RIS321163 Bijlage 1 145842 25-000.384 rep final03 Omgevingseffectrapportage
Tekst van het document
Vanuit het Rijksprogramma ‘Water en Bodem Sturend’ krijgt het stadsbestuur meer middelen en instrumenten in handen om letterlijk ruimte te geven aan groen en blauw in de stad. In de Klimaatbestendige Parkenstad vergroten we als gemeente de zero-emissiezones en passen we gebiedsgericht milieubeleid (zonering) toe om gebied specifieke doelen te halen. Er wordt gestuurd op rust en reuring met daarbij passende omgevingswaarden. Ten aanzien van de beheerskosten van het groen stellen we een stedelijk groenfonds in voor ontwikkeling en beheer, gefinancierd met publieke én private middelen.
Afbeelding 3.24 Sturingsfilosofie alternatief 3
71 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Wonen en voorzieningen In de Klimaatbestendige Parkenstad is er een redelijke egale spreiding van (maatschappelijke) voorzieningen over de stad. Sportvoorzieningen liggen binnen het netwerk van openbare ruimte. Daarnaast zetten we als gemeente in op meervoudig ruimtegebruik zoals sportvelden op daken en waterbuffering onder sportvelden. Door volop te investeren in een aantrekkelijke leefomgeving met veel groen en ruimte voor sport en spel zorgen we er als gemeente ook voor dat er culturele activiteiten kunnen plaatsvinden in de openbare ruimte. In Den Haag zijn er delen van de stad die lijden onder hittestress. In deze gebieden; Laak, Schilderswijk en Transvaal, zal ruimte moeten worden gemaakt voor groen en water. Dat betekent dat delen van deze dichtbebouwde wijken gesloopt gaan worden. Als gemeente bouwen we kleinschalig compactere woonvormen terug, maar per saldo neemt het areaal groen toe. Toevoeging van woonprogramma gebeurt aan de ‘Gouden Randen’ van de stad, waar landschap en stad elkaar ontmoeten. In deze gouden randen liggen kansen om meer woningen via een stedelijk woonmilieu met een onderscheidend karakter toe te voegen, zoals ‘ontspannen stedelijk en groenstedelijk wonen’. Dit kan via kleinschalige nieuwbouwcomplexen waar de ruimte het toelaat (Vlietzone) of waar we ruimte creëren zoals de Zuidwestflank van Den Haag en Mariahoeve.
Afbeelding 3.25 Verdichting wonen en werken alternatief 3
72 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Afbeelding 3.26 Voorzieningen alternatief 3
Werken De Klimaatbestendige Parkenstad heeft invloed op het toekomstige economische profiel van de stad. Een groene stad is een aantrekkelijke vestigingsfactor voor kennisintensieve bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid is vervolgens met name interessant voor hoogopgeleide (nieuwe) inwoners, die kunnen profiteren van het hoogwaardige voorzieningenniveau, het groen in de stad, het culturele en recreatieve aanbod. In dit alternatief zien we als gemeente overigens veel ruimte voor nieuwe economie en daaraan gekoppelde verdienmodellen. Dat gaat aan om veel groen en openbare ruimte in 2050 steeds meer publiek bezit. Het onderhoudsvraagstuk wordt, veel meer dan nu, collectief opgepakt waarbij gezamenlijk zorgen voor groen de nieuwe waarde is in de stad. Een veel groener Den Haag leidt ook tot meer mogelijkheden voor voedselproductie dichter bij de consument. Door wegvallende transportkosten kan de prijs van voedsel worden aangescherpt. Daardoor kunnen kosten in levensonderhoud bij kwetsbare groepen inwoners worden gedrukt.
73 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Mobiliteit en bereikbaarheid Het slechten van barrières (ringweg en spoorlijnen) zorgen voor sterkere relaties tussen stad en landschap en maken de gouden randen van de stad bereikbaar, zichtbaar en beleefbaar. Dit betreft barrières zoals de A12/Utrechtsebaan (Huygenstunnel), de Lozerlaan en de spoorbundels. Op de Utrechtsebaan is in 2050 een park ontwikkeld. Verder verdicht de stad nabij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer. Fysieke (of virtuele) nabijheid van wonen, werken en recreëren staan centraal in de Klimaatbestendige Parkenstad. Daarom is in dit alternatief het domein voor de fietser en de voetganger. Verreweg de meeste mensen in de stad kiezen voor stappen of trappen. Gezonde vervoersmiddelen hebben overal voorrang. Lange pendelafstanden zijn niet langer aanvaardbaar. Aan de randen van het stedelijk gebied wordt geïnvesteerd in multimodale hubs, waar men gemakkelijk kan overstappen naar deelmobiliteit of het openbaar vervoer.
Afbeelding 3.27 Mobiliteit alternatief 3
Openbare ruimte, groen en blauw en kustzone De Klimaatbestendige Parkenstad past heel goed bij het historische karakter van de stad. Den Haag is al rijkelijk toebedeeld als het gaat om een netwerk van landen en groene plekken (plantsoenen, pleinen en parken) op loopafstand. In dit alternatief wordt dit netwerk versterkt, zodat iedere plek met groene ‘steppingstones’ verbonden is met een groenvoorziening van enige omvang, zoals een park of het strand. Op deze manier versterken we als gemeente het ‘web’ of ‘grid’ van groene plekken in de stad. In het grid van Den Haag zetten we als gemeente de lange lijnen, ook haaks op de kust, sterker op de kaart. De lommerrijke lanen brengen een kwaliteit terug die de stad in de loop der tijd is kwijtgeraakt. De auto heeft er minder de ruimte waardoor er veel ruimte vrijkomt om de lanen verder te vergroenen.
74 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Afbeelding 3.28 Groen en water alternatief 3
Sinds ‘water en bodem sturend’ in de stad, is Den Haag ook veel beter bestand gemaakt door regenwater veel beter vast te houden en door meer groen als schaduwwerking tegen de hitte. Dat betekent dat de landschappelijke kwaliteiten van Den Haag ook voelbaar verbeterd zijn, waarbij ook meer water zichtbaar is in de stad. Terugbrengen van waterlopen, grachten, verbreden van bestaande watergangen waar passend: het boezemsysteem is op orde, wijken hebben een eigen wijkgerichte wateraanpak en er is een sterke relatie met het Groen Blauwe Hart van de regio. De ruimte is niet oneindig en daarom wordt er veel ruimte dubbel benut, bijvoorbeeld sportvelden op daken van bedrijfsgebouwen. Meervoudig ruimtegebruik is het adagium, vooral in het volle Den Haag. Hierdoor is er minder plek voor (nieuwe) ruimte-extensieve bedrijven. Behalve plekken om te wonen en te werken, zijn gebouwen ook leveranciers van energie, water en stadsgroen. Pleinen en parken in de stad hebben een tweede functie als waterbuffer; bij overvloedige regen lopen ze vol water. In de Klimaatbestendige Parkenstad spreken we als gemeente ook van klimaatacceptatie. Dat betekent dat we accepteren dat delen van de stad langere tijd water kunnen vasthouden. Kustzone In dit alternatief is er veel aandacht voor de ontwikkeling van de kustzone.
