RIS321163 Bijlage 1 145842 25-000.384 rep final03 Omgevingseffectrapportage
Tekst van het document
Echter, is het onzeker of het nieuwe duinenrijk wordt gerealiseerd aangezien het voorgenomen beleid slechts de mogelijkheden onderzoekt. De toename van het inwonersaantal leidt tot een toename van stikstofdepositie (door verkeer) en een toename van verstoring in (beschermde) natuurgebieden. De toenames worden tegelijkertijd ook beperkt, doordat gebruik van openbaar vervoer wordt gestimuleerd, doordat fietser en voetgangers voorrang krijgen bij nieuw in te richten gebieden en doordat groen wordt toegevoegd in drukbevolkte gebieden. De omgevingseffecten zijn daarmee, ondanks de groei van inwonersaantal, neutraal of licht positief ten opzichte van de referentiesituatie. Biodiversiteit Het doelbereik is het herstellen en vergroten van de biodiversiteit. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld. De biodiversiteit van de stad, die toch al sterk onder druk staat, neemt autonoom steeds verder af. Voor biodiversiteit geldt dat de potentie van het doelbereik voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag worden beoordeeld. De biodiversiteit blijft in deze alternatieven onder druk staan en neemt verder af. In deze 3 alternatieven is sprake van een verslechtering van de omgevingseffecten door een afname van rust en ruimte voor dieren en planten.
In alternatief 4 Gevarieerde werkstad is er zelfs sprake van een sterke verslechtering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie door een gebrek aan oog voor biodiversiteit. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld door het toevoegen van groen en creëren van verbindingen. De omgevingseffecten verbeteren sterk ten opzichte van de referentiesituatie door de toename van kansen voor het versterken van de biodiversiteit. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld, aangezien er op verschillende niveaus wordt geïnvesteerd in vergroening. Het betreft vergroening door inwoners, vergroening op het niveau van straten en vergroening in de vorm van nieuwe parken, ofwel de icoonprojecten. De omgevingseffecten zijn positief ten opzichte van de referentiesituatie. Landschap, cultuurhistorie en archeologie Het doelbereik is het behoud en versterken van landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld. Voor landschap, cultuurhistorie en archeologie geldt dat de potentie van het doelbereik voor elk van de 4 alternatieven als laag wordt beoordeeld.
In alle alternatieven is er een kans op verslechtering van de omgevingseffecten op deze erfgoedwaarden ten opzichte van de referentiesituatie, al kan deze in alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad sterk verbeteren. Gezien de grote groei in populatie, stedelijke dichtheid en klimaatopgave moeten er tot 2050 keuzes gemaakt worden over de verdeling van de ruimte in Den Haag. Dit heeft ervoor gezorgd dat noodgedwongen de cultuurhistorische waarde van Den Haag autonoom en in alle alternatieven kans heeft om af te nemen.
21 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie om archeologie, gebouwd erfgoed, cultuurlandschap en werelderfgoed te versterken. Gezien de grote groei in populatie, stedelijke dichtheid en klimaatopgave moeten er tot 2050 keuzes gemaakt worden over de verdeling van de ruimte in Den Haag. Het voorgenomen beleid maakt een duidelijke keuze voor inbreiding, vergroenen en versterken van de kustlijn. Voor de indicator cultuurlandschap is de potentie hoog om de landschappelijke kernwaarden te versterken. In het voorgenomen beleid treedt ook effecten op cultuurhistorie en archeologie op. Met name de aantasting van mogelijke archeologische waarden speelt hierbij een rol. De gemeente zet wel in op verduurzaming van panden zonder dat erfgoed wordt aangetast waardoor de beoordeling gelijk is aan de referentiesituatie. Het voorgenomen beleid heeft zowel positieve (landschap) als negatieve effecten (archeologie en cultuurhistorie) ten opzichte van de referentiesituatie. Beoordeling ambitie In tabel 0.5 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag opgenomen. Tabel 0.5 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een klimaatbestendige, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Beoordeling doelbereik referentie
Aspect
Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseff ecten alternatieven
Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid
alt. 1
alt. 2
alt. 3
alt. 4
n.v.t.
-
+
++
-
0/+
n.v.t.
-/+
-/0
++
-/+
0/+
n.v.t.
-/0
-/0
+
-/0
-/+
n.v.t.
0
0
+
0
0
n.v.t.
+
-
+
-
0
n.v.t.
-/+
-/0
0/+
-/0
0
n.v.t.
-
-
+/++
-
0/+
n.v.t.
-
-
++
-
+
n.v.t.
-/0
-
-/++
-
0/+
Droogte
Wateroverlast en waterveiligheid
Waterkwaliteit
Bodem
CO2-uitstoot
Energietransitie
Natuur
Biodiversiteit
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
22 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Ambitie 4 Een economisch vitaal Den Haag Kantoor- en bedrijfsruimte Het doelbereik is om voldoende werkaanbod te hebben. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik voor kantoor- en bedrijfsruimten als laag wordt beoordeeld, door het grote gebruik aan ruimte. Voor kantoor- en bedrijfsruimten geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad als laag wordt beoordeeld, omdat beschikbare ruimte wordt ingezet voor andere doeleinden. Voor alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad is het doelbereik als redelijk beoordeeld door het toevoegen van meer werklocaties, al blijven er knelpunten. Voor deze alternatieven is er zowel kans op verslechtering als verbetering van de omgevingseffecten afhankelijk van de indicator. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld, omdat er ruimte wordt gecreëerd voor extra bedrijfs- en kantoorruimten. Het gaat om een sterke verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Voor het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als redelijk beoordeeld. Voornamelijk in de stationsgebieden en functiemeningen in de stadswijken zorgen voor veel mogelijkheden tot nieuwe werklocaties.
De beschikbaarheid van werklocaties van grote ruimtevragers blijft een aandachtspunt. Winkels, horeca en vrije tijd Het doelbereik is om een voldoende kwalitatief aanbod van winkels en vermaak te hebben. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik voor winkels, horeca en vrijetijd als redelijk wordt beoordeeld. Sommige delen van de stad profiteren van de groei van bezoekers en initiatieven, andere delen van de stad zijn minder aantrekkelijk. Voor het aspect winkels, horeca en vrijetijd geldt dat doelen worden gehaald in alternatief 2 Meerkernige 15minutenstad, alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad wanneer er meer ruimte gecreëerd voor kenniseconomie (alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad) en werklocaties, waardoor er mogelijkheden zijn voor de vrijetijdseconomie. De stad is niet voor iedereen aantrekkelijk in alternatief 1 Compacte woonstad net als in de referentiesituatie waardoor die een redelijke potentie heeft om de doelen te halen. Voor alternatief 2 Meerkernige 15minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad is er sprake van een verbetering van de omgevingseffecten. In alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad kan deze zowel verbeteren als verslechteren afhankelijk van de omgevingseffecten.
Voor het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als redelijk beoordeeld door het toevoegen van lokale voorzieningen in alle stadsdelen wordt gezorgd voor een goede verdeling van scholen, sportmogelijkheden, culturele activiteiten. Economische structuur en vestigingsmilieu Het doelbereik is om de economische structuur te verdiepen en te verbreden met groeisectoren. Voor de potentie van het doelbereik in de referentiesituatie geldt voor de economische structuur en vestigingsmilieu dat het als redelijk wordt beoordeeld, door een gediversifieerde economie. De economie is in alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad niet divers en toekomstgerichte met zowel praktische als theoretische banen passend bij de bevolking van Den Haag. De focus blijft bij kenniseconomie waardoor de potentie laag is om de doelen te halen. De omgevingseffecten verslechteren over het algemeen ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad neemt het werkaanbod toe en wordt het diverser waardoor de potentie hoog is om de doelen te halen. Dit is een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie.
In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als redelijk beoordeeld, enerzijds wordt de economische structuur verdiept en verbreed, anderzijds is het gebrek aan ruimte een aandachtspunt. De omgevingseffecten zijn gelijk licht positief ten opzichte van de referentiesituatie.
23 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Circulaire en duurzame economie Het doelbereik is dat de Haagse economie duurzaam voor mens en milieu functioneert. Voor de potentie van het doelbereik in de referentiesituatie geldt dat voor circulaire en duurzame economie dat dit als laag wordt beoordeeld, er worden stappen gezet, maar er is nauwelijks (schuif)ruimte. Opschaling vraagt om ruimte. Voor de circulaire en duurzame economie geldt dat de potentie van het doelbereik ook voor alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad als laag wordt beoordeeld, door beperkte groei van circulaire economische functies. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad is het doelbereik met redelijk beoordeeld vanwege meerdere kernen die ook een circulaire functie kunnen hebben. Het gaat zowel als een verslechtering als een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie afhankelijk van de indicator. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld, omdat er voldoende ruimte geboden wordt aan ruimte extensieve circulaire bedrijven. Het gaat om een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als laag beoordeeld, door de uitdaging ruimte te vinden voor ruimte extensieve circulaire bedrijven.
De omgevingseffecten zijn gelijk aan de referentiesituatie. Welvaart Het doelbereik is dat er voldoende kans op economische zelfstandigheid (welvaart) voor elke inwoner is. Voor de potentie van het doelbereik in de referentiesituatie geldt dat voor welvaart dat dit als redelijk wordt beoordeeld. De baankansen worden op peil gehouden, maar staan wel onder druk voor praktisch laag en middelbaar opgeleiden. Voor de welvaart geldt dat de potentie van het doelbereik voor alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad als laag wordt beoordeeld, door beperkte aansluiting van economie met onderwijs en het ontbreken van praktische banen op laag en middelbaar niveau. Het gaat om zowel een verslechtering als een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie afhankelijk van de indicator. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad en alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld, elke inwoner heeft kans op een baan en welvaart neemt toe. Het gaat om een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als redelijk beoordeeld, er wordt geïnvesteerd in baankansen voor iedereen, maar de ontwikkelingen blijven onzeker.
Het voorgenomen beleid draagt bij aan het gedeeltelijk overbruggen van de tweedeling tussen stadsdelen. De omgevingseffecten zijn licht positief ten opzichte van de referentiesituatie. Beoordeling ambitie In tabel 0.6 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie economisch vitaal Den Haag opgenomen.
24 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Tabel 0.6 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een economisch vitaal Den Haag Beoordeling doelbereik referentie
Aspect
Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven
Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid
alt. 1
alt. 2
alt. 3
alt. 4
n.v.t.
-/+
-/+
-/+
+
0/+
n.v.t.
-/+
+
-/+
+
0/+
n.v.t.
0/+
+
-/+
+
0/+
n.v.t.
-/0
-/+
-/+
+
0
n.v.t.
-/+
+
-/+
+
0/+
Kantoor- en bedrijfsruimte
Winkels, horeca en vrije tijd
Economische structuur en vestigingsmilieu
Circulaire en duurzame economie
Welvaart
Ambitie 5 Een gezond en veilig Den Haag Gezondheidsbescherming Het doelbereik is dat Den Haag elke inwoner een gezonde en veilige leefomgeving biedt, dat Haagse inwoners een goede gezondheid ervaren, en dat iedereen alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren. Voor de potentie van het doelbereik voor gezondheidsbescherming geldt dat deze in de referentiesituatie als laag wordt beoordeeld door toename van inwoners, verdichting rondom OV-knooppunten en functiemening. Voor gezondheidsbescherming geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad, en in alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag wordt beoordeeld door respectievelijk de verdichting langs OV-verbindingen of de toename van bedrijvigheid. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie voor het doelbereik als redelijk is beoordeeld door respectievelijk het verspreid realiseren van woningen en de inzet op groen. In beide alternatieven is hiermee sprake van een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 1 Compacte woonstad heeft zowel negatieve als neutrale effecten op gezondheidsbescherming. Het autoluwe centrum en de overkluisde wegen dragen bij aan een betere luchtkwaliteit en minder geluidshinder. Ook de focus op een kennisintensieve economie speelt hierbij een rol.
Aan de andere kant zorgt de versterking van het openbaar vervoer (HOV) en de bouw van woningen nabij deze verbindingen voor een verhoogd risico op geluiden trillingshinder wat leidt tot de negatieve beoordelingen. Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad scoort eveneens negatief tot neutraal. In dit alternatief worden de verschillende kernen autoluw gemaakt en wordt de snelheid op omliggende wegen verlaagd, wat de luchtkwaliteit en geluidsniveaus ten goede komt. De spreiding van het woonprogramma vermindert ook geluid en trillingen. Echter, de gelijkmatige verdeling van bedrijvigheid en voorzieningen leidt tot meer functiemenging, wat lokale
25 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
hinder zoals geur, geluid en lichthinder kan veroorzaken. Dit leidt tot een negatieve beoordeling op geluid en overige aspecten. Alternatief 3 Klimaatbestendige Parkenstad heeft een neutraal tot positief effect op de omgeving. Overkluizing van wegen verbetert zowel de luchtkwaliteit als de geluidshinder. Door het weren van grootschalige bedrijvigheid neemt het risico op milieuhinder af, en de toename van groen zorgt voor minder lichthinder. Toch blijft de auto een rol spelen in de gemeente en kan de verdichting langs OV-corridors zorgen voor enige geluidshinder en trillingen wat leidt tot een neutrale beoordeling op geluid en overige aspecten. Ten slotte scoort alternatief 4 Gevarieerde werkstad zeer slecht tot slecht op het gebied van omgevingseffecten. De grote werklocaties zijn vooral toegankelijk per auto en de toename van goederenstromen verslechtert de luchtkwaliteit en verhoogt de geluidshinder aanzienlijk. De uitbreiding van bedrijventerreinen en de verspreiding van verschillende werkvormen over de stad verhogen het risico op diverse soorten milieuhinder, zoals geluid, luchtkwaliteit, trillingen, geur en lichthinder. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als laag beoordeeld door gezondheidsrisico’s langs niet overkluisde wegen/sporen en functiemenging; hiermee ervaart niet iedere inwoner een gezonde leefomgeving.
