CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318669 Bijlage 3 Gebiedskader Uitenhagestraat tbv Cie en Raad LR

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Gebiedskaders ZKD, Fruitweg en Uitenhagestraat (RIS318669)30.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

57

Bestemmingsplan Transvaal (vastgesteld 11 maart 2011)

58

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

Bestemmingsplan Transvaal (lijn 11 zone) (vastgesteld 26 november 2015)

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

59

6. RELEVANT BELEID 6.1

Coalitieakkoord 2023 – 2026

Het college wilt o.a. aandacht en extra geld aan klimaat, natuur duurzaamheid, leefbaarheid en veiligheid (in de brede zin van het woord) besteden. Economie De Haagse is verrassend divers. Van familiebedrijven die al decennialang hun producten maken en verkopen, tot nieuwe innovatieve startups waar wordt gewerkt aan de uitdagingen van de toekomst. Daarbij zijn bedrijventerreinen een belangrijke plek voor de maakindustrie. Samen met MKB Den Haag worden bedrijven en ondernemers ondersteund om zich klaar te maken voor de schone, circulaire en duurzame economie van de toekomst. Buitenruimte Er is blijvende aandacht voor de buitenruimte. Alle inwoners moeten kunnen rekenen op een mooie buitenruimte. Er wordt geïnvesteerd in o.a. (meer) natuur, vergroening, klimaatadaptatie en een schonere stad. Den Haag stelt zich op als partner bij het veilig en schoonhouden van bedrijventerreinen. Er wordt ingezet op het behoud van groen, bomen en de stadsnatuur en het vergroenen van versteende wijken. Het verplaatsen in de stad dient in een groene, duurzame en gezonde omgeving plaats te vinden. Aan de hand van NOVEX bespreekt Den Haag met het Rijk subsidiemogelijkheden voor betere inbedding van o.a. bedrijvigheid in een groene omgeving. Den Haag wilt ook een toegankelijke stad zijn voor o.a. ouderen en mensen met een beperking. Toegankelijkheid is expliciet onderdeel van planvorming.

60

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

Duurzaamheid

6.2

We stimuleren de transitie naar duurzame bedrijfsvoering op die terreinen. Rondom de werkagenda’s energietransitie, circulaire economie, duurzame mobiliteit en duurzame leefomgeving sluiten we samen met inwoners, bedrijven en organisaties een Haags Klimaatakkoord. Daarin worden de gezamenlijke acties benoemt die bijdragen aan de ambitie om 2030 klimaatneutraal te zijn.

De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is.

Agenda Ruimte voor de Stad

Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier (integrale) transitieopgaven van belang: 1. 2. 3. 4.

De ontwikkeling naar een nieuwe economie De vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving De roep om slimme stadsontwikkeling De opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief.

Met behulp van de volgende principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: •

•

Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat.

•

Kwaliteit door integrale samenhang met sociaalmaatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid.

Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma’s, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden.

6.3

Provinciaal beleid

De provincie streeft naar een kwantitatief en kwalitatief evenwicht in vraag en aanbod van bedrijventerreinen op regionaal en bovenregionaal schaalniveau en een optimale benutting van bedrijventerreinen. Daarbij wordt ingezet op beter benutten en duurzaam functioneren van bestaande bedrijventerreinen en op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën / milieuzones en watergebonden bedrijven. Voor grote ruimtevragers voert de provincie bij wijze van ‘pas op de plaats’ een selectief vestigingsbeleid. Bedrijventerreinen zijn zeer belangrijk voor de Zuid-Hollandse economie. De schaarse ruimte moet zo efficiënt mogelijk worden benut met aandacht voor kwaliteit. Kwalitatief goede bedrijventerreinen zijn nodig voor een optimaal vestigingsklimaat voor het gehele Zuid-Hollandse bedrijfsleven. Met het bedrijventerreinenbeleid wordt een bijdrage geleverd om te komen tot een economisch concurrerend Zuid-Holland. De provincie zet in op drie beleidslijnen: 1. Het in evenwicht houden en, waar nodig, brengen van de vraag naar en het aanbod van bedrijventerreinen Elk gebied kent andere opgaven, andere spelers en andere coalities. Daarbij passen maatwerk, flexibiliteit en een verbindende rol van de provincie.

Om de mismatch tussen kwantitatief aanwezig planaanbod en kwalitatieve vraag op te heffen zou er soms her- of deprogrammering of fasering van het (harde) planaanbod aan de orde kunnen zijn, om zo kwalitatief goed aanbod de ruimte te geven. Bij te weinig aanbod is beter benutten de inzet; uitbreiding in het algemeen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) in het bijzonder is niet het uitgangspunt en alleen gewenst in uitzonderlijke gevallen. Dit draagt namelijk niet bij aan zorgvuldig

ruimtegebruik. De provincie ziet bedrijventerreinen vanaf milieucategorie 3 (of overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur) als bedrijventerreinen met een regionale functie en belang. Daar is provinciale sturing op noodzakelijk. Bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 (of overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur) is ook belangrijk, maar dit type bedrijvigheid heeft een kleiner afzetgebied en over het algemeen goed mengbaar met andere functies. Gemeentelijke sturing is daarbij afdoende. Voor binnenstedelijk gelegen bedrijventerreinen met milieucategorie 3 is functiemenging alleen mogelijk wanneer de belangen van bedrijven niet worden geschaad. Bedrijventerreinen waar bedrijven gevestigd zijn van categorie 3 en hoger en watergebonden bedrijven worden in principe behouden. Transformatie naar een andere functie is toegestaan mits de terreinen kleiner zijn dan 1 ha. en in alle gevallen waarbij de verloren gegane ruimte voor bedrijven kwantitatief en kwalitatief wordt gecompenseerd in de relevante marktregio, of als er sprake is van een overschot aan het desbetreffende type bedrijventerrein. Deze behoefte moet zijn afgestemd in regionaal verband en aangegeven moet worden hoe en waar de eventuele compensatie zal plaatsvinden.

Wanneer een regio een door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie heeft, kan feitelijk gecompenseerd worden (gebruikte ruimte en m² voor m² bedrijfsruimte). Zonder aanvaarde visie is het uitgangspunt planologisch compensatie. Dit betekent dat hectares (het ‘platte vlak’) en planologische ruimte moet worden gecompenseerd. Behoefteramingen Een goede vraagraming is essentieel om te beoordelen of er voldoende ruimte voor bedrijven is en een balans tussen vraag en aanbod. De provincie voert daarom op regelmatige basis een vraag- en/of behoefteraming uit waarbij gekeken wordt naar kwantiteit en kwaliteit en het huidig gebruik van de bestaande voorraad. De behoefteramingen zijn vervolgens input voor de regionale

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

61

bedrijventerreinenvisies. Sturen via regionale bedrijventerreinenvisies De provincie vindt regionale visies belangrijk en wil hier graag over meedenken en aan meewerken. Geactualiseerde regionale bedrijventerreinenvisies kunnen namelijk zorgen voor de kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van vraag en aanbod en kunnen inzicht geven in de realistische vraag door vervanging (transformatie) en de eventuele, reeds bestaande uitbreidingsvraag. De provincie en regio’s kunnen op basis van deze visies een betere kwalitatieve en kwantitatieve afweging maken. De provincie stelt het opstellen van deze regionale visies echter niet verplicht.

geeft op basis hiervan advies aan de gemeente. Voor de provincie zijn watergebonden bedrijventerreinen en bedrijventerreinen vanaf milieucategorie 3 (of overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur belangrijk. De provincie stuurt daarom met haar instrumentarium om voldoende kwantitatief en kwalitatief aanbod van deze terreinen beschikbaar te hebben om in de vraag te kunnen voorzien. Bij het beoordelen van nieuwe plannen kijkt de provincie naar de onderbouwing van kwantiteit en kwaliteit, conform de Ladder voor duurzame verstedelijking.. De regio’s en de individuele gemeenten stellen de onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking op.

