisie Den Haag 2040 het splitsen van woningen op een ordentelijke en verantwoordelijke manier wil toestaan; ▪ bij dakopbouwen deze nu alleen toegestaan zijn wanneer deze onderdeel worden van een bestaande woning en splitsing naar een zelfstandige woning voor de eerste 10 jaar niet mogelijk is.

Verzoekt het college: ▪ bij de uitwerking van de woonvisie nieuw beleid voor het splitsen van woningen naar de raad te sturen; ▪ hierbij het ‘Ja, tenzij’ principe leidend te laten zijn; ▪ duidelijke grenzen op te stellen voor de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt van een te splitsen woning, die voorwaardelijk zijn voor een afwijzing; ▪ het tevens mogelijk te maken om een dakopbouw direct te splitsen en als zelfstandige woning te zien. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie E.8 D66 Stimuleer sociaal bouwgedrag De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Woonvisie Den Haag 2040 - Wonen in een stad in balans (RIS319812) . Overwegende, dat: ▪ er een wooncrisis heerst en we ook in Den Haag vele woningen tekort komen om aan de vraag van woningzoekenden te voldoen.

72

▪

▪ ▪

in het coalitieakkoord ‘Haags Akkoord’ afgesproken is om in de wijken waar nu weinig sociale huur aanwezig is, in te zetten op een hoger percentage sociale huur in nieuwe projecten; te strenge eisen ontwikkelaars kunnen afschrikken waardoor projecten niet gerealiseerd worden; de gemeente middels onder andere Enecogelden ook stimuleringsmaatregelen kan nemen voor sociale woningbouw.

Van mening, dat: ▪ het streven naar het toevoegen van méér sociale huurwoningen in wijken met een kleine sociale woningvoorraad goed is; ▪ dit echter géén breekpunt mag zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Roept het college op: ▪ in kaart te brengen welke stimuleringsmiddelen de gemeente kan inzetten om in deze wijken meer sociale huur te realiseren; ▪ de raad gelijk met de voortgangsrapportage woningbouwproductie hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Mekers, daartoe gesteund door mevrouw Mostert, wordt de volgende motie (E.21 D66) ingediend:

Motie E.21 D66 Aandacht voor de woonwensen van iedereen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 19 december 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Woonvisie Den Haag 2040 - Wonen in een stad in balans (RIS319812). Overwegende dat: ▪ er in de woonzorgvisie aandacht wordt besteed aan diverse specifieke doelgroepen, maar aandacht aan de LHBTIQA+ gemeenschap ontbreekt ▪ D66 in haar manifest ‘vrij en veilig jezelf zijn’ stelt dat van elk beleidsterrein LHBTIQA+emancipatie expliciet onderdeel moet zijn, dus ook in de woonzorgvisie; ▪ in het verleden initiatieven voor bijvoorbeeld een Roze woongroep door gebrek aan passende ondersteuning gestrand is; ▪ deze LHBTIQA+ gemeenschap vaker te maken heeft met onveiligheid in de woning, discriminatie en dakloosheid. Van mening dat: ▪ de LHBTIQA+ gemeenschap ondersteuning kan gebruiken bij het in kaart brengen van de specifieke woonwensen en -eisen; ▪ dit in de woonzorgvisie nu onvoldoende aandacht krijgt. Roept het college op: ▪ in kaart te brengen welke specifieke woonwensen en -eisen er zijn binnen de LHBTIQA+ gemeenschap; 73

▪ ▪ ▪ ▪

in de uitwerking van de woonvisie hier aandacht aan te besteden en met (vertegenwoordigers uit) de doelgroep hier zo nodig een aanvullende visie op te ontwikkelen; Als gemeente een stimulerende en ondersteunende rol te spelen in het realiseren van eventuele initiatieven voor en vanuit deze doelgroep; in de woonzorgvisie de doelgroep specifiek te benoemen inclusief hun noden, zorgen en de inzet van de gemeente hierop; de raad hierover zo spoedig mogelijk te informeren.

En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. We schorsen even vijf minuutjes voor de comfortstop en dan zijn we rond 13.15 uur weer terug. De vergadering wordt van 13.10 uur tot 13.17 uur geschorst. De voorzitter. Aan het woord is wethouder Balster, voor de beantwoording vanuit het college. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Dank voor het mooie debat van zojuist en voor de fijne, zorgvuldige behandeling in de commissie, in twee termijnen want met één kwamen we tijd tekort. Het gaat in de Woonvisie tot en met 2040 dan ook over veel zaken. We hebben de ambitie om veel betaalbare woningen toe te voegen, woningen ook betaalbaar te houden, intensief te investeren in het onderhoud van woningen en de leefbaarheid op orde te houden, om ervoor te zorgen dat de stad in balans blijft of, in termen van mevrouw Klokkenburg, ervoor te zorgen dat de herberg voor iedereen een fijne plek biedt. Dank voor de door de raad ingediende voorstellen en gestelde vragen. Vragen waren er niet zo heel veel. De heer Dubbelaar stelde opnieuw de vraag, zoals hij ook in de commissie deed, wat de status van de Woonvisie is. De Woonvisie is richtinggevend voor het woonbeleid en ook wettelijk verplicht. Het heet straks in het kader van de Omgevingswet ook het volkshuisvestelijk programma.

We zijn wettelijk verplicht om dat elke vier à vijf jaar met u vast te stellen. Op basis daarvan bepalen we onder andere de woningbouwprogrammering. We werken dan ook verder uit hoe we bijvoorbeeld ons voorraadbeleid vormgeven. Daar heeft u ook op gewezen. Daarover staan een aantal leidende principes in de Woonvisie. Zo heeft die gevolgen voor de toekomst. Ik ben het uiteraard alleszins met u eens als u zegt dat het vooral ook van belang is om van papier naar de praktijk te komen en deze visie om te zetten in daden. Daar zijn we allemaal bij, en we zijn hard aan het werk om de betaalbaarheid steeds beter te borgen. Daar zijn we natuurlijk een paar jaar geleden echt al mee begonnen en dat wordt op basis van deze Woonvisie verder aangescherpt, in de verwachting dat we daarmee veel beter een plek kunnen bieden aan iedereen in de stad, en met name aan de lage inkomens en de middeninkomens, dus de mensen die er nu vaak niet tussen komen. Ik kreeg zonet, voor de behandeling, een petitie aangeboden van het Straat Consulaat en de dakloze jongeren om die problematiek aan de orde te stellen. Het mag niet zo zijn dat mensen aan de start van hun leven er niet tussen kunnen komen. Dat is op dit moment helaas, helaas, wel de dagelijkse praktijk, met hele schrijnende situaties. Ik ga naar de ingediende moties en amendementen. Dat zijn er nogal wat, dus ik probeer dat staccato te doen.

74

De heer Dubbelaar van Hart voor Den Haag heeft de motie Bevorderen van doorstroming voor senioren met een eigen woning ingediend. De inhoud is sympathiek en het college is hier ook al mee bezig. Ik ben er niet voor om nu weer een apart actieplan op te stellen. We zijn bezig met de Woonzorgvisie. We hebben u ook al geïnformeerd over de doorstroommaatregelen die we van plan zijn te nemen. In de Woonzorgvisie gaat u daar ook meer over lezen. Eigenlijk alles waar u het college in het dictum om vraagt, is al onder schot. Laten we hier nou niet een apart, nieuw onderzoek voor doen, want dat hebben we al gedaan. Laten we aan de slag gaan en hier uitgebreid over spreken in het kader van de Woonzorgvisie. Het thema van doorstroming in de woningvoorraad, met name voor ouderen, is namelijk buitengewoon relevant. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Wat fijn dat de wethouder aangeeft dat er al veel gebeurt. Ik merk alleen dat dat vooral is gericht op senioren in de huursector en ik merk dat senioren met eigen woningen ook aandacht verdienen. Wethouder Balster (PvdA). Dat is absoluut waar. Dat is een terecht punt. In de commissie heeft de Stedelijke Ouderen Commissie ook ingesproken en daarvoor gepleit, bijvoorbeeld door met de seniorenmakelaar ook gericht op de koopsector aan de slag te gaan. Dat is een belangrijke maatregel.

