RIS320386 Notulen raad 3 oktober 2024
Tekst van het document
Dit initiatiefvoorstel en deze spoedprocedure zijn echt bedoeld als een proces en niet om te voorkomen dat die momenten er zijn. Afgelopen week hebben we de procedure op de Maanweg gehad, waar ineens asielzoekers werden geplaatst. Dat is zo'n situatie die kan gebeuren. Er kan een beroep worden gedaan. Die procedure ziet erop toe dat er dan meteen gehandeld kan worden. De bedoeling van de VVD met dit voorstel is dat, als je weet dat dat langer gaat duren dan drie maanden - bijvoorbeeld zes maanden, zoals in het amendement van de PvdA staat - op dag één kan worden begonnen met een participatieproces voor het vervolg van die procedure. We hebben het in de commissie al even gehad over de termijnen. Het is zeker niet de bedoeling dat mensen na drie maanden op straat worden gezet omdat de drie maanden voorbij zijn. Ik heb geprobeerd om daaraan tegemoet te komen door die maand verlenging mogelijk te maken, maar er blijft natuurlijk altijd een gesprek over wat dan wél de grens is. Ik denk niet dat iemand in het college of in de raad bang hoeft te zijn dat als het vier maanden plus één dag wordt, de VVD aan de bel trekt om te zeggen: de mensen moeten eruit; dit kan niet. Dat is niet de intentie van dit voorstel. Het gaat heel erg om de vraag wanneer het moment aanbreekt waarop je mensen gaat betrekken, die open participatie plaats laat vinden en die inspraak plaats laat vinden.
Dat is wat dit voorstel uiteindelijk wil bereiken: dat daar een goede procedure voor komt. Wij staan er ook zeer voor open om dit in de uitwerking pragmatisch in te vullen, waarbij het op geen enkele manier de bedoeling is dat mensen een opvanglocatie uitgezet worden. Robin Smit (PvdD). Gewoon om duidelijkheid te scheppen: ik heb het idee dat soms het beeld ontstaat dat de spoedopvang onder druk komt te staan, gevaar loopt of wat dan ook. Nogmaals de vraag aan de indiener: staat de spoedopvang hiermee niet onder druk, maar meer de opvang daarna? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Wat mij betreft staat die opvang daarna absoluut niet onder druk; óók niet, zou ik dus zeggen. Het is immers juist de bedoeling dat die maanden benut worden om dat gesprek aan te gaan met de buurt, met bewoners, met ondernemers en, als het amendement van 47
D66 wordt aangenomen, met andere belangstellenden, zodat die periode echt gebruikt wordt om te kijken waar we nog op moeten bijsturen. Het vervolg kan dus absoluut worden gegeven, maar wel pas nadat die participatie en die inspraak hebben plaatsgevonden. Ik moet de heer Smit dus teleurstellen: als het goed is, gaat het geen problemen veroorzaken voor de periode daarna. Ik kan de ChristenUnie/SGP dus nog antwoorden dat traineren absoluut niet het doel is van dit initiatiefvoorstel. Over het amendement van D66 is net al het een en ander gezegd. Wij vinden het echt belangrijk om een duidelijk kader te geven. Ik heb na de commissievergadering geprobeerd om die vraag van D66 over belangstellenden een plekje te geven. Ik vind het geen probleem om dat in het dictum op te nemen. In die zin kan ik dat dus verwelkomen. Daarbij is wel essentieel dat het element met de procedure die ik 'inspraak' heb genoemd, plaatsvindt. Het is dus niet of/of; daar staat echt het woordje 'en'. Dat wordt ook zo bedoeld. Marieke van Doorn (D66). Zo heb ik het ook geschreven: met inspraak én participatie. Maar ik hoorde mevrouw Van Basten Batenburg, volgens mij in haar inleiding, ook zeggen dat er misschien kleine opvangplekken of zo zijn waarvoor je niet een hele inspraakprocedure hoeft te organiseren.
Kan ze daar nog wat dieper op ingaan? Zit daar iets van variatie, zoals de wethouder het noemde, of flexibiliteit, zoals de SP het volgens mij noemde? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ja, ik denk dat het heel belangrijk is om dat te doen. Het moet geen papieren tijger worden; die term kwam ook al langs. Dat is absoluut niet de bedoeling. We zien op een aantal plekken in de stad dat bijvoorbeeld mensen die uit zorgklinieken komen, in een wat kleinere setting een plek in de stad krijgen. Ik vind het best moeilijk om daarin een harde grens te bepalen. Daarom heb ik in het voorstel duidelijk opgenomen dat daar een nadere invulling nodig is. Ik weet ook niet of die grens honderd procent op een aantal mensen kan worden gezet, want dat hangt heel erg af van de context van die opvang. Ik denk dus dat het college echt de vrijheid moet worden gegeven in de uitwerking voor kleine aantallen. Ongetwijfeld gaan we dan in de raad nog een keer een discussie voeren over de vraag of 'kleine aantallen' er 5 of 25 zijn. Mijn fractie zal 25 dan in sommige omgevingen best wel veel vinden. De voorzitter. Er is nog een interruptie van de heer Ahraui. Let u een beetje op uw spreektijd, meneer Ahraui? Want u bent vandaag lang van stof en we hebben nog een heel avondprogramma. Samir Ahraui (PvdA). Ik weet het, voorzitter; excuus. Ik probeer het snel te doen. Dit is een belangrijk onderwerp.
Ik denk dus dat het goed is om dit goed met elkaar te bespreken. Ik kom even terug op het amendement van D66. Ik lees het echt zo dat we in het kader van het voorstel van het college nog met elkaar dat gesprek kunnen voeren. Ik snap het proces dat de initiatiefnemer voor zich ziet, maar in welke vorm dat gebeurt - wellicht wel een kleine opvang en niet een grote opvang - volgt nog. Klopt dat? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik vraag me af of ik de vraag precies kan vatten. Het kader dat ik net omschreef, ook na de eerste interruptie van de PvdA, staat met dit voorstel echt. Wat de VVD betreft staat dat dus echt buiten kijf als we dit aannemen. Dat is het raadsbesluit, als het gaat om dictum I. Samir Ahraui (PvdA). Precies, zo lees ik het ook: de procedure. Maar de vorm, bijvoorbeeld de tijdsduur van de procedure en het type opvang, wordt dus nog uitgewerkt in een later stadium. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ja, zeker als het gaat om de precieze uitwerking van de procedure. Die staat natuurlijk expres niet in dit voorstel. Ik vind ook niet dat wij dat als raad een-opeen moeten opleggen aan het college. Dat moet ook uitvoerbaar zijn en dat moet ook kunnen. Maar dat kader staat echt duidelijk overeind. GroenLinks stelde als eerste de volgens mij retorische vraag of dit de weg is.
Het enige antwoord dat ik daarop kan geven, met een knipoog naar de ChristenUnie/SGP, is nee, met een verwijzing naar Johannes 14:6.
48
GroenLinks vroeg: als er verlengd wordt met een maand, moet dan die spoedprocedure worden gevolgd? Althans, dat hoorde ik in de inbreng van GroenLinks. Ik wil even reageren op die lezing, want als die drie maanden verlengd worden met een maand, is het absoluut niet de bedoeling dat er dan ineens een heel participatietraject opgetuigd moet worden. Daarom is die plus één er juist in gekomen. Het idee is echt dat op het moment dat het college weet dat het langer gaat duren dan die drie maanden - dat gaat dus niet om het risico op een beetje uitloop, maar om een periode van negen maanden waarin we het pand nodig hebben - op dag één gestart kan worden met de participatie en de inspraakprocedure, zodat je binnen die eerste drie maanden het gesprek daarover met ondernemers en bewoners in de buurt hebt gevoerd en zodat dat netjes doorlopen is. Het is dus de bedoeling om die tijd juist vroegtijdig te benutten in plaats van dat je aan het einde in problemen zou komen en dan ineens een procedure moet doen. Dat is juist niet de intentie van dit voorstel. De slotopmerking betrof de vergelijking met ORAC's. Dat was een praktische vergelijking, in die zin dat we in heel veel opzichten, vooral in het fysieke domein, goede afspraken hebben over hoe we participatie organiseren. Daar zijn hele strikte regels voor. Die kunnen dienen als inspiratie voor hoe we dit op een goede manier kunnen doen.
Ik heb al iets gezegd over de juridische zwaarte daarvan, maar wat de vraag betreft waarom de komst van asielopvang of een ander soort opvang een grotere impact heeft: als je in je buurt ineens 100 nieuwe buren hebt, heeft dat echt een andere consequentie voor de omgeving, voor hoe je woont en voor wie je op straat tegenkomt dan de plaatsing van een extra parkeerplaats of het verdwijnen van een parkeerplaats. Dat geldt zeker voor een plek zoals we die veel zien in de opvangvoorzieningen, waar mensen relatief weinig privacy hebben, waar kamers gedeeld worden en waar mensen zich dus niet heel gemakkelijk terugtrekken in die opvangvoorziening. Dan is de kans dat ze op straat gaan hangen gewoon groter. Dat is niet iets waarvan we hoeven te zeggen dat het daardoor niet mogelijk is, maar dat heeft wel echt een andere impact op de buurt dan een verandering van het aantal parkeerplaatsen. Hera Butt (GroenLinks). De VVD ging in op mijn vraag over een verlenging van een maand bij een spoedprocedure. De indiener gaf daarvan aan: zo bedoelen we het niet; we bedoelen juist dat dat wel mogelijk kan zijn, maar dat je, als je vooraf weet dat het bijvoorbeeld om zes maanden gaat, de procedure van dictumpunt I volgt. In dictumpunt II staat: 'voor eventuele verlengingen van meer dan een maand wordt een reguliere procedure onder I doorlopen'.
Hoe is dat dan anders dan dat je bij een verlenging van een maand wél de volledige procedure van dictumpunt I moet doorlopen? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Stel dat je na drie maanden weet dat er een verlenging moet komen van nog eens drie maanden, zes maanden of vul het zelf maar in; dan moet je op dat moment alsnog starten met die procedure. Dat betekent niet dat je daar dan direct mee hoeft te stoppen, maar wel dat je die procedure netjes moet doorlopen. Er staat op geen enkele manier in het voorstel dat de opvang direct moet worden beëindigd als dat gebeurt, want dat zou een hele gekke situatie creëren. Hera Butt (GroenLinks). De verwarring komt volgens mij ook doordat in het volgen van procedure I staat dat het college een voornemen tot een besluit neemt in plaats van een definitief besluit. In die zin heeft het college dan dus nog wel die onzekerheid. Zelfs bij een verlenging van een maand en een dag ontstaat die onzekerheid als we procedure I volgen. Dat is toch zo? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik weet niet of het zo gelezen moet worden. Dat denk ik eigenlijk niet. Zoals ik al zei, is het niet de bedoeling dat je in de tussentijd die situatie beëindigt. Dan ga je met mensen slepen. Dat is niet goed voor de buurt én voor de mensen die daar zitten. Het is dus vooral heel belangrijk dat je op dat moment dat proces door gaat lopen.
Natuurlijk kan dit wel betekenen dat je aan het einde van zo'n proces tot de conclusie komt dat je toch een aantal dingen anders wil organiseren, omdat je er met de inbreng uit de stad tegenaan bent gelopen dat bepaalde dingen beter kunnen of misschien zelfs niet goed gaan. Dan is het natuurlijk wel de bedoeling dat je je besluit daarop kan aanpassen. De voorzitter. Mevrouw Butt, voor de derde maal.
49
Hera Butt (GroenLinks). Even kijken of ik de VVD nu goed begrijp. Bij een verlenging van een maand en een dag bij een spoedopvangvoorziening is het niet zo dat het college zou moeten wachten met het nemen van een definitief besluit. Het college kan dan doorgaan en een verlenging in gang zetten, ook als er een inspraakprocedure in gang moet worden gezet. Lotte van Basten Batenburg (VVD). De hele situatie van 'een maand en een dag' vind ik eigenlijk wat flauw. Ik zei daar al iets over. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we als raad aan de bel gaan trekken omdat de bussen en de verhuiswagens een dag later komen. Dat is absoluut niet waarover dit voorstel gaat. Dit voorstel gaat over: wat doe je op het moment dat je na drie maanden weet dat je die locatie drie maanden nodig dacht te hebben, maar dat het toch negen maanden worden? Hoe ga je dan daarmee om? Dat is het belangrijke. Ik zeg ook steeds dat dit niet gaat om de vraag óf we opvangen, maar hoe we met de buurt omgaan. Martin van den Goorbergh (Groep van den Goorbergh). Ten eerste complimenten voor het initiatiefvoorstel. Ik denk dat het met name gaat om het managen van de verwachtingen van de buurt. Als je aan de voorkant hebt beloofd dat het drie maanden duurt, lijkt het me heel logisch dat je die procedure ingaat als het negen maanden zijn. Bent u het daarmee eens? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Helemaal mee eens.
Ik heb de vraag van de SP beantwoord aan het begin van mijn betoog. Tegen de PVV zou ik willen zeggen dat wij vertrouwen hebben in de toekomst. Wij kijken dus uit naar 2026. We hebben uiteindelijk gekozen voor die termijn van drie maanden, omdat wij denken dat dat de tijd is die nodig is om een goede procedure te doorlopen. De wethouder noemde drie maanden ook als periode voor een formele zienswijzeprocedure. Ik denk dat ik er voldoende over gezegd heb dat daar in de zin van de Awb wat mij betreft echt ruimte is voor het college en dat dat niet de intentie is van dit voorstel, maar die drie maanden moet wel voldoende zijn om dat proces netjes te kunnen doorlopen. Het voorstel om verder te kijken dan alleen naar de buurt, begrijp ik ook heel goed. Dat is ook de reden waarom ik positief sta tegenover het amendement van D66. Ik ben bij DENK aangekomen. DENK vroeg wat de consequenties zijn voor het bemachtigen van een locatie. Ik kijk daar misschien toch iets anders naar. Ik noem bijvoorbeeld het HagaZiekenhuis. Het college kon die aankoop met instemming van de raad natuurlijk gewoon doen. Het gaat om het moment dat er ook een besluit wordt genomen om daar opvang te realiseren. Dát is wat wordt aangepast met dit initiatiefvoorstel. Ik geloof dus niet dat die aankoop daardoor in gevaar zou zijn gekomen. De raad had natuurlijk ook iets daarover te zeggen, omdat het veel geld kostte.
Ook bij een situatie zoals bij het B-Aparthotel is mijn beleving echt anders. Volgens mij is dat hotel niet afgehaakt omdat er ophef was. Ze zijn ook afgehaakt omdat ze tegen juridische problemen aan liepen, omdat ze vergeten waren dat er een vve in dat pand zat en dat andere mensen met appartementsrecht in die vve daar ook nog iets van moesten en konden vinden. Ik denk dus dat de situatie daar net iets anders was. En inderdaad, daar lag het collegebesluit er al en toch ging het mis. In dat opzicht is dat collegebesluit blijkbaar dus ook niet de doorslaggevende factor die bepaalt of dat goed komt of niet. Wat de VVD opmerkte over de mogelijkheid voor het college om onder voorbehoud - dat is natuurlijk vaak onder voorbehoud van instemming van de raad - een besluit te nemen, zou in dit geval kunnen worden: onder voorbehoud van het doorlopen van een procedure. Ook daarin kan het voornemen richting een eigenaar natuurlijk ook dienen als het aangaan van een voorlopig contract, waar wel nog een opzeggingsmogelijkheid in zit, net zoals dat nu ook wel gebeurt bij ruimtelijke plannen. Adeel Mahmood (DENK). Dank aan de VVD. Ik denk zeker dat er best wel situaties zullen zijn waarin het bemachtigen van locaties geen probleem wordt, maar onze zorg blijft toch bestaan dat dat wél wordt bemoeilijkt, met name als het gaat om particuliere verhuur.
We staan op een aantal punten op één lijn, maar onze zorgen zijn dus nog niet weggenomen, met name op het punt van particuliere verhuur. Dat wilde ik nog gezegd hebben. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik hoorde daar geen vraag in. Ik hoorde ook voorbijkomen dat het vinden van locaties al moeilijk is. Daar heb ik natuurlijk alle begrip voor. Tegelijkertijd breng ik de raad in herinnering dat het college hier ook weleens heeft 50
betoogd dat er ook momenten zijn waarop het locaties afwijst omdat het college van mening is dat die locaties niet geschikt zijn. We moeten dus ook niet de illusie hebben dat iedere locatie maar wordt aangegrepen. Er wordt echt goed gekeken naar wat wel kan en wat niet kan. In die zin is dit een extra stap in die procedure om die weging goed te kunnen maken. In een uitzonderlijk geval kan het zijn dat het college zegt 'wij hebben nu iets uit de stad gehoord wat wij zó over het hoofd hadden gezien dat wij tot een ander oordeel komen', maar dat oordeel blijft bij het college, net zoals het college nu ook het oordeel velt over de geschiktheid van locaties. Volgens mij tot slot: de Partij voor de Dieren zei iets over Zwolle als voorbeeld. Dat vond ik mooi, want ik hoorde de heer Smit zeggen dat het niet vlekkeloos was verlopen en dat daar kritiek op was. Ik denk dat daar ook echt een hele belangrijke kern in zit en ook een opdracht aan ons als raad en zeker ook aan het college in de uitvoering. Het gaat natuurlijk ook om de zorgvuldigheid van de uitvoering van de procedure, welke procedure je ook kiest. Als je brieven verspreidt die een dag na een bewonersbijeenkomst aankomen, is dat vrij ongelukkig. Dat gebeurt op dit moment. Fouten zijn menselijk, maar welke procedure je ook organiseert, als het niet goed gaat in de uitvoering, zal daar altijd kritiek op komen.
Ik denk ook echt niet dat deze procedure het antwoord is op alle vragen en dat er geen enkele kritiek meer zal zijn. Wel ben ik er echt van overtuigd dat we vertrouwen hebben in die Haagse Kracht, die ooit in een college met nota bene de HSP en de PvdA aan boord met de VVD is vastgesteld. Eigenlijk wil ik een beetje terug naar die tijd. Dat is wat dit voorstel ook zegt. Ik wil terug naar die tijd waarin we, verschillen overbruggend, met elkaar konden zeggen: we vertrouwen wél op wat er uit de stad komt. Daar kunnen we ook samen aan werken en dat is echt waar dit voorstel voor geschreven is. Dat is ook de reden voor de titel ervan. Ik hoop dat we dit vandaag als raad met elkaar kunnen vaststellen. De voorzitter. Meneer Smit wil daar toch nog heel eventjes overheen. Robin Smit (PvdD). Nee, ik ga niet eens proberen om daaroverheen te gaan, maar ik wil nog even terugkomen op die huisregels, waar onze fractie ook nog een beetje mee stoeit. Je kan huisregels of gedragsregels opstellen: hoe ga je hiermee om? Bijvoorbeeld: racistische taal of wat dan ook wordt niet meegenomen in de procedure. Maar dan krijg je aan de andere kant misschien ook weer het effect van: zie je, nou word ik toch monddood gemaakt. Ik ben benieuwd hoe de indiener daarnaar kijkt. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Wij staan wel voor stevige normen en waarden; dat weet de heer Smit heel goed.
Het lijkt me heel verstandig om die duidelijkheid vooraf, waarop D66 met het amendement eigenlijk nog een aanscherping in het dictum voorstelt, en dus het verwachtingsmanagement vooraf nog duidelijker in de procedure vast te leggen, want het is heel belangrijk dat iedereen weet waar hij aan toe is en dat als je discriminerende teksten gebruikt, daar geen reactie op zal komen en dat die teksten wat mij betreft gelakt mogen worden in de zienswijzen die gepubliceerd worden. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we dat als gemeente gaan faciliteren. Daar moeten we volgens mij heel streng op zijn. De voorzitter. Ik dank de indiener hartelijk voor de beantwoording. Is er behoefte aan een tweede termijn? Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik zou een aangepaste motie willen indienen. De voorzitter. Dat is geen probleem. Als u vanaf uw plek de wijziging doorgeeft, zijn we op de hoogte. Ik vermoed zomaar dat dat te maken heeft met het dictum dat de wethouder heeft geadviseerd. Lesley Arp (SP). Ja, dat is exact het punt. Mijn fractie heeft het laatste punt geschrapt. Dat zullen wij meenemen naar het debat over de Participatieverordening. De voorzitter. Hartelijk dank. Waarvan akte. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Wij houden onze motie ook even aan tot het debat over de Participatieverordening. 51
De voorzitter. Aangezien motie G.1 HvDH is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Motie G.2 SP is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
Motie G.2 SP Maak inspraak vormvrij (gewijzigd) De gemeenteraad van Den Haag, in vergadering bijeen op 3 oktober 2024, ter bespreking van Gewijzigd initiatiefvoorstel VVD: Haagse kracht – Inspraak, ook bij opvang. Constaterende, dat: ▪ de indiener van het Gewijzigd initiatiefvoorstel ‘Haagse kracht – Inspraak, ook bij opvang’ bij plannen voor langdurige opvangvoorzieningen inspraak door middel van een zienswijzeprocedure wil regelen; ▪ de indiener aangeeft er belang aan te hechten dat de zienswijzeprodecure zo laagdrempelig mogelijk wordt geregeld, bijvoorbeeld via een online platform of een email. Overwegende, dat: ▪ het belangrijk is dat er ook geluisterd wordt naar bewoners die minder gemakkelijk in de pen klimmen of minder digitaal vaardig zijn; ▪ he gemeente Zwolle in haar procedure voor (digitale) inspraak bij opvang ook de mogelijkheid faciliteert om mensen fysiek hun ideeën door laten te geven. Verzoekt het college: ▪ in de communicatie over de zienswijzeprocedure ook mogelijkheden mee te nemen voor inwoners om fysiek en/of telefonisch hun mening te geven; ▪ hierbij goed te kijken naar wat past bij de behoeften van de buurt; ▪ deze niet-schriftelijke inbreng ook mee te nemen in de nota van antwoord. En gaat over tot de orde van de dag. De gewijzigde motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter.
Vanavond, aan het einde van de vergadering, gaan we stemmen over de moties en de amendementen. Ik schors even voor een voorzitterswissel, want ik was slechts het voorprogramma. De hoofdact is in aantocht. De vergadering wordt van 13.35 uur tot 13.41 uur geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen.
Aan de orde is: H. Voorstel van het college inzake Nota Inclusief Samenleven: allemaal anders, iedereen Haags (RIS318932). De beraadslaging wordt geopend. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Inclusief samenleven betekent volgens Hart voor Den Haag dat nieuwe mensen, ook vanuit het buitenland, zich welkom moeten voelen en dat oorspronkelijke inwoners zich thuis moeten kunnen blijven voelen in onze stad. Dit betekent dat een 52
inclusief beleid een beleid voor beide groepen moet zijn, dus dat er aandacht is voor beide groepen. Het college richt zich echter louter op de eerste groep, bijvoorbeeld door alleen te spreken over de viering van Ketikoti en de Internationale dag tegen discriminatie en slavernij. Als het college zich ook wil inzetten voor de huidige Haagse inwoners, voor de mensen die hier altijd al woonden, waarom worden dan Bevrijdingsdag en Koningsdag niet genoemd? Om te realiseren dat mensen überhaupt met elkaar kunnen samenleven, is het noodzakelijk dat er een helder kader is waar mensen zich allemaal aan moeten houden. Dat zijn de Nederlandse waarden en normen, zoals vastgelegd in de Grondwet. Die dienen ook in gelijke mate gehandhaafd te worden. Hart voor Den Haag vindt dat alle inwoners gelijke rechten en plichten hebben. Is de wethouder het daarmee eens? Neemt ze dat ook nog op in het raadsvoorstel of rapporteert ze daarover bij de eerstvolgende voortgangsrapportage? Ik zat het debat terug te kijken en was verbijsterd over het antwoord van de wethouder op de vraag wat de basis is van haar stelling dat antizwart racisme de discriminatie is van en het racisme is tegen mensen met een zwarte of bruine huidskleur. Deze vorm van discriminatie grijpt volgens de wethouder vaak terug op denkbeelden die in de tijd van de slavernij bedacht zijn.
Volgens de wethouder zijn er talloze onderzoeken die dit bevestigen, maar ze gaf niet aan welke dat zijn. Daarnaast gaf ze als voorbeeld dat zijzelf beïnvloed was door kinderboeken die ze had gelezen. Dit kan toch niet het niveau van het college zijn? Ik hoor graag alsnog een onderbouwing. Ik stel daarbij de vraag of het niet beter is om de uitkomsten af te wachten van het meerjarig onderzoeksprogramma naar de complexe doorwerking van het slavernijverleden in het heden. Daar is door het vorige kabinet namelijk al € 1,7 mln. voor uitgetrokken. Hera Butt (GroenLinks). Dank aan Hart voor Den Haag voor de inbreng. Ik heb toch nog even een vraag. Ik hoorde Hart voor Den Haag het hebben over Ketikoti en ik hoorde dat dat niet voor de mensen van Den Haag zou zijn maar voor nieuwkomers. Dat begreep ik niet helemaal. Wat bedoelt Hart voor Den Haag daarmee? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag bedoelt dat 'inclusief' ook helemaal inclusief moet zijn, dus dat er zowel rekening gehouden moet worden met nieuwe feestdagen - laat ik Ketikoti een nieuwe feestdag noemen - als met dagen die we al heel lang vieren, zoals Bevrijdingsdag en Koningsdag. Waarom staan die er niet in? Inclusief is: voor iedereen. Hera Butt (GroenLinks).
Begrijp ik goed dat Hart voor Den Haag Ketikoti dus wel een dag vindt voor alle mensen in Den Haag en dus niet alleen voor nieuwkomers? We doen het misschien nog niet zo lang in Den Haag - dat klopt - maar Hart voor Den Haag deelt dus dat het een dag voor iedereen is. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dat deelt Hart voor Den Haag zeker, maar dan heb ik wel een wedervraag. Zijn Koningsdag en Bevrijdingsdag ook dagen voor iedereen? Hera Butt (GroenLinks). Interessant, maar: ja. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Ik zal u de inleidingen die ik had voorbereid besparen, want ik heb te veel lange moties en te weinig spreektijd. Ik noem dus alleen de moties. Eerst de motie Handhaving als speerpunt. Die verzoekt het college handhaving op het gebied van ongelijkheid en discriminatie als nadrukkelijk speerpunt te maken binnen de beleidsuitvoering van de gemeente Den Haag, te onderzoeken hoeveel middelen en capaciteit nodig zijn om ervoor te zorgen dat discriminatie op de arbeidsmarkt, in de openbare ruimte en in publieke voorzieningen daadkrachtig wordt aangepakt, en regelmatig te rapporteren aan de raad over de voortgang van de handhavingsmaatregelen en de resultaten op het gebied van het bestrijden van ongelijkheid. Deze motie is medeondertekend door collega Butt van GroenLinks en Adeel Mahmood van DENK.
De volgende motie, Grote stappen met actieplan tegen moslimdiscriminatie, verzoekt het college bij het opstellen van het actieplan tegen moslimdiscriminatie specifiek aandacht te besteden aan de ervaringen van jongeren uit de islamitische gemeenschap, zowel in de fysieke openbare ruimte als online, een participatieproces op te zetten waarbij jongeren actief betrokken worden via jongerenorganisaties, onderwijsinstellingen, sociale media en jeugdnetwerken om input te leveren voor het actieplan, het actieplan concrete maatregelen te laten bevatten om haat en discriminatie tegen 53
moslims tegen te gaan, met speciale aandacht voor bewustwording en preventie op scholen en in wijken waar veel jongeren samenkomen, en de islamitische gemeenschap structureel te betrekken bij het monitoren en evalueren van het actieplan, zodat zij hun ervaringen en feedback kunnen blijven geven tijdens de uitvoering. Deze motie is medeondertekend door de collega's Butt en Mahmood. De motie Haags inclusief keurmerk verzoekt het college een Haags inclusief keurmerk te ontwikkelen voor bedrijven en organisaties die actief bijdragen aan het bevorderen van inclusiviteit en gelijke kansen op de arbeidsmarkt of de uitgangspunten van de nota Inclusief Samenleven onderschrijven, en het keurmerk te koppelen aan concrete criteria zoals diversiteit in personeelsbeleid, het bieden van kansen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en maatregelen tegen discriminatie en uitsluiting. Ook deze motie is mede ingediend door de collega's Butt en Mahmood. Als laatste heb ik de motie Laagdrempelige zorg voor biculturele jongeren.
Die verzoekt het college werk te maken van de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport queer sensitieve hulpverlening aan jongeren en hierbij ook expliciet aandacht te schenken aan de positie van biculturele jongeren, in de uitvoeringsagenda als richtlijn op te nemen dat de gemeente drempels wil wegnemen voor biculturele jongeren om tijdig professionele hulp en een vangnet te krijgen binnen de gemeente en bij zorg- en welzijnsinstellingen, en de raad hier aan het einde van Q4 2024 over te informeren. Deze motie wordt mede ingediend door mevrouw Holman van de Partij van de Arbeid en Isabel Bos van GroenLinks. Ik denk dat met deze moties ook meteen helder is waar wij op dit onderwerp staan. Steun dus voor de nota. De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door mevrouw Butt, worden de volgende moties (H.2 PvdA, H.3 PvdA en H.4 PvdA) ingediend:
Motie H.2 PvdA Grote stappen met actieplan tegen moslimdiscriminatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 3 oktober 2024, ter bespreking van de Nota Inclusief Samenleven (RIS318932). Constaterende, dat: ▪ het college werkt aan een actieplan tegen moslimdiscriminatie, zoals vastgelegd in de "Nota Inclusief Samenleven: allemaal anders, iedereen Haags"; ▪ moslimdiscriminatie een vorm van structurele uitsluiting is die een negatieve impact heeft op de sociale cohesie en het welzijn van een groot aantal inwoners van de stad; ▪ jongeren uit de islamitische gemeenschap vaak te maken krijgen met dubbele discriminatie op basis van zowel culturele achtergrond als religie, en dat zij hier extra kwetsbaar voor zijn. Overwegende, dat: ▪ het actieplan tegen moslimdiscriminatie effectieve maatregelen moet bevatten om zowel fysieke als digitale moslimhaat aan te pakken; ▪ de participatie van de islamitische gemeenschap, en met name jongeren, van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat het actieplan aansluit bij hun ervaringen en behoeften; ▪ jongeren uit de islamitische gemeenschap vaak niet bereikt worden via traditionele participatiemodellen en dat nieuwe vormen van betrokkenheid nodig zijn om hen actief te laten bijdragen.
Verzoekt het college: ▪ bij het opstellen van het actieplan tegen moslimdiscriminatie specifiek aandacht te besteden aan de ervaringen van jongeren uit de islamitische gemeenschap, zowel in de fysieke openbare ruimte als online; ▪ een participatieproces op te zetten waarbij jongeren actief betrokken worden via jongerenorganisaties, onderwijsinstellingen, sociale media en jeugdnetwerken om input te leveren voor het actieplan;
54
▪ ▪
het actieplan concrete maatregelen te laten bevatten om haat en discriminatie tegen moslims tegen te gaan, met speciale aandacht voor bewustwording en preventie op scholen en in wijken waar veel jongeren samenkomen; de islamitische gemeenschap structureel te betrekken bij het monitoren en evalueren van het actieplan, zodat zij hun ervaringen en feedback kunnen blijven geven tijdens de uitvoering.
En gaat over tot de orde van de dag.
Motie H.3 PvdA Haags Inclusief Keurmerk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 3 oktober 2024, ter bespreking van de Nota Inclusief Samenleven (RIS318932). Constaterende, dat: ▪ de gemeente Den Haag zich inzet voor een inclusieve samenleving waarin iedereen gelijke kansen heeft, zoals beschreven in de Nota Inclusief Samenleven (RIS318932); ▪ inclusiviteit op de arbeidsmarkt een essentieel onderdeel is van gelijke kansen, en bedrijven en organisaties hierin een belangrijke rol spelen. Overwegende, dat: ▪ een keurmerk voor inclusiviteit bedrijven en organisaties kan stimuleren om actief bij te dragen aan een gelijke en inclusieve werkomgeving; ▪ bedrijven met zo’n keurmerk zich kunnen onderscheiden op het gebied van inclusiviteit, wat ook de positie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt kan versterken. Verzoekt het college: ▪ een Haags Inclusief Keurmerk te ontwikkelen voor bedrijven en organisaties die actief bijdragen aan het bevorderen van inclusiviteit en gelijke kansen op de arbeidsmarkt of de uitgangspunten van de Nota Inclusief Samenleven onderschrijven; ▪ het keurmerk te koppelen aan concrete criteria, zoals diversiteit in personeelsbeleid, het bieden van kansen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, en maatregelen tegen discriminatie en uitsluiting. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie H.4 PvdA Handhaving als speerpunt De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 3 oktober 2024, ter bespreking van de Nota Inclusief Samenleven (RIS318932). Constaterende, dat: ▪ de Nota Inclusief Samenleven (RIS318932) de bestrijding van ongelijkheid als één van de belangrijke doelstellingen van de gemeente Den Haag benoemt; ▪ handhaving op bestaande regels en wetten rondom gelijke behandeling essentieel is om ongelijkheid in de stad effectief aan te pakken. Overwegende, dat: ▪ zonder adequate handhaving ongelijkheid op verschillende terreinen, zoals op de arbeidsmarkt en in de openbare ruimte, kan blijven bestaan of toenemen; ▪ het noodzakelijk is om de bestaande handhavingsinstrumenten te versterken en uit te breiden om discriminatie en ongelijkheid daadkrachtig tegen te gaan.
55
Verzoekt het college: ▪ handhaving op het gebied van ongelijkheid en discriminatie als nadrukkelijk speerpunt te maken binnen de beleidsuitvoering van de gemeente Den Haag; ▪ te onderzoeken hoeveel middelen en capaciteit nodig is om ervoor te zorgen dat discriminatie op de arbeidsmarkt, in de openbare ruimte en in publieke voorzieningen daadkrachtig wordt aangepakt; ▪ regelmatig te rapporteren aan de raad over de voortgang van handhavingsmaatregelen en de resultaten op het gebied van het bestrijden van ongelijkheid. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door mevrouw Holman en mevrouw Bos, wordt de volgende motie (H.5 PvdA) ingediend:
Motie H.5 PvdA Laagdrempelige zorg voor biculturele jongeren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 3 oktober 2024, ter bespreking van de Nota Inclusief Samenleven (RIS318932). Constaterende, dat: ▪ Den Haag een diverse en inclusieve stad wil zijn waarin iedereen zichzelf kan zijn en gelijke kansen heeft, zoals vastgelegd in de "Nota Inclusief Samenleven: allemaal anders, iedereen Haags"; ▪ uit diverse gesprekken met bewoners blijkt dat queer personen met een bi-culturele achtergrond regelmatig te maken hebben met uitdagingen op het gebied van acceptatie, mentale gezondheid en toegang tot ondersteunende zorg; ▪ de huidige zorg- en welzijnsvoorzieningen niet altijd voldoende aansluiten op de specifieke behoeften van deze groep; ▪ de gemeente Den Haag in september 2022 het onderzoek “Queer sensitieve hulpverlening aan jongeren” heeft gepubliceerd, waarin diverse conclusies en aanbevelingen gedaan zijn om de positie van (biculturele) queer jongeren te versterken. Overwegende, dat: ▪ er al stappen zijn gezet om de zorg voor queer personen te verbeteren door middel van trainingen en het vergroten van bewustwording bij zorgprofessionals; ▪ er vanuit behoefte is aan meer inzicht in de barrières die biculturele queer personen ervaren, om zo de ondersteuning verder te verbeteren en meer laagdrempelig te maken.
Verzoekt het college: ▪ werk te maken van de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport Queer Sensitieve Hulpverlening aan Jongeren en hierbij ook expliciet aandacht te schenken aan de positie van bi-culturele jongeren; ▪ in de uitvoeringsagenda als richtlijn op te nemen dat de gemeente drempels wil wegnemen voor biculturele jongeren om tijdig professionele hulp en een vangnet te krijgen binnen de gemeente en bij zorg- en welzijnsinstellingen; ▪ de raad hier aan het einde van Q4 2024 over te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Discriminatie en polarisatie zijn nog altijd zeer actuele onderwerpen, zowel in de samenleving als in onze stad. De discriminatiecijfers stijgen, queeracceptatie gaat met name bij jongeren achteruit en steeds meer mensen krijgen te maken met straatintimidatie. We kijken 56
uit naar het overleg van de wethouder met discriminatie.nl om discriminatie bij Haagse bedrijven tegen te gaan, zoals besproken tijdens de commissievergadering. U vindt de Haagse Stadspartij zeker aan uw zijde als het gaat om het versterken van netwerken en het vergroten en het delen van kennis. We zijn dus blij dat het college deze lijn voortzet en alle verschillende organisaties blijft ondersteunen, hopelijk dus met een verbeterde subsidieprocedure. Met dit in het achterhoofd dienen we daarom een motie in om organisaties uit te nodigen om samen te werken aan een intersectionele training om uitsluiting en discriminatie tegen te gaan. Het dictum luidt: verzoekt het college organisaties met een expertise op het gebied van racisme, queer- en transfobie, islamofobie, neurodiversiteit en discriminatie uit te nodigen om te onderzoeken waar er mogelijkheden liggen om een intersectionele training te ontwikkelen over uitsluiting en inclusiviteit voor scholen en welzijnswerk, en de raad over de uitkomsten te informeren. Massimo Etalle (FVD). Wat leer ik eigenlijk bij zo'n intersectionele training? Fatima Faïd (HSP). Excuses, maar ik heb uw vraag niet goed gehoord. Mijn oren zitten een beetje dicht, want ik ben verkouden. Sorry, excuus. De voorzitter. Gezondheid. Massimo Etalle (FVD). Ja, gezondheid. Wat leer ik bij zo'n intersectionele training? Fatima Faïd (HSP).
Wat u dan gaat leren, is dat iedereen er mag zijn. Dat gevoel proberen we dan in zo'n klas of in het jongerenwerk aan kinderen te geven. Als stad waarderen we iedereen op een gelijkwaardige manier. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (H.6 HSP) ingediend:
Motie H.6 HSP Ontwikkel intersectionele training met experts De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 3 oktober 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Nota Inclusief Samenleven: allemaal anders, iedereen Haags (RIS318932) Constaterende, dat: ▪ achter uitsluiting op basis van gender, afkomst, seksualiteit, handicap/chronische ziekte of religieuze overtuiging vaak hetzelfde mechanisme schuilgaat; ▪ er op dit moment geen brede samenwerking is tussen de verschillende organisaties die zich bezighouden met anti-discriminatie Overwegende, dat: ▪ het tegengaan van discriminatie en het bevorderen van inclusiviteit een intersectionele aanpak vereist; ▪ het huidige aanbod van trainingen op het gebied van anti-discriminatie zich vaak toespits op bepaalde vormen van uitsluiting; ▪ de gemeente een samenwerking tussen organisaties die zich bezighouden met verschillende vormen van anti-discriminatie kan faciliteren. Verzoekt het college: ▪ organisaties met een expertise op het gebied van rascisme, queer en transfobie, islamofobie, neurodiversiteit en discriminatie uit te nodigen om te onderzoeken waar er mogelijkheden liggen om een intersectionele training te ontwikkelen over uitsluiting en inclusiviteit voor scholen en welzijnswerk; ▪ de raad over de uitkomsten te informeren.
57
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Adeel Mahmood (DENK). Voorzitter. Allereerst natuurlijk dank aan het college voor de nota Inclusief Samenleven. Den Haag is een van de meest diverse steden van Nederland. Het is schokkend dat mensen hier nog steeds worden beoordeeld op hun huidskleur, etnische achtergrond of religieuze achtergrond. In de internationale stad van vrede en recht dient er geen ruimte te zijn voor discriminatie, racisme en xenofobie. We juichen het toe dat het college dit onderschrijft in zijn brief. Ook in ons verkiezingsprogramma van 2022, Den Haag voor iedereen, hebben wij als DENK gepleit voor een inclusieve en rechtvaardige stad waarin iedereen zichzelf kan zijn, ongeacht huidskleur, geloof of afkomst. Begin 2022 hebben tien Haagse politieke partijen, waaronder DENK, het stembusakkoord tegen discriminatie en racisme ondertekend. Hiermee beloofden wij om van 2022 tot 2026 de strijd tegen uitsluiting op basis van huidskleur, geloof of afkomst te intensiveren door middel van elf beloftes en concrete voorstellen om racisme en discriminatie aan te pakken. Als ik kijk naar deze nota dan zie ik helaas niet alle punten hierin terug. Wij hopen die natuurlijk wel in de verdere uitwerking van het college te zien. Hier zullen we het college ook aan houden.
We zien veel ambities in de nota staan en er komen binnenkort een aantal uitvoeringsagenda's onze kant op. Daarnaast zijn we natuurlijk blij om te zien dat er werk wordt gemaakt van het aanpakken van discriminatie op vrijwel alle vlakken. Er komt een Haags plan tegen moslimdiscriminatie, een plan tegen antisemitisme, een aanpak van antizwart racisme en plannen voor stagekansen, de woningmarkt en ga zo maar door. Die zijn allemaal belangrijk en waardevol en we zullen de plannen zeker goed doornemen. Wij zijn in het bijzonder ook benieuwd naar de aanpak van moslimdiscriminatie. Vorige week, in het veiligheidsdebat met de burgemeester, hadden we het er ook al over. Ik wil de insprekers van toen in de commissie en ook de insprekers van vandaag bedanken voor het delen van hun verhaal. De burgemeester heeft ons op het gebied van het opnemen van aangiften toegezegd dat hij dit bespreekbaar zal maken met de driehoek en hiervan een terugkoppeling zal geven. Ik vraag me af of we hier vandaag al een terugkoppeling van kunnen krijgen. Uit verschillende onderzoeken blijkt namelijk dat de groep moslima's met een hoofddoek veelvuldig last heeft van discriminatie en zelfs geweld. Maar geloof mij; het is veel breder dan dat. Steeds meer mensen wordt het gevoel gegeven dat zij geen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze worden weggeduwd vanwege hun religieuze achtergrond. Dit gaat breder.
We krijgen bijvoorbeeld ook signalen dat onze stadsgenoten met een sikh-achtergrond worden lastiggevallen vanwege zichtbare uitingen zoals het dragen van een tulband. Als dat gebeurt vanwege een keppel is dat minstens zo erg. Nick Kaptheijns (PVV). Als DENK die geluiden ontvangt, geeft DENK die mensen dan het advies om aangifte te doen? Adeel Mahmood (DENK). Jazeker. U weet dat ons verhaal in deze raad ook altijd is geweest dat mensen aangifte moeten doen. Wij willen de aangiftebereidheid verhogen en ook de bereidheid aan de kant van de politie om die aangifte te allen tijde op te nemen. We hebben vorige week aan de burgemeester gevraagd hoe hij daarin zit en gelukkig zitten we op één lijn. Maar wat ons betreft gebeurt dat nog niet vaak genoeg. Hij zou dat meenemen richting de driehoek en ik hoop dat we straks een terugkoppeling krijgen. Als er namelijk aangifte wordt gedaan, dient dat ook te allen tijde gefaciliteerd te worden. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Hebben vrouwen en mannen binnen de moslimgemeenschap een gelijke positie? Adeel Mahmood (DENK). Veel meer dan u zou denken. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik had eigenlijk een volmondig ja verwacht na uw eerdere woorden dat u tegen discriminatie van moslimvrouwen met een hoofddoek bent. 58
Adeel Mahmood (DENK). Volgens mij was het een antwoord in soortgelijke richting. Zeker. Ik denk dat ze juist veel meer waarde en veel meer rechten hebben, ook als je het theologisch bekijkt. Ik ben geen theoloog dus ik ga die discussie hier niet aan, maar het zijn veel meer rechten dan u zou denken en die positie is veel sterker dan u zou denken. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Klopt het dat er nog steeds vrouwelijke genitale verminking voorkomt? Komt er nog steeds eerwraak voor? En hoe is dat te rijmen met uw opmerkingen van zonet? Adeel Mahmood (DENK). Dat is een welbekende discussie. Ik zie geen link tussen een vrouw met een islamitische achtergrond en genitale verminking; misschien wel met een culturele achtergrond. Als het gebeurt, zou dat bestreden moeten worden. U had ook nog een andere vraag. Is die hieraan gelinkt of is hiermee uw vraag beantwoord? Over eerwraak ging die vraag. Dat is ook een discussie die we al lang voeren. Daarvoor moet ook geen plek zijn in onze stad. En ook daarbij zie ik geen link met een religieuze achtergrond. We zien het ook heel vaak in Nederland. Dan wordt het misschien een familiedrama genoemd en geen eerwraak, maar als het gebeurt, is dat in geen enkel geval de bedoeling en dient het aangepakt te worden. Nick Kaptheijns (PVV).
Klopt het niet dat genitale verminking uitsluitend binnen de islamitische cultuur plaatsvindt? Adeel Mahmood (DENK). Dé islamitische cultuur? Misschien moet u mij helpen, maar ik heb daar geen onderzoek naar gedaan. Nick Kaptheijns (PVV). Nou, ik kan daar wel antwoord op geven, en volmondig ook: ja. En ook na het hele relaas van de heer Mahmood vraag ik me af hoe het toch komt dat islamitische vrouwen oververtegenwoordigd zijn in de blijf-van-mijn-lijfhuizen. Daarmee haak ik even aan op de eerdere vraag van collega Verdonk. Adeel Mahmood (DENK). Ook daar heb ik geen onderzoek naar gedaan, dus ik zal u daar geen direct antwoord op kunnen geven. Wel zie ik dat geweld richting vrouwen en trouwens ook richting mannen, want dat gebeurt helaas ook, van alle tijden is en voorkomt in alle culturen, alle landen en misschien zelfs alle steden. U probeert een link te leggen en die link zie ik niet. De voorzitter. Laatste keer, meneer Kaptheijns. Nick Kaptheijns (PVV). Ik probeer die link niet te leggen; die link ís er. Daar wil ik nog iets aan toevoegen. We krijgen eerst een heel relaas over hoe slecht het gesteld is met moslimdiscriminatie et cetera, maar het is toch zeer teleurstellend dat de heer Mahmood geen aandacht besteedt aan die andere kant van het verhaal. Adeel Mahmood (DENK). Integendeel.
Ik nodig u uit om een keer naar een moskee of misschien een kerk, synagoge of noem maar op te gaan. Ik denk namelijk dat daar juist heel veel aandacht voor is en dat dat nergens wordt geaccepteerd. Punt. Hera Butt (GroenLinks). Ik heb een vraag aan DENK, ook in het kader van het bestrijden van fakenieuws van de PVV. Ik hoorde zonet dat genitale verminking uitsluitend bij islamitische culturen plaatsvindt. Dat heeft DENK ontkracht, maar is DENK er bekend mee dat het ook gebeurt in andere bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld in Oost-Afrikaanse landen waar niet alleen maar moslims wonen maar ook anderen? Adeel Mahmood (DENK). Ja, zeker, daar ben ik bekend mee. Ik kon daar zonet even de link niet mee leggen, dus dank dat u mij daarover vertelt. Inderdaad gebeurt het in een aantal Afrikaanse landen. Dat zijn landen waarin de religieuze identiteit misschien islamitisch is, maar ook bij de christelijke groep 59
komt het daar veel voor. Ik weet niet exact welk land dat is, maar ik weet dat het voorkomt in Afrika. Nogmaals, ik heb daar geen onderzoek naar gedaan, maar de link naar een religieuze achtergrond is niet te leggen. Dat weet ik wel. De voorzitter. Meneer Kaptheijns, u heeft een heel nieuw punt, hè? U bent namelijk al een paar keer aan het woord geweest. Nick Kaptheijns (PVV). Oké, als de heer Mahmood die link met de islamitische cultuur dan niet wil leggen, kunnen we die dan wel leggen met massa-immigratie? Zouden we kunnen zeggen dat genitale verminking, eerwraak en ook femicide, wat explosief groeit, 30, 40 of 50 jaar geleden veel minder voorkwamen in een stad als Den Haag dan nu? De voorzitter. Meneer Kaptheijns, dit is hetzelfde alleen in andere bewoordingen. Maar goed. De laatste keer voor meneer Mahmood, reagerend op meneer Kaptheijns. Adeel Mahmood (DENK). Er wordt nu tegen mij gezegd 'niet op ingaan', maar ik ga er wel op in. Ik wil de heer Kaptheijns eigenlijk een keer uitnodigen, om zijn blik op de wereld te verruimen. Er is meer dan wat u leest in de onderzoeksrapporten die misschien in uw la liggen. Er is veel meer op de wereld. Geloof me, echt. Ik wil daar best een kopje koffie met u over drinken. Er is veel meer op de wereld dan die eenzijdige blik die u vanuit de PVV meekrijgt. De voorzitter. Nee, meneer Kaptheijns, het is klaar nu.
Bent u aan het eind van uw betoog, meneer Mahmood? Nee, hoor ik. Gaat uw gang. Adeel Mahmood (DENK). Ik heb nog tekst en ik heb nog water, voorzitter, dus ik ga nog even door. Ik was gebleven bij de terugkoppeling over de aangifteopname bij de politie. Daarnaast blijkt ook uit verschillende onderzoeken dat met name de groep moslima's heel veel last heeft. Ik legde daarbij ook de bredere link naar mensen met een andere religieuze achtergrond die deze zichtbaar uiten, zoals door een tulband of keppel. Gisteren las ik in de Volkskrant een artikel met de titel 'Hoogopgeleide moslims overwegen weg te gaan uit Nederland'. Dit is pijnlijk om te lezen maar helaas ook herkenbaar, omdat de gronden onder deze overweging nog altijd dagelijks worden gevoeld door veel moslims. Goed, we wachten de nota af. It better be een steengoede nota, zeg ik geïnspireerd door het voorstel van de VVD over het woord 'steengoed'. Kan de wethouder er een indicatie van geven of de nota's, die voor 2024 zijn aangekondigd, allemaal op schema liggen en aan het einde van het jaar worden opgeleverd? Ten slotte nog een punt dat ik wil maken namens mijn fractie. In de commissie hebben wij helaas niet kunnen deelnemen aan het debat. Er staan, zoals eerder gezegd, heel veel goede voorstellen in de nota.
Van enkele daarvan is mijn fractie van mening dat bepaalde initiatieven vanuit bepaalde gemeenschappen zelf dienen te komen en niet vanuit de gemeente georganiseerd dienen te worden. Achter enkele voorstellen, en later ook uitwerkingen, kan mijn fractie dus niet staan. Dat zijn namelijk geen activiteiten die onzes inziens gericht zijn op de aanpak van discriminatie of het bevorderen van sensitiviteit, of dat nou cultuur-religieuze sensitiviteit is of queersensitiviteit. Dat is zeker belangrijk en daar staan we achter, maar ik heb het over onderdelen in de nota die niet per se gerelateerd zijn aan de aanpak van discriminatie. Dan moet je denken aan een voorstel zoals een pridefestival. Mijn fractie vindt dat dit soort initiatieven meer vanuit de gemeenschappen zelf moeten komen. Binnen mijn fractie bestaan daar gewetensbezwaren over. Marije Mostert (D66). Ik word hier, logischerwijs, wel door getriggerd, want wat ik nu zie gebeuren, is dat u met twee maten meet. Op het moment dat het gaat over discriminatie van de regenboogcommunity zou de lokale overheid geen rol hebben. Kan de heer Mahmood zich voorstellen dat het als discriminerend naar de gemeenschap kan voelen als hij dit zo zegt? Wat zegt hij tegen deze mensen? Adeel Mahmood (DENK). Zo zie ik het niet, en ik ga goed uitleggen waarom niet. Dit is niet een lijn die per se voor die community is. Ik trek deze lijn ook door.
Er zijn bepaalde rollen waarvan ik denk 60
dat die vanuit de overheid georganiseerd moeten worden, en een aantal rollen die beter vanuit de gemeenschap zelf georganiseerd kunnen worden. Ik noem een voorbeeld, waarin ik de lijn doortrek. Bij de aanpak van moslimdiscriminatie zal ik van een gemeente of andere overheid ook niet verwachten dat ze een landelijke bekeerlingendag organiseren. Ik vind dat die rol vooral bij de gemeenschappen zelf hoort. Ik zal van een gemeente niet verwachten dat die de geloofsbeleidenisvlag of shahadavlag ophangt op het stadhuis. Ik zie daarin meer een rol vanuit de gemeenschap zelf. In het voorstel staan nu een aantal activiteiten waarvan ik heb gezegd dat daar binnen mijn fractie gewetensbezwaren tegen bestaan. We zullen sowieso voor het voorstel stemmen, maar dit is daarbij wel gelijk een stemverklaring: wij staan niet achter een aantal initiatieven uit de nota. Marije Mostert (D66). Ik schrik een beetje van de term 'bekeringsdag'. Ik wil even heel duidelijk maken dat seksuele gerichtheid niet iets is wat je kunt opleggen of kunt wegnemen. Dat bestaat niet. Ik vind het een hele nare kwestie om dat hier als raadslid, als volksvertegenwoordiger, in deze zaal te verkondigen. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Adeel Mahmood (DENK).
Als u verder had geluisterd naar mijn verhaal - ik was nog niet klaar - had u gehoord dat dit soort initiatieven zeer welkom zijn in onze stad. Het gaat ons erom wie dit organiseert, dus van waaruit het wordt georganiseerd. Daar hebben wij een andere mening over. Punt. De voorzitter. Mevrouw Mostert, laatste keer. Marije Mostert (D66). Dan zegt de heer Mahmood hier eigenlijk indirect dat de lokale overheid er wel is op het moment dat je als moslim of vanwege je kleur wordt gediscrimineerd, of bij antisemitisme, maar niet op het moment dat je tot de queercommunity behoort. Dat vind ik schandalig. Adeel Mahmood (DENK). Nee, want nu zegt u dingen die ik niet heb gezegd. Ik heb in mijn inbreng ook heel duidelijk gezegd dat wij staan voor alle voorstellen in de nota, en straks ook in de uitwerking, die raken aan de aanpak van discriminatie en het tegengaan van geweld, en ook voor de queercommunity, met volle overtuiging. Fatima Faïd (HSP). Ik hoor meneer Mahmood zeggen dat er tegen een aantal activiteiten gewetensbezwaren bestaan. Nou, dat kan, maar over welke activiteiten hebben we het dan precies? De voorzitter. Meneer Mahmood. Stilte graag. Adeel Mahmood (DENK). Als voorbeeld noemde ik het organiseren van een pridefestival. De voorzitter. Mevrouw Faïd laat het erbij. Ik wou iets anders zeggen, maar dat is niet gepast. Dan mevrouw Van Basten Batenburg.
Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik vraag me af wat DENK dan vindt van gemeentelijke hulp bij participatie aan het holifestival of de iftar. Adeel Mahmood (DENK). Als dit soort initiatieven vanuit de gemeenschap zelf komen … Ik heb het zonet ook in mijn tekst gezegd. Het is prima om het te faciliteren, maar het zelf organiseren vinden wij een stap te ver gaan. Datzelfde geldt voor een holifestival. Vanuit mijn fractie heb ik niet de behoefte om aan de overheid te vragen om zelf een holifestival te organiseren. Als dat vanuit de gemeenschap zelf komt is het prima. Het zijn initiatieven die zeer welkom zijn in onze stad. Lotte van Basten Batenburg (VVD). En wat nou als de gemeente daaraan een bijdrage zou doen, in natura of in financiële zin? Is die grens dan al bereikt voor DENK? Adeel Mahmood (DENK). Ik zet dat onder hetzelfde kopje als faciliteren, dus een bijdrage leveren. Dat behoort onder het kopje faciliteren. Daar hebben wij geen problemen mee.
61
De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Van Basten Batenburg. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dus als er vanuit de regenboogcommunity - ik gebruik het woord van mevrouw Mostert maar - een initiatief is voor een pride en de gemeente wordt gevraagd om daaraan bij te dragen, door wegen af te zetten en het misschien ook te subsidiëren of een eretribune voor de mooiste dragqueen op te richten, dan steunt DENK dat wel. Adeel Mahmood (DENK). Als dat vanuit die gemeenschap wordt gevraagd en die dus met een initiatief richting de gemeente komt, kan de gemeente dat prima faciliteren en er ook financieel aan bijdragen. Ik ben ook blij dat u deze vraag stelt, want nu heb ik beter kunnen uitleggen hoe ik erin sta. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). U zei zonet: er zijn een aantal punten waarbij wij gewetensbezwaren hebben. Het gaat nu alleen om festivals, maar bij welke punten, bij welke voorstellen in het actieplan, geldt dat? Adeel Mahmood (DENK). Ik heb ook gelezen, bijvoorbeeld op Twitter, dat er bij uw fractie heel veel bezwaar is tegen zo'n regenboogfietspad, volgens mij op de Grote Markt. Daar heeft uw fractie bepaalde meningen over. Ik zeg niet per se dat dat een voorbeeld is, maar een van de voorbeelden is dus een pridefestival. Het gaat om activiteiten die niet zozeer zijn gericht op het tegengaan van discriminatie. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag).
Bij ons ging het niet om gewetensbezwaren. Het ging gewoon over een mening over de kleuren van dat pad. Dat is toch iets anders. U heeft dus gewetensbezwaren tegen een pridefestival, maar tegen welke punten nog meer? Adeel Mahmood (DENK). Dat zal straks moeten blijken bij de uitwerking. Ik heb nog geen andere voorbeelden, anders had ik die wel genoemd. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, laatste keer. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dat is apart. Ik vind dat vreemd, want u zei zostraks: wij hebben een lijstje met punten waartegen we gewetensbezwaren hebben. Ik ben heel benieuwd naar dat lijstje. Adeel Mahmood (DENK). Wie weet komt er een lijstje. Ik heb nu geen lijstje. Ik heb een voorbeeld genoemd en we wachten de verdere uitwerking van de nota's ook af. Op grond daarvan zullen we bepalen of onze fractie onder alle voorstellen of activiteiten kan staan of niet. De voorzitter. Mevrouw Faïd. Iets nieuws, hè, mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Ja, redelijk nieuw. Ik hoor dat meneer Mahmood maar één voorbeeld heeft, namelijk de pride. Maar het is toch helemaal niet zo dat de gemeente de pride organiseert? Er zitten ikweet-niet-hoeveel organisaties bij elkaar om dit te organiseren.
Die vragen dan bijvoorbeeld inderdaad: kunt u het faciliteren, kunt u een beetje geld geven? Dus dat voorbeeld klopt toch niet met wat u hier zonet allemaal heeft lopen roepen? Kunt u daar dan nog een beetje op reflecteren? De voorzitter. Meneer Mahmood, en ik heb het geopend. Adeel Mahmood (DENK). Volgens mij was ik duidelijk. Deze discussie loopt al een tijdje. Ik heb geantwoord zoals ik heb geantwoord. Dank u wel. Fatima Faïd (HSP). Ja, maar dat vind ik dan weer geen antwoord, met alle respect. U geeft aan dat uw fractie gewetensbezwaren heeft tegen de pride. Nou, dat kan. Je kan over alles gewetensbezwaren hebben. Daar doe ik niks aan af. Vervolgens vraagt de collega van de VVD: hoe zit het als het gaat om faciliteren en als het uit de gemeenschap zelf komt? En dat is dus zo bij de pride. Het komt uit de gemeenschap zelf en we faciliteren het als gemeente. Het is niet zo dat allemaal ambtenaren dit aan het 62
doen zijn, zeg maar. Dus waarom gebruikt u dit voorbeeld, dat niet klopt met uw betoog? Daar wil ik toch een ander antwoord op dan alleen maar: wat ik gezegd heb. Adeel Mahmood (DENK). Voor ons geldt, en dat heb ik zojuist ook uitgelegd in mijn inbreng, dat wij het organiseren geen rol vinden voor de overheid. Het faciliteren vinden wij wel een rol voor de overheid. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Bedankt voor uw antwoorden, maar dan ga ik er nu van uit dat de volgende keer dat er een subsidieverzoek komt, dus een verzoek voor het faciliteren van de pride, uw handtekening daar dan ook gewoon onder komt. Want dat is faciliteren en geld geven. Adeel Mahmood (DENK). Daar zullen we zeker naar kijken. Hera Butt (GroenLinks). Volgens mij begrijp ik van DENK dat DENK het wel goed vindt als de gemeente zich inzet om discriminatie en uitsluiting van queerpersonen tegen te gaan, ook met overheidsmiddelen. Hoe zou DENK het voor zich zien als de gemeente dat doet? Is dat zoals het in de nota staat? Of mag het uitgebreider? Dit is namelijk iets waarover in de nota uitvoerig wordt gesproken. Het gaat bijvoorbeeld over een pride en over vlaggen. Hoe ziet DENK dat? Adeel Mahmood (DENK).
Ik weet niet of ik daar al aan toe was gekomen in mijn tekst, maar voor alle voorstellen die gericht zijn op het tegengaan van discriminatie en op de aanpak van geweld, geldt voor ons no tolerance, voor iedereen. Dat is onze lijn hierin. De voorzitter. Een nieuw punt, mevrouw Van Basten Batenburg? Gaat uw gang. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik hoorde DENK zonet een uitnodiging verstrekken aan de PVV en ik dacht: misschien moeten we ook maar een uitnodiging verstrekken aan DENK, om volgend jaar samen naar de pride te gaan. Adeel Mahmood (DENK). Een uitnodiging versturen is altijd welkom. Dan kijken we wel wat we daarmee doen, maar u mag altijd een uitnodiging sturen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Bij dezen. Het lijkt me mooi. Ik zou zeggen: laten we met een leuk groepje gaan als raad. En Ralf regelt de outfits, hoor ik! De voorzitter. Wilt u hierop reageren? Nee, zie ik. Dan meneer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). Een hele korte vraag, even doorpakkend op dit punt. Ik kan me nog herinneren dat toen de queernota van wethouder Van Alphen hier ingediend werd, de heer Mahmood daartegen stemde. Hoor ik nou goed dat de meeste maatregelen die in de huidige nota staan, wel op steun van DENK kunnen rekenen? Adeel Mahmood (DENK). Als u terugkijkt naar de behandeling van die nota, ziet u dat mijn lijn exact dezelfde is als toen.
Ik heb toen ook in een stemverklaring aangegeven: dit zijn de voorstellen waar ik achter kan staan en dit zijn de voorstellen waar ik niet achter kan staan. Dat heb ik toen ook duidelijk aangegeven. Diezelfde lijn trek ik nu door en die zal ik blijven doortrekken. De voorzitter. Mevrouw Butt, iets nieuws, hè. En daarna mevrouw Verdonk, ook weer met iets nieuws. Hera Butt (GroenLinks). Ik wilde nog heel even doorgaan op het stukje van discrimina… De voorzitter. Iets nieuws, hè. 63