CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319024 Bijlage 1 2024-06 PlanUitwerkingsKader MeLeCo (STREKT TER VERVANGING)

Gemeenteraad 12 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Instemmen Planuitwerkingskader Melis Stokelaan Leggelostraat Coevordenstraat (PUK MeLeCo) (RIS319024)33.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het voor u liggende onderzoeksrapport vormt een actualisatie van de cultuurhistorische verkenning uit 2000 en is in inhoudelijke samenhang met deze studie opgesteld Deel I: Ruimtelijke en cultuurhistorische ontwikkelingsgeschiedenis Deel II: Ruimtelijke en architectonische analyse Deel III: Waardenstellende inventarisatie Conclusies en aanbevelingen

conform beleid; zie uitwerking 5.1, 5.2

conform beleid; zie uitwerking 3.2 (Cultuurhistorische uitgangspunten), 5.2

PUK MELECO mei 2024

64

Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022 - 2040 RIS-nummer: 310664

HAAGSE NOTA MOBILITEIT RIS-nummer: 180762

RUIM BAAN VOOR DE FIETS RIS-nummer: 302960

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10877149/1/RIS310664_Bijlage

https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/verkeer-en-vervoer/haagse-nota-mobiliteit.htm

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7767782/1#search=%22RIS302960%22

Mobiliteit stelt mensen in staat elkaar te ontmoeten en verbindt de stad. De groei van Den Haag vraagt om veranderingen in de manier waarop we mobiliteit organiseren. In de Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie (RIS302361) heeft het college aangegeven de hiertoe noodzakelijke mobiliteitstransitie te willen inzetten, waardoor de komende decennia onze stad bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft voor al onze bewoners, bezoekers en bedrijven. In deze Strategie Mobiliteitstransitie Den Haag 2040 kiezen we voor een ander perspectief op het mobiliteitssysteem en op de bijbehorende mobiliteitsoplossingen. We gaan uit van de visie om mobiliteit dienend te laten zijn aan de grotere opgaven van de stad, zoals leefbaarheid, brede welvaart, klimaatverandering en de woningbouwopgave. Daarmee is mobiliteit dus geen doel op zich.

Den Haag groeit, er komen meer inwoners, meer banen en ook meer bezoekers. Dit zorgt voor een toename van verkeer van, naar en in de stad. Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de Haagse Nota Mobiliteit (RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door ervoor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. In 2019 is door B&W de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (RIS 302361) gepresenteerd als een aanvulling op de Haagse Nota Mobiliteit (HNM). Den Haag groeit sneller dan ten tijde van de HNM werd verwacht. Het verkeer wordt drukker en er is steeds minder ruimte in de stad. Om Den Haag ook in de toekomst leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden moet er anders worden gekeken naar mobiliteit. De mobiliteitstransitie is de noodzakelijke doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem, zodat de stad de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. Bovendien moet het mobiliteitssysteem duurzaam zijn en een natuurlijk onderdeel vormen van een aantrekkelijke stad waar het fijn wonen, werken, winkelen, leren en recreëren is.

In de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie heeft B&W zes uitgangspunten geformuleerd waaraan de mobiliteit in 2040 moet voldoen, te weten:

In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Een keuze voor de fiets is comfortabel, veilig en vanzelfsprekend. De (elektrische) fiets neemt ook in de regio steeds meer verplaatsingen voor zijn rekening. En de (deel-)fiets vormt, samen met trein en RandstadRail, één samenhangend systeem om je snel binnen de Randstad te verplaatsen. Dat betekent wel dat de infrastructuur moet meegroeien met het fietsgebruik. Dat betekent letterlijk meer ruimte maken voor de groei van het fietsgebruik. Met investeringen in voldoende capaciteit voor de rijdende en de parkerende fiets die ook bijdragen aan een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Met infrastructuur alleen zijn we er niet. In sommige delen van de stad en regio wordt veel meer gefietst dan in andere delen. Het is noodzakelijk om nieuwe groepen te verleiden om (vaker) voor de fiets te kiezen. Dat draagt bij aan een goede gezondheid en een goede bereikbaarheid van werk, school, winkels en vrienden. Dat kan door gerichte maatregelen die de fiets voor méér mensen een vanzelfsprekende keuze maken. In financiële zin is ook meer ruimte nodig voor de fiets. Bij steeds meer verplaatsingen op de fiets hoort een bij de ambities passend investeringsniveau.

