CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321163 Bijlage 1 145842 25-000.384 rep final03 Omgevingseffectrapportage

Commissie Ruimte 29 januari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken34.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

73 % van de mensen gaat om mensen die klaar zijn om uit te stromen; verblijven op plekken wat eigenlijk geen woonplekken zijn (bv boot of auto); mensen die tijdelijk bij vrienden of familie verblijven (zogenoemde bankslapers) of mensen bij wie huisuitzetting dreigt; - de verhuismobiliteit in de stad verschilt sterk per wijk. Er tekent zich geen duidelijke samenhang af met fysieke woningkenmerken. Verhuisgedrag wordt niet alleen bepaald door de woning of de woonomgeving; - senioren wonen vaak al langere tijd in hun woning; de helft woont langer dan 20 jaar in de huidige woning. Bijna 80 % wil beslist niet verhuizen in de komende 2 jaar. De verhuisgeneigdheid is onder ouderen ook duidelijk lager dan gemiddeld onder alle inwoners van Den Haag. 65-plussers die eventueel wel willen verhuizen, geven als belangrijkste reden aan dat zij dit zouden doen voor hun gezondheid of de behoefte aan zorg; - Haagse woningen gebruiken gemiddeld 1.000 kuub aardgas per jaar. Dat is meer dan in andere grote steden, maar dat verschil komt mede doordat in sommige andere steden meer woningen zijn aangesloten op stadsverwarming. Binnen Den Haag springen Scheveningse wijken en Vogelwijk eruit met een hoog verbruik; - ook elektriciteitsgebruik verschilt sterk tussen wijken. Zuidwest, Laak, Centrum en Bezuidenhout gebruiken relatief minder stroom dan andere wijken.

Het stroomverbruik per woning in Den Haag is vergelijkbaar met de andere steden, alleen Amsterdam lijkt er gunstiger op te scoren.

39 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Ambitie 3. Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Voor de operationalisering van deze ambitie is een selectie van indicatoren gemaakt naar 3 deelonderwerpen: risico’s, verduurzaming en natuur. Zeewaterstijging vormt een belangrijk risico voor (middel)lange termijn en de bijbehorende opgaven rond kustversterking spelen een belangrijke rol voor de stedelijke ontwikkeling. Dit onderwerp vraagt meer aandacht dan binnen de context en het tijdpad van de staat van de leefomgeving kon worden gegeven en verdient een eigen, nadere uitwerking: - de risico-inventarisatie laat zien dat Den Haag binnen de G5 een gunstige positie heeft waar het gaat om uitstoot van broeikasgassen. Dit komt vooral op het conto van de afwezigheid van grootschalige industrie en landbouw. Haagse emissies komen voornamelijk van verkeer, kantoren en woningen maar kunnen locatiespecifiek wel tot knelpunten leiden; - overlastrisico’s als gevolg van klimaat(verandering) zijn onderverdeeld naar water, hitte en droogte. Wateroverlast bij hevige regenval speelt bij dichtbebouwde, ‘versteende’ gebieden en de risico’s zijn het hoogst op Scheveningen en de stadsdelen Centrum en Segbroek. Hittestress vormt met name een risico in delen van het Centrum, Scheveningen, Binckhorst en Loosduinen. Droogte brengt het risico van bodemdaling en aantasting van houten paalfunderingen.

Bodemdaling speelt met name in de veenpolders van Mariahoeve, Wateringseveld, Leidschenveen en Ypenburg. Houten paalfunderingen zijn een risico in met name de wijken Bezuidenhout en de Stationsbuurt. In de kustzone speelt de kwetsbaarheid van de natuur, met name in de Natura2000-gebieden een rol bij het uitzakken van grondwaterpeilen; - verduurzaming vormt een manier om klimaateffecten te verminderen (mitigatie) en de stad op onvermijdelijke verandering aan te passen (adaptatie). Duurzame energie in de vorm van zonnepanelen kan in Den Haag in absolute zin vooral in de nieuwste (Vinex)wijken, Bouwlust/Vrederust en Loosduinen gezien worden en veel minder in de centrumgebieden. Vergeleken met G5 doet Den Haag het met gemiddeld 70 Watt zonne-energie per woning matig; vooral Eindhoven en Utrecht laten hier een voorsprong zien; - groene daken kunnen hittestress tegengaan en energie besparen. Groene daken komen verspreid over de stad voor, met grote verschillen tussen wijken zonder een eenduidig patroon; - een deel van het Haags gasnet moet voor 2028 worden vervangen, waarbij aan kan worden aangesloten bij energietransitie. Te vervangen leidingen liggen vooral in Den Haag Zuidwest; - woningen met energielabel A zijn in Den Haag vooral te vinden in wijken met recente nieuwbouw en in wijken met naoorlogs corporatiebezit waar al verduurzaming plaatsvond.

In deze laatste gebieden bevinden zich ook de meest label C woningen, net als in het Centrum. Scheveningen, Benoordenhout en delen van Escamp kennen veel woningen met label F. Bouwlust/Vrederust en Morgenstond kennen veel woningen in elk van 3 categorieën; - Den Haag heeft vergeleken met de G5 relatief veel natuurgebieden, zowel per inwoner als gemeten in aandeel van het gemeentelijk oppervlak. Groene (natuur)gebieden liggen vooral aan de randen van de stad, tussen centrum en Scheveningen en tussen Centrum en Wassenaar. Biodiversiteit neemt dan ook af naarmate men van gemeentegrens naar centrum beweegt. Ambitie 4. Een economisch vitaal Den Haag Deze ambitie focust op een economisch gezonde stad met een meer diverse economische structuur en passend werk voor alle mensen. De staat van de leefomgeving brengt indicatoren in beeld over de huidige situatie en ontwikkeling van bedrijvigheid en banen en over de arbeidsmarkt met aandacht voor ‘meedoen’ (arbeidsparticipatie en werkloosheid) en de randvoorwaarden daar voor (opleiding). Daarnaast wordt de sociaaleconomisch (inkomens)situatie van de inwoners van Den Haag weergegeven: - Den Haag kent een breed palet aan bedrijvigheid en non-profit werkgevers. Grote werkgevers bevinden zich vooral in Centrum en Bezuidenhout, met een zwaartepunt in het CID.

Dat ook wijken als Laak en Bouwlust/Vredelust donker kleuren op een kaart met bedrijvigheid komt door het grote aantal ZZP’ers in die wijken; - werkgelegenheid concentreert zich dan ook vooral in de genoemde centrumgebieden en daarnaast in Benoordenhout en op werklocaties zoals Forepark en bedrijventerrein Zichtenburg Kerketuinen Dekkershoek (ZKD); - Den Haag is de meest dichtstbevolkte stad van Nederland. De druk op de ruimte is groot. Ruimte voor bedrijven en kantoren is het afgelopen decennium afgenomen, terwijl de bevolking is gegroeid en andere functies zoals wonen en maatschappelijke voorzieningen in omvang zijn toegenomen. 99 % van de bedrijventerreinen zijn uitgegeven en het aanbod aan kwaliteitskantoren is laag;

40 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

-

-

-

-

-

-

centrumgebieden veranderen steeds meer van pure winkelgebieden naar plaatsen waar winkelen, wonen, werken, ontmoeten en recreëren samenkomen. Kunst en cultuur, horeca, (flex)kantoren, maakbedrijven, zorg, onderwijs, wonen en dienstverleners zijn steeds vaker prominent in het straatbeeld vertegenwoordigd. Den Haag is qua werkgelegenheid vooral een stad van dienstverlening en overheid. Er zijn relatief weinig grote, exporterende en daarmee stuwende (bedrijven)clusters. Het verdienvermogen blijft achter bij andere grote steden (arbeidsproductiviteit en BRP per hoofd van de bevolking). Tegelijkertijd zijn sectoren met veel werkenden t/m middelbaar onderwijs in Haaglanden vaak relatief klein, ondervertegenwoordigd en kennen een relatief lagere verwachte groei; groei van werkgelegenheid vond in de afgelopen 10 jaar vooral plaats in Den Haag Zuidwest en Laak. Dit beeld wordt veroorzaakt door de explosieve groei van het aantal ZZP’ers, die als bedrijf meestal staan geregistreerd op hun particuliere woonadres. Uit nadere analyses van deze groei blijkt dat dit niet zonder meer gezien kan worden als een teken van (economisch) succes.