Gedeputeerde Staten zullen (indien de visie voldoet aan de provinciale regelgeving) de regionale visies aanvaarden/ instemmen met deze regionale visies (waarbij deze via een voorhangprocedure aan Provinciale Staten worden voorgelegd). Dit aanvaarden leidt tot meer duidelijkheid bij provincie, regio’s en gemeenten over onderwerpen als vraag, aanbod en daarmee marktbehoefte en compensatie. Zonder aanvaarde visie is het uitgangspunt compensatie van de planologische ruimte (planologische compensatie). Met een aanvaarde visie is compensatie van het feitelijk gebruik mogelijk (feitelijke compensatie).

Nieuwe bedrijventerreinen kunnen mogelijk gemaakt worden indien deze voorzien in een kwalitatieve (en kwantitatieve) behoefte. Indien de behoefte goed onderbouwd is, heeft de provincie een positieve grondhouding. Indien er bij de bestemmingsplannen voor zowel nieuwe, als bestaande bedrijventerreinen sprake is van een plan dat onvoldoende te motiveren is, kan er door reductie van harde plancapaciteit elders in de regio alsnog ruimte worden gemaakt om het plan te motiveren. Hiermee worden nieuwe, gewenste ontwikkelingen op de juiste plek gerealiseerd. In de motivering moet dit worden opgenomen en er dient voorzienbaarheid gecreëerd te worden. Drie jaar na de vaststelling van het betreffende bestemmingsplan dient er voldoende plancapaciteit onttrokken te zijn. Onbenutte plancapaciteit kan voor de provincie reden zijn om kritisch te kijken of er nog sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Gedeputeerde Staten kunnen voor een bepaalde regio aangeven dat het nodig is om een regionale visie voor bedrijventerreinen te maken. Daarbij zullen Gedeputeerde Staten vooraf duidelijkheid geven over gewenste inhoud van de visie. Als de betreffende regio hier geen goede invulling aan geeft, kunnen Gedeputeerde Staten zo nodig zelf de regionale bedrijventerreinen visie opstellen. Toetsing en beoordeling plannen De provincie beoordeelt bij een nieuw bestemmingsplan of deze past binnen het provinciaal Omgevingsbeleid en

62

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

2. Het beter benutten van bedrijventerreinen en, indien noodzakelijk, het ontwikkelen van nieuwe locaties die kwalitatief toegevoegde waarde hebben ten opzichte van de bestaande voorraad. Ondernemers zijn over het algemeen sterk verbonden aan hun locatie. Hun werknemers komen uit de buurt,

ze zijn betrokken bij de plaatselijke samenleving en hun “plek” in de keten en hebben (grote) investeringen gedaan op de huidige locatie. Ze vertrekken doorgaans pas naar een nieuwe locatie wanneer het vestigingsklimaat van het bedrijventerrein niet meer passend is en/of de huidige kavel niet meer voldoet. Het komt voor dat de achtergelaten bedrijfsbebouwing vervolgens niet meer gebruikt wordt en dat er bovendien sprake is van achterstallig beheer en onderhoud op het terrein. Dan wordt het bedrijventerrein minder aantrekkelijk als vestigingsplaats voor bedrijven. Om bedrijventerreinen nu en in de toekomst optimaal te kunnen benutten, zijn onderstaande aspecten essentieel. De provincie draagt hieraan bij door het inzetten op de drie beleidslijnen en primair in te zetten op beter benutten en herstructureren en daarna pas op uitbreiding of nieuwbouw. • Zorgvuldig ruimtegebruik en beter benutten: voorrang geven aan het opvullen van leegstand en leegstaande kavels door het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. • Vestigingsklimaat: behouden en verbeteren van de kwaliteit conform de eisen van de ondernemers en sectoren. • Voorbereiden op toekomstige ontwikkelingen zoals verduurzamen (o.a. energie, klimaatadaptatie en vergroening). • Transformatie (naar bijvoorbeeld een woonwerkmilieu) en functiemenging.

Voorbeelden van beter benutten zijn het (opnieuw) vestigen van een watergebonden bedrijf op een watergebonden kavel, het weren of verplaatsen van bepaalde typen bedrijven (bouwmarkten, speelparadijzen en tuincentra) op terreinen die geschikt zijn voor een hogere milieucategorie/-zone of watergebonden bedrijventerreinen of het weer in gebruik nemen van zeer langdurig leegstaand vastgoed.

3. Het verduurzamen van bedrijventerreinen waarbij ze zich tevens voorbereiden op toekomstige ontwikkelingen. Voor een goed vestigingsklimaat is het van belang dat bedrijventerreinen de basis op orde hebben en goed voorbereid zijn op toekomstige ontwikkelingen. Maatregelen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen, het verduurzamen, zoals collectieve energie (besparing en duurzame opwekking), vergroening en glasvezelnetwerk, kunnen efficiënter gezamenlijk worden uitgevoerd. Bijna alle bedrijven op een bedrijventerrein behoren immers tot het MKB. Daardoor missen ze vaak de slagkracht van een groot bedrijf. Door samen te werken kunnen er collectieve acties opgezet worden. Daarom is de organisatiegraad op bedrijventerreinen erg belangrijk in de vorm van een ondernemersvereniging of een Bedrijventerreinen Investeringszone (BIZ). Via een BIZ of een breder ondernemersfonds kunnen activiteiten gefinancierd worden ter bevordering van de kwaliteit van het bedrijventerreinen als dat van te voren in het programma is opgenomen. Als er geen BIZ aanwezig is op het terrein zijn er aparte draagvlakonderzoeken nodig om dit gezamenlijk te kunnen bereiken. Ruimtelijke strategie De provincie stuurt vanuit een ruimtelijke strategie. Bovengenoemde uitgangspunten en criteria leiden tot een ruimtelijk structuurbeeld met knooppunten, bundelingslocaties en corridors.

Op basis hiervan zijn locaties geselecteerd waar vestiging van grote ruimtevragers mogelijk blijft. Nieuwe grote ruimtevragers buiten deze locaties zijn uitgesloten. We zien dit als een ‘pas op de plaats’, waarbij voldoende ruimte blijft voor gewenste ontwikkelingen. In overleg met de regio’s, zullen we het ruimtelijk structuurbeeld verfijnen. De regionale visies voor bedrijventerreinen spelen hierin een rol. We vragen de regio’s daarom bovengenoemde criteria te hanteren bij het opstellen van de regionale visies.

Deze regionale visies worden over ongeveer twee jaar afgerond. Daarna zullen wij het tijdelijke beleid (‘pas op de plaats’) aanpassen en definitief maken. Het beleid (‘pas op de plaats’) richt zich op nieuwe ontwikkelingen. Het gaat dan in ieder geval om de locaties die op de 3 ha kaart (grote buitenstedelijke bouwlocaties) zijn aangeduid als ‘bedrijventerrein zachte plancapaciteit’. De ontwikkelingen van die bedrijventerreinen is nog niet opgenomen in een bestemmingsplan. Het gaat ook om locaties voor bedrijventerreinen die al wel in een bestemmingsplan zijn opgenomen, maar waar via een herziening van het bestemmingsplan alsnog de vestiging van grote ruimtevragers mogelijk wordt gemaakt.

3.

4.

Planologische compensatie is nodig bij: A) Een bedrijventerrein met milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; B) Een bedrijventerrein met milieucategorie 4 of hoger, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; C) Een geluidgezoneerd bedrijventerrein een watergebonden bedrijventerrein.

Daarnaast verzoeken we gemeenten en regio’s te kijken naar bedrijventerreinen die al wel zijn opgenomen in een bestemmingsplan, maar waar nog uitgeefbare ruimte is. Als het vigerende bestemmingsplan vestiging van grote ruimtevragers mogelijk maakt, is het wenselijk dat opnieuw te bezien. Artikel 6.12 Bedrijven 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, maakt vestiging mogelijk van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe.

Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein als bedoeld in het eerste of tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio planologische compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden.

5. 6.

7.

Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verlaging van de milieucategorie of milieuzone. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Compensatie van feitelijk gebruik en m2 voor m2 is mogelijk mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie.

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

63

6.4

Bedrijfshuisvestingsstrategie

Een vitale stad biedt ruimte aan bewoners, bezoekers én ondernemers. Ruimte voor ondernemers zorgt voor reuring, werkgelegenheid, verdienvermogen en innovatie. Hierbij zijn geschikte plekken en werkmilieus voor verschillende soorten ondernemers en bedrijven van groot belang. Bedrijventerreinen spelen een belangrijke rol als locatie voor bedrijven gericht op verzorging van bewoners en stuwende bedrijvigheid zoals bouw- en reparatiebedrijven, maar ook bedrijven in de maakindustrie en bouw- en installatiesector. Door economische groei en toename van het aantal inwoners is er behoefte aan meer bedrijfshuisvesting terwijl het metrage binnenstedelijke bedrijventerreinen door transformatie juist afneemt. Gecombineerd met verouderd en incourant vastgoed en toenemende ruimtedruk van andere functies is een impasse op de bedrijfsruimtemarkt ontstaan die een rem zet op de economische groei van stad en regio. Vernieuwen, intensiveren en verduurzamen In een stad waar weinig ruimte is en waar het aantal inwoners sterk groeit, moet de ruimte optimaal benut worden. Dit kan door vernieuwing door herontwikkeling en toevoegen van extra meters, intensivering door slimmer gebruik van de ruimte en de hoogte, functiemenging waar dat bedrijvigheid niet in de weg zit en verduurzaming om toekomstbestendige terreinen te ontwikkelen.

Aandacht voor wensen en eisen die ondernemers bij bedrijfshuisvesting hebben, zoals kleinschaligheid, schakelbare ruimten en betaalbaarheid is van groot belang om niet te bouwen voor leegstand. De gemeente Den Haag moet hierin een actieve rol spelen door voorwaarden te scheppen voor en ruimte te bieden aan vernieuwing, intensivering en verduurzaming. Ambities en doelstellingen Rekening houdend met de verstedelijkingsopgave, in combinatie met de veranderingen die zich hebben voorgedaan in de economische structuur van de stad en de ambitie om ruimte te bieden aan ondernemers, heeft de

64

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

Bedrijfshuisvestingstrategie Den Haag (RIS303177) drie doelstellingen: 1.

Economische groei stimuleren door behoud en toevoegen van bedrijfsruimte • Herstructurering en intensivering • Behoud en toevoegen van kleinschalige bedrijfsruimte in de wijken • Nieuwe terreinen ontwikkelen • Regionale afstemming en programmering

2.

Bijdragen aan de verstedelijkingsopgave door functiemenging (in de stad) • Verdichting binnen het stedelijk gebied door mengen van werken met andere functies, ook buiten formele werklocaties (bedrijvigheid in de stad). • Zéér terughoudend bij verkleuring van bedrijfsruimte, zowel op bedrijventerreinen als op solitaire locaties in wijken. Géén afname van bedrijfsruimte en/of functies toevoegen die bedrijfsactiviteiten hinderen.

3.

Verduurzamen van bedrijfshuisvesting (en bedrijventerreinen) • Energietransitie • Beperken van het verbruik door isolatie of ontwerpkeuzes • Efficiënte vergroten en energieverbruik verlagen door het op orde krijgen van Installaties • Maximaal gebruik van duurzame bronnen, bijvoorbeeld door opwekking via zonnepanelen etc. • Leefomgeving • klimaatadaptatie, milieu- en klimaatmaatregelen en inrichting openbare ruimte) • Schone mobiliteit • Grondstoffen / circulariteit

Behoud van bestaande bedrijven in de stad Bedrijven en ondernemers horen bij de stad. Ze zorgen voor levendigheid, verdienvermogen en werkgelegenheid. Ondernemerschap en bedrijven bieden ook mogelijkheden voor inwoners om zich te ontwikkelen, te ontplooien en bij te dragen aan de ontwikkeling van de stad. Het van groot belang voor de leefbaarheid van Den Haag dat ondernemers en bedrijven in de stad gevestigd blijven. Hiervoor is ruimte nodig. Om deze ruimte te kunnen bieden zal de gemeente een sterke terughoudendheid hebben bij het verkleuren van bedrijfsbestemmingen, zowel op bedrijventerreinen als op solitaire locaties in wijken. Door het versterken van samenhang en verbondenheid met de omgeving zullen bedrijventerreinen aan het voorzieningenniveau en levendigheid van omliggende wijken bijdragen waar tekort is aan functionele rijkdom, terwijl het draagvlak voor voorzieningen en bedrijven in de wijken wordt vergroot. Toevoegen van bedrijfsruimte door herstructurering en intensivering Het toevoegen van bedrijfshuisvesting wordt op de bestaande bedrijventerreinen, zoals op de Uitenhagestraat, ingevuld door herstructurering en intensivering. Hiermee kunnen bestaande terreinen efficiënter gebruikt worden, kan kwaliteit toegevoegd worden en kan het aanbod van bedrijfshuisvesting beter afgestemd worden op de wensen van ondernemers.

Uit onderzoek (Bron: Bureau Stedelijke Planning, Overmorgen en 2RC, 2017) blijkt dat maximaal circa 175.000 m2 bedrijfsruimte op de bestaande Haagse bedrijventerreinen kan worden toegevoegd. Hiermee kan een belangrijk deel van de vraag voor de komende jaren ingevuld worden. Bijdragen aan de verstedelijkingsopgave door functiemenging Door de verstedelijkingsopgave neemt de ruimtedruk toe. Dit vraagt om verdichting binnen het stedelijk gebied. Om ook in de toekomst in te kunnen spelen op ruimtelijk-economische ontwikkelingen en de veranderende kwantitatieve en kwalitatieve ruimtevraag van bedrijven, is het noodzakelijk om

nieuwe bedrijfsruimte toe te voegen én tegelijkertijd dit te doen vanuit een visie op hoe functiemenging kan bijdragen aan de verstedelijkingsopgave van de stad. Ondanks de uitdagingen voor functiemenging biedt het mengen van werken met andere functies, waaronder wonen, kansen voor de herstructurering en verdichting van terreinen door de koppeling van verschillende ontwikkelingen. Door ontwikkelingen op gebiedsniveau te bezien en meer en minder renderende functies te combineren kan vernieuwing versneld worden.

verdelen: bestaande bouw en nieuwbouw. Voor nieuwbouw is de ambitie om zoveel mogelijk energieneutraal te realiseren. Voor verbouw geldt de ambitie om minimaal label A of energieneutraal te realiseren. De stappen die hierin gezet kunnen worden zijn: • Beperken van het verbruik door isolatie of ontwerpkeuzes • Efficiënte vergroten en energieverbruik verlagen door het op orde krijgen van Installaties • Maximaal gebruik van duurzame bronnen, bijvoorbeeld door opwekking via zonnepanelen etc.

De verstedelijkingsopgave vraagt creativiteit in het denken en vinden van innovatieve oplossingen die bijdragen aan de toekomstbestendigheid van zowel bedrijventerreinen als bedrijvigheid in de stad. Het uitgangspunt bij menging van bedrijfsruimte met andere functies is dat dit kan als: • het bijdraagt aan het toevoegen van toekomstbestendige bedrijfsruimte die voldoet aan de wensen van moderne ondernemers • het bedrijfsruimtes niet in de weg zit • er bij herontwikkeling een vergelijkbare hoeveelheid voldoende geschikte bedrijfsruimte terugkomt

Het verwerven van draagvlak is essentieel en vergt betrokkenheid en eigenaarschap bij de bedrijven. De verduurzaming van een bedrijventerrein is een publiekprivate opgave en vraagt om een collectieve aanpak. Het gaat om samenwerking tussen ondernemers(vereniging), vastgoedeigenaren, leveranciers, adviseurs en de overheid, waarbij de basis een vastgelegde gezamenlijke ambitie is met verschillende rollen en verantwoordelijkheden. De gemeente speelt hierbij een ondersteunende rol en zet zich in om kansrijke pilots op het gebied van duurzaamheid, energietransitie of circulaire economie te verzilveren.

Gezien het beperkte aanbod zal de gemeente sterk terughoudend zijn bij de verkleuring van bedrijfs-bestemmingen, zowel op bedrijventerreinen als op solitaire locaties in wijken. Functionele verrijking ten koste van de metrage bedrijfsruimte, en het hinderen van bedrijfsactiviteiten door de aanwezigheid van dergelijke functies zijn niet gewenst. Op locaties met bestemming bedrijf en gemengd wordt zeer terughoudend omgegaan met (volledige) transformatie. Deze beleidsregel is verder aangescherpt door de motie Nee, Tenzij (RIS 303742).

6.5

Urgentiebrief bedrijfshuisvesting

Evenwichtige groei van de stad is van groot belang voor haar inwoners. In een stad moet gewoond en gewerkt kunnen worden. Bedrijven zorgen voor banen voor inwoners en leveren producten en diensten aan ondernemers en inwoners in de stad. Bedrijventerreinen en bedrijfsruimte in de wijken zijn goed voor circa 15% van het totaal aantal banen in Den Haag. Er is een tekort aan ruimte voor dit soort bedrijvigheid in Den Haag en de Haagse regio. Vraag en aanbod naar werk is dan ook niet in balans en de markt stagneert. Het tekort aan bedrijfsruimte belemmert de economische groei. In de Urgentiebrief bedrijfshuisvesting (RIS311819) worden vervolgens zes maatregelen benoemd: • Maatregel 1: Ontwikkeling van bedrijfsruimte weer op gang brengen • Maatregel 2: Duidelijkheid voor ondernemers en eigenaren. Waar gewerkt wordt blijft ruimte voor werk • Maatregel 3: Samenwerken aan inspirerende werkmilieus • Maatregel 4: Vastgoedstrategie voor aanjagen van verdichten en herontwikkeling van bedrijfsruimte • •

Maatregel 5: Zicht op wat echt het verschil maakt Maatregel 6: Nieuwe coalities aangaan

Om ook in de toekomst gezonde en concurrerende bedrijventerreinen in Den Haag te hebben zijn langjarig aandacht, betrokkenheid, instrumenten en middelen nodig. Deze maatregelen zijn grotendeels een verdere uitwerking van de Bedrijfshuisvestingstrategie.

Bijdragen aan verduurzaming van bedrijfshuisvesting Bij de stadsbrede energietransitie moet ook bedrijfshuisvesting meegenomen worden. De transitie van bedrijven naar een energieneutrale huishouding is in twee hoofdcategorieën te

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

65

6.6

samenhang tussen de aanwezige partijen in de gebieden die al samenwerken binnen de Haagse profielen en kansrijke sectoren. Elk gebied heeft een duidelijk profiel dat verbonden is met de Haagse profielen en kansrijke sectoren, met aandacht voor de arbeidsmarkt. Deze gebieden fungeren als cruciale punten om een diverse economische structuur te realiseren (Economische Visie Den Haag+ 2030).

Ontwerp nota werken, leren en innoveren

Een brede economische bloei in een ‘stad zonder grenzen’. Dat is de missie. Samenwerken aan een stad waarin we onze economie verbreden, technologische vernieuwing bevorderen en investeren in de ontwikkeling van ons menselijk kapitaal, zodat er voor onze bedrijven voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is en niemand langs de kant hoeft te staan. De aanpak ‘Werken, leren en innoveren’ (WLI) is een van de bouwstenen die bijdraagt aan deze doelen. WLI: 3x3 kernprincipes 1.

WLI zorgt voor de banen van de toekomst Werken, Leren en Innoveren zijn drie kernactiviteiten verbonden aan de banen van de toekomst. Het brengt bedrijven, talent en kennis bij elkaar op een locatie: Werken: we zorgen voor meer banen bij Haagse bedrijven en organisaties, door voldoende en betaalbare ruimte voor hun groei te bieden en doordat mkb’ers ondernemender worden; Leren: de Hagenaars van nu en de toekomst worden opgeleid voor de nieuwe banen door opleidingen, trainingen, stages en leerwerkplekken te bieden; Innoveren: de Haagse economie wordt slimmer en duurzamer en is klaar voor de toekomst, door gebruik te maken van nieuwe technologieën en kennis (zoals kunstmatige intelligentie).

2.

66

3.

WLI is fysiek en niet-fysiek De opgave is om samen te werken aan de drie actielijnen: Programmering, Ruimte en Organisatie (PRO) die als ‘software, hardware en orgware’ van campusontwikkeling fungeren: Programmering door: het opzetten, financieren en uitvoeren van programma’s van activiteiten voor en met bedrijven, onderwijsinstellingen en andere partners die campusontwikkeling stimuleren. Dit gebeurt op (deel) gebiedsniveau, gebruik makend van bestaande economische programma’s zoals ImpactCity.

WLI is gebiedsgericht We maken gebruik van clustering om partnerships voor WLI in kansrijke gebieden op te bouwen. Clustering houdt in dat we de relevante activiteiten en betrokken partijen zoveel mogelijk op een locatie bij elkaar brengen.

Ruimte door: binnen de deelgebieden plekken (met m2 ) aan te wijzen voor campusontwikkeling (hubs, betaalbare werkruimte, voorzieningen, ontmoetingsplekken en ateliers) en dit vast te leggen in de opkomende kaders; indien de markt dit niet oppakt, zal de gemeente proactief optreden om de bovengenoemde plekken te realiseren, door middel van actief grondbeleid, het oprichten van een beheer- en exploitatiemaatschappij en andere instrumenten van de Haagse Plintenstrategie (RIS312977).

WLI in de gebieden wordt gestimuleerd door intensieve samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, overheden en de Hagenaars. We streven naar regionale

Organisatie door: per (deel)gebied wordt een alliantie of campusorganisatie opgericht en/of doorontwikkeld tot een professioneel

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

samenwerkingsverband met voldoende financiering en capaciteit voor de verdere ontwikkeling van de campus; de gebieden en plekken te positioneren en promoten, zodat investeerders, bedrijven, onderwijsinstellingen en andere (potentiele) partners betrokken raken bij de campusontwikkeling en ontbrekende partijen worden aangetrokken.

6.7

Duurzaamheid

Energietransitie Om een klimaatneutrale stad te worden moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. Voor nieuwbouw is aardgasloos bouwen inmiddels wettelijk geregeld. Het Bouwbesluit stelt met de BENG eisen een minimale energieprestatie van het gebouw en met de TO-juli een normering voor de koeltevraag.

De Transitievisie Warmte (RIS310442) bevat de uitwerking van het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) met duurzame warmteopties voor elke buurt in Den Haag. Daarnaast wordt aangegeven welke buurten waarschijnlijk voor 2030 een schone warmtevoorziening kunnen hebben en welke naar alle waarschijnlijkheid na 2030 kunnen overgaan op een schone warmtevoorziening. Uitgangspunt is dat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd wordt. Bestaande gebouwen die minder goed te isoleren zijn kunnen dan gebruik maken van de beperkt beschikbare hoge (> 70 °C) temperatuur stadsverwarming. Mobiliteit Den Haag zet in op een verandering van het mobiliteitssysteem Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 (RIS310664). Het doel is om zo min mogelijk schade aan mens en milieu te veroorzaken en de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren. We zetten daarom in op het terugdringen van het aantal en de lengte van verplaatsingen, schoner vervoer en door meer verplaatsingen lopend, fietsend en met het openbaar vervoer te laten plaatsvinden. Daarnaast streven we naar schone en emissievrije stadslogistiek, taxi- en doelgroepenvervoer. Het STOMP-principe is hierbij het vertrekpunt: Stappen-Trappen-Openbaar vervoerMobiliteitsdiensten-Privéauto.

Bij het ontwerp van de openbare ruimte én de gebouwen kijken we in de eerste plaats naar de voetganger en fietser, gevolgd door het OV, deelmobiliteit

en vormt de privéauto het sluitstuk. Zo vormt de mens het startpunt. Luchtvervuiling heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid van onze inwoners en bezoekers. In Den Haag streven we daarom de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit na. In de Aanpak schoon vervoer (RIS303606) wordt daarom versneld ingezet op schonere voertuigen voor een gezondere lucht. De inrichting van (de omgeving van) gebouwen kan hier actief aan bijdragen door ruimte te reserveren en voorzieningen te treffen voor bijvoorbeeld (deel)fietsen en laadpunten voor elektrische voertuigen. Om de luchtkwaliteit te verbeteren heeft Den Haag diverse milieuzones. Deze gelden o.a. voor vrachtverkeer, bussen, dieselauto’s en oude brommers en worden stapsgewijs aangescherpt. Vanaf 2025 moet alle logistiek in de binnenstad emissieloos plaatsvinden (Milieu Zones Den Haag RIS305702). De fiets is een kansrijk alternatief voor autovervoer in Den Haag. We willen dat de fiets in 2040 het belangrijkste vervoermiddel is voor verplaatsingen in de stad. Daarvoor moeten de infrastructuur en mobiliteitsdiensten meegroeien met het toenemende aantal fietsers (Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie Den Haag 2040, RIS302960).

In de Parkeerstrategie 2021 –2030 (RIS308711) zijn uitgangspunten vastgelegd die helpen om een leefbaarder evenwicht te realiseren tussen het ruimtegebruik van de auto en andere ruimte claims. Circulairiteit Gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2030 voor de helft en in 2050 volledig circulair te zijn. De bouw en bouwprocessen hebben een belangrijk aandeel in het materiaalgebruik in de stad. Het Bouwbesluit neemt het materiaalgebruik voor woningen en kantoren mee in de MPG-norm (MilieuPrestatieGebouw). Hierin worden alle milieukosten opgeteld (dus ook materiaalgebruik), gedeeld

door de levensduur en de vloeroppervlakte. De landelijke MPG norm is 0.8. Den Haag wil een zo laag mogelijke MPG-waarde bij nieuwbouw om materialen nu en in de toekomst zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dit kan door zo min mogelijk materiaal toe te passen (slim ontwerp) en materialen die toch nodig zijn te hergebruiken of te kiezen voor verantwoorde biobased materialen (hout, wol, vlas etc). Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de BRL SVMS-007. In het Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS299397) hebben we als gemeentelijke organisatie vastgelegd dat we de verspilling van grondstoffen tegengaan en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad. Groen en ecologie Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, heeft een positief effect op het welzijn van mensen. Daarnaast zorgt een hoge biodiversiteit ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden.

De Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) beschrijft de ambitie om samen met de stad het Haagse groen verder kwalitatief te ontwikkelen. De agenda biedt ruimte voor verandering en initiatief om bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig vorm te geven. De agenda geeft aan wat waar belangrijk is. Het geeft geen blauwdruk maar benoemt waarden en procesvoorwaarden waarmee de kwaliteit van het groen in Den Haag voor de langere termijn geborgd kan worden.

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

67

De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag (RIS300506) bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt. Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones en de hoofdboomstructuur. In Den Haag zien we de natuur als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) staat hoe we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem en meer biodiversiteit. Belangrijk uitgangspunt hierin is het uitbreiden van het netwerk van groengebieden en de onderlinge verbinding te versterken, ofwel de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH), natuurinclusief te ontwerpen en te bouwen. Dit betekent ook het realiseren van ecologische ‘steppingstones’ om het groen van de SGH te ontlasten (gebruiksdruk). Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte is een natuurkansenscan daarom verplicht. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk.

Dat verbindt parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar. In de Nota Stadsbomen (RIS 307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. In 2030 willen we 5% meer kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel.

68

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

Met de verdichtings- en verduurzamingsopgave van de stad is ook het groen in, op en aan gebouwen van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van de stad. Den Haag stimuleert groen- en natuurinclusief bouwen met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS 301953). Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, de klimaatopgave, de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan de gezondheid van mensen. Alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag moeten voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen. In september 2022 is de verbeterde compacte versie van het ‘Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen’ vastgesteld, zie hiervoor de volgende link Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS313059). Klimaatadaptatie Klimaatverandering zal ertoe leiden dat we in Nederland en ook in Den haag vaker te maken gaan krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308745) biedt ontwerpprincipes en stelt prestatie-eisen om gebouwen en de (directe) omgeving klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten.

De Klimaatatlas geeft een eerste indicatie voor de mate van wateroverlast en mogelijke schade. Om die overlast te beperken moet de sponswerking van de stad vergroot worden. Dat doen we door hemelwater vast te houden – te bergen – te infiltreren en/of hergebruiken en eventueel vertraagd af te voeren. De te kiezen oplossingsrichting is sterk afhankelijk van lokale omstandigheden zoals grondwaterstanden, type ondergrond (zand of veen) en beschikbare ruimte. Een

6.8

Welstand en Monumemten

Welstandsnota (RIS170855) Een welstandstoets is verplicht. Het architectonische ontwerp zal, na een aanvraag omgevingsvergunning, worden voorgelegd aan de welstands- en monumentencommissie. De commissie toetst het ingediende plan onder meer aan de Welstandsnota Den Haag 2017 (RIS297760) in combinatie met de beeldkwaliteitsparagraaf van het gebiedskader. De beeldkwaliteitsparagraaf moet gelezen worden als beeldkwaliteitsplan als bedoeld in artikel 2.3 van de Welstandsnota Den Haag 2017.

Welstandscommissie Er wordt geadviseerd om in een vroeg stadium contact op te nemen met de welstands- en monumentencommissie en het initiatief c.q. de ontwerpen tijdig te bespreken. De commissie verwacht van de architect bij het ontwerp een analyse van (de beeldkwaliteit van) de omgeving en een onderbouwing waarom is gekozen voor een bepaalde architectuurstijl en materiaalgebruik. In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig.

6.9

Wonen

Woonvisie Den Haag 2022 Om te kunnen voldoen aan de wettelijke voorschriften is het woonbeleid, dat bestond uit drie afzonderlijke beleidsdocumenten (Woonvisie 2017-20230, Woonagenda 2020-2023 en Nota voorraadbeleid) samengevoegd in één beleidsdocument: de Woonvisie 2022 (RIS313365). Den Haag is een groeiende stad in een tijd waarin veranderingen steeds sneller gaan en die de maatschappelijke en economische verhoudingen blijvend veranderen. Het is een uitdaging om mensen, bedrijven en banen aan de stad te blijven binden. Om een fijne, leefbare en groene woonstad te blijven moeten we zorgen dat de sociaaleconomische verschillen niet te groot worden en moeten we overstappen op een nieuwe vorm van energievoorziening. De ruimte om te groeien is beperkt. Den Haag zal zich voor groei moeten richten op binnenstedelijke locaties (de zogenaamde inbreidingslocaties), transformatie van bestaande gebouwen en gemengde woon-werkgebieden. Bedrijventerrein Uitenhagestraat behoort hier niet toe. Het uitgangspunten is behoud en versterken van Uitenhagestraat als bedrijventerrein.

6.10

entree van de hoofdfunctie, om te voorkomen dat het horecadeel een zelfstandige stroom bezoekers trekt;

Horeca

Horecavisie Den Haag wil met de kracht van horeca de aantrekkelijkheid van Den Haag vergroten, de ontwikkeling van gebieden met grote economische betekenis verder aanjagen en groei van werkgelegenheid in de horecasector stimuleren. De visie voor het gemeentelijk horecabeleid in de komende jaren wordt in de ‘Horecavisie Den Haag’ (RIS288645) uiteengezet langs de belangrijkste thema’s. Hiermee zet Den Haag in op het verder optimaliseren van de randvoorwaarden voor een bloeiend horecaklimaat in de stad. In de horecavisie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Ontwikkeling van de Haagse economie en groei van werkgelegenheid; • Ruimte voor vernieuwing en innovatieve concepten; • Een gelijk speelveld voor ondernemers; • Een toegankelijk en veilig horecaklimaat; • Meewegen van bewonersbelangen in beleidskeuzes.

•

• • • • •

Openingstijden horecadeel gebonden aan openingstijden hoofdfunctie; - Geen verhuur van het horecadeel aan derden; Geen alcohol schenken; Geen luide of live muziek; Geen reclame voor de horeca-activiteiten; Niet frituren (uitgezonderd viswinkels); Geen seksinrichting;

Kleine daghoreca Op de Uitenhagestraat is geen ruimte voor zelfstandige horeca zoals een café, restaurant e.d. Alleen kleinschalige daghoreca is voorstelbaar aan de Uitenhagestraat onder voorwaarden, mits de hoeveelheid bedrijfsruimte niet wordt verminderd. Nacht Horeca Aan de Fruitweg 28-34 is Opera Zalencentrum gelegen. In het bestemmingsplan Fruitweg zijn de gronden c.q. het betreffend adres gelegen binnen de bestemming Horehand Daarnaast is Opera is in het bezit van een nachtvergunning

De gemeente heeft als rol om afwegingen te maken tussen de belangen van ondernemers onderling en die tussen ondernemers en bewoners. Hierbij wordt uitgegaan van

Het is wel van belang om zorgvuldig om te gaan met bestaand groen en bestaande wijken. Een andere uitdaging is het verkleinen van de sociaaleconomische verschillen tussen wijken. Goede verbindingen en ontsluiting tussen de wijken is daarbij van belang. Uitenhagestraat kan hierin een rol vervullen door bestaande verbindingen te optimaliseren

gebiedsprofielen voor de vestiging van horecazaken. Het resultaat is dat de kracht van Haagse horecaondernemers optimaal bijdraagt aan de leefbaarheid voor bewoners, de aantrekkingskracht op (zakelijke) toeristen, een concurrerend vestigingsklimaat voor bedrijven en aan de werkgelegenheid in het algemeen.

Op de Uitenhagestraat is één woongebouw aanwezig: De Hoge Regentesse met een hoogte van circa 70 meter (23 verdiepingen) met 123 appartementen, 102 parkeerplaatsen en commerciële ruimten in de plint van circa 300 m2. De toren markeert het snijpunt van twee lange lijnen: Loosduinseweg en tramlijn 11 (De Monstersetraat – De Heemstraat).

Ondergeschikte horeca Voor ondergeschikte horeca gelden de volgende voorwaarden: • Horeca duidelijk ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; • Horecadeel beslaat maximaal 25% van het bruto vloeroppervlak en is uitsluitend bereikbaar via de

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

69

6.11

Kantoren

Het kantorenbeleid is vastgelegd in de nota ‘Kantorenstrategie Den Haag 2018-2025, de gebruiker centraal 2.0’ (RIS 300807). De Haagse kantorenmarkt is in korte tijd sterk veranderd. De vraag naar kantoorruimte neemt toe, terwijl het aanbod (met name) door het succes van de kantorentransformatie afneemt. Er is nu al sprake van kwalitatieve tekorten en onvoldoende aanbod in bepaalde segmenten, bijvoorbeeld bij kantoorverzamelgebouwen. Daarnaast verandert de aard van de vraag onder invloed van de ‘nieuwe economie’. Het gaat nu steeds vaker om kleine bedrijven, start-ups en doorgroeiende bedrijven. Het Midden en Kleinbedrijf (MKB) is hierdoor een belangrijk onderdeel van de Haagse economie en is op zoek naar passende kantoorruimte op een locatie die goed bereikbaar is met het OV, centraal gelegen en dichtbij andere bedrijven en voorzieningen. In de kantorenstrategie van Den Haag wordt ingezet op het toevoegen van kwaliteit aan de kantorenvoorraad op locaties in de nabijheid van de drie intercitystations, bekend onder de noemer Central Innovation District (CID), Binckhorst en de Internationale Zone. Langs doorgaande wegen kunnen, conform de functiemengingstrategie, lokale kantoren tot 500 m2 bvo zich vestigen. Bedrijventerreinen sluiten onvoldoende aan bij de vestigingswensen van moderne kantoorgebruikers.

Ontwikkeling van solitaire kantoorpanden op bedrijventerreinen is niet wenselijk.

6.12

Detailhandel

In lijn met het provinciale en regionale detailhandelsbeleid is de Kadernota detailhandel Den Haag “De Haagse hoofdwinkelstructuur centraal” (RIS 300626) in 2018 vastgesteld. Met de Kadernota Detailhandel worden de ruimtelijke (juridisch-planologische) beleidskaders aangegeven voor de vestiging en ontwikkeling van de detailhandel in Den Haag in de toekomst. Daarbij staat de hoofdwinkelstructuur centraal. Alle inspanningen zijn erop gericht om de winkelstraten in deze hoofdwinkelstructuur te versterken en vestiging van nieuwe winkels zoveel mogelijk te concentreren in deze hoofdwinkelstructuur. Onderdeel van de beleidscyclus voor detailhandel zijn de detailhandelsmonitor Den Haag en het actieprogramma Den Haag Winkelstad. De monitor analyseert periodiek alle winkelgebieden. Hiermee worden trends en ontwikkelingen in de Haagse winkelgebieden gesignaleerd, waarmee de hoofdwinkelstructuur herijkt kan worden. Het actieprogramma legt de inzet ten aanzien van de versterking van de winkelgebieden periodiek vast. Ambulante handel In de nota Markten, Straathandel en Kiosken 2016-2021 “De straat verdient het: handel in de buitenruimte” (RIS283882) heeft de gemeente de ambitie uitgesproken meer ruimte te willen bieden aan ambulante handel.

Straathandel zorgt voor reuring en dynamiek op straat, verhoogt de aantrekkelijkheid van de stad voor bewoners en bezoekers en schept werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De uitwerking van deze nota is in de Straathandelsverordening Den Haag 2017 (RIS295091) vastgelegd. Doel van de Straathandelsverordening Den Haag 2017 is het stimuleren van economische activiteiten, het bieden van een gelijk speelveld, kansen aan zittende en nieuwe ondernemers, het garanderen van de leefbaarheid voor bewoners, het corrigeren van in het verleden ontstane scheefgroei en het realiseren van een straatbeeld dat past bij de dynamiek van een grote stad

70

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

6.13

Waterparagraaf

Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het plangebied valt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Delfland (hierna HHD). In het Waterbeheerprogramma heeft het HHD de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Daarin staat de missie ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater’ centraal. De hoofdtaken van HHD zijn daarbij waterveiligheid, waterbeheer en waterzuivering. Daarbij wordt samen met gemeenten ingezet op stedelijk waterbeheer en klimaatadaptatie. Watertoets (weging van het waterbelang) Belangrijk uitgangspunt voor HHD is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (‘standstil beginsel’). Bij de verdere planuitwerking wordt middels vroeg vooroverleg in het kader van de watertoets maatregelen bepaald om te voldoen aan de waterhuishoudkundige doelstellingen, zoals opgenomen in de waterschapverordening, waterbeheerprogramma en het vigerend beleid van HHD. Hierbij toetst HHD bouwinitiatieven en herinrichtingsplannen aan deze verordeningen, programma’s en beleidsregels. HHD bekijkt het watersysteem in samenhang met het stedelijk waterbeheer (riolering, sponswerking, grondwater etc.) en werkt samen met gemeenten aan klimaatadaptatie om de zorgplicht voor ‘voldoende water’, ‘stevige dijken’, ‘schoon water’ en ‘gezuiverd afvalwater’ te kunnen blijven waarmaken nu en in de toekomst.

In de Handreiking watertoets voor gemeenten Watertoets ruimtelijke plannen - Delfland (hhdelfland. nl) is aan de hand van de verschillende waterthema’s van de waterhuishouding alle relevant beleid opgenomen. De verschillende waterthema’s zijn: Veiligheid en Waterkeringen, Voorkomen van wateroverlast, Grondwater en voorkomen (zoet) watertekort, Onderhoud en bagger, Watersysteemkwaliteit en ecologie, Afvalwaterketen en Klimaatadaptatie. De Handreiking watertoets voor gemeenten geeft aan, wat voor een watertoets noodzakelijk en wenselijk is. In de uitwerking dient onderbouwd te worden hoe het beoogde ruimtelijk plan zich verhoudt tot de verschillende waterthema’s zoals bedoeld in de Handreiking watertoets voor gemeenten. Uitgangspunt is dat iedere ruimtelijke ontwikkeling zelf een bijdrage levert

aan de (klimaat)opgave op watergebied. Dat betekent dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (“standstill beginsel”) en daarbovenop een extra buffer moet voorzien om heviger buien op te kunnen vangen (klimaateffecten). Naast advisering in het kader van de watertoets kan het zo zijn dat voor werken en werkzaamheden in, op, onder, boven en naast waterstaatswerken van HHD, zoals aangegeven op de legger Legger - Delfland (hhdelfland. nl) , apart van de watertoets een watervergunning en/of melding nodig is van HHD. Voor meer informatie over deze watervergunning en/of melding wordt verwezen naar Ik wil een vergunning aanvragen - Delfland (hhdelfland.nl)

6.14 Inrichting Openbare Ruimte Kadernota Openbare Ruimte (19 mei 2023, RIS310884) beschrijft de uitgangspunten voor de openbare ruimte van Den Haag. Voor een kwalitatief goede openbare ruimte gelden voor het werk in de openbare ruimte van Den Haag diverse regels en procedures. Deze zijn te vinden in het Handboek openbare ruimte. In het algemeen gelden de volgende uitgangspunten voor het werk in de openbare ruimte van Den Haag: • De inrichting van de openbare ruimte gaat volgens de uitgangspunten: eenvoud, harmonie, ruimte. • De ontwerpen zijn duurzaam en klimaatadaptief. • Om de openbare ruimte goed te kunnen gebruiken moet deze multifunctioneel en flexibel en voor iedereen toegankelijk zijn. - Om het gebruik van de openbare ruimte te ondersteunen is naast een goede inrichting ook goed beheer nodig. • De normen voor Residentiekwaliteit en Hofstadkwaliteit borgen de kwaliteit. • Den Haag ontwikkelt de openbare ruimte samen met private partijen, inwoners, experts en andere belanghebbenden. •

Den Haag plant slim en integraal, door de disciplines heen

Groen, tenzij In Den Haag wordt het ‘Groen, tenzij principe’ gehanteerd bij de (her)inrichting van de openbare ruimte. In de periode tot 2030 moet er vijf procent aan groen oppervlak bijkomen in de openbare ruimte van Den Haag als bijdrage aan het klimaat om de leefbaarheid van de stad te behouden en te verbeteren. Ontwerp openbare ruimte De Wegwijzer ‘Den Haag Klimaatbestendig’ (RIS308745) zal worden vernieuwd en worden voorzien van klimaatpiramides voor de openbare ruimte. Deze zijn ontworpen om makkelijker te kunnen beoordelen of een ontwerp bijdraagt aan klimaatbestendigheid, en om te adviseren hoe dat beter kan.

Keuzes gebaseerd op deze piramides geven ook voordelen met betrekking tot leefbaarheid, CO2-missies en circulariteit. Voor een klimaatbestendige inrichting is een stappenplan van toepassing: • • • •

Analyseer lokale situatie Gebruik Haagse ambities en eisen Kies oplossingsrichtingen en maatregelen (maatwerk!) Toon Haagse ambities en eisen aan

Bij de (her)inrichting van straten is toegankelijkheid het uitgangspunt en expliciet onderdeel van de planvorming. Keuzes maken In de praktijk zien we dat vaak van de minimale maten moet worden afgeweken omdat de beschikbare openbare ruimte onvoldoende is. Zo staan er straatbomen in te kleine groeiplaatsen, hebben de voetgangers onvoldoende ruimte op de stoep en staan auto’s in te smalle parkeerstroken geparkeerd. Voor de openbare ruimte van 2030 willen we dit verder voorkomen. We kiezen er voor om zoveel mogelijk functies te combineren, maar waar dat niet meer past te kiezen. Dat betekent dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet en bijvoorbeeld de snelheid van de weg wordt verlaagd als er onvoldoende ruimte voor fietspaden is. Voor ontwerpen geldt dat eerst wordt ontworpen vanuit het langzaam verkeer (omgekeerd ontwerpen) en wordt gewerkt volgens het principe: groen, tenzij. Er wordt nu nog te vaak bestrating aangelegd op plaatsen waar dit niet nodig is voor de bereikbaarheid. Handboek Openbare Ruimte Het Handboek Openbare Ruimte, ook wel HOR genaamd (RIS268741) is van toepassing bij de (her)inrichting van de openbare ruimte. In Den Haag wordt bij de inrichting gebruik gemaakt van twee soorten kwaliteiten Residentiekwaliteit of Hofstadkwaliteit. Voor bedrijventerrein Uitenhagestraat geldt Residentiekwaliteit, de standaardkwaliteit.

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

71

De banken, prullenbakken, lantaarnpalen en tegels zijn van goede kwaliteit en niet tijdgebonden. Op het bedrijventerrein Uitenhagestraat wordt ingezet op 30 km/uur wegen. Ook de Steijnlaan komt hiervoor in aanmerking. De Monstersestraat en de Loosduinsekade zijn en blijven beide 50 km/uur wegen. Hoofdroute hulpdiensten De Loosduinsekade fungeert als hoofdweg en de Monsterseweg als wijkontsluitingswegen. Beide zijn op deze wijze opgenomen in de Hoofdroutekaart hulpdiensten Den Haag 2016 (RIS296077). Volgens het handboek Openbare Ruimte wordt de rijbaan van een 30 km/uur weg uitgevoerd in klinkerbestrating met verkeersremmende maatregelen. Vanwege de intensiteit van de belasting kan worden overwogen een meer passende materialisering te gebruiken. Toegankelijkheid Den Haag wilt ook een toegankelijke stad zijn voor o.a. ouderen en mensen met een beperking. Toegankelijkheid is expliciet onderdeel van planvorming. Zo wordt de toegankelijkheid van de gebouwen voor mindervaliden gewaarborgd door de begane grond te laten aansluiten op het peil van de aansluitende buitenruimte. Mensen met een visuele beperking zijn voor hun oriëntatie in meer of mindere mate afhankelijk van duidelijke en eenduidige geleiding. Om mensen met een visuele beperking goed te begeleiden wordt uitgegaan van een inrichting dat hier fysiek op ingesteld is.

Een blinde of slechtziende moet zo min mogelijk hinder ondervinden van een bestaande inrichting en andere gebruikers en zich goed kunnen oriënteren. In de openbare ruimte bestaat deze (be)geleiding vooral uit natuurlijke gidslijnen en geleidelijnen. Daar waar geen gidslijn aanwezig is zal uit worden gegaan van kunstmatige (blinde)geleidelijnen. Bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt hiervoor aandacht gevraagd. Afval

72

GEBIEDSKADER UITENHAGESTAAT • DECEMBER 2023

Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor hun afvalinzameling. Afvalinzameling vindt gescheiden plaats, bij voorkeur circulair en grondstofgericht. Hiervoor moet een inpandig ruimte worden gereserveerd in het bouwplan. Deze ruimtes zijn dusdanig gesitueerd dat een efficiënte aansluiting met rijroutes en opstelplekken zo min mogelijk druk op de openbare ruimte uitoefent. Participatie Daar waar wordt gewerkt aan de openbare ruimte hebben bewoners, ondernemers en bezoekers direct belang. De gemeente zorgt dan ook voor gedegen participatie in alle projecten in de openbare ruimte. Juist waar er onvoldoende (financiële) ruimte is om alle gewenste openbare ruimte aan te pakken, is kiezen met de direct betrokkenen essentieel voor het succes.

6.15

Riolering

Hierbij is het gebruik van schadelijke stoffen voor het oppervlaktewater, zoals koper, zink en bitumineuze dakbedekking, niet toegestaan. Duurzaam denken en doen komt zo terug in het ontwerp, de aanleg, het beheer en het gebruik van de riolering. Afkoppelen van hemelwater is een voorbeeld van een aanpak, waarmee zoveel mogelijk bij de bron wordt voorkomen dat water vuil wordt, dat water wordt vastgehouden op de plaats waar het valt en waarmee gemalen en zuiveringsinstallaties niet onnodig worden belast met het verwerken van schoon hemelwater

6.16

Mobiliteit en parkeren

Huidige situatie bedrijventerrein Uitenhagestraat In de Uitenhagestraat is een klein bedrijventerrein met ongeveer 25-30 ondernemers. De rol van de logistieke functie op het bedrijventerrein is aanzienlijk. Op het bedrijventerrein is namelijk een aantal logistieke bedrijven gevestigd die veel verkeersbewegingen genereren, zoals de groothandel van de Basis-E-markt, het gemeentelijk afvalbrengstation en de distributielocatie van PicNic. Daarnaast zijn er voornamelijk kleinere, ambachtelijke bedrijven zoals autobedrijven, een schildersbedrijf, een verfbedrijf, metaalbewerking en een kozijnenmaker. Vanwege de ligging van het bedrijventerrein (omringd door stedelijk gebied en beperkte beschikbaarheid van omliggende hoofdwegen) wordt de (vracht)autobereikbaarheid sterk ingeperkt. De Uitenhagestraat heeft qua oppervlakte ook niet de maat en de ruimte om veel groot logistiek verkeer te accommoderen. Vanuit mobiliteitsoogpunt is het ongewenst om op het bedrijventerrein Uitenhagestraat grootschalige bedrijven aan te trekken die veel vrachtverkeer genereren. Vanuit de mobiliteitsgedachte is het wel gewenst om in te zetten op kleinschalige bedrijvigheid, MKB en middelgrote bedrijven die weinig extra vervoerbewegingen genereren. Haagse Nota Mobiliteit Het is belangrijk en noodzakelijk om de verkeersveiligheid en de mobiliteit op en rond het bedrijventerrein in goede banen te leiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14135560/1