De omgevingseffecten zijn gelijk of lager aan de referentiesituatie (sommige indicatoren blijven gelijk andere verslechteren). Gezondheidsbevordering Het doelbereik is dat Den Haag elke inwoner een gezonde en veilige leefomgeving biedt, dat Haagse inwoners een goede gezondheid ervaren, en dat iedereen alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren. Voor de potentie van het doelbereik voor gezondheidsbevordering geldt dat deze in de referentiesituatie als laag wordt beoordeeld doordat de hoeveelheid groen per woning afneemt en het aantal rokers en het voedselaanbod aandachtspunten blijven. Voor gezondheidsbescherming geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag wordt beoordeeld door de druk op groen en de toegankelijkheid van sportvoorzieningen. In beide alternatieven geldt dat de omgevingseffecten ongeveer gelijk zijn aan de referentiesituatie. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld door de grote beschikbaarheid van gebruikersgroen in de buitenruimte. De omgevingseffecten ondergaan hierdoor een sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie.
In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als redelijk beoordeeld door het ontbreken van een gezond voedselaanbod en een rookvrije omgeving. Het voorgenomen beleid zet wel in op fietsen en lopen. De omgevingseffecten zijn licht positief ten opzichte van de referentiesituatie. Microklimaat Het doelbereik is dat Den Haag elke inwoner een gezonde en veilige leefomgeving biedt, dat Haagse inwoners een goede gezondheid ervaren, en dat iedereen alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren. Voor de potentie van het doelbereik voor microklimaat geldt dat deze in de referentiesituatie als laag wordt beoordeeld, doordat het microklimaat verslechtert door een toename van hoogbouw in de referentiesituatie. Voor het microklimaat geldt dat de potentie van het doelbereik voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad allen als laag worden beoordeeld, in alle gevallen wordt een toename van hoogbouw verwacht. In alternatief 1 Compacte woonstad is sprake van een verslechtering van de omgevingseffecten door het grote woonprogramma. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de omgevingseffecten gelijk blijven aan de referentiesituatie.
Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld door het kleine woonprogramma en de inzet op groen en water. De omgevingseffecten maken hierdoor een verbetering door ten opzichte van de referentiesituatie.
26 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als laag beoordeeld door het voornemen om grootschalig te verdichten nabij (H)OV-knooppunten, wat zal resulteren in een toename van hoogbouw. Wel wordt er ingezet op mitigatie van hittestress. De omgevingseffecten blijven hiermee redelijk gelijk aan de referentiesituatie. Welbevinden Het doelbereik is dat Den Haag elke inwoner een gezonde en veilige leefomgeving biedt, dat Haagse inwoners een goede gezondheid ervaren, en dat iedereen alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren. Voor de potentie van het doelbereik voor welbevinden geldt dat deze in de referentiesituatie als laag wordt beoordeeld. Bestaande knelpunten zijn niet opgelost in de referentiesituatie. Voor het welbevinden geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag wordt beoordeeld. In het eerste geval worden bestaande knelpunten niet opgelost, in het tweede geval is bestaanszekerheid een pluspunt, terwijl de minder aantrekkelijke leefomgeving een minpunt is voor de ervaren gezondheid. De omgevingseffecten in alternatief 1 Compacte woonstad verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de omgevingseffecten gelijk blijven aan de referentiesituatie.
De potentie van het doelbereik van alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad wordt als redelijk beoordeeld door de sociale verwevenheid (15-minutenstad) en de aantrekkelijke leefomgeving (Klimaatbestendige parkenstad). De omgevingseffecten ondergaan in beide alternatieven een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als laag beoordeeld. Het is niet duidelijk welke initiatieven voldoende ruimte krijgen om de ervaren gezondheid te verbeteren en eenzaamheid zal in het hoogstedelijk gebied een knelpunt blijven vormen. De omgevingseffecten blijven hiermee redelijk gelijk aan de referentiesituatie. Omgevingsveiligheid Het doelbereik is dat Den Haag elke inwoner een gezonde en veilige leefomgeving biedt, dat Haagse inwoners een goede gezondheid ervaren, en dat iedereen alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren. Voor de potentie van het doelbereik voor omgevingsveiligheid geldt dat deze in de referentiesituatie als laag wordt beoordeeld. Autonoom verdicht de stadspopulatie en is er sprake van meer functiemenging. Het aantal risicobronnen neemt naar verwachting toe. De energietransitie brengt extra risicobronnen met zich mee die van belang zijn voor omgevingsveiligheid.
Voorbeelden hiervan zijn energie-opslagsystemen zoals buurtbatterijen, en de opslag en transport van waterstof(dragers). De gemeente moet voldoen aan de wetgeving maar heeft onder de Omgevingswet beleidsruimte om invulling te geven aan de mogelijkheden in bijvoorbeeld aandachtsgebieden. Het huidige beleid op veiligheid gaat nog niet in op de omgang van risicobronnen afkomstig van de energietransitie. In de referentiesituatie is daarom niet uitgegaan van een harde scheiding tussen risicoontvangers en risicobronnen in de veilige leefomgeving. Voor veiligheid geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 1 Compacte woonstad wordt beoordeeld als laag door het gebrek aan functiemenging (vermindering sociale veiligheid) en de uitdaging risicobronnen en risico-ontvangers te scheiden (m.b.t. omgevingsveiligheid). De omgevingseffecten verslechteren hiermee ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld door respectievelijk de spreiding van bedrijvigheid en daarmee milieubelastende activiteiten en de toename van elektriciteitsvraag. In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie.
Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad wordt de potentie van het doelbereik als redelijk beoordeeld door het lagere bouwprogramma en de toevoeging van groen verbetert zowel de externe- als sociale veiligheid. De omgevingseffecten verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als redelijk beoordeeld. De scheiding tussen risicobronnen en blootgestelden is uitdagender door verdichting en functiemenging, maar de gemeente heeft een
27 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
strategie om de veiligheidsrisico’s te voorkomen of te beperken. Wanneer het niet mogelijk is om de bron van de risico's direct aan te pakken, wordt de omgeving zodanig ingericht dat de gevolgen van eventuele incidenten worden geminimaliseerd. Ondanks voorzorgsmaatregelen blijft er een kans op calamiteiten, zoals ongevallen met gevaarlijke stoffen. De gemeente Den Haag gebruikt de expertise van de Veiligheidsregio Haaglanden en de Omgevingsdienst Haaglanden om risico's te beheersen, met nadruk op bewustwording, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid, ondersteund door goede voorlichting en communicatie. Daarnaast zorgt de gemeente voor goede bereikbaarheid van hulpdiensten ongeacht de mobiliteitstransitie. In het voorgenomen beleid wordt ingezet op een hoge mate van functiemenging en nabijheid van voorzieningen. Per wijk wordt de opgave bekeken, maar de focus wordt nadrukkelijk gelegd op wijken en buurten die in de huidige situatie monofunctioneel zijn. Een decentrale spreiding van voorzieningen en een menging van wonen en werken zorgen voor sociale controle op ieder moment van de dag, wat de sociale veiligheid ten goede komt. De omgevingseffecten blijven hiermee redelijk gelijk aan de referentiesituatie. Beoordeling ambitie In tabel 0.7 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie gezond en veilig Den Haag opgenomen.
Tabel 0.7 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een gezond en veilig Den Haag Beoordeling doelbereik referentie
Aspect
Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven
Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid
alt. 1
alt. 2
alt. 3
alt. 4
n.v.t.
-
-
0
--
-/0
n.v.t.
0
0
+
--
-/0
n.v.t.
-/0
-/0
0/+
-/0
-/0
n.v.t.
-/0
+/++
+/++
0
0/+
n.v.t.
-
0
+
-/0
-/+
n.v.t.
-/0
+
0/+
0
-/+
n.v.t.
-/0
-
+
-/+
-/+
Gezondheidsbescherming - geluid
Gezondheidsbescherming - luchtkwaliteit
Gezondheidsbescherming - overige aspecten
Gezondheidsbevordering
Microklimaat
Welbevinden
Omgevingsveiligheid
28 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Ambitie 6 Een duurzaam bereikbaar Den Haag Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen Het doelbereik is dat elke inwoner in voldoende mate toegang heeft tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik voor de toegang tot mobiliteitsdiensten en voorzieningen als redelijk wordt beoordeeld. Er wordt ingezet op verdichting en een uitbreiding van het aanbod en kwaliteitsniveau van duurzame vervoerwijzen. In hoogstedelijke gebieden zal dit ten koste gaan van de auto. Voor de toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld in alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad wordt de potentie van het doelbereik als hoog beoordeeld: dit is een sterke verbetering van de omgevingseffecten. Voor alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de potentie van het doelbereik redelijk is. Voor alle alternatieven zijn afhankelijk van de indicator de omgevingseffecten lager of hoger dan de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld. Het HOV-netwerk wordt sneller waardoor het reizen met OV van/naar bestemmingen binnen de voedingsgebieden van de HOV-haltes aantrekkelijker wordt (kortere reistijden).
De keuzevrijheid in gebieden als Den Haag Zuidwest neemt toe. De keerzijde is dat bestemmingen buiten deze voedingsgebieden meer afhankelijk worden van ontsluitend (langzamer) OV, vraagafhankelijk vervoer of de fiets. Er wordt sterk ingezet op een concentratie van verstedelijking in multifunctionele gebieden rondom OV-knooppunten met een openbare ruimte die is ingericht voor lopen, fietsen en OV. De mogelijkheid om te lopen en fietsen en OV te gebruiken wordt in deze gebieden groter, de autonomie neemt toe. De omgevingseffecten zijn ongeveer gelijk aan de referentiesituatie. De autonomie en keuzevrijheid voor lopen, fietsen en OV nemen over het algemeen toe, maar voor autogebruik nemen deze af. Mobiliteit en bereikbaarheid Het doelbereik is een modal shift naar lopen, fietsen en OV. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld. Dit omdat er meer zal worden gestuurd op het gebruik van duurzame vervoerswijzen zoals lopen, fietsen en het OV, opnieuw ten koste van de auto. Voor mobiliteit en bereikbaarheid geldt dat de potentie van het doelbereik hoog wordt beoordeeld voor alternatief 1 Compacte woonstad. Dit is een verbetering van de omgevingseffecten. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld.
De potentie van het doelbereik van alternatief 4 Gevarieerde werkstad wordt als laag beoordeeld. De omgevingseffecten kunnen zowel verslechteren als wel verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid is de potentie van het doelbereik hoog, net als in de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid is wel sprake van een lichte verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de omvang van het hoogstedelijk gebied wordt uitgebreid. In dit gebied wonen de meeste mensen en worden dus ook de meeste verplaatsingen gemaakt. Omdat dit gebied wordt ingericht voor duurzame en ruimte efficiënte vervoermiddelen is de modal shift hier het grootst. Verkeersveiligheid Het doelbereik is dat de verkeersveiligheid voor iedereen verbetert, met uiteindelijk nul doden per jaar. In de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld. Maatregelen (uitbreiden van autovrije/-luwe gebieden, terugdringen van maximum snelheden, worden getroffen maar de verwachting is niet dat deze inzet in verhouding staat tot hetgeen wat nodig is om alle verkeersveiligheidsrisico’s weg te nemen om nul verkeersdoden per jaar te halen.
de groei van de bevolking en daarmee de toenemende vraag naar mobiliteit, de schaarste van beschikbare ruimte en de diversificatie van voertuigen in termen van afmetingen, gewicht en snelheid
29 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Voor de verkeersveiligheid geldt dat de potentie van het doelbereik hoog is voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad. Het gaat om een verbetering van de omgevingseffecten. Voor alternatief 1 Compacte woonstad geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad en alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld. De omgevingseffecten van alternatief 1 Compacte woonstad zijn gelijk aan of verbeteren licht ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de omgevingseffecten van alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad is sprake van een verbetering van verkeersveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt een verslechtering van verkeersveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik voor verkeersveiligheid als redelijk beoordeeld, net als in de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid is wel sprake van een lichte verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie.
Dit wordt veroorzaakt door het uitbreiden van autovrije/-luwe gebieden, terugdringen van maximum snelheden, vrijliggende infrastructuur voor fietsers en voetgangers, prioriteit geven aan fietsers en voetgangers etc. Beoordeling ambitie In tabel 0.8 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie duurzaam bereikbaar Den Haag opgenomen.
Tabel 0.8 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie duurzaam bereikbaar Den Haag Beoordeling doelbereik referentie
Aspect
Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven
Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid
alt. 1
alt. 2
alt. 3
alt. 4
n.v.t.
--/++
-/++
-/+
-/+
-/+
n.v.t.
0/++
-/++
0/+
-/+
0/+
n.v.t.
0/+
-/0
+
-
0/+
Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen
Mobiliteit en bereikbaarheid
Verkeersveiligheid
0.7
Onzekerheden, aanbevelingen en monitoring
In het OER zijn onzekerheden beschreven die leiden tot aanbevelingen om het voorgenomen beleid verder uit te werken. Deze aanbevelingen kan de gemeente ook na de vaststelling van de Omgevingsvisie gebruiken bij de nadere uitwerking en uitvoering van het voorgenomen beleid middels instrumenten als programma’s. Onzekerheden De onzekerheden die voortkomen van de planvorming voor de omgevingsvisie Den Haag zijn en dienen na de vaststelling van de Omgevingsvisie in de gaten te worden gehouden door de gemeente: - uitwerking van de strategische hoofdkeuzes bepalend voor de effecten: de nadere uitwerking van het voorgenomen beleid in programma’s en sectoraal beleid bepaalt uiteindelijk welke omgevingseffecten optreden. Als beleidsinzet worden mogelijkheden verkent als de verbreding van de duinenrij benoemd. In het
30 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
-
voorgenomen beleid lijkt een afweging in ruimteclaims van de ambities te ontbreken op de lokale multifunctionele locaties. Zo wordt in Scheveningen verdicht en tegelijkertijd ook de duinenlijn doorgetrokken. De ruimtelijke uitwerking van de duinenlijn bepaalt of de positieve effecten op natuur, waterveiligheid en wonen gezamenlijk optreden. Een ander voorbeeld is groen met mogelijk positieve effecten op verschillende aspecten. Den Haag wordt groener in het voorgenomen beleid, maar de functie van groen is nog onduidelijk. Als het voor recreatie en verkoeling van mensen is, dan treden de positieve effecten op natuur niet meer op. De druk op de ondergrond en bodemtype zijn uiteindelijk bepalend in hoeverre de kaderstellende uitspraken daadwerkelijk gerealiseerd worden; omgang met de opgavenkaarten bepalend voor de effecten, hoofdstuk 6 bevat de doorwerking van de visie in stadsdelen. Deze hoofdstuk toont de opgaven in de verschillende stadsdelen van Den Haag. Hoe de gemeente de komende jaren om zal gaan met deze opgaven zal bepalend zijn voor de uiteindelijke omgevingseffecten. De uiteindelijke oplossingsrichtingen zijn dus bepalend voor de daadwerkelijk omgevingseffecten. De gemeente heeft aangegeven om dit op te pakken.
