CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321574 Notulen van de raad van 18 december 2024

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 18 en 19 december 2024, 23 januari en 13 februari 202551.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Samir Ahraui (PvdA). Ik denk dat we elkaar met deze uitleg heel erg goed kunnen vinden, maar is het voor de VVD dan ook mogelijk dat we, gezien de omstandigheden, bij een participatietraject zeggen: we gaan met u in de buurt participeren, maar op deze en deze punten kan nou eenmaal niet zoveel of niks veranderen? Is dat voor de VVD ook een mogelijke uitkomst die straks in de praktijk te zien zou zijn? Minke Hofstra (VVD). Wij sluiten ons in ieder geval heel erg aan bij de twee amendementen die zojuist zijn ingediend door de ChristenUnie/SGP, waarbij je participatie als vertrekpunt neemt en waarbij je altijd de mogelijkheid geeft om met elkaar in gesprek te gaan. Ik denk dat dat een reactie is op wat u nu vraagt: je hebt als burger altijd de mogelijkheid om te zeggen dat je er iets van vindt, dat je je zorgen maakt over iets wat verandert en dat je ideeën hebt over hoe het beter kan. De voorzitter. De laatste keer, meneer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). De amendementen van de ChristenUnie/SGP gaan meer over die uitzonderingsgronden: wanneer zijn bepaalde elementen wel of niet een onderdeel? Maar er zit natuurlijk ook gewoon een deel in over beargumenteren dat je op een bepaald specifiek onderdeel van een participatietraject niet kan participeren. Daar zit ook een bepaalde duidelijkheid in. Ik lees dat niet terug in het amendement van de VVD.

Ik denk dat we elkaar vinden met de uitleg die ik net van collega Hofstra hoorde, maar als ik het amendement lees, denk ik: nee, de VVD pleit ervoor dat ook over randvoorwaarden waarover in de praktijk niet te participeren zou zijn, geparticipeerd zou moeten worden. Dus graag nog een verheldering. Minke Hofstra (VVD). Ik ben blij dat u die vraag aan mij stelt, want het gaat er in ieder geval om dat er duidelijkheid moet zijn over waar je nog wel iets van kunt vinden en waarover niet. Die verwachtingen moet je met elkaar goed managen en de afspraken daarover moeten goed worden vastgelegd. Het kan best zo zijn dat een besluit wellicht vaststaat, maar dat je nog wel iets te zeggen hebt over de randvoorwaarden of over het proces. Het moet dus vanaf de start duidelijk zijn waarover je nog wel iets kunt zeggen en waarover niet. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik was ook zoekende bij dit amendement. Mijn vragen zijn bedoeld om elkaar te vinden in die zoektocht. Er staat dat alle uitgangspunten en randvoorwaarden in principe bespreekbaar zijn, maar een uitgangspunt kan bijvoorbeeld zijn: er rijdt hier een tram. Dat kan een uitgangspunt zijn en dan kun je het vervolgens over van alles hebben. U zegt dat dat in principe bespreekbaar moet zijn. Een jurist zegt: met 'in principe' kan in principe alles; dat is dus mooi.

Wat betekent 'bespreekbaar' voor u? Want ik ben ook bang dat we het verkeerde signaal afgeven, namelijk dat iets bespreekbaar is, maar dat dan blijkt dat het bespreekbaar is in die zin dat u mag zeggen dat u het een stom uitgangpunt vindt, maar dat het uitgangspunt niet wordt veranderd. Want dat is wel wat er in de praktijk zal gebeuren. Ik geef toe dat dat een lange formulering was, voorzitter. De voorzitter. Het was een zoektocht; u gaf dat zelf al aan. Minke Hofstra (VVD). Volgens mij kunnen we elkaar erin vinden dat bepaalde besluiten mogelijk van tevoren vaststaan, maar dat je daar wel iets van zou kunnen vinden. Wij vinden dat die ruimte er moet zijn om ergens iets van te vinden. Het kan ook zijn dat uit eventuele bezorgdheid een idee komt dat het beter zou kunnen maken. In het voorbeeld van een tram zou het kunnen zijn dat vaststaat dat de tram er komt, maar dat je nog wel gaat over de kleur of over de breedte. En misschien zijn er 59

argumenten om te zeggen: die tram moet misschien niet over dat stuk van de straat gaan rijden. Het gaat er dus om dat je burgers gaat horen en dat ze zich gehoord voelen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Daar vinden we elkaar volgens mij allemaal in de raad: burgers moeten gehoord worden en moeten goed kunnen participeren. Maar dat zit 'm ook in heel erg duidelijk zijn in de communicatie over wat je bespreekt tijdens de participatie en daar niet over gaan 'flipfloppen'. Ik moet toegeven dat ik uw amendement tot nu toe zo weeg dat het te veel ruimte geeft voor 'flipfloppen' en niet voor duidelijkheid over waarom we die participatie doen. Het is bijna een vraag, voorzitter; het wordt steeds beter. De voorzitter. Korte interrupties mogen ook. Minke Hofstra (VVD). We hebben meerdere amendementen, die we ook in samenhang met elkaar willen aanbieden. Zo moet je ze ook zien. Er kunnen altijd ideeën van burgers zijn om een besluit beter te maken, maar het gaat erom dat je hen hoort, dat je naar hen luistert, dat ze zich serieus genomen voelen en dat er niet met hakken in het zand wordt gezegd: dit is zoals we het gaan doen en er is geen enkele ruimte om er ook maar iets van te vinden. Robin Smit (PvdD). Ik heb een vraag over een ander punt, namelijk het eerste deel van de zin: 'een open houding van het bestuursorgaan'.

Onderdeel f gaat immers over een benaderbaar bestuursorgaan met een deskundige reactie. Dat is toch eigenlijk al een overlap? Dit zou het amendement op dat punt toch onnodig maken? Minke Hofstra (VVD). Ik zou het natuurlijk heel fijn vinden als het in de praktijk zo gaat, maar ik ben inderdaad jurist, zoals net al werd gezegd, en het is fijn als dit ook op papier staat. Daarom zou ik dit graag in de verordening aangepast willen zien. Robin Smit (PvdD). Ja, maar in de huidige verordening komt dat dan te staan als 'een benaderbaar bestuursorgaan met een deskundige reactie'. Dat is toch precies wat u bedoelt? Minke Hofstra (VVD). Het gaat ons om de woorden 'open houding' en we hebben signalen uit de stad dat het heel erg gewaardeerd wordt als er vanuit het bestuur in elk geval een open houding is en als er actief geluisterd wordt, zodat mensen zich echt gehoord voelen. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Staat die laatste zin over je echt gehoord voelen voor de VVD gelijk aan participeren? Minke Hofstra (VVD). Zoals u weet en ook in de stukken kunt lezen, zijn er natuurlijk verschillende niveaus van participatie. Eén daarvan is ruimte geven, je gehoord voelen, betrokken voelen en uiteindelijk meebeslissen over besluitvorming, maar er zijn verschillende niveaus, afhankelijk van wat er voorligt.

We hebben nog een tweede amendement om de verordening beter te maken, het amendement Meer doen met meedoen. Daarin worden drie aanbevelingen overgenomen die de Rekenkamer heeft aangegeven. Het voorgestelde besluit is om de participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen, met dien verstande dat artikel 3.2. 'Voorwaarden bij proces' in die zin wordt gewijzigd en aangevuld dat na punt d wordt toegevoegd 'e. het aantal of percentage participanten dat minimaal mee moet doen' en dat na punt i wordt toegevoegd 'j. de rollen van gemeente en participanten in de participatie'.

