CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321163 Bijlage 1 145842 25-000.384 rep final03 Omgevingseffectrapportage

Commissie Ruimte 29 januari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken34.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

kken grond

OER Omgevingsvisie Den Haag Omgevingseffectrapportage

Gemeente Den Haag 13 januari 2025

Project

Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

OER Omgevingsvisie Den Haag Gemeente Den Haag

Omgevingseffectrapportage Definitief 03 13 januari 2025 145842/25-000.384

126060 F.D. Kesmer MSc Ir. J.L. Dierx

V. Meulenberg MSc, W.W. Gaastra MSc, ir. B. Stam, A.L. Hootsmans MSc, ir. W.K. Smits, J. Oosterwijk MSc P.A. Feij MSc, F.D. Kesmer MSc F.D. Kesmer MSc

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

0

SAMENVATTING

7

0.1

Aanleiding en doel

7

0.2

Onderzoeksmethode

8

0.3

Huidige situatie

9

0.4

Alternatieven

10

0.5

Totstandkoming voorgenomen beleid

11

0.6

Effectanalyse

12

0.7

Onzekerheden, aanbevelingen en monitoring

30

1

INLEIDING | WAAROM EEN NIEUWE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEN HAAG EN EEN OER?

35

1.1

Aanleiding

35

1.2

Toelichting omgevingseffectrapportage (oer)

35

1.3

Leeswijzer

36

2

STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT DEN HAAG NU EN WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE DEN HAAG AF?

37

2.1

Samenvatting staat van de leefomgeving

37

2.2

Externe ontwikkelingen

44

3

ALTERNATIEVEN | WAAR WIL DE GEMEENTE DEN HAAG NAARTOE?

45

3.1

Alternatieven

45

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7

45 48 50 60 69 78 88

3.2

Totstandkoming alternatieven Uitgangspunten voor alle situaties Alternatief 1 - Compacte woonstad Alternatief 2 – Meerkernige 15-minutenstad Alternatief 3 – Klimaatbestendige Parkenstad Alternatief 4 – Gevarieerde werkstad Toepassing alternatieven

Verschillen tussen de alternatieven

88

4

ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT?

91

4.1

Aanpak

91

4.2

Plan- en studiegebied

91

4.3

Huidige situatie, referentiesituatie en zichtjaar

91

4.4

Beoordelingskader

92

4.5

Wijze van beoordelen

98

4.6

Detailniveau van het onderzoek

99

5

BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE

100

5.1

Algemene ontwikkelingen

100

5.2

Ambitie Rechtvaardig en Inclusief

103

5.2.1 5.2.2

103 106

5.3

5.4

5.5

5.6

5.7

Autonome ontwikkelingen ambitie rechtvaardig en inclusief Beoordeling referentiesituatie ambitie rechtvaardig en inclusief

Ambitie Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad

108

5.3.1 5.3.2

108

Autonome ontwikkelingen Beoordeling referentiesituatie betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad

115

Ambitie Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief

116

5.4.1 5.4.2

116 137

Autonome ontwikkelingen Beoordeling Ambitie klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief

Ambitie Economisch vitaal

140

5.5.1 5.5.2

140 146

Autonome ontwikkelingen Beoordeling Ambitie economisch vitaal

Ambitie gezond en Veilig

148

5.6.1 5.6.2

148 163

Autonome ontwikkelingen Beoordeling Ambitie gezond en veilig

Ambitie Duurzaam bereikbaar

165

5.7.1 5.7.2

Autonome ontwikkelingen Beoordeling Ambitie duurzaam bereikbaar

165 169

6

OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN

170

6.1

Rechtvaardig en Inclusief

170

6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4

170 174 178 181

6.2

Voorzieningenaanbod Afstand tot voorzieningen Welzijn, sociale cohesie en participatie Openbare ruimte

Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad

184

6.2.1 6.2.2

184 185

Woningmarkt: woningaanbod Betaalbaarheid

6.2.3 6.3

6.4

6.5

6.6

Duurzaamheid woningvoorraad

187

Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief

188

6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6 6.3.7 6.3.8 6.3.9

188 190 192 194 196 197 202 204 206

Droogte Wateroverlast Waterkwaliteit Bodem CO2-uitstoot Energietransitie Natuur Biodiversiteit Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Economisch vitaal

208

6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5

208 210 211 213 215

Bedrijfs- en kantoorruimte Winkels, horeca en vrije tijd Economische structuur en vestigingsmilieu Circulaire en duurzame economie Welvaart

Gezond en veilig

217

6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4 6.5.5

217 222 225 227 229

Gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering Microklimaat Welbevinden Omgevingsveiligheid

Duurzaam bereikbaar

231

6.6.1 6.6.2 6.6.3

231 235 237

Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen Mobiliteit en bereikbaarheid Verkeersveiligheid

6.7

Samenvatting effectbeoordeling alternatieven

239

7

HET VOORGENOMEN BELEID

243

7.1

Totstandkoming van het voorgenomen beleid

243

7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4

243 243 244 246

Proces Rol van participatie Rol van de Visie op het verkeersnet in 2040 Rol omgevingseffecten bij totstandkoming van het voorgenomen beleid

7.2

Voorgenomen beleid

249

7.3

Beoordeling van het voorgenomen beleid

254

7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4 7.3.5 7.3.6

254 258 260 268 272 278

Rechtvaardig en Inclusief Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Economisch vitaal Gezond en veilig Duurzaam bereikbaar

8

AANBEVELINGEN, LEEMTEN IN KENNIS EN MONITORING

283

8.1

Onzekerheden

283

8.1.1 8.1.2

283 283

8.2

8.3

Onzekerheden door planvorming Onzekerheden leemten in kennis

Aanbeveling verdere uitwerking en uitvoering van het voorgenomen beleid

284

8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.2.4 8.2.5 8.2.6 8.2.7 8.2.8

284 285 286 286 287 289 290 291

Realisatiestrategie Algemene aanbevelingen Rechtvaardig en Inclusief Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Economisch Vitaal Gezond en veilig Duurzaam bereikbaar

Aanzet monitoringsprogramma

292

Laatste pagina

295

Bijlage(n)

Aantal pagina's

I

Woordenlijst

1

II

Aanpassingen beoordelingskader

1

III

Omgang advies Commissie mer

2

IV

Ingreep-effectrelaties

40

V

Doelstellingen van ambities

3

VI

Participatie

1

0 SAMENVATTING Dit is de samenvatting van de omgevingseffectrapportage voor de omgevingsvisie Den Haag. De samenvatting geeft beknopt weer wat de (omgevings)effecten zijn van de omgevingsvisie tot 2050 en de alternatieven die hierbij zijn beschouwd. Met deze informatie kan gemeente Den Haag het milieubelang volwaardig meewegen in de besluitvorming over de omgevingsvisie.

