CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321383 Notulen van de raad van 14 november 2024

Gemeenteraad 13 februari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 13, 14, 28 en 29 november 202462.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Wij vinden als college dus dat we beschikkingsarm moeten blijven werken. Wij vinden dat niet alleen als college, ook de raad vindt dat. In de gunningsleidraad heeft de raad dat vastgelegd. Ook in de verordening staat uiteindelijk dat het op die manier gaat. Die verordening is nog geen jaar oud en nu zouden we die alweer op dit vrij wezenlijke onderwerp aan gaan passen. Ik ben daar niet voor. Ik vind dus ook dat we niet die kant op moeten gaan. Het recht dat gezinnen hebben om beschikkingen aan te vragen, is geborgd. Ze

47

worden erop gewezen. Iedereen kan aan de voorkant een beschikking aanvragen. Maar standaard? Dat gaat ontzettend veel tijd kosten en is niet nodig. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik wil toch even vragen of de wethouder echt zeker weet dat hij de juiste motie van GroenLinks voor zich heeft, want wij hebben die een tikkie zorgvuldiger geformuleerd dan die nu afgedaan wordt. Wij zeggen niet dat er standaard een beschikking moet worden gegeven. Wij vragen om informatie aan de raad te geven om dat gesprek er verder over te voeren. Wij vragen niet de verordening nu aan te passen. Wij constateren dat er vanuit de VNG best practices zijn over hoe dat gebeurt. Dat zouden wij graag, met een analyse van het college, naar de raad willen krijgen. Wij zouden een toelichting willen op het juridisch verschil tussen een aanmelding en een aanvraag - daar is het ook over gegaan - en een juridische toelichting op de uitspraak van de rechter over de jeugdhulp in Hollands Kroon. Dat is wat wij vragen. We vragen niet om nu meteen, stante pede, de verordening aan te passen et cetera. Dit is duidelijk bedoeld om het gesprek daarover, tussen raad en college, geïnformeerd te kunnen voeren. Wethouder Bredemeijer (CDA). Zeker, maar voor dit soort situaties hebben we natuurlijk ook de commissiebehandelingen. Daar hebben we het heel uitgebreid hierover gehad.

Toen ben ik ook heel uitgebreid ingegaan op Hollands Kroon en op de andere vragen die hier nu verwoord staan in het dictum en de overwegingen. Dan hebben we de commissievergadering een beetje voor niks gedaan. Dat zou zonde zijn. Daar hebben we het allemaal gedeeld met elkaar. Kijk, zo'n motie dien je alleen maar in als je dichterbij het uiteindelijke doel wil komen dat je hebt, namelijk niet meer beschikkingsarm werken. Het doel is, in de verordening opgenomen, dat we beschikkingsarm blijven werken. Vandaar dat ik deze motie wel zie als een stap richting daarvan afstappen. Daar ben ik dus niet voor. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dat kan, dat u die richting ziet, maar dat is niet wat deze motie doet en zo heeft de wethouder haar wel afgedaan. Dat vind ik dan toch wel teleurstellend. Het is echt bedoeld om het debat op feiten te kunnen voeren. Ik hoor u ook niet ontkennen dat het in andere gebieden wel gebeurt. We hebben u horen zeggen dat uw inschatting is dat het, als ik me niet vergis, 8 fte kost. We proberen daar nu, als raad, ons beter over te laten informeren. Daar volstond het commissiedebat met alle tijdsdruk die daarop zat, niet voor. Dus vandaar deze uitnodiging om het ook nog op papier te doen. Zo is het bedoeld. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat doet geen recht, vind ik, aan de veelvuldige momenten die we daarvóór ook gehad hebben en dit met elkaar gedeeld hebben.

Het is niet bij één commissiedebat gebleven. Dit is sinds wij de nieuwe werkwijze hebben - de verordening is overigens al daarvoor natuurlijk vastgesteld - ineens een terugkerend onderwerp. Daarvan vind ik gewoon: we zijn begonnen, laten we de mensen hulp geven. Ze hoeven geen formulieren in te vullen. In al die tijd is het slechts in enkele keren gebeurd dat mensen bezwaar willen aantekenen. Want laten we wel wezen, dat doe je: je maakt een beschikking om uiteindelijk in bezwaar te kunnen gaan, een bezwaar tegen vrijwillige ambulante jeugdhulp. Dit is geen verplicht kader of iets dergelijks. Dit is een vrijwillig kader. Een heel enkele keer gebeurt het dat er in bezwaar wordt gegaan en altijd worden mensen gewezen op hun mogelijkheid een beschikking aan te vragen. Fatima Faïd (HSP). Ik vind dat de wethouder hier echt wel een beetje een circus van maakt. Het gaat er niet om dat we mensen hulp zouden weigeren als we ze een beschikking geven. Het gaat gewoon om een recht. Daar hebben we het over. Dat staat los van of iemand hulp krijgt. De wethouder zegt: ik wil het niet. Dat is wat ik hoor: ik wil het niet. Maar dan moet je niet gaan doen alsof het te maken heeft met: we willen liever hulp geven aan mensen dan papieren. Dat is gewoon niet de werkelijkheid. Het is een juridisch recht van ouders en kinderen om in beroep te gaan, ook als ze ambulante hulp

48

hebben. Want heel vaak is er geen andere mogelijkheid. Het is niet zo dat ouders denken: nou, weet je wat, dan neem ik gewoon het verplichte kader. Ik vind het onacceptabel hoe de discussie hierover gaat. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik heb niet de vergelijking gemaakt tussen wel of geen zorgverlening. Ik heb alleen gezegd dat iedereen die zorg verleend krijgt, aan de voorkant wordt gewezen op zijn of haar rechten, en dus ook het aanvragen van een beschikking, maar dat dat bijna nooit gebeurt. Een heel enkele keer is er aan het eind van zo'n traject een bezwaar ingediend. Het recht is geborgd door er aan het begin op te wijzen. Het is niet dat ik dit niet wil. Het is in de verordening, die door de raad is vastgesteld, opgenomen. Fatima Faïd (HSP). Bedankt aan de wethouder voor de beantwoording, sowieso natuurlijk, altijd. Maar ik wil u erop wijzen dat u het net wel heeft gezegd: ik wil het niet juridiseren. Maar dat is een valse tegenstelling. Het is gewoon een recht. Het is een recht van ouders en kinderen dat ze automatisch die beschikking krijgen. Die moeten ze gewoon krijgen. De ombudsman en de rechter zijn daar heel duidelijk over. De wethouder mag wel zeggen 'ík wil het niet', maar ga nou niet die hele wereld van de hulpverleners erbij halen, want die mensen gaan er niet eens over. Ik ben er echt een beetje pissig over dat u dat zo doet. De voorzitter.

'Dat de wethouder', via de voorzitter. Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat vind ik oprecht vervelend om te horen, want zo zouden we niet met elkaar moeten praten hierover. Ik wil niemand pissig maken. Ik wil het alleen wel opnemen voor de jongeren die hulp willen en de professionals die die hulp willen geven. Daarom heb ik het woord 'juridiseren' gebruikt. Dit is het vrijwillig kader. Iemand zit ergens mee en iemand heeft daar hulp voor. Dat is fijn. Dan wordt er een traject aangegaan. Ik vind dat we dat niet moeten juridiseren aan de voorkant. Dat is iets anders dan een verplicht kader waarin je zegt: hier heb ik recht op, dit wil ik van tevoren uitgeschreven zien en dan heb ik een juridische basis om in bezwaar te gaan. Dit is vrijwillig. Zo heb ik het bedoeld aan te geven. De voorzitter. Mevrouw Faïd, voor de derde maal. Kort graag, hoor, want u heeft al twee keer vrij lang mogen interrumperen. Fatima Faïd (HSP). Dank aan de wethouder voor de nuance. Dat is heel fijn. Maar het gaat er natuurlijk niet over dat het in een vrijwillig kader ineens een juridisch ding moet worden. Het gaat gewoon om een fundamenteel recht. Daar hebben we het over. Het gaat om een fundamenteel recht. De wethouder koppelt het steeds aan: ja, want het is zo leuk om in een ambulant kader hulpverlening te hebben. Dat is mijn punt. Daar hebben we het niet over.