Daar wordt het duinengebied uitgebreid, zodat er een sterkere kust ontstaat met meer ruimte voor natuurontwikkeling. De zeespiegelstijging is geen bedreiging meer voor de stad, maar draagt juist bij om het Nationale Park Hollandse Duinen te versterken en uit te breiden. Energietransitie In de Klimaatbestendige Parkenstad ligt de focus op het vergroenen van de stad, waarvoor extra ruimte nodig is. Het nieuwbouwprogramma bedraagt maximaal 55.000 woningen en 365.000 m 2 utiliteit. Daarnaast wordt voor het
75 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
aspect energietransitie aangenomen dat de ruimte voor de auto substantieel wordt beperkt in ruil voor meer groen. Doordat de automobiliteit wordt geëlektrificeerd zal dit ook zorgen voor een lagere elektriciteitsvraag in de stad. Ook voor de warmtetransitie van de bestaande bouw wordt gestreefd de ruimteclaim zowel in de stad als elders zoveel mogelijk te beperken. Als oplossing wordt gekozen om maximaal in te zetten op restwarmte uit de regio. Naast WarmtelinQ wordt nog een tweede regionale warmtetransportleiding vanuit Rotterdam naar Den Haag aangelegd, de Leiding over West. De restwarmtebronnen bestaan al en vragen dus geen extra ruimte. Door het benutten van restwarmte zijn in de stad minder geothermiebronnen nodig en blijft elektrificatie van de warmtevraag beperkt, en dus ook de ruimteclaim elders. Bestaande bouw Het nieuwe energiesysteem van de Klimaatbestendige Parkenstad is weergegeven op onderstaand kaartbeeld. Na energiebesparing bedraagt de energievraag voor de verwarming van de bestaande bouw 12,2 PJ, waarvan 8,3 PJ warmte en 3,9 PJ elektra. Voor de geothermiebronnen (1,2 PJ) en opwek van duurzame elektriciteit is 1.570 hectare nodig, waarvan 1,68 hectare binnen de stad voor de geothermiebronnen, hoofdverdeelstations en onderstations.
Afbeelding 3.29 Energiesysteem alternatief 3
Totale elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag in de stad bedraagt 13,5 PJ (inclusief 2,5 PJ lagere elektravraag voor mobiliteit), waarvan 2,5 PJ met zon op dak in de stad kan worden opgewekt. De overige 11,0 PJ moet buiten de stad worden geproduceerd, wat overeenkomt met een zonneveld van 4.400 hectare, zoals aangegeven op het kaartbeeld. Volgens de bronnenmix voor elektriciteit in het NPE in 2050 zijn voor de Haagse elektriciteitsvraag de volgende bronnen nodig.
76 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Tabel 3.5 Bronnenmix elektriciteit Bron
Hoeveel
Aantal
wind op land
1,1 PJ
38 turbines
zon PV
2,9 PJ
1.160 ha
overig
7 PJ
totaal
11,0 PJ
Totale ruimteclaim Voor de volledige energietransitie van alle sectoren is de ruimteclaim in onderstaande tabel weergegeven.
Tabel 3.6 ruimteclaim Ruimtevraag
Oppervlak (ha)
geothermie
1,24
hoofdverdeelstations en onderstations
1,24
zonneveld in regio
4.400
totaal
4.402
Het zonneveld in de regio is natuurlijk fictief en alleen bedoeld om gewicht te geven aan de potentiële impact op het energiesysteem buiten de stad, als gevolg van de elektriciteitsvraag in de stad. Door de impact te vertalen naar hectare zonneveld kunnen de verschillende alternatieven onderling en met de referentie worden vergeleken. In werkelijkheid zal de elektriciteitsvraag worden ingevuld volgens de bronnenmix uit het NPE. De bijdrage van Zon PV in de bronnenmix komt overeen met 1.160 hectare zonneveld. De bijdrage Wind op land komt overeen met 38 windturbines van 3 MW.
77 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
3.1.6
Alternatief 4 – Gevarieerde werkstad
Afbeelding 3.30 Visiekaart alternatief 4
78 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Afbeelding 3.31 Doorsnede - huidige situatie
Afbeelding 3.32 Doorsnede alternatief 4 - situatie 2050
79 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Essentie In de Gevarieerde werkstad wordt Den Haag versterkt als werkstad voor haar bevolking en als kernstad voor werkgelegenheid in de regio. Den Haag bouwt haar positie zowel als kennisstad voor hoogopgeleid talent verder uit en investeert in een bredere economische basis. In de Gevarieerde werkstad bouwt Den Haag voort op bestaande kracht; de sterke clusters rond bestuur, vrede, recht en veiligheid. De stad levert hiermee een bijdrage aan economische groei én aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken voor een betere, veilige en rechtvaardige wereld. Tegelijkertijd verbreden we als gemeente de economische basis onder de stad door ruimte te maken voor technologische, ambachtelijke en circulaire maakbedrijven (milieucategorie 1-3) en bouw-, zorg- en maritieme bedrijven. In de Gevarieerde werkstad van 2050 zijn er gelijke arbeids- en opleidingskansen. Deze basis illustreert ten volle een rechtvaardig en inclusief Den Haag. De voorwaarde hiervoor is dat werken en wonen in balans is; zowel op verschillende niveaus als geografisch verspreid door de stad. Dit heeft als positief effect dat het aantal vervoersbewegingen wordt beperkt: het is namelijk mogelijk om in de eigen stad te werken. Dat geldt ook voor praktisch laag een middelbaar opgeleiden die minder bereid zijn over lange afstand te pendelen.
Sturingsfilosofie In de Gevarieerde werkstad is volop behoefte aan innovatie en experiment. Start-ups zijn gewild, net als fieldlabs, broedplaatsen en fablabs. Het is belangrijk dat er plekken in de stad zijn waar alles draait om circulatie van kennis en competenties, om kruisbestuiving en creativiteit. Als ondernemers of bedrijven ruimte vragen voor innovatie, bijvoorbeeld op (tijdelijk) braakliggende gronden of leegstaande panden, dan helpt de gemeente om zoveel mogelijk ruimte te bieden en te ondersteunen door middel van regelluwe zones. Ook zorgt de gemeente voor het borgen van ruimte voor (circulaire) economische activiteiten in omgevingsplannen. In de Gevarieerde werkstad werkt de gemeente ook intensief samen met onderwijsinstellingen, lokale ondernemers en de markt om nieuwe economische niches aan te boren. Grote kansen worden bijvoorbeeld gezien bij het ontwikkelen van de maritieme campus. Daarnaast doet de gemeente aan actieve acquisitie van internationale (kennis) instellingen die bijdragen aan het profiel van Vrede en Recht. We sturen als gemeente daarbij op gebiedsgericht vestigingsbeleid in het CID en de Internationale Zone.
80 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Afbeelding 3.33 Sturingsfilosofie alternatief 4
Wonen en voorzieningen De woonkwaliteit in de stad blijft op niveau omdat de wijkcentra voor doelgerichte en dagelijkse boodschappen levendig zijn en doordat met bijvoorbeeld een plintenstrategie de activiteiten in de plinten een rijk straatbeeld opleveren. Rondom de wijkcentra verdichten we als gemeente kleinschalig en zetten in op menging van wonen en werken op blokniveau. De wijkeconomie blijft hierdoor vitaal. Gelijktijdig is het belangrijk om in de stad ook ruimte te hebben voor rommelplekken of rafelranden, waar ruimte is voor tijdelijkheid en experiment. Voor verdichting (woningbouw) ligt de focus gespreid over de stad. De al bekende verdichtingslocaties worden gerealiseerd, maar ook in Loosduinen, de Schildersbuurt en Mariahoeve wordt op specifieke plekken bouwprogramma toegevoegd. De groei in thuiswerken zorgt ervoor dat er in grote delen van de stad een ongeplande menging van wonen en werken ontstaat. In de Gevarieerde werkstad geldt dat ook voor de traditionele woonwijken en niet alleen die waar veel hoogopgeleiden wonen. We zien als gemeente overal een groei van ‘de economie achter de voordeur’. In dit alternatief zien we als gemeente vele levendige wijkcentra met uiteenlopende sociale voorzieningen, gespecialiseerde zorg die meegroeit met de bevolkingsgroei en we zien een toename aan culturele happenings.
Het mengen van ‘economie en vrije tijd’ in woongebieden is een nieuw ordenend principe. Er is een breed palet aan commerciële musea en broedplaatsen in en rondom wijkcentra met betaalbare werkruimte. En natuurlijk beschikt Den Haag over een bruisende binnenstad waar de Hagenaar niet alleen winkelt, maar ook studeert, recreëert, woont, werkt of onderneemt.
81 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Afbeelding 3.34 Verdichting wonen en werken alternatief 4
82 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Afbeelding 3.35 Voorzieningen alternatief 4
Werken In de Gevarieerde werkstad zetten we als gemeente in op het behouden, verdichten en (beperkt) uitbreiden van de keten van bestaande werkclusters (Scheveningen, Internationale Zone, CID, Binckhorst, Vlietzone/ Ypenburgh/Gavi-kavel/ ZKD, Fruitweg en Uitenhagestraat). Niet alleen de bestaande kerngebieden, maar ook de (circulaire) wijkeconomie op pand- en blokniveau speelt een belangrijke rol voor kleinschalige consumenten- en zakelijke diensten en maakbedrijven in de stad. Er is een vanzelfsprekende relatie tussen werken, onderwijs en innovatie die ook aanwezig is in de onderwijscampussen van Den Haag en het netwerk van innovatiehubs. Er is ook concrete schuifruimte nodig. Schuifruimte voor het verduurzamen en renoveren van bestaand vastgoed en bedrijventerreinen en het mogelijk maken van economische dynamiek. Want neergang en opbloei van economische activiteiten volgen elkaar niet naadloos op, ze bestaan tijdelijk naast elkaar zoals fossiele versus duurzame economie en lineaire versus circulaire economie. Deze dynamiek geven we als gemeente in de Gevarieerde werkstad volop de ruimte. Met enkele uitbreidingen van bedrijventerreinen en door een grote verdichtings- en intensiveringsoperatie, beschikt de stad over een breed palet aan werkmilieus.
Den Haag heeft ten eerste het CID ontwikkeld als toplocatie waar mensen graag naar toe gaan om te werken, te studeren en elkaar te ontmoeten. Het CID is hét brandpunt geworden van bestuur, ICT, impact, recht en (cyber) veiligheid met massa. Ten tweede is er nieuwe ruimte gemaakt voor startende en snelgroeiende (maak) bedrijven in creatieve, gemengde milieus met concentraties op de Binckhorst. Internationale organisaties en expats worden, ten derde, als een magneet
83 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
aangetrokken tot de Internationale Zone. Ten vierde heeft Scheveningen-Haven zich ontwikkeld tot de kraamkamer van een nieuwe economie; innovatie op zee. Er wordt ook geïnvesteerd in gemengde bedrijvigheid op bestaande bedrijventerreinen zoals ZKD en in Leidschenveen/Ypenburgh. De haven is in 2050 een maritieme campus, waar naast visserij, innovatie en onderwijs een sterke rol spelen. De zee wordt letterlijk een kraal in de keten van werkclusters, waar wind, zon, waterstof en zeewier wordt geoogst. De kralenketen volgt de HOV- lijn (Koningscorridor) richting het centrum met de versterkte internationale zone en het grootschalige zakelijke dienstencentrum in het CID. Binnen het CID is ook aandacht voor lagere huurprijzen voor onder andere startups en creatieve ondernemers geconcentreerd rond de CID-campussen. In de binnenstad is een rijke mix van werken, wonen en beleven en de Binckhorst wordt gezien als de ‘machine- en kraamkamer’ van de stad: een levendig start- en scale-up milieu waar ook nog écht dingen worden gemaakt in gestapelde maakgebouwen. Dat betekent ook minder ruimte voor extra woningbouw. Zoals hier, heeft de stad op een aantal plekken een andere verhouding tussen wonen en werken. In Leidschenveen/Ypenburg wordt sterk verdicht en uitgebreid.
Technology Park Ypenburg (TPY) is uitgegroeid tot een volwaardig hightech maakcluster, waar onder andere het vliegen op waterstof naar een hoger plan is getild. Het bedrijventerrein Westvlietweg is sterk verdicht en uitgebreid, waar met de aanleg van een haven onder andere ruimte is voor watergebonden (circulaire) bedrijvigheid en stadslogistiek. Ook de Gavi-kavel is ingevuld met geconcentreerde maakindustrie en op en rondom het Forepark zijn economische activiteiten uitgebreid. Ook buiten het centrum, het CID en de kustzone willen we als gemeente in de Gevarieerde werkstad de ruimtelijke randvoorwaarden voor economie en werkgelegenheid verbeteren. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de regionale arbeidsmarkt beter ontsloten wordt voor Haagse werkzoekenden. Meer werkgelegenheid in Den Haag zorgt voor meer vervoersbewegingen naar de stad toe en van de stad af. Goede kwalitatieve openbare ruimte en goed openbaar vervoer zijn belangrijk in een sterke gevarieerde werkstad. Binnen Den Haag staat lopen op 1, waardoor het mogelijk is om bijna naast je werk te wonen. Het (H) OV wordt ingezet voor zowel personen als goederen. Den Haag kent, naast de Koningscorridor en Zuidwestlandcorridor, een extra HOV-ring. Circulaire economie Haagse huishoudens produceren samen meer dan 200 miljoen kilo afval per jaar. Een groot deel daarvan wordt verbrand.
Door materiaal te hergebruiken en te recyclen, verminderen we als gemeente onze CO2-voetdruk. In de Gevarieerde werkstad is hergebruik van grondstoffen de basis voor circulaire economie. Deze levert werkgelegenheid op in de stad en zelfs op wijk- en buurtniveau. De grote bouwopgave in de stad (en regio) vraagt om een forse hoeveelheid (steeds schaarser wordende) grondstoffen. Bouwactiviteiten moeten daarom zo duurzaam mogelijk worden opgepakt. We realiseren als gemeente in de Gevarieerde werkstad bouwafval-hubs, zowel voor de gemeente als bouwende partijen. De circulaire economie is in dit alternatief zichtbaar in de openbare ruimte. We realiseren voorzieningen waar grondstoffen kunnen worden geretourneerd of worden verhandeld. Daar is fysieke ruimte voor nodig. De bestaande bedrijventerreinen in Den Haag benutten we voor deze opgave. Mobiliteit en bereikbaarheid De stad wordt gezien als een belangrijke vestigingsfactor voor werkgevers en werknemers. Goede kwalitatieve openbare ruimte en goed openbaar vervoer zijn belangrijk in een sterke gevarieerde werkstad. Bovendien is hier draagvlak voor door de sterke verdichting. Binnen Den Haag staat ‘beloopbaarheid’ op nummer 1, waardoor het mogelijk is om dicht bij je werk te wonen. Dit leidt tot een geringere behoefte aan mobiliteit.
In dit alternatief zijn er kansen voor een grotere spreiding van mobiliteit over de dag en minder spitsbelasting. We zien als gemeente een doorgaande groei van online winkelen, wat leidt tot veel pakjesbezorgers in de wijk en leegstand in de detailhandel. Het (H)OV wordt ingezet voor zowel personen als goederen en Den Haag kent ook, naast de Koningscorridor en de Zuidwestlandcorridor, een extra HOV-ring. Vervoer over water wordt herintroduceerd, waardoor bijvoorbeeld de bevoorrading van de binnenstad ruimte bespaart op de weg. Ook verkennen we als gemeente de ruimte voor
84 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
de realisatie van een ondergronds netwerk voor vacuümbuizen voor het vervoer en distributie van goederen. De auto blijft op sommige plekken een logistieke rol spelen. Er zijn (circulaire) hubs en overstapmogelijkheden op de overgang van regio en stad.
Afbeelding 3.36 Mobiliteit alternatief 4
Ook buiten het centrum, het CID en de kustzone willen we als gemeente in de Gevarieerde werkstad de ruimtelijke randvoorwaarden voor economie en werkgelegenheid verbeteren. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de regionale arbeidsmarkt beter ontsloten wordt voor Haagse werkzoekenden. Meer werkgelegenheid in Den Haag zorgt voor meer vervoersbewegingen naar de stad toe en van de stad af. Goede kwalitatieve openbare ruimte en goed openbaar vervoer zijn belangrijk in een sterke gevarieerde werkstad. Binnen Den Haag staat lopen op 1, waardoor het mogelijk is om bijna naast je werk te wonen. Het (H) OV wordt ingezet voor zowel personen als goederen. Den Haag kent, naast de Koningscorridor en Zuidwestlandcorridor, een extra HOV-ring.
85 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Openbare ruimte, groen en blauw en kustzone
Afbeelding 3.37 Groen en water alternatief 4
Het landschap wordt gezien als een belangrijke vestigingsfactor voor werkgevers en werknemers. Er is in dit alternatief besloten om voor de sterker stijgende zeespiegel alle winbare zandvoorraden in de Noordzee voor de zeer lange termijn te reserveren voor de versterking van de Hollandse Kust. Dat betekent voor Den Haag een versterking van het duinengebied rondom de haven en ook een nieuwe haven, die buitendijks gerealiseerd wordt. In de kustzone staan versterking van toerisme, de maritieme economie en de klimaatopgave centraal. Zo krijgt het unieke vestigingsmilieu van Den Haag als groene stad aan zee een impuls. Scheveningen-Haven is de uitvalsbasis voor bedrijvigheid die zich richt op voedsel, energievoorziening en andere innovatiekansen op zee. In Scheveningenbad ontwikkelt het toerisme zich duurzaam; we kijken als gemeente daarbij naar spreiding van bezoekers over het jaar.
86 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Energietransitie De Gevarieerde werkstad kenmerkt zich als combinatie van grootschalige ontwikkelingen in kerngebieden en rond stations met elders in de stad voornamelijk kleinschalige ontwikkelingen. Voor de warmtetransitie van de bestaande bouw levert dit een mix op van grootschalige warmtenetten naast veel individuele elektrische oplossingen en kleine collectieve systemen. In dit alternatief bestaat het nieuwbouwprogramma uit 60.000 woningen en 1.195.000 m2 utiliteit. Bestaande bouw Het nieuwe energiesysteem van de Gevarieerde werkstad is weergegeven op onderstaand kaartbeeld. Na energiebesparing bedraagt de energievraag voor de verwarming van de bestaande bouw 12,2 PJ, waarvan 5,7 PJ warmte en 6,5 PJ elektra. Voor de geothermiebronnen (2,8 PJ) en opwek van duurzame elektriciteit is 2.606 hectare nodig, waarvan 3,58 hectare binnen de stad voor de geothermiebronnen, hoofdverdeelstations en onderstations.
Afbeelding 3.38 Energiesysteem alternatief 4
Totale elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag in de stad bedraagt 19,3 PJ, waarvan 2,5 PJ met zon op dak in de stad kan worden opgewekt. De overige 16,8 PJ moet buiten de stad worden geproduceerd, wat overeenkomt met een zonneveld van 6.720 hectare, zoals aangegeven op het kaartbeeld. Volgens de bronnenmix voor elektriciteit in het NPE in 2050 zijn voor de Haagse elektriciteitsvraag de volgende bronnen nodig.
87 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Tabel 3.7 Bronnenmix elektriciteit Bron
Hoeveel
Aantal
wind op land
1,7 PJ
59 turbines
zon PV
4,5 PJ
1.800 ha
overig
10,6 PJ
totaal
16,8 PJ
Totale ruimteclaim Voor de volledige energietransitie van alle sectoren is de ruimteclaim in onderstaande tabel weergegeven.
Tabel 3.8 Ruimteclaim energietransitie Ruimtevraag
Oppervlak (ha)
geothermie
2,85
hoofdverdeelstations en onderstations
1,88
zonneveld in regio
6.720
totaal
6.725
Het zonneveld in de regio is natuurlijk fictief en alleen bedoeld om gewicht te geven aan de potentiële impact op het energiesysteem buiten de stad, als gevolg van de elektriciteitsvraag in de stad. Door de impact te vertalen naar hectare zonneveld kunnen de verschillende alternatieven onderling en met de referentie worden vergeleken. In werkelijkheid zal de elektriciteitsvraag worden ingevuld volgens de bronnenmix uit het NPE. De bijdrage van Zon PV in de bronnenmix komt overeen met 1.800 hectare zonneveld. De bijdrage Wind op land komt overeen met 59 windturbines van 3 MW.
3.1.7
Toepassing alternatieven
Door te werken met deze alternatieven kunnen we: - ‘botsproeven’ organiseren: reflecteren op concrete beleidsvoornemens in het licht van de 4 alternatieven; - condities verkennen: de randvoorwaarden voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van voorgenomen beleid in beeld brengen; - verkennen welke knopen in het beleid moeten worden doorgehakt (prioritering); - gebiedsspecifieke ruimtelijke conflicten en kansrijke combinaties verkennen.
3.2
Verschillen tussen de alternatieven
Tabellen 3.9 t/m 3.11 geven een samenvatting van de verschillen tussen de alternatieven die als basis dienen van de effectbeschouwing in hoofdstuk 6.
88 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Tabel 3.9 Alternatieven op rangorde van 1 maximaal invulling en 5 minimaal invulling van de aspecten Referentiesituatie
Compacte woonstad
Meerkernige 15-minutenstad
Klimaatbestendige parkenstad
Gevarieerde werkstad
sturingsfilosofie (benodigde inspanning van de gemeente)
4: stadmaken staat centraal binnen de sturingsfilosofie
2: de gemeente stimuleert de markt, de markt gaat over bouwen. Ook is er sprake van sturing op voorzieningenniveau en groene verbindingen. Daarnaast is er een actief grondbeleid voor voorzieningen die niet zelf van de grond komen
5: inspanning gemeente richt zich op voorzieningenniveau en langzaamverkeersroutes. De lokale gemeenschappen staan centraal
1: de gemeente ziet het als publieke taak om groen, water en voorzieningen te creëren. Dit gebeurt dus op een top down wijze. Er wordt ingezet op een actief grondbeleid waarbij grond door de gemeente wordt opgekocht
3: er wordt gestuurd op gebiedsprofielen met een balans tussen wonen, werken en onderwijs. Er wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik. Ook wordt er gepoogd tot het aantrekken van instellingen en bedrijven
OV (type bus, rail)
2 en 3
1: maximaal hoogwaardig openbaar vervoer in hoogstedelijke gebieden, zoals de metro, wat voor snelle verbindingen zorgt
3: het huidige OV-netwerk (tram en bus) wordt iets uitgebreid. Er is geen sprake van hoogwaardig OV. Bereikbaarheid is nabijheid
2: er is sprake van een duurzame stad waarbij groen voorzieningen bereikbaar zijn met het OV. OV is deels hoogwaardig
4: er is een nieuwe HOV ringlijn voor de stadslogistiek van goederen (grofweg via de Haagse Sportlaan naar Scheveningen en via van Alkemadelaan naar de laan van NOI)
bereikbaarheid per auto
3
5: verdichte stedelijke gebieden zijn autovrij. Om dit mogelijk te maken worden stadsrandhubs gecreëerd voor de regio en stad. Om verdichting mogelijk te maken wordt overkluizing toegepast
4: rode kernen worden autovrij of autoluw. De stad wordt bereikbaar gehouden door middel van auto hubs. In de hele stad is 30 km/h de maximum snelheid. Parkeren is mogelijk in kernen maar niet voor de deur. Hiervoor worden regionale hubs en wijkhubs gecreëerd
3: wegen worden smaller door vergroening. Er zijn meer 30 km/h wegen, naast ook meer 50 km/h wegen. Er wordt niet ingezet op hubs in de wijken. Er vindt overkluizing plaats ten behoeve van het park
1: de bereikbaarheid auto en logistiek voor werklocaties is groot
bereikbaarheid per fiets en te voet (STOMP in ieder model)
5
2: betere fietsbereikbaarheid van bestemmingen, zoals in het centrum. Daarnaast wordt het fietsnetwerk ingezet om hoogwaardig openbaar vervoer mogelijk te maken
1: fiets en voetgangers staan op 1. Er worden autovrije kernen gecreëerd waarbinnen voor iedere doelgroep binnen 15 minuten dagelijkse voorzieningen beschikbaar zijn
3: beleving van groen door fietsers en voetgangers staat centraal
2/3: er wordt ingezet op vitale wijken met een wijkeconomie. De regionale economie wordt bereikt door de auto. Er is een fietsnetwerk met HOV
voorzieningen (type en afstand tot voorzieningen)
2 en 3
2: voorzieningen groeien mee binnen hoogstedelijke verdichtingsgebieden. Er vindt een concentratie van voorziening plaats
1: het karakter van wijken wordt in lijn gebracht met de aanwezige voorzieningen, zodat de hele stad compleet is wat betreft sociale en dagelijkse voorzieningen. Dit bevordert een evenwichtige verspreiding van faciliteiten door de stad.
3: er wordt ingezet op groen voor sommige voorzieningen zoals ontmoeting en sporten. Rondom OV knooppunten vindt een concentratie plaats van dagelijkse voorzieningen.
3: werken in wijkcentra wordt toegevoegd. Werkvoorziening zijn overal.
economie (type bedrijvigheid kantoren en industrie)
4
3: er wordt ingezet op kantoren en een kennisintensieve economie en universiteitsstad om een kennisomgeving te creëren
2: wonen en werken worden verspreid door de stad. Wel is er sprake van variatie door de stad qua vorm van werken
4: werken is gelijk aan de referentiesituatie. Verdichting van werk moet hand in hand met vergroening is een uitgangspunt Er is sprake van dooradering van groen en water
1: er is sprake van variatie in werken, maar minder menging van soorten werk. Er wordt ingezet op het intensiveren van werken in grote bedrijventerreinen. Daarnaast worden deze circulair gemaakt. Praktisch geschoolden worden gekoppeld aan bedrijven. Menging van vormen van werken vindt wel plaats in wijkcentra
wonen (doelgroep - mate van betaalbare woningen)
4: gericht op studenten en het vasthouden van stedelijke gezinnen
4: er komen met name kleine woningen. De focus ligt niet op gezinnen maar op jonge werkende mensen en studenten, naast expats en korte verblijven. Er is aandacht voor zorgdoelgroepen en statushouders (in hoogstedelijke gebieden)
1: een gevarieerd woonprogramma waardoor doorstroming mogelijk is binnen de wijken. Er wordt ingezet op complete wijken waarin ook ruimte is voor zorgdoelgroepen en statushouders
5: er is een risico dat de stad onbetaalbaar wordt
3: werken moet in verhouding zijn met wonen
groen (omvang en type - gelijk areaal in groen)
referentienorm
3: er worden groene verbindingen gemaakt (functioneel groen). Er bestaat een risico dat de referentienorm niet gehaald wordt
2: er vindt alleen een toename van functioneel groen (sport)
1: er wordt ingezet op een groen blauw netwerk, met een mix van ecologisch groen en groen voor sport
4: er is alleen een toename van functioneel groen. Groen wordt gezien als een belangrijke vestigingsfactor voor bedrijven en organisaties
89 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Tabel 3.10 Programma werken per alternatief (bedrijfsruimte, kantoor, detailhandel, horeca, logies, congres, leisure) (ten opzichte van 2020) Compacte woonstad
Meerkernige 15-minutenstad
Klimaatbestendige parkenstad
Gevarieerde werkstad
totaal (m2)
702.000
1.097.500
373.500
2.283.500
CID (hoofdzakelijk kantoren)
303.000
127.000
120.000
800.000
Binckhorst
61.000
206.000
46.000
505.000
Zuidwest inclusief ZKD
125.000
192.500
91.000
235.000
andere delen (verdeeld over de onderstaande regels)
213.000
572.000
116.500
743.500
Binnenstad
21.000
13.000
-16.500
51.000
Wijkeconomie
50.000
92.500
50.000
90.000
Vlietzone/Ypenburg
150.000
211.500
100.000
250.000
Laakhavens
-40.000
36.500
-37.000
80.000
Scheveningen haven
5.000
97.000
10.000
50.000
Scheveningen rest
17.000
54.000
10.000
42.500
Internationale zone
0
47.500
0
150.000
10.000
20.000
0
30.000
BTs Fruitweg/ Uitenhagestraat
Tabel 3.11 Programma wonen per alternatief (toename woningen ten opzichte van 2020) Compacte woonstad
Meerkernige 15-minutenstad
Klimaatbestendige parkenstad
Gevarieerde werkstad
80.000 plus
65.000-70.000
50.000-55.000
60.000
CID
30.000
20.000
15.000
20.000
Binckhorst
15.000
7.000-12.000
8.000
5.000
Zuidwest
15.000
15.000
10.000
10.000
15.000 plus
18.000-23.000
17.000 - 22.000
25.000
totaal (aantal woningen)
andere delen (accupunctuur architectuur) - onder andere Scheveningen, Mariahoeve (aantal woningen)
90 | 295 Witteveen+Bos | 126060/24-017.657 | Definitief 02
4 ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT? 4.1
Aanpak
Hoofdvragen voor het OER Het plan-mer gaat in op de volgende hoofdvragen: - wat is de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving? - hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder nieuwe omgevingsvisie)? - welke alternatieven (beleidsopties) volgen uit de concretisering van de ambities? - wat zijn de effecten van deze alternatieven op milieu en leefomgeving? - wat zijn de effecten van het gekozen toekomstbeeld (het voorgenomen beleid) die in de nieuwe omgevingsvisie wordt opgenomen? - wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? Onderzoeksaanpak voor het OER op hoofdlijnen De onderzoeksaanpak bestaat op hoofdlijnen uit 5 stappen: 1 het uitwerken van de staat van de Leefomgeving (al gereed) tot een referentiesituatie voor het OER; 2 het leveren van een bijdrage aan de beleidsopties voor de omgevingsvisie (uitgewerkt in alternatieven) op basis van de concretisering van de ambities en eventuele aanvullende aandachtspunten; 3 het beschrijven en beoordelen van de effecten op milieu en leefomgeving van alternatieven en deze vastleggen in het voorliggende OER; 4 het uitwerken van een toekomstbeeld welke de koers voor de nieuwe omgevingsvisie bevat en het in beeld brengen van de effecten op het milieu en de leefomgeving van dit toekomstbeeld 5 het geven van een aanzet voor monitoring en bijsturing op de beoogde effecten op milieu en
leefomgeving.
4.2
Plan- en studiegebied
Het beleidskader richt zich op de gehele gemeente Den Haag. De effecten van het beleidskader kunnen echter ook buiten de grenzen van de gemeente optreden (studiegebied).
4.3
Huidige situatie, referentiesituatie en zichtjaar
In het OER worden op allerlei aspecten van de leefomgeving (zie beoordelingskader) informatie gegeven. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: - huidige situatie: dit is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2023 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is. In de praktijk is dit vaak het jaar 2021 of 2022; - referentiesituatie: de situatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen: · generieke (exogene)autonome ontwikkelingen (algemene trends en ontwikkelingen als klimaatverandering of vergrijzing die Den Haag als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft);
91 | 295 Witteveen+Bos | 126060/24-017.657 | Definitief 02
·
-
autonoom omgevingsbeleid (voorzetting van het huidige (sectorale) beleid) en autonome projecten (bouw- en infraprojecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden maar die nog niet uitgevoerd zijn); alternatieven: De alternatieven schetsen 4 mogelijk ontwikkelrichtingen voor Den Haag in 2050; het voorgenomen beleid: Het voorgenomen beleid bevat de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie Den Haag 2050. Het bestaat uit een verhaal en een visiekaart.
De Omgevingsvisie richt zich op het jaar 2050, het OER sluit zoveel mogelijk aan bij dit zichtjaar. Voor het jaar 2050 is vaak beperkte informatie beschikbaar en bestaat de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen.
4.4
Beoordelingskader
Het beoordelingskader voor het OER is opgebouwd uit aspecten en indicatoren die toegespitst zijn op de Haagse situatie. Het OER beoordeelt de alternatieven per aspect. De indicatoren worden gebruikt om in het OER effecten te beschrijven van de alternatieven. Op basis van de ambities, de staat van de leefomgeving (paragraaf 2.1) en de ingreep-effectrelaties (bijlage IV) zijn de indicatoren geselecteerd. Samen zeggen de indicatoren iets over een overkoepelend aspect. Met de indicatoren wordt de kwalitatieve en (semi-)kwantitatieve effectbeoordeling van de (ontwerp) Omgevingsvisie uitgevoerd. Ook worden de indicatoren zoveel mogelijk gebruikt in het nog op te stellen (kwantitatieve) monitorings-en evaluatieplan van de Omgevingsvisie. Tabel 4.1 toont het gebruikte beoordelingskader op aspect niveau.
92 | 295 Witteveen+Bos | 126060/24-017.657 | Definitief 02
Tabel 4.1 Beoordelingskader effecten op milieu en leefomgeving Ambitie
Beoordelingsaspect
Indicator
Rechtvaardig en Inclusief ‘Iedereen doet mee’
voorzieningenaanbod
-
aantal onderwijsvoorzieningen per stadsdeel (PO, VO, vervolgonderwijs);
doelen:
(scholen, horeca, winkels, sport, zorg)
-
aantal culturele voorzieningen per stadsdeel;
de inwoners van Den Haag hebben gelijke mate toegang tot
-
aantal buurthuizen per stadsdeel;
voorzieningen en een aantrekkelijk openbare ruimte;
-
aantal bibliotheken per stadsdeel;
-
iedereen doet mee in Den Haag;
-
aantal sportvoorzieningen per stadsdeel;
-
aantrekkelijk openbare ruimte van kwaliteit waar ruimte is voor
-
aantal huisartsen per stadsdeel;
ontmoeten, bewegen en verblijven voor iedereen
-
aantal ziekenhuizen
-
afstand tot een onderwijsvoorziening (PO, VO, vervolgonderwijs);
-
afstand tot culturele voorzieningen;
-
afstand tot een buurthuis;
-
afstand tot een bibliotheek;
-
afstand tot een sportvoorziening;
-
afstand tot de huisarts
welzijn, sociale cohesie, en
-
mate van tweedeling (kan iedereen meedoen);
participatie
-
mate van participatie;
-
mate van sociale cohesie
openbare ruimte
-
kwaliteit van openbare ruimte
woningmarkt: woningaanbod
-
afstand tot voorzieningen
Betaalbare, toegankelijke en Toekomstbestendige
-
omvang woningvoorraad naar prijssegment (koop);
Woningvoorraad ‘Iedereen kan wonen in Den Haag’
-
omvang woningvoorraad naar prijssegment (huur);
doelen:
-
omvang woningvoorraad voor zorgdoelgroepen en levensbestendig;
-
woningvoorraad in balans;
-
aandeel betaalbare woningen per wijk
-
voldoende sociale huurwoningen;
-
verduurzaming woningvoorraad;
-
bestrijden dakloosheid -
woonquote;
-
betaalbaarheid energietransitie
-
energie labels woningen, per stadsdeel;
-
oppervlakte groene daken, per stadsdeel
-
verdroging (-risico's)
betaalbaarheid duurzaamheid woningvoorraad Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief
93 | 295 Witteveen+Bos | 126060/24-017.657 | Definitief 02
droogte
doelen: -
Wijken, straten en gebouwen zijn klimaatbestendig
-
Voldoende drinkwater kwalitatief op niveau
-
bedrijven, bedrijfsvastgoed, woningen en verkeer functioneren CO2 neutraal
-
toevoegen en beter benutten van duurzame energiebronnen
-
herstellen en vergroten biodiversiteit wateroverlast
-
risico wateroverlast;
-
overstromingsrisico (Delfland)
-
Opvang en berging (regen) water
-
drinkwater voorziening;
-
grondwaterkwaliteit;
-
oppervlaktewater (fysisch en ecologisch)
bodem
-
fysische bodemkwaliteit
CO2-uitstoot
-
CO2 uitstoot van bestaande gebouwde omgeving;
Tempo van de reductie van
-
CO2 uitstoot mobiliteit en nieuwbouw
energietransitie
-
vraag naar elektriciteit;
vervanging van aardgas door een
-
bronnenmix elektriciteit;
duurzame energiebron
-
vraag naar warmte;
-
ruimteclaim van de warmtetransitie in en buiten de stad;
-
ruimteclaim van de energietransitie (elektra) in en buiten de stad
-
effect op Natuur Netwerk Nederland;
-
effect op Natura 2000;
-
effect op beschermde soorten
biodiversiteit
-
verandering biodiversiteit
landschap, cultuurhistorie en
-
archeologische waarden;
archeologie
-
gebouwd erfgoed (beschermde gezichten);
verandering in behoud en
-
cultuurlandschap;
ontwikkeling van archeologie,
-
stille woongebieden
-
voorraad en vastgoeddynamiek
waterkwaliteit
CO2-uitstoot van Den Haag
natuur
gebouwd erfgoed, cultuurlandschap en werelderfgoed Economisch Vitaal
94 | 295 Witteveen+Bos | 126060/24-017.657 | Definitief 02
bedrijfs- en kantoorruimte
doelen:
-
functiemenging
-
-
betaalbaarheid
winkels, horeca en vrije tijd;
-
voorraad en vastgoeddynamiek;
vrije tijd: hotels, congressen leisure
-
kwalificatie winkelgebieden;
-
bestedingen van bezoekers;
-
hotelovernachtingen;
-
congresbezoeken
economische structuur en
-
aantal banen per sector, per wijk;
vestigingsmilieu
-
startende (startups) en snelgroeiende (scale-ups) bedrijven (in clusters);
-
ruimte voor campusontwikkeling
-
ruimte voor innovatiehubs en verzamelconcepten;
-
vestigingsmilieu (clusters, ondernemerschap, human capital, kennisinfra,
economische structuur verdiepen en verbreden met groeisectoren;
-
doorontwikkeling Den Haag als stad van Vrede en Recht;
-
een levendige stad met voldoende en kwalitatief aanbod winkels en vermaak;
-
voldoende kans op economische zelfstandigheid voor elke inwoner;
-
de Haagse economie functioneert duurzaam voor mens en milieu
verdiepen en verbreden
fysieke infra, financiering, governance, leef- en woonklimaat) circulaire en duurzame economie
95 | 295 Witteveen+Bos | 126060/24-017.657 | Definitief 02
-
aantal circulaire bedrijven en banen;
-
circulariteit binnen bestaande bedrijven;
-
ruimte voor circulaire maakbedrijven;
-
ruimte voor circulaire hubs/ambachtscentra;
-
aantal bedrijven en banen in energietransitie
Gezond en Veilig
welvaart;
-
gemiddeld besteedbaar inkomen;
werk, inkomen, opleiding en sociale
-
subjectief welzijn en persoonlijke ontwikkeling;
stijging
-
baankansen verschillende inkomensgroepen;
-
werkloosheid (per stadsdeel);
-
arbeidsparticipatie (per stadsdeel);
-
groei van hbo en universitair onderwijs en kennisinstellingen;
-
faciliteiten (praktijk) onderwijs, startups en combinaties werken/leren
-
geluidsbelasting;
doelen:
-
luchtverontreiniging;
-
iedereen in Den Haag heeft alle kans heeft op gezonde en
-
elektromagnetische velden;
gelukkige levensjaren;
-
bodemverontreiniging;
Den Haag biedt elke inwoner een gezonde en veilige
-
trillingen;
leefomgeving;
-
geur;
Haagse inwoners ervaren een goede gezondheid
-
licht
-
afstand tot park of grotere groenvoorziening;
-
vierkante meters groen per woning;
-
beweegvriendelijkheid;
-
rookvrije omgeving;
-
gezond voedselaanbod
-
wind (hinder);
-
schaduwhinder/bezonning;
-
hitte
-
eenzaamheid;
-
ervaren gezondheid
-
externe veiligheid;
-
sociale veiligheid inkomen en vervoerkeuze;
-
-
gezondheidsbescherming
gezondheidsbevordering
microklimaat
welbevinden omgevingsveiligheid Duurzaam Bereikbaar
toegang tot mobiliteitsdiensten en -
-
doelen:
voorzieningen
auto:
-
elke inwoner heeft in voldoende mate toegang tot
-
autobezit en -dichtheid;
mobiliteitsopties, zoals (deel-)auto, (deel-)fiets, OV, en vervoer
-
hoofd(wegennet);
op maat;
-
parkeren;
-
milieuzones en autoluwe gebieden;
96 | 295 Witteveen+Bos | 126060/24-017.657 | Definitief 02
-
-
modal shift naar lopen, fietsen, en openbaar vervoer, waardoor
openbaar vervoer:
de capaciteit van het wegen- en railnet beter wordt benut en
-
capaciteit en kwaliteit OV-netwerk;
de doorstroming verbetert;
-
gemiddelde afstand woonadressen tot OV-opstappunt;
verkeersveiligheid wordt voor iedereen beter, met als
-
gemiddelde afstand werklocaties tot OV-opstappunt;
uiteindelijk doel: nul verkeersdoden per jaar
fietsen en lopen: -
dichtheid en kwaliteit voetgangers- en fietsnetwerk;
overig: mobiliteit en bereikbaarheid
verkeersveiligheid
97 | 295 Witteveen+Bos | 126060/24-017.657 | Definitief 02
-
aanbod deelmobiliteit en mobiliteitshubs
-
modal split;
-
gebruik OV;
-
gebruik fietsnetwerk (inclusief hoofd- en snelfietsroutes);
-
aandeel korte afstandsverplaatsingen (<5 km);
-
aandeel lange afstandsverplaatsingen (>5 km)
-
verkeersveiligheidsrisico’s voor alle typen weggebruikers;
-
aantal verkeersslachtoffers
4.5
Wijze van beoordelen
Het OER beschrijft de huidige situatie van Den Haag (Staat van de Leefomgeving) voor het peiljaar 2022. Waar geen informatie beschikbaar is over 2022 wordt de meest recente data gebruikt of een kwalitatieve beschrijving gegeven. Er wordt geen hard zichtjaar aan de Omgevingsvisie gebonden, maar grofweg gericht op 2050. Daarom is dit ook het zichtjaar voor de referentiesituatie en de verkenningen. Het plangebied voor de Omgevingsvisie omvat de hele gemeente Den Haag. Het studiegebied voor het effectonderzoek betreft de regio rondom Den Haag en de aangrenzende gemeenten, tot zover er nog sprake is van te verwachten effecten als gevolg van de Omgevingsvisie. Vergelijking met de referentiesituatie Voor elk van de alternatieven worden de effecten op de aspecten uit het beoordelingskader bepaald en beoordeeld op basis van een inschatting van meerdere deskundigen uit verschillende disciplines (ook wel expert judgement).
De volgende experts hebben in ieder geval bijgedragen aan de effectstudies (niet uitputtend): - Medior en senior ecoloog; - Medior en senior adviseur mobiliteit; - Medior en senior adviseur stedelijke klimaatadaptatie; - Medior en senior adviseurs milieu en veiligheid; - Medior en senior mer-specialist; - Medior en senior adviseur sociale effecten; - Medior en senior adviseur landschap en erfgoed; - Medior en senior adviseur energie; - Medior en senior adviseur wonen en economie. De beoordeling van de omgevingseffecten wordt gedaan per aspect en ten opzichte van de referentiesituatie met behulp van de beoordelingsschaal in tabel 4.2. De omgevingseffecten worden beschreven per indicator wat gezamenlijk leidt tot een beoordeling van een aspect. De spreiding van de effectbeoordelingen van de indicatoren is daarmee ook de score voor het aspect. Zo worden de positieve effecten (kansen) en negatieve effecten (risico’s) weergegeven als een score met de spreiding van de beoordelingen van de indicatoren.
Tabel 4.2 Beoordelingsschaal omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie Score
Toelichting
++
zeer positief effect; sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie
+
positief effect; verbetering ten opzichte van de referentiesituatie
0
neutraal; geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief effect; verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie
--
zeer negatief effect; sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie
Naast de beoordeling van effecten op de aspecten uit het beoordelingskader toetst het milieueffectrapport ook in welke mate de referentiesituatie en de alternatieven bij kunnen dragen aan het behalen van de doelen in het licht van de ambities die gemeente Den Haag heeft opgesteld (zie hoofdstuk 3). Dit gebeurt aan de hand van de beoordeling zoals toegelicht in tabel 4.3. De beoordeling van doelbereik bestaat uit een driepuntsschaal. De potentie van het behalen van de doelen is afhankelijk van de staat van de leefomgeving van de te onderzoeken situaties in het OER. Eerst worden de kenmerken beschreven van de staat van de leefomgeving voor een situatie (referentiesituatie, alternatieven of het voorgenomen beleid). Vervolgens wordt die situatie vergeleken met de hoofddoelen beschreven in kolom ambitie van tabel 4.1. Indien de
98 | 295 Witteveen+Bos | 145842/25-0000.384 | Definitief 03
hoofddoelen niets bevatten over een aspect dan wordt bijlage V beschouwd. Bijlage V bevat een nadere uitwerking van de hoofddoelen per aspect.
Tabel 4.3 Toetsing doelbereik Beoordeling
Toelichting hoge potentie voor behalen doelen
/ hoog redelijke potentie voor behalen doelen / redelijk laag tot geen potentie voor behalen doelen / laag
4.6
Detailniveau van het onderzoek
Het OER voor de nieuwe omgevingsvisie sluit aan bij het abstractieniveau van de beleidsopties (alternatieven) die worden voorgesteld. Dit betekent dat een globale effectbeoordeling wordt uitgevoerd op aspectniveau, waarbij de effecten vaak kwalitatief of op basis van expert judgement worden beschreven en beoordeeld. Waar mogelijk vindt kwantitatieve beoordeling plaats. Daarbij wordt gebruik gemaakt van open data en al uitgevoerde (beleids)analyses. Deze bronnen worden voornamelijk gebruikt voor het bepalen van de huidige staat en kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De autonome ontwikkelingen en de alternatieven worden veelal kwalitatief of op basis van expert judgement beoordeeld. Het gaat om een beschrijving van de verwachte effecten en de onzekerheden per alternatief of overkoepelend voor alle alternatieven (afhankelijk van aspect en beschikbare informatie). Een beoogde meerwaarde van het OER is om, waar mogelijk en relevant, ook op wijkniveau de staat van de leefomgeving en de effecten te beschrijven. Op deze manier worden de verschillen tussen wijken en de impact van beleidsopties op verschillende locaties in kaart gebracht.
99 | 295 Witteveen+Bos | 145842/25-0000.384 | Definitief 03
5 BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE Dit hoofdstuk beschrijft de referentiesituatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van autonome ontwikkelingen in Den Haag. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie met de autonome ontwikkelingen. Het hoofdstuk start met een beschrijving van de algemene ontwikkelingen. Daarna wordt er per ambitie besproken in hoeverre de ambitie in 2050 wordt gerealiseerd in de referentiesituatie.
5.1
Algemene ontwikkelingen
Essentie Tussen 2020 en 2040 groeit de stad met netto 100.000 inwoners, ofwel een groei van een kleine 20 % (bron: staat van de leefomgeving - omgevingsvisie Den Haag 2050). Ook de regio groeit fors. Dat vraagt om meer woningen, opleidingen, werkgelegenheid, voorzieningen, groen en infrastructuur. De uitdaging is om die groei op te vangen binnen de grenzen van de bestaande stad. Daarvoor heeft Den Haag weinig mogelijkheden tot uitbreiding, vanwege de waardevolle (natuur) gebieden in en om de stad die een belangrijk deel uitmaken van de leefkwaliteit van Den Haag. De netto groei van de Haagse bevolking is vergelijkbaar met die van de afgelopen 20 jaar. Aandacht voor de sociale samenhang van de stad wordt daarbij essentieel. Bijna de helft van de nieuwe bewoners komt van buiten Nederland. Om de sociale samenhang in de stad te versterken en te behouden is het belangrijk dat iedere Hagenaar moet kunnen meedoen en bijdragen aan de stad. De komende decennia wordt er gewerkt aan een toekomstbestendige stad, die aantrekkelijk is en tegelijkertijd weerbaar. De opgave van klimaatadaptatie wordt daarbij nauw gekoppeld aan de opgave van klimaatmitigatie; het beperken van de temperatuurstijging door vermindering van de CO 2-uitstoot. De gemeente zet in op een omslag in de omgang met energie en grondstoffen.
Hiervoor is een energietransitie en een daarmee samenhangende mobiliteitstransitie noodzakelijk, met consequenties voor de ruimtelijke inrichting van de stad. Het sectoraal beleid zoals weergegeven in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie van de gemeente Den Haag dient als basis van de referentiesituatie. De volgende beleidsstukken zijn in bijzonder meegenomen in de beschrijving van de referentiesituatie: - Richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen (2021); - Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs; - Richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen (2021); - Cultuurvisie Den Haag; - Visie op wijkbibliotheken; - Inspraak- en participatieverordening gemeente Den Haag 2012; - Onderzoek Visser, van Popering- Verkerk en van Buuren, 2019; - Kadernota Openbare Ruimte; - Woonvisie (RIS296833); - Woonagenda (RIS311824); - Woonagenda (RIS311824); - Beleidskader aanpak dakloosheid (RIS316085); - programma Haagse Daken Aanpak (RIS316092);
100 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-0000.384 | Definitief 03