0.1

Aanleiding en doel

Aanleiding van het OER De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Gemeenten zijn daardoor verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. In de omgevingsvisie zijn de ambities en beleidsdoelen vastgelegd die richting geven aan de beslissingen die in de fysieke leefomgeving genomen zullen moeten worden voor de ontwikkelingen, trends en opgaven die op Den Haag afkomen. Deze opgaven vragen om een integrale en samenhangende aanpak. De omgevingsvisie vormt een kader voor mer-(beoordelings)plichtige vervolgbesluiten. Voor kaderstellende plannen met effect op de leefomgeving is het verplicht om deze effecten te onderzoeken. Daarom is parallel aan het opstellen van de omgevingsvisie een breed omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Dit rapport brengt effecten op de leefomgeving in beeld als gevolg van keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt. Het gaat daarbij om effecten op gebied van de fysieke leefomgeving en milieu (bijvoorbeeld natuur, bodem, water) maar ook sociale en economische aspecten (zoals gezondheid, welzijn en bereikbaarheid). Doel van het OER Voorliggend rapport is het OER behorend bij de omgevingsvisie van Den Haag.

Het OER bevat een beschrijving en beoordeling van de omgevingseffecten voor de referentiesituatie, de alternatieven en het voorgenomen beleid (de omgevingsvisie). Het doel van het OER is om deze effecten inzichtelijk te maken zodat in de omgevingsvisie onderbouwde keuzes gemaakt kunnen worden. Het OER gaat in op de volgende hoofdvragen: - wat is de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving? - hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder nieuwe omgevingsvisie)? - welke alternatieven (beleidsopties) volgen uit de concretisering van de ambities? - wat zijn de effecten van deze alternatieven op milieu en leefomgeving? - wat zijn de effecten van het gekozen toekomstbeeld (het voorgenomen beleid) die in de nieuwe omgevingsvisie wordt opgenomen? - wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? Samenhang met de omgevingsvisie Dit OER betreft een ontwerpend OER, aangezien het OER tegelijkertijd met de omgevingsvisie is opgesteld. Hierdoor kunnen bevindingen uit het OER met betrekking tot omgevingseffecten leiden tot bijstellen van de koers in de omgevingsvisie.

7 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

0.2

Onderzoeksmethode

Te onderzoeken situaties In het OER worden de effecten op allerlei aspecten van de leefomgeving (zie beoordelingskader) gegeven. Bij de beoordelingen worden de volgende situaties onderscheiden: huidige situatie, referentiesituatie, alternatieven en het voorgenomen beleid: - huidige situatie: de huidige situatie is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2023 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is. In de praktijk is dit vaak het jaar 2021 of 2022; - referentiesituatie: de situatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd.

Hierbij valt onderscheid te maken tussen: · generieke (exogene) autonome ontwikkelingen: dit zijn algemene trends en ontwikkelingen zoals klimaatverandering of vergrijzing die Den Haag als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft; · autonoom omgevingsbeleid: dit is de voorzetting van het huidige (sectorale) beleid en autonome projecten (bouw- en infraprojecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, maar die nog niet uitgevoerd zijn); - alternatieven: de alternatieven schetsen 4 mogelijke ontwikkelrichtingen voor Den Haag tot 2050; - voorgenomen beleid: het voorgenomen beleid bevat de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie Den Haag 2050. Beoordelingskader De effecten van de referentiesituatie, alternatieven en het voorgenomen beleid worden beoordeeld aan de hand van een beoordelingskader. Door het beoordelingskader wordt de kwalitatieve en (semi-) kwantitatieve effectbeoordeling van de (ontwerp) Omgevingsvisie uitgevoerd. In een beoordelingskader staan aspecten die meetbaar worden gemaakt met indicatoren. Het beoordelingskader is toegespitst op de Haagse situatie. Het beoordelingskader is opgesteld op basis van de Staat van de Leefomgeving en de gemeentelijke ambities voor Den Haag. Tabel 4.1 bevat het beoordelingskader voor het OER.

Wijze van beoordeling De effecten op de aspecten uit het beoordelingskader worden bepaald en beoordeeld voor de 4 alternatieven en het voorgenomen beleid op basis van een inschatting van meerdere deskundigen uit verschillende disciplines (ook wel expert judgement). De beoordeling van de omgevingseffecten is ten opzichte van de referentiesituatie, met behulp van de beoordelingsschaal die is weergeven in tabel 0.1. De beoordeling van de omgevingseffecten wordt gedaan per aspect en ten opzichte van de referentiesituatie. De omgevingseffecten worden beschreven per indicator wat gezamenlijk leidt tot een beoordeling van een aspect. De spreiding van de effectbeoordelingen van de indicatoren is daarmee ook de score voor het aspect. Zo worden de positieve effecten (kansen) en negatieve effecten (risico’s) weergegeven als een score met de spreiding van de beoordelingen van de indicatoren.

Tabel 0.1 Beoordelingsschaal Score

Toelichting

++

zeer positief effect; sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief effect; verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

neutraal; geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie

-

negatief effect; verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

zeer negatief effect; sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

Naast de beoordeling van effecten toetst dit omgevingseffectrapport ook de potentie van de referentiesituatie, de alternatieven en het voorgenomen beleid voor het behalen van de doelen die gemeente Den Haag heeft opgesteld (zie hoofdstuk 3). Dit gebeurt aan de hand van de maatlat hieronder in tabel 0.2. De beoordeling van doelbereik bestaat uit een driepuntsschaal. De potentie van het behalen van de doelen is afhankelijk van de staat

8 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

van de leefomgeving van de te onderzoeken situaties in het OER. Eerst worden de kenmerken beschreven van de staat van de leefomgeving voor een situatie (referentiesituatie, alternatieven of het voorgenomen beleid). Vervolgens wordt die situatie vergeleken met de hoofddoelen beschreven in kolom ambitie van tabel 0.2. Indien de hoofddoelen niets bevatten over een aspect dan wordt bijlage V beschouwd. Bijlage V bevat een nadere uitwerking van de hoofddoelen per aspect.

Tabel 0.2 Toetsing doelbereik Beoordeling / hoog / redelijk / laag

Toelichting hoge potentie voor behalen doel redelijke potentie voor behalen doel laag tot geen potentie voor behalen doel

Detailniveau van het onderzoek De omgevingsvisie van Den Haag richt zich op het jaar 2050. Het OER is aangepast aan het abstractieniveau dat past bij een visie en sluit zich daarom zoveel mogelijk aan bij het zichtjaar 2050. Wel is voor het jaar 2050 vaak beperkt informatie beschikbaar is en brengt de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen.

0.3

Huidige situatie

De Staat van de Leefomgeving biedt een nulmeting van de huidige situatie in Den Haag. Op basis van de Staat van de Leefomgeving kan in de komende jaren gevolgd worden hoe de stad en de bevolking zich ontwikkelen op de onderscheiden onderwerpen. Wanneer door de oogharen wordt gekeken naar de Staat van de Leefomgeving, dan vallen de volgende zaken op: - de meeste stedelijke opgaven zijn niet uniek voor Den Haag; ook de andere grote steden hebben te maken met deze opgaven en hebben vaak ook vergelijkbare ambities geformuleerd. De uitgangssituatie is voor Den Haag met name op de sociaaleconomische thema’s vaak minder gunstig dan die voor Utrecht, Amsterdam en Eindhoven. De vraag tekent zich af waar Den Haag zich op wil onderscheiden (optimaliseren) en waar Den Haag wil volstaan met een ondergrens; - binnen Den Haag zijn de verschillen tussen wijken soms groot. Daarbij tekent zich een terugkerend ruimtelijk patroon af dat mag worden samengevat als ‘tweedeling’. Dat gaat niet op voor elk onderwerp en daarom blijft maatwerk per wijk geraden. Maar duidelijk is dat er sprake is van een stapeling van ‘ongunstige scores’ in de stadsdelen Escamp, Laak, delen van Haagse Hout, Centrum en Scheveningen.

