CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321574 Notulen van de raad van 18 december 2024

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 18 en 19 december 2024, 23 januari en 13 februari 202551.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

deelmobiliteitsaanbieders. Ik proefde daar ook bereidheid om te kijken hoe we hier met elkaar afspraken over kunnen maken, want we hebben hier ook gewoon een gemeenschappelijk belang. Het is ook in het belang van de aanbieders dat die tarieven aantrekkelijk zijn. Maar afdwingen is dus niet mogelijk. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben het in elk geval met de wethouder eens dat het fijn was geweest als dit eerder gedeeld had kunnen worden, maar als ik die zin over concrete afspraken doorstreep, kan de wethouder er dan wél voldoende mee uit de voeten? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik ben heel even voorzichtig, maar ik denk het wel. Maar laten we dat straks nog even dubbelchecken, want de kracht maar ook het risico van een amendement is dat we daar meteen aan gehouden zijn. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik hoor dat de wethouder veel informatie heeft over dat juridische argument inzake betaalbaarheid. Is het mogelijk om die informatie mee te sturen naar de raad wanneer we de evaluatie krijgen of op een ander moment? Het lijkt me goed dat we dat in ieder geval een keer officieel tot onze beschikking hebben. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, dat kan. Ik denk dat het goed is om ook toe te zeggen dat we die convenanten natuurlijk zullen delen.

Ik denk dat we dan ook kunnen toelichten waarom bepaalde dingen in een convenant afgesproken zijn en andere dingen in de APV of in de vergunning en waarom we daarvoor hebben gekozen. Dat zeg ik graag toe. Het volgende amendement van de ChristenUnie heet Geen overgangsrecht voor Dreven, Gaarden, Zichten. Ook hier moeten we elkaar goed begrijpen. We hebben beoogd om ten aanzien van alle projecten die in de pijplijn zitten en waar al gewoon concrete afspraken over zijn gemaakt in Zuidwest, niet tijdens het spel de randvoorwaarden te veranderen. Zo is dit bedoeld. Het kan er in feite uit, want voor Dreven, Gaarden, Zichten is de deelparkeernorm 30%; dat zeg ik uit mijn hoofd. In die zin is die vermelding overbodig, maar die staat er voor de volledigheid. Uit de inbreng van mevrouw Klokkenburg begreep ik echter dat de bestaande plannen hier niet onder zouden vallen, maar dat alleen de toekomstige plannen worden uitgezonderd. Dan is dit amendement echt overbodig, want dit gaat echt alleen over fase 1. In de toekomstige fasen van Dreven, Gaarden, Zichten zouden we sowieso moeten voldoen aan die 30%. Alles resumerend is onze inschatting dus dat dit amendement overbodig is. Je kan ook zeggen dat het amendement geen kwaad kan, maar het is vooral overbodig. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP).

Het gaat mijn fractie er met name om dat voor bepaalde delen van Dreven, Gaarden, Zichten al een concreter bestemmingsplan is vastgesteld. Daaraan gaan we natuurlijk niet tornen, maar bijvoorbeeld voor de Gaarden zijn nog helemaal geen plannen naar de raad gestuurd, behalve een NvU, dat nog niet verder is uitgewerkt. Mijn fractie zou er dus waarde aan hechten om daar vanaf nu die 30% toe te passen en om dit in werking te laten treden bij plannen waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld, omdat we met elkaar concluderen dat 50% niet oké is voor Zuidwest. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Zo sterk ligt het niet. We maken even een pas op de plaats om te kijken hoe die 50% uitpakt bij de projecten die we nu hebben. Los daarvan staat er tussen haakjes, ook bij wat u doorhaalt in het amendement, dat het over die vastgestelde NvU's gaat. Vandaar dat we volgens mij hetzelfde beogen. De toekomstige fasen zouden dus inderdaad moeten voldoen aan die 30%.

41

Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik geef toe dat ik niet helemaal in de NvU's zit. Ik wil dus weten of ik de wethouder goed begrijp. Als wij deze norm vandaag vaststellen en als de norm in Zuidwest wordt verlaagd naar 30%, moeten alle projecten die nog niet vastgesteld zijn, vanaf dan aan die 30% voldoen. Het enige waarvan we op dit moment weten dat het een uitzondering zou kunnen zijn, is die NvU (RIS 308508) die doorgestreept wordt. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat klopt. Om het extra ingewikkeld te maken: deze NvU kent een norm van 30%. Die uitzondering is dus eigenlijk niet nodig, maar voor de volledigheid en ook voor de juridische fijnproevers staat die in het overzicht, omdat we compleet wilden zijn met alle lopende projecten in Zuidwest. Ik ben bij het amendement Reduceren doen we niet zomaar van de ChristenUnie/SGP, dat vraagt om ook in de rest van de stad op 30% te gaan zitten. Ik zou echt willen vragen om deze motie aan te houden, want we hebben op dit moment niet in beeld wat de consequentie hiervan zou zijn. Dat hebben we voor Zuidwest wel gedaan, want dat was het voorstel. We hebben voor Zuidwest gekozen omdat daar juist de grotere ontwikkelingen zijn waarin we zien dat deelmobiliteit echt in grote getallen uitmondt. In de rest van de stad hebben we dat gevoel niet. Het is ook een ander type bouwontwikkelingen.

Ik heb het gecheckt: in het CID gelden wel aparte normen, maar geen aparte deelparkeernormen. Dit zou dan dus ook voor het CID gaan gelden als we dit amendement zo zouden aannemen. Dat kan dus echt nadelige effecten hebben voor de businesscase van lopende bouwontwikkelingen, maar dat weten we niet, want we hebben dit niet geïnventariseerd. Ik zou dit amendement, vooruitlopend op het in kaart brengen daarvan, dus niet aangenomen willen zien. Het voorstel zou zijn om het amendement aan te houden. Ik ben best bereid om in beeld te brengen wat de consequenties zouden zijn. We zijn ook nog bezig met een integrale herziening van de Nota Parkeernormen; daar hebben we het in de commissie ook over gehad. Dit is een actualisatie, een soort tussenslag, maar er komt ook nog echt een integrale herziening van die nota, waarin we ook alle toekomstige ontwikkelingen, ook de ontwikkelingen van de hubs en zo, gaan meenemen. Mijn voorstel zou zijn om dit daar dan in mee te nemen. Dan zeg ik toe dat we daar ook goed naar zullen kijken, maar het oordeel is nu wel: ontraden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik zit heel moeilijk te kijken naar mevrouw Peeck, die even moeilijk terugkijkt. Omdat we aparte parkeernormen en een nota hebben vastgesteld voor het CID, ben ik verbaasd dat dit stukje van deze nota wel zou gelden voor het CID. Ik zou daar dus graag wat meer informatie over krijgen.

Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Wat ik me zojuist heb laten vertellen - daar moeten we het dan even mee doen - is dat voor het CID gewoon de deelparkeernormen van kracht zijn die in dit voorstel staan en dat er dus geen aparte deelparkeernormen zijn voor het CID. Er zijn wel aparte parkeernormen, maar hoe deelmobiliteit meegerekend wordt, lift gewoon mee in het stadsbrede deelparkeernormenkader. Naast het CID hebben we natuurlijk ook nog veel andere gebieden: we hebben ook nog de rest van de stad, waar we op dit moment ook niet in beeld hebben wat dit amendement zou betekenen. Even los van het CID kunnen we dus niet gedurende ontwikkelingen opeens de spelregels veranderen zonder dat we weten wat dat zou betekenen. Dit kan immers betekenen dat businesscases onderuitgaan en dat er dus minder woningen gebouwd gaan worden. Daar zou het college echt grote terughoudendheid in willen betrachten. Caroline Peeck (VVD). De wethouder vraagt om het amendement aan te houden, maar als wij de Nota Parkeernormen vaststellen, ligt het toch gewoon vast? Tot wanneer zouden wij het dan aan

42

moeten houden en wanneer komt de hele aangepaste Nota Parkeernormen dan? Dat is nieuwe informatie voor mij. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Die is aangekondigd. Omdat we al die ontwikkelingen daarin willen meenemen, bijvoorbeeld ook rond fietsparkeren, bekijken we het integraler. De integrale herziening van de Nota Parkeernormen staat op de planning voor Q1 2026. Als u het amendement aanhoudt, ben ik dus bereid - dat is een toezegging die misschien kan helpen in uw overwegingen - om ook in de andere delen van de stad de vinger aan de pols te houden en in kaart te brengen wat de gevolgen zouden zijn als we overal de parkeernorm naar beneden zouden brengen. Ik ben bij het volgende amendement van de ChristenUnie/SGP; amendementen zijn vandaag populair. Dat is het amendement Voldoende mobiliteitsalternatieven dichtbij. Zonder de dingen ingewikkeld te willen maken: ook dit amendement dwingt mij om echt heel zorgvuldig naar alle woorden te kijken. Het is op zich geen probleem om van die 500 meter weer 400 meter loopafstand naar een openbaarvervoeraanbod te maken. Dat is prima, maar die 50 meter naar een fietsvoorziening hebben we er bewust uit gehaald, omdat we hebben gezien dat dit er in het afwegingskader en ook in de praktijk heel weinig toe doet.

Als ergens op 50 meter een fietsnietje staat - ik zeg het een beetje denigrerend - maakt dat voor mensen geen onderscheid voor de vraag of zij ervaren dat zij mobiliteitsalternatieven hebben. Als iets in de regelgeving staat, moeten we er wel op toetsen. Het is dus ook onnodig beperkend. Dat was de afweging van het college om dit eruit te halen. Op die gronden zou ik dit amendement dus willen ontraden. Hoewel dat eerste deel prima zou kunnen, wordt het amendement als geheel ontraden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dat is wél een helder antwoord en ook een antwoord waar ik goed mee kan leven. Ik zou het amendement daarom willen aanpassen, maar ik denk dat dat in de tweede termijn gebeurt. De voorzitter. Ja, ik denk dat het de beste, snelste en zuiverste optie is om dat in de tweede termijn te doen. Dan hebben we ook meteen weer de letterlijke tekst van datgene wat u beoogt. Dat doen we dus op die manier. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik ben bij de inbreng van de PVV, in afwezigheid van de PVV. Op een soort vraag kan ik antwoorden dat we inderdaad streven naar een rechtvaardige verdeling van beschikbare parkeerplaatsen tussen koop- en huurwoningen. Dat is een terecht punt: daar moeten we inderdaad aandacht voor hebben. De PVV heeft ook een motie ingediend die vraagt om een stadsbreed onderzoek naar de behoeften. Die wil ik op twee gronden ontraden.

Er loopt op dit moment een landelijk onderzoek naar de behoeften, ook weer in het kader van het landelijke deelmobiliteitsactieplan. We krijgen hier vanuit landelijk oogpunt dus al meer inzicht in. Verder hebben ook de aanbieders heel goed in de gaten waar behoeften zitten. We monitoren natuurlijk gewoon met de gebruikscijfers waar de groeipotenties zijn en waar kansen liggen. Het zou dus een beetje zonde van de tijd en het geld zijn om daar nu als gemeente Den Haag een apart onderzoek naar te gaan doen. Die motie wil ik dus graag ontraden. Ik kom bij de inbreng van de Partij van de Arbeid. Ik was nog even aan het kauwen op het woord 'deelcommunisme'. Misschien is 'deeleconomie' een beter woord waar we elkaar, zei hij hoopvol, raadsbreed in kunnen vinden, want dat is deelmobiliteit natuurlijk wel. Ook vanuit Den Haag kijken we met veel sympathie naar bijvoorbeeld het deelbakfietsenproject in Groningen, maar dat zijn natuurlijk niet de aantallen die het verschil gaan maken, hoe sympathiek het ook is. Ik kom bij D66, met het amendement Normeer openbaar vervoer meer. Ook dat amendement wil het college graag ontraden, ofschoon we best begrijpen waar D66 heen wil: hoe lager je de 43

realistische parkeernormen kunt maken, hoe meer dat bijdraagt aan de leefbaarheid in de stad. Ik denk dat dit naar Rotterdams voorbeeld is, want dit wordt in Rotterdam zo toegepast. We zien in Rotterdam echter dat de basisparkeernorm veel hoger ligt in bijvoorbeeld de gebieden rondom de stadscentra. Je moet dit in de bredere context zien van de bereikbaarheid van Den Haag Zuidwest, waar best veel openbaarvervoerlocaties zijn binnen de gevraagde 500 meter. Ook al woon je daar in de buurt van een bus- of tramhalte, je hebt nog steeds twintig minuten of langer nodig om in het centrum te komen. Het college zou er dus niet voor zijn om op basis daarvan een nog lagere parkeernorm te hanteren, want we hebben in Den Haag al hele scherpe normen. Ik zou dit amendement dus toch willen ontraden. Peter Mekers (D66). Als je niet bij een NS-station in de buurt woont maar bijvoorbeeld wel zo ongeveer bovenop de Haagse tramtunnel, geven we geen korting op basis van goed bereikbaar openbaar vervoer. Hetzelfde geldt voor het Leyenburg-ziekenhuis: in die buurt, met tig openbaarvervoerlijnen, passen we geen korting toe. Dat vind ik eigenlijk raar. De wethouder geeft aan dat ze in het Rotterdam anders doen, maar daar hebben ze ook andere parkeernormen per gedeelte van de stad. Het meewegen van de afstand tot het centrum passen we in Den Haag buiten het CID en Zuidwest eigenlijk ook niet toe.

Ik zou dus zeggen dat dit misschien juist wél de eerste stap is om hierin te zetten. Ik stel in het amendement ook expliciet dat er twee lijnen binnen 500 meter moeten zijn voordat je dit als waardig alternatief kan zien. Als dit volgens de wethouder al niet kan, waarom normeren we dan niet anders als je verder van het centrum woont? Dat staat namelijk ook niet in de nota. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). We hebben een ander systeem dan in Rotterdam. We moeten daar dus ook op een andere manier naar kijken. Ik kan D66 wellicht tegemoetkomen door aan te geven dat we bij die herziening van de Nota Parkeernormen, die we dus volgend jaar gaan maken en die dan naar uw raad komt, echt kunnen kijken hoe ze dit in andere steden doen. Maar door dit op voorhand nu pats-boem in de vorm van een amendement erin te gooien, ook in combinatie met de stapeling van reductiefactoren die je hiermee gaat krijgen, kunnen we echt uitkomen op heel lage normen, waardoor we ook weer in problemen gaan komen in Den Haag. Ik zou dit amendement dus echt willen ontraden. Peter Mekers (D66). Dank aan de wethouder voor dat aanbod. Ik hoor eigenlijk een toezegging om dit wél mee te nemen in het ontwikkelen van het beleid van de nieuwe parkeernota. Dat gaat dan zowel over het beter meenemen van de ov-haltes als over de afstand tot het centrum of hoe ze in sommige steden met ringen werken.

Heb ik dat goed begrepen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, dat heeft u goed begrepen. We zijn daartoe bereid. Nogmaals, ik begrijp heel goed waar dit vandaan komt, namelijk of de door sommige andere steden gehanteerde zonering of werken met een reductiefactor ook in Den Haag goed zou uitpakken. Dat kan in het kader van het vooronderzoek naar de nieuwe parkeernormennota. Maar als het amendement zo wordt ingediend, blijft het advies: ontraden. Ik kom bij een amendement van de VVD, Gelijke parkeerrechten, ook bij kleine projecten. Ook dat amendement wil het college ontraden. Er zijn een aantal amendementen die enigszins in samenhang met elkaar te lezen zijn; althans, zo lees ik ze. Maar dit amendement moet het college echt ontraden, want het uitgangspunt van de Nota Parkeernormen is dat nieuwbouw geen verhoging van de parkeerdruk in de omgeving tot gevolg mag hebben. Als je deze bepaling schrapt, laat je dat eigenlijk los en ontstaat er een hogere parkeerdruk op de plekken waar je nieuwbouw- en verbouwprojecten hebt. Dus ontraden, ook in samenhang met de amendementen Leefbaarheid telt mee I en Leefbaarheid telt mee II. Die pak ik maar even samen, want het ene gaat over nieuwbouw en het andere gaat over verbouw. 44

Caroline Peeck (VVD). Kan de wethouder er dan op reflecteren dat de mensen die daar willen gaan wonen, minder rechten hebben dan andere Hagenaars? Want ze hebben geen parkeergelegenheid en ze kunnen ook geen aanspraak maken op een bewonersvergunning. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Om maar even heel hoogover te beantwoorden: in gelijke gevallen worden mensen gelijk behandeld. Voor iedereen die in deze zelfde positie is, gelden dus dezelfde afspraken. We kunnen het ons simpelweg ook gewoon niet permitteren dat dit type kleinere projecten - daar zijn er heel veel van in de stad - tot extra uitgifte van parkeervergunningen leidt. Maar ik bespreek dit amendement ook graag in relatie tot de twee andere amendementen, Leefbaarheid telt mee I en II, want die hebben hier ook betrekking op. Op zich geldt ook hiervoor dat het college best wel begrijpt waar dit vandaan komt. Als ik het in z'n algemeenheid mag zeggen: als er een lagere parkeerdruk is, zou je hier wat coulanter mee omgaan. Maar ook dit is weer een amendement. Als het een motie was geweest, hadden we elkaar misschien makkelijker kunnen vinden, maar op de manier waarop dit amendement geformuleerd is, gaat het volgens onze juristen averechts werken. Op dit moment kun je een vrijstelling krijgen als je niet aan de normen voldoet. Dan krijg je een vrijstelling in relatie met geen parkeervergunning.

Als je deze voorwaarden toevoegt, is het niet meer mogelijk om die vrijstelling te geven. Dat betekent dat je bij bouwprojecten in gebieden in de stad met een hogere parkeerdruk dan 90% - het amendement gaat immers over delen van de stad waar de parkeerdruk lager is dan 90% - die vrijstelling niet meer kan geven en dat je die bouwontwikkeling dus niet meer kan accorderen. Dat is volgens mij ook niet wat de VVD beoogt, maar dat is wel zoals het op dit moment hier geformuleerd is. Dat is weer het nadeel van een amendement. Ofschoon er vanuit het college best sympathie is voor wat dit amendement beoogt, is de manier waarop dit geformuleerd is juridisch onhoudbaar. Daarom wil ik beide amendementen ontraden. Misschien kunnen ze worden aangehouden. Dan kunnen we hier nog even het gesprek over voeren, maar zoals ze hier geformuleerd zijn, worden ze echt ontraden, want dit gaat bouwontwikkelingen frustreren in plaats van mensen verder helpen. Ik ben bij een motie van de VVD, Reduceren pas na informeren. Bij grote projecten doen we dit vaak al. In de NvU's en de PUK's - ik zeg de heer De Vuyst na: die zijn ook niet helemaal mijn specialiteit - is onze omgang met de parkeernorm onderdeel van de plannen en ook vaak van het debat in de commissie Ruimte. Waar mogelijk en waar relevant doen we dit dus al.

Als het echt kleine projecten betreft - daar gaat deze hardheidsclausule eigenlijk vooral over, namelijk dat het college wat bewegingsvrijheid heeft om kleinere projecten op hun merites te kunnen beoordelen - is het eigenlijk niet uitvoerbaar om de raad altijd vooraf te informeren. Voor een deel doen we het dus al en voor het andere deel lopen we gewoon vast in de uitvoerbaarheid, want er zijn heel veel projecten waar dit kan spelen. Ik denk dat u die als raad ook niet allemaal wil zien. Op basis van deze motie zou dat wel moeten. Deze motie wil ik dus graag ontraden. Ik ben bij de motie Buurtinitiatieven zijn goud waard van de VVD. Dat vindt het college ook. Deze motie vraagt om een statutenregeling. We waren, toevallig of niet, eigenlijk al een beetje bezig met kijken hoe we autocorporaties financieel kunnen ondersteunen. Deze motie onderstreept het belang hiervan. Dat we hier breed over moeten communiceren, zie ik ook als een extra aansporing om te kijken hoe we dit het beste kunnen doen. Deze motie kan ik dus aan de raad laten. Lesley Arp (SP). Ik heb een vraag over deze motie, want voor mijn fractie is het belangrijk dat als we zo'n regeling opstellen, zij ook echt in de hele stad gebruikt wordt en dat de voorwaarden daar goed bij aansluiten.

Krijgt de raad vooraf, voordat de regeling wordt ingevoerd, nog een voorstel of informatie hierover, zodat wij daarover mee kunnen praten?

45

Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik denk niet dat subsidieregelingen raadsvoorstellen zijn; dat zeg ik even uit mijn hoofd. Maar u heeft dit bij dezen als aandachtspunt meegegeven. Dat is niet aan dovemansoren gericht. Ik ben het er ook heel erg mee eens: we moeten er in z'n algemeenheid voor zorgen dat ook de meer kwetsbare delen van de stad of delen van de stad waar eigen initiatief van mensen op dit soort thema's wat meer aansporing nodig heeft, hiervan gebruik kunnen maken. Daar zal ik dus extra aandacht voor hebben. Ik hoop dat een extra debat hierover dan niet nodig zal zijn. Lesley Arp (SP). Ik vraag het ook omdat wij niet willen dat wij een regeling optuigen die uiteindelijk bijvoorbeeld heel specifiek alleen voor één deel van de stad gebruikt wordt. Ik heb er dus toch behoefte aan dat de wethouder ons op z'n minst gaat informeren: wordt dit alleen in de communicatie meegenomen of ook in de voorwaarden? Ik stel deze vragen ook omdat ik nog een beetje twijfel over dit voorstel. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). We waren als college al bezig met een subsidieregeling. Deze motie onderstreept het belang daarvan en geeft er ook nog wat verder richting aan. Ik beschouw uw interruptie ook als richtinggevend daarin. Volgens mij worden subsidieregelingen sowieso met uw raad gedeeld.

Als u dan vindt dat daar nog onvoldoende elementen in zitten … We houden ook de vinger aan de pols. We kunnen de regeling ook tijdig evalueren. Subsidieregelingen kunnen worden bijgesteld als we het gevoel hebben dat ze het doel onvoldoende raken. Maar u vindt mij helemaal op uw pad met wat u zegt. Ik ben bij een amendement van de VVD: Beter meer tijd dan achteraf spijt. Caroline Peeck (VVD). Die hebben wij niet ingediend, omdat wij een amendement van de ChristenUnie met dezelfde strekking mede hebben ondertekend. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dank u wel. Ik wilde al zeggen dat het erg op dat amendement lijkt. Excuus dat ik het toch in mijn stapeltje had zitten. Dan de laatste motie van de VVD, Wie wil uitbaten, moet ook handhaven. Ik ben heel blij dat dit een motie is. Dat geeft ons ruimte om er uitvoering aan te geven op een manier die juridisch kan. We willen die afspraken met deelmobiliteitsaanbieders heel graag maken. Dat doen we in de vorm van een convenant. Ik ben het met de indiener van de motie eens dat dit thema aandacht verdient en dat we manieren moeten vinden om de gebruiker van - in veel gevallen - de deelscooter actiever daarop aan te kunnen spreken. Het zal onderdeel worden van de convenantafspraken. Deze motie kan het college daarom aan de raad laten. De voorzitter.

Volgens mij is er behoefte aan een tweede termijn, want mevrouw Klokkenburg heeft aangegeven dat er een amendement gewijzigd gaat worden. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik zal heel kort improviseren. Ik denk dat dit debat aantoont dat betaalbaarheid een heel belangrijk punt voor een aantal fracties is en hoe belangrijk het ook is dat wij als raad goed geïnformeerd worden over de invloed die wij als raad hierop kunnen uitoefenen en over wat juridisch wel of niet kan. Het verbaast me eigenlijk dat die boodschap nog niet was overgekomen. Dat wil ik het college dus meegeven: geef ons meer duidelijkheid daarover. Het amendement over de Strategie Deelmobiliteit zal mijn fractie intrekken, want ik vind dat de wethouder overtuigend heeft aangegeven dat daar moeilijkheden in zitten. Maar ik wil nog wel een motie indienen, omdat dit punt voor ons heel belangrijk is. Ik moet me nog beraden op wat wél de juiste weg is. Daar heb ik meer tijd voor nodig. Die zal ik dus uiterlijk voor de stemming indienen.

46

De voorzitter. Voor de stemmingen komt daar dus een motie voor in de plaats. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Ik zou graag twee amendementen wijzigen, ten eerste het amendement Voldoende mobiliteitsalternatieven dichtbij. De wethouder heeft verteld dat de fietsparkeervoorzieningen er heel bewust uit gehaald zijn omdat ze anders een obstakel zouden kunnen vormen. Ik zou die zin dus willen schrappen. Ik realiseer me nu dat de gewijzigde amendementen nog rondgestuurd moeten worden, maar het voorgestelde besluit wordt: besluit de Nota Parkeernormen Den Haag 2024 en bijbehorende bijlagen vast te stellen, met dien verstande dat artikel 1.1 als volgt wordt gewijzigd: 'voldoende mobiliteitsalternatieven: een openbaarvervoerhalte en openbaar aanbod van deelmobiliteit binnen 400 meter loopafstand'. Ook in het amendement Betaalbaar ongeacht het aantal wielen wordt één zin doorgestreept. De zin over de juridische houdbaarheid van afspraken wordt geschrapt. Dan wordt het voorgestelde besluit: besluit de strategie vast te stellen, met dien verstande dat de tekst op pagina 38 als volgt wordt gewijzigd: 'Betaalbaarheid: We maken afspraken met aanbieders om alle deelmobiliteit voor een bredere groep betaalbaar te maken'. De gewijzigde amendementen worden zo snel mogelijk nagestuurd.

In zijn preadvisering over het amendement Reduceren doen we niet zomaar heeft de wethouder gezegd dat als we de reductiefactor van 50% zouden wijzigen in 30%, dit ook zou gelden voor het CID. Ik heb dat nog even nagezocht, maar we hebben de parkeernormen voor het CID echt in een heel ander document en een heel andere regeling vastgelegd. Daarin zijn ook die deelparkeernormen vastgelegd. Ik zou dus nogmaals van de wethouder willen weten wat de waarheid is. De voorzitter. De gewijzigde amendementen zijn uitgesproken en daarmee ook ingediend. Als u ze inderdaad zo snel mogelijk nastuurt, wordt dat ook administratief helemaal in orde gemaakt. Amendement E.C CU/SGP is in die zin gewijzigd, dat het thans luidt:

Gewijzigd amendement E.C CU/SGP Voldoende mobiliteitsalternatieven dichtbij De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Parkeernormen Den Haag 2024 (RIS319497), Besluit: ▪ de Nota Parkeernormen Den Haag 2024 en bijbehorende bijlagen vast te stellen, met dien verstande dat artikel 1.1 als volgt wordt gewijzigd: Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze nota wordt verstaan onder: - voldoende / hoogwaardige mobiliteitsalternatieven: een openbaar vervoer halte en openbaar aanbod van deelmobiliteit binnen 500 meter loopafstand binnen 400 meter loopafstand; De voorzitter. Amendement F.B CU/SGP is in die zin gewijzigd, dat het thans luidt:

47

Gewijzigd amendement F.B CU/SGP Betaalbaar ongeacht het aantal wielen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Strategie Deelmobiliteit 2030 (RIS319377), Besluit dictumpunt II als volgt te wijzigen: ▪ II. de bijgevoegde Strategie Deelmobiliteit 2030 vast te stellen, met dien verstande dat de tekst op pagina 38 als volgt wordt gewijzigd: Betaalbaarheid: We maken afspraken met aanbieders om vooral deeltweewielers alle deelmobiliteit voor een bredere groep betaalbaar te maken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan korting voor houders van de Ooievaarspas of het verkennen van een (regionaal) publiek deelfietsensysteem. De gewijzigde amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Ik moet beide aangepaste amendementen even zien, maar als ze zijn zoals mevrouw Klokkenburg aangaf, kan ik ze aan de raad laten. Dan het amendement Reduceren doen we niet zomaar. Wat het CID betreft denk ik dat mevrouw Klokkenburg gelijk heeft en dat de waarheid dus aan haar kant zit. Dat neemt niet weg dat ik het amendement echt wil ontraden, want de stad is groter dan alleen het CID en Zuidwest. Ook voor de andere delen van de stad weten we dus niet wat de consequenties gaan zijn voor de businesscases van de lopende bouwontwikkelingen.

Als dit amendement wordt aangenomen, kan dat dus gevolgen hebben voor staande woningbouwprojecten die op dit moment in de uitwerking zitten. Het amendement wordt dus echt stellig ontraden. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We stemmen aan het einde van de vergadering. Na het volgende agendapunt gaan we een halfuur schorsen, omdat het presidium kort bij elkaar wil komen om te spreken over datgene wat er vanmorgen besproken is ten aanzien van de stemmingen. Het presidium heeft uitgesproken daarover kort van gedachten te willen wisselen. Dat gaan we doen in die schorsing, ook omdat de ondersteuning daarbij nodig is. Dan is dus een korte schorsing aan de orde.

Aan de orde is: G. Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Wegsleepverordening Gemeente Den Haag (RIS320663). De beraadslaging wordt geopend. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik heb het contract voor het wegslepen van de voertuigen, dat opnieuw is aanbesteed, afgelopen week geagendeerd nadat het plotseling op de advieslijst stond. Mijn oog viel namelijk meteen op de nieuwe locatie waar de weggesleepte auto's, als het doorgaat, straks weggezet en dus opgehaald moeten worden. Dat is in Nootdorp; ongelofelijk! Als 48

een nietsvermoedende toerist straks even niet oplet bij het parkeren van zijn voertuig, krijgt die pechvogel dus een wielklem à € 350 en ook een boete. Daarna wordt zijn auto weggesleept, wat nog eens € 360 kost. En dan kan deze persoon als klap op de vuurpijl ook nog eens helemaal naar Nootdorp met de taxi om zijn auto weer op te halen, want met het ov is het haast onmogelijk om daar te komen. Het gaat straks dus bijna € 1.000 kosten voor het parkeren van je auto op een gewone plek, waar je totaal geen gevaar vormt voor wie of wat dan ook. Dat vinden wij niet uit te leggen. Naast het feit dat dit, met al die wielklemmen, natuurlijk de doodsteek wordt voor al onze ondernemers in onze stad, is het ook nog eens zeer klantonvriendelijk naar onze toeristen toe en verschrikkelijk slecht voor de uitstraling van onze stad en onze prachtige kustplaats. Er is ook vastgelegd dat je, als je auto weggesleept wordt, je auto binnen een straal van 10 kilometer lopend - daar zetten wij ook vraagtekens bij - weer op moet kunnen halen. Ik heb het uitgezocht via de routeplanner. Als je auto weggesleept wordt vanaf bijvoorbeeld de Zwolsestraat, ben je naar de nieuwe bewaarplaats 13,5 kilometer onderweg. Hoe kan dit, vraag ik de wethouder. En hoe denkt hij dit probleem op te gaan lossen? Peter Mekers (D66).

Als mensen de regels overtreden en er wordt gehandhaafd, wil Hart voor Den Haag mensen in dit geval liever wat zachter behandelen. Is dat omdat het gaat om automobilisten? Wat is de reden waarom u handhaven op dit punt minder strak wil doen? Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Nou ja, 'minder strak' … Wij vinden het gewoon belachelijk dat als je je auto parkeert … Er zijn heel veel Duitse toeristen die niet weten hoe het hier werkt. Zij krijgen dan een boete. Uiteindelijk ben je dan dus € 1.000 kwijt, bijvoorbeeld omdat je niet wist dat je daar moest betalen. Als u dat een evenredige sanctie vindt voor de begane overtreding, be my guest, maar wij vinden dat niet. Leonie Gerritsen (PvdD). Moet er dan voor de hoogte van de boete een andere regeling zijn voor buitenlandse toeristen dan voor Nederlandse toeristen? Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Dat is natuurlijk niet zo. Het is heel raar dat het een tijdje zo is geweest dat alleen de buitenlandse auto's een klem moesten krijgen in onze stad. Leonie Gerritsen (PvdD). Wat suggereert u dan precies? De heer Meinesz zegt dat hij dit vervelend vindt, maar hoe had het dan gemoeten? Gewoon helemaal nergens meer beboeten en nergens wielklemmen erom omdat het zo zou kunnen zijn dat sommige toeristen de borden niet lezen? Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag).

Mevrouw Gerritsen, wij vinden best wel dat er een sanctie tegenover mag staan, maar het is gewoon buitensporig. En het is gewoon belachelijk dat je je auto dan ook nog eens helemaal in Nootdorp moet ophalen. In 2021 hadden we 800 wielklemmen gezet. Dat is in 2022 opgelopen met 3.000 klemmen erbij: 3.800 wielklemmen. Dat zijn dus 3.000 toeristen die hier voorlopig niet meer komen. Die komen nooit meer; die zie je nooit meer. En die vertellen in hun omgeving ook nog eens dat je maar niet meer naar Scheveningen moet gaan om eens even gezellig je geld uit te gaan geven. Leonie Gerritsen (PvdD). Het grappige is dat we volgens mij ooit hebben gezegd minder toeristen te willen die alle regels overtreden. Dan is dit volgens mij een perfecte regeling.

49

Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Het is wel duidelijk dat u een heel andere visie heeft op Scheveningen; dat krijgen we vandaag ook nog te zien. Wij willen graag dat de ondernemers die in Scheveningen zitten, gewoon hun geld kunnen verdienen. Nog een vraag voor onze groene vrienden over de aanbesteding: hoe kan een bedrijf met elektrische sleepwagens de gunning verliezen van iemand die rijdt zonder elektrische sleepwagens? We hebben straks wat milieuzones. Hoe gaat de wethouder dit oplossen? De voorzitter. De wethouder is al onderweg voor de beantwoording. Er is geen motie ingediend. Er zijn wel wat vragen gesteld. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Dit is misschien een novum. Tenminste, zolang ik hier rondloop, heb ik nooit raadsbehandelingen gehad zonder motie, maar dat is ook wel verfrissend. Er zijn mij een aantal vragen gesteld. Daar geef ik graag antwoord op. Er is inderdaad een Europese aanbesteding geweest waarbij op basis van prijs en kwaliteit een nieuwe aanbieder naar boven is gekomen die de wegsleepregeling voor de gemeente Den Haag gaat uitvoeren. Daarmee verandert inderdaad ook de locatie waar de mensen de auto kunnen ophalen. Dat was eerst de Westvlietweg. Dat was al randje Den Haag als je vanuit Scheveningen komt. Nu is het Nootdorp geworden. Dat is allemaal binnen de kaders en normen die daarvoor gelden. Daar is dus helemaal niks verkeerd gegaan.

Er is gekeken naar kwaliteit. In de commissie hebben we dit debat ook al gehad. Ik moet even het antwoord schuldig blijven op de vraag in hoeverre er aanbieders geweest zijn die dit met elektrische auto's konden doen, maar in de totale afweging van prijs en kwaliteit is de aanbieder die het geworden is, eruit gekomen. Dat doen we gewoon volgens het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen, dat ook door uw raad aangenomen is; dat was immers een raadsvoorstel. Het wielklembeleid hebben we de afgelopen zomer in het Actieplan Kust met elkaar besproken. We hanteren op dit moment juist een wat milder regime op Scheveningen. Mensen krijgen eerst een waarschuwing; pas de tweede keer dat een toezichthouder langsrijdt, passen we de wielklem toe. Dat zou je ook moeten gaan zien in het aantal wielklemmen dat we, als ik het zo mag zeggen, uitdelen. Dat gebeurt juist in de balans tussen een gastvrije stad willen zijn en mensen die hun auto willens en wetens op een verkeerde plek parkeren, van een passende maatregel kunnen voorzien. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Refereert u aan de coulanceregeling van een halfuur? Wethouder Kapteijns (GroenLinks).

Ik weet niet of het echt een halfuur is, maar we hebben met elkaar afgesproken - en zo gaat het ook in de praktijk - dat niet meer bij de eerste constatering een wielklem wordt geplaatst, maar dat de handhavers de mensen dan de kans geven om de auto te verplaatsen. Pas bij de tweede constatering wordt de wielklem geplaatst. Het zou best kunnen dat daar minimaal een halfuur tussen moet zitten. Als je daar de hele dag staat, dan is het een risico dat je zelf bent aangegaan, want in de straten staat heel duidelijk gecommuniceerd waar de wielklemregeling van toepassing is. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Volgens mij kwam die coulanceregeling er omdat men op een gegeven moment heeft besloten om niet alleen de buitenlandse kentekens een klem te geven, maar ook Nederlandse toeristen. Op een gegeven moment zijn de bewoners van Scheveningen in opstand gekomen en toen is die coulanceregeling er gekomen. Klopt dat? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, de bewoners van Scheveningen zijn in het algemeen heel erg voorstander van zo snel mogelijk wielklemmen op auto's plaatsen en de auto's wegslepen. We 50

zoeken de balans met de gastvrije uitstraling die we met elkaar ook belangrijk vinden. Ten opzichte van de voorgaande jaren gaan we dus coulanter om met het plaatsen van wielklemmen in Den Haag. De voorzitter. Meneer Meinesz, voor de laatste maal. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Dat coulanter worden heb ik nog niet gezien in de cijfers, want we gaan van 3.843 naar 4.167 in 2023. Maar dat daargelaten; wat vindt u nu zelf van de sanctie van tegen de € 1.000 die erop staat als je vergeet te betalen op een gewone parkeerplek en dat je zo'n verschrikkelijk eind moet rijden of moeite moet doen om die auto terug te krijgen? Vindt u dat in verhouding staan tot de overtreding die gepleegd wordt door deze mensen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, het college vindt dat dit in verhouding staat. Deze nieuwe aanbesteding doet daar eigenlijk helemaal niets bij of af. Ik denk eerlijk gezegd dat Nootdorp met het openbaar vervoer nog beter bereikbaar is dan de Westvlietweg. Het klopt dat het een stevige sanctie is, maar dat is wat het college betreft ook passend als je in het overdrukke Scheveningen willens en wetens je auto op een plek zet waar die niet thuishoort. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We gaan nu schorsen tot 13.20 uur. De vergadering wordt van 12.50 uur tot 13.20 uur geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen.

Aan de orde is: H. Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848). De beraadslaging wordt geopend. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Als raad en als stad hebben we jaren gewacht op de nieuwe participatieverordening. Die was nodig toe aan een update. De ChristenUnie/SGP is blij met deze nieuwe verordening, die een stap voorwaarts is in wat Den Haag van ons mag verwachten en in wat wij van Den Haag mogen verwachten. Maar mijn fractie heeft toch een aantal amendementen. Het uitgangspunt is 'participatie, tenzij' en dat is een goede zaak, maar artikel 2.3.2 van de verordening somt een hele lijst op waarbij de verordening in haar geheel als niet van toepassing wordt beschouwd. Wat de ChristenUnie/SGP betreft moet je altijd uitleggen op welke aspecten de verordening ook bij hogere wetgeving juist wél van kracht blijft.

Omdat uit het debat én de stukken onvoldoende duidelijk wordt wat precies onder 'hogere wetgeving en andere uitzonderingsgronden' moet worden verstaan, heb ik een amendement met de collega's Van Doorn van D66, Hofstra van de VVD, Arp van de SP, Smit van de Partij voor de Dieren en Ahraui van de PvdA, met als dictum: besluit om dictum II als volgt te wijzigen: de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen, met dien verstande dat artikel 2.3.2 als volgt wordt gewijzigd: 'Het bestuursorgaan kan deugdelijk gemotiveerd besluiten van deze verordening af te wijken wanneer er sprake is van:'. Daarna blijft de opsomming van a tot en met e staan, waarna wordt toegevoegd: 'Het bestuursorgaan dient die motivering aan de 51

raad en belanghebbenden te communiceren en daarbij ook aan te geven of en, zo ja, op welke deelaspecten van het besluit, bijvoorbeeld randvoorwaarden of het proces, de participatieverordening wel van toepassing wordt geacht.' Naast het rijtje van andere wet- of regelgeving spreekt artikel 2.3.3 over het om andere redenen gemotiveerd afwijken van de verordening. Niet participeren kan daarmee ook verworden tot een politieke afweging. Dat is wat ons betreft onwenselijk. Bij afwijking om andere redenen dan in het voornoemde artikel 2 willen we daarom een extra waarborg in de verordening inbouwen. Daartoe dien ik samen met de collega's Van Doorn van D66, Hofstra van de VVD, Arp van de SP, Smit van de Partij voor de Dieren en Ahraui van de Partij van de Arbeid het amendement Communiceren als je afwijkt in, met als dictum: besluit om dictum II als volgt te wijzigen: de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen met dien verstande dat artikel 2.3.3 als volgt is gewijzigd: 'Het bestuursorgaan kan gemotiveerd besluiten van deze verordening af te wijken.

Het bestuursorgaan dient die motivering vóór besluitvorming aan de raad en belanghebbenden te communiceren en daarbij aan te geven waarom er wordt afgeweken, van welke onderdelen en of en, zo ja, op welke deelaspecten van het besluit, bijvoorbeeld randvoorwaarden of het proces, de verordening van toepassing blijft.' De ChristenUnie/SGP is blij dat het right to challenge oftewel het uitdaagrecht een plek heeft in deze verordening. We geloven dat het versterken van lokaal initiatief en de kracht van gemeenschappen belangrijk is. Een mooi ander burgerrecht is het biedingsrecht, waarbij bewoners zelf een pand of locatie zouden kunnen huren of, als een pand of locatie in de verkoop komt, een bod erop kunnen doen. Dat zouden we graag verder willen versterken. Daarom samen met collega Van Doorn van D66 een motie waarvan het dictum luidt: verzoekt het college met een uitwerking van het biedingsrecht voor Den Haag te komen en de raad hierover te informeren in het vierde kwartaal van 2025. Mijn bijdrage begon met de opmerking dat deze verordening een stap voorwaarts is. Daarbij blijft er echter nog een pijnpunt over, namelijk de leidraad controversiële voorzieningen. In de aanloop naar deze nieuwe verordening is altijd beloofd dat de leidraad hier een plek in zou krijgen. De huidige leidraad is de afdoening van een motie en is daarmee niet alleen slecht vindbaar maar ook onwenselijk.

Hij is onbekend en beschrijft geen heldere procedure, terwijl wat mijn fractie betreft juist rond controversiële voorzieningen een zorgvuldig vooraf vastgesteld proces belangrijk is, want tijdens het spel veranderen we de regels niet. Groot was dan ook mijn verbazing toen de wethouder eerst een brief stuurde waarin stond dat de leidraad onverminderd van kracht zou blijven en vervolgens tijdens het debat in de tweede termijn met nieuwe informatie kwam, namelijk dat de leidraad binnenkort een update ontvangt. Binnen deze participatieverordening kun je gemotiveerd afwijken. Daar is ruimte voor. De ChristenUnie/SGP wil ook niet per se participatie over alles en altijd, maar het nu in stand houden van die verouderde leidraad als manier om af te wijken van deze nieuwe verordening is wat ons betreft het verkeerde uitgangspunt. Die leidraad moet terug naar de tekentafel. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college de leidraad controversiële voorzieningen in de huidige vorm niet meer te gebruiken en de leidraad te actualiseren volgens het principe 'participatie, tenzij' en zoals verwoord in het initiatiefvoorstel Haagse Kracht en dit in een raadsvoorstel aan de raad voor te leggen uiterlijk in het tweede kwartaal van 2025. Samir Ahraui (PvdA). Dank aan collega Klokkenburg voor deze motie.

Mijn vraag betreft met name het eerste punt van het dictum, 'in de huidige vorm niet meer te gebruiken'. Ik ga ervan uit dat we ons gewoon blijven houden aan wat we hebben totdat er iets nieuws is. Ik kan me voorstellen dat een update nodig is. We wachten ook op de afdoening van het initiatiefvoorstel van de VVD, maar in de tussentijd blijft de leidraad toch gewoon staan? Of zegt mevrouw Klokkenburg dat we die vandaag intrekken en dat die niet van toepassing is? 52

Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik denk dat dit al laat zien dat die leidraad heel veel ruis veroorzaakt omdat die heel onduidelijk is en omdat onduidelijk is wanneer we die gebruiken. Ik denk dat de participatieverordening best wel helder is over wanneer je mag afwijken en waarom je dat zou mogen doen. Eigenlijk zou die leidraad daar niet per se voor nodig zijn, maar met in het achterhoofd het initiatiefvoorstel Haagse Kracht van de VVD en het feit dat er gewerkt wordt aan een soort update lijkt het me verstandig daarop te wachten en de leidraad tot die tijd niet meer te gebruiken. Samir Ahraui (PvdA). Ik deel op zich de mening van mevrouw Klokkenburg dat we iets anders moeten vinden voor die leidraad, maar als we al vragen om een actualisatie en een uitwerking, lijkt het me ook bestuurlijk gezien heel zuiver om de leidraad in stand te laten blijven totdat we er straks - hier wordt Q2 voorgesteld - andere uitgangspunten voor hebben. Je moet je vieze schoenen toch niet in de prullenbak mieteren voordat je nieuwe hebt? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Er zijn hier al hele discussies over wat je met vieze schoenen moet doen, maar als oude schoenen ongeveer al niet meer vindbaar zijn, moet je misschien toch overwegen om heel snel nieuwe te kopen.

Wat mijn fractie betreft zeggen we dus: nu niet meer doen; het is onduidelijk en niet transparant; volg nu dus die participatieverordening totdat er een actualisatie is, die je dan weer gaat gebruiken. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Van Doorn, mevrouw Hofstra en mevrouw Arp, wordt het volgende amendement (H.A CU/SGP) voorgesteld:

Amendement H.A CU/SGP Communiceer als je afwijkt De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848), Besluit om dictum II als volgt te wijzigen; ▪ de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen met dien verstande dat artikel 2.3.3 als volgt is gewijzigd: Artikel 2.3.3 Het bestuursorgaan kan gemotiveerd besluiten van deze verordening af te wijken. Het bestuursorgaan dient die motivering vóór besluitvorming aan de raad en belanghebbenden te communiceren en daarbij aan te geven waarom er wordt afgeweken, van welke onderdelen en of en zo ja op welke deelaspecten van het besluit, bijvoorbeeld randvoorwaarden of het proces, de verordening van toepassing blijft. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Van Doorn, wordt het volgende amendement (H.B CU/SGP) voorgesteld:

Amendement H.B CU/SGP Zet participatie niet zomaar buiten spel De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848), 53

Besluit om dictum II als volgt te wijzigen; ▪ de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen met dien verstande dat artikel 2.3.2 als volgt wordt gewijzigd: Artikel 2.3.2 Het bestuursorgaan kan deugdelijk gemotiveerd besluiten van deze verordening af te wijken wanneer er sprake is van: a. andere wet- of regelgeving die in participatie voorziet of participatie uitsluit; b. ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; c. hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen; e. voorgenomen benoemings- en aanstellingsbesluiten. Het bestuursorgaan dient die motivering aan de raad en belanghebbenden te communiceren en daarbij ook aan te geven of en zo ja op welke deelaspecten van het besluit, bijvoorbeeld randvoorwaarden of het proces, de participatieverordening wel van toepassing wordt geacht. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Van Doorn, wordt de volgende motie (H.1 CU/SGP) ingediend:

Motie H.1 CU/SGP Biedingsrecht De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848), constaterende, dat: ▪ ▪

het uitdaagrecht verankerd is in de participatieverordening; naast het uitdaagrecht ook andere “verregaande vormen van maatschappelijk initiatief”1 bestaan, waarbij burgers taken van de overheid kunnen overnemen, zoals het biedingsrecht;

overwegende, dat: ▪ ▪ ▪

het biedingsrecht bewoners de mogelijkheid geeft om op een gemeentelijk pand te bieden bij verkoop of gemeentelijk vastgoed te huren; inwoners hierdoor meer maatschappelijke functie aan hun buurt of wijk toe kunnen voegen; in andere G4-steden dit biedingsrecht wel is opgenomen in de participatieverordening;

verzoekt het college: ▪

met een uitwerking van het biedingsrecht voor Den Haag te komen en de raad hierover te informeren in Q4 2025,

1 RIS319848+Voorstel+van+het+college+inzake+participatieverordening+en+handboek+participatie

(raadsinformatie.nl) p. 3

54

en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (H.7 CU/SGP) ingediend:

Motie H.7 CU/SGP Terug naar de tekentafel met leidraad controversiële voorzieningen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848), constaterende, dat: ▪ ▪ ▪

het college in 2005 als afdoening van een motie (RIS131977) de leidraad voor controversiële voorzieningen heeft opgesteld; deze leidraad tot veel ongenoegen heeft geleid, en het college daarom per motie (RIS309119) werd opgeroepen de leidraad te actualiseren en te betrekken bij de leidraad participatie; het college per brief (RIS320081) heeft aangegeven dat “de leidraad voor controversiële voorzieningen een beleidsregel is en als zodanig van kracht blijft.”2

overwegende, dat: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

de leidraad controversiële voorzieningen geen duidelijk kader biedt voor participatie en daarmee onduidelijkheid geeft; de leidraad opgenomen zou worden in de participatieverordening die nu in de raad voorligt maar daar niet in is opgenomen; de participatieverordening ruimte biedt om af te wijken of de verordening als niet van toepassing te beschouwen; het initiatiefvoorstel Haagse Kracht – inspraak ook bij opvang (RIS317236) is aangenomen en daarmee bij asielopvang een vaste procedure krijgt; de leidraad meer behelst dan alleen asielopvang; de wethouder in het debat aangaf dat de leidraad weliswaar overbodig is maar niet kan worden ingetrokken, omdat het een afdoening is van een motie;

verzoekt het college: ▪ ▪

de leidraad controversiële voorzieningen in de huidige vorm niet meer te gebruiken; de leidraad te actualiseren volgens de principes ‘participatie, tenzij’ en zoals verwoord in het Initiatiefvoorstel Haagse Kracht en dit in een raadsvoorstel aan de raad voor te leggen uiterlijk Q2 2025,

en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter. Waarom zou je maar met 45 raadsleden de stad maken als je het ook met alle inwoners van de stad kan doen? Met deze langverwachte herziene participatieverordening zetten we een belangrijke stap in de richting van deze oproep van de heer 2 RIS320081+Verhouding+leidraad+controversiele+voorzieningen+en+participatieverordening

55

Grinwis en mevrouw Van der Werf, voorgangers van mevrouw Klokkenburg en mijzelf in de vorige raadsperiode. De verordening en de bijbehorende producten, zoals het handboek participatie, zijn een verbetering van het beleid en wij kunnen niet wachten totdat dit ook leidt tot het gevoel bij bewoners dat zij beter betrokken worden bij het maken van de stad. Dus aan de slag ermee! Wel hebben we wat zorgen. Die hebben we ook geuit in de behandeling in de eerste en tweede termijn. Die zorgen betreffen bijvoorbeeld wie in de stukken als 'belanghebbenden' worden aangeduid. Dat lijkt verschillend gedefinieerd te worden in de verordening en in het handboek.

Met het amendement Wees niet bang voor een breder belang pogen wij deze discrepantie op te heffen met het besluit om dictum II als volgt te wijzigen: vast te stellen de Inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024, met dien verstande dat de dikgedrukte tekst uit de begripsomschrijving voor het begrip 'belanghebbende' in artikel 1.1 wordt geschrapt: 'Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit of voorgenomen besluit is betrokken, als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.' Door het schrappen van de verwijzing naar de Algemene wet bestuursrecht wordt de term 'belanghebbende' opgevat in de geest van de verordening en het participatiehandboek: het belang staat daar centraal; dat bepaalt wie er meepraat. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Zou mevrouw Van Doorn in jip- en janneketaal kunnen uitleggen wat dat laatste amendement nou precies oplost? Marieke van Doorn (D66). Het lost sowieso op dat we in de verordening en in het participatiehandboek twee verschillende definities van 'belanghebbende' hanteren. Ik denk dat dat een hoop onduidelijkheid veroorzaakt voor initiatiefnemers en voor mensen die hier in het stadhuis werken en die moeten kijken hoe die participatie wordt georganiseerd. In inhoudelijke zin lost het op dat we de term 'belanghebbende' niet te nauw, te strikt en te rigide hanteren.

Het gaat dus echt om het belang en niet per se om de Algemene wet bestuursrecht en alle jurisprudentie die daarachter hangt over wanneer je wordt aangemerkt als belanghebbende met een direct belang. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Dan nog even ter verduidelijking: betekent dit bijvoorbeeld dat een grote groep mensen uit - laat ik eens iets zeggen - Wateringse Veld in Mariahoeve kan meeparticiperen over wat daar gaat gebeuren? Marieke van Doorn (D66). Als zij een direct belang zouden hebben, zou dat zo kunnen zijn, maar dan moet wel helder worden gemaakt wat dat directe belang is. Als zij een direct belang hebben bij een bepaalde organisatie die daar gevestigd wordt voor zaken die mensen uit Wateringse Veld hartstikke leuk vinden om te doen, kan ik me voorstellen dat er dan inderdaad een direct belang is. De voorzitter. De laatste keer, meneer Martinez van Andel. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Is mevrouw Van Doorn dan ook van mening dat de participatieverordening zoals die er nu ligt, dat belang ook toetst? Marieke van Doorn (D66). Ik kauw even op die vraag. Volgens mij is in de participatieverordening en ook in het participatiehandboek heel helder dat het echt gaat om het belang dat bepaalt wie als direct betrokkene mee moet praten. Ik vind het zo dus heel helder.

Ik vind dit helderder dan dat we het in het ene document met de Algemene wet bestuursrecht en in het andere document zonder de Algemene wet bestuursrecht definiëren. Vandaar het amendement om dit te schrappen.

56

Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik vraag mij af of wij dat kunnen, want eigenlijk zegt D66 dat het de Awb niet van toepassing vindt. Mogen wij dat zeggen of blijft de Awb sowieso van toepassing en maken we het juist onduidelijker als we die eruit halen? Marieke van Doorn (D66). Volgens mij maken we het duidelijker, want zo staat het ook in het participatiehandboek: de direct betrokkenen bij het belang worden aangemerkt als belanghebbenden. Andere, minder direct betrokken Hagenezen of Hagenaars worden aangemerkt als belangstellenden. Daarnaast willen we een aanpassing voorstellen van het participatiehandboek. Met het amendement Stok achter de deur voorkomt gezeur willen we voor de duidelijkheid voor initiatiefnemers iets toevoegen op basis van de mogelijkheden die de Omgevingswet ons al biedt wanneer er geen of te weinig participatie heeft plaatsgevonden. Indien nodig kan de gemeente dan immers zelf informatie inwinnen. Dat kan tijd kosten. Die vertraging wil je als initiatiefnemer niet.

Vandaar dat we willen dat dit vooraf helder is en dat we voorstellen om dictum I als volgt te wijzigen: vast te stellen het handboek participatie, met dien verstande dat aan de rechterkolom van de onderste rij van de tabel op pagina 22 na 'Wel mag de gemeente om een toelichting of nadere informatie vragen en de inhoudelijke opbrengst van de participatie meewegen' wordt toegevoegd: 'De gemeente kan indien nodig zelf extra informatie inwinnen tijdens de verplichte procedurestappen van de Awb of daarbuiten. In specifieke gevallen kan om die reden worden besloten tot verlenging van de beslistermijn van acht naar veertien weken op basis van de Omgevingswet (artikel 16.64). Tegen het besluit tot die termijnverlenging staat bezwaar en beroep open.' Ik sluit me graag aan bij de opmerking van de ChristenUnie/SGP over de verbazing over de informatie die ons in de tweede termijn was toegezegd over de leidraad controversiële voorzieningen, want met deze participatieverordening is die leidraad overbodig. Dat heeft de wethouder daar heel vaak herhaald en dat klonk ons als muziek in de oren. Wij zullen met grote interesse de motie van de ChristenUnie/SGP bestuderen en wachten dit debat nog even af, maar we neigen naar steun voor die motie. De voorzitter. Door mevrouw Van Doorn, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt het volgende amendement (H.C D66) voorgesteld:

Amendement H.C D66 Stok achter de deur voorkomt gezeur De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848). Besluit om dictum I als volgt te wijzigen: ▪ Vast te stellen het handboek participatie met dien verstande dat aan de rechterkolom van de onderste rij van de tabel op pagina 22 wordt toegevoegd: Wel mag de gemeente om een toelichting of nadere informatie vragen en de inhoudelijke opbrengst van de participatie meewegen. De gemeente kan indien nodig zelf extra informatie inwinnen, tijdens de verplichte procedurestappen van de Awb of daarbuiten. In specifieke gevallen kan om die reden worden besloten tot verlenging van de beslistermijn van 8 naar 14 werken op basis van de Omgevingswet (art. 16.64). Tegen het besluit tot termijnverlenging staat bezwaar en beroep open.

57

De voorzitter. Door mevrouw Van Doorn, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende amendement (H.D D66) voorgesteld:

Amendement H.D D66 Wees niet bang voor een breder belang De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake participatieverordening en handboek participatie (RIS319848). Besluit om dictum II als volgt te wijzigen: ▪ Vast te stellen de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2024 met dien verstande dat de dikgedrukte tekst uit de begripsomschrijving voor het begrip ‘belanghebbende’ in artikel 1.1 wordt geschrapt: Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit of voorgenomen besluit is betrokken, als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. Voor de VVD is Den Haag een stad waarin je meedoet. Samen maken we immers de stad. Participatie is hierbij essentieel, want als er iets verandert in je wijk en als je daar iets van vindt, wil je gehoord worden, je zorgen kwijt kunnen en serieus genomen worden. Er liggen nu een handboek participatie en het raadsvoorstel inzake de participatieverordening dat beschrijft hoe participatie in de praktijk zou moeten werken. We hebben in de commissie een aantal keren met elkaar over dit onderwerp gesproken. Er was veel discussie en er waren veel vragen en toch ook nog onduidelijkheden.

Gelukkig gaf de wethouder aan open te staan voor voorstellen die de participatieverordening beter maken. We hebben daarom twee amendementen gemaakt om de verordening duidelijker te maken op het punt van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden en de rol van de raad. Uiteindelijk willen we als raad wel weten of bewoners goed zijn betrokken, of er doelen zijn gesteld en of de verwachtingen goed zijn gemanaged. Kortom, is het participatietraject geslaagd? Het amendement Open houding stelt voor om te besluiten de participatieverordening Den Haag 2024 vast te stellen, met dien verstande dat artikel 2.4.2 wordt aangevuld met: 'e. een open houding van het bestuursorgaan, waarbij alle uitgangspunten en randvoorwaarden in principe bespreekbaar zijn, met inachtneming van de met redenen omkleedde keuzevoorkeuren van het bestuursorgaan'. Samir Ahraui (PvdA). We hebben in meerdere debatten over participatie altijd met elkaar gezegd dat het heel belangrijk is om als overheid te zeggen: we gaan participeren, maar deze onderdelen staan zo erg vast dat u daar wel uw zienswijze op kunt geven maar dat we daar om goede redenen simpelweg niet zoveel mee kunnen doen. Zoals ik het amendement lees, zegt de VVD eigenlijk: nee, ook al staan bepaalde uitgangspunten of randvoorwaarden vast, we vinden dat daarover alsnog participatie zou moeten plaatsvinden. Klopt dat? Minke Hofstra (VVD).

Ons amendement zegt dat we van de overheid een open houding verwachten, dat je in openheid het gesprek aangaat en dat niet alle besluiten al vaststaan, maar dat je in gesprek kunt gaan. Misschien komen er immers vanuit de burgers, vanuit betrokkenheid en vanuit een zorg ideeën die voorstellen beter zouden kunnen maken. 58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15241332/1