CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318669 Bijlage 1 Gebiedskader ZKD tbv Cie en Raad

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Gebiedskaders ZKD, Fruitweg en Uitenhagestraat (RIS318669)36.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

1. Het in evenwicht houden en, waar nodig, brengen van de vraag naar en het aanbod van bedrijventerreinen

Kerketuinenweg 73

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

Elk gebied kent andere opgaven, andere spelers en andere coalities. Daarbij passen maatwerk, flexibiliteit en een verbindende rol van de provincie. Om de mismatch tussen kwantitatief aanwezig planaanbod en kwalitatieve vraag op te heffen zou er soms her- of deprogrammering of fasering van het (harde) planaanbod aan de orde kunnen zijn, om zo kwalitatief goed aanbod de ruimte te geven. Bij te weinig aanbod is

beter benutten de inzet; uitbreiding in het algemeen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) in het bijzonder is niet het uitgangspunt en alleen gewenst in uitzonderlijke gevallen. Dit draagt namelijk niet bij aan zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie ziet bedrijventerreinen vanaf milieucategorie 3 (of overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur) als bedrijventerreinen met een regionale functie en belang. Daar is provinciale sturing op noodzakelijk. Bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 (of overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur) is ook belangrijk, maar dit type bedrijvigheid heeft een kleiner afzetgebied en is over het algemeen goed mengbaar met andere functies. Gemeentelijke sturing is daarbij afdoende. Voor binnenstedelijk gelegen bedrijventerreinen met milieucategorie 3 is functiemenging alleen mogelijk wanneer de belangen van bedrijven niet worden geschaad. Bedrijventerreinen waar bedrijven gevestigd zijn van categorie 3 en hoger en watergebonden bedrijven worden in principe behouden voor bedrijvigheid. Transformatie naar een andere functie is toegestaan mits de verloren gegane ruimte voor bedrijven kwantitatief en kwalitatief wordt gecompenseerd in de relevante marktregio, of als er sprake is van een overschot aan het desbetreffende type bedrijventerrein.

Deze behoefte moet zijn afgestemd in regionaal verband en aangegeven moet worden hoe en waar de eventuele compensatie zal plaatsvinden. Wanneer een regio een door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie heeft, kan feitelijk gecompenseerd worden (gebruikte ruimte en m² voor m² bedrijfsruimte). Zonder aanvaarde visie is het uitgangspunt planologisch compensatie. Dit betekent dat hectares (het ‘platte vlak’) en planologische ruimte moet worden gecompenseerd.

Behoefteramingen Een goede vraagraming is essentieel om te beoordelen of er voldoende ruimte voor bedrijven is en een balans tussen vraag en aanbod. De provincie voert daarom op regelmatige basis een vraag- en/of behoefteraming uit waarbij gekeken wordt naar kwantiteit en kwaliteit en het huidig gebruik van de bestaande voorraad. De behoefteramingen zijn vervolgens input voor de regionale bedrijventerreinenvisies. Sturen via regionale bedrijventerreinenvisies De provincie vindt regionale visies belangrijk en wil hier graag over meedenken en aan meewerken. Geactualiseerde regionale bedrijventerreinenvisies kunnen namelijk zorgen voor de kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van vraag en aanbod en kunnen inzicht geven in de realistische vraag door vervanging (transformatie) en de eventuele, reeds bestaande uitbreidingsvraag. De provincie en regio’s kunnen op basis van deze visies een betere kwalitatieve en kwantitatieve afweging maken. De provincie stelt het opstellen van deze regionale visies echter niet verplicht. Gedeputeerde Staten zullen (indien de visie voldoet aan de provinciale regelgeving) de regionale visies aanvaarden/ instemmen met deze regionale visies (waarbij deze via een voorhangprocedure aan Provinciale Staten worden voorgelegd).

Dit aanvaarden leidt tot meer duidelijkheid bij provincie, regio’s en gemeenten over onderwerpen als vraag, aanbod en daarmee marktbehoefte en compensatie. Zonder aanvaarde visie is het uitgangspunt compensatie van de planologische ruimte (planologische compensatie). Met een aanvaarde visie is compensatie van het feitelijk gebruik mogelijk (feitelijke compensatie).

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

74

Gedeputeerde Staten kunnen voor een bepaalde regio aangeven dat het nodig is om een regionale visie voor bedrijventerreinen te maken. Daarbij zullen Gedeputeerde Staten vooraf duidelijkheid geven over gewenste inhoud van de visie. Als de betreffende regio hier geen goede invulling aan geeft, kunnen Gedeputeerde Staten zo nodig zelf de regionale bedrijventerreinen visie opstellen. Toetsing en beoordeling plannen De provincie beoordeelt bij een nieuw bestemmingsplan of deze past binnen het provinciaal Omgevingsbeleid en geeft op basis hiervan advies aan de gemeente. Voor de provincie zijn watergebonden bedrijventerreinen en bedrijventerreinen vanaf milieucategorie 3 (of overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur belangrijk. De provincie stuurt daarom met haar instrumentarium om voldoende kwantitatief en kwalitatief aanbod van deze terreinen beschikbaar te hebben om in de vraag te kunnen voorzien. Bij het beoordelen van nieuwe plannen kijkt de provincie naar de onderbouwing van kwantiteit en kwaliteit, conform de Ladder voor duurzame verstedelijking.. De regio’s en de individuele gemeenten stellen de onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking op. Nieuwe bedrijventerreinen kunnen mogelijk gemaakt worden indien deze voorzien in een kwalitatieve (en kwantitatieve) behoefte. Indien de behoefte goed onderbouwd is, heeft de provincie een positieve grondhouding.

Indien er bij de bestemmingsplannen voor zowel nieuwe, als bestaande bedrijventerreinen sprake is van een plan dat onvoldoende te motiveren is, kan er door reductie van harde plancapaciteit elders in de regio alsnog ruimte worden gemaakt om het plan te motiveren. Hiermee worden nieuwe, gewenste ontwikkelingen op de juiste plek gerealiseerd. In de motivering moet dit worden opgenomen en er dient voorzienbaarheid gecreëerd

75

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

te worden. Drie jaar na de vaststelling van het betreffende bestemmingsplan dient er voldoende plancapaciteit onttrokken te zijn. Onbenutte plancapaciteit kan voor de provincie reden zijn om kritisch te kijken of er nog sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

•

•

• 2. Het beter benutten van bedrijventerreinen en, indien noodzakelijk, het ontwikkelen van nieuwe locaties die kwalitatief toegevoegde waarde hebben ten opzichte van de bestaande voorraad. Ondernemers zijn over het algemeen sterk verbonden aan hun locatie. Hun werknemers komen uit de buurt, ze zijn betrokken bij de plaatselijke samenleving en hun “plek” in de keten en hebben (grote) investeringen gedaan op de huidige locatie. Ze vertrekken doorgaans pas naar een nieuwe locatie wanneer het vestigingsklimaat van het bedrijventerrein niet meer passend is en/of de huidige kavel niet meer voldoet. Het komt voor dat de achtergelaten bedrijfsbebouwing vervolgens niet meer gebruikt wordt en dat er bovendien sprake is van achterstallig beheer en onderhoud op het terrein. Dan wordt het bedrijventerrein minder aantrekkelijk als vestigingsplaats voor bedrijven. Om bedrijventerreinen nu en in de toekomst optimaal te kunnen benutten, zijn onderstaande aspecten essentieel. De provincie draagt hier aan bij door het inzetten op de drie beleidslijnen en primair in te zetten op beter benutten en herstructureren en daarna pas op uitbreiding of nieuwbouw. •

Zorgvuldig ruimtegebruik en beter benutten: voorrang geven aan het opvullen van leegstand en leegstaande kavels door het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Vestigingsklimaat: behouden en verbeteren van de kwaliteit conform de eisen van de ondernemers en sectoren. Voorbereiden op toekomstige ontwikkelingen zoals verduurzamen (o.a. energie, klimaatadaptatie en vergroening). Transformatie (naar bijvoorbeeld een woonwerkmilieu) en functiemenging.

Voorbeelden van beter benutten zijn het (opnieuw) vestigen van een watergebonden bedrijf op een watergebonden kavel, het weren of verplaatsen van bepaalde typen bedrijven (bouwmarkten, speelparadijzen en tuincentra) op terreinen die geschikt zijn voor een hogere milieucategorie/-zone of watergebonden bedrijventerreinen of het weer in gebruik nemen van zeer langdurig leegstaand vastgoed.

3. Het verduurzamen van bedrijventerreinen waarbij ze zich tevens voorbereiden op toekomstige ontwikkelingen. Voor een goed vestigingsklimaat is het van belang dat bedrijventerreinen de basis op orde hebben en goed voorbereid zijn op toekomstige ontwikkelingen. Maatregelen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen, het verduurzamen, zoals collectieve energie (besparing en duurzame opwekking), vergroening en glasvezelnetwerk, kunnen efficiënter gezamenlijk worden uitgevoerd. Bijna alle bedrijven op een bedrijventerrein behoren immers tot het MKB. Daardoor missen ze vaak de slagkracht van een groot bedrijf. Door samen te werken kunnen er collectieve acties opgezet worden. Daarom is de organisatiegraad op bedrijventerreinen erg belangrijk in de vorm van een ondernemersvereniging of een Bedrijventerreinen

Investeringszone (BIZ). Via een BIZ of een breder ondernemersfonds kunnen activiteiten gefinancierd worden ter bevordering van de kwaliteit van het bedrijventerreinen als dat van te voren in het programma is opgenomen. Als er geen BIZ aanwezig is op het terrein zijn er aparte draagvlakonderzoeken nodig om dit gezamenlijk te kunnen bereiken. Grote ruimtevragers De provincie wil gericht sturen op de vraag of, waar en hoe nieuwe grootschalige ontwikkelingen in Zuid-Holland ruimtelijk gefaciliteerd kunnen worden. Het gaat daarbij vooral om de ruimtevraag van grote specifieke functies in de logistiek (XXLlogistiek) en de digitale economie (bijvoorbeeld hyperscale en co-locatie-datacenters), maar ook om andere bedrijfsfuncties die gehuisvest worden in een groot gebouwencomplex. De ruimtevraag van deze grootschalige ontwikkelingen moet worden afgewogen tegen het belang van ruimtelijke kwaliteit en het belang van het toevoegen van maatschappelijkeconomische waarde. De provincie wil de zogenoemde ‘verdozing’ van het landschap tegengaan, zeker waar het gaat om functies die relatief te weinig maatschappelijk-economische waarde toevoegen.

De provincie hanteert als uitgangspunt dat nieuwe grote ruimtevragers alleen ruimtelijk gefaciliteerd kunnen worden wanneer onderbouwd is dat de functies en activiteiten maatschappelijke en economische waarde toevoegen en tegelijkertijd rekening houden met de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. Je kan daarbij denken aan duurzaamheid, gezondheid, brede welvaart, innovatiekracht, vergroening, digitalisering van de economie, versterken van de toegevoegde waarde van een cluster, (multi)modale bereikbaarheid, versterken van een economisch ecosysteem en bijdrage aan werkgelegenheid. Nieuwe locaties worden daarnaast

afgewogen ten opzichte van de bereikbaarheid en de capaciteit van het energienetwerk. De provincie kiest daarom voor een selectief beleid en, waar mogelijk, het samenbrengen (clusteren) en ruimtelijk combineren van grootschalige functies aan de hand van ruimtelijke kwaliteit, mobiliteit, energietransitie en klimaatadaptatie. Het beleid richt zich op grootschalige bedrijfsmatige ontwikkelingen in een samenhangend gebouwd complex op een bedrijfskavel met een oppervlak van 5 ha of meer.

antwoord op de vraag of het wenselijk is een grote ruimtevrager te accommoderen en zo ja, waar en hoe? • • • •

• •

Uitgangspunten De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor het mogelijk maken van deze grootschalige ontwikkelingen: •

•

versterken agglomeratiekracht met aandacht voor vestigingskwaliteit, nabijheid en diversiteit van functies en activiteiten; verdichting, concentratie, bundeling van complementaire functies passend bij de hiërarchie van (logistieke) knooppunten in de betreffende infrastructuurnetwerken.

Hierbij wordt rekening gehouden met de lokale en regionale behoefte aan verschillende typen van logistiek (zoals stadslogistiek, hubs, bevoorrading, grote internationale vervoersstromen en hubs).

•

• •

• •

Is de ontwikkeling noodzakelijk in Zuid-Holland? Waarom op deze locatie? Is de ontwikkeling regionaal afgestemd? Draagt de ontwikkeling bij aan economische doelstellingen voor vergroening, digitalisering en verduurzaming van de economie en het gebruik van de bestaande infrastructuur en ruimte? Draagt de ontwikkeling bij aan verduurzaming van de mobiliteit (bijvoorbeeld emissievrije stadslogistiek)? Is de ontwikkeling een waardevolle en zinvolle toevoeging op reeds aanwezige ecosystemen en clusters Brengt de ontwikkeling waardevolle werkgelegenheid met zich mee? Is de inzet van arbeidsmigranten nodig en wat betekent dat voor de huisvesting? Is de ontwikkeling noodzakelijk of relevant voor andere bedrijven in de keten? Wordt door de ontwikkeling ruimte elders (bij voorkeur in Zuid-Holland) voor andere maatschappelijke opgaves (bijvoorbeeld woningbouw of betaalbare bedrijfsruimte in de nabijheid van inwoners, werknemers en voorzieningen) vrijgespeeld? Worden mee-koppelkansen maximaal benut (meervoudig ruimtegebruik)? Is de ontwikkeling inpasbaar met hoge aandacht voor ruimtelijke kwaliteit?

Criteria voor het toelaten van grote ruimtevragers Voornoemde uitgangspunten hebben we uitgewerkt en geconcretiseerd tot een aantal criteria voor het toelaten van grote ruimtevragers. De volgende vragen zijn relevant voor het

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

76

6.2 Ruimtelijke strategie De provincie stuurt vanuit een ruimtelijke strategie. Bovengenoemde uitgangspunten en criteria leiden tot een ruimtelijk structuurbeeld met knooppunten, bundelingslocaties en corridors. Op basis hiervan zijn locaties geselecteerd waar vestiging van grote ruimtevragers mogelijk blijft. Nieuwe grote ruimtevragers buiten deze locaties zijn uitgesloten. We zien dit als een ‘pas op de plaats’, waarbij voldoende ruimte blijft voor gewenste ontwikkelingen. In overleg met de regio’s, zullen we het ruimtelijk structuurbeeld verfijnen. De regionale visies voor bedrijventerreinen spelen hierin een rol. We vragen de regio’s daarom bovengenoemde criteria te hanteren bij het opstellen van de regionale visies. Deze regionale visies worden over ongeveer twee jaar afgerond. Daarna zullen wij het tijdelijke beleid (‘pas op de plaats’) aanpassen en definitief maken. Het beleid (‘pas op de plaats’) richt zich op nieuwe ontwikkelingen. Het gaat dan in ieder geval om de locaties die op de 3 ha kaart (grote buiten stedelijke bouwlocaties) zijn aangeduid als ‘bedrijventerrein zachte plancapaciteit’. De ontwikkelingen van die bedrijventerreinen is nog niet opgenomen in een bestemmingsplan.

Het gaat ook om locaties voor bedrijventerreinen die al wel in een bestemmingsplan zijn opgenomen, maar waar via een herziening van het bestemmingsplan alsnog de vestiging van grote ruimtevragers mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast verzoeken we gemeenten en regio’s te kijken naar bedrijventerreinen die al wel zijn opgenomen in een bestemmingsplan, maar waar nog uitgeefbare ruimte is. Als het vigerende bestemmingsplan vestiging van grote ruimtevragers mogelijk maakt, is het wenselijk dat opnieuw te bezien.

77

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

Bestemmingsplan

Artikel 6.12 Bedrijven 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, maakt vestiging mogelijk van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buiten stedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. 2.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe.

3.

Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid.

4.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein als bedoeld in het eerste of tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio planologische

Planologische compensatie is nodig bij: A) een bedrijventerrein met milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; B) een bedrijventerrein met milieucategorie 4 of hoger, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; C) een geluidgezoneerd bedrijventerrein; D) een watergebonden bedrijventerrein. 5. 6.

7.

Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verlaging van de milieucategorie of milieuzone. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Compensatie van feitelijk gebruik en m2 voor m2 is mogelijk mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie.

Figuur 46: Bestemmingsplankaart ZKD

compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden.

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

78

6.3 Structuurvisie Zuidwest Bedrijventerrein strategie In de afgelopen 25 jaar is Den Haag gegroeid, met een toename van 80.000 inwoners. De werkgelegenheid is ook gestegen, maar de werkloosheid blijft hoog. Bedrijventerreinen aan de stadsrand groeien, maar binnenstedelijke terreinen krimpen door transformaties. ZZP'ers en kleine bedrijven zijn toegenomen. Momenteel zijn 335 ha bedrijventerreinen met 10% van de werkgelegenheid beschikbaar, maar door ruimtedruk en economisch herstel is er bijna geen beschikbare kavel. De leegstand van bedrijfsruimten is verminderd, behalve bij kantoren (20%). De beschikbare bedrijfsruimten voldoen vaak niet aan de vraag van de markt. De uitdaging is het vernieuwen, intensiveren en verduurzamen van de bedrijventerreinen. Er is behoefte aan 250.000 tot 450.000 m2 extra bedrijfsruimten. De duurzame energieprestaties zijn momenteel slecht. De gemeente zal actief moeten ingrijpen, door verouderde terreinen te vernieuwen, en ruimte uitbreiden. Grootschalige ingrepen zijn nodig op de Binckhorst, ZKD, Uitenhagestraat, Fruitweg en Westvlietweg. Ambities omvatten vernieuwing van bedrijventerreinen, extra bedrijfsruimte, en streven naar energie neutrale terreinen. Ontwikkelingsstrategieën omvatten klassieke en organische benaderingen, intensivering en verkleuring van ruimtegebruik.

Bedrijventerreinen worden geprofileerd voor lokale, regionale en specifieke bedrijven. Stappen naar energieneutraliteit omvatten energiebesparing, beperking van de vraag, en duurzame energieopwekking. Het rapport geeft specifieke aanbevelingen voor elk bedrijventerrein en benadrukt de noodzaak van gemeentelijk ingrijpen

Woon-werk-akkoord Het Woon-werkakkoord tussen de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, en de provincie Zuid-Holland heeft als doel een balans te vinden tussen ruimte voor wonen en werken in de regio. Enkele belangrijke punten en afspraken in het akkoord zijn: Versnelling woningbouwprogramma: Het akkoord heeft tot doel de woningbouwproductie op korte termijn te versnellen. Transformatielocaties en beter benutten/uitbreidingslocaties zijn benoemd, waarbij concrete aantallen woningen en ruimte voor bedrijvigheid worden genoemd. Richting een toekomstbestendige oplossing: Er wordt gezamenlijk gezocht naar een toekomstbestendige oplossing voor ruimte voor bedrijvigheid, rekening houdend met circulaire economie, milieuaspecten, en de provinciale behoefteraming. Procesafspraken voor toekomstbestendige oplossing lange termijn: Gemeenten werken aan een beleidslijn met keuzes voor het economisch profiel van de regio en ruimtelijke inrichting op lange termijn. Hierbij wordt ingezet op beter benutten van bestaande bedrijventerreinen, uitbreidingslocaties, en het faciliteren van specifieke bedrijvigheid. Uitvoering, monitoring en evaluatie: Partijen zullen een uitvoeringsagenda opstellen met concrete acties en financieringsstrategieën.

Daarnaast zal er monitoring en evaluatie plaatsvinden, waarbij de visie wordt afgestemd met de regionale bedrijventerreinenvisie en de provinciale behoefteraming. Het akkoord beoogt een langdurige samenwerking om de agglomeratiekracht van Zuid-Holland te versterken en ruimte te bieden aan zowel wonen als passende bedrijvigheid.

79

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

Coalitieakkoord 2022 – 2026 Het coalitieakkoord voor Den Haag 2022-2026 beschrijft de stad als een groeiende wereldstad met kansen en uitdagingen. Het coalitieakkoord benoemt de zorgen van inwoners, zoals leefbaarheid, klimaatverandering en betaalbare woonruimte. De opgaven omvatten leefbare buurten, duurzame energie, betaalbare woonruimte, bestaanszekerheid, en een financieel fundament. Het coalitieakkoord erkent financiële grenzen en streeft naar samenwerking met andere gemeenten. Door corona, de oorlog in Oekraïne en stijgende kosten moet de stad versneld handelen. De coalitie wil niet alleen het heden aanpakken maar ook een visie ontwikkelen voor Den Haag in 2050. Financiële uitdagingen worden benoemd, en er is een streven naar een structureel evenwicht in de begroting. De coalitie benadrukt een toegankelijke en dienstbare gemeente, gericht op bewoners en gebiedsgerichte aanpak van vraagstukken. Participatie en open communicatie zijn belangrijke uitgangspunten, samen met een financieel degelijk beleid en samenwerking met omliggende gemeenten.

Bedrijventerrein ZKD grenst aan Den Haag Zuidwest. Voor dat gebied is een structuurvisie opgesteld, deze is op 14 december 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Daarin staat beschreven hoe de gemeente de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag Zuidwest over de periode tot 2040 voor zich ziet. De visie is de basis voor alle ontwikkelingen die een plek moeten krijgen in Zuidwest. ZKD is vanuit economisch perspectief belangrijk voor Zuidwest. Het bedrijventerrein ZKD biedt kansen om de economie van Zuidwest weerbaarder te maken. Door de sterke aanwezigheid van de bouw-, maak- en logistieke sector op ZKD is Zuidwest uniek binnen de Haagse economie. Het gebied biedt de broodnodige praktisch opgeleide werkgevers en banen voor praktisch opgeleiden en verbreedt daarmee de Haagse economie. De plannen om meer bedrijvigheid toe te voegen, onder andere uit Zuidwest zelf, binnen ZKD zorgen ook dat hier meer kansen ontstaan voor Zuidwest. Dit kan door meer bedrijven op dezelfde plek toe te voegen en door beter gebruik te maken van de ruimte die er is. ZKD kan zo een bijdrage leveren aan het verbreden van de lokale economie van Zuidwest door meer functies toe te voegen. Op ZKD wordt ook onderzocht of er andere functies kunnen worden toegevoegd naast werken. Door hier ook horeca, cultuur, sport of welzijn onder te brengen wordt het een interessanter gebied.

Het sluit dan beter aan op de omliggende woonwijken. Daarnaast ligt de nadruk op het vergroenen en duurzamer maken van het gebied. Door ZKD toegankelijker te maken voor voetgangers, fietsers en het OV maken wordt ZKD beter bereikbaar voor inwoners van Zuidwest en is de auto hier minder nodig. Er zijn op ZKD logistieke bedrijven die een rol kunnen gaan spelen in toekomstbestendige stadsdistributie zoals via hubs.

6.4 Vigerend juridisch planologisch kader Ook vanuit onderwijs oogpunt (leren/ werken) biedt ZKD volgens de structuurvisie kansen: de gemeente en haar partners willen twee centra voor vervolgonderwijs, een mogelijk plek hier voor is Zichtenburg, Kerketuinen en Dekkershoek (ZKD). Ook wordt aangegeven dat belangrijke bestemmingen rondom Zuidwest voor de auto goed toegankelijk moeten blijven. De zone langs ZKD zal een aantrekkelijke uitstraling moeten krijgen door bijvoorbeeld de openbare ruimte te verbeteren of de nieuwe bebouwing meer met voorkanten aan de weg te realiseren.

Beleidskaders rijk en provincie De planologische ontwikkelingsruimte van het bedrijventerrein ZKD wordt bepaald door het omgevingsbeleid van de hogere overheden en de masterplannen en bestemmingsplannen op gemeentelijk niveau. Het beleidskader voor het landelijke omgevingsbeleid is in september 2020 vastgelegd in de “Nationale Omgevingsvisie (NOVI)” terwijl de hoofdlijnen van het provinciale beleid zijn vastgelegd in de omgevingsvisie Zuid-Holland. Beide nota’s hebben voor het bedrijventerrein een hoog abstractieniveau en bevatten amper concrete op uitvoering gerichte beleidsvoornemens. De hoofdambitie van de hogere overheden zijn gericht op: 1. 2. 3.

klimaatadaptatie en een schone energievoorziening de versterking van het economisch concurrentievermogen een duurzame bereikbaarheid

Voor ZKD betekent dit, dat nieuwe ontwikkelingen vooral gericht moeten worden op een klimaatbestendige vernieuwing en de versterking van de aantrekkingskracht voor middenen kleinbedrijven, die bijdragen aan de stadseconomie en werkgelegenheid in Den Haag. Waar zinvol kan daarbij ook sprake zijn van functiemenging. Bestemmingsplan Het bestemmingsplan ZKD (vastgesteld 1 oktober 2015) is het geldende juridisch planologische kader. Het bedrijventerrein ZKD heeft grotendeels de bestemming ‘Bedrijf’. Binnen die bestemming kunnen bedrijven in de milieucategorieën 1 tot en met 3.2 worden gerealiseerd, zolang die vallen binnen de 'Staat van bedrijven op bedrijventerreinen'. Een grote verscheidenheid aan bedrijven kan op dit moment al op dit terrein worden gerealiseerd. Verder is het mogelijk om groothandel, opslag

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

80

6.5 Agenda ruimte voor de stad en detailhandel in personenauto’s op dit terrein te vestigen. Binnen de bestemming bedrijf geldt op een aantal specifieke percelen aanduidingen die aangeven dat daar bijvoorbeeld een brandweerkazerne, detailhandel of een crematorium aanwezig zijn. Verder geldt op een aantal specifieke percelen bestemmingen als Kantoor, Horeca of Maatschappelijk.

De Agenda Ruimte voor de stad (RIS 295016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Met behulp van de volgende principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat.

Kwaliteit door integrale samenhang met sociaalmaatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid.

81

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

6.6 Bedrijfshuisvestingsstrategie Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden.

In Den Haag werken meer dan 40.000 mensen op een bedrijventerrein, dat is 17% van de arbeidsplaatsen. Het gaat om veel werkgelegenheid, maar toch een relatief klein deel van de arbeidsmarkt in vergelijking met andere steden, waar een groter deel van de banen op bedrijventerreinen te vinden is. De trend laat zien dat de werkgelegenheid in sectoren als bouw en productie terrein verliest ten opzichte van dienstverlening en non-profit sectoren. Op de bedrijventerreinenmarkt in Den Haag heerst een krapte. Voor het functioneren van de stedelijke economie is het van groot belang dat deze gebieden adequate bedrijfshuisvesting blijven bieden en dat de bedrijventerreinen in goede conditie verkeren. Zeker in het licht van de ambitie van Den Haag om in de komende periode fors te groeien met 50.000 tot 80.000 inwoners. De aard van de bedrijfshuisvesting en de inrichting van de bedrijventerreinen dienen hierbij optimaal afgestemd te zijn op de behoeften van eindgebruikers. Een vitale stad biedt ruimte aan bewoners, bezoekers én ondernemers. Ruimte voor ondernemers zorgt voor reuring, werkgelegenheid, verdienvermogen en innovatie. Hierbij zijn geschikte plekken en werkmilieus voor verschillende soorten ondernemers en bedrijven van groot belang.

Bedrijventerreinen spelen een belangrijke rol als locatie voor bedrijven gericht op verzorging van bewoners en stuwende bedrijvigheid zoals bouw- en reparatiebedrijven, maar ook bedrijven in de maakindustrie en bouw- en installatiesector. Door economische groei en toename van het aantal inwoners is er behoefte aan meer bedrijfshuisvesting terwijl het metrage binnenstedelijke bedrijventerreinen door transformatie juist afneemt. Gecombineerd met verouderd en incourant vastgoed en toenemende ruimtedruk van andere functies is een impasse

op de bedrijventerreinenmarkt ontstaan die een rem zet op de economische groei van stad en regio. Een groeiende stad moet ook ruimte bieden aan nieuwe succesverhalen van ondernemers. Meer ruimte voor bedrijvigheid is dan ook belangrijk voor de werkgelegenheid en levendigheid voor de huidige en de toekomstige inwoners van de stad. Daarnaast biedt het kansen door schuifruimte te bieden aan bedrijven die gevestigd zijn op kansrijke locaties voor de groei van de stad. In een stad waar weinig ruimte is en waar het aantal inwoners sterk groeit, moet de ruimte optimaal benut worden. Dit kan door herontwikkeling van verouderd vastgoed, daar waar mogelijk toevoegen van bedrijfshuisvesting, intensiveren van grondgebruik door stapelen van functies en door functiemenging. Aandacht voor wensen en eisen die ondernemers bij bedrijfshuisvesting hebben, zoals kleinschaligheid, schakelbare ruimten en betaalbaarheid is van groot belang om niet te bouwen voor leegstand. De gemeente Den Haag moet hierin een actieve rol spelen door voorwaarden te scheppen voor en ruimte te bieden aan: Vernieuwing door herontwikkeling en toevoegen van extra meters. Intensivering door slimmer gebruik van de ruimte en de hoogte. Functiemenging waar dat bedrijvigheid niet in de weg zit en verduurzaming om toekomstbestendige terreinen te ontwikkelen.

De op 19 september 2019 vastgestelde bedrijfshuisvestingstrategie (RIS 303177) voorziet in het ombuigen van deze trend naar de volgende doelstellingen: •

• •

Economische groei te stimuleren door het toevoegen van geschikte bedrijfshuisvesting en bestaande bedrijvigheid in de stad te behouden. Bij te dragen aan de verstedelijkingsopgave door functiemenging. Bij te dragen aan de duurzaamheidsopgave van de stad door verduurzaming van.

Hiervoor willen we onder andere de komende tien jaar tot 175.000 m² bedrijfsruimte toevoegen op bedrijventerreinen, werken we verder aan het toevoegen van 50.000 m² bedrijfsruimte in de wijken met het Actieprogramma Kleinschalige Bedrijvigheid, verkennen we de mogelijkheid voor een nieuw bedrijventerrein en werken we samen met de omliggende gemeenten aan de gezamenlijke opgave om de regio economisch gezond te houden. Dit gebeurt vanuit een duidelijke visie op functiemenging en verduurzaming. Daarbij is het koppelen van de juiste bedrijven aan de juiste plekken en aandacht voor de eisen die ondernemers aan bedrijfshuisvesting de rode draad. Dit vraag om constante upto-date informatie over de omvang van de vraag en wensen van ondernemers om in de gaten te houden of en hoe de behoefte aan bedrijfsruimte verandert. Om de doelstellingen en ambities te realiseren is een concrete aanpak ontwikkeld. De inzet is om ondernemers en bedrijven ruimte te bieden in Den Haag. Daarvoor is het nodig bestaande bedrijfsbestemmingen zo veel mogelijk te behouden. Gebiedskaderen zijn vervolgens een instrument om op bedrijventerreinen gedetailleerd in beeld te brengen waar nog ruimte is voor werken, waar verdicht kan worden,

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

82

waar het mogelijk en gewenst is functies te combineren en de ruimtelijk-programmatische aspecten waarbij afstemming tussen ontwikkelingen op het bedrijfsterrein en in de omliggende wijken wenselijk of noodzakelijk worden geacht. Hiermee wordt planologische duidelijkheid gecreëerd. Deze verschaffen inzicht in kansrijke ontwikkelingen voor de verschillende terreinen vanuit marktperspectief, stimuleren de ontwikkeling en helpen de huidige impasse te doorbreken. Hierbij is een heldere gemeentelijke rol bij het aanjagen van ontwikkelingen in de verschillende gebieden van groot belang. De invulling van deze aanpak gebeurt onder regie van gebiedsontwikkelaars en nadrukkelijk in samenwerking met onder andere ondernemers, woningcorporaties en belangenorganisaties. Aandacht voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van bedrijfsruimte voor verschillende typen ondernemers wordt in dit proces geborgd. Doelstellingen en ambities Rekening houdend met deze verstedelijkingsopgave in combinatie met de veranderingen die zich hebben voorgedaan in de economische structuur van de stad en de ambitie om ruimte te bieden aan ondernemers heeft de bedrijfshuisvestingstrategie daarom drie doelstellingen:

Doelstelling 1: Economische groei stimuleren door: Behoud van bestaande bedrijven in de stad Bedrijven en ondernemers horen bij de stad. Ze zorgen voor levendigheid, verdienvermogen en werkgelegenheid. In Den Haag zijn er tal van voorbeelden van mooie bedrijven en ondernemers, van familiebedrijven die al decennia actief zijn tot starters die bouwen aan nieuwe succesverhalen.

83

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

Ondernemerschap en bedrijven bieden ook mogelijkheden voor inwoners om zich te ontwikkelen, te ontplooien en bij te dragen aan de ontwikkeling van de stad. Het is dan ook van groot belang voor de leefbaarheid van Den Haag dat ondernemers en bedrijven in de stad gevestigd blijven. Hiervoor is ruimte nodig. Om deze ruimte te kunnen bieden zal de gemeente een sterke terughoudendheid hebben bij het verkleuren van bedrijfsbestemmingen, zowel op bedrijventerreinen als op solitaire locaties in wijken. Door het versterken van samenhang en verbondenheid met de omgeving zullen bedrijventerreinen aan het voorzieningