RIS319789 Notulen van de raad van 11 juli 2024
Tekst van het document
Adeel Mahmood (DENK). Wat ons betreft is dat zeer verstandig. Het is een grote verantwoordelijkheid die we met alle aandacht moeten aangaan, maar ik vind het verstandig. Nick Kaptheijns (PVV). Hoe kan de heer Mahmood dit verstandig vinden als we nog helemaal niet vinden hoe dit zich gaat ontwikkelen, als we dat gewoon helemaal niet weten en als er geen onderzoeken zijn, omdat dit, zeker met deze opvang, nog nooit geprobeerd is? Ik heb al eerder gerefereerd aan voorbeelden in Amsterdam. In Amsterdam hebben ze het ook geprobeerd: studenten, ouderen, statushouders en asielzoekers bij elkaar. Dat is gigantisch uit de hand gelopen: onveiligheid, aanrandingen, tot aan verkrachtingen aan toe. Maakt de woordvoerder van DENK zich daar geen zorgen over? Adeel Mahmood (DENK). Ik denk dat ik kan spreken over hele andere ervaringen. Ik heb ook een ander beeld van deze groep dan de PVV. En ik heb het volste vertrouwen in het college. Ik zie ook dat het college uitdraagt dat het dit in goede banen wil leiden en dat het de door de buurt uitgesproken zorgen - daaraan koppel ik ook de zorgen die de toekomstige bewoners zullen hebben - serieus zullen nemen. Ik heb daar het volste vertrouwen in en ik zie daar geen problemen. Daaraan wil ik toevoegen dat het onze morele plicht is om deze kwetsbare mensen op te vangen, niet alleen voor henzelf maar ook voor de toekomst van ons land.
Ik denk dat deze mensen ook een hele goede bijdrage kunnen leveren in de toekomst, of dat nou handjes aan het bed zijn of allerlei andere banen die ingevuld moeten worden. Ik denk dat wij deze mensen ook daarbij nodig zullen hebben. Voor mij zullen zij echt een rijkdom meenemen, met bepaalde zorgen - dat gaat niemand ontkennen - maar ik vind dit een toegevoegde waarde voor onze stad en ik ben daar blij mee. Ik zei dat als er berichten uit de buurt komen - dat zijn natuurlijk niet de minste berichten - ik me ook heel goed zou kunnen voorstellen dat mensen die straks in dat complex gaan wonen, daar twijfels over hebben. Mijn vraag aan het college is daarom de volgende. Enerzijds zijn er de zorgen en de veiligheidsbeleving van de buurt, maar hoe houdt het college bij de verdere uitwerking van zijn plannen rekening met de gevoelens van de mensen die in het complex zullen wonen en hoe wordt hun veiligheid geborgd, zowel intern als extern? Wat DENK betreft heeft het college mooie plannen om deze locatie op termijn te herontwikkelen, onder andere met woningbouw, woningen voor starters en woningen voor senioren. Dit zal de buurt en Den Haag ten goede komen. Tot die tijd krijgt het voormalige ziekenhuis een tijdelijke invulling met meer dan 700 plekken voor diverse doelgroepen, waaronder 440 asielzoekers en statushouders. Wij steunen deze aanpak van harte. Lesley Arp (SP). Voorzitter.
De SP is voor het tijdelijk benutten van de Haga-locatie voor opvang en huisvesting, al is de echte oplossing voor de wooncrisis natuurlijk een echte woning. Daarom hopen we dat het college doorpakt met het maken van een goed plan voor betaalbare permanente woningen op deze locatie. Het is duidelijk dat er met weinig vertrouwen wordt gekeken naar de door de gemeente gecommuniceerde deadline voor de tijdelijke invulling. Volgens mij gaat D66 daar een motie over indienen, die mijn fractie zal ondersteunen. We vinden het belangrijk dat deze afspraak nogmaals wordt onderstreept. De SP steunt het doel van de tijdelijke invulling, maar we hebben ook gezien dat de communicatie vanuit het college een stortvloed aan emoties en zorgen heeft losgemaakt. Mensen die zich inzetten voor hun wijk of winkelstraat, zijn in een ingewikkelde positie gebracht. Ook mijn fractie had op onderdelen echt moeite met de communicatie. Ik denk dat we moeten constateren dat in de periode van de aankoop van dit pand valse verwachtingen zijn ontstaan over de ruimte voor inspraak voor bewoners over de tijdelijke functie, bijvoorbeeld aan de hand van reacties op vragen van de raad aan het college. De belofte van een gesprek met de buurt dat zou starten in het voorjaar, is bijvoorbeeld al veelvuldig aangehaald.
Hoe kijkt het college terug op zijn eigen communicatie in die periode en hoe kijkt de wethouder naar de opmerking die de civiele rechter hierover heeft gemaakt? Ik neem aan dat de wethouder weet waar ik op doel. Caroline Peeck (VVD). Ik hoor mevrouw Arp 'valse verwachtingen' zeggen, maar het was toch gewoon een keiharde toezegging? 49
Lesley Arp (SP). Ja, bijvoorbeeld als het gaat om die technische vragen: het staat op schrift. Ja, het is eigenlijk een belofte; zo zie ik het wel. Dan nog een punt over de communicatie. Dat dit qua schaal echt een heel ander plan is dan het plan-Einstein in Utrecht, is natuurlijk met een simpele zoekopdracht uit te vogelen. Het college gaat hier pionieren. Daardoor kunnen we vooraf niet echt voorspellen wat goed en wat minder goed zal gaan. Daar moeten we gewoon eerlijk over zijn. Ik snap ook dat mensen daar zorgen over hebben. Tegelijkertijd verloopt de verhuizing van groepen bewoners naar het gebouw in fases. Voor de SP is het heel belangrijk dat de raad het komende jaar goed en met grote regelmaat wordt bijgepraat over deze fasering, zodat we altijd het debat kunnen voeren als er bijgestuurd moet worden. Ten slotte hoor ik graag van de wethouder hoe de bewoners, ervaringsdeskundigen en belangenbehartigers voor de doelgroepen die daar komen te wonen, betrokken worden bij de gesprekken die nu plaatsvinden. Juist omdat de gemeente gaat pionieren, is het wat de SP betreft ontzettend belangrijk dat we expertise van buitenaf inroepen die de gemeente waar nodig ook een kritische spiegel kan voorhouden. Marije Mostert (D66). Voorzitter. Dank aan alle insprekers. Ik zal het maar eerlijk zeggen: dit onderwerp is me niet in de koude kleren gaan zitten.
Ik ben bij de informatieavond geweest, heb veel bewoners bezocht en gesproken en daarnaast hebben mijn app en mailbox niet stilgestaan. Dat het college en bewoners tegenover elkaar zijn komen te staan, doet mij pijn. Laten we even kijken waar we het vandaag over hebben. We hebben het vandaag over de tijdelijke invulling. Dat is een collegebevoegdheid. We hebben als raad wel iets te zeggen over het algemene proces en het raadsvoorstel over de investering en de dekking van € 26,5 mln. Daar gaan we straks ook over stemmen. Laat ik over de tijdelijke invulling het volgende zeggen. We staan als Den Haag voor een gigantische opgave. We hebben te maken met een verstopping in de maatschappelijke opvang, bij mensen die uitstromen vanuit de zorg en bij starters die wachten op een huis. Daarnaast vinden we als D66 dat we onze verantwoordelijkheid moeten nemen in de opvangcrisis die er in Nederland is. Den Haag krijgt ook niet vaak de kans om een pand van dit formaat aan te schaffen en te ontwikkelen. Die ontwikkeling kost tijd. Wat D66 betreft wordt daar vandaag al mee gestart, maar in de tussentijd kunnen we dit pand niet leeg laten staan, want leegstand is geen stilstand, maar achteruitgang voor iedereen die een woning nodig heeft. Daarnaast hebben we een wettelijke taak. D66 begrijpt dus de keuze van het college voor de tijdelijke invulling. Dan het proces.
Er is de afgelopen periode best heel veel onduidelijkheid gerezen over de duur van de tijdelijke invulling. Omwonenden en belanghebbenden hebben hierover hun zorgen uitgesproken. Ze zijn ongerust dat het langer wordt dan de afgesproken tijd. Zij hebben recht op duidelijkheid over deze ontwikkeling in hun buurt. We moeten voorkomen dat de tijdelijke invulling leidt tot vertraging van de permanente invulling. Daarom dien ik de motie Garandeer de buurt tijdelijke invulling van bepaalde duur in, met als dictum: verzoekt het college omwonenden de garantie te geven dat de tijdelijke invulling niet langer zal duren dan maximaal zeven jaar, met als gewenste streefduur vijf jaar en de raad uiterlijk in Q3 2024 te informeren over hoe de gemeente deze garantie ten aanzien van de maximale duur richting omwonenden gaat vastleggen. Caroline Peeck (VVD). Ik lees in de brief van 2 juli dat na vijf jaar de planning van de permanente invulling leidend wordt, dat in alle communicaties een doorlooptijd van vijf tot zeven jaar is opgenomen en dat het college een voorbehoud dat in het raadsvoorstel is gemaakt en dat ook al is toegelicht, namelijk als er na zeven jaar niet gestart zal zijn, zal laten vervallen. Wat voegt deze motie dan in godsnaam toe aan de brief van 2 juli? Marije Mostert (D66). Dank voor deze vraag.
Er zijn zo ontzettend veel getallen rondgegaan op papier, in appgroepen en in communicatie dat wij het gewoon heel klip-en-klaar willen hebben: dit is wat de tijd is. Dan staat het vastgelegd. Daarom dienen wij deze motie in, zodat er geen misverstand kan bestaan. Caroline Peeck (VVD). Heeft D66 dan het idee dat het twijfelt aan wat het college schrijft? Want in deze brief staat toch precies wat in de motie staat?
50
Marije Mostert (D66). Er is zoveel misgegaan in de communicatie dat wij er waarde aan hechten om dit nu heel duidelijk voorop te stellen, zodat er echt geen misverstand bestaat: dit is de tijdelijke duur; zolang gaat het duren en niet langer. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik vraag me af wat D66 precies wil bereiken met deze motie. Marije Mostert (D66). Ik hoor geen nieuwe vraag, maar ik zal het nog een keer herhalen. Er is heel veel misgegaan in de communicatie. Er is op een gegeven moment gesproken over tien jaar, zestien jaar. Wij hechten er waarde aan dat we de zorg die de bewoners hebben, vandaag onderstrepen en dat we zeggen: het wordt vijf jaar, maximaal zeven jaar. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Zoals collega Peeck net al zei, staat in de vorige brief gewoon dat het vijf jaar is. Waarom wil D66 dan alsnog die termijn uitbreiden tot maximaal zeven jaar? Er stond al vijf jaar. Ten tweede vergelijkt u appcommunicatie en communicatie in groepen met de formele communicatie van het college. Hoe kan dat nou? Marije Mostert (D66). Er zijn heel veel verschillende communicatielijnen geweest, binnen de bewonersgroepen, appgroepen. Daar zijn op een gegeven moment heel veel verschillende jaartallen genoemd. Eigenlijk herhaal ik wat ik net heb gezegd: wij vinden het belangrijk dat heel duidelijk is wat die tijdsduur is, zodat daar geen misverstand over bestaat.
Dat is eigenlijk het laatste wat ik daarover kan zeggen, meer niet. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, de laatste keer. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik trek de conclusie dat D66 het college niet gelooft, want er ligt al een brief waarin dat staat. Waarom zou je dan nog een tweede brief willen? Marije Mostert (D66). Ik blijf bij wat ik net heb gezegd en ik ga door naar het volgende punt, namelijk de andere zorgen die er zijn in de buurt. Die betreffen de omvang en de mix van doelgroepen. Laten we heel duidelijk zijn: er zijn zorgen over de omvang en de mix. 750 is gewoon ook een heel groot aantal in één keer. Wij willen dat er echt stapsgewijs een mogelijkheid is om in te groeien in het pand, zodat er sprake is van een stapsgewijze tijdelijke invulling. Daarnaast wil mijn fractie de mogelijkheid voor eventuele uitfasering van doelgroepen in het geval er onverhoopt fundamentele en structurele problemen voor de tijdelijke bewoners en de omwonenden zijn. Bovendien moeten er goede afspraken komen over de beheersing van risico's bij de opvang door goede begeleiding, dagbesteding en beveiliging. Dit moet, vindt onze fractie, worden vastgelegd in een beheersovereenkomst met de buurt. Daarom de motie Maak afspraken met omwonenden over de beheersbaarheid van de tijdelijke invulling van Haga. Caroline Peeck (VVD).
Ik kon ook wachten totdat mevrouw Mostert klaar was, maar ik heb het verzoek gelezen en ik neem daarom aan dat u instemt met ons amendement. Marije Mostert (D66). Laat ik zeggen dat we een positieve grondhouding hebben ten aanzien van het amendement; dat klopt. Ik zal het dictum nog even benoemen: verzoekt het college ruim voordat de eerste bewoners tijdelijk worden geplaatst in het voormalige Haga-complex Sportlaan, een beheersovereenkomst met omwonenden te sluiten, met daarin opgenomen de momenten waarop de omwonenden worden gehoord voorafgaand aan de volgende stap van de infasering, in samenspraak met omwonenden een plan te maken rond de ingroei van de op te vangen mensen, waarbij eventuele ontstane zorgen worden meegenomen en best practices duidelijk worden verankerd in de volgende ingroeifase en de raad uiterlijk Q3 2024 te informeren over de voortgang van deze beheersovereenkomst. Hera Butt (GroenLinks). Dank aan D66 voor de laatste motie. Ik heb een vraag over de beheersovereenkomst met omwonenden rond de tijdelijke invulling van het Haga-complex. In het eerste dictum staat iets over het sluiten van een beheersovereenkomst met omwonenden en een stukje 51
over een plan maken rond de ingroei. Dat lees ik eigenlijk ook in de brief van het college: dat wordt gedaan met beheersafspraken, een intensieve overlegstructuur en preventieve maatregelen, allemaal met de buurt. Wat voegt dit toe? Marije Mostert (D66). Waar wij in deze motie heel duidelijk op sturen, is dat er echt een overeenkomst wordt gesloten. Dat heeft mijn fractie echt nog gemist in de stukken. Dat is dus een stukje formalisering. Je moet je voorstellen dat je gewoon echt op gezette tijden met de mensen om de tafel gaat, met de peilstok erin: hoe gaat het, waar moet worden bijgestuurd, waar is behoefte aan en wat gaat er goed? Dat willen wij op deze manier in die overeenkomst vastleggen. Hera Butt (GroenLinks). Oké, het verschil is dat het volgens D66 in een overeenkomstvorm zou moeten. Hoe ziet dat er verder uit? Want de bedoeling en de geest staan natuurlijk al in de stukken van het college. Ik ben benieuwd wat de toevoeging van de overeenkomst betekent. Dat is belangrijk voor mij om te kijken wat we met deze motie gaan doen. Marije Mostert (D66). Wat we hiermee doen of laten doen, is dat het geformaliseerd wordt. Dat betekent ook dat het een bepaalde waarde heeft naar de buurt toe, maar ook een bepaalde verplichting schept. Dat willen wij graag op dit moment op deze manier vastleggen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag).
Ik luister naar de woorden van mevrouw Mostert en ik krijg er buikpijn van. Ik ben ook in die buurt geweest en ik heb heel veel mensen gesproken. U hoort hier vanmiddag constructieve voorstellen van mensen. Hoe gaat dat dan als u daar in de wijk bent en als mensen voorstellen doen waarvan u weet dat het college daar helemaal niets mee heeft gedaan? Hoe reageert u dan? Marije Mostert (D66). Wat ik doe op het moment dat ik bij bewoners ben, is luisteren, echt luisteren, naar wat er wordt gezegd en naar die zorgen. De zorgen die daar zijn, neem ik mee. Dat zie ik ook als mijn rol als raadslid. Die belangen leg ik naast de belangen die er zijn in de stad, de belangen die er zijn in het land en de belangen die er internationaal zijn. Daarmee, met al die gegevens, neem ik uiteindelijk een weloverwogen beslissing over wat wij passend vinden en waarvan wij denken dat we er nog een stukje op moeten bijsturen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dan begrijp ik dat mevrouw Mostert in dezen zegt: dan weeg ik al die belangen en dan weeg ik de belangen van de doelgroepen, van asielzoekers en weet ik veel allemaal, zwaarder dan de ongerustheid van de bewoners. Marije Mostert (D66). Alle belangen zijn zwaarwegend en het is aan mij om daar een morele beslissing over te nemen.
Kijkend naar de taakstelling die we hebben en naar de opgave die er ligt, kan je niet anders concluderen dan dat het gewoon niet uit te leggen valt om zo'n pand leeg te laten staan. Ik kan dat niet uitleggen aan alle mensen die op straat leven, aan de gemeente Ter Apel, maar ook aan alle jongeren die op zoek zijn naar een vervolgplek om er te wonen en hun leven te starten. Dan maak je dus een afweging en dan ga je kijken waar je kunt bijsturen. Dat zie ik als mijn taak als raadslid. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, de laatste keer. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Maar het draagvlak bij de bewoners is ook heel belangrijk. Dat geeft u zelf net aan; u spreekt ook over termen zoals 'vertrouwen'. Dat is ook heel belangrijk: bewoners moeten dat vertrouwen weer terugkrijgen. Wat zou er nou tegen geweest zijn en wat is er nog steeds tegen om het besluit uit te stellen en eerst die participatie goed vorm te geven en dat vertrouwen te herstellen? Marije Mostert (D66). Ik denk dat het heel belangrijk is dat je helder bent over waar je als bewoner inspraak op hebt. Ik denk dat daar heel veel mis is gegaan. Er ligt hier namelijk een besluit dat een collegebesluit is. We hebben dat bij wet vastgelegd middels de Leidraad controversiële voorzieningen. Het kan dat je die ter discussie wil stellen; ik begrijp dat er een initiatiefvoorstel ligt van de VVD. Het 52
is prima om daar een discussie over te voeren, maar dit is nu wel de wet- en regelgeving waar we mee te maken hebben. Dan kan je beter duidelijk tegen bewoners zeggen: je gaat niet over de aantallen die er komen, want dat is gewoon een besluit, maar je kunt wel over andere dingen meepraten. Maar als er eigenlijk mist wordt opgeroepen in de zin van 'je kunt nog over heel veel mee gaan beslissen' - dat is hier heel veelvuldig gebeurd, ook vanuit de raad - zou ook ik erg teleurgesteld worden. Samir Ahraui (PvdA). Dank aan collega Mostert voor de motie. Ik heb eigenlijk vooral een verhelderende vraag, want ik snap waar de motie vandaan komt. Is dat ingroeipad volgens D66 inclusief of exclusief de permanente winteropvang? Daar zit immers de zorg van onder andere mijn fractie, want die opvang moet natuurlijk al in november opengaan. Dat is eigenlijk een groep waarvan je nu al weet dat die daar terecht moet komen. Ziet de motie dus met name op de opvang van de doelgroepen die we in een veel later stadium in het Haga gaan huisvesten of ook al op de permanente winteropvang in november? Marije Mostert (D66). Ik denk dat de heer Ahraui weet dat wij elkaar weten te vinden op het punt van de opvang, zeker van de permanente winteropvang. Als die in november opengaat, ga je daar nu vanzelfsprekend naartoe werken. Daar hebben we nog de tijd voor. Caroline Peeck (VVD).
Het college mág besluiten, maar dat hoeft niet. Er mág inspraak zijn en er mág participatie zijn. Het gaat over wat voor bestuur je wil zijn. Hoe reflecteert mevrouw Mostert daarop? Marije Mostert (D66). Zoals ik al zei, is het heel interessant om die leidraad te bespreken. We hebben daar eerder ook de kans voor gehad toen de VVD nog in het college zat. Volgens mij was uw wethouder toen wethouder Participatie. Dat zijn dingen die je met elkaar kunt bespreken. Dat is heel interessant, maar dat is op dit moment niet van toepassing. Caroline Peeck (VVD). Op dit moment is dat wél van toepassing. U heeft nog steeds de kans om vandaag te zeggen: stel het uit en ga pas na de zomer hier praten over een raadsvoorstel, gedragen door de buurt en met een financieel degelijk plan. U heeft die keus. Marije Mostert (D66). Ik heb al uitgelegd welke afweging wij hebben gemaakt. Dat is wellicht een andere dan de afweging die de VVD maakt, maar het is wel een duidelijke boodschap: je laat nu gewoon weten dat we vandaag gaan stemmen over dit plan en verder is er nu ook geen ruimte meer voor veranderingen aan dit plan. Ik denk dat je de buurt valse hoop geeft als je zegt: nee, we gaan het uitstellen, want dan heeft u de kans. Dat vind ik eigenlijk een valse voorstelling van zaken. Dan beloof je misschien gouden bergen en dat zijn luchtkastelen. Dat vind ik zonde. De voorzitter.
Mevrouw Peeck, de laatste keer. Caroline Peeck (VVD). Het is pertinent onwaar dat wij daar vandaag niet over kunnen beslissen. Wij zijn de raad; wij kunnen dat zelf beslissen. Ik stel vast dat mevrouw Mostert zelf verkeerde verwachtingen wekt. Wij kunnen dat vandaag wél beslissen. De voorzitter. Mevrouw Mostert, wilt u daarop reageren? Nee. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Als we vandaag niks meer kunnen veranderen, waarom zitten we vandaag dan bij elkaar en waarom dient u dan moties in? Marije Mostert (D66). We stemmen vandaag over dit plan en daar hebben wij moties bij, omdat we nog wat invloed willen uitoefenen op dit plan. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik citeer mevrouw Mostert, die twee zinnen geleden zei: 'Maar we kunnen er vandaag niets meer aan veranderen.'
53
Marije Mostert (D66). Dat is natuurlijk een beetje selectief shoppen, maar wat geen punt van onderhandeling is in die ruimte - en dat moet je ook niet suggereren - zijn de aantallen die daar gaan komen. Laten we daar nou gewoon helder over zijn en ga nou niet doen alsof dat wél zo is, want dat is het scheppen van een valse verwachting. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, de laatste keer. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Een klein beetje herinnering nog: het college heeft in de decemberbrief gezegd dat er ruimte is om met de buurt te praten over scenario's. Kunt u mij aangeven wat u daar dan onder verstaat? Marije Mostert (D66). Wat het college allemaal besproken heeft met de bewoners, daar ben ik niet bij geweest, want ik ben ook niet een direct betrokkene. En die scenario's staan volgens mij ook niet als zodanig in de stukken uitgeschreven. Ik ben dus heel benieuwd welke scenario's u bedoelt. De voorzitter. Nu stelt u een vraag terug, maar het was haar derde vraag. Ik sta het toe; u mag antwoorden, mevrouw Verdonk. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Een debat goed voorbereiden betekent dat je alle stukken leest. In de brief van december staat gewoon: 'Het college gaat samen met de buurt scenario's ontwikkelen'. En in een volgende brief staat: 'Het college heeft gekozen voor één scenario.' Nou, graag uw appreciatie. De voorzitter. Mevrouw Mostert, ten slotte.
Marije Mostert (D66). Ik vind dat wel een beetje makkelijk. 'Scenario's' gaan ook over: hoe ga je nu verder? Precies daarover gaan de moties waarmee ik kom: hoe ga je infaseren, hoe zorg je dat je op tijd kunt bijsturen? Dat zijn ook scenario's. Laten we dus niet selectief shoppen in hetgeen ik heb gezegd, want ik blijf bij wat ik heb gezegd. Achter de directe zorgen van de omwonenden loopt eigenlijk een rode lijn, namelijk die gebrekkige communicatie vanuit het college. Er was behoefte aan een plenair deel tijdens de informatieavond. Sommige mensen hebben het nieuws zelfs uit de media moeten vernemen. Het is natuurlijk funest dat je als belanghebbende uit de krant moet vernemen dat er grote plannen zijn bij jou in de buurt voordat de gemeente jou zelf heeft kunnen informeren. Om dit in de toekomst beter aan te pakken dien ik mede namens mijn collega Marieke van Doorn, woordvoerder Participatie, de motie Eerst de buurt, dan pas de media in, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken hoe de huidige werkwijze van communicatie met omwonenden over (tijdelijke) opvanglocaties in de wijk zo aangepast kan worden dat de bewoners gelijktijdig met de raad worden geïnformeerd, bijvoorbeeld door naast brieven en bezoeken aan de belanghebbenden ook gebruik te maken van de berichtenbox van mijnoverheid.nl en de raad uiterlijk in Q4 2024 hierover te informeren.
Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Is het niet zo dat de wethouder die toezegging al in de commissievergadering heeft gedaan? Marije Mostert (D66). Anders dien ik de motie natuurlijk niet in. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). De toezegging ís door de wethouder in de commissievergadering gedaan. Mijn vraag is dus: waarom deze motie? Marije Mostert (D66). Deze motie roept op tot een onderzoek om te kijken welke middelen, onder andere de berichtenbox van mijn.overheid, je kunt inzetten. Dat is dus breder dan alleen heel smal op iets inzoomen. Vandaar dat wij deze motie indienen, want we zijn benieuwd welke mogelijkheden er allemaal zijn. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Verdonk. 54
Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Soms ben ik het spoor bijster bij mevrouw Mostert. Berichten via de box van de overheid? Is het niet veel beter om een direct contact te hebben tussen het college en de inwoners van Den Haag in plaats van te zeggen: ga maar naar de berichtenbox van mijn.overheid? Marije Mostert (D66). Daarom staat in de motie: 'naast de brieven en het directe contact met de bewoners'. Caroline Peeck (VVD). Is D66 het met de Haagse VVD eens dat met deze motie de buurt nog steeds voor een voldongen feit wordt gesteld en dat de buurt alleen mee mag praten over de uitvoering, ondanks de eerdere harde toezegging van het college dat de buurt mee zou kunnen praten over de keuzes? Marije Mostert (D66). Dan kom ik eigenlijk weer terug op wat ik net zei: dat zit in die Leidraad controversiële voorzieningen. Als je die ter discussie stelt en aanpast, geldt er inderdaad op een andere manier inspraak dan nu; dat klopt. Caroline Peeck (VVD). Mevrouw Mostert, het is toch beloofd? Is dat volgens D66 goed en betrouwbaar bestuur? Marije Mostert (D66). Wat we met deze motie beogen, is dat we in de toekomst zorgen dat bewoners niet uit de media horen dat er grote veranderingen zijn bij hen in de buurt voordat ze zelf geïnformeerd worden. Dat is wat wij met deze motie beogen. De voorzitter. Ten slotte, mevrouw Peeck. Caroline Peeck (VVD).
Ik vroeg hoe mevrouw Mostert, D66, reflecteert op de toezeggingen die gedaan zijn. Is dat goed en betrouwbaar bestuur? Marije Mostert (D66). Met deze motie kunnen we niet alle pijn weghalen, maar we kunnen wel een eerste stap zetten in het gelijk maken van het speelveld dat er is voor de toekomst. Laat ik tot slot een sprong voorwaarts doen. We spreken nu over de tijdelijke ontwikkeling. De definitieve herontwikkeling ligt voor ons en dat biedt perspectief. We zijn er een groot voorstander van om dit gezamenlijk met de wijk te doen. Er zijn hele mooie ideeën over een combinatie van senioren en jongeren, maar ik heb ook gehoord dat mensen eventueel behoefte hebben aan een stukje zorgaanbod. Ik roep het college eigenlijk op om zo snel mogelijk echt haast te maken met de definitieve invulling van dit pand, zodat je dit geweldig kan vormgeven met de buurt voor de stad. De voorzitter. Door mevrouw Mostert worden de volgende moties (D.11 D66, D.12 D66 en D.13 D66) ingediend:
Motie D.11 D66 Beheersovereenkomst met omwonenden rond tijdelijke invulling Haga-complex De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake tijdelijke invulling voormalig Haga-complex Sportlaan (RIS318976). Constaterende dat: ▪ omwonenden zich zorgen maken over de impact van de voorziene mix en omvang van doelgroepen die worden geplaatst op de tijdelijke locatie Haga op de leefbaarheid van de buurt; ▪ in vergelijkbare situaties elders in de stad (bijvoorbeeld rondom ZKD) beheersplannen in het leven zijn geroepen, met daarin een grote rol voor de buurt.
55
Van mening dat: ▪ bewoners een stem moeten krijgen rond het infaseren van beoogde doelgroepen en ook rond de uitfasering van doelgroepen, in het geval hiermee onverhoopt problemen in de buurt ontstaan; ▪ afspraken over de beheersing van risico’s bij de opvang van doelgroepen door begeleiding, scholings- en werkaanbod en beveiliging door de gemeente moeten worden vastgelegd in een beheersovereenkomst met de buurt; ▪ in deze beheersovereenkomst ook duidelijke afspraken moeten worden vastgelegd over de momenten waarop bij een volgende stap in het infaseren de omwonenden worden gehoord over de huidige situatie. Overwegende dat: ▪ Den Haag haar verantwoordelijkheid blijft nemen in het voldoen aan de huidige wettelijke taak voor de opvang van asielzoekers, ongeacht de toekomst van de Spreidingswet; ▪ de uitstroom uit de maatschappelijke opvang verstopt zit door de woningnood; ▪ studentenhuisvesting en starterswoningen tekorten kennen; ▪ een goede spreiding van de opvang van doelgroepen over de hele stad gewenst is; ▪ jarenlange leegstand van het voormalige Haga-complex gedurende de voorbereidingen van de definitieve ontwikkelingen van het complex zeer ongewenst is.
Verzoekt het college: ▪ ruim voordat de eerste bewoners tijdelijk worden geplaatst in het voormalige Haga-complex Sportlaan een beheersovereenkomst met omwonenden te sluiten, met daarin opgenomen de momenten waarop de omwonenden worden gehoord voorafgaand aan de volgende stap van de infasering; ▪ in samenspraak met omwonenden een plan te maken rond de ingroei van de op te vangen mensen, waarbij eventuele ontstane zorgen meegenomen worden en best practices duidelijk verankerd worden in de volgende ingroeifase; ▪ de raad uiterlijk Q3 2024 te informeren over de voortgang in het maken van deze beheersovereenkomst. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie D.12 D66 Eerst de buurt dan pas de media De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Tijdelijke invulling van voormalig Haga-complex Sportlaan (RIS318976). Constaterende dat: ▪ omwonenden zich overvallen voelen wanneer zij uit de media moeten vernemen dat er bij hen in de straat, buurt of wijk tijdelijk mensen worden opgevangen. Van mening dat: ▪ de huidige werkwijze onnodig extra weerstand oproept, zoals ook eerder het geval was, bijvoorbeeld rondom het Willem Dreeshuis. Overwegende dat: ▪ Den Haag, de internationale stad van Vrede en recht, verantwoordelijkheid neemt voor het ontlasten van Ter Apel; ▪ de uitstroom uit de maatschappelijke opvang verstopt zit door de woningnood; ▪ een goede spreiding van de opvang van doelgroepen over de hele stad gewenst is; ▪ jarenlange leegstand van het voormalig Haga-complex aan de Sportlaan gedurende de voorbereidingen van de definitieve ontwikkelingen van het complex zeer ongewenst is. 56
Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken hoe de huidige werkwijze van communicatie met omwonenden over (tijdelijke) opvanglocaties in de wijk zo aangepast kan worden dat bewoners gelijktijdig met de raad worden geïnformeerd, bijvoorbeeld door naast brieven en bezoeken aan de belanghebbenden gebruik te maken van de berichtenbox van mijnoverheid.nl; ▪ de raad uiterlijk in Q4 2024 te informeren over een herziene werkwijze. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie D.13 D66 Garandeer de buurt tijdelijke invulling van bepaalde duur De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Tijdelijke invulling van voormalig Haga-complex Sportlaan (RIS318976). Constaterende dat: ▪ er veel onduidelijkheid is gerezen over de duur van de tijdelijke invulling van het voormalig HagaZiekenhuis; ▪ omwonenden zich zorgen maken over wanneer de tijdelijke invulling en daarmee de opvang van doelgroepen eindigt. Van mening dat: ▪ omwonenden recht hebben op duidelijkheid over de ontwikkeling van hun buurt. Overwegende dat: ▪ de uitstroom uit de maatschappelijke opvang verstopt zit door de woningnood; ▪ studentenhuisvesting en starterswoningen ook tekorten kent; ▪ een goede spreiding van de opvang van doelgroepen over de hele stad gewenst is; ▪ jarenlange leegstand van het voormalige Haga-complex gedurende de voorbereidingen van de definitieve ontwikkelingen van het complex zeer ongewenst is; ▪ voorkomen moet worden dat de tijdelijke invulling leidt tot vertraging van de permanente invulling van het Haga-complex. Verzoekt het college: ▪ omwonenden de garantie te geven dat de tijdelijke invulling niet langer zal duren dan maximaal 7 jaar, met als gewenste streefduur 5 jaar; ▪ de raad uiterlijk in Q3 2024 te informeren over hoe de gemeente deze garantie t.a.v.
de maximale duur richting omwonenden gaat vastleggen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Mijn fractie heeft er nog steeds hoop op, en ook misschien wel een klein beetje vertrouwen erin, dat er vandaag toch nog echt geluisterd wordt naar de omwonenden van het voormalige HagaZiekenhuis, en dat het college toch gaat kiezen voor een plan met draagvlak. Dat maakt namelijk alle vervolgstappen zo veel makkelijker, zeg ik u uit ervaring. Participatie begint met een heldere communicatie van de overheid, in casu de gemeente, naar alle mensen in de stad. Het is ook heel belangrijk om duidelijk te maken waar mensen wel en niet over kunnen meepraten. Daar ligt al de eerste fout in de communicatie. Graag een reactie van het college.
57
Samir Ahraui (PvdA). Collega Verdonk zegt dat we moeten werken aan een plan dat in principe op draagvlak kan rekenen. Dat klinkt hartstikke mooi, maar dat betekent voor mevrouw Verdonk per definitie al dat het hele plan van tafel moet. Hoe reflecteert zij daarop? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voor ons betekent dat dat het hele plan van tafel moet? Voor ons betekent het dat de mensen in de Vogelwijk en in alle omringende buurten serieus genomen moeten worden en dat dit college echt doet wat het zegt als het over participatie gaat. Weet je wat verantwoordelijk wethouder Icar heeft gezegd? Participatie is dat mensen zich gehoord voelen en serieus genomen voelen. U heeft uit de reacties gehoord dat dit niet het geval is. Samir Ahraui (PvdA). Maar dan herhaal ik bijna de interruptie die ik op mevrouw Verdonk deed in de commissie. Zij gaf namelijk op dag één al aan dat dit plan verschrikkelijk was, dat ze ertegen was en dat het van tafel moest. Dan heb je toch überhaupt het gesprek nog niet kunnen voeren over de vraag of er wel of geen draagvlak is? Dat heeft mevrouw Verdonk op dat moment nog niet kunnen doen. Tegelijkertijd heeft ze dan ook geen enkele oplossing voor de doelgroepen die we hier moeten huisvesten. En dan laat ik nog even achterwege dat ik weet dat ik voor de opvang van asielzoekers niet bij mevrouw Verdonk moet zijn. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag).
Gelukkig doet Hart voor Den Haag aan ombudspolitiek. Dat betekent dat wij overal mensen kennen en heel veel praten met mensen in de wijken. Wij wisten allang wat de uitslag zou worden van de enquête die gehouden is, namelijk dat 85% van de mensen gewoon tegen is of er in ieder geval heel veel vraagtekens bij heeft en heel graag constructief wil meedenken. Dat is ombudspolitiek: daar gewoon naar luisteren. De voorzitter. Laatste keer, meneer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). Maar de manier waarop Hart voor Den Haag de ombudspolitiek invult, betekent dat we dus nergens in de stad een locatie kunnen ontwikkelen om daklozen, starters of dakloze gezinnen op te vangen. Ik heb namelijk in de jaren dat ik in deze raad zit nog nooit gezien dat Hart voor Den Haag blij was op het moment dat het college met een voorstel kwam voor de invulling van de daklozenopvang. De berichtgeving op elk voorstel hierover was hetzelfde. Als dat dus de invulling is van hoe mevrouw Verdonk kijkt naar ombudspolitiek, betekent dat gewoon: stad op slot en nergens mensen opvangen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag neemt altijd verantwoordelijkheid voor de mensen met een binding met de stad en voor de mensen met een regiobinding. Niet iedereen doet goed mee in de samenleving. Niet iedereen kán ook goed meedoen in de samenleving. Dat heb ik u ook al eerder verteld.
Voor die mensen nemen wij ook onze verantwoordelijkheid. Dus wat u zegt, zou ik eigenlijk willen scharen onder het kopje lariekoek. De voorzitter. U zet uw betoog voort. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Bij het woord 'scenario's' denken burgers toch echt aan iets anders dan bij het woord 'randvoorwaarden'. Ik zou graag nou eens heel duidelijk van de wethouder horen wat daar het verschil tussen is. De rechter is daar gisteren ook op ingegaan. Het werd al eerder gememoreerd: gisteren heeft het college gewoon een dikke tik op de vingers gekregen van de rechter. Wat heeft de rechter namelijk gezegd? Dat de gemeente verantwoordelijk is … Ja, de wethouder kan wel nee schudden, maar ik heb nog wat citaten van de rechter, want toevallig was ik ook in de rechtbank. Even tussendoor: dit maken we zó vaak mee. Ik maak nu mee dat de wethouder zegt dat ze geweldige avonden heeft gehad met bewonersparticipatie, terwijl er daarna drie mensen vanaf de tribune naar mij toe komen die zeggen: ik weet niet waar die wethouder het over had met dat proces, maar ik ben er geweest en het was gewoon heel anders. Het gebeurde zelfs nog in de rechtbank, toen een van uw ambtenaren en uw advocaat daar uitlatingen deden over het onderwijs. Maar goed. Kijk het terug, zou ik zeggen. Misschien kan dat.
58
Een tik op de vingers dus voor het college, een babylonische spraakverwarring. Waarom luistert dit college niet naar de omwonenden? Dit zijn allemaal vragen aan het college, hè, zeg ik voor de duidelijkheid. Waarom maakt het college geen pas op de plaats op dit moment, om echt met de omwonenden te gaan praten? Dat zou zo ontzettend veel ellende schelen en een zo veel mooiere, warmere woonomgeving opleveren voor de mensen die er uiteindelijk komen wonen. Hoe kan het dat de verantwoordelijk wethouder, de heer Icar, zegt dat goede participatie is dat mensen zich gehoord voelen en zich serieus genomen voelen? Insprekers kwamen ook vandaag met constructieve voorstellen. Hoeveel beter had het plan niet kunnen zijn als u daar vanaf het begin gewoon naar geluisterd had? Bewonersverenigingen zijn bij de wethouder geweest, net als bewonersverenigingen, en iedereen voelt zich niet gehoord. We zijn aangehoord maar we worden niet gehoord en we worden al helemaal niet serieus genomen, zeggen zij. Daarom heb ik de volgende motie, met als dictum: verzoekt het college het besluit over de tijdelijke invulling van het voormalige HagaZiekenhuis pas te nemen na een participatietraject waarin burgers zich serieus genomen voelen en gehoord worden, en zich daarbij bewust te zijn van de kritische opmerkingen van de rechter in het kort geding van 10 juli jongstleden.
Voorzitter, ik kan u nu alvast zeggen dat ik hierover een hoofdelijke stemming ga aanvragen vanavond. Dan een volgend punt. Het is zo dat er op dit moment een gezamenlijke intentieverklaring ligt met het COA. Het is ook zo dat er een nieuw kabinet zit, op basis van een hoofdlijnenakkoord waarin hele andere dingen staan dan dit college voor ogen heeft. Ook geeft het college aan dat er onzekerheden zijn over de toekomst, bijvoorbeeld over het aantal plekken dat het nog nodig heeft. Daarom dien ik de volgende motie in. Er moet gewoon een evaluatiemoment komen. Het dictum van de motie luidt: verzoekt het college om, als er ondanks het feit dat er geen participatie mogelijk is geweest door de buurt, toch een besluit wordt genomen om over te gaan tot de tijdelijke invulling, in het contract op te nemen dat er uiterlijk twee jaar na ondertekening een evaluatie plaatsvindt met een ontbindingsclausule voor beide partijen en de raad hier over te informeren. Ook hierover zal ik een hoofdelijke stemming aanvragen. Dan zijn er nog zo ontzettend veel onzekerheden. Het is nog steeds niet duidelijk hoe de keuze voor de verschillende doelgroepen tot stand is gekomen, zodat de ongerustheid bij de burgers niet weggenomen kan worden.
Hoe kan het college deze ongerustheid wél wegnemen? En hoe komt het dat er nog steeds niet helder en duidelijk gecommuniceerd is? Is er nu al een duidelijke analyse gemaakt van de verschillende soorten doelgroepen die bij elkaar geplaatst worden en van de risico's? Volgens mijn fractie mag van dit college, dat democratisch gekozen is door de burgers van Den Haag, gewoon verwacht worden dat het ook luistert naar de burgers van Den Haag. Daar hebben wij hele grote twijfels bij, dus we zouden heel graag willen dat het college dat alsnog gaat doen. Dan een vraag over de financiële onderbouwing. Is het nou echt honderd procent zeker dat er geen financiële risico's zijn bij dit plan? Graag een heldere uitleg van de voorzitter. De voorzitter. Van de wethouder. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Van de wethouder. Samir Ahraui (PvdA). Even een snelle checkvraag aan collega Verdonk. De rechter zei gisteren bij de uitspraak ook: de raad gaat voor- of tegen stemmen; de raad weet nu dat u hier zit en kent uw standpunten, maar als de raad toch voorstemt, is dat een democratisch proces. Hoe kijkt mevrouw Verdonk naar die uitspraak? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Natuurlijk ben ik dat eens met de rechter. Hier vindt het democratisch proces plaats. Alleen had de hele buurt natuurlijk gehoopt dat de rechter zou zeggen: wat er tot nu toe is gebeurd, is niet democratisch.
Het is aan de rechter om anders te besluiten. We hebben een onafhankelijke rechtspraak. De voorzitter. Gaat u door, mevrouw Verdonk. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Daarom de volgende motie, Geen beslissing zonder zekerheid en goed onderzoek, met als dictum: verzoekt het college om de besluitvorming in de raad uit te stellen 59
tot er meer zekerheden zijn en er onderzoek is gedaan naar de mogelijke risico's die er ontstaan door het bij elkaar plaatsen van de gekozen doelgroepen. Ook hierover vraag ik een hoofdelijke stemming aan. Dan de motie Practice what you preach. Die is vooral voor de partijen in het college die zich altijd zorgen maken over de stikstof. Op dit moment is er namelijk nog steeds geen duidelijk onderzoek gedaan naar de vraag of er wel voldoende stikstofruimte is voor de permanente invulling als er ook al stikstofruimte is opgebruikt bij de tijdelijke invulling. Daarom de volgende motie, met als dictum: verzoekt het college voordat met de tijdelijke invulling wordt gestart een onderzoek te (laten) doen of er voldoende stikstofruimte is om binnen de gestelde termijnen zowel de tijdelijke als de permanente invulling te realiseren, voor de uitkomst van dit onderzoek geen onomkeerbare stappen te nemen en de raad te informeren over de uitkomsten. Tot slot een motie over plannen die al heel lang bestaan voor ouderenwoningen hier in de stad, en die ook altijd omhelsd worden door bijvoorbeeld het CDA en D66. Dat is de motie Sneller Knarrenhof ontwikkelen in het voormalige HagaZiekenhuis.
Die verzoekt het college de huidige plannen voor het voormalige HagaZiekenhuis in te trekken en, ná participatie met de buurt, in samenwerking met Stichting Knarrenhof te komen met een plan waarbij de ontwikkeling van een Knarrenhof wordt meegenomen. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk, daartoe gesteund door mevrouw Peeck, worden de volgende moties (D.14 HvDH, D.15 HvDH, D.16 HvDH en D.18 HvDH) ingediend:
Motie D.14 HvDH Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, in een debat over het Voorstel van het college inzake tijdelijke invulling voormalig Haga-complex Sportlaan (RIS318976) Constaterende dat, - er op dit moment een gezamenlijke intentieverklaring ligt van het college en het COA om 440 asielzoekers op te vangen in het voormalige HAGA ziekenhuis; - er een nieuw kabinet is gestart op basis van een Hoofdlijnenakkoord, waarin is aangegeven dat er zo snel mogelijk, voor nu en de langere termijn, een beperking van de omvang van migratie moet plaatsvinden. Overwegende dat, - het COA daarom aangeeft dat er onzekerheden zijn over het aantal asielzoekers dat de komende tijd gehuisvest moet worden; - de ingeboekte rijksbijdrage 10 miljoen euro is, maar dat het niet zeker is of deze daadwerkelijk komt; - het college zelf ook heeft aangegeven dat deze onzekerheden spelen. Van mening dat, - een evaluatiemoment opgenomen moet worden in het contract met de mogelijkheid te ontbinden voor zowel de gemeente als het COA.
Verzoekt het College, - als er, ondanks het feit dat er geen participatie mogelijk is geweest door de buurt, toch een besluit wordt genomen om over te gaan tot de tijdelijke invulling, in het contract op te nemen dat er uiterlijk twee jaar na ondertekening een evaluatie plaatsvindt met een ontbindingsclausule voor beide partijen en de raad hier over te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.
60
Motie D.15 HvDH Bewoners moeten serieus genomen worden en zich gehoord voelen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, in een debat over het Voorstel van het college inzake tijdelijke invulling voormalig Haga-complex Sportlaan (RIS318976) Constaterende dat, - het College op 11 december 2023 in een brief aan wijkbewoners heeft aangegeven dat men graag in gesprek gaat met omwonenden over de tijdelijke invulling van het gebouw; - dit op 12 december 2023 wordt herhaald in een brief aan de raad waarin wordt gezegd dat er meerdere scenario’s zijn en dat bij de keuze voor het uiteindelijke scenario de input van de buurt wordt meegenomen; - het college in de brief van 28 mei 2024 aangeeft dat er geen inspraak mogelijk is; - het college in de brief van 18 juni 2024 vermeldt dat de inloopavond, georganiseerd op 11 juni 2024, het beginpunt was van inspraak; - hierbij inspraak over de aantallen, de duur en de samenstelling van de doelgroepen niet mogelijk is volgens het college. Overwegende dat, - het de vertegenwoordigende rol van de raad is om op te treden namens de bewoners; - de raad meerdere keren heeft uitgesproken gedegen participatie van burgers heel belangrijk te vinden; - de portefeuillehouder participatie in een debat van 4 juli j.l.
heeft aangegeven dat participatie geslaagd is als mensen serieus genomen worden en zich gehoord voelen; - het college met één mond spreekt; - brieven van buurtbewoners en inspraak in de raad duidelijk hebben gemaakt dat mensen niet serieus genomen zijn en zich niet gehoord voelen; - de rechter in het kort geding van 10 juli j.l. als zodanig heeft uitgesproken dat het spijtig is dat de communicatie door de gemeente te wensen over laat en dat de gemeente zich dit moet aantrekken; - de rechter ook heeft uitgesproken dat de gemeente moet zorgen dat er geen Babylonische spraakverwarring meer ontstaat; - duidelijk is geworden dat de buurt wel degelijk openstaat voor een opvanglocatie.
Van mening dat, - colleges van andere gemeenten (bijvoorbeeld Hilversum en Zwolle) tijdige en serieuze participatie over nieuwe opvanglocaties wel op een behoorlijke manier hebben ingeregeld, zodat burgers zich gehoord voelen en daadwerkelijk mee willen denken over de plannen; - hieruit blijkt dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om draagvlak bij de bevolking te creëren zodat de huidige bewoners met plezier kunnen blijven wonen in hun buurt en nieuwe bewoners “zacht” kunnen landen; - het college buurtbewoners niet serieus heeft genomen zodat ze zich niet gehoord voelen; - de rechter formeel heeft gezegd dat de gemeente tot de beslissing over de tijdelijke invulling heeft kunnen komen, maar daarbij de gemeente wel heeft aangesproken op de slechte communicatie naar de buurt, waardoor het vertrouwen in de overheid is afgenomen. Verzoekt het College, - het besluit over de tijdelijke invulling van het voormalige HAGA ziekenhuis pas te nemen na een participatietraject waarin burgers serieus genomen worden en zich gehoord voelen en zich daarbij bewust te zijn van de kritische opmerkingen van de rechter in het kort geding van 10 juli j.l. En gaat over tot de orde van de dag.
61
Motie D.16 HvDH Geen beslissing zonder zekerheid en goed onderzoek De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, in een debat over het Voorstel van het college inzake tijdelijke invulling voormalig Haga-complex Sportlaan (RIS318976) Constaterende dat, - er op dit moment een gezamenlijke intentieverklaring ligt van het college en het COA om 440 asielzoekers op te vangen in het voormalige HAGA ziekenhuis; - er een nieuw kabinet is gestart op basis van een Hoofdlijnenakkoord, waarin is aangegeven dat er zo snel mogelijk, voor nu en de langere termijn, een beperking van de omvang van migratie moet plaatsvinden; - het College verschillende doelgroepen bij elkaar wil plaatsen; - de buurt erg ongerust is over mogelijke gevolgen voor o.a. de veiligheid van omwonenden. Overwegende dat, - het COA aangeeft dat er onzekerheden zijn over het aantal asielzoekers dat de komende tijd gehuisvest moet worden; - de ingeboekte rijksbijdrage 10 miljoen euro is, maar dat het niet zeker is of deze daadwerkelijk komt; - het college geen onderzoek heeft gedaan of het een verstandige keuze is om deze groepen bij elkaar te plaatsen. Van mening dat, - er teveel onzekerheden zijn om een beslissing te nemen over de grootschalige opvang in het voormalige HAGA ziekenhuis.
Verzoekt het College, - om besluitvorming in de raad uit te stellen tot er meer zekerheden zijn en er onderzoek is gedaan naar de mogelijke risico’s die er ontstaan door het bij elkaar plaatsen van de gekozen doelgroepen. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie D.18 HvDH Practice what you preach De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, in een debat over het Voorstel van het college inzake tijdelijke invulling voormalig Haga-complex Sportlaan (RIS318976) Constaterende dat, - het college t.a.v. de benodigde stikstofruimte heeft aangegeven geen onderzoek te hebben verricht maar te zullen handelen conform de geldende wet- en regelgeving. Overwegende dat, - het onzeker is of er voldoende stikstofruimte is om twee keer in een relatief korte termijn het voormalig HAGA ziekenhuis te verbouwen. Van mening dat, - duidelijk moet zijn, voordat de ontwikkeling van de tijdelijke invulling begint, dat er voldoende stikstofruimte overblijft om de permanente invulling te realiseren.
62
Verzoekt het College, - voordat met de tijdelijke invulling wordt gestart een onderzoek te (laten) doen of er voldoende stikstofruimte is om binnen de gestelde termijn zowel de tijdelijke als de permanente invulling te realiseren, voor de uitkomst van dit onderzoek geen onomkeerbare stappen te nemen en de raad te informeren over de uitkomst van het onderzoek. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk, daartoe gesteund door de heer De Mos, wordt de volgende motie (D.17 HvDH) ingediend:
Motie D.17 Snel Knarrenhof ontwikkelen in voormalig Haga ziekenhuis De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake tijdelijke invulling voormalig Haga-complex Sportlaan (RIS318976). Constaterende, dat: Constaterende, dat: ▪ Den Haag nog geen Knarrenhof kent; ▪ er, na aangenomen moties (https://www.hartvoordenhaag.nl/groep-mos-en-cda-willen-oudenijhuis-haag/ en https://www.hartvoordenhaag.nl/hart-voor-den-haag-realiseert-voor-haagsekrasse-knarren-een-knarrenhof/), al jaren de opdracht ligt dat er gezocht moet worden naar locaties voor een vorm van groepswonen voor ouderen, eventueel in combinatie met jongeren; ▪ ook coalitiepartijen jongstleden april de gemeente hebben opgedragen om eindelijk aan de slag te gaan met het realiseren van een Knarrenhof (https://denhaag.groenlinks.nl/nieuws/groenlinks-cda-en-d66-den-haag-realiseren-eenknarrenhof-den-haag). Van mening, dat: ▪ het voormalige Haga ziekenhuis de ideale locatie is voor zo’n Knarrenhof, zeker omdat navraag bij de stichting Knarrenhof leert dat zij direct aan de slag kunnen en omdat de belangstelling ongekend groot is: er staan al meer dan 600 Hagenaars en Hagenezen op een lijst die in zo'n hofje willen wonen.
Verzoekt het college: ▪ de huidige plannen voor het voormalige Haga ziekenhuis in te trekken en, ná participatie met de buurt, in samenwerking met stichting Knarrenhof te komen met een plan waarbij de ontwikkeling van een Knarrenhof wordt meegenomen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De vergadering wordt van 13.30 uur tot 13.50 uur geschorst. De voorzitter. In de afgelopen uren is de raad aan het woord geweest en nu is het de beurt aan het college. Ik geef het woord aan wethouder Vavier. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Dank aan de leden van de raad voor hun inbreng. Dank ook aan alle insprekers, in ieder geval degenen die er nog zijn maar zeker ook degenen die alweer vertrokken zijn voor andere bezigheden. Er zijn heel veel vragen gesteld en ook heel veel moties en amendementen ingediend. Ik zal daar dus meteen mee beginnen. De VVD, die begonnen is, stelde met name nog wat vragen over de brief die het college heeft gestuurd op verzoek van het presidium en op verzoek van de commissie, vorige week. We hebben hier 63
vorige week in de commissie ook uitgebreid van gedachten gewisseld met elkaar. Hoe zit het nou met die tijdlijn, werd er gevraagd, en klopt het echt wat daarin staat? Was het gesprek met het COA op 272 nou eigenlijk echt het eerste gesprek over het Haga? Het antwoord is ja. We hebben natuurlijk een enorm grote opgave. We hebben ook een hele intensieve samenwerking met het COA, dus we zitten zo'n beetje iedere week om tafel met het COA. Dan hebben we het over de opvang in de hele stad en bijvoorbeeld ook over de crisisnoodopvang. Maar het allereerste moment waarop we het over het Haga als potentiële opvanglocatie hadden, was inderdaad op 27 februari. Wat in de brief van het college staat, is dus correct. Dan was er een vraag van de VVD over het advies van de driehoek. De VVD stelt ook de vraag waarom de informatie over de inzet van handhaving en politie niet eerder is gedeeld. Het advies van de driehoek is overgenomen in het raadsvoorstel zoals dat bij uw raad voorligt. Dat is ook met u gedeeld. Het advies over het aanwijzen van het Haga als prioriteitsgebied is gedaan in het lokale veiligheidsoverleg Segbroek, door de handhaving zelf. Zij kunnen binnen hun eigen werkgebied de inzet op specifieke plekken prioriteren, maar dat doen ze dan binnen Segbroek. Het Actieplan Kust heeft een bestuurlijke toezegging, dus de capaciteit wordt daar niet op afgeschaald.
Dit zijn ook allemaal antwoorden die zijn afgestemd met onze collega's van veiligheid. Dan is natuurlijk de centrale vraag of het college dit besluit met input van de buurt genomen heeft, ja of nee. Daarop zijn ook flink wat moties ingediend. De VVD vraagt om een helder antwoord hierop. Het antwoord is dat het college het besluit over de komst van de doelgroepen, over de aantallen, over de duur van de opvang en over de locatie als college heeft genomen. Daarbij is dus niet de input van de buurt meegenomen. Dat is ook conform wat we hebben afgesproken in de Haagse aanpak en conform wat we hebben afgesproken in de leidraad controversiële voorzieningen. Het college neemt dus het besluit over de aantallen, de doelgroepen, de duur van de opvang en de locatie. Daarna wordt de buurt betrokken bij de manier waarop we het gaan doen met elkaar en bij de randvoorwaarden. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). In de brief van december staat: er worden scenario's ontwikkeld en die worden doorgenomen met de buurt. Punt. Wat is de reactie van de wethouder daarop? Wethouder Vavier (GroenLinks). In de beantwoording van de technische vragen is erover gesproken dat de scenario's op dat moment al werden ontwikkeld. Daarin staat niet dat die worden besproken met de buurt. Daarin staat dat we met de buurt in gesprek zouden gaan over de randvoorwaarden waaronder we dit doen.
We zien dat er een babylonische spraakverwarring is ontstaan over het woordgebruik. Dat hoorden we gisteren ook in de rechtbank. Het woord 'randvoorwaarden' wordt geïnterpreteerd als: dan is het dus voorwaardelijk voor de besluitvorming. Maar voor het college is het altijd de bedoeling geweest om met de buurt en met alle belanghebbenden in gesprek te gaan over de randvoorwaarden waaronder we dit tot een succes kunnen maken en kunnen voorkomen dat er problemen en ellende gaat ontstaan. Dát willen we heel graag samen doen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). In de brief van 12 december staat dat er meerdere scenario's zijn en dat bij de keuze voor het uiteindelijke scenario de invloed van de buurt wordt meegenomen. Graag een reactie. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ja, maar dat zegt dus niet dat die scenario's met de buurt zouden worden gedeeld. We hebben vorige week ook lang over de scenario's gesproken. Toen heb ik ook aangegeven dat we die scenario's al aan het uitwerken waren op het moment van schrijven van de brief over de aankoop van het Haga, en dat het scenario dat nu voorligt uiteindelijk het enige geschikte scenario is. Maar we hebben in de brief ook niet gezegd dat we die scenario's zouden bespreken met de buurt. Mede op basis van de input zou het besluit worden genomen, en dat is ook gedaan. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, laatste keer.
Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Nee, dat is niet gedaan. Dat bij de keuze voor het uiteindelijke scenario de input van de buurt wordt meegenomen, is níét gebeurd. Klopt dat?
64
Wethouder Vavier (GroenLinks). Er is inderdaad niet over de scenario's gesproken met de buurt. Dat klopt. Maar bij de keuze voor de scenario's - die keuze is aan het college voorgelegd - is wel degelijk input uit de buurt meegenomen op basis van de ervaringen met de permanente winteropvang. Dat ging met name over de teruggang van de permanente winteropvang van 120 plekken naar 80 plekken. Dat is ook een gesprek dat we vorige week in de commissie hebben gevoerd en dat hier vandaag ook aan de orde is geweest. Caroline Peeck (VVD). In de brief staat toch duidelijk: mede op basis van deze input wordt een definitieve keuze voor een scenario gemaakt? De buurt heeft verder toch helemaal niets gezien over hoe die keuze gemaakt is, wat de scenario's waren en wat er is meegenomen? Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik kan blijven herhalen wat ik heb gezegd, maar dat is dus niet wat er in de brief staat. In de brief, en ook in de beantwoording van de technische vragen, staat dat we op dat moment al bezig waren met het ontwikkelen van scenario's en dat we een keuze voor een scenario zouden maken, ook met input van de buurt. Daar staat niet dat we de input op de scenario's zouden vragen. Caroline Peeck (VVD). Dan zou ik heel graag een punt van orde willen maken en willen vragen of de wethouder punt 11 wil lezen. Het staat er namelijk wél. Wethouder Vavier (GroenLinks).
Wat we kunnen leren van de ontstane spraakverwarring is dat het college helderder had moeten zijn in de manier waarop het heeft gecommuniceerd over de manier waarop het de keuze zou maken. Dat is gisteren ook door de rechter aangegeven in het kort geding. Het heeft gezorgd voor heel veel verwarring en dat zien we hier ook vandaag. We hebben daar vorige week ook gesprekken over gevoerd. De woordkeuze en de interpretatie van woorden en van zinnen zijn dus niet helder genoeg geweest. De voorzitter. Mevrouw Peeck, laatste keer. Caroline Peeck (VVD). We stellen inderdaad vast dat er geen woord Grieks bij is. Maar ook in de antwoorden op de technische vragen van de Haagse VVD is het echt anders geformuleerd. Er zou op basis van de scenario's een definitieve keuze met input van de buurt gemaakt worden. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik heb de tekst hier voor me. Er staat: 'Op dit moment worden aan de hand van de businesscase voor tijdelijk invulling verschillende scenario's uitgewerkt. In het voorjaar wordt het gesprek met de buurt gevoerd over de randvoorwaarden waaronder de tijdelijke invulling plaatsvindt.' Dat zijn dus de randvoorwaarden: hoe kunnen we dit het beste organiseren? 'Mede op basis van deze input wordt door het college een definitieve keuze voor het scenario gemaakt.' Deze input heeft dus betrekking op het gesprek over de tijdelijke invulling en niet op de scenario's.
Lesley Arp (SP). Ik moet zeggen dat ik moeite heb met de term 'babylonische spraakverwarring', omdat ik in die woorden toch een beetje hoor dat het college de oorzaak buiten zichzelf plaatst. Dat vind ik heel lastig. Ik zou graag willen dat de wethouder reageert op dit statement van de civiele rechter: 'Los daarvan is het spijtig dat de communicatie tot verwarring heeft geleid. Dat mag de gemeente zich aantrekken in het vervolg, juist in zo'n gevoelig dossier waar veel emoties bij zijn, moet de gemeente duidelijk zeggen waar u wel en waar u geen inspraakmogelijkheden bij heeft.' Ik heb wel behoefte aan een reactie daarop. Wethouder Vavier (GroenLinks). Het was mijn bedoeling om dat bij een van mijn vorige reacties inderdaad te doen. Met die term 'babylonische spraakverwarring' refereer ik juist ook aan die uitspraak van de rechter. Het college ziet heel goed, en trekt zich dat ook aan, dat de woordkeuze bij de beantwoording van de technische vragen, de woordkeuze in de raadsvoorstellen en ook de woordkeuze in de bewonersbrieven en tijdens bewonersbijeenkomsten verschillend is geweest. Het is ook mensenwerk. Maar over de vraag waarop inspraak mogelijk is en waarop participatie mogelijk is met 65