De leemten in kennis zorgen voor de volgende onzekerheden: - onzekerheid over landelijk beleid met betrekking tot stikstof, tempo woningbouw, tempo energietransitie: de uitvoering van landelijk beleid kan anders verlopen dan vooraf ingeschat; - onzekerheid over de voorspelde effecten: · de beleidsanalyse van de gemeente Den Haag heeft de beschrijving en de beoordeling van de referentiesituatie bepaald. Uitgangspunten van de beleidsanalyse zijn gebaseerd op expert judgement van de specialisten van de gemeente Den Haag; · bestaand beleid gaat vaak tot 2030. Op basis van expert judgement van de gemeente is de situatie in 2050 voorspeld door de trend van 2030 door te trekken naar 2050; · de alternatieven en het voorgenomen beleid zijn gebaseerd op prognoses over demografische ontwikkeling, woningbouwbehoefte en economische groei. De onzekerheden van de prognoses worden door vertaald naar de effecten. Dit zorgt voor onzekerheid in de prognoses voor wonen en werken (daadwerkelijk aantal benodigde woningen en werklocaties); · onzekerheid over de precieze impact van klimaatverandering in en na 2050. De effecten zijn geschat aan de hand van de klimaateffecten atlas gebaseerd op klimaatmodellen van het KNMI uit 2014. Hier zit altijd een mate van onzekerheid in.
Daarnaast zijn de beschreven effecten gebaseerd op de Hollandse kust regio en niet specifiek op Den Haag, deze gegevens zijn er niet, dit leidt ook tot een onzekerheid. Aanbevelingen voor de verdere uitwerking en uitvoering van het voorgenomen beleid Het voorgenomen beleid is van strategisch aard. De verdieping op bepaalde aspecten kan ook na de vaststelling van de omgevingsvisie geborgd worden middels instrumenten als programma’s. In deze paragraaf worden aanbevelingen gegeven voor de verdere uitwerking en uitvoering na de vaststelling van het voorgenomen beleid. Algemene aanbevelingen voor de verdere planvorming: - maak een lokale afweging in ruimteclaim op locaties met meerdere functies en benoem daarbij de keuzes die door de schaarste van de ruimte niet kunnen worden opgepakt zoals aanvankelijk werd geambieerd; - de mogelijkheid voor een nieuwe duinenrij kan kansen bieden voor waterveiligheid en natuur maar dient goed ingepast te worden met de cultuurhistorische waarden en woningbouwopgave; - zorg dat investeringen in de openbare ruimte gelijk opgaan met investeringen in bebouwde omgeving; - ontwerp de buitenruimte mee om ervoor te zorgen dat het geen restruimte wordt waar ongewenste zaken op afgewenteld worden; - om de ambitie voor water en bodem sturend te behalen dient de gemeente een strategie en methodiek te ontwikkelingen om water en bodem sturend te laten zijn bij
toekomstige ontwikkelingen; - definieer wat de gemeente Den Haag verstaat onder groen: gaat het bijvoorbeeld om ontmoetingsplekken, groen met een natuurwaarde en/of groen met een klimaatadaptieve functie. Verschillende soorten groen hebben ook verschillende impact op klimaatadaptatie, zoals effect op hittestress en bergingscapaciteiten en infiltraties. Maak het onderscheid explicieter en laat dit nadrukkelijker terugkomen zodat eenduidigheid ontstaat; - borg de aanpak op omgevingsveiligheid om de positieve effecten op omgevingsveiligheid te realiseren;
31 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
-
zorg ervoor dat de programma’s met name het nieuwe Haags milieuprogramma, programma mobiliteit en programma verdichting en verduurzaming kort na de vaststelling van de Omgevingsvisie wordt vastgesteld om negatieve effecten tijdig te mitigeren en voorkomen.
Een uitgebreid overzicht van de aanbevelingen per ambitie is opgenomen in hoofdstuk 8. Aanzet tot monitoring Een uitgebreide beschrijving van het belang en doel van monitoring met betrekking tot de omgevingsvisie kan gevonden worden in paragraaf 8.3 van deze rapportage. Monitoring heeft meerwaarde voor aspecten: - waarvoor de verwachting is dat deze een knelpunt op zullen leveren; - die relevant zijn om het doelbereik in kaart te brengen; - waarvoor de effectvoorspelling door leemte in kennis onzeker is; - die op andere wijze relevant zijn voor betrokkenen. In alle gevallen geldt dat het alleen meerwaarde heeft aspecten te monitoren wanneer er naar aanleiding van de monitoring handelingsperspectief is om bij te sturen. Wanneer voor een aspect bijvoorbeeld negatieve effecten worden veroorzaakt door externe factoren die buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen, ontbreekt het handelingsperspectief voor de gemeente. Desalniettemin kan het overigens meerwaarde hebben deze aspecten niet over het hoofd te zien en te agenderen bij partijen die er wel invloed op hebben. Waar mogelijk zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij gegevens uit bestaande monitoringsprogramma’s zoals bijvoorbeeld ‘Den Haag in Cijfers’.
Echter bleek bij de effectbeoordelingen in dit OER reeds dat er voor sommige aspecten meetgegevens ontbreken, die wel relevant zijn voor bijvoorbeeld de beoordeling van het doelbereik. Het wordt aanbevolen deze ontbrekende meetgegevens te verkrijgen. In onderstaande tabel zijn voor elk van de 6 ambities aanbevelingen voor de monitoring van relevante indicatoren opgenomen. In sommige gevallen zijn gegevens uit bestaande monitoringsprogramma’s beschikbaar, in andere gevallen zullen nieuwe meetgegevens verkregen moeten worden. Een kanttekening is dat er een mismatch is in detailniveau tussen het beoordelingskader, de alternatieven en het voorgenomen beleid. Het beoordelingskader en de alternatieven kennen een hoog detailniveau, terwijl het detailniveau van het voorgenomen beleid lager ligt. Dit geeft beperkingen voor de monitoringsaanzet, aangezien er alleen voor de indicatoren die ook daadwerkelijk genoemd zijn in het voorgenomen beleid handelingsperspectief is op basis van bijsturing van de omgevingsvisie en monitoring dus mee waarde biedt.
