RIS319024 Bijlage 1 2024-06 PlanUitwerkingsKader MeLeCo (STREKT TER VERVANGING)
Tekst van het document
Ook al is de toegankelijkheid van de huidige binnentuinen van de corporatie soms beperkt tot de direct omwonenden, het groen en de aanwezige voorzieningen (ontmoetingsplekken, speelvoorzieningen) dragen zeer positief bij aan een prettige leefomgeving. Voor de groennormering is het gehele gebied tussen de Melis Stokelaan, Leyweg, Erasmusweg en Dedemsvaartweg als uitgangspunt genomen. Ook een deel van de groenzone tussen de Melis Stokelaan en de Bentelostraat is hierin meegenomen omdat deze binnen de directe loopafstand van het MeLeCo project ligt. In dit gebied is het (openbare) groen in verhouding tot het totale aantal woningen, nu en in de toekomst, in kaart gebracht.
In de huidige situatie kent dit gebied 2.103 woningen. Er is 39.460 m2 openbaar groen aanwezig. Groen op het terrein van de corporaties is hierbij niet meegerekend. Dit komt neer op 18,8 m2 groen per woning. In de nieuwe situatie zijn er, op basis van de proefverkaveling, in dit gebied 2.255 woningen (+280 woningen variant). Zonder aanvullende vergroeningsmaatregelen daalt daarmee de hoeveelheid groen per woning tot 17,5 m2, en voldoet daarmee aan de gestelde referentienorm. Huidige situatie
De herinrichting van de Melis Stokelaan en Leggelostraat maakt het mogelijk ca. 1.000 m2 groen toe te voegen, waardoor dit stijgt tot 17,9 m2 per woning. Deel van deze vergroeningsopgave is ook meegenomen in de WBI-aanvraag voor MeLeCo.
Getallen zijn voor aangegeven deelgebied (zwarte omlijning) De berekening is gedaan op basis van al het gemeentelijk beheerd groen, exclusief de binnentuinen!
18,8 m² per woning
Na bouwen MeLeCo (zonder vergroening)
17,5 m2 per woning
+1.000 m2 vergroening in openbare ruimte Na bouwen MeLeCo (met vergroening)
17,9 m2 per woning figuur 5.32 - groenberekening Haagse referentienorm - deelgebied Morgenstond voor MeLeCo PUK MELECO mei 2024
48
Getallen zijn voor aangegeven deelgebied (zwarte omlijning) De berekening is gedaan op basis van al het gemeentelijk beheerd groen, exclusief de binnentuinen!
Bij de behandeling van de structuurvisie is ook het uitgangspunt 22 m2 groen per woning voor heel Zuidwest als uitgangspunt vastgesteld. Wanneer naar een groter gebied dan alleen de directe omgeving van het project MeLeCo wordt gekeken blijkt dat een reëel uitgangspunt. Zo is berekend dat voor heel Morgenstond de hoeveelheid groen per woning in de huidige situatie 23,8 m2 bedraagt. Bovenstaande laat zien dat er binnen Morgenstond dus verschillen zijn in de hoeveelheid openbaar groen per deelgebied. Het betekent ook dat voor Morgenstond als geheel de verdichting hand in hand moet gaan met vergroening van de openbare ruimte. Dit kan door deze te vergroenen (zoals in de structuurvisie is voorzien bij het winkelcentrum Leyweg, langs de Melis Stokelaan, de Hengelolaan en de Maartensdijklaan) of door corporatiegroen als openbaar groen in te richten en te beheren. Groenplan De ontwikkelaar dient een groenplan te maken, passend bij en aanvullend op de groene structuren en natuurwaarden in de omgeving. Het groenverlies en de voor de ontwikkeling eventueel noodzakelijk te kappen bomen worden daarin gecompenseerd. Het uitgangspunt is om gezonde bomen zoveel mogelijk te handhaven of te verplanten of, als het echt niet anders kan, te herplanten. In dat geval is een boomwaardetaxatie verplicht, ook voor een eventuele kapvergunningsprocedure.
Om te bekijken of er zoveel mogelijk bomen te behouden zijn zal een knelpuntenkaart worden opgesteld. Uitgangspunt is zoveel mogelijk bomen te behouden. Compensatie van groen op de locatie is mogelijk door dubbelgrondgebruik (groene daken, balkons, pergola’s of gevelgroen), door extra waterberging te maken en door punten te scoren op het puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen. Voor compensatie van bomen dient een voorstel uitgewerkt te worden. De inrichting van eventuele groenstroken direct grenzend aan de locatie en de omliggende buitenruimte dienen in het groenplan meegenomen te worden. Voor de soortkeuze van nieuwe bomen is de Haagse sortimentslijst van toepassing. Bij de vergroening van het terrein dient indien nodig speciale aandacht te zijn voor het niet aanlichten van het groen in verband met het vleermuisnetwerk.
Situatie Morgenstond
23,8 m² per woning
253.524 m² openbaar groen
10.647 huishoudens
figuur 5.33 - groenberekening Haagse referentienorm Morgenstond, huidige situatie PUK MELECO mei 2024
49
speelplekken 0-6 jaar
speelplekken 7-12 jaar
Speelnormering kinderen Vanuit de huidige situatie is een inschatting gemaakt wat de bijdrage is voor dit project in relatie tot het grotere gebied. Hierbij is ook rekening gehouden met de afstand die verschillende leeftijdsgroepen naar de speelplekken kunnen afleggen. Het resultaat is zichtbaar in de analysekaarten (zie hiernaast). Te zien is dat er op dit moment speelaanleidingen zij voor kinderen van 0 tot 6 en van 6 tot 12 jaar. Als deze uit het speelnetwerk verdwijnen is op de kaarten te zien dat er een gat ontstaat in de dekking van speelplekken in het gebied. Daarom dienen deze speelplekken terug te komen in het nieuw te maken ontwerp voor de binnentuin. Voor MeLeCo dient er dus minimaal één maar bij voorkeur twee speelplekken voor kinderen van 0 tot 6 te worden gecreëerd. Ook voor kinderen van 6 tot 12 jaar dienen speelvoorzieningen in het plan te worden opgenomen. Dit kan worden gecombineerd met de andere leeftijdscategorie. Deze kunnen onderdeel zijn voor het ‘plan van eisen’ (PvE) van het landschapsontwerp. Voor de oudere leeftijdscategorie (13 tot 18 jaar) is de huidige situatie dekkend genoeg. En is er dus niet een directe opgave die in het die in het PvE voor de binnentuin moet worden meegenomen.
speelplekken 13-18 jaar
Benodigd: • 1 tot 2 speelplekken 0-6 jaar • 1 speelplek 6 tot 12 jaar
speelplekken 0-6 jaar 1 tot 2 nieuwe plekken
speelplekken 7-12 jaar 1 nieuwe plek
figuur 5.34 - speelnormering MeLeCo en omgeving, huidige situatie PUK MELECO mei 2024
50
Afval Afval is een grondstof. Waar Den Haag de afgelopen jaren heeft ingezet op recycling, wordt de komende jaren ingezet op hergebruik. De schaal van de ontwikkeling in MeLeCo maakt het mogelijk om hiervoor duurzame oplossingen te realiseren zoals circulaire afvalverwerking en afvalscheiding. Alternatieven voor een gescheiden inzameling van afval bij hoogbouw worden momenteel onderzocht bijvoorbeeld in de vorm van perscontainers. Het maximaliseren van het hergebruik van grondstoffen door middel van het scheiden van afval in hoogwaardige fracties. Uitgangspunten voor de ontwikkeling zijn: • Voor de renovatie-flats wordt de afvalinzameling geregeld in het openbare gebied via ORAC’s, ervan uitgaande dat het aantal huishoudens van de renovatieblokken ongewijzigd blijft. • Afvalinzameling belast de openbare ruimte niet. In principe staan inzamelmiddelen op eigen terrein. Dat kan inpandig of uitpandig in de vorm van rol(pers)containers en/of laadkisten. In overleg behoort een eventueel perssysteem tot de mogelijkheden mits aan de voorwaarden wordt voldaan die hieraan door gemeente worden gesteld.
