RIS319155 Notulen van de raad van 30 mei 2024
Tekst van het document
Daarin komen ook maatregelen te staan waarmee we beter in staat zijn om gerichte maatregelen te nemen tegen de parkeerdruk in specifieke delen van de stad. De inschatting is niet dat de parkeerdruk gaat stijgen als gevolg van deze plannen. Deze motie moet ik dus ontraden. Motie M.3 en motie M.4 pak ik bij elkaar. Ze gaan beide over pollers; de pollers aan de Hoefkade en de pollers in de hele Schilderswijk zelfs. Ik heb het niet kunnen terugzoeken, maar het zou best de tiende keer kunnen zijn dat deze motie ingediend is. Ik stel voor dat we het even precies nagaan. Mocht dat uitkomen op een mooi rond getal, dan kunnen we dat markeren met elkaar. Net als de andere keren dat deze motie is ingediend, moet het college haar ontraden. Uit de evaluatie is gebleken dat de effecten van de verkeersmaatregelen precies overeenkwamen met wat we vooraf hadden voorspeld, namelijk dat heel veel sluipverkeer weggehaald is hierdoor bij de Boekhorststraat, dat de Parallelweg een veel veiliger route is geworden en dat de chaotische situatie tussen auto's en fietsers bij het Stationsplein is verminderd. Dat zijn allemaal grote winsten voor de stad. We kunnen daarom de pollers niet zomaar weghalen en willen dat ook niet. De andere motie vraagt om een pilot te doen. Die ontraad ik met dezelfde argumentatie. De voorzitter.
Ja, maar ik wil even bij de vorige blijven, want daarop heeft de heer Meinesz een interruptie. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). De wethouder stelt dat de parkeerdruk niet boven 90% komt. Dan kan de wethouder mijn motie toch makkelijk omarmen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat is op de vorige motie. Het college moet die ontraden. Het is geen automatisme dat als ergens de parkeerdruk boven de 90% is, er parkeerplekken worden aangelegd. Gezien het huidige ontwerp en het zorgvuldige proces dat is doorlopen, is die ruimte er ook niet. Dat zou dan weer ten koste gaan van verkeersveiligheid of van groen. Daar zou het college niet voor zijn. Ik moet de motie dus echt met klem ontraden. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Ja, maar die vraagstukken spelen niet, want u zegt dat de parkeerdruk niet boven de 90% gaat komen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, dat verwacht ik niet. Dat zou u moeten geruststellen. U kunt uw motie dan ook aanhouden wellicht. Maar mocht u haar toch in stemming willen brengen, dan moet het college vanwege de argumenten die ik zojuist heb aangevoerd, haar ontraden. 51
De voorzitter. Gaat u verder, wethouder. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Ik ben bij de moties van de fractie van de VVD. Die gaan ook over de pollers en de vervanging door camera's. Dat is, for the record, geen onderdeel van dit ontwerp, maar het staat de raad natuurlijk vrij om het hier dan toch over te hebben. Zoals aangegeven, is dit onderdeel van een grotere vervangingsopgave van pollers door camera's. We moeten dat heel zorgvuldig doen. Dat betekent dat er een Europese aanbesteding voor nodig is. Daarom gaat het even duren. Over de precieze planning en hoe dat er allemaal uit gaat zien, heb ik toegezegd dat er voor de zomer informatie naar u komt, maar vooruitlopend daarop toch deze moties. Er zijn twee moties op hetzelfde onderwerp die twee verschillende dingen vragen. Ik vind het wel bijzonder als fracties meerdere dingen tegelijkertijd willen die ook moeilijk verenigbaar zijn. Ik begin bij de motie die vraagt om ondernemers bij het onderzoek te betrekken. Daarmee gaan we verder dan de afspraken die we daar eerder over hebben gemaakt. Omdat we nu aan het begin staan van kijken wat er kan, wat het verkeerskundig en privacytechnisch betekent en wat het voor de uitvoering voor effecten gaat hebben, heb ik er geen bezwaar tegen om ook te kijken wat de wensen van de ondernemers zijn.
We kunnen in kaart brengen hoeveel ondernemers dat zou betreffen en wat het effect daarvan zal zijn. Motie M.8, Neem ondernemers op en rond de Hoefkade mee in de ontheffingen, kan ik dus aan de raad laten. De motie die vraagt om ondernemers meteen dan ook maar te ontheffen, is dan natuurlijk wat ingewikkeld. Want we gaan, denk ik, eerst onderzoeken. We kunnen niet vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek. Deze motie is echt prematuur. Ik zou willen vragen om deze motie aan te houden. Als de andere motie wordt aangenomen en uitgevoerd, kunnen we een beter debat voeren met elkaar over wat de voor- en nadelen en consequenties zouden zijn. Als de motie om de ondernemers, vooruitlopend op de uitkomsten van het onderzoek, meteen te ontheffen, in stemming wordt gebracht, zou ik die echt willen ontraden. De motie van de VVD, Laat niets verdwijnen voordat bewoners zekerheid hebben, gaat over de parkeergarage aan de Van Mierrisstraat. De planning is dat die parkeergarage eind 2025, eind volgend jaar in gebruik wordt genomen. Dat is dus voor de verwachte oplevering van de heringerichte Hoefkade. Daarmee zou je kunnen zeggen dat de motie niet nodig is, maar ik kan haar ook aan de raad laten. Maar dit is conform de bestaande planning. Tot slot heb ik twee moties van de Partij voor de Dieren die betrekking hebben op bomen. Die zijn mede ingediend door GroenLinks.
Motie M.6, Hoefkade Hoofdboomstructuur, vraagt om zo veel mogelijk bomen te laten staan in de verdere doorontwikkeling van het definitieve ontwerp. Ik begrijp de vraag best goed. Als dit voorlopige definitieve ontwerp wordt aangenomen, gaat er nog een technische slag overheen om te bezien wat dit concreet betekent in de vertaling naar de bestekken waar de aannemer mee aan de slag gaat. De inzet van het college en de gehele gemeente is maximaal behoud van bomen. Bomen gaan alleen om in de stad als het echt niet anders kan. Deze motie vraagt om daarop nog een terugkoppeling te krijgen, als ik het in mijn eigen woorden mag zeggen. Het college kan de motie aan de raad laten, met daarbij natuurlijk de kanttekening dat je ook nog na het bestek in de ondergrond dingen kan aantreffen en er altijd dingen kunnen gebeuren die niet te voorzien zijn. Maar het college kan met de motie uit de voeten. Tot slot de motie BEA voor besluitvorming: daar hebben we het in de commissie ook even over gehad. De Boom Effect Analyse is onderdeel van het hele pakket aan onderzoeken dat ten grondslag ligt aan dit type ruimtelijke ontwerpen. Er liggen nog heel veel meer onderzoeken aan ten grondslag, zoals verkeerskundige en bodemkundige onderzoeken. De A van BEA staat ook voor advies. Op basis van al deze technische onderzoeken kom je tot een ontwerp.
Ik wil de raad meegeven dat een BEA technisch van aard is en onderdeel van een bredere afweging en besluitvorming. Het wordt dus best ingewikkeld als alle BEA's hier een-op-een besproken zouden gaan worden. Maar als de raad om informatie vraagt, is het college ten principale altijd bereid om te kijken hoe daarin kan worden voorzien. Dat vraagt deze motie eigenlijk ook. Ik zal ook nog even met de collega voor buitenruimte, wethouder Barker, kijken wat een goed moment is om deze Boom Effect Analyse naar uw raad te sturen. Ik wil de motie echt aan de raad laten in de klassieke zin van 'aan de raad laten', namelijk: het is een informatieverzoek en daar wil ik als lid van dit college principieel niet negatief over adviseren. 52
De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Vanavond gaan we stemmen over de moties en het voorstel.
Aan de orde is: N. Gewijzigd initiatiefvoorstel Bescherm beschermde stadsgezichten in Den Haag (PVV) (RIS315312). De voorzitter. De initiatiefnemer, de heer Kruis, mag een korte toelichting geven op het voorstel. Daarna is de eerste termijn van de raad. Sebastian Kruis (PVV). Heel hartelijk bedankt, beste voorzitter en geachte aanwezigen van de Haagse gemeenteraad. Het is mij een groot genoegen om vandaag namens de PVV dit initiatiefvoorstel te presenteren. Zoals u weet, is het recht op initiatiefvoorstellen het zwaarstwegende instrument dat je hebt als raadslid. Het is een grote eer dat we daar gebruik van mogen maken. Een bijzonder woord van dank gaat uit naar de heer Faddegon, die de afgelopen periode actief is geworden voor onze fractie. We zijn gezegend met dit jonge talent! Daar gaan we vast nog veel van horen. Ik wil ook graag de commissieleden bedanken voor hun inbreng tijdens de behandeling en petit comité, zoals we dat zeggen in Parijs. Het was een heel mooie, inhoudelijke vergadering. Dat stemde ook verlegen, moet ik eerlijk bekennen. Ik vond de heer Faddegon echt uitstekend uit de verf komen. Hij had daar al heel veel toegelicht van het voorliggende voorstel. Tot slot wil ik de wethouder en haar ambtenaren bedanken voor de warme ondersteuning en in het Engels zeggen ze - 'counseling' ten aanzien van dit voorstel. Het is inhoudelijk gezien al besproken.
Ik wil er dus ook niet heel veel woorden meer aan vuil maken, anders dan dat ik nu gewoon iedereen heb bedankt die ik behoor te bedanken. Ik zie uit naar de reactie en eventuele opbouwende kritiek van de commissieleden in de raadzaal. De beraadslaging wordt geopend. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Nogmaals dank aan de PVV voor dit initiatiefvoorstel. Ik denk dat we daar een goed debat over hebben gehad in de commissie, alweer een tijd terug. Ook fijn dat we het hier vandaag kunnen bespreken. Ook dank voor de wijzigingen die zijn aangebracht. Met name dicta 2, 3 en 4 kon mijn fractie met meer tevredenheid lezen. Maar zoals in de commissie ook al aangegeven, hebben wij wel veel bezwaren tegen het eerste dictumpunt, het voorstel om twee verschillende raadsperiodes te hanteren. Specifiek omdat we bijvoorbeeld de aanwijzing van een beschermd stadsgezicht niet over twee periodes doen. Dat kunnen we dus met een makkelijke, simpele stap in één raadsperiode aanwijzen, maar als we het willen opheffen, hebben we daar opeens twee raadsperiodes voor nodig. Ik zou aan de collega willen vragen waarom hij die keuze gemaakt heeft.
Aanvullend bezwaar van mijn fractie zit 'm ook in: waar stopt dit? Welke onderwerpen krijgen nog meer een kwalificatie, besluitvorming in verschillende raadsperiodes? Mijn fractie zou dat natuurlijk heel graag willen voor armoedebeleid of andere beleidsmaatregelen waarvan je ook kunt aantonen dat je die op langere termijn zou moeten kunnen volhouden voordat die enig effect op de samenleving kunnen hebben. Dank dus aan de collega voor het initiatiefvoorstel, maar wij zullen hoogstwaarschijnlijk - maar we horen de antwoorden nog graag - tegenstemmen. Rutger de Ridder (VVD). Is niet het grote verschil tussen armoedebeleid en dit soort beleid dat je voor armoedebeleid geld nodig hebt en dus ieder jaar een begroting vast moet stellen?
53
Samir Ahraui (PvdA). Zeer zeker, dat klopt, maar je hebt ook voldoende beleidskaders in dit huis waar niet per se direct middelen aan gekoppeld zijn. Die zou je ook in meerdere raadsperiodes kunnen vastleggen. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. Allereerst dank aan de fractie van de PVV voor dit initiatiefvoorstel, specifiek de heer Faddegon. Ik weet dat er veel tijd voor hem in heeft gezeten. Vooral ook dank voor de discussie die het heeft opgeroepen, in de commissie, maar ook tussen raadsleden onderling. Ook binnen mijn fractie hebben we hier echt mooie gesprekken over gehad met elkaar. Daaruit blijkt ook dat je hier heel verschillend over kan denken. Ik zou dat eigenlijk ook graag terug willen zien in de stemming vanavond. Ik zou later een ordevoorstel willen doen om per dictumpunt te stemmen. Ik hoor graag van de heer Kruis hoe hij daar tegenaan kijkt. De voorzitter. Dat brengt mij een beetje in dubio. U doet een ordevoorstel, een verzoek - daar heeft u recht op - om elk dictumpunt apart in stemming te brengen. Of hangt het van de reactie van de heer Kruis af of u het voorstel doet? Want zo begreep ik uw laatste zin. Misschien kunt u dat toelichten. Isabel Bos (GroenLinks). Ik hoor natuurlijk graag wat de heer Kruis ervan vindt, maar ik wil alsnog gewoon wel het voorstel doen om op die manier te stemmen. De voorzitter.
Helder, dan gaan wij achter de schermen regelen dat het vanavond apart in stemming kan worden gebracht. Het staat de heer Kruis uiteraard vrij om daarop te reageren zo dadelijk. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Waarom wil GroenLinks dit? Isabel Bos (GroenLinks). U hoorde net al van de heer Ahraui dat er verschillende punten in de dictumpunten zitten. Tegen sommige wordt positief aangekeken en tegen andere wat minder positief. Ik heb zelf wel punten waar ik zeker graag voor zou willen stemmen. Mensen binnen mijn fractie zouden daar bijvoorbeeld niet voor willen stemmen. Het maakt het wel wat makkelijker om daar een persoonlijke afweging in te maken. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik vraag naar GroenLinks. Welke voorstellen zou GroenLinks dan wel willen steunen en welke niet? Isabel Bos (GroenLinks). Ik heb het initiatiefvoorstel hier niet voor me liggen, maar volgens mij zijn punt 3 en 4, over het geven van advies bij het sturen naar de raad, punten die zeker op steun kunnen rekenen. Punt 1 is een twistpunt. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Waarom is dat een twistpunt voor GroenLinks? Isabel Bos (GroenLinks). We hebben binnen mijn fractie meerdere discussies gehad over dat eerste dictumpunt. Daar denken we ook echt anders over binnen de fractie; ik wil dus ook niet namens iedereen gaan spreken. Maar dat gaat gewoon over het democratisch gehalte.
Is het echt democratischer als je er in twee keer over stemt of niet? Dat is iets waar we het niet helemaal met elkaar over eens zijn. Ik denk dat de ruimte er ook zeker moet kunnen zijn om daar een andere afweging in te maken. Samir Ahraui (PvdA). Een kleine vraag waar ik in mijn inbreng ook aan refereerde: zou mevrouw Bos het ook redelijk vinden dat, als je bij de afschaffing van een beschermd stadsgezicht twee termijnen nodig hebt, je dat ook bij de aanwijzing van een beschermd stadsgezicht zou moeten hebben? Isabel Bos (GroenLinks). Dat vind ik geen raar voorstel. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. Ik wil allereerst de PVV en met name meneer Faddegon en natuurlijk meneer Kruis bedanken voor het voorstel. Het is hartstikke goed dat zij een initiatiefvoorstel 54
hebben gemaakt en dat dit nu voorligt. D66 heeft in de commissievergadering al aangegeven wat zij van het voorstel vinden en daarin ook aangegeven dat zij negatief tegen het voorstel staan en van plan zijn om tegen te stemmen, vanwege dezelfde redenen als de PvdA net heeft aangegeven. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Dank aan de PVV voor het initiatiefvoorstel. Mijn fractie kon helaas niet bij de behandeling in de commissie zijn, dus ik doe alsnog hier het woord. Mijn fractie kan zich aansluiten bij de inbreng van de PvdA. Als raad heb je het recht om vergaande besluiten te nemen. Mijn fractie vindt onvoldoende uitgelegd waarom dit thema als enige is uitgekozen om over twee termijnen over te laten beslissen en niet ook andere thema's. Mijn fractie zal dus tegen het voorstel in de huidige vorm stemmen. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Er is inderdaad een boeiende discussie geweest in de commissie. De heer Kruis noemt de constructieve bijdrage van het college aan het gesprek. Het college begrijpt dat het belangrijk is dat je voor een onderwerp als beschermd stadsgezicht, en zeker als het gaat om het opheffen van een beschermd stadsgezicht, de tijd moet nemen en er ook zorgvuldig mee om moet gaan.
Ik denk dat we elkaar heel goed kunnen vinden in hoe belangrijk het is om daar een goede procedure voor te hebben en om als raad daarvoor de tijd te nemen om dat weloverwogen te kunnen doen en alle aspecten en adviezen die daar belangrijk voor zijn, in mee te nemen. Wat het college ook gezegd heeft in het preadvies en ook in de brief die we later daarna gestuurd hebben op 30 januari, is dat de gedachte om dat in een dubbel besluit te doen, misschien heel aardig klinkt, maar juridisch nog best wel ingewikkeld is. Het is de vraag of daarmee automatisch de zorgvuldigheid die je wil betrachten, het best gediend is. De Gemeentewet biedt in ieder geval geen ruimte om dit te doen. We zijn altijd, ook voor het maken van een verordening, afhankelijk van of de wet de ruimte geeft om dat te doen. Door een besluit om iets wel of niet op te heffen pas rechtsgeldig te laten zijn nadat een aantal jaren later nog een besluit is genomen, kom je in de knoop met de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet enzovoort. Daar ligt dus een groot risico. Dat is ook omschreven in de brief van 30 januari naar aanleiding van de vragen die over juridische aspecten toen gesteld zijn.
Wat in het voorstel staat en wat het college zeer onderschrijft, bijvoorbeeld over de rol van de Adviescommissie omgevingskwaliteit en om goed te kijken naar cultureel erfgoed, is eigenlijk al voorzien in de procedure zoals we die voortaan ook echt willen toepassen onder de nieuwe Omgevingswet. Uiteindelijk kan je als raad altijd het besluit nemen, als je een onderwerp zo belangrijk vindt, om er meer dan een keer of misschien wel een halfjaar, een jaar of twee jaar de tijd voor te nemen. Of het besluit bespreken helemaal aan het begin van een procedure, voor een proces voor de ontwikkeling van een gebied waar dit mogelijk aan de orde is. Dat besluit kan je altijd nemen, met of zonder verordening. Je kan ook tegen het voorstel stemmen of besluiten om het besluit over het voorstel uit te stellen. Dat zijn allemaal besluiten, wat je daar inhoudelijk ook van vindt, die je onder de huidige weten regelgeving al kan nemen. Deze vorm die nu wordt voorgesteld voor die grondwetachtige stemmingsbenadering, heeft geen rechtsgrond. Daar zit ons grootste bezwaar. Het college blijft bij zijn negatieve advies op dat punt. De andere punten, over de inspraak en het advies en zo, lijken ons prima om verder uit te werken. Samir Ahraui (PvdA).
Hoor ik het college nu goed zeggen dat je dit sowieso niet in een juridische grondslag zou kunnen gieten en het daarmee dus ook bijvoorbeeld voor de rechter als een niet geldig besluit zou kunnen gelden? Wethouder Bruines (D66). Onze juridische inschatting is dat dat inderdaad het geval is. Maar een stap eerder wordt het al ingewikkeld. Het voorstel beoogt in een verordening vast te leggen om het zo te gaan doen. Een verordening is natuurlijk ook een juridisch besluit dat de raad neemt en dat moet voldoen aan hogere wet- en regelgeving. Daar moet een toets op plaatsvinden. Dan zullen ook degenen die die juridische toets uitvoeren waarschijnlijk zeggen: we weten niet of we dit wel zo kunnen opschrijven. Daar begint het dus al een beetje lastig te worden. Als het besluit dan wordt aangenomen en tot een uitwerking komt, zal het waarschijnlijk een slap aftreksel zijn, in de zin van dat je dan een voorwaardelijk besluit neemt dat je later moet herbevestigen of dat soort dingen. Dat kan nu ook al. 55
Sterker nog, dat hebben we bij de opheffing van het beschermd stadsgezicht Dreven-Gaarden-Zichten ook al gedaan. Daar hebben we dus geen nieuw besluit voor nodig. Lesley Arp (SP). De wethouder zegt dat we bij Dreven-Gaarden-Zichten die tweetrapsraket, om het zo maar te noemen, ook hebben gebruikt, maar ik kan dit niet echt rijmen met hoe dat is gegaan. Volgens mij zijn we tot de orde geroepen door de Adviescommissie bezwaarschriften en is dat toch iets anders dan hoe het nu wordt uitgelegd. Kan de wethouder dat toelichten? Wethouder Bruines (D66). Daar is toen uiteindelijk een voorwaardelijk besluit genomen dat in werking zou treden op het moment dat vervolgbesluiten genomen zouden zijn. Welke dat precies zijn, heb ik allemaal niet in mijn hoofd. Het besluit is toen dus genomen, maar de inwerkingtreding van het besluit hing af van andere besluiten die eerst nog genomen zouden moeten worden. Zo'n vorm zou je kunnen kiezen. Dat geeft je wel ruimte ook. Lesley Arp (SP). Zelfs als zou de wethouder, zoals zij het zelf noemt, dit initiatiefvoorstel interpreteren als een slap aftreksel als het wordt aangenomen, is het volgens mij niet hetzelfde als het proces zoals dat nu gaat. Want dan ga je dus twee keer echt bewust praten over dat beschermde stadsgezicht. Volgens mij gaat het nu erover dat het pas in werking treedt als er een bestemmingsplan wordt goedgekeurd.
Of heb ik het verkeerd? Wethouder Bruines (D66). We willen natuurlijk niet dat er allerlei besluiten worden genomen of dat er ongevraagde adviezen liggen waar je dan uiteindelijk wat mee moet en die onduidelijkheid die er toen blijkbaar is ontstaan ook. Het proces dat regulier gehanteerd wordt onder de Omgevingswet, is dat de kaders in een vroegtijdig stadium door de raad moeten worden vastgesteld. Dus het ruimtelijk beleid, wat, waar, welke doelen op hoofdlijnen, is opgenomen in de omgevingsvisie. Waar grote ontwikkelingen zijn of mogelijk aan de orde zijn, worden die uitgewerkt in gebiedsvisies. De gebiedsvisie is ook een document om die kaders vast te stellen. Dat is ook het moment om het debat te voeren over wat het eventueel betekent voor een beschermd stadsgezicht en hoe we daar dan mee omgaan. Als dat onderwerp opkomt in zo'n gebiedsontwikkeling, zou dat wat het college betreft ook het moment moeten zijn om de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed of wie daar allemaal van belang in worden geacht, om advies te vragen en dat advies dan te betrekken bij het vaststellen van een gebiedsvisie. Zo zou het normaal gesproken moeten gaan. Ik weet niet of dit het antwoord is op de vraag die u gesteld heeft.
Maar wat u ook zou kunnen doen, is zeggen: wij vinden dit een ingewikkelde discussie, want wij willen graag een gebied ontwikkelen, maar de vraag hoe we dat precies willen, onder welke voorwaarden en of er dan iets moet worden opgeheven, vinden we zo complex dat we daar echt de tijd voor willen nemen om dat van alle kanten tien keer te bekijken voordat we tot een besluit komen. Maar dat kunt u eigenlijk nu ook al beslissen. De voorzitter. Voor de laatste maal, mevrouw Arp. Lesley Arp (SP). Ik neem hier toch een beetje afstand van het antwoord dat gegeven wordt. Het is, denk ik, de essentie waarom het voorstel er nu ligt. We hebben de vorige termijn er heel hevig op aangedrongen om het met tijd en met beleid en zorgvuldig te doen. Nu zegt het college dat de raad daar ruimte voor kan krijgen, maar dat is in de praktijk natuurlijk niet helemaal zo gelopen. Wethouder Bruines (D66). Dat kan de beleving en ook het oordeel zijn van mevrouw Arp en anderen. Het zal ook wel de nodige discussie opleveren als je in zo'n situatie komt, want het college stelt ook niet voor niets iets voor en wil ook een beetje tempo maken. Maar in wezen kunt u in de procedure die u wilt voeren, de tijd nemen voor het besluit dat u moet nemen om tot een kredietverlening of tot een vaststelling van een plan of een PUK over te gaan. Dat kunt u zelf beslissen als raad.
Daar liggen, juist in het duale stelsel, uw bevoegdheden. En het zou fijn zijn als je het met elkaar eens bent over wanneer je dat hoe dan doet, maar dat gaat over de samenwerking.
56
Samir Ahraui (PvdA). We hebben net het ordevoorstel van mevrouw Bos gehad over het separaat stemmen. Ik weet dat het college in zijn preadvies het initiatiefvoorstel ontraadde. Ik vroeg me af of dat verandert als er per dictumpunt gestemd wordt. De voorzitter. Met andere woorden, met welke dictumpunten kunt u wel instemmen en met welke niet, wethouder? Wethouder Bruines (D66). Het grootste bezwaar van het college, zoals ik net heb toegelicht, zit in punt 1. Die andere laten we aan de raad. Als dat aangepast moet worden in de verordening, doen we dat ook, als dat nodig is. Maar punt 1 is wel het meest ingewikkelde punt wat betreft het college. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Dank voor alle inbrengen van de raad en voor de reactie van de wethouder. Ik wil beginnen bij de heer Ahraui. Hij vroeg: waarom dan niet zo'n voorstel om een beschermd stadsgezicht op deze manier aan te wijzen? Het staat de heer Ahraui vrij om dat voor te stellen. Dat is niet ons voorstel. Ik snap die overweging, maar het ziet niet toe op ons voorstel. Dus als meneer Ahraui dat een goed idee vindt, nodig ik hem van harte uit om dat voorstel te concipiëren. Dan zullen wij daar met dezelfde inhoudelijke blik naar kijken als de heer Ahraui naar ons voorstel heeft gedaan. Waarom dan dit voorstel specifiek op dit thema? Dat is omdat wij dit belangrijk vinden.
Het staat de heer Ahraui natuurlijk vrij om elk ander onderwerp aan te wijzen waarvoor hij dit heel erg belangrijk vindt. Zoals ik al zei, zullen we daar dan naar kijken. Mevrouw Bos deed een ordevoorstel aan de raad. Het is niet aan mij, al zou ik het soms misschien graag willen, om een oordeel uit te spreken over uw wettelijk recht als raadslid. Dus ik vind er eigenlijk niet zoveel van. Het is uw goed recht om dat te verzoeken en wij zullen als zodanig stemmen, maar dat zult u begrijpen. Dank aan de heren Noorlander, Dubbelaar en De Ridder voor interrupties en non-verbale instemming. Mevrouw Klokkenburg, veel dank voor ook uw inbreng zojuist. Ik heb u echt gemist tijdens de commissie, maar dat werd net ruimschoots gecompenseerd wat mij betreft. Ik hoop dat het daarmee ook is afgedaan. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag zit strak in de spreektijd vandaag, maar complimenten wil ik toch nog wel even overbrengen. De voorzitter. Nou, dat is toch lief. Meneer Noorlander wil ook nog iets zeggen. Joren Noorlander (D66). Ik wil meneer Kruis graag bedanken dat hij mijn lichaamstaal zo positief vindt! De voorzitter. Oké, laten we het bij de inhoud houden. Sebastian Kruis (PVV). Ik moet mezelf even bijeenrapen, want zelden werd ik zo verlegen als zojuist. Dat moet ik hier dan toch ook eerlijk bekennen.
Maar dan zal ik nu nog even kort reflecteren op de reactie van het college. Ik stel vast dat naar aanleiding van ons eerste initiatiefvoorstel, voordat het werd gewijzigd, het college met een vrij summiere reactie kwam, onzes inziens. Die stelde dat het niet de goedkeuring van het college kon dragen omdat het in geen enkele andere gemeente gaat zoals het voorstel beoogt. Dat vonden wij geen argument om niet door te zetten. Wij zijn de eersten met zo'n goed voorstel. Iemand moet soms pionieren op het gebied van het beschermen van beschermde stadsgezichten. Wij zijn die pioniers in dezen. In die zin heeft het ons wel bevreemd dat de reactie van het college op het gewijzigd voorstel een stuk uitgebreider was. Die zag toen meer op de eventuele juridische beperkingen. Wij zien die niet. Uiteindelijk hebben we natuurlijk gewoon het recht om de Erfgoedverordening aan te passen. We zagen juist in Dreven-Gaarden-Zichten dat een beschermd stadsgezicht opdoeken en niet nadenken over de gevolgen daarvan, toch wel tot nare gevolgen heeft geleid. Maar toen was het beschermde stadsgezicht al gesloopt. Wat wij dus willen, is beschermde stadsgezichten beschermen. Nu is een beschermd stadsgezicht beschermd door de meerderheid plus één. Dat willen we verbreden. Daarom 57
noopt dit voorstel tot nadere reflectie. Ik denk dat het onze democratie sterker en weerbaarder maakt als we juist iets wat we willen beschermen, echt beschermen. Dat is waarom we dit op deze manier aanvliegen. Het heet niet voor niets een beschermd stadsgezicht. Samir Ahraui (PvdA). Ik snap de intentie van de PVV met dit initiatiefvoorstel. Maar als we de specifieke casus naar voren halen die de heer Kruis net in zijn beantwoording gaf: daar hebben we toch ook in twee verschillende raadsperiodes over gestemd en gedebatteerd? Dat heeft uiteindelijk voor het resultaat niet iets anders betekent. Sebastian Kruis (PVV). Dat klopt niet, want toen was het beschermde stadsgezicht al gesloopt. Er is hier toen gestemd over het opheffen van het beschermde stadsgezicht. Dat maakte de weg vrij voor sloop. Nadat het was gesloopt, werd geconstateerd dat het voorliggende niet voldeed. Maar toen was het natuurlijk al gesloopt. En wat gesloopt is, kan niet meer worden beschermd. Anders was het wel een 'beschermd en gesloopt stadsgezicht'. Samir Ahraui (PvdA). Die snap ik, maar ik doel op de meerderheid die er in de raad was. Dezelfde meerderheid die in de vorige raadsperiode akkoord is gegaan met het intrekken van de status van beschermd stadsgezicht, was er ook in de tweede periode.
U zegt dat we het stadsgezicht moeten beschermen met dit initiatiefvoorstel, maar het gevolg is niet per se automatisch dat het in twee raadsperiodes tot een ander besluit leidt. Sebastian Kruis (PVV). Ik snap wat de heer Ahraui zegt, maar het beeld dat net werd geschetst door het college dat we onszelf als raad kunnen dwingen om uitgebreid de tijd te nemen om dit soort casuïstiek nader te behandelen dan we normaal zouden doen, is niet gebleken toen het hier ging over Dreven-Gaarden-Zichten. Ik heb toen echt wel het idee gehad dat we in een soort snelkookpan zaten en dat het een beetje werd doorgedrukt door de verantwoordelijk wethouder. Er was misschien ook een gebrek aan dualisme soms in de vorige collegeperiode en enige tijdsdruk in verband met rijksfinanciering. Dat heeft aan een zorgvuldige behandeling in de weg gestaan. Lesley Arp (SP). Ik was benieuwd of de heer Kruis het met mij eens is dat het feit dat we er voor en na verkiezingen over hebben gesproken ook te maken heeft met het feit dat bezwaarmakers in het gelijk zijn gesteld en dat dat eigenlijk best wel een gênante constatering is en niet iets om trots op te zijn als coalitie? Sebastian Kruis (PVV). Ik ben het zelden met mevrouw Arp oneens. In dezen is dat ook zeker niet het geval. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter.
We gaan vanavond stemmen over het initiatiefvoorstel zelf.
Aan de orde is: O. Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure wijziging Gemeenschappelijke Regeling Het Industrieschap 'de Plaspoelpolder' (RIS318734). P. Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure IPP begroting 2025- 2028 alsmede ter kennisname jaarrekening 2023 (RIS318703). De voorzitter. Deze voorstellen worden gezamenlijk behandeld. De eerste spreker op de sprekerslijst is de heer De Vuyst namens GroenLinks. Het idee is dat wij rond zes uur gaan schorsen voor de
58
dinerpauze. We gaan ondertussen ook wisselen van voorzitter. Ik geef wel vast het woord aan de heer De Vuyst. De beraadslaging wordt geopend. Voorzitter: de heer Van Zanen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Het IPP, Het Industrieschap Plaspoelpolder, transformeert al meer dan zeventig jaar bedrijventerreinen in Rijswijk, en inmiddels ook in Den Haag. Dat doet ze succesvol. Tegelijkertijd hebben we in Den Haag een aantal bedrijventerreinen die aangepakt mogen worden. Dus tot zover is GroenLinks het eens met het college. Het college verbindt echter deze twee aan elkaar en wil het rechtsgebied van het IPP vergroten. Die conclusie gaat mij en mijn fractie te snel. In het Beleidskader verbonden partijen dat wij vast hebben gesteld, zit een toetsingskader voor verbonden partijen. Een van de vragen luidt: 'Ofwel zijn er voor de gemeente andere, betere manieren om het publieke belang te dienen dan via een verbonden partij?' Het gaat nu om een uitbreiding van een verbonden partij, maar voor mij is die vraag niet beantwoord. We kiezen met de bovenwettelijke wijzigingen die nu voorgesteld worden om een verbonden partij, die we samen hebben met Rijswijk, ons beleid uit te laten voeren op bedrijventerreinen zoals ZKD.
Heeft het college ook overwogen om een eigen ontwikkelmaatschappij op te richten, een bedrijventerreinontwikkelmaatschappij oftewel een BOM - die we dan in de volksmond 'de Coen' noemen - en op die manier uitvoering te geven aan het programma bedrijventerreinen, dat we überhaupt nog moeten vaststellen? Dat brengt mij ertoe om een amendement in te dienen op de zienswijze op de wijziging van de maatschappelijke regeling. Het amendement, Maak het IPP niet groter dan het is, beoogt om het rechtsgebied van het IPP nu nog niet uit te breiden en dat uit deze wijzigingen te halen. Daarnaast blijkt uit de jaarrekening van het IPP, die goed leesbaar is, dat de algemene reserve en daarmee het weerstandsvermogen ook veel hoger is dan nodig. Ook als je dat eigen weerstandsratio van het IPP bekijkt, wat trouwens een prima systeem is om naar weerstandsvermogen te kijken, blijkt dat het veel hoger is dan zelfs de hoogste categorie die het IPP zelf aangeeft, waarderingscijfer A. Daarom heb ik nog een amendement: Niet meer vermogen dan dat er weerstand is.
Dat amendement vraagt om in het begrotingsjaar 2024 - dat is het lopende jaar - bij een weerstandsratio die hoger is dan 2, dus aan het eind van het jaar - ook wel: waarderingscijfer A - de algemene reserve te verminderen met het bedrag dat boven die weerstandsratio 2 zit en dit evenredig terug te storten naar beide deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. De voorzitter. Door de heer De Vuyst worden de volgende amendementen (O.A GL en P.A GL) voorgesteld:
Amendement O.A GL Maak het IPP niet groter dan het is De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 30 mei 2024, ter bespreking van O Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure wijziging Gemeenschappelijke Regeling Het Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ (RIS318734). Besluit om: ▪ Dictumpunt I “I. Geen zienswijze kenbaar te maken voor het Ontwerpvoorstel Gemeenschappelijke Regeling IPP Haaglanden;” te vervangen voor de volgende tekst “I. Wel een zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot het ontwerp-programmabegroting 20252028 IPP, die de volgende tekst bevat: De Gemeente Den Haag gaat niet akkoord met gebiedsuitbreiding van het IPP zoals voorgesteld in artikel 5, lid 2.” ▪ Dictumpunt II “II Dit aan het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ kenbaar te maken.” te vervangen voor de volgende tekst “II. Deze zienswijze aan het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijk Regeling Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ kenbaar te maken.”. 59
Amendement P.A GL Niet meer vermogen dan dat er weerstand is De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 30 mei 2024, ter bespreking van P Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure IPP begroting 2025- 2028 alsmede ter kennisname jaarrekening 2023 (RIS318703). Besluit om: ▪ Dictumpunt II “II. geen zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot het ontwerpprogrammabegroting 2025- 2028 IPP;” te vervangen voor de volgende tekst “II. Wel een zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot het ontwerp-programmabegroting 2025- 2028 IPP, die de volgende tekst bevat: Het IPP heeft nu een eigen algemene reserve die vele malen hoger is dan wat nodig is voor de weerstandscapaciteit. De gemeente Den Haag verzoekt het IPP om in het begrotingsjaar 2024 bij een weerstandsratio die hoger is dan 2 (ook wel: waarderingscijfer A), de algemene reserve te verminderen met het bedrag dat boven die weerstandsratio 2 zit en dit evenredig terug te storten naar beide deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.” ▪ Dictumpunt III “dit besluit kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van het IPP.” te vervangen voor de volgende tekst “III. Deze zienswijze aan het dagelijks bestuur van het IPP kenbaar te maken.”. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Voorzitter.
Omwille van de tijd ga ik direct over tot het indienen van een motie en een amendement. De motie heeft de titel Behoud parkeerterrein Wateringse Veld. Die verzoekt het college om het IPP op te dragen het parkeerterrein aan de Sylvain Poonsstraat niet te transformeren en in zijn huidige vorm te behouden voor de wijk Wateringse Veld en de raad over de uitkomsten te informeren. Die is medeondertekend door collega Dubbelaar en door de heer Van den Goorbergh van de Haagse VVD. Ik heb een amendement over het indienen van een zienswijze die toeziet op de evaluatie van de uitbreiding van zowel de doelstellingen als het werkgebied. In de korte toelichting - want ik zal het niet helemaal voorlezen - geven we aan dat we hiermee als raad zijnde onze controlerende rol willen pakken om te kijken of die uitbreiding goed gaat werken en goed uitpakt voor de stad Den Haag. Dan kunnen we ook eventjes de vinger aan de pols houden binnen nu en twee jaar om te kijken of we daar dan ook mee verder willen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Collega Sluijs staat op de eigen site met de titel Hef Industrieschap Plaspoelpolder op. Daaronder een quote: 'Uitbreiding naar Rijswijk is ridicuul, focus op Den Haag'. Nu stemt hij wel in met de uitbreiding van het IPP, terwijl mijn amendement zegt: pas op de plaats, laat het dan maar eerst uit een gedegen analyse blijken.
Misschien wilt u voor mijn amendement stemmen én voor uw eigen amendement, maar ik was toch wel benieuwd of u die verenigbaar ziet en hoe u daarin gaat varen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dat gaat tegen elkaar in, dus dat moeten we niet doen. Wij zeggen: als we die verduurzaming willen, als we de revitalisatie willen van die bedrijventerreinen, als we die extra meters willen, dan hebben we een partij als het IPP daar toch bij nodig. Die wil die uitbreiding graag gaan doen. Die wil ook die bedrijventerreinen gaan aanpakken, die extra vierkante meters erbij gaan creëren waar wij ook echt om zitten te springen en die broodnodig zijn. Laten we dat nu ook doen. Laten we ze daar dan ook de kans voor geven en binnen nu en twee jaar kijken of dat werkt, of dat goed gaat en of ze zich houden aan de doelstellingen. Dan kunnen we over twee jaar altijd nog kijken wat we daar verder mee doen. Maar die tussenstap willen wij wel graag maken. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Over het revitaliseren van bedrijventerreinen zijn we het wel eens. Dat komt nog met het programma bedrijventerreinen, met gebiedskaders et cetera. Maar waarom 60
specifiek het IPP daarvoor vragen en Rijswijk daarmee ook zeggenschap geven over privaatrechtelijke beslissingen op onze bedrijventerreinen? Ziet Hart voor Den Haag daar ook niet de risico's van? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dat zie ik wel iets anders. Er zijn twee directeuren. Een directeur houdt zich echt specifiek bezig met Rijswijk en eentje met Den Haag. Die staat ook te trappelen om aan de gang te gaan met Den Haag. Laten we dan nu ook die ruimte bieden om dat te doen en over twee jaar kijken: is dat gelukt, gaat dat goed of vinden we daar nog wat van met elkaar? Dan kunnen we daar ook allemaal weer ons oordeel over uitspreken. Maar laten we ze die kans dan in ieder geval wel geven. De voorzitter. Meneer De Vuyst, laatste keer. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik constateer sowieso dat het best een opmerkelijke draai is, maar goed, daar gaat Hart voor Den Haag zelf over. Maar ik vind dat u nu toch wel wat optimistisch bent, want 50% van het stemrecht over de beslissingen is voor die directeur van Rijswijk. Dat kunt u toch niet ontkennen? Het is dan toch een beetje apart dat u voor zo'n groot bedrijventerrein als ZKD, een verdriedubbeling van het grondgebied, besluit om daar Rijswijk zo'n belangrijke stem in te geven. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ten eerste gaat het IPP er pas mee aan de slag als het college dat vraagt.
Het is dus niet zo dat ze dat uit zichzelf nu gaan doen; het college moet dat vragen. En volgens mij zitten we allemaal te wachten op een upgrade van het ZKD. De mensen daar zitten erom te springen. Die zitten er ook om te springen dat het veiliger wordt, want dat is het op dit moment niet. Het college moet daar alle zeilen bijzetten en dat lukt niet. Laten we nu gewoon die kans bieden. Dan kunnen we over twee jaar verder kijken: is dat goed uitgepakt of vinden we dat we daar moeten bijschakelen, opschakelen of misschien wel terugschakelen? Maar dat is dan over twee jaar. De voorzitter. Door de heer Sluijs wordt het volgende amendement (O.B HvDH) voorgesteld:
Amendement O.B HvDH Zienswijze IPP De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 30 mei 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure wijziging Gemeenschappelijke Regeling Het Industrieschap ‘de Plaspoelpolder. Besluit om: ▪ Onder ‘besluit:’ de tekst ‘I. Geen zienswijze kenbaar te maken voor het Ontwerpvoorstel Gemeenschappelijke Regeling IPP Haaglanden;’ te vervangen door: o I. Als zienswijze op het Ontwerpvoorstel Gemeenschappelijke Regeling IPP Haaglanden vast te stellen dat: ▪ De bovenwettelijke regeling van het uitbreiden van de doelstellingen en het uitbreiden van de Haagse werklocaties (rechtsgebied) na twee jaar geëvalueerd wordt in de Commissie Bestuur van de Haagse gemeenteraad waarna door de gemeenteraad ook vastgesteld wordt of- en voor welke periode deze uitbreidingen gecontinueerd worden. ▪ De tekst ‘II. Dit aan het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ kenbaar te maken.’ Te vervangen door: o II. Deze zienswijze in te dienen bij het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Sluijs, daartoe gesteund door de heer Dubbelaar en de heer Van den Goorbergh, wordt de volgende motie (P.1 HvDH) ingediend:
61
Motie P.1 HvDH Behoud parkeerterrein Wateringse Veld De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 april 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure IPP begroting 2025- 2028 alsmede ter kennisname jaarrekening 2023 (RIS318703). Constaterende, dat: • in de IPP begroting 2025-2028 en in de IPP jaarrekening 2023 staat dat het IPP voornemens is om het parkeerterrein aan de Sylvain Poonsstraat/Laan van Wateringse Veld te transformeren naar een bedrijfsgebouw. Overwegende, dat: • de gemeenteraad op 10 juni 2021 de motie Laat parkeerterrein Wateringse Veld niet verdwijnen (RIS 309101) heeft aangenomen. Een meerderheid van de gemeenteraad verzoekt het college, draagvlak voor het opheffen van het parkeerterrein in de wijk te peilen, alvorens een bouwplan uit te werken en de raad over de uitkomsten te informeren; • de gemeenteraad op 21 april 2022 de motie Onderzoek behoud parkeerterrein Wateringse Veld (RIS 312153) heeft aangenomen. Een meerderheid van de gemeenteraad verzoekt het college, met het IPP in gesprek te gaan over de mogelijkheid om het parkeerterrein aan de Sylvain Poonsstraat te behouden en de raad over de uitkomsten te informeren.
Van mening, dat: • een motie die vraagt om ‘met het IPP in gesprek te gaan over de mogelijkheid om het parkeerterrein aan de Sylvain Poonsstraat te behouden’ op geen enkele wijze gelezen kan worden als ‘laten we het parkeerterrein alsnog transformeren en acht openbare parkeerplekken realiseren op de Paul Steenbergenlaan’; • het parkeerterrein maatschappelijke waarde heeft voor de wijk Wateringse Veld en behouden moet blijven. Verzoekt het college: • om het IPP op te dragen het parkeerterrein aan de Sylvain Poonsstraat niet te transformeren en in zijn huidige vorm te behouden voor de wijk Wateringse Veld en de raad over de uitkomsten te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Jan Willem van den Bos (PvdD). Voorzitter. De Partij voor de Dieren kan niet zonder meer instemmen met de voorstellen. Er liggen grote wijzigingen voor. Mijn fractie kan zich het voorstel van Hart voor Den Haag voor een evaluatie na twee jaar dan ook goed voorstellen. Maar in de tussentijd en in aanloop naar die evaluatie vinden we het belangrijk dat de raad hier meer zicht op zou kunnen houden. Ik geef twee voorbeelden. Allereerst veiligheid. We zien in de begroting dat het IPP geld uitgeeft aan surveillance bij de Westvlietweg.
Betekent dit dat de gemeente via het IPP dan bij alle bedrijventerreinen extra beveiliging gaat inhuren? Hoe verhoudt zich dat tot de verantwoordelijkheden van bijvoorbeeld een BIZ of van de politie? Zou de wethouder dit kunnen verduidelijken? Dan vergroening en klimaatadaptie. Dit is wat de Partij voor de Dieren betreft essentieel om bedrijventerreinen functioneel te houden, ook bij verdichting. Ondernemers hebben niks aan ondergelopen straten en overstromende riolen. Maar het is onduidelijk wat het IPP dan gaat doen. Zou de wethouder kunnen aangeven hoe de raad hier zicht op kan blijven houden, ook al voor de evaluatie,
62
door de raad bijvoorbeeld tussentijds te informeren over wat nou eigenlijk de strategie is of de concrete plannen of tussendoelen zijn? We zijn benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt. Tot slot vraagt de Partij voor de Dieren zich af of het niet risicovol is - de heer De Vuyst stipte het net ook aan - om de regie over onze bedrijventerreinen over te dragen aan een gemeenschappelijke regeling waarin we maar voor de helft zeggenschap hebben. Wat zijn bijvoorbeeld de mogelijke gevolgen voor plannen als het IPP in Rijswijk tegen financiële tegenvallers aan loopt? Mijn fractie vindt het heel belangrijk dat dit goed in kaart gebracht wordt. Daarom dien ik een motie in samen met collega Arp van de SP, Regel het goed met Rijswijk, met in het dictum het verzoek aan het college om een nadere analyse uit te voeren of het wenselijk is de 50-50 verdeling van zeggenschap en risico's binnen de gemeenschappelijke regeling te actualiseren de gemeenteraad hierover te informeren. De voorzitter. Door de heer Van den Bos, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (O.1 PvdD) ingediend:
Motie O.1 PvdD Regel het goed met Rijswijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 30 mei 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure wijziging Gemeenschappelijke Regeling Het Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ (RIS318734). Constaterende, dat: ▪ historisch gezien de zeggenschap en risico's binnen de gemeenschappelijke regeling IPP 50%50% verdeeld zijn tussen de gemeenten Rijswijk en Den Haag; ▪ deze verdeling destijds mede gebaseerd was op een geografische logica, omdat het werkgebied toen bestond uit bedrijventerreinen die in beide gemeenten lagen. Overwegende, dat: ▪ voorgesteld wordt het werkgebied fors uit te breiden en er dan veel bedrijventerreinen aan het werkgebied worden toegevoegd; ▪ hierdoor Rijswijk formeel 50% zeggenschap heeft over bijvoorbeeld budgetallocatie en investeringsbesluiten op Haagse bedrijventerreinen (en vice versa); ▪
het denkbaar is dat een onvoorziene financiële tegenvaller op een Rijswijks bedrijventerrein negatieve gevolgen kan hebben voor de investeringsruimte van het IPP in Den Haag (en vice versa).
Verzoekt het college: ▪ een nadere analyse uit te voeren of het wenselijk is de 50%-50% verdeling van zeggenschap en risico's binnen de gemeenschappelijke regeling te actualiseren de gemeenteraad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. In het voorstel tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling IPP vallen twee dingen op, namelijk de uitbreiding van de doelstellingen van het IPP en het werkgebied. De wethouder sprak in de commissievergadering zelfs over het uitbreiden van het IPP tot een regionaal werkgebied als een mogelijk toekomstscenario. Wat de SP betreft is dit nog geen uitgemaakte zaak. Als het gaat over het onderbrengen van de extra gebieden zullen we dan ook goed luisteren naar de appreciatie van het amendement van GroenLinks. We steunen hoe dan ook de motie van de heer Sluijs die vraagt om een evaluatie. Nu het IPP Haaglanden haar doelstellingen uitbreidt, vinden we het belangrijk dat ook betaalbaarheid hierin expliciet benoemd wordt. Zeker als het IPP als exploitant van een 63
bedrijfsverzamelgebouw zou optreden, is betaalbaarheid van belang. Dit geldt ook als het werkgebied van het IPP niet wordt uitgebreid, als bijvoorbeeld het amendement van GroenLinks wordt aangenomen. Zo liggen er al plannen voor de ontwikkeling van Wateringse Veld en de mogelijke uitbreiding van de Westvlietweg. Daarom dienen we het volgende amendement in: 'Besluit om dictumpunt I te vervangen door: Als zienswijze mee te geven dat aan de doelstelling van het IPP Haaglanden om de brede werkgelegenheid te bevorderen ook de bevordering van betaalbare bedrijfshuisvesting dient te worden toegevoegd en artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling hiermee in lijn dient te worden gebracht.' De voorzitter. Door mevrouw Arp wordt het volgende amendement (O.C SP) voorgesteld:
Amendement O.C SP Betaalbaarheid als doel De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 30 mei 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure wijziging Gemeenschappelijke regeling Het Industrieschap ‘De Plaspoelpolder’ (RIS318734). Besluit om dictumpunt I te vervangen door: Als zienswijze mee te geven dat aan de doelstelling van het IPP Haaglanden om de brede werkgelegenheid te bevorderen ook de bevordering van betaalbare bedrijfshuisvesting dient te worden toegevoegd en artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling hiermee in lijn dient te worden gebracht. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. We hebben een hoop dingen rondom bedrijventerreinen op het moment. Ik geloof dat de heer De Vuyst dat al zei. Dat is ook een van de speerpunten van dit college. In het coalitieakkoord is ook opgeschreven dat er echt een hoop werk aan de winkel is op onze bedrijventerreinen. Ook op onze kantorenmarkt, maar dit gaat in het bijzonder over bedrijventerreinen: op het gebied van vernieuwing, van verduurzaming, in het kader van de circulaire economie. Er zijn veel bedrijventerreinen waar ook door de BIZ'en of door het parkbeheer of gezamenlijk door de ondernemers al plannen zijn om daar echt mee aan de slag te gaan. Eigenaren van panden en ondernemers staan te springen om te investeren.
Het is belangrijk om kaders te hebben waarbinnen dat gaat gebeuren. Die hadden eigenlijk eerst besproken moeten worden alvorens te spreken over hoe we dat dan gaan doen. Want er zijn verschillende instrumenten aan de orde. Het IPP, een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van twee gemeenten die op dit punt al heel lang samenwerken, is er daar een van. Maar er zijn ook andere onderdelen van belang in het verder verbeteren van onze bedrijventerreinen. Ik ben dat dus eens met de heer De Vuyst. Maar het is gewoon in de agendering en de behandeling in de commissie zo gegaan. Anders hadden we het allemaal in een keer kunnen doen. Zijn er betere manieren, zijn er andere manieren? We hebben haast. Er moet ontzettend veel gebeuren en er ligt heel veel werk te wachten. De heer Sluijs refereerde daar ook aan. We hebben een vehikel dat dat op een uitstekende manier doet en dat heeft laten zien de afgelopen jaren, of dat nou binnen Den Haag of binnen de gemeentegrenzen van Rijswijk was, dat uitstekend te kunnen. Het is niet direct de neiging om dan een nieuwe BOM of een andere uitvoeringsvorm op te gaan richten als we al iets hebben. De vragen zijn natuurlijk wel terecht. De heer De Vuyst vraagt zich bij elke gemeenschappelijke regeling af of dat moet. Hij heeft daar een bepaalde gevoeligheid voor. Dat kan.
Maar dan is wel de vraag: is de manier waarop we dit al zoveel jaren met deze twee gemeenten doen, ook voor de toekomst de meest wenselijke? Dat is een heel terechte vraag. Het is in de loop van de tijd zo gegroeid. Inmiddels zijn er andere opgaven. Inmiddels is ook de regionale samenwerking op bedrijventerreinen noodzakelijker en sterker geworden. We zien ontwikkelingen op de Binckhorst, waar bedrijven vertrekken of misschien moeten vertrekken die zich wel heel graag in onze regio willen blijven vestigen, waarmee de werkgelegenheid maar ook de producten die ze leveren voor onze regio, behouden worden. Dat betekent dus dat er best reden en aanleiding is om de komende tijd met elkaar
64
te kijken wat dat werkgebied nou betekent. Het college is bereid om over alles wat daarop ziet de komende tijd met u te spreken. Maar ondertussen is er wel werk aan de winkel. Voor drie bedrijventerreinen, het ZKD, de Fruitweg en de Uitenhagestraat, liggen gebiedskaders voor. Daar moet u nog een besluit over nemen. Daarin leggen wij als gemeente Den Haag vast wat onze visie is op de ontwikkeling van die gebieden. Die gaan ook de komende jaren nog worden uitgebreid en uitgewerkt. Maar we willen daar wel snel aan de gang. Daar hebben we een partij bij nodig, daar hebben we deskundigheid bij nodig die een werkwijze en ook privaatrechtelijke handelingen met zich meebrengt die wij als gemeente niet op die manier kunnen doen. Dat is de reden waarom wij indertijd samen met Rijswijk hebben besloten om een werkmaatschappij op te richten om dat ter hand te nemen binnen de randvoorwaarden die daar natuurlijk door de gemeenten zelf in hun eigen gebied worden vastgelegd. Hoe de besluitvorming dan gaat, ziet u in de verordening van de gemeenschappelijke regeling. Dat gaat uitermate zorgvuldig. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Het is een wat-alsvraag - laat ik dat alvast zelf maar toegeven maar wat als we niet een gemeenschappelijke regeling IPP hadden en we hadden inderdaad de bedrijventerreinen willen revitaliseren, wat zouden we dan gedaan hebben? Wethouder Bruines (D66).
Dan denk ik dat wij tot een vorm van IPP gekomen zouden zijn en wat het college betreft waarschijnlijk met meer gemeenten dan deze twee. Dat is ook, denk ik, de discussie die we de komende tijd moeten voeren, gezien de onderlinge afhankelijkheid binnen onze regio en ook het vastgestelde beleid van de provincie over de juiste bedrijven op de juiste plek en bepaalde milieucategorieën die in bepaalde delen van de stad niet meer kunnen, omdat we daar heel veel woningbouw willen doen. Dan krijg je geen ruimte om buiten de plannen die er nu zijn, nog meer bedrijventerreinen toe te voegen. We zullen dus met elkaar heel zorgvuldig moeten kijken wat het beste waar kan. Dat is een grote schuifpuzzel binnen onze gemeente, maar ook in de wat bredere regio. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Er zijn twee taken en die lopen een beetje door elkaar heen in het antwoord van het college. De ene is de coördinatie van welk bedrijventerrein je waar wil als je inderdaad niet mag uitbreiden van de provincie. Daar heeft het Rijk gedachten over, daar heeft de provincie gedachten over, daar heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag gedachten over, daar heeft de regio Haaglanden gedachten over en ook Den Haag. Je hebt bijna regie op de regie nodig om daar uit te komen. Maar dat is niet hetzelfde als een verbonden partij instellen die privaatrechtelijke handelingen kan doen.
Volgens mij heeft de wethouder al toegegeven dat ze niet heeft gekeken of er een Haags vehikel zonder Rijswijk zou kunnen komen om die privaatrechtelijke investeringen en maatregelen te kunnen nemen op de Haagse bedrijventerreinen. Dat is wat ik mis als stap voordat we besluiten om het rechtsgebied van het IPP uit te breiden. Wethouder Bruines (D66). Het verschil is dat we dus al een rechtspersoon hebben waar de ervaring en de deskundigheid zit en waar we eigenlijk heel tevreden over zijn. Ik vind de vraag terecht, en die raakt ook aan de motie van de Partij voor de Dieren en de SP, om te kijken of dat nou met deze twee gemeenten moet. Er is indertijd natuurlijk wel een aanleiding voor geweest om dat te doen. We hadden in de gaten dat we in Den Haag de uitbreiding van onze bedrijven en onze maakindustrie niet konden huisvesten. Toen hebben we gezegd: we wijzen een aantal gebieden aan waarin we met elkaar, in een solidaire samenwerking in de regio, de uitvoering ter hand gaan nemen. Ik denk dat er nog steeds alle aanleiding toe is om die goed boven tafel te houden. De voorzitter. Meneer De Vuyst, laatste keer. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dat is toch een beetje 'resultaten uit het verleden geven garantie voor de toekomst' en dat betwijfel ik een beetje.
Stel dat de Binckhorst onderdeel was geweest van het IPP op het moment dat wij in Den Haag besloten dat daar woningen moesten komen. Dan had Rijswijk kunnen zeggen: sorry, daar stemmen we tegen, want we zijn bang voor het verkeer, het openbaar vervoer et cetera. Dus dat is nu wat we aan het doen zijn: we geven Rijswijk zeggenschap over waarvoor die eigenlijk niet nodig is. En alle argumenten over expertise en dergelijke: dat is ingehuurde expertise dan wel expertise van een van de twee gemeenten. Die is heel makkelijk naar 65
binnen te halen of naar een nieuw Haags vehikel te halen. Dat is het punt dat ik steeds maak en waar ik de wethouder geen antwoord op hoor geven. Waarom niet een uitsluitend Haags vehikel oprichten hiervoor? Wethouder Bruines (D66). Dat zou eerder een stap terug zijn dan een stap vooruit. Wat het college betreft is een stap vooruit een verdere uitbreiding in een solidariteit van uitvoering van wat nodig is in onze gemeente. Maar laat ik wel een ding nog vooropstellen. De heer De Vuyst geeft het voorbeeld van de Binckhorst. De Binckhorst ligt binnen de gemeente Den Haag. Wat wij daar willen en wat wij daar toestaan, of dat woningen zijn of bedrijven, en waar die dan wel of niet terechtkomen, is allemaal, honderd procent gemeente Den Haag. Als wij binnen de Binckhorst een deel van het bedrijventerrein willen ontwikkelen, dan zouden we ervoor kunnen kiezen om het IPP te vragen om daar een aantal activiteiten voor ons te verrichten in de uitvoering. Het gaat dus om de uitvoering. Het is dus niet zo dat de gemeente Rijswijk bepaalt wat er op onze bedrijventerreinen wel en niet mag en welke ambitie we daarbij hebben. Als we daar dus extra willen verduurzamen of onderwijs willen toevoegen, zoals nu het idee voor het ZKD is, of we willen vooral circulaire economie of noem maar op, dan is dat honderd procent het besluit van de gemeente Den Haag.
Ik denk dat we heel blij mogen zijn dat er een goed samenwerkende en goed functionerende club is die vervolgens met die opdracht aan de slag kan. Ik snap dus echt het probleem niet dat de heer De Vuyst opwerpt. De voorzitter. U zet uw betoog voort. Wethouder Bruines (D66). Er zijn een aantal korte vragen gesteld en dan kom ik tot de appreciatie van de moties. Er was het punt van de jaarrekening en het weerstandsvermogen. Het feit dat er heel goed gewerkt is de afgelopen jaren, betekent dat er inderdaad een aardig vermogen aanwezig is. We hopen dat dat heel snel uitgegeven kan gaan worden, want er is een hoop werk aan de winkel. Ik kom daar straks bij de motie nog even op terug. Ik kom ook terug op de moties van de heer Sluijs. De Partij voor de Dieren vraagt hoe het zit met de beveiliging. Dat is geen kerntaak van het IPP. Maar als we aan de slag willen met een bedrijventerrein, in dit geval Westvlietweg, dan betekent dat ook dat op dit moment ook met uw toestemming aan het zogenaamd laaghangend fruit wordt gewerkt. Er wordt een aantal dingen echt verbeterd, in toegankelijkheid, in veiligheid, in het schoonhouden. Een van de onderdelen daarvan is dat het ook 's avonds en 's nachts veilig moet zijn. Maar dit is eigenlijk de opmaat naar een volgende grote stap, nadat ook de gebiedsvisie door u is vastgesteld. Dat is dus niet standaard overal binnen het werkgebied aan de orde.
Na de herstructurering wordt alles natuurlijk gewoon weer overgedragen aan de daartoe bevoegde partijen. We hebben BIZ'en, we hebben parkbeheer. Het is vaak even juist die extra impuls om een beweging op gang te krijgen of een aantal grote projecten echt los en van de grond te trekken, waar het IPP meerwaarde heeft. Dan hebben we de motie Maak het IPP niet groter dan het is van meneer De Vuyst. Die ontraadt het college, want die zegt eigenlijk: we gaan nu niet akkoord met die gebiedsuitbreiding. Ik wil nog een ding daarover zeggen. Wij zeggen alleen dat op de nieuw te benoemen gebieden de gemeente Den Haag kan besluiten het IPP te vragen een aantal dingen te gaan doen. Het is dus niet zo dat het IPP dat zelf beslist. Dat gebeurt altijd binnen onze kaders en op ons verzoek. Er ligt een grote opgave voor ruimte en voor werk in de stad. We moeten aan de slag. We hebben gelukkig dit instrument. We ontraden dus met klem deze motie. Dan het weerstandsvermogen: we zijn heel blij dat het IPP erin geslaagd is om succesvolle projecten te doen. Die hebben meerwaarde voor de regionale economie. Daardoor is er ook een goed vermogen aanwezig. Dat geld staat klaar om uitgegeven te worden en de ontwikkelingen van start te laten gaan.