RIS320839 Bijlage Definitieve rapportage evaluatie ongeregeldheden 17 februari
Tekst van het document
•
Het contact tussen het zalencentrum en de politie voorafgaand aan de bijeenkomst verliep volgens de betrokken inspecteur van OZ via de wijkagent van bureau De Heemstraat. In opdracht van de afdeling OZ is de wijkagent op de dag van de bijeenkomst langsgegaan bij het zalencentrum om afspraken te maken. Volgens de politie was het beeld dat de politie van de
Met de blik van toen
35/60
FEN en het zalencentrum kreeg, dat zij de risico’s kenden en extra beveiliging hadden georganiseerd. In het gesprek tijdens dit onderzoek heeft het zalencentrum opgemerkt dat zij verrast zijn door de inzet van de politie en dat zij hier van tevoren niet van op de hoogte waren. 27. Het contact tussen de FEN en (organisatieonderdelen van) de driehoek over de bijeenkomst kwam langzaam op gang, maar was constructief zodra het op gang was. •
Zoals in bevinding 17 toegelicht, heeft de FEN op meerdere momenten geprobeerd contact te leggen met de politie-eenheid Den Haag om te praten over de veiligheid van de Eritrese gemeenschap in het algemeen. Dit gesprek kwam in januari om verschillende redenen nog niet op gang. In de gesprekken tijdens dit onderzoek kwam naar voren dat de FEN in een eventueel gesprek met de politie ook de bijeenkomst had willen aankaarten.
•
Toen de FEN op woensdag 14 februari een aankondigingsmail voor de bijeenkomst op 17 februari stuurde zowel naar de betrokken inspecteur vanuit OZ als naar de burgemeester, zijn zowel de afdeling OZ als de burgemeester direct met de aankondiging aan de slag gegaan. Daarover is in bevinding 1 gerapporteerd.
•
In de gesprekken tijdens dit onderzoek is door verschillende driehoekspartners én door de FEN benoemd dat het contact dat na 14 februari plaatsvond (tussen de FEN en de politie en later tussen de FEN en de gemeente), als prettig en constructief is ervaren, waarbij proactief met elkaar werd meegedacht en door de FEN gehoor werd gegeven aan de adviezen vanuit OZ.
Met de blik van toen
36/60
HOOFDSTUK 5
Conclusies en aanbevelingen In dit onderzoek hebben we gekeken naar de gebeurtenissen in aanloop naar en tijdens de bijeenkomst die op 17 februari 2024 door de FEN in Den Haag is georganiseerd voor personen uit de Eritrese gemeenschap. Hierbij hebben we gekeken naar wat er voorafgaand, tijdens en kort na deze bijeenkomst en de ongeregeldheden door de driehoek is ondernomen binnen de kaders en context van hun wettelijke bevoegdheden en wat gangbaar is binnen de samenwerking tussen de driehoekspartners. De geformuleerde bevindingen in hoofdstuk 4 vormen de basis voor de lessen die getrokken kunnen worden uit de gebeurtenissen. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord. Deze beantwoording gebeurt in omgekeerde volgorde, waarbij gestart wordt met de beantwoording van hoofdvraag 2 met bijbehorende deelvragen en geëindigd wordt met de beantwoording van hoofdvraag 1. De beantwoording van hoofdvraag 1 is tevens de sluitende conclusie van dit onderzoek. Tot slot formuleren we enkele aanbevelingen voor de driehoek.
5.1
Beantwoording onderzoeksvraag 2
Hoofdvraag 2: In hoeverre pasten de gemaakte inschattingen en keuzes in de voorbereidingen van de driehoek bij de risico’s die zijn (en hadden kunnen) ontstaan tijdens de ongeregeldheden bij en rondom zalencentrum Opera? Het is niet mogelijk om hoofdvraag 2 te beantwoorden voor de gehele driehoek, aangezien de driehoek in aanloop naar de Eritrese bijeenkomst op 17 februari geen gezamenlijke inschattingen en keuzes heeft gemaakt. Wel kan er iets worden gezegd over de inschattingen en keuzes die de politie in aanloop naar de bijeenkomst heeft gemaakt. Daarbij is het van belang onderscheid te maken tussen ‘de blik van toen’, dus het beeld waarover de politie op dat moment beschikte, en ‘de blik van nu’, dus wat nu bekend is nadat de ongeregeldheden hebben plaatsgevonden. Het beeld waarover de politie voorafgaand aan de bijeenkomst beschikte, was dat er zorgen waren bij de organisator van een Eritrese bijeenkomst (de FEN) over de veiligheid. Op basis van bekendheid met de dynamiek binnen de gemeenschap, contact met bondgenoten, ervaring met incidenten in het verleden, aangeleverde bronnen vanuit de FEN en zelf gevonden bronnen van sociale media was de risico-inschatting van de politie dat een confrontatie met enkele tientallen tegenstanders van het regime waarschijnlijk zou zijn.
De politie rekende op circa zevenhonderd bezoekers bij de Eritrese bijeenkomst en maakte een inzetplan met als doel om gewelddadige acties te voorkomen of verstoren, de openbare orde te handhaven en confrontaties te voorkomen. Voorafgaand aan de bijeenkomst was bij de politie niet bekend dat het uiteindelijk zou gaan om veel meer dan tientallen tegenstanders, namelijk circa driehonderd tegenstanders. Ook was bij de politie niet bekend dat in het zalencentrum nog twee andere festiviteiten werden georganiseerd op dezelfde dag, namelijk een bruiloft en een kinderfeest. In aanloop naar de bijeenkomst waren er ook enkele elementen waarvan de politie op de hoogte was, maar die zij niet of in beperkte mate heeft meegenomen in haar inschattingen en keuzes. Zo was de politie op de hoogte van ongeregeldheden in het buitenland die in het recente verleden
Met de blik van toen
37/60
hadden plaatsgevonden rondom Eritrese bijeenkomsten, maar heeft zij deze niet meegenomen in haar afwegingen voor de risico-inschatting, omdat de politie zich bij de voorbereiding op iedere inzet baseert op de Nederlandse context. Daarnaast was de politie zich ervan bewust dat er bij de tegenstanders geweldsbereidheid is tegen de politie als de politie als obstakel wordt ervaren. De politie wist dat zij doelwit kon worden, maar het inzetplan ging met name uit van zichtbaar zijn en de-escalerend optreden. Ook wist de politie dat de FEN eind 2023 een petitie had opgesteld waarin zorgen werden geuit over de veiligheid van de Eritrese gemeenschap. De inhoud van deze petitie was echter slechts in beperkte mate onderdeel van de risico-inschatting, omdat de signalen uit de petitie al eerder door de FEN met de politie waren gedeeld in het kader van eerdere evenementen. De uitkomst van deze signalen bij eerdere evenementen viel volgens de politie toen mee. Met de blik van toen kan geconcludeerd worden dat de inschattingen en keuzes die de politie heeft gemaakt, goed uitlegbaar zijn. De inzet paste bij het aantal tegenstanders dat zij verwachtte en de politie had een paraat peloton achter de hand.
Een gemiste kans is dat de politie in aanloop naar de bijeenkomst het contact met het zalencentrum via de organisator van de bijeenkomst (de FEN) heeft laten lopen en daardoor niet op de hoogte was van de andere festiviteiten. De vraag is of, als de politie deze informatie wel had gehad, dit een verschil had gemaakt in het inzetplan (en de uiteindelijke gebeurtenissen). Achteraf, met de blik van nu, kan geconcludeerd worden dat de politie de internationale context meer had moeten laten meewegen in haar risico-inschatting, aangezien deze gebeurtenissen bleken aan te sluiten bij de uiteindelijke risico’s die zijn ontstaan. De reden waarom de politie dit voorafgaand aan de bijeenkomst niet heeft gedaan, is dat het voor de politie niet mogelijk is om in de voorbereiding op de vele evenementen in de ‘internationale stad’ Den Haag zich te baseren op alle mondiale incidenten. Dit sluit aan bij het punt van de politie dat zij uitgaat van risicobeheersing in plaats van risico-uitsluiting. 1. Welke inschattingen (ten aanzien van risico’s) zijn door de driehoek gemaakt in de voorbereiding op 17 februari? De politie heeft de Eritrese bijeenkomst geduid en ingeschat als een particulier, nietmeldingsplichtig evenement, maar vanwege het zicht op de spanningen in de Eritrese gemeenschap heeft de politie met aandacht maatregelen voorbereid.
De risico-inschatting was dat met redelijke waarschijnlijkheid een confrontatie zou gaan plaatsvinden met enkele tientallen leden van de brigade. Deze risico-inschatting is mondeling uitgesproken en niet schriftelijk (in detail) uitgewerkt. Het inzetplan waarbij één sectie ME ingezet zou worden (met een paraat peloton achter de hand), was met de blik van toen volgens de politie fors en meer dan robuust. 2. In welke mate werden de ingeschatte risico’s realiteit? De realiteit was dat de omvang en intensiteit van de ingeschatte risico’s vele mate groter waren dan wat de politie had ingeschat. Het feit dat er iets zou gaan gebeuren was als risico ingeschat en daar was op geprepareerd. Door de uiteindelijke omvang en intensiteit van het geweld is de politie, en ook andere betrokkenen bij de bijeenkomst, overvallen. 3. Op welke wijze is door de driehoek invulling gegeven aan het scenario-denken? De organisatieonderdelen van de driehoek hebben in aanloop naar de bijeenkomst niet gezamenlijk aan scenario-denken gedaan. Enkel de politie heeft in beperkte mate aan scenario-denken gedaan. De politie heeft op basis van het informatiebeeld naar eigen zeggen verschillende scenario’s, waaronder een meest realistisch scenario, opgesteld. Dit is gebeurd in een operationeel afstemoverleg tussen DRIO, OZ en opsporing op donderdag 15 februari. De scenario’s zijn niet op papier uitgewerkt.
Het meest realistische scenario is door de operationele politiemedewerkers als uitgangsscenario gebruikt voor het inzetplan.
Met de blik van toen
38/60
4. Welke scenario’s zijn door de driehoek gehanteerd in de aanloop naar de bijeenkomst? Er is door de politie één scenario gehanteerd in aanloop naar de bijeenkomst. Dit scenario is mondeling en op hoofdlijnen uitgewerkt, en ook op die manier gedeeld met de gemeente. In dit onderzoek heeft de documentatie geen nadere informatie gegeven over het gehanteerde scenario. In de gesprekken die tijdens dit onderzoek hebben plaatsgevonden, is de volgende informatie over het gehanteerde scenario gedeeld: er zou met redelijke waarschijnlijkheid een confrontatie gaan plaatsvinden met enkele tientallen leden van de Brigade Nhamedu. 5. Welke keuzes zijn door de driehoek gemaakt in de voorbereidingen op de bijeenkomst? Op basis van het gehanteerde scenario heeft de politie een inzetplan gemaakt. De basisinzet van de politie bestond uit één operationeel commandant, twee wijkagenten, zes hondengeleiders en één sectie ME (in beginsel zonder beenkappen). De opdracht van de operationele eenheden was “het voorkomen / verstoren van (gewelddadige) acties van het feest in de opera; handhaven openbare orde; voorkomen van confrontaties tussen groeperingen en organisatie; en voorkomen van confrontaties tussen groeperingen en politie”.
Daarnaast rekende de politie op de inzet van dertien gecertificeerde beveiligers vanuit het zalencentrum, twintig personen eigen beveiliging vanuit de FEN en twee gecertificeerde verkeersregelaars. Uiteindelijk bleken hiervan maar zes beveiligers door het zalencentrum te zijn ingezet, en zijn de twintig personen vanuit de FEN en de twee verkeersregelaars wel ingezet.
5.2
Beantwoording onderzoeksvraag 1
In deze paragraaf beantwoorden wij eerst de deelvragen van hoofdvraag 1, waarna de beantwoording van de hoofdvraag volgt als algehele conclusie. 1. Was de informatiepositie van de driehoekspartners in aanloop naar en tijdens de gebeurtenissen passend bij de ingeschatte risico’s? De politie ging in aanloop naar de gebeurtenissen uit van beheersbare spanningen tussen Eritreeërs op basis van de bij hen beschikbare informatie en dit bepaalde voor hen de ingeschatte risico’s en genomen maatregelen. Deze informatie bestond uit: contact met bondgenoten die bekend zijn binnen verschillende gemeenschappen; informatie uit toegestuurde en online bronnen; en ervaringen met eerdere bijeenkomsten en incidenten. De informatie waar de politie over beschikte, inclusief de risico-inschatting die op basis van de informatie gemaakt is, is door de politie niet systematisch gedocumenteerd.10 Met de directie Veiligheid van de gemeente deelde de politie met name de risico-inschatting en de voorbereide maatregelen. De details over de informatie waar deze inschatting op gebaseerd was, heeft de politie niet expliciet gedeeld met de gemeente. Ook heeft de politie geen informatie gedeeld over de video’s op sociale media, de aanhoudingsbevelen en de aanhouding. De directie Veiligheid van de gemeente beschikte zelf over enige kennis van de spanningen binnen de Eritrese gemeenschap.
Op basis van die kennis heeft de gemeente geen eigen risico-inschatting gemaakt, maar heeft zij vertrouwd op de inschatting van de politie. De directie Veiligheid heeft de burgemeester geïnformeerd over de bij hen beschikbare informatie. Met het OM deelde de politie met name informatie uit de toegestuurde en online bronnen, inclusief (de vertalingen van) de video’s, om een strafrechtelijk onderzoek op te zetten. Deze informatie was voorafgaand aan de bijeenkomst niet bekend bij de hoofdofficier van justitie. De politie deelde noch de beschikbare informatie, noch de risico-inschatting, noch de voorbereide maatregelen voorafgaand aan de bijeenkomst met de eigen eenheidschef van de eenheid Den
NB. Waar het gaat om vertrouwelijke informatie in het kader van strafrechtelijk onderzoek, kan het zo zijn dat deze informatie wel gedocumenteerd was maar terecht niet met de onderzoekers is gedeeld. Hier gaat het om openbare informatie over bijvoorbeeld eerdere incidenten die niet systematisch is gedocumenteerd. 10
Met de blik van toen
39/60
Haag. Daardoor was de eenheidschef niet op de hoogte en is zij ook niet in de gelegenheid gesteld om vanuit het perspectief van de politie vooraf de driehoek te informeren. De informatiepositie van de driehoekspartners was in aanloop naar de gebeurtenissen dus niet gelijk. Vanuit het oogpunt van de politie sloot de informatiepositie aan bij de ingeschatte risico’s. Vanuit het oogpunt van de gemeente (inclusief de burgemeester), het OM en de eenheidschef sloot de informatiepositie niet aan bij de ingeschatte risico’s, omdat de informatie niet bij hen bekend was. Tijdens de gebeurtenissen was de informatiepositie van de driehoekspartners passend bij de rol en taak die zij uitvoerden. De wijze waarop informatie werd gedeeld met partners in de driehoek, sloot aan bij de risico-inschatting die op dat moment was gemaakt binnen de driehoek. 2. Was de informatiepositie van de driehoekspartners vergelijkbaar? Zoals toegelicht in het antwoord op deelvraag 1, was de informatiepositie van de driehoekspartners niet gelijk en dus niet vergelijkbaar. De politie beschikte over meer informatie, die niet gedeeld is met de directie Veiligheid van de gemeente, de burgemeester of de eenheidschef. Zo was de aanhouding voorafgaand aan de gebeurtenissen niet bekend bij de driehoeksleden, terwijl die wel bekend was bij de operationele organisaties van de politie en het OM.
Doorgaans is het ook niet altijd nodig dat alle driehoekspartners precies dezelfde informatie hebben voorafgaand aan een evenement. Daarom is het des te belangrijker om van elkaar te kunnen inschatten welke informatie relevant is om te weten voor de ander. 3. In welke mate en op welke wijze vond in aanloop naar de gebeurtenissen afstemming plaats tussen de driehoekspartners over de beschikbare informatie? (Werd alle informatie gedeeld, was de bron van de informatie altijd duidelijk en was de informatie vooraf geanalyseerd, zodat daadwerkelijk sprake was van intelligence, en niet alleen maar van informatie?) Er is in aanloop naar de bijeenkomst geen sprake geweest van afstemming tussen de leden van de driehoek. Wel heeft in aanloop naar de gebeurtenissen onderling afstemming plaatsgevonden tussen de organisatieonderdelen van de driehoek. Dit gebeurde niet in gecoördineerd verband maar een-op-een tussen politie en gemeente en tussen politie en OM. Zoals reeds toegelicht in de beantwoording van deelvragen 1 en 2, werd in deze afstemming niet alle informatie gedeeld door de politie. De politie heeft aan de directie Veiligheid van de gemeente wel op hoofdlijnen aangegeven waar zij hun informatie op gebaseerd hadden, waaronder eerdere incidenten rondom de Eritrese gemeenschap.
Bij het delen van de informatie door de politie met de gemeente gaf de politie duiding aan de informatie en deelde zij direct haar risico-inschatting en voorgenomen maatregelen. De directie Veiligheid van de gemeente heeft in dit gesprek met de politie enkel op hoofdlijnen doorgevraagd op een nadere duiding van deze informatie. 4. In welke mate waren de driehoekspartners bekend met de bestaande spanningen en complexiteit binnen de Eritrese gemeenschap? De driehoekspartners waren, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, bekend met de bestaande spanningen en de complexiteit binnen de Eritrese gemeenschap, op een niveau dat paste bij hun rol en taak. De driehoek is hierbij altijd afhankelijk van de duiding van informatie met bijbehorende risico-inschatting van de onderliggende organisatieonderdelen van het OM, de politie en de gemeente. Binnen de politie-eenheid Den Haag is er regulier contact met bondgenoten uit verschillende gemeenschappen om geïnformeerd te blijven over spanningen binnen deze gemeenschappen. Binnen de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag is het IPPR de afdeling waar reguliere informatievoorziening over spanningen binnen gemeenschappen wordt georganiseerd. Een trainee
Met de blik van toen
40/60
van het IPPR nam in januari 2024 nog deel aan een netwerkbijeenkomst met andere gemeenten over de spanningen binnen de Eritrese gemeenschap. 5. In welke mate en op welke wijze hadden de bestaande spanningen binnen de Eritrese gemeenschap invloed op de gekozen aanpak? De bestaande spanningen binnen de Eritrese gemeenschap zijn van grote invloed geweest op het gekozen inzetplan van de politie. De bijeenkomst was namelijk een particulier, nietmeldingsplichtig evenement waar de gemeente en politie zich in beginsel niet op prepareren. Het feit dat de bezoekers van de bijeenkomst afkomstig waren uit de Eritrese gemeenschap, waarvan de politie wist dat daarbinnen grote spanningen bestaan, zorgde ervoor dat de politie een risicoinschatting heeft gemaakt en maatregelen heeft voorbereid. 6. Hoe is de afstemming en communicatie tussen de driehoeksleden verlopen, zowel in aanloop naar als tijdens de gebeurtenissen? In aanloop naar de bijeenkomst is geen sprake geweest van afstemming en communicatie tussen de leden van de driehoek als zodanig. Tijdens de gebeurtenissen is de driehoek drie keer bijeen geweest en hebben zij afgestemd en gecommuniceerd op de wijze die passend is bij de rol en taak van de driehoek(sleden). De ochtend na de gebeurtenissen (18 februari, om 10.30 uur) is de driehoek voor een vierde keer bijeengekomen.
Hoofdvraag 1: Op welke wijze kan de Haagse veiligheidsdriehoek gewelddadige ordeverstoringen bij (soortgelijke) bijeenkomsten en evenementen in de toekomst beter voorzien om daar vervolgens adequaat op te reageren? Terugblikken is makkelijker dan vooruitkijken. Achteraf vallen verschillende aspecten vaak op hun plek, terwijl ze vooraf soms niet duidelijk met elkaar verbonden zijn of er nog veel mogelijke uitkomsten zijn van ‘wat als’. Dat maakt het achteraf altijd makkelijker om leerpunten aan te wijzen. Zo ook in dit onderzoek. Achteraf geven alle betrokken driehoekspartners aan dat ze zaken anders zouden hebben aangepakt met de kennis van nu, omdat niemand deze gewelddadige ordeverstoringen had willen hebben. Je weet van tevoren echter nooit wat er precies gaat gebeuren. Daarom is het in evaluaties van belang om niet met de blik van nu, maar met de blik van toen te bekijken of je op dat moment dingen anders had kunnen doen. In dit onderzoek kijken wij daarom naar het verschil tussen de blik van toen en de blik van nu. Met de blik van toen in het achterhoofd benoemen wij verschillende conclusies en aanknopingspunten om dergelijke gewelddadige ordeverstoringen in de toekomst beter te voorzien en daar adequaat op te reageren.
Met de blik van toen, en met de referenties die we in Nederland hadden als het gaat om incidenten rondom de Eritrese gemeenschap, zag de politie geen reden om te vermoeden dat de Eritrese bijeenkomst op 17 februari zo uit de hand zou lopen. Daarom vond de politie haar inzet geheel passend bij de inschatting. De gemeente Den Haag heeft kennisgenomen van de inschatting en de inzet van de politie, en heeft vertrouwd op de analyse van de politie. Het OM en de politie hebben samen aan het opsporingsonderzoek gewerkt en hebben geen reden gezien om de informatie over de video’s, de aanhoudingsbevelen en de aanhoudingen te delen met de gemeente. In de aanloop naar de Eritrese bijeenkomst heeft geen afstemming of overleg plaatsgevonden tussen (alle organisatieonderdelen van) de driehoek. Er zijn verschillende factoren die het begrijpelijk maken waarom de organisatieonderdelen van de driehoek de zaken hebben voorbereid zoals ze hebben gedaan. •
In Den Haag worden jaarlijks meer dan tweeduizend demonstraties voorbereid door gemeente en politie, waarbij vaak sprake is van gevoeligheid of spanningen. Daarnaast zijn er jaarlijks nog duizenden vergunde en niet-vergunde evenementen in de stad waar de gemeente en politie in meerdere of mindere mate bij betrokken zijn. De politie probeert per evenement een
Met de blik van toen
41/60
inschatting te maken van wat de benodigde inzet is, maar werkt daarbij informatie-gestuurd en hanteert het uitgangspunt van risicobeheersing. De gemeente Den Haag kan niet voor iedere demonstratie of ieder evenement controleren of de politie hier de juiste inschatting voor heeft gemaakt, en vertrouwt daarom op de expertise van de politie. •
De politie en gemeente zijn op woensdag 14 februari, drie dagen voor de bijeenkomst, door de FEN op de hoogte gesteld van de Eritrese bijeenkomst in zalencentrum Opera op 17 februari. Aangezien het ging om een evenement bij een zalencentrum met een doorlopende vergunning, was het evenement niet meldingsplichtig en waren de gemeente en politie daarom afhankelijk van de vrijwillige melding van de bijeenkomst door de organisator of het zalencentrum zelf. Waar de FEN en het zalencentrum Opera al vanaf 5 februari op de hoogte waren van het feit dat de bijeenkomst op 17 februari in het zalencentrum Opera in Den Haag zou plaatsvinden, werden de datum en locatie van de bijeenkomst pas op 14 februari per mail bekendgemaakt aan de politie.
Er zijn ook verbeterpunten te benoemen die met de blik van toen de informatiepositie en coördinatie van de driehoek als geheel hadden kunnen bevorderen. •
Het informatiemanagement tussen de organisatieonderdelen van de driehoek was in aanloop naar de bijeenkomst niet optimaal. Er is geen informatie in driehoeksverband gedeeld, en de informatie die een-op-een tussen politie en gemeente en tussen politie en OM werd gedeeld, werd ad hoc en veelal telefonisch uitgewisseld. Er was geen eenduidig, volledig, gedeeld beeld beschikbaar voor alle driehoekspartners. De leden van de driehoek zijn in aanloop naar de bijeenkomst niet door hun organisaties op de hoogte gesteld van alle beschikbare informatie over de bijeenkomst. Het missen van een eenduidig, volledig, gedeeld beeld tussen de organisaties is hier mede debet aan.
•
De politie heeft (de duiding van) de video’s op sociale media over de bijeenkomst niet gedeeld met de gemeente, terwijl het inzetplan van de politie hier wel op gebaseerd was. Daarnaast hebben de politie en het OM de video’s enkel geduid vanuit strafrechtelijk perspectief, waarbij uitspraken als opruiend of niet-opruiend werden bestempeld. Het is onduidelijk of het perspectief van openbare orde en veiligheid, waar de burgemeester voor verantwoordelijk is, hier ook in is meegenomen. Als de gemeente op de hoogte was geweest van de video’s, had het openbare orde- en veiligheidsperspectief mogelijk nog extra aandacht gekregen.
•
Als gevolg van het niet optimale informatiemanagement hebben de leden van de driehoek niet de afweging kunnen maken of zij het in aanloop naar de bijeenkomst nodig vonden de driehoek bijeen te laten komen.
•
Er is in aanloop naar de Eritrese bijeenkomst geen contact geweest tussen de politie en het zalencentrum Opera, waar de bijeenkomst plaatsvond. De politie heeft dit contact via de organisator van de bijeenkomst laten verlopen en heeft pas op zaterdag een wijkagent bij het zalencentrum langsgestuurd om af te stemmen over de situatie. Hierdoor kreeg zowel de politie als het zalencentrum op zaterdag nog nieuwe inzichten over de bijeenkomst.
Tijdens de ongeregeldheden heeft de driehoek adequaat opgetreden in goede samenwerking. De politie heeft haar inzet opgeschaald toen dat nodig was en de driehoek heeft de coördinatie overgenomen toen de openbare orde verstoord werd. De vraag is of het doorvoeren van de verbeterpunten de uiteindelijke uitkomst van de gebeurtenissen zou hebben veranderd. Omdat de politie haar risico-inschatting en de informatie waarop zij deze inschatting heeft gebaseerd niet op een systematische manier schriftelijk heeft uitgewerkt, kunnen wij geen oordeel vellen over de vraag of deze risico-inschatting juist is geweest. Wat we wel kunnen stellen, is dat het onwenselijk is dat de politie deze informatie niet heeft gedocumenteerd.
Met de blik van toen
42/60
We weten niet of de risico-inschatting anders zodanig zou zijn veranderd dat men had kunnen voorzien dat er circa driehonderd tegenstanders zouden komen om de confrontatie aan te gaan. Daarnaast was de intensiteit van het geweld dusdanig uitzonderlijk voor de driehoek (in het onderzoek is meermaals de vergelijking gemaakt met de krakersrellen uit de jaren tachtig), dat het de vraag is of een nog robuustere inzet van de politie (nog meer dan drie pelotons ME en de uitzonderlijke inzet van traangas) de omvang en intensiteit van het geweld had kunnen tegenhouden. Concluderend kan gezegd worden dat de ongeregeldheden een flinke weerslag hebben gehad op eenieder die erbij betrokken was, wat natuurlijk niemand had gewild. •
Met het beeld van dat moment heeft de politie een inzetplan gemaakt dat op dat moment goed uitlegbaar was.
•
Het is een gemiste kans dat dit inzetplan niet was gebaseerd op een gedocumenteerde risico-inschatting met onderliggend informatiebeeld.
•
Dit had mede als nadelig gevolg dat de driehoek niet, of met onvolledige informatie, is geïnformeerd over de voorbereidingen in aanloop naar de bijeenkomst.
•
We zullen echter niet weten of meer betrokkenheid van de driehoek van tevoren de omvang en intensiteit van de ongeregeldheden zou hebben veranderd. Daar kunnen we vanuit dit onderzoek geen uitspraken over doen.
•
Ten tijde van de ongeregeldheden heeft de driehoek adequaat opgeschaald en gehandeld.
Voor de toekomst zitten de lessen met name in een drietal zaken: 1) een gecoördineerd en gedocumenteerd informatiemanagement, 2) het continu voeling houden met spanningen in gemeenschappen door een betere koppeling van sociaal domein en veiligheidsdomein, en 3) het denken vanuit gezamenlijk perspectief door driehoekspartners.
5.3
Aanbevelingen
Uit de beantwoording van de onderzoeksvragen volgen enkele aanbevelingen om in de toekomst gewelddadige ordeverstoringen bij (soortgelijke) bijeenkomsten en evenementen beter te voorzien om daar vervolgens adequaat op te reageren. 1. Zorg er als politie voor dat de voorbereiding op risicovolle evenementen gedocumenteerd wordt. Stel een ambtelijke en bestuurlijke rapportage op met daarin een uitwerking van het eenduidige, volledige en actuele beeld van de voorbereiding. Beschrijf hierin het inzetplan, de uitgewerkte scenario’s, de risico-inschatting en alle informatie waarop deze risico-inschatting gebaseerd is. Indien de inhoud van bepaalde intelligence om strafrechtelijke redenen niet gedeeld kan worden, is het van belang om expliciet te maken dat er ook nietdeelbare informatie aan ten grondslag ligt. Werk de rapportage zo uit dat deze in vertrouwelijkheid ook met andere driehoekspartners gedeeld kan worden. 2. Versterk het informatiemanagement tussen driehoekspartners in aanloop naar risicovolle evenementen. Maak heldere afspraken over de vraag op welk moment op welke manier informatie gedeeld wordt tussen de organisatieonderdelen van de driehoek. Gebruik hierbij een eenduidig informatiebeeld, bijvoorbeeld via de rapportage zoals aanbevolen bij punt 1.
Informeer de driehoeksleden vooraf bij waargenomen risico’s over de duiding van deze risico’s en de daaruit volgende risico-inschattingen. Wees hierbij bewust van de momenten waarop de driehoeksleden elkaar regulier spreken en of dit moment hiervoor benut kan worden. Leg hier ambtelijke en bestuurlijke procedures voor vast. Stel bijvoorbeeld per risicovol evenement een centrale regisseur aan binnen één van de organisatieonderdelen van de driehoek, dat borgt dat indien nodig de driehoeksleden tijdig geïnformeerd worden.
Met de blik van toen
43/60
3. Breng het sociaal domein en het veiligheidsdomein dichter bij elkaar op het gebied van omgaan met spanningen binnen gemeenschappen. Zorg ervoor dat de informatie die betrokken partijen in het sociaal domein verzamelen over spanningen die leven binnen gemeenschappen (zowel op landelijk als op lokaal niveau), terechtkomen in het veiligheidsdomein en daar vertaald worden naar tactische en strategische inschattingen op veiligheidsniveau. Betrek bijvoorbeeld vanuit de directie Veiligheid van de gemeente of vanuit de DRIO bij de politie in deze procedures ook partners vanuit het landelijke sociaal domein, zoals de ESS. 4. Maak de organisatieonderdelen binnen de driehoek bewust van de verschillende verantwoordelijkheden die de driehoek als geheel heeft. De driehoek is verantwoordelijk zowel voor openbare orde en handhaving in de stad, als voor strafrechtelijke handhaving. De driehoek hoeft in aanloop naar evenementen of aanhoudingen niet van alle details op de hoogte te zijn, maar op basis van de door hen verkregen informatie moeten zij wel vanuit hun gehele verantwoordelijkheid een inschatting kunnen maken. Prepareer de medewerkers van OZ, DRIO en opsporing van de politie, en de medewerkers van de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag hierop, zodat ze de benodigde informatie ook vanuit verschillende perspectieven kunnen aanreiken.
De informatie kan mogelijk meegenomen worden in de rapportage zoals aanbevolen in aanbeveling 1. Los van deze aanbevelingen zijn naar aanleiding van de gebeurtenissen op 17 februari 2024 door de driehoekspartners zelf ook al lessen getrokken en verbeteringen doorgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn het nieuw ingestelde wekelijkse donderdagochtendoverleg binnen de politie waarin de eenheidschef op de hoogte wordt gesteld van risico’s voor aankomende evenementen in het weekend. Een ander voorbeeld is een gesprek inclusief werkafspraken die zijn gemaakt tussen het zalencentrum Opera, de politie en de gemeente Den Haag.
