CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320839 Bijlage Definitieve rapportage evaluatie ongeregeldheden 17 februari

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Publicatie rapport Berenschot ‘Met de blik van toen’ (RIS320839)27.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De algemeen commandant (AC) SGBO is enkele minuten hiervoor geïnformeerd door het hoofd informatie (HIN) van de SGBO vanuit de meldkamer dat de situatie uit de hand liep. De redenen voor de HOvD om op te schalen naar een SGBO zijn “de gevolgen van de grootschalige rellen op de omgeving, het bestuur en op de politieorganisatie (ook op de lange termijn), het feit dat op grote schaal met stenen naar de politie wordt gegooid, en dat men het zalencentrum probeert binnen te komen”. De opschaling van eenheden is op dat moment maximaal. Naar schatting zijn op het moment van oproepen van de SGBO driehonderd relschoppers aanwezig buiten het zalencentrum. Direct na de opschaling naar de SGBO informeert de eenheidschef de burgemeester over de opschaling. De rol van de SGBO is het coördineren van de politie-inzet gedurende de maatregelen. Nadat de HOvD besloten heeft om op te schalen naar een SGBO, besluit de eenheidschef van de politie in overleg met de

Binnen de inzet van de ME wordt gewerkt met fases. Fase 1 is ‘crowdmanagement’ (mensenstromen in veilige banen leiden), fase 2 is ‘crowdcontrol’ (beperken van ongewenst groepsgedrag), fase 3 is ‘riotcontrol’ (tegengaan van massale openbare-ordeverstoringen). In fase 3 treden de ME’ers op met helm, schild en wapenstok en kunnen zij eventueel ook geweld gebruiken om de openbare orde weer te herstellen. 7

Met de blik van toen

19/60

burgemeester om ook de driehoek bijeen te laten komen. Het eerste driehoeksoverleg wordt gepland om 19.30 uur. Wanneer de HOvD besluit op te schalen naar de SGBO, neemt de SGBO de taakstelling en sturing binnen één uur over. De HOvD legt in de tussentijd contact met de pelotonscommandant ME over de operationele inzet, waarin hij aangeeft dat het gebouw verdedigd moet worden en dat binnendringen van het gebouw voorkomen moet worden. Ook legt de HOvD contact met de eenheid Rotterdam voor extra inzet. Binnen tien minuten na afkondiging van de SGBO heeft een collega van de RCCB (Regionale Conflict- en Crisisbeheersing) contact gelegd met Amsterdam, Midden-Nederland en Oost-Nederland voor mogelijke inzet van nog meer extra (ME-)eenheden. Rond 18.15 uur zijn de wanordelijkheden qua aard en omvang dermate dat het niet mogelijk is om de Opera veilig te betreden of te verlaten, ook niet voor hulpdiensten. De HOvD heeft doorlopend contact met de inspecteur van OZ, die in het zalencentrum aanwezig is. Rond dit tijdstip vluchten politieambtenaren zonder beschermende kleding het zalencentrum in, om zichzelf in veiligheid te brengen. Kort na 18.15 uur vindt brandstichting plaats van verschillende voertuigen van de politie en een bus voor de Opera. Een van de autobranden slaat over op een zaal van het zalencentrum. Op dat moment vindt in die zaal een bruiloft plaats.

De bezoekers van de bruiloft moeten verplaatst worden naar een andere zaal in het zalencentrum. De verplaatsing van aanwezigen in het zalencentrum wordt begeleid door de inspecteur van OZ die in het gebouw aanwezig is en tevens in contact staat met de HOvD. De beveiliging die is ingezet vanuit het zalencentrum en de FEN kunnen niet voorzien in alle behoeften van dat moment. Om 18.23 uur vraagt de eenheidschef van de politie de burgemeester telefonisch om toestemming voor het inzetten van traangas. De burgemeester geeft in het telefonisch gesprek na overleg direct toestemming voor die inzet. De reden voor het verzoek om de inzet van traangas is de druk op de ingenomen posities van de ME, die volgens de politie op dat moment zo groot is dat de relschoppers dreigen om door de ME-linie heen het zalencentrum de Opera binnen te dringen. Om 18.25 uur geeft de pelotonscommandant ME aan dat ze zich genoodzaakt voelt eenheden terug te trekken vanwege het geweld. Omstreeks 18.43 uur wordt het traangas ingezet. In een noodsituatie was traangas al met toestemming ingezet bij een groep die al op het punt stond het zalencentrum binnen te treden. Waterwerpers waren niet beschikbaar. Rond 19.00 uur neemt de SGBO de coördinatie van de politie-inzet over van de HOvD.

De burgemeester geeft om 19.06 uur telefonisch een noodbevel af voor een gebied van 200 meter rondom zalencentrum Opera, na telefonisch overleg met de AC SGBO. De overwegingen voor het instellen van het noodbevel zijn de grote kans op ernstige verstoringen van de openbare orde, het feit dat het noodzakelijk is om maatregelen te treffen ter beëindiging van de oproerige beweging en andere wanordelijkheden, en het feit dat de reguliere juridische instrumenten – buiten het noodbevel – onvoldoende toereikend zijn om een adequaat veiligheidsniveau te garanderen en de verstoringen te beëindigen. Het bevel zegt dat “personen die zich bevinden op en in de omgeving van het zalencentrum Opera te Den Haag en zich door kleding, uitrusting, meegevoerde voorwerpen, uitingen of gedragingen manifesteren als personen die op enige wijze willen bijdragen aan ernstige wanordelijkheden zich op eerste vordering moeten verwijderen van het zalencentrum Opera en van het gebied in een straal van 200 meter rondom dit zalencentrum en zich daar tot 18 februari 2024 07.00 uur van verwijderd moeten houden.” Het noodbevel beveelt voor diezelfde groep personen die zich buiten het gebied van 200 meter bevinden, om ”zich niet verder richting dit gebied te begeven, zich in tegenovergestelde richting te bewegen en zich verwijderd te houden uit dit gebied”.

Op dat moment bevinden zich zestienhonderd personen in het zalencentrum, waaronder circa achthonderd personen van de Eritrese gemeenschap. Om 19.22 uur belt de AC SGBO de

Met de blik van toen

20/60

operationeel leider voor overleg in verband met opschaling naar GRIP-2, vanwege de uitslaande brand.8 Eerste driehoeksoverleg Het eerste driehoeksoverleg vindt om 19.30 uur online plaats. Naast de leden van de driehoek zijn ook de AC SGBO, de directeur van de directie Veiligheid gemeente Den Haag, een directielid van de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag, de bestuursadviseur en woordvoerder van de burgemeester en een verslaglegger aanwezig. De AC SGBO deelt het informatiebeeld dat er die avond een bijeenkomst plaatsvindt in zalencentrum Opera aan de Fruitweg, georganiseerd door de Eritrese gemeenschap. Ze geeft aan dat er ernstige ongeregeldheden zijn ontstaan, doordat tegenstanders van het regime ook op de bijeenkomst zijn afgekomen. Ze licht toe dat de tegenstanders bewapend zijn met onder andere stokken, stenen en fietskettingen en dat op het moment van de vergadering een politievoertuig in brand staat. De brand is overgeslagen naar het gebouw van de Opera en in verband met de veiligheidssituatie heeft de brandweer zich moeten terugtrekken. Ze geeft aan dat de Opera moet worden ontruimd, maar dat het risico op confrontatie tussen de twee groepen daarmee groot is. Desgevraagd geeft de AC SGBO aan dat het primaire doel nu het ontruimen van mensen uit de Opera is.

Wanneer de groepen die de brandweer het werk belemmeren weg zijn, kan de brandweer de werkzaamheden voortzetten. De AC SGBO deelt mee dat er momenteel anderhalf peloton ME operationeel inzetbaar is en nog één peloton onderweg. De hoofdofficier deelt mee dat een ‘team grootschalige opsporing’ (TGO) is opgestart. De veiligheidsregio is om 19.31 uur opgeschaald naar GRIP-2, vanwege een uitslaande brand. In het driehoeksoverleg vraagt de voorzitter (de burgemeester) of de wanordelijkheden op basis van het beschikbare informatiebeeld te voorzien waren. De eenheidschef van de politie geeft aan dat er op basis van het informatiebeeld al was opgeschaald. Uitbreiding noodbevel en eerste ROT-overleg De burgemeester breidt om 19.48 uur mondeling het noodbevel, dat geldt voor een straal van 200 meter, uit naar 500 meter rond zalencentrum Opera. De reden voor de uitbreiding is dat ‘een straal van 200 meter niet voldoende was voor de hulpdiensten om veilig op te kunnen treden’. Kort daarna vindt om 20.00 uur het eerste overleg van het ‘regionaal operationeel team’ (ROT) plaats. Het ROT-overleg vindt ieder uur plaats, tot de afschaling om 0.25 uur. Om 20.40 uur vindt een motorkapoverleg plaats, ter plaatse, door de veiligheidsregio Haaglanden. Rond die tijd wordt de sfeer bij de Opera rustiger. De ambulance kan veilig de locatie bereiken waar twee personen onwel zijn geworden.

De brand is op dit moment geblust. Tweede driehoeksoverleg Om 21.15 uur vindt het tweede driehoeksoverleg plaats. De AC SGBO deelt mee dat er nog niet tot ontruiming is overgegaan. Doordat de brand in de Opera uit is, is ontruiming volgens de AC SGBO niet meer noodzakelijk. De AC SGBO deelt mee dat er buiten het zalencentrum sprake is van een groter aantal dan de zestig Eritreeërs waar eerder van uit werd gegaan. Een deel van de groep is bewapend met onder andere stokken, stenen en fietskettingen. De voorkeur gaat ernaar uit om bezoekers direct huiswaarts te laten keren. Desondanks wordt in de omgeving gekeken naar alternatieve opvanglocaties, in het geval van een noodzakelijke verplaatsing. De SGBO zet in op het voorkomen van een confrontatie tussen de twee groepen. Op het moment van het tweede driehoeksoverleg is tweeënhalf peloton ME aanwezig en er wordt gewacht op meer beschikbare MEcapaciteit: één peloton is nog onderweg. Volgens het informatiebeeld van dat moment verzamelen

GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure en is de opschalingsstructuur van veiligheidsregio’s. 8

Met de blik van toen

21/60

er zich geen andere groepen in de wijk. De AC SGBO bevestigt dat het beeld rond de Opera rustiger lijkt dan eerder, maar dat het vertrek effectief moet verlopen. Hiervoor worden HTMtouringcars ingezet. De burgemeester informeert of er informatie voorhanden was waaruit dit aantal bewapende Eritreeërs kon worden opgemaakt. De eenheidschef van de politie geeft aan dat dit niet het geval is, maar dat er wel met één peloton geprepareerd was op spanningen. Vanaf 21.45 uur is de situatie beheersbaar en zijn er drieënhalf tot vier pelotons ME’ers aanwezig. Het plan van de politie is om de Eritrese mensen uit het zalencentrum te halen en met HTMtouringcars naar een tussenlocatie te brengen, te weten het ADO-stadionparkeerterrein, waarna mensen richting huis kunnen vertrekken. Onder anderen bezoekers van de andere festiviteiten willen echter het zalencentrum niet verlaten, omdat ze de bruiloft willen voortzetten. Daarom is de politie voornemens om één sectie ME in te zetten om ervoor te zorgen dat iedereen het zalencentrum verlaat. Om 22.22 uur zijn er drie bussen gevuld met bezoekers. Er gaan drie ME’ers mee per bus. Om 22.25 uur vraagt de AC SGBO de burgemeester van Den Haag telefonisch om toestemming voor het ontruimen van het zalencentrum Opera, op basis van art. 174 lid 2 Gemeentewet.

Nadat de burgemeester hiervoor toestemming heeft gegeven, wordt om 22.30 uur gestart met het ontruimen van de Opera. Derde driehoeksoverleg - ontruiming zalencentrum Opera Het derde driehoeksoverleg vindt plaats om 22.30 uur. Hier sluit ook een vertegenwoordiger van de veiligheidsregio Haaglanden bij aan. Op dat moment meldt de AC dat er nog zeshonderd tot achthonderd Eritreeërs in de Opera aanwezig zijn. Zij willen echter het pand niet verlaten. De bezoekers van de andere twee feesten in het zalencentrum zijn op eigen initiatief vertrokken. Het straatbeeld is op dit moment rustig, ondanks aanwezigheid van personen in de wijk die vermoedelijk gelieerd zijn aan de Brigade Nhamedu. De woordvoerder van de gemeente Den Haag geeft aan dat de verschillende woordvoerders de woordvoeringslijn naar de media onderling afstemmen. De voorzitter benadrukt dat hij graag ziet dat alle uitgaande communicatie eerst wordt afgestemd met politie en OM. Inmiddels lijkt GRIP-2 volgens de veiligheidsregio Haaglanden niet meer noodzakelijk, maar de ontwikkelingen worden nog even afgewacht. Een uur na de toestemming van de burgemeester voor ontruiming is het zalencentrum Opera leeg. De laatste bus met bezoekers richting het ADO-stadion wordt om 23.19 uur gevuld. Op dat moment hebben vijf aanhoudingen plaatsgevonden. Om 0.15 uur (18 februari) schaalt de veiligheidsregio af naar GRIP-0.

Om 2.30 uur wordt de plaats delict vrijgegeven. 18 februari - het vierde driehoeksoverleg Om 10.30 uur vindt het vierde en laatste driehoeksoverleg plaats. Hierin meldt de eenheidschef dat er voor zover bekend zes politieagenten gewond zijn geraakt. Ze geeft aan dat er op basis van risicobeheersing gehandeld is, en dat de voorbereidingen, waaronder de politie-inzet, voor het evenement op basis van het informatiebeeld zijn ingezet. Op dit moment zijn hiervoor dertien personen aangehouden. Op zondag 18 februari brengt de burgemeester van Den Haag een bezoek aan de locatie op de Fruitweg. Op dezelfde dag stuurt de burgemeester een brief aan de commissie Bestuur van de Haagse gemeenteraad om hen te informeren over de ernstige wanordelijkheden op 17 februari.

Met de blik van toen

22/60

Nasleep Meerdere extra driehoeksoverleggen vinden plaats in het kader van de nasleep van de ongeregeldheden. Op 20 februari is er een nabespreking in de vorm van een extra driehoeksoverleg. De thema’s die worden besproken in dit driehoeksoverleg zijn: het proces van voorbereiding, de genomen maatregelen (door de organisatie en de politie) en de aanhouding in aanloop naar de bijeenkomst. In de extra driehoeksoverleggen wordt onder andere besproken hoeveel aanhoudingen er zijn geweest die in verband staan met de ongeregeldheden en de aantallen van gemelde gewonde politiecollega’s. Daarnaast wordt er teruggeblikt op de dag van de bijeenkomst en wordt er gesproken over vervolgafspraken en -acties. De gemeente Den Haag heeft na afloop van de bijeenkomst gesprekken gevoerd met iedereen die de gemeente of de burgemeester heeft gemaild met het verzoek om een gesprek. Op basis hiervan hebben vijf gesprekken plaatsgevonden tussen IPPR en organisaties of Haagse inwoners met een Eritrese achtergrond. Op 21 februari om 11.30 uur brengt de burgemeester van Den Haag opnieuw een bezoek aan de locatie, waar hij in gesprek gaat met diverse bewoners en ondernemers.

Met de blik van toen

23/60

HOOFDSTUK 4

Bevindingen Dit hoofdstuk bevat een feitelijke analyse van de aanpak van de driehoek in aanloop naar en tijdens de ongeregeldheden omtrent de Eritrese bijeenkomst op 17 februari 2024. De analyse is gebaseerd op de reconstructie die is opgenomen in hoofdstuk 3. De analyse is opgesteld aan de hand van de thema’s en indicatoren die tijdens een incident of crisis aan de orde zijn (op basis van het evaluatiekader zoals te vinden in bijlage 1). Achtereenvolgens wordt ingegaan op de volgende thema’s: •

Leiding en coördinatie: over verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden; coördinatie binnen en tussen betrokken partijen; scenario-denken; besluitvorming en genomen maatregelen; situationeel handelen tijdens de bijeenkomst.

•

Informatiemanagement: over informatie-uitwisseling binnen en tussen (organisatie)onderdelen; duiding van informatie; de informatiepositie.

•

Informatiepositie over de doelgroep: over bekendheid met de risico’s en het raadplegen van informatiebronnen.

•

Samenwerking: over de samenwerking binnen en tussen (organisatie)onderdelen en met overige betrokken partijen.

Per thema is een serie bevindingen uitgewerkt met bijbehorende onderbouwing.9 Leiding en coördinatie 1. Op woensdag 14 februari zijn de organisatieonderdelen van de driehoek, in reactie op een e-mail van de FEN met aankondiging van de bijeenkomst, gestart met operationele voorbereidingen voor de bijeenkomst. •

De FEN heeft op woensdag 14 februari aan het begin van de middag via e-mails aan de burgemeester van Den Haag en aan een inspecteur van de afdeling Operationele Zaken (OZ) van de politie-eenheid Den Haag laten weten dat zij op zaterdag 17 februari een besloten bijeenkomst organiseerde in de gemeente Den Haag. Na navraag door de inspecteur van OZ heeft de FEN de locatie van de bijeenkomst, zalencentrum Opera, met de politie gedeeld.

•

Na ontvangst van de e-mail heeft de inspecteur van OZ contact gelegd met de FEN om meer informatie over de bijeenkomst en de genoemde dreigingen te verzamelen. Diezelfde middag heeft de inspecteur van OZ aan de afdeling DRIO gevraagd om een intelligence-beeld op te stellen op basis van de beschikbare informatie.

•

Na ontvangst van de e-mail van de FEN door de burgemeester van Den Haag heeft de managementassistent van de burgemeester diezelfde middag de e-mail doorgestuurd aan de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag. De directeur Veiligheid van de gemeente vraagt in reactie daarop aan haar afdeling om de situatie verder uit te zoeken. De directie Veiligheid doet vervolgens op donderdagmiddag 15 februari navraag bij de inspecteur van de afdeling OZ van de politie over wat de politie aan voorbereidingen treft voor de bijeenkomst. De adviseur

NB Bevindingen zijn observaties die op basis van de gebeurtenissen door de onderzoekers zijn gedaan en die (mogelijk) van invloed zijn op de beantwoording van de onderzoeksvragen. De bevindingen in dit hoofdstuk zijn niet limitatief. 9

Met de blik van toen

24/60

horecazaken van de gemeente heeft daarop telefonisch overleg gehad met de inspecteur van de afdeling OZ. •

De bijeenkomst was geen meldingsplichtig evenement en was daarom niet eerder officieel aangemeld bij de gemeente. Wel heeft een bestuurslid van de FEN vanaf begin februari 2024 geprobeerd contact te leggen met de politie Den Haag om in gesprek te gaan over de algemene veiligheid van de Eritrese gemeenschap in Nederland, en specifiek in Den Haag. Volgens de FEN is in telefonisch contact met het algemene nummer van de politie op 8 februari benoemd dat er op 17 februari een bijeenkomst in Den Haag zou plaatsvinden. Uit het onderzoek is niet naar voren gekomen of deze informatie bij de eenheid Den Haag terecht is gekomen.

•

De FEN was sinds begin februari in contact met het zalencentrum waar de bijeenkomst georganiseerd werd, over de organisatie ervan. Alle afstemming over de bijeenkomst tussen de FEN en het zalencentrum heeft mondeling plaatsgevonden. Volgens de politie bestaan er mondelinge werkafspraken tussen de eenheid Den Haag en het zalencentrum over het vooraf melden van evenementen die mogelijk risicovol kunnen zijn. Het zalencentrum heeft het evenement van 17 februari niet van tevoren gemeld bij de politie.

2. Gezien de korte tijd die tussen de aankondigingsmail en de bijeenkomst zat, was het niet mogelijk om voorafgaand aan de bijeenkomst de bijeenkomst als zodanig te bespreken in het reguliere maandagochtendoverleg van de driehoek. •

Iedere maandagochtend spreken de leden van de driehoek met elkaar de week door, waarbij bijzondere evenementen benoemd of voorbesproken worden. Aangezien deze bijeenkomst pas op woensdag 14 februari per e-mail werd aangekondigd door de organisatie aan gemeente en politie, is de bijeenkomst niet in het reguliere overleg met de driehoek besproken.

3. Het grootste deel van de operationele voorbereiding op de bijeenkomst (informatieverzameling, scenario-denken, risico-inschatting maken, maatregelen treffen) was in handen van de politie. •

Nadat op 14 februari de melding over de bijeenkomst op 17 februari was binnengekomen bij de afdeling Operationele Zaken van de politie-eenheid Den Haag, heeft de inspecteur van OZ diezelfde middag aan de Dienst Regionale Intelligence Organisatie (DRIO) gevraagd om een intelligence-beeld op te stellen op basis van de beschikbare informatie. De DRIO is hiermee aan de slag gegaan en heeft op basis van beschikbare bronnen (bekendheid met dynamiek binnen de gemeenschap, contact met bondgenoten die de politie heeft binnen de verschillende gemeenschappen, incidenten in het verleden, aangeleverde bronnen vanuit de FEN, zelf gevonden bronnen van sociale media) een risico-inschatting gemaakt. Het informatiebeeld inclusief risico-inschatting heeft de DRIO vervolgens op donderdag teruggekoppeld aan de afdeling OZ.

•

De betrokken inspecteur van OZ heeft na ontvangst van de e-mail van de FEN contact opgenomen met de FEN om meer informatie op te vragen over de bijeenkomst, de getroffen voorbereidingen, de tijd van de bijeenkomst, de locatie en de signalen die de FEN had gezegd te hebben binnengekregen. De afdeling OZ heeft vervolgens de lokale teamleiding, tot aan het niveau van de districtsleiding, geïnformeerd over de aanstaande bijeenkomst.

•

Op basis van het informatiebeeld van de DRIO heeft de afdeling OZ op donderdag een volgens hen meest realistisch scenario opgesteld en op basis daarvan een inzetplan gemaakt voor inzet van de politie tijdens de bijeenkomst. Het inzetplan (inclusief maatregelen) is door de afdeling OZ op verzoek van de gemeente Den Haag ook met de gemeente gedeeld op donderdag 15 februari.

•

Op 17 februari heeft de afdeling Operationele Zaken een briefing georganiseerd voor de HOvD, de sectiecommandant van de ME, de commandant van de hondenbrigade, wijkagenten en politieambtenaren van het basisteam. De briefing werd gegeven door de operationeel commandant van het basisteam. In de briefing heeft de OC de context rondom de Eritrese

Met de blik van toen

25/60

gemeenschap toegelicht, inclusief de opdracht en uitvoering van de operationele inzet van de politie. •

De politie is op donderdag 15 februari in samenwerking met het Openbaar Ministerie gestart met een opsporingsonderzoek naar de personen die werden verdacht van opruiing. Hierin heeft de politie samen met het OM opgetrokken.

•

Op donderdag, vrijdag en zaterdagochtend (15, 16 en 17 februari) hebben de DRIO, OZ en opsporing dagelijks afstemmingsoverleg gevoerd over het plan van aanpak, de voortgang en eventuele wijzigingen.

4. De directie Veiligheid heeft naar aanleiding van de aankondiging van de FEN in aanloop naar de bijeenkomst informatie bij de politie opgehaald over hun voorbereiding op de bijeenkomst. De directie Veiligheid heeft de ontvangen informatie met de burgemeester gedeeld. •

De directie Veiligheid van de gemeente Den Haag heeft op verzoek van de bestuursadviseur van de burgemeester input voor een reactie geformuleerd op de aankondigingsmail van de FEN van 14 februari over de bijeenkomst. Hiervoor heeft de directie Veiligheid geput uit de informatie die zij telefonisch van de politie aangereikt kreeg over de voorbereiding van de politie op de bijeenkomst. De input heeft de directie Veiligheid in eigen formulering teruggekoppeld aan de bestuursadviseur van de burgemeester, waarna een reactie is verstuurd aan de FEN.

5. In aanloop naar de bijeenkomst heeft geen afstemming of coördinatie plaatsgevonden in driehoeksverband. Hier was volgens respondenten geen aanleiding toe op basis van de informatie die de organisatieonderdelen van de driehoek op dat moment hadden. •

In de periode tussen de aankondiging van de bijeenkomst door de FEN op 14 februari en de aanvang van de bijeenkomst zelf op 17 februari om 16.00 uur heeft geen gecoördineerde afstemming plaatsgevonden tussen de leden van de driehoek. Er is in aanloop naar de bijeenkomst wel tussen politie en gemeente contact geweest, en tussen politie en OM, maar er heeft geen gecoördineerde afstemming plaatsgevonden tussen alle organisatieonderdelen van de driehoek.

•

Het inzetplan van de politie was gebaseerd op de risico-inschatting dat er met redelijke waarschijnlijkheid een confrontatie zou gaan plaatsvinden met enkele tientallen leden van de brigade. Het inzetplan waarbij één sectie ME ingezet zou worden (met een paraat peloton achter de hand), voor een volgens hen ‘particulier feest’ dat niet meldingsplichtig was en op basis van de informatie die op dat moment bekend was, vonden meerdere respondenten binnen de politie fors en meer dan robuust. Om die reden hebben verschillende respondenten aangegeven dat zij met die kennis op dat moment geen aanleiding zagen om in driehoeksverband van tevoren bijeen te komen.

•

Er bestaan geen expliciet vastgelegde afspraken tussen de driehoekspartners over hoe samen te werken in aanloop naar een bijeenkomst of een verstoring. Deze samenwerking vindt plaats op basis van vertrouwen en volgens impliciete afspraken.

6. Nadat de situatie op 17 februari bij het zalencentrum was geëscaleerd, heeft de dienstdoende HOvD van de politie op verschillende niveaus de opschalingsstructuur geactiveerd om de gebeurtenissen gecoördineerd aan te pakken. •

Nog voordat de situatie bij het zalencentrum escaleerde, heeft de HOvD acties ondernomen om opschaling voor te bereiden en opschalingsmogelijkheden te identificeren. Toen rond 16.00 uur de eerste signalen binnenkwamen dat het geweld groter en omvangrijker zou gaan worden dan wat de politie van tevoren had ingeschat (touringcars werden volgens de FEN gevolgd en in de buurt van het zalencentrum werden tegenstanders gespot), heeft de dienstdoend HOvD contact gelegd met de eenheidschef van de eenheid Den Haag om toestemming te krijgen om op te schalen naar ME-pelotonsniveau (in plaats van één sectie die al klaarstond) op het moment dat

Met de blik van toen

26/60

dit nodig zou zijn. Na akkoord heeft de HOvD de pelotonscommandant gebeld om voorinformatie te geven voor eventuele opschaling. Tevens heeft de HOvD contact gelegd met omliggende eenheden, uit Amsterdam, Rotterdam en Midden-Nederland, om te informeren of zij extra ME-capaciteit beschikbaar konden stellen voor Den Haag voor het geval dat nodig zou zijn. Zij gaven alle drie aan extra mankracht beschikbaar te kunnen stellen aan de gemeente Den Haag onder het gebruikelijke voorbehoud dat deze in de eigen regio niet nodig zou zijn. •

Toen rond 16.45 uur vanuit het TOOI informatie binnenkwam dat de Brigade Nhamedu op rellen uit zou zijn, heeft de HOvD direct besloten op te schalen naar pelotonsniveau. Op dat moment was de situatie ter plaatse nog gemoedelijk.

•

Vanaf 17.30 uur werd de situatie rondom het zalencentrum grimmiger. Nadat de HOvD de sectiecommandant van de ME eerst toestemming had gegeven om beenkappen om te hangen en de pelotonscommandant opgeroepen had om met spoed richting de locatie te komen, heeft de HOvD om 17.47 uur in overleg met de eenheidschef (en zij op haar beurt met de burgemeester van Den Haag) akkoord gekregen voor inzetbaarheid van de ME in fase 3.

•

Direct na akkoord op inzet van de ME, heeft de HOvD de opschaling naar de SGBO in gang gezet. De redenen voor opschaling waren de gevolgen die het geweld hadden voor de omgeving, de inwoners van de stad, het bestuur en de ingezette collega’s, en het feit dat er op grote schaal met stenen naar de politie werd gegooid en men probeerde het operagebouw binnen te komen.

•

Na de opschaling van de SGBO heeft de HOvD direct contact gelegd met omliggende eenheden om de beschikbare pelotons te vragen naar Den Haag te komen. In reactie daarop zijn twee extra pelotons ME naar Den Haag gekomen.

•

De eenheidschef van de politie had aan het einde van de middag al veelvuldig contact met de burgemeester van Den Haag over de inzet van de ME (eerst rond 16.45 uur met informatie over de situatie ter plaatse, daarna om 17.50 uur voor toestemming voor de inzet van de ME). Nadat door de HOvD besloten was om op te schalen naar een SGBO, heeft de eenheidschef in overleg met de burgemeester besloten om ook de driehoek bijeen te laten komen. De eerste driehoek vond vervolgens om 19.30 uur digitaal plaats.

•

Rond 18.30 uur escaleerde de situatie dermate dat de HOvD aan de eenheidschef toestemming heeft gevraagd om traangas in te zetten. Hierop heeft de eenheidschef de burgemeester direct gebeld met de vraag hiervoor toestemming te geven. Deze toestemming volgde omstreeks 18.43 uur. In de periode tussen 18.30 uur en 18.43 was het traangas al zonder formele toestemming ingezet omdat de situatie dermate escaleerde dat een groep op het punt stond het zalencentrum binnen te treden. In de gesprekken in dit onderzoek kwam naar voren dat normaal gesproken eerst een waterwerper wordt ingezet alvorens men overgaat tot de inzet van traangas. Deze was op dat moment echter niet beschikbaar.

7. De burgemeester van Den Haag heeft in de tijd tussen de eerste ongeregeldheden en de eerste bijeenkomst van de driehoek, in telefonisch overleg met de eenheidschef van de politie-eenheid Den Haag, meerdere beslissingen genomen ten behoeve van de operationele inzet van de politie. •

Op het moment dat om 16.45 uur was besloten een extra sectie ME in te zetten, heeft de eenheidschef van de politie-eenheid Den Haag contact gezocht met de burgemeester van Den Haag om hem te informeren over de situatie ter plaatse.

•

Vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de inzet van ME heeft de burgemeester van Den Haag rond 17.45 uur in telefonisch overleg met de eenheidschef besloten om de ME in fase 3 te laten optreden. Toen bekend werd dat naar een SGBO werd opgeschaald, hebben de burgemeester en eenheidschef in overleg besloten om de driehoek om 19.30 uur bijeen te laten komen.

•

Kort nadat het besluit tot samenkomst van de driehoek was genomen, veranderde de situatie ter plaatste dermate dat rond 18.30 uur via de HOvD en de eenheidschef bij de burgemeester de vraag binnenkwam om traangas in te zetten. Hierop heeft de burgemeester aan de

Met de blik van toen

27/60

eenheidschef de checkvraag gesteld of dit echt noodzakelijk was, en na een bevestigend antwoord heeft de burgemeester akkoord gegeven om traangas door de politie te laten inzetten. 8. Betrokkenen zijn op 17 februari verrast door de omvang en intensiteit van het geweld van de Brigade Nhamedu. •

In de gesprekken die tijdens dit onderzoek zijn gevoerd, hebben betrokkenen van meerdere organisaties aangegeven dat zij vrijwel nooit eerder een dergelijke mate van geweld richting de politie hebben meegemaakt. De mate van geweld werd door verschillende politiebetrokkenen vergeleken met de krakersrellen uit de jaren tachtig, en zou in de afgelopen veertig jaar nauwelijks op een andere plek in Nederland zijn voorgekomen. Het bijzondere aan het geweld was dat het gericht was tegen de politie, terwijl de politie normaliter de partij is om het geweld te stoppen door anderen te beschermen. Nu was het voor de politie nodig om zichzelf te beschermen. Bovendien waren de haat en agressiviteit die de geweldplegers volgens betrokkenen toonden, ongekend.

•

Daarnaast was het aantal geweldplegers veel groter dan de politie van tevoren had verwacht. De geschatte aantallen waren gebaseerd op incidenten in het verleden, informatie uit open bronnen, de inschatting vanuit TOOI-informatie, en deels op contact met bondgenoten. Dit bleek achteraf niet aan te sluiten bij het daadwerkelijke aantal geweldplegers.

9. De afdeling Operationele Zaken van de politie-eenheid Den Haag heeft de Eritrese bijeenkomst geduid als een particulier, niet-meldingsplichtig evenement, maar vanwege het zicht op spanningen in de Eritrese gemeenschap en eerdere incidenten heeft de politie aan scenario-denken gedaan en maatregelen voorbereid. •

De bijeenkomst van de FEN op 17 februari in zalencentrum Opera was geen meldingsplichtig evenement. Feitelijk was het een viering van een groep particulieren in een particulier zalencentrum, waar de autoriteiten normaliter geen betrokkenheid bij hebben. Binnen de gemeente Den Haag vinden jaarlijks ruim tweeduizend demonstraties plaats. Daarnaast vinden er in de gemeente jaarlijks duizenden vergunde en niet-vergunde evenementen en bijeenkomsten plaats. Deze bijeenkomst was in beginsel een van de vele evenementen die in die week plaatsvonden.

•

Omdat de afdeling Operationele Zaken eerder met de Eritrese gemeenschap te maken had gehad, wist zij dat er spanningen in deze gemeenschap zijn die eventuele veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Om die reden heeft de afdeling OZ samen met de DRIO, na ontvangst van de aankondigingsmail van de FEN op 14 februari, de bijeenkomst van 17 februari met aandacht voorbereid. De DRIO heeft zijn informatiebeeld gebaseerd op de volgende informatie: contact met bondgenoten die bekend zijn binnen verschillende gemeenschappen; informatie uit toegestuurde en online bronnen; en ervaringen met eerdere bijeenkomsten en incidenten. De politie heeft gekeken naar het verloop van een drietal events in het verleden: de viering van Onafhankelijkheidsdag van de federatie in Rijswijk in 2023, een grote demonstratie van de brigade in september 2023, en een bijeenkomst van de Eritrese Vereniging Utrecht in Den Haag in oktober 2023.

•

Op basis van het informatiebeeld is door de afdeling OZ het volgens hen meest realistische scenario opgesteld en een inzetplan gemaakt. In de gesprekken tijdens het onderzoek hebben meerdere betrokkenen vanuit de politie aangegeven dat het maatregelenpakket volgens hen bestond uit een forse inzet voor een evenement dat in principe een regulier evenement was. Het beeld van de politie was daarmee dat zij voldoende geëquipeerd waren voor de bijeenkomst.

10. De insteek van de politie bij haar inzet is risicobeheersing en niet risico-uitsluiting. •

In de gesprekken die tijdens dit onderzoek zijn gevoerd, hebben meerdere betrokkenen vanuit de politie aangegeven dat de politie werkt vanuit het principe van risicobeheersing en niet vanuit het principe van risico-uitsluiting. Daarbij werkt men op basis van de beschikbare

Met de blik van toen

28/60

informatie op dat moment, oftewel informatie-gestuurd. Dit houdt in dat alle risico’s omtrent een evenement in kaart worden gebracht en dat op het meest realistische scenario aan de hand van de beschikbare informatie wordt voorbereid. Het meest realistische scenario is in dit geval mondeling en op hoofdlijnen door de politie gedefinieerd. De inzet van de politie is er niet op gericht om op alle mogelijke risico’s en scenario’s voorbereid te zijn. Indien de politie dat zou doen, zou het land naar eigen zeggen een politiestaat worden. Dit is volgens hen niet wenselijk en daarnaast qua capaciteit niet haalbaar. 11. Het inzetplan van de politie was gericht op het voorkomen van gewelddadige acties en confrontaties. •

De maatregelen die de politie voorafgaand aan de bijeenkomst op 17 februari heeft voorbereid en klaargezet, waren erop gericht om mogelijk gewelddadige acties te voorkomen, en niet zozeer om de confrontatie aan te gaan. De opdracht was het voorkomen/verstoren van gewelddadige acties, het handhaven van de openbare orde, voorkomen van confrontaties tussen groeperingen en organisatie, en voorkomen van confrontaties tussen groeperingen en politie. Ook was de sectie ME verantwoordelijk voor het proactief en zichtbaar aanwezig zijn.

•

De basisinzet van de politie bestond uit één operationeel commandant, twee wijkagenten, zes hondengeleiders en één sectie ME (in beginsel zonder beenkappen). Daarnaast was de politie in de veronderstelling dat dertien gecertificeerde beveiligers vanuit het zalencentrum werden ingezet, en verder twintig personen ‘eigen beveiliging’ vanuit de FEN en twee gecertificeerde verkeersregelaars. De politie heeft op voorhand geen andere middelen voorbereid of klaargezet. Tijdens de ongeregeldheden heeft de politie wel één extra sectie en twee extra pelotons ME ingezet, inclusief traangas. Ten tijde van de bijeenkomst was er (in het hele land) geen waterwerper beschikbaar om in te kunnen zetten.

12. Het OM en de politie hebben de video’s op sociale media waarin uitingen werden gedaan over de aanstaande Eritrese bijeenkomst, vanuit strafrechtelijk oogpunt geduid. •

De video’s op TikTok en YouTube zijn door de politie en het OM in aanloop naar de bijeenkomst geduid. De uitingen in de TikTok-video’s werden door de officier van justitie aangemerkt als strafbaar (opruiing). De video’s op YouTube werden door de politie al niet als opruiend ingeschat. Het OM bevestigde daarna dat de oproep om ‘de festiviteiten te blokkeren’ en ‘te volgen wat zijn/haar leider informeert’ weinig concreets impliceerde voor een opruiing en stelde kort daarna vast dat er onvoldoende sprake was van opruiing om tot een strafrechtelijk onderzoek over te gaan. Voor de TikTok-video’s werden wel twee aanhoudingsbevelen gedaan.

•

De politie en het OM duidden deze video’s vanuit strafrechtelijk perspectief. In het onderzoek is niet helder geworden of zij de video’s ook vanuit openbare-ordeperspectief hebben bekeken en geduid.

•

Het OM en de politie hebben het bestaan van de video’s op sociale media en de duiding hiervan (vanuit strafrechtelijk perspectief) niet gedeeld met de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag. Ook hebben ze de informatie over het bestaan van de filmpjes en de daarop volgende aanhouding niet gedeeld met hun eigen hoogste leiding. Dit is overigens gebruikelijk in strafzaken.

Informatiemanagement 13. De afdeling Operationele Zaken van de politie-eenheid Den Haag heeft in aanloop naar de bijeenkomst met de directie Veiligheid van de gemeente het maatregelenpakket gedeeld, zonder de onderliggende duiding en afwegingen daarbij te benoemen. De directie Veiligheid heeft op hoofdlijnen doorgevraagd naar de onderliggende duiding en afwegingen. •

Op donderdagmiddag 15 februari heeft de betrokken inspecteur van de afdeling OZ telefonisch contact gehad met een adviseur van de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag over de

Met de blik van toen

29/60

voorbereidingen die de politie had getroffen voor de bijeenkomst op zaterdag 17 februari. In dit contact heeft de betrokken inspecteur kort de risico-inschatting en het inzetplan van de politie meegedeeld en aangegeven de situatie in beeld en onder controle te hebben. •

De adviseur van de directie Veiligheid heeft deze informatie ter harte genomen. De adviseur heeft aan de inspecteur gevraagd naar wat op hoofdlijnen ten grondslag lag aan deze risicoinschatting en het inzetplan. De gegeven duiding door de inspecteur bestond uit informatie over de organisator van de bijeenkomst, de (concept)aangifte van de advocaat van de FEN, en op hoofdlijnen een toelichting op de verschillende groepen binnen de Eritrese gemeenschap (voor- en tegenstanders). De adviseur van de gemeente, en later andere medewerkers van de directie Veiligheid, hebben op basis hiervan geen navraag gedaan naar de onderliggende signalen waar het inzetplan op gebaseerd was. Uit de gesprekken in dit onderzoek kwam naar voren dat de directie Veiligheid heeft vertrouwd op de stelling van de politie dat zij de situatie onder controle hadden. Gezien de ruim tweeduizend demonstraties en duizenden vergunde en niet-vergunde evenementen en bijeenkomsten die per jaar in de gemeente plaatsvinden, is het voor de directie Veiligheid volgens hen niet mogelijk om op alles te controleren. Daarom heeft de directie vertrouwd op de professionele inschatting van de politie.

•

De directie Veiligheid heeft het IPPR niet ingezet om nadere duiding over de Eritrese gemeenschap te geven. Het IPPR beschikte op het moment van de aankondiging van deze bijeenkomst op 14 februari over een beperkt lokaal beeld van de lokale Eritrese gemeenschap en was naar eigen zeggen niet volledig bekend met de spanningen binnen de Eritrese gemeenschap. Ze waren wel op de hoogte van eerdere incidenten zoals in Rijswijk, maar ze gingen ervan uit dat dit door de politie al meegenomen was in de voorbereiding. Het IPPR heeft normaliter ook geen rol in het verkrijgen van tactische en operationele informatie die gebruikt wordt door de driehoek.

14. De directie Veiligheid heeft in aanloop naar de bijeenkomst op donderdagavond 15 februari de burgemeester op de hoogte gesteld van het maatregelenpakket dat door de politie werd voorbereid. •

De directie Veiligheid van de gemeente Den Haag heeft op verzoek van de bestuursadviseur van de burgemeester input geformuleerd voor een reactie op de aankondigingsmail van de FEN van 14 februari over de bijeenkomst. Hiervoor heeft de directie Veiligheid geput uit de informatie die zij van de politie aangereikt kreeg over de voorbereiding van de politie op de bijeenkomst. Deze informatie werd tevens gebruikt voor het informeren van de bestuursadviseur van de burgemeester over het maatregelenpakket dat de politie had voorbereid. De adviseur van de directie Veiligheid gaf de volgende informatie: achtergrondinformatie over de FEN, een korte schets over de spanningen binnen de Eritrese gemeenschap, de locatie van de bijeenkomst, het aantal beveiligers dat door het zalencentrum en de FEN zou worden ingezet, het vervoer van de organisatie, de mate waarin de politie de organisatie serieus neemt, de informatie dat er een opsporingsonderzoek loopt en de informatie dat de politie zorgt voor extra openbare-ordeondersteuning (paraat peloton etc.).

•

Op donderdagavond 15 februari om 22.00 uur heeft de bestuursadviseur van de burgemeester de achtergrondinformatie over de bijeenkomst doorgezet aan de burgemeester om hem hiervan op de hoogte te brengen.

15. Binnen de politie is voorafgaand aan de bijeenkomst de operationele voorbereiding (bestaande uit het voorbereide scenario, duiding van informatie en een maatregelenpakket) niet met de eenheidschef van de eenheid Den Haag gedeeld. •

De afdeling OZ heeft de voorbereidingen op de bijeenkomst inclusief inzetplan gedeeld met verschillende betrokkenen binnen de eenheid Den Haag, zoals de dienstdoende OC, de sectiecommandant en verschillende wijkagenten. Tevens is de districtschef van de wijk op de hoogte gesteld. De eenheidschef (die namens de politie lid is van de driehoek) is niet vooraf

Met de blik van toen

30/60

geïnformeerd; zij raakte op 17 februari om 16.00 uur voor het eerst op de hoogte toen de HOvD met haar contact opnam over de situatie ter plaatse. 16. De verschillende organisatieonderdelen van de driehoek hadden in aanloop naar de bijeenkomst niet dezelfde informatie. •

De betrokken medewerkers van de politie beschikten over het informatiebeeld van de bijeenkomst, inclusief signalen vanuit de gemeenschap, over het scenario waar de politie van uitging, over het precieze inzetplan van de politie, over het opsporingsonderzoek en over de aanhoudingsbevelen die liepen naar twee verdachten, en over de aanhouding van een van de verdachten op 16 februari.

•

De directie Veiligheid van de gemeente Den Haag beschikte over het inzetplan van de politie op hoofdlijnen (op basis van telefonische informatie-uitwisseling), over de informatie dat de politie de situatie onder controle had en over de informatie dat er een opsporingsonderzoek liep naar dreiging. De gemeente (inclusief de burgemeester) was niet op de hoogte van het bestaan van de video’s op sociale media, de verschillende duidingen daarvan, en de aanhoudingsbevelen en de aanhouding op vrijdag 16 februari.

•

Het arrondissementsparket Den Haag beschikte over de signalen die vanuit de gemeenschap kwamen omtrent de dreiging, de conceptaangifte van de advocaat van de FEN, de informatie dat er een opsporingsonderzoek liep naar twee verdachten, dat er een aanhoudingsbevel was voor deze verdachten en dat een van de verdachten was aangehouden op 16 februari.

•

De betrokken medewerkers van de gemeente Den Haag, de politie en het OM beschikten in de dagen voorafgaand aan de bijeenkomst dus over verschillende onderdelen van de totale informatie omtrent de bijeenkomst.

17. De leden van de driehoek hadden in aanloop naar de bijeenkomst onderling ook niet dezelfde informatie. Bovendien verschilde deze informatie van de driehoeksleden in sommige gevallen van de informatie die hun onderliggende organisaties hadden. •

De leden van de driehoek hadden in aanloop naar de bijeenkomst verschillende informatieposities ten opzichte van de bijeenkomst. Waar de ene partij helemaal niet op de hoogte was, was de andere partij op de hoogte van delen van de beschikbare informatie. De burgemeester van Den Haag beschikte over de informatie dat de politie de situatie onder controle had, dat de politie aanvullende maatregelen zou treffen en dat er een opsporingsonderzoek liep naar dreiging. Hij was niet op de hoogte van de aanhouding die op 16 februari was verricht. De eenheidschef van de politie-eenheid Den Haag was voorafgaand aan 17 februari helemaal niet op de hoogte van het feit dat er een bijeenkomst zou plaatsvinden waar door de politie een analyse en een inzetplan voor gemaakt waren. De eenheidschef werd op zaterdag 17 februari om 16.00 uur door de HOvD voor het eerst op de hoogte gesteld. Uit het verslag van de extra driehoek op 20 februari blijkt dat de eenheidschef ook niet op de hoogte was van de aanhouding van 16 februari. Dit geldt ook voor de hoofdofficier van justitie van het OM-parket in Den Haag. Deze geeft aan wel bekend te zijn met de spanningen bij eerdere bijeenkomsten, maar was er eerder niet van op de hoogte dat de betreffende verdachte was aangehouden. Soortgelijke informatie gaat volgens respondenten eerst ter beoordeling naar het onderdeel dat de veiligheidsbeelden afstemt.

De aanhouding bracht volgens het OM geen verandering in het informatiebeeld, met als gevolg dat de leiding van het OM en de politie hierover niet zijn ingelicht, zo blijkt uit het verslag van het extra driehoeksvoerleg van 20 februari.

•

Daarbij valt te constateren dat de informatiepositie van de burgemeester nagenoeg gelijk was aan de informatiepositie van zijn team binnen de gemeente, maar dat er bij de politie en het OM een verschil in informatiepositie zat tussen het betreffende lid van de driehoek en hun teams in de eigen organisatie.

Met de blik van toen

31/60

Informatiepositie over de doelgroep 18. De Federatie van Eritrese Gemeenschappen in Nederland (FEN) heeft zich op verschillende manieren ingespannen om de complexiteit van de problematiek rondom de Eritrese gemeenschap onder de aandacht te brengen in Nederland. •

De FEN heeft in oktober 2023 een petitie opgesteld, waarin zij aandacht vraagt voor de bescherming van de rechten en de veiligheid van Eritrese gemeenschappen in Nederland. In de petitie spreekt de federatie haar bezorgdheid uit over recente gewelddadige incidenten in Nederland omtrent Eritrese bijeenkomsten en een mogelijk gevolg dat bijeenkomsten daarom verboden zouden worden. De FEN geeft in de petitie een chronologie weer van gebeurtenissen van juli 2018 tot september 2023 en roept op tot uitgebreid onderzoek, verbeterde veiligheidsmaatregelen, bescherming van de rechten van samenkomst, preventie van mogelijke radicalisering en het bevorderen van gezamenlijk cultureel begrip.

•

De FEN heeft de petitie die zij heeft opgesteld gericht aan het ministerie van Justitie en Veiligheid, de politie, burgemeesters, leden van gemeenteraden, de nieuwe leden van de Tweede Kamer en alle overige betrokken overheidsinstellingen van het Koninkrijk der Nederlanden. De FEN heeft de oproep breed gedeeld, om zoveel mogelijk aandacht te vragen voor de problematiek. Op 20 december 2023 heeft de adviseur Public Affairs van de FEN de petitie persoonlijk overhandigd aan de burgemeester van Den Haag.

•

Naast het opstellen van de petitie heeft de FEN vanaf januari 2024 gericht contact gezocht met de politie-eenheid Den Haag, en gevraagd om een gesprek met de politie om de veiligheid van de Eritrese gemeenschap in zijn algemeenheid te bespreken. Half januari heeft de FEN hierover contact gezocht met de inspecteur van OZ, die eerder, in oktober 2023, betrokken was bij de voorbereidingen voor de demonstratie op 16 oktober 2023 op het Malieveld. Uit screenshots van mailwisselingen is gebleken dat de FEN op 3 februari heeft gereageerd op de reactie van de inspecteur van OZ, waarbij gezocht werd naar een datum om langs te komen. Hierbij gaf de FEN aan dat zij “binnenkort een bijeenkomst/viering voor orthodox nieuwjaar wilden houden”. De FEN heeft op 5 februari de zaal in het zalencentrum Opera geboekt voor de bijeenkomst op 17 februari 2024, en wist vanaf dat moment op welke datum de bijeenkomst zou plaatsvinden. De FEN heeft tijdens het gesprek in dit onderzoek aangegeven dat een afspraak met de politie niet van de grond kwam en dat zij daarom op 8 februari telefonisch contact hebben gezocht met het landelijke nummer van de politie. In het telefonische contact op 8 februari heeft de FEN naar eigen zeggen tevens benoemd op welke datum de bijeenkomst zou gaan plaatsvinden. Tot 14 februari is er geen inhoudelijk gesprek geweest tussen de FEN en de politie-eenheid Den Haag.

19. Gezien de inhoud van en de breedte waarmee de petitie van de FEN is verspreid, zagen betrokkenen bij dit onderzoek de inhoud van de petitie destijds als een breder vraagstuk om landelijk op te pakken, en hebben zij hier niet (lokaal) zelf proactief actie op ondernomen. •

De lokale autoriteiten in Den Haag hebben, vanwege de brede insteek van de petitie en het feit dat deze onder veel partijen is verspreid, niet het idee gehad dat zij als lokale partij primair dit gehele probleem konden aanpakken. Ze zijn zich wel bewust geworden van de problematiek die speelde, en hebben onder andere deelgenomen aan een breed gemeentelijk overleg van ESS over het cultureel begrip van de Eritrese gemeenschap. Verder hebben de autoriteiten vanuit hun mogelijkheden geen concrete acties op lokaal niveau kunnen ondernemen. Bovendien ging de petitie niet over een specifieke bijeenkomst of specifiek evenement, maar over de veiligheid in het algemeen. De politie heeft in dit onderzoek aangegeven dat zij vanuit de eenheid Den Haag zonder concrete aanleiding niet zomaar actie kunnen ondernemen. De burgemeester van Den Haag heeft de FEN naar aanleiding van ontvangst van de petitie wel

Met de blik van toen

32/60

doorverwezen naar een vertegenwoordiger van de VNG, om de problematiek landelijk vanuit gemeenten aan te vliegen. 20. De politie-eenheid Den Haag heeft vanuit haar rol en ervaring een afweging gemaakt over het risico van de bijeenkomst. De DRIO heeft zich bij de interpretatie van de beschikbare informatie gebaseerd op de Nederlandse context. De buitenlandse context is weliswaar bestudeerd, maar niet meegenomen in de weging van de informatie. •

De DRIO heeft zijn informatiebeeld over de bijeenkomst op 17 februari gebaseerd op verschillende bronnen: contact met bondgenoten die bekend zijn binnen verschillende gemeenschappen; informatie uit toegestuurde en online bronnen; en ervaringen met eerdere bijeenkomsten en incidenten. De politie heeft gekeken naar het verloop van een drietal events in het verleden: de viering van Onafhankelijkheidsdag van de federatie in Rijswijk in 2023, een grote demonstratie van de brigade in september 2023, en een bijeenkomst van de Eritrese Vereniging Utrecht in Den Haag in oktober 2023.

•

Ook heeft de DRIO gekeken naar hoe bijeenkomsten van Eritreeërs en verstoringen hiervan in het buitenland zijn verlopen, omdat deze bijeenkomsten in het recente verleden op verschillende plaatsen zijn geëscaleerd (in Duitsland (2022-2023), Zwitserland (2022) en Zweden (2023)). Omdat deze mate van escalatie niet eerder in Nederland was voorgekomen en omdat eerdere incidenten in Nederland wel (naar omstandigheden) ordentelijk waren verlopen, nam de DRIO de buitenlandse context niet verder mee in de risico-inschatting.

21. In aanloop naar de bijeenkomst hebben de politie en de gemeente Den Haag beide geen externe expertise geraadpleegd om informatie te verzamelen over de Eritrese gemeenschap, omdat zij in de veronderstelling waren dat de situatie onder controle was. •

De politie-eenheid Den Haag heeft informatie ingewonnen over de Eritrese gemeenschap door zich te baseren op eerdere incidenten, osint-informatie, beperkt contact met bondgenoten en informatie vanuit de organisator van de bijeenkomst, zoals de video’s op sociale media. De inschatting van de DRIO was dat dat dat voldoende was om een beeld te krijgen van de situatie.

•

Het IPPR van de gemeente Den Haag heeft beperkte contacten met de lokale Eritrese gemeenschap. Uit deze contacten was bekend dat er uitdagingen zijn, maar het IPPR was verder niet volledig bekend met de spanningen binnen de Eritrese gemeenschap. Volgens respondenten baseert het IPPR zich als het gaat om maatschappelijke onrust, op landelijke beelden zoals het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van de NCTV. Hieruit kwam eerder niet naar voren welke spanningen er waren en welke veiligheidsrisico’s dit met zich zou kunnen brengen. Het IPPR was wel op de hoogte van eerdere incidenten zoals in Rijswijk, maar dit was door de politie al meegenomen in de voorbereiding en daar heeft men op vertrouwd. Dit gaf daarom voor het IPPR geen aanleiding om externe expertise te raadplegen.

22. De Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) was bekend met spanningen binnen de Eritrese gemeenschap, maar was niet op de hoogte van de bijeenkomst. Bovendien staat de ESS niet in contact met de lokale politie en is er ook geen vergelijkbare unit bij het ministerie van JenV die in afstemming met de ESS de veiligheidsaspecten van de spanningen inschat of beoordeelt. •

De ESS is onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staat in contact met diverse groepen in de Nederlandse samenleving, waaronder de Eritrese gemeenschap. De ESS richt zich op de positie van deze groepen binnen het sociaal domein. De ESS is en was bekend met de spanningen binnen de Eritrese gemeenschap, maar wist vooraf niet dat er een bijeenkomst op 17 februari georganiseerd zou worden.

•

Als de ESS signalen krijgt van maatschappelijke spanningen, polarisatie of radicalisering in een bepaalde gemeenschap, proberen ze dit bespreekbaar te maken in verschillende netwerken.

Met de blik van toen

33/60

Voor de Eritrese gemeenschap bestaat er een kennisnetwerk, waarin informatie over de doelgroep met elkaar gedeeld wordt. In dit kennisnetwerk zitten zowel personen uit de doelgroep als personen buiten de doelgroep. Het netwerk is met name gericht op het signaleren van trends, en niet op het in kaart brengen van concrete signalen of dreigingen. In 2023 heeft de ESS een bijeenkomst georganiseerd met betrokkenen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de politie, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het doel was destijds om een eerste bewustwording te creëren, informatie uit te wisselen en zorgen te uiten over de spanningen in de Eritrese gemeenschap. Op die manier probeert de ESS de andere departementen mee te nemen in de ontwikkelingen. Een uitkomst uit het gesprek was om gemeenten meer te betrekken. •

Buiten het delen van informatie en het meenemen van betrokkenen in de ontwikkelingen, is er geen directe lijn tussen de ESS en het ministerie van JenV om concrete dreigingen verder uit te werken. De ESS heeft bij de politie contact met een bredere landelijke afdeling die ontwikkelingen in de gemeenschap volgt. De ESS heeft geen contact met lokale politieeenheden over afzonderlijke evenementen. Dat valt buiten de verantwoordelijkheid van de ESS en is ook niet het doel van de ESS.

23. Begin 2024 heeft de ESS een bijeenkomst georganiseerd voor gemeenten over de Eritrese gemeenschap, waar de gemeente Den Haag bij aanwezig was. •

De ESS adviseert rijkspartners, gemeenten, gemeenschappen en professionals aan de preventieve kant. De praktijk waar gemeenschappen zich in bevinden, probeert de ESS te vertalen naar agendering van bepaalde thema’s, maar ook naar kennisproducten zoals handreikingen en workshops.

•

Mede naar aanleiding van de landelijke bijeenkomst over de Eritrese gemeenschap in 2023 (zie bevinding 22), heeft de ESS begin 2024 een bijeenkomst georganiseerd met als doel hulpvragen en ondersteuningsbehoeften in kaart te brengen bij gemeenten over de Eritrese gemeenschap. Bij de bijeenkomst waren veertien gemeenten aanwezig, waaronder de gemeente Den Haag. De gemeente Den Haag werd vertegenwoordigd door een trainee van het IPPR.

24. De Eritrean Human Right Defenders (EHRD) hebben niet het publieke debat gezocht in aanloop naar de bijeenkomst. Toen EHRD eenmaal wist wanneer en waar de bijeenkomst zou plaatsvinden, hebben zij eenmaal gepoogd de politie te informeren over de signalen die bij hen bekend waren, maar hebben ze niet het juiste kanaal van de politie gevonden in Den Haag. •

EHRD was op voorhand niet op de hoogte van het feit dat er op 17 februari een bijeenkomst zou worden georganiseerd. Wel wist EHRD dat in februari jaarlijks een onafhankelijkheidsfeest wordt georganiseerd in Eritrea, en dat dit sinds 2023 ook buiten Eritrea wordt gevierd. EHRD wist niet of dit ook in Nederland zou gebeuren en waar dat dan zou zijn. Daarom heeft EHRD sociale media gevolgd om te proberen via het netwerk er achter te komen of en waar een feest georganiseerd zou worden. Op basis daarvan kwamen ze er ongeveer een week voor het feest achter dat het feest in Nederland gepromoot werd. De locatie was op dat moment nog onduidelijk. In reactie op de promotie van het feest heeft EHRD een officiële brief opgesteld die ze konden sturen naar de betreffende gemeente als deze bekend zou worden.

•

EHRD hoorde op 17 februari zelf dat de bijeenkomst in Den Haag zou plaatsvinden. Op dat moment konden zij de opgestelde brief pas versturen. Daarom heeft een vertegenwoordiger van EHRD op 17 februari naar eigen zeggen de politie gebeld met de boodschap dat het niet slim was om het evenement door te laten gaan, en dat mensen langs zouden komen om te protesteren. Volgens EHRD was de reactie van de politie dat ze genoeg capaciteit hadden om alles in orde te maken en dat EHRD zich geen zorgen hoefde te maken. In dit onderzoek is niet achterhaald met wie van de politie EHRD contact heeft gehad. De afdeling Operationele Zaken

Met de blik van toen

34/60

binnen de eenheid Den Haag heeft naar eigen zeggen geen telefonisch contact of signaal gehad van EHRD. Samenwerking 25. De samenwerking tussen (de organisatieonderdelen van) de driehoek is over het algemeen door alle partijen als positief ervaren. •

De driehoekspartners kennen elkaar goed en weten elkaar daardoor doorgaans makkelijk te vinden. Zowel de driehoek als de (organisatie)onderdelen van de driehoek komen frequent bijeen in regulier overleg en weten daardoor over het algemeen van elkaar wat er speelt. Tussen de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag en de afdeling Operationele Zaken is er bovendien dagelijks contact over verschillende demonstraties en evenementen.

•

In aanloop naar en tijdens de bijeenkomst hebben de organisatieonderdelen van de driehoek snel met elkaar geschakeld. Tussen de directie Veiligheid van de gemeente en de betrokken inspecteur van de afdeling OZ van de politie zijn er meerdere kort op elkaar volgende contactmomenten geweest, en tussen de politie en het OM vond er via e-mail ook frequent afstemming plaats. Tijdens de bijeenkomst heeft, voorafgaand aan het eerste driehoeksoverleg, telefonisch contact plaatsgevonden tussen de eenheidschef en de burgemeester.

•

Uit de gesprekken in dit onderzoek komt vanuit alle betrokken driehoekspartners naar voren dat zij de samenwerking in aanloop naar en tijdens de bijeenkomst als constructief hebben beleefd. Het was voor alle partijen helder wie welke rol had en wie waarvoor verantwoordelijk was, en in de samenwerking hebben zij geen belemmeringen ervaren.

26. De afstemmingslijn met het zalencentrum verliep voorafgaand aan de bijeenkomst met name via de organisator van de bijeenkomst (de FEN) en later ook via de operationeel commandant (OC) van bureau De Heemstraat van de politie. Hier zijn vanuit de partijen wisselende ideeën over. •

De FEN heeft naar eigen zeggen twee weken voor de bijeenkomst contact gelegd met het zalencentrum Opera om een zaal te boeken voor de bijeenkomst. Het contact hierover heeft altijd persoonlijk of telefonisch plaatsgevonden. Het zalencentrum heeft in dit onderzoek aangegeven dat zij wisten dat het ging om een nieuwjaarsfeest.

•

De FEN heeft benoemd dat zij in aanloop naar de bijeenkomst met het zalencentrum hebben gesproken over veiligheid, onder andere over de inzet van beveiligers en ook over de indeling van de zaal. Voor dat laatste is een lid van de FEN voorafgaand aan de bijeenkomst langs geweest bij het zalencentrum om de zaal te bekijken. Het zalencentrum heeft in het gesprek tijdens dit onderzoek aangegeven dat zij vooraf niet op de hoogte zijn gebracht van enige spanning omtrent de bijeenkomst.

•

Volgens de FEN is er tussen het zalencentrum en de FEN wel contact geweest over de inzet van het aantal beveiligers. In het gesprek tijdens dit onderzoek heeft de FEN gemeld dat zij bij het zalencentrum hebben verzocht om maximaal in te zetten op veiligheid. Toen bleek dat het zalencentrum dertien beveiligers kon inzetten en de federatie zelf ook twintig eigen beveiligers kon laten komen, hebben ze in overleg (en volgens de FEN op advies van het zalencentrum) besloten om het aantal beveiligers van het zalencentrum terug te schroeven naar zes, en de besproken twintig beveiligers van de FEN te laten komen. De FEN heeft aangegeven zich te hebben gebaseerd op de expertise van het zalencentrum. Het zalencentrum heeft in het gesprek tijdens dit onderzoek gezegd dat het aanbod van dertien beveiligers er niet is geweest, en zij enkel zes beveiligers hebben aangeboden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14923181/1