CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320386 Notulen raad 3 oktober 2024

Gemeenteraad 13 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 12 september en 3 oktober 202463.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Om ook bewoners die minder snel geneigd zijn om in de pen te klimmen een stem te geven, heeft mijn fractie nog een motie met de collega's Klokkenburg en Van Basten Batenburg, die het college verzoekt in de communicatie over de zienswijzeprocedure ook mogelijkheden mee te nemen voor inwoners om fysiek en/of telefonisch hun mening te geven, hierbij goed te kijken naar wat past bij de behoeften van de buurt en deze niet-schriftelijke inbreng ook mee te nemen in de nota van antwoord, daarnaast te onderzoeken hoe andere zienswijzeprocedures binnen de wettelijke kaders toegankelijker gemaakt kunnen worden en de raad hierover te informeren. De indiener geeft het college volgens mijn fractie veel vrijheid in de inrichting van de voorgestelde inspraakprocedure. Belangrijk voor mijn fractie is ook dat er in ieder geval goede huisregels komen voor de omgang met discriminerend, racistisch en beledigend taalgebruik, waaruit blijkt dat wij dit niet tolereren. In de inleiding van dit voorstel doet ook de initiatiefnemer die suggestie, maar ik ben benieuwd hoe het college hiertegen aankijkt. Nick Kaptheijns (PVV). De voorbeelden waaraan mevrouw Arp refereert, betreffen strafbaar gedrag. Lesley Arp (SP).

Ja, maar dan vind ik het alsnog belangrijk om duidelijke huisregels vast te stellen, bijvoorbeeld als je zo'n zienswijzeprocedure instelt, zodat je dat aan de voorkant ook een beetje probeert te temperen. Je ziet dat andere gemeenten dat ook doen. Ik heb ook nog een vraag aan de indiener. Staat het wat haar betreft het college vrij om de procedure zo in te richten dat er niet extra mogelijkheden ontstaan om plannen juridisch te traineren? Ik rond af. In de commissie heb ik al hardop de vraag gesteld of dit voorstel nou het ei van Columbus is waarmee we fors veel meer draagvlak creëren voor opvang, maar als partij die doorgaans de mond vol heeft van zeggenschap, gaat het voor mijn fractie tegen ieder instinct in om zeggenschap bewust te begrenzen zonder zeer zwaarwegende argumenten. We zijn dus benieuwd naar de reactie van de indiener op mijn vraag en de stemming over de motie. We laten ons oordeel hiervan afhangen. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, mevrouw Van Basten Batenburg en de heer Martinez van Andel, wordt de volgende motie (G.2 SP) ingediend:

Motie G.2 SP Maak inspraak vormvrij De gemeenteraad van Den Haag, in vergadering bijeen op 3 oktober 2024, ter bespreking van Gewijzigd initiatiefvoorstel VVD: Haagse kracht – Inspraak, ook bij opvang. Constaterende, dat: ▪ de indiener van het Gewijzigd initiatiefvoorstel ‘Haagse kracht – Inspraak, ook bij opvang’ bij plannen voor langdurige opvangvoorzieningen inspraak door middel van een zienswijzeprocedure wil regelen; ▪ de indiener aangeeft er belang aan te hechten dat de zienswijzeprodecure zo laagdrempelig mogelijk wordt geregeld, bijvoorbeeld via een online platform of een email.

33

Overwegende, dat: ▪ het belangrijk is dat er ook geluisterd wordt naar bewoners die minder gemakkelijk in de pen klimmen of minder digitaal vaardig zijn; ▪ de gemeente Zwolle in haar procedure voor (digitale) inspraak bij opvang ook de mogelijkheid faciliteert om mensen fysiek hun ideeën door laten te geven. Verzoekt het college: ▪ in de communicatie over de zienswijzeprocedure ook mogelijkheden mee te nemen voor inwoners om fysiek en/of telefonisch hun mening te geven; ▪ hierbij goed te kijken naar wat past bij de behoeften van de buurt; ▪ deze niet-schriftelijke inbreng ook mee te nemen in de nota van antwoord; ▪ daarnaast te onderzoeken hoe ook andere zienswijzeprocedures binnen de wettelijke kaders toegankelijker gemaakt kunnen worden en de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Nick Kaptheijns (PVV). Voorzitter. Onze fractie wil de VVD hartelijk danken voor het initiatiefvoorstel. Dat er momenteel geen enkele inspraak is voor de komst van maatschappelijke voorzieningen, waaronder opvanglocaties voor asielzoekers, is natuurlijk van de zotte en de Hofstad onwaardig.

In dat licht vindt de PVV de in dit initiatiefvoorstel voorgestelde procedures zeker een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, maar we zijn natuurlijk ook een tikje sceptisch, want hoewel er na inspraak een steengoede nota van antwoord moet komen, is het uiteindelijk dit linkse college dat de knoop doorhakt. Een hele buurt kan tegen de komst van asielzoekersopvang zijn, maar als het college anders beslist … Dat geeft dus weinig hoop voor de toekomst. Als Hagenezen en Hagenaars meer zekerheid willen, weten ze op welke partij ze in 2026 moeten stemmen. Bij de spoedprocedure wordt drie maanden als grens aangehouden. Waarom is dat? Is dat heilig? En moet je in het geval van asielzoekers misschien verder kijken dan alleen de buurt waar de opvanglocatie zou moeten komen? Desalniettemin zal de PVV voor het initiatiefvoorstel stemmen, want iets is altijd beter dan niets. Rutger de Ridder (VVD). Wij delen de mening van de PVV dat er misschien een andervormig college zou moeten zitten, maar het mooie van dit voorstel is toch juist dat ook volgende colleges zich eraan moeten houden? Nick Kaptheijns (PVV). Zoals ik al zei in mijn eerste alinea, gaat het voorstel ons ook niet ver genoeg. Wij zouden een soort bindende participatie, een bindende inspraak, willen zien. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Vandaag zal ik het woord voeren namens Kavish Partiman.

Vanaf hier wens ik hem heel veel beterschap toe. De opvang van mensen die vaak om erbarmelijke redenen hun thuisplek hebben achtergelaten om zich te vestigen op een totaal nieuwe en onbekende plek, verdient onze aandacht. Helaas komen deze mensen vaak terecht in een wijk waar de ontvangst allesbehalve warm te noemen is. Dit is niet goed voor de mensen die worden opgevangen, maar het is ook niet goed voor de wijk waarin zij terechtkomen. Wat ons betreft kan dit echt beter. In veel gevallen merken we dat de minder hartelijke ontvangst voortkomt uit een gevoel van overvallen zijn door een besluit dat door de overheid voor de wijk is genomen, zonder dat de wijk daarbij betrokken is. Dit voorstel, waarvoor complimenten aan de indiener, doet in elk geval een poging om dit beter te regelen en draagvlak te zoeken. Of dit een meerderheid van die wijk daadwerkelijk zal overtuigen, weten we pas als we het ook uitproberen. In het voorstel leest het CDA ook een grote dosis realisme. Uiteindelijk is de afweging van het stadsbestuur doorslaggevend, maar de geste naar de wijk en de betrokkenheid daarvan zijn niet alleen goed voor het draagvlak, maar juist ook voor de mensen die we daar gaan opvangen. Het CDA staat positief tegenover dit voorstel en is dan ook benieuwd of het college bereid is om dit plan een kans te geven. Hoe kunnen we immers tegen samenwerking met wijken zijn, juist 34

wanneer we een beroep doen op hun medemenselijkheid? Ik vraag me dan ook af waar volgens het college nog eventuele problemen liggen. Specifiek wil ik ingaan op het voorstel om te kijken naar mogelijkheden om al vóór het besluit consultaties te organiseren in plaats van alleen erna. De informatie die we uit deze consultaties kunnen halen, biedt juist kansen om te komen tot betere voorstellen die recht doen aan zowel onze bewoners als de nieuwkomers die we te hulp schieten. Graag een reactie van het college. Nick Kaptheijns (PVV). Dat is ook het belangrijkste. Als mensen pas kunnen meepraten wanneer de beslissing al genomen is, kunnen we dat 'participeren' of 'inspraak' noemen, maar dan is het al besloten. Deelt mevrouw De Groot dat het daarom echt superbelangrijk is dat we dit juist aan de voorkant goed regelen, zodat dat niet meer voorkomt? Want dat is natuurlijk desastreus voor het draagvlak. Hinke de Groot (CDA). Het CDA vindt het belangrijk dat je op een zo vroeg mogelijk moment, dus voordat het besluit is genomen, de buurt informeert en daarmee in gesprek gaat. Wij snappen natuurlijk de praktijk bij spoedopvang: dan zijn het wat kortere periodes, maar het uitgangspunt moet altijd zijn om zo vroeg mogelijk met de buurt in gesprek te gaan. Ik denk dat je dan uiteindelijk ook betere besluitvorming krijgt. Bewoners voelen zich dan ook niet zo overvallen.

Als mensen best voor opvang zijn, is het natuurlijk erg jammer dat het draagvlak vermindert doordat het proces zo slecht gaat. Nick Kaptheijns (PVV). In ieder geval dank voor het antwoord, maar in hoeverre is er de hele tijd nog sprake van spoed? We zitten natuurlijk eigenlijk al jarenlang in een situatie waarin er sprake is van massa-immigratie richting Nederland. We zitten ook allang in een situatie waarin mensen blijkbaar buiten moeten slapen bij Ter Apel. In hoeverre is er dan sprake van spoed en in hoeverre is het dan gelegitimeerd om over inspraak of participatie eigenlijk te zeggen: sorry, maar we moesten zo snel handelen dat dat er gewoon niet in zat? Hinke de Groot (CDA). We weten gewoon dat er schrijnende gevallen zijn waarin sprake is van spoed. Dan staat voor het CDA voorop dat we die mensen een dak boven het hoofd bieden, juist om die mensen hulp te bieden, maar tegelijkertijd moeten we naast recht doen aan de mensen die opvang nodig hebben, ook recht doen aan de buurt. Volgens mij probeert het initiatiefvoorstel daar een hele goede balans in te vinden om dat gesprek met de buurt beter te organiseren. Marieke van Doorn (D66).

Ik ben benieuwd hoe het CDA staat ten opzichte van de nuance die wij in ons amendement proberen aan te brengen ten aanzien van het voorlopige besluit of het conceptbesluit, waarin je dan schrijft: over déze elementen nemen we uw inbreng heel graag mee, maar déze elementen staan vast. Hinke de Groot (CDA). Dat vindt het CDA Den Haag een heel sympathiek voorstel. Dat geven we ook vaker aan over participatie: geef aan waar mensen over kunnen participeren, wat misschien inderdaad wettelijke verplichtingen zijn en waar nog wel mogelijkheden zijn om dingen te wijzigen. Dat zorgt volgens mij voor een beter verwachtingsmanagement en een beter gesprek. Ik vind wel dat bewoners alsnog ook andere zaken moeten kunnen inbrengen, maar dan zijn de spelregels wel aan de voorkant duidelijk. Adeel Mahmood (DENK). Voorzitter. Even vooraf: ik heb last van mijn keel. Als ik straks een slokje water drink of rare geluiden maak, weten jullie dus waaraan dat ligt. Allereerst wil ik de VVD natuurlijk bedanken voor de tijd en energie die zij in het initiatiefvoorstel heeft gestoken. DENK is voorstander van een menswaardige opvang in onze stad, het liefst evenredig verspreid over heel de stad. Het toewijzen van opvanglocaties is essentieel voor een solidaire en rechtvaardige stad. Besluiten hierover dient het college zeker niet lichtzinnig te nemen.

Het is wel wat dat je er als buurt veel mensen bij krijgt en zorgen hebt over de wijze waarop de opvang er in de praktijk uit komt te zien. Of dat nou in Scheveningen is of in de Schilderswijk, het heeft afhankelijk van de grootte gewoon impact. De VVD heeft in haar initiatiefvoorstel duidelijk staan dat zij met dit 35

initiatiefvoorstel geen referendum beoogt, dat de buurt niet beslist en dat het college of de raad uiteindelijk het besluit neemt. Ook staat in het voorstel dat het nadrukkelijk niet de bedoeling is om de komst van opvanglocaties te voorkomen of te bemoeilijken. Mijn fractie deelt de zorg en is ervan overtuigd dat een buurt naast helaas de te verwachten bagger en kritiek met goede input en tips kan komen om de opvang richting verbeteringen en meer draagvlak te kunnen bewegen. Wat ons betreft gaat het voorstel vooral om de randvoorwaarden en niet om de vraag of er opvang moet komen. Voor zover we het hebben over de randvoorwaarden zitten wij met de VVD op één lijn, want wij delen de zorgen en willen ook dat er meer draagvlak is voor een opvangvoorziening. Dan komt ons dilemma naar voren, want de VVD wil vooraf een route bewandelen en die laten meewegen in de definitieve besluitvorming. Wat wij hierbij niet delen met de VVD-fractie, is dat wij vinden dat met dit voorstel en de te bewandelen route de komst van een opvanglocatie wordt bemoeilijkt. Dat zal in de praktijk helaas zo zijn, vrezen wij. Ik hoor graag van de wethouder wat de consequenties zijn voor het bemachtigen van een locatie als dit voorstel en de amendementen worden meegenomen. Dit is tevens een vraag aan de indieners, want als we het voorstel volgen, dient eerst de voorbereiding plaats te vinden voor de inspraak.

Daarna volgen vier weken voor de zienswijze. Na de inspraak moet er een steengoede nota van antwoord komen en vervolgens een definitief besluit, dat misschien nog langs de raad moet. Ik vraag me af hoelang dit gaat duren. Is dat twee maanden, drie maanden of misschien nog langer? Waar zitten mijn zorgen over deze periode? We weten met z'n allen dat het vinden van een locatie geen gemakkelijke klus is, want wat als een locatie niet meer beschikbaar is? Ik ga er namelijk van uit dat het college nog geen contract heeft afgesloten en dat een locatie niet een x-aantal maanden gereserveerd blijft staan, terwijl er aan de andere kant veel ophef uit de buurt bij komt. Er is ook nog de discussie over vergelijkingen met een andere soort participatie, namelijk over de ORAC's. De grond van de ORAC blijft staan. Dan heb je maar langer een parkeerplek of een boom. Een strand gaat niet weg in afwachting van nieuw strandbeleid. Een weg voor een herinrichting blijft bestaan, maar bij een schaarse locatie hoeft dat niet zo te zijn. De luxe dat je kunt kiezen tussen drie locaties, is er nu niet, want het gaat om de opvang van mensen. We hebben helaas een uitdaging met het vinden van locaties. Het antwoord op de vraag over de komst van een opvanglocatie wordt naar de mening van mijn fractie dus bemoeilijkt met dit voorstel. Ik hoor graag hoe het college dit ziet en ook hoe de indieners dit zien.

Rutger de Ridder (VVD). Is de heer Mahmood dan bang dat het meer tijd kost dan we er nu voor nemen? Een voorbeeld van een reguliere procedure zou het Haga kunnen zijn. Daar hebben we eindeloos de tijd gehad en daar hadden we ook participatie kunnen doen. Adeel Mahmood (DENK). Ik denk dat dat bij een aantal locaties wel kan. Het Haga was natuurlijk een unieke situatie: het pand stond leeg en er waren plannen om dat langdurig in te zetten. Daar is de gemeente ook langdurig over in contact geweest. Maar dat hoeft bij heel veel andere locaties niet het geval te zijn. Natuurlijk willen wij participatie over de randvoorwaarden en natuurlijk vinden we het belangrijk dat er draagvlak is. Mijn zorg is dat als je een traject ingaat van twee, drie of vier maanden, het in tegenstelling tot wat in het voorstel wordt beweerd, moeilijker wordt gemaakt om een opvanglocatie te bemachtigen. Rutger de Ridder (VVD). Maar ziet de heer Mahmood dan niet in dat je juist door de inzet van inspraak en participatie ook de goede ideeën uit de wijk kan gebruiken? Die heb je anders dus niet omdat je het hier in het stadhuis in je uppie bedenkt. Adeel Mahmood (DENK). Jazeker, dat zijn wij met u eens: participatie en input over de randvoorwaarden. Wat ons betreft kan dat gelijktijdig met het nemen van het besluit. De voorzitter. Meneer De Ridder, voor de derde maal. Rutger de Ridder (VVD).

Hoe dan? Dat zie ik niet, want wij maken juist een systeem waarmee je het aan de voorkant ophaalt voordat je een definitief besluit neemt. Hoe ziet u dat dan?

36

Adeel Mahmood (DENK). Als die route bewandeld wordt, is de zorg van mijn fractie dat het bemachtigen van een opvanglocatie daarmee wordt bemoeilijkt. We hebben gezien dat dit in het verleden mis is gegaan. We hebben de recente Hagasituatie nog in ons hoofd. Qua communicatie kon dat zeker beter, maar mijn fractie is nog steeds van mening dat als het college een besluit neemt en vervolgens het traject ingaat om te participeren op de randvoorwaarden, het alsnog mogelijk is om die input serieus mee te nemen. Dat vinden wij een betere route. Hinke de Groot (CDA). Ik heb een verduidelijkende vraag. Ik hoor een paar keer zeggen: als het besluit door het college is genomen, dan de inspraak regelen. Wat het CDA sympathiek aan dit voorstel vindt, is dat de buurt in ieder geval vooraf wordt geïnformeerd. Ook als je misschien nog niet een vinkje hebt gezet bij de inspraak en een inspraakprocedure volgt, informeer je de buurt bij spoed in ieder geval wel. Vindt DENK dat wél een goed voorstel? Adeel Mahmood (DENK). Bedoelt u inspraak voordat er een besluit wordt genomen of bedoelt u dat we direct na een besluit de buurt informeren? Ik heb het niet goed verstaan. De voorzitter. Mevrouw De Groot mag haar vraag verduidelijken. Hinke de Groot (CDA).

Het gaat het CDA erom dat je, als je een voornemen hebt voor een besluit of als er ergens een opvang komt, in een zo vroeg mogelijk stadium de buurt tenminste informeert. Dat hoeft niet per se met een inspraakprocedure; het kan ook meer vormvrij zijn. Ik zou verwachten dat DENK het met het CDA eens is dat je de buurt in ieder geval in een zo vroeg mogelijk stadium informeert. Dat staat los van die inspraakprocedure. Adeel Mahmood (DENK). Jazeker, dat zijn wij met het CDA eens, maar we zijn het ook eens - dat is natuurlijk het dilemma - met heel veel voorstellen die in het voorstel van de VVD naar voren worden gebracht. Wij willen dat er goede participatie is, wij willen dat de input van de buurt wordt meegenomen et cetera. Mijn zorg, het hoofdpunt dat ik vandaag naar voren probeer te brengen, is dat het vinden van een opvanglocatie volgens ons wordt bemoeilijkt als we een route bewandelen van twee, drie of vier maanden. Die vraag heb ik net neergelegd bij het college maar ook bij de indieners. Ik hoor graag wat zij daarvan vinden, maar ik denk dat dat wordt bemoeilijkt. Daar zitten mijn zorgen. Nick Kaptheijns (PVV). Voor DENK is de komst van een eventuele asielopvang dus belangrijker dan participatie en inspraak. Adeel Mahmood (DENK). Dat is niet de conclusie die ik hier vandaag trek. Nick Kaptheijns (PVV). Dat is wel wat ik uit de woorden van de heer Mahmood opmaak.

Daarnaast had de heer Mahmood het erover dat het natuurlijk al heel lastig is om locaties te vinden. Erkent hij daarmee dat we een capaciteitsprobleem hebben in de stad? Adeel Mahmood (DENK). Ik denk dat we de fase al voorbij zijn dat we erover moeten nadenken of we problemen hebben met huisvesting en capaciteit. We hebben hier een probleem met locaties. We hebben een gebrek aan ruimte. Wat ons betreft gaan we dat samen op een humane manier oplossen, waarbij we rekening houden met elkaar maar ook solidair zijn met elkaar. Hera Butt (GroenLinks). Ik denk even mee met DENK, natuurlijk via een vraag. Bedoelt DENK met de risico's bij een langer traject, in dit geval in participatie, bijvoorbeeld ook dat er een eigenaar kan zijn, niet zijnde de gemeente, die misschien niet zit te wachten op lastminute verlengingen of op 'toch maar weer eruit, erin of vertraging'? Is dat ook iets waar DENK mee zit? Adeel Mahmood (DENK). Ik denk dat dat juist is waar we mee zitten, want als wij nog geen besluit hebben en nog geen contract hebben en als tegelijkertijd de wijde wereld ingaat dat er iets komt - we weten dat er dan ook ophef komt - kan een eigenaar of verhuurder besluiten om een locatie uiteindelijk

37

niet te verhuren. In tegenstelling tot wat in het voorstel wordt beweerd, wordt het vinden van een locatie daarmee dus bemoeilijkt. Hera Butt (GroenLinks). Bedoelt DENK dat daarmee eigenlijk de opgave van dit college moeilijk en misschien wel onmogelijk wordt gemaakt? Adeel Mahmood (DENK). Ten eerste dank aan GroenLinks voor het meedenken met DENK. Wat u verwoordt, vinden wij ook. Ik was klaar en ik ga nu mijn laatste slokje opdrinken. De voorzitter. Ik ben blij dat we daar allemaal getuigen van hebben kunnen zijn en dat we kunnen vaststellen dat het glas leeg is, terwijl dat meestal toch halfvol is. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Allereerst dank aan de initiatiefnemer voor het nemen van de tijd en de moeite om zo'n initiatiefvoorstel te maken en voor het debat dat daaruit volgde in de commissie. In de commissie waren er bij meerdere partijen vragen en wat zorgen. Daarom ook dank aan de initiatiefnemer voor de voorgestelde aanpassingen die daaruit zijn voortgevloeid. Daarmee kom ik gelijk bij de eerste vraag: ik ben natuurlijk benieuwd hoe het college naar het aangepaste voorstel kijkt. Bij de voorbereiding van deze raadsbehandeling was bij onze fractie nog steeds onduidelijk wat de bandbreedte van de opdracht aan het college zou zijn. Ik kan u ervan verzekeren dat die onduidelijkheid extra is toegenomen door acties vanuit de raad.

Vandaar dat die vraag en het antwoord daarop in onze fractie nog een leuke verdere discussie zullen opwerpen. We hebben ook een beetje gekeken naar de in het voorstel aangehaalde werkwijze van Zwolle. Ook die bleek niet waterdicht, want daar hadden ze vorige week een discussie omdat de omwonenden vonden dat de werkwijze toch ook niet vlekkeloos verliep. Toen dacht ik: dat is ook niet heel handig. Maar nogmaals, het is goed dat we hier de discussie voeren om te kijken hoe wij het beter kunnen doen. Ik zie dat de heer De Ridder daar een aanvulling op heeft. De voorzitter. Ja, dat heeft hij zeker. We gaan eens luisteren. Rutger de Ridder (VVD). De heer Smit haalt de woorden uit mijn mond. Eigenlijk is het dictum dus zo goed en heeft u zoveel vertrouwen in dit college dat het een betere procedure gaat voorstellen dan Zwolle. Dat hoor ik u zeggen. Robin Smit (PvdD). Dat zou kunnen, maar zoals u mij ook heeft horen zeggen, zijn vanuit de raad een aantal voorstellen gedaan waarvan wij ons afvragen hoe we die nu moeten wegen. Het blijft dus nog een beetje onduidelijk, meneer De Ridder, maar ik hoop dat u toch meer duidelijkheid heeft gehoord. Dan hoor ik dat natuurlijk ook graag. Onze fractie heeft nog wat zorgen - die hebben we ook in de commissie uitgesproken - over de spoedopvang en eventuele bezwaarprocedures. Collega Klokkenburg heeft daar al een aantal vragen over gesteld.