Dit kunnen bijvoorbeeld voorwaarden zijn over het soort systeem (een systeem dat door de HMS wordt geaccepteerd en gebruikt), het beheer van het systeem (door de beheerder/gebouweigenaar) en voldoende en verkeersveilige manoeuvreer- en opstelruimte voor bereiken en legen van het systeem in de openbare ruimte • Bij gestapelde bouw wordt verzamelen en scheiden van afval inpandig opgelost. Hiervoor moeten in elk bouwblok één of meerdere ruimtes worden gereserveerd. • Bij gestapelde bouw dient de inzameling van afval zo circulair mogelijk te gebeuren: dicht bij de bron en op basis van hergebruik in de wijk, bijvoorbeeld composteren van GFT-afval in de binnentuin, reparatie van apparaten, het weggeven van spullen, etc. Dit principe moet zo goed mogelijk in de bouwblokken of in de buurt worden gefaciliteerd.
De vigerende beleidsdocumenten zijn Grondstoffenplan 2021, (RIS310284), Regeling uitvoering Afvalstoffenverordening 2010 Den Haag 2018 (RIS300018) en Afvalstoffenverordening 2010 (RIS170126), Eyeline en Skyline (RIS 298448) en het Handboek Openbare Ruimte (RIS268741). Voor het aanbieden en ophalen van afval wordt een uitwerking verwacht die de ruimtevraag voor opstelplekken en aanrijdroutes rondom de bouwblokken inzichtelijk maakt. Toetsing moet plaatsvinden bij de HMS om bereikbaarheid van de voorgestelde locaties te controleren. Ondergrondse kabels en leidingen Er dient rekening te worden gehouden met de aanwezige kabels en leidingen in het gebied. Kabels en leidingen tracés moeten te allen tijde bereikbaar zijn voor de netbeheerder voor beheer en onderhoud. Bij het realiseren van een ondergrondse constructie dient onderzocht te worden of kabels & leidingen (tijdelijk) moeten worden verlegd. De inrichting van de buitenruimte moet afgestemd zijn op de ondergrondse infrastructuur. Toevoegen van bomen en klimaatadaptieve maatregelen voor het vasthouden of vertragen van water kunnen beperkt worden door locaties van de bestaande ondergrondse infrastructuur. Herindeling van de ondergrondse infrastructuur kan daardoor noodzakelijk zijn om zo de benodigde ruimte te creëren voor bijvoorbeeld groeiplaatsen voor bomen.
Er dient ook rekening te worden gehouden met een grotere ruimte vraag voor kabels en leidingen door het toenemen van het aantal gebruikers en in relatie tot de energietransitie. Dit dient vroegtijdig te worden afgestemd. Trafo’s en andere ondersteunende bouwwerken dienen inpandig te worden gerealiseerd en vanaf de openbare ruimte bereikbaar conform de eisen van de netbeheerders.
Riolering Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is het ‘Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025’ (RIS306620). De ontwikkelaar wordt verzocht voor het indienen van de bouwvergunning contact op te nemen met de afdeling Riolering van de Dienst Stadsbeheer om de overnamepunten/aansluitingen op de riolering af te stemmen. Buitenruimte beheer Voor beheerders van de buitenruimte is het van belang dat de openbare ruimte duidelijk is gedefinieerd, zodat zij weten wat ze wel en niet moeten beheren. Uitgangspunt bij MeLeCo is dat er geen nieuw door de gemeente te beheren openbare ruimte komt.
PUK MELECO mei 2024
51
5.5 Logistiek, parkeren en mobiliteit Mobiliteitstransitie De mobiliteitstransitie (Strategie Mobiliteitstransitie Den Haag 2022-2040, RIS310664) zet in op de stadsvriendelijke mobiliteit volgens zes criteria: veilig, efficiënt, schoon, ‘op maat’, betaalbaar en verbonden (met de stad en verder). Daarvoor is een systeemverschuiving nodig op drie niveaus: • De ruimte voor infrastructuur wordt beter benut door voorrang te geven aan lopen, fietsen, deelmobiliteit en openbaar vervoer. • De verschillende mobiliteitsoplossingen worden meer integraal en van deur-tot-deur georganiseerd, ondersteund door digitale technologie. • Een verandering in reisgedrag wordt gestimuleerd, door de mobiliteitsbehoefte van reizigers centraal te stellen en hen vervolgens te verleiden tot veilige, efficiënte en schone keuzes. Bij een succesvolle mobiliteitstransitie komt er ruimte vrij voor andere zaken die de leefbaarheid zowel ruimtelijk, sociaal als economisch kunnen verhogen. Door mobiliteit bovendien actiever, schoner en stiller te maken, verbetert het welzijn van inwoners, bezoekers en gebruikers van kantoren, bedrijven en voorzieningen in de stad. STOMP-principe Om de mobiliteitstransitie te laten slagen moet daar in zowel het ontwerp van de openbare ruimte als van de gebouwen rekening mee worden gehouden.
Dat doen we onder andere door te ontwerpen volgens het ‘STOMP-principe’: stappen, trappen, Openbaar vervoer, MaaS (mobility as a service: een verzamelnaam voor mobiliteitsdiensten als deelmobiliteit) en privéauto. Dit betekent dat bij elke ontwerpstap de prioriteit uitgaat naar de volgorde voetganger, fietser, het openbaar vervoer en ‘MaaS’. Het faciliteren van de privéauto vormt het sluitstuk.
16 pp openbaar (optie +4 pp) lift toren nog af te stemmen met bovenbouw
20 pp openbaar (optie +5 pp)
14%
154 pp niet-openbaar
190 pp incl. plekken op straat (optie +9 pp = 199 pp)
3%
Ruimtelijke inpassing indicatieve parkeeroplossing
Indicatieve parkeerbalans voor ontwikkeling met 256 woningen
Indicatieve parkeerbalans voor ontwikkeling met 274 woningen
figuur 5.35 - indicatieve parkeerbalans PUK MELECO mei 2024
52
Mobiliteitshub Om zowel voor de nieuwbouw als bestaande bewoners duurzame vormen van mobiliteit aan te bieden (mobiliteitstransitie) is het noodzakelijk om een mobiliteitshub te realiseren. Een hub is een fysieke schakel tussen ruimtelijke ontwikkeling en duurzame mobiliteit waarbij mobiliteit slim wordt verknoopt. Verschillende vervoersmogelijkheden, bij voorkeur duurzaam en gedeeld, komen er samen. Daarnaast is er ruimte voor ontmoetingen, verblijfskwaliteit en mogelijk andere voorzieningen. Een hub draagt bij aan een duurzaam vervoerssysteem waarbij duurzame bereikbaarheid, ruimtegebruik en leefbaarheid centraal staan en de mobiliteitstransitie richting lopen, fietsen en OV. De mobiliteit van de toekomst gaat over slimmer gebruik maken van de beschikbare ruimte. Een hub kan helpen om ruimte te winnen: deelvervoer kan eigen vervoer vervangen, een hub kan ruimte maken voor groen, voorzieningen bundelen, een laadpunt en opwekpunt voor energie zijn. Vanwege de beperkte grondpositie van de Gemeente Den Haag is het niet mogelijk om op eigen grond een mobiliteitshub voor de wijk Morgenstond te realiseren. Daarom wordt aangesloten bij twee herstructureringsplannen van de woningcorporatie Haag Wonen, namelijk MeLeCo en Denekampstraat. Binnen dat plangebied van Haag Wonen is het mogelijk om een tweetal mobiliteitshubs te realiseren.
Een voor de buurt Morgenstond Oost (Denekampstraat) en een voor de buurt Morgenstond Zuid (MeLeCo). Naast parkeergelegenheid voor bewoners en bezoekers van deze ontwikkelingen wordt voorzien in deelauto’s, deelfietsen, deelbakfietsen, deelscooters en buurtlogistiek voor de wijk. Bijvoorbeeld stadslogistiek, pakketwand, buurt fietsenmaker en wijkontmoetingsfunctie. Ook de deelmobiliteit voor andere toekomstige ontwikkelingen in Morgenstond Zuid, is hierin opgenomen. Door in te zetten op de mobiliteitstransitie ontstaat ook schuifruimte voor andere projecten om de doelstellingen uit de Structuurvisie Den Haag Zuidwest te kunnen realiseren. De mobiliteitshubs MeLeCo en Denekamp maken integraal onderdeel uit van de bouwplannen en zijn bouwkundig een geheel met de woningbouwplannen.
Parkeren Deze ontwikkeling moet voldoen aan de Nota Parkeernormen, dat wil zeggen dat alle parkeerplaatsen in de parkeervoorziening op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Om te beoordelen of het concept-plan voldoet aan de ruimtelijke kaders van de Nota Parkeernomen is een parkeerberekening opgesteld (zie figuur 5.34, vorige bladzijde). Hieruit blijkt dat het plan voldoet aan het vigerende beleid dat alle benodigde parkeerplaatsen in de parkeervoorziening op het eigen terrein worden gerealiseerd. Met uitzondering van enkele parkeerplaatsen voor deelmobiliteit aan de Melis Stokelaan ten behoeve van herkenbaarheid van de mobiliteitshub. Dit is echter een bewuste keuze. Voor de benodigde mobiliteitstransitie zetten we in op de realisatie van een Mobiliteitshub in deze ontwikkeling, waarbij niet alleen uitgebreide vormen van deelmobiliteit beschikbaar zijn voor de nieuwbouw, maar juist ook voor bestaande bewoners en omwonenden. In de komende jaren staat de uitrol voor vergunning parkeren op de planning (2024-2026). Na de uitrol van het vergunning parkeren komen bewoners, bezoekers en bedrijven van deze ontwikkeling niet in aanmerking voor een vergunning om op straat te kunnen parkeren omdat ze de beschikking hebben over parkeerplaatsen op eigen terrein en deelmobiliteit wordt toegepast. (Dit is conform de spelregels uit de Nota Parkeernormen.)
De aanvrager van de een bouwontwikkeling stelt structureel deelauto’s ter beschikking aan de bewoners of gebruikers op deelautoparkeerplaatsen. Dit moet worden aangetoond met een door beide partijen (aanvrager en aanbieder deelauto) ondertekende overeenkomst, dit voldoet aan de voorwaarden uit de Nota Parkeernomen. De ontwikkelaar of de eigenaar van de bouwontwikkeling maakt afspraken over de overdracht van de deelauto’s met de beheerders van de parkeerplaatsen bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Betaalbaarheid parkeren, beheer en exploitatie De fysieke realisatie van de hub is onderdeel van het plan MeLeCo en Denekamp. Hiervoor zijn de financiën geregeld. De realisatie van een mobiliteitshub is relatief nieuw, waardoor er slechts heel beperkt ervaringscijfers zijn, daarom is er een intern onderzoek gestart naar de betaalbaarheid, beheer en exploitatie van de mobiliteitshub. Dit onderzoek ziet toe op geheel Zuidwest met een vertaling naar de concrete projecten zoals MeLeCo en Denekamp. Omdat nog niet bekend is bij welke partij het beheer en exploitatie wordt ondergebracht is hiervoor nog geen financiële dekking. Eind 2024 verwachten wij hier advies over te kunnen geven aan het college en aan de raad. Ontsluiting van de wijk De wijk wordt via de huidige infrastructuur ontsloten.
In het inrichtingsplan zal extra aandacht uitgaan naar de inrichting en vormgeving van de oversteken ten behoeve van het langzaam verkeer. Het straatparkeren moet rondom de kruisingen zoveel mogelijk worden tegengegaan.
figuur 5.36 - inpassing mobiliteitshub en buurtlogistiek PUK MELECO mei 2024
53
5.6 Duurzaamheid Duurzaamheidskader De gemeente Den Haag staat voor een grote uitdaging. De stad moet verdichten, vergroenen en verduurzamen om aan toekomstige verwachtingen te voldoen (Agenda Ruimte voor de stad RIS295016). Het verdichten is nodig om de huidige en toekomstige woningnood op te vangen. Het vergroenen en verduurzamen vraagt om toekomstbestendige en leefbare ontwikkelingen. Bovendien heeft de gemeente het streven om in 2030 een klimaatneutrale stad te zijn. Hiervoor zijn structurele aanpassingen nodig in de manieren waarop er wordt gebouwd. Voor nieuwbouw gelden dan ook hoge duurzaamheidsambities waarbij ervoor wordt gezorgd dat de gebouwen een lange levensduur hebben, zuinig in gebruik en opbouw zijn en bestand zijn tegen toekomstige klimaatveranderingen. De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de energievoorziening, leefomgeving, mobiliteit en het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken. Voor MeLeCo betekent dit dat er specifieke gebouw- en omgevingsmaatregelen nodig zijn. In dit hoofdstuk komen de verschillende thema’s aan bod en worden de relevante beleidsnota’s beschreven. Het gaat respectievelijk om de thema’s: energie, mobiliteit, grondstoffen, groen, klimaatadaptatie, gezondheid en milieu. Het team Duurzame Leefomgeving (S&P) is beschikbaar voor advies op projectniveau.
Het Haags Duurzaamheidsteam toetst in het voorlopig ontwerp of een initiatief aan het vigerende gemeentelijke beleid (eisen) voldoet en adviseert over mogelijke verbeterpunten. Duurzame grondstoffen en emissieloos bouwen Gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2030 voor de helft en in 2050 volledig circulair te zijn. De bouw en bouwprocessen hebben een belangrijk aandeel in het materiaalgebruik in de stad. Het Bouwbesluit neemt het materiaalgebruik voor woningen en kantoren mee in de MPG-norm (MilieuPrestatieGebouw). Hierin worden alle milieukosten opgeteld (dus ook materiaalgebruik), gedeeld door de levensduur en de vloeroppervlakte.
De landelijke MPG norm is 0.8. Den Haag wil een zo laag mogelijke MPG-waarde bij nieuwbouw om materialen nu en in de toekomst zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dit kan door zo min mogelijk materiaal toe te passen (slim ontwerp) en materialen die toch nodig zijn te hergebruiken of te kiezen voor verantwoorde biobased materialen (hout, wol, vlas etc.). Een slim ontwerp kan het mogelijk maken om de functie van een gebouw tijdens de levensduur aan te passen zonder dat daarbij ingrijpende bouwprocessen komen kijken. Voor nieuwe bouwmaterialen is het daarnaast wenselijk om materiaalpaspoorten op te stellen, zodat deze in de toekomst hergebruikt kunnen worden. Hiervoor is de losbaakbaarheid van een gebouw dan ook belangrijk. Dit vraagt om zoveel mogelijk ‘droge verbindingen’ (schroeven) in plaats van ‘natte verbindingen’ (lijmen en storten). In de toekomst kunnen deze gebouwdelen dienen als herbruikbare materialen. Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de BRL SVMS-007. In het Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS299397) hebben we als gemeentelijke organisatie vastgelegd dat we de verspilling van grondstoffen tegengaan en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad. Naast de sloop is het ook belangrijk om de uitstoot tijdens de bouwfase te beperken.
Naast deze stappen is het belangrijk dat er tijdens de bouw gebruik gemaakt wordt van bouwmateriaal en -logistiek die niet of minder vervuilt. Zorg voor een zo efficiënt en duurzaam mogelijke bouwlogistiek (bijvoorbeeld via een bouwhub en met elektrische voertuigen). Lichtere materialen (zoals hout) hebben een dubbel positief effect omdat dit tijdens het transport ook minder uitstoot veroorzaakt dan zware materialen (zoals beton). Ook is het wenselijk om met elektrisch materieel te werken op de bouwplaats. Duurzame energievoorziening Den Haag heeft de ambitie om in 2030 een klimaatneutrale stad te zijn. Daarvoor moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. De energievoorziening van nieuwbouw dient daarom gelijk toekomstbestendig, zonder aardgasaansluiting (wettelijk), ontwikkeld te worden.
De gekozen energievoorziening moet passen bij de oplossingsrichting die in het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en de Transitievisie warmte (RIS313867) die vastgesteld is voor dit deel van de stad. Omdat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd kan worden is het gebruik van midden temperatuur stadsverwarming onwenselijk. Die warmte is nodig voor de verwarming van bestaande woningen en gebouwen. Om nieuwbouw van lage temperatuur warmte te voorzien kan er gebruik gemaakt worden van lokale bronnen zoals warmteen koudeopslag. Voor de nieuwbouw dienen de (ondergrondse) warmtevoorzieningen afgestemd te zijn op omliggende projecten en de ODH. Platte daken op de locatie dienen optimaal gebruikt te worden voor energievoorziening (elektriciteit, warm water) in combinatie met groene, blauwe en/of witte daken. De gezamenlijke ambitie voor GPR is gemiddeld een 8 voor de thema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Wordt gekozen voor BREEAM dan is de ambitie vier sterren. Veel nieuwbouw in Den Haag en Nederland laat zien dat dit gangbaar is. Deze instrumenten helpen om duurzaam te bouwen met een maximale vrijheid voor ontwikkelende partijen. Bij een hogere prestatie kan korting gegeven worden op legeskosten (zie Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829)).
Duurzame leefomgeving – Groen Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, heeft een positief effect op het welzijn van mensen. Daarnaast zorgt een hoge biodiversiteit ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden.
PUK MELECO mei 2024
54
De Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) beschrijft de ambitie om samen met de stad het Haagse groen verder kwalitatief te ontwikkelen. De agenda biedt ruimte voor verandering en initiatief om bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig vorm te geven. De agenda geeft aan wat waar belangrijk is. Het geeft geen blauwdruk maar benoemt waarden en procesvoorwaarden waarmee de kwaliteit van het groen in Den Haag voor de langere termijn geborgd kan worden. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag (RIS300506) bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt te worden. Het groen heeft vele functies, bijvoorbeeld dat van stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones en een Hoofdboomstructuur. In Den Haag zien we de natuur als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) staat hoe we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem en meer biodiversiteit. Belangrijk uitgangspunt hierin is het uitbreiden van het netwerk van groengebieden en de onderlinge verbinding met elkaar versterken.
Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte is een natuurkansenscan daarom verplicht. De Adviescommissie Openbare Ruimte beoordeelt plannen op het gebied van stadsnatuur. Is extra ruimtebeslag van een nietecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Ook de effecten van verlichting op de natuur moeten worden onderzocht. De Richtlijn Licht op Natuur (RIS 298657) biedt hiervoor kaders. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk. Dat verbindt parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar. In de Nota Stadsbomen (RIS 307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad.
Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. In 2030 willen we 5% meer kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. Specifiek geldt extra aandacht voor het realiseren van goede groeiplaatsen bij daktuinen op straat- en gebouwniveau. Tijdens de initiatieffase zal hierover al goed moeten worden nagedacht. Nieuwe daktuinen moeten standaard voldoen aan de eisen voor een goede doorwortelbare ruimte. Ook in MeLeCo is/wordt de waarde van bomen en bomengroepen geïnventariseerd (Planbeoordeling Haagse Bomen). In de ontwerpfase wordt rekening gehouden met de bestaande bomen en wordt een BomenEffectAnalyse (BEA) opgesteld. Wanneer het behoud van bomen niet mogelijk is, gaan we uit van verplanten naar bij voorkeur een nieuwe plek nabij de locatie waar de boom stond. Wanneer verplanten onmogelijk is en kappen onvermijdelijk, dan is de afspraak om de bomen op een goede wijze te compenseren waarbij bomen in het plangebied terugkomen met dezelfde orde van grootte. In de bestuurlijke besluitvorming dient altijd een bomenbalans met toelichting te worden opgenomen (Routeboek Stadsbomen in Projecten, bijlage van de Nota Stadsbomen RIS307827)
MeLeCo wordt, op basis van de bouwhoogte, beschouwd als grootschalige ontwikkeling. De ontwikkeling dient dus conform het besluit Puntensysteem Groen- en natuurinclusief bouwen (RIS301953) te worden uitgevoerd. Er moeten maatregelen toegepast worden uit drie categorieën: groene daken/groene gevels, verblijfplaatsen en omgevingsmaatregelen. Het volgende puntenaantal dient te worden behaald: • 6 punten voor groene gevels en daken, • 4 punten voor verblijfsplaatsen • 6 punten voor omgevingsmaatregelen. Verder is het verplicht om een ecoloog (eventueel aangevuld met een landschapsarchitect en/of gespecialiseerde hovenier) te betrekken bij de planontwikkeling en om een beheer-en onderhoudsplan te maken. De ecoloog bepaalt op welke wijze de maatregelen uit het puntensysteem worden toegepast.
Natuurinclusief bouwen Met de verdichtings- en verduurzamingsopgave van de stad is ook het groen in, op en aan gebouwen van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van de stad. Den Haag stimuleert groen- en natuurinclusief bouwen met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS 301953). Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, de klimaatopgave, de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan de gezondheid van mensen. Alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag moeten voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen. In september 2022 is de verbeterde compacte versie van het ‘Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen’ vastgesteld, zie hiervoor de volgende link Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS313059)
PUK MELECO mei 2024
55
Duurzame leefomgeving – klimaatadaptatie De afgelopen jaren is klimaatverandering voor iedereen tastbaar geworden: droge en hete zomers, maar ook extreme buien komen steeds vaker voor. Om de toekomstige bewoners en gebruikers van MeLeCo een groene, toekomstbestendige en leefbare leefomgeving te bieden, dienen de ontwerpprincipes uit de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS3087454) te worden gehanteerd. Ook in de omgeving van MeLeCo komen hittestress en wateroverlast voor (zie klimaatatlas). Daarnaast hanteren we op de thema’s neerslag, hitte en droogte specifieke prestatie-eisen. Deze prestatie-eisen dragen bij aan het vergroten van de klimaat robuustheid en de sponswerking van de stad.
Groen tenzij Ontwerpprincipe
Groen tenzij
Vergroening is één van de meest effectieve klimaatadaptieve oplossingen, omdat vergroening meerdere doelen dient: het vermindert wateroverlast, hitte én droogte. Vooral ontharden (‘stenen eruit’) en vergroenen (‘groen erin)’ zijn hierbij belangrijk. Groene, beplante oppervlaktes warmen minder op dan verharde oppervlakten. Hierdoor wordt minder warmte vastgehouden en uitgestraald.
Extreme neerslag Prestatie-eis
Hitte Prestatie-eis
•
•
•
Bij nieuwbouw stellen we de eis dat er 50mm van een korte hevige bui van 70mm in 1 uur op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is. Bij nieuwe ontwikkelingen is de ambitie dat we waterrobuust bouwen: Een waterrobuust ontwerp op het niveau van het gebouw voorkomt/ beperkt waterschade bij extreme neerslag (bijvoorbeeld geen vitale of kwetsbare functies in kelders). We wijzen ontwikkelende partijen in de stad op de uitgevoerde stresstesten, zodat ze zelf aanvullende maatregelen kunnen nemen (om bijvoorbeeld schade bij een nog extreem heviger bui van 100mm/ uur te voorkomen).
Ontwerpprincipe
Vasthouden
Bergen&Hergebruiken
Afvoeren
Houd regenwater vast op de locatie waar het valt (dak, maaiveld). Het bergen van dit water kan bijvoorbeeld in bufferingssystemen, groene daken, vijvers en/of onverharde oppervlaktes. Probeer vervolgens het geborgen water, waar mogelijk, te infiltreren in de ondergrond. Indien dit niet mogelijk of wenselijk is zorgt dat het water hergebruikt wordt. Voor hergebruik van regenwater kun je denken aan toepassingen binnen een gebouw zoals het gebruik van grijswater stromen voor functies in het pand maar ook aan toepassingen op de kavel zoals beregenen van beplanting. Hiermee verminder je de vraag naar drinkwater. Als bovenstaande maatregelen niet (voldoende) mogelijk zijn, kan het overschot aan regenwater vertraagd worden afgevoerd. De voorkeursvolgorde voor afvoer is eerst naar de bodem, dan via een regenwatersysteem naar het oppervlaktewater (polder- en boezemwater) en als het niet anders kan naar de vuilwaterriolering.
•
Bij nieuwbouw is de ambitie dat we hitte-robuust bouwen: Maak zon georiënteerde gevels warmtewerend en/of groen en voorkom dat koelsystemen de (verblijfs)ruimte in directe omgeving opwarmen. Zorg daarbij voor hittebestendige hoofdinfrastructuur en andere nutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, elektriciteit etc. De ambitie is om 40% van de buitenruimte in te richten middels groen, warmtewerende materialen en/of water; bij verblijfsplekken hanteren we een zon/schaduwverhouding van 50% - 50% op de hoogste stand van de zon op 21 juni om 12 uur.
Ontwerpprincipe
Verkoeling groen&water
Schaduwrijke plekken Voorkom warmte accumulatie
Stedelijk groen, zoals bomen, struiken en lage beplanting, die goed voorzien zijn van water in de bodem, genereert koelte in de directe omgeving. Daarnaast wordt door het waarnemen/zien van groen op ooghoogte hitte als minder belastend ervaren. Zorg daarom voor groen op verschillende hoogtes; bijvoorbeeld ook door gevelgroen en klimplanten. De gevoelstemperatuur wordt in grote maten beïnvloed door straling. Zorg daarom voor groene, schaduwrijke plekken in de omliggende ruimte (parkeerplaats, (binnen) groene tuin), die op hete dagen voor verschillende doelgroepen goed bereikbaar zijn. Schaduw door grote bomenkronen en gevelbeplanting voorkomt opwarming van verharde oppervlakten en biedt koelte. Om ook in het voor- en najaar en voor verschillende doelgroepen in de zomer bij de hoogste zonnestand prettige plekken in de openbare ruimte te bieden, wordt als richtlijn meegegeven een mix aan schaduw (40%), zon (40%) en halfschaduw/zon (20%), aan te leggen. PUK MELECO mei 2024
56
Daarnaast kan de keuze van materialen warmteaccumulatie voorkomen. Gebruik indien mogelijk materialen met een hoge albedo-factor (reflectiefactor van een materiaal) en een lage absorptie-waarde (minder warmtevasthoudende materialen, bijvoorbeeld hout). Massa, kleur en textuur is daarbij van invloed op de opname en afgifte/ uitstraling van warmte.
Droogte Prestatie-eis •
• •
Droogte wordt beperkt door bij te dragen aan de sponswerking van de stad via oplossingen in groen en bodembuffers; Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur, groen en ecologische waarden; In het plangebied is de ambitie om 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag te infiltreren en/of te hergebruiken.
Ontwerpprincipe
Vasthouden of infiltreren
Bergen
Plan-MER Zuidwest Het bevoegd gezag dient te beoordelen of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling staat genoemd in de eerste kolom van onderdeel D onder 11.2 in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In de tweede kolom staan de drempelwaarden genoemd voor deze activiteit. Het plan MeLeCo blijft binnen de drempelwaarden. Dat neemt niet weg dat in dat geval een vormvrije m.e.r.beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria (kenmerken van het project, plaats van het project, kenmerken van het potentiële effect) zoals genoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. (2011/92/EU). Op basis van de kenmerken van het project (in relatie tot de drempelwaarden uit het Besluit milieueffectrapportage), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten moet aangetoond worden dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Als eerste stap moet een zogenaamde aanmeldnotitie opgesteld te worden. Dit dient in het kader van de juridisch – planologische toets plaats te vinden.
Wind en bezonning + beleidsaspect Voor het voorgenomen project is een bezonningsonderzoek nodig om te kunnen vaststellen wat de impact is van de nieuwe bebouwing op de zonlichttoegang van de omliggende gebouwen en de buitenruimte. Hierbij moet voldaan worden aan de Haagse Bezonningsnorm (RIS170509). Bij een bouwhoogte van 25 meter en meer moet een windonderzoek verricht worden om te kunnen beoordelen wat de invloed van de nieuwe bebouwing is op het windklimaat. Er moet minimaal gestreefd worden naar de kwalificatie ‘matig’ (NEN 8100). In de afbeelding hier is te zien dat er een quickscan is gedaan naar de nieuwbouwsituatie. BPD heeft een programma gebruikt waarmee de toekomstige situatie gesimuleerd wordt. Dit is geen officieel windonderzoek, maar het geeft wel een goede indicatie van aandachtsgebieden die kunnen ontstaan door positionering van de toren en valwinden. Deze quickscan is nog niet volledig, bij de quickscan zijn er namelijk nog niet de bomen van de Melis Stokelaan meegenomen. Dit zal uiteindelijk bij een officieel windonderzoek wel worden meegenomen om zodoende een goed accuraat beeld te krijgen.
Accepteren of adapteren
Kies waar mogelijk voor groene oppervlakten of waterdoorlatende verharding om regenwater vast te houden en tijdelijk te bergen. Op die manier wordt door middel van infiltratie het grondwater aangevuld en zal regenwater op een natuurlijke manier in de bodem wegzakken. Regen- en oppervlaktewater kan ook actief op locatie vastgehouden worden, bijvoorbeeld door ondergrondse waterbuffering. Wensbeeld is om (regen)water dat lokaal is geborgen weer lokaal wordt hergebruikt voor beregening en irrigatie. Richt het gebied droogtebestendig in; pas bomen en beplanting toe die goed tegen langdurige droogte kunnen. Essentieel voor het goed functioneren van de bomen zijn de soortenkeuze (toekomstbestendige soorten), goede groeiomstandigheden en de beschikbaarheid van water in de grond. Houd daarnaast rekening met de verwachte grondwaterstanden tijdens droogteperiodes en de zoetwaterbeschikbaarheid vanuit het oppervlaktewatersysteem van het gebied.
figuur 5.37 - quickscan windhiner MeLeCo
PUK MELECO mei 2024
57
Water Eén van de instrumenten om het waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de weging van het waterbelang. Het doel van weging van het waterbelang is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten opgesteld. In de handreiking (https://www.hhdelfland.nl/over-ons/beleid/wegingwaterbelang-plannen-fysieke/) worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt. Als sprake is van het toenemen van verharding kan dit betekenen dat dit gecompenseerd moet worden door het graven van open water. Of dat nodig is en in welke mate kan worden berekend via de Watersleutel van het Hoogheemraadschap van Delfland (https:// watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm). Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (RIS306620): Zorg dragen voor de verwerking van hemelwater als gevolg van neerslag in het stedelijk gebied. Voorkomen van economische schade door hemelwateroverlast in woningen en bedrijfspanden door instroming vanuit de openbare ruimte.
Voor de afvoer van hemelwater worden de volgende tritsen gehanteerd: Schoonhouden, scheiden en zuiveren (waterkwaliteit), vasthouden, bergen en afvoeren (waterkwantiteit). Bij de inpassing van hemelwatervoorzieningen en aanpassing aan het oppervlaktewater in ruimtelijke plannen houden we rekening met klimaatverandering. Inzet van schoon regenwater ten behoeve van waterkwaliteitsverbetering. Voorkomen van wateroverlast door een veranderend klimaat en een klimaatadaptieve verwerking van hemelwater. Inzicht in wateroverlastgevoelige gebieden en kwetsbare objecten. Voor de afvoer van hemelwater wordt gebruik gemaakt van de sponswerking van de stad, zowel in de openbare ruimte als op particulier terrein. Lokale verwerking van hemelwater door particulieren wordt gestimuleerd via afkoppelen en ontstenen.
Luchtkwaliteit en stikstof In het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving (Bkl) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Voor een plan dat niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit hoeft geen uitgebreid luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden en kan het plan doorgang kan vinden. Met andere woorden, draagt een project niet of niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering. Het Besluit en de Regeling ‘niet in betekenende mate’ bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een bepaald project wel of niet als ‘in betekenende mate’ moet worden beschouwd. NIBM-projecten kunnen juridisch gezien zonder toetsing aan de grenswaarden voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Bij woningbouw gaat dat om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het luchtkwaliteitsonderzoek dient onderdeel te zijn van de BOPA.
Externe veiligheid Omtrent het aspect externe veiligheid zijn twee grondslagen van belang voor externe veiligheid. De eerste is artikel 2.28, aanhef en onder c, van de Omgevingswet. Hierin is geregeld dat instructieregels moeten worden vastgesteld op het gebied van externe veiligheid. Binnen de Omgevingswet, in artikel 2.28 lid c wordt het volgende vermeld: “Het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu, met betrekking tot de externe veiligheidsrisico’s van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen, in ieder geval ter uitvoering van de Seveso-richtlijn”. Deze regel dient in acht te worden genomen bij de vaststelling van een omgevingsplan. Een tweede belangrijke grondslag vinden we in artikel 4.3, eerste lid, van de Omgevingswet. Hierin is geregeld dat algemene rijksregels op het gebied van externe veiligheid moeten worden vastgesteld. Deze algemene regels zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin is per type activiteit geregeld waaraan moet worden voldaan. Deze regels richten tot de initiatiefnemers: zij moeten een melding doen of een vergunning aanvragen, waarbij ze aan de algemene regels moeten voldoen. Aangezien het project buiten het aandachtsgebied van risicobronnen ligt, hoeft er verder geen onderzoek in het kader van externe veiligheid te worden verricht.
figuur 5.38 - wateroverlast MeLeCo, huidige situatie PUK MELECO mei 2024
58
Bodem Vertrekpunt van de regels voor bodembescherming in de Omgevingswet is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. Voor die delen van het plangebied waar herinrichting en/of nieuwbouw plaatsvindt en waar nog geen onderzoek en/ of sanering heeft plaatsgebonden, zal bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel gesaneerd moeten worden. De noodzaak van onderzoek is afhankelijk van het plan. Wanneer de bodem wordt geroerd of grond wordt verzet, bijvoorbeeld voor een nieuwe fundering is bodemonderzoek noodzakelijk. Op 1 juli 2013 heeft de laatste wijziging plaatsgevonden onder de Circulaire bodemsanering. Deze circulaire heeft het karakter van richtlijnen, dat wil zeggen dat het bevoegd gezag uit het oogpunt van zorgvuldige besluitvorming rekening moet houden met hetgeen hier is bepaald. Het bevoegd gezag mag voor specifieke situaties gemotiveerd maatwerk toestaan. De bodemkwaliteit van het betreffende gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt en het hergebruiksbeleid is vastgesteld in de Nota bodembeheer 2013-2023 (RIS260571).
Inmiddels heeft van de Nota bodembeheer een actualisatie plaatsgevonden inzake PFAS (RIS311238).
Als uit het vooronderzoek blijkt dat behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan kunnen vanuit de archeologische monumentenzorg voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning ten behoeve van het behoud en de bescherming van deze waarden. Het archeologische (voor)onderzoek kan uit verschillende onderzoeksstappen bestaan. Gezien de doorlooptijd en vanuit oogpunt van risicobeheersing is het belangrijk om dit traject tijdig in gang te zetten. Het is raadzaam voor de initiatiefnemer om hierover vroegtijdig contact op te nemen met de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag. Het team Advisering van de afdeling Archeologie ziet namens het bevoegd gezag toe op het archeologische proces en adviseert de initiatiefnemer over de te nemen stappen (Archeologiebeleid en Advies). Archeologisch (voor)onderzoek dient uitgevoerd te worden door een gecertificeerd bedrijf (BRL SIKB 4000) conform de KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) en de richtlijnen van de gemeente Den Haag (HaagseRichtlijnen_ArcheologischOnderzoek_2022.pdf). De kosten van archeologisch onderzoek zijn voor de initiatiefnemer (onder die kosten vallen ook uitwerking en analyse, rapportage en deponering van data en vondsten).
Geluid De Omgevingswet stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Als geluidsgevoelige gebouwen dan wel terreinen zijn onder andere aangewezen woningen. De Omgevingswet onderscheidt drie verschillende geluidsbronnen: industrie, (spoor)wegverkeer en wegverkeer. In het kader van de juridisch – planologische procedure dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Archeologie De zuidwestelijke helft van het plangebied heeft volgens de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag 2021 (vastgesteld 19.05.2022, RIS311200) een archeologische verwachting. In het omgevingsplan is een dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen. Dit betekent dat, bij grondroeringen met een totaal oppervlak van meer dan 50 m² en een diepte van meer dan 0,5 m, voor de aanvraag van een omgevingsvergunning de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate moet worden vastgesteld door middel van vooronderzoek (ArcheoWabo_2023.pdf).
figuur 5.39 - geluidsoverlast MeLeCo, huidige situatie PUK MELECO mei 2024
59
Naam overheid: Type plan: Planidn: Dossierstatus:
gemeente 's-Gravenhage bestemmingsplan NL.IMRO.0518.BP0265BMorgenstnd-51VA geheel onherroepelijk in werking
IMRO-versie: Plan datum: Planstatus:
IMRO2012 2015-06-25 vastgesteld
6. Beleidskaders 6.1 Leeswijzer beleidskaders In dit hoofdstuk wordt in paragraaf 6.2 kort het geldend bestemmingsplan Morgenstond toegelicht. Daarna wordt in paragraaf 6.3 het sectorale beleid behandeld. Per beleidsnota wordt in een kolom een korte samenvatting gegeven van het desbetreffende beleid. Deze samenvatting geeft de essentie van het beleid weer. Voor meer informatie over het beleid kan op de afbeelding worden gedrukt. Hierdoor wordt automatisch via internet de achterliggende beleidsnota geopend. In de kolom staat verder aangegeven wat de doorwerking van het beleid is op het project MeLeCo, dus welke eisen of wensen gelden. Denk hierbij als voorbeeld aan de eis vanuit woonbeleid dat 30% van het aantal te realiseren woningen een sociale huurwoning moet zijn.
Legenda
Uiteindelijk ontstaat op deze manier een overzicht eisen of wensen die waar het project MeLeCo aan wordt getoetst. In hoofdstuk 4 en 5 is weergegeven op welke wijze daar dan invulling aan is gegeven.
6.2 Omgevingsplan Per 1 januari is de Omgevingswet van kracht geworden, waarbij een aanzienlijk deel van de bestemmingsplannen is omgezet naar omgevingsplannen. In het plangebied MeLeCo geldt momenteel het oude, onherroepelijke bestemmingsplan Morgenstond, dat op 25 juni 2015 is vastgesteld. De betreffende gronden hebben de bestemming Wonen – 2 en Verkeer – Verblijfsstraat. Dit houdt in dat de gronden bestemd zijn voor woondoeleinden en respectievelijk voor verblijfsstraten, voet- en fietspaden, en parkeerplaatsen. De geplande woningbouw binnen de bestemming Wonen is in overeenstemming met het bestemmingsplan. Echter, er is wel strijdigheid voor delen van de woningbouwontwikkeling die binnen de bestemming Verkeer – Verblijfsstraat vallen.
figuur 6.1 - bestemmingsplan Morgenstond
Disclaimer: Er kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend aan, noch aanspraak gemaakt worden op de inhoud van deze afdruk. Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van deze afdruk de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht, bestaat de mogelijkheid dat bepaalde informatie (na verloop van tijd) verouderd is of niet (meer) correct is. Het Kadaster is niet aansprakelijk voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit het gebruik van gegevens van de afdruk.
Pagina 1 van 2
PUK MELECO mei 2024
60
Binnen de bestemming Wonen – 2 zijn bouwvlakken aangewezen. Het bestemmingsplan schrijft voor dat bouwen alleen is toegestaan binnen deze bouwvlakken. Binnen deze bouwvlakken zijn maximale hoogtematen vastgesteld. Langs Melis Stokelaan en de Leggelostraat bedraagt de maximale bouwhoogte 14 meter, terwijl langs de Coevordenstraat deze maat 11 meter is. Het voorgestelde bouwplan is in strijd met de bouwhoogtevoorschriften, aangezien de beoogde maximale hoogte daar 60 meter is. Op het westelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Deze bestemming vereist dat bij bepaalde ingrepen (met een oppervlakte van meer dan 50 m2 en een diepte van meer dan 0,5) archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd en ter beoordeling aan het bevoegd gezag moet worden voorgelegd. Langs de Melisstokelaan bevindt zich een waterleiding, die is beschermd door de dubbelbestemming Leiding – Water. Bij bouwactiviteiten, grondroering of andere werkzaamheden binnen deze bestemming moet vooraf schriftelijk advies worden ingewonnen. De noodzakelijke onderzoeken zullen worden uitgevoerd binnen het kader van de juridisch-planologische procedure.
6.3 Relevante Beleidsinformatie/kaders Op de volgende pagina staan de relevante beleidsinformatie/ kaders.
figuur 6.2 - inzoom bestemmingsplan Morgenstond voor MeLeCo PUK MELECO mei 2024
61
Coalitieakkoord Den Haag 2023-2026 RIS-nummer: 316672
Structuurvisie Zuidwest RIS-nummer: 312245
HAAGSE REFERENTIENORMEN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN RIS-nummer: 307513
https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/835905
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/11387629/1#search=%22Referentienormen%22
Dit is het nieuwe akkoord voor de gemeente Den Haag, dat wij namens de fracties van D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA, CDA en DENK hebben gesloten. Ten dienste van onze inwoners, onze ondernemers en ons maatschappelijk middenveld. In het akkoord valt te lezen dat wij met name aan de grote, urgente maatschappelijke thema’s extra geld en aandacht willen besteden: klimaat, natuur en dierenwelzijn, duurzaamheid, kansengelijkheid en bestaanszekerheid, leefbaarheid en veiligheid in de brede zin van het woord. Dat betekent naast inkomen de zorg voor voldoende huisvesting, een stabiele woonsituatie, gezondheid, kansengelijkheid in het onderwijs en een goede en schone leefomgeving. Als belangrijk onderdeel van het verbeteren van de Haagse bestuurscultuur zien we het streven naar opener verhoudingen tussen college, coalitie en raad. Tegen deze achtergrond presenteren wij dit akkoord. Daarbij hebben wij gebruik gemaakt van de inbreng van diverse fracties die, op ons verzoek, aan het begin van ons onderhandelingsproces bijdragen hebben geleverd. Daar hebben wij ons voordeel mee gedaan; wij danken deze fracties voor hun inbreng. De komende tijd willen wij deze open houding richting alle raadsfracties voortzetten. Wij zien dit als onze eerste bijdrage aan het verbeteren van de bestuurscultuur van onze mooie stad.
In Zuidwest woon je straks gezond en veilig in een betaalbare woning en fijne omgeving. Daarom werken we samen met bewoners en veel andere partijen aan een enorme verbetering van Den Haag Zuidwest. We vervangen 6500 verouderde sociale huurwoningen door nieuwbouw; renoveren 8500 woningen en voegen 10.000 betaalbare woningen toe. Een gigantische operatie die over stenen, groen en voorzieningen gaat, maar vooral over bewoners die een beter toekomstperspectief verdienen. Deze structuurvisie beschrijft hoe we de komende 20 jaar investeren in Zuidwest op deze thema’s en staat niet op zichzelf. Deze visie is onderdeel van het “Nationaal Programma Zuidwest’. Hierin werken bewoners, bedrijfsleven, corporaties, het rijk, onderwijs, welzijns- en zorginstellingen, gemeente en heel veel andere organisaties samen aan een sterker Zuidwest. Bijvoorbeeld door meer en passend werk te creëren, te zorgen voor goed onderwijs met voldoende stageplekken, door een gezondere leefstijl en beweging te stimuleren en door armoede, schulden en eenzaamheid aan te pakken.
Met het toevoegen van woningen alleen, creëren we nog niet de aantrekkelijke inclusieve en levendige stad die we voor ogen hebben. De nieuwe bewoners hebben ook behoefte aan passende stedelijke voorzieningen. De vraag naar onderwijs, sport, cultuur, groen, zorg, welzijn en andere soorten voorzieningen zal blijven toenemen naarmate er inwoners in Den Haag bijkomen.
conform beleid; zie uitwerking 5.3 (nieuwe verhouding woonprogramma)
Samen op weg naar het nieuwe Zuidwest Onze ambities om de wijk te verbeteren hebben grote gevolgen. We zullen jarenlang aan de slag moeten om de wijken er bovenop te krijgen. Er zijn ook zorgen en vragen. ‘Wat brengt de toekomst?’ ‘Kan ik in mijn vertrouwde omgeving blijven wonen en kan ik de nieuwe woning betalen?’, vragen sommige bewoners zich af. Voor de ander gaat het niet snel genoeg. Die wil liever vandaag dan morgen naar een nieuwe woning verhuizen. Anderen hebben weer zorgen over voorzieningen en stellen de vraag: wordt aan alles gedacht om te zorgen voor een fijne woonomgeving? We vernieuwen stap voor stap, want alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat iedereen die wil kan blijven. De eerste nieuwbouwprojecten zijn al gestart. Zo maken steeds meer slechte woningen plaats voor duurzame, fijne en betaalbare woningen. En ontwikkelen we samen wijken, waar je kansen krijgt en oud wilt worden.
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/13258506/3/RIS316672+Haags+akkoord+2023-2026
Behoeften bewoners in structuurvisie Betere en betaalbare woningen, veiligheid, leefbaarheid, behoud van de wijk, saamhorigheid, groen en plekken voor ontmoeting. Al deze onderwerpen krijgen dan ook volop de aandacht in deze structuurvisie. Een woning is tenslotte iemands thuisbasis en die basis moet goed zijn. We bouwen daarom meer en verschillende soorten betaalbare woningen. Ook voor jongeren, ouderen en grote gezinnen. Zo kan iedereen die wil blijven. Tegelijk bieden we straks een thuis aan nieuwe Zuidwesters, want de stad heeft een enorme behoefte aan betaalbare woningen.
Ruimtelijk willen we voorzieningen toevoegen waar de vraag toeneemt. Bovendien moet het voorzieningenaanbod divers en van hoog niveau zijn om aan te sluiten bij de verschillende wensen en behoeften van gebruikers. Iedereen moet gebruik kunnen maken van faciliteiten passend bij de eigen levensstijl, en het liefst ook op een prettige afstand. Dit is van cruciaal belang voor het functioneren en de aantrekkelijkheid van Den Haag. Om voldoende ruimte en middelen voor maatschappelijke voorzieningen bij gebiedsontwikkelingen te kunnen garanderen, zijn de Haagse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen (inclusief groen- en speelvoorzieningen) opgesteld. De referentienormen maken aan de hand van de meest actuele woningbouwprogrammering inzichtelijk welke voorzieningen toegevoegd moeten worden én met welk ruimtebeslag rekening gehouden dient te worden. De referentienormen vormen daarmee een belangrijke schakel om gebiedsontwikkeling integraal aan te pakken.
conform beleid; zie uitwerking 4.3 (vergroenen), 5.3, 5.4 (groennorm)
conform beleid; zie uitwerking 4.1, 4.2, 4.3, 5
PUK MELECO mei 2024
62
Woonagenda 2020-2023 ‘Haags samen wonen’ RIS-nummer: 305711
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/11942658/1
Den Haag kampt met een enorme woningnood. Den Haag groeit de komende jaren met 4 tot 5.000 inwoners per jaar. Om te zorgen dat iedereen in onze stad prettig kan wonen zijn dan ook flinke maatregelen nodig voor de Haagse woningmarkt. In de Woonagenda 2020-2023 staan deze maatregelen. Ze moeten zorgen voor voldoende en betaalbare woningen én bijdragen aan de aantrekkelijkheid van Den Haag als woonstad. In Den Haag zijn te weinig woningen voor het aantal woningzoekenden. Dat geldt voor alle prijsklassen. De maatregelen uit de Woonagenda doen daar de komende jaren iets aan. Het gaat zowel om nieuwbouw als om maatregelen voor bestaande woningen in de stad. Maatregelen De maatregelen in de Woonagenda zijn ingedeeld in 4 thema’s: 1. Middensegment 2. Goedkoop segment 3. Leefbaarheid 4. Doelgroepen In deze Woonagenda geeft het college van Den Haag aan op welke vlakken we prioriteit geven aan de maatregelen uit de Woonvisie, wat wij extra willen doen en hoe dit wordt gefinancierd.
conform beleid; zie uitwerking 5.3
PUK MELECO mei 2024
63
Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline RIS-nummer: 298448
Cultuurhistorische Verkenning - herijking cultuurhistorische waarden Den Haag Zuidwest RIS-nummer: 311095
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5946855/1/RIS298448_bijlage_Haagse_hoogbouw%2C_Eyeline_en_Skyline
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10975076/1#search=%22crimson%22
De inzet is om de ‘skyline’ van Den Haag te verbinden met de belevingskwaliteit van de stad op ooghoogte en de buitenruimte ter plekke: de ‘eyeline’. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een middel om strategisch om te gaan met de beperkte ruimte die de stad nog heeft. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad op de lange termijn te waarborgen en het vestigingsklimaat te versterken. Door te intensiveren en door hogere bebouwing mogelijk te maken kan de stad de groei van het aantal inwoners faciliteren en voldoende en geschikte woon- en werkruimte bieden, met bijbehorende voorzieningen, nu en in de toekomst.
Crimson Historians & Urbanists is door de dienst Stadsontwikkeling van de Gemeente Den Haag gevraagd een Cultuurhistorische Verkenning - herijking cultuurhistorische waarden Den Haag Zuidwest op te stellen naar het Haagse stadsdeel Zuidwest. Den Haag Zuidwest wordt gevormd door de wijken Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust/Berestein en Vrederust, die deels voorafgaand maar vooral na de Tweede Wereldoorlog gefaseerd tot stand kwamen als grootschalig gepland antwoord op de toenmalige woningnood en de grote ambities voor de toekomst van de stad Den Haag. De wijken zijn grotendeels ontworpen volgens de ruimtelijke en programmatische principes van de wijkgedachte en waren bestemd voor de Haagse midden- en arbeidersklasse.
Er is sprake van hoogbouw bij 50 meter of hoger. De nota geeft stadsbrede ambities en regels aan voor hoogbouwontwikkelingen; o.a. t.a.v. wonen, microklimaat en mobiliteit. In de nota worden tevens intensiveringsgebieden aangegeven waar mogelijk hoogbouw kan worden gerealiseerd. Binnen deze gebieden zijn gebiedsspecifieke regels voor typologie, architectuur en buitenruimte opgenomen waaraan hoogbouwinitiatieven getoetst worden. Omdat ieder gebied weer een andere identiteit en dynamiek heeft, is het nodig om gebiedsspecifieke afwegingen te maken, rekening houdend met de opgave. Dat alles vraagt om maatwerk per gebied. In de (lopende) gebiedsverkenningen zal -in samenspraak met betrokkenen- de inzet en haalbaarheid van hoogbouw op de aangewezen locaties verder worden uitgewerkt. Het gebied Zuidwest waar MeLeCo in ligt valt onder één van de intensiveringsgebieden waar hoogbouw als kansrijk wordt gezien.
In het huidige coalitieakkoord ‘Den Haag, stad van kansen en ambities’ is Zuidwest aangewezen als één van de gebiedsontwikkelingen waar Den Haag de groei van de stad wil inzetten om de wijken leefbaarder en aantrekkelijker te maken, onder meer middels een omvangrijke verdichtingsoperatie. Bij het opstellen van de structuurvisie voor het gebied is het van belang om een geactualiseerd inzicht te hebben in de bestaande cultuurhistorische waarden van het gebied, met de kenmerkende naoorlogse stedenbouwkundige structuur, bebouwingsensembles en de waardevolle groenstructuren. Aanvullend is behoefte aan een actuele cultuurhistorische waardenkaart van de wijken waarin de monumentale, beeldbepalende en -ondersteunende objecten en ensembles in Zuidwest anno 2021 inzichtelijk worden gemaakt. Ten slotte wordt gevraagd om een transformatiekader voor de toekomstige omgang met de wijken en bebouwing, met respect voor de vastgestelde waarden en kwaliteiten. De resultaten van het onderzoek zullen één van de inhoudelijke onderliggers vormen voor het in voorbereiding zijnde kwaliteitsplan met verdichtingsstrategie voor Zuidwest.