32 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
Tabel 0.9 Aanbevelingen voor monitoring Ambitie
Indicator
Specificatie
Rechtvaardig en inclusief
afstand tot zorgvoorzieningen en dagelijkse levensbehoeften
in alle stadsdelen, met in het bijzonder aandacht voor de perifere wijken (reeds knelpunten waarneembaar)
mate van tweedeling
over de gehele stad om de richting van de koers voor de ambitie ‘rechtvaardig en inclusief Den Haag’ te bewaken
woningvoorraad: woningmarkt
monitoring: groei van het aantal inwoners van de stad vs. het aantal benodigde woningen om deze te huisvesten
woonquote
monitoring: welk deel van het besteedbaar inkomen inwoners van Den Haag kwijt zijn aan het betalen van woonlasten
energielabels
monitoring: het aantal huizen met een slecht energielabel in Den Haag (E, F, G)
wateroverlast
monitoren impact van extreem weer via Klimaateffectatlas en stresstesten Monitoring bijvoorbeeld. Mogelijke inundatiedieptes of wateroverlast in de stad bij extreme neerslag
droogte
monitoring grondwaterstanden om effect van infiltratiemaatregelen te meten en mogelijke inklinking te bepalen en de effecten van de stijging van (brak) grondwater als gevolg van zeespiegelstijging te monitoren
waterkwaliteit
monitoren voor de kleinere wateren die niet Europees of landelijk beschermd zijn
CO2 uitstoot
monitoren CO2 in de stad van verschillende bronnen
Kantoor- en bedrijfslocaties
monitoren: de ontwikkeling van de beschikbare m2 vloeroppervlakte bedrijfsruimtes
Gemiddeld besteedbaar inkomen
monitoren: de ontwikkeling van het gemiddeld besteedbaar inkomen van inwoners van Den Haag t.o.v. landelijk
geluid, trillingen, luchtkwaliteit
langs beperkt aantal (niet overkluisde) doorgaande wegen waarop autoverkeer wordt geconcentreerd
geluid, trillingen
langs (niet overkluisde) (H)OV verbindingen waar snelheid en frequentie van OV omhoog is gebracht
microklimaat
monitoren van de Physical Equivalent Temperature (PET) om een idee te krijgen van de impact van hittestress in de verschillende delen van de stad
aantal sport- en speelfaciliteiten
in buurten waar reeds minder wordt bewogen
mate van eenzaamheid
in buurten waar eenzaamheid reeds een knelpunt is (Laak, Centrum en Escamp)
modal shift
in de verschillende gebieden om juist het verschil tussen deze gebieden beter in kaart te brengen via bijvoorbeeld autobezit
verkeersongevallen
registreren van de (oorzaak van) verkeersongevallen inclusief betrokken verkeersdeelnemers
Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad
Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief
Economisch Vitaal
Gezond en veilig
Duurzaam bereikbaar
Tijdelijke effecten Het voorgenomen beleid heeft een richtjaar van 2050. De uitvoering van het voorgenomen beleid veroorzaakt ook tijdelijke effecten. Daarom is het van belang om de tijdelijke effecten ook door middel van monitoring te onderzoeken. Tijdens de uitvoering van de omgevingsvisie vinden gedurende een langere tijd op grote schaal sloop- en bouwwerkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden kunnen (tijdelijke) effecten veroorzaken die de leefbaarheid voor de huidige bewoners en gebruikers van het gebied onder druk kan zetten. De tijdelijke effecten komen met name voor tijdens de aanlegfase. Bouwactiviteiten zullen bijvoorbeeld de grootste impact hebben op
33 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
de stikstofuitstoot. Deze hinder is een belangrijk aandachtspunt voor de Omgevingsvisie. Op basis van de huidige uitwerking van de Omgevingsvisie (strategische aard) is nog niet vast te stellen welke knelpunten optreden, in welke mate en op welke locatie. Wel is het duidelijk dat bereikbaarheid, natuur en gezondheid nu al onder druk staan. De hinder tijdens de bouw kan deze situatie negatief beïnvloeden. Hinder tijdens de bouw vormt daarmee een belangrijk aandachtspunt bij de langdurige transformatie van Den Haag. Dit dient bij de monitoring meegenomen te worden. Invulling van monitoring door de gemeente Den Haag Gemeente Den Haag werkt de komende jaren aan een informatiesysteem waarmee een goed samenhangend beeld van de stad kan worden verkregen. Deze ontwikkeling is essentieel voor het aanpakken van opgaven in de fysieke leefomgeving. De gemeente onderzoekt of de monitoring van de Omgevingsvisie kan worden ontsloten via De Digitale Spiegelstad. Het werken met de Omgevingsvisie is nieuw voor gemeente Den Haag. Naast de inhoudelijke monitoring wil de gemeente ook weten hoe het werken met de Omgevingsvisie gaat en het algemeen functioneren van het instrument. Daarom voert de gemeente jaarlijks een evaluatie uit waarin vooraf gestelde procesdoelen worden beoordeeld, bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking, gebruiksvriendelijkheid en besluitvorming.
Met deze methodiek maakt de gemeente het werken met de Omgevingsvisie continu steeds iets effectiever. Aangezien de Omgevingsvisie niet op zichzelf staat maar samenwerkt met andere instrumenten in de beleidscyclus, evalueert de gemeente jaarlijks ook de samenhang met andere instrumenten en het fysiek-ruimtelijk planproces. Op basis van de uitkomsten van monitoring en evaluatie kan de Omgevingsvisie in principe op elk moment worden aangepast. Om praktische redenen gaat de voorkeur ernaar uit om alle voorgenomen wijzigingen eens per 4 jaar mee te nemen in een actualisatieslag.
34 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
1 INLEIDING | WAAROM EEN NIEUWE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEN HAAG EN EEN OER? 1.1
Aanleiding
Met de komst van de nieuwe Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden, zijn gemeenten verplicht een Omgevingsvisie op te stellen voor hun grondgebied. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie waarin de gemeente aangeeft wat de kwaliteiten zijn van de gehele fysieke leefomgeving en op welke manier deze verder versterkt of juist beschermd moeten worden met betrekking tot ontwikkelingen, trends en opgaven waar de gemeente mee te maken krijgt. Opgaven waar de gemeente Den Haag mee te maken krijgt komende jaren, zoals de groei van de stad, veranderende sociale dynamiek en klimaat- en toekomstbestendigheid van de stad, vragen om een integrale en samenhangende aanpak in de omgevingsvisie. De gemeente Den Haag heeft daarbij hoge ambities: de verwachte groei van de inwoners vraagt om de bouw van minimaal 50.000 woningen met bijbehorende werkgelegenheid en een duurzaam ingerichte openbare ruimte. De gemeentelijke omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld voor Den Haag, waar de gemeente samen met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan wil werken. In de omgevingsvisie zijn de ambities en beleidsdoelen vastgelegd die richting geven aan de beslissingen die in het fysiek domein genomen zullen moeten worden.