Die ga ik niet herhalen; ik hoor daar gewoon graag de antwoorden op. Zoals ik al zei, zijn er nu amendementen ingediend. We zijn benieuwd hoe de initiatiefnemer en de wethouder naar die voorstellen kijken. Aan de hand daarvan zullen wij onze stem bepalen. Massimo Etale (FVD). Voorzitter. Het is niet goed gesteld met de kloof tussen overheid en burger. Bij de massaprojecten, zoals het klimaatbeleid, de stikstofreductie en natuurlijk de massale immigratie staan de overheid en de burger vaak recht tegenover elkaar. Jaar na jaar wordt gestemd voor minder immigratie. Jaar na jaar gaat de instroom van vreemden door. Het is een crisis en we hebben geen keuze, klinkt het vanuit de Staat. Een zwak excuus om een gebrek aan politieke wil te maskeren. Veel te lang zijn bestuurders hiermee weggekomen. Het voorstel van de VVD is een kleine stap in de juiste richting. Voor mij ligt een plan om participatietrajecten te introduceren voor controversiële voorzieningen, bijvoorbeeld azc's. Veel te vaak worden burgers in de krant geconfronteerd met de komst van hun nieuwe buren. Soms is er een avond waar ze het nieuws ook uit de mond van een wethouder kunnen horen, maar het besluit is dan inmiddels in beton gegoten: geen inspraak en geen 38

ruimte voor weerstand. Daardoor trekken burgers naar de straat en moeten zij zich beroepen op demonstraties en andere vormen, waarbij ze eigenlijk niet gehoord kunnen worden. Door de gemeente te verplichten een participatietraject te doorlopen bij de opening van een opvanglocatie, krijgt de stem van de omwonenden eindelijk een plek, een kleine plek welteverstaan. Bij de verdediging van het initiatiefvoorstel werd helaas al duidelijk dat we niet te hoge verwachtingen mogen hebben. 'Het is geen referendum', klonk uit de mond van de indiener. Echte macht krijgt de burger hier dus niet mee, maar dat hun zorgen eindelijk een volwaardig podium krijgen, is een belangrijke stap in de juiste richting. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. 'Haagse kracht - Inspraak, ook bij opvang'; simpeler en duidelijker kan je een voorstel eigenlijk niet maken. De VVD-fractie gelooft in de kracht van mensen uit onze stad. De VVD gelooft in de goedheid van mensen en gaat uit van positiviteit. De VVD vindt dat we vertrouwen moeten geven om ook vertrouwen terug te winnen, maar we zijn ook niet naïef en we begrijpen heel goed dat opvang van asielzoekers of andere opvang van kwetsbare mensen niet direct kan rekenen op applaus in de wijk. Als VVD stellen we onszelf wel hardop de volgende vragen; ik ben ervan overtuigd dat niemand die vragen hier vandaag negatief zou kunnen of moeten beantwoorden.

Waarom hebben wij niet als basishouding dat mensen het goed bedoelen, ook als ze zorgen of opvattingen hebben? Waarom zouden we mensen niet vooraf laten meepraten als zij angstig of bezorgd zijn? En waarom mogen zij niet meepraten over ingrijpende besluiten in hun wijk en buurt? Gaan zij niet over hun wijk of buurt? We willen toch juist dat mensen betrokken zijn? De VVD vindt dat dit mag, kan en zelfs moet. Het mag, omdat bewoners veel meer dan de gemeente intrinsiek eigenaarschap hebben van de buurt. Het kan, omdat er bij bijna alle opvang in de afgelopen jaren voldoende tijd was om inspraak goed te regelen. En het moet, omdat betrokkenheid van bewoners instrumenteel is voor de goede afloop. Laten we dit met elkaar doen. Kies voor dit initiatiefvoorstel, omdat bewoners zoveel meer weten dan wij. Laten wij hen helpen ons te helpen. Geef de bewoners het vertrouwen. Robin Smit (PvdD). Ik werd getriggerd door de opmerking van de heer De Ridder dat er voldoende tijd is geweest om inspraak te regelen. Was het inspraak die geregeld kon worden of was het participatie? Dat zijn immers twee verschillende dingen. Dat wil ik helder krijgen. Rutger de Ridder (VVD). Ik refereer eigenlijk aan de grote opvangplekken die we al hebben in de stad of gaan hebben in de stad: Haga, maar ook op de Binckhorst. Er zijn voldoende plaatsen.

Deze week of vorige week kregen we ook weer een brief over de Maanweg, waarvan we eigenlijk al veel langer weten dat dat een plek is waar we opvang kunnen realiseren. Er is dus eigenlijk altijd tijd om goede inspraak te organiseren met elkaar. Dat hebben we gewoon gezien. Als er nood is, is er iets anders aan de hand; dat hebben we natuurlijk ook in het voorstel geschreven. Maar bij de reguliere langdurige opvang hebben we eigenlijk wel tijd. Zelfs bij de noodopvang op de Maanweg hadden we eigenlijk dus ook tijd. Marieke van Doorn (D66). Ik ga eerst verder in op de interruptie van de heer Smit, want volgens mij stelde hij niet de vraag waarop werd geantwoord. Volgens mij vroeg hij naar het verschil tussen inspraak en participatie: gaat het alleen om inspraak of had er ook participatie geregeld kunnen worden? Rutger de Ridder (VVD). Daarbij wreekt zich natuurlijk dat we het nu niet geregeld hebben zoals wij in het voorstel voorstellen. Daarom doen we natuurlijk het voorstel om aan de voorkant inspraak en, misschien met uw amendement, ook participatie daarbij te regelen. Wij zien dat er eigenlijk wel tijd is om goed met bewoners te praten en om er echt de ruimte voor te nemen om hun input mee te nemen, of dat nou schriftelijk is of participatief, maar dat we dat onvoldoende doen. Daarom het voorstel. Er is wel tijd voor geweest. Dat moet anders. Marieke van Doorn (D66).

Dank voor dit antwoord. Dat geeft inderdaad een wat breder beeld. Ik heb dezelfde vraag over wie er dan meepraat, naar wie we luisteren en welke stemmen dan door de gemeente worden gehoord. Gaat dat alleen om de omwonenden? Zijn zij echt de baas over wat er in 39

hun achtertuin gebeurt of zijn er ook zaken, zoals opvang, die wat meer wijkoverstijgend zijn en moet je daarom niet van méér mensen hun stem horen? Rutger de Ridder (VVD). Mevrouw Van Basten Batenburg gaat straks in op uw amendement. Dat laat ik aan haar, maar het gaat ons erom dat wij er echt van overtuigd zijn dat mensen in een wijk zich eigenaar voelen van die wijk, buurt of misschien, in mijn eigen geval, stadsdeel. Je wil graag dat die mensen zich echt inzetten om die wijk zo goed mogelijk te maken, of dat nou gaat over wijk- en buurtfeesten of over een beroep op hen voor opvang in hun wijk. Daarom lijkt het ons zo goed om juist die mensen erbij te betrekken. Dat kan ook wel wat breder, denk ik; dat is niet per se helemaal verkeerd, maar de mensen die ernaast of om de hoek wonen, zijn de mensen die iets bij die wijk voelen. Ik voel iets minder bij Zuidwest dan bij het Geuzenkwartier; dat is ook logisch. Samir Ahraui (PvdA). Eigenlijk heb ik maar één vraag. Ik ben in mijn inbreng ingegaan op die spoedprocedure. Ik vraag me af hoe de VVD straks in de uitvoering van het initiatiefvoorstel, als dat ongewijzigd of met mijn amendement wordt aangenomen, aankijkt tegen die drie plus één. Is dat voor de VVD iets wat vaststaat en zit daar geen rek of marge in? Of kun je altijd nog een bepaalde mate van flexibiliteit in de uitvoering hebben? Rutger de Ridder (VVD).

Wij zien dat veel spoedopvang ongeveer drie maanden duurt. Dan moet er op een gegeven moment voor een kwartaal iets geregeld worden. Daar hebben we begrip voor. We begrijpen ook dat je dan snel moet handelen; daarom staat dat ook zo in het voorstel. Wij willen voorkomen dat je omwille van spoed altijd kan zeggen dat het wel verlengd kan worden. Daarom willen wij een stok achter de deur als er een verlenging is van langer dan een maand, zodat je de wijk, de mensen en misschien ook belangstellenden uitgebreid hebt gehoord als je het wilt verlengen. Daar gaat het ons uiteindelijk om. Die verlenging kan in plaats van een halfjaar overigens ook twee jaar zijn. Samir Ahraui (PvdA). Ik denk dat de heer De Ridder en ik elkaar goed kunnen vinden over het belang van participatie, ook op het moment dat er spoed is, want spoed is spoed en als je dat te veel misbruikt, is het draagvlak in de buurt natuurlijk ook verdwenen. Maar ik zoek nog naar die ruimte om, mocht zich een situatie voordoen - dat kunnen we aan de voorkant natuurlijk nooit helemaal dichttimmeren - elkaar niet te gijzelen, bij wijze van spreken, omdat de procedures ons in de weg zouden zitten op een plek of gezien de noodsituatie. Maar het lijkt erop dat dat ook niet is zoals de heer De Ridder dit voor zich ziet. Rutger de Ridder (VVD). Het zijn eigenlijk twee dingen.

Eén: ik ben het met de heer Ahraui eens dat je je niet moet laten gijzelen door procedures. Maar aan de andere kant moet je ook een grens trekken. Die grens moet ook hard zijn, want als je geen harde grens hebt, heb je een vage grens en alleen maar grijs gebied. Dan weet je zeker dat bewoners helemaal niet meer weten waar ze aan toe zijn. Ons voorstel is erop gericht dat we hen betrekken en dat ze kunnen inspreken en participeren, maar dat zij uiteindelijk ook weten waar ze aan toe zijn. De voorzitter. We zijn gekomen aan het eind van de sprekerslijst van de raad. Voor de beantwoording vanuit het college gaan we heel kort, drie minuten, schorsen. De vergadering wordt van 12.34 uur tot 12.38 uur geschorst. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Dank voor de korte schorsing, die echt even nodig was. Ik moet zeggen dat de kou in deze zaal niet meehelpt, maar dat is even een hartenkreet ter zijde. Ik zie meer mensen rillen. Dank vanuit het college ook aan de indiener van het initiatiefvoorstel. Ook dank aan de leden van de raad, met name voor het debat in de commissie.

Een van u merkte vanochtend al terecht op dat het hele debat in de commissie ook aantoonde hoe ontzettend belangrijk het is dat we het hier met elkaar over hebben, dat u het er als raad met elkaar over hebt en dat wij als raad en college met elkaar hierover in gesprek gaan, want als één ding duidelijk is, is het dat we dit met z'n allen belangrijk vinden. Ook het college vindt het ontzettend belangrijk dat we samen met de stad 40

vormgeven aan de opvang van nieuwkomers in onze stad en dat we samen met de stad, samen met uw raad, vormgeven aan het uitvoeren van de wettelijke taak die we nog steeds hebben zolang de Spreidingswet geldt, maar ook aan het uitvoeren van de wettelijke taken om opvang te bieden aan mensen die dat nodig hebben, aan mensen met een zorgvraag. Dat wilde ik vooraf met u delen. Er zijn nog best wat aanvullende vragen gesteld aan de indiener van het initiatiefvoorstel. Ik moet zeggen dat ik ook benieuwd ben naar de antwoorden van de indiener van het initiatiefvoorstel. Er is mij in elk geval gevraagd wat het college vindt van de sinds de commissievergadering aangebrachte wijzigingen. Zij hebben in elk geval een aantal dingen voor het college verhelderd en ook een aantal dingen verbeterd. Zoals aangegeven in de commissie en in het preadvies van het college, was er met name onduidelijkheid over wat er met 'inspraak' werd bedoeld: moet dat een formele inspraakprocedure worden zoals we die kennen? Het zou eventueel een dubbeling kunnen opleveren met vergunningprocedures in het kader van de Omgevingswet, waar ook een zienswijzeprocedure met een nota van beantwoording et cetera moet worden gevolgd. We zien bij projecten, zoals we voor ogen hebben in de Haagse Aanpak, een vergunningprocedure.

Dat zien we nu ook bij het Haga: daar hebben we ook een vergunningprocedure lopen in het kader van de Omgevingswet. Dat zal dus ook bij nieuwe projecten het geval zijn. Onze zorg was dus ook: ga je dan een papieren tijger, een papieren zienswijzeprocedure, opzetten? Dat is ook besproken in het commissiedebat, waarin de indiener al heeft aangegeven dat dat niet haar bedoeling is en dat zij vooral wil dat het toegankelijk en laagdrempelig is. Daar maakten in de commissievergadering ook de ChristenUnie en de SP zich zorgen om. Dat is nu verwerkt in het initiatiefvoorstel, waarvoor ook veel dank en veel waardering. Ook de opmerking dat het geen referendum is en dat het niet de bedoeling moet zijn dat het vertraging oplevert, zijn wijzigingen in het initiatiefvoorstel; ook daarvoor dank. Ik ben dus nog steeds benieuwd naar de antwoorden van de indiener op de gestelde vragen: hoeveel vrijheid heeft het college om die procedure te ontwerpen op een zo laagdrempelig mogelijke manier, zodat we wel de input uit de stad kunnen ophalen, maar zonder dat dit vertraging oplevert? Een formele zienswijzeprocedure kost namelijk drie maanden; dat zeg ik tegen de heer Mahmood van DENK. Dan kan het inderdaad zo zijn dat een project of een pand dat je op het oog hebt, naar een andere bieder gaat. Dat zijn inderdaad risico's als we dit doen bij een voorgenomen besluit.

Bijvoorbeeld bij het Haga zou je een voorgenomen besluit kunnen zien in het besluit dat het college heeft genomen of het raadsvoorstel dat naar de raad is gegaan over de aankoop van het Haga. In die brief over de aankoop van het Haga heeft het college immers aangegeven dat het definitief zou worden ontwikkeld, maar dat het voorlopig nog even leeg zou staan en dat we in die tijdelijke situatie mensen zouden willen opvangen. We hadden op dat moment nog geen plan, want met dat plan konden we pas echt definitief starten op het moment dat we dat pand in konden gaan en konden zien wat de mogelijkheden waren. Dat plan is dus pas daarna ontwikkeld. Het is dus niet echt een lineaire procedure die we kunnen gaan ontwikkelen. Het zou dus heel erg helpen als we van de indiener ook die ruimte krijgen om bij de verschillende projecten wat meer flexibiliteit toe te kunnen passen. Adeel Mahmood (DENK). Dank aan de wethouder. Als het een locatie betreft waarvan de gemeente eigenaar is, begrijp ik dat je dan natuurlijk meer ademruimte hebt en dat je je dan ook een langere aanloop kan veroorloven. Maar zoals u net zei: als het geen eigendom van de gemeente is of als je ergens een pand huurt, ga ik ervan uit dat er nog geen contract is afgesloten voordat een besluit is genomen. Heb ik dat goed begrepen? Wethouder Vavier (GroenLinks). Ja, dat is correct.

Wij kunnen geen contractuele verplichting aangaan zonder een collegebesluit. Adeel Mahmood (DENK). De consequentie daarvan kan dus zijn dat iemand die een locatie verhuurt, uiteindelijk besluit - misschien vanwege ophef of vanwege andere redenen - dat de locatie op een gegeven moment niet meer beschikbaar is en dus dat je een inspraakperiode ingaat waarin uiteindelijk blijkt dat er wel of geen draagvlak is, maar dat de locatie dan weg is. Kan dat een uitkomst zijn? Wethouder Vavier (GroenLinks). Ja, dat kan inderdaad een uitkomst zijn. Het door de indiener genoemde voorbeeld in de inleiding van het initiatiefvoorstel, het hotel op de Kennedylaan, is daar een voorbeeld van. 41

Rutger de Ridder (VVD). Je kan als college toch ook een voorgenomen contractuele verplichting aangaan als het college besluit 'wij willen dat gaan doen, maar daarvoor hebben we nog wel een paar stappen nodig'? Dat zou toch ook kunnen? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat is dus echt heel erg afhankelijk van de situatie. Er is hier ook heel erg opgemerkt - dat is natuurlijk ook in de commissie aan de orde geweest - dat we niet de luxe hebben van heel veel verschillende locaties waaruit we zouden kunnen kiezen. En we hebben een gigantische opgave. De door de heer Mahmood van DENK uitgesproken zorg is dus echt een terechte zorg. Rutger de Ridder (VVD). Dan toch even heel scherp: het gebeurt toch wel vaker dat het college graag iets wil, maar bijvoorbeeld nog de bestuurlijke goedkeuring van de raad moet afwachten om het daadwerkelijk te kunnen doen? Dan zitten er ook maanden tussen en dan is het ook niet zo dat een contract per definitie niet doorgaat. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ja, maar ook dat verschilt dus per situatie en per locatie. We hebben in de situatie met de hotelopvang van de amv'ers op de President Kennedylaan gezien dat er een collegebesluit lag om mee te werken met het COA om daar amv'ers op te vangen, maar doordat er ophef en ook heel veel protesten ontstonden, is dat uiteindelijk afgeketst en heeft dat hotel besloten om daar alsnog niet aan mee te doen.

De voorzitter. De heer De Ridder, voor de laatste maal. Rutger de Ridder (VVD). Dan noem ik een ander voorbeeld: Jorplace op Scheveningen. Daar hebben allerlei asielzoekers een tijdje gezeten, volgens mij 60. Daar was enorme ophef. Toch vond die eigenaar van Jorplace het niet nodig om het contract op te zeggen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Zo geeft de heer De Ridder heel duidelijk aan dat er dus verschillende voorbeelden kunnen zijn en dat het ook verschillende situaties zijn. Ja, absoluut. Hinke de Groot (CDA). Ik heb een verduidelijkende vraag. Wat bedoelt de wethouder met 'flexibiliteit'? Hoe moet ik dat interpreteren en hoe moet de buurt dat interpreteren? Wethouder Vavier (GroenLinks). Zo'n hele zienswijzeprocedure zoals die er is met ORAC's, is geen flexibele procedure. Dat is een Awb-procedure. Daar kan je geen variaties in aanbrengen, maar als wij de vrijheid hebben om onze eigen procedure te ontwikkelen om de informatie van tevoren op te halen en in gesprek te gaan, kunnen we per locatie kijken wat er nodig is, over wat voor een buurt het gaat en welke maatschappelijke organisaties in die buurt zitten die je eigenlijk zou willen betrekken. Er zijn allerlei verschillen. Dat is ook wat collega Balster en ik uit de stadsdeelgesprekken hebben opgehaald: in sommige stadsdelen is sprake van een ander systeem en een ander netwerk.

Als we wat flexibiliteit hebben in de manier waarop we die kracht kunnen gebruiken, kunnen we daar beter mee aan de slag. Hinke de Groot (CDA). Dat verheldert wel iets. Om het concreet te maken: als er een voornemen is om ergens snel opvang te realiseren, ziet het college er dan meerwaarde in om de buurt meteen te informeren, meteen in gesprek te gaan en, zoals ik zei in mijn betoog, al vóór het besluit consultaties te organiseren met de buurt, zij het dan iets meer vormvrij? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat viel me net ook al op in het debat: mevrouw De Groot heeft het over 'een spoedprocedure', maar deze participatie gaat echt over de procedure voor de langere termijn, dus als er geen spoed is en we de tijd hebben om een locatie te ontwikkelen. Bij de spoedprocedure houden we, zoals ook in het tweede dictum van het initiatiefvoorstel staat, aan een bepaalde termijn vast. Dat is ook wat uw raad kan kiezen, maar daarin neemt het college wel een besluit om mee te werken aan een spoedvraag van het COA en wordt wel de tijd genomen om de buurt vooraf te

42

informeren en iets zoals een inspraakavond, een bewonersbijeenkomst of wat huis-aan-huisgesprekken te organiseren voordat mensen worden ingehuisd. De voorzitter. Mevrouw De Groot, voor de laatste maal. Hinke de Groot (CDA). Voor het CDA staat voorop dat zowel bij die spoedopvang als bij de langdurigere opvang het proces duidelijk is. Volgens mij is het initiatiefvoorstel ook heel duidelijk over het daarbij hanteren van verschillende aanpakken. Kan ik het antwoord van het college zo begrijpen dat het college in alle gevallen, welke vorm van opvang er ook is, voordat er een besluit is of op het moment van het voornemen al met de buurt in gesprek gaat, misschien wat meer vormvrij? Volgens mij is daaraan juist veel behoefte in die wijk. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik moet zeggen dat dit ook echt afhangt van de beantwoording van de indiener. Dat gaat dan om de procedures voor de ontwikkeling van de locaties in het kader van de Haagse Aanpak. Als het gaat om een spoedprocedure, zoals we die bijvoorbeeld onlangs hebben gehad met de Maanweg, besluit het college eerst om medewerking te verlenen aan een spoedvraag van, in dit geval, het ministerie. Daarna informeren we de buurt, maar we hebben met name vanuit de situatie rondom de spoedopvang in Kijkduin meegenomen dat we dat niet binnen 48 uur moeten willen doen.

Daar hebben we ook met het COA en met het ministerie het gesprek over gevoerd met betrekking tot de Maanweg, want daar wilden we echt wat langer de tijd hebben om de locatie gereed te maken en om de buurt te informeren, maar dan is het besluit van het college dus al wel genomen. Bemoedigende woorden van de indiener tijdens het commissiedebat, die ik hier ook herhaald hoorde worden, waren de woorden 'geen referendum'. Ook mooi in de aanpassingen van het initiatiefvoorstel zijn de huisregels. Die zijn heel erg belangrijk, want we hebben in de afgelopen periode, ook rondom het Haga, in de richting van onze medewerkers die de bewonersavonden en de werkgroepen organiseerden, echt ook hele akelige dingen meegemaakt. Die huisregels zijn echt nodig; laat ik het zo maar eufemistisch uitdrukken. Vanochtend was hier in de raad ook duidelijk dat we er ook oog voor moeten hebben dat het een stadsbrede opgave is. Als we dat ook mee kunnen nemen, maakt dat het voor het college echt makkelijker om inderdaad daarmee aan de slag te gaan. Er is mij gevraagd wat het college van de ingediende amendementen vindt. Daar gaat de indiener natuurlijk over, maar ik wil daar op uw verzoek wel iets over zeggen. Het amendement van D66 voegt inderdaad die stadsbrede opgave en ook participatie toe. Dat maakt het voor het college mogelijk om daar wat meer in te variëren.

Dat zou wat ons betreft dus een goede wijziging van het dictum kunnen zijn. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben benieuwd naar de duiding van 'dan kunnen we gaan variëren': wat bedoelt de wethouder daar precies mee? Wethouder Vavier (GroenLinks). Ook dat is weer een beetje afhankelijk van het antwoord van de indiener, maar doordat participatie eraan toegevoegd is … Het gaat het college er met name om dat het geen Awb-inspraakprocedure zou moeten worden, omdat die echt drie maanden kost en ook omdat dat tot aan de Hoge Raad bezwaren zou kunnen opleveren. Dat zou echt hele ongewenste vertraging opleveren, zoals de ChristenUnie volgens mij zelf aangaf in de inbreng. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben natuurlijk ook benieuwd naar de reactie van de indiener, maar we gaan er hypothetisch even van uit dat dit allemaal wordt aangenomen. Dan moet deze wethouder ermee aan de slag. Vandaar ook mijn vragen. Is dat, ervan uitgaande dat het geen Awb-procedure is maar wel een vorm van inspraak die schriftelijk wordt vastgelegd, iets wat het college altijd zal meenemen? Of komt er dan een procedure waarin die inspraak eigenlijk terzijde komt en waarin alleen de participatie zou kunnen plaatsvinden? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank voor deze hele goede vraag.

Ik denk dat in de afgelopen periode ook uit heel veel andere debatten en uit de gesprekken met de stad is gebleken hoe ontzettend veel behoefte er is aan meer transparantie. Het college is ook nog bezig met de evaluatie van de procedure rondom het Haga. We zijn nu aan de slag met een communicatie/participatieplan voor de 43

Haagse Aanpak. Daarin komen zeker ook die transparantie van de besluitvorming en wat we als college hebben gedaan met de input die we dan krijgen uit de raad. We zien bijvoorbeeld bij de werkgroepen die nu rondom het Haga aan de slag zijn, hoe belangrijk de input is die uit die werkgroepen komt en hoeveel waardering wij daar ook voor hebben. We vinden het ook heel erg belangrijk om dat te laten zien en ook om te vertellen wat we daarmee gedaan hebben. Lesley Arp (SP). Ook ik heb een verhelderende vraag over 'variëren'. Ik snap de zorgen van de wethouder over de Awb. Ik neem aan dat de initiatiefnemer daarop gaat reageren, maar voor mijn fractie zou het belangrijk zijn dat er wel wordt gehandeld naar de geest van het proces zoals dat geschetst is: een voornemen tot een besluit, inspraak, dan een nota van beantwoording en dan het besluit. Ik ben dus benieuwd of het in dat variëren wel een gegeven is dat die nota van beantwoording komt voordat het besluit komt. Wethouder Vavier (GroenLinks). Daar hebben wij nog steeds onze zorgen over. Ook dat is heel duidelijk, ook door de interruptie en de vraag die door DENK is gesteld. Daar hebben wij nog steeds onze zorgen over. Dat is anders als je dat pand als gemeente zelf in bezit hebt, want dan heb je veel meer ruimte om voorafgaand aan een besluit daarover uitgebreid van gedachten te wisselen.

Maar als het van een particuliere eigenaar is of als we van plan zijn om het te kopen … Er zijn verschillende mogelijke situaties waarin dat dan toch echt lastig is. Lesley Arp (SP). Ik noem als voorbeeld de besluitvorming over de coffeeshoplocatie. Daar hebben we een e-mailadres en een telefoonnummer voor geopend. Er was sprake van een voornemen tot een besluit. Vervolgens hebben wij als raad al die reacties kunnen zien. Je kan die beantwoording trouwens ook clusteren, want heel veel zorgen zijn vaak gelijkaardig. Daardoor kun je vrij snel en compact beantwoorden. Waarom zou het college, de zorgen over de Awb even erbuiten gelaten, dus niet gewoon die methodiek kunnen hanteren? Wethouder Vavier (GroenLinks). Als uw raad dit initiatiefvoorstel vandaag aanneemt, gaat het college daarmee aan de slag. Ik hoop dan ook dat uw raad het college de ruimte wil geven om in de verdere uitwerking ook die verschillende variaties aan te geven, want als dit initiatiefvoorstel vandaag wordt aangenomen, is het niet zo dat we voortaan precies zo … Het dictum vraagt het college om een procedure te ontwerpen. Wij zullen daar dus ook de verschillende mogelijkheden bij aangeven. De voorzitter. Mevrouw Arp, voor de derde maal. Lesley Arp (SP).

Ik snap de gevoeligheid over het woord 'zienswijze' en over de Awb best, maar zoals ik het voorstel heb gelezen met die nota van beantwoording, voorafgaand aan het besluit, lijkt het mij heel gek dat het voorstel zo wordt geïnterpreteerd dat dat niet gaat gebeuren. Ik hoop dat ook de initiatiefnemer alsnog op dit punt reageert. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik ben daar net zo benieuwd naar. Marieke van Doorn (D66). Als geestelijk moeder van het amendement dat vraagt om participatie toe te voegen aan het stuk inspraak dat in dit initiatiefvoorstel wordt gevraagd en dat een veel formeler karakter heeft, wil ik graag benadrukken dat er in de geest van dat amendement gehandeld moet worden, zodat er echt wordt gekeken hoe je het er nog naast kan zetten, zeker voor de mensen die buiten de Awb-definitie van 'belanghebbenden' vallen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank voor deze verheldering. Ook dat is een van de redenen waarom wij als college daar positief tegenover staan. Dan het amendement van de heer Ahraui van de Partij van de Arbeid. Er was een debatje of een vraag-en-antwoordsessie over de vraag of dit eigenlijk niet gewoon een amendement is om de spoedopvang stiekem zes maanden te laten zijn. Daarvan zei de heer Ahraui terecht dat het niet zes maanden hoeft te zijn. Dat zou ook zeker niet de wens van het college zijn.

Terugkijkend naar de spoedprocedures zoals we die hebben gehad, is Kijkduin eigenlijk de enige. Daar heeft het COA zich 44

gewoon netjes aan de afspraak gehouden. We gaan ervan uit dat het COA zich ook zal houden aan de afspraak die we hebben gemaakt over de spoedopvang op de Maanweg. Maar het is wel fijn om enige ruimte te hebben. De mensen die nu op de Maanweg worden opgevangen, worden daar tijdelijk opgevangen omdat elders in het land allerlei vertraging is opgelopen met bouwen en procedures bij een grotere locatie die op het punt van openen stond. Vandaar dat dit nu even nodig was. We gaan ervan uit dat de nieuwe locatie op 1 februari klaar zal zijn. Mocht dat niet zo zijn, dan zou je toch even de ruimte willen hebben voor nog een of twee weken, maar nooit maanden en maanden, want dan is het geen spoedopvang meer; dan is het een reguliere opvang. Er is ook terecht opgemerkt dat je dan met de buurt, de belanghebbenden en de belangstellenden in gesprek moet op de manier die de indiener van het voorstel maar ook het college voorstaat. Wat het college aantrekkelijk vindt aan dit amendement, is die tussenevaluatie, want dat zou ook nog een participatiemoment kunnen zijn.

Dat zou geen papieren tussenevaluatie van het college kunnen zijn, maar ook een moment waarop we in gesprek gaan met de buurt en de bewoners in de zin van: hoe gaat het hier? We zijn sowieso altijd in gesprek, maar een formeel tussenevaluatiemoment, waarover we ook aan de raad rapporteren, zou echt een hele mooie toevoeging kunnen zijn. Vandaar dat het college positief tegenover dit amendement staat. Als uw raad beide amendementen aanneemt, maakt dat het initiatiefvoorstel voor het college, de reactie van de indiener nog even afwachtend, echt weer een stuk aantrekkelijker om er goed mee aan de slag te kunnen. Er zijn twee moties ingediend. De motie van de Socialistische Partij, de motie Maak inspraak vormvrij, brengt heel goed de zorg tot uitdrukking die ook in de commissie is uitgesproken: gaan we iets laagdrempeligs organiseren waartoe ook mensen in andere wijken dan de Vogelwijk, waar alleen maar hoogopgeleide mensen wonen, toegang hebben? Dat is iets waar we goed mee aan de slag zouden kunnen gaan. Ik zou de SP alleen iets willen vragen. Het laatste dictumpunt is een veel bredere vraag, die eigenlijk een beetje buiten de orde van dit agendapunt valt.

Als de SP het laatste dictumpunt zou willen schrappen en op een andere manier in stemming zou willen laten brengen, bijvoorbeeld bij het debat over de verordening of bij debatten over de ruimtelijke procedures, kan het college hiermee uit de voeten. Lesley Arp (SP). Ik moet nog even met de mede-indieners overleggen, maar het lijkt mij op zich best logisch dat ik dit parkeer voor het debat met wethouder Icar over de Participatieverordening, dat ongetwijfeld nog gaat komen. Ik moet het dus even afstemmen, maar ik denk dat dit gewoon moet kunnen. De voorzitter. Dan horen wij dat graag en dan ontvangen we ook heel graag de gewijzigde motie. Dan gaat dat ook administratief helemaal goed. Wethouder Vavier (GroenLinks). Heel fijn, voorzitter. Dank ook aan de SP voor deze geste. Dan de laatste motie, de motie van Hart voor Den Haag om de leidraad op te nemen in de Participatieverordening. Ik zou de indiener willen vragen om deze motie aan te houden tot het debat met collega Icar over de Participatieverordening, want dat is het beste moment om daar het gesprek over aan te gaan. De voorzitter. Hartelijk dank aan de wethouder. Ik geef het woord graag aan de indiener. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Dank aan alle collega's die hebben gesproken voor de warme woorden en voor de vragen.

Voordat ik inga op specifieke vragen, heb ik kort wat opmerkingen over inspraak en participatie en de woorden die daarover zijn gewisseld. Het doel van dit voorstel is dat er inspraak is voordat definitieve besluitvorming plaatsvindt. Dat woord hebben wij gekozen omdat we echt willen werken naar een situatie waarin de stad een reactie kan geven op een voorgenomen voorstel. Dat is niet bedoeld als een juridische term in de zin van de Awb. Het is wel bedoeld als een heel duidelijke volgorde in het proces, waarbij mensen echt vormvrij hun inspraak, hun reactie, mogen geven. Die essentie vinden wij heel belangrijk. In het verleden hebben we bij participatie gezien - dat zien we ook in deze raadsperiode nog regelmatig gebeuren - dat er behoorlijk veel discussie is over hoe die participatie verloopt. Ik noem maar het Hobbemaplein als voorbeeld. Daar is veel ophef, want zijn de bijeenkomsten goed en breed genoeg gecommuniceerd, zijn die 45

bijeenkomsten vrij genoeg, krijgen de mensen die daar zijn vrij de mogelijkheid om daar iets van te vinden of wordt dat door de gemeente te veel gestuurd? Het grote voordeel van een procedure waarbij mensen schriftelijk hun eigen reactie kunnen geven - of mondeling als dat telefonisch zou kunnen, omdat dat voor sommige mensen laagdrempeliger is - is dat dat wordt opgetekend zonder dat de gemeente sturend is in wat wel of niet ingebracht kan worden. Dat is een van de zaken die we veel gehoord hebben en ongetwijfeld heeft ook de D66-fractie dat gehoord bij haar fractievergadering in de Vogelwijk: er wordt een inloopavond georganiseerd over een opvangvoorziening en mensen staan dan aan statafeltjes waar ze per onderwerp vragen mogen stellen of zich kunnen intekenen om vrijwilliger te worden. Dat is aan de ene kant best een hele mooie bijeenkomst en het kan ook nuttig zijn om die te organiseren, maar dat geeft mensen niet de vrijheid om hun reactie, hun mening, te geven en daarmee ook echt gehoord te worden voor die besluitvorming. Het belang van die procedure zit 'm voor de VVD dus echt in het duidelijk open kunnen geven van je eigen reactie, los van wat het college daar verder mee doet. Natuurlijk moeten daar kaders voor worden gesteld; daar kom ik zo op terug. Samir Ahraui (PvdA).

Heel kort, meer concluderend voor mijzelf: zoals ik mevrouw Van Basten Batenburg hoor, is de uitleg van inspraak vooral dat bewoners een manier hebben om hun mening, standpunt of suggestie schriftelijk mee te kunnen geven. Klopt dat? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Het is niet 'een' vorm, want het is wel echt de bedoeling dat dat in die volgorde gaat: er is een voornemen tot een besluit, er is in een bepaalde periode ruimte om te reageren, vervolgens komt daar een reactie op en dan wordt het besluit definitief genomen, waarbij die reacties worden meegewogen. Wat ik van de heer Ahraui hoor, lijkt me weer iets vrijer dan dit, maar in die volgorde zien wij het voor ons. Dat is ook echt de kern van zeker het eerste dictum van ons voorstel. Om het heel duidelijk te zeggen aan de hand van de meest concrete vraag hierover, die door de SP werd gesteld, namelijk of het het college ook vrijstaat om met een uitwerking te komen waardoor er niet extra mogelijkheden ontstaan om plannen juridisch te traineren: het antwoord daarop is dus volmondig ja, maar de essentie is wel zoals ik die zojuist in de richting van de PvdA aangaf. Wij vinden participatie een interessante toevoeging, maar daar zal ik straks op terugkomen bij het amendement.

Wij hebben geprobeerd om ons in het dictum echt tot die kern te beperken, om dus ruimte voor het college te laten binnen het kader dat ik net heb toegelicht en om daarbij niet in de val te trappen om te veel woorden te gebruiken, want daar kunnen heel veel discussies over ontstaan, zoals we net ook gezien hebben in het debat. Ik wil in de volgorde van de inbrengen wat vragen langslopen. Hart voor Den Haag heeft een motie ingediend. Het is niet helemaal aan mij als indiener om daarop te reageren, maar het moge duidelijk zijn dat ook wij van mening zijn dat die leidraad echt aan een update toe is. Het zou dus mooi zijn als het college deze bespreking en, als het wordt aangenomen, dit initiatiefvoorstel kan gebruiken om dat te doen. Het lijkt me ook heel zinvol om dat dan bij de Participatieverordening te betrekken. De PvdA vroeg, om te beginnen, iets over de ambtelijke inzet en waar die wordt ingezet, volgens mij zowel qua capaciteit als financieel. We hebben het daar in de commissie even over gehad. Ik heb de indruk dat het tijd gaat schelen aan de achterkant als we dit aan de voorkant goed doen. Op dit moment worden er bijeenkomsten georganiseerd en is er ook een e-mailadres geopend, nieuwkomers@denhaag.nl, waar mensen kunnen reageren. Daar zitten dus al heel veel schriftelijk werk en schriftelijke reacties in, of mensen worden gebeld.

Als je dat strakker organiseert, denk ik dat je met dezelfde inzet heel veel kan bereiken. Het heeft ook echt grote voordelen voor de stad. Misschien kost het iets meer tijd, maar ik denk dus dat de besluitvorming daar beter van wordt. Samir Ahraui (PvdA). Ik worstel hier een beetje mee, want ik zie de procedure zoals de VVD die voorstelt als een aanvulling op de dingen die we nu eigenlijk al doen. Ook als het college hiermee aan de slag gaat, wil ik dus nog steeds dat de gemeente die bewonersavonden organiseert, nog steeds die brieven verspreidt en nog steeds dat menselijke contact heeft door huis-aan-huis te gaan of door de kans te bieden om aan werkgroepen deel te nemen. Daar komt dit dan in principe bij, of als versterking van de procedure. Klopt mijn aanname niet of verschuift de initiatiefnemer het hele proces dan in wat er nodig zou zijn?

46

Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik denk dat vooral de volgorde veranderd wordt, want waar die bijeenkomst nu wordt georganiseerd na een definitief besluit, wordt die bijeenkomst, als dit voorstel wordt aangenomen, eerder in de tijd georganiseerd, al na het voorgenomen besluit. Die contacten met de buurt blijven er natuurlijk, als het goed is. Alleen de volgorde is dus anders, omdat dat vóór de definitieve besluitvorming is. Maar het is inderdaad niet de bedoeling om dan ineens geen informatieavonden meer te organiseren. Samir Ahraui (PvdA). Dat is in ieder geval goed om te horen, want mijn fractie hecht heel veel waarde aan dat persoonlijke contact, juist bij dit soort voorzieningen. Maar dan zul je toch nog steeds extra ambtelijke capaciteit nodig hebben om die zienswijzen te kunnen beoordelen, daar een nette beantwoording op te geven en vervolgens ook formeel naar het definitieve besluit met een reactie te komen met de aanpassingen waartoe dat leidt? Dat is dan toch nog steeds een extra handeling? Want die zienswijzen doen we op dit moment niet op de manier zoals voorgesteld. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Het verandert het werk zeker.

Als deze procedure goed wordt uitgevoerd, verwacht ik wel dat dit kan schelen in het aantal e-mails naar nieuwkomers@denhaag.nl, want in heel veel reacties die je nu achteraf krijgt, vragen mensen waarom ze dit niet van tevoren wisten en waarom ze niet mee mochten praten over hoe het zou gaan; er zullen ongetwijfeld ook reacties tussen zitten van mensen die hadden willen meepraten over de vraag of de opvang er überhaupt zou komen. Die vragen krijg je nu veel meer aan de voorkant, waardoor je, als het goed is, achteraf minder van die schriftelijke communicatie nodig hebt. Het werk verandert dus absoluut, maar als dit goed wordt uitgevoerd, verwacht ik dat de extra belasting per saldo kan meevallen. De PvdA vroeg ook of kaders leidend zijn of dat we over de uitwerking in gesprek kunnen blijven. Eigenlijk wil ik die vraag beantwoorden met 'en' in plaats van met 'of', want als we dit voorstel aannemen, is dat natuurlijk een kader voor die verdere uitwerking, maar het lijkt mij absoluut heel verstandig als wij daarover als raad met het college in gesprek blijven. Ik ben als indiener uiteraard ook van harte bereid om dat te doen. Dan de spoedprocedure en het amendement dat de PvdA daarover heeft ingediend. Dit initiatiefvoorstel gaat echt over het proces. De PvdA heeft daar ook een debatje over gehad met onder anderen de collega van de VVD.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14823452/1