We hebben het niet over de hulpverlening. We hebben het over een fundamenteel recht. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik noem dit ook - ik heb dit vaker gezegd - op basis van een van de zinnen die ik in het dictum van de motie van GroenLinks lees. Hier staat: 'te bezien of en hoe een beschikking door de gemeente zelf kan worden geschreven in plaats van door de samenwerkingsverbanden'. Dat zegt voor mij eigenlijk alles. Oftewel, het is niet een formulier waarin de hulp wordt verwoord, maar het is een juridisch document dat iedereen kan schrijven, anders hebben we vast nog wel iemand op het stadhuis die gewoon even de computer aan kan zetten en even kan beginnen te typen. Zo werkt het natuurlijk niet. Het is een zorgprofessional. Die vult in hoe die de zorg wil doen. Dat kun je niet aan een ambtenaar zomaar vragen. Dat is een professional. Lesley Arp (SP). Allereerst, mijn fractie heeft in ieder geval niet de intentie om nu even het debat over wel of niet beschikkingsarm te herhalen. Het standpunt van de wethouder is duidelijk. Het standpunt van de raad is ook, denk ik, duidelijk. Ik neem er aanstoot aan dat de wethouder een 49

samenvatting geeft van het debat over de verordening waar ik me niet in kan vinden. Er waren toen namelijk heel veel fracties die twijfelden over de praktijk van beschikkingsarm werken. Zij hebben het college het voordeel van de twijfel gegeven in afwachting van een VNG-handreiking die nooit is gekomen. Herkent de wethouder zich in het beeld dat mijn fractie hier nu schetst? Wethouder Bredemeijer (CDA). Daar heeft mevrouw Arp inderdaad gelijk in. Dat klopt. Dat is de afdronk die ik ook heb van het debat. Toen hebben we daar uitgebreid over gesproken. Toen waren we ook in afwachting van die VNG-verordening. Dus daar moet ik haar zeer gelijk in geven. Ik wil ook nog steeds dat er landelijk hier een ei over wordt gelegd. Ik hoop ook dat dat gebeurt. Wij volgen daarin dus ook de VNG. In heel Nederland is dit de werkwijze, uitgezonderd een aantal gemeenten die het toch maar wel is gaan doen. Maar by far de meeste gemeenten werken inderdaad volgens die VNG-handreiking. Die is onderwerp van discussie. Als die aangepast wordt, dan zal ik daar met de commissie weer verder over spreken. Dat heb ik toen gezegd en dat wil ik nu ook herhalen. Daar heeft mevrouw Arp zeker gelijk in. Lesley Arp (SP). In het licht van die twijfel bij een hoop fracties, die duidelijk niet is weggenomen, zie ik de motie van de heer De Vuyst, waar ik onder sta, als een informatieverzoek.

Als je als raad twijfelt, heb je recht op informatie. Ik denk dat het onverstandig is als het college daaraan in de weg gaat staan. Want wellicht komt er wel informatie uit die punten van de wethouder onderschrijft. Dat kan je niet weten. Maar waarom zou je de raad die informatie willen ontzeggen? Wat zou dat bijdragen aan het debat? Wethouder Bredemeijer (CDA). Als ik de motie als een informatieverzoek moet beschouwen, dan moet die denk ik op een andere manier ingediend worden. Dat is even praktisch, maar dat kan. We hebben natuurlijk de verordening destijds wel op verzoek van de raad en na die discussie, aangepast hierop. Het is dus niet totaal niet veranderd. Maar vanzelfsprekend, als de raad dit omzet in een informatieverzoek, dan doe ik dat uiteraard. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik wilde eigenlijk ook hetzelfde beeld schetsen van het debat dat gevoerd is ten tijde van de verordening. Maar toch nog even kort over deze motie. Een informatieverzoek doe je natuurlijk aan het college over informatie die aanwezig is. Dit is informatie die nog niet per se aanwezig is. Ik denk dat het een heel koninklijke weg is om het via een motie te doen. Ik zou dus de wethouder aan willen moedigen om hiermee aan de slag te gaan. Wethouder Bredemeijer (CDA).

Ik denk dat dit een gesprek is dat we goed hebben gevoerd en ook nu nog eventjes dunnetjes over doen, en vast niet voor de laatste keer. Vanzelfsprekend zal ik, als de raad dit aanneemt, dit als een informatieverzoek zien; geen enkel probleem. Leonie Gerritsen (PvdD). Sorry, die laatste zin, 'dan zal ik het als een informatieverzoek zien', slaat de motie een beetje plat. Volgens mij moet de motie gewoon worden afgedaan als een motie, als die wordt aangenomen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Zeer eens. Ik zat ook even te zoeken hoe een informatieverzoek zich verhoudt tot een motie. Als de motie wordt aangenomen, doe ik die uiteraard gewoon af en krijgt de raad alle informatie waarom wordt verzocht. Dat is sowieso goed voor het debat. We komen hier nog over te spreken. Motie GL.9 heet 'Worden dak- en thuisloze jongeren geholpen?'. Ik heb in het laatste debat toegezegd om dit te zullen doen. Het is tegelijkertijd goed is om te beseffen voor de raad - de bron van dit vraagstuk is Movisie - dat het allemaal zit op jongeren die boven de 18 jaar zijn, die dus niet meer onder Jeugdwet vallen. Dat is wel wezenlijk, want daar zit natuurlijk iedere keer het vraagstuk: 18plus, niet meer de Jeugdwet en dus geen jeugdhulp meer. Dat is hier wel lastig. Maar ik heb dit 50

toegezegd. Die toezegging zal ik gestand doen, uiteraard. Maar om die reden moet ik de motie als overbodig bestempelen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). De wethouder zegt dat wat hier staat om te onderzoeken, door hem is toegezegd. Ik kom er later even op terug hoe ik dan met die motie omga. Ik moet even ruggenspraak hebben. De voorzitter. Dat is helemaal goed, meneer De Vuyst, geen probleem. Wethouder Bredemeijer (CDA). Motie SP.3 zou ik aan het oordeel van de raad willen laten. Dan hou ik de motie van GroenLinks nog even bij me, voor straks misschien. Ik ga naar sport. Over sport zijn een drietal vragen gesteld. De vragen gingen over kunstgras. Kunstgras is natuurlijk superbelangrijk voor de sport in Den Haag. Door kunstgras kunnen wij de bespeling veel groter maken en dus veel meer mensen laten sporten. Wij hebben sinds kort een manier gevonden om kunstgras op een goede manier in de financiering te krijgen. Dat was vroeger niet zo, maar tegenwoordig kunnen we dat wel. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Sorry, nog even over het vorige punt. We hebben de toezegging erbij gezocht. Daar staat 'dakloze jongeren'. Als de toezegging is dat de drie punten uit de motie daarbij mee worden genomen, dan kunnen we de motie aanhouden. Dan zijn we er wel. Dan heb ik het over motie GL.9. De voorzitter. Ik zag de wethouder instemmend knikken.

Aangezien motie GL.9 is aangehouden, maakt ze geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Dan is deze afgehandeld. De wethouder kan verder met zijn beantwoording op sport. Wethouder Bredemeijer (CDA). Vroeger was er dus geen budget voor. Tegenwoordig hebben we in het IHP Sport structureel dekking om het te kunnen financieren. Daarbij hebben we criteria geformuleerd om het zo eerlijk mogelijk te verdelen. Want, natuurlijk, sinds we steeds meer kunstgras aanleggen in Den Haag is er bij heel verenigingen de wens gekomen - bij heel veel verenigingen is daar ook op ingespeeld en die hebben ook kunstgras gekregen - om ook kunstgras te krijgen. Dan is de vraag hoe we het binnen de middelen die we hebben, zo eerlijk mogelijk kunnen doen. Daar hebben we criteria voor. Die criteria zijn ook bekend bij de raad. Althans, die heeft het college met de raad gedeeld. Het stuk heeft RIS-nummer 310461. In dat RIS-stuk staat precies beschreven wat die criteria zijn. De eerste is de bespelingsnorm: hoe intensief wordt het veld gebruikt? De tweede is de vitaliteit van de vereniging: is de club gezond? Drie is medegebruik, want dat stimuleren we: buurtbewoners, kinderopvang en dergelijke. Vier is de ledenontwikkeling: zien we stijging of daling? Dus op basis van die vier criteria wordt objectief bepaald welke vereniging aan de beurt is. Ik kom heel binnenkort met weer een brief.