60

Daarnaast moet bij 4 worden aangevuld dat het college van burgemeester en wethouders in de participatieparagraaf ook opneemt: 'c. de rol van de gemeenteraad tijdens het participatietraject'. Zoals ik al aangaf, staan we ook onder de twee amendementen van de ChristenUnie/SGP om de participatieverordening niet buitenspel te kunnen zetten. Voor ons zijn al deze aanpassingen van belang om het voorstel te kunnen steunen. Samir Ahraui (PvdA). Ik zag in het amendement 'het aantal of percentage participanten dat minimaal mee moet doen'. Wanneer is dat 'minimaal meedoen' voor de VVD voldoende? Minke Hofstra (VVD). Het is een aanbeveling van de Rekenkamer, waar de raad trouwens al van heeft gezegd dat we dat inderdaad moeten gaan doen. Het is dus prima dat u mij die vraag stelt, maar het gaat natuurlijk om een representatief aantal, zodat het uiteindelijk een goed participatietraject wordt. Samir Ahraui (PvdA). Het gaat mij erom dat we, als we dit in de verordening opnemen, bij elk participatietraject een kwantitatieve benadering moeten toepassen voor het minimale aantal deelnemers, terwijl we met elkaar nog niet hebben bedacht wanneer we dat voldoende vinden. Omdat u het amendement indient, ben ik benieuwd wat de VVD voor een participatietraject een voldoende minimumaantal participanten vindt. Minke Hofstra (VVD).

Dat zal van geval tot geval verschillen, maar het moet in ieder geval representatief zijn. Voor ons zit het belangrijkste van de hele verordening straks natuurlijk in de uitvoering. Daarom vinden we het ook zo belangrijk dat hele belangrijke besluiten waarbij het college misschien zegt dat het gaat afwijken, altijd naar de raad gaan, zodat we dat met elkaar kunnen borgen. De voorzitter. De laatste keer, meneer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). Vindt de VVD ook dat het hele participatietraject niet geldig is als we in een participatietraject niet aan dat minimum voldoen of dat we dan geen rekening moeten houden met de inbrengen die andere bewoners wel hebben geleverd? Ik denk immers dat dat de consequentie zou kunnen zijn als we dit amendement in deze vorm aannemen. Minke Hofstra (VVD). Dit zal natuurlijk een van de dingen zijn waar we met elkaar kritisch naar moeten kijken: is het voldoende representatief geweest om een goed participatietraject te hebben gehad? De voorzitter. Door mevrouw Hofstra worden de volgende amendementen (H.E VVD en H.F VVD) voorgesteld:

Amendement H.E VVD Meer doen met meedoen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848),

61

Besluit om dictum II als volgt te wijzigen; de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen met dien verstande dat artikel 3. 2. “Voorwaarden bij proces” als volgt wordt gewijzigd en aangevuld: Artikel 3.2 Voorwaarden bij proces 2. Het plan voor de participatie wordt met behulp van de instrumenten opgesteld en bevat tenminste de volgende onderdelen: a. het doel en de reikwijdte van de participatie; b. de (voor)geschiedenis, verbanden met andere beleidsvoornemens, ander beleid en andere projecten en de relaties en verbindingen die er in dat deel van de stad zijn waar het effect op heeft; c. de financiële, juridische en beleidsmatige kaders voor participatie; d. de verschillende belangen en daaruit volgende belanghebbenden in de participatie, inclusief het belang van de gemeente; e. het aantal of percentage participanten dat minimaal mee moeten doen; f. de mate van invloed van deelnemers en de manier waarop het bestuursorgaan de belangen van de deelnemers weegt; g. de gekozen manieren waarop deelnemers invloed kunnen uitoefenen; h. de planning, stappen en fasen van de besluitvorming, inclusief de momenten van participatie; i. de manier waarop het bestuursorgaan met deelnemers communiceert; j. de rollen van gemeente en participanten in de participatie.

4. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester nemen in voorstellen voor de gemeenteraad een participatieparagraaf op. Deze paragraaf bevat: a. een samenvatting van en verwijzing naar het gepubliceerde plan voor de participatie en het verslag van de participatie; b. de mate van invloed van deelnemers, de uiteindelijke resultaten van de participatie. c. de rol van de gemeenteraad tijdens het participatietraject;

Amendement H.F VVD Open houding De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848), Besluit: de Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen met dien verstande dat artikel 2.4.2 als volgt is aangevuld: 2. Deelnemers mogen rekenen op: a. een toelichting in begrijpelijke taal op het beleidsvoornemen, het beleid of project waarop de participatie ziet; b. het door het bestuursorgaan pro-actief delen van de stappen, als bedoeld in artikel 3.1 van de verordening, besluiten en manier waarop met de inbreng van deelnemers wordt omgegaan;

62

c. Het tijdig ontvangen van relevante informatie en openbare stukken voor het proces van participatie, waaronder eerdere besluitvorming, het plan voor de participatie en het verslag van de participatie; d. transparantie over de vaststaande kaders, respectievelijk de ruimte voor participatie; e. Een open houding van het bestuursorgaan, waarbij alle uitgangspunten en randvoorwaarden in principe bespreekbaar zijn, met inachtneming van de met redenen omkleedde keuzevoorkeuren van het bestuursorgaan; f. een benaderbaar bestuursorgaan dat een tijdige en deskundige reactie geeft op vragen of opmerkingen. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. De verordening en het handboek hebben wat voeten in de aarde gehad: twee commissievergaderingen en meerdere overleggen met de ambtelijke ondersteuning. Nogmaals dank aan alle ambtenaren die hieraan zo hard hebben gewerkt. In de commissie zei de Partij voor de Dieren al dat Den Haag positieve, concrete oplossingen van inwoners voor hun leefomgeving serieus neemt en actief ondersteunt. We zien deze nieuwe verordening daarin als een goede stap vooruit. Dat wordt met de amendementen van de ChristenUnie/SGP een nog betere stap. Die amendementen steunen wij dus van harte.

Verder zijn we blij met de toezegging dat de instrumenten bij het handboek nog goed worden nagelezen om alles op elkaar te laten aansluiten. Daarmee zijn onze zorgen grotendeels weggenomen. De verordening en het handboek zijn gebaseerd op mooie principes. Nu is het kijken hoe dit gaat werken in de praktijk. Wat nu voorligt, biedt de gemeente daar mooie handvatten voor. We kijken uit naar de participatieplannen en verslagen en naar wat we daar de komende tijd allemaal van gaan leren. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Wat een levendige en soms ook verwarrende commissiebehandeling over het voorstel voor een nieuwe participatieverordening; in de eerste termijn toch, de tweede termijn heb ik door ziekte helaas moeten missen. GroenLinks heeft veel vertrouwen dat wethouder Icar met veel energie en een handboek, een kompas, een trap van eigenaarschap en een participatiecheque in zijn koffer, de participatie in Den Haag naar een volgend niveau gaat brengen. Er worden hier weer heel veel mooie dingen gezegd en er zijn een aantal oprecht goede voorstellen om de verordening verder aan te scherpen en de verwarring eruit te halen. Maar in de discussie die ik had met de wethouder ging het ook over het feit dat er een soort cultuurverandering moet komen. We moeten het anders gaan doen.

Ik wil die oproep niet in een motie leggen, niet in een amendement, maar in een vormvrije opdracht aan de heer Icar. Die luidt: vind de beste voorbeelden van participatie die worden gedaan de komende tijd en zet die in het spotlicht. Zet ze in het spotlicht bij de collega's in het college, zet ze in het spotlicht hier in de raadzaal en in de gemeente. Dat is mijn oproep: ga dan, Nur! Tot slot over waar mijn persoonlijke verwarring in de commissie zat en wat leidt tot een ordevoorstel nu. Hier op de agenda staat: Bijlage 1.1, Bijlage van Nota van beantwoording. Ik had die gelezen als dat dit de gewijzigde participatieverordening was. Die staat er nog steeds tussen, terwijl de échte participatieverordening in het raadsvoorstel zit. Mijn ordevoorstel is om de bijlage van deze agendalijst te schrappen, zodat, als iemand over een tijdje weer op zoek gaat naar de participatieverordening, die ook niet terechtkomt bij deze inmiddels verouderde 1.1-bijlage met de Nota van beantwoording. De voorzitter. Ik constateer dat iedereen het daarmee eens is. Bij dezen.

63

Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Participatie raakt aan de kern van een stad samen besturen. Het gaat om het betrekken van inwoners bij besluiten die hun leven of leefgenot kunnen beïnvloeden. Tegelijkertijd weten we dat participatie complex is. Niet alle belangen worden altijd voldoende gehoord en niet alle inwoners voelen de behoefte of hebben de mogelijkheden om actief mee te doen. Toch ligt hier een grote verantwoordelijkheid, ook voor ons als raad. Wij moeten namelijk blijven zorgen dat alle belangen worden afgewogen en dat participatietrajecten voldoende representatief zijn. Als belangen onvoldoende doorklinken, is het ook aan ons om die actief in te brengen. Met deze verordening en beleidsstukken zet het college een belangrijke stap naar meer structuur en duidelijkheid in participatieprocessen. We zien het vele werk dat hierin gestoken is. Daarom ook complimenten voor het team Haags Samenspel. Na de diverse debatten ziet mijn fractie nog steeds punten van zorg, met name rondom de stille stemmen en de flexibiliteit in spoedeisende situaties. Allereerst de stille stem. Participatie is niet vanzelfsprekend voor alle inwoners. Veel kwetsbare groepen blijven vaak onzichtbaar in participatietrajecten. Hoewel het college dit erkent, missen wij op sommige vlakken nog concrete maatregelen aan de voorkant om deze groepen goed te kunnen bereiken.

Hoewel we het college de kans willen geven om met deze nieuwe kaders aan de slag te gaan, moeten we wel erop blijven toezien dat dit ook blijvend goed gaat. Daarom de motie Iedereen moet mee kunnen doen, met het dictum: verzoekt het college, als uit de eerste ervaringen met de hernieuwde verordening blijkt dat inwoners aanvullende ondersteuning nodig hebben om volwaardig te kunnen participeren, te onderzoeken of het mogelijk is een participatieloket of andere toegankelijke maatregelen in te stellen, zowel fysiek als digitaal, waar inwoners terecht kunnen voor hulp bij het begrijpen van gemeentelijke plannen en participatieprocessen; ondersteuning bij het indienen van reacties of eigen initiatieven; toegang tot vertaaldiensten of digitale ondersteuning indien nodig; bij het eerstvolgende jaarverslag hier expliciet over te rapporteren. Daarnaast is het essentieel dat we van de ervaringen met deze participatieverordening blijven leren.

Vandaar de motie Blijvend leren over participeren, met het dictum: verzoekt het college bij de evaluatie van de participatieverordening meetbare indicatoren te hanteren, zoals het aantal betrokken deelnemers; de diversiteit van de deelnemersgroep; de mate waarin kwetsbare doelgroepen zijn bereikt en betrokken, of hun belangen in het proces voldoende zijn meegewogen; de mate waarin inbreng van deelnemers is verwerkt in besluitvorming; het gebruik van verschillende werkvormen, zowel digitaal als fysiek; jaarlijks een overzicht te geven van de uitkomsten van participatieprocessen op basis van deze indicatoren en de resultaten van deze evaluaties blijvend te gebruiken om participatieprocessen waar nodig te verbeteren. Deze motie is mede ingediend namens collega Van Doorn van D66. Voorzitter. Dan nog specifiek over de verordening. Er zullen altijd situaties denkbaar zijn waarin snelle besluitvorming nodig is, bijvoorbeeld bij crisissituaties op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of acute leefbaarheid. Het is belangrijk dat de verordening hier ook duidelijkheid over biedt, zodat zowel de gemeente als de bewoners weten welke uitzonderingen mogelijk zijn. De huidige verordening biedt hier onvoldoende ruimte voor.

Daarom dienen wij een amendement in dat die spoedeisendheid als uitzonderingsgrond toevoegt aan artikel 2.3: 'Besluit om aan artikel 2.3, lid 2 de volgende uitzonderingsgronden toe te voegen: als de uitvoering van een beleidsvoornemen of project dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht, zoals in situaties die onder andere de volksgezondheid, openbare veiligheid of acute leefbaarheid van wijken raken'. Dit amendement moet waarborgen dat de gemeente snel kan handelen wanneer dat nodig is, terwijl transparantie wordt gegarandeerd door verplichte melding aan de raad. Dit staat overigens niet in dit amendement, maar mijn fractie steunt het amendement van mevrouw Klokkenburg waar die borging van de communicatie in zit. Het amendement biedt ook duidelijkheid aan bewoners over de situaties waarin snel handelen noodzakelijk is en waarom participatie in die gevallen zou kunnen worden opgeschort of deels kan worden opgeschort. 64

Tot slot. Participatie vraagt om een goede balans tussen het betrekken van inwoners en het nemen van verantwoordelijkheid als overheid. Niet iedereen wil of kan participeren, maar als overheid moeten we wel zorgen dat ieders belangen worden gewogen en dat de participatie voldoende representatief is. De voorzitter. Door de heer Ahraui wordt het volgende amendement (H.G PvdA) voorgesteld:

Amendement H.G PvdA Uitzondering bij spoed De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Raadsvoorstel: Participatieverordening en handboek participatie. Besluit om aan artikel 2.3, lid 2 de volgende uitzonderingsgronden toe te voegen: -

als de uitvoering van een beleidsvoornemen of project dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht, zoals in situaties die onder andere de volksgezondheid, openbare veiligheid of acute leefbaarheid van wijken raken;

Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Ahraui worden de volgende moties (H.2 PvdA en H.3 PvdA) ingediend:

Motie H.2 PvdA Blijvend leren over participeren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op woensdag 18 december, ter bespreking van voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848). Constaterende, dat: ▪ De Participatieverordening Den Haag 2024 streeft naar een zorgvuldige, transparante en inclusieve participatiecultuur; ▪ Artikel 6.1 van de verordening bepaalt dat participatieprocessen worden geëvalueerd, maar dit geen concrete meetbare indicatoren bevat; ▪ Zonder duidelijke evaluatiecriteria niet helder is welke participatieprocessen effectief en inclusief zijn geweest en waar verbetering nodig is. Overwegende, dat: ▪ Een heldere en meetbare evaluatie helpt bij het verbeteren van participatieprocessen en het vergroten van vertrouwen bij inwoners; ▪ Indicatoren zoals het aantal betrokken deelnemers, de diversiteit van de deelnemersgroep en de mate waarin inbreng van inwoners is verwerkt, inzicht geven in de kwaliteit en effectiviteit van participatieprocessen; ▪ Een meetbare evaluatie aansluit bij de waarden van de gemeente Den Haag om participatie structureel te versterken. Verzoekt het college: ▪ Bij de evaluatie van de Participatieverordening meetbare indicatoren te hanteren, zoals: 65

o o o

▪

Het aantal betrokken deelnemers; De diversiteit van de deelnemersgroep; De mate waarin kwetsbare doelgroepen zijn bereikt en betrokkenen, of hun belangen in het proces voldoende zijn meegewogen; o De mate waarin inbreng van deelnemers is verwerkt in besluitvorming; o Het gebruik van verschillende werkvormen, zowel digitaal als fysiek; Jaarlijks een overzicht te geven van de uitkomsten van participatieprocessen op basis van deze indicatoren en de resultaten van deze evaluaties blijvend te gebruiken om participatieprocessen waar nodig te verbeteren.

En gaat over tot de orde van de dag.

Motie H.3 PvdA Iedereen moet mee kunnen doen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op woensdag 18 december, ter bespreking van voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848). Constaterende, dat: ▪ De Participatieverordening Den Haag 2024 streeft naar inclusieve en toegankelijke participatie voor alle inwoners; ▪ Kwetsbare groepen, zoals inwoners met een taalbarrière, beperkte digitale vaardigheden of sociaal-economische barrières, vaak moeite hebben om deel te nemen aan participatieprocessen; ▪ Er momenteel geen specifiek centraal punt is waar inwoners terechtkunnen voor hulp of ondersteuning bij participatie. Overwegende, dat: ▪ Een laagdrempelig loket kan bijdragen aan betere toegang tot en ondersteuning bij participatie voor kwetsbare groepen; ▪ Een fysiek en digitaal participatieloket ondersteuning kan bieden aan mensen die moeite hebben met het begrijpen van gemeentelijke plannen of participatieprocessen; ▪ Samenwerking met maatschappelijke organisaties kan bijdragen aan het effectief bereiken van deze doelgroepen.

Verzoekt het college: ▪ Als uit de eerste ervaringen met de hernieuwde verordening blijkt dat inwoners aanvullende ondersteuning nodig hebben om volwaardig te kunnen participeren, te onderzoeken of het mogelijk is een participatieloket of andere toegankelijke maatregelen in te stellen (zowel fysiek als digitaal), waar inwoners terecht kunnen voor: o Hulp bij het begrijpen van gemeentelijke plannen en participatieprocessen; o Ondersteuning bij het indienen van reacties of eigen initiatieven; o Toegang tot vertaaldiensten of digitale ondersteuning indien nodig. ▪ Bij het eerstvolgende jaarverslag hier expliciet over te rapporteren. En gaat over tot de orde van de dag.

66

De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. De CDA-fractie is tevreden met deze participatieverordening, waarvan de basis is dat er altijd participatie is, tenzij. Dit is een belangrijk uitgangspunt. Het gaat ervan uit dat beleid en plannen van de gemeente altijd vanuit de samenleving vorm dienen te krijgen. In de commissie was nog wel even verwarring over onder welke voorwaarden participatie uitgesloten is. Wij steunen daarom het amendement van de ChristenUnie/SGP waarin gesteld wordt dat het college moet beargumenteren hoe de uitsluitingsgronden voor participatie gelden. Participatie moet niet bestaan uit allerlei checklists en dichtgetimmerde trajecten. Er moet ruimte zijn om de processen goed vorm te geven. Er moet goed de tijd voor genomen kunnen worden. Het moet betekenen dat er daadwerkelijk geluisterd én gehandeld wordt naar wat er uit de participatietrajecten komt. Dit zal niet altijd makkelijk zijn en er zullen ook vast fouten gemaakt worden. Dat moet kunnen, maar daar moeten we wel van leren. Daarom is mijn fractie blij dat het college heeft toegezegd om eind volgend jaar met de raad stil te staan bij hoe deze participatieverordening in de praktijk uitpakt en te kijken of de verordening en de onderliggende documenten eventueel aangepast moeten worden.

Tot slot wil mijn fractie nogmaals benadrukken dat maatschappelijke organisaties, zoals levensbeschouwelijke organisaties, sportverenigingen, scouting, vrouwenorganisaties et cetera, in participatietrajecten betrokken dienen te zijn. Zij kunnen zowel belanghebbenden als belangstellenden zijn. Dit zit voldoende verankerd in de participatieverordening, maar wij zullen nauwlettend volgen of dit in de praktijk ook gebeurt. Nick Kaptheijns (PVV). Voorzitter. Vandaag bespreken we de participatieverordening en het handboek participatie. Belangrijke onderwerpen, aangezien het verleden heeft geleerd dat participatie niet altijd goed verloopt. Kijkend naar de onderliggende documenten heeft de PVV gemengde gevoelens. Wat we positief vinden is dat participatie het uitgangspunt is bij onder andere nieuwe projecten, tenzij er sprake is van een uitzondering. Wanneer er niet over een besluit kan worden geparticipeerd, moet worden gekeken welke ruimte er wel is, bijvoorbeeld in de randvoorwaarden en de uitvoering. Mijn fractie vindt ook positief dat met de verordening het publiceren van participatieplannen en -verslagen verplicht wordt en dat in de participatieplannen allerlei informatie wordt opgenomen, waaronder de mate van invloed en de belangen per traject. Dat deelnemers na elk participatiemoment een terugkoppeling ontvangen kunnen we ook wel waarderen.

We vragen ons alleen wel af wat dit betekent voor de gemeentelijke organisatie. Waar onze fractie zich wel zorgen over maakt is artikel 2.3.3, dat het college het recht geeft om van de verordening af te wijken. Dat moet dan wel gemotiveerd, maar de PVV hoopt dat het college geen gebruik maakt van dit geitenpaadje, alleen al om niet de indruk te wekken dat dit een handige drempel is om geluiden buitenspel te zetten. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter. De verreweg meest gebezigde term tijdens de debatten over de nieuwe participatieverordening was 'controversiële voorzieningen'. Als iets controversieel is, getuige de verwarring alom en het toenemend aantal vragen tijdens de debatten, dan is het misschien deze participatieverordening zelf wel. Want samengevat komt die neer op, en ik citeer de wethouder, 'het is participatie, tenzij'. Daar zit wat Hart voor Den Haag betreft het probleem. Het college mag gemotiveerd afwijken van de participatieverordening. Bijvoorbeeld 'wij vinden het hier niet opportuun, want te complex', en je hebt je motivatie. Dat betekent dat de mensen in onze stad, wier vertrouwen in het stadsbestuur al niet extreem groot is, hiermee niet gediend gaan worden.

67

Er is altijd een wezenlijk verschil tussen theorie en praktijk, verwachting en werkelijkheid, de leer en het leven. Marieke van Doorn (D66). Ik heb de uitzonderingsgrond 'het is te complex, het is niet opportuun' niet gelezen in de participatieverordening. Waar heeft u die gezien? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Mevrouw Van Doorn doelt nu natuurlijk op de hele rits van uitzonderingen, maar ook die rits uitzonderingen zijn er voor ons te veel. Robin Smit (PvdD). Is er binnen het boekje van Hart voor Den Haag dan nooit een moment waarop je afwijkt van participatie? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Dat heeft de heer Smit keurig verwoord. Robin Smit (PvdD). Maar er zijn natuurlijk ook wel gebeurtenissen waarbij bijvoorbeeld de landelijke overheid een beroep doet op een lokaal bestuursorgaan, waardoor je misschien toch afwijkt van participatie, maar wel bewoners informeert. Er zit natuurlijk wel een wezenlijk verschil tussen participatie en informeren. Ziet de heer Van Andel ook dat je af en toe wel moet afwijken omdat een hogere bestuurslaag een beroep op je doet? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Nee, wat Hart voor Den Haag betreft is participatie altijd aan de orde en is informeren geen vorm van participatie. De voorzitter. U kunt uw betoog voortzetten, gaat uw gang. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag).