De traditionele visie op mobiliteit, waarin elke vervoerswijze een eigen toekomstlijn krijgt, voldoet niet meer. Er is simpelweg niet genoeg ruimte om aan alle wensen te voldoen. Want de wensenlijst is lang: een lagere parkeerdruk, meer fietsparkeerplekken, meer veilige fietspaden, meer en sneller openbaar vervoer, meer ruimte voor voetgangers, minder fiets- en autofiles en goede aansluitingen op de regio, Nederland en de rest van Europa. In de praktijk moeten we altijd kiezen. Vanwege bijvoorbeeld budgetten of beschikbare ruimte. En dat geeft onmin bij de partijen die hun belangen niet gerealiseerd zien worden. Deze strategie voor de mobiliteitstransitie verbindt ruimte, mensen, voertuigen en de organisatie van mobiliteit zo goed mogelijk met elkaar. Zodat we meer kunnen doen op de schaarse oppervlakte van Den Haag om al het gemeentelijk beleid in de openbare ruimte mogelijk te maken. De blik van mobiliteit wordt daarmee verbreed naar bijvoorbeeld stadsontwikkeling, verkeersmanagement, andere overheden en bedrijven. Omdat daar vaak ook oplossingen liggen voor mobiliteitsknelpunten. Dat betekent – naast nieuwe ideeën – vooral ook een nieuwe manier van denken en werken.

conform beleid; zie uitwerking 4.2, 5.5

1. Veilig: met de ambitie van nul verkeersslachtoffers per jaar; 2. Efficiënt: in gebruik van ruimte en infrastructuur; 3. Schoon: zodat het voldoet aan milieu- en klimaatambities; 4. Op maat: waardoor iedereen zijn of haar bestemming kan bereiken; 5. Betaalbaar: betaalbare mobiliteitsoplossingen voor zowel reiziger als overheid; 6. Verbonden: met de regio en andere metropoolregio’s in binnen- en buitenland

In Ruim baan voor de Fiets staat de visie op de fiets in Den Haag in 2040. Er is gekozen voor het jaar 2040, omdat investeringen in de fiets vooral effectief zijn als ze over een langere periode worden volgehouden. Wij willen fors investeren in een comfortabel en veilig fietsnetwerk en goede fietsparkeervoorzieningen. Dat is de basis voor een aantrekkelijke fietsstad. Daarnaast zetten wij in op vernieuwend beleid, om nieuwe groepen te bereiken om (vaker) voor de fiets te kiezen. En wij hechten veel waarde aan een proactieve aanpak van de verkeersveiligheid waarmee het aantal slachtoffers omlaag gaat.

conform beleid; zie uitwerking 4.2, 5.5 (Mobiliteitstransititie, STOMP-Principe)

conform beleid; zie uitwerking 4.2, 5.5 (Mobiliteitstransititie, STOMP-Principe, Ontsluiting van de wijk)

PUK MELECO mei 2024

65

PARKEREN IN EEN LEEFBARE EN BEREIKBARE STAD RIS-nummer: 308711

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10165482/1/RIS308711_Bijlage_Parkeerstrategie_Den_Haag_2021-2030

De komende jaren groeit Den Haag groeit fors, zowel in aantal inwoners als in arbeidsplaatsen. Dit leidt tot extra druk op de openbare ruimte. Deze nieuwe bewoners willen allemaal prettig wonen, werken, recreëren. Ook moet er ruimte beschikbaar zijn voor de auto’s die deze mensen bezitten. De Agenda ruimte voor de stad en de hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie 2040 beschrijven hoe Den Haag dit gaat bereiken. Het is nodig om extra woningen en voorzieningen te bouwen, maar ook om de openbare ruimte beter te benutten voor bijvoorbeeld meer groen en recreatie. De openbare ruimte kan op veel plekken geen extra auto’s meer bergen. De ruimte die er is, moet zo goed mogelijk worden verdeeld. Wij willen dat de Haagse straten niet overvol raken met geparkeerde auto’s. Tegelijkertijd willen we dat mensen die een auto bezitten een reële kans hebbenop het vinden van een parkeerplaats.

BELEIDSREGELS FIETSPARKEERNORMEN DEN HAAG RIS-nummer: 294386

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5178279/1/170323-RIS294386_bijlage_1_Beleidsregels_Fietsparkeernormen_Den_Haag_mrt1___

Fietsparkeernormen zijn nodig om een prognose te kunnen maken van de te verwachten behoefte aan fietsparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen. Met de fietsparkeernormen, inclusief het toepassingskader, wordt een belangrijke stap gezet op weg naar een transparante en eenvoudige werkwijze bij het opstellen van de fietsparkeereis. Bij het opstellen van de normen wordt rekening gehouden met een groei van het fietsgebruik. In deze beleidsregels worden normen gesteld aan de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen bij nieuw- en verbouwontwikkelingen van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Hierbij is dezelfde functionele indeling gehanteerd als bij de autoparkeernormen. Voor de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen bij woningen worden de eisen van het bouwbesluit overgenomen.

Deze Parkeerstrategie biedt de beleidskaders voor instrumenten om een leefbaar evenwicht te bereiken. Hiermee neemt de druk van de geparkeerde auto in de schaarse openbare ruimte niet verder toe en waar dat noodzakelijk is, wordt de druk verlaagd. Zo ontstaat ruimte voor andere door bewoners gewenste functies zoals groen, spelen, stallingsplaatsen voor fietsen en recreatie. Als onderdeel van de Parkeerstrategie is in oktober 2021 de Nota Parkeernormen Den Haag vastgesteld (RIS 309940) vastgesteld. In deze Nota Parkeernormen is o.a. vastgelegd welke parkeernormen voor een ontwikkeling van toepassen zijn en welke mogelijkheden aanwezig zijn met betrekking tot dubbelgebruik, salderen en deelmobiliteit.

conform beleid; zie uitwerking 4.2, 5.5 (Mobiliteitstransititie, Parkeerregime)

conform beleid; zie uitwerking 4.2, 5.5 (Mobiliteitstransititie, STOMP-Principe)

PUK MELECO mei 2024

66

Agenda Groen voor de Stad RIS-nummer: 294705

Kadernota openbare ruimte RIS-nummer: 310884

Nota Stadsnatuur RIS-nummer: 305824

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3716164/1#search=%22RIS294705%22

V https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/12769883/2

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9045102/1/RIS305824_Bijlage_1

In de Agenda Groen voor de Stad wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leef kwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leef kwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leef kwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte(wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema’s: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.

Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Elke (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnen gebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden.

De kadernota openbare ruimte bouwt voort op de bestaande beleidskaders voor de openbare ruimte zoals in de eerdere kadernota's uit 2004 en 2012 is vastgelegd. Het beleid is geüpdatet met het vastgestelde beleid uit onder andere de Agenda Ruimte voor de Stad, de Mobiliteitstransitie (en de nieuwe parkeerstrategie) en de Kadernota Duurzaamheid 2019. De laatste kadernota gaat verder in op de diverse functies die in de openbare ruimte moeten worden gefaciliteerd. In het algemeen gaat het om: verblijf en ontmoeting stimuleren, de gezondheid bevorderen, de veiligheid en weerbaarheid bevorderen, de bereikbaarheid garanderen en economische functies faciliteren. Omdat de stad sterk aan het groeien is wat betreft het aantal inwoners, maar niet wat betreft oppervlakte en openbare ruimte, moet steeds vaker worden gekozen. De prioriteiten voor de periode tot 2030 zijn: een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren; een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen; klimaatadaptief maken van de openbare ruimte; veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers.

In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. We hebben al een goede basis. Om dit zo te houden, en waar mogelijk te versterken, is de Nota Stadsnatuur opgesteld. Hierin gaan wij aan de slag voor een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit.

conform beleid; zie uitwerking 4.3 (vergroenen), 5.6

conform beleid; zie uitwerking 4.2, 4.3 (vergroenen), 5.4 (Inrichtingsprincipe / HOR,

conform beleid; zie uitwerking 4.3 (vergroenen), 5.6 (stadsnatuur, Ecologie,

Buitenruimte beheer), 5.5 (STOMP-principe), 5.6

natuurinclusiviteit, flora en fauna)

Bij (her-)inrichting van de openbare ruimte dient minimaal van het bestaande aandeel groen en water in de openbare ruimte te worden gehandhaafd, waarbij er wordt gestreefd naar een vergroting van het oppervlak groen van 5% in de periode tot 2030. Als niet alles past, wordt een afweging gemaakt tussen de verschillende ruimtevragers door de volgende afwegingsprincipes te volgen: combineren van functies boven enkelvoudige toepassingen – centraal stellen van de gebiedskenmerken – afwentelen voorkomen (in tijd of gebied).

Om in Den Haag de natuur zoveel mogelijk de ruimte te geven, kiezen we voor een ecologische inrichting en een ecologisch beheer van parken, plantsoenen en groenstroken. Met het ecologisch beheer van de stad richten we ons vooral op insecten. Om ervoor te zorgen dat er ook bij kleine herinrichtingsprojecten aandacht voor de natuur blijft, gaan we werken met een natuurkansenscan. Deze scan richt zich op natuurwaarden die snel over het hoofd worden gezien, zoals de aanwezigheid van schuilplaatsen voor een egel of broedgelegenheden voor vogels die broeden in struiken. Zo maken we van Den Haag steeds meer een natuur inclusieve stad. Daarnaast gaat de gemeente groen en water waar mogelijk natuurlijker inrichten. We houden nadrukkelijk rekening met de leefomstandigheden van planten en dieren, werken aan een plantenrijk, helder stadswater met voldoende schuilplekken voor waterdieren en willen proberen overlast veroorzakende planten en dieren beheersbaar houden. We volgen onze stadsnatuur op de voet, zodat we tijdig kunnen signaleren of bijsturen. Want onze stadsnatuur is al bijzonder en dat willen we graag zo houden.

We kiezen er voor om zoveel mogelijk functies te combineren, maar waar dat niet meer past te kiezen. Dat betekent dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet en bijvoorbeeld de snelheid van de weg wordt verlaagd als er onvoldoende ruimte voor fietspaden is. Voor ontwerpen geldt dat eerst wordt ontworpen vanuit het langzaam verkeer (omgekeerd ontwerpen) en wordt gewerkt volgens het principe: groen, tenzij. Er wordt nu nog te vaak bestrating aangelegd op plaatsen waar dit niet nodig is voor de bereikbaarheid.

PUK MELECO mei 2024

67

Nota stadsbomen RIS-nummer: 307827

Stedelijke Groene Hoofdstructuur RIS-nummer: 300506

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9801295/1/RIS307827_Bijlage_1

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/6827741/3#search=%22RIS300506%22

Stadsbomen zorgen met hun ecosysteemdiensten voor leef kwaliteit in de stad. Stadsbomen spelen ook een belangrijke rol bij en zijn een oplossing voor grootstedelijke uitdagingen zoals klimaatadaptatie en verdichting. De inzet van groen vraagt om maatwerk en het bepalen van de gewenste functies. Het vooraf bepalen van de ambitie voor de ecosysteemdiensten is een basisopgave voor elke herinrichting in het gebied. Stadsbomen zijn dragers van het groen. Voor het realiseren van de twee hoofddoelen, een toekomstbestendig Haags bomennetwerk en 5% meer kroonoppervlak in 2030, hebben we concrete maatregelen benoemd. Voor het realiseren van een toekomstbestendig Haags Stadsbomennetwerk bestaan verschillende opgaven:

De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt. Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur- en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groen gebieden)met daar tussen de ecologische verbindingszones.

uitbreiden en versterken van de Hoofdboomstructuur. Een Hoofdboomstructuur verbindt direct of indirect belangrijke groengebieden met elkaar, begeleidt over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen en bestaat vooral uit lanen (met of zonder middenberm) en voldoet aan gestelde voorwaarden.

conform beleid; zie uitwerking 4.3 (vergroenen), 5.6

- Versterken en uitbreiden van Haagse groene middenbermen. - Grootschalige uitval voorkomen door te kiezen voor diversiteit in geslacht, soort en cultivar i.p.v. monoculturen. Kiezen voor biodiversiteit en te ontwerpen met het ecologisch passend principe. Het stedelijke doel is dat in 2030 75% van de bomen ecologisch passend is - Werken aan goede microklimaten in de stad met behulp van bomen. Houdt hierbij wel rekening dat bomen een slecht windklimaat niet kunnen oplossen. Voor het realiseren van meer kroonoppervlak in de stad bestaan de volgende opgaven: - Actief verbeteren van bestaande groeiplaatsen door te ontstenen, zoveel mogelijk ‘open groeiplaatsen’ te realiseren en groeiplaatsverbeteringen toe te passen. - Aanplant van extra bomen (let op! In beperkte mate in ecologische verbindingszones). - Nieuwe aanplant met toekomstbestendige groeiplaatsen (zoveel mogelijk in ‘open’ groeiplaatsen). - Bij kabels en leidingen maatwerk toepassen, o.a. door vooraf een ondergronds ontwerp te maken. - Zorgvuldig omgaan met bestaande bomen. - Stadsbreed denken over meer kroonoppervlak: stimuleren meer bomen en struiken op privaat terrein.

conform beleid; zie uitwerking 4.3 (vergroenen), 5.6

PUK MELECO mei 2024

68

Nota Duurzaamheid RIS-nummer: 301829

Stedelijk Energie Plan RIS-nummer: 306869

Transitievisie Warmte RIS-nummer: 310442

https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/natuur-en-milieu/duurzaamheid/haags-plan-voor-een-duurzame-toekomst.htm

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/8651510/1/RIS305064_bijlage

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10731340/1/RIS310442_Bijlage_Transitievisie_Warmte

Den Haag wil in 2040 een klimaat-neutrale stad zijn. Deze ambitie is opnieuw vastgesteld in de Kadernota Duurzaamheid 2019 door het college van Burgemeester en wethouders. De kadernota bundelt het onderwerp ‘duurzaamheid’ rond de thema’s Energie, Stedenbouw, Mobiliteit, Openbare Ruimte, Internationale Stad en Duurzame gemeentelijke organisatie. De ambities op het gebied van klimaat en energie zijn verwoord in het Ontwerp Stedelijk Energieplan (RIS305064). In 2016 en 2017 zijn door de raad moties aangenomen die het belang van klimaatneutraal bouwen (RIS295453 en 296798) onderstrepen en is bij de behandeling van de Agenda Ruimte voor de Stad een amendement ‘gasloze nieuwbouw’ aangenomen (RIS295016). Het verduurzamen van de Haagse energiehuishouding met als speerpunten ‘distributie van duurzame warmte’, ‘opwekking van duurzame energie’ en energiebesparing’ dragen bij aan het realiseren van deze ambitie. Er zijn in Den Haag goede mogelijkheden door het uitgebreide collectieve warmtenet (stadsverwarming), de aanwezige bodempotentie (geothermie en warmte- en koude opslag) en de ligging aan zee (zon, wind, energie uit zee), zo mogelijk in combinatie met groene daken. Als stad aan zee houdt Den Haag rekening met klimaatverandering en kustveiligheid.

Klimaateffecten waar Den Haag mee te maken krijgt zijn zeespiegelstijging, stijging van de gemiddelde temperatuur, langere droge periodes en als het regent zijn de buien heviger. Klimaatadaptatie is nodig om in de toekomst ook een veilige, leefbare en aantrekkelijke stad te zijn. Hiervoor zijn fysieke maatregelen nodig die bijdragen aan klimaatadaptatie en een impuls geven aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad.

Den Haag zet betekenisvolle en concrete stappen naar het doel van een klimaatneutrale stad in 2030. Hiermee sluit de gemeente aan op de besluiten van de rijksoverheid die op energieterrein zijn genomen. Dit betekent onder andere dat elk nieuw gebouw klimaatneutraal en dus zonder aardgas wordt opgeleverd. Bij grootschalige renovaties is aardgasvrij het uitgangspunt. Daarnaast is de ambitie om in de periode 2018-2022 25.000 tot 30.000 bestaande woningen van duurzame energie te voorzien of ze hierop voor te bereiden, zodat ze klaar zijn om aangesloten te worden op schone energie. Per wijk worden wijkenergieplannen opgesteld. In deze plannen zal worden beschreven welke toekomstige energievoorziening in de wijk beschikbaar is en hoe de overstap wordt gemaakt. Verder is de ambitie dat ieder geschikt dak in Den Haag zonnepanelen, zonneboilers heeft, groen is of anders wit.

In deze visie staan de plannen waarmee Den Haag de komende periode meer en meer overstapt naar een schone energievoorziening. Dat betekent dat we straks schone energie gebruiken voor zaken als verwarmen, koken en douchen. Daarvoor zal een groot deel van onze huizen en gebouwen tussen nu en 2030 aangepast worden voor de overstap van fossiele energie naar schone energie. De gemeente ziet het als haar plicht om zorg te dragen voor een duurzame, sociale en toekomstbestendige stad. Al die huizen en gebouwen zijn echter niet in eigendom van de gemeente; we kunnen en willen niemand dwingen, maar mensen wel ondersteunen. Daarom geven we in de transitievisie warmte richting aan de plannen die we samen met inwoners, ondernemers en betrokken partners maken. Voor iedere buurt kiezen we een warmteoptie, die concreet uitgewerkt wordt en ook dat doen we samen met bewoners en bedrijven. In een flink aantal buurten kunnen we nu al aangeven of er voor een collectief warmtenet kan worden gekozen of dat een individuele warmtetechniek een betere oplossing zal zijn. In andere wijken kun je dat nu nog niet vaststellen. Daar wordt later beslist welk energiesysteem er komt. Gelukkig hoeft niemand daarop te wachten. We kunnen overal al starten met energie besparen, isoleren en de overstap op inductie koken. Ook is een hybride warmtepomp in bijna alle gevallen een goed idee.

Zo zorgen we er samen voor dat de overstap op schone energie straks vlot verloopt.

conform beleid; zie uitwerking 4.3 (verduurzamen), 5.6

conform beleid; zie uitwerking 4.3 (verduurzamen), 5.6

De gekozen energievoorziening moet passen bij de oplossingsrichting die in het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en het ontwerp van de Transitievisie warmte (RIS310442) vastgesteld is voor dit deel van de stad. Omdat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd kan worden is het gebruik van hoge temperatuur stadsverwarming onwenselijk. Die warmte is nodig voor de verwarming van bestaande woningen en gebouwen. Platte daken op de locatie dienen optimaal gebruikt te worden voor energievoorziening (elektriciteit, warm water) in combinatie met groene, blauwe en/of witte daken. De gezamenlijke ambitie voor GPR is gemiddeld een 8 voor de thema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Wordt gekozen voor BREEAM dan is de norm minimaal vier sterren. Veel nieuwbouw in Den Haag en Nederland laat zien dat dit gangbaar is. Deze instrumenten helpen om duurzaam te bouwen met een maximale vrijheid voor ontwikkelende partijen.Veel nieuwbouw in Den Haag en Nederland laat ziet dat dit gangbaar is. Deze instrumenten helpen om duurzaam te bouwen met een maximale vrijheid voor ontwikkelende partijen. Bij een hogere prestatie kan korting gegeven worden op legeskosten.

conform beleid; zie uitwerking 4.3 (verduurzamen), 5.6

PUK MELECO mei 2024

69

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/6387194/1/RIS299493_bijlage_1

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10195516/1/RIS308744_bijlage

WEGWIJZER DEN HAAG KLIMAATBESTENDIG RIS-nummer: 308744

Grondstoffenplan Den Haag https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10656926/1 RIS-nummer: 310285

Ondergrond (ondergrondse infrastructuur RIS299493 en boomwortels, kabels en leidingen en riolering RIS268741) De bodem en ondergrond zijn belangrijk voor het realiseren van de maatschappelijke opgaven voor klimaatverandering, energietransitie en verstedelijking. De bodem en ondergrond vormen de basis voor onze gebouwen en nutsinfrastructuur, het reservoir voor ons drinkwater en energie. De bodem is ook ons archief met waardevolle archeologische en geologische informatie.

Het stappenplan uit de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig) dient gevolgd te worden, waardoor de Haagse eisen en ambities op het gebied van wateroverlast, hittestress en droogte goed in het ontwerp opgenomen en getoetst kunnen worden. Met de inrichting van de buitenruimte met klimaatbestendige maatregelen is deze voorbereid op extreme weersomstandigheden. Onderzocht kan worden of er bij pieken hemelwater direct op het oppervlaktewater kan worden afgewaterd. De buitenruimte wordt zo ingericht dat het optimaal kan blijven functioneren en beheerd kan worden bij veranderende klimaatomstandigheden, zoals hitte, droogte, wateroverlast en teruggang biodiversiteit. De inrichting en het niveau van de buitenruimte en de bebouwing, moet dusdanig worden afgestemd dat de schade door wateroverlast wordt beperkt. Minimale voorwaarde is dat negatieve effecten op de waterhuishouding worden voorkomen of gecompenseerd. Om wateroverlast te voorkomen is de ambitie regenwater vast te houden en vertraagd af te voeren, met als doel piekbelastingen op het rioolsysteem en het oppervlaktewater te voorkomen. De wegwijzer Den Haag klimaatbestendig beschrijft de Haagse eisen en ambities aan een klimaatbestendige inrichting.

Dit Grondstoffenplan zet een stap naar een nieuwe manier van denken over afval, namelijk als iets dat we kunnen hergebruiken als grondstof. Alles wat we nu weggooien, kan de grondstof zijn voor iets nieuws.

conform beleid; zie uitwerking 4.3, 5.6

conform beleid; zie uitwerking 5.4 (Afval)

Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond RIS-nummer: 299493

Steeds meer functies (warmtenet, ondergrondse warmte-koudeopslaginstallaties, digitale netwerken, afvalcontainers en gescheiden riolen) vragen ruimte onder de grond. De schaarste in de ondergrond bepaalt daarmee het gebruik van de openbare ruimte. De uitdaging is om vanuit de niet zichtbare beperkingen van de ondergrond de openbare ruimte erboven in een vroege fase al goed te coördineren en laten functioneren en bij grote complexiteit ruimtebesparende maatregelen toe te passen. Een duurzame inrichting van de ondergrondse ruimte gelden de volgende principes: - Start met een inventarisatie van de ondergrondse ordening. - Breng de actuele ligging, en de eigenaar van de bestaande ondergrondse infrastructuur in beeld. - Breng de relaties en knelpunten van toekomstige vastgoedontwikkelingen in beeld en op het ontwerp en gebruik van de openbare ruimte. - Projecteer de wenselijke en mogelijke tracés voor de nieuwe ondergrondse infra; - Maak een aanzet tot keuzes van o.a. energievoorziening, koeling enz. - Kies de gewenste principes omtrent de afvoer van hemelwater en vuilwater; - Breng het beheer en onderhoud in beeld en breng, in samenhang, in beeld welke bovengrondse maatregelen mogelijk zijn op basis van de ondergrond. - Zorg ervoor dat de inrichting van de ondergrond geen of beperkte negatieve effecten heeft op het bodem- en watersysteem en/of op het bovengrondse ruimtegebruik.

- Biedt ruimte voor innovatieve oplossingsrichtingen, maar wel met het perspectief om deze als bewezen oplossing te beschouwen. conform beleid; zie uitwerking 5.6

De gemeente wil dat zo min mogelijk spullen bij het afval terechtkomen. En dat inwoners en bedrijven zo veel mogelijk afval scheiden. Zo kunnen grondstoffen opnieuw worden gebruikt. Deze manier om afval in te zetten als grondstof heet grondstoffentransitie. In het Grondstoffenplan staat hoe de gemeente dit wil bereiken. Restafval wordt vaak verbrand. Daardoor komen er schadelijke stoffen in de lucht en kunnen de materialen niet meer opnieuw worden gebruikt. Daarom is het belangrijk dat afval beter wordt gescheiden. In het Grondstoffenplan staan verschillende projecten om meer afval te scheiden en zo meer grondstoffen opnieuw te gebruiken. Van apart ingezameld plastic kunnen bijvoorbeeld nieuwe verpakkingen gemaakt worden. En van groente-, fruit- en tuinafval (gft) kan compost en biogas worden gemaakt.

PUK MELECO mei 2024

70

ACTUALISERING VAN DE NORMEN TEN AANZIEN VAN

Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen RIS-nummer: 313059

https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/overige_bestuurlijke_stukken/81470 BEZONNING EN WINDHINDER

https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/778488

In januari 1996 stemde de toenmalige raadscommissies voor Ruimtelijke Ordening, Stadsvernieuwing en Volkshuisvesting en voor Verkeer en Vervoer, Binnenstad en Monumenten, in, met normen voor bezonning en windhinder. In het vervolg zouden bij de toetsing van stedenbouwkundige plannen en bouwplannen, deze normen, als algemeen gemeentelijk kader worden gehanteerd. In de afgelopen jaren hebben de normen hun dienst bewezen. Na ruim tien jaar zijn de normen door een ambtelijke werkgroep, binnen de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, geactualiseerd. Gebleken is dat er nog steeds geen wettelijk regels zijn en dat er nog altijd behoefte is aan normen op het gebied van bezonning en windhinder. Aanleiding voor het opstellen van een norm was destijds de bouwontwikkelingen in het centrum (bouw van het stadhuis en het ministerie van VROM). Recente projecten, zoals het Wijnhavenkwartier, en de juridische procedures die hieromtrent hebben gespeeld, alsmede nieuwe ontwikkelingen in het kader van de structuurvisie, geven aanleiding om de bestaande normen bij te stellen.

In de Nota Natuurinclusief Bouwen die de gemeente heeft opgesteld wordt het begrip Natuurinclusief Bouwen gedefinieerd als ‘bouwen zodanig dat (ook) de natuur er baat bij heeft’. Het gaat er dus niet alleen om, om sec aan de Flora- en faunawet te voldoen, maar om proactief te handelen ten bate van de natuur.

RIS-nummer: 170509

Recent is in de gemeenteraad de Agenda voor de Haagse Verdichting besproken, als thematische uitwerking van de structuurvisie (rv 51; RIS 159469). Bezonning (schaduwwerking) en windhinder zijn bij verdichting van de bestaande stad belangrijke randvoorwaarden waaraan moet worden getoetst. Uit ervaringen uit het verleden, bij bezwaar- en beroepsprocedures, is gebleken dat de normen met betrekking tot bezonning onduidelijkheden bevatten en dat de begrenzing van het toepassingsgebied niet eenduidig is beschreven. In het vervolg kom ik hierop terug. Voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving is er inmiddels een privaatrechtelijke norm (NEN 8100) uitgebracht. Bijgevoegd Windhinder en bezonning rond nieuwbouw dd. 2 januari 1996 en Nota Den Haag Bezonning rond nieuwbouw van de dienst REO en de dienst Bouwen en Wonen dd. 9 november 1995 en notitie Den Haag Windhinder rond nieuwbouw van 9 november 1995

conform beleid; zie uitwerking 5.6

Bij het natuurinclusief bouwen gaat het enerzijds om het verbeteren van de leefomstandigheden van ‘gebouwgebonden’ soorten als huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn volgens de Wet Natuurbescherming beschermde soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen verblijfmogelijkheden meer hebben. Dit wordt in de hand gewerkt door landelijke en gemeentelijke doelstellingen om energie te sparen door betere isolatie van gebouwen. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer (natuurlijk) groen in de directe woonomgeving toe te passen. Door de verdere stedelijke verdichting die door de verwachte bevolkingsgroei gaat plaatsvinden is deze opgave extra actueel. Het behoud en ontwikkelen van groen is van belang voor bescherming en ontwikkeling van soorten en voor een biodiverse stad, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad, voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Daarom wil de stad het toevoegen van groen op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte stimuleren. De gemeente wil groen- en natuurinclusief bouwen bevorderen, dit onder andere door toepassing van een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen.

conform beleid; zie uitwerking 5.6

PUK MELECO mei 2024

71

PUK MELECO mei 2024

72

7. Uitvoering en realisatie

Specifieke uitkering woningbouwimpuls (SPUK WBI) In de buitenruimte rondom MeLeCo zal worden ingezet op het vergroenen en verbeteren van de openbare ruimte. In maart 2023 heeft het college voor de buitenruimte van het MeLeCo-project een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage uit de Woningbouwimpuls (RIS314931). Om aan de randvoorwaarden te voldoen dient in de financiële administratie de scheiding tussen de diverse kosten en opbrengsten en de betreffende kostenplaats goed geregistreerd te worden. Aan de uitkering zijn voorwaarden verbonden voor wat betreft o.a. programma, woningaantallen en start bouw.

We zullen specifieke afspraken maken met de initiatiefnemer in een anterieure overeenkomst, zoals de vergoeding van eventuele schade dat onder de Omgevingswet heeft te gelden als nadeelcompensatie (voorheen onder het oude recht bekend als planschade), als ook de bouw, het gebruik, en het onderhoud van een parkeer hub, teneinde te kunnen voldoen aan de geldende parkeernormen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de realisatie van de parkeer hub. Zoals beschreven in H5.5 Logistiek, Parkeren en Mobiliteit (Betaalbaarheid Parkeren, Beheer en Exploitatie), is nog niet bekend bij welke partij het beheer en de exploitatie worden ondergebracht. Hiervoor (beheer) is nog geen financiële dekking beschikbaar. We verwachten eind 2024 advies te kunnen geven aan het college en de raad. Onder de Omgevingswet kan de gemeente kosten verhalen, zowel via de publiekrechtelijke weg als de privaatrechtelijke weg. Het sluiten van een anterieure overeenkomst via de privaatrechtelijke weg heeft sterk de voorkeur, omdat daarmee vooraf helderheid en zekerheid voor alle partijen kan worden gecreëerd. Hierover is reeds gesproken in de overleggen tussen gemeente, corporatie en ontwikkelaar.

Op grond van de anterieure exploitatieovereenkomst zullen kostensoorten in rekening worden gebracht, die voor verhaal in aanmerking komen op grond van de Omgevingswet (artikel 8.15 Omgevingsbesluit) Deze moeten door de initiatiefnemer worden voldaan aan de gemeente. Het sluiten van een anterieure overeenkomst is noodzakelijk voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend.

Kostenverhaal Bij de vaststelling van een omgevingsvergunning voor een particuliere ontwikkeling dient de gemeente te borgen dat de kosten die de gemeente maakt voor o.a. de planologische procedure, de gebiedsoverstijgende kosten, ondergrondse-en bovengrondse infrastructuur en plankosten worden verhaald op de initiatiefnemer door middel van kostenverhaal, waarvoor de basis is gelegd in hoofdstuk 13.6 Omgevingswet). De ontwikkeling is aan te merken als een bouwplan, in de zin van artikel 8.13 Omgevingsbesluit.

Financiën in het vervolgproces Het PUK geeft de kaders om het plan verder te ontwikkelen. Voor de uiteindelijke realisatie dient de initiatiefnemer de verdere procedure te volgen via het Omgevingsloket. Er wordt dan een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Deze aanvraag wordt vervolgens beoordeeld op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, de aanpassing van het omgevingsplan en de bijbehorende verzekering van het kostenverhaal. De gemeente brengt hiervoor separaat de kosten in rekening.

7.1 Financiering Specifieke uitkering mobiliteitshubs Voor het MeLeCo-project is de specifieke uitkering (SPUK) woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur (‘s-Gravenhage: Zuidwest IENW/BSK-2023/392196) toegekend. Het beoogde doel van deze financiële ondersteuning is de ontwikkeling van een mobiliteitshub met buurtfuncties, evenals het bevorderen van de realisatie en betaalbaarheid van parkeerplaatsen voor sociale huurwoningen. Met de toekenning van deze Rijksbijdrage wordt de exploitatie en uitwerking van het project binnen de kaders van dit PUK mogelijk gemaakt. Om deze reden is de SPUK randvoorwaardelijk voor de haalbaarheid van het project.

Het uiteindelijke bedrag van de te verhalen kosten legt de gemeente – zoals hierboven is beschreven - met initiatiefnemer vast via de erfpachtsuppletie, de leges en in een anterieure overeenkomst. Indien er geen overeenstemming komt over het sluiten van een anterieure overeenkomst, is de gemeente wettelijk verplicht kostenverhaal toe te passen via de publiekrechtelijke weg.

7.2 Juridisch- planologische procedures Het project past niet binnen de huidige planologische kaders voor het plangebied (het tijdelijk Omgevingsplan). Voor de realisatie van de ontwikkelingen die op grond van dit PUK mogelijk zijn, is een nieuw juridisch-planologische basis nodig. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk dat zijn planuitwerking voldoet aan de kaders uit het planuitwerkingskader. Uiteraard blijft de initiatiefnemer ook zelf verantwoordelijk voor al die aspecten die niet in het PUK zijn geregeld. De vigerende wet- en regelgeving is in principe altijd van toepassing. Planologische procedure De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Vanaf dat moment kunnen ontwikkelingen die niet binnen een omgevingsplan passen, mogelijk worden gemaakt met een wijziging van het tijdelijke Omgevingsplan, of een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Met betrekking tot dit project wordt er waarschijnlijk gekozen om gebruik te maken van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voorbehoud De gemeente Den Haag benadrukt dat tegen de vaststelling van het omgevingsplan, omgevingsvergunningen en alle andere besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht belanghebbenden bestuursrechtelijke rechtsmiddelen van bezwaar en/of beroep kunnen instellen.

Eventuele gerechtelijke procedures, (gewijzigd) bestuurlijk besluitvormingsproces en externe omstandigheden kunnen, ondanks de ambtelijke inspanningen ten behoeve van de planvorming, de totstandkoming en de inwerkingtreding van het nieuwe juridisch-planologische regime beïnvloeden. Hiervoor is de gemeente nimmer aansprakelijk.

PUK MELECO mei 2024

73

7.3 Planning en fasering Q2 2024 PUK afgerond Q1 2024 opstellen SOK en Anterieure overeenkomst Q2 2024 PUK vastgesteld Q2 2024 - start architectonisch schetsontwerp Q3 2024 - architectonisch schetsontwerp afgerond Q4 2024 PvE en juridische structuur Mobiliteitshub afgerond Q4 2024/Q1 2025 SOK en AO vastgesteld Q1 2025 - architectonisch voorlopig ontwerp afgerond Q3 2025 - architectonisch definitief ontwerp afgerond Q4 2025 - aanvraag buitenplanse omgevingsplan activiteit Q2 2026 - start bouw 2027 - oplevering eerste woningen De planning is onder voorbehoud en kan afwijken.

PUK MELECO mei 2024

74

Colofon Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie juni 2024

PUK MELECO mei 2024

75

8. Bijlage

Participatie MeLeCo Bewoners betrekken bij de nieuwbouw- en renovatieplannen Rapportage participatie 22 september 2023

Haag Wonen, BPD Bouwfonds Gebiedsontwikkeling en gemeente Den Haag

Haag Wonen, BPD Bouwfonds Gebiedsontwikkeling en gemeente Den Haag

PUK MELECO mei 2024

76

Het project MeLeCo betreft een combinatie van sloop/nieuwbouw en renovatie. Langs de Melis Stokelaan zullen nieuwe bouwblokken, aangevuld met een hoogteaccent, deze lange lijn van Zuidwest begeleiden. De ingrijpende renovatie van de blokken langs de Coevordenstraat vormt de overgang naar het kleinschaligere buurtniveau. Naast het woonprogramma is er ruimte voor een mobiliteitshub met deelmobiliteit voor de buurt en buurtlogistiek. Het parkeren wordt half verdiept opgelost, waarboven een dektuin komt met een groen karakter die samen met de rest van de binnentuin één collectieve ontmoetingsruimte vormt voor de huidige en nieuwe bewoners.

PUK MELECO mei 2024

77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14301104/1