1.2
Toelichting omgevingseffectrapportage (oer)
De geschetste ontwikkelingen zullen effecten hebben op de leefomgeving in Den Haag. De omgevingsvisie vormt een kader voor mer-(beoordelings)plichtige vervolgbesluiten. Voor kaderstellende plannen met mogelijke effecten op de leefomgeving is het verplicht om deze effecten te onderzoeken in een milieueffectrapportage (mer)1. Met het oog op de Omgevingswet wordt het steeds gebruikelijker om niet alleen te kijken naar de traditionele milieuthema’s, maar effecten over de breedte van de fysieke leefomgeving te bekijken. Het gaat dus niet alleen om de traditionele milieuthema’s zoals luchtkwaliteit, natuur of geluid, maar bijvoorbeeld ook op andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving zoals gezondheid, welzijn, (brede) welvaart, klimaat en circulariteit. In dat geval is de term ‘milieueffectrapportage (mer)’ niet dekkend en wordt gesproken van een ‘omgevingseffectrapportage (oer)’. Het doel van het OER is om de effecten van de te maken keuzes in de omgevingsvisie in beeld te brengen, zodat omgevingsbelangen volwaardig meewegen in de besluitvorming. Dit draagt bij aan een transparante besluitvorming. Hiermee wordt aangesloten op de bredere kijk van de Omgevingswet op de fysieke leefomgeving. Het OER bevat een beschrijving en beoordeling van de omgevingseffecten.
Het OER gaat hierbij in op reële alternatieven voor de beoogde ontwikkelingen die voor de te onderbouwen keuzes in de omgevingsvisie onderscheidend zijn voor wat betreft de omgevingseffecten. Met andere woorden, in het OER worden de effecten
1
Dit is wettelijk vastgesteld in afdeling 16.4.1 van de Omgevingswet.
35 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
van de voornemens uit de omgevingsvisie op de leefomgeving beschreven. Dit OER betreft een ontwerpend OER, aangezien het OER tegelijkertijd met de omgevingsvisie is opgesteld. Hierdoor kunnen bevindingen uit het OER met betrekking tot omgevingseffecten leiden tot bijstellen van de koers in de omgevingsvisie.
1.3
Leeswijzer
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de opbouw van dit OER.
Tabel 1.1 Leeswijzer OER Den Haag Hoofdstuk
Geeft antwoord op de vraag:
1. Inleiding
waarom een nieuwe omgevingsvisie gemeente Den Haag en een OER?
2. Staat van de leefomgeving
waar staat Den Haag nu en wat komt er op de gemeente af?
3. Doelen en opgaven en alternatieven
waar wil de gemeente naartoe?
4. Onderzoeksaanpak
hoe worden de alternatieven onderzocht?
5. Beschrijving referentiesituatie
met welke situatie worden de alternatieven vergeleken?
6. Omgevingseffecten van de alternatieven
wat zijn de omgevingseffecten van de verschillende alternatieven?
7. Het voorgenomen beleid
voor welk beleid kiest de gemeente en welke omgevingseffecten horen daarbij?
8. Aanbevelingen, leemten in kennis en monitoring
welke inzichten voor verdere besluitvorming kunnen er worden meegegeven?
36 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
2 STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT DEN HAAG NU EN WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE DEN HAAG AF? Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de beoordeling van de staat van de leefomgeving voor Den Haag. Per indicator is de waardering van de huidige situatie voor de bijbehorende ambities met een korte toelichting opgenomen. Als vertrekpunt voor de effectbeoordeling wordt in deze Staat van de Leefomgeving de staat van Den Haag in beeld gebracht aan de hand van de aspecten uit het Rad van de Leefomgeving. Dit vormt als het ware een ‘foto’ van Den Haag in 2022 (de huidige situatie van de leefomgeving) en geeft inzicht in de huidige kwaliteit van de Den Haagse leefomgeving. Hierbij wordt de informatie in kaart gebracht die van belang is voor ruimtelijke keuzes in de Omgevingsvisie. Daar waar geen informatie over 2022 beschikbaar is, wordt de informatie gebaseerd op de meest recente bronnen en data. De beschrijving over de huidige situatie staat in het rapport Staat van de leefomgeving. Een beschrijving van de referentiesituatie is opgenomen in hoofdstuk 5.
2.1
Samenvatting staat van de leefomgeving
De Staat van de Leefomgeving is een bouwsteen voor de Omgevingsvisie Den Haag. De staat is opgebouwd rond de 6 ambities die in het ambitiedocument voor de Omgevingsvisie (RIS309993) zijn geformuleerd als toekomstperspectief richting 2050: 1 een rechtvaardig en inclusief Den Haag; 2 een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag; 3 een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag; 4 een economisch vitaal Den Haag; 5 een gezond en veilig Den Haag; 6 een duurzaam bereikbaar Den Haag. De operationalisering van deze brede, maatschappelijke ambities naar voor de leefomgeving relevante indicatoren is een lastige opgave waarbij onvermijdelijk is dat niet álle dimensies en aspecten in beeld kunnen worden gebracht. Voor de Staat van de Leefomgeving zijn door de gemeente Den Haag daarvoor keuzes gemaakt om een eerste beeld op hoofdlijnen te schetsen, zonder daarin volledigheid te willen claimen. De selectie van indicatoren volgt uit de beschrijving van de ambities in het ambitiedocument. Deze zijn anders geformuleerd dan op de website van Gemeente Den Haag (link) maar omvatten dezelfde ambities. Ruwweg zijn 2 soorten indicatoren onderscheiden: - sociaaleconomische kenmerken (hoe gaat het met de inwoners van Den Haag?); - fysiek-ruimtelijke kenmerken (hoe staat het met de randvoorwaarden?).
Hieronder wordt voor elk van de 6 ambities een aantal hoofdlijnen beschreven. Er wordt afgesloten met een kort slotbeschouwing, waarin getracht wordt enkele lijnen uit de 6 ambities te verbinden. Aanvullend op de samenvatting van de Staat van de Leefomgeving is in de beschrijving van de referentiesituatie in hoofdstuk 5 een
37 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
specifieke beschrijving toegevoegd op indicatorniveau van de huidige situatie om de referentiesituatie beter te duiden. Ambitie 1. Een rechtvaardig en inclusief Den Haag (Sociaal Den Haag) Deze ambitie is vooral bezien vanuit het perspectief van kansen(on)gelijkheid: hebben de inwoners van Den Haag in gelijke mate toegang tot voorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte? ‘Toegang’ heeft een ruimtelijke vertaling gekregen in de vorm van de (verschillen in) nabijheid van voorzieningen als zorg, onderwijs, winkels en cultuur en de kwaliteit van de openbare ruimte in de leefomgeving. Daarnaast is gekeken naar belangrijke randvoorwaarden om mee te kunnen doen in de huidige samenleving, zoals onderwijs en taal. Een aantal aspecten van welzijn, sociale cohesie en participatie zijn in beeld gebracht, waaronder de ervaren sociale cohesie en onderling contact in wijken, het vertrouwen dat men heeft en deelname aan maatschappelijke processen zoals vrijwilligerswerk en verkiezingen. Een aantal signalen uit de staat van de leefomgeving: - winkels voor levensmiddelen, supermarkten, cultuur en basisscholen zijn verder weg voor de perifere wijken en dichtbij voor centrumbewoners.
Openbaar groen is voor de gemiddelde bewoner van Den Haag op een halve kilometer van huis te vinden, wat verder weg dan in andere grote steden; - Zuidwest, Laak en Centrum zijn gebieden waar de meeste knelpunten in kwaliteit en staat van onderhoud van de openbare ruimte worden gemeld; - voortijdig schoolverlating door jongeren komt vooral voor in Den Haag Zuidwest, Laak en Bezuidenhout en Mariahoeve. Voortijdig schoolverlaten is tot 2015 fors afgenomen, recentelijk ligt dat met wat lichte schommelingen tussen 2,5 en 3 %. Den Haag laat op voortijdig schoolverlating een relatief gunstige positie zien ten opzichte van Amsterdam en Rotterdam; - één op de 4 jonge kinderen in Den Haag loopt een risico op onderwijsachterstand. Dit kenmerk is echter heel ongelijk verdeeld over de wijken en is met name in Zuidwest en Laak hoog. Hier gaat het in sommige wijken om meer dan de helft van de kinderen; - bijna een kwart van de inwoners van Den Haag is ‘laaggeletterd’; dit houdt in dat zij moeite hebben met lezen, schrijven en/of het gebruiken van schriftelijke informatie (CINOP, De taal van meedoen, Taalnota gemeente Den Haag, 2017). Daarmee ‘scoort’ Den Haag ongunstig in vergelijking met andere steden. Laaggeletterdheid is ongelijk verdeeld in de stad en concentreert zich ook in Zuidwest en Laak.
Ook is het ongelijk verdeeld over sociale groepen, waarbij de doelgroep ‘migranten ouder dan 30 jaar, met partner en/of kinderen’ in Den Haag 60 % laaggeletterdheid kent. Het aandeel laaggeletterdheid in sommige wijken hangt dan ook samen met het aandeel migranten in de betreffende wijken; - in Den Haag leven tussen 80.000 en 90.000 mensen met een fysieke, verstandelijke en/of zintuiglijke beperking. Dat is ruim 15 % van de inwoners. Deze groep ervaart vrijwel dagelijks exclusie en ongelijkwaardige mogelijkheden om mee te kunnen doen aan de samenleving; - wanneer gekeken wordt naar het aandeel dat ouderen innemen in de populatie van een stadsdeel, dan is Loosduinen (28 %) het meest vergrijsd, gevolgd door Haagse Hout (20 %) en Scheveningen (20 %). In deze stadsdelen is de groep ouderen relatief gezien ook het oudst. Dit laatste geldt ook voor Escamp; - naast taalvaardigheid kan vertrouwen worden gezien als belangrijke factor voor maatschappelijke participatie. Landelijke cijfers hebben laten zien dat vertrouwen in de afgelopen coronapandemie op veel fronten is verminderd. CBS-cijfers laten echter zien dat het vertrouwen in andere mensen en in instituties in Den Haag ook daarvoor al wat lager was dan in de andere grote steden.
Hetzelfde geldt voor het contact met familie, vrienden en buren; - geldt deelname aan verkiezingen als blijk van vertrouwen en participatie, dan vormt het lage opkomstcijfer bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 een belangrijk signaal. Stadsbreed was de opkomst van kiesgerechtigden 43 %. In sommige wijken was dat minder dan 25 %; - Den Haag onderscheidt zich echter in gunstige zin waar het gaat om vrijwilligerswerk. Met ruim 43 % zijn er relatief veel inwoners van Den Haag die in die vorm bijdragen aan de stad;
38 | 295
Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03
-
van alle 65-plussers, die mantelzorger zijn, verleent een overgrote meerderheid intensieve mantelzorg (88 %). Dit wil zeggen dat zij meer dan 3 maanden per jaar en/of meer dan 8 uur per week mantelzorg verlenen. Hoewel de verleende mantelzorg vaak intensief is, geeft de ruime meerderheid aan dat het wel te combineren is met primaire dagelijkse bezigheden (79 %). Zij geven dit vaker aan dan gemiddeld, onder alle inwoners van Den Haag. De helft van de mantelzorgers van 65-plus geeft dan ook aan dat zij zich niet/ nauwelijks tot enigszins belast voelen (ouderen monitor, 2020). 18 % van de 65-plussers die mantelzorg verlenen voelt zich tamelijk zwaar tot overbelast.
Ambitie 2. Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag Deze ambitie is uitgewerkt naar 3 invalshoeken. De eerste gaat over het woningaanbod: de omvang en kenmerken van de Haagse woningvoorraad. De tweede betreft de woningmarkt, waarbij is gekeken naar woningwaarden en woonlasten in relatie tot inkomens en naar de waardering van het wonen in Den Haag. Tot slot is aan de hand van het energiegebruik een eerste licht geworpen op de toekomstbestendigheid van de woningvoorraad. Een aantal signalen uit deze inventarisatie: - in de afgelopen 10 jaar zijn er in Den Haag 43.000 woningen bij gekomen. Den Haag kent anno 2021 ruim 265.000 woningen. Naast nieuwbouw hebben ook transformatie van kantoren en bedrijven en woningsplitsing daaraan bijgedragen. Driekwart van de woningen is op een of andere manier gestapeld (flat, portiekwoning, bovenwoning, benedenwoning, maisonnette); - in de marktsector (koop en particuliere huur) is de verhuisdynamiek groot, in de corporatiesector (sociale huur) is de doorstroming ondanks grote vraag vrijwel stil komen te liggen. Zo wonen particuliere huurders gemiddeld kort (< 2 jaar) en hebben ze de hoogste woonquote (42 % ten opzichte van 30 % in de koopsector en 37 % voor de corporatiesector); - sociale huur concentreert zich in Zuidwest, delen van Centrum en in de wijk Duindorp.
In totaal gaat het om 31 % van de Haagse woningvoorraad. Het aantal sociale huurwoningen in Den Haag is in de afgelopen twintig jaar vrijwel niet veranderd. Particulier huurwoningen (totaal circa 64.000) komen in Zuidwest minder voor maar zijn overigens redelijk verdeeld over de wijken met enkele uitschieters. Dit segment is fors gegroeid; - de waarde van een gemiddelde woning bedroeg in Den Haag in 2021 bijna EUR 294.000. De ruimtelijke verschillen zijn groot, met soms een factor 3 verschil tussen wijken; - in 2018 bedroeg de ‘woonquote’, dat is het aandeel dat een huishouden kwijt is aan woonlasten, voor huurders in Den Haag gemiddeld 41,2 %. Dat ligt boven de woonquote in de andere grote steden. Eigenaren van koopwoningen waren gemiddeld 30,7 % van hun inkomen aan woonlasten kwijt, minder dan in Amsterdam maar meer dan in de andere steden; - bijna driekwart van de inwoners van Den Haag is (redelijk) tevreden met zijn of haar eigen woning en de woonomgeving. Dat aandeel ligt bij de andere grote steden (wat) hoger; - in 2022 hebben 2.514 (unieke) mensen zich bij het daklozenloket gemeld. Als er gekeken wordt naar de mensen die Den Haag heeft gesproken, betreft het 27 % mensen die leven in de openbare ruimte of verblijven in de nood-of nachtopvang.