CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319097 Bijlage 1 - Rapportage Delflandse Kust, 2022

Commissie Leefomgeving 12 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Werkbespreking inzake Haagse verkenning zeespiegelstijging33.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

22

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Figuur 4: Voorbeeld factsheet voor bouwsteen 30. (Grootschalige) zandsuppleties.

23

Onze referentie:: 30130667 - Datum: 7 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

5

Mogelijke adaptatiepaden

5.1

Stakeholder input voor adaptatie van bouwstenen naar mogelijke adaptatiepaden

Stakeholders (hoofdstuk 3) hebben door middel van bouwstenen mogelijke adaptatiepaden ontwikkeld voor de Delflandse kust. Er is in drie afzonderlijke groepen gekeken naar de volgende gebieden (Figuur 5): • • •

Natuurlijke duinenkust Zuid van Hoek van Holland tot en met Ter Heijde Natuurlijke duinenkust Noord van Ter Heijde tot Scheveningen Scheveningen Badplaats en Haven

Doordat elke afzonderlijke groep keek naar een specifiek kustgebied, zijn er onderling geen afwegingen gemaakt en kunnen de adaptatiemogelijkheden en de beoordeling van de bouwstenen zoals beschreven in 5.1.1 worden gezien als opzichzelfstaand.

Figuur 5: Indeling van de gebieden zoals gebruikt in het bouwstenenspel. Voor elk gebied zijn door de stakeholders een of meer adaptatiepaden opgesteld.

24

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Per gebied keken de stakeholders welke bouwstenen realistische opties waren en waarom. Het detailniveau van de bouwstenen is dusdanig dat op algemeen niveau inschattingen gedaan kunnen worden over kosten, ruimtebeslag, impact op natuur, etc. Later in het proces kregen stakeholders de kans om door middel van consensus te komen tot een mogelijk adaptatie pad. Binnen de opdracht waren de stakeholders vrij om indien gewenst een gericht adaptatiepad te ontwikkelen voor een bebouwd gebied (o.a. Hoek van Holland, Scheveningen Haven en Scheveningen Boulevard). Onderliggend aan de keuzes die worden gemaakt, liggen visies, afwegingen en complicaties die worden ondersteund door de stakeholders. Deze onderliggende kennis is hieronder weergegeven: Afweging en complicaties bij de keuze voor bouwstenen • •

De huidige visie voor de ontwikkeling van de kust is zacht waar het kan, hard waar het moet. Dit houdt in dat langs de kust allereerst naar zachte (lees: zandige) oplossingen wordt gezocht, vooraleer een harde oplossing in de vorm van constructies beschouwd wordt Harde oplossingen worden vaak gekozen om een bepaalde functie veilig te stellen of wanneer de beschikbare ruimte dusdanig is dat er redelijkerwijs geen zachte oplossing ingepast kan worden. Het volgende basisprincipe kan worden aangehouden bij het maken van afwegingen: Tabel 7: Verschillen tussen hare en zachte oplossingen. Zandige/ natuurlijke Hybride Harde/ constructieve oplossingen (hard met zacht) oplossingen  Lagere aanlegkosten Hogere aanlegkosten  Veel ruimtebeslag Weinig ruimtebeslag  Dynamisch & Adaptief Gefixeerd

•

•

•

De effecten van een zeewaartse versterking worden niet altijd juist ingeschat. Effecten van een landwaartse inpassing worden vaak sneller juist ingeschat omdat het direct raakt aan de belangen van partijen. Binnen dit visietraject zijn juist stakeholders betrokken die de voor- en nadelen kennen van de zeewaartse beweging, om deze bias te voorkomen. Zeewaartse versterkingen hebben vaak lange-termijn effecten op naastgelegen kustgebieden. In nagenoeg alle gevallen vindt een verandering in zowel morfologische processen als hydraulische condities plaats. Dit kan leiden tot extra onderhoudsbehoefte langs de kust en extra baggerbezwaar in havens of morfologische impact die tot sedimentatie leidt. Dit geldt ook voor hybride oplossingen die zeewaarts ingepast worden, alhoewel het effect daarvan kleiner is dan bij een volledig zandige oplossing. Bij landwaartse versterkingen moeten in veel gevallen bestaande infrastructuur en andere functies plaatsmaken voor de inpassing. Dit verhoogt de complexiteit van het inpassingsvraagstuk en daarmee ook de gerelateerde kosten. Wanneer bebouwing moet wijken voor een versterking zijn er sociale effecten waardoor een lang proces nodig is om samen met de betrokkenen een goede oplossing vast te leggen.

5.1.1

Realistische en afgevallen bouwstenen

Op basis van de sessie zijn sommige bouwstenen afgewezen of geselecteerd door de stakeholders al dan niet in combinatie met andere oplossingen. Het overzicht van de argumentaties waarom een bouwsteen wordt afgewezen of niet, is te zien in Bijlage G: Overzicht geselecteerde bouwstenen. De argumentaties gepresenteerd in de tabel zijn de argumenten van de aanwezige stakeholders tijdens het bouwstenenspel gericht op extreme zeespiegelstijging. Er kunnen verschillen optreden tussen de verschillende gebieden. In het kader op de volgende pagina is een statement van het projectteam over deze verschillen en eventuele discussiepunten.

Duiding Arcadis; verschillen tussen gebieden binnen het bouwstenenspel De kustdelen Zuid en Noord verschillen niet veel qua natuurlijke dynamiek, waardoor men kan verwachten dat, mocht dezelfde groep naar beide kustdelen hebben gekeken, de realistische en afgewezen bouwstenen niet dermate van elkaar zouden verschillen. Door te hebben gewerkt met heterogene groepen treden er toch verschillen op. Deze verschillen kunnen deels worden veroorzaakt door de locatie, maar kunnen ook een oorsprong hebben in het verschil in groepsbezetting. Een verschil van mening tussen de individuele stakeholders binnen een groep kan hebben geresulteerd in de verschillen tussen de duinenkust gebieden. Zowel bij de waterkerende bebouwing als bij landaanwinning/inpoldering, verschillen de groepen volledig van mening. Mochten deze twee bouwstenen in de toekomst worden ingepast of als voorkeur worden gezien vanuit Delfland is het belangrijk om bewust te zijn van dit verschil en de eventueel hieruit volgende discussie. Zie ook de aanbevelingen in hoofdstuk 7.

25

Onze referentie:: 30130667 - Datum: 7 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

5.2

Adaptatiepaden vanuit stakeholder perspectief

In deze paragraaf worden de resultaten van de discussie over bouwstenen en keuzes vertaald naar mogelijke adaptatiepaden. Deze adaptatiepaden zijn ontwikkeld door stakeholders en geven een inzicht in de keuzes die zij op dit moment zouden maken, in onderstaand kader zijn enkele punten benoemd die een belangrijke duiding bieden bij het onderzoek en de resultaten.

Duiding Arcadis; detaillering bij de resultaten 1. Wettelijke normering: De adaptatiepaden die tijdens de workshop opgesteld zijn, hebben als primair doel de waterveiligheid van de Delflandse zeeweringen aan de huidige wettelijke normering te laten voldoen. Hierbij is geen rekening gehouden met wijzigingen in deze normering en/of de onderliggende factoren die de wettelijke norm beïnvloeden. De omvang van de benodigde maatregelen kan dus toenemen als in de toekomst de eisen worden aangescherpt. 2. Opgestelde adaptatiepaden zijn niet direct de voorkeur van het hoogheemraadschap: In theorie zijn een groot aantal combinaties van bouwstenen mogelijk die allemaal aan het waterveiligheidsdoel voldoen. De gepresenteerde adaptatiepaden voldoen ook aan deze doelstelling en tonen een gedragen oplossingsrichting (althans door de deelnemers aan de workshop), dit betekent echter niet dat dit ook de adaptatiepaden zijn die Delfland uiteindelijk als voorkeur aandraagt of implementeert. 3. Mening deelnemers niet direct uitgangspunten van organisaties: Verschillende belanghebbenden hebben deelgenomen aan dit onderzoek die verschillende organisaties vertegenwoordigen. Tijdens het onderzoek is expliciet gevraagd aan deelnemers vrijuit mee te denken met de oplossingsrichtingen. Hierdoor is het niet direct zo dat de organisaties van de deelnemers de oplossing(en) ook dragen.

Het is wel als positief te bestempelen dat, ondanks de verschillende belangen van de partijen, men toch samen tot oplossingen kon komen die als haalbaar worden gezien. 4. Ruimtebeslag: Alhoewel vaak aangenomen wordt dat Nederland voor een 'hold the line’ strategie kiest waarbij we geen land teruggeven aan de zee, is er weldegelijk een bepaalde fysieke ruimtelijke belasting in bestaand gebied die hoort bij het implementeren van een aantal bouwstenen. Voor alle fysieke maatregelen geldt dat met een hogere zeespiegel ook een groter ruimtebeslag nodig is voor de bouwstenen. 5. Terminologie: Keuzemomenten en schakelpunten worden in Engelstalige literatuur vaak als ‘triggers’ beschreven. Als bepaalde ‘signals’ gesignaleerd worden treden schakelpunten of keuzemomenten op. Deze keuzemomenten zijn simpelweg momenten waarop een keuze gemaakt kan worden of gemaakt moet worden. Als geen keuze gemaakt wordt of deze keuze niet op tijd wordt gemaakt, kan een bepaalde bouwsteen mogelijk niet (meer) gerealiseerd worden en moet eventueel een bouwsteen met minder draagvlak en/of negatieve effecten op de kernkwaliteiten hiervoor in de plaats komen. Schakelmomenten zijn het gevolg van keuzemomenten. Hierbij wordt geschakeld van het ene naar het andere pad.

26

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

5.2.1

Adaptatiepaden voor Duinenkust Zuid

Waterveiligheidsopgave voor Duinenkust Zuid in een notendop Zeespiegelstijging zorgt langs een zandige duinenkust vooral voor extra erosie en een potentiële achteruitgang van de kustlijn. Om dit te voorkomen moet de kustzone (kustfundament) ‘meegroeien’ met de zeespiegelstijging. Dit kan ofwel door natuurlijke processen in combinatie met suppleties, ofwel door andersoortige ingrepen (bijv. constructief). Doordat er in deze zuidelijke kustzone over het algemeen ‘voldoende ruimte’ is, zijn veel van de oplossingsrichtingen / bouwstenen (vanuit waterkerings perspectief) in principe toepasbaar voor +1, +2 en +3 meter zeespiegelstijging, zonder afbraak te doen aan de kernkwaliteiten. De grootste uitdagingen ontstaan in (deels) bebouwd gebied, waar ruimte een limiterende factor is/kan zijn. Een aandachtspunt is dat het huidige waterkeringstracé nabij Hoek van Holland geen zandige kering is. Het voorliggende, brede duingebied bestaat uit meerdere duinenrijen, die aansluiten (aan de zuidkant) op het waterkeringstracé. Hier kan na het aanpassen van de zandige keringen een hoogteverschil optreden met de Delflandse Dijk. Bij toenemende zeespiegelstijging kan bij hoogwater water binnenkomen via ‘de achterdeur’ (zuidkant, langs de Nieuwe Waterweg).

Figuur 6: Het beschouwde gebied Duinenkust Zuid

Beschrijving adaptatiepaden Duinenkust Zuid De adaptatiepaden voor natuurlijke Duinenkust Zuid identificeren keuze- en ruimtemogelijkheden ten behoeve van alle gebiedsfuncties; recreatie, wonen en verkeer, cultuurhistorie, natuur, drinkwater en glastuinbouw. Alle paden zijn integraal met een primaire waterveiligheidsfunctie. Sommige paden hebben naar verwachting een meerwaarde voor een bepaalde functie, als natuur of drinkwater. In Bijlage H: Voorgestelde adaptatiepaden door stakeholders is het adaptatiepad uitgetekend en is elk pad met bijbehorende keuzes uitgelegd. In verband met het risico dat op termijn bij Hoek van Holland het overstromingsrisico te hoog wordt doordat het water bij een superstorm ‘achterlangs’ loopt, vraagt dit risico om gerichte aandacht. Stakeholders hebben daarom een specifiek adaptatiepad besproken voor dit gebied met de focus op een achterlangs overstroming bij Hoek van Holland. Strategische planning is een belangrijke bouwsteen, zowel bij weinig als bij veel meters zeespiegelstijging. Deze verantwoordelijkheid ligt bij meerdere stakeholders (waterschap, gemeente, provincie en anderen). Verdeelde verantwoordelijkheid maakt dat er een gezamenlijke bewustwording nodig is over zeespiegelstijging en een lange termijnvisie.

Deze adaptatiepaden geven inzicht in de consensus onder stakeholders, maar zijn geenszins een representatie van de uiteindelijk visie en uitvoering van Delfland. Tijdens het bouwstenenspel zijn ook relevante inzichten gedeeld vanuit de stakeholders met betrekking tot de adaptatiepaden, belangen en maatregelen voor de natuurlijke kust Zuid. Deze inzichten zijn hieronder beschreven aan de hand van aandachtspunten, gebiedskansen en schakelpunten. Deze onderverdeling geeft Delfland later houvast om het gesprek verder te voeren Aandachtspunten • Het plaatsen van een harde kering is niet esthetisch volgens de stakeholders en vraagt om zorgvuldig ontwerp en inpassing. • Er is veel meer zand nodig in de toekomst bij zandige suppleties. Er moet rekening gehouden worden met stijgende kosten als beschikbaar zand schaarser wordt. • Zandsuppletie gebeurt op een locatie waar ook windmolens geplaatst worden. Dit vraagt om aandacht voor ruimtelijke planning op zee • Baggerschepen stoten relatief veel uit. Dit neemt toe als de te bevaren afstanden groter worden. • Het ophogen van duinen vraagt om genoeg beschikbare ruimte. • Menselijk ingrijpen kan negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van en de landwaartse verplaatsing van habitat langs de kustlijn (coastal squeeze).

Gebiedskansen

27

Onze referentie:: 30130667 - Datum: 7 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

• • • • •

Drinkwater heeft over de gehele keuzelijn kansen om zich uit te breiden Hoek van Holland: Overweging om harde keringen te plaatsen komt voort uit het gebrek aan ruimte, zo neemt een harde kering minder ruimte in en hoeft die minder hoog zijn Het achterland heeft ook invloed op de kust, deze gebieden zouden moeten meegroeien. Meer ruimte voor natuur en recreatie. Samenwerking met de (glas)tuinbouwsector.

Schakelpunten • Achterlangs overstroming bij Hoek van Holland • Waterveiligheid in het geding door te lage bescherming langs de kust • Stimulatie duindynamiek biedt onvoldoende waterveiligheid • Onvoldoende zand of materiaal beschikbaarheid • Ruimtegebrek, duinen moeten de hoogte in • Dijk of waterkerende bebouwing voldoet onvoldoende • Toestand aansluitende gebieden • Aansluiting op deelgebied Noord Overige factoren die invloed kunnen hebben op keuzemomenten, aangeduid als triggers: • Verandering van economisch belangen (Glastuinbouw Westland etc.)

5.2.2

Adaptatiepaden voor Duinenkust Noord

Waterveiligheidsopgave in een notendop Zeespiegelstijging zorgt langs een zandige duinenkust vooral voor extra erosie en een potentiële achteruitgang van de kustlijn. Om dit te voorkomen moet de kustzone ‘meegroeien’ met de zeespiegelstijging. Dit kan ofwel door natuurlijke processen in combinatie met suppleties, ofwel door andersoortige ingrepen (bijv. constructief). Doordat er in deze kustzone over het algemeen ‘voldoende ruimte’ is, zijn veel van de oplossingsrichtingen / bouwstenen (vanuit waterkerings perspectief) in principe toepasbaar voor de drie beschouwde ZSS- scenario’s. De grootste uitdagingen ontstaan in (deels) bebouwd gebied, waar ruimte een limiterende factor kan zijn. Beschrijving adaptatiepaden De adaptatiepaden voor natuurlijke duinenkust Noord bieden keuze- en ruimtemogelijkheden ten behoeve van de volgende gebiedsfuncties; recreatie, wonen en verkeer, cultuurhistorie, natuur en drinkwater. Alle paden zijn integraal met een primaire waterveiligheidsfunctie. In Bijlage H: Voorgestelde adaptatiepaden door stakeholders is het adaptatiepad uitgetekend en is elk pad met bijbehorende keuzes uitgelegd. Figuur 7: Het beschouwde gebied duinenkust noord

Strategische planning is een belangrijke bouwsteen, zowel bij weinig als bij veel meters zeespiegelstijging. Deze verantwoordelijkheid ligt bij meerdere stakeholders (waterschap, gemeente, provincie en anderen). Verdeelde verantwoordelijkheid maakt dat er een gezamenlijke bewustwording nodig is over zeespiegelstijging en een lange termijnvisie. De kust tussen Ter Heijde en Westduinpark wordt op dit moment van zand voorzien door de Zandmotor. Momenteel is deze maatregel voldoende voor het in stand houden van de kust. Bij meer zeespiegelstijging is echter meer zand nodig. De groep stakeholders die aan Duinenkust Noord heeft gewerkt zijn voorstander van hybride oplossingen. De voorkeur heeft om te beginnen met maatregelen die op een natuurlijke wijze de kust beschermen; het stimuleren van duindynamiek in combinatie met zandsuppletie bijvoorbeeld. Daarnaast is uitfaseren van bebouwing een mogelijkheid die doormiddel van strategische planning op een juist moment kan worden ingezet. Bij toenemende zeespiegelstijging is de verwachting van de groep dat de natuurlijke maatregelen niet meer voldoende zullen zijn. Daarom kunnen een hybride waterkering of zandige versterkingen overwogen worden. De keuze hiervoor hangt af van de mate waarin de zeespiegel stijgt. Bij plotseling veel zeespiegelstijging is een hybride waterkering

28

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

mogelijk noodzakelijk, bij een meer geleidelijke zeespiegelstijging heeft een zandige versterking de voorkeur, aangezien een zandige versterking ook kansen biedt voor de drinkwaterbel. Tijdens het bouwstenenspel zijn ook relevante inzichten gedeeld vanuit de stakeholders met betrekking tot de adaptatiepaden, belangen en maatregelen voor de natuurlijke kust Noord. Deze inzichten zijn hieronder beschreven aan de hand van aandachtspunten, gebiedskansen en schakelpunten. Deze onderverdeling geeft Delfland later houvast om het gesprek verder te voeren. Aandachtspunten • Inpoldering/ Landaanwinning wordt door de stakeholders gezien als het verschuiven van de problemen omdat bij het creëren van een nieuwe kustlijn dezelfde vraagstukken spelen boven op de zandhoeveelheid die nodig is voor de verleggen van de kustlijn. • Het uitfaseren van bebouwing (direct) langs de kust wordt als een realistische maatregel gezien. Wel hangt het af op welke schaal en welk tijdspad dit plaatsvindt. Het vraagt om een verandering in denkwijze (krimpregio’s versus badplaatsen). Zo heeft de eventuele cultuurhistorische waarden en daarmee bescherming invloed op de inspanningen die nodig zijn binnen het proces. Tijdig beginnen aan deze verandering wordt daarom aangeraden.

• Ontwikkelingen zoals duinversterking en uitbreiding recreatie in en nabij Natura 2000 gebieden kunnen worden gelimiteerd of vertraagd door de eisen die er in deze gebieden gelden. • Voor zandsuppletie is het de vraag waar het zand vandaan moet worden gehaald, dieper in de zee staan namelijk windmolens. (De beschikbaarheid van zand is onderwerp van het landelijke Kennisprogramma Zeespiegelstijging.) • In Westduinpark is er veel recreatiedruk, dit kan botsen met waterveiligheidsmaatregelen. • In het Westduinpark wordt de zoetwaterbel beïnvloed door de mate waarin duindynamiek wordt toegepast. Dit heeft invloed op de mate van verzilting in het gebied. Aan de andere kant wordt door het stimuleren van duindynamiek het natuurgebied groter/kleiner. Gebiedskansen • Zandsuppleties kunnen bijdragen aan een toename van de drinkwatervoorraad. Dit vraagt om meer suppleties dan benodigd voor enkel waterveiligheidsdoelstellingen. Hierbij is het wel belangrijk dat puinduinen indien nodig worden gesaneerd om vervuiling van drinkwater te voorkomen. Dit is een kans voor zowel waterveiligheid als drinkwater. • De kustplaats van de toekomst ligt wellicht achter de duinen, Callantsoog is hier een voorbeeld van. Deze kustlijn is makkelijker bij te houden.

• De huidige zandmotor wordt gemonitord, deze kennis kan in de toekomst gebruikt worden voor het bepalen van de hoeveelheid verstuiving die nodig is voor duinversterking. Schakelpunten • Stimuleren duindynamiek in combinatie met zandsuppletie biedt onvoldoende waterveiligheid. • Onvoldoende zand beschikbaar voor zandsuppletie. • Aansluiting op deelgebied Scheveningen

5.2.3

Adaptatiepaden voor Scheveningen

Waterveiligheidsopgave in een notendop Zeespiegelstijging zorgt langs een zandige duinenkust vooral voor extra erosie en een potentiële achteruitgang van de kustlijn. Om dit te voorkomen moet de kustzone ‘meegroeien’ met de zeespiegelstijging. Dit kan ofwel door natuurlijke processen in combinatie met suppleties, ofwel door andersoortige ingrepen (bijv. constructief). Doordat er in deze kustzone over het algemeen ‘voldoende ruimte’ is, zijn veel van de oplossingsrichtingen/ bouwstenen (vanuit waterkerings perspectief) in principe toepasbaar voor de drie beschouwde ZSS- scenario’s. De grootste uitdagingen ontstaan in (deels) bebouwd gebied, waar ruimte een limiterende factor kan zijn.

Figuur 8: Het beschouwde gebied Scheveningen

29

Onze referentie:: 30130667 - Datum: 7 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Beschrijving adaptatiepaden Het gebied Scheveningen is door de stakeholders ingedeeld in twee delen: de boulevard en de haven. Deze twee gebieden zijn apart bekeken en besproken omdat ze beide een eigen waterveiligheidsopgave hebben. Een terugkerende maatregel in beide adaptatiepaden is de strategische planning. Net zoals bij de adaptatiepaden voor duinenkust noord en zuid is strategische planning een belangrijke bouwsteen. Zeker in het dichtbebouwde kustgebied van Scheveningen is het belangrijk nu en in de toekomst rekening te houden met de beschikbare ruimte. Dit is een gezamenlijke opgave (hoogheemraadschap, gemeente, provincie en anderen). Het vraagt om bewustwording over zeespiegelstijging en een duidelijke lange termijnvisie voor het gebied die rekening houdt met zeespiegelstijging. In de adaptatiepaden is te zien dat de stakeholders vooral harde maatregelen voorstellen voor de Scheveningse haven door het ruimtegebrek. Het afsluiten van de haven wordt gezien als een laatste stap als andere maatregelen niet meer het gewenste resultaten bieden. Bij de boulevard worden alle opties opengehouden, zowel verder gaan met de huidige zandige suppletie als overstappen naar een hybride of harde oplossing.

Hier zien de stakeholders dus meerdere mogelijkheden en zal de uiteindelijke keuze afhangen van de snelheid van zeespiegelstijging en de ruimtelijke randvoorwaarden die op dat moment gelden. Tijdens het bouwstenenspel zijn ook relevante inzichten gedeeld vanuit de stakeholders met betrekking tot de adaptatiepaden, belangen en maatregelen voor Scheveningen. Deze inzichten zijn hieronder beschreven aan de hand van aandachtspunten, gebiedskansen en schakelpunten. Deze onderverdeling geeft Delfland later houvast om het gesprek verder te voeren.

Aandachtspunten • In en rondom de haven van Scheveningen wordt gerecreëerd. Er worden in dit gebied veel evenementen georganiseerd. Het verplaatsen of afsluiten van de haven kan dit negatief beïnvloeden. • Het havengebied is onderdeel van de historie van Scheveningen. Het afsluiten van de haven zou een onderdeel van Scheveningen verwijderen terwijl veel mensen dit deel als onmisbaar zien. Aan de andere kant zou het havengebied bij afsluiting een nieuwe cultuurhistorische functie kunnen krijgen. • Momenteel wordt de haven gebruikt voor de visserij. Deze zomaar afsluiten is momenteel geen optie. De vissers zullen zich moeten verplaatsen in de komende jaren mocht dit een wens zijn. • Ook de Scheveningse boulevard is een recreatieve hotspot. Beperkingen langs en voor de boulevard kunnen een belemmering vormen voor de omgeving en mensen die naar Scheveningen willen komen om te recreëren. • Rondom en naar de boulevard en de haven is sprake van een verkeersprobleem. Verdere aanpassingen kunnen dit zowel positief als negatief beïnvloeden. Het is cruciaal om verkeer mee te nemen in een strategische planning. • Voor beide gebieden geldt ook dat deze veel mensen van een werkplek en/of woning voorzien. Dit kan niet zomaar teniet worden gedaan. • De Pier wordt gezien als een iconisch en cultuurhistorisch waardevol kustelement.

De Pier is gebouwd in 1961, maar de technische staat van de Pier maakt keuzes over de toekomst ervan op niet al te lange termijn noodzakelijk. • De huidige Pier is een knelpunt voor suppleties. Het suppleren moet nu om de Pier heen gebeuren. Mogelijk wordt deze op termijn vervangen. Gebiedskansen • Het havengebied van Scheveningen kan nieuwe functies ontwikkelen. Zo kan een afgesloten haven ruimte bieden voor hoogwaardige woningbouw en kan een buitendijkse haven ruimte bieden voor nieuwe economische functies zoals onderhoud aan windmolens mits gecombineerd met een goede logistieke verbinding van en naar het achterland. • Eventuele herontwikkeling van de Scheveningse boulevard- en havengebieden biedt de mogelijkheid andere uitdagingen tegelijkertijd aan te pakken. Denk hierbij aan het mobiliteitsvraagstuk en het woningtekort. • Door het afsluiten van de Scheveningse haven zou de zeewering in een ‘rechte lijn’ van Rotterdam naar het noorden lopen. Hierdoor zouden uitdagingen die nu bij de Scheveningen spelen op een andere manier kunnen worden opgelost. Zo kan er een continu suppletieprogramma uitgevoerd worden waarbij zandige oplossingen geen negatieve effecten op het baggerbezwaar van de haven hebben. Schakelpunten • De economische activiteit in het havengebied kan in de toekomst toenemen, afnemen en/of een ander karakter krijgen.

In beide gevallen beïnvloedt dat de keuze voor bouwstenen en vice versa. Op basis hiervan moet de keuze worden gemaakt: buitendijks plaatsen of afsluiten. • Zowel bij de haven als de boulevard speelt een hoogteopgave waardoor de zeewering bij ongeveer een meter zeespiegelstijging niet meer voldoet. Voor dit moment moet een keuze worden gemaakt de zeewering aan te passen/te versterken

30

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

6

Handelingsperspectieven

Voor de verschillende gebieden langs de Delflandse kust zijn mogelijke adaptatiepaden gepresenteerd zoals die door stakeholders als haalbaar worden gezien. Om de waterveiligheid langs de kust te waarborgen is het van belang niet een enkel adaptatiepad, maar de combinatie van verschillende adaptatiepaden te beschouwen. Deze combinaties van paden binnen de verschillende gebieden en tussen de verschillende gebieden, maar ook in combinatie met het beleid van aangrenzende gebieden (zoals het Hoogheemraadschap van Rijnland en Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard) zijn de handelingsperspectieven. In dit hoofdstuk worden de handelingsperspectieven voor het Hoogheemraadschap van Delfland beschreven voor de Delflandse kust.

6.1

Hold the line

Maatregelen ten behoeve van de zeespiegelstijging moeten zeewaarts of ten minste op de huidige locatie van de waterkering worden gezocht. Terugtrekken wordt niet gezien als wenselijke optie. In het rapport van Deltares (2022) zijn verschillend oplossingsrichtingen gepresenteerd voor de Nederlandse delta bij hoge zeespiegelstijging (zie ook Figuur 1) in het kader van het Kennisprogramma zeespiegelstijging. Deze oplossingsrichtingen zijn Zeewaarts, Beschermen open, Beschermen gesloten en Meebewegen. Uit de gesprekken met de stakeholders is gebleken dat meebewegen, of terugtrekken, niet wordt gezien als realistische oplossingsrichting voor de korte en (middel)lange termijn. Het opgeven van kustareaal wordt daarbij als niet wenselijk gezien, mede omdat terugtrekken voor grote delen van Delfland zou betekenen dat de nieuwe waterkering ver in het achterland komt te liggen. Figuur 9 geeft de maximale waterdiepte bij een overstroming weer als de primaire waterkeringen doorbreken (RWS, 2015). Deze figuur laat zien dat op veel locaties een groot hoogteverschil moet worden gecompenseerd om de waterkering naar het achterland te verplaatsen en een veilige waterkering te behouden.

Figuur 9: Maximale waterdiepte bij een overstroming (RWS, 2015).

31

Onze referentie:: 30130667 - Datum: 7 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Duiding: hold the line Het hold the line handelingsperspectief sluit aan bij de beschikbare ruimte in het beheergebied van het Hoogheemraadschap. Ook sluit het aan bij de huidige waarden in het gebied zoals deze zijn gepresenteerd in Bijlage A: Leidende Waardenkaart met stranden en aangrenzende duingebieden. Dit perspectief sluit niet uit dat de waarden in het gebied in de toekomst veranderen waardoor kan of moet worden overgestapt op een andere handelswijze. Het reserveren en gebruiken van ruimte in het achterland om bijvoorbeeld de duin- of dijkvoet te verbreden wordt niet gezien als een meebewegende strategie. Hoewel de fysieke kering dan meer ruimte in beslag neemt richting het achterland heeft deze (strategische) maatregel het doel om de huidige locatie van de kering te waarborgen. De bijhorende suppletie en versterkingswerkzaamheden vallen hier ook onder. Bouwstenen als het versterken van duinen door middel van suppleties, het stimuleren van de duindynamiek, het versterken van dijken, het aanleggen van keermuren en het toepassen van hybride keringen langs de kust zijn concrete voorbeelden van dit ‘hold the line’ handelingsperspectief. Een voorbeeld van een adaptatiepad dat aansluit bij het ‘hold the line’ handelingsperspectief is tijdens het bouwstenenspelen opgesteld (Bijlage H: Voorgestelde adaptatiepaden door stakeholders).

Bij duinenkust zuid is te zien dat er in het blauwe pad aanvankelijk wordt ingezet op het stimuleren van duindynamiek, het (zandig) versterken van duinen en hybride keringen. Wanneer deze niet meer voldoen moet worden gezocht naar alternatieve (harde) bouwstenen.

6.2

Zacht waar het kan, hard waar het moet

Kansen voor zachte maatregelen Een belangrijk uitgangspunt voor de waterveiligheid in het gebied is om zo lang mogelijk de zandige kering te behouden. Een groot deel van de Delflandse kust bestaat uit duingebieden met een aangrenzend strand. Deze duinen zijn de natuurlijke bescherming tegen hoogwater vanuit de Noordzee. Deze zandige bescherming biedt naast waterveiligheid ruimte voor natuur, recreatie, (zoet)waterwinning en economische activiteit en is daarmee van integrale waarde voor het gebied. Om deze gebiedswaarden te behouden wordt er zoveel mogelijk en zo lang mogelijk gekeken naar het in stand houden van deze zandige kustbescherming. Hiermee wordt zo lang mogelijk de situatie behouden die lijkt op de huidige situatie. Hierdoor hebben stakeholders langer de tijd om de transitie te maken naar de nieuwe kust. Ook kunnen afschrijvingen worden gedaan over een langere periode en is er meer tijd om de stedelijke transitie in gang te zetten en te faciliteren. Door zandsuppleties op de vooroever, op het strand en bij de duinen op te schalen kan nog een tijd voldoende zand worden gesuppleerd om het achterland te beschermen en het zandige karakter langs dit deel van de kust te behouden.

Uitdagingen voor zachte maatregelen Stijgende kosten voor zand en ruimtegebrek worden door de stakeholders gezien als mogelijk beperkende factoren om suppleties langs de Delflandse kust uit te blijven voeren. Deze suppletieactiviteit moet bij toenemende zeespiegelstijging niet alleen langs de Delflandse kust, maar langs de gehele Nederlandse kust worden opgeschaald om de waterveiligheid van Nederland te waarborgen. Dit gaat gepaard met een toenemende vraag naar zand dat mogelijk van steeds verder uit zee moet worden gehaald. Hierbij is de verwachting dat de prijs van een kubieke meter zand in de toekomst stijgen. De eventuele prijsverandering van suppletiemateriaal zal moeten blijken uit de landelijke discussies en bijhorende onderzoeken. Eventuele stijgende kosten zullen een effect hebben op het handelingsperspectief van het hoogheemraadschap. De gevolgen van opgeschaalde zandwinning op de ecologie zijn nog niet voldoende bekend. Zowel het intensiveren van de zandwinning op de huidige locatie als het verplaatsen/aanvullen van zandwinning op andere locaties heeft een effect op de ecologie in het gebied.

Onder andere in het kader van het topconsortium voor Kennis innovatie (TKI) deltatechnologie wordt onderzoek gedaan naar de effecten van zandsuppleties op de ecologie in het gebied (Arcadis, 2020b) en naar de effecten van zandsuppleties op ecologie bij inzet van alternatieve suppletiemethoden (Arcadis, 2022c). Daarnaast zijn in opdracht van Rijkswaterstaat onderzoeken uitgevoerd naar korrelgroottes op strand en duinen van Vlieland (Arcadis, 2022a) en naar de morfologische ontwikkelingen en effecten van de verzanding van de haringvlietmonding (Arcadis 2022b).

32

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Daarnaast is ook de beschikbare ruimte een beperkende factor. Niet op alle locaties langs de Delflandse kust (bijvoorbeeld bij bebouwde gebieden als Scheveningen, Kijkduin en in mindere mate Ter Heijde en Hoek van Holland) is per definitie ruimte beschikbaar om de kering uit te kunnen breiden. In dichtbebouwde gebieden is nu al weinig ruimte beschikbaar om de duinvoet te verbreden richting het achterland. Zeewaarts is deze ruimte langs de kust wel beschikbaar, maar het eventueel toepassen van (grootschalige) zandsuppleties heeft invloed op het ruimtelijk en economisch functioneren van de gebieden. Zo zou er bij meerdere meters zeespiegelstijging dusdanig veel moeten worden gesuppleerd dat het aanzien van het gebied sterk kan veranderen. Wanneer het duin zeewaarts wordt verbreed, wordt ook het aan te vullen hoogteverschil tussen de (zee)bodem en de waterspiegel groter waardoor steeds grotere hoeveelheden zand nodig zijn om een gelijke beschermingsgraad in het achterland te garanderen.

Van zacht naar hard met de opties open Om met de onzekerheden van de toekomst om te gaan is het cruciaal zo veel mogelijk opties open te houden. Wanneer de zeespiegelstijging blijft toenemen moeten toch keuzes worden gemaakt tussen het volhouden en opschalen van zandsuppleties of het aanpassen van de kering naar bijvoorbeeld een hybride of volledig harde kering. De aansluitingsconstructies bij Hoek van Holland (aansluitingsconstructie met de Delflandse Dijk) en Scheveningen (aansluitingsconstructies aan de noord- en zuidzijde) worden gezien als een van de eerste plaatsen waar de adaptatiepaden voor de verschillende delen op elkaar zijn af te stemmen. Ook bij de verstedelijkte gebieden langs de kust moet mogelijk een keuze worden gemaakt de keringen aan te passen. Deze keuze zal afhangen van de ontwikkelingen in het gebied. Het is technisch makkelijker om een zandige kering te verhogen met enkele centimeters dan om een hybride kering in een dichtbebouwd gebied enkele centimeters te verhogen. De mate waarin maatregelen nog kunnen worden geïmplementeerd hangt ook af van onder andere de beschikbare ruimte. Het is daarom cruciaal om zo veel mogelijk no- en low-regret maatregelen te implementeren en in de gebiedsontwikkeling rekening te houden met de toekomstige waterveiligheidsuitdagingen. Een voorbeeld van een dergelijke afweging is de eventuele keuze bij de Scheveningse haven.

Hoewel het doortrekken van de kering ter hoogte van de huidige opening het onderhoud van de waterkering minder complex maakt en het makkelijker maakt om hier zandige versterkingen te realiseren, heeft het bijvoorbeeld wel gevolgen op de waterkwaliteit in de dan (deels) afgesloten haven en de mogelijkheden tot afwatering vanuit het achterland. De mogelijkheden voor de Scheveningse haven worden hieronder verder toegelicht.

Keuze voor Scheveningen haven Langs de Delflandse kust ligt een grotendeels rechte waterkering van duingebieden. Bij Scheveningen wordt deze ‘onderbroken’ door de Scheveningse haven. Hier loopt de kering meer via het binnenland en om de haven heen. Deze kering loopt hier door een bebouwde omgeving. Het ophogen en/of verbreden van de kering wordt hier beperkt door de aanwezigheid van bebouwing die eerst moet worden vervangen, verplaatst of verwijderd voordat deze kan worden versterkt. Om het achterland bij toenemende zeespiegelstijging te kunnen beschermen moet in de toekomst een keuze gemaakt worden voor de verlegging van de waterkering en of de haven van Scheveningen op de huidige plek kan blijven. Wanneer de huidige waterkering in het verlengde van de noordelijke en zuidelijke waterkering kan worden doorgetrokken ter plekke van de huidige opening wordt het onderhoud van het gebied als geheel minder complex. Deze keuze alsook de eventuele invulling hiervan moet in samenwerking met de actoren in het gebied worden afgestemd en hangt onder andere af van toekomstige ontwikkelingen op het gebied van economische activiteit, natuurwaarden, woningbouw en mobiliteit.

Gemeente Den Haag heeft in haar havenconvenant (Den Haag, 2020) opgenomen dat ze onderzoek gaat doen naar “de ontwikkelingsscenario’s voor de fysieke infrastructuur van de Scheveningse haven, de toekomstige ontwikkelingen van de zeewering, de mogelijkheid om de zeewering zoveel mogelijk richting zee te leggen, een flexibele kering bij de huidige havenmond en de aanleg van een buitengaatse kade”. In de huidige situatie is het (volledig) afsluiten van de Scheveningse haven niet bespreekbaar voor een groot deel van de stakeholders. Omdat deze maatregel vanuit puur waterveiligheid de meest wenselijke optie is, is deze mogelijke maatregel toch opgenomen in het handelingsperspectief. Het is belangrijk te beseffen dat met een veranderend tijdsbeeld en (onvoorziene) ontwikkelingen in de toekomst moet blijken of deze optie ook daadwerkelijk onbesproken blijft in de toekomst.

33

Onze referentie:: 30130667 - Datum: 7 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Duiding: zacht waar het kan, hard waar het moet Het ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’ handelingsperspectief sluit aan bij de huidige waarden in het gebied zoals deze zijn gepresenteerd in Bijlage A: Leidende Waardenkaart met stranden en aangrenzende duingebieden. Hierbij kan het karakter van het gebied zo lang mogelijk behouden blijven. De meeste ruimte om waterkeringen uit te breiden ligt zeewaarts, waarbij zandige suppleties het meest voor de hand liggen (beschikbaarheid van materiaal, kosten en gebiedskarakter). Dit perspectief sluit niet uit dat de waarden in het gebied in de toekomst veranderen waardoor kan of moet worden overgestapt op een andere handelswijze. Bijvoorbeeld de mate van stedelijke ontwikkeling is een van de signalen die beïnvloeden in hoeverre zandige versterkingen kunnen worden toegepast. De verdere ontwikkeling van de stedelijke gebieden kan de druk vergroten op de beschikbare ruimte en de mogelijkheid om zandige versterking toe te kunnen passen. Ook kan de situatie aan de kust dermate veranderen dat de stedelijke gebieden niet verder uitbreiden en er juist meer ruimte beschikbaar komt voor bijvoorbeeld zandige maatregelen, natuur en recreatie. Bouwstenen als het versterken van duinen door middel van suppleties en het stimuleren van de duindynamiek, langs de kust zijn concrete voorbeelden van het zacht waar het kan handelingsperspectief.

Op locaties waar dit niet (meer) mogelijk is kunnen bouwstenen als het versterken/aanleggen van dijken en keermuren en het toepassen van hybride keringen toegepast worden om de beschermingsgraad in het achterland te waarborgen. Een voorbeeld van een adaptatiepad dat aansluit bij het ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’ handelingsperspectief is tijdens het bouwstenenspelen opgesteld (Bijlage H: Voorgestelde adaptatiepaden door stakeholders). Bij duinenkust-noord is te zien dat er in het groene pad aanvankelijk wordt ingezet op het stimuleren van duindynamiek en zandsuppleties. Wanneer deze niet meer voldoen kan (plaatselijk) overgestapt worden op het duinversterkingen of hybride waterkeringen.

Duiding: Scheveningen Boulevard Ook in het hoogstedelijke Scheveningen kan het handelingsperspectief ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’' worden gevolgd. De Scheveningse boulevard is grotendeels een zandige kering. Hoewel een deel van de boulevard bestaat uit een ‘dijk in boulevard’ is dit niet het geval voor de gehele boulevard. Het deel van de boulevard waar geen dijk onder zit is feitelijk een ‘duin in boulevard’ of ‘boulevard over duin’. Het toepassen van zandige bouwstenen past dan ook in dit gebied. Een voorbeeld van een adaptatiepad dat aansluit bij het ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’ handelingsperspectief voor de Scheveningse boulevard is tijdens het bouwstenenspelen opgesteld (Bijlage H: Voorgestelde adaptatiepaden door stakeholders). Hier zijn zandige bouwstenen weergeven (groen adaptatiepad, waarbij aanvankelijk wordt ingezet op het stimuleren van duindynamiek en duinversterking. Parallel hieraan lopen de hybride waterkering (paars adaptatiepad) en het toepassen van waterkerende bebouwing (blauw adaptatiepad). Zolang er voldoende zand en ruimte beschikbaar is kan de waterveiligheid langs de boulevard worden behouden door middel van zachte bouwstenen. Wanneer dit niet meer houdbaar is, kan bijvoorbeeld de hybride kering worden verlengd of verhoogd. Een groot deel van de Scheveningse kust is bebouwd.

Wanneer hier op termijn geen aanvullende ruimte beschikbaar komt kan naast het zeewaarts verbreden van de kering ook gekeken worden naar de toepassing van waterkerende bebouwing. Interessant is dat bijvoorbeeld het geleidelijk uitfaseren van bebouwing (dicht) langs de kust en kering hier door de stakeholders niet als wenselijk is gezien. Ook het gebruik van maatregelen met betrekking tot coupures (in combinatie met waterkerende bebouwing) zijn tijdens het bouwstenenspel niet opgenomen in de mogelijke adaptatiepaden voor de boulevard van Scheveningen.

34

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Duiding: Scheveningen Haven Bij de haven van Scheveningen kan het handelingsperspectief ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’' moeilijker worden gevolgd. De haven van Scheveningen wordt nu al omringd door een aaneengesloten dijk. Om zandige bouwstenen toe te kunnen passen op dit deel van de waterkering moet de waterkering in een rechte lijn doorlopen ter hoogte van de huidige havenmond. Een dergelijke keuze is nu nog niet aan de orde en is sterk afhankelijk van de economische ontwikkelingen. Een voorbeeld van een adaptatiepad dat aansluit bij het ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’ handelingsperspectief voor de Scheveningse haven is tijdens het bouwstenenspelen opgesteld (Bijlage H: Voorgestelde adaptatiepaden door stakeholders). Hierin is gekozen om de keringen aanvankelijk te versterken door middel van waterkerende bebouwing en het (tijdelijk) afsluiten van coupures bij hoogwater. Bij toenemende zeespiegelstijging kunnen bouwstenen als een stormvloedkering in de huidige havenmond zorgen dat de haven op de huidige locatie bruikbaar blijft. Het definitief afsluiten van de haven op de huidige plek heeft een positief effect op de waterveiligheid en hierbij zou de zandige waterkering kunnen worden doorgetrokken

6.3

Strategische planning

Een cruciaal onderdeel van de handelingsperspectieven voor het Hoogheemraadschap van Delfland is om actief in te zetten op strategische planning. In het in 2020 verschenen rapport Toekomstscenario’s primaire waterkering Scheveningen (Arcadis, 2020b), wordt dit belang ook meerdere malen benadrukt. Naast de technische bouwstenen die zijn geïdentificeerd in dit rapport zijn er ook ruimtelijke keuzes te maken die invloed hebben op de handelingsperspectieven van Delfland. Het reserveren van ruimte om daar in de toekomst maatregelen te kunnen ontwikkelen is een van deze strategische keuzes, die nu al kunnen voorbereiden op latere keuze-opties. Deze keuzes die significante invloed kunnen hebben op het handelingsperspectief van Delfland worden niet alleen gemaakt door Delfland maar ook door andere partijen (zie hiervoor ook hoofdstuk 6.4). De noodzaak voor een continue focus op strategische planning is in al onze gezamenlijke sessies regelmatig en daarom ook los van andere fysieke opties weergegeven. Hieronder zijn een aantal concrete voorbeelden uitgewerkt om een beter idee te geven van welke instrumenten ingezeten moeten worden om adaptatie strategieën en/of maatregelen te kunnen implementeren.

Voor het overzicht is een onderscheid gemaakt tussen interne instrumenten die Delfland zelf kan inzetten en externe instrumenten waar Delfland met andere overheden zal moeten samenwerken om tot een gewenst resultaat te komen. De constante stroom aan nieuwe informatie variërend van globale studies (b.v. IPCC) tot en met lokale studies (zoals deze) vereist een plan-do-check-act achtig proces waarbij plannen en afspraken op wenselijke momenten worden getoetst aan nieuwe kennis en informatie. Deze periodieke check en update is in Bijlage H weergegeven met de bolletjes in de strategische planning lijn, waarbij de frequentie tussen de updates het beste in overleg bepaald kan worden. De frequentie kan bijvoorbeeld afhankelijk gemaakt worden van IPCC updates, kennisprogramma updates, nieuwe wet- en regelgeving en/of veranderende economische condities. Het is belangrijk te beseffen dat de onderstaande lijst niet compleet is en vooral focust op het doel van deze opdracht: waterveiligheid in de kustzone. Voor langetermijnplanning dienen andere disciplines ook beschouwd te worden. Hoogheemraadschap van Delfland kan voornamelijk via de Keur, Legger en het vergunningenbeleid toekomstige ruimte vrijhouden voor fysieke ingrepen in de kustzone.

Andere instrumenten om dit te bereiken, zoals een bestemmingsplan, omgevingsplan, Barro, etc., moeten ingezet worden om ook andere overheden te stimuleren om rekening te houden met toekomstige behoeftes vanuit een waterkering perspectief. Het is daarom van belang om via intensieve samenwerking met andere overheden planmatig en beleidsmatig na te denken welke maatregelen nu nodig zijn om over bijvoorbeeld 50 jaar een bepaalde bouwsteen te kunnen realiseren. Als dit niet geprioriteerd wordt dan wordt de haalbaarheid van bepaalde bouwstenen negatief beïnvloed, waarbij de overblijvende bouwstenen vaak veel duurder uitvallen en de kernkwaliteiten van de kust onherstelbaar beschadigd kunnen worden bij gebrek aan haalbare bouwstenen.

35

Onze referentie:: 30130667 - Datum: 7 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Beschrijving

Trekker/ Effect op Adaptatieplanning Verantwoordelijke

Denkbare aanpassingen/initiatieven

Opmerkingen

Vergunningen beleid Waterkeringen

HH Delfland

Via de waterwet vergunning, onderbouwd met Tijdelijke vergunningen het beleid kunnen bepaalde initiatieven tegengehouden worden of juist gestimuleerd Beter onderbouwen en definiëren beschermingszones worden.

Keur & Legger Waterkeringen

HH Delfland

Beschermingszones (reserveren van ruimte) Aanpassen beschermingszone naar een Ruimtegebruik (toestaan van activiteiten die landwaartse positie die een lange termijn gewenste kwaliteiten promoten) versterking van de zeewering faciliteert.

Omgevingswet

Rijk

Significant effect op ruimtelijke ontwikkelingen Beinvloeden ontwikkeling van onderliggende omgevingsplannen, omgevingsvisies om zo ruimtelijke ontwikkeling te sturen.

De west is al aangenomen, maar nog niet in werking getreden. Wordt vanaf volgend jaar waarschijnlijk bepalend voor alle nieuwe initiatieven.

Basis Kust Lijn (BKL)

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Water

De ligging van de BKL en inrichting van het kust onderhoud hebben direct invloed op de veiligheid en gerelateerde instandhoudingskosten van de Delflandse kust

Officieel is de BKL niet gerelateerd aan de waterveiligheid. In de gesprekken met RWS zou Delfland dit wel bespreekbaar kunnen maken en het meegroeien van het kustfundament als een belangrijke lange termijn voorwaarde kunnen stellen.

Weerkrachtig Zuid Holland

Provincie Zuid Holland

De stresstesten en gerelateerde documenten Vanuit HH Delfland zou gedacht kunnen worden die voortvloeien uit deze adaptatiestrategie aan het beschikbaar stellen van een of meerdere zijn goede aanknopingspunten voor Delfland experts die bijdragen aan de rapporten en studies om veranderingen gerelateerd aan de en wellicht zelfs een nieuwe revisie van de behoefte aan sterke en robuuste strategie. waterkeringen op de agenda te krijgen.

Een voorbeeld is de beleidsregel toekomstbestendig bouwen, waar logischerwijs input vanuit het hoogheemraadschap in verwerkt zou moeten zijn.

Bestemmings- / Kustgemeentes omgevings (Den Haag, plannen Westland en Rotterdam)

Ruimtegebruik bepaalt waar en welke ontwikkelingen mogelijk zijn

Wanneer nodig bestemmingen aanpassen zodat intensievere bebouwing niet langer gestimuleerd wordt (of wel, maar dan met expliciete maatregelen)

Het bestemmingsplan kan volgend zijn op een legger met reserveringszones (beschermingszones) waarbij woonkernen aangepast worden nav nieuwe zones.

Structuur- / Gemeentes en Omgevingsvisies Provincie ZuidHolland

Beinvloed het handelingsperspectief van Delfland.

Kunnen kaderstellend zijn aan de ontwikkeling op De huidige structuurvisies zijn vaak de kust en geven richting in wat ruimtelijk wel en geschreven met een visie voor de niet mogelijk is komende 20 jaar.

Losse plannen Gemeente Den zoals Convenant Haag Scheveningen Haven

Beschikbare ruimte wordt gebruikt voor woningbouw, recreatie en bedrijven

Vroegtijdige beïnvloeding en advies op ruimtelijke plannen vanuit veiligheidskaders. Uiteindelijk wordt dit via waterwet vergunningen ondervangen

36

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

De ligging van BKL formeel koppelen aan veiligheid en aanpassen aan de hand van de gewenste adaptatie strategie van Delfland

Vergunningen met een houdbaarheids- datum worden al gebruikt voor bepaalde initiatieven. Dit kan verder ontwikkeld worden om het handelingsperspectief verder te faciliteren.

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

6.4

Samenwerking

Om (grootschalige) versterkingen of aanpassingen van de waterkering langs de kust te coördineren moet daarom worden samengewerkt met andere verantwoordelijke of invloedrijke partijen. De kust van Delfland bestaat grotendeels uit duingebied dat grenst aan het strand. De duinen worden beheerd door het hoogheemraadschap en andere terrein beherende organisaties. Het strand en de vooroever worden onder andere door middel van strandsuppleties beheerd door Rijkswaterstaat. Keuzes over het suppletieprogramma en de implementatie van hybride of harde keringen moeten in samenwerking met Rijkswaterstaat worden genomen. Het hoogheemraadschap kan op verschillende manieren invloed uitoefenen (zie ook aanbevelingen in hoofdstuk 7.2): • •

• •

Sturend, zoals beschreven in hoofdstuk 6.3 kan beleid en kunnen plannen gebruikt worden om direct te sturen op ontwikkelingen in het ruimtelijk gebied. Informerend, door partners en betrokkenen naar een dusdanig kennisniveau te krijgen dat impliciet of expliciet steeds meer rekening gehouden wordt met de doelstelling van het hoogheemraadschap. Het informeren van mensen en betrekken van mensen bij het proces draagt bij aan hun verantwoordelijkheidsgevoel waardoor hun houding ten opzichte van het nemen van concrete actie zal veranderen van een passieve houding naar een meer proactieve houding. Als onderdeel van dit project heeft Hoogheemraadschap Delfland daar al een stap in gezet door stakeholders te informeren en actief te betrekken bij het analyseren van bouwstenen en adaptatiepaden. Lobbymatig, door het beïnvloeden van partijen of personen die invloed hebben op landelijke, provinciale of regionale ontwikkelingen. Samenwerkend, bijvoorbeeld door budgetten te combineren voor gezamenlijke doelstellingen of door kennis en kunde uit te wisselen tussen organisaties en daarmee betere en effectievere werkprocessen te creëren. De samenwerkingsverbanden met besluitvormers zullen vooral als doel moeten hebben om, door middel van informeren, een gezamenlijk bewustzijn te creëren voor een handelingsperspectief en ieders rol in het creëren van dit perspectief.

Daarbij zal bijvoorbeeld een jaarlijkse planning sturing kunnen geven aan het focussen op het vernieuwen van bepaalde plannen, beleidsstukken of adviesnota’s binnen de samenwerkende organisaties. Het is daarbij zaak bestuurlijk draagvlak te hebben en financiering voor de tijd en middelen om te netwerken en samen te werken. Doordat voor Delfland veel van de doelstellingen alleen behaald kunnen worden door samen te werken met bestuurlijke instanties, zou ook gedacht kunnen worden aan een ambtelijke werkgroep en bestuurlijke werkgroep. Daarbij zal eerst gekeken moeten worden naar de bestaande samenwerkingsverbanden en hun doelstellingen (en functioneren), voordat nieuwe verbanden worden opgezet die de toch al drukbezette agenda’s nog verder vullen.

Deze processen kunnen alleen succesvol worden ingezet als naast het proces ook aandacht, tijd en investeringen beschikbaar zijn voor een sociale/culturele component die alle betrokkenen een groeiproces laten doormaken. Door het opstellen en onderhouden van een meerjarenplanning kan proactief het gesprek aangegaan worden met de juiste partners. Hierdoor kan tijdig meegedacht worden en eventueel stukken aangedragen worden die de kans op het behalen van de doelstellingen vergroten. Te denken valt aan het informeren van een gemeenteraad door het hoogheemraadschap, zodat bij het opstellen van meerjarenbegrotingen of belangrijke wijzigingen in bestemmingsplannen, de doelen van het hoogheemraadschap op het netvlies staan van de bestuurders en besluitvormers. Het is hierbij zaak bewust te zijn van de natuurlijke (bestuurlijke) fluctuaties die gepaard gaan met het democratische systeem waar zowel gemeenteraden, ministeries en hoogheemraadschappen mee te maken hebben. Hierbij zullen iedere paar jaar nieuwe relaties aangegaan moeten worden om de samenwerking op pijl te houden.

37

Onze referentie:: 30130667 - Datum: 7 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

7

Aanbevelingen

Op basis van de uitgevoerde Verkenning van de handelingsperspectieven voor een veilige Delflandse kust, waarvan de resultaten zijn beschreven in dit rapport, worden in dit hoofdstuk de aanbevelingen gepresenteerd. De aanbevelingen zijn verdeeld in drie typen: kennislacunes (Hoofdstuk 7.1), aanbevelingen voor de landelijke discussie (Hoofdstuk 7.2Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) en aanbevelingen voor specifieke locaties in het beheergebied van Hoogheemraadschap van Delfland (Hoofdstuk 7.3).

7.1

Kennislacunes

Tijdens de verkenning van de handelingsperspectieven voor een veilige Delflandse kust zijn op basis van de afgenomen interviews, het bouwstenenspel met stakeholders en de opgestelde handelingsperspectieven kennislacunes geïdentificeerd. Een groot aantal van deze kennislacunes zijn toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de bewegingsvrijheid en keuzemogelijkheden voor het hoogheemraadschap met betrekking op waterveiligheid. Sommige kennislacunes zoals de effecten op ecologie moeten nader worden onderzocht. Anderen, zoals de economische ontwikkelingen in de haven van Scheveningen, moeten worden gemonitord en actief worden afgestemd door de gemeente Den Haag en het hoogheemraadschap om een onderbouwde en breed gedragen keuze te kunnen maken tussen te implementeren bouwstenen. Hieronder worden deze en andere kennislacunes beschreven

Toetsen van de adaptatiepaden met aanvullende kennis De adaptatiepaden in dit rapport zijn opgesteld met de inzichten en kennis van de deelnemers aan het bouwstenenspel. Hierbij kwamen ook vragen op die niet direct met de beschikbare kennis waren te beantwoorden. De adaptatiepaden maken duidelijk waar aanvullend onderzoek de mogelijke maatregelen kunnen aanscherpen. Dit maakt het mogelijk om een betere duiding aan de keuzemogelijkheden te geven. Gericht onderzoek wordt als wenselijk gezien.

Beschikbaarheid van suppletiemateriaal Een van de mogelijke toekomstige uitdagingen om zandige bouwstenen toe te blijven passen langs de Nederlandse en dus ook de Delflandse kust is de beschikbaarheid van suppletiemateriaal. Bij toenemende zeespiegelstijging is de verwachting dat steeds grotere hoeveelheden zand nodig zijn om een gelijke beschermingsgraad te waarborgen omdat het te overbruggen hoogteverschil tussen de bodem en het verwachte waterniveau bij hoogwater kan stijgen. Bij toenemende vraag naar suppletiemateriaal kan het zijn dat dit zand steeds verder zeewaarts gewonnen moet worden. Naast de technische uitdaging kunnen de kosten van het suppletiemateriaal stijgen. Onderzoek naar de verwachte beschikbaarheid van suppletiemateriaal is nodig om een keuze te kunnen maken om zandige bouwstenen toe te kunnen blijven passen. Dit vraagstuk is onderdeel van het landelijk Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Deze kennislacune wordt dus in de toekomst ingevuld door de resultaten van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Het is nodig deze ontwikkelingen in de gaten te houden.

Ecologische gevolgen van het opschalen van activiteit langs de kust Het opschalen van (suppletie)activiteit langs de kust en het implementeren van andere (hardere) bouwstenen heeft gevolgen voor de ecologische toestand in het gebied. Deze effecten zijn nog niet voldoende in kaart gebracht. Onderzoek naar de verwachte ecologische effecten van de verschillende handelingsperspectieven is nodig om een veilige en duurzame kust te behouden.

Bestuurlijk speelveld Om de in dit rapport geïdentificeerde handelingsperspectieven met bijhorende bouwstenen goed te kunnen implementeren en de toekomstige keuzes goed te kunnen maken is het nodig deze in het bestuurlijke speelveld te plaatsen. Hoe passen de handelingsperspectieven in de landelijke waterveiligheidspuzzel? Welke instrumenten kan het hoogheemraadschap op welke manier inzetten om besluitvorming tijdig te beïnvloeden? Het is nodig het bestuurlijk speelveld te identificeren en te verkennen.

38

Onze referentie: 30130667 - Datum: 07 November 2022

EINDRAPPORTAGE - VERKENNING VAN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR EEN VEILIGE DELFLANDSE KUST

Maatschappelijke en technische ontwikkelingen Om onderbouwde en gedragen keuzes te kunnen maken is het cruciaal om signals en triggers tijdig te herkennen. Het is nodig maatschappelijke en technische ontwikkelingen zoals economie, politiek en demografie en de gevolgen hiervan de monitoren.

7.2

Aanbevelingen voor de landelijke discussie

De bevindingen in dit rapport geven handvatten voor het Hoogheemraadschap van Delfland in de vorm van handelingsperspectieven. Deze handelingsperspectieven zijn bedoeld om een beeld te schetsen van de mogelijkheden voor Delfland om waterveiligheid langs de Delflandse kust te waarborgen bij toenemende zeespiegelstijging. Deze handelingsperspectieven (beschreven in Hoofdstuk 6) bevatten bouwstenen die het hoogheemraadschap kan gebruiken om zich te positioneren in de landelijke discussie over waterveiligheid langs de Nederlandse kust en richting gemeentes rondom ruimtelijke ontwikkelingen.

Keuzemomenten Als eerste indicatie voor keuzemomenten gerelateerd aan bouwstenen is de periodieke toetsing van de waterkering een goede indicatie. Voor het hoogheemraadschap is de periodieke toetsing van de waterkering één van de wettelijke verplichtingen die volgen uit de Waterwet. Deze twaalfjaarlijkse toetsing biedt een goede frequentie (in vergelijking tot een levensduur van 50 jaar en de benodigde tijd voor een zeespiegelstijging van 3 m) om nieuwe informatie zoals versnelling van de zeespiegelstijging mee te nemen en de daarmee resterende levensduur van een waterkering te kwantificeren. De ingeschatte resterende levensduur kan gebruikt worden om acties te initiëren die de keuze voor een bouwsteen mogelijk maken. Hierbij is het belangrijk om te beseffen dat voor bepaalde bouwstenen wellicht nu al een keuzemoment én schakelpunt nodig is, zodat over bijvoorbeeld 50 jaar ruimte, budget en/of draagvlak beschikbaar is voor een groter fysiek bouwwerk dat een impact heeft op bestaande assets zoals woningen, industrie, natuur en/of drinkwater. In de praktijk bestaat er altijd een spanningsveld tussen de druk om bebouwd gebied uit te breiden, meer ruimte voor natuur en recreatie te bieden en ‘ongebruikte’ ruimte te benutten, met het risico dat een precedent ontstaat waarmee het vrijhouden van gereserveerde ruimte alleen maar lastiger wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14407503/1