Ik was gebleven bij de leer en het leven. Een pak papier met daarin een heleboel prachtige woorden is mooi, maar zal haar waarde in de praktijk eerst nog moeten zien te kunnen verzilveren. Hart voor Den Haag vindt het daarom te vroeg om de verordening nu al vast te stellen en is van mening dat deze eerst in de praktijk zal moeten worden getoetst en beoordeeld door de mensen voor wie die is opgesteld, namelijk de inwoners van onze stad, onze kiezers. Daarom dien ik namens Hart voor Den Haag een tweetal moties en een amendement in. Bij het amendement wordt de tijd stopgezet, hè? De voorzitter. Dat hebben we afgesproken en we zouden daar niet meer aan refereren. Dat gaat nu al een keer of vijftien hartstikke goed. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). O, pardon, neem me niet kwalijk. Dank! De voorzitter. Goed dat u het nog een keer zegt. Ik ben heel blij dat we dat compliment aan onze technische ondersteuning kunnen geven. Gaat uw gang, meneer Martinez van Andel. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Wij willen in dit dictum de volgende dictapunten wijzigen. Voor punt 1 en 2 willen wij 'voorlopig' zetten. We willen dictumpunt 3 toevoegen: 'deze gedurende een periode van anderhalf jaar in de vorm van een pilot in de praktijk te brengen, vervolgens te evalueren, waar nodig te wijzigen en vervolgens ter definitieve vaststelling aan de gemeenteraad aan te bieden.'

68

Samir Ahraui (PvdA). Is het enige wat dit amendement toevoegt dat we het woordje 'pilot' erin zetten? Want er staat in de verordening dat we een evaluatie gaan doen. Volgens mij gaan we dan kijken hoe en in welke mate we verder kunnen met het beleid dat we vaststellen. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). We gaan nu een hele verordening vaststellen. Die wordt vastgesteld op basis van theorie. Wij willen eerst weten hoe die in de praktijk gaat uitpakken voordat we haar definitief vaststellen. Samir Ahraui (PvdA). Maar er bestaat niet zoiets als een verordening voorwaardelijk vaststellen. Je stelt die vast of je stelt die niet vast. En er staat in de verordening gewoon dat we die gaan evalueren, precies wellicht om de reden die de heer Martinez van Andel noemt: we willen met zijn allen zien hoe de verordening in de praktijk gaat uitwerken. Als we gaan evalueren, dan hebben we toch al een moment waarop we gaan kijken of we op deze manier door willen? Dan voegt dit amendement toch alleen het woordje 'pilot' toe? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Een evaluatie biedt geen garantie voor wijziging van de verordening zelf. Dank voor de tip van de heer Ahraui. Ik denk dat ik de eerste twee dictumpunten er helemaal uit ga halen. Samir Ahraui (PvdA). Fijn dat het amendement wordt aangepast. Maar in principe zijn we er als raad natuurlijk zelf bij.

We geven het college de opdracht om een evaluatie te doen. Ik heb zelf ook een motie ingediend voor wat daar allemaal op zijn minst in terug moet komen, omdat ik zelf ook nog twijfels heb over de praktijk. Maar als we straks de evaluatie krijgen, dan gaan wij als raad toch zelf over het al dan niet aanpassen of intrekken van de verordening? Dat doen wij dan toch zelf? Dan hoeven we dat toch niet in pilotvorm te doen? Want dan stopt die ook niet. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). In theorie wel, maar in de gemeenteraad heb je altijd met meerderheden te maken en dus een grote factor van onzekerheid. Die willen wij graag voorkomen. De voorzitter. Zet u uw betoog voort. Gaat uw gang. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Dan ga ik nu over naar de beide moties. De eerste motie heeft de titel Pas participatieverordening met terugwerkende kracht toe. Die verzoekt het college de nieuwe inspraak- en participatieverordening met terugwerkende kracht toe te passen op de projecten 'Herinrichting Hobbemaplein', 'Uitbreiding zero-emissiezone', 'Versmalling Hofzichtlaan', 'HagaZiekenhuis', 'Van Hogenhoucklaan' en 'Lijn12'. De volgende motie luistert naar de titel Vermeld participatiemogelijkheden in iedere brief.

Die verzoekt het college in iedere brief die aan bewoners wordt gestuurd aangaande veranderingen in hun leefomgeving, opknapwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden of anderszins, standaard te vermelden of er wel of geen mogelijkheid tot participatie is. Deze is medeondertekend door de heer Ahraui, Partij van de Arbeid. De voorzitter. Door de heer Martinez van Andel wordt het volgende amendement (H.H HvDH) voorgesteld:

69

Amendement H.H HvDH Voer participatieverordening eerst uit als pilot De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Participatieverordening en handboek participatie (RIS319848) Besluit om dictumpunt 1 en 2 als volgt te wijzigen: I. Voorlopig vast te stellen het handboek participatie; II. Voorlopig vast te stellen de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024; III. Deze gedurende een periode van anderhalf jaar in de vorm van een pilot in de praktijk te brengen, vervolgens te evaluren, waar nodig te wijzigen en vervolgens ter definitieve vaststelling aan de gemeenteraad aan te bieden. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Martinez van Andel worden de volgende moties (H.4 HvDH en H.5 HvDH) ingediend:

Motie H.4 HvDH Pas participatieverordening met terugwerkende kracht toe De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848) constaterende, dat: ▪ De nieuwe participatieverordening op 18 december door de gemeenteraad ter stemming wordt gebracht; overwegende, dat: ▪ Er in Den Haag een aantal projecten zijn waarvan bekend is dat er geen of matige particpipatiemogelijkheden zijn geweest; ▪ De nieuwe inspraak- en participatieverordening haar nut kan bewijzen indien deze met terugwerkende kracht wordt toegepast op deze projecten; verzoekt het college: ▪ De nieuwe inspraak- en participatieverordening met terugwerkende kracht toe te passen op de projecten “Herinrichting Hobbemaplein”, “Uitbreiding Zero-emissiezone, “Versmalling Hofzichtlaan”, “Haga-ziekenhuis”, “Van Hogenhoucklaan” en “Lijn12”; en gaat over tot de orde van de dag.

70

Motie H5 HvDH Vermeld participatiemogelijkheden in iedere brief De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848) constaterende, dat: ▪ In de nieuwe participatieverordening niet wordt gesproken over wanneer er wel of niet over de mogelijkheid tot participeren is; overwegende, dat: ▪ De nieuwe participatieverordening een verbeterde versie van de versie uit 2012 behoort te zijn; ▪ Bewoners behoefte hebben aan duidelijkheid aangaande de mogelijkheid tot wel of geen participatie; ▪ In brieven van de gemeente Den Haag over bijvoorbeeld herinrichtingen van straten niet standaard wordt vermeld of er de mogelijkheid tot particperen is; ▪ Indien dit wel het geval is bewoners direct duidelijkheid hebben over of ze wel of niet kunnen meepraten / meebeslissen; verzoekt het college: ▪ In iedere brief die aan bewoners wordt gestuurd aangaande veranderingen in hun leefomgeving, opknapwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden of anderszins standaard wordt vermeld of er wel of geen mogelijkheid tot participatie is. en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De vergadering wordt van 14.08 uur tot 14.11 uur geschorst. Wethouder Icar (DENK). Voorzitter. We hebben een lang traject achter de rug.

Ik had aan het begin de raad uitgenodigd om mee te denken. Dit document en alle bijbehorende stukken zijn opgesteld samen met de stad. We hebben dus heel veel bewoners gesproken. We hebben ondernemers gesproken. Onderwijsinstellingen hebben meegekeken. De ombudsman heeft meegekeken. Dit is dus iets wat bottom-up tot stand kwam. Daar ben ik ook enorm trots op. Ik wil iedereen die eraan gewerkt heeft, bedanken voor zijn bijdrage. Ik wil jullie ook bedanken voor de betrokkenheid, want blijkbaar hadden we gewoon veel gesprekken nodig om te zorgen dat we alles op een rijtje kregen. We hebben heel veel amendementen en moties. Ik zal de titels noemen en dan het advies geven. Mocht ik iets vergeten, dan hoor ik het ongetwijfeld van jullie. Ik begin met het amendement van de ChristenUnie/SGP, Zet participatie niet zomaar buiten spel. Zoals ik net zei, heb ik jullie verzocht om te kijken waar we het plan beter kunnen maken dan het al is. Dit amendement kan ik aan de raad laten. Ik ben een groot voorstander van een goede onderbouwing op het moment dat het college ervoor kiest om participatie niet volgens de verordening te laten verlopen. We willen als college het principe 'participatie, tenzij' niet te makkelijk naast ons neerleggen. Met de extra toevoeging die de ChristenUnie/SGP hiermee voorstelt, geven we meer kaders mee voor die motivering. Dus ik laat dit aan de raad. 71

Iets lastiger is het amendement Communiceer als je afwijkt. Met de participatieverordening willen we geen extra besluitvorming optuigen waarmee we participatie te veel als vertragende factor laten werken. Tegelijkertijd zijn we wel een groot voorstander van een goede onderbouwing op het moment dat het college ervoor kiest om participatie niet volgens de verordening te laten verlopen. We willen als college het principe 'participatie, tenzij' niet te makkelijk naast ons neerleggen, zoals ik net zei. Als de manier van motiveren echter vormvrij is, niet echt heel vertragend kan werken en er dus geen extra besluitvormingstraject wordt toegevoegd, dan kan ik dit amendement aan de raad laten. Ik zie hier een motie Biedingsrecht van de ChristenUnie/SGP. Er zitten haken en ogen aan het biedingsrecht. Zo moeten we bijvoorbeeld rekening houden met het Didam-arrest. Hier moet dus eerst heel goed naar gekeken worden. We zijn ook bezig met het uitdaagrecht, waarin we ook de tijd nemen om te kijken wat de lessons learned zijn en hoe we daarmee om kunnen gaan. Als ik deze motie kan lezen als een brede uitnodiging om het biedingsrecht te onderzoeken en hierbij de ervaringen mee te nemen die we opdoen met het uitdaagrecht, kan ik deze aan de raad laten, maar met enige reserves in verband met de haken en ogen.

De ChristenUnie/SGP heeft een motie Terug naar de tekentafel met leidraad controversiële voorzieningen. Hier hebben we heel veel over gedebatteerd. Met deze motie geven we invulling aan de verordening zoals deze bedoeld is: een juridisch kader op basis waarvan voor bepaalde onderwerpen gekozen kan worden om een andere vorm van participatie uit te werken. We lossen hiermee op dat de leidraad als afdoening van een motie een wat bijzondere status heeft. Ik laat deze dus aan de raad. Dan ga ik naar het amendement van D66: Wees niet bang voor een breder belang. Dit is een verheldering waar we uitgebreid over gesproken hebben tijdens de commissiedebatten. Het is een mooie verheldering van de term 'belanghebbenden' in de geest van de verordening en het handboek. Hiermee kunnen we een belangrijk punt uit de eerdere debatten verhelderen en oplossen. Ik wil dit amendement dus aan de raad laten. Er is een amendement van D66 dat heet Stok achter de deur voorkomt gezeur. Deze toevoeging is mogelijk, maar overbodig bij binnenplanse omgevingswetactiviteiten. Er is al op de omgevingsvisie en het omgevingsplan geparticipeerd. Door deze toevoeging zullen ruimtelijke ontwikkelingen nog langere processen moeten doorlopen. Ook is deze toevoeging niet in lijn met de onderliggende doelen van de Omgevingswet, zoals het faciliteren van snellere procedures en ruimte voor initiatief.

Het bevoegd gezag mag alleen extra informatie inwinnen als dit nodig is. Het meenemen in het participatieproces is daarvan geen onderdeel. Dit amendement ontraad ik dus. Marieke van Doorn (D66). Het gaat juist om OPA's. Het is dus wel degelijk een toevoeging. Zo heb ik 'm in eerste termijn tenminste ook ingestoken. Dus ik weet even niet of de wethouder de laatste versie heeft. De voorzitter. U hoorde niet dat de wethouder zei: ik denk dat ik de verkeerde tekst voor me heb. Hij pakt even de goede. Hij verdwijnt ook uit beeld nu en zo. Dan weet iedereen wat er aan de hand is. Het is mensenwerk. Hij komt er weer aan. Wethouder Icar, gaat uw gang. Wethouder Icar (DENK). Voorzitter, excuses. Met die toelichting kan het amendement aan de raad gelaten worden. Ik had de verkeerde versie. Ik had van de Haagse VVD een amendement Open houding. Dit gaat eigenlijk over houding en gedrag: hoe kijken we als gemeente naar onze opstelling naar de gemeenschap, de stadsgenoten toe? Omdat het ziet op houding en gedrag, kan ik het aan de raad laten. Want we vinden het zeker belangrijk om in de participatieprocessen met een open houding het gesprek aan te gaan en de verwachtingen op de juiste manier te managen.

72

Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik was benieuwd hoe de wethouder het bijzinnetje leest 'waarbij alle uitgangspunten en randvoorwaarden in principe bespreekbaar zijn'. Hoe legt hij dat uit? Wethouder Icar (DENK). Hoe ik dit uitleg of interpreteer is eigenlijk ook op basis van de gesprekken die we gehad hebben in de commissies. Daarin werd gestuurd op wat voor houding we als gemeente naar de inwoners toe hebben. Ik lees dit als een aansturing daarop, dat we met een open instelling het gesprek aangaan. Dat is hoe ik het begrijp. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dat herken ik. Ik had zelf ook de lector aangehaald die daarover iets had gezegd in volgens mij De Staat van participatie. De communicatie en hoe je die doet en die houding zijn inderdaad zeker zo belangrijk. Dus dat deel snap ik. Het enige is: creëer je niet de verkeerde verwachting bij deelnemers als je zegt dat uitgangspunten bespreekbaar zijn, terwijl sommige van die uitgangspunten het vertrekpunt zijn? Wethouder Icar (DENK). Ik begrijp de verwarring enigszins, maar dat verwachtingenmanagement is een van de belangrijkste pijlers van het hele proces. Met een open houding kan je ook de juiste verwachtingen creëren. Het is dus niet zo dat als die houding en dat gedrag erop toezien dat wij die open houding hebben, we daarmee verkeerde verwachtingen scheppen. Dat zie ik niet zo snel gebeuren. De voorzitter.

Laatste keer, meneer De Vuyst. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Het is altijd gevaarlijk om de casuïstiek in te gaan, maar stel dat er een participatie is rond deelmobiliteit of deelmobiliteitshubs. Belanghebbenden, belangstellenden, iedereen doet mee. Dan zegt er iemand: ja, maar ik vind eigenlijk vooral dat het openbaar vervoer beter moet. Dat kwam vanochtend uit het debat. Dat is leuk, maar daar ging het niet over. Maar dan zegt dit amendement dat alles in principe bespreekbaar is. Die open houding snap ik, maar dit deel, daar heeft mijn fractie gewoon twijfels bij. Wethouder Icar (DENK). Ik denk dat we hetzelfde zeggen. Het bespreekbaar maken van iets wat niet mogelijk is, zorgt voor een positieve houding en positief gedrag. Daar gaat dit over. Samir Ahraui (PvdA). De wethouder zegt net dat ook het bespreekbaar maken van iets wat niet bespreekbaar is, tot begrip leidt. Maar het is toch een recept voor teleurstelling als we allerlei sessies organiseren over dingen die we niet kunnen aanpassen? Ik hoor daar graag nog een reflectie op. Daarnaast hoorde ik de wethouder in zijn appreciatie zeggen 'zo begrijp ik het amendement'. Maar het amendement heeft een interne en externe juridische werking. Dan telt toch elk woord dat er in de verordening staat en niet hoe wij dat wellicht begrijpen of lezen? Wethouder Icar (DENK). Dat klopt.

Alleen, wat ik zie is blijkbaar iets anders dan wat sommigen in deze ruimte zien. Ik zie een amendement dat ziet op houding en gedrag. In het participatieproces is alles bespreekbaar. Samir Ahraui (PvdA). We hebben ook met elkaar gezegd dat bij participatie ook verwachtingenmanagement hoort en dat je aan de voorkant dus heel duidelijk maakt waar het wel en niet over gaat. Het lijkt alsof in dit amendement staat dat het overal over gaat en dat we niet meer aan de voorkant gaan zeggen dat we het op bepaalde elementen niet kunnen doen. Dat is in de ogen van

73

mijn fractie een recept voor teleurstelling waardoor burgers het vertrouwen in dat soort trajecten kunnen verliezen. Wethouder Icar (DENK). Ik denk dat ik in herhaling blijf treden. Ik zie dit echt als aansturen op houding en gedrag, dat je met open houding het gesprek aangaat. Robin Smit (PvdD). Onze fractie zit ook met die zorgen. Er staat letterlijk in het amendement dat 'alle uitgangspunten en randvoorwaarden in principe bespreekbaar zijn'. Dan praat je toch over een soort carte blanche? Terwijl de Rekenkamer zegt dat je eerst duidelijk moet hebben waarover mensen meepraten vóórdat je iets gaat doen. Dan is het toch een recept voor teleurstelling? Wethouder Icar (DENK). Het is geen recept voor teleurstelling als de verwachtingen goed gemanaged zijn. We moeten er rekening mee houden dat we in eerdere gesprekken hebben aangegeven dat we een jaar de tijd nemen om dit te evalueren. In die evaluatie kunnen we erachter komen of dit continu een recept voor teleurstelling is. Dat verwacht ik niet, omdat die teleurstelling er niet zal zijn als de verwachtingen goed gemanaged zijn. Robin Smit (PvdD). De wethouder zei dat hij dit amendement ziet als een gedragsding. Ik zie dat gedragsding juist terug in onderdeel f over een benaderbaar bestuursorgaan dat tijdig en deskundig een reactie geeft. Wethouder Icar (DENK). Sorry, ik hoorde geen vraag. De voorzitter.

Gaat uw gang, zet uw betoog voort. Wethouder Icar (DENK). Ik heb het amendement Meer doen met meedoen. Dat gaat in op de adviezen die de Rekenkamer heeft meegegeven. Ik blijf van mening dat de verordening en het handboek al voldoen aan de adviezen van de Rekenkamer. Dit was een continu terugkerend gesprek met uw commissie. Maar ik ben er ook niet per se op tegen om die toevoegingen te doen als er extra verduidelijking door ontstaat. Ik laat dit amendement dus aan de raad. Samir Ahraui (PvdA). Ik heb eigenlijk dezelfde vraag die ik aan collega Hofstra stelde. Hoe wil het college invulling geven aan de passage 'het aantal of percentage participanten dat minimaal mee moeten doen'? Wethouder Icar (DENK). Dit is een afweging die je maakt bij het opstellen van het participatieplan. Tijdens de commissie heb ik aangegeven dat het niet verstandig is om een specifiek aantal te noemen, want dat gaat niet werken in de praktijk, verwacht ik. Maar een percentage zou in principe wel kunnen. Daarom geef ik aan dat ik geen bezwaar heb om dit aan de raad te laten. Samir Ahraui (PvdA). Dank voor dat antwoord. Maar wat doen we dan in het geval we dat percentage niet halen? Gaan we dan niks meer doen met de inbrengen die we dan al hebben ontvangen van bewoners die wel langsgekomen zijn? Wethouder Icar (DENK).

Ik denk dat we niet per se alles van tafel moeten vegen als we een bepaald percentage niet halen, maar dat we dan moeten toelichten waarom we dat percentage niet halen. Wat we in de praktijk merken bij participatiesessies, is dat we ook niet altijd het aantal mensen bereiken dat we zouden willen bereiken. Hiermee ga je dus wel een spiegel voor je krijgen. Als we dat percentage 74

niet halen, betekent dit niet dat we de input die we hebben opgehaald, als niet relevant moeten zien. Maar we moeten wel kijken hoe we dat percentage dan wel kunnen halen. Dan ga ik naar de motie van de heer Ahraui van de Partij van de Arbeid, Iedereen moet mee kunnen doen. De Haagse Participatiewerkwijze voorziet in deze inclusieve aanpak. Ook in de plannen en verslagen vragen we om per project te beschrijven op welke manieren deelnemers bereikt worden en of dit de juiste manieren zijn. Met het monitoren en evalueren van de participatieplannen en de participatieverslagen kunnen we samen gaan zien of deze werkwijze voldoende waarborgen biedt. Ik ben het er wel mee eens dat op het moment dat blijkt dat bepaalde groepen onvoldoende worden bereikt met participatie, we moeten zorgen voor maatregelen die dat ondervangen. Ik ben hierbij geen voorstander van het oprichten van een loket. Dit is kostbaar en tijdrovend. Deze tijd steek ik liever in het verbeteren van de participatie. Aangezien in het dictum staat dat ook andere maatregelen mogelijk zijn, kan ik deze motie aan de raad laten. Verder heeft de Partij van de Arbeid de motie Blijvend leren over participeren. Ik zie deze motie als een extra ondersteuning voor mijn toezegging uit de tweede termijn van het debat over de participatieverordening op 4 december.

Laten we samen een vinger aan de pols houden van de impact van de verordening en de werking goed monitoren. Ik kan deze ook aan de raad laten. Het amendement Uitzondering bij spoed moet ik helaas ontraden. We hebben dit ook in de commissies besproken. Ik moet dit helaas ontraden. Dan hebben we de motie van Hart voor Den Haag, Vermeld participatiemogelijkheden in iedere brief. Dit is een goede motie die ik aan de raad kan laten. Ik ga het even kort houden. Dan hebben we van Hart voor Den Haag de motie Pas participatieverordening met terugwerkende kracht toe. Deze moet ik met klem ontraden. Ik heb participatie echt hoog in het vaandel staan, maar om met terugwerkende kracht op allerlei elementen deze verordening van toepassing te laten zijn, is niet realistisch. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Ik ben benieuwd waarom dat niet realistisch is. In de opsomming in de motie staan allerlei trajecten die nog helemaal niet zijn afgerond. Dus waarom is het niet realistisch? Wethouder Icar (DENK). Je gaat weer terug naar af. Daarom is het niet realistisch. Het levert vertraging op. Daarnaast zijn er juridische principes die deze terugwerkende kracht tegenhouden. De motie vraagt de nieuwe inspraak- en participatieverordening met terugwerkende kracht toe te passen op een rits aan projecten. Hoever moeten we terug? Het is geen realistische motie wat mij betreft.

Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Dat 'terug naar af' snap ik niet. Deze nieuwe participatieverordening is volgens de wethouder toch een verbetering ten opzichte van de verordening die er tot nu toe lag en die tot nu toe toegepast is? Waarom zijn we dan terug bij af? Wethouder Icar (DENK). We werkten met een verordening die dateerde uit 2011 of 2012, uit mijn hoofd. We zijn inmiddels twaalf jaar verder. Vandaar dat het alleen maar fair game is dat je zegt dat de verordening van kracht is nadat die is vastgesteld en dat die niet met terugwerkende kracht gaat werken. De voorzitter. U kunt uw betoog voortzetten. Wethouder Icar (DENK). Dan heb ik de motie om de participatieverordening eerst als pilot uit te voeren. Ik wil even iets rechtzetten. Dat de verordening alleen is gebaseerd op theoretische kaders, klopt niet. Ik denk dat de raad dat ook kan beamen na alle gesprekken die we hebben gehad. Ze is 75

gebaseerd op academische kaders en inzichten, maar vooral opgebouwd uit jarenlange ervaring uit de praktijk, Haagse participatieprocessen en ook ervaringen van elders in het land. De verordening is met bewoners en ondernemers opgesteld, en ook met het college en de raad. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Even een punt van orde, voorzitter. Over welke motie heeft de wethouder het? Is die van Hart voor Den Haag? De voorzitter. Dit is gewoon een vraag. Noem even het nummer of de titel, wethouder. Wethouder Icar (DENK). Dat is Voer participatieverordening eerst uit als pilot. De voorzitter. Is dit degene die nog een amendement wordt? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Dit is een amendement. Dat ga ik opnieuw indienen in de tweede termijn, omdat het gewijzigd is. De voorzitter. Prima, goed, dat komt dan terug. U hoeft nu niet te reageren, wethouder. Gaat uw gang. Wethouder Icar (DENK). GroenLinks had de opmerking gemaakt om de beste vormen van participatie te vinden. Daar ga ik graag mee aan de slag. Ik ga dat dus doen. Dan ga ik even kijken in welke vorm ik het terugkoppel. Dit is wel een onderwerp waar ik energie van krijg. Dank je wel, Maarten. De voorzitter. Ik constateer dat enkele leden behoefte hebben aan een tweede termijn. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter.

Graag maak ik van deze tweede termijn gebruik om nog de mede-indieners van de amendementen te noemen, want die was ik vergeten in de eerste termijn. Het amendement H.C, Stok achter de deur voorkomt gezeur, is mede ingediend door mevrouw Arp van de SP en de heer Smit van de Partij voor de Dieren. Het amendement H.D, Wees niet bang voor een breder belang, is ingediend met mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. We hebben heel veel preadviezen gehoord en er zijn door de raad heel veel amendementen ingediend. Aangezien de verordening ook een externe werking heeft, zou ik het fijn vinden als het college kan toezeggen om na de stemmingen de aangepaste verordening nog een keer juridisch te laten toetsen. Want elk woord in een verordening doet ertoe, ook voor de buitenwereld. Ik denk dat het verstandig is dat we dat op een goede, zorgvuldige manier doen. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter.

Ik dien het amendement Voer participatieverordening eerst uit als pilot opnieuw in met een nieuw dictum, te weten: 'Alvorens het handboek participatie en de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen, deze gedurende een periode van anderhalf jaar in de vorm van een pilot in de praktijk te brengen, vervolgens te evalueren, waar nodig te wijzigen en vervolgens ter definitieve vaststelling aan de gemeenteraad aan te bieden.' De voorzitter. Amendement (H.H HvDH) is in die zin gewijzigd, dat het thans luidt:

76

Gewijzigd amendement Voer participatieverordening eerst uit als pilot De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Participatieverordening en handboek participatie (RIS319848) Besluit om dictumpunt 1 en 2 als volgt te wijzigen in dictumpunt I: I. Alvorens het handboek participatie en de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen, deze gedurende een periode van anderhalf jaar in de vorm van een pilot in de praktijk te brengen, vervolgens te evaluren, waar nodig te wijzigen en vervolgens ter definitieve vaststelling aan de gemeenteraad aan te bieden. Het gewijzigde amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Icar (DENK). Voorzitter. Er is eerder tijdens een van de commissiedebatten een toezegging gedaan aan het CDA om de verordening na een jaar te evalueren. Net zoals ik bij de motie aangaf, moet ik dit amendement dus ontraden. De toezegging over de juridische toets kan ik doen aan de heer Ahraui. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: I.

Voorstel van het college inzake Visie dienstverlening 2024-2029 (RIS319384).

De beraadslaging wordt geopend. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. De Partij voor de Dieren kan zich in grote lijnen vinden in de principes van de dienstverlening en het voorliggende raadsvoorstel. Toch heeft onze fractie een punt van zorg omtrent het gebruik van AI en dan in het bijzonder het gebruik van generatieve AI. Een aantal serieuze zorgpunten: een grote klimaatimpact, zoals het hoge energieverbruik en het veelvoud aan watergebruik voor de koeling van de systemen; een inbreuk op het recht van privacy en auteursrecht; en het gaat ten koste van arbeidsplaatsen voor mensen die bijvoorbeeld posters of video's kunnen maken, die wellicht wel prima uit te vragen zijn bij onze bloeiende Haagse cultuursector. Daarom hebben we een amendement om een deel van de AI uit te zonderen van de ambitie om te kijken hoe AI waarde kan toevoegen aan de dienstverlening en dus specifiek de generatieve AI voorlopig niet te gebruiken als gemeente. De inhoud van het amendement ga ik nu voorlezen: Besluit om de Visie dienstverlening 2024-2029 als volgt te wijzigen: op pagina 16 de dikgedrukte tekst toe te voegen ' Ook wordt de opkomst van nieuwe technologieën (o.a. Artificiële Intelligentie) en toepassingsmogelijkheden nauwlettend in de gaten gehouden en getest waar het waarde kan toevoegen. Uitgezonderd hierbij is generatieve AI.

Vanwege de ongewenste maatschappelijke impact maakt de gemeentelijke organisatie hier geen gebruik van.' Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik begrijp heel goed de zorgen die de Partij voor de Dieren uit over AI. Die zijn ook belangrijk om in de gaten te houden. Maar een generieke uitzondering ervan 77

vind ik heel ver gaan. Bijvoorbeeld de ondertiteling van onze raadsvergadering voor mensen die misschien minder goed kunnen horen, gaat ook over generatieve AI. Gaat dit amendement van de Partij voor de Dieren dus niet veel te ver? Robin Smit (PvdD). Dat sluit dit amendement niet uit. Je moet eerst goed onderbouwen of je het wil gebruiken, ja of nee. Als je zeker weet dat er geen nadelige effecten zijn voor bijvoorbeeld persoonsgegevens en dat die niet ergens alsnog gelekt worden, kan je alsnog gebruik ervan maken, omdat dan de toegevoegde waarde hoger is dan de nadelen die er zijn. Maar je hebt dan wel die nadelen in kaart. Nu is het vaak zo dat je die nadelen niet kent. In het Rekenkameronderzoek dat onlangs richting onze raad kwam staat ook dat de toegevoegde waarde vooral wordt bekeken, maar dat de nadelen niet worden meegewogen. Wij zeggen: breng die eerst in kaart voordat je hierop overgaat. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dat staat toch niet in het amendement dat de heer Smit net indient. Ik heb het hier ook voor mij: 'Uitgezonderd hierbij is generatieve AI. Vanwege de ongewenste maatschappelijke impact maakt de gemeentelijke organisatie hier geen gebruik van.' Ik zie daar geen ruimte om uitzonderingen te maken. Dat zou mijn fractie echt niet kunnen steunen. Robin Smit (PvdD). Ik hoor wat mevrouw Van Basten Batenburg zegt. Ik ga het binnen mijn fractie overleggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15241332/1