Daarbij gaat het primair om de sociale en economische situatie: relatief laag opgeleid (basisonderwijs, VMBO, of de eerste fase van HAVO/VWO), vaker laaggeletterd, veel lage inkomens, hogere werkloosheid, een slechtere gezondheid, vaker overlast en onveilige situaties. Kinderen lopen er al vroeg meer risico op achterstand of uitval in het onderwijs. Het aandeel mensen met een migratieachtergrond is er groot. De maatschappelijke participatie blijft achter; - in de fysiek-ruimtelijke randvoorwaarden komen de ongunstige factoren samen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is onder gemiddeld. De meest versteende wijken van Den Haag ondervinden ook opgaven op socio-economische domein. Bestaande risicobronnen in dichtbevolkte gebieden zoals CID brengen omgevingsveiligheidsrisico’s met zich mee. Den Haag is toegankelijk voor de auto waardoor er knelpunten zijn op het gebied van geluid en luchtkwaliteit. De woningvoorraad is eenzijdig. Er zijn relatief goedkope huurwoningen, maar toch is wonen voor huurders in Den Haag relatief duur (hoge woonquote). De verduurzaming van het woningaanbod steekt echter niet ongunstig af bij andere delen van de stad, mede door het grote aandeel corporatiebezit. De gebieden kennen weliswaar relatief veel ondernemerschap (ZZP’ers) maar er is weinig ruimte voor (groei van) MKB-bedrijvigheid.

Er zijn wel de nodige medische voorzieningen maar voor het aantal inwoners is de eerstelijnszorg (huisartsen) relatief beperkt in omvang.

9 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

0.4

Alternatieven

Alternatievenontwikkeling De gemeenteraad heeft in november 2022 de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vastgesteld. In de NRD wordt vastgelegd welke omgevingseffecten in het oer worden onderzocht. De Commissie mer heeft geadviseerd over de NRD (Commissie mer, 2023). In lijn met het advies van de Commissie mer zijn de aan te houden alternatieven onderscheidend gemaakt door de Haagse ambities leidend te maken. De Haagse ambities zijn: - rechtvaardig en inclusief Den Haag; - betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad; - klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag; - economisch vitaal Den Haag; - gezond en veilig Den Haag; - duurzaam bereikbaar Den Haag. Per alternatief zijn steeds 2 van de bovenstaande ambities gemaximaliseerd. Met werksessies binnen de gemeente is aan de hand van doelstellingen bij deze 6 ambities, een beeld ontstaan van wat gemeente Den Haag per ambitie minimaal wil bereiken en wat een streven is. Daarbij zijn de effecten op de andere ambities in beschouwing genomen. Op deze manier ontstaan ‘de hoeken van het speelveld’. Dit leidde tot 4 alternatieven: Compacte woonstad, Meerkernige 15-minutenstad, Klimaatbestendige parkenstad en de Gevarieerde werkstad. Binnen de bandbreedte van deze alternatieven wordt uiteindelijk door gemeente Den Haag een voorgenomen beleid gekozen.

Alternatief 1 Compacte woonstad Alternatief 1 Compacte woonstad bestaat uit de maximalisatie van de ambities ‘Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad’ en ‘Duurzaam bereikbaar’ (vanuit oogpunt van openbaar vervoer). In essentie staat de Compacte woonstad voor een (hoog-) stedelijke intensivering, op die plekken waar goede OV-verbindingen zijn. Dit gaat zowel over de zones langs hoogwaardig openbaar vervoerverbindingen, als de knooppunten. De spoorlijn Leiden-Dordrecht (Oude Lijn) vormt de backbone van de stedelijke intensivering in Den Haag. Langs deze Oude Lijn ontstaan hoogstedelijke gemengde omgevingen met divers ruimtelijk programma, goed verbonden met de rest van de stad en de regio. De Compacte woonstad draagt nadrukkelijk bij aan regionale metropoolvorming. Dat gebeurt door te investeren in stedelijk en centrum-stedelijk wonen en werken, excellent bereikbaar door de gerealiseerde Schaalsprong OV met groei van voorzieningen binnen de gebieden. Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad bestaat uit de maximalisatie van de ambities ‘Duurzaam bereikbaar’ (vanuit oogpunt van de voetganger en fietser) en ‘Gezond en veilig’. In essentie staan binnen de Meerkernige 15-minutenstad de lokale gemeenschappen centraal binnen een stads breed vastgesteld kader.

De eigen wijk vormt het centrum van het dagelijkse leven van de inwoners van Den Haag. Door de focus op de eigen buurt ontstaan er soms grote verschillen tussen buurten en wijken in Den Haag op allerlei terreinen, zoals de energievoorziening en het vervoerssysteem. Dat komt omdat elke gemeenschap haar eigen keuzes maakt. De wensen lopen uiteen en de gemeente ziet verschillen in wijken in de wijze waarop mensen in staat zijn zich goed te organiseren. In dit alternatief is er sprake van wijkgerichte verdichting rondom de kernen. Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad bestaat uit de maximalisatie van de ambities ‘Gezond en veilig’ (vanuit ruimtelijk perspectief) en ‘Klimaatbestendig, natuurinclusief en klimaatneutraal’. In essentie staan in de Klimaatbestendige Parkenstad de landschappelijke kwaliteiten van Den Haag centraal. Den Haag vergroot haar populariteit door volop te investeren in een leefbare, groene stad. De groene en blauwe stad heeft een positief effect op de gezondheid van de inwoners. Ook staan het versterken van natuurwaarden en het vergroten van biodiversiteit hoog op de prioriteitenlijst. De groene systeemtransitie verloopt top-down. Nabijheid, knooppuntontwikkeling, lopen en fietsen zijn kernwoorden in dit alternatief.

De bestaande stedelijke structuur van Den Haag wordt optimaal benut, vanuit het oogpunt van gebruiken wat er al is. Stedelijke ontwikkeling nabij knooppunten van openbaar vervoer is de norm. Door te investeren in groen en plekken voor water stijgt de

10 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

gemiddelde waarde van het vastgoed. Dit is enerzijds goed voor de stad en haar investeringsklimaat. De betaalbaarheid van de stad komt volgens de gemeente bij verschillende inwonersgroepen onder druk te staan Alternatief 4 Gevarieerde werkstad Alternatief 4 Gevarieerde werkstad bestaat uit de maximalisatie van de ambities ‘Economisch vitaal’ en ‘Rechtvaardig en inclusief’. De essentie van de Gevarieerde werkstad is dat Den Haag wordt versterkt als werkstad voor haar bevolking en als kernstad voor werkgelegenheid in de regio. Den Haag bouwt haar positie zowel als kennisstad voor hoogopgeleid talent verder uit en investeert in een bredere economische basis. Er zijn gelijke arbeids- en opleidingskansen voor iedereen. De voorwaarde hiervoor is dat werken en wonen in balans is; zowel op verschillende niveaus als geografisch verspreid door de stad. Dit heeft als positief effect dat het aantal vervoersbewegingen wordt beperkt: het is namelijk mogelijk om in de eigen stad te werken. Den Haag bouwt voort op haar bestaande kracht; de sterke clusters rond bestuur, vrede, recht en veiligheid. Tegelijkertijd wordt de economische basis onder de stad verbreed door ruimte te maken voor technologische, ambachtelijke en circulaire maakbedrijven (milieucategorie 1-3) en bouw-, zorg- en maritieme bedrijven.

Er komt een HOV ring voor duurzame stadslogistiek (grofweg via de Haagse Sportlaan naar Scheveningen en via van Alkemadelaan naar de laan van NOI).

0.5

Totstandkoming voorgenomen beleid

Het voorgenomen beleid, zoals dat op hoofdlijnen is beschreven in de (ontwerp) Omgevingsvisie Den Haag 2050, is mede gebaseerd op de 4 alternatieven uit het OER en de bijbehorende effectbeoordeling. In de onderstaande afbeelding 0.1 is de totstandkoming van de omgevingsvisie schematisch weergegeven.

Afbeelding 0.1 Schematische weergave totstandkoming omgevingsvisie

Als onderdeel van het proces om te komen tot het voorgenomen beleid hebben sinds 2021 meer dan 3.000 Hagenaars, inclusief jongeren en ouderen, meegedacht over de toekomst van Den Haag. Uit hun input bleek dat verbondenheid, gezondheid en veiligheid belangrijke thema's zijn. Ook willen ze sociale, fysieke en economische inclusie en groene ontmoetingsplekken. Jongeren maken zich zorgen over woningtekort en willen een beter nachtleven. De omgevingsvisie is een 'groeiend verhaal' gedragen door diverse stadsbewoners en organisaties.

11 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Hoofdstuk 8 van de omgevingsvisie biedt een uitgebreide samenvatting van het participatieproces, inclusief de benadering van belanghebbenden en de inspanningen om een representatieve groep te betrekken. Er wordt beschreven hoe de gemeente actief heeft gecommuniceerd en de opbrengsten van de participatieactiviteiten heeft gedeeld op de website van de omgevingsvisie. "Duurzaam bereikbaar" is een van de 6 ambities voor Den Haag in 2050. Als onderdeel van de totstandkoming van het voorgenomen beleid is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Hierin worden zowel de huidige als toekomstige verkeerssituaties en beleidsalternatieven in kaart gebracht met aandacht voor verschillende vervoersmodaliteiten en mobiliteitsmaatregelen. De basis hiervoor ligt in de Strategie Mobiliteitstransitie 2040, die aangeeft dat een versnelling nodig is om de groeiende stad leefbaar en toegankelijk te houden. De Visie op het verkeersnet in 2040 combineert deze strategie met de Omgevingsvisie. Het Ontwerp Ruimte voor mens en mobiliteit. Visie op het verkeersnet in 2040 zal parallel aan de Ontwerp Omgevingsvisie ter inzage worden gelegd.

0.6

Effectanalyse

Het OER bevat de effectanalyse voor de referentiesituatie, de 4 alternatieven en het voorgenomen beleid. De effectanalyse geschied op basis van het vastgestelde beoordelingskader per ambitie. In deze paragraaf wordt een zeer beknopt overzicht gegeven van de belangrijkste effecten voor elk van de 6 ambities. Voor een diepgaandere analyse wordt verwezen naar het hoofdrapport: - uitgebreide beoordeling van de referentiesituatie: paragraaf 5.2 t/m 5.7; - uitgebreide beoordeling van de 4 alternatieven: hoofdstuk 6; - uitgebreide beoordeling van het voorgenomen beleid: paragraaf 7.3. Eerst zijn de algemene bevindingen van de effectbeoordelingen van de alternatieven beschreven. Daarna is per ambitie de effectbeoordelingen van de alternatieven en het voorgenomen beleid toegelicht. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen doelbereik en omgevingseffecten. Algemene bevindingen over de effectbeoordelingen van de alternatieven Uit de effectbeoordeling van de alternatieven blijkt in het algemeen dat: - alternatieven onderscheidend zijn in omgevingseffecten en doelbereik door de prioritering van de ambities. Elk alternatief zet maximaal in op 2 ambities. Een kanttekening hierbij is dat niet alle combinaties van ambities zijn gemaakt, wat de beoordeling van de alternatieven sterk beïnvloedt.

Zo is er bijvoorbeeld geen alternatief waarbij de ambities ‘Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief’ en ‘Rechtvaardig en Inclusief’ zijn gecombineerd terwijl dit in de praktijk wel mogelijk zou zijn en een andere beoordeling op zou leveren waarbij een inclusieve Klimaatbestendige stad had onderzocht kunnen worden. Toch, toont het OER de effecten van de hoeken van het speelveld. Als de mitigerende maatregelen op sociaal domein worden toegepast in het alternatieven Klimaatbestendige stad dan scoort ook ‘Rechtvaardig en Inclusief’ hoog op doelbereik. In paragraaf 3.1.1 is beschreven hoe de alternatieven zijn ontwikkeld die relevant zijn voor de Haagse planvorming; - de uitwerking van sturingsfilosofie voor meer zekerheid over de uitvoering zorgt; - alternatieven op kaart zorgt voor een eerste ruimtelijke afweging; - op wijk- en buurtniveau geen effectbeschrijving mogelijk is omdat de alternatieven niet op dat niveau informatie bevatten. De verschillen in effectbeoordeling per alternatief is samen te vatten in: - alternatief 1 Compacte woonstad: zorgt voor positieve effecten in het voedingsgebied van HOV zoals woonaanbod voor starters, studenten en werkenden, creëert werkgelegenheid kenniseconomie, nabijheid regio en stimuleert modal shift. Buiten het voedingsgebied van HOV wordt niet geprofiteerd van de voordelen van HOV.

Door intensivering nabij stations wordt geluidhinder, trillinghinder, externe veiligheid, gebrek aan sociale cohesie (anonimiteit en eenzaamheid), hittestress, schaarste aan voorzieningen als scholen en buitensport en beperkte ruimte boven- en ondergronds versterkt. Afhankelijk van auto in gebieden buiten

12 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

-

-

-

voedingsgebied HOV wordt groter. De tweedeling blijft bestaan en wordt mogelijk vergroot door nadruk op kenniscluster en de intensivering nabij stations; alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad: zorgt voor positieve effecten voor mensen die wonen en werken in Den Haag doordat voorzieningen, werken, groen toegankelijker is. Voor de verplaatsingen over langere afstand geldt dat de concurrentie van OV ten opzichte van de auto verslechterd aangezien een fijnmaziger OV-netwerk zal zorgen voor langere reistijden per OV. Risico dat leefomgeving tot de eigen bubbel beperkt wordt. Egale verdeling voorzieningen en ruimte voor woon-werkgebieden zorgt voor een toename van emissies lucht/geur en geluidhinder waarbij de toename afhankelijk is van autogebruik en afname lange afstand verplaatsingen; alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad: zorgt voor positieve effecten voor klimaat gerelateerde aspecten, natuur en verkeersveiligheid. Het woonaanbod en werkaanbod sluit niet aan op de verwachte groei van Den Haag. Tweedeling blijft behouden en wordt versterkt door beperkte toename van woon- en werkaanbod.

In dit alternatief schuilt het risico dat er meer ongelijkheid ontstaat in Den Haag; is de Klimaatbestendige Parkenstad alleen voor de happy few die het zich kunnen veroorloven om in een stad te wonen, te werken en te recreëren waar de kosten voor levensonderhoud steeds zullen stijgen?; alternatief 4 Gevarieerde werkstad: zorgt voor diversiteit op arbeidsmarkt en baanzekerheid. Rol van auto is dominant door uitoefening van beroepen als vakmanschap. De aanleg van een nieuwe haven zorgt voor negatieve effecten op natuur en gezondheid door toename emissies lucht en geluidhinder (toename is afhankelijk van scheepvaart en vrachtverkeer). Risico dat het woonprogramma niet in verhouding staat tot het werkprogramma.

De onderzoeksalternatieven variëren ook in energieconcept. Vanuit ruimte en energie efficiëntie is het van belang om een extra restwarmte link naar de haven van Rotterdam te overwegen. Indien de gemeente kiest voor het niet gebruiken van geothermiebronnen en restwarmte dan zal de elektriciteitsvraag toenemen waardoor de ruimteclaim in de regio zal toenemen. Dit besluit is aan de gemeente Den Haag. Ambitie 1 Een rechtvaardig en inclusief Den Haag Voor de ambitie rechtvaardig en inclusief Den Haag geldt dat de potentie voor het doelbereik van het voorzieningenaanbod in de referentiesituatie redelijk is. De potentie voor het doelbereik voor afstand tot voorzieningen, welzijn, sociale cohesie, participatie en de kwaliteit van de openbare ruimte is laag. Voorzieningenaanbod In de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld. Het doel voor het voorzieningenaanbod is dat de inwoners van Den Haag in gelijke mate toegang hebben tot voorzieningen. Inwoners hebben geen gelijke mate van toegang tot voorzieningen, maar met de Richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen wordt daarop wel zoveel mogelijk gestuurd. Voor het voorzieningenaanbod geldt dat alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad leidt tot een hogere potentie voor het behalen van het doelbereik ten opzichte van de referentiesituatie.

Het gaat over het algemeen om een sterke verbetering van de omgevingseffecten. Voor de andere 3 alternatieven geldt dat de potentie voor het doelbereik net als in de referentiesituatie redelijk is. Het doelbereik heeft in de 3 alternatieven een redelijke potentie omdat de ruimte in Den Haag schaars is, daarom is het onzeker of er genoeg ruimte is om het voorzieningenaanbod te laten meegroeien met de uitbreiding van de woningvoorraad. In alternatief 1 Compacte woonstad worden voorzieningen niet gelijkmatig over de stad verdeeld en worden er ook niet overal voorzieningen toegevoegd, terwijl het aantal inwoners groeit. De potentie voor het doelbereik van het voorgenomen beleid wordt als redelijk beoordeeld. Dat is gelijk aan de referentiesituatie. Dat komt omdat het voorgenomen beleid inzet op een gelijke mate van toegang tot voorzieningen. Wel blijft de schaarse ruimte een aandachtspunt. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn afhankelijk van de indicator. Afstand tot voorzieningen De afstand tot voorzieningen hangt nauw samen met het aspect voorzieningenaanbod. Als er een breed voorzieningenaanbod in een stadsdeel is voorzien, dan heeft dat ook gevolgen voor de afstand tot deze voorzieningen. Het doel is dat deze voor alle inwoners van Den Haag in gelijke mate bereikbaar zijn. In de

13 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

referentiesituatie geldt dat de potentie voor het doelbereik van de afstand tot voorzieningen laag is. Dat komt omdat het voorzieningenaanbod niet gelijkmatig over de stad is verspreid. Centrumwijken hebben een goede toegang tot stedelijke culturele voorzieningen. Wijken buiten het centrum moeten een grotere afstand afleggen hiervoor maar hebben over het algemeen een goede toegang tot sportvoorzieningen. Zo blijkt uit de Staat van de Leefomgeving dat in delen van Escamp, Scheveningen en Leidschenveen-Ypenburg de zorgvoorzieningen in de wijk momenteel niet toereikend zijn voor de behoefte. Escamp, Laak, Loosduinen, Mariahoeve en delen van Scheveningen kennen een grotere afstand tot culturele voorzieningen en culturele voorzieningen zijn momenteel niet aanwezig in Leidschenveen en Ypenburg. In de referentiesituatie wordt het doelbereik als laag beoordeeld, omdat het naar verwachting gelijk blijft aan de huidige situatie. Alternatief 1 Compacte woonstad gaat uit van een uitbreiding van het voorzieningenaanbod nabij de verdichtingslocaties. Dat betekent dat het voorzieningenaanbod niet toeneemt in de andere stadsdelen. Voor deze wijken blijft de afstand tot voorzieningen gelijk. Daarom wordt de potentie voor het doelbereik als laag beoordeeld en zijn de omgevingseffecten gelijk aan de referentiesituatie.

Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad geldt een hoge potentie voor het doelbereik. Dat komt omdat het uitgangspunt van dit alternatief is dat alles in Den Haag binnen 15 minuten te bereiken is. De (relatieve) afstand tot voorzieningen neemt daardoor af. Daarom is er sprake van een sterke verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad heeft een redelijke potentie voor doelbereik, en alternatief 4 Gevarieerde werkstad een hoge potentie. Het gaat om een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie, omdat het voorzieningenaanbod in deze alternatieven redelijk gelijkmatig over de stad wordt verspreid, al is dit meer in de Gevarieerde werkstad. Voor de omgevingseffecten is daarom sprake van een verbetering. De potentie voor het doelbereik in het voorgenomen beleid is als redelijk beoordeeld. De potentie is daarmee verbetert ten opzichte van de referentiesituatie. De focus ligt op goede bereikbaarheid van buurtoverstijgende voorzieningen met het openbaar vervoer en het spreiden van buurtgerichte voorzieningen over de stadsdelen. Dit spreiden draagt bij aan gelijke toegankelijkheid, alhoewel het onwaarschijnlijk is dat dit in alle gebieden wordt behaald. Voor de omgevingseffecten is er sprake van een verbetering.

Welzijn, sociale cohesie en participatie Het doel voor welzijn, sociale cohesie en participatie is dat iedereen mee doet in Den Haag, dat bewoners mede richting geven aan de ontwikkeling van de leefomgeving, en sociale cohesie ervaren. De potentie voor het doelbereik van welzijn, sociale cohesie en participatie in de referentiesituatie is als laag beoordeeld. Dat komt omdat de uitgangspositie van Den Haag op veel indicatoren zwakker is dan het Nederlandse gemiddelde (risico op onderwijsachterstand, voortijdige schoolverlaters, laaggeletterdheid). Ook sociale cohesie scoort gemiddeld net aan een voldoende. In de referentiesituatie is er geen vastgesteld beleid om actief bij te dragen aan een verbetering van welzijn en sociale cohesie. Voor participatie is in de referentiesituatie overigens een verbetering ten opzichte van de huidige situatie zichtbaar. Door het Haags Samenspel is er meer ruimte voor initiatieven van bewoners en worden zij betrokken door maatwerk. De potentie voor het doelbereik van welzijn, sociale cohesie en participatie is ook in alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad laag. In alternatief 1 Compacte woonstad komt dit doordat er wordt ingezet op stedelijke hoogbouwgebieden. In hoogbouw heerst een grotere beleving van anonimiteit en ontstaan spontane ontmoetingen minder gemakkelijk.

In het alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad hangt de lage beoordeling samen met het feit dat dit alternatief leidt tot een exclusieve stad. Dit komt door een kleinere toename van het aantal woningen in vergelijking met de referentiesituatie en de stijgende waarde van vastgoed door meer groen. Hierdoor is Den Haag niet langer voor elke inkomensgroep haalbaar en betaalbaar. Voor de omgevingseffecten is er daarom sprake van een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad geldt dat de potentie voor het doelbereik als redelijk is beoordeeld. Dat komt omdat lokale gemeenschappen grote bevoegdheden en zeggenschap over ruimtelijke investeringen en er hechte lokale gemeenschappen ontstaan. Door deze focus op de eigen wijk is het echter lastig om te wisselen van locatie omdat de band met de gemeenschap belangrijk is. Voor de omgevingseffecten is sprake van een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 4 Gevarieerde werkstad is de potentie voor het doelbereik hoog. Dit alternatief heeft het streven om passend werk

14 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

te bieden voor iedere doelgroep. Door deze gevarieerde economie ontstaan meer kansen voor iedereen, voor de omgevingseffecten is daarom over het algemeen sprake van een sterke verbetering. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie voor het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld. Dat is een verbetering ten opzichte van het doelbereik in de referentiesituatie. De invoering van het Haags Samenspel, sociale menging en inzet op doorstroming wordt als positief gezien. De toename van hoogbouw kan wel leiden tot gevoelens van eenzaamheid, dat is een aandachtspunt. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn afhankelijk van de indicator. Kwaliteit openbare ruimte Het doelbereik voor de kwaliteit van de openbare ruimte is dat aantrekkelijk van kwaliteit is met ruimte is voor ontmoeten, bewegen en verblijven voor iedereen. Voor de kwaliteit van de openbare ruimte geldt dat de potentie voor het doelbereik in de referentiesituatie als laag wordt beoordeeld. Dat komt doordat de druk op het gebruik van de Haagse openbare ruimte door de doorzetting van autonome ontwikkelingen sterk is toegenomen. Ook zijn er zorgen over het beheer en handhaving. De potentie voor het doelbereik wordt voor alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad wordt als laag beoordeeld.

In alternatief 1 Compacte woonstad neemt het groen niet af ten opzichte van de referentiesituatie. Echter nodigt de openbare ruimte minder uit tot ontmoeting en komt het beheer deels in handen van private partijen te liggen. De omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 4 Gevarieerde werkstad nemen groen en blauw niet af in omvang en kwaliteit. Het is onduidelijk hoe dit wordt vormgegeven. De omgevingseffecten zijn daarom gelijk aan de referentiesituatie. In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad staan hechte gemeenschappen centraal, zij dragen bij aan een openbare ruimte van goede kwaliteit. Wel groeit de stad ten opzichte van de referentiesituatie, dit vraagt om een grotere ruimteclaim, zowel bovengronds als ondergronds. De omgevingseffecten verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie. De potentie voor het doelbereik van alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad wordt als hoog beoordeeld. In alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad wordt een zeer aantrekkelijke openbare ruimte gerealiseerd. Voor de omgevingseffecten is sprake van een sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. De potentie voor het doelbereik van het voorgenomen beleid wordt als redelijk beoordeeld. Er zijn weinig mogelijkheden om de omvang van de openbare ruimte uit te breiden.

Wel voorziet het voorgenomen beleid in een aanpak om de openbare ruimte aantrekkelijk te maken. Het doel is dat dit ook leidt tot de creatie van werkgelegenheid. De omgevingseffecten verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie. Doelbereik ambitie In tabel 0.3 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie rechtvaardig en inclusief Den Haag opgenomen.

15 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Tabel 0.3 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een rechtvaardig en inclusief Den Haag Beoordeling doelbereik referentie

Aspect

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseff ecten alternatieven

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

alt. 1

alt. 2

alt. 3

alt. 4

n.v.t.

-/0

-/++

0/+

0/+

-/+

n.v.t.

0

+

0/+

0/+

+

n.v.t.

-/0

-/+

-/+

/++

-/+

n.v.t.

-

+

++

0

+

Voorzieningenaanbod

Afstand tot voorzieningen

Welzijn, sociale cohesie en participatie

Kwaliteit openbare ruimte

Ambitie 2 Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag Woningmarkt: woningaanbod Het doelbereik voor het woningaanbod is dat deze in balans is en dat er voldoende sociale huurwoningen zijn. In de referentiesituatie wordt de potentie van het doelbereik voor het woningaanbod als laag beoordeeld, omdat de vraag naar woningen groter is dan het aanbod. Het tekort is het grootst in het betaalbare segment. Voor de alternatieven geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad als redelijk wordt beoordeeld door het hogere woonprogramma. Het gaat om een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. De potentie van het doelbereik in het alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag beoordeeld, door het lagere woonprogramma. De effecten van alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad duiden op een sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik voor het woningaanbod als redelijk beoordeeld, doordat het woonprogramma groter is dan de referentiesituatie. Er blijven echter ook veel autonome factoren die dit onzeker maken. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn afhankelijk van de indicator.

Betaalbaarheid Het doelbereik voor betaalbaarheid is dat wonen betaalbaar blijft voor alle inwoners van Den Haag. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie voor het doelbereik van betaalbaarheid als laag wordt beoordeeld, omdat het voor alle inkomensgroepen steeds duurder wordt om in Den Haag te wonen. De potentie van het doelbereik voor betaalbaarheid wordt als redelijk beoordeeld in alternatief 1 Compacte woonstad door het hoge woonprogramma en in alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad. De potentie voor het doelbereik is laag in alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad en in alternatief 4 Gevarieerde werkstad door het lagere woonprogramma. De effecten van alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad duiden op een sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie.