Het is ook van belang dat we in de bestaande stad woningen voor senioren gaan toevoegen. De heer Thepass zal dan gelijk pleiten voor zo veel mogelijk collectieve woonvormen, met welzijnsvoorzieningen dichtbij. Het zijn woningen in de vertrouwde omgeving waarnaar je naar kan doorstromen, ook vanuit een koopwoning. Daarbij zullen we dus zeker ook naar het middensegment en het koopsegment moeten kijken. Dat is onder schot en dat zit ook in de opgave voor de woningproductie. Dat zal ook echt terugkomen in de Woonzorgvisie. Die gaat echt niet alleen over de sociale voorraad, maar ook over de koopsector en de vrije huursector. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het gebeurt nu dus niet, en daarom probeer ik de wethouder te activeren om dat wel te gaan doen. Wethouder Balster (PvdA). Het gebeurt dus al wel; het zit in de plannen. We hebben in beeld gebracht welke doorstroommaatregelen we op het oog hebben en we gaan hier in de Woonzorgvisie nader op terugkomen. De motie is in die zin overbodig. Dan uw motie Hagenaars eerst, geef onze inwoners voorrang op woonruimte. U raadt het antwoord al. We hebben hier in de commissie ook uitgebreid bij stilgestaan. Ik moet deze motie ontraden. We wijzen in de sociale sector al meer dan 70% toe aan Hagenaars, dus daar zitten we al ruim boven de 50% toewijzing. De Wet regie op de volkshuisvesting vraagt ons om in dat opzicht nog meer te doen.

Deze motie is dus overbodig en wordt door het college ontraden. Dat geldt ook voor motie E.16, Verbetering van de uitvoeringskracht van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Daar hebben we ook vaak over gesproken met elkaar, ook naar aanleiding van de woningbouwproductie. Al deze zaken zijn al onder schot. We werken heel intensief samen met de Haagse Tafel Wonen. Er wordt heel gebiedsgericht gewerkt. We zijn ongelofelijk scherp aan het analyseren waar projecten eventueel vertragen, wat daar anders moet en hoe procedures sneller kunnen. Eigenlijk zijn al deze zaken onder schot. Ook deze motie wil ik ontraden, want die is echt overbodig. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik hoor hier een wethouder meerdere keren zeggen 'het is onder schot en we doen het allemaal al', maar de praktijk is heel anders. Herkent de wethouder mijn zorgen wel?

75

Wethouder Balster (PvdA). Wat betreft de aanbevelingen die u doet voor de Dienst Stedelijke Ontwikkeling herken ik uw zorg, maar ik gaf u zonet ook aan dat eigenlijk al deze acties onder schot zijn. Vandaar mijn preadvies. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Die zijn dan niet bekend bij de markt. Ik heb een belrondje gehouden en echt van links tot rechts mensen hierover gesproken. Zij hebben die zorg en zouden juist graag zien dat we dit zo snel mogelijk gaan doen. De voorzitter. Meneer Mekers, nee, Balster, excuus. Wethouder Balster (PvdA). Meneer Mekers staat alweer in de wachtrij; vandaar de verwarring. Hij werd zonet al wethouder genoemd. Het kan snel gaan. De voorzitter. Ja, het kan ineens hard gaan. Wethouder Balster (PvdA). Ik noemde zonet al de Haagse Tafel Wonen, waaraan we heel intensief, bijna tweemaandelijks, het gesprek met elkaar met elkaar voeren op het scherpst van de snede. Daar heb ik een heel positief beeld bij. Dat gesprek wordt daar heel goed gevoerd. Ik nodig de heer Dubbelaar dus graag uit om de signalen die hij heeft een keer met mij te delen op een rustig moment. Als die signalen er zijn, pak ik ze namelijk graag op en dan kom ik ook graag in contact met de partijen die het gevoel hebben dat het nog beter kan. Daar kunnen we alleen maar ons voordeel mee doen. Laten we dat dus met elkaar afspreken. De voorzitter. Dubbelaar, voor de laatste maal.

Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Nou ja, die zorgen heb ik in een motie gegoten om de uitvoeringskracht te verbeteren in het stadhuis, maar de wethouder wil daar niet aan. Wethouder Balster (PvdA). Ik hoorde geen vraag, maar nogmaals, deze acties zijn allemaal al onder schot. Peter Mekers (D66). Om hierbij aan te sluiten: ik vond het ook een hele sympathieke motie, om te kijken of er meer capaciteit gecreëerd kan worden, of we de prioriteiten goed duidelijk kunnen hebben en wat nou de meeste woningen oplevert. Maar misschien mis ik dat inderdaad wel ergens in de stukken, want ik verdwaal af en toe in de hoeveelheid die voorbijkomt. Is ergens terug te vinden welke maatregelen er nu genomen gaan worden? Kunnen we dat zien als raad? Dat geeft namelijk inzicht in wat er nu daadwerkelijk gebeurt. Wethouder Balster (PvdA). Over de voortgang van de woningbouwproductie hebben we een jaarlijkse monitor. Daarin duiden we ook precies welke zaken daarvoor randvoorwaardelijk zijn, welke daarvan er binnen onze macht liggen, welke er buiten de macht van het stadhuis liggen en waar we samen op hebben te sturen met de marktpartijen. Dan reflecteren we ook op wat goed gaat en op wat er beter kan. Daarom hebben we bijvoorbeeld ook die Haagse Tafel Wonen met beleggers, met corporaties en met marktpartijen. In het voorjaar komt er weer eentje. Dat is ook de plek om daarop te monitoren.

Peter Mekers (D66). Dank voor dit antwoord. Dus daarin kan ik straks in het voorjaar ook terugvinden welke maatregelen er nu bij DSO genomen worden om de capaciteit te vergroten en de doorstroom te bevorderen. 76

Wethouder Balster (PvdA). Alles wat bijdraagt aan het versnellen van de woningbouwproductie en aan een beter zicht op waar het af en toe knelt, komt daarin terug, ja. De voorzitter. Gaat u verder. Wethouder Balster (PvdA). Ik was bij motie E.9, Doorstromen door groepswonen, van GroenLinks. Die motie vraag om groepswonen en geclusterd wonen extra te stimuleren en daar ook aandacht aan te besteden in de Woonzorgvisie. Zo vat ik de motie even samen, net iets te kort, denk ik. Deze motie kan het college aan de raad laten. Het is belangrijk dat dit onderwerp er expliciet in terugkomt. Dan E.10, Prioriteer uitstroom opvang. Ik snap deze motie. Die is wel heel ambitieus, want die spreekt over een verdubbeling. Ik realiseer me heel goed dat dit nodig is en de heer Thepass weet ook dat het wel ingewikkeld is met alle doelgroepen die gehuisvest moeten worden, maar als ik dit mag zien als een aanmoediging en een ingroeimodel kan ik deze motie aan de raad laten. De ambitie deelt het college namelijk. Vincent Thepass (GroenLinks). Ik denk dat ik daar grotendeels in mee kan gaan, misschien nog met de volgende toelichting. Ik heb het bewust een streven genoemd, want voor convenantwoningen moet het college er ook met andere convenantpartners uit komen. Wat mij betreft is het dus vooral een belangrijke inzet die daarin wordt meegenomen.

Maar ik wil echt meegeven dat we nu ongeveer 300 woningen per jaar realiseren terwijl de vraag 1.000 is. Daarom heb ik ook de evaluatie van de koepelconvenanten laten meenemen. Het moet echt heel hard omhoog, want we hebben als stad gewoon tot doel om dakloosheid uit te bannen en dan moet er tempo komen. Wethouder Balster (PvdA). Ik snap die oproep en ik deel de urgentie daarvan. Ik zie ook hoe groot de vraag is. Ik zeg ook altijd wel terug: als iedereen voorrang krijgt, heeft niemand voorrang. We zullen dus in die 30% toewijzing moeten passen en meten en dat is ingewikkeld zat, maar ik zie dit als een aanmoediging om daar grotere stappen in te zetten. Ik heb u in de commissie ook aangegeven dat we hierop bij voorkeur een kwantitatieve doelstelling gaan zetten in de Woonzorgvisie, dus daar komen we vast binnenkort over te spreken. Op deze manier kan ik de motie aan de raad laten. Lesley Arp (SP). Misschien is dit een goed moment om ook de vraag te beantwoorden die mijn fractie heeft gesteld in relatie tot deze motie. Mijn fractie was erg blij om in de Woonvisie te lezen dat men meer rekening gaat houden met de draagkracht van wijken, om het zo maar te noemen. Kan de wethouder garanderen dat die ambitie hoe dan ook in stand blijft? Wethouder Balster (PvdA). Ja, absoluut. We hebben daar met elkaar in de commissie ook uitgebreid over gesproken.

We stellen ook regelmatig vast dat dat best ingewikkeld is. Het voordeel van deze convenantwoningen is dat er afspraken zijn met zowel corporaties als zorgpartijen, zodat het ook in de begeleiding en de opvang goed zitten. Dat is al een hele belangrijke waarborg. Ik weet dat mevrouw Arp bepleit om dit goed verspreid over de stad te doen. Daar is het college het zeer mee eens en dat is absoluut het uitgangspunt. Dat zijn we dus ook met elkaar aan het uitwerken, om dat zo goed mogelijk te doen. Het is in de praktijk nog best ingewikkeld maar daar zijn we mee aan de slag. Ik kom bij de voorstellen van mevrouw Klokkenburg, te beginnen met het amendement Meer ambitie voor het huisvesten van vitale beroepsgroepen. Dit amendement moet het college ontraden. Dat is niet omdat we het met de ambitie oneens zijn, want wij zien ook heel graag dat vitale beroepsgroepen er goed tussen komen, maar het amendement vraagt om de ambitie wat dat betreft flink op te hogen. In de commissie hebben we hier ook bij stilgestaan. We zijn een experiment gestart 77

in Zuidwest en we zijn van plan om dat uit te breiden naar Laak. Binnenkort komt de evaluatie daarvan naar uw raad. Eerder heb ik al aangegeven dat de inkomens van deze groepen vaak net boven de socialehuurgrens uitkomen. Dat is niet de enige grond die een rol speelt. Het gaat ook om het matchen van de juiste groepen met de juiste woningen. Ik denk dat daar belangrijke lessen uit te trekken zijn, en daarvóór zou ik nog niet aan een hogere ambitie willen. Sterker nog, ik vraag me af of we dat dan überhaupt gaan halen. Dit amendement gaat het college nu dus te ver. Ik moet dit amendement ontraden, maar we gaan wel op basis van de evaluatie kijken of er meer kan. Die bereidheid is er zeker. Dan kom ik bij de motie een vast percentage zorgdoelgroepen in nieuwbouw. Die raakt ook aan het vraagstuk van zojuist in het interruptiedebatje met mevrouw Arp. Het college snapt deze oproep. Ik ben ook bereid om deze motie aan de raad te laten. Ik zeg daarbij dat de praktijk ons nog wel vraagt om goed te kijken naar hoe we dit goed kunnen doen met de spelregels van passend toewijzen, met de huurprijzen die gelden in nieuwbouw en met de afspraken met corporaties, maar ik ben graag bereid om dit te onderzoeken en deze motie dus aan de raad te laten. Dan de motie Ontmoedigen van verevening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15241371/1