Veel ZZP’ers hebben een laag inkomen en een deel bestaat uit ‘werkende armen’, hetgeen versterkt is tijdens de coronacrisis; sinds eind 2017 is de arbeidsmarkt in de regio Haaglanden volgens de UWV-spanningsindicator ‘krap’: de vraag is veel groter dan het aanbod. In 2021, na een dip als gevolg van corona, nam de spanning snel toe en kwam in 2022 op een recordhoogte uit (‘zeer krap’). Vanaf de tweede helft van 2022 daalt de spanningsindicator licht. Hoewel momenteel bijna alle beroepen last hebben van krapte, is de verwachting dat op de langere termijn vooral de tekorten in techniek, ICT, zorg en onderwijs oplopen mede door, of ondanks, digitalisering, automatiseren en robotisering. Ook klimaatinvesteringen dragen bij een tekort in bepaalde beroepen; Den Haag is tegelijkertijd ook een stad met bijna 500 internationale organisaties (Haagse regio). Samen zijn ze goed voor zo’n 40.000 banen en bijna 3 miljard euro aan bestedingen; in Den Haag doet niet iedereen mee. De arbeidsparticipatie ligt lager dan in de andere grote steden, met uitzondering van Rotterdam: · dat heeft deels te maken met het opleidingsniveau. Den Haag heeft een substantieel lager aandeel hoogopgeleiden (38,3 %) dan de noordelijke Randstad (boven de 50 %).

Ruimtelijk is een sterke scheiding zichtbaar van wijken waar meer dan de helft van beroepsbevolking hbo/wo geschoold is (noordelijke helft van de stad) en wijken vaak minder dan 20 % dat opleidingsniveau heeft (met name Den Haag Zuidwest en Laak). Mensen met een vmbo-opleiding of een onafgemaakte opleiding vormen daar de meerderheid. Onvoldoende startkwalificatie voor de arbeidsmarkt komt hier vaker voor. Middelbaar geschoolden wonen in gelijke mate verspreid over de hele stad; Haagse huishoudens laten binnen de G5 een ongunstige situatie zien waar het gaat om schulden en besteedbaar inkomen; naar mediaan vermogen gemeten neemt Den Haag met EUR 9.000 euro per huishouden een middenpositie in; de ruimtelijke verdeling binnen de stad van hoge, respectievelijk lage inkomens kleurt naar een voorspelbaar patroon van de gekende tweedeling; personen met een uitkering komen dan weer verspreid over de hele stad voor. Dit komt doordat het hierbij gaat om zowel met mensen met bijstand of een werkloosheidsuitkering als om gepensioneerden (AOW). Wordt er onderscheid gemaakt naar het soort uitkering, dan ontstaat naar verwachting een ander ruimtelijk beeld.

Ambitie 5. Een gezond en veilig Den Haag Een gezond en veilig Den Haag houdt in dat iedereen in Den Haag alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren. In de operationalisering van deze ambitie is de focus gelegd op randvoorwaardelijke kenmerken van de leefomgeving enerzijds en de manifestatie ervan in termen van (ervaren en gemeten) gezondheid en (on)veiligheid: - luchtkwaliteit is van belang voor de volksgezondheid. Vooral fijnstof, stikstofdioxide en ozon spelen een rol bij het veroorzaken van gezondheidseffecten. Inmiddels wordt in de hele stad aan de wettelijke normen voldaan (Europese grenswaarden), maar de concentraties van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxiden liggen nog (ver) boven de advieswaarden van de WHO; - de hoogste blootstelling aan fijnstof is in het centrum en de directe omgeving daarvan. De emissie van fijnstof in de stad is vooral afkomstig van inwoners (o.a. houtstook) en het wegverkeer; - de hoogste blootstelling aan stikstofdioxide is in het centrum en de directe omgeving daarvan. De emissie van stikstofdioxide in de stad is vooral afkomstig van wegverkeer en mobiele werktuigen. Een deel van de stikstofuitstoot in de Haagse regio komt van activiteiten die buiten Den Haag plaatsvinden, zoals scheepvaart;

41 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

-

-

-

-

-

-

-

-

het huisartsenaanbod is niet geheel gelijkmatig verspreid over de stad. Gemiddeld is er in Nederland op 1.000 inwoners ongeveer 0,75 fte huisarts. In Den Haag ligt dat gemiddeld iets lager. Tussen wijken zijn de verschillen soms groot. Inwoners van Kijkduin/Ockenburgh, Kraayenstein/Vroondaal, Westbroekpark/Duttendel en de Vinex kennen binnen hun eigen wijk relatief weinig aanbod van eerstelijnszorg. Ze moeten gemiddeld bijna een kilometer of meer reizen naar een huisarts. Dit geldt echter ook voor Groente- en Fruitmarkt en Binckhorst. In elk stadsdeel komen wijken voor met relatief wat minder huisartsen, maar opvallend is dat dit geldt voor geheel de stadsdelen Escamp en Laak; in Den Haag is voor de gemiddelde inwoner de afstand tot een sportterrein 0,7 kilometer. Den Haag onderscheidt zich hiermee gunstig binnen de G5; inwoners van stadsdelen Segbroek en Leidschenveen-Ypenburg geven de hoogste rapportcijfers voor de kwaliteit van hun leefomgeving; die in Laak de laagste; gemeten naar levensverwachting is Den Haag binnen de G5 een middenmoter; maar relatief veel inwoners van Den Haag hebben overgewicht (48,6 %). Een ongunstige score binnen G5-verband is er ook op gezondheid: een relatief hoog aandeel personen kampt met een langdurige ziekte.

Met 38,4 % heeft Den Haag het hoogste percentage binnen de G5; 69 % van de Haagse inwoners ervaart de eigen gezondheid als (zeer) goed; maar net iets meer dan in Rotterdam en duidelijk minder dan in Utrecht (77,4 %). Ervaren gezondheid kent binnen Den Haag weer een duidelijke ruimtelijke uitsortering, met hoge scores voor Benoordenhout en Vogelwijk (>80 %) en lage scores in Den Haag Zuidwest en Laak; een scherper contrast is zichtbaar tussen wijken waar veel mensen voldoen aan de beweegrichtlijn en wijken waar dat aandeel laag is. Dat geldt ook voor het aandeel eenzame volwassenen. Op beide kenmerken laat Den Haag Zuidwest de minst gunstige cijfers zien; het aantal geregistreerde misdrijven in Den Haag is lager dan in de andere grote steden. Dat beeld wordt bevestigd door het aandeel ondervonden delicten. Toch voelt 3,6 % van de mensen in Den Haag zich vaak onveilig, een hoger aandeel dan in de meeste andere steden; aangiftes van verschillende vormen van criminaliteit zijn in absolute zin vooral geregistreerd in Den Haag Zuidwest, Laak, Centrum en Scheveningen. In Benoordenhout en Loosduinen, waar minder mensen wonen, zijn echter ook veel diefstallen en overvallen geregistreerd; geluidsoverlast kan funest zijn voor (ervaren) gezondheid. De belangrijkste gezondheidseffecten van blootstelling aan geluid in de directe woonomgeving zijn hinder en slaapverstoring.

Naast verkeerslawaai gaat het daarbij ook vaak om geluidsoverlast van buren of anderen in de woonomgeving. In 2020 ervaarde 58,5 % van de inwoners matige tot ernstige geluidhinder, uiteenlopend van 46,8 % in Loosduinen tot 66,8 % in Laak. Meldingen van overlast komen door de hele stad voor maar concentreren zich in Den Haag Zuidwest, Laak en Centrum; sport en bewegen heeft een positieve invloed op de vitaliteit van de inwoners in Den Haag, draagt bij aan een veilige en plezierige leefomgeving en maakt van Den Haag een aantrekkelijke stad om te wonen en te bezoeken. Het percentage Hagenaars dat >12 keer per jaar sport (RSO-definitie) is 65 %. In de stadsdelen Escamp en Laak blijft dit echter sterk achter met 52 %.

Ambitie 6. Een duurzaam bereikbaar Den Haag vier onderwerpen spelen hierbij een rol: compacte stad en nabijheid van functies; de menselijke maat; stadsvriendelijke vervoerwijzen en de inzet op sterker regionaal openbaar vervoer. Bezit en gebruik van de auto worden in beeld gebracht, net als het toenemend gebruik van meer duurzaam vervoer: - Den Haag heeft gemiddeld bijna 7.000 inwoners op een vierkante kilometer. Ze kan dan ook de meest compacte stad worden genoemd; al ligt dit óók aan het gebrek aan ‘buitengebied’. De grootste inwonerdichtheid komt voor in Centrum, Laak en delen van Segbroek. De grootste bebouwingsdichtheid toont zich in dezelfde delen van de stad en vormt vrijwel concentrische ringen rond het centrum. De autodichtheid per vierkante kilometer vertoont een vergelijkbaar patroon als de bebouwingsdichtheid, met uitzondering van de wijken Centrum en Stationsbuurt. De autodichtheid per adres laat bijna het omgekeerde beeld zien: hoe verder weg van het centrum, hoe hoger het (gemiddeld) aantal auto’s per adres; - de parkeerdruk is relatief verspreid over de stad, maar wijken met veel auto’s/km2 laten ook een hoge parkeerdruk zien. Deze wijken kennen óók de hoogste aantallen verkeersongevallen.

Driekwart van de slachtoffers valt op 50km-wegen; het gaat vooral om (brom)fietsers; - de meeste trips zijn om boodschappen te doen of te winkelen (21,2 %), naar het werk te gaan (19,2 %) of om recreatieve redenen;

42 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

-

-

-

-

-

-

van alle verplaatsingen in de stad wordt een derde afgelegd met de auto. 69 % van de autoritten in de stad gaat over korte afstand (minder dan 10 kilometer), 43 % zelfs minder dan 5 kilometer. Het aandeel verplaatsingen per openbaar vervoer en per fiets stijgt de laatste jaren echter met kleine stapjes terwijl het autogebruik tot de coronapandemie licht afnam; in bijna elk huishouden (96 %) in Den Haag is een fiets te vinden. Meer dan de helft van de inwoners fietst (bijna) dagelijks. Toch geeft ruim een kwart aan zelden of nooit te fietsen; 52 % van de Haagse huishoudens heeft een of meer auto’s. In Leidschenveen-Ypenburg is dat 80 %. In stadsdeel Centrum ligt het autobezit met 38 % op het laagste niveau; mobiliteitsgedrag verschilt per wijk. In wijken in en rond het centrum wordt veel gebruik gemaakt van OV en kiest men voor minder dan 25 % van de verplaatsingen de auto. Het hoogste aandeel verplaatsingen per auto kennen de wijken Benoordenhout, Loosduinen, Waldeck en Vruchtenbuurt. Maar ook in de rest van stadsdeel Loosduinen, in Leidschenveen-Ypenburg en in Wateringse Veld ligt het autogebruik -net als het autobezithoog; de (particuliere) autovoorraad van Den Haag groeide tussen 2016 en 2021 met bijna 7 % terwijl de woningvoorraad toenam met 5 %.

Het aandeel auto’s met relatief minder uitstoot (emissieklassen 5 en 6) nam vorig jaar wel sterk toe, terwijl het aandeel ‘vuilere’ auto’s (emissieklassen 1-4) afnam. Het aantal schone auto’s (nul emissie) groeide met bijna 90 % maar is met nog geen 1.000 auto’s nog steeds een relatief kleine categorie; de meeste elektrische auto’s zijn nu echter nog leaseauto’s (hiervoor niet meegeteld). Het totaal aantal e-auto’s bedroeg in 2020 13,8 per 1.000 inwoners, niet veel lager dan in Amsterdam. Het aantal laadpalen nam ook fors toe en bedroeg in 2020 ruim 3.500; het aantal deelauto’s is in 2021 echter wat teruggelopen en bedraagt nu een kleine 270 op 100.000 inwoners; in Utrecht en Amsterdam is dat aantal fors hoger; gebruik van (regionaal) Openbaar Vervoer is mede afhankelijk van aantrekkelijk voor- en natransport. Reizigers aankomend op Den Haag CS gebruiken in het voortransport vooral OV (45 %). Het natransport, dus vanaf CS, vindt meestal te voet plaats (58 %) of per OV (32 %). De auto wordt zowel naar het station als van het station vandaan nauwelijks gebruikt; Haagse senioren verplaatsen zich vooral per auto (als bestuurder), te voet of per fiets. De belangrijkste reden voor Haagse senioren om zich te verplaatsen is het doen van boodschappen en/of om te winkelen. Daarnaast hebben verplaatsingen vaak een sociaal doel, zoals een visite.

Ouderen zijn redelijk tevreden over de mobiliteitsvoorzieningen in de buurt; met het openbaar vervoer en met het onderhoud van wegen en fietspaden. Met de parkeervoorzieningen zijn zij minder tevreden (Ouderenmonitor, 2020).

Slotbeschouwing Den Haag heeft 6 ambities geformuleerd voor de komende decennia. Omgevingsbeleid vormt een van de instrumenten waarmee de gemeente invulling wil geven aan die ambities. Het is goed om te bedenken dat het daarbij veelal gaat om het creëren van randvoorwaarden. De staat van de leefomgeving biedt een nulmeting van waaruit in de komende jaren gevolgd kan worden hoe de stad en de bevolking zich ontwikkelen op de onderscheiden onderwerpen. Wanneer door de oogharen wordt gekeken naar het beeld over de 6 ambities heen, dan vallen een aantal zaken op: - de meeste stedelijke opgaven zijn niet uniek voor Den Haag; ook de andere grote steden hebben te maken met deze opgaven en hebben vaak ook vergelijkbare ambities geformuleerd. De uitgangssituatie is voor Den Haag met name op de sociaaleconomische onderwerpen vaak minder gunstig dan die voor Utrecht, Amsterdam en Eindhoven. De vraag tekent zich af waar Den Haag zich op wil onderscheiden (optimaliseren) en waar Den Haag wil volstaan met een ondergrens; - binnen Den Haag zijn de verschillen tussen wijken soms groot. Daarbij tekent zich een terugkerend ruimtelijk patroon af dat mag worden samengevat als ‘tweedeling’. Dat gaat niet op voor élk onderwerp en daarom blijft maatwerk per wijk geraden.

Maar duidelijk is dat er sprake is van een stapeling van ‘ongunstige scores’ in de stadsdelen Escamp, Laak en delen van Haagse Hout, Centrum en Scheveningen; - daarbij gaat het primair om de sociale en economische situatie van bevolking: relatief laag opgeleid (basisonderwijs, VMBO, of de eerste fase van HAVO/VWO), vaker laaggeletterd; veel lage inkomens, hogere werkloosheid, een slechtere gezondheid, vaker overlast en onveilige situaties. Kinderen lopen er al vroeg meer risico op achterstand of uitval in het onderwijs. Het aandeel mensen met een migratieachtergrond is er groot. De maatschappelijke participatie blijft achter;

43 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

-

in de fysiek-ruimtelijke randvoorwaarden komen de ongunstige factoren samen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is onder gemiddeld. De meest versteende wijken van Den Haag ondervinden ook opgaven op socio-economische domein. Bestaande risicobronnen in dichtbevolkte gebieden zoals CID brengen omgevingsveiligheidsrisico’s met zich mee. Den Haag is toegankelijk voor de auto waardoor er knelpunten zijn op het gebied van geluid en luchtkwaliteit. De woningvoorraad is eenzijdig. Er zijn relatief goedkope huurwoningen, maar toch is wonen voor huurders in Den Haag relatief duur (hoge woonquote). De verduurzaming van het woningaanbod steekt echter niet ongunstig af bij andere delen van de stad, mede door het grote aandeel corporatiebezit. De gebieden kennen weliswaar relatief veel ondernemerschap (ZZP’ers) maar er is weinig ruimte voor (groei van) MKB-bedrijvigheid. Er zijn wel de nodige medische voorzieningen maar voor het aantal inwoners is de eerstelijnszorg (huisartsen) relatief beperkt in omvang.

2.2

Externe ontwikkelingen

Generiek plan overstijgende ontwikkelingen Daarnaast zijn er generieke ontwikkelingen die het gebiedsniveau overstijgen. Op het gebied van milieu is dit bijvoorbeeld de trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit door (inter)nationale afspraken of de klimaatverandering die op basis van verschillende scenario´s te verwachten is. Ook zijn er technologische, demografische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen op nationaal en regionaal niveau die in meer of mindere mate invloed hebben op de autonome ontwikkeling van het plangebied. Zo bepaalt het migratieoverschot en de ontwikkeling van de werkgelegenheid in sterke mate de aard en de hoogte van de woningbouwopgave. Ook technologische innovaties, zoals zelfgestuurd of emissieloos rijden, zijn zeker vanaf 2030 van grote invloed op de verplaatsingspatronen en milieucondities in en rondom het plangebied. Deze generieke plan overstijgende ontwikkelingen worden in het oer betrokken.

44 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

3 ALTERNATIEVEN | WAAR WIL DE GEMEENTE DEN HAAG NAARTOE? 3.1

Alternatieven

De opstellers van het voorgenomen beleid hebben de totstandkoming van de alternatieven nader toegelicht.

3.1.1

Totstandkoming alternatieven

In november 2022 is de NRD vastgesteld door de Haagse gemeenteraad. Van 4 november tot en met 16 december 2022 heeft de NRD ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon iedereen een zienswijze indienen. De Commissie mer heeft ook geadviseerd over reikwijdte en detailniveau van het onderzoek. De Commissie heeft op 25 januari 2023 haar advies (a3626rd (commissiemer.nl) gepubliceerd. In de oorspronkelijke opzet van de NRD zijn 3 verhaallijnen gebruikt voor het opstellen van 3 alternatieven: Lokale Stad, Transitiestad en Regiostad. Deze alternatieven bleken niet voldoende onderscheidend omdat niet duidelijk werd in welke mate de alternatieven bijdragen aan de ambities en onduidelijk bleef wat de keuzes opleveren. De 3 alternatieven lieten bovendien onvoldoende scherpe dilemma’s zien die nodig zijn om de hoeken van het speelveld te kunnen verkennen. In lijn met het advies van de Commissie mer zijn de alternatieven aangepast en meer onderscheidend van elkaar gemaakt door de vastgestelde 6 Haagse ambities leidend te maken. Dit heeft geleid tot vier, integrale alternatieven, die door ontwerpend onderzoek zijn ontwikkeld. Ze zijn enerzijds tot stand gekomen in co-creatie met ambtenaren, ketenpartners en (semi-) overheden.

Anderzijds heeft de gemeente gekozen voor een breed participatietraject met de stad om de alternatieven verder te verrijken en richtingen op te halen voor het voorgenomen beleid. Er is besloten geen nieuwe NRD te maken, maar alle reacties en adviezen te betrekken bij het opstellen van het OER. 1. Ontwerpend onderzoek Alternatieven De Staat van de Leefomgeving, de 6 ambities uit het Ambitiedocument en de beleidsinventarisatie (met daarin o.a. de opgaven voor Den Haag genoemd) vormen een belangrijke basis voor de ontwikkeling van de 4 integrale alternatieven. Door deze koppeling te leggen, heeft de gemeente de perspectieven op de mogelijke toekomst zo Haags mogelijk gemaakt. De gemeente wil namelijk uiteindelijk goede onderbouwde keuzes gaan maken voor het voorgenomen beleid dat oplossingen biedt voor Haagse, specifieke knelpunten, (maatschappelijke) dilemma’s en kansen. Tijdens werksessies is, aan de hand van doelstellingen bij de 6 ambities, een beeld ontstaan van wat de gemeente minimaal wil bereiken en waar zij naar streeft. Vervolgens is gekeken naar de gevolgen hiervan voor de andere ambities, Op deze manier zijn de hoeken van het speelveld bepaald.

Dus, waar ziet de gemeente onderscheidende elementen en waar zijn scherpe dilemma’s te verwachten? Elk van de 4 alternatieven gaat in op een van de belangrijkste (ruimtelijke én sociale) uitdagingen waarmee Den Haag te maken heeft. Deze uitdagingen staan aan de basis van de 6 ambities. Voor elk alternatief zijn vervolgens de 2 Haagse ambities die het meest bij deze uitdaging passen op maximaal ingesteld. Door deze ambities op maximaal te zetten, is ruimte voor innovatieve oplossingsrichtingen verkend en zo de hoeken van het speelveld in

45 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

beeld gebracht. Via ontwerpend onderzoek zijn de ruimtelijke gevolgen ingetekend op de stadsplattegrond van Den Haag. De gemeente vond het belangrijk om bij de alternatieven ook enig realisme toe te passen. De hoeken van het speelveld gaan dus niet zozeer over utopische vergezichten, maar over ontwikkelrichtingen die enigszins dicht bij de Haagse basis (de staat van de leefomgeving) staan. De grootste uitdagingen (zonder compleet te zijn) die aan de basis hebben gelegen voor de ontwikkeling van de 4 integrale alternatieven zijn: - Bestaansonzekerheid en kansen (on) gelijkheid; de inwoners van Den Haag hebben niet allemaal in gelijke mate toegang tot brede welvaart, voorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte (kern ambitie 1); - Toekomstbestendigheid en betaalbaarheid van de woningvoorraad; kwantitatief en kwalitatief (kern ambitie 2); - Behoud en versterking van een groene, toekomstbestendige en leefbare stad voor bewoners, bezoekers en bedrijven.

In relatie tot een toenemende verstedelijkingsdruk op de stad en regio (kern ambitie 3); - Ruimte bieden en houden voor een economisch vitale stad met passende werkgelegenheid voor huidige en toekomstige inwoners (kern ambitie 4); - Streven naar een gezonde en veilige leefomgeving waarin iedere inwoner gelijke kansen heeft op gezonde en gelukkige levensjaren (kern ambitie 5); - Bereikbaarheid, leefbaar en verkeersveilig houden van de stad en de Haagse regio (kern ambitie 6). De alternatieven variëren op de volgende variabelen: - type verstedelijking: concentratie versus spreiding; - omvang bouwprogramma: maximaal woonprogramma versus maximaal economische programma; - mobiliteitsconcepten: duurzame mobiliteit versus toegankelijke mobiliteit; - omvang groen: versnipperd versus structuren; - sturingsfilosofie: hard of zacht sturen. Deze basis heeft geleid tot de samenstelling van de volgende 4 te onderzoeken alternatieven. Compacte woonstad: dit alternatief is samengesteld door maximalisatie van de ambities ‘Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad’ (2) en ‘Duurzaam bereikbaar’ (6). In dit alternatief onderzoeken we de effecten van verdere knooppuntontwikkeling, in relatie tot verstedelijking en (regionale) bereikbaarheid. In dit alternatief komt duurzame mobiliteit, vanuit oogpunt van hoogwaardig openbaar vervoer, maximaal tot uiting.

Meerkernige 15-minutenstad: dit alternatief is samengesteld door maximalisatie van de ambities ‘Duurzaam bereikbaar’ (6) en ‘Gezond en veilig’ (5). In dit alternatief staat nabijheid van stedelijke- en wijkvoorzieningen voor onze inwoners, bezoekers en bedrijven voorop, vanuit het oogpunt van gezonde mobiliteit. Het perspectief van de voetganger en de fietser staat hierbij voorop. Klimaatbestendige Parkenstad: dit alternatief is samengesteld door maximalisatie van de ambities ‘Gezond en veilig’ (5) (vanuit ruimtelijk perspectief) en ‘Klimaatbestendig, natuurinclusief en klimaatneutraal’ (3). In dit alternatief komt groen, in relatie tot gezondheid en veiligheid maximaal tot uiting. Gevarieerde Werkstad: dit alternatief is samengesteld door maximalisatie van de ambities ‘Economisch vitaal’ (4) en ‘Rechtvaardig en inclusief’ (1). In dit alternatief worden de effecten verkend van het uitbouwen van de positie van Den Haag als kennisstad en het uitbouwen van een bredere economische basis.

46 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.1 Mengpaneel

Het ontwerponderzoek van de alternatieven betrof een participatieve aanpak, waarbij alle afdelingen/diensten van de gemeente Den Haag input hebben geleverd. Dit zorgde niet alleen voor een breder perspectief, waarin sociaal maatschappelijke en ruimtelijke uitdagingen met elkaar werden verbonden. Samen met de Haagse ketenpartners (Provincie, Rijkswaterstaat, Dunea, Hoogheemraadschap Delfland, Stedin, et cetera) zijn de alternatieven besproken en aangescherpt, wat resulteerde in oplossingsrichtingen die rekening houden met diverse belangen en inzichten vanuit de stad. Zoals aangegeven, heeft de gemeente in de nieuwe opzet met 4 alternatieven aansluiting gemaakt bij de bevindingen uit de Staat van de Leefomgeving zodat verschillende, onderscheidende milieu- en sociale effecten in beeld kunnen worden gebracht. Het oorspronkelijk gekozen beoordelingskader is gebaseerd op de ambities van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op basis van de adviezen en zienswijzen is geconstateerd dat de clustering van de NOVI ambities weinig toegevoegde waarde heeft. In lijn met het advies van de Commissie mer is een duidelijkere koppeling gelegd tussen de Staat van de Leefomgeving en het beoordelingskader. Dit heeft geleid tot een aangescherpte opzet van het beoordelingskader waarin de 6 Haagse ambities centraal staan.

Daarnaast is het beoordelingskader meer ‘Haags’ gemaakt door deze te richten op het selecteren van indicatoren die informatie geven over specifieke Haagse knelpunten. In de beoordeling van de alternatieven in het OER is dan ook scherper te zien in hoeverre de alternatieven deze knelpunten oplossen of verergeren. 2. Breed participatietraject Op advies van de Commissie mer is extra aandacht besteed aan het participatietraject. Door brede participatie te organiseren (diversiteit, aantallen deelnemers) kunnen namelijk ideeën, kennis, behoeften en oplossingen van belanghebbenden worden opgehaald. Aandachtspunten bij de participatie zijn representativiteit en inclusiviteit. Het is belangrijk dat de deelnemers zoveel mogelijk belangen die spelen vertegenwoordigen. Daarom heeft de gemeente zich zoveel mogelijk ingespannen om groepen inwoners, ondernemers en/of organisaties die door maken van de Omgevingsvisie worden geraakt, aan het participatietraject te laten deelnemen. De gemeente heeft ook groepen bereikt die zich niet vanzelfsprekend laten horen. Zo is een completer inzicht ontstaan in de fysieke én sociale gevolgen van bepaalde ruimtelijke keuzes. In juni en juli 2023 zijn verschillende bijeenkomsten in de stad georganiseerd waarbij de werkgroep omgevingsvisie aanwezig was om met bewoners en ondernemers in gesprek te gaan met de Haagse Mixer.

Tijdens deze bijenkomsten zijn bij de mensen die in Den Haag wonen en werken gepeild hoe belangrijk de ambities voor hen zijn. De gemeente was benieuwd naar de verschillen per doelgroep (jongeren, ouderen, studenten en ondernemers). En of de ambities ook nog per wijk verschillen.

47 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.2 De Haagse mixer

De Haagse mixer is een schuifpaneel waarop de ambities uit de Omgevingsvisie kort en praktisch zijn beschreven. Deelnemers konden zelf met de schuifjes aangeven welke ambities zij het belangrijkst vinden voor Den Haag. In de gesprekken is doorgevraagd naar de achterliggende keuzes voor de ambities. Op deze manier is veel informatie opgehaald over de belangrijkste onderwerpen en uitdagingen per doelgroep en stadsdeel.

3.1.2

Uitgangspunten voor alle situaties

Het maken van onderscheidende alternatieven is belangrijk om tot onderscheidende effecten te komen. Om daarbij zoveel mogelijk oog te hebben voor een waarschijnlijke toekomst, op basis van robuuste trends, zijn een aantal uitgangspunten opgesteld die gelden in alle alternatieven. Uiteraard zijn er variaties te benoemen in ambitieniveau of te verwachten effecten op sociaal en milieugebied. Groei van de stad (en regio) Op basis van de autonome ontwikkeling wordt er de komende decennia uitgegaan van een groei van de bevolking. Krimp of een bevolkingsstabilisatie-scenario is niet aan de orde. Maatschappelijke voorzieningen groeien mee In alle alternatieven groeien maatschappelijke voorzieningen in gelijke tred mee met de bevolkingsgroei. Er zullen wel verschillen te zien zijn in geografische spreiding en in urgentie per stadsdeel. Mobiliteitstransitie De keuze voor een mobiliteitstransitie is een robuuste. In ieder alternatief komt dit terug. Er zijn variaties mogelijk in ambitieniveau (lightrail of hoogwaardige busverbinding bijvoorbeeld) en tempo van deze gewenste transitie.

48 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Verdichten rondom grote (OV) knooppunten De zone Oude Lijn met de daaraan gekoppelde OV-knooppunten is in ieder alternatief de plek waar hoogstedelijke ontwikkeling is voorzien. Zeespiegelstijging De stijging van de zeespiegel wordt beschouwd als autonome ontwikkeling. In alle alternatieven nemen we dit als gegeven. Per alternatief zullen er wel verschillende antwoorden mogelijk zijn voor adaptatie met daarbij passende, en onderscheidende oplossingsrichtingen. Aandacht voor buitenruimte en ondergrond Het gebruik en de inrichting van de buitenruimte zal de komende decennia flink veranderen. Dit komt door veranderingen in de economie, de mobiliteit en verdichting in delen van de stad. De positie van de auto verandert en nieuwe ruimtevragen voor lopen, fietsen, OV, sport en spel zullen nadrukkelijker een plek krijgen. Ook zal de ondergrond steeds intensiever gebruikt worden. Aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het slim en zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte in de boven- en ondergrond zijn uitgangspunten die van toepassing zijn in ieder alternatief.

49 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

3.1.3

Alternatief 1 - Compacte woonstad

Afbeelding 3.3 Visiekaart Compacte woonstad

50 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.4 Doorsnede Compacte woonstad - huidige situatie

Afbeelding 3.5 Doorsnede Compacte woonstad - situatie 2050

Essentie In de Compacte woonstad staat een (hoog-) stedelijke intensivering centraal, op die plekken waar goede

51 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

OV-verbindingen zijn. Dit gaat zowel over de zones langs hoogwaardig openbaar vervoerverbindingen, als de knooppunten. De spoorlijn Leiden-Dordrecht (Oude Lijn) vormt de backbone van de stedelijke intensivering in Den Haag. Langs deze Oude Lijn ontstaan hoogstedelijke gemengde omgevingen met divers ruimtelijk programma, goed verbonden met de rest van de stad en de regio. De Compacte woonstad draagt nadrukkelijk bij aan regionale metropoolvorming. Dat gebeurt door te investeren in stedelijk en centrumstedelijk wonen en werken, excellent bereikbaar door de gerealiseerde Schaalsprong OV. Sturingsfilosofie Samenwerking met de markt is essentieel om gezamenlijk te sturen op de plekken waar we als gemeente stedelijke intensivering wensen, namelijk op en nabij de HOV-lijnen en de knooppunten. We geven ruimte aan de markt om het ruimtelijk programma te ontwikkelen, dat past binnen de uitgangspunten van de Compacte woonstad. Als gemeente zorgen we ook voor een actieve samenwerking met Rijkspartijen en spoor- en railpartijen waarbij we uitvoering geven aan de gestelde ambities voor de Schaalsprong OV. Dat betekent investeren in hoogwaardig frequent openbaar vervoer met lightrailkwaliteit. Ook stimuleren we campusontwikkeling waarbij we ruimte geven aan (internationale) onderwijs- en kennisinstellingen.

Er ligt een gezamenlijke opgave om te investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte. Beheerskosten zijn daarbij niet alleen voor de gemeente, maar worden ook gedragen door private partijen.

Afbeelding 3.6 Sturingsfilosofie alternatief 1

Wonen en voorzieningen Het aantal kleine huishoudens zal de komende decennia verder toenemen in Den Haag. Gezien de woonwensen van een groot deel van deze groep ligt de uitbreidingsbehoefte in Den Haag met name in appartementenbouw in hoogstedelijk- en centrum-stedelijke woonmilieus. De regionale nieuwbouwbehoefte aan groenstedelijke (woon)milieus worden vooral buiten Den Haag gerealiseerd.

52 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.7 Verdichting wonen en werken alternatief 1

53 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.8 Voorzieningen alternatief 1

De binnenstedelijke verdichting vindt met name plaats in de zone Oude Lijn (waaronder de 3 grote ontwikkelingsgebieden CID, Binckhorst en Zuidwest), waar gemengde stedelijke woon-werk gebieden ontstaan. Tot en met 2050 is er in het CID ruimte voor het toevoegen van ongeveer 25.000 hoogwaardige nieuwbouwwoningen. Dit is de plek waar wooncarrières beginnen, maar ook ruimte is voor een vervolgstap in die wooncarrière. Ook wordt geïnvesteerd in Beach City, de stedelijke kustzone. Dat doen we als gemeente door het intensiveren van het toeristisch programma en wonen, de ontwikkeling van de Scheveningse Haven en de bereikbaarheid van de kust. In de Compacte woonstad zal de Scheveningse Haven op termijn worden gesloten vanwege de zeespiegelstijging. Door deze sluiting ontstaat extra ontwikkelruimte voor woningbouw en passende economische voorzieningen. Via de Koningscorridor wordt Beach City verbonden met de stad en de regio. In dit alternatief kiezen we als gemeente bewust voor gebieden met (gewenste) reuring en rust. Door de verdichting van de stad te concentreren in de zone Oude Lijn, zone Koningscorridor en Scheveningen, voorkomen we dat de hele stad radicaal op de schop moet of wordt verdicht op een sluipende, rommelige manier. Met deze focus kiezen we ervoor dat grootschalige verdichting in beschermde stadsgezichten niet aan de orde is.

Dit betekent overigens niet dat er in de rest van de stad niets gebeurt. Hier wordt er meer kleinschalig wonen toegevoegd via nieuwbouw en verbouw. Gedacht kan worden aan inbreidingsnieuwbouw, het optoppen van

54 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

woningen, woningsplitsing, kamerbewoning, innovatieve woonconcepten, transformaties van leegstaand vastgoed e.d. Werken Het CID vormt het kloppende hart als internationaal economisch knooppunt binnen de zone Oude Lijn. Met het CID wordt het binnenstadmilieu 2 keer zo groot. Hier krijgt het vestigingsmilieu voor bestuur, bedrijvigheid, kennis en innovatie een boost. Het profiel van het CID als economische en bestuurlijke toplocatie van Nederland is een onmisbare factor bij het succesvol werven van talent, bedrijven, instellingen en onderwijsfuncties. Het imago van Den Haag legt het bij jonge hoogopgeleiden nu nog af tegenover dat van andere steden. In de Compacte woonstad is dat niet meer aan de orde. Door de uitbreiding van academische functies in de zone Oude Lijn, waaronder het CID, en het aantrekken van nieuwe bedrijven draagt Den Haag bij aan de agglomeratiekracht van de regio. Mobiliteit en Bereikbaarheid De Oude Lijn is in 2050 een lightrail verbinding (S-Bahnconcept) die de belangrijke bestemmingen in Den Haag én de Zuidelijke Randstad met elkaar verbindt. De ambitieuze afspraken uit de Schaalsprong OV zijn daarmee gerealiseerd. De Koningscorridor is ook onderdeel van deze schaalsprong. Deze nieuwe lightrailverbinding versterkt de relatie van Scheveningen met de stad en de regio.

Langs de Koningscorridor wordt op een aantal plekken intensief stedelijk programma toegevoegd, zoals Scheveningen-Haven, CID en Binckhorst en de omgeving Prins Clausplein. We zien als gemeente ook kansen voor verdichting in de zone rondom de Zuidwestlandcorridor. In 2050 loopt ook hier een lightrail die de Oude Lijn verbindt met Westland en de Rotterdamse regio. Deze corridor draagt bij aan het beter koppelen van woon- en werkgebieden, die op dit moment onvoldoende ontsloten zijn. Extra aandacht gaat uit naar knoop Moerwijk, waar kansen liggen om een nieuw gemengd hoogstedelijk woon-werkmilieu te realiseren. De positie van de auto in de hoogstedelijke gemengde gebieden is ondergeschikt aan duurzame en ruimteefficiënte vervoermiddelen. Bestemmingsverkeer en logistiek verkeer kunnen de verschillende deelgebieden bereiken via een beperkt aantal toegangswegen. Aan de randen van het stedelijk gebied realiseren we als gemeente multimodale hubs. Daar wordt voor een groot deel het regionale (auto) verkeer opgevangen. Vanaf deze plekken kan men via andere modaliteiten richting de stad. De auto verdwijnt overigens niet uit het straatbeeld, maar heeft een minder dominante positie dankzij het STOMP-principe.

55 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.9 Mobiliteit alternatief 1

56 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Openbare ruimte, groen en blauw en kustzone

Afbeelding 3.10 Groen en water alternatief 1

In een dichte, metropolitaanse omgeving is (groene) openbare ruimte van cruciaal belang. Den Haag is een groene stad, die haar aantrekkelijkheid als woonstad voor een groot deel te danken heeft aan de landschappelijke kwaliteiten. De kwaliteit van de buitenruimte is zowel belangrijk voor het sociaal functioneren van de stad als voor het economische vestigingsklimaat. Speciale aandacht vraagt de buitenruimte in het centrum van de stad. Nu en in 2050. Deze functioneert namelijk steeds meer als huiskamer van de stad. Het intensiveren van het stedelijk gebied in de zone Oude Lijn vraagt tegelijkertijd om het gebied beter te laten functioneren als interactiemilieu. Oftewel een gebied waar toevallige ontmoetingen bijdragen aan kennisuitwisseling en innovaties. Omdat de fysieke ruimte voor grootschalige vergroening beperkt is in de zone Oude Lijn, wordt er geïnvesteerd in kleinschalige buurtparkjes (pocketparkjes). Dit zijn de plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar ruimte is voor sport en spel en waar verkoeling kan worden gezocht in hete periodes. Het uitgangspunt in de Compacte woonstad is dat bestaand groen en water niet mag afnemen in omvang én kwaliteit. Dat betekent dat de verbindingen van de hoogstedelijke zone Oude Lijn naar de buitengebieden herkenbaar en robuust moeten worden gemaakt.

Concreet gaat het over bestaande doorgaande autoroutes afwaarderen, zodat deze aantrekkelijker worden voor (frequent) OV en fiets. Fysieke barrières zijn hierbij zoveel mogelijk geslecht; de A12/Utrechtsebaan (Huygenstunnel), de Lozerlaan en de spoorbundels. Het overkluizen en ondertunnelen biedt ruimte voor extra bebouwing. Overkluizingen en ondertunnelingen worden gefinancierd uit de vastgoedontwikkelingen binnen de zone Oude Lijn.

57 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Energietransitie De omvangrijke verstedelijkingsopgave (90.000 woningen en 545.000 m 2 utiliteit) in de Compacte woonstad vraagt om nieuwe grote voorzieningen ten behoeve van de energietransitie, zoals geothermiebronnen, transformatiestations en hoogspanningsleidingen. Een deel van de energie komt van buiten de stad. Zowel warmte als elektriciteit. Het elektranet in de stad moet worden verzwaard en daarnaast moet er ook meer elektriciteit worden aangevoerd van buiten de stad. Den Haag investeert binnen haar grondgebied maximaal in grootschalige warmtenetten en de ontwikkeling van geothermiebronnen. Bestaande bouw Het nieuwe energiesysteem van de Compacte woonstad is weergegeven op onderstaand kaartbeeld. Na energiebesparing bedraagt de energievraag voor de verwarming van de bestaande bouw 12,2 PJ, waarvan 11,3 PJ warmte en 0,9 PJ elektra. Voor de geothermiebronnen (5,7 PJ) en opwek van duurzame elektriciteit is 350 hectare nodig, waarvan 5,77 hectare binnen de stad voor de geothermiebronnen, hoofdverdeelstations en onderstations.

Afbeelding 3.11 Energiesystem alternatief 1

Totale elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag in de stad bedraagt 14,2 PJ, waarvan 2,5 PJ met zon op dak in de stad kan worden opgewekt. De overige 11,7 PJ moet buiten de stad worden geproduceerd, wat overeenkomt met een zonneveld van 4.680 hectare, zoals aangegeven op het kaartbeeld. Volgens de bronnenmix voor elektriciteit in het NPE in 2050 zijn voor de Haagse elektriciteitsvraag de volgende bronnen nodig.

58 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Tabel 3.1 Bronnenmix elektriciteit Bron

Hoeveel

Aantal

wind op land

1,2 PJ

42 turbines

zon PV

3,1 PJ

1.240 ha

overig

7,4 PJ

totaal

11,7 PJ

Totale ruimteclaim Voor de volledige energietransitie van alle sectoren is de ruimteclaim in onderstaande tabel weergegeven.

Tabel 3.2 Ruimteclaim Ruimtevraag

Oppervlak (ha)

geothermie

5,67

hoofdverdeelstations en onderstations

1,31

zonneveld in regio

4.680

totaal

4.687

Het zonneveld in de regio is natuurlijk fictief en alleen bedoeld om gewicht te geven aan de potentiële impact op het energiesysteem buiten de stad, als gevolg van de elektriciteitsvraag in de stad. Door de impact te vertalen naar hectare zonneveld kunnen de verschillende alternatieven onderling en met de referentie worden vergeleken. In werkelijkheid zal de elektriciteitsvraag worden ingevuld volgens de bronnenmix uit het Nationaal plan energiesysteem (NPE). De bijdrage van Zon PV in de bronnenmix komt overeen met 1.240 hectare zonneveld. De bijdrage Wind op land komt overeen met 42 windturbines van 3 MW.

59 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

3.1.4

Alternatief 2 – Meerkernige 15-minutenstad

Afbeelding 3.12 Visiekaart alternatief 2

60 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.13 Doorsnede huidige situatie

Afbeelding 3.14 Doorsnede alternatief 2

Essentie Binnen de Meerkernige 15-minutenstad staan lokale gemeenschappen centraal. De eigen wijk vormt het centrum van het dagelijkse leven van de inwoners van Den Haag. Door de focus op de eigen buurt ontstaan er soms grote verschillen tussen buurten en wijken in Den Haag op allerlei terreinen, zoals de energievoorziening en het vervoerssysteem. Dat komt omdat elke gemeenschap haar eigen keuzes maakt. De wensen lopen uiteen en we zien als gemeente verschillen in wijken in de wijze waarop mensen in staat zijn zich goed te organiseren.

61 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Verdichting komt voor in de hele stad en is, in tegenstelling tot de Compacte woonstad, niet geconcentreerd binnen een bepaalde zone. De verdichting staat ten dienste van de lokale behoefte, het versterken van de lokale gemeenschap en sociale cohesie (bouwen voor de buurt). Ook staat de verdichting ten dienste van het versterken van het lokale DNA. De woonkwaliteit staat centraal met veel aandacht voor buurtgroen. Het kleurrijke mozaïek aan buurten en wijken wordt verbonden via een kwalitatief hoogwaardig netwerk voor de fiets en de voetganger. Men kan gebruik maken van fijnmazig OV, passend bij de doelgroepen en specifieke vervoerswensen binnen de buurt of wijk. Sturingsfilosofie In de Meerkernige 15-Minutenstad hebben lokale gemeenschappen grote bevoegdheden en zeggenschap over ruimtelijke investeringen. De rol van de overheid is daaraan dienend. Wel is er een sturende rol van de overheid nodig om de randvoorwaarden voor complete wijken te scheppen. Dat betekent dat er concreet wordt gestuurd op wijkgerichte (referentie) normen voor maatschappelijke voorzieningen. Ook zijn er publieke investeringen nodig voor een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en de aanleg van meer langzaam verkeersverbindingen. De zeggenschap onder inwoners van de stad wordt vergroot, waardoor er op wijkniveau kan worden bepaald op welke wijze projecten kunnen worden gefinancierd.

Het stadsbestuur zet een stimulerende rol (subsidies, premies) in als het gaat om de verduurzaming van de woningvoorraad. Meer dan nu zal de samenwerking met corporaties worden geïntensiveerd met als doel tot gemengde meer generatiebestendige wijken te komen. Daartoe worden langjarige afspraken gemaakt over sloop, nieuwbouw en transformatie. Om goed in te kunnen spelen op de wensen uit de lokale gemeenschappen en de demografie, wordt het woonbeleid verder verruimd. Het optoppen, splitsen en meervoudig bestemmen van woningen en woonwerkcomplexen wordt versimpeld en er is veel meer ruimte voor flexwonen.

Afbeelding 3.15 Sturingsfilosofie alternatief 2

62 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Wonen en voorzieningen De regio Haaglanden biedt een compleet palet aan woonmilieus, bestaande uit verschillende woningtypologieën waardoor verschillende wooncarrières mogelijk zijn. In de Meerkernige 15-minutenstad is dit ook het geval binnen de wijken van Den Haag. Doorstroming op wijkniveau is hierin essentieel omdat bewoners zich hechten aan hun woonomgeving. Om dit te realiseren betekent dit in sommige wijken een toevoeging van kleinere woningen voor starters en senioren of juist een toevoeging van de sociale voorraad. Uitgangspunt is dat alle inwoners een bij hun levensfase passende woning kunnen vinden zonder verlies van hun sociaal-maatschappelijk netwerk in de wijk. De woningvoorraad is in 2050 divers genoeg om doorgroei in de eigen wijk mogelijk te maken. De woningvoorraad is bovendien levensloopbestendiger dan nu en gericht op ‘meer- generatie denken’. Er zijn veel mogelijkheden om te verdichten zoals optoppen, splitsen, uitbreiden, kleinschalig verdichten (acupunctuur), kleinschalig stapelen van functies. Extra aandacht gaat uit naar de ruimte voor aanpassingen binnen de beschermde stadsgezichten.

Afbeelding 3.16 Verdichting wonen en werken alternatief 2

63 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.17 Voorzieningen alternatief 2

De wijken en buurten vormen als het ware dorpen binnen de stad, met een egale verdeling van voorzieningen en ‘werk dichtbij'. Iedere wijk heeft ‘van alles’. Zo is er altijd wel een centraal plein dat ruimte biedt voor ontmoeting van wijkbewoners, een buurthuis, een buurtsuper of buurthub waar bewoners spullen, zoals gereedschap, kunnen lenen of huren of een tweedehands product kunnen aanschaffen. Daarnaast bieden de buurthubs ruimte voor flexkantoren en kinderopvang en fungeren ze als bezorgplek. Ten aanzien van de referentiesituatie zijn er geen extra schoolvoorzieningen nodig. Bij een groei van het aantal schoolgaande kinderen, wordt eerst de capaciteit van huidige schoollocaties uitgebreid. Nabijheid en de mogelijkheid om activiteiten af te wisselen of te combineren staan centraal in de wijk. Sport en bewegen heeft een positieve invloed op de vitaliteit van alle inwoners in Den Haag, draagt bij aan een veilige en plezierige leefomgeving en maakt van Den Haag een aantrekkelijke stad om te wonen en te bezoeken. Een beweegvriendelijke omgeving zet aan tot meer bewegen en draagt bij aan het verminderen van overgewicht en een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Onze ambitie voor de komende jaren is om een beweegvriendelijke omgeving te realiseren die stimuleert, faciliteert en inwoners verleidt om te sporten, bewegen, spelen, verplaatsen en ontmoeten.

We doen dit als gemeente door de openbare ruimte aantrekkelijker te maken voor beweging en sport door innovatieve en inclusieve faciliteiten aan te leggen/realiseren, te onderhouden en een breed scala aan activiteiten en programma’s aan te bieden. Flexibilisering van ruimtelijk programma is nodig om te kunnen inspelen op de demografische ontwikkelingen in de stad en de buurt. De voorzieningen in 2050 zijn naar verwachting anders dan nu. De Meerkernige 15-minutenstad speelt maximaal in op deze dynamiek.

64 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Werken De coronapandemie heeft duidelijk het belang van lokale productie laten zien. In de Meerkernige 15-minutenstad is een balans tussen wonen en werken op wijkniveau essentieel. Daarbij zijn er niet alleen banen voor hoogopgeleiden in de dienstensector, maar ook ruimte voor praktisch laag en middelbaar geschoolden, zoals techneuten, automonteurs, timmermannen en koffiebranders. Een goede mix van wonen en werken in dit alternatief zorgt voor acceptabele reistijden voor werknemers en draagt bij aan de zichtbaarheid en acceptatie van werken in de wijk. De Haagse bouwopgave en de verduurzaming van bestaande woningen bieden allerlei kansen op groei van de bouwsector. Naast de bouw blijft er de komende decennia een grote vraag naar personeel in onder meer techniek, ICT en zorg. Het onderwijssysteem in de Meerkernige 15-minutenstad is laagdrempelig en verspreid over de gemeente, bevordert kansengelijkheid en sluit bij aan de capaciteiten van de inwoners. Verspreid over de stad borgen we als gemeente een brede werkgelegenheidsstructuur. Dat doen we door extra ruimte te bieden voor MKB-bedrijvigheid en beroepsonderwijs verbonden met de bedrijvigheid. We accepteren dat deze voorzieningen wellicht niet de meeste grondwaarde opbrengen, uiteindelijk is er wel sprake van maatschappelijk rendement. Mobiliteit en Bereikbaarheid

Afbeelding 3.18 Mobiliteit alternatief 2

Hoewel het perspectief lokaal is, alles staat in verbinding met elkaar. Den Haag is een 15-minuten stad. Overal. Deze verbindingen realiseren we als gemeente op de schaal van de buurt, het stadsdeel, de stad en de regio. De voetganger en fietser maken gebruik van attractieve routes. Kinderen kunnen makkelijk naar een groene speelplek en het sporten is dichtbij en makkelijk met de fiets te bereiken. Het slechten van fysieke barrières is ook van

65 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

belang binnen de Meerkernige 10-minutenstad. We investeren daarom in bruggen over de Trekvliet, de sporen en de Utrechtsebaan. Als Den Haag realiseren we een netwerk voor de ‘Haagse Hopper’ om de mensen en de voorzieningen met elkaar in verbinding te brengen. Er is voldoende collectief georganiseerd vervoer. Er wordt veel gebruik gemaakt van wijkbussen (met een bekende chauffeur) die zowel mensen als pakketjes vervoeren. De openbare ruimte is autoluw bij de kernen, maar de auto is nog steeds aanwezig binnen het straatbeeld van de Meerkernige 15-minutenstad. Autobereikbaarheid blijft bestaan, alhoewel de snelheden worden verlaagd van 50 naar 30 kilometer per uur. Dat wordt de maximumsnelheid standaard in de bebouwde kom. Een deel van de (hoofd) infrastructuur wordt ontmanteld om de verkeersoverlast te beperken. Openbare ruimte, groen en blauw en kustzone

Afbeelding 3.19 Groen en water alternatief 2

Het in standhouden en versterken van groenvoorzieningen in de stad komt vooral op buurtniveau tot stand, met een grote betrokkenheid van (actieve) bewoners. Het beheer van deze groenvoorzieningen is ook in steeds grotere mate in handen van buurtbewoners. De parken en groengebieden worden overigens verbonden met routes voor langzaam verkeer. De lange lanen in de stad krijgen een steviger groen karakter en er ontstaat een herkenbaar, fijnmazig netwerk van aaneengeschakelde groengebieden.

66 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Energietransitie De wijken en buurten in de Meerkernige 15-minutenstad beschikken over een of meerdere energiecoöperatie(s). De energietransitie is kleinschalig van aard, met individuele all-electric oplossingen en kleinschalige collectieve warmtesystemen. Grootschalige warmtenetten op geothermie en restwarmte komen vrijwel niet tot ontwikkeling. De warmtevoorziening van de bestaande bouw wordt grotendeels geëlektrificeerd. Bestaande bouw Het nieuwe energiesysteem van de Meerkernige 15-minutenstad is weergegeven op onderstaand kaartbeeld. Na energiebesparing bedraagt de energievraag voor de verwarming van de bestaande bouw 12,2 PJ, waarvan 1,8 PJ warmte en 10,4 PJ elektra. Voor de geothermiebronnen (0,9 PJ) en opwek van duurzame elektriciteit is 4.178 hectare nodig, waarvan 2,05 hectare binnen de stad voor de geothermiebronnen, hoofdverdeelstations en onderstations.

Afbeelding 3.20 Energiesysteem alternatief 2

Totale elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag in de stad bedraagt 23,2 PJ (rekening houdend met een bouwprogramma van 70.000 woningen en 660.000 m2 utiliteit), waarvan 2,5 PJ met zon op dak in de stad kan worden opgewekt. De overige 20,7 PJ moet buiten de stad worden geproduceerd, wat overeenkomt met een zonneveld van 8.280 hectare, zoals aangegeven op het kaartbeeld. Volgens de bronnenmix voor elektriciteit in het NPE in 2050 zijn voor de Haagse elektriciteitsvraag de volgende bronnen nodig.

67 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Tabel 3.3 Bronnenmix elektriciteit Bron

Hoeveel

Aantal

wind op land

2,0 PJ

70 windturbines

zon PV

5,5 PJ

2.200 ha

overig

13,2 PJ

totaal

20,7 PJ

Totale ruimteclaim Voor de volledige energietransitie van alle sectoren is de ruimteclaim in onderstaande tabel weergegeven.

Tabel 3.4 Ruimteclaim van de energietransitie Ruimtevraag

Oppervlak (ha)

geothermie

0,88

hoofdverdeelstations en onderstations

2,33

zonneveld in regio

8.280

totaal

8.283

Het zonneveld in de regio is natuurlijk fictief en alleen bedoeld om gewicht te geven aan de potentiële impact op het energiesysteem buiten de stad, als gevolg van de elektriciteitsvraag in de stad. Door de impact te vertalen naar hectare zonneveld kunnen de verschillende alternatieven onderling en met de referentie worden vergeleken. In werkelijkheid zal de elektriciteitsvraag worden ingevuld volgens de bronnenmix uit het NPE. De bijdrage van Zon PV in de bronnenmix komt overeen met 2.200 hectare zonneveld. De bijdrage Wind op land komt overeen met 70 windturbines van 3 MW.

68 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

3.1.5

Alternatief 3 – Klimaatbestendige Parkenstad

Afbeelding 3.21 Visiekaart alternatief 3

69 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Afbeelding 3.22 Doorsnede huidige situatie

Afbeelding 3.23 Doorsnede alternatief 3 - situatie 2050

Essentie In de Klimaatbestendige Parkenstad staan de landschappelijke kwaliteiten van Den Haag centraal. Een groene en blauwe stad heeft een positief effect op de gezondheid van de inwoners. Ook staan het versterken van natuurwaarden en het vergroten van biodiversiteit hoog op de prioriteitenlijst. De groene systeemtransitie verloopt top-down. Nabijheid, knooppuntontwikkeling, lopen en fietsen zijn kernwoorden in dit alternatief.

70 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

De bestaande stedelijke structuur van Den Haag wordt optimaal benut, vanuit het oogpunt van gebruiken wat er al is. Het bebouwd gebied wordt niet uitgebreid en bestaand vastgoed wordt hergebruikt. Stedelijke ontwikkeling nabij knooppunten van openbaar vervoer is de norm. Den Haag vergroot haar populariteit door volop te investeren in een leefbare, groene stad. Door te investeren in groen en plekken voor water stijgt de gemiddelde waarde van het vastgoed. Dit enerzijds goed voor de stad en haar investeringsklimaat. De betaalbaarheid van de stad komt volgens de gemeente bij verschillende inwonersgroepen onder druk te staan. De uitdaging in de Klimaatbestendige parkenstad is om de stad de komende decennia inclusief te houden. Ook ontstaan er nieuwe vraagstukken rondom de beheersbaarheid en betaalbaarheid van het onderhoud van het groen. Sturingsfilosofie Om de Klimaatbestendige Parkenstad gestalte te geven, heeft de centrale overheid (EU en Nederlandse Rijksoverheid) en de lokale overheid een sterke sturende rol. Zij dwingen het halen van de klimaatdoelstellingen af, waarbij strikte regelgeving hoog in het vaandel staat. Individuele burgers hebben relatief weinig keuzemogelijkheden en minder bewegingsvrijheid. In ruil daarvoor is er veel rechtszekerheid ten aanzien van randvoorwaarden om fijn te leven in de stad; schoon water, schone bodem, schone lucht en vitale stadsnatuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15070922/1