16 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie voor het doelbereik als laag wordt beoordeeld, omdat het niet voor iedereen financieel haalbaar zal zijn om in Den Haag te wonen. Het is gelijk aan de referentiesituatie. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn afhankelijk van de indicator. Duurzaamheid: woningvoorraad Het doelbereik is dat de woningvoorraad wordt verduurzaamd. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik voor de duurzaamheid van de woningmarkt als laag wordt beoordeeld. Veel woningen hebben slechte energielabels en de verduurzaming van de woningvoorraad komt slecht op gang. Voor de duurzaamheid van de woningvoorraad geldt dat de potentie van het doelbereik voor elk alternatief als redelijk wordt beoordeeld, omdat de woningvoorraad in alle alternatieven toekomstbestendiger is geworden. Het gaat in alle gevallen over het algemeen om een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik voor de duurzaamheid van de woningvoorraad als redelijk wordt beoordeeld. Het voorgenomen beleid zorgt voor een toename van hoge energielabels. Er blijven echter ook veel autonome factoren die dit onzeker maken.

Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn afhankelijk van de indicator. Beoordeling ambitie In tabel 0.4 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad opgenomen.

Tabel 0.4 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad Den Haag Beoordeling doelbereik referentie

Aspect

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

alt. 1

alt. 2

alt. 3

alt. 4

n.v.t.

+

+

--/-

-

-/+

n.v.t.

0/+

-/+

-/0

-

-/+

n.v.t.

0/+

0/+

+

-/+

-/+

Woningmarkt: woningaanbod

Betaalbaarheid

Duurzaamheid woningvoorraad

Ambitie 3 Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Droogte Het doelbereik is om de impact van droogte te beperken. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik voor droogte als redelijk wordt beoordeeld. De impact van droogte op Den Haag zal gering blijven. De zomers zullen droger worden met een verhoogde kans op extreme droogte. De impact hiervan op de stad zal laag blijven. In droge jaren zal het grondwater het meeste wegzakken in de zandgebieden, er zijn geen aanwijzingen

17 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

dat dit problemen oplevert voor de vochtvoorziening van planten. Ook het risico voor bodemdaling zal gering blijven. Voor droogte geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld voor het alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad. In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad verbeteren de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld. Er is sprake van een sterke verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad en alternatief 1 Compacte woonstad geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld. De omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad wordt expliciet aandacht gegeven aan het programma Water en Bodem Sturend. Daarnaast is er in dit alternatief veel ruimte voor extra groen in de stad. Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad heeft een redelijke potentie om dit doel te halen. Deze heeft een bevolkingstoename, toename van verdichting en de hoeveelheid groen blijft minimaal hetzelfde of neemt toe. De verdichting is hierbij in meerdere afzonderlijke kernen. Water sturend is hierin niet leidend. Dit alles leidt tot een redelijke potentie.

Alternatief 4 Gevarieerde werkstad heeft een lage potentie door de toename van industrie en bedrijven, en de bijbehorende verharding. De toename van functioneel groen is waarschijnlijk niet voldoende om de doelen te behalen. Door de sterke verdichting in de stad geldt dit ook voor alternatief 1 de Compacte woonstad. In het voorgenomen beleid wordt aangegeven dat de Watervisie uit 2021 van het hoogheemraadschap van Delfland wordt gedeeld en meegenomen in het voorgenomen beleid. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik voor droogte als redelijk wordt beoordeeld. De omgevingseffecten zijn als licht positief beoordeeld. Het voorgenomen beleid richt zich op het behouden van stedelijke groenstructuren en het versterken van SGH op 6 icoonlocaties als park en verbinding van de SGH. Hoewel dit lokaal positieve effecten heeft, is de bodemberging beperkt. Om bodemberging te verruimen zijn ingrepen nodig in wateropslag, zoals ondergrondse opslag en daktuinen, om droogte effectief tegen te gaan, zeker in de meest versteende wijken. De ingrepen in het voorgenomen beleid tonen positieve effecten op korte termijn maar zijn onvoldoende voor de zeer lange termijn (na 2050 - 2100). Wateroverlast Het doelbereik is om de impact van wateroverlast te beperken. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld.

De indicatoren risico wateroverlast, opvang en berging regenwater scoren beiden laag voor het doelbereik door de toename in verharding in combinatie met extremer weer door klimaatverandering. De indicator overstromingsrisico is redelijk beoordeeld omdat het risico laag blijft tot 2050. Voor wateroverlast geldt dat de potentie van het doelbereik laag is voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad. Deze alternatieven gaan onvoldoende tot niet in op de stedelijke opgave rond klimaatadaptatie, daarom worden deze voor de verschillende indicatoren als negatief beoordeeld. De omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld. De omgevingseffecten worden sterk verbetert ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad heeft een actieve visie om water en bodem sturend te laten zijn, en om voldoende berging en infiltratie in de verschillende stadsdelen te realiseren om zo de overlast te minimaliseren. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld. De omgevingseffecten zijn licht positief vergeleken met de referentiesituatie. Lokaal wordt wijken en straten klimaatbestendiger door vergroenen.

Het voorgenomen beleid voor wateroverlast in Den Haag is moeilijk uitvoerbaar door stedelijke groei en verdichting. Hoogstedelijke, versteende gebieden op veen/klei bodems maken infiltratie lastig. Icoonprojecten bieden lokaal oplossingen. Het voorgenomen beleid biedt voldoende perspectief voor 2050 maar een realistische aanpak voor waterbeheer in versteende wijken ontbreekt voor de zeer lange termijn (na 2050 - 2100). Integratie van Delfland's Watervisie kan de doelstellingen haalbaar maken. De doelstellingen voor de indicator waterveiligheid (overstromingsgevaar) hebben een redelijke potentie om gehaald te worden. Er liggen mogelijk goede initiatieven om de kustlijn bij Scheveningen beter te beschermen, deze behoeven wel een integrale uitwerking met andere belangen zoals woningen. Doordat het een mogelijkheid

18 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

betreft in het voorgenomen beleid is de nieuwe duinenrij niet als uitgangspunt gebruikt voor de beoordeling van het voorgenomen beleid. Waterkwaliteit Het doelbereik is om voldoende drinkwater van kwalitatief niveau te hebben. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld. De kleinere wateren in de stad zoals grachten en sloten vormen nog een knelpunt voor de waterkwaliteit. De voorziening van voldoende kwalitatief drinkwater kan ook een knelpunt vormen in 2050. Voor waterkwaliteit geldt dat de potentie van het doelbereik laag is voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad. De omgevingseffecten verslechteren voor de Compacte woonstad. De omgevingseffecten verbeteren voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad. De omgevingseffecten maken een sterke achteruitgang door voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad. In deze 3 alternatieven wordt onvoldoende aandacht besteedt aan een visie voor waterkwaliteit. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld. De omgevingseffecten worden sterk verbetert ten opzichte van de referentiesituatie.

Er wordt een duidelijke visie en maatregelen beschreven die samen gaan met de verdichtingsopgave om de waterkwaliteit te waarborgen in 2050 in de Klimaatbestendige parkenstad. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld. De omgevingseffecten zijn neutraal ten opzichte van de referentiesituatie. De oplossingsrichting voor voldoende en kwalitatief drinkwater zijn goed en worden voldoende meegenomen in het voorgenomen beleid. Echter, wordt er geen duidelijk plan, beleid, of visie gepresenteerd om de water- en grondwaterkwaliteit te verbeteren in de gemeente Den Haag. Bodem Het doelbereik is om de vitaliteit van de bodem te vergroten en het natuurlijk waterbergend vermogen te benutten. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld. Ondanks de impact van klimaatverandering en de toenemende kans droogte blijft het risico van bodemzetting, inklinking en ondergrondverdichting gering in 2050. In een groot deel van de stad wordt en is rekening gehouden met de leidraad Water en Bodem Sturend. De oudere en sociaal minderontwikkelde stadskernen zijn hierin achtergebleven. Er is een redelijke potentie om de doelen in 2050 te behalen.

Voor de bodem geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad. In alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad zal door verdichting en groei op de veen/kleibodems een verhoogde kans op zetting kunnen ontstaan, waardoor er een lage potentie is om het doelbereik te behalen. De omgevingseffecten blijven voor elk van deze 3 alternatieven gelijk aan de referentiesituatie. In het alternatief 4 Gevarieerde Werkstad wordt geen uitspraak gedaan over beleid of ingrepen die relatie houden tot de bodem of de fysische bodemgesteldheid. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld. Er is sprake van een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Door actief beleid en sturing vanuit water en bodem sturend is er veel ruimte voor infiltratie, er is rekening gehouden met het bodemtype en waterbergend vermogen van de bodem tijdens gebiedsontwikkelingen. Dit heeft ertoe geleidt dat er geen verslechtering is van de fysische bodemkwaliteit en dat het risico op bodemzetting minimaal is in alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad.

Omdat er een ‘water en bodem sturend’ en ‘bodem en ondergrond sturend’ beleid is en er bij gebiedsontwikkeling rekening wordt gehouden met bodemherstel is er een laag risico op verslechtering van de fysische bodemgesteldheid. Het doel is echter een goede fysische bodemgesteldheid, waar op het moment geen sprake van is, de situatie zal niet verslechteren maar slechts lokaal verbeteren. Omdat er naast verwijzing naar deze sturingsprincipes geen keuzes gemaakt worden in het voorgenomen beleid is er een redelijke potentie om de doelen voor het aspect bodem te halen. De omgevingseffecten worden gelijk beoordeeld als de referentie situatie.

19 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

CO2-uitstoot Het doelbereik is klimaatneutraal in 2050. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld. De doelstelling klimaatneutraal in 2050 zal door de uitvoering van de Transitievisie Warmte en Nationaal Plan Energiesysteem worden gerealiseerd, conform ook de nationale en Europese doelstellingen, en wordt beschouwd als autonome ontwikkeling. De doelstelling klimaatneutraal in 2050 zal door de uitvoering van de Transitievisie Warmte en Nationaal Plan Energiesysteem worden gerealiseerd, conform ook de nationale en Europese doelstellingen, en wordt beschouwd als autonome ontwikkeling. Voor de referentiesituatie en alle alternatieven geldt daarmee een hoge potentie om de ambitie klimaatneutraal Den Haag te halen door Europese, landelijke en gemeentelijke afspraken en middelen. Alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad hebben een lagere vraag naar elektriciteit ten opzichte van de referentiesituatie omdat de warmtevraag met warmtebronnen wordt voorzien. Het tempo van het terugdringen van CO2-uitstoot zal voor Alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad sneller zijn dan de referentiesituatie.

Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad elektrificeren de warmtevraag waardoor de vraag naar elektriciteit toeneemt en de ruimteclaim buiten de stad groter wordt. Hiermee is het tempo van het terugdringen van CO2-uitstoot afhankelijk van regionale afspraken waardoor het tempo zal vertragen. Voor de CO2-uitstoot geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld voor elk van de alternatieven. De omgevingseffecten in alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie. De omgevingseffecten van alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld. De omgevingseffecten blijven gelijk aan de referentiesituatie. Het doel van het aspect CO2-uitstoot is dat bedrijven, vastgoed, woningen en verkeer CO2 neutraal functioneren. De ambities en beleidskeuzes uit het voorgenomen beleid in combinatie met de autonome ontwikkelingen leiden tot een hoge potentie om de doelstelling te halen. Energietransitie Het doelbereik is klimaatneutraal in 2050.

Voor de referentiesituatie geldt een hoge potentie om de ambitie klimaatneutraal Den Haag te halen door Europese, landelijke en gemeentelijke afspraken en middelen. Daarbij functioneren de bedrijven, bedrijfsvastgoed, woningen en verkeer CO2 neutraal en zijn duurzame energiebronnen optimaal benut. Hierbij is het uitgangspunt dat de gemeente Den Haag onder andere de nieuwe bevoegdheden inzet via de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). Voor de energietransitie geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld voor elk van de alternatieven. De omgevingseffecten van de alternatieven blijven over het algemeen redelijk gelijk aan de referentiesituatie. De doelstelling klimaatneutraal in 2050 zal door de uitvoering van de Transitievisie Warmte en Nationaal Plan Energiesysteem worden gerealiseerd, conform ook de nationale en Europese doelstellingen, en wordt beschouwd als autonome ontwikkeling. Voor de referentiesituatie en alle alternatieven geldt daarmee een hoge potentie om de ambitie klimaatneutraal Den Haag te halen door Europese, landelijke en gemeentelijke afspraken en middelen. De vraag naar elektriciteit neemt toe in alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad toe ten opzichte van de referentiesituatie.

De vraag naar elektriciteit neemt af in alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige ten opzichte van de referentiesituatie. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog wordt beoordeeld. De omgevingseffecten blijven gelijk aan referentiesituatie. Het voorgenomen beleid beschrijft voor alle doelen een richting om deze doelen te halen en wat de prioriteiten en ambities zijn voor de energietransitie voor de komende jaren. In de referentiesituatie was gekwantificeerd hoe de bronnenmix eruit zou zien, wat de ruimtevraag zou zijn en wat de warmtevraag zou zijn. Deze gegevens ontbreken in het voorgenomen beleid, daarom worden de omgevingseffecten gelijk beoordeeld aan de referentiesituatie.

20 | 295

Witteveen+Bos | 145842/25-000.384 | Definitief 03

Natuur Het doelbereik is het behouden en herstellen van natuurwaarden. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld. De staat van instandhouding van zowel Natura 2000- en NNN-gebieden als soorten kan niet meer gegarandeerd worden. Voor natuur geldt dat de potentie van het doelbereik voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag worden beoordeeld. In deze alternatieven zijn geen maatregelen voorgesteld die zich richten op behoud of uitbreiding/verbetering van habitattypen en populaties van habitatrichtlijnsoorten. De omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie door een toename van stikstofdepositie. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk wordt beoordeeld door een investering in de natuur. De omgevingseffecten verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie door een combinatie van uitbreiding van duinen en natuurontwikkeling. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als laag wordt beoordeeld omdat de instandhoudingsdoelstellingen niet worden gehaald. De verkenning naar mogelijkheden om een aaneengesloten strand- en duingebied kan de verbinding tussen beschermde natuurgebieden mogelijk versterken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15070922/1