Ik zal opnieuw die criteria met de raad delen. Dat had ik ook in de commissie toegezegd. Ik zal ook aangeven, op basis van die criteria, welke clubs nu in aanmerking komen. Dat wordt nu door de ambtelijke organisatie, op basis van die criteria, voorgesteld. Het college zal daar kennis van nemen en een besluit over nemen. Willen we met de clubs in gesprek gaan? Vanzelfsprekend, wij gaan met alle clubs in gesprek. We hebben ruim 300 sportclubs. We hebben hierover een vraag gekregen van verenigingen die al kunstgras hebben, maar waarvan het veld verouderd. Daar hebben we natuurlijk gesprekken over om te kijken of daar bijvoorbeeld de IAS-subsidie voor kan worden gebruikt. Dat geldt ook voor verenigingen die zeggen: we hebben er één, maar eigenlijk zouden we nog een tweede willen. Dat geldt ook voor verenigingen die zeggen: we hebben een plan met de buurt, en daar spreken wij mee. Dus de signalen zijn ons bekend. De verenigingen worden veel gesproken. We hebben er veel contact mee. Dat zullen we ook blijven doen. Dus dat kan ik positief beantwoorden. 51

De motie over fitnessparken van de PVV vraagt ons om fitnessparken aan te leggen, of althans te onderzoeken of dat misschien een idee is, fitnessparken in de buitenlucht. Ik ontraad de motie, want het goede nieuws is dat we die al hebben, 37 stuks in de stad. Dus die hebben we al. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Omdat de collega er niet is, kom ik dan toch een beetje voor hem op. Want het is natuurlijk wel een prachtig idee. We zoeken volgens mij allemaal - het sluit, denk ik, ook aan bij het sportbeleid van de wethouder - wel naar kansen om dit meer te doen. Kan de wethouder de motie niet zo lezen dat die daartoe aanspoort? Wethouder Bredemeijer (CDA). Misschien had ik het aantal van 37 nog niet moeten noemen. Ik ben benieuwd of mevrouw Van Basten Batenburg, als ik haar had gevraagd hoeveel we er nu hebben, op dat aantal was uitgekomen. Dan moet mevrouw Van Basten Batenburg heel eerlijk zijn, want ik denk dat de meeste raadsleden een lager aantal in het hoofd hadden. 37 is best heel veel. In alle ontwikkelingen die we in de buitenruimte doen, ook met speeltuinen, kijken we altijd of we ook iets voor senioren kunnen doen met een gratis fitnessplek en zo. Dus dat doen we echt. De voorzitter. We gaan het horen wat mevrouw Van Basten Batenburg dacht. Ik schat 40. Lotte van Basten Batenburg (VVD).

Ik denk zomaar dat ik had gezegd: 40 en het moeten er 50 worden! Nee, zonder gekheid, mijn fractie kan ook wel een paar plekken aanwijzen waarvan wij denken dat er nog kansen liggen. Sterker nog, we hebben er ook één of twee genoemd in recente initiatiefvoorstellen die wij hebben ingediend. Ik steun dus van harte de intentie die volgens mij ook uit deze motie spreekt om meer kansen te pakken waar het maar kan, omdat je mensen dan in beweging kan krijgen. Dat is goed voor preventie, voor gezondheid, noem maar op. Ik hoor de wethouder. Wij gaan wel nog even kijken, want wij lezen deze motie echt als een steun in de rug om deze kant op door te gaan. Dus ik vermoed zomaar dat die van ons toch op een positief advies kan rekenen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat vind ik voor de heer Kaptheijns heel erg leuk. O, hij is ziek? Dat is vervelend. Dan kan hij dit goede nieuws zeker gebruiken. Beterschap! Maar ik moet wel strikt blijven bij iedere partij. De heer De Mos had daar net een punt over: het is overbodig als we het al doen. Het zijn er al heel veel. We hebben ze. Als we mogelijkheden zien, zal ik het zeker niet nalaten. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik was benieuwd of de wethouder wist hoeveel calisthenicsparken er in Rotterdam en Amsterdam zijn. De voorzitter. We zijn hier in een quizprogramma terechtgekomen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Goed.

Zullen we maar naar dienstverlening en bedrijfsvoering gaan? De voorzitter. Laten we dat gewoon doen, of gaat meneer De Vuyst het verklappen? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Twintig, dus we doen het heel goed als Den Haag. Wij stemmen tegen de motie. De voorzitter. Kijk, het wordt steeds gezelliger. Wethouder Bredemeijer (CDA). Goh, wat ben ik hier opgelucht over, poeh! Dat was fitness. Over dienstverlening zijn geen vragen gesteld, maar wel over personeelsbeleid. De voorzitter. Voordat we daarnaartoe gaan, heeft de heer De Mos nog een interruptie. 52

Richard de Mos (Hart voor Den Haag). We hebben natuurlijk gisteravond al de wethouder Financiën gehoord, die alle amendementen van tafel heeft geveegd. Hoe ziet de wethouder Sport dat? We hebben een amendement liggen samen met de ChristenUnie om € 4 mln. vrij te spelen voor die kunstgrasvelden. Ik wil vandaag een beetje voorkomen dat we her en der gaan jij-bakken. Dat hebben we gisteren gedaan in het debat. Is er nog ergens een haakje om samen wel te zoeken in de tweede termijn naar hoe we met die kunstgrasvelden wat kunnen gaan doen? Want ik kan ook tellen. Ik denk zomaar dat de coalitie dit wel een keer dichthoudt. Maar daar zijn de sportclubs niet mee geholpen. Wat zouden we kunnen doen, vraag ik de wethouder, om alsnog wat voor die sportclubs te gaan betekenen? Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik ben zeer van de lijn 'niet jij-bakken'. Daarom vond ik het gisteren ook best een beetje onplezierig om aan te horen wat erover gezegd werd, ook door de heer De Mos. Volgens mij moeten we daar niet naartoe gaan met elkaar. De heer De Mos weet best dat ik het vuur uit mijn schoenen loop om alle 300 sportverenigingen op een gelijkwaardige manier en zo veel mogelijk aandacht te geven, met alle medewerkers die we in de gemeente hebben. Het is dus een beetje flauw om aan te geven 'je was er één keer, en met de minister van Buitenlandse Zaken, omdat er een aardbeving was' et cetera.

De heer De Mos weet best dat dat niet de manier is om mij weg te zetten. Ik doe mijn uiterste best voor alle 300 verenigingen. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel zo dat door een amendement inderdaad dat budget is gekort. We hebben als college dus minder budget tot ons beschikking om kunstgrasvelden aan te leggen. Van dat amendement moeten we wel ook gewoon de verantwoordelijkheid kunnen inzien. De oplossing die ik nu zou willen aandragen aan de heer De Mos, is dat ik een voorstel doe - daar zal ik binnenkort de commissie Samenleving over informeren om in het komende jaar twee velden te doen. Normaal gesproken zou dat er één per jaar zijn. Daardoor halen we dus alvast een jaar naar voren. Dan kunnen we in de tussentijd met elkaar gaan zoeken naar een oplossing voor het gat dat geslagen is door het amendement dat destijds is aangenomen. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). We begonnen goed en dan kwam er toch weer, zij het heel netjes, een jij-bak en een herhaling van gisteren. Daar was ik nou net niet naar op zoek. Er is nog een kansje wellicht. Er is namelijk de afgelopen twaalf jaar 1,6% te veel begroot. Dat betekent dat we miljoenen overhouden. Zou de wethouder openstaan om zo'n amendement wellicht te steunen, als ik dat in tweede termijn indien? Wethouder Bredemeijer (CDA).

