RIS320839 Bijlage Definitieve rapportage evaluatie ongeregeldheden 17 februari
Tekst van het document
Met de blik van toen
1/60
RAPPORT
Met de blik van toen Evaluatie van het optreden van de Haagse driehoek in aanloop naar en tijdens de ongeregeldheden bij een Eritrese bijeenkomst in Den Haag op 17 februari
72687 – 9 december 2024
GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG
Met de blik van toen
2/60
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 3 Inleiding........................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding ....................................................................................................... 3
1.2
Doel en vraagstelling ...................................................................................... 3
1.3
Onderzoeksaanpak ......................................................................................... 4
1.4
Leeswijzer ...................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 6 Context ............................................................................................................................ 6 2.1
De driehoek .................................................................................................... 6
2.2
Directie Veiligheid gemeente Den Haag .......................................................... 7
2.3
Expertise-unit Sociale Stabiliteit ..................................................................... 8
2.4
Afdeling Operationele Zaken binnen de politie-eenheid Den Haag .................. 8
2.5
Eritrese gemeenschap in Nederland ................................................................ 9
Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 11 Reconstructie van de gebeurtenissen ............................................................................. 11 Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 23 Bevindingen ................................................................................................................... 23 Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 36 Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................... 36 5.1
Beantwoording onderzoeksvraag 2 ............................................................... 36
5.2
Beantwoording onderzoeksvraag 1 ............................................................... 38
5.3
Aanbevelingen .............................................................................................. 42
Bijlagen .......................................................................................................................... 43 Bijlage 1. Evaluatiekader ................................................................................................ 44 Bijlage 2. Bestudeerde documentatie ............................................................................. 49 Bijlage 3. Geïnterviewde personen ................................................................................. 51 Bijlage 4. Afkortingenlijst ............................................................................................... 52 Bijlage 5. Reacties conceptrapportage ........................................................................... 53 Bijlage 6: Verantwoordelijkheden driehoek .................................................................... 59
Met de blik van toen
3/60
HOOFDSTUK 1
Inleiding 1.1
Aanleiding
Op 17 februari jl. zijn er tijdens een besloten bijeenkomst in zalencentrum Opera in Den Haag ernstige ongeregeldheden ontstaan in de directe omgeving. In het zalencentrum vond een besloten bijeenkomst voor ongeveer zevenhonderd personen plaats, georganiseerd door de Federatie van Eritrese Gemeenschappen in Nederland. Deze bijeenkomst werd verstoord door ernstige ongeregeldheden. Voornamelijk aanhangers van de Brigade Nhamedu waren naar de locatie gekomen om daar de confrontatie aan te gaan. Bij de ongeregeldheden is met stenen, vuurwerk en andere spullen naar brandweer en politie gegooid. Verschillende relschoppers hadden slagvoorwerpen bij zich. Verder zijn twee politieauto’s en een touringcar in vlammen opgegaan. Andere (particuliere) auto’s zijn vernield door rondvliegende stenen. Ook het zalencentrum Opera is aan de gevel beschadigd geraakt, onder andere door brand die is overgeslagen op het zalencentrum. Door de rook en warmte raakten meerdere bezoekers van de Opera onwel. Er zijn 29 politieagenten fysiek gewond geraakt. In aanloop naar de bijeenkomst van de Eritrese gemeenschap hebben de driehoekspartners voorbereidingen getroffen in het kader van openbare orde en veiligheid en een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. Tijdens de gebeurtenissen rondom zalencentrum Opera is de driehoek meerdere malen bijeen geweest.
1.2
Doel en vraagstelling
Naar aanleiding van de gebeurtenissen op 17 februari jl. en de gesprekken die hierover achteraf zijn gevoerd in verschillende gremia, waaronder de Haagse gemeenteraad, heeft de burgemeester van Den Haag aan Berenschot de opdracht gegeven om een evaluatieonderzoek uit te voeren. Het doel van het evaluatieonderzoek is tweeledig: enerzijds is het doel om te reconstrueren wat er in aanloop naar en tijdens de bijeenkomst op 17 februari is gebeurd om te kunnen inschatten hoe de gemaakte keuzes zich hiertoe verhouden, anderzijds is het doel om te leren van de inzet van de driehoek, om in de toekomst een dergelijke situatie nog beter te kunnen aanpakken. Dit onderzoek kent twee hoofdvragen en enkele deelvragen per hoofdvraag. 1. Op welke wijze kan de Haagse driehoek gewelddadige ordeverstoringen bij (soortgelijke) bijeenkomsten en evenementen in de toekomst beter voorzien, om daar vervolgens adequaat op te reageren? a. Was de informatiepositie (vanuit procesoogpunt) van de driehoekspartners in aanloop naar en tijdens de gebeurtenissen passend bij de ingeschatte risico’s? b. Was de informatiepositie (vanuit procesoogpunt) van de driehoekspartners vergelijkbaar? c.
In welke mate en op welke wijze vond in aanloop naar de gebeurtenissen afstemming plaats tussen de driehoekspartners over de beschikbare informatie? (Werd alle informatie gedeeld, was de bron van de informatie altijd duidelijk en was de informatie vooraf geanalyseerd, zodat daadwerkelijk sprake was van intelligence, en niet alleen maar van informatie?)
d. In welke mate waren de driehoekspartners bekend met de bestaande spanningen en complexiteit binnen de Eritrese gemeenschap? e. In welke mate en op welke wijze hadden de bestaande spanningen binnen de Eritrese gemeenschap invloed op de gekozen aanpak?
Met de blik van toen
f.
4/60
Hoe is de afstemming en communicatie tussen de driehoeksleden verlopen, zowel in aanloop naar als tijdens de gebeurtenissen?
g. Bieden de antwoorden op bovenstaande deelvragen inzichten voor aanbevelingen aan de driehoek voor de toekomst, en zo ja: welke aanbevelingen zijn dat? 2. In hoeverre pasten de gemaakte inschattingen en keuzes in de voorbereidingen van de driehoek bij de risico’s die zijn (en hadden kunnen) ontstaan tijdens de ongeregeldheden bij en rondom zalencentrum Opera? a. Welke inschattingen (ten aanzien van risico’s) zijn door de driehoek gemaakt in de voorbereiding op 17 februari? b. In welke mate werden de ingeschatte risico’s realiteit? c.
Op welke wijze is door de driehoek invulling gegeven aan het scenario-denken?
d. Welke scenario’s zijn door de driehoek gehanteerd in de aanloop naar de bijeenkomst? e. Welke keuzes zijn door de driehoek gemaakt in de voorbereidingen op de bijeenkomst? Het onderzoek is primair gericht op het bestuurlijk optreden van de leden van de driehoek. Ook wordt de inzet en betrokkenheid van de onderliggende organisaties in de driehoek geanalyseerd, in relatie tot het optreden van de driehoek. De operationele inzet van de politie en het OM worden niet geëvalueerd. Andere betrokkenen bij de bijeenkomst komen ook terug in de evaluatie waar dit betrekking heeft op de samenwerking met de driehoek. De periode van onderzoek is de periode van 14 tot en met 18 februari. Reden voor deze gekozen scope is dat op 14 februari de gemeente Den Haag geïnformeerd is over de bijeenkomst die op 17 februari plaats zou vinden. Op 18 februari heeft het laatste driehoeksoverleg plaatsgevonden. Enkele gebeurtenissen die plaats hebben gevonden vóór 14 februari die in direct verband staan met de ongeregeldheden, zijn ook meegenomen in het onderzoek.
1.3
Onderzoeksaanpak
De bestuurlijk opdrachtgever van dit onderzoek is de burgemeester van Den Haag. De ambtelijk opdrachtgever is de directeur bestuurszaken van de gemeente Den Haag. Na de opdrachtverlening door de burgemeester van Den Haag is op 19 juni een werkbespreking georganiseerd in de commissie ‘bestuur’ van de gemeenteraad van Den Haag om het plan van aanpak voor de evaluatie te bespreken. In de werkbespreking heeft Berenschot het plan van aanpak toegelicht en vragen van de commissie beantwoord. Berenschot heeft de suggesties uit de bespreking vervolgens doorgenomen met de opdrachtgever, waarna enkele suggesties zijn overgenomen. Dit betrof de verbreding van de eerder bij 1.2 genoemde scope en de doorlooptijd van het onderzoek. De burgemeester heeft hier vervolgens over teruggerapporteerd aan de commissie bestuur op 27 augustus (hiervoor wordt verwezen naar de commissiebrief met RISnummer 319736). Na de werkbespreking over het plan van aanpak heeft Berenschot een evaluatiekader opgesteld. Hierin is opgenomen welke aspecten bestudeerd worden in deze evaluatie en op welke wijze. Dit evaluatiekader is afgestemd met de begeleidingscommissie. Het evaluatiekader is te vinden in bijlage 1.
Vervolgens heeft Berenschot aan de hand van de ontvangen documenten (tijdlijnen, e-mails, verslagen, wettelijke gronden, rapportages, presentaties) een eerste documentstudie uitgevoerd en waar nodig aanvullende documentatie opgevraagd. Op basis van de documentatie is een reconstructie opgesteld. Een overzicht van de bestudeerde documentatie is te vinden in bijlage 2. De reconstructie is gebruikt als input voor de interviewronde. In dit onderzoek zijn in totaal zestien gesprekken gevoerd, met verschillende betrokkenen. Gezien de focus van het onderzoek lag de nadruk op betrokkenen die in aanloop naar of tijdens de bijeenkomst een rol hebben gehad in de
Met de blik van toen
5/60
voorbereiding, organisatie of coördinatie van de bijeenkomst en/of de ongeregeldheden. Daarnaast is gesproken met enkele personen die vanuit hun blikveld een duiding konden geven aan de complexiteit binnen de Eritrese gemeenschap. Hierbij is met personen vanuit verschillende invalshoeken gesproken. Van ieder gesprek is een gespreksverslag gemaakt, dat ter accordering is voorgelegd aan de gesprekspartners. De gespreksverslagen in dit onderzoek zijn vertrouwelijk. Een overzicht van de geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3. We hebben op basis van de reconstructie en de afgenomen interviews bevindingen opgesteld. Dit hebben we gedaan langs de lijnen en thema’s zoals benoemd in het evaluatiekader (zie bijlage 1). De inleiding, de contextbeschrijving, de reconstructie en de feitelijke analyse (hoofdstuk 1 t/m hoofdstuk 4 van deze rapportage) hebben we vervolgens voorgelegd aan de leden van de driehoek, met de vraag om eventuele feitelijke onjuistheden te corrigeren. Waar de onderzoekers zich in de correcties konden vinden, is dit vervolgens verwerkt in de definitieve rapportage. In de definitieve rapportage zijn ook de antwoorden op de onderzoeksvragen, een beschouwing hierop en verschillende aanbevelingen opgenomen. In deze rapportage worden een aantal afkortingen gebruikt. Deze zijn verwerkt in een afkortingenlijst, die te vinden is in bijlage 4.
De reacties van de bij de conceptrapportage betrokken personen zijn, inclusief de wijze waarop de reacties wel of niet in het rapport zijn verwerkt, te vinden in de reactietabel in bijlage 5.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt de context rondom deze evaluatie beschreven. Dit hoofdstuk is relevant om de achtergrond achter de bevindingen, conclusies en aanbevelingen die later volgen, te begrijpen. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de gebeurtenissen in de periode van woensdag 14 februari tot en met zaterdag 17 februari 2024, met enkele extra gebeurtenissen uit de periode vóór 14 februari waar dit relevant was. In hoofdstuk 4 is de feitelijke analyse uitgewerkt in de vorm van bevindingen met onderbouwing. Hoofdstuk 5 geeft vervolgens de beantwoording van de onderzoeksvragen, de beschouwing van Berenschot en de aanbevelingen weer.
Met de blik van toen
6/60
HOOFDSTUK 2
Context In de hoofd- en deelvragen van dit onderzoek worden verschillende thema’s en entiteiten aangestipt, die mogelijk nadere uitleg behoeven om de context van dit onderzoek beter te begrijpen. In dit hoofdstuk is daarom achtergrondinformatie uitgewerkt over de driehoek, over de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag en over de Eritrese gemeenschap in Nederland.
2.1
De driehoek1
De driehoek is een samenwerkingsverband dat is ontstaan om de openbare orde en veiligheid in Nederland te waarborgen. Dit samenwerkingsverband bestaat uit drie belangrijke actoren: de burgemeester, de politiechef van de betreffende eenheid en de officier van justitie van het betreffende arrondissementsparket van het Openbaar Ministerie. De oorsprong van de driehoek ligt in de noodzaak om effectief te kunnen reageren op veiligheidsvraagstukken en om de samenwerking tussen verschillende instanties te verbeteren. Het gaat hierbij met name om een goede ondersteuning van de burgemeester voor de uitvoering van zijn/haar veiligheidstaak op het vlak van openbare orde en veiligheid binnen zijn/haar gemeente. De burgemeester is tevens voorzitter van dit overleg. De juridische basis voor lokaal driehoeksoverleg ligt in artikel 13 van de Politiewet 2012 2. Daarin is het volgende bepaald: 1. “De burgemeester en de officier van justitie overleggen regelmatig tezamen met het hoofd van het territoriale onderdeel van de regionale eenheid binnen welker grondgebied de gemeente geheel of ten dele valt, en zo nodig met de politiechef van een regionale eenheid, over de taakuitvoering van de politie en over het beleid ten aanzien van de taakuitvoering (driehoeksoverleg). 2.
In het driehoeksoverleg worden door de burgemeester en de officier van justitie afspraken gemaakt over de inzet van de politie ten behoeve van de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening, onderscheidenlijk ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en de taken ten dienste van de justitie. De afspraken worden mede gemaakt op basis van de doelen, bedoeld in artikel 38b, eerste lid. 3. Op verzoek van de burgemeester vindt het driehoeksoverleg plaats op gemeentelijk niveau. 4. In het driehoeksoverleg worden door de burgemeester en de officier van justitie afspraken gemaakt over lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding.” Daarnaast schrijft artikel 13 voor dat ook de inzet van de politie ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving onderdeel is van het driehoeksoverleg. Uit artikel 13 van de Politiewet
1 In dit rapport verwijst de term ‘driehoek’ naar de drie leden in het samenwerkingsverband: de burgemeester,
de politiechef en de officier van justitie, die deelnemen aan het driehoeksoverleg. Onder de ‘driehoekspartners’ wordt verstaan de organisaties die betrokken zijn bij de samenwerking: het Openbaar Ministerie, de gemeente en de politie. Daarnaast spreken we in dit rapport ook over “de organisatieonderdelen van de driehoek”. Hiermee verwijzen we naar de specifieke onderdelen van de organisaties die de leden van de driehoek ondersteunen. Dit betreft de onderdelen van de ambtelijke organisaties die direct of indirect betrokken zijn bij het werk van de driehoeksleden. Van Zuydam, S., Karsten, N., Hoogenboom, J., & Klaassen, R. (2023). De driehoek in perspectief: Een agenda voor reflectie op het functioneren van de lokale driehoek. Tilburg University/Necker van Naem. 2
Met de blik van toen
7/60
2012 is af te leiden dat het lokale driehoeksoverleg een afstemmingsoverleg is. Dit betekent dat er geen besluitvormende bevoegdheden liggen bij de driehoek als zodanig en bij de burgemeester, de politiechef en het OM als deelnemers. Alle drie de gezagen dragen eigenstandig hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden, waaruit zij bijdragen aan en inbreng leveren voor deze samenwerking. In de driehoek zijn zij gelijkwaardige gesprekspartners van elkaar. In bijlage 6 staat beschreven welke partij welke verantwoordelijkheid heeft in driehoeksverband. De burgemeester kan op basis van artikel 11 uit de Politiewet 2012 aanwijzingen geven aan de politie waar sprake is van de handhaving van de openbare orde, maar de burgemeester stuurt de politie niet aan. Overlegmomenten Tijdens reguliere overleggen van de driehoek worden actuele veiligheidsvraagstukken besproken, zoals criminaliteitscijfers, trends in de lokale veiligheid, grote aankomende evenementen en de effectiviteit van ingezette maatregelen. Dit overleg is cruciaal om een proactieve aanpak te waarborgen en om gezamenlijk beleid te ontwikkelen. In geval van acute situaties of verstoringen van de openbare orde, zoals rellen of andere crises, komen de leden van de driehoek met spoed bijeen. In deze situaties is het van groot belang dat er snel en effectief wordt gehandeld.
De samenwerking en afstemming tussen de drie partijen zijn essentieel om de openbare orde te handhaven of te herstellen en de veiligheid van de burgers te waarborgen. Let wel: de driehoek is niet als gremium verantwoordelijk voor de veiligheid in de gemeente. De burgemeester is eindverantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid en kan de politie daartoe aanwijzingen geven. Het Openbaar Ministerie is eindverantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving en vervolging en stuurt in die gevallen de politie aan (specifiek: opsporing) en de politie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de beide voorgaande domeinen. In de aanloop van ordeverstoringen is de driehoek veelal nog niet in actie, behalve als een van de driehoekspartners de inschatting maakt dat samenkomst wel vereist is. Er is naast de formele afstemmingsvergaderingen door de driehoek zelf ook sprake van veelvuldig ambtelijk overleg tussen de organisatieonderdelen van de driehoek. Deze ambtelijke consultaties kunnen formeel niet gerekend worden tot het ‘driehoeksoverleg’ maar dragen wel bij aan een vlottere informatie-uitwisseling en directe afstemming per incident of casus. De samenwerking binnen de driehoek vindt plaats op basis van nauwe contacten en bekendheid met elkaar. De hierboven beschreven manieren van samenwerking zijn niet overal expliciet vastgelegd in aparte plannen en procedures.
Informatiedeling In artikel 172 eerste lid van de Gemeentewet wordt beschreven dat de burgemeester “is belast met de handhaving van de openbare orde”. Hiervoor is het van belang dat de burgemeester over de juiste gegevens kan beschikken. Het delen van informatie binnen de driehoek is echter aan veel regels gebonden. Het OM kán strafvorderlijke gegevens aan de burgemeester verstrekken (artikel 39 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens). Zij zijn daartoe bevoegd, maar niet verplicht.3 Verder zijn bijvoorbeeld de Wet Bibob, de Wet politiegegevens en uiteraard de Grondwet kaderstellend voor deze informatie-uitwisseling.
2.2
Directie Veiligheid gemeente Den Haag
De directie Veiligheid valt onder de bestuursdienst van de gemeente Den Haag. Binnen de directie Veiligheid werken medewerkers in nauwe samenhang met de politie-eenheid Den Haag om de stad
Spapens, T., Blatter, I., Karsten, N. (2021, ongepubliceerd) Juridische analyse wettelijke kaders bewustwordingsgesprekken burgemeester – gemeenteraad. Tilburg: Tilburg University. 3
Met de blik van toen
8/60
veilig te houden en adviseren zij de burgemeester van Den Haag over openbare orde en veiligheid. Naast de directe lijn die de burgemeester van Den Haag heeft met de eenheidschef van de politie, vormt de directie Veiligheid de ambtelijke schakel met de politie. De directie Veiligheid bestaat uit de vier afdelingen ‘Veiligheid Stedelijk’, ‘Beleid, Bestuur en Openbare orde’, ‘Ondermijning’ en ‘Preventie en Interventie’. Het cluster Informatiepunt Preventie Polarisatie en Radicalisering (IPPR) valt onder Preventie en Interventie en zet zich in om radicalisering en extremisme in Den Haag tegen te gaan. Dit doet het IPPR op basis van vier speerpunten: kennis en kunde, weerbaarheid, persoonsgerichte aanpak en netwerken. Het IPPR blijft op de hoogte van de laatste ontwikkelingen binnen deze thema’s door gebruik te maken van informatie en wetenschappelijke organisaties zoals de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS), etc. Deze laatste inzichten worden meegenomen in de contacten die worden gelegd met onder andere lokale gemeenschappen in de stad. Dit contact heeft onder meer als doel om duurzame relaties op te bouwen en inzicht te krijgen in de behoeften en spanningen binnen en tussen verschillende gemeenschappen in Den Haag.
Door de monitoring van maatschappelijke ontwikkelingen in de stad kan tijdig worden geanticipeerd op het ontwikkelen en aanbieden van trainingen en cursussen ter herkenning en voorkoming van polarisatie en radicalisering. Het IPPR heeft geen rol in het verkrijgen van tactische en operationele informatie die gebruikt wordt door de driehoek. Het IPPR heeft geen zelfstandige informatiepositie. Het IPPR kan wanneer nodig als interne vraagbaak dienen voor de burgemeester om meer contextuele informatie te geven bij spanningen of maatschappelijke onrust naar aanleiding van ongewenste polarisatie, radicalisering en (gewelddadig) extremisme.
2.3
Expertise-unit Sociale Stabiliteit
De Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) is een onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De unit richt zich op het bevorderen van sociale stabiliteit binnen Nederland, en haar belangrijkste taak is het ondersteunen van gemeenten, professionals en lokale organisaties bij het omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie. Dit doet de ESS door kennis en advies te bieden over hoe conflicten en spanningen rondom thema’s als integratie, radicalisering, discriminatie en segregatie voorkomen en verminderd kunnen worden. Met betrekking tot de Eritrese gemeenschap beschikt de ESS over een kennisnetwerk, bestaande uit mensen die bereid zijn hun perspectieven in te brengen over de gemeenschap en die in staat zijn om van een afstand naar hun eigen gemeenschap te kijken. Tijdens de covidperiode is geïnvesteerd in het netwerk, waarbij ook samenwerking is opgezocht met andere partijen zoals het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
2.4
Afdeling Operationele Zaken binnen de politie-eenheid Den Haag
De counterpart van de directie Veiligheid van de gemeente Den Haag bij de politie is de afdeling Operationele Zaken (OZ) van de politie-eenheid Den Haag. Dit is een unieke afdeling, die enkel in de eenheid Den Haag bestaat, vanwege de vele demonstraties in de stad. De afdeling OZ bestaat uit negen adviseurs die adviseren over demonstraties, evenementen en andere risicovolle gebeurtenissen en de die politie hiervoor prepareren. De afdeling OZ maakt hierbij gebruik van informatiebeelden die (op verzoek) door de Dienst Regionale Intelligence Organisatie (DRIO) worden opgesteld.
Met de blik van toen
2.5
9/60
Eritrese gemeenschap in Nederland
Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw komen er Eritrese vluchtelingen naar Nederland. De reden om te vluchten was voor deze groep voornamelijk de militaire regering die in 1974 in Ethiopië aan de macht kwam en oorlog voerde tegen het verzet in Eritrea. Sinds 24 mei 1993 is Eritrea onafhankelijk van Ethiopië en is het land een eenpartijstaat die onder leiding staat van president Isaias Afwerki. Na 1993 is een nieuwe groep vluchtelingen uit Eritrea naar Nederland gekomen, in sommige gevallen voor gezinshereniging, maar ook vanwege de nieuwe Eritrese regering. De Eritrese gemeenschap in Nederland bestaat uit ongeveer 27.000-30.000 mensen. Binnen de gemeenschap kun je verschillende golven onderscheiden (gebaseerd op wanneer men in Nederland is aangekomen), maar ook verschillende etnische en religieuze groepen en verschillende houdingen ten opzichte van het huidige Eritrese regime. De laatste jaren is het aantal vluchtelingen uit Eritrea en uit de Ethiopische regio Tigray gestegen. Er is daarmee een groeiende groep nieuwere Eritrese/Ethiopische vluchtelingen in Nederland die wrok koestert tegen het huidige Eritrese regime. Dit zorgt voor spanningen met de al bestaande Eritrese gemeenschap in Nederland.
De mensen uit de eerste vluchtelingenstroom zijn veelal gevlucht in de periode dat Ethiopië en Eritrea nog met elkaar in conflict waren, en zijn vaak loyaler aan het huidige regime in Eritrea of staan neutraal tegenover het huidige regime in Eritrea. Doordat zij een langere tijd in Nederland gevestigd zijn, staan veel Eritrese organisaties in Nederland onder leiding van personen afkomstig uit deze groep. Daarnaast is de eerste groep vluchtelingen heel actief in het organiseren van festiviteiten. Hierbij worden regelmatig hoogwaardigheidsbekleders uit Eritrea uitgenodigd. Dit zorgt voor wrijving met en boosheid bij de nieuwere groep Eritrese vluchtelingen.
2.5.1
De Federatie van Eritrese Gemeenschappen in Nederland (FEN)4
De Federatie van Eritrese Gemeenschappen in Nederland (FEN) is een organisatie waarin een groep Eritrese Nederlanders vertegenwoordigd wordt. De FEN komt op voor de Eritreeërs die in Nederland wonen en organiseert zo nu en dan festiviteiten voor de doelgroep. De FEN uit zich sinds enkele jaren over de zorgen die zij heeft over de opgelopen spanningen tussen Eritreeërs in Nederland en de dreigingen, intimidaties en onveiligheidsgevoelens die dat met zich meebrengt.
2.5.2
Eritrean Human Right Defenders (EHRD)
De Eritrean Human Right Defenders (EHRD of Defenders) is een stichting die zich focust op het beschermen van de mensenrechten van Eritreeërs in Nederland en in de diaspora van het Eritrese regime. De EHRD komt volgens zijn website op voor Eritreeërs in Nederland en Europa die worden bedreigd door de lange arm van de Eritrese regering, en de stichting pleit voor de rechten van Eritreeërs wereldwijd. Ook pleit de EHRD ervoor dat overlevenden van mensenhandel in Eritrea worden vertegenwoordigd en beschermd.
2.5.3
Spanningen in de Eritrese gemeenschap
De gemeenschap is sterk gepolariseerd en dit zorgt voor spanningen tussen verschillende groepen binnen de Eritrese gemeenschap. Waar in de praktijk Eritrese Nederlanders al snel verdeeld worden in voorstanders van het Eritrese regime en tegenstanders van het Eritrese regime, is deze knip niet eenduidig te maken. Er zijn namelijk ook Eritrese Nederlanders die neutraal staan tegenover het Eritrese regime, of zich er niet over uitspreken. Tegenstanders van het regime zijn zowel in Nederland als internationaal actief in het organiseren van protesten en campagnes tegen het regime en verstoren daar met regelmaat evenementen van De FEN en de EHRD worden als afzonderlijke organisaties in dit hoofdstuk geïntroduceerd, omdat zij in aanloop naar de Eritrese bijeenkomst in meerdere of mindere mate betrokken zijn geweest bij de voorbereiding en omdat zij in dit onderzoek als respondent zijn benaderd. 4
Met de blik van toen
10/60
(in hun ogen) de voorstanders van het regime. De oppositie bestaat uit verschillende organisaties en activistische groepen, waaronder Brigade Nhamedu. Zij pleiten voor democratie, mensenrechten en het beëindigen van de dictatuur in Eritrea en zijn tegen het steunen van de Eritrese regering met de geldelijke afdrachten. Via (sociale)mediakanalen vragen zij met regelmaat aandacht voor de situatie in Eritrea. De spanningen tussen deze groepen komen regelmatig tot uiting in Nederland. In april 2017 werd een Eritrese conferentie in Veldhoven verboden door de gemeente omdat de openbare orde niet gegarandeerd kon worden. De jongerenafdeling van een politieke partij uit Eritrea had de conferentie in Veldhoven georganiseerd, waarbij een topadviseur van de Eritrese president werd verwacht. Rondom de locatie waar het evenement zou plaatsvinden, vonden opstootjes plaats met betogers die probeerden te voorkomen dat de conferentie zou doorgaan. In juli 2017 werd alsnog een cultureel Eritrees evenement georganiseerd, ditmaal in Rijswijk. In 2022 wilde de Stichting Nederlands Eritrees Platform (SNEP) opnieuw een evenement organiseren in Rijswijk. Er werd echter geen vergunning verleend om het evenement door te laten gaan, vanwege de risicogevoeligheid van het evenement. In mei 2023 ging een Eritrese bijeenkomst om de Eritrese Onafhankelijkheidsdag te vieren in Rijswijk wel door.
Nog voordat de bijeenkomst was aangevangen, brak er echter een vechtpartij uit, waarna de ME de omgeving afsloot en de burgemeester het zalencentrum sloot. In het verleden zijn er ook een aantal evenementen en demonstraties met Eritreeërs goed verlopen in Den Haag, zoals de demonstratie van de Brigade Nhamedu in september 2023 en een bijeenkomst van de Eritrese Vereniging Utrecht in oktober 2023.
2.5.4
Ontwikkelingen binnen de Eritrese gemeenschap volgens ESS
De ESS zag voor de covidperiode al zorgelijke signalen over spanningen en polarisatie in en vanuit de Eritrese gemeenschap. Met name de kant van de Eritreeërs die tegen het regime is, is de afgelopen jaren steeds meer bereid geworden om een intensiever geluid te laten horen en is zich steeds meer gaan organiseren (onder andere via de Brigade Nhamedu). De ESS ziet de spanningen in Rijswijk in 2023 als onderdeel hiervan. Tevens ziet de ESS dat de gemeenschap aan het professionaliseren is, ook in het organiseren van bijeenkomsten. Volgens de ESS is er onderscheid te maken tussen Eritreeërs die pro-regime zijn en Eritreeërs die tegen het regime zijn, maar ook zeker een grote groep die met beide ‘kampen’ niets te maken wil hebben. Deze laatste groep wordt binnen de gemeenschap vaak toch in één van de kampen geduwd. In vergelijking met andere gemeenschappen ziet de ESS dat er binnen de Eritrese gemeenschap een unieke felheid is. Vanwege die ontwikkelingen is de ESS in 2023 gestart met bewustwording en aandacht vragen voor deze zorgen op interdepartementaal niveau en bij gemeenten. De ESS heeft sessies georganiseerd om op interdepartementaal niveau (in 2023) en op gemeentelijk niveau (in januari 2024) met elkaar ervaringen uit te wisselen en zorgen te delen.
Met de blik van toen
11/60
HOOFDSTUK 3
Reconstructie van de gebeurtenissen Dit hoofdstuk bevat een weergave van de feitelijke gebeurtenissen in aanloop naar en tijdens de bijeenkomst met Eritreeërs in zalencentrum Opera op 17 februari. De reconstructie gaat met name in op de periode van onderzoek (14 t/m 17 februari), maar waar gebeurtenissen buiten deze periode in direct verband staan met de ongeregeldheden zijn deze ook opgenomen in de reconstructie. De reconstructie is gebaseerd op feitelijke informatie uit documentatie en aangevuld op basis van feitelijke informatie uit de interviews.
Aanloop De FEN vraagt aandacht voor veiligheid van Eritrese bijeenkomsten Op 20 december 2023 om 9.30 uur neemt de burgemeester van Den Haag op uitnodiging van de Federatie van Eritrese Gemeenschappen in Nederland (hierna: FEN) een petitie in ontvangst op het gemeentehuis van Den Haag. De petitie is getiteld ‘Stop zinloos geweld tegen Eritrese Nederlanders’ en heeft als datum oktober 2023. De petitie is op 7 oktober per e-mail naar de burgemeester van Den Haag gestuurd. De petitie is in oktober 2023 door de FEN persoonlijk achtergelaten bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, en gemaild naar de politie Den Haag. De petitie is gericht aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de politie, burgemeesters, leden van gemeenteraden, de nieuwe leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en alle overige betrokken overheidsinstellingen van het Koninkrijk der Nederlanden. In de petitie vraagt de FEN aandacht voor de veiligheid van bijeenkomsten. De FEN wijst op de Brigade Nhamedu als ‘terroristische organisatie’ en uit haar bezorgdheid over ‘de recente gewelddadige incidenten in Nederland’. Ook bevat de petitie een chronologie van gebeurtenissen van juli 2018 tot september 2023.
De FEN vraagt in de petitie het volgende aan de geadresseerden: uitgebreid onderzoek, verbeterde veiligheidsmaatregelen, bescherming van de rechten van samenkomst, preventie van mogelijke radicalisering en bevorderen van cultureel begrip. Deze punten worden in de petitie nader toegelicht. Naar aanleiding van de petitie onderneemt de gemeente Den Haag geen directe actie op het in de petitie geformuleerde probleem, aangezien de petitie is gericht aan een brede groep en niet over één specifieke gebeurtenis of evenement gaat. Het probleem dat met de petitie wordt aangedragen, wordt door de gemeente gezien als een breed en landelijk probleem dat ook met name landelijk aangepakt dient te worden. De burgemeester heeft, in een reactie op de petitie, de FEN doorverwezen naar een contactpersoon vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Daarnaast neemt de gemeente Den Haag deel aan een breed gemeentelijk overleg van de ESS over de Eritrese gemeenschap.
Met de blik van toen
12/60
Op 13 januari 2024 neemt de FEN via e-mail contact op met de betrokken inspecteur van Operationele Zaken (hierna: OZ) van de politie-eenheid Den Haag5. In de e-mail bedankt de FEN de politie voor hun inzet tijdens de demonstratie op 16 oktober 2023 en geven ze aan zich die dag beschermd te hebben gevoeld door de politie. Daarnaast geeft de FEN in de e-mail aan dat zij de afgelopen periode de problematiek omtrent veiligheid steeds meer onder de aandacht heeft kunnen brengen, waaronder het persoonlijk aanbieden van de petitie aan de burgemeester op 20 december 2023. Ook geeft de FEN aan dat ze tijdens de voorbereidingen van de demonstratie op 16 oktober 2023 met OZ hebben besproken dat zij later samen een afspraak zouden inplannen om de problematiek goed uit te kunnen leggen. In de e-mail stelt de FEN voor om dat gesprek op 24 januari te laten plaatsvinden. Op 21 januari reageert de betrokken inspecteur van OZ op die e-mail van de FEN. Daarin bedankt hij voor de e-mail en het compliment naar de politieorganisatie. Daarnaast geeft hij aan dat hij openstaat voor het gesprek, maar dat hij nog de vraag mist waar het precies over gaat en wat het doel van de afspraak zou zijn, zodat hij de juiste personen binnen zijn organisatie eraan kan koppelen. De inspecteur van OZ geeft aan dat zijn afdeling zich met name richt op de uitvoering en het faciliteren van demonstraties.
Vervolgens reageert de FEN op 3 februari op de e-mail van de betrokken inspecteur van OZ. Hierin vraagt de FEN of hun afspraak plaats kan vinden op 13 februari, omdat zij die dag ook een afspraak hebben met de Tweede Kamer. Daarnaast geeft de FEN in diezelfde e-mail aan dat zij binnenkort in Den Haag een bijeenkomst/viering willen houden voor het orthodox nieuwjaar, omdat dit vanwege de veiligheid sinds de demonstratie op 16 oktober 2023 niet eerder mogelijk was, en dat zij zich op veel plekken niet veilig voelen. De FEN sluit de e-mail af door te zeggen dat ze zich in Den Haag gesteund voelen door politie en burgemeester, en hopen de ochtend van 13 februari weer in gesprek te kunnen gaan over de veiligheid. Op 8 februari belt de FEN het landelijk nummer van de politie met het verzoek om op korte termijn een fysieke afspraak in te plannen, terwijl ze in afwachting zijn van een reactie van de betrokken inspecteur bij OZ. Er wordt een terugbelverzoek neergelegd bij de betrokken inspecteur van OZ. Op 9 februari geeft OZ per e-mail aan dat ze bezig zijn met zoeken naar passende ruimte in de agenda’s voor de aangevraagde ontmoeting, en dat er zo spoedig mogelijk contact wordt opgenomen. Organisatie van de Eritrese bijeenkomst De FEN boekt op 5 februari bij het zalencentrum Opera een zaal voor de bijeenkomst die zij op 17 februari 2024 organiseren.
Voorafgaand aan de bevestiging van de boeking overlegt de FEN met het zalencentrum Opera over veiligheidsmaatregelen voor deze bijeenkomst. De bijeenkomst valt onder de exploitatievergunning van zalencentrum Opera. Dit betekent dat er voor de bijeenkomst geen vergunning nodig is en het zalencentrum niet juridisch verplicht is om de bijeenkomst te melden aan de gemeente of politie. De FEN en het zalencentrum spreken, als onderdeel van de veiligheidsmaatregelen, in aanloop naar de bijeenkomst over het aantal beveiligers dat wordt ingezet tijdens de bijeenkomst. Volgens de FEN zouden initieel dertien beveiligers van het zalencentrum worden ingezet, naast twintig beveiligers door de FEN zelf. Volgens het zalencentrum Opera zouden initieel zes beveiligers worden ingezet door het zalencentrum. In dit onderzoek kon niet vastgesteld worden wat de daadwerkelijke afspraken over de aantallen zijn geweest.
Operationele Zaken is een afdeling die enkel bestaat binnen de politie-eenheid Den Haag. De afdeling bestaat uit negen adviseurs die prepareren voor en adviseren over demonstraties, grote evenementen en andere risicovolle gebeurtenissen in de stad Den Haag. 5
Met de blik van toen
13/60
14 februari: de FEN stelt de politie en de gemeente op de hoogte van de bijeenkomst die ze organiseren op 17 februari Op 14 februari om 13.16 uur mailt de adviseur Public Affairs van de FEN de inspecteur van OZ van de eenheid Den Haag. De e-mail heeft als onderwerp: ‘SPOED: contact met juiste politie-eenheid in Den Haag inzake Eritrese feest 17 februari’. In de e-mail staat de datum – 17 februari – en het tijdstip – 16.00 uur opening, 18.00 uur start programma, 24.00 uur einde – van een samenkomst van de Eritrese gemeenschap. De locatie wordt in deze e-mail nog niet vermeld, maar er staat beschreven dat deze later wordt gedeeld. In de e-mail gaat de adviseur Public Affairs in op het doel van de bijeenkomst, het aantal bezoekers (rond de zevenhonderd), het vervoer naar de locatie met tien tot twaalf touringcars (aankomst vanaf 16.00) en de beveiliging (dertien personen vanuit het zalencentrum, ongeveer twintig personen vanuit de FEN). De adviseur Public Affairs sluit de e-mail af door te zeggen dat men van plan is om alle kentekens van de touringcars op te vragen om zo een overzicht te kunnen creëren. De reden achter het inzetten van de touringcars is dat de bezoekers op een gecoördineerde manier vanuit het hele land naar de locatie gebracht konden worden, zonder van tevoren de locatie van de bijeenkomst te weten.
De touringcars zouden vanuit verschillende plaatsen in het land vertrekken. In reactie op de e-mail van de adviseur Public Affairs van de FEN, verzoekt de betrokken inspecteur van OZ van de politie-eenheid Den Haag om 13.17 uur aan de adviseur Public Affairs van de FEN om zo snel mogelijk de locatie te delen, omdat hij zonder de locatie operationeel geen juiste inschatting kan maken. Om 13.52 uur ontvangt de inspecteur van OZ een e-mail vanuit de adviseur Public Affairs van de FEN met de locatie: zalencentrum Opera. Daarin benadrukt de adviseur het belang om in vertrouwelijkheid om te gaan met die informatie, aangezien de informatie ook niet naar alle bezoekers wordt gecommuniceerd. Ook kondigt de adviseur Public Affairs aan dat ze direct de burgemeester zal informeren en de inspecteur mee zal nemen in die mailwisseling. Daarnaast vermeldt de adviseur dat zij op 20 december de petitie hebben overhandigd aan de burgemeester. Ten slotte vraagt ze of de inspecteur haar telefonisch kan benaderen. De politie adviseert vervolgens aan de FEN om op zaterdag verkeersregelaars voor het zalencentrum Opera op te stellen die de touringcars een voor een binnen kunnen laten. De FEN neemt dit advies over en huurt twee verkeersregelaars in en levert een lijst aan met de kentekens van de touringcars.
De locatie van de bijeenkomst blijft tot het moment van aankomst van de touringcars geheim voor de feestvierders. Vervolgens stelt de FEN om 13.53 uur de burgemeester van Den Haag per e-mail ervan op de hoogte dat zij zaterdag 17 februari een besloten feest houden in de gemeente Den Haag. Dezelfde inspecteur van OZ van de eenheid Den Haag wordt in de cc van deze mailwisseling meegenomen. De afzender van de e-mail, de adviseur Public Affairs voor de FEN, vermeldt hierin onder andere dat zij zich niet langer veilig voelen in het land om samen te komen en dat de bijeenkomst enkele keren uitgesteld is en in andere gemeenten eerder is tegengehouden. Ook vermeldt de FEN dat jongeren, de Brigade Nhamedu, zich op dreigende wijze hebben geuit op socialemediakanalen. In de e-mail wordt beschreven dat hun feest besloten is en genodigden, veelal jongeren, met de bus ter plekke worden toegelaten op de locatie waar de deuren verder gesloten blijven. Zij worden ook per bus weer teruggebracht. In totaal worden zevenhonderd bezoekers verwacht. In haar e-mail geeft de FEN aan dat ze de locatie bewust niet bekend hebben gemaakt en dat deze slechts bekend is bij een zeer klein groepje mensen. De locatie wordt ook in deze e-mail niet benoemd.
In de email geeft de adviseur Public Affairs daarnaast aan dat de locatie dertien professionele beveiligers inzet en dat vanuit de gemeenschap nog twintig beveiligers worden ingezet. Tot slot geeft de adviseur Public Affairs aan de dreigementen serieus te nemen gezien de incidenten van de afgelopen paar jaren.
Met de blik van toen
14/60
De politie stelt een informatiebeeld op en bereidt maatregelen voor Op basis van de e-mail van de FEN vraagt de afdeling OZ op woensdagmiddag aan de Dienst Regionale Intelligence Organisatie (hierna: DRIO) om een eerste informatiebeeld op te maken. Op basis van dat informatiebeeld wordt vervolgens een risico-inschatting gemaakt door OZ. Ook op 14 februari verzoekt de advocaat van de FEN aan dezelfde inspecteur van OZ om de veiligheid omtrent het feest van 17 februari te bespreken. Om 17.00 uur belt de advocaat die de FEN vertegenwoordigt de politie (OZ) en geeft daarbij aan dat hij een conceptaangifte heeft opgesteld ten aanzien van opruiing en bedreiging. Daarbij meldt hij dat er signalen op sociale media zijn dat de bijeenkomst op zaterdag 17 februari verstoord gaat worden. Op sociale media zou beeldmateriaal (twee video’s op TikTok) te vinden zijn met bedreigingen richting de federatie. De advocaat namens de FEN doet uiteindelijk niet daadwerkelijk aangifte bij de politie. De melding van de advocaat en het beeldmateriaal dat hij aanlevert zijn echter wel de aanleiding voor de start van het opsporingsonderzoek van de politie. In de ochtend van 15 februari 2024 ontvangt het arrondissementsparket Den Haag (onderdeel van het OM) de melding van de advocaat.
Op 15 februari vertaalt OZ het informatiebeeld van de DRIO naar maatregelen: een basisinzet van politie met een structuur die snel opschaalbaar is, waarbij het informatiebeeld constant gemonitord wordt om te bezien of dit moet leiden tot verandering in de (basis)inzet. De basisinzet bestaat uit één sectie mobiele eenheid (hierna: ME) inclusief subgroep technische eenheid (29 personen), één operationeel commandant, twee wijkagenten en zes hondengeleiders6. De risico-inschatting bij dit evenement is op dit moment dat er met redelijke waarschijnlijkheid een confrontatie zal gaan plaatsvinden met enkele tientallen leden van de brigade. De maatregelen zijn gebaseerd op de volgende informatie: de dynamiek tussen de twee groepen vanuit Eritrea die bekend is bij de DRIO en incidenten in het verleden, zoals het incident in Rijswijk. Hoewel de focus hier op Nederlandse incidenten ligt, is ook kennisgenomen van internationale incidenten. De risico-inschatting van de confrontatie wordt vergelijkbaar geacht met eerdere incidenten in Nederland. Behalve op donderdag 15, hebben de DRIO, OZ en opsporing vrijdag 16 en zaterdagochtend 17 februari afstemmingsoverleg gevoerd over het plan van aanpak, de voortgang en eventuele wijzigingen.
De gemeente Den Haag heeft contact met de politie over de bijeenkomst Op 14 februari om 13.55 uur stuurt de managementassistente van de burgemeester van Den Haag de e-mail van de FEN door aan de directeur Veiligheid van de gemeente Den Haag. Om 17.07 uur stuurt de directeur Veiligheid deze e-mail door naar het hoofd van de afdeling Beleid, Bestuur en Openbare Orde binnen de directie Veiligheid, met de vraag of het feest bij de gemeente bekend is en of contact gelegd moet worden met de politie. Dit afdelingshoofd stuurt de e-mail vervolgens op donderdagochtend 15 februari om 11.22 uur door naar de beleidsadviseur rondom horecazaken. Deze beleidsadviseur horeca neemt daarna om 13.48 uur via e-mail contact op met de betrokken inspecteur van OZ van de politie om te informeren naar de stand van zaken, feiten en verwachtingen, en eventuele maatregelen die worden getroffen voor de bijeenkomst. De betrokken inspecteur van OZ belt in reactie op het mailbericht rond 14.45 uur de beleidsadviseur horecazaken op en legt de situatie uit. Hij vertelt dat er vrees is voor een verstoring van de openbare orde en dat er daarom, in aanvulling op de maatregelen die door de FEN zelf worden getroffen, onder andere een sectie ME wordt ingezet, zes hondengeleiders, en eenheden vanuit het bureau. Hiermee verwachten zij voldoende voorbereid te zijn.
De beleidsadviseur horecazaken belt naar aanleiding van deze informatie het hoofd van de directie Veiligheid op. Vervolgens koppelt de beleidsadviseur
Van de zes hondengeleiders vervullen er twee respectievelijk de rol van commandant en chauffeur, en de overige vier opereren daadwerkelijk als hondengeleider met hun honden. 6
Met de blik van toen
15/60
horeca de informatie per e-mail terug aan het directielid van de directie Veiligheid en aan de bestuursadviseur van de burgemeester, op verzoek van de directeur Veiligheid. Vanuit de informatie over de voorbereidingen van de politie stelt de bestuursadviseur van de burgemeester een reactie op, die de burgemeester vervolgens in een e-mail terugstuurt naar de FEN. In deze e-mail bedankt de burgemeester de FEN voor het op de hoogte stellen van hem over het geplande Eritrese feest. De burgemeester vindt het goed om te vernemen dat de FEN met de politie in gesprek is en spreekt daarnaast uit het fijn te vinden om te lezen dat de boodschap uit de petitie aan de Tweede Kamer is overgebracht. Hij wenst de FEN een vrolijk en ongestoord feest toe. Op 16 februari om 6.37 uur stelt de medewerker van OZ van de politie de beleidsadviseur horeca van de gemeente per e-mail op de hoogte met het volgende bericht: “Gezien de dreiging zetten we, buiten een opsporingsonderzoek, stevig in op eventuele verstoringen / wanordelijkheden.” De boodschap naar de gemeente is dat de situatie bekend is. De politie monitort de situatie en prepareert voor de bijeenkomst Op 16 februari laat het informatiebeeld van de politie, dat voortkomt uit het informatiebeeld van de DRIO, om 9.00 uur en om 14.00 uur een onveranderd beeld zien, volgens de tijdlijn vanuit de gemeente Den Haag.
Op basis hiervan is er bij de politie geen aanleiding om de inzet aan te passen. Rond 15.00 uur stuurt de betrokken inspecteur van OZ van de politie een interne e-mail uit waarin de preparatie voor het evenement wordt besproken. In de e-mail staat de volgende informatie: ‘Het informatiebeeld is helder en voldoende. Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI) blijft de situatie monitoren en het up-to-date beeld delen met de geadresseerden van de e-mail.’ Gemaakte afspraken worden in de e-mail uitgelicht, zoals wie contact heeft met het zalencentrum Opera. De politie communiceert intern dat de opdracht, die besproken is met de sectorleiding (SL), bestaat uit het voorkomen en verstoren van (gewelddadige) acties van het feest in de opera of van de openbare orde, dat informatie actief wordt verzameld en vastgelegd en dat de politie proactief en zichtbaar aanwezig is. Daarnaast vermeldt de inspecteur van OZ dat scenario’s zijn besproken met de sectiecommandant (SC) en de operationeel commandant (OC) en dat planvorming door OZ wordt doorgesproken met de organisatie. De scenario’s blijken enkel mondeling en globaal te zijn uitgewerkt, en zijn niet op papier uitgewerkt.
De politie en het OM starten een opsporingsonderzoek Op 15 februari in de ochtend deelt de politie de door de FEN aangeleverde informatie en de conceptaangifte met het arrondissementsparket Den Haag van het Openbaar Ministerie (hierna: OM). De informatie bestaat onder andere uit video’s van social media (TikTok), screenshots in de Eritrese taal met daarbij vertalingen door een of meerdere tolken van de FEN, en het osint-beeld (‘osint’ staat voor ‘open source intelligence’). De eerste vertalingen van inhoudelijke gesprekken in de video’s door een – door de politie ingeschakelde – beëdigde tolk worden op 15 februari om 17.39 uur door een medewerker van de recherche gedeeld met het OM. Uit een informele eerste vertaling van de TikTok-video’s blijkt dat de Brigade Nhamedu op de hoogte is geraakt van de bijeenkomst op 17 februari en dat zij oproepen om tegen de bijeenkomst te strijden. De officier van justitie merkt de uitingen in de video’s aan als strafbaar (opruiing) en stelt een strafrechtelijk onderzoek in. Op 16 februari zijn de formele vertalingen van de TikTok-video’s gereed en zijn de sprekers geïdentificeerd. De officier van justitie beveelt daarop twee personen aan te houden op verdenking van opruiing. Dezelfde dag wordt één van de geïdentificeerde verdachten aangehouden. De andere
Met de blik van toen
16/60
verdachte kan niet direct worden getraceerd en wordt uiteindelijk na de bijeenkomst op 21 februari alsnog aangehouden. Daarnaast wordt in de nacht van donderdag 15 op vrijdag 16 februari een livevideo op YouTube geplaatst van ruim anderhalf uur. Deze video wordt op vrijdag 16 februari overgedragen aan de politie. Volgens de aandrager van de video zou in de YouTube-video, met name in de eerste twintig minuten, worden opgeroepen tot haat en het plegen van fysiek geweld. Op vrijdag om 15.59 uur stuurt de medewerker van de politie een e-mail naar het OM over het ontvangen van de YouTubevideo, inclusief een link naar de video. Daarnaast vermeldt de politiemedewerker in de e-mail informatie over de bijeenkomst, waaronder het aantal verwachte gasten, de reden van de viering en het feit dat vanuit veiligheidsoverwegingen de locatie en het tijdstip tot dat moment nog niet zijn gedeeld met de gasten. Ook geeft de politiemedewerker in de e-mail aan dat de personen in de video bekend zijn bij het informatiepunt Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (hierna: CTER). De inhoud van de video wordt vertaald door een door de politie ingeschakelde beëdigd tolk. Om 19.26 uur stuurt de politiemedewerker een eerste deel van de vertaling van de video naar het OM. Daarbij wordt aangegeven dat de spreker in de video vooral ertoe oproept om het feest te blokkeren.
Een tweede deel van de vertaling () volgt om 20.24 uur per e-mail aan het OM. Door de politie wordt uit de inhoud van de video het doel afgeleid dat de brigade vooral wil voorkomen dat het feest doorgaat. Bij afgelasting zou de brigade volgens de politie het doel al bereikt hebben. Een andere medewerker van de politie die in de mailwisseling met het OM in de cc is meegenomen, reageert op de e-mail met de opmerking dat het niet erg opruiend lijkt. Het OM reageert om 21.00 uur op de mailwisseling dat de oproep om ‘de festiviteiten te blokkeren’ en ‘te volgen wat zijn/haar leider informeert’ weinig concreets impliceert voor een opruiing. Om 21.37 uur verzendt de kwaliteitsofficier van justitie naar één medewerker van het OM en twee medewerkers van de politie een e-mail dat na uitwerking van de YouTube-video en een later op de dag gevonden aanvullend fragment uit een video op X (voorheen Twitter) door een beëdigd tolk, er onvoldoende sprake blijkt te zijn van opruiing tot het plegen van een strafbaar feit op basis van art. 131 Sr.
Dag van de bijeenkomst – 17 februari De Eritrese bijeenkomst vindt plaats in het zalencentrum Opera op 17 februari 2024 van 16.00 tot 24.00 uur. Naar verwachting zouden ongeveer zevenhonderd bezoekers aanwezig zijn. Hoewel gecommuniceerd is dat dertien beveiligers aanwezig zouden zijn van het zalencentrum, zijn er in de praktijk zes beveiligers aanwezig. De bezoekers worden vanuit verschillende plekken in Nederland met touringcars van en naar zalencentrum Opera vervoerd. Naast de Eritrese bijeenkomst zijn op datzelfde moment twee andere feesten bezig in het zalencentrum, waaronder een bruiloft. In totaal zijn er op 17 februari in de avond ongeveer zestienhonderd bezoekers aanwezig in zalencentrum Opera. Vanaf 10.00 uur zijn vanuit verschillende locaties in Nederland elf touringcars met bezoekers van de bijeenkomst onderweg. Er worden bezoekers verwacht vanuit verschillende delen van Nederland, niet enkel vanuit de gemeenschap in Den Haag. De FEN deelt met de politie om 10.00 en om 14.00 uur dat zij het gevoel hebben dat touringcars met bezoekers richting de bijeenkomst worden gevolgd door leden van de Brigade Nhamedu. Bij de politie komen deze signalen volgens de hoofdofficier van dienst (hierna: HOvD) rond 14.45 uur binnen. De OvD-I’s (officieren van dienst Informatie) vanuit de DRIO gaan deze informatie vervolgens monitoren vanuit de centrale meldkamer.
In de ochtend gaat de wijkagent van basisteam De Heemstraat langs bij zalencentrum Opera om af te stemmen over de bijeenkomst en de politie-inzet.
Met de blik van toen
17/60
De EHRD hoort op 17 februari voor het eerst dat de bijeenkomst die de FEN organiseert, in Den Haag zal plaatsvinden. Zij hebben een week eerder een brief voorbereid waarin ze vragen de bijeenkomst niet door te laten gaan. Deze brief hadden zij voorbereid omdat ze op social media ontdekt hadden dat het feest in Nederland gepromoot werd. De locatie was echter nog onbekend. De EHRD heeft een week voor aanvang een officiële brief opgesteld, die op het moment dat de locatie bekend werd, naar de betreffende gemeente gestuurd kon worden. Aangezien de EHRD pas op de dag zelf over de locatie van de bijeenkomst hoort, is het op dat moment te kort dag om de brief nog te versturen naar de gemeente Den Haag. In plaats daarvan neemt de EHRD telefonisch contact op met een algemeen nummer van de politie. De EHRD geeft bij de politie aan dat er mensen komen protesteren en dat het niet verstandig is om de bijeenkomst door te gaan. Uit de reactie van de politie blijkt volgens hen dat er genoeg capaciteit beschikbaar is om ‘alles in orde te maken’ en dat de EHRD zich hier geen zorgen over hoeft te maken. In dit onderzoek is niet achterhaald met wie van de politie de EHRD contact heeft gehad. De afdeling OZ heeft naar eigen zeggen geen telefonisch contact gehad met de EHRD. De dienstdoend HOvD van de politie in dienst Rond 13.00 vindt de overdracht van de HOvD plaats.
Op dat moment vindt de briefing plaats omtrent de bijeenkomst waarin het inzetplan wordt toegelicht. Bij de briefing zijn de HOvD, de sectiecommandant van de ME, de commandant van de hondenbrigade, wijkagenten en politieagenten van het basisteam aanwezig. De dienstdoend HOvD voor de middag en avond neemt rond 13.45 uur voor het eerst kennis van de situatie en de geprepareerde maatregelen. Volgens de normale gang van zaken neemt de HOvD contact op met de OC ter plaatse om geïnformeerd te worden over het plan met scenario’s en inzet tijdens het evenement. De HOvD begrijpt dat de focus van de politie is gericht op zichtbaarheid en aanwezigheid van de politie, het uit de anonimiteit halen van de tegenpartij en het vastleggen van gegevens. Om 15.20 uur ontvangt de medewerker van OZ van de politie een bericht van de FEN dat er voor de deur van Opera spotters van de Brigade Nhamedu zijn gezien. De politie De Heemstraat die ter plaatse is gegaan, bevestigt dat er een aantal personen aanwezig zijn die zich, gelet op hun kleding, presenteren als tegenstanders van het Eritrese regime. Rond 16.00 uur heeft de HOvD contact met de eenheidschef van de eenheid Den Haag. Dit is het eerste moment dat de eenheidschef van eenheid Den Haag over deze bijeenkomst hoort. Op dat moment speelt er ter plaatse nog niets, behalve dat de touringcars arriveren bij het zalencentrum Opera.
Op basis van dit informatiebeeld verzoekt de HOvD de eenheidschef om toestemming tot mogelijke inzet van een extra sectie ME (in totaal één peloton) als dat nodig zal zijn, naar aanleiding van de eerder gedeelde informatie van de FEN dat de touringcars richting de bijeenkomst mogelijk worden gevolgd door de Brigade Nhamedu. De eenheidschef geeft daarvoor toestemming. Dit is de maximale capaciteit om op te schalen als eenheid: alle ME-capaciteit wordt dan in één keer ingezet. Mocht men nog verder willen opschalen, dan moet er contact gezocht worden met andere eenheden om na te gaan of daar mensen vrijgemaakt kunnen worden. Rond 16.15 uur legt de HOvD telefonisch contact met de eenheden Rotterdam, Amsterdam en MiddenNederland om te vragen wat hun beschikbare capaciteit is. Alle drie geven aan extra mankracht beschikbaar te kunnen stellen aan de eenheid Den Haag indien dat nodig is, onder voorbehoud van zaken zoals het rustig blijven van de voetbalwedstrijd Sparta-Excelsior. Rond 16.30 belt de HOvD met de pelotonscommandant ME om voorinformatie te geven over de situatie en zijn gevoel over het informatiebeeld te delen. Ze maken de afspraak om, indien nodig, snel op te schalen naar pelotonsniveau. Rond 16.45 uur krijgt de HOvD informatie vanuit het TOOI dat een groot aantal mensen zich op locatie presenteert als tegenstanders van het Eritrese regime en op rellen uit zou zijn.
Dit is op dat moment een nieuwe boodschap voor de HOvD, die daarna direct besluit op te schalen naar pelotonsniveau. Hierover informeert de HOvD de pelotonscommandant ME en de
Met de blik van toen
18/60
eenheidschef. De eenheidschef informeert vervolgens de burgemeester over het beeld en de opschaling naar pelotonsniveau. Tussen ongeveer 16.00 en 17.00 uur arriveren verschillende touringcars met bezoekers. Bezoekers stappen bij aankomst voor de deur van het zalencentrum uit. De organisatie controleert hen en begeleidt ze naar de juiste zaal. De politie spreekt tussen 16.00 en 17.00 uur personen aan die, wederom gelet op hun kleding, tegenstanders van het Eritrese regime kunnen zijn en stuurt hen weg. In de briefing voor de politie ter preparatie op de bijeenkomst wordt de kleding van potentiële tegenstanders van het regime in Eritrea gekenmerkt door lichtblauwe vlaggen, sjaals en shirts. Voorstanders van het regime zijn vaak te herkennen aan het dragen van officiële Eritrese vlaggen en sjaals of shirts met de officiële vlag. Tot 17.30 uur worden tientallen personen gecontroleerd en gevorderd om de omgeving van het zalencentrum te verlaten. De situatie escaleert Tot 17.30 uur is de sfeer op locatie redelijk gemoedelijk. Daarna begint de sfeer bij het zalencentrum om te slaan. Om 17.30 uur zoekt een groep leden van de Brigade Nhamedu de confrontatie op met de politie. De groep gebruikt daarbij onder andere honkbalknuppels en hockeysticks.
Om 17.30 uur geeft de sectiecommandant ME aan de HOvD aan dat een groep van zo’n zestig personen in het bezit is van slagwapens, zoals stokken en fietskettingen. Op dat moment geeft de HOvD de plaatsvervangend pelotonscommandant (PP) van de ME toestemming om beenkappen om te hangen, zodat de ME bij een mogelijke relsituatie snel kan omschakelen naar een ME-optreden in fase 3.7 Om 17.41 uur verneemt de HOvD dat de politiecollega’s op de Fruitweg bekogeld worden met stenen. Op dat moment heeft de HOvD direct contact met de pelotonscommandant ME met de opdracht om met spoed richting de locatie Fruitweg te gaan. Hoewel de ME op dat moment al in fase 3 zit, vraagt de HOvD om 17.47 uur alsnog aan de eenheidschef om officiële toestemming voor een ME-optreden in fase 3, omdat zij dan gebruik mogen maken van de lange wapenstok en de inzetbaarheid van de ME. Dit is kort daarna geregeld, wanneer de eenheidschef toestemming krijgt van de burgemeester. Op dit moment zijn veel politiecollega’s op straat nog onbeschermd. De HOvD geeft de opdracht aan alle blauwe, onbeschermde collega’s om zich terug te trekken uit het gebied. Om 17.50 uur besluit de HOvD in overleg met de eenheidschef dat er wordt opgeschaald naar een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (hierna: SGBO).