Met de blik van toen
44/60
Bijlagen Bijlage 1. Evaluatiekader De hoofdvraag in het leerdeel in het onderzoek luidt: ‘Op welke wijze kan de Haagse driehoek gewelddadige ordeverstoringen bij (soortgelijke) bijeenkomsten en evenementen in de toekomst beter voorzien om daar vervolgens adequaat op te reageren?’ Om deze hoofdvraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende deelvragen opgesteld:
7. Was de informatiepositie (vanuit procesoogpunt) van de driehoekspartners in aanloop naar en tijdens de gebeurtenissen passend bij de ingeschatte risico’s?
8. Was de informatiepositie (vanuit procesoogpunt) van de driehoekspartners vergelijkbaar? 9. In welke mate en op welke wijze vond in aanloop naar de gebeurtenissen afstemming plaats
tussen de driehoekspartners over de beschikbare informatie? (Werd alle informatie gedeeld, was de bron van de informatie altijd duidelijk en was de informatie vooraf geanalyseerd zodat daadwerkelijk sprake was van intelligence, en niet alleen maar van informatie?) 10. In welke mate waren de driehoekspartners bekend met de bestaande spanningen en complexiteit binnen de Eritrese gemeenschap? 11. In welke mate en op welke wijze hadden de bestaande spanningen binnen de Eritrese gemeenschap invloed op de gekozen aanpak? 12. Hoe is de afstemming en communicatie tussen de driehoeksleden verlopen, zowel in aanloop naar als tijdens de gebeurtenissen? 13. Bieden de antwoorden op bovenstaande deelvragen inzichten voor aanbevelingen aan de driehoek voor de toekomst, en zo ja: welke aanbevelingen zijn dat? De hoofdvraag in het reconstruerende deel luidt: ‘In hoeverre pasten de gemaakte inschattingen en keuzes in de voorbereidingen van de driehoek bij de risico’s die zijn (en hadden kunnen) ontstaan tijdens de ongeregeldheden bij en rondom zalencentrum Opera?’ Om deze hoofdvraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende deelvragen opgesteld: 1. Welke inschattingen (ten aanzien van risico’s) zijn door de driehoek gemaakt in de voorbereiding op 17 februari? 2. In welke mate werden de ingeschatte risico’s realiteit? 3.
Op welke wijze is door de driehoek invulling gegeven aan het scenario-denken? 4. Welke scenario’s zijn door de driehoek gehanteerd in de aanloop naar de bijeenkomst? 5. Welke keuzes zijn door de driehoek gemaakt in de voorbereidingen op de bijeenkomst? Onderstaand kader geeft de thema’s, indicatoren en vragen weer die logisch voortvloeien uit de hoofd- en deelvragen. Het evaluatiekader stuurt de informatieverzameling en biedt houvast bij de analyse van de onderzoeksresultaten. Bij iedere vraag die gesteld wordt, kan ook de vraag ‘waar blijkt dat uit?’ worden gesteld. In deze evaluatie baseren we onze analyse niet enkel op wat respondenten vertellen, maar dient dit ook onderbouwd te worden met andere bronnen.
Met de blik van toen
Thema’s (Waar willen we iets over zeggen in de evaluatie?)
Indicatoren (Waar kijken we precies naar?)
Vragen (Welke vragen stellen we hierbij?)
Leiding en coördinatie
Proces:
•
• • • •
•
Rol- en taakverdeling Rolvastheid Scenario-denken Situationeel handelen tijdens de bijeenkomst
• •
•
•
Inhoud: • • •
Ingeschatte risico’s Gehanteerde scenario’s Gemaakte keuzes en genomen besluiten
• •
• • •
Informatiemanagement
Proces: •
Informatie-uitwisseling binnen (organisatie)onderdelen
•
45/60
Wat zijn bestaande afspraken omtrent leiding en coördinatie binnen de ((organisatie)onderdelen van de) driehoek? In hoeverre was voor alle partijen in de driehoek helder wie welke rol had in aanloop naar en tijdens de bijeenkomst? Hoe gaf de driehoek invulling aan rolvast handelen? Op welke wijze heeft scenario-denken plaatsgevonden? In aanloop naar de bijeenkomst Tijdens de bijeenkomst Na de bijeenkomst Hoe heeft de driehoek tijdens de bijeenkomst gehandeld? – Hoe vond afstemming plaats vanuit de driehoek met de eigen (organisatie)onderdelen? – Hoe werd ingespeeld op nieuwe informatie? – Hoe kwam de driehoek tot besluitvorming? – Hoe monitorde de driehoek in hoeverre de genomen besluiten/maatregelen werden uitgevoerd? In hoeverre is gehandeld volgens de bestaande afspraken omtrent leiding en coördinatie binnen de ((organisatie)onderdelen van de) driehoek? Wat waren, in aanloop naar de bijeenkomst, volgens de driehoek de risico’s die konden optreden bij de bijeenkomst? Welke scenario’s zijn door de driehoek gehanteerd in aanloop naar de bijeenkomst? Welke keuzes heeft de driehoek gemaakt in aanloop naar de bijeenkomst? Welke besluiten heeft de driehoek genomen tijdens de bijeenkomst? Welke besluiten heeft de driehoek genomen na de bijeenkomst? Wat zijn bestaande afspraken omtrent informatiemanagement binnen de ((organisatie)onderdelen van de) driehoek?
Met de blik van toen
Thema’s (Waar willen we iets over zeggen in de evaluatie?)
Indicatoren (Waar kijken we precies naar?)
Vragen (Welke vragen stellen we hierbij?)
•
•
• •
Informatie-uitwisseling tussen (organisatie)onderdelen Intelligence: duiden van informatie Gedeeld beeld
•
•
•
• •
•
46/60
Via welke lijnen en op welke manieren is informatie gedeeld binnen de politie, het OM en binnen de gemeente in aanloop naar de bijeenkomst? Via welke lijnen en op welke manieren is informatie gedeeld tussen de politie, het OM en de gemeente in aanloop naar de bijeenkomst? – Welke (soort) informatie werd gedeeld? – Werd de juiste en alle informatie gedeeld? – Werd de informatie tijdig gedeeld? – Was de bron van de informatie altijd duidelijk? Hoe en door wie werd de beschikbare informatie over de bijeenkomst geanalyseerd en geduid? Hoe werd deze duiding vervolgens met de andere (organisatie)onderdelen binnen de driehoek gedeeld? Via welke lijnen en op welke manieren werd gedurende de ongeregeldheden informatie gedeeld binnen en tussen de (organisatie)onderdelen van de driehoek? – Welke (soort) informatie werd gedeeld? – Werd de juiste en alle informatie gedeeld? – Werd de informatie tijdig gedeeld? – Was de bron van de informatie altijd duidelijk? In hoeverre hadden de leden van de driehoek tijdens de ongeregeldheden een gedeeld beeld van de situatie, en waar blijkt dat uit? Via welke lijnen en op welke manieren werd na de ongeregeldheden informatie gedeeld binnen en tussen de (organisatie)onderdelen van de driehoek? – Welke (soort) informatie werd gedeeld? – Werd de juiste en alle informatie gedeeld? – Werd de informatie tijdig gedeeld? – Was de bron van de informatie altijd
duidelijk? In hoeverre is gehandeld volgens de bestaande afspraken omtrent informatiemanagement binnen de ((organisatie)onderdelen van de) driehoek?
Met de blik van toen
Thema’s (Waar willen we iets over zeggen in de evaluatie?)
Indicatoren (Waar kijken we precies naar?)
Vragen (Welke vragen stellen we hierbij?)
Inhoud:
•
•
Informatiepositie driehoek •
Samenwerking
• • • •
Kennis over de doelgroep
• • •
Afstemming in de driehoek Samenwerking binnen de (organisatie)onderdelen van de driehoek Samenwerking tussen de (organisatie)onderdelen van de driehoek Samenwerking met overige betrokken partijen
•
Bekendheid driehoek met risico’s Raadplegen externe expertise Raadplegen lessen eerdere incidenten
•
• • •
•
• •
• •
47/60
Wat was de informatie waarover de verschillende (organisatie)onderdelen van de driehoek beschikten in aanloop naar de bijeenkomst? Hadden de (organisatie)onderdelen van de driehoek een vergelijkbare informatiepositie in aanloop naar de bijeenkomst, voor zover dat relevant was voor de situatie? Hoe is de afstemming verlopen tussen de (organisatie)onderdelen van de driehoek? In aanloop naar de bijeenkomst Tijdens de bijeenkomst Na de bijeenkomst In hoeverre heeft de monodisciplinaire samenwerking binnen de (organisatie)onderdelen van de driehoek invloed gehad op het functioneren van de driehoek? Hoe verliep de samenwerking in de driehoek? Hoe verliep de samenwerking met de overige betrokken partijen, waaronder het Zalencentrum Opera? In hoeverre waren de (organisatie)onderdelen van de driehoek bekend met de bestaande spanningen en complexiteit binnen de Eritrese gemeenschap? Welke risico’s in het kader van bijeenkomsten bestonden er volgens de driehoek rondom de Eritrese gemeenschap? In hoeverre bestond er een verschil in kennisniveau over de doelgroep tussen de leden van de driehoek? In hoeverre is externe expertise geraadpleegd om kennis over de doelgroep te vergroten in aanloop naar de bijeenkomst? (experts, LDM, landelijke politie kenniscentra (buitenstatelijke interventie) andere gemeente, ministeries, AIVD, marechaussee)? Welke risico’s in het kader van bijeenkomsten
bestaan er volgens externe experts rondom de Eritrese gemeenschap? In hoeverre hebben (organisatie)onderdelen van de driehoek zich verdiept in de lessen uit eerdere incidenten met de doelgroep,
Met de blik van toen
Thema’s (Waar willen we iets over zeggen in de evaluatie?)
Indicatoren (Waar kijken we precies naar?)
48/60
Vragen (Welke vragen stellen we hierbij?)
•
zoals Veldhoven (2017) en Rijswijk (2023), en in andere Europese en internationale locaties waarover mediabreed is gerapporteerd? In hoeverre en op welke manier heeft de beschikbare kennis binnen de driehoek invloed gehad op de gekozen aanpak van de gebeurtenissen?
Met de blik van toen
Bijlage 2. Bestudeerde documentatie Driehoeksverslagen
Verslagen extra driehoek 17 februari 2024 Verslag extra driehoek 18 februari 2024 Verslag extra driehoek 20 februari 2024 Verslag extra driehoek 21 februari 2024 Verslag lokale driehoek 26 februari 2024 Verslag lokale driehoek 4 maart 2024 Verslag lokale driehoek 11 maart 2024 Verslag lokale driehoek 18 maart 2024 Verslag lokale driehoek 25 maart 2024
E-mails gemeente - FEN E-mails vanuit FEN naar gemeente Den Haag met informatie over evenement op 17 februari Mailwisseling binnen gemeente over formele reactie op mail aankondiging evenement vanuit FEN Reactie vanuit gemeente namens burgemeester aan de FEN op basis van informatie over evenement Ingezonden brief namens Federatie over gebeurtenissen op 17 februari Mailwisseling over e-mail vanuit federatie over gebeurtenissen van 17 februari E-mails politie – gemeente Mailwisseling gemeente en politie voorafgaand aan bijeenkomst Mailwisseling woordvoerder politie over persbericht n.a.v ongeregeldheden met directie Veiligheid en burgemeester Mailwisseling tussen gemeente en politie over verzoek input voor brief n.a.v de rellen Vertalingen video’s op social media vanuit tolk Mailwisseling politie-gemeente over inzet tijdens evenement Documenten politie Mail met interne briefing voorafgaand aan evenement Powerpoint briefing politie aangaande 17 februari Mailwisseling interne tijdslijn E-mails gemeente - OM Bestuurlijke rapportage Mailwisseling over berichten social media E-mails politie – OM Mailwisseling over vertalingen vanuit berichten op social media Communicatie over beelden op social media
Mailwisseling over verdachten social media beelden
49/60
n.a.v.
E-mails gemeente Interne mailwisselingen over stand van zaken rondom 17 februari binnen directie Veiligheid Mailwisseling binnen gemeente Den Haag over oude gebeurtenissen rondom Eritrese gemeenschap Interne mailwisseling over conceptreactie op mail FEN 14 februari Interne mailwisseling tussen directie Veiligheid en burgemeester over 17 februari Afstemming Directie Veiligheid en Haagse Pand Brigade inzake incident Interne mailwisseling gemeente over tijdlijn en aanvullingen vanuit Bevolkingszorg Mailwisseling over werkbezoek aan opera Interne communicatie over praktische nabespreking incident 17 februari aan operagebouw (bevolkingszorg) Interne communicatie over gesprekken na afloop van incident Overige verslagen Interne tijdlijn gemeente 17 februari Verslagen van gesprekken tussen gemeente Den Haag en Haagse inwoners met Eritrese achtergrond, 25 maart 2024 inclusief bijlagen LCMS informatie over ongeregeldheden en brand rondom opera Den Haag vanuit VR Haaglanden Debatsverslag met raad van 28 februari Statement vanuit zalencentrum Opera over gebeurtenissen op 17 februari Afloopbrief SGBO Rapportages politie Opera Mailwisseling schadebedrag Fruitweg Bestuurlijke rapportage politie Opera Verslagen tolk Vergunningen en officiële documenten
Exploitatievergunning horeca-inrichting (Fruitweg 28, partycentrum) van gemeente Den Haag Alcoholwetvergunning (Fruitweg 28, partycentrum) Handhavingsbeleid horecaen alcoholverstrekkers Noodbevel 500 meter vanuit burgemeester Den Haag Vastgestelde tijdslijnen Noodbevel omgeving zalencentrum Wijziging APV Opera Brieven vanuit burgemeester over wanordelijkheden met tijdslijnen Motie SP
Met de blik van toen
Beantwoording feitelijke vragen gemeente Agenda’s raadsvergadering commissie Bestuur
Documenten FEN Diverse mails vanuit Federatie aan politie Plan van aanpak inzake veiligheid FEN bijeenkomst 17 februari
Petitie Federatie oktober 2023 Tijdlijn vanuit federatie
Overig Verschillende media-artikelen
50/60
Met de blik van toen
51/60
Bijlage 3. Geïnterviewde personen Gemeente Den Haag •
Burgemeester
•
Directeur directie Veiligheid
•
Hoofd afdeling Beleid, Bestuur en Openbare Orde
•
Adviseur horecazaken
•
Medewerkers IPPR
Politie eenheid Den Haag •
Eenheidschef
•
Districtsleiding
•
Hoofd afdeling Operationele Zaken
•
Medewerker afdeling Operationele Zaken
•
Sectorhoofd DRIO
•
Dienstdoend Hoofd Officier van Dienst
•
Dienstdoend Algemeen Commandant SGBO
Openbaar Ministerie •
Hoofdofficier van Justitie arrondissement Den Haag
•
Officier van Justitie arrondissement Den Haag
Overige betrokkenen bij de bijeenkomst •
Vertegenwoordiging Federatie van Eritrese Gemeenschappen in Nederland
•
Vertegenwoordiging Eritrean Human Right Defenders
•
Vertegenwoordiging zalencentrum Opera11
Experts voor duiding van de context •
Vertegenwoordiging Expertise-unit Sociale Stabiliteit, ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
•
Professor International Relations, Innovation and Care
•
Professor Governance and politics in Africa
Het onderzoeksteam heeft geen reactie ontvangen van de vertegenwoordiging van het zalencentrum Opera op het toegestuurde verslag. 11
Met de blik van toen
Bijlage 4. Afkortingenlijst AC CoPI DRIO ESS FEN GRIP HOvD HIN ME NCTV OvD OvD-I OC OM osint OZ PP ROT RCCB SC SL SGBO TGO TOOI VNG
algemeen commandant Commando Plaats Incident Dienst Regionale Intelligence Organisatie Expertise-unit Sociale Stabiliteit Federatie van Eritrese Gemeenschappen in Nederland Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdingsprocedure hoofdofficier van dienst hoofd informatie mobiele eenheid Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid officier van dienst officier van dienst Informatie operationeel commandant Openbaar Ministerie open source intelligence Operationele Zaken plaatsvervangend pelotonscommandant regionaal operationeel team Regionale Conflict- en Crisisbeheersing sectiecommandant sectorleiding Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden team grootschalige opsporing Team Openbare Orde Inlichtingen Vereniging van Nederlandse Gemeenten
52/60
Met de blik van toen
53/60
Bijlage 5. Reacties conceptrapportage Pagina numm er
Partij
Hoofdstu k/ paragraaf
Betreffende passage (eerste … laatste woord)
Opmerking
Divers
Politie
Divers
Diverse functies/definities
•
Divers
Gemeen te Den Haag
Divers
Rol en positie IPPR (meerdere plekken in het conceptrapport)
OZ in algemeenheid noemen ipv specifiek de medewerker. Op moment dat medewerker specifiek wordt genoemd: “agent van OZ” (diverse bladzijden) vervangen door “inspecteur” of “politieman” • “Politie Haaglanden” (blz 11) vervangen door “Politie Den Haag”, tenzij het hier gaat om de letterlijke adressering van de brief, dan bijv (sic) toevoegen. • Waar “zes honden” staat (blz 13, 14, 26), vervangen door “zes hondengeleiders”. • “Sector commandant” (blz 14 en afkortingenlijst) vervangen door “sectiecommandant”. • “Medewerker tactische opsporing” (blz 15) vervangen door “recherchemedewerker” • “Recherchedeskundige” (blz 15) vervangen door “recherchekundige”. • “V131Sr” (blz 15) vervangen door “131 Sr”. • “OVD-I”(blz 17) vervangen door “HIN” (=hoofd informatie van SGBO) Graag staan wij stil bij de wijze waarop nu geschreven wordt over de rol, functie en positionering van het Informatiepunt Polarisatie en Radicalisering (hierna: IPPR). Het IPPR zet zich in om radicalisering en extremisme in Den Haag tegen te gaan. Dit doet zij op basis van vier speerpunten; kennis en kunde,
Over geno men ? Ja.
Toelichting Berenschot
Ja
Verschillende elementen uit de reactie zijn toegevoegd in hoofdstuk 2 en de bevindingen.
De tekst is aangepast in lijn met de reactie: • ‘Agent van OZ’ is vervangen door ‘inspecteur van OZ’ • ‘Politie Haaglanden’ is vervangen door ‘Politie Den Haag’ • ‘zes honden’ is vervangen door ‘zes hondengeleiders’ • ‘Sector commandant’ is op blz. 14 en in de afkortingenlijst vervangen door ‘sectiecommandant’ • ‘Medewerker tactische opsporing’ is vervangen door ‘recherchemedewerker’ • ‘Recherchedeskundige is vervangen door ‘recherchekundige’ • ‘V131Sr’ is vervangen door ‘131 Sr’ • ‘OVD-I’ is vervangen door ‘Hoofd Informatie (HIN) van het SGBO’
Met de blik van toen
Divers
Gemeen te Den Haag
Met name H2
Rol taken en verantwoordelijkheden van de driehoek (meerdere plekken in conceptrapportage)
weerbaarheid, persoonsgerichte aanpak en netwerken. Hierbij worden de laatste ontwikkelingen binnen deze thema’s gevolgd en verwerkt in de aanpak. Zo maakt het IPPR gebruik van informatie en wetenschappelijke inzichten van organisaties zoals de NCTV, ESS, etc. Deze inzichten worden meegenomen in de contacten die worden gelegd met o.a. lokale gemeenschappen in de stad. Dit contact heeft onder meer als doel om duurzame relaties op te bouwen en inzicht te krijgen in de behoeften en spanningen binnen en tussen gemeenschappen in Den Haag. Door de monitoring van maatschappelijke ontwikkelingen in de stad kan tijdig worden geanticipeerd door het ontwikkelen en aanbieden van trainingen en cursussen ter herkenning en voorkoming van polarisatie en radicalisering. IPPR heeft geen rol in het verkrijgen van tactische en operationele informatie die gebruikt wordt door de driehoek en geen zelfstandige informatiepositie. Hier zijn wettelijk geen mogelijkheden voor op gemeentelijk niveau. Zo mogen gemeenten en politie bijvoorbeeld niet registreren op etniciteit. Ook is op verzoek van de gemeenteraad het eerdere categorale beleid dat de gemeente kende afgeschaft. Dit heeft als gevolg dat er geen volledig beeld is van iedere gemeenschap in onze stad. Onder meer in hoofdstuk twee wordt geschreven over het doel en de functie van het driehoeksoverleg.
De aandacht gaat uit naar een gedeelte van de opdracht van de driehoek, namelijk de handhaving van de Openbare Orde.
Ja.
54/60
De tekst is aangevuld in lijn met de reactie. • 2.1 ‘De driehoek’ is uitgebreid op basis van de reactie.
Met de blik van toen
9
Politie
Paragraaf 2.4.3.
Spanningen in de Eritrese gemeenschap
12/13
Politie
H3
13
Politie
H3
De politie adviseert verder aan de FEN om verkeersregelaars voor het zalencentrum Opera op te stellen die de touringcars een voor een binnen kunnen laten. De basisinzet bestaat uit één sectie Mobiele Eenheid (hierna: ME), 1 operationeel commandant, 2 wijkagenten en zes honden.
Echter schrijft de politiewet voor (art.13) dat ook de inzet van de politie ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving onderdeel is van het driehoeksoverleg. Alle drie de gezagen dragen eigenstandig hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden, van waaruit zij inbrengen en bijdragen in deze samenwerking. Daar waar sprake is van de handhaving van de Openbare Orde staat de politie onder het gezag van de burgemeester. De burgemeester kan conform de Politiewet art.11 aanwijzingen geven aan de politie, maar stuurt deze niet aan. Toevoegen evenementen/demo’s die goed zijn verlopen, zie pagina 26. Betreft een grote demonstratie van de Brigade in september 2023 en een bijeenkomst van de Eritrese Vereniging Utrecht in Den Haag in oktober 2023 Chronologisch lijkt de weergave van “zalencentrum Opera” hier niet te kloppen, aangezien pas in de volgende alinea een volgend mailbericht aan de orde komt, waarin de FEN de betreffende locatie bekend maakt aan de politie. Aanpassen in: “De basisinzet bestaat uit één sectie Mobiele Eenheid (hierna: ME), inclusief subgroep Technische Eenheid, 1 operationeel commandant, 2 wijkagenten en zes hondengeleiders.” Toelichting; een sectie ME = 25 personen, inclusief subgroep TE (w.o. de traangasschutters) 29 personen. Een groep hondengeleiders bestaat weliswaar uit 6 geleiders, maar daarvan fungeren er 2 resp.
als commandant en chauffeur en acteren er 4 daadwerkelijk als geleider met hond.
•
55/60
De verwijzing naar art. 11 uit de Politiewet is verwerkt in 2.1 en bijlage 6.
Ja.
De tekst is aangevuld in lijn met de reactie. • De goed verlopen evenementen/demonstraties zijn toegevoegd.
Ja.
De tekst is aangepast in lijn met de chronologie.
Ja.
De tekst is aangevuld in lijn met de reactie en de toelichting. • ‘inclusief subgroep Technische eenheid’ is toegevoegd • ‘(29 personen)’ is toegevoegd • De toelichting wat betreft de zes hondengeleiders is in een voetnoot verwerkt.
Met de blik van toen
14
Politie
Onderaan bladzijde
De informatie … gedeeld met het OM
14
Gemeen te Den Haag
H3
Op 14 februari om 13.55 uur stuurt de managementassistente van de burgemeester van Den Haag de mail van de FEN door aan het hoofd van de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag.
14
Gemeen te Den Haag
H3
Om 17.07 uur stuurt het hoofd van de directie Veiligheid deze mail door naar een van de directieleden van de afdeling Veiligheid Stedelijk binnen de directie Veiligheid, met de vraag of het feest bij de gemeente bekend is en of contact gelegd moet worden met de politie. Dit directielid stuurt de mail vervolgens op donderdagochtend 15 februari om 11.22 uur door naar de beleidsadviseur rondom horecazaken.
56/60
Vervangen door: “De informatie bestaat onder andere uit video’s van social media (TikTok), screenshots in Eritrese taal, vergezeld van vertalingen door één of meerdere tolken van de FEN zelf, en het OSINT-beeld. De eerste vertalingen van inhoudelijke gesprekken in de video’s door een – door de politie ingeschakelde – beëdigde tolk worden op 15 februari om 17.39 uur door een medewerker van de recherche gedeeld met het OM.” Verstuurd naar de directeur Veiligheid
Ja.
De correctie is overgenomen. • De specificering van de tolken is doorgevoerd in de tekst.
Ja.
De correctie is overgenomen. • ‘het hoofd van de directie’ is vervangen door ‘de directeur’
Om 17.07 uur stuurt de directeur Veiligheid deze mail door naar het hoofd van de afdeling Beleid, Bestuur en Openbare Orde binnen de directie Veiligheid, met de vraag of het feest bij de gemeente bekend is en of contact gelegd moet worden met de politie. Dit hoofd stuurt de mail vervolgens op donderdagochtend 15 februari om 11.22 uur door naar de beleidsadviseur rondom horecazaken.
Ja.
De correctie is overgenomen. • ‘het hoofd van de directie’ is vervangen door ‘de directeur’ • ‘een van de directieleden van de afdeling Veiligheid Stedelijk’ is vervangen door ‘het hoofd van de afdeling Beleid, Bestuur en Openbare orde’ • ‘Dit directielid’ is vervangen door ‘dit afdelingshoofd’
Met de blik van toen
57/60
15
Politie
H3
Met name tijdens de eerste twintig minuten roept de spreker volgens de politie op tot haat en het plegen van fysiek geweld.
Volgens de melder ofwel ‘aandrager’ van het betreffende filmpje (Eritrese gemeenschap) zou tijdens de eerste twintig minuten worden opgeroepen tot haat en het plegen van fysiek geweld. Na vertaling door een beëdigd tolk wordt de inhoud door zowel politie als OM daarentegen juist als niet opruiend gekwalificeerd.
Ja.
De aanvulling is overgenomen. Verschillende zaken zijn toegevoegd, waaronder: • De FEN als aandrager van de YouTube video. • De FEN bestempeld de eerste twintig minuten als het fragment dat oproept tot haat en het plegen van fysiek geweld. • Toegevoegd is dat de politie het, naast het OM, bestempeld als niet opruiend.
25 en 26
Gemeen te Den Haag
H4 (bevinding 9 en 12)
In de gemeente Den Haag vinden jaarlijks ongeveer 2.000 demonstraties plaats. Daarnaast vinden er jaarlijks duizenden vergunde en niet-vergunde evenementen en bijeenkomsten plaats in de stad.
Ja.
De correctie is overgenomen. • Op beide plekken (toen pagina 25 en 26) is doorgevoerd dat het gaat om jaarlijks 2000 demonstraties en duizenden vergunde en niet-vergunde evenementen en bijeenkomsten.
26
Gemeen te Den Haag
H4 (bevinding 12)
Pag. 25: Binnen de gemeente Den Haag worden jaarlijks ruim 2000 demonstraties en/of evenementen georganiseerd, wat neerkomt op meer dan 35 evenementen per week. Deze bijeenkomst was in beginsel één van de vele evenementen die in die week plaatsvond. Pag 26: Gezien de ruim 2000 evenementen die per jaar in de gemeente plaatsvinden, is het voor de directie Veiligheid volgens hen niet mogelijk om op alles te controleren De afdeling Operationele Zaken van de politie eenheid Den Haag heeft in aanloop naar de bijeenkomst met de directie Veiligheid van de gemeente het
In het telefonisch contact is juist doorgevraagd naar duiding en afwegingen. De adviseur horecazaken heeft deze afwegingen en duiding meegenomen in zijn terugkoppeling aan het hoofd, en via e-mail aan de directeur
Deels
De tekst is gedeeltelijk aangevuld in lijn met de reactie. • In de bevinding is ‘De directie Veiligheid heeft niet doorgevraagd naar de onderliggende duiding en afwegingen’ vervangen door
Met de blik van toen
27
Gemeen te Den Haag
H4 bevinding 15
41
Gemeen te Den Haag
Bijlage 3
maatregelenpakket gedeeld, zonder de onderliggende duiding en afwegingen daarbij te benoemen.
en de bestuursadviseur van de burgemeester.
De gemeente (inclusief burgemeester) was niet op de hoogte van de aanhoudingsbevelen en de aanhouding op vrijdag 16 februari. Hoofd Veiligheid Stedelijk
De gemeente was ook niet op de hoogte van de inhoud van de filmpjes.
Ja.
Vanuit de directie Veiligheid heeft het hoofd Beleid, bestuur en openbare orde deelgenomen aan het interview. Niet het hoofd Veiligheid Stedelijk.
Ja.
•
58/60
‘De directie Veiligheid heeft op hoofdlijnen doorgevraagd naar de onderliggende duiding en afwegingen’. Deze wijziging is ook meegenomen in de onderbouwing van de bevinding.
De aanvulling is overgenomen. • Aan de tekst is toegevoegd dat zij ook niet op de hoogte waren van filmpjes op sociale media en de verschillende duidingen daarvan. De correctie is overgenomen. • ‘Hoofd afdeling Veiligheid Stedelijk’ is veranderd naar ‘Hoofd afdeling Beleid, Bestuur en Openbare Orde’
Met de blik van toen
59/60
Bijlage 6: Verantwoordelijkheden driehoek 1. Burgemeester: De burgemeester is de voorzitter van de driehoek en heeft de algehele verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente. Hij of zij is de vertegenwoordiger van de gemeentelijke overheid en heeft de taak om beleid te ontwikkelen en te implementeren dat de veiligheid bevordert. De burgemeester kan ook besluiten nemen over het inzetten van gemeentelijke middelen en kan, indien nodig, de politie instrueren om in te grijpen en toestemming te verlenen voor het gebruik van geweldsmiddelen om de orde te herstellen. Daar waar sprake is van de handhaving van de openbare orde staat de politie onder het gezag van de burgemeester. De burgemeester kan conform art. 11 van de Politiewet aanwijzingen geven aan de politie, maar stuurt de politie niet aan. 2. Politie: De politiechef is verantwoordelijk voor de uitvoering van de politietaken en de handhaving van de wet. Hij of zij leidt de politie in de regio en zorgt ervoor dat de operationele inzet van de politie aansluit bij de behoeften en prioriteiten die in de driehoek worden besproken. De politiechef heeft inzicht in de lokale criminaliteit en kan advies geven over de beste aanpak van veiligheidsvraagstukken. 3. Openbaar Ministerie: De officier van justitie vertegenwoordigt het Openbaar Ministerie en is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving.
De rol van het OM binnen de driehoek is vooral gericht op juridische zaken en het strafrechtelijk beleid. De officier van justitie kan adviseren over de juridische mogelijkheden en beperkingen van bepaalde maatregelen en heeft de bevoegdheid om strafzaken te vervolgen. Hij kan bijvoorbeeld bij ernstige verstoringen van de Openbare Orde de opdracht geven aan de Politie om een TGO (team grootschalige opsporing) op te starten om verdachten op te sporen voor strafrechtelijke vervolging. Een TGO is een tijdelijke organisatiestructuur van politie en Openbaar Ministerie die noodzakelijk wordt geacht voor de aansturing van complexe rechercheonderzoeken met een grote maatschappelijke impact.
Met de blik van toen
60/60
WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al ruim 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl