RIS319779 Bijlage 2
Tekst van het document
Nieuwbouw en renovatie
Bouwprojecten zijn een van de grootste financiële risico’s voor De Haagse Scholen vanwege hun omvang en complexe, slecht beheersbare omgeving met diverse actoren die vaak tegenstrijdige belangen nastreven. Bij veel projecten zijn (langdurige) juridische procedures het geval, die een vertragend en kostprijsverhogend effect hebben. Daarbij zijn de vergoedingen die de gemeente biedt voor nieuwbouw- en renovatieprojecten vaak niet dekkend voor de prijzen die op de bouwmarkt gebruikelijk zijn. De projecten van de Galvanischool en de Blokpoelschool naderen hun afronding. De omvang van het risico neemt hierdoor langzamerhand steeds verder af. Het enige project dat nog actief is, is De Strandwacht, waarvan de afronding gepland is in oktober 2026. De Wet Primair Onderwijs verbiedt het schoolbesturen om Rijksmiddelen te investeren in nieuwbouw. Als openbaar onderwijsinstelling, in tegenstelling tot veel katholieke en christelijke schoolbesturen, beschikt de stichting ook niet over een privaat eigen vermogen ter dekking van risico’s. Wel is toegestaan om met Rijksmiddelen te investeren in verduurzaming van de huisvesting. Het Rijk werkt aan versoepeling van het juridische kader, waardoor bijdragen met Rijksmiddelen verruimd kunnen worden. Projecten waarin De Haagse
45
Scholen optreedt als bouwheer gaan daarmee gepaard met aanzienlijk financieel risico. Dit risico wordt nog vergroot doordat mogelijke constructiefouten in het ontwerp voor rekening en risico van de bouwheer zijn. In paragraaf 5.4 staan de projecten opgenomen die in de komende jaren op de agenda van het gemeentelijke Integraal Huisvestingsplan (IHP) staan. Gekoppeld aan het projectmanagement worden de afzonderlijke projecten gemonitord middels projectrapportages en is het goede overleg met de gemeente (bekostiger) cruciaal om risico's zoveel mogelijk af te dekken. We hebben op dit punt een goede werkrelatie die ondersteunend werkt voor onze beheersing.
46
Bijlage I
Bestuursformatieplan 2024/2025
In dit Bestuursformatieplan is cijfermatige informatie weergegeven over de samenstelling van het personeelsbestand van De Haagse Scholen conform de eisen in de CAO Primair Onderwijs. Conform deze CAO PO vormt het bestuursformatieplan het kader waarbinnen de werkverdelingsplannen van de scholen worden opgesteld. De cijfers in dit plan zijn samengesteld op basis van de meest actuele inzichten en verwachtingen begin 2024. De trends en ontwikkelingen in de maatschappij hebben hun weerslag op de formatie binnen het bestuur. Deze cijfers zijn dan ook in samenhang te lezen met hoofdstuk 4, het meerjarenformatiebeleid. Veranderende omstandigheden kunnen echter vragen om andere keuzes. Daarmee is dit Bestuursformatieplan indicatief van aard. Afwijkingen door de schoolleiding zijn toegestaan, mits ze niet nadelig zijn voor het financieel resultaat zoals vastgesteld in de schoolbegroting dat mede op deze cijfers is gebaseerd. Vanwege de ruimte die schoolleiders krijgen bij de samenstelling van hun formatie is de personeelssamenstelling ook onderwerp van gesprek met de medezeggenschapsraad op schoolniveau. In de tabel wordt in de laatste kolom de verhouding tussen het onderwijzend personeel (OP) en het aantal leerlingen (LLN) verantwoord. Het OP bevat meer medewerkers dan alleen groepsleerkrachten.
Deel van de OP formatie wordt specialistisch ingezet, bijvoorbeeld als vakleerkracht of intern begeleider. Ook deze krachten verzorgen in het primaire proces onderwijs aan leerlingen en worden dan ook meegenomen in de verhouding. Verschillen in de verhouding zijn verklaarbaar door: -
SBO en (V)SO scholen hebben meer begeleiding (kleinere groepen, meer ondersteuning) dan reguliere basisscholen.
-
Scholen met een hoog schoolgewicht (onderwijsachterstandsscore) beschikken over meer formatie (ontvangen ook de bekostiging daarvoor). Dit geldt voor onderwijsachterstandsbekostiging, maar ook voor NPO bekostiging en gemeentelijke subsidies.
-
Een deel van de scholen dat participeert in het (aflopende) gemeentelijke ‘leerkansenprofiel’ programma gericht op verkleining van kansenongelijkheid (met behulp van extra lestijd), heeft extra, gesubsidieerd personeel in dienst.
-
In grotere scholen kunnen groepen efficiënter ingedeeld worden en is naar verhouding minder overhead nodig. Kleine scholen beschikken doorgaans over een minder gunstige verhouding, evenals scholen met een nevenvestiging of dislocatie.
Om enigszins recht te doen aan de verschillen tussen de scholen zijn de scholen in het bestuursformatieplan weergegeven per schooltype. De basisscholen zijn verdeeld in drie groepen op basis van de onderwijsachterstandsscores zoals het CBS deze berekent. SBO en SO scholen zijn in aparte groep gepresenteerd. In de kolom LLN/OP staat de verhouding weergegeven van het gemiddeld aantal leerlingen per fte Onderwijzend personeel. Op het totaal van De Haagse Scholen is deze ratio begroot op 16,9 leerlingen per fte OP voor schooljaar 2024/2025 (februari 2025). In februari 2024 bedroeg deze ratio 16,7. De afname hangt samen met een beoogde stijging van het aantal leerkrachten. Of deze gewenste formatiegroei ook gerealiseerd kan worden hangt af van het succes van wervingsinspanningen, mede gericht op zij-instromers.
47
Tabel: Formatieplan en geraamde leerlingen (februari 2025) School
Leerlingen
FTE
FTE OP
Ratio Lln/OP
17EU - Basisschool Archipel
221
15,9
7,4
29,8
17JE - Basisschool Valkenbos Montessorischool
334
20,9
16,7
20,0
17MC - Basisschool Bohemen Kijkduin
430
29,0
23,8
18,1
17MR - Benoordenhout
225
16,3
11,5
19,5
17PY - Galvani-School
465
29,1
25,0
18,6
18AR - Maria Montessorischool
560
33,6
26,3
21,3
19LI - De Zonnebloem
445
29,6
24,3
18,3
19LY - Annie MG Schmidtschool
620
38,4
29,0
21,4
19NN - Houtrustschool
248
16,2
12,7
19,5
19SI - De La Reyschool
440
32,2
23,1
19,0
19TO - Het Volle Leven
586
37,8
27,5
21,3
26PJ - Openbare Dalton Basisschool Waterland
213
16,6
8,0
26,6
27VA - Prinses Catharina-Amaliaschool
340
25,9
17,5
19,5
19YS - De Vlierboom
205
14,0
10,7
19,2
School
Leerlingen
FTE
FTE OP
Ratio Lln/OP
26AX - De Vijver
385
32,4
22,2
17,4
26PP - Openbare Basisschool De Notenkraker
215
18,8
12,2
17,6
17EK - Kleine Keizer
298
25,3
14,4
20,7
17FE - Openbare Daltonbasissch Helen Parkhurst
370
30,8
19,0
19,4
17FV - Obs Dr Willem Drees
265
25,5
9,8
27,2
19NT - De Drentse Hoek
225
19,0
7,7
29,2
17FN - De Spoorzoeker
191
12,8
8,0
23,9
19NQ - Openbare Basisschool De Gelderlandschool
284
28,0
13,0
21,8
19XU - De Tweemaster
82
11,1
6,6
12,4
19YX - De Leeuwerikhoeve
227
19,1
11,4
19,9
17NQ - P.C. Hooft-School
254
24,0
15,2
16,7
19OQ - De Springbok
460
52,8
30,6
15,0
19MP - De Kameleon
173
17,6
8,0
21,6
19MH - De Klimop
215
18,8
8,6
25,0
19VB - De Wissel
358
33,8
20,3
17,7
School
Leerlingen
FTE
FTE OP
Ratio Lln/OP
48
19UK - Jan Ligthartschool
295
31,8
24,8
11,9
19MU - Openbare Basisschool Max Velthuijs
154
14,3
8,8
17,5
18PQ - Basisschool Anne Frank
530
49,6
20,7
25,7
19MZ - Openbare basisschool Houtwijk
260
24,2
13,6
19,2
19NW - Van Ostadeschool
385
34,1
20,3
18,9
19QD - De Kleine Wereld
355
35,0
15,3
23,3
19ZJ - Zuidwalschool
300
27,0
19,1
15,7
19OC - Openbare Basisschool Prins Willem Alexander
320
35,1
21,9
14,6
19ZF - Prinses Marijkeschool
325
32,3
22,0
14,8
19NZ - Erasmusschool
360
31,9
16,1
22,4
17NF - De Baanbreker
138
15,6
9,6
14,4
17PJ - Het Startpunt
206
19,8
16,9
12,2
19WO - Het Galjoen
240
24,6
14,9
16,1
19YL - Basisschool De Voorsprong
300
35,8
18,8
16,0
School
Lln
FTE
FTE OP Ratio Lln/OP
20JC - SBO De Bonte Vlinder
247
41,8
25,7
9,6
20JJ - SBO P H Schreuder
152
29,4
18,4
8,3
20JF - SBO De Haagse Beek
133
15,7
10,6
12,5
20JE - Eerste Nederlandse Buitenschool (SO)
118
30,1
13,2
8,9
20KP - De Strandwacht (SO)
365
77,7
34,6
10,6
20IX - Insp W P Blokpoelschool (SO)
123
33,6
8,4
14,6
20JG - Insp S De Vriesschool ((V)SO)
263
64,5
33,8
7,8
20JM - De Piramide ((V)SO)
163
58,4
31,4
5,2
49
Toedeling middelen De Haagse Scholen bedeelt de ontvangen middelen aan de scholen conform de (Rijks-) bekostiging van het onderwijs. De Haagse Scholen voert het beleid om zoveel mogelijk van haar middelen in te zetten voor het primaire onderwijsproces, onder verantwoordelijkheid van de schoolleiding. Dit betekent dat slechts een beperkt gedeelte van de middelen wordt herverdeeld voor andere doelen. Jaarlijks wordt een percentage van de niet geoormerkte Rijksmiddelen van de lumpsum afgedragen en voor verschillende doelen (her)verdeeld over scholen en bovenschoolse activiteiten. Het herverdelingspercentage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld in de Uitgangspuntennota Planning & Control. Hierover wordt overleg gevoerd met het veld, in stemming gebracht bij schooldirecteuren en uiteindelijk bestuurlijk vastgesteld. De volgende bestemmingen van de herverdeling worden onderscheiden: -
Bovenschoolse kosten: kosten van de centrale dienstverlening aan de scholen door het bestuurskantoor en de kosten van het bestuur (CvB, RvT en GMR)
-
Personele risico’s: compensatie van scholen voor de kosten als gevolg van met name bapo (aflopend), ziektevervanging bij hoog verzuim, betaald ouderschapsverlof, risico werkeloosheidskosten (deels).
-
Knelpunten basiskwaliteit: voor financiële knelpunten van scholen, zodat ten alle tijden basiskwaliteit onderwijs gegarandeerd blijft (bijvoorbeeld voor kleine, financieel niet rendabele scholen en scholen met een dislocatie)
-
en tot slot de exploitatie van schoolgebouwen (kosten schoonmaak, energie, onderhoud, huur, schades etc.).
Hieronder staan de herverdelingspercentages voor 2023 weergegeven per bestedingsdoel. Deze percentages worden berekend over het totaal aan lumpsum Rijksbekostiging, met uitzondering van de werkdrukmiddelen. Direct of indirect komen de middelen uit de herverdeling weer ten gunste van het scholenveld. Van de totale 15,9% stroomt 8,8%. weer terug naar (andere) scholen. 6,7%. (bestuurskantoor) komt indirect via bovenschoolse dienstverlening en collectieve kosten ten gunste van de scholen. In 2022 bedroeg de afdracht in totaal 17,8%, in 2023 15,3%. Komende jaren wordt een stijging van het herverdeelpercentage verwacht door uitbreiding van centrale ondersteuning (project versterking organisatie DHS) en toenemende kosten in de huisvesting in ondermeer energielasten. Tabel: Herverdeelpercentages De Haagse Scholen (2024) Bovenschoolse kosten / bestuurskantoor
6,7 %
Fonds voor personele risico’s
1,2 %
Financiële knelpunten basiskwaliteit
1,0 %
Exploitatie schoolgebouwen
6,6 %
Totale herverdeling
15,9%
50
Bijlage II Meerjarig kasstroomoverzicht Om de fluctuaties in de liquiditeit te bewaken maakt De Haagse Scholen liquiditeitsprognoses op hoofdlijnen. Op basis van deze prognose kan worden vastgesteld of De Haagse Scholen voldoende liquide middelen beschikbaar heeft om aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen en geplande investeringen te kunnen bekostigen. Dat is met de huidige liquiditeit nooit een probleem. De omvang van de liquiditeiten van De Haagse Scholen is ruim voldoende.
Meerjarig Kasstroomoverzicht
Realisatie
Begroot
2023
2024
2025
2026
2027
-
-
-
-
2.456
8.022
7.581
4.366
675
2.814
2.565
2.518
2.536
2.540
-
-
1.250
44
-
-
3.015
3.768
2.580
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo Baten en Lasten Aanpassing voor: Afschrijvingen desinvesteringen mat. activa
317
Mutaties voorzieningen
17.009
Mutaties eigen vermogen
-17.009
450 -
-13.879
109 2.649
Veranderingen in werkkapitaal: Vorderingen
9.746
6.000
Schulden
10.286
6.000
-
541
-
Kasstroom uit financieringsactiviteiten: Ontvangen interest
1.268
395
1.268
395
295 295
295
295
295
295
Kasstroom uit investeringsactiviteiten: Investeringen in materiële vaste activa
5.794
-
-
-
-
4.146
2.652
2.387
2.387
51
Totaal Kasstroom
2.307
-
-
-
8.757
6.170
3.878
118
Stand liquide middelen eind voorgaand boekjaar Stand liquide middelen eind boekjaar
53.903
56.210
47.453
41.283
37.405
56.210
47.453
41.283
37.405
37.286
Toelichting op de tabel a)
Saldo baten en lasten; dit betreft het resultaat conform de Staat van baten en lasten exclusief het resultaat uit financiële baten en lasten (renteopbrengsten).
b)
De afschrijvingen zijn conform de staat van baten en lasten en de meerjarig geplande investeringen; dit zijn wel lasten maar geen uitgaven en worden daarom in het kasstroomoverzicht positief verwerkt.
c)
De post mutaties voorzieningen betreft het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T1. De Haagse Scholen verwacht in de komende jaren een afname van de omvang van de voorzieningen.
d)
De post vorderingen betreft het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T-1 een vermindering van de vorderingen betekent een toename van de liquide middelen en omgekeerd.
e)
De schulden betreffen het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T-1. De omvang van de schulden per 31/12 wordt vooral bepaald door de nog af te dragen belasting en premies van de salarisbetaling december en in mindere mate door de nog te betalen facturen van leveranciers. De beïnvloedbaarheid van deze post is gering.
f)
Ontvangen en betaalde interest, dit betreft de rente baten en lasten conform de Staat van baten en lasten
g)
Investeringen Materiele vaste activa, dit betreft de jaarlijkse investeringen in de materiële vaste activa ten behoeve van o.a. meubilair, computers, onderwijsleerpakketten e.d. de bedragen zijn gebaseerd op de MIP
h)
Totaal kasstroom, dit betreft het saldo van de kasstroom uit operationele activiteiten en de kasstroom investeringsactiviteiten
52
53