RIS319779 Bijlage 2
Tekst van het document
Onze ambitie is dat het aantal startende zij-instromers ongeveer gelijk blijft en dat de doorstroom van zij-instromers in het beroep van leraar toeneemt in de komende jaren door middel van succesvol en tijdig doorlopen opleidingstrajecten. Indicator
2021
2022
2023
2024 – 2027 Streefwaarde
Aantal zij-instromers in dienst (per jaar)
85
97
110
100
Aantal zij-instromers voltijd in dienst (per jaar)
73
81
89
78
Aantal zij-instromers gestart (per jaar)
29
28
38
30
Aantal zij-instromers afgestudeerd (per jaar)
11
21
19
30
Daarnaast wordt om het groeiende tekort aan onderwijspersoneel tegen te gaan, ook regionaal samen gewerkt, onder andere binnen de onderwijsregio (met partners van kinderopvang tot en met het wetenschappelijk onderwijs). Concreet hebben inmiddels alle deelnemende onderwijsorganisaties en partners gezamenlijk activiteiten beschreven die zich richten op het werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren van onderwijspersoneel in de onderwijsregio. In 2024 zet De Haagse Scholen specifiek in op intensivering van de samenwerking tussen de opleidingsscholen binnen Haaglanden. We willen een optimale afstemming en overeenstemming bereiken over de werkwijze van opleidingsscholen, met als doel een effectieve koers te varen en de best mogelijke resultaten te behalen. Bovenschoolse aanpak Professionalisering en professionele cultuur In de context van veranderende samenstelling van de teams, kennis en ervaringsniveaus is het van groot belang om te blijven investeren in het samen leren en ontwikkelen. Ook op verzoek van de scholen werken we in 2024 werken nader uit hoe we vorm willen geven aan professionalisering en de professionele cultuur, waarbij we de verbinding leggen met de inhoudelijke prioriteiten van DHS (denk aan de interne begeleiding, het jonge kind etc.) en oog hebben voor de verschillende doelgroepen binnen DHS.
23
Een belangrijke doelgroep daarbij zijn de onderwijsondersteuners in onze scholen. Voor hen wordt sinds 2022 vanuit de gemeente Den Haag in samenwerking met andere partners het traject Ontwikkeldoor aangeboden, waarmee invulling wordt gegeven aan het modulair opleiden van onderwijsassistenten en leraarondersteuners om de eigen kennis en vaardigheden te versterken en de doorstroming naar de pabo te verbeteren. Dit traject zal stoppen, maar we zullen deze en andere ontwikkelingen in 2024 een plek geven in specifiek professionaliseringsbeleid voor deze doelgroep.
5.2.3 Financieel Het programma zij-instroom wordt financieel gedekt door Rijkssubsidies voor schoolbesturen in de G5 die gericht zijn op bestrijding van het lerarentekort. Het betreft meerjarige subsidies die aflopen na schooljaar 2023/2024. Het programma voorziet voor alle zij-instromers binnen De Haagse Scholen in de kosten voor opleiding en coaching en in zes maanden bovenformatieve plaatsing per zij-instromer. Voor groepen scholen met een complexere leerlingpopulatie is een maatwerkprogramma opgezet. Het bestuur zet in aanvulling hierop € 3 miljoen aan bovenmatige reserves in voor extra zij-instromers in het programma, voor werkervaringsplaatsen voor directeuren en voor projecten van scholen voor anders organiseren van onderwijs. Ook geeft het bestuur prioriteit om in de bovenschoolse formatie ruimte te creëren voor de bestrijding van het lerarentekort. Begroot
2024
Programma zij-instroom
€ 1.353.238
(maatwerk en regulier) Anders organiseren
2025 €
2026
2027
-
-
-
-
1.012.500 € 1.344.045
(versnellingsscholen en
€ 1.400.673
afstandsonderwijs) en werkervaringsplaatsen Uitgaven professionalisering
3.070.915
2.948.602
2.925.320
2.925.320
(als % van de totale
(2,2%)
(2,1%)
(2,0%)
(2,0%)
loonkosten) Voor de uitgaven aan professionalisering hanteert De Haagse Scholen een beleidsnorm (minimum) van 2% van de bruto salariskosten. De werkelijk begrote percentages staan onder de bedragen opgenomen. Onder deze bedragen vallen bestuursbreed alle begrote materiële opleidingskosten. Opleidingstijd van medewerkers binnen de normjaartaak is hierin niet opgenomen. Door plannen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs is het budget tijdelijk hoger (geweest). Op basis van artikel 9.3a van de cao PO 2022 wordt jaarlijks een budget per school beschikbaar gesteld voor extra tijd en geld voor professionalisering gericht op de basisvaardigheden van leerlingen. De bestuursnorm van 2% is meer dan toereikend om aan deze cao-verplichting te voldoen.
5.3 Ontwikkeling Financiën
24
De hoofddoelstelling van het financiële beleid van De Haagse Scholen is dat er enerzijds zoveel mogelijk middelen ingezet worden voor het bieden van goed onderwijs terwijl anderzijds de continuïteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd blijft. Hieruit vloeien diverse beleidsuitgangspunten voort, zoals goede financiële kengetallen met genormeerde reserves die niet te hoog én niet te laag zijn en het streven naar een doelmatige inzet van middelen. Aangezien momenteel de reserves van De Haagse Scholen zich boven gestelde normen bevinden sturen we op tekorten in begroting en exploitatie. Hieronder wordt beknopt ingegaan op de financiële doelen en hoe de realisatie van deze doelen tot uiting komt in de voorliggende begroting.
5.3.1 Waarborging van de bedrijfscontinuïteit De Haagse Scholen bewaakt dat haar bedrijfshuishouding financieel robuust blijft. In de beoordeling daarvan sluit de organisatie aan op de kengetallen die de Inspectie voor het Onderwijs hanteert in haar continuïteitstoezicht. De drie indicatoren in onderstaande tabel hebben hierop betrekking. Hieruit valt op te maken dat de bedrijfscontinuïteit meerjarig geen risico vormt. Middels onder meer toetsing van schoolbegrotingen, geïntensiveerd toezicht op scholen met financieel risico en centraal liquiditeitenbeheer in lijn met ons treasurystatuut zorgen we dat dit ook zo blijft. Tabel: financiële kengetallen Signaleri Kengetallen
ngs-
2022
2023
2024
2025
2026
2027
> 100%
233%
147%
110%
81%
66%
63%
< 30%
81%
73%
76%
73%
72%
72%
< 75%
427%
305%
320%
287%
266%
264%
< 10%
30%
21%
18%
14%
11%
11%
waarde Signaleringswaarde bovengrens vermogen Solvabiliteit: EV + voorzieningen / totaal passiva Liquiditeit: vlottende activa/kort vreemd vermogen Weerstandsvermogen: berekening obv eigen risicoanalyse
Solvabiliteit betreft het vermogen om schulden af te lossen. De Haagse Scholen kent echter alleen kortlopende schulden, waardoor deze indicator hoog blijft. Het kengetal liquiditeit geeft aan in welke mate de organisatie aan haar korte termijn verplichtingen kan voldoen (bijvoorbeeld salarissen en facturen kan betalen). De waarde daalt door begrote negatieve resultaten maar blijft ruim boven de signaleringsgrens van de Inspectie. Het weerstandsvermogen wordt gebruikt om weer te geven in welke mate financiële tegenvallers (risico’s) opgevangen kunnen worden zonder dat de bedrijfscontinuïteit in gevaar komt. De Haagse Scholen hanteert het
25
beleid dat de omvang van de reserves een afspiegeling moet zijn van het actuele risicoprofiel van de organisatie. Middels periodieke risicoanalyse wordt de minimaal benodigde reserve-omvang bepaald. Het meest recente onderzoek, door AON Global Risk Consulting gerapporteerd in 2022, komt uit op een minimaal benodigd weerstandsvermogen van € 17,8 miljoen, wat neerkomt op afgerond 10% van de totale baten. Dit percentage ligt veel hoger dan de 5% die de inspectie in het verleden hanteerde, maar nu geen onderdeel meer is van de gehanteerde kengetallen. De verklaring voor deze hogere norm wordt in de eerste plaats gevormd door de aanwezigheid van decentrale algemene reserves per school, waardoor risicospreiding over scholen niet vanzelf plaats vindt voor een groot deel van de risico’s en in totaal meer reserve nodig is. In de tweede plaats is het risicoprofiel van de organisatie in de afgelopen jaren toegenomen, bij een gelijkblijvende inspectienorm. Meerjarig blijven de begrote percentages boven de norm van 10%.
5.3.2 Afbouw van bovenmatige reserves Naast normen voor de bedrijfscontinuïteit heeft de Rijksoverheid ook een signaleringswaarde ingevoerd om aanwezigheid van bovenmatig eigen vermogen te kunnen bepalen. Hiermee toetst de Inspectie indirect of de verstrekte bekostiging door besturen wordt ingezet in het onderwijs. Eigen vermogen boven de signaleringswaarde moet door schoolbesturen verantwoord worden. Bij het opstellen van deze begroting verwachtten we dat het totale publieke eigen vermogen van De Haagse Scholen per 1/1/2024 circa € 40 miljoen is. Op grond van de rekenmethode van de Inspectie zou de bovengrens voor het publiek eigen vermogen voor DHS liggen bij afgerond € 22 miljoen (normatief). De overgang naar een nieuwe methode voor de onderhoudsvoorziening per 1/1/2024 heeft de reserve met € 17 miljoen doen dalen, maar nog steeds ligt de reserveomvang boven deze gestelde norm. Het verschil tussen beide getallen is ontstaan door grote bedragen aan ‘last minute’ verstrekte incidentele bekostiging die maar beperkt in te zetten was als gevolg van het lerarentekort en de coronacrisis. Een deel van het eigen vermogen bevindt zich in de NPO-bestemmingsreserve (afgerond € 10 miljoen bij de start van 2024). Corrigeren we het eigen vermogen voor deze bestemmingsreserve, dan resteert een algemene reserve van € 30 miljoen. Het bovenmatige deel van de algemene reserve eind 2023, excl.
NPO-middelen, bedraagt daarmee per saldo nog € 8 miljoen. De komende jaren worden de NPO-middelen afgebouwd en zijn ook in de reguliere exploitatie negatieve resultaten begroot. De begrote afbouw wordt zichtbaar in de onderstaande meerjarenraming van het kengetal voor bovenmatig vermogen:
Kengetallen Signaleringswaarde bovengrens vermogen
Signaleringswaarde
2022
2023
2024
2025
2026
2027
> 100%
233%
147%
110%
81%
66%
63%
Volgens de begroting wordt over 2 jaar tijd voldaan aan de signaleringswaarde. Bovenschoolse reserves zijn met de overgang naar de nieuwe onderhoudsvoorziening (componentenbenadering) afgebouwd. De resterende
26
bovenmatige reserves bevinden zich op onze scholen. Middels bestedingsplannen zetten zij hun bovenmatigheid in voor het onderwijs. Een majeur risico blijft dat onbedoelde financiële resultaten zich opnieuw voordoen als gevolg van het lerarentekort en onverwachte extra middelen met een onvoorspelbaar karakter die het Rijk laat in het jaar toekent. Omgekeerd kan de Rijksoverheid ook besluiten om bestaande subsidieregelingen niet te verlengen of te bezuinigen.
5.4 Ontwikkeling huisvesting De Haagse Scholen streeft naar prettige, functionele, duurzame en betaalbare schoolgebouwen, goed verspreid over de stad. Om dit te bewerkstelligen werken we samen met de gemeente aan nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen als deze (gemiddeld) zo’n 60 jaar oud zijn. Zelf zijn we verantwoordelijk voor instandhouding van onze gebouwvoorraad: dat betreft incidenteel en planmatige onderhoud, de schoonmaak en de exploitatie. Binnen de wettelijke en financiële kaders proberen we de kwaliteit en duurzaamheid van de gebouwen te optimaliseren. We willen onnodige kosten in de exploitatie (bijvoorbeeld schoonmaak, reparatie en onderhoud) zoveel mogelijk voorkomen en gaan daarom extra letten op onder andere (te veel) leegstand, verspilling of energielekken. Scholen die vervangende nieuwbouw of renovatie behoeven, kunnen we voordragen voor opname in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs van de gemeente Den Haag. Dit plan kijkt 10 jaar vooruit wordt door de gemeente in afstemming met de schoolbesturen voor PO en VO opgesteld. Elke twee jaar vindt actualisatie of herziening plaats. Binnen het IHP vindt in 2024 de oplevering van de Galvanischool en de Blokpoelschool plaats en wordt gewerkt aan de (voorbereiding van) nieuwbouw/renovatie van De Strandwacht, De la Reyschool en De Leeuwerikhoeve.
Andere scholen van onze organisatie die voor de komende 10 jaar in het IHP staan opgenomen zijn: De Springbok (locatie Pretoriusstraat), Het Startpunt (naar Laakhavens), De Zonnebloem, Erasmusschool, Anne Frank (locatie Laagveen), De Bonte Vlinder (beide locaties), Gelderlandschool en Houtrust. Naast deze projecten werken we stap voor stap aan het verduurzamen van alle gebouwen. Sinds 2023 nemen we verduurzamingsmaatregelen zoveel mogelijk mee in het (duurzame) meerjarige onderhoudsplan (DMOP). Voor gebouwen die rond de 30 jaar oud zijn en bijvoorbeeld nog enkel glas hebben, kan integrale verduurzaming een goede investering zijn. Daarvoor zijn vaak ook extra subsidies beschikbaar. Een dergelijke integrale verduurzamingsrenovatie voeren we in 2024 uit voor De Spoorzoeker en de Inspecteur de Vriesschool (SO). Daarnaast worden er in 2024 op tenminste 10 schoollocaties zonnepanelen op het dak geplaatst: waar mogelijk wordt dit nog met een nieuwe tranche scholen uitgebreid. Een grote uitdaging binnen het huisvestingsbeleid voor de komende jaren wordt het aanpassen van de gebouwen op onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen. Anders organiseren (bijvoorbeeld naar unitonderwijs), inclusiever onderwijs en integraler werken vragen ook om andere indelingen, les-/werkruimtes en faciliteiten in gebouwen.
Steeds vaker zal multifunctioneel gebruik en clustering van diensten/voorzieningen gevraagd worden, soms zal ook extra (werk)ruimte nodig zijn. Hier is het huidige beleid, regelgeving/normering en bekostiging nog
27
onvoldoende op aangepast. Voor enkele versnellingsscholen voeren we in 2024 zelf de benodigde gebouwaanpassingen door.
5.5 Ontwikkelingen ICT In 2022 is nieuw, meerjarig ICT-beleid vastgesteld. Het nieuwe ICT-beleid dient meerdere doelen. Het gaat enerzijds over het gebruik van ICT als ondersteunend middel om het onderwijs te moderniseren en de maatregelen die een oplossing moeten bieden aan het lerarentekort te ondersteunen onder gelijktijdige ontwikkeling van onderwijskwaliteit. Anderzijds gaat het beleid om het aanscherpen van de beveiliging van gegevens, apparatuur, de toegang tot systemen en de bewustwording van medewerkers t.a.v. cyber security en privacy volgens de norm ISO27002. We volgen hier de landelijke ontwikkelingen t.a.v. cybersecurity voor het primair onderwijs. Ook worden scholen verder ontzorgd in het beheer van de ICT-infrastructuur, beheer en aanschaf van apparatuur en beveiliging. Door gebruik te maken van beschikbare technologie kan de bedrijfsvoering efficiënter en voordeliger worden gemaakt. Door verschuiving van taken en werkzaamheden ontstaat op de scholen ruimte die kan worden benut voor de meer onderwijskundige kant van het gebruik van ICT-middelen binnen het primaire proces. In paragraaf 4.5 is al ingegaan op een grotere inzet van ICT-middelen in het onderwijsproces, onder meer ook om afstandsonderwijs te versterken.
Extra aandacht voor informatiebeveiliging & privacy Het is belangrijk dat leerlingen en medewerkers kunnen leren en werken in een digitaal veilige schoolomgeving. Het beschermen van persoonlijke gegevens is in het onderwijs van cruciaal belang. Deze sector heeft tenslotte te maken met een minderjarige doelgroep. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor een digitaal veilige omgeving voor leerlingen en medewerkers. Het Normenkader Informatiebeveiliging en Privacy voor Funderend onderwijs (IBP FO) beschrijft de normen voor een digitaal veilige schoolorganisatie. Het is daarom een belangrijk hulpmiddel om schoolomgevingen digitaal veilig te maken. Op dit moment is het normenkader nog niet juridisch verplicht. Naar verwachting is dat in 2027 wel het geval. Audit Door Privacy op School is in het vierde kwartaal van 2023 een audit uitgevoerd. De audit is gebaseerd op het normenkader dat sinds april 2023 is gepubliceerd. Met deze audit hebben we inzicht gekregen hoe we als organisatie ervoor staan op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Tijdens de audit is de mate van beheersing door Privacy op School objectief getoetst d.m.v. een vragenlijst, interviews en de beoordeling van de IBP-documenten. De uitkomst van de Audit is dat de basis m.b.t. IBP aanwezig is, maar dat het niveau op onderdelen nog onder de landelijke baseline van 2027 zit, dit vraagt een doorontwikkeling.
Op gebied van privacy en ICT-beheer scoort De Haagse Scholen goed. Groeipad Het voldoen aan de normen kan stap voor stap worden gedaan. De eerste stap was uitvoering geven aan de ‘Notitie Functionaris Gegevensbescherming (FG) en Privacy Officer (PO) taken’. Conform het advies van de accountant is besloten deze taken (die eerst in een hand lagen) te scheiden, waarbij de FG-taken extern zijn belegd. Tevens is er software (Yoursafteynet) aangeschaft. De software structureert het ontwikkelproces, omvat
28
een incidenten registratie, een verwerkers overeenkomsten register, een dashboard met alle operationele informatie, en wizard gestuurde DPIA (vanuit de NORA lijst). De software faciliteert tevens de PCDA cyclus van IBP. Vanuit de software is het eenvoudig mogelijk om rapportages te maken voor de accountantscontrole en andere stakeholders. We ontwikkelen in het eerste kwartaal van 2024 een groeipad. Hiermee kunnen onze scholen de doelstellingen vanuit het normenkader in een realistisch tempo bereiken en kunnen we maatregelen nemen die passen bij wat nodig is. We zullen hier scholen bij ondersteunen met heldere informatie, voorbeelddocumenten en een concreet ondersteuningsaanbod zoals opleidingsmogelijkheden voor personeel. We volgen hier de prioritering die tijdens de audit in Yoursafetynet is vastgelegd. Onderdelen die hierbij aan bod zullen komen zijn het actualiseren van het IBP-beleid, het opstellen van een noodplan voor cybercrises en het opstellen van een bewustwordings- en voorlichtingsplan met bewustwordingsactiviteiten op schoolniveau.
5.6 Ontwikkelingen Strategische Communicatie Met strategische communicatie dragen we bij aan de zichtbaarheid van De Haagse Scholen, zowel extern als intern. Door doelgerichte en samenhangende communicatie kunnen we meer bijdragen aan het bouwen van de DHS-community. Het gaat daarbij zowel om het versterken van de verbinding met en tussen de collega’s en andere stakeholders. Maar ook om het ´in de markt zetten´ van De Haagse Scholen als een aantrekkelijke, innovatieve en betrokken organisatie. Zoals eerder aangegeven wordt in 2024 de strategische koers herijkt. Een van de belangrijke vragen daarbij is gericht op ´onze identiteit´. De nieuw nog te formuleren) strategische koers biedt ook belangrijke communicatiehandvatten en kaders, waarop we ons de komende jaren sterker kunnen profileren en onderscheiden. Daarnaast gaan we in het komende jaar meer uniformiteit in de communicatie realiseren. Het is belangrijk dat duidelijker en zichtbaarder wordt, waar De Haagse Scholen (in al haar verscheidenheid) voor staat. Een belangrijke rol het komend jaar voor de (strategische) communicatie is gericht op het meenemen van interne en externe stakeholders bij de totstandkoming van het nieuwe strategisch beleid. Daarnaast zullen, proactief moeten nadenken hoe we belangrijke ontwikkelingen in het kader van in hoofdstuk 4 geformuleerde doelen binnen de organisatie kenbaar maken.
29
6 Meerjarige ontwikkeling leerlingen & formatie 6.1 Leerlingenraming De ontwikkeling van de leerlingenaantallen is afhankelijk van een groot aantal lokale factoren per school (demografische ontwikkeling in de wijk, aanwezigheid van nieuwbouwprojecten in de omgeving, aantrekkelijkheid van de school voor ouders, andere scholen in de omgeving) en zijn daarmee ook zeer divers van aard. De Haagse Scholen kende in 2021 een daling van het leerlingenaantal na eerdere jaren van groei. De verklaring hiervoor lag in de coronacrisis, waardoor het aantal expats en (tijdelijke) arbeidsmigranten in de stad daalde. Als gevolg van de sluiting van OBS Ypenburg kromp in 2023 het leerlingaantal per saldo opnieuw. Tabel: ontwikkeling leerlingaantal (per 1 februari)
Basisonderwijs SBO SO/VSO Totaal aantal LLN
1-2-2022 13.630 555 1003 15.188
1-2-2023 13.544 551 1008 15.103
1-2-2024 13.494 541 1.050 15.085
1-2-2025 13.495 541 1.050 15.086
1-2-2026 13.495 541 1.050 15.086
In de raming is uitgegaan van een stabiel aantal na 2024. Sommige scholen verwachten groei. Andere scholen verwachten krimp, maar hopen deze te beperken. Gaan we uit van de opgetelde verwachtingen van scholen, dan zou het leerlingaantal groeien, terwijl de gemeentelijke prognose uitgaat van een daling van het aantal leerlingen in Den Haag. Binnen De Haagse Scholen zien we op de meeste reguliere basisscholen ook daadwerkelijk een daling, maar deze wordt vooralsnog gecompenseerd door de groei van het aantal nieuwkomersgroepen op een deel van onze scholen. Omdat de leerlingaantallen doorwerken in de begroting meerjarig, gaan we vooralsnog uit van stabiliteit op alle schoolsoorten. Het streven is om het aantal leerlingen in SBO en SO-cluster 4 (gedrag) te verminderen, maar het beleid om dit te bewerkstelligen is nog niet ver genoeg gevorderd om de resultaten daarvan in te kunnen calculeren. Het aantal leerlingen op het SBO bevindt zich ruim boven de 2% bekostigingsnorm van de Rijksoverheid. Ondanks dat er op bestuursniveau geen noodzaak is om op basis van de wettelijke normen het scholenbestand te herstructureren, ondervindt De Haagse Scholen wel een effect van kleine scholen op de exploitatie. Dergelijke kleine scholen zijn financieel moeilijk rendabel te krijgen en vergen bestuurlijke financiële bijdragen.
Zij hebben bovendien vaak onvoldoende onderwijskundige ontwikkelcapaciteit of leerlingbegeleiding. Daarnaast blijkt het voor hen ook lastiger om risico’s op te vangen (bijvoorbeeld bij uitval van leraren). Schaalvergroting en/of nauwere samenwerking tussen scholen zijn daarom doelen in het kleine scholenbeleid van De Haagse Scholen. In 2022 hadden we negen scholen met minder dan 200 leerlingen en op 1/2/2024 zijn er nog vijf. In 2024 worden de resultaten bekend van een onderzoek dat op initiatief van onze stichting is gedaan naar de effecten van kleinschaligheid. Dit is een stadsbreed onderzoek door een extern bureau dat gebruikt kan worden voor beleidskeuzes binnen onze stichting.
30
In hoofdstuk 7 wordt het effect van de leerlingaantallen zichtbaar op de baten. De ontwikkeling van de leerlingen in het basisonderwijs zorgt ervoor dat ‘overall’ de lumpsum Rijksinkomsten van De Haagse Scholen, naast jaarlijkse loon- en prijscompensatie voor gestegen kosten, redelijk stabiel blijven in totaal. Tussen scholen zijn er echter verschillen. Bij krimpende scholen dalen de inkomsten, terwijl bij groeischolen de leerlingengroei het soms mogelijk maakt om extra bekostigde groepen te starten. Uiteraard is er ook een verband tussen het aantal leerlingen en de benodigde formatie. In het volgende hoofdstuk wordt de meerjarige formatieve ontwikkeling zichtbaar gemaakt. Dit beeld is kwantitatief van aard, de kwalitatieve ontwikkeling van het schoolteam, samenhangend met het anders organiseren van het onderwijs, wordt beschreven in hoofdstuk 4.
6.2 Meerjarige formatieontwikkeling In deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de voorgeschreven informatie-elementen uit de CAO Primair Onderwijs met betrekking tot het “meerjaren formatiebeleid” van De Haagse Scholen. In onderstaande tabel staat de meerjarig begrote formatie-omvang van de organisatie, onderverdeeld naar de personeelscategorieën. 2023 betreft gerealiseerde data, de jaren vanaf 2024 zijn verwachte waarden gebaseerd op de schoolbegrotingen. Tabel: ontwikkeling formatie (gemiddeld per jaar in fte)
regulier basisonderwijs directie onderwijzend personeel ondersteunend personeel speciaal basisonderwijs directie onderwijzend personeel ondersteunend personeel (voortgezet) speciaal onderwijs directie onderwijzend personeel ondersteunend personeel
Bovenschoolse formatie Invalpoule Totale formatie
2023
2024
2025
2026
2027
58 722 362 1142
58 710 416 1184
58 699 409 1165
57 691 361 1110
57 680 327 1064
4 54 31 88
4 54 32 90
4 54 32 89
4 52 32 87
4 51 32 86
12 124 132 268
12 127 133 272
11 122 132 266
11 119 130 261
11 113 130 254
52 8
56 4
56 4
55 4
55 4
1559
1606
1580
1517
1463
Meerjarig gaan we uit van een dalende formatie van het onderwijzend personeel als gevolg van de situatie op de arbeidsmarkt. Afgelopen jaren daalde de OP formatie en de verwachting is dat dit op korte termijn niet verandert.
31
Daardoor verschuift ook de personeelssamenstelling. Door het onderwijs anders te organiseren, en anders bevoegd personeel een grotere rol te geven in het onderwijsaanbod en neemt het aandeel onderwijsondersteunend personeel toe in de formatie. Tussen medio 2021 en 2023 vond een aanvullende stijging van de OOP-formatie plaats. Dit is het gevolg van de inzet van de NPO-middelen. De betreffende formatie blijft de komende jaren in dienst en wordt bekostigd uit niet bestede NPO-middelen en subsidies voor o.a. basisvaardigheden. Ook stroomt een deel van deze medewerkers door in reguliere functies binnen de scholen, deels ook onderwijsgevend. Vanaf 2025, als de NPO-middelen volledig uitgeput zijn, zal sprake (moeten) zijn van een daling van de formatie voor een sluitende begroting. De omvang van het bestuurskantoor neemt naar verwachting toe als gevolg van bewuste keuzes. Onze omgeving stelt hoge eisen aan onze organisatie en er is een uitgesproken behoefte van scholen om op onderdelen beter ondersteund te worden. Het bestuur zet de komende in op een betere ondersteuning van scholen volgend op de visie in de beleidsbrief ‘Versterking organisatie DHS’. Dit is nodig om het hoofd te kunnen bieden aan de majeure actuele uitdagingen in het onderwijs.
Ondermeer betekent dit dat in 2023 uitbreiding is gerealiseerd op prioritaire beleidsdossiers als lerarentekort/anders organiseren en passend onderwijs. Ook de bovenschoolse directie is in 2023 uitgebreid. De ondersteuningstructuur ten aanzien van de bedrijfsvoering zal, naar aanleiding van het onderzoek in het kader van de versterking van DHS, in 2024 verder herijkt worden op de behoeftes van scholen. Ten aanzien van TOP De Haagse Scholen (interne invalpoule) is de verwachting dat de interesse om te werken vanuit een invalpoule de komende jaren niet zal toenemen. In bijlage 1 is het bestuursformatieplan opgenomen. Dit vormt een uitwerking van de vastgestelde formatieomvang in schooljaar 2024/2025 per school, afgezet tegen het aantal leerlingen.
32
7 Meerjarenbegroting In de vorige hoofdstukken ligt de inhoudelijke basis voor de meerjarenbegroting van De Haagse Scholen. Het strategische beleid geeft de richting aan waarlangs plannen worden gemaakt, kosten worden gemaakt en investeringen plaatsvinden. Het aantal geprognosticeerde leerlingen is bepalend voor de bekostiging, maar ook voor de benodigde personeelsformatie en daarmee het grootste deel van de kosten. In dit hoofdstuk wordt dit alles bij elkaar gebracht in een meerjarenbegroting, samen met de andere (kleinere) financiële stromen, inkomsten en kosten. De presentatie van de meerjarenbegroting is op hoofdlijnen. In het financieel management van De Haagse Scholen wordt niet gestuurd en verantwoord op afzonderlijk begrote (kosten-)posten, maar op het totaal van (financiële) resultaten en vermogensontwikkeling (op bestuursniveau en per school), risico’s en bedrijfscontinuïteit. Deze elementen worden in de komende hoofdstukken zichtbaar gemaakt.
7.1
Staat van baten en lasten
Onderstaande tabel maakt zichtbaar hoe de totale baten en lasten van De Haagse Scholen zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelen. Het financieel beeld wordt onzekerder naarmate jaren verder weg liggen. Niet alleen zijn formatie en kosten onvoorspelbaarder geworden door het lerarentekort, ook biedt het Rijk diverse nieuwe geoormerkte subsidieregelingen waarover vaak pas laat in het jaar duidelijkheid komt. De uitkomsten van de kabinetsformatie kunnen hierop ook van invloed zijn. Door een beleidsrijke begrotingscyclus, waarin we het financiële gesprek met de scholen op schooljaarbasis voeren, sturen we bij waar nodig. Middels reserves op schoolniveau kunnen scholen eventueel niet bestede middelen meenemen naar het komende jaar, en zo alsnog hun doelen bereiken. In onderstaande tabel is naast de vorig jaar opgestelde begroting 2024, ook een bijstelling van deze begroting gevoegd op basis van geactualiseerde gegevens. Tabel: staat van baten en lasten (* €1.000,-)
Realisatie
Realisatie
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
BATEN
2022
2023
2024 -
2024 -
2025
2026
2027
oud
actueel
3.1
Rijksbijdrage OCW
141.310
154.071
134.627
143.405
143.401
143.813
143.803
12.036
10.133
9.439
14.115
13.590
12.875
12.875
6.411
4.408
4.309
4.803
4.781
4.796
4.796
Doelsubsidies Rijk Samenwerkin gsverb.
33
3.2
Gemeentelijk e subs.
3.5
10.115
10.684
8.428
8.428
7.616
7.179
7.179
7.907
6.876
3.808
6.100
5.462
4.672
4.672
177.779
186.171
160.612
176.850
174.851
173.336
173.325
132.771
152.739
140.093
156.872
155.541
150.339
146.768
2.801
3.130
3.173
2.565
2.518
2.536
2.540
11.687
13.407
14.727
13.384
12.489
12.985
13.009
12.840
14.438
11.122
12.445
12.179
12.137
11.979
160.099
183.715
169.116
185.267
182.727
177.996
174.296
17.679
2.456
-8.504
-8.417
-7.876
-4.661
-970
131
1.267
195
395
295
295
295
17.810
3.724
-8.309
-8.022
-7.581
-4.366
-675
Overige baten
TOTAAL BATEN LASTEN 4.1
Personeelslasten
4.2
Afschrijvingen
4.3 Huisvestingsla sten 4.4
Overige lasten
TOTAAL LASTEN SALDO Saldo baten en lasten Interest TOTAAL RESULTAAT
In algemene zin valt op dat er sprake is van verwachte exploitatietekorten in 2024, 2025 en 2026. Daarmee dalen de (bovenmatige) reserves van De Haagse Scholen. In de kengetallen van paragraaf 4.3.1 wordt zichtbaar dat de reserves van DHS nog steeds (ruim) toereikend blijven in de meerjarenbegroting. De Haagse Scholen staat er financieel sterk voor. Medio 2023 liep de bekostiging voor het Nationaal Programma Onderwijs af. De niet bestede middelen zijn behouden voor het programma middels een bestemmingsreserve, waaruit kosten de komende periode nog gedekt worden. In de meerjarenbegroting ontstaan hierdoor negatieve resultaten in de komende jaren. Ook bouwen scholen met een bovenmatige reserve deze af middels een bestedingsplan waardoor negatieve resultaten ontstaan. Na een aantal negatief begrote jaren wordt het hogere kostenniveau weer afgebouwd en komen baten en lasten in evenwicht. Deze afbouw zal echter niet vanzelf gaan, vergt inspanning en heeft ook een impact op het
34
onderwijsaanbod op de scholen. Extra onderwijsfaciliteit die een aantal jaren mogelijk waren op scholen zullen weg gaan vallen. We gaan er niet van uit dat (gedwongen) ontslagen op bedrijfseconomische redenen nodig zullen zijn. De begrote afbouw van kosten vindt plaats in met name: -
Externe inhuur: veel scholen hebben een deel van hun NPO-activiteiten uitbesteed aan externe bureaus, wat komende jaren voor een groot deel weer zal worden afgebouwd;
-
Tijdelijke contracten: scholen hebben onderwijsondersteunend personeel aangenomen op tijdelijke basis voor de uitvoering van NPO-activiteiten dat nu (deels) zal uitstromen;
-
Natuurlijk verloop van personeel: de uitstroom van personeel is circa 10% per jaar. Veel vacatureruimte wordt ingevuld met onderwijsondersteunend personeel door krapte in de arbeidsmarkt.
Het bestuur ziet in deze context een noodzaak voor herijking van onze financiële organisatiestrategie. Het kan in ons huidige model voorkomen dat op de ene school een vijfdaagse lesweek in gevaar is door gebrek aan menskracht, terwijl op een andere school medewerkers nog een jaar of twee extra boventallig aangehouden worden met financiële dekking uit een bovenmatige schoolreserve. Krimp van inkomsten, in combinatie met bovenmatige reserves en personeelstekorten, maken dat dit scenario zich komende jaren voor kan gaan doen. Zonder bijstelling van het beleid zou dit kunnen leiden tot suboptimale, ondoelmatige personele inzet van schaarse capaciteit, bezien vanuit bestuursniveau. In de eerste helft van 2024 zal daarom een bestuurlijke richtlijn worden geformuleerd over de vraag hoe we hiermee om willen gaan in de financiële en personele besturing van De Haagse Scholen, sterker gericht op interne mobiliteit dan voorheen. Zo kunnen we ondoelmatige, inefficiënte situaties voorkomen én ook goed functionerend personeel voor onze organisatie behouden dat (op termijn) anders alsnog uit gaat stromen.
7.1.1 Toelichting baten Rijksbijdrage Onder deze post bevindt zich de lumpsum bekostiging van de Rijksoverheid. Naast de eerder geschetste ontwikkeling van de leerlingenaantallen zijn ook andere (onzekere) factoren van invloed op de omvang en samenstelling: -
De bekostiging is meerjarig begroot op loon- en prijspeil 2023. Omdat de CAO 2023 deels gedekt is met middelen uit de indexatie van 2024, is hiervoor een opslag van 3,95% in de bekostiging gerekend (resultaatneutraal effect).
-
Het CBS berekent jaarlijks opnieuw de onderwijsachterstandsscores per school. De Haagse Scholen heeft niet de gegevens om deze meerjarig te kunnen ramen. Derhalve is meerjarig begroot op de laatst bekende stand van deze scores op het moment van begroten (1/2/2023).
-
NPO-middelen vallen weg vanaf 2023/2024 wat zorgt voor een daling van de lumpsum Rijksbekostiging in vergelijking met 2023.
-
De bekostiging voor professionalisering startende leerkrachten en schoolleiders kent een tijdelijk karakter. De minister heeft aangekondigd dat deze middelen voor het primair onderwijs behouden blijven, maar deels
35
ingezet zullen worden voor de onderwijsregio’s. In de begroting is uitgegaan van een halvering van het budget voor DHS.
Doelsubsidies Rijk De doelsubsidies omvatten rijksbijdragen met een bijzondere doelstelling of doelgroep en derhalve een separate verantwoording. De laatste jaren zijn er meer regelingen bijgekomen, en zijn ook de bedragen die in deze doelsubsidies omgaan gegroeid. De bijdragen zijn begroot op basis van meerjarige continuïteit, in lijn met de Rijksbegroting. De ontvangen toekenningen betreffen verplichtingen voor een kortere periode en zijn derhalve (deels) onzeker en gevoelig voor politieke veranderingen. -
De subsidies voor basisvaardigheden en school en omgeving kennen een jaarlijks aanvraag- en toekenningsproces. Tot nu toe ook met wisselende regels en voorwaarden. In de begroting is ervan uit gegaan dat de eerdere toekenningen op bestuursniveau een stabiel karakter hebben.
-
Een stelpost is opgenomen voor de subsidie “brugfunctionaris” (vanaf schooljaar 24/25), waar een groot deel van de scholen van DHS voor in aanmerking lijkt te gaan komen.
-
De laatste jaren zijn toegekende de bedragen voor de Bijzondere bekostiging asielzoekers en andere vreemdelingen toegenomen. In de begroting is de verwachte realisatie in 2023 meerjarig doorgetrokken.
-
De arbeidsmarkttoelage NPO is structureel onderdeel van de CAO geworden. De geoormerkte doelsubsidie hiervoor is verlaagd door het Rijk ten opzichte van 2022/2023.
-
De G5 subsidie voor zij-instromers liep oorspronkelijk af eind schooljaar 2023/2024, maar krijgt een verlenging tot eind 2025. Daarna lopen deze middelen al.
Doorgaans staan er extra activiteiten/lasten tegenover deze incidentele subsidies. Door de grote omvang van de extra baten, een afgebakende doelstelling van deze subsidies, en beperkingen in de mogelijke inzet als gevolg van personeelstekorten, is de tijdige besteding van de middelen een risico. Dit kan de komende jaren leiden tot financiële fluctuaties in de resultaten. In 2021, 2022 en 2023 heeft dit risico zich gemanifesteerd in de vorm van financiële overschotten. Rijksbijdragen samenwerkingsverband (Passend Onderwijs) Onze basis- en SBO-scholen hebben met het Haagse Samenwerkingsverband SPPOH te maken, onze (V)SOscholen hebben met meerdere SWV Passend Onderwijs te maken die ieder hun eigen wijze en tempo van bekostigen hebben. De grootste bedragen zijn begroot voor basisondersteuning aan basisscholen. Er wordt uitgegaan van een stijging van het bedrag in 2024 als gevolg van ander financieel beleid van SPPOH. De arrangementen zijn begroot op het niveau van 2023. In de begroting is niet geanticipeerd op toekomstige beleidsbijstellingen van SPPOH, gericht op inclusiever onderwijs, waarvoor \nodig is om meer inzet te faciliteren op de zorgstructuur op basisscholen. De daling van deze baten na 2022 is het gevolg van de vereenvoudiging van de Rijksbekostiging. Bekostiging van SBO en (V)SO voor groei en >2% (SBO) is nu onderdeel van de Rijksbekostiging. Gemeentelijke subsidies
36
De Haagse Educatieve Agenda vormt het beleidskader voor de gemeentelijke onderwijssubsidies. Scholen kunnen middels een ‘Integraal Plan’ jaarlijks subsidie aanvragen via het Onderwijsloket. De gemeente heeft besloten om de subsidie voor het programma Leer Kansen Profiel (LKP) te stoppen. Hierdoor dalen meerjarig de gemeentelijke subsidie-inkomsten. Er is sprake van een overgangsregeling. Gedeeltelijk kan het aanbod van extra onderwijsuren (tijdelijk) voortgezet worden door de Rijkssubsidie School en omgeving, die een vergelijkbaar doel ondersteunt. Overige baten De huuropbrengsten van (gym)lokalen en de klokurenvergoeding voor gymnastiekonderwijs van de gemeente Den Haag zijn stabiel begroot. Dit geldt ook voor de begrote ouderbijdragen (voor schoolreisjes, schoolzwemmen, TSO, enz.) en subsidies van derden zoals Fonds 1818. Tot slot bieden (V)SO-scholen ambulante dienstverlening in opdracht van andere samenwerkingsverbanden en scholen. Indien deze scholen onder andere besturen vallen vindt externe facturatie plaats. De betreffende ambulante diensten worden geherpositioneerd, gericht op een ondersteuningsaanbod dat bijdraagt aan inclusief onderwijs (zie ook hoofdstuk 3).
7.1.2 Toelichting lasten Ontwikkeling personele lasten De personeelslasten zijn veruit de omvangrijkste kostenpost van De Haagse Scholen. Een groot deel van deze personele kosten liggen, zeker op de korte termijn, vast doordat het grootste deel van het personeel in vaste dienst is. De laatste jaren is de formatie gestegen door de inzet van NPO-middelen. Deze groei betrof vrijwel volledig ondersteunend personeel. Het onderwijzend personeel daalt. De loonkosten zijn begroot op basis van de bestaande formatie met de daarin verwachte toekomstige mutaties (waaronder vacatures en uitstroom), zie de geraamde omvang daarvan in paragraaf 5.2. De formatie daalt door de afbouw van NPO-formatie. Deels blijven deze krachten (op een deel van de scholen) in dienst met behulp van andere (doel)subsidies, of door vacatures die ontstaan door het lerarentekort. De arbeidsvoorwaarden per medewerker/functie zijn begroot op het niveau van de actuele CAO PO 2023. Ontwikkelingen in de werkgeverslasten zijn meerjarig opgenomen op het actuele niveau bij aanvang 2024. Schommelingen in werkgeverslasten en stijgingen in de CAO worden gecompenseerd in de loon- en prijsbijstelling van de Rijksbekostiging (eveneens niet mee begroot, en daarmee resultaatneutraal in de begroting).
De gemiddelde personeelslast per fte is door relatief grote CAO-stijgingen in afgelopen jaren gestegen van € 71.200 in 2022 (realisatie), meerjarig naar € 85.000 in de begroting van 2024 Het effect van toekomstige CAO-stijgingen (vanaf 2024) is niet meebegroot. De kosten van uitzendbureaus en externe inhuur zijn toegenomen door inhuur in het kader van het NPO. Ook relatief veel geld gaat naar bureaus die activiteiten aanbieden die naast of in plaats komen van het reguliere onderwijsaanbod (muziek, beweging, etc). In de begroting is een daling opgenomen van deze externe inhuur, samen met het aflopen van de NPO bestedingen. De opleidingskosten zijn begroot op circa 2% van de bruto salarislasten.
37
Afschrijvingen Dit betreft de afschrijvingskosten op de materiële vaste activa. Daaronder vallen meubilair, ICT-hardware en onderwijsleerpakketten. De ontwikkeling van de afschrijvingen is gebaseerd op meerjarige investeringsplannen zoals die jaarlijks door de scholen en bestuurskantoor worden opgesteld als onderdeel van hun begroting. Voor aflopende investeringen is in de begroting een vervanging van de activa opgenomen. Ook de ambities op verduurzaming van schoolgebouwen (onder andere in zonnepanelen, WTW-units en ledverlichting) zorgen er oor dat de jaarlijkse afschrijvingslasten naar verwachting zullen stijgen. De investeringen in verduurzaming verdienen zichzelf meerjarig terug als gevolg van een lager energieverbruik. Lagere energiekosten vormen de financiële dekking voor de extra afschrijvingslasten. Huisvestingslasten Planmatig onderhoud van schoolgebouwen is een van de grootste kostenposten in de huisvesting. De verantwoordelijkheid voor het planmatig onderhoud van schoolgebouwen is bovenschools belegd. De lasten die samenhangen met het planmatig onderhoud worden gedekt uit een voorziening die is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan voor 40 jaar (MOP). De jaarlijkse dotatie aan de voorziening is berekend op grond van de componentenmethode.
De Haagse Scholen is met ingang van 2024 op deze nieuwe methode overgegaan, nadat in 2023 duidelijk is geworden dat de oude methode (uitgavenegalisatie) niet meer zou zijn toegestaan. Andere relatief grote kosten binnen de huisvesting zijn schoonmaak en energie/water. Schoonmaak is relatief stabiel begroot, maar bij de energiekosten kan er sprake zijn van fors hogere prijzen. In de afgesloten contracten komt een steeds groter gecontracteerd volume aan energie vrij tegen de actuele marktprijzen. Een aanvullende kostenstijging ontstond door het faillissement van de energieleverancier in 2023. Tot slot is er een relatief groot bedrag begroot door scholen voor (kleinere, niet planmatige) onderhoudslasten. Overige lasten Uit het ambitiestatement vloeit onder meer digitalisering van lesmethoden voort. Vooral de kosten van beheer en onderhoud van soft- en hardware stijgen, evenals de licenties voor digitale onderwijslespakketten. In de overige lasten zijn ook kosten opgenomen van leermiddelen en kosten van voor de externe begeleiding van leerlingen. Dit betreft extra zorg/onderwijsaanbod wat voor een groot deel bekostigd wordt uit arrangementen van het samenwerkingsverband passend onderwijs. Een andere grotere post onder de overige lasten betreft de organisatie van schoolreizen, excursies, culturele vorming en festiviteiten voor leerlingen.
Tot slot zijn onder de overige lasten diverse kantoorkosten (papier, telefonie, koffie/thee, etc.) en externe zakelijke dienstverlening (o.a. accountant, bedrijfsarts, verzekeringen, communicatie, drukwerk) begroot. Financiële baten en lasten In 2021 is overgestapt naar Schatkistbankieren (rekening courant aanhouden bij de Nederlandse staat), waar een aantrekkelijke rentevergoeding beschikbaar is. Deels zijn banktegoeden tijdelijk belegd in spaardeposito’s met
38
een vaste looptijd bij het schatkistbankieren. In 2022 en 2023 is de marktrente fors gestegen, maar voorzichtigheidshalve is in de begroting uitgegaan van een daling van de rente(inkomsten).
7.2 Balans meerjarig De (meerjarige) balans is van belang om te kunnen beoordelen hoe de financiële positie van De Haagse Scholen zich in de komende jaren ontwikkelt. Zo kan worden vastgesteld dat de stichting bedrijfseconomisch gezond blijft, met voldoende waarborgen voor de bedrijfscontinuïteit in de vorm van liquiditeit en weerstandsvermogen. De begrotingscijfers uit het vorige hoofdstuk zijn in de onderstaande meerjarige balans verwerkt. Nota bene: in onderstaande versie is de balans ultimo 2023 alleen herzien voor de mutaties in de onderhoudsvoorziening en het verwachte financieel resultaat. Voor andere posten (die ook minder impact en risico hebben in het financieel management en voor de verantwoording) zijn de balansposities 2022 aangehouden. Dit werkt ook meerjarig door in de balans. Op het moment dat de jaarafsluiting 2023 een feit is zal een meer complete doorrekening plaatsvinden. Tabel: balans BALANS
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
2024
2025
2026
2027
16.226
17.806
17.940
17.792
17.639
13.562
16.226
17.806
17.940
17.792
17.639
12.809
13.433
23.179
17.179
17.179
17.179
17.179
35.293
53.903
56.210
47.453
41.283
37.405
37.286
48.102
67.337
79.389
64.113
57.588
53.415
53.002
80.899
95.615
75.528
71.206
52.942
37.529
21.742
17.376
2021
2022
2023
13.033
13.562
13.033
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen Liquide middelen Totaal vlottende activa TOTAAL ACTIVA 61.135
81.919
70.640
EIGEN VERMOGEN Algemene reserves publiek
34.956
29.383
16.701
39
Algemene reserve publiek
24.943
41.722
27.907
27.805
21.742
17.376
16.701
9.482
10.277
9.438
1.518
-
-
-
532
304
184
60
-
-
-
390
943
2.432
2.432
2.432
2.432
2.432
35.346
53.246
39.961
31.815
24.174
19.808
19.133
12.909
15.759
26.046
20.046
20.046
20.046
20.046
Bestemmingsres. publiek Overige res.& fondsen Reserve privaat Totaal eigen vermogen VREEMD VERMOGEN Kortlopende schulden TOTAAL PASSIVA
61.135
80.899
95.615
81.919
75.528
71.206
70.640
7.2.1 Toelichting activa Materiële vaste activa Onder materiële activa staan de materiële ‘bezittingen’ van de Haagse Scholen opgenomen. De grootste onderdelen zijn onderwijslespakketten, ICT-hardware en meubilair. Deze balanspost betreft het saldo van nieuwe investeringen en afschrijvingen van oude activa. De ontwikkeling is gebaseerd op de meerjareninvesteringsplanning van scholen en afdelingen. Vorderingen De vorderingen op Rijksoverheid, samenwerkingsverband en de gemeente vormen veruit het grootste aandeel. Het betreft over het algemeen achterlopende betalingen naar aanleiding van toegekende middelen die in de baten worden verantwoord. De stand van de vorderingen is altijd een momentopname per 31 december van enig jaar en daardoor niet goed te begroten. In de meerjarenbegroting is grotendeels uitgegaan van een stabiel beeld. Liquide middelen De ontwikkeling van de liquide middelen is gebaseerd op het kasstroomoverzicht zoals in de bijlage is opgenomen. De liquide middelen zijn door de resultaten in de laatste jaren fors toegenomen, evenals door vooruitbetaalde subsidies die nog niet tot besteding zijn gekomen. Ondanks extra investeringen en begrote verliezen in de komende jaren, zal naar verwachting de liquiditeit hoog blijven. De Haagse Scholen houdt een minimaal rekening-courantsaldo op haar lopende rekening aan van ten alle tijden € 150.000.
Boven die grens kan De Haagse Scholen, binnen de kaders van het vastgestelde Treasurybeleid, slechts gebruik maken van: -
Spaarrekeningen
40
-
Deposito’s met een maximale looptijd van 3 jaar
-
Obligaties bij uitgifte en een maximale looptijd van 3 jaar (na toestemming raad van toezicht)
Op dit moment wordt gebruik gemaakt van betaalrekeningen (rekening courant) en spaardeposito’s bij het zogenaamde schatkistbankieren van de Nederlandse staat.
7.2.2 Toelichting passiva Eigen vermogen Het vermogen bestaat uit een centrale algemene reserve van de stichting en daarnaast een algemene reserve per school. Het eigen vermogen is grotendeels samengesteld uit publieke middelen, en bevat daarnaast een beperkt bedrag aan private middelen die hoofdzakelijk zijn opgebouwd uit resultaten op de niet publiek bekostigde tussenschoolse opvang. Het publiek deel van het eigen vermogen bestaat naast de algemene reserve uit een bestemmingsreserve voor het Nationaal programma onderwijs. De middelen in deze bestemmingsreserve worden naar verwachting tot in 2025 ingezet. De Haagse Scholen beschikt over een eigen vermogen dat in totaal groter is dan nodig om risico’s op te vangen. Door begrote negatieve resultaten daalt het eigen vermogen de komende jaren. Zie ook paragraaf 6.1.1. met financiële kengetallen. Voorzieningen De voorzieningen bestaan uit o.a. voorzieningen voor onderhoud, spaarverlof, jubilea-uitkeringen, personele risico’s (uitkeringen participatiefonds voor eigen risico) en voorziening verlof duurzame inzetbaarheid. In de meerjarenbegroting is uitgegaan van een stabiel niveau van de voorzieningen. Kortlopende schulden De Haagse Scholen heeft geen leningen of andere langlopende schulden.
Binnen de stand van de kortlopende schulden per 31 december vormen de nog af te dragen premies sociale lasten, pensioenen en loonbelasting over het salaris van december een belangrijk onderdeel. Daarnaast is er standaard sprake van openstaande facturen in de onderhanden werkstroom. Deze stand van de kortlopende schulden is altijd een momentopname, en in die zin weinig zeggend en lastig te begroten. In de meerjarenbegroting wordt deze regel als sluitpost gehanteerd.
41
8 Risicomanagement Risicomanagement vormt een onderdeel van de Planning en Control cyclus van De Haagse Scholen. Een risicoanalyse iedere twee jaar voedt het inzicht in de risico’s. In 2024 zullen we deze opnieuw uitvoeren, na de voorgaande in 2022. Risicoanalyse is de eerste stap in het proces van risicomanagement. Na weging van kans en impact van geïnventariseerde risico’s volgt een beoordeling van de mate van beheersing. Bij de grotere risico’s volgt een overweging of het gevoerde beleid en getroffen maatregelen effectief genoeg zijn in de reductie van het risico. Waar wenselijk treft het bestuur aanvullende maatregelen. Ook worden de geïnventariseerde risico’s gebruikt voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. Naast deze generieke, organisatiebrede risicoanalyse, voeren we ook functionele risicoanalyses op deelaspecten uit. Voorbeelden zijn de risicoanalyse op informatiebeveiliging en privacy en de vlootschouw waarin we risicofactoren op scholen voor wat betreft de onderwijskwaliteit in kaart brengen. In 2024 overwegen we op advies van de accountant ook een analyse gericht op frauderisico’s. Hieronder abstraheren we van de uitkomsten van dergelijke (deel)analyses. De grootste (bestuurlijke) risico’s die in eerdere analyses zijn onderkend worden in de onderstaande paragraaf behandeld. -
Lerarentekort
Dit risico blijft de komende jaren het grootste risico van De Haagse Scholen. Dit zorgt niet alleen voor een verhoogde werkdruk, maar raakt ook de basiskwaliteit van het onderwijsaanbod, beperkt mogelijkheden om passend onderwijs te bieden en staat onderwijsvernieuwing in de weg. Het beleid en de belangrijkste maatregelen in het kader van het lerarentekort staan omschreven in paragraaf 4.3 en 5.2. -
Invulling passend/inclusief onderwijs, groei SO/SBO
De Haagse Scholen streeft naar thuisnabij, inclusief onderwijs waar zoveel mogelijk leerlingen op reguliere basisscholen blijven. Afgelopen jaren zagen we daarentegen een toename van de doorverwijzingen van leerlingen naar het SO en SBO. De doorverwijzingsgraad vanuit het reguliere basisonderwijs naar SO en SBO is hoger dan de Rijksnormen waarop de bekostiging van de samenwerkingsverbanden is gebaseerd. Deze problematiek hangt mede samen met de groei van het lerarentekort. Groei van het aantal doorverwijzingen leidt tot steeds meer uitgaven van het samenwerkingsverband aan (duurdere) SO en SBO-scholen, wat ten koste gaat van beschikbare middelen voor basisondersteuning en arrangementen in het reguliere onderwijs, welke nodig zijn voor een thuisnabij inclusief onderwijs. Indien financiële tekorten ontstaan bij de samenwerkingsverbanden, dragen de deelnemende besturen daarvoor het financieel risico. In paragraaf 4.2 staan het beleid en de maatregelen in het kader van passend en inclusief onderwijs die tot doel hebben om inclusiever onderwijs te realiseren en zo ook het aantal doorverwijzingen te reduceren. Daarin werkt DHS nauw samen met SPPOH (en waar nodig met andere bi DHS betrokken samenwerkingsverbanden) en volgen we het (stedelijke) beleid van het samenwerkingsverband. -
Leeropbrengsten
42
Het meest recente PISA rapport (cijfers 2022) laat zien dat leeropbrengsten in Nederland gedaald zijn, sterker ook dan in andere EU landen. Ondanks corona zijn de eindopbrengsten van de DHS-scholen tot op heden goed op niveau gebleven. Er doen zich echter meerdere ontwikkelingen die kunnen zorgen dat we dit niveau niet volhouden. In de eerste plaats zorgt het lerarentekort ervoor dat klassen groter worden en vaker anders bevoegde medewerkers voor de klas staan. Ook de instabiliteit in de wereld en de toestroom van vluchtelingen worden de verschillen tussen leerlingen en scholen groter. De samenwerking met zorg en VVE is van essentieel belang bij o.a. de instroom van het jonge kind. Helaas kampen deze sectoren ook met arbeidsmarktkrapte. Door de ontwikkeling naar inclusiever onderwijs, zullen er de komende jaren minder leerlingen worden doorverwezen naar het speciaal basisonderwijs. Hierdoor kunnen de opbrengsten (van de basisvakken) de komende jaren onder druk komen te staan. Subsidies voor onder andere Versterking Basisvaardigheden en School en Omgeving maken het mogelijk om extra in te zetten op leerachterstanden. Scholen werken planmatig en evidence informed in het kader van deze programma’s. In de interne kwaliteitszorg leggen we aandacht op tussentijdse leeropbrengsten.
De bovenschoolse ondersteuning wordt geïntensiveerd door vormen van kennisdeling tussen scholen te versterken in diverse leernetwerken en ook het toezicht op de onderwijskwaliteit te intensiveren. Bestuursbeleid om (preventief) in te grijpen waar ondergrenzen in het onderwijs overschreden (dreigen) te worden, is in ontwikkeling. -
Financiële onzekerheid en instabiliteit
Sinds 2020 neemt de omvang van tijdelijke Rijkssubsidies enorm toe. Enerzijds zijn er nieuwe subsidies ter bestrijding van het lerarentekort, anderzijds om de gevolgen van de coronacrisis tegen te gaan, waaronder ook het Nationaal programma onderwijs. Komende periode verwachten we opnieuw extra bekostiging als gevolg van het Rijksprogramma voor versterking van basisvaardigheden. Deze stromen zorgen voor veel extra tijdelijke baten, en leiden tegelijkertijd tot extra bestedingen. Door tekorten op de arbeidsmarkt is het problematisch om de extra gelden goed in te zetten. De Rijksoverheid communiceert doorgaans erg laat over de inhoud, voorwaarden en omvang van de extra bekostiging. Op de huidige krappe arbeidsmarkt is niet mogelijk om snel te kunnen opschalen in het onderwijsaanbod. Hierdoor ontstaan stelselmatig financiële overschotten. Tegelijkertijd is een risico dat beoogde doelstellingen bij de subsidies niet tijdig worden gerealiseerd. Ook de administratieve complexiteit neemt enorm toe, met risico’s voor betrouwbare (tussentijdse) financiële verslaglegging. De administratieve belasting van scholen en het bestuurskantoor stijgt fors door de uiteenlopende verantwoordingsregimes van alle verschillende regelingen. Het belangrijkste bestuurlijk handelingsrepertoire om dit risico te beheersen is: -
Extern: tijdig en goed geïnformeerd te blijven over ontwikkelingen rijksbeleid. Onder andere door goede contacten, korte lijnen met de PO Raad zorgen we hiervoor. Waar nodig anticiperen we op nieuw Rijksbeleid door op bestuursniveau maatregelen voor te bereiden, vooruitlopend op formele communicatie;
-
Goede schoolbegrotingen en financiële scenario’s
-
Zicht op de begrotingsrealisatie
-
Juridisering
Het juridiseren van de samenleving laat een doorwerking in het onderwijsveld zien en daarmee vormt dit een risico voor De Haagse Scholen. Het voeren van juridische procedures is voor een organisatie als De Haagse Scholen onvermijdbaar. Enerzijds omdat De Haagse Scholen jaarlijks honderden besluiten neemt als bestuursorgaan (denk aan toelatings-, schorsings- en verwijderingsbesluiten), anderzijds omdat De Haagse
43
Scholen een grote organisatie is met veel betrokken partijen waarbij geschillen eerder een juridische lading krijgen. Daarnaast is een trend te zien dat controlerende instanties meer bevoegdheden krijgen om te controleren en te handhaven. Ook dient rekening te worden gehouden met verplichtingen uit de Wet open overheid om informatie (actief) openbaar te maken en de mogelijkheid van burgers om specifieke informatie op te vragen. De consequenties van de Wet open overheid voor de organisatie worden in kaart gebracht, incl. aandacht voor beheersmaatregelen waar nodig. Het gevolg is dat we financiële middelen in moet zetten, het risico op beboeting door controlerende instanties toeneemt en een hogere werkdruk kan worden ervaren bij de betrokken medewerkers. Door stroomlijning van procedures en gespecialiseerde juridische capaciteit op het bestuurskantoor wordt beoogd het risico te verkleinen. -
Naleving aanbestedingsregelgeving
Doordat De Haagse Scholen tot de grotere onderwijsbesturen in het PO hoort, hebben ook veel uitgaven een relatief hoog volume, waardoor drempelbedragen voor aanbestedingen op grond van de Aanbestedingswet 2012 vaak behaald worden. Het risico dat hiermee samenhangt is enerzijds dat van onrechtmatige bestedingen in de jaarcijfers (accountantsbevindingen) en anderzijds dat van civiele claims/ juridische procedures van bedrijven die zich door onrechtmatige inkoop benadeeld voelen. Het bestuur heeft hiervoor de inkoopcapaciteit vergroot. Door krapte op de arbeidsmarkt was lange tijd echter sprake van onderbezetting van de inkoopformatie. Hierdoor is in de inkoopplanning prioriteit gelegd bij de grote, centrale aanbestedingen op bestuursniveau (organisatiebreed). Kleinere inkopen op schoolniveau hebben daarmee minder aandacht gekregen. Op basis van periodieke spend analyse wordt een (geprioriteerde) inkoopkalender opgesteld en uitgevoerd. Door de toename van subsidies en beperkingen op de arbeidsmarkt kiezen scholen vaker dan voorheen voor uitbesteding van onderdelen van het onderwijsaanbod, waardoor ook het inkooprisico (op rechtmatigheid en doelmatigheid) toegenomen is op schoolniveau.
Vanaf 2024 zal het bestuur deze inkopen gaan versterken, onder andere door een betere informatievoorziening aan scholen, vergroten bewustwording van risico’s, faciliteren van decentrale inkopen en centrale monitoring. De focus zal in 2024 komen te liggen op het verhogen van de procentuele rechtmatige inkoop, het toezien op het opstellen en beheren van leverancierscontracten en het naleven van de inkoopmandaten bij inkoop. De invulling van de nieuwe positie van contractmanager per januari zal helpen bij het verbeteren van contracten en het volledig in beeld krijgen van de bestaande en toekomstige verplichtingen die met deze contracten samenhangen. Zowel bovenschools als op schoolniveau. Dit zal de voorspelbaarheid van de kosten verhogen en daarmee het risico verlagen. Inkoop zal schooldirecties via intranet zoveel mogelijk naar de leveranciers leiden waarmee - via aanbestedingstrajecten – raamcontracten zijn overeengekomen. In het eerste kwartaal zullen scholen bezocht worden om deze optimaal te informeren over hoe er rechtmatig moet worden ingekocht. Als deze versterking van inkoop verder vorm krijgt, dan komt naast het verhogen van de een rechtmatige inkoop, ook het realiseren van besparingen door een doelmatige inkoop binnen bereik. De versterking van inkoop zal ook moeten leiden tot meer beheersing over de (voorspelbaarheid) van de kosten, ook op schoolniveau.. -
Privacy / gegevensbescherming
In onze scholen en op het bestuurskantoor gaat een grote hoeveelheid informatie om, zo ook veel persoonsgegevens van leerlingen, ouders, medewerkers en andere betrokkenen. Naast de eigen plicht/wens om hier uiterst zorgvuldig mee om te gaan, is ook sprake van een streng handhavingsregime bij overtredingen van de
44
AVG-regelgeving, leidend tot hoge boetes. Naast de zorg voor persoonsgegevens vraagt de opslag, het beheer en de verstrekking van gegevens binnen de organisatie in algemene zin om aandacht. Een logische, voor iedereen herkenbare vindplaats van informatie bevordert interne processen, het formuleren van beleid en een tijdige en correcte afhandeling van verzoeken in het kader van de Wet open overheid. De stroomversnelling waarmee we zijn gaan digitaliseren sinds de coronacrisis heeft geleid tot meer digitale applicaties. Deze ontwikkeling vergroot ook het risico op schendingen van de privacy en datalekken. Om dit risico te beheersen scherpt De Haagse Scholen haar ICT (beveiligings-)beleid aan middels diverse maatregelen, en worden onderdelen van het ICT-beheer gecentraliseerd in de komende periode. De technische aspecten van de informatiebeveiliging raken daarmee in hogere mate ‘in control’. Gedragsaspecten vormen het belangrijkste restrisico. Er wordt extra en blijvend ingezet op bewustwording van medewerkers op de scholen van de risico’s. Om de informatie te beschermen (en aan de regelgeving te voldoen) wordt er risicogericht gewerkt. Eind 2023 is een nulmeting uitgevoerd op informatiebeveiliging en privacy, mede gebaseerd op het nieuwe sectorale Normenkader Informatiebeveiliging en Privacy Funderend Onderwijs.
Hieruit vloeien diverse verbetermaatregelen voort voor de komende jaren. Zie ook hoofdstuk 5. -
Cyberhack/ ransomware
Het aantal incidenten waarbij hackers onbevoegd toegang krijgen tot (een deel van) het netwerk van organisaties stijgt. Netwerken, applicaties of websites worden steeds vaker stilgelegd door ransomware. Ook in het onderwijs zijn gevallen bekend. Als dit plaatsvindt bij De Haagse Scholen kan dit leiden tot mogelijke stilstand van processen (tot systemen veilig zijn verklaard), de reputatie van De Haagse Scholen leidt schade en er kan noodzaak zijn tot het betalen van losgeld. Deze trend maakt het nodig om de beveiliging van het ICT-landschap te intensiveren, zie ook het voorgaande risico. Overleg met verzekeraars gaf aan dat organisaties met een omzet van meer dan 100 miljoen euro niet verzekerbaar zijn, en verzekeraars bovendien ook terughoudend zijn met het verzekeren van schoolbesturen. Daarmee wordt, in aanvulling op preventieve maatregelen in de informatiebeveiliging, de respons bij een eventuele hack belangrijker. Mede daarvoor heeft DHS zich aangesloten op CERT (computer emergency response team). Als zich een cybersecurity incident voordoet zorgt deze nieuwe dienst van Kennisnet voor een passende reactie. Ook wordt via het CERT.netwerk gewerkt aan het voorkomen van incidenten. -