Dat neigt natuurlijk naar een amendement in de geest zoals we gister ook een aantal moties hebben gezien, die vooruitlopen op de voorjaarsnota. Ik vind het financieel ordentelijk om dat te doen op het moment dat de voorjaarsnota voorligt en niet nu. Maar voor een gesprek over hoe we dit op een goede manier kunnen doen, want ja, het budget is gehalveerd, sta ik zeer open. Maar dat gesprek is denk ik het best op zijn plek na afloop van dit debat en in de richting van de voorjaarsnota. De voorzitter. Meneer De Mos, voor de derde maal. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). We kunnen er natuurlijk altijd nog een motie van maken die oproept om in de voorjaarsnota geld als eerste vrij te spelen voor kunstgrasvelden. Dan hoop ik dat er steun komt van het college. Dus laat u verrassen in de tweede termijn. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat was eigenlijk een beetje wat ik bedoelde in de appreciatie van de moties die gister ook op die manier gingen. Ik denk dat dit een gesprek is dat we binnenkort echt even samen moeten continueren. Want we willen hetzelfde. We willen zo veel mogelijk verenigingen die daar behoefte aan hebben, kunstgras geven, want de bespeling gaat er gewoon echt van omhoog. Maar weet wel, we kijken naar de bespelingsgraad. De bespelingsgraad ligt bij sommige verenigingen echt 53

nog best wel heel laag, terwijl die bij andere verenigingen heel hoog ligt. Daar is ook nog heel veel in mogelijk. We denken dus met verenigingen mee, van: joh, je bespelingsgraad is laag, maar je hebt wel de behoefte, op deze en deze en deze manier kun je nog meer kindjes toelaten op een zaterdagochtend. Tot zover sport en ik ga daar met de heer De Mos over in gesprek. Ik was dus bij personeelsbeleid. Het gaat over externe inhuur. Dat is een wens die het college ook heeft, net zoals mevrouw Van Basten Batenburg die heeft verwoord. De Roemernorm is best heel laag, 10%, vergeleken met waar wij nu als gemeentelijke organisatie op zitten. Dat is zo'n beetje 17% en we wensen op 15% te zitten. Het is echt wel een erg grote stap om nu van die wens van 15% te zeggen: we gaan in vijf, zes jaar tijd naar de Roemernorm van 10%. De richting is zeer de wens van het college. We weten alleen ook dat, in het kader van de continuïteit van dienstverlening - ik noem bijvoorbeeld de baliemedewerkers - of grote projecten bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, wij afhankelijk zijn van een arbeidsmarkt die het dit op dit moment heel erg lastig maakt. Dus de wens delen we zeer, maar de Roemernorm halen, 10% in 2023, gaat wel erg lastig worden. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Daar zijn we het wel grondig over oneens dan. Het is 2024. We hebben het nu over een doelstelling voor 2030.

Als je eind 2030 zegt, dan heb je zes jaar tijd voor ongeveer een procent per jaar, als doelstelling, niet als resultaatverplichting. Dat zou ik de wethouder niet vragen, want als er een crisis of een ramp uitbreekt, dan moeten we natuurlijk zorgen dat we de mensen ook hebben en dan kan het zijn dat je naar inhuur moet grijpen. Maar zou het college zich niet eraan kunnen committeren om stapje voor stapje, met een procentje per jaar, die doelstelling te gaan afbouwen vanaf de volgende begroting? Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat kan ik natuurlijk makkelijk zeggen. Dan zeg ik 'zeker!' en dan komen we er waarschijnlijk helemaal niet, maar dan heb ik het in ieder geval wel gezegd en dan ligt het niet aan mij. We hebben gezegd: ziek, piek en specifiek. We hebben een actieplan gemaakt. Dat actieplan ligt bij de raad. Vanuit het actieplan weet de raad welke inzet wij plegen. Want wij komen echt van ver. Ik heb dit nu een halfjaartje onder mijn hoede. Ik heb dezelfde ambitie als mevrouw Van Basten Batenburg. Maar het is veel grilliger dan dat we hier kunnen zeggen dat we het makkelijk omlaag gaan brengen. In het actieplan hebben we echt laten zien wat we allemaal doen. Met de beweging zijn we het echt eens.

Mevrouw Van Basten Batenburg zegt dat ze mij er niet op zal afrekenen, maar ik vind dat als ik hier een doelstelling in de raad neerleg waaraan ik mij committeer, ik er ook echt ten volle van overtuigd moet zijn dat ik me daaraan kan gaan houden. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Deze is gevaarlijk, want de doelstelling voor dit jaar was 15%. Dus dan moet ik de wethouder nu gaan afrekenen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat is precies de reden dat ik dit zeg. Stel dat ik nu zeg '10%, ach, dat kan ook wel, want we willen toch hetzelfde', en volgend jaar moet zeggen 'nu is het 16%, het is wel omlaag gegaan, dus ik had gelijk, want we gaan richting 10%'. We willen echt een personeelsbestand dat zich committeert aan de gemeente Den Haag, dat voor de stad wil werken. Tegelijkertijd willen we ook de dienstverlening of grote projecten mogelijk maken. Mevrouw Van Basten Batenburg weet ook dat we op het moment dat de paspoortpiek in aantocht is, die mensen gewoon nodig hebben. Dat blijft zo. Ik schat in dat we de komende tijd niet heel veel onder die 15% gaan komen, willen we dit wel kunnen blijven doen met elkaar. De voorzitter. Mevrouw Van Basten Batenburg, voor de derde maal. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dat vind ik wel wat teleurstellend, want het Rijk committeert zich ook aan die doelstelling.

Er wordt hard aan gewerkt en het wordt niet ieder jaar gehaald, maar je bent er wel mee bezig en je hebt een duidelijke stip op de horizon. Nu heeft de wethouder inderdaad een actieplan met de raad gedeeld. Daar stonden weinig meetbare, afrekenbare acties in. De zorg van 54

de VVD - en ik hoor die bij meer fracties in de raad - is: hoe hard zijn die acties nou, hoe hard wordt eraan gewerkt? Het is heel moeilijk. Dat begrijp ik. Ik denk dat we daar als raad ook echt wel met realisme naar willen kijken en er ruimte voor willen bieden, maar ik vraag niet om volgend jaar op die Roemernorm te zitten. We vragen om het af te bouwen. Ik vind echt dat we daar wel iets meer ambitie moeten stellen dan de wethouder nu wil doen. Wethouder Bredemeijer (CDA). De rijksoverheid heeft sinds 2010 die norm, maar die overschrijden ze al bijna veertien jaar. Er zijn wat uitzonderingen, heb ik laatst gehoord, maar de meeste ministeries overschrijden dat by far. In 2023 werd meer dan 15% van de totale loonkosten uitgegeven aan extern personeel. In 2022 lag dat op 14,2%. Het is dus omhooggegaan bij het Rijk. Dus wat mevrouw Van Basten Batenburg stelt, klopt niet helemaal, in de zin van dat het ook bij het Rijk gewoon stijgt. Ik heb me voorgenomen echt niet te gaan jij-bakken en dus ook niet een flauwe opmerking te maken over een arbeidsmarkt waar de VVD natuurlijk uiteindelijk ook verantwoordelijk voor is, die we met elkaar gecreëerd hebben en waarin het aantal zzp'ers fors is gestegen de afgelopen jaren. Het aantal zzp'ers is gestegen van 800.000 naar 1,2 miljoen; meer dan 50% erbij in een aantal jaar. Die arbeidsmarkt is gecreëerd.

Dus het aantal zzp'ers is met 50% toegenomen in een paar jaar en dan moeten we hier gaan zeggen: we gaan wel eventjes die externe inhuur terugdringen. Dat is best een heel lastig vraagstuk. Ik denk dat we dat echt wel moeten constateren met elkaar. Voorzitter. Motie PVV.3 heet 'Positieve discriminatie is ook discriminatie'. Ik kan de PVV geruststellen. Het gaat over werving. Dat zegt de motie op zich terecht. Maar dat betekent dus ook dat dit niet om selectie gaat. Selectie is echt iets anders dan werving. Wij werven voor een personeelsbestand dat een afspiegeling is van de stad, op álle manieren. Het heeft dus niet met een enkele eigenschap van mensen te maken, maar op álle manieren. We willen dat mensen werk doen en ook laten zien dat ze daar ervaring in hebben bijvoorbeeld. Maar bij de selectie is het uiteindelijk heel simpel: de beste kandidaat krijgt de baan. Die motie wil ik dus ontraden. Tot zover. De voorzitter. Hartelijk dank. Ik geef het woord aan wethouder Icar. We streven ernaar om rond een uur of zes te gaan schorsen voor de dinerpauze. Het zou natuurlijk wel prettig zijn als we het hele college aan het woord hebben gehad, maar ik ben bang dat dat voor de dinerpauze niet gaat lukken. Aan optimisme geen gebrek, maar we moeten ook een beetje realisme behouden. Maar we gaan eerst naar wethouder Icar luisteren. Wethouder Icar (DENK). Voorzitter.

Ik begin met motie HvDH.4 over een duidelijk meetbare SLA voor iedere Haagse BIZ. Ik snap waarom de motie wordt ingediend. Het is alleen niet wenselijk om elke BIZ top-down iets op te leggen op basis van het verzoek van één BIZ. De mogelijkheid bestaat op dit moment voor alle BIZ'en om aanvullende afspraken te maken. Dit kan per BIZ geïnitieerd worden, ook op het gebied van onderhoud. Het is mij bekend dat BIZ ZKD daar behoefte aan heeft, zoals dat gemeld is door de inspreker. Er zijn ambtelijke gesprekken hierover gevoerd. Ik wil toezeggen dat we het gesprek aangaan met die BIZ. De motie vraagt om alle 25 BIZ'en top-down een bepaalde manier van aanvullende afspraken maken op te leggen, terwijl dat kan variëren per BIZ. Ik moet de motie dus ontraden. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Het is gewoon de wet. Er is een amendement aangenomen van het lid Ziengs in de Tweede Kamer op 1 juli 2014, ondersteund door D66, Partij van de Arbeid, GroenLinks, CDA, ChristenUnie, SGP, SP en de Partij voor de Dieren. Dat schrijft gewoon voor, in de wet, dat hetgeen gister is ingediend, moet. Dus wanneer gaan we nou die bedrijveninvesteringszones in Den Haag eindelijk, wat gewoon wettelijk verplicht is, steunen? Het amendement uit de Kamer is hier. Ik kan het de wethouder ook nog geven zo meteen. Daar is dus vanaf 2014 - we leven tien jaar verder, 2024 - niets mee gedaan.

U heeft de ondernemers gisteren gehoord. Ze zitten met de handen in het haar, omdat er allerlei malafide bedrijven zitten. Die moeten daar weg. Schoon, heel en veilig moet de norm worden. 55

Wethouder Icar (DENK). We hebben gisteren één BIZ gehoord. Ondertussen heb ik een stuk of zeventien BIZ'en gesproken. Ik kan wel even wat meegeven. De Wet op de bedrijveninvesteringszones verplicht de gemeente en BIZ-vereniging of -stichting schriftelijke afspraken te maken over het minimale niveau van dienstverlening van de gemeente voor de periode waarvoor de BIZ-bijdrage wordt ingesteld of verlengd. Die voorkomen dat er bestaande taken op de BIZ worden afgewenteld. Deze afspraken zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst en terug te lezen in artikelen 6.1, 6.2 en 6.3. Daarin is ook aangegeven dat het elke BIZ vrij staat om aanvullende afspraken te maken. Deze aanvullende afspraken kunnen opgenomen worden in bijvoorbeeld een SLA, een service level agreement, maar het kan ook in een andere vorm. Ik blijf bij het ontraden van deze motie. Maar ik zou wel willen toezeggen dat ik in gesprek ga met BIZ ZKD om te kijken waar de dienstverlening eventueel aangescherpt kan worden. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). De wet schrijft voor dat het gewoon gaat om een minimale inspanning. Een minimale inspanning van de gemeente Den Haag om schoon, heel en veilig op een bedrijventerrein op orde te brengen. Waarom dan een motie die daartoe oproept, die oproept om de wet te handhaven, als wethouder afwijzen? Wethouder Icar (DENK).

Even feitelijk blijven: in de artikelen 6.1, 6.2 en 6.3 van de uitvoeringsovereenkomst is dit gedekt. De motie vraagt dat er op zeer korte termijn een herstelactie komt waarmee alle Haagse BIZ'en worden voorzien van een duidelijke, SMART geformuleerde SLA. Dat is niet hetzelfde als wat net gezegd is. In de uitvoeringsovereenkomst is de afspraak gemaakt dat aan de minimale vereisten voldaan wordt. Tevens staat het elke BIZ vrij om aanvullende afspraken te maken. Dát is opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De voorzitter. Meneer De Mos, voor de derde maal. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Ik zit nu, as we speak, met de BIZ ZKD te appen. Dan maken we er in deze motie van: alleen voorlopig voor het ZKD, die SLA. Als de motie dan kan worden omarmd, is in ieder geval de BIZ ZKD geholpen. Dat wil ik u tegemoetkomen. Dan maken we alleen nu een SLA voor de BIZ ZKD. Wethouder Icar (DENK). Nee, ik vind dit een beetje een vreemde manier van werken. Ik geef aan wat er in de uitvoeringsovereenkomst staat. Er zijn drie artikelen die erop wijzen dat dit op deze manier gebeurt. Ik zou niet weten waarom ik nu voor één BIZ specifiek iets moet doen waarvan ik feitelijk zie dat het onnodig is. De voorzitter. U vervolgt uw beantwoording. Wethouder Icar (DENK). Voorzitter. Ik ga over naar HvDH.6, Behoud traditionele koffiehuizen Den Haag.

Hierin wordt geschetst dat kleine ondernemers last hebben van regels. Het college wil onnodige barrières wegnemen voor alle ondernemers, dus niet alleen voor koffiehuizen. Daarvoor zetten we ook stappen met het plan Ondernemersdienstverlening. Ik vraag me af of een specifiek actieplan voor een bepaalde groep ondernemers gaat helpen. Het maken van zo'n plan ontraad ik dus. Ik wil wel in gesprek treden met deze ondernemers. Ik roep ze allemaal op om gebruik te maken van het Ondernemersportaal om te zorgen dat ze de dienstverlening krijgen die ze verdienen. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). We kunnen merken dat ook deze wethouder lid is van het college: we doen het al en we gaan in gesprek. De stad denkt er heel anders over. Ik roep even in herinnering dat de koffiehuizen Haags cultureel erfgoed zijn. Daar mag toch wel iets harder voor gelopen worden dan: we gaan een keertje in gesprek, we komen erop terug en wat maak je je druk? 56

Wethouder Icar (DENK). Voor zover ik weet is het geen cultureel erfgoed. Maar we lopen even hard voor de koffiehuizen als voor de andere ondernemers. Iedereen krijgt dus een gelijke behandeling van deze wethouder. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Maar gelukkig staat niet iedere ondernemer in deze stad op omvallen. Dat doen de koffiehuizen wel. Dus als we dat cultureel erfgoed willen koesteren in Den Haag - dat zijn Haagse koffiehuizen, die horen bij Den Haag zoals Manneke Pis bij Brussel hoort - dan gaan we gewoon ons best doen, zou ik willen verzoeken aan dit college, in plaats van: we gaan eens een keertje praten en we gaan eens een keertje kijken. Want daar lossen we de problemen niet mee op. Wethouder Icar (DENK). Ik erken de waarde van deze koffiehuizen zeker. Nogmaals roep ik exploitanten die het moeilijk hebben om zich te melden bij het Ondernemersportaal. Dan kan ik kijken hoe we deze ondernemers specifiek kunnen helpen. De voorzitter. Gaat u verder. Wethouder Icar (DENK). Ik ga naar de motie van de Haagse VVD: Meer mensen aan het werk. We hebben dit onderwerp in de commissie uitgebreid besproken. Ik wil de VVD verzoeken om deze motie aan te houden, omdat het ministerie van SZW bekend heeft gemaakt om landelijk onderzoek te gaan doen naar de besteding in het kader van gemeentelijk re-integratiebeleid.

Een van de onderzoeksvragen hiervan is: wat gebeurt er nu in de gemeentelijke uitvoeringspraktijk; een samenvattend, feitelijk en actueel beeld van de omvang, besteding en het bereik van de gemeentelijke begeleidings- en participatiemiddelen. Ik wil daarom voorstellen om deze motie aan te houden, want met dat landelijke onderzoek krijgt u een breder beeld en hoeven we geen dure onderzoekskosten te maken. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Wordt er in dat landelijke onderzoek dan ook specifiek gekeken naar Den Haag? Wethouder Icar (DENK). Hoe ik het nu lees, is dat er gemeentelijk wordt gekeken. Op de vraag of ook specifiek naar Den Haag wordt gekeken, moet ik terugkomen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dat is natuurlijk wel echt vrij essentieel. Want als er niet naar Den Haag gekeken wordt, dan krijg ik cijfers over andere gemeenten en daar zit ik niet in de raad. Wethouder Icar (DENK). Ik kom daar zo op terug. Ik ga verder met de motie Actie op de Haagse Markt. Dit gesprek hebben we eerder gehad. Ik kan me vinden in de lijn die de VVD hierin heeft. Ik moet de motie alleen ontraden, tenzij er een zinsnede uitgaat. Dat is namelijk de vraag om geen marktvisie te maken. Dit proces is al in gang gezet. Dat wil ik ook doorzetten. Ik ben het wel eens met de overige punten die u noemt. Als u dat stukje eruit wil halen, dan kan ik de motie aan de raad laten.

Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik zal een aangepaste motie rondsturen. De voorzitter. Dank u wel. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. Wethouder Icar (DENK). Dan gaan we naar VVD.16, Grensgebieden niet meer tussen wal en schip. Gemeenten in de regio werken intensief samen, in allerlei regioverbanden. In de situatie waarin de gemeente Den Haag initiatieven onderneemt, brengen we alle belanghebbenden in kaart - dat kunnen ook inwoners van buurgemeenten zijn - op basis van de nieuwe verordening. We zetten als gemeente 57

ook in op de goede relaties met onze buren door onder andere ontmoetingen tussen de colleges, zodat we elkaar makkelijker kunnen vinden, ook op lastige thema's. We zullen het nooit helemaal met elkaar eens zijn. Iedereen heeft zo zijn eigen belangen en inzichten. Maar de wens is altijd om er gezamenlijk uit te komen, in het beste belang van al onze inwoners. Ik weet niet of het vastleggen hiervan zal helpen. Juist de goede contacten onderling kunnen bijdragen. Ik ga dit thema aankaarten als ik met mijn ambtsgenoten in de regio spreek en vraag de wethouders om dat ook te doen in hun contacten met de buurgemeenten en andere relevante bestuurlijke tafels. Daarmee wil ik de motie ook aan de raad laten. Ik ben bij PvdD.2, Geef burgerwetenschap een plek. We kijken hier best wel enthousiast tegenaan, maar ik wil de Partij voor de Dieren vragen de motie aan te houden, omdat we bezig zijn met experimenten rondom smart citizenship in het Sensing Lab in Den Haag. We zijn dat nog aan het verkennen. We hebben alleen iets meer informatie hierover nodig om te kijken hoe we dit tot uitvoering kunnen brengen. Het verzoek is dus om de motie aan te houden. Leonie Gerritsen (PvdD). Ik moest even rennen. Ik wist niet dat de motie bij deze wethouder lag. Wat is precies smart citizenship? Onder wat voor een project valt dat dan? Wethouder Icar (DENK).

Een heel goede vraag! Ik kan nu geen antwoord geven op de exacte details van smart citizenship. Leonie Gerritsen (PvdD). Dan is het wel lastig om de motie aan te houden, want waar wachten we dan precies op? Daar zou ik dan wel ietsje meer over willen weten. Ik wil de motie met liefde aanhouden als ik weet dat er binnenkort iets aan zit te komen, maar nu klinkt het een beetje vaag. Wethouder Icar (DENK). Het enige wat ik daarover kan zeggen, is dat we op dit moment met die experimenten in het Sensing Lab bezig zijn. Ik wil op de resultaten daarvan wachten en op basis daarvan kijken of we dit kunnen doorvoeren of niet. Leonie Gerritsen (PvdD). Als de wethouder toezegt om dit mee te nemen en dan ook echt rekening te houden met het feit dat mensen ook weten waar ze naartoe moeten, dus de vindbaarheid, vind ik het prima om de motie aan te houden. De voorzitter. De wethouder stemt in. Aangezien motie PvdD.2 is aangehouden, maakt ze geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Icar (DENK). Ik kom bij motie PvdA.1, Geen (terrassen)beleid zonder (loop)visie. Hier hebben we uitgebreid over gesproken tijdens de commissie. Deze motie kan ik aan de raad laten. In CDA.3, Uitbreiding van Bedrijveninvesteringszones naar Eigenaren, vraagt het CDA om een werkwijze op te stellen voor het uitbreiden van bestaande BIZ'en.

Er is op dit moment al een werkwijze voor het uitbreiden van bestaande BIZ'en en het oprichten van eigenaren-BIZ'en. Dat heb ik in de commissie ook aangegeven. Een BIZ is van, voor en door gebruikers. Als eigenaren en gebruikers zich willen verenigen in een gezamenlijke BIZ, zullen wij dit als gemeente altijd faciliteren. Om die reden moet ik deze motie ontraden. Kavish Partiman (CDA). U wil het wel faciliteren, maar u ontraadt de motie. Als de gemeente Den Haag deel uitmaakt van zo'n winkelstraat, als eigenaar van vastgoed daarin, en er zo'n initiatief is in zo'n winkelstraat, zal de gemeente Den Haag daar dan wel altijd haar medewerking aan verlenen? Wethouder Icar (DENK). De huidige werkwijze is precies zoals u die schetst. Dat geldt voor alle winkelstraten. Zodra de behoefte er is vanuit een winkelstraat, vanuit ondernemers, zal de gemeente 58

dat te allen tijde faciliteren. We bemoedigen het ook. Er zijn bijvoorbeeld bepaalde gebieden, bepaalde winkelstraten waar de organisatiegraad heel laag is. Daar hebben we bedrijfscontactfunctionarissen rondlopen die dit aanmoedigen en aangeven dat het opzetten van een BIZ positief uitpakt voor een winkelstraat. Kavish Partiman (CDA). Dat er wordt ingezet op winkelstraten die nog geen actieve BIZ hebben, is toe te juichen. Dat moeten we ook doen, contactfunctionarissen en noem maar op. Maar het gaat om de winkelstraten die wel een actieve BIZ hebben en die juist denken dat ze door ook de eigenaren erbij te betrekken, de straat aantrekkelijker te kunnen maken. De Fahrenheitstraat heeft dit gedaan op eigen kracht. Je ziet dat het echt een succes is daar. Er wordt door verschillende steden nu gekeken naar dit model. Amsterdam is het aan het doen. Ik geloof dat Arnhem bezig is ermee. Het brengt juist de eigenaren van het vastgoed en die ondernemers, dus eigenlijk twee typen ondernemers, bij elkaar om te werken aan onderhoud, aanbod en dat soort dingen. Er zijn initiatieven in deze stad waar dit wordt gevraagd. Mij is ter ore gekomen dat de gemeente Den Haag daar geen medewerking aan verleent. Dus u zegt het wel, maar is dat daadwerkelijk zo? Daarom dien ik deze motie dan ook in. Ik vind het jammer dat die door u wordt ontraden, terwijl u er positief tegen aankijkt.

Wethouder Icar (DENK). De reden waarom ik het zeg, omdat ik het ook persoonlijk zo heb gemerkt uit de gesprekken die ik heb gevoerd met de BIZ'en. Als u daar andere signalen over heeft, dan ontvang ik die ook graag. Alleen is het zo dat de omschrijving die u net geeft, de huidige werkwijze is. De voorzitter. Meneer Partiman, derde maal. Kavish Partiman (CDA). De wethouder zegt dat het de huidige werkwijze is. Er is maar één winkelstraat in Den Haag die deze werkwijze heeft en dat is op eigen kracht tot stand gekomen. Ik weet van zeker één winkelstraat die dit wil, de Denneweg. Zij lopen tegen de gemeente Den Haag aan om dit voor elkaar te krijgen. Want de gemeente Den Haag heeft daar ook vastgoed in het bezit en weigert om deel te nemen. Dat zijn tenminste de signalen die ik krijg uit die winkelstraat. Vandaar dat ik zeg: maak dit tot beleid en draag er ook echt zelf aan bij. Kan de wethouder daarop reageren? Wethouder Icar (DENK). Dit herken ik niet. In de drie gesprekken die ik met BIZ Denneweg heb gevoerd, is dit niet naar voren gekomen. Dus nogmaals nodig ik u uit. Ik sta ervoor open. Uiteraard ben ik het ermee eens dat als het niet op de juiste manier gebeurt, het wel zo moet zijn. Maar in de gesprekken die ik met deze BIZ heb gevoerd, is dit niet naar voren gekomen. Het was ook niet een van de problemen die ze hebben aangekaart om op te pakken. De voorzitter.

U vervolgt uw beantwoording. Wethouder Icar (DENK). Ik ga verder met CDA.4: Uitvoeren van een Maatschappelijke KostenBatenanalyse voorafgaand aan de MKB-toets bij Grote Beleidsingrepen. Hier hebben we het ook uitgebreid over gehad. Het eerste dictum vraagt om bij grote beleidsingrepen standaard een MKBA uit te voeren voorafgaand aan de MKB-toets. In principe is het nu al zo dat bij grote ruimtelijke ontwikkelingen die ondernemers raken, zowel een MKB-toets als een MKBA-analyse kunnen plaatsvinden. Het college ontraadt deze motie echter omdat de volgorde van uitvoering, eerst MKBA en dan pas MKB-toets, in essentie onuitvoerbaar is. Ik redeneer vanuit het perspectief van de ondernemers. Ze kunnen vragen om een MKB-toets. Dit geeft ze een instrument om in een heel vroeg stadium hun mening te geven. Tegelijkertijd wordt hier nu gevraagd om een MKBA voorafgaand te doen. Kavish Partiman (CDA). Ik wil voorkomen dat we de verschillende commissiedebatten over gaan doen en in een semantische discussie terechtkomen. Maar een maatschappelijke kosten-batenanalyse 59

geeft aan wat er gaat gebeuren met een onderneming als er een bepaalde beleidsmaatregel wordt ingevoerd. Het heeft niet alleen met ruimtelijke dingen te maken, want dan zou het een 'ruimtelijke kosten-batenanalyse' zijn. Het is een maatschappelijke kosten-batenanalyse. Op basis van die informatie kan je het gesprek voeren met die ondernemers. Dat is die MKB-toets. Dan komen we allemaal bij elkaar en dan gaan we met elkaar praten over het effect daarvan. Dan is het toch juist wenselijk dat we eerst die informatie van die maatschappelijke kosten-batenanalyse in onze handen hebben, zodat de ondernemer kennis kan nemen van wat de mogelijke effecten zijn van het beleid, zodat ze op basis van inhoud het gesprek kunnen voeren in de MKB-toets? Hoezo is die volgorde minder logisch dan wat de wethouder schetst? Wethouder Icar (DENK). Ik zal een beknopte versie van het commissiedebat geven. Zodra de MKBtoets in gang wordt gezet, op verzoek van de ondernemers of de gemeente, en je plaatst er een MKBA voor, dan creëer je een situatie waardoor dingen vertraagd kunnen worden. Tijdens het commissiedebat hadden we gezegd dat de informatievoorziening naar de ondernemers toe veel beter kan en moet. Ik ben in de commissiebrief teruggekomen op hoe we dat nu gaan doen.

Alleen, een MKBA voorafgaand aan elke MKB-toets betekent in feite een uitgebreide toets die voor vertraging kan zorgen bij ondernemers. Een MKBA kost ongeveer € 25.000. Dus dat is een drempel die je gelijk erop plakt. Maar ondernemers zijn dus de dupe, omdat dit proces vertraagd wordt voordat ze überhaupt hun mening kunnen geven bij een MKB-toets. Kavish Partiman (CDA). Ik hoor een procesberedenering waarbij wordt gesteld dat het a. geld gaat kosten en b. vertraging gaat kunnen oplopen, maar inhoudelijk is er geen bezwaar tegen. Het hoeft niet bij elke MKB-toets, het hoeft niet bij elke beleidswijziging, maar bij de grote. Is het niet wenselijk dat we ordentelijk bestuur hier voeren, dat je risico's probeert te verkleinen en dat je eerst met de juiste informatie komt? Je loopt het risico dat het misschien een beetje trager gaat, maar je zorgt er wel voor dat het beleid dat wordt uitgevoerd, uitvoerbaar is en dat iedereen het kan meemaken. Dat is toch wel meer waard dan een paar centjes of een paar dagen? Ik snap deze redenering niet, want de inhoudelijke redenering erachter hoor ik niet. Het gaat alleen om tijd en geld. Het moet juist komen tot goed beleid. Wethouder Icar (DENK).

De MKB-toets is ontworpen om in een vroeg stadium het gesprek met ondernemers aan te gaan over een beoogde beleidsontwikkeling, terwijl uitkomsten van een MKBAanalyse pas laat in het beleidsproces beschikbaar zijn. Het zou dus logischer zijn om dit om te draaien of niet te specificeren. Het is vooral van belang dat beide instrumenten ingezet kunnen worden bij grote ruimtelijke ontwikkelingen, zonder afbreuk te doen aan de meerwaarde van de MKB-toets voor ondernemers. Daarnaast kan het voorkomen dat de gemeente een MKB-toets wil uitvoeren op een onderwerp dat ondernemers raakt en groot is, maar niet per definitie ruimtelijk. En, let's agree to disagree, maar een MKBA wordt voornamelijk ingezet bij grote ruimtelijke projecten. Dat is dus in dit geval niet verstandig. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Ik heb ook weleens vernomen dat die MKB-toets juist ingezet kan worden bij ondernemers die door iets heel groots geraakt kunnen worden. Nou komt er natuurlijk iets heel groots op ondernemers af en dat is de zero-emissiezone. Die zero-emissiezone is straks geldig in het centrum en als we niet oppassen ook langs de hele kuststrook. Dan zal zo'n MKB-toets die een ondernemer doet, ook op die zero-emissiezone van toepassing moeten zijn. Is de wethouder het daarmee eens? Wethouder Icar (DENK).

Er heeft, als ik het goed heb, een MKBA plaatsgevonden voor de zeroemissiezone, om te gebruiken bij de MKB-toets. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Dus ondernemers die in de problemen komen - ik noem zomaar de ondernemers van de Scheveningse haven, die met zwaar trekverkeer zitten, die te weinig 60

laadvermogen hebben - kunnen vrijgesteld worden van de invoering van de zero-emissiezone door middel van een MKB-toets? Dat is wat u dus nu garandeert? Wethouder Icar (DENK). Nee, dat is niet wat ik heb gezegd. Ik heb gezegd dat er een MKBA heeft plaatsgevonden voor de MKB-toets van de zero-emissiezone. De voorzitter. Meneer De Mos, voor de derde maal. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Wat houdt dat dan concreet in voor die ondernemers? Wat is dan concreet de oplossing voor die ondernemers voor die zero-emissiezone die op ze afkomt? Wethouder Icar (DENK). Ik denk dat er nu een vermenging van debatten ontstaat. Het gaat hier om de motie van het CDA, die vraagt om standaard een MKBA uit te voeren alvorens een MKB-toets wordt uitgevoerd. Dus ik snap deze lijn van vragen niet, om eerlijk te zijn. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik ben wel verrast dat de wethouder zegt dat er een MKBA is voor de invoering van de zero-emissiezone bij Scheveningen-Haven. Die zou de raad heel graag ontvangen. Wethouder Icar (DENK). Die heeft plaatsgevonden. Er is door wethouder Barker toegezegd dat die dit jaar nog naar de raad gaat. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dank voor die duidelijkheid. Omdat de wethouder zei dat die er al is, dacht ik dat wij iets hadden gemist of dat die ergens op de plank lag. Daarom zocht ik verduidelijking. De voorzitter. Wethouder, gaat u verder.

Wethouder Icar (DENK). Ik ga naar motie DENK.2, BSN uitgeven voor Haagse nieuwkomers. Deze motie stipt een probleem aan dat onlangs ook veel aandacht kreeg in de pers. Een probleem dat mij persoonlijk raakt en, gezien mijn achtergrond, mij ook echt aan het hart gaat. Sommige nieuwkomers moeten soms langer dan een jaar wachten voordat ze aan het werk kunnen, vanwege de trage bureaucratie van de overheid. Dit is echt onwenselijk. Ik kom regelmatig nieuwkomers en statushouders tegen die staan te popelen om te werken. We vinden het als college heel belangrijk om de juiste inspanningen hiervoor te verrichten. Ik wil deze motie dan ook aan de raad laten. Dan heb ik motie DENK.5: Social Return realiteit, geen Return-Romantiek. Leuke naam, leuk bedacht. Dank voor deze motie. We zijn bereid dit te doen. In het meerjarenbeleidsplan Werk en Participatie hebben we ook enkele ambities opgenomen over social return. Deze motie kan ik dus ook aan de raad laten. Voorzitter, dan ben ik er doorheen. De voorzitter. Hartelijk dank. Ik ga heel eventjes overleggen wat wij nog gaan doen voor de dinerpauze. Ik zou willen voorstellen om nu even de beantwoording van het presidium te doen. Dan ga ik daar staan en dan gaat de burgemeester voorzitten. Ik ga even de appreciaties halen. Dan denk ik dat we dat voor de dinerpauze kunnen doen.

Daarna doen we de beantwoording van wethouder Kapteijns en de burgemeester. Voorzitter: de heer Van Zanen. De voorzitter. Ik geef het woord aan de voorzitter van het presidium, de heer Sluijs.

61

Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Wij hebben één motie die tot ons gekomen is. Die is van GroenLinks: Verkiezingen zijn kinderspel. Die is ook richting presidium gestuurd. GroenLinks vraagt met deze motie een plan van aanpak om de gemeenteraadsverkiezingen ook onder de aandacht te brengen bij kinderen. De gemeenteraad ontvangt wekelijks - dat hebben we ook aangegeven meerdere schoolklassen hier op het stadhuis om kennis te maken met de lokale politiek. Democracity is het meest gebruikte programma tijdens deze bezoeken. Dat wordt begeleid door ProDemos. Ook wordt tweejaarlijks het kindervragenuur georganiseerd. Daarnaast levert de griffie maatwerk voor groepen kinderen die langs willen komen voor een gastles, waarbij wij ook worden uitgenodigd om uitleg te geven over de lokale democratie. Dat is overigens altijd hartstikke leuk om te doen. We kunnen met ProDemos onderzoeken of we die schoolbezoeken een expliciete link kunnen laten maken met gemeenteraadsverkiezingen. Dus dan gaan we iets meer maatwerk doen richting de gemeenteraadsverkiezingen. Dat zou, denk ik, al een mooie eerste stap zijn richting datgene wat GroenLinks vraagt. In het actieplan opkomstbevordering wordt ook aandacht besteed aan het verbeteren van communicatie richting de kiezers, specifiek ook richting jongeren. Dit actieplan gaan we op 5 februari in de commissie Bestuur bespreken.

Ik zou eigenlijk GroenLinks toch willen vragen om de motie aan te houden tot na de bespreking van het actieplan opkomstbevordering. Dan kunnen we dat er ook in meenemen. Met de toezegging in ieder geval richting ProDemos, die we daar ook bij doen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dank voor de mooie beantwoording van het presidium. Een van de zorgen waarom we de motie nu wilden indienen is: zijn we nog op tijd als we tot februari wachten en dan de raad daarna? Als we dan nog met een plan komen specifiek op dit deel, zijn we dan op tijd? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ik zie niet dat hier een enorm beslag gelegd wordt op budget. We zien dat in ieder geval dat er binnen het plan opkomstbevordering ook ruimte is om nog te kijken waar we de accenten gaan leggen. Binnen de ruimte die er is om de accenten te leggen, denk ik dat we dit kunnen meenemen. Ik denk dus dat we voldoende tijd hebben om de motie aan te houden en het dan mee te nemen. Die ruimte is er binnen die bespreking. Maarten De Vuyst (GroenLinks). In het actieplan wordt het dan meegenomen? Zo begrijp ik u goed? Daar is dan tijd voor en ruimte? Nou ja, dat is afhankelijk van wat de meerderheid in de raad vindt, maar? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). In het actieplan opkomstbevordering worden er een aantal doelgroepen aangesproken, waaronder ook jongeren.

We zouden bij de bespreking die op 5 februari is, het accent misschien ook nog iets meer kunnen verleggen naar de doelgroep binnen de jongeren die meneer De Vuyst bedoelt. Dus dat zijn echt de basisscholen. Er is echt ruimte om daar nog over te spreken op 5 februari, en het dan eventueel daarna mee te nemen. De voorzitter. Desgewenst zeg ik er zelf straks ook nog wat over. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik kom er in tweede termijn dan nog even op terug, nadat ik ook de burgemeester gehoord heb. De voorzitter. Heel aardig. Gaat uw gang, meneer Sluijs. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dit was mijn appreciatie. Misschien komen er in tweede termijn nog wat dingen tot ons. Maar in eerste termijn was dit het voor wat richting presidium gekomen is. De voorzitter. Dank u wel. We gaan schorsen tot zeven uur. Eet u smakelijk.

62

De vergadering wordt van 17.56 uur tot 19.07 uur geschorst. De voorzitter. Geachte leden van de raad, geachte dames en heren op de publieke tribune, mensen thuis. Wij zijn nog steeds bezig met het afwerken van de agenda van gisteren. Dat doen we met veel plezier. Ik geef het woord in de eerste termijn van het college over de begrotingsvoorstellen 2025 aan wethouder Kapteijns. Maar meneer De Mos heeft een punt van orde. Tenminste, dat denk ik. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Voorzitter. We hadden vanmorgen bij de start het referendum. Nou hebben wij iets gevonden wat onder het kopieerapparaat is blijven liggen. Het aantal handtekeningen is voldoende, bleek uit het deel dat is blijven liggen. Waar wachten we dan nu nog op? De voorzitter. Volgens mij is nu gepland dat u de brief krijgt in de schorsing vóór de stemming van zo meteen. U kunt daar vóór het tweede deel van de raad kennis van nemen. Ik geef het woord aan wethouder Kapteijns. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Voor mij liggen vier vragen, een amendement en 22 moties. Mijn streven is om daar heel staccato en soepel doorheen te gaan. Ik begin met de vragen. Hart voor Den Haag vroeg naar de stand van zaken met betrekking tot het mogelijk plaatsen van flitspalen. Daar bent u onlangs, twee weken geleden, nog in een brief over geïnformeerd. We zijn samen met de G4 bezig met een stevige lobby.

Er vinden later deze maand nog gesprekken plaats, ook met de minister en het Openbaar Ministerie. Maar het is heel ingewikkeld. Dat is de korte samenvatting. Hart voor Den Haag vroeg ook: waar blijft de groengele zone rondom de Paul Krugerlaan? Er is nooit een groengele zone op de Paul Krugerlaan toegezegd. Dus die komt er ook niet. De Partij voor de Dieren vroeg wanneer de fietsenstalling aan de Raamstraat weer opengaat. Binnenkort komt er een brief over de ontwikkeling van het Pribapand, want daar gaat het over. Daar staat dat in. Dat is het korte antwoord. Een iets langer antwoord is dat het heel ingewikkeld is om de fietsenstalling in datzelfde pand te houden, maar dat we wel aan het kijken zijn waar in de directe omgeving een alternatief kan komen. Maar dat staat ook allemaal in de brief die eraan komt. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Hoe kan het toch dat er in deze begrotingsbehandeling zo vaak een discrepantie zit tussen hetgeen wat het college zegt en hetgeen wat in dit geval dan de voorzitter van de ondernemersvereniging Paul Krugerlaan zegt? Die zei gistermorgen nog tegen mij: er is ons een groengele zone beloofd, al een aantal jaren geleden, en die is er nog steeds niet. Dus de discrepantie, hoe kan dat iedere keer? Daar hebben we nou al een paar keer tijdens deze begrotingsbehandeling last van. Wethouder Kapteijns (GroenLinks).

Dat is vervelend, want over de feiten moeten we het eens zijn. Wat we er vervolgens van vinden, is vers twee. Van de pilots met de groengele zone is van het begin af aan gezegd: die doen we niet in het centrum en ook niet op Scheveningen. De Paul Krugerlaan ligt in het stadsdeel centrum. Voorzitter. De laatste vraag is een vraag van het CDA over het cameratoezicht voor het bijplaatsen van afval. We hebben vrij uitgebreid gesproken bij het vaststellen van het actieplan afval. Toen heb ik toegezegd dat ik hierop terugkom in een commissiebrief die nog dit jaar komt. Dat is voor nu het korte antwoord. Daar wordt u dus over geïnformeerd. Ik ben bij het amendement H.A van de VVD. Dat gaat over de parkeertarieven in Scheveningen. Dit moet het college stevig ontraden. Ik begrijp ook niet helemaal waar dit vandaan komt. Het enige wat we in deze begroting doen, is de tarieven indexeren. We gaan van € 6,75 naar € 7, helemaal in lijn met de trendmatige verhoging zoals we die voor alle tarieven doen. Als we dit zouden doen, dan zouden we een gat van meer dan een miljoen in de begroting slaan. Ook beleidsmatig is het 63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15142599/1