CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319097 Bijlage 3 - Klimaatonderlegger Zuid-Holland, 2023

Commissie Leefomgeving 12 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Werkbespreking inzake Haagse verkenning zeespiegelstijging25.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

hitte op gewassen en vee. Gewassen die gevoelig zijn voor hitte worden minder rendabel en kunnen vragen om aanpassingen in de bedrijfsvoering en gewaskeuze, zorg voor koele schaduwrijke plekken voor vee. Ook hier is een goede vitale bodem met een goede vochtbalans belangrijk.

natuurverbindingen. De natuur zal zich moeten aanpassen aan de hogere gemiddelde temperaturen en veranderingen van de soortensamenstelling (toename, afname en uitsterven) en in migratiepatronen van trekkende soorten. Robuuste (natte) verbindingen ondersteunen de adaptiviteit van de natuur.

B Zorg voor zonering van de ondergrond. Ook bij hitte is een goede ondergrondse zonering essentieel om te zorgen dat bijvoorbeeld drinkwaterleidingen niet opwarmen (leg ze voldoende diep en niet direct naast het warmtenet).

B Beperk nutriëntenbelasting. De druk op aquatische ecosystemen neemt toe door hogere temperaturen waardoor de inzet op het beperken van nutriëntenbelasting vanuit de landbouw nog belangrijker wordt.

B Zet in op robuuste stedelijke watersystemen. Zorg dat het oppervlaktewater in/rond stedelijk gebied voldoende robuust is (volume, doorspoelen, ruimte voor waterplanten) om opwarming (vissterfte, blauwalg en stank) te voorkomen.

40

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

41

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

B Zet in op robuuste natte verbindingen. Zorg dat het (oppervlakte) watersysteem in en rond natuurgebieden voldoende robuust is om opwarming, en de negatieve effecten hiervan, te voorkomen.

DEEL B

Klimaatonderlegger woon- en werklocaties Dit deel bevat de klimaatonderlegger met belangrijke opgaven en randvoorwaarden vanuit het water- en bodemsysteem en klimaatverandering, en toont bouwstenen voor klimaatadaptieve woon- en werklocaties.

Bewateren stedelijk groen Rotterdam Centraal 42(fotoKlimaatonderlegger Defacto) Zuid-Holland

43

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

6 – Klimaatonderlegger verstedelijking

Bij nieuwbouw, herinrichting en renovatie van bebouwing is het essentieel dat deze ontwikkelingen geen opgaven afwentelen en geen toekomstige adaptatieopties in de weg staan. Dat betekent dat de impact van klimaatverandering of kosten die nodig zijn voor adaptatie voor de volledige levensduur van de ontwikkeling, moeten worden meegenomen. Er wordt vaak gerekend met een (economische) levensduur van 30 jaar, terwijl gebouwen zomaar 100 jaar blijven staan en een riolering voor 60 jaar wordt aangelegd. De klimaatonderlegger verstedelijking laat zien waar er vanuit water, bodem en klimaat aandachtspunten zijn voor verstedelijking.

––A Geen extra opgaven vanuit water, bodem en klimaatverandering, volg wel altijd het Convenant klimaatadaptief bouwen (Ja)

––B Water, bodem of klimaatverandering vraagt om aanvullende randvoorwaarden voor ontwikkelingen, die naar verwachting goed uitvoerbaar zijn (Ja, mits...)

––C Water, bodem of klimaatverandering vraagt om een substantiële inspanning

waarbij meerdere partijen zich inzetten om tot een klimaat adaptieve ontwikkeling te komen (Ja, mits...)

––D De ontwikkeling legt (ook met adaptatie) een claim op de toekomst en vraagt om een heroverweging van de locatiekeuze (Nee, tenzij...)

Er zijn in de totaalkaart geen gebieden zonder extra opgaven vanuit water, bodem en klimaatverandering (A). De water- en bodemsystemen in Zuid-Holland zijn zonder extra inspanningen dus niet geschikt voor bebouwing/verstedelijking. Er wordt wel degelijk al ingezet op adaptatie, maar vaak wordt er gekeken naar een periode die korter is dan de levensduur van de ontwikkeling of zijn de klimaatdoelstellingen niet ambitieus genoeg, waardoor kosten of opgaven worden afgewenteld.

Fig. B.6.1 Klimaatonderlegger verstedelijking, met de ontwikkellocaties van > 3 ha en de NOVEX woningbouwlocaties (de gemeentegrenzen zijn in grijs weergegeven).

om nieuwe ontwikkelingen waterneutraal te ontwikkelen, maar ook om bestaande probleemgebieden te ontlasten (waterpositief). De extra 10% laagste gebieden die nodig zijn voor waterberging, kunnen multifunctioneel worden ontwikkeld. Buitendijkse gebieden en ontwikkelingen met een waterbergende functie zullen steeds vaker overstromen en vragen om een adaptatiestrategie die voor de lange termijn rekening houdt met meer extreme zeespiegelstijging en rivierwaterafvoeren.

Hitte, waterbeschikbaarheid en -kwaliteit zijn belangrijke aandachtspunten (B) voor ontwikkeling, waarmee nu onvoldoende rekening wordt gehouden. (Drink) waterbeschikbaarheid wordt nog te vaak als een vanzelfsprekendheid gezien en hitte wordt als opgave onderschat. Hierdoor is er te weinig aandacht voor waterbesparing, slim watergebruik, hittebestendig bouwen of het creëren van koele plekken en routes. Er is de komende periode een substantiële inspanning nodig (C) om voldoende bodemdalingbestendig en waterbestendig te ontwikkelen. Dit is niet alleen een opgave op gebouwniveau, maar ook op gebiedsniveau. Daar liggen kansen 44

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Er is risico op afwenteling (D) bij het ontwikkelen langs waterkeringen, die in de tijd moeten kunnen worden versterkt, in buitendijkse stroomvoerende gebieden waar in de toekomst extra ruimte voor de rivier nodig is voor de toenemende rivierwaterafvoeren en in gebieden met een zeer sterke mate van zetting (waar er een risico is op een grote restzetting na ontwikkeling). Heroverweeg in deze gebieden de locatiekeuze of zorg ervoor dat de toekomstige extra kosten gedekt zijn. 45

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

In deze tabel zijn de opgaven, aandachtspunten en belangrijke randvoorwaarden vanuit water, bodem en klimaatverandering gebundeld (uit deel A van dit rapport). Voor gebieden die wit zijn op de onderstaande kaarten, zijn binnen deze studie geen extra opgaven vanuit water, bodem en klimaatverandering op het betreffende thema geïdentificeerd. Deze vallen in de samenvattende kaart dan ook in categorie A (geen extra opgaven). Het zou uiteraard kunnen dat er in aanvulling op deze studie nog nieuwe inzichten en randvoorwaarden worden toegevoegd waarmee categorie A kleiner wordt. De kaartbeelden zijn gemaakt op basis van de bij deze studie beschikbare datasets. Voor sommige thema's zullen in de komende periode nieuwe datasets en inzichten beschikbaar komen die de geografische duiding van de opgaven nog kunnen beïnvloeden.

Bodemdaling

Waterbeschikbaarheid en -kwaliteit

Waterveiligheid

Wateroverlast

Hitte

B C D Ontwikkel

B Bescherm grondwatervoorraden

Hou rekening met het binnendijkse overstromingsrisico (gevolgbeperking).

B C Ontwikkel waterneutraal (of

B Neem hitte mee in het

bodemdalingbestendig. Een gebouwde ontwikkeling in een gebied met sterke bodemdaling, zoals (rest)zetting wentelt af op de toekomst en het publieke domein (via kosten voor beheer zoals peilindexatie). Zorg voor kosteneffectieve maatregelen voor de levensduur van de ontwikkeling. Is dit niet haalbaar, heroverweeg dan de locatie.

en drinkwaterinfrastructuur. Voorkom (in lijn met de verordening) perforaties van waterdichte lagen in de bodem die de grondwatergebieden beschermen tegen verontreinigingen uit de hogere bodemlagen (niet te doorboren ten behoeve van bijvoorbeeld warmtekoudeopslag WKO).

-positief). Zorg dat ontwikkelingen de druk op het waterafvoersysteem niet vergroten en waar mogelijk in bestaande probleemgebieden zelfs verlichten (door het water binnen het projectgebied of polder te bergen).

ontwerp. Zorg dat hitte zowel in het gebouwontwerp als in gebiedsontwikkelingen (en herontwikkelingen) wordt meegenomen als opgave. Zorg voor goede ventilatie en zonwering, beperk de hoeveelheid stenig verhard materiaal en zorg voor voldoende schaduwrijke koele plekken en routes met groen en water. Plaats ook meer groene grondbedekking en bomen in de openbare ruimte die zorgen voor vermindering van hittestress.

––B (<60) cm bodemdaling bij + 1 m zand is aandachtspunt

––C (60-90) cm bodemdaling

bij + 1 m zand vraagt om bodemdalingsbestendig ontwikkelen of heroverwegen locatie

––D (>90) cm bodemdaling

bij + 1 m zand wentelt af op de toekomst en het publieke domein. Heroverweeg de locatie of zorg voor financieringsconstructies waarbij niet wordt afgewenteld.

C Ontwikkel (grond)waterbestendig in zoekgebieden voor vernatting van veen. Hou in veenoxidatiegebieden rekening met het Rijksbeleid om grondwaterstanden te verhogen ten behoeve van reductie van CO2-uitstoot en bodemdaling. Dit zal leiden tot hogere grondwaterstanden en een grotere kans op regenwateroverlast door verminderde bergingscapaciteit in het gebied.

46

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

B Zet (met name in stedelijk gebied) maximaal in op sponswerking. Zorg dat de watervraag van ontwikkellocaties niet verder toeneemt door bij nieuwe ontwikkelingen (en transformaties van bestaande stedelijke gebieden) in te zetten op infiltratie, waterberging, slim watergebruik, robuuste watersystemen met goede waterkwaliteit en ruimte voor ecologie en droogte- en zoutresistente beplanting. Hou bij de inrichting van stedelijk groen rekening met de beschikbaarheid van zoetwater.

B Zorg voor zonering van de ondergrond. Het is met name in stedelijk gebied druk in de ondergrond, zet in op een goede zonering die grondwaterstromen zo min mogelijk beïnvloedt en voldoende ruimte biedt voor nieuwe waterbergingsfuncties.

––C Verken in binnendijkse gebieden met kans > 1: 30.000 op > 200 cm maatregelen voor gevolgbeperking (extra aandacht gebieden vitale en kwetsbare functies of weinig mogelijkheden verticale evacuatie)

––B Bij nieuwbouw wordt al ingezet

––B Zet in binnendijkse gebieden

met een kans > 1: 30.000 op een overstromingsdiepte > 50 cm in op gevolgbeperking vitaal en kwetsbaar

Reserveer ruimte voor toenemende waterstanden (en versterking keringen).

––C Hou rekening met meer

frequente overstromingen in buitendijkse (waterbergende) gebieden (zee-invloedsgebied of overgangsgebied), in het bijzonder bij vitale en kwetsbare functies

––D Bebouwing in buitendijkse

op het infiltreren, vasthouden of bergen van 40-70 mm in 1 uur, beperkt verharden en een waterdichte drempel van 20 cm (Convenant klimaatadaptief bouwen en Landelijke maatlat). Voor toekomstbestendige ontwikkelingen moet worden ingezet op de bovenkant van deze range.

––C In gebieden die gevoelig zijn

voor wateroverlast: reserveer extra bergingsruimte binnen de gebiedsontwikkeling (bovenop de huidige norm). Bouw in deze gebieden (grond)waterbestendig.

C Reserveer ten minste 10%

gebieden van het rivierinvloedsgebied (stroomvoerend) beperkt benodigde afvoercapaciteit.

––D Weeg langs keringen de

locatiekeuze voor bebouwing zorgvuldig af om kostenafwenteling (voor meer complexe versterkingen) op de toekomst en het publiek domein te voorkomen. In de kaart zijn primaire keringen opgenomen.

47

van de laagste delen van polders. Zet in op extra waterberging om het waterafvoersysteem niet verder te belasten: reserveer ten minste 10% laagste oppervlak van polders voor waterberging of wijs waterbergingsgebieden aan en ontwikkel hier multifunctioneel of waterbestendig.

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

B Zorg voor zonering van de ondergrond. Ook bij hitte is een goede ondergrondse zonering essentieel om te zorgen dat bijvoorbeeld drinkwaterleidingen niet opwarmen (leg ze voldoende diep en niet direct naast het warmtenet).

B Zet in op robuuste stedelijke watersystemen. Zorg dat het oppervlaktewater in/rond stedelijk gebied voldoende robuust is (volume, doorspoelen, ruimte voor waterplanten) om opwarming (vissterfte, blauwalg en stank) te voorkomen.

6.1 – Praatplaat verstedelijking Op de praatplaat met de NOVEX woningbouwgebieden en > 3 ha ontwikkellocaties is goed te zien dat de meeste ontwikkellocaties binnen Zuid-Holland opgaven of aandachtspunten vanuit het water- en bodemsysteem en klimaatverandering kennen. Zeker in het licht van de grote verstedelijkingsopgave is het essentieel deze zo snel mogelijk goed mee te nemen binnen gebiedsontwikkelingen om afwenteling te voorkomen. Water, bodem en klimaatverandering als randvoorwaarde bij lopende ontwikkelingen Voor plannen die juridisch-planologisch zijn vastgesteld zal het niet meer mogelijk zijn om bodem, water en klimaatverandering nog mee te laten wegen bij de locatiekeuze, aangezien de keuzen voor die locaties grotendeels al gemaakt zijn. Wel kan de klimaatonderlegger ingezet worden om de locatie voldoende klimaatadaptief te ontwikkelen, zodat afwenteling op de toekomst, andere locaties of het publieke domein wordt voorkomen. Een deel van deze randvoorwaarden kan met slimmer ontwerp en met bestaande technieken vrij eenvoudig worden ingepast in ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld het inzetten op infiltratie en sponswerking, het zoneren van de ondergrond, het inzetten op regenwateropvang en het reserveren van ruimte voor robuuste watersystemen. Andere opgaven zijn meer uitdagend en vragen om innovaties of een substantiële inspanning van verschillende partijen.

Bijvoorbeeld het regenwaterneutraal (of -positief) ontwikkelen van een binnenstedelijk gebied, het bodemdalingsbestendig ontwikkelen in gebieden met slappe gronden of het buitendijks ontwikkelen met inachtneming van de toekomstige hogere waterstanden. Een reëel risico is dat maatregelen voor klimaatadaptatie tijdens het ontwikkelproces uit het ontwerp verdwijnen vanwege de extra inzet of kosten die ze met zich mee kunnen brengen. Het borgen van klimaatadaptieve ontwikkelingen vraagt dan ook om nieuwe krachtige instrumenten, processen, rollen en samenwerkingsvormen. Water, bodem en klimaatverandering meenemen bij de locatiekeuze Bij de ontwikkelingen waarvan de planvorming nog niet hard is, kan water, bodem en klimaatverandering worden meegenomen bij de afweging van de locatiekeuze. Door bij de keuze van de locatie al rekening te houden met de condities vanuit het wateren bodemsysteem, kan voorkomen worden dat er kosten worden afgewenteld op de toekomst, naastgelegen gebieden of het publieke domein. Zijn er goede (en harde) randvoorwaarden voor klimaatadaptieve ontwikkelingen die bij het bouwen op ongunstige locaties leiden tot extra adaptatiekosten, dan kunnen deze extra kosten een motivatie zijn om de locatiekeuze te heroverwegen. Overigens zijn lang niet alle adaptatiemaatregelen kostbaar.

Veel maatregelen kunnen zonder substantiële extra kosten worden gerealiseerd door slimme integrale ontwerpkeuzen te maken. Daarnaast valt de businesscase van klimaatadaptieve ontwikkeling positiever uit als de kosten voor onderhoud en adaptatie over de gehele levensloop van de ontwikkeling worden beschouwd. Daarnaast leveren veel maatregelen een kwalitatieve bijdrage aan een gezonde leefomgeving, ruimtelijke kwaliteit of ecologie. 48

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Fig. B.6.2 Praatplaat nieuwbouwlocaties. Voor de NOVEX woningbouwgebieden en de > 3 ha ontwikkellocaties is aangegeven waar welke substantiële adaptatieopgaven spelen (categorie C en D) vanuit water, bodem en klimaatverandering.

49

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

6.2 – Adaptatiemaatregelen gebouwde omgeving Waterbestendig ontwikkelen (grond- en regenwater) Bij de klimaatonderlegger zijn verschillende randvoorwaarden voor klimaatadaptieve verstedelijking benoemd. Maar hoe geef je hier invulling aan? Op de volgende pagina's worden voorbeelden gegeven van klimaatadaptatie maatregelen die kunnen worden ingezet om:

––Waterbestendig te ontwikkelen (grond- en regenwater) ––Extra bergingscapaciteit voor regenwater te creëren ––Bodemdalingbestendig te ontwikkelen ––Overstromingsbestendig ontwikkelen (buitendijks) ––Overstromingsbestendig ontwikkelen (binnendijks) ––Hittebestendig ontwikkelen ––Water vasthouden en slim watergebruik

In gebieden waar er bij extreme buien een kans is dat er regenwater op het maaiveld blijft staan, of in gebieden met hoge grondwaterstanden, moet (grond)waterbestendig worden ontwikkeld. Bij grondwaterbestendig ontwikkelen zorg je dat je gebouw of infrastructuur waterbestendig is of het water naar een plek wordt geleid waar het geen schade aanricht.

Waterbestendige kelders en souterrains

Drempels woningen, tunnels en garages

Microhoogtestrategie maaiveld

Het waterbestendig maken van kelders en souterrains kan door deze waterdicht uit te voeren, of door in een kelder of souterrain dat lekt, geen functies te plaatsen die gevoelig zijn voor waterschade. Bij nieuwbouw in een gebied met hoge grondwaterstanden kan er voor worden gekozen de woning geen kelder of kruipruimte te geven.

Bij hevige regenbuien kan er water op het maaiveld blijven staan. Dit water loopt woningen, parkeergarages of tunnels in. Door een waterdichte drempel aan te leggen wordt dit voorkomen.

Door het maaiveld zo vorm te geven dat het regenwater richting gebieden geleid wordt waar het geen overlast veroorzaakt, en het maaiveld op andere plekken juist zo vorm te geven dat het een verhoogde rand vormt die het water tegen kan houden, kan het regenwater binnen een gebied worden gestuurd.

Wordt een souterrain omgebouwd tot bijvoorbeeld een woonverdieping, zorg er dan voor dat deze goed waterdicht is. Kelders en souterrains kunnen waterdicht gemaakt worden door het behandelen of injecteren van de keldermuren. Wordt een kelder verdiept? Dan is dit een mooie kans om deze meteen ook waterdicht te maken. Wordt de kelder niet als leefruimte gebruikt dan is het mogelijk een kelder uit te rusten met een automatische pomp die water, dat de kelder in loopt, verzamelt en wegpompt. Zorg dan wel dat eventuele spullen in de kelder op een kleine verhoging staan.

Kelder verdiepen en waterdicht maken. (foto Defacto)

50 Collage Defacto Stedenbouw

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

De drempels kunnen echt een rand zijn (van bijvoorbeeld 20 cm hoogte), maar kunnen ook worden gevormd door een klein bordes, trottoir of een verhoogde rand in de openbare ruimte. Uiteraard is toegankelijkheid voor mindervaliden hierbij een belangrijk aandachtspunt. In tunnels op hoofdwegen worden vanwege de grote schade die kan optreden (lange files, beperkte bereikbaarheid voor nooddiensten), vaak ook noodpompen geplaatst die water, dat de tunnel in loopt, kunnen wegpompen.

Verhoogde entrees werden ook bij historische woningen vaak al toegepast. (foto Defacto)

51

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Zo kan overtollig water naar groengebieden (met waterrobuuste beplanting) worden geleid om zo het regenwater tijdelijk op te vangen. Dit is vaak een goede combinatie met de toch al lager gelegen groene openbare ruimte in stedelijke gebieden die bodemdaling kennen. Ook secundaire wegen of waterrobuuste sportvelden kunnen worden ingezet om het water bij extreme buien tijdelijk op te vangen.

Collage van een stedelijk park waar water kan worden verzameld. (collage Defacto).

Creëren extra bergingscapaciteit regenwater

Bodemdalingbestendig ontwikkelen

Zorg voor voldoende ruimte voor het vasthouden en bergen van regenwater binnen gebiedsontwikkelingen, zodat deze ontwikkelingen niet leiden tot de noodzaak het waterafvoersysteem (verder) uit te breiden. Dit kan op verschillende schaalniveaus (gebouw, kavel, gebied, polder), waarbij er lokaal alleen kan worden gekozen voor het afvoeren van regenwater als er op andere plekken binnen de polder voldoende bergingscapaciteit wordt gecreëerd. Ontwerpend onderzoek is essentieel bij het verkennen van adaptatieopties op verschillende schaalniveaus.

Door het stellen van strengere eisen aan het bouwen in bodemdalingsgebieden wordt voorkomen dat kosten (onderhoud en beheer bodemdalingsgevoelige gebieden) worden afgewenteld op de toekomst. Bijvoorbeeld door het stellen van eisen aan de toegestane restzetting in een periode van 30 jaar. Vervolgens kan op basis van bodemonderzoek worden gekeken welke maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan deze restzettingseisen. Het kan zijn dat de soms kostbare maatregelen die hiervoor nodig zijn, niet kosteneffectief zijn. Op deze manier kunnen de gestelde eisen er via de adaptatiekosten toe leiden dat gebieden met een sterke mate van bodemdaling niet meer kosteneffectief en aantrekkelijk zijn om te ontwikkelen.

Gebouwschaal

Wijkschaal

Regionaal

Zorg voor het vasthouden en bergen van regenwater en maximale infiltratie in gebouwen of op het eigen erf.

Zorg voor voldoende ruimte om regenwater te bergen en infiltreren zodat de regenwaterafvoer vermindert (of bij nieuwe gebiedsontwikkelingen beperkt blijft). Dit kan bijvoorbeeld middels: het creëren van oppervlaktewater; waterpleinen, vijvers of wadi's; infiltratiekratten of bergingen; permeabele halfverharding; microhoogte strategie. Wordt ingezet op waterberging (bv. in de 10% laagste gebieden van een polder) dan kan, indien dit juridisch-planologisch is vastgelegd, in deze gebieden waterbestendig worden ontwikkeld. Denk daarbij aan waterbestendige wijken, recreatiegebieden of drijvende zonnepanelen. Het is belangrijk dat het water in deze gebieden kan fluctueren en de berging leeg is op het moment dat het water geborgen moet worden en de ontwikkeling geen beslag op de waterbergingscapaciteit mag leggen. Voorkom problemen met waterkwaliteit (vissterfte, blauwalg, stank) door geen stilstaand of doodlopend water te creëren en riooloverstorten en afspoeling op kwetsbaar water te voorkomen.

Zorg voor gebieden waar (binnen het watersysteem) voldoende water kan worden geborgen, zodat het hoofdwaterafvoersysteem niet overbelast raakt. Dit kunnen bijvoorbeeld de 10% laagste gebieden van polders zijn.

Waterrijk Nesselande Rotterdam. (foto Defacto)

Stedelijke waterberging in de vorm van een recreatie park. (collage Defacto)

Bijvoorbeeld door de inzet van groene daken of gevels, regenwatertonnen, regenwatervijvers of het aanbrengen van halfverharding en groen in tuinen. Zeker in gebieden die bodemdaling kennen, is het belangrijk in de zakkende tuinen voldoende ruimte te reserveren voor waterberging. Zorg wel voor waterrobuuste beplanting.

Tuin met wateropvang dakwater. (foto Defacto).

52

–– –– –– –– ––

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Door ook voor toekomstige meer extreme regenbuien voldoende waterberging te creëren, wordt een maalstop in regionale systemen of wateroverlast in bebouwd gebied voorkomen. Breng deze mogelijke (piek) bergingsgebieden proactief in beeld, zodat ze niet onbewust worden weggegeven aan andere functies.

Daarnaast is het belangrijk dat er in bodemdalingsgebieden door ontwikkelingen een steeds verdere peilindexatie (verlaging grondwaterstand om ontwateringsdiepte te verbeteren) plaatsvindt omdat dit de bodemdaling juist in stand houdt. Aangepast bouwen

Lange termijn adaptatieplan

Bodemdalingbestendige infrastructuur

Bebouwing kan bodemdalingbestendig worden gemaakt door deze (soms diep) te onderheien en/of aangepast te bouwen. Denk daarbij aan: Lichte bouwmaterialen zoals bijvoorbeeld composieten, piepschuim of houtbouw. Goede waterdichte afwerking en bebouwing zonder kruipruimte die robuust is voor de in de tijd stijgende grondwaterstanden. Lichte ophoogmaterialen (in plaats van het vaak gebruikte ophoogzand). Flexibele aansluitingen bij riolering en leidingen. Drijvend bouwen of amfibisch bouwen Demontabele of verplaatsbare tijdelijke gebouwen (zoals containerwoningen).

In bodemdalingsgebieden kan de bebouwing worden onderheid op een vaste laag of juist meebewegen, maar blijft de openbare ruimte en infrastructuur doorgaans zakken.

Gebruik voor wegen (die in bodemdalingsgebieden vaak frequent moeten worden opgehoogd) lichte ophoogmaterialen zoals EPS, schuimbeton of een lokaal gewonnen granulair materiaal.

–– ––

Hanteer grondwaterbestendig bouwen als eis, zodat grondwaterstanden niet hoeven te worden verlaagd om te compenseren voor bodemdaling.

Amfibische lichtgewicht composiet woning. (collage Defacto)

Adaptief ontwerp openbare ruimte. (illustratie Defacto)

–– –– –– ––

53

Openbare groenvoorzieningen kunnen zo worden ontworpen dat ze robuust zijn voor bodemdaling (en met name de toenemende grondwaterstanden). Bijvoorbeeld door waterbestendige vegetatie en bomen te kiezen en wandelpaden verhoogd en onderheid (vlonderpaden) aan te leggen.

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Kies voor bodemdalingbestendige leidingen. Gebruik flexibele buizen die bestaan uit vervormbare materialen of versterkte leidingen met een dikkere doorsnede die drukvast zijn. Stoeptegels zijn makkelijk herbruikbaar en kunnen bij het verhogen van een trottoir (om het ontstane hoogteverschil tussen woningen en de weg te overbruggen) goed worden hergebruikt.

Drukte in de ondergrond (foto Defacto).

Overstromingsbestendig ontwikkelen (buitendijks)

Overstromingsbestendig ontwikkelen (binnendijks)

Buitendijkse gebieden krijgen onder invloed van klimaatverandering (zeespiegelstijging en hogere rivierwaterafvoeren) steeds vaker te maken met hoge waterstanden en overstromingen. Het is dan ook essentieel dat nieuwbouwprojecten en herontwikkelingen in het buitendijkse gebied rekening houden met de toekomstige hogere waterstanden en zorgen dat de gevolgen van eventuele overstromingen (schade of slachtoffers) beperkt blijven.

Binnendijkse gebieden worden door een stelsel van dijken, duinen en keringen beschermd tegen overstromingen. Bij het bepalen van de sterkte van de keringen is het belangrijk dat de gevolgen van een eventuele overstroming acceptabel zijn in relatie tot de kans van optreden. De gevolgen van een overstroming kunnen extra groot zijn als er veel woningen zonder droge verdiepingen zijn, gebouwen met minder zelfredzame bevolkingsgroepen overstromen, of als vitale netwerken uitvallen. Er kan, naast het verkleinen van de overstromingskans (met keringen), ook worden ingezet op het beperken van de gevolgen van een overstroming. Dit heet meerlaagsveiligheid. Zo kan er worden ingezet op een goed noodplan en kunnen binnendijks extra voorzieningen worden getroffen die de kans op schade of slachtoffers in geval van een overstroming beperken.

Dit kan door nu al aangepast en flood proof te ontwikkelen, of door een goede lange termijn adaptatiestrategie te hebben. Het inbouwen van adaptatieopties is niet alleen belangrijk om toekomstige schade en slachtoffers te voorkomen, maar ook om de verschillende oplossingsrichtingen voor bijvoorbeeld zeespiegelstijging open te houden. Ontwerpend onderzoek zal een belangrijke rol vervullen bij het verkennen van verschillende adaptatieopties. Neem mogelijke overstromingsdiepte mee als integraal onderdeel ontwerp

Zonering (hoogte of gebruik) van vitale en kwetsbare functies

Adaptatiepaden meenemen in ontwerp (en businesscase)

Hou bij het ontwerp van woningen en de openbare ruimte rekening met de mogelijke overstromingsrisico's.

Zorg dat bij de locatiekeuze van vitale of kwetsbare functies in het buitendijkse gebied rekening wordt gehouden met het overstromingsrisico.

Bij het ontwerpen van een gebouw of gebied dient al een doorkijk te worden gemaakt naar de lange termijn: hoe kan het gebied in de tijd worden aangepast aan eventuele hogere waterstanden?

In gebieden met een grote overstromingskans zal het rendabel zijn te investeren in flood proof of verhoogd gelegen bebouwing of waterdichte deuren en gevels. Plaats elektrakasten op hoogte en zorg dat er in een microhoogteontwerp rekening wordt gehouden met overstromingsvrije nood- en vluchtroutes.

Zorg er bijvoorbeeld voor dat er geen slaapvertrekken op de begane grond zijn en woningen altijd een tweede droge verdieping hebben. Zorg dat de noodstroomvoorzieningen en waardevolle inventaris op hoogte worden geplaatst en vitale en kwetsbare functies bereikbaar zijn voor nooddiensten.

Neem hierbij een brede range aan lange termijn scenario's mee en ga niet alleen uit van nu geldende ontwerphoogten. Dit kan dan wel op gebouwniveau (bijvoorbeeld de mogelijkheid om het vloerpeil nog aan te passen), dan wel op gebiedsniveau (bijvoorbeeld de mogelijkheid om verhoogde randen langs kaden toe te voegen).

In plaats van het buiten houden van het water, kan ook worden ingezet op wetproof bebouwing of inrichting van de openbare ruimte , die bij overstromingen geen schade oplopen.

Waterdichte deuren Hamburg HafenCity. (foto Defacto)

54

Verhoogde noodroutes in Hamburg HafenCity. (foto Defacto)

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Afsluitbaar open Rijnmond Rotterdam. (foto Defacto)

Hou de ruimte voor keringen flexibel De dijken, duinen en keringen moeten regelmatig worden versterkt om bij toenemende waterstanden en economische ontwikkelingen dezelfde veiligheid te kunnen blijven bieden. Dat is bij dijken die vrij zijn van bebouwing veel eenvoudiger en veel minder kostbaar dan bij dijken waarop zich woningen, monumenten of bedrijfsgebouwen bevinden.

Neem mogelijke overstromingsdiepte mee als integraal onderdeel ontwerp

Extra aandacht voor evacuatie in diepe polders die snel kunnen onderlopen

Zorg dat bij de locatiekeuze van vitale of kwetsbare functies rekening wordt gehouden met het overstromingsrisico van het gebied.

Enkele delen van diep gelegen polders kunnen relatief snel en diep overstromen in het geval van een dijkdoorbraak (deze gebieden moeten nog in kaart gebracht worden). In dergelijke gebieden vraagt het vergroten van de zelfredzaamheid en het beschermen van kwetsbare functies extra aandacht.

Plaats vitale en kwetsbare functies (zoals ziekenhuizen of datacenters) niet op diep overstroombare plekken of locaties met een hogere overstromingskans.

Hou de keringen dan ook vrij van bebouwing die het versterken in de toekomst kan bemoeilijken (en waarmee kosten worden afgewenteld naar de toekomst en het publieke domein).

Plaats elektravoorzieningen en noodaggregaten van vitale functies op hoogte en hou in het ontwerp van gebouwen rekening met de bereikbaarheid van de droge verdieping.

In gebieden die snel en diep kunnen overstromen en weinig gebouwen met een droge verdieping kennen, kunnen openbare gebouwen bijvoorbeeld een dubbelfunctie krijgen als shelter of kunnen er in de openbare ruimte hoge en droge evacuatieplekken worden gecreëerd.

Hou daarbij ook rekening met nu nog onverwachte versterkingen. Ontwikkel geen woningen die met de huidige normering voldoende ruimte bieden, maar in geval van een aangescherpte normering alsnog een knelpunt worden voor versterkingen.

Woningen op de dijk langs de Merwede bij Sliedrecht. (foto Defacto)

Verhoogde entree bij het Erasmus Medisch Centrum. (foto Defacto)

55

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Amfibisch straatmeubilair bij een overstroming. (illustratie Defacto)

Hittebestendig ontwikkelen

Water vasthouden en slim watergebruik

Zorg dat nieuwe gebiedsontwikkelingen zo beperkt mogelijk bijdragen aan het stedelijk hitte eiland effect, door in te zetten op aangepast materiaalgebruik, veel groen en schaduw. Hittebestendig ontwikkelen en het creëren van voldoende mogelijkheden om natuurlijk te koelen zijn essentieel bij nieuwe ontwikkelingen. Zorg in stedelijke gebieden voor voldoende koele plekken nabij woningen, en met name nabij ouderenwoningen en voorzieningen voor jonge kinderen.

Zorg ervoor dat water wordt opgevangen en regenwater (of grijs water) wordt hergebruikt. Dit kan binnen gebouwen, maar ook door water te laten infiltreren of op te slaan in de bodem. Door in te zetten op droogteresistente beplanting zal tegelijkertijd de watervraag worden verminderd.

De adaptatie van de bestaande openbare ruimte kan meegekoppeld worden met herstructureringsopgaven en grootschalige beheer- en onderhoudsprojecten. Door nu hittebestendig te ontwikkelen (of ruimte in te bouwen voor adaptatie), blijven de woningen ook in de toekomst comfortabel en wordt het installeren van airco's (welke de stad verder opwarmen) voorkomen.

Voorkom verdere opwarming van de stad bij nieuwe ontwikkelingen

Richtlijnen ontwerp voor hittebestendige gebouwen / ontwikkelingen

Zorg voor koele, goed bereikbare openbare plekken

Zorg dat steden niet (nog verder) opwarmen en beperk het stedelijk hitte eiland effect.

Voorkom de noodzaak van airco's in gebouwen door in het ontwerpmaatregelen mee te nemen tegen opwarming en mogelijkheden voor verkoelen (en nachtelijk ventileren). Goede zonwering gebouwen. Minder hitte-absorberende materialen: wit/reflecterend materiaal; groene gevels/daken; minder stenig materiaal; goede isolatie. Natuurlijke ventilatie (hierbij is een goede luchtkwaliteit en het beperken van geluidsoverlast essentieel). Zorg dat hittegevoelige infrastructuur zoals bruggen en tramleidingen hittebestendig zijn.

Zorg in gebieden waar inwoners geen eigen buitenruimte of hittebestendige woning hebben, voor voldoende koele plekken in de openbare ruimte die door bewoners op hete dagen te bereiken zijn.

Ontwerp sociale woningbouw WOHA. (foto Patrick Bingham-Hall)

Schaduwrijke bomen creëren een koele plek bij het Provinciehuis. (foto Defacto)

Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van minder hitte-absorberende materialen: meer groene gevels en daken; meer groen oppervlak; lichtere/ reflecterende materialen; minder stenige materialen.

–– –– –– ––

Ook het in de openbare ruimte plaatsen van meer groene grondbedekking (warmt niet op) bomen (leveren schaduw en verdamping) zorgt dat de stad minder opwarmt en draagt bij aan het beperken van de noodzaak van airco's in gebouwen.

Groene gevel parkeergarage. (foto Defacto)

56

–– ––

–– –– –– –– –– ––

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Zorg voor koele openbare plekken op een afstand van maximaal 300 meter: koele openbare gebouwen; koele schaduwrijke buitenruimte.

–– ––

Creëer koele (wandel- en fiets)routes en plekken in de openbare ruimte: schaduwrijk; met verdamping (water of groen); met luchtbewegingen; zwemlocaties.

–– –– –– ––

Wateropvang gebouwen

Droogtebestendige openbare ruimte

Maximale sponswerking

In gebouwen kan regenwater vanaf het dak goed worden opgevangen in de tuin of het gebouw zelf bijvoorbeeld in regentonnen, waterzakken voor in de kelder en kruipruimte (wordt in België veel toegepast) en ondergrondse watertanks.

Zorg dat beplanting in de openbare ruimte en private tuinen droogteresistent is (diepe wortels heeft of weinig verdampt).

Door in te zetten op maximale infiltratie en een goede bodemconditie zal water langer vast worden gehouden in de bodem en is er in tijden van droogte minder water nodig om stedelijk groen te bewateren.

Op die manier wordt voorkomen dat de planten 's zomers met drinkwater of oppervlaktewater moeten worden besproeid.

Dit water kan vervolgens worden gebruikt voor laagwaardig gebruik waarvoor geen drinkwater nodig is, zoals het bewateren van de tuin of het doorspoelen van het toilet. Publieke gebouwen kunnen inzetten op een waterkringloop waarbij het water dat wordt opgevangen, wordt gefilterd in een regenwatervijver en vervolgens wordt hergebruikt.

Regenton. (foto Defacto).

Hou ook in het ontwerp rekening met droogte door de beplanting in een dal te plaatsen waardoor de wortels het grondwater makkelijker kunnen bereiken. Daartegenover draagt beplanting op een helling wel bij aan erosiebestrijding en gaat het verdamping van de bodem op de helling tegen.

Bewateren van openbaar groen in de zomer. (foto Defacto)

57

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Het inzetten op infiltratie kan door verharding te verwijderen, te kiezen voor waterdoorlatende halfverharding, de bodemgesteldheid te verbeteren of infiltratiebuizen aan te brengen. Eventueel kan infiltratie worden gecombineerd met ondiepe of diepe ondergrondse opslag van water, zoals bijvoorbeeld in infiltratiekratten onder de weg.

Parkeervak met halfverharding. (foto Defacto)

DEEL C

Klimaatonderlegger landbouw Dit deel bevat de klimaatonderlegger met belangrijke opgaven en randvoorwaarden vanuit het water- en bodemsysteem en klimaatverandering, en toont bouwstenen voor klimaatadaptieve landbouw.

Midden Delfland (foto Defacto)

58

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

59

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

7 – Klimaatonderlegger landbouw

Voor de landbouw is het essentieel om zich tijdig aan te passen aan de veranderende condities vanuit het water- en bodemsysteem en klimaatverandering (en de hieraan gerelateerde beleidskeuzen). Dit betekent dat er in gebieden waar het natter, droger of zilter wordt, (op termijn) aanpassingen nodig zullen zijn in de bedrijfsvoering of gewaskeuze. Het beperken van het uitspoelen van nutriënten en gewasbestrijdingsmiddelen en het inzetten op vitale bodems zijn en blijven belangrijke opgaven en randvoorwaarden. De klimaatonderlegger landbouw laat zien waar er vanuit water, bodem en klimaat aandachtspunten zijn voor (traditionele vormen van) landbouw.

––A Geen extra opgaven vanuit water, bodem en klimaatverandering (Ja) ––B Condities vanuit water, bodem of klimaatverandering vragen om aanvullende randvoorwaarden of aanpassingen van de bedrijfsvoering (Ja, mits...)

––C Water, bodem of klimaatverandering resulteren in beperkingen voor het

gebruik als landbouwgrond en vragen om een substantiële aanpassing van de bedrijfsvoering, gewastype of het landgebruik (Ja, mits...)

––D Landbouw is niet duurzaam houdbaar of legt een claim op de toekomst en

vraagt om heroverweging van het landgebruik of de locatiekeuze (Nee, tenzij...)

De geschiktheidskaart is gericht op conventionele vormen van landbouw (grasland, akkerbouw, boom- en sierteelt, bollenteelt en kassen). In verschillende gebieden zijn al aanpassingen (zoals kringlooplandbouw of extensieve landbouw) gedaan om het landgebruik beter aan te laten sluiten op de condities van het water- en bodemsysteem. Doordat er verschillende vormen van landbouw zijn, is de legenda niet eenduidig. Het kan zijn dat er in een gebied voor bollenteelt grote uitdagingen zijn, terwijl er voor grasland geen beperkingen zijn. Over het algemeen zien we dat de bollenteelt het meest gevoelig is voor veranderende condities, daarna de boom- en sierteelt en akkerbouw. Grasland is het meest tolerant voor veranderingen, maar ook daarvoor kunnen aanpassingen in de bedrijfsvoering (zoals extensivering) nodig zijn.

Fig. C.7.1 Klimaatonderlegger landbouw (met daarop de gemeentegrenzen in grijs).

De toenemende interne en externe verzilting zal op termijn (met name in gebieden met beperkte zoetwaterbeschikbaarheid) vragen om aanpassing van de bedrijfsvoering en gewaskeuze (C). Ook in gebieden waar wordt vernat om bodemdaling tegen te gaan, de buitendijkse gebieden die steeds vaker zullen overstromen door zeespiegelstijging en toenemende rivierwaterafvoer en de 10% laagste delen van polders die steeds vaker nodig zullen zijn als regenwaterbuffer, zullen substantiële aanpassingen nodig zijn. De benodigde aanpassingen zijn mede afhankelijk van beleidskeuzen zoals bijvoorbeeld het openhouden of afsluiten van de nieuwe waterweg in relatie tot zeespiegelstijging (een open verbinding kent meer externe verzilting) of de strategie voor het vernatten van veenweidegebieden. Doordat de landbouw vele vormen en adaptatiemogelijkheden kent, zijn er geen gebieden waar op basis van het water- en bodemsysteem geen enkele vorm van landbouw duurzaam houdbaar is.

We zien in de totaalkaart geen gebieden waar er voor de landbouw geen extra opgaven vanuit het water- en bodemsysteem of klimaatverandering (A) is. Dit komt doordat condities vanuit het water- en bodemsysteem of klimaatverandering nog onvoldoende worden meegenomen binnen de (conventionele) bedrijfsvoering. Aspecten waar bij de bedrijfsvoering rekening mee moet worden gehouden (B), zijn de toenemende piekbuien en wateroverlast, het (verder) beperken van de nutriëntbelasting en natte bufferzones voor de zoetwaterafhankelijke natuur.

60

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

61

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

In deze tabel zijn de opgaven, aandachtspunten en belangrijke randvoorwaarden vanuit water, bodem en klimaatverandering voor de landbouw gebundeld (uit deel A van dit rapport). Voor gebieden die wit zijn op de onderstaande kaarten zijn binnen deze studie geen extra opgaven vanuit water, bodem en klimaatverandering op het betreffende thema geïdentificeerd. Deze vallen in de samenvattende kaart dan ook in categorie A (geen extra opgaven). Het zou uiteraard kunnen dat er in aanvulling op deze studie nog nieuwe inzichten en randvoorwaarden worden toegevoegd waarmee categorie A kleiner wordt. De kaartbeelden zijn gemaakt op basis van de bij deze studie beschikbare datasets. Voor sommige thema's zullen in de komende periode nieuwe datasets en inzichten beschikbaar komen die de geografische duiding van de opgaven nog kunnen beïnvloeden.

Bodemdaling

Waterbeschikbaarheid en -kwaliteit

Overstromingsrisico

Wateroverlast

Hitte

C Hou rekening met afnemende

B Creëer zoetwaterbuffers voor

C Pas buitendijks bedrijfsvoering

B Hou rekening met natschade

B Hou rekening met impact van

drooglegging en ontwateringsdiepte (door bodemdaling en vernatting ten behoeve van CO2-reductie). Hou in veenoxidatiegebieden rekening met afnemende drooglegging en ontwateringsdiepte door het uitvoeren van het Rijksbeleid om de grondwaterstanden te verhogen (tot ca -20 tot -40 cm onder maaiveld) ten behoeve van de reductie van de CO2uitstoot en bodemdaling. Beperktere ontwateringsdiepte leidt tot beperkte draagkracht van de bodem, te natte omstandigheden voor gewassen en meer regenwateroverlast door de beperkte bergingscapaciteit. Dit leidt tot een noodzakelijke aanpassing van de bedrijfsvoering of gewaskeuze.

de natuur. Natte natuur kan worden beschermd tegen droogteschade door hydrologische bufferzones (hogere grondwaterstanden en onttrekkingsverbod) aan te leggen en nutriënten vanuit de landbouw in het oppervlaktewater te beperken. Deze maatregelen hebben directe impact op bedrijfsvoering in landbouwgebieden: natter, verbod op onttrekking oppervlaktewater en randvoorwaarden voor gewasbestrijdingsmiddelen.

aan. Buitendijkse gebieden die frequent overstromen zijn niet geschikt voor landbouwvormen met vollegrondsgewassen en voor gebouwen ten behoeve van veeteelt.

en beperkte draagkracht bodem. Landbouwgebieden die regelmatig te nat zijn (zoals veenweidegebieden met een beperkte ontwateringsdiepte) hebben minder draagkracht, waardoor het land tijdelijk minder goed te berijden is en koeien kunnen wegzakken. Hou hier rekening mee in de bedrijfsvoering en zet in op het verbeteren van de bodemcondities.

hitte op gewassen en vee. Gewassen die gevoelig zijn voor hitte, worden minder rendabel en kunnen vragen om aanpassingen in de bedrijfsvoering en gewaskeuze. Zorg voor koele schaduwrijke plekken voor vee. Ook hier is een goede vitale bodem met een goede vochtbalans belangrijk.

C Reserveer ten minste 10% laagste polders voor waterberging. Zet in op extra waterberging om het waterafvoersysteem niet verder te belasten: reserveer ten minste 10% laagste oppervlak van polders voor waterberging of wijs waterbergingsgebieden aan. In deze gebieden zal de natschade aan gewassen bij gelijkblijvende bedrijfsvoering/ gewassenkeuze toenemen.

C Hou rekening met toenemende verzilting met name in gebieden met beperkte aanvoermogelijkheid van zoetwater. Dit zal in sommige gebieden vragen om aanpassing van de bedrijfsvoering (bodemverbetering, wateropvang, accepteren schade, andere gewassen) of locatiekeuze. In het kaartbeeld zijn alleen de gebieden met interne verzilting meegenomen. De externe verzilting (via het oppervlaktewater) heeft ook invloed op de zoetwaterbeschikbaarheid.

C Zet in op een slimme watercyclus waarbij het schoonste water (nabij de inlaat of bron) hoogwaardig wordt gebruikt en voorkom uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen aan het eind van de keten (generiek principe, niet geduid op de kaart).

62

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

63

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

B Beperk nutriëntenbelasting. De druk op aquatische ecosystemen neemt door hogere temperaturen toe, waardoor de inzet op het beperken van nutriëntenbelasting vanuit de landbouw op aquatische ecosystemen nog belangrijker wordt.

7.1 – Praatplaat landbouw

Het landbouwareaal staat onder druk door de ruimtevraag voor natuur, woningbouw en bedrijventerreinen. Door, waar mogelijk, de minder geschikte landbouwgronden hiervoor in te zetten, worden zo veel mogelijk goede landbouwgronden behouden.

De landbouwsector is sterk grondgebonden en staat in directe relatie met het wateren bodemsysteem en de eventuele veranderingen hiervan door klimaatverandering. Veranderende condities en beleidskeuzes gerelateerd aan het water- en bodemsysteem zullen tot aanpassingen in de bedrijfsvoering of gewassen leiden. Korte termijn stoppen bestaande afwenteling Hoewel de landbouw gedurende de laatste decennia al stappen heeft gezet in het reduceren van de emissies van broeikasgassen en nutriënten, zullen verdere stappen gemaakt moeten worden om de afwenteling op de toekomst en het publieke domein te minimaliseren. De keuze om bodemdalingsgebieden te vernatten (en peilindexaties te stoppen of terug te draaien om bodemdaling en CO2-uitstoot te stoppen) zal in een deel van het veenweidegebied vragen om een substantiële aanpassing van de bedrijfsvoering. De meeste veengebieden bestaan uit graslanden, maar ook deze zullen bij een beperktere ontwateringsdiepte mogelijk moeten extensiveren of lagere rendementen moeten accepteren. Er moet onverminderd worden ingezet op het beperken van de nutriëntbelasting door uitspoeling vanuit landbouwgronden en de verbetering van de bodemkwaliteit. Op landbouwpercelen rondom zoetwaterafhankelijke en verdrogende natuurgebieden zullen extra (water)buffers met hogere grondwaterstanden worden gecreëerd.

Zo wordt de wegzijging van water uit deze natuurgebieden beperkt waardoor de robuustheid toeneemt. Anticiperen op nattere, drogere en zoutere omstandigheden Het water- en bodemsysteem loopt nu al tegen haar grenzen aan. Door klimaatverandering zal de intensiteit van buien toenemen en zal er (net als in het stedelijke gebied) ook in het landelijke gebied meer ruimte nodig zijn om water te bergen. De 10% laagste gebieden van polders of andere aangewezen bergingsgebieden zullen vaker nodig zijn voor waterberging en minder geschikt worden voor hoogwaardige landbouw. Ook waterbeschikbaarheid wordt een steeds grotere uitdaging. Door in te zetten op betere bodemcondities, slimmer watergebruik, droogteresistente gewassen en het vasthouden en bergen van regenwater in de bodem of bassins kan de landbouw robuuster worden. Hitte vraagt om aanpassing van de bedrijfsvoering en gewastype naar meer hitteresistente gewassen. De bodemkwaliteit is een belangrijke factor bij het beperken van ziekten en plagen. Zet de zeespiegelstijging door, dan zal de verzilting (zeker in gebieden waar het water in droge perioden lastig aan te voeren is, of waar de inlaatpunten verzilten) vragen om substantiële aanpassingen in de bedrijfsvoering, gewas- of locatiekeuze. Bollenteelten zijn hierbij het meest kwetsbaar gevolgd door de boom- en sierteelt en enkele akkerbouwgewassen.

Er zal moeten worden ingezet op het vasthouden van meer water in de bodem, oppervlaktewater of ondergrond, op meer zouttolerante gewassen of op rotatieschema's en het accepteren van incidentele schade. Kapitaalintensieve teelten zoals de boom- en sierteelt kunnen mogelijk gebruik maken van ontzilt grondwater. De buitendijkse gebieden kunnen vaker overstromen en zeker de vollegrondsgewassen in deze gebieden zullen minder rendabel worden waardoor extensivering voor de hand ligt.

64

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Fig. C.7.2 Praatplaat landbouw

65

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

7.2 – Adaptatiemaatregelen in de landbouw Steeds beperktere ontwateringsdiepte Bij de klimaatonderlegger zijn verschillende condities en randvoorwaarden vanuit water, bodem en klimaatverandering voor de landbouw benoemd. Maar wat betekent dit voor de bedrijfsvoering en hoe geef je hier invulling aan? Op de volgende pagina's worden voorbeelden gegeven van aanpassingen in de bedrijfsvoering of teelten voor landbouw in gebieden met:

––Steeds beperktere drooglegging en ontwateringsdiepte ––Beperkte waterbeschikbaarheid ––Toenemende wateroverlast ––Te verbeteren waterkwaliteit ––Toenemende hitte

Veel veenweidegebieden kennen al een beperkte ontwateringsdiepte en zullen weinig merken van het 'vernatten' van bodemdalingsgevoelige bodems. Voor gebieden waar de ontwateringsdiepte bij het verhogen van de waterstanden naar -40 tot -20 cm onder maaiveld afneemt, zal een aanpassing van de bedrijfsvoering (extensief beheer graslanden) of gewaskeuze (nattere teelten) nodig zijn. Peilgestuurde drainage zal een tijdelijke oplossing zijn die tijd koopt om voor te bereiden op de uiteindelijke aanpassingen. Extensiveren grondgebruik

Overgang nattere teelten

Waterinfiltratiesysteem

Door de beperktere ontwateringsdiepte komt landbouwgrond vaker nat te staan en vermindert de draagkracht van de bodem, waardoor het land moeilijker begaanbaar is voor machines of vee.

Een aantal gewassen zijn goed bestand tegen hoge grondwaterstanden.

Het grondwater in veenweiden beweegt beperkt mee met het slootwater, omdat water niet goed kan vermengen met veen. Daardoor staat op een perceel veengrond het grondwater bol in de winter als het veel regent. Dat maakt het lastig om in het voorjaar de grond te bewerken. In de zomer als het droog is, staat de grondwaterspiegel juist hol. Met versnelde bodemdaling als gevolg.

Om hier mee om te gaan kan extensivering van landbouw een oplossing bieden. Dit past ook goed bij de visie voor kringlooplandbouw. De meer kruidenrijke graslanden versterken de ecologie en biodiversiteit. Overigens kan er ook worden aangepast aan de slappere bodems door te kiezen voor koeienrassen die lichter zijn en bredere hoeven hebben.

Extensief veenweidegebied (foto Defacto)

66 Koeien zoeken verkoeling (foto: Apdency)

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Zo kan in plaats van gras, worden gekozen voor alternatieve voedergewassen voor de veeteelt die beter tegen natte omstandigheden kunnen. Er kan ook voedsel voor consumptie worden geteeld zoals bijvoorbeeld cranberries: een gewas wat bij beperkte ontwateringsdiepte en onder zure omstandigheden vrijwel zonder bemesting kan groeien. Daarnaast liggen er kansen voor circulaire bouwmaterialen zoals lisdodde (oeverplant), miscanthus (vezelgewas) en veenmos. Bij de teelt van lisdodde kan afhankelijk van de hoeveelheid bemesting overigens methaan vrijkomen.

Natte cranberry teelt. (foto Mathcar)

67

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Waterinfiltratiesystemen bestaan uit buizen die eindigen in het water in de sloten (die buizen noemen we drains). Het slootwater loopt daardoor het perceel in en wordt vanzelf gelijkmatig verdeeld over het hele perceel. De buizen moeten op korte afstand van elkaar liggen (zo’n 10 meter). Zodra de buizen het einde van de levensduur naderen, worden er vaak nieuwe buizen naast gelegd. Dit betekent dat er kunststof de bodem in gaat die op termijn weer zal moeten worden verwijderd.

Gebied met onderwaterdrains (foto PxHere), deel tekst overgenomen van www. bodemdalingdelfland.nl

Verzilting

Beperkte waterbeschikbaarheid

Door zeespiegelstijging zal de hoeveelheid interne verzilting (vanuit de bodem en het grondwater) en externe verzilting (vanuit het oppervlaktewater en verzilting van zoetwaterinlaatpunten) toenemen. In gebieden met een beperkte wateraanvoer zal dit er met name in tijden van droogte toe leiden dat er zout in het oppervlaktewater en de wortelzone van gewassen komt.

Bij beperkte waterbeschikbaarheid kan er worden ingezet op het verbeteren van de bodemkwaliteit of het bufferen van regenwater in natte perioden. Daarbij is het wel belangrijk dat er vervolgens niet meer water wordt onttrokken dan er wordt ingebracht.

Zouttolerante gewassen

Andere gewasrotaties

Ontzilting

In verschillende gebieden in de Zuidwestelijke Delta en de Wieringermeerpolder die een sterke mate van verzilting kennen, worden al experimenten gedaan met meer zouttolerante gewassen. Er wordt naar zouttolerantie gezocht in zoete teelten.

Verzilting betekent meestal niet dat er een permanent zoute conditie is. Vaak treedt de verzilting alleen tijdens periode van droogte op.

In de glastuinbouw zijn er (naast de opvang van regenwater in bassins en infiltratie in de ondergrond) mogelijkheden om brak grondwater na ontzilting te gebruiken voor de beregening van gewassen.

Een alternatief voor het veranderen van de gewassen is dan ook het opnemen van meer zouttolerante teelten in de gewasrotatie (verschillende gewassen die geteeld worden in opeenvolgende groeiseizoenen om de bodemstructuur te verbeteren en voedingsstoffen in de bodem te herstellen). Voorbeelden van meer zouttolerante gewassen zijn onder andere suikerbiet, asperge en bepaalde aardappelrassen.

Zeekraal langs de kust van Friesland (foto Gerard M)

Aardappelenoogst na periode met verhoogd zoutgehalte (foto Lynn Ketchum)

68

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Dat ontzilting vooral in de glastuinbouw wordt toegepast komt omdat het veel energie kost en daardoor relatief kostbaar is, waardoor het op dit moment vooral voor kapitaalintensieve teelten rendabel is. Aandachtspunten van deze praktijk zijn mogelijke effecten van de grondwateronttrekking (bodemdaling, verzilting) en de reststroom bij ontzilting: brijn. Brijn bevat een hoge zoutconcentratie en wordt daarom geïnfiltreerd in diepe zoute grondwaterlagen.

Behandeld water wordt gebruikt voor de bloementeelt in kassen (foto U.S. Department of Agriculture)

Ondiepe grondwaterberging

Waterbuffer (voorbeeld kassen)

Verbeteren bodemkwaliteit

In gebieden met in de bodem brak grondwater, blijft het zoete regenwater (wat in gewicht lichter is dan zout water) in de bodem drijven op het zoute water. Deze zoetwaterbel kan gebuikt worden om landbouwgewassen op te telen. Door actieve infiltratie van zoet water, kan de zoetwaterbel vergroot worden.

In de Greenports wordt het water dat op de kas valt vaak opgevangen en opgeslagen in waterbassins om voldoende goede kwaliteit water te hebben voor de teelt. Deze bassins kunnen worden uitgebreid voor extra capaciteit.

Ploegen kan de bodemdoorlatendheid verbeteren, hetgeen ten goede komt aan de zuurstoftoetreding en de infiltratie van water. Een minder intensieve bewerking van de bodem kan echter in veel gevallen ook zorgen voor verbetering van de bodemkwaliteit. Het bodemleven neemt toe waardoor er meer poriën ontstaan en de bodem meer water kan opnemen en vasthouden.

Naast een ondiepe berging, is er ook ondergrondse waterberging in diepere lagen mogelijk. Hierbij wordt water geïnfiltreerd in ondergrondse watervoerende lagen (aquifers) bij perioden van overschot, om dan water te onttrekken voor beregening in perioden van droogte. Bij deze techniek wordt water vooral onttrokken door verticale putten en gebruikt wanneer het ondiepe grondwater te zout is of in gebieden waar onttrekking van grondwater kan leiden tot verdroging van de ondergrond.

Regenwater wordt opgevangen om ondergrondse grondwaterbronnen aan te vullen (foto U.S. Department of Agriculture)

Naast bassins bestaan er ook ondergrondse opslagtanks. Deze zijn erg prijzig maar hebben als voordeel dat het water tijdens hete dagen niet verdampt. Regenwater is ideaal gietwater vanwege de lage zoutconcentratie. Een andere bron voor gietwater is hergebruik van gezuiverd afvalwater (wat aansluit bij de aanscherping van de zuiveringseisen voor afvalwater).

Kassen in Aalsmeer met op de voorgrond een regenwaterbuffer. (foto Dennism2)

69

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

De minder intensieve bewerking draagt ook bij aan de draagkracht van de bodem doordat de structuur van de bodem niet wordt verstoord. Aanvullend kan de bodem minder worden belast (bereden) en kunnen groenbemesters zoals wortelresten worden toegevoegd om de structuur van de bodem te verbeteren.

Tractor met bovenoverploeg en verbrede banden voor minder druk. (foto Werktuigdagen)

Verbeteren waterkwaliteit (beperken uitspoeling nutriënten)

Toenemende hitte

Landbouw draagt door de uitspoeling van nutriënten bij aan de vermindering van de waterkwaliteit voor natuurlijke functies en natuurgebieden. Door zuinig om te gaan met nutriënten, de uitspoeling zo veel mogelijk te beperken en natuurgebieden te beschermen tegen de inlaat van nutriëntrijk, gebiedsvreemd water, zal de waterkwaliteit worden verbeterd (of de negatieve impact van de slechte waterkwaliteit worden beperkt).

Gewassen die gevoelig zijn voor hitte, zullen minder rendabel worden. Er zal een vraag ontstaan naar gewassen die beter tegen hitte en droogte kunnen (minder verdampen) en minder gevoelig zijn voor ziekten en insecten. Vee heeft tijdens hete perioden schaduw en meer water nodig.

Precisielandbouw

Buffer rondom natuurgebieden

Extensief beheer slootkanten

Schaduwrijke plekken (boom in de wei)

Robuust watersysteem

Hittebestendige gewassen

De voor de landbouw aan de bodem toegevoegde nutriënten zoals dierlijke/plantaardige meststoffen en kunstmeststoffen kunnen uitspoelen naar oppervlakte- en grondwater.

Natuurgebieden die grenzen aan landbouwpercelen, worden negatief beïnvloed door toestroom van voedselrijk water en sediment. Dit leidt tot verslechtering van het habitattype.

Veel landbouwgronden worden ontwaterd door middel van sloten. Deze ontwatering van akkers zorgt voor uitspoeling van nutriënten, die vervolgens in het grond- en oppervlaktewater terecht komen.

Zorg voor bomen in de wei, waaronder vee bij hitte verkoeling kan zoeken. Bomen zorgen voor een betere beschutting dan artificiële schaduwelementen, omdat ze meer gelaagd zijn.

Een robuust watersysteem is bestand tegen extreme omstandigheden en blijft dan ook robuust bij toekomstige klimaatverandering.

Het telen van rassen en gewassen die beter bestand zijn tegen hitte en droogte, kunnen bijdragen aan de adaptatie van de akkerbouw aan klimaatverandering.

Ze gaan daarbij verloren voor de landbouw en zijn over het algemeen juist ongunstig voor de ecologie (die doorgaans baat heeft bij voedselarme condities).

Door zoetwaterbufferzones rondom natuurgebieden te creëren, wordt voorkomen dat gebiedsvreemd water moet worden ingelaten. Deze natuurlijke buffers werken als een spons en kunnen water vanuit het naastgelegen natuurgebied in tijden van overlast bergen en in tijden van droogte vertraagd terug leveren.

Door een meer extensief beheer van de slootkanten (slootkanten ongemaaid laten of gefaseerd maaien), wordt water langer vastgehouden zodat er minder uitspoelt.

Bomen passen goed binnen de doelstellingen voor extra bos in Nederland en zijn doorgaans goed in te passen in het landschap. Bomen in weides zorgen bovendien voor de productie van stuifmeel en nectar voor (wilde) bijen en helpen om de biodiversiteit te verbeteren.

Het vergroten van de waterlichamen werkt daarbij als een buffer. Ook het vergroten van het aantal verbindingen maakt het watersysteem robuuster.

Door de gewenste eigenschappen te kruisen en combineren, kunnen er gewassen ontstaan die tijdens droogte meer wortels aanmaken, waardoor ze het water uit dieper gelegen grondlagen kunnen opnemen. Valt er genoeg regen, dan zijn de diepere wortels niet nodig en steekt de plant zijn energie in de groei van de knol.

Het loont dus om een overdaad aan nutriënten te vermijden en deze zo gericht en efficiënt mogelijk in te zetten. Dit kan door verschillende technieken, zoals precisielandbouw waarbij met satelliet en andere digitale middelen zo nauwkeurig mogelijk wordt bemest. Daarnaast zal een goed bodembeheer bijdragen aan het voorkomen van uitspoeling.

Gewassen worden bespoten met behulp van een drone. (foto Sergio Merino Dominguez)

Voorbeelden van hittebestendige voedergewassen zijn bijvoorbeeld Sorghum (subtropisch gewas dat een korte groeitijd heeft en weinig vocht en bemesting nodig heeft) en voederbieten.

Er kan zelfs worden ingezet op het creëren van een combinatie van veeteelt en voedselbossen.

Bufferzone tussen landbouw en natuurgebieden. (foto Brian Robert Marshall)

70

Daarnaast heeft een dergelijke begroeide oever veel ecologische voordelen.

Een robuuster watersysteem sluit goed aan bij de ambitie voor de groen-blauwe dooradering van het landelijke gebied.

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Ongemaaide slootkanten. (foto Defacto)

Koeien tussen de bomen. (foto Mark Ahsmann)

71

Groen-blauwe dooradering (foto Andre Hosper)

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

Een voederbiet (foto Markus Hagenlocher)

DEEL D

\

Klimaatonderlegger natuur Dit deel bevat de klimaatonderlegger met belangrijke opgaven en randvoorwaarden vanuit het water- en bodemsysteem en klimaatverandering, en toont bouwstenen voor klimaatadaptieve natuur.

Eiland van Brienenoord (foto Stadionpark Rotterdam) 72 Klimaatonderlegger Zuid-Holland

73

Klimaatonderlegger Zuid-Holland

8 – Praatplaat natte natuur

of zoute kwel) permanent brak worden, kan worden ingezet op de aanpassing van het natuurdoeltype. Er zullen opties moeten worden verkend om in geval van zeespiegelstijging een nieuwe plek te vinden voor de intergetijdennatuur. Het afsluiten van de riviermondingen (oplossingsrichting voor zeespiegelstijging) zou schadelijk zijn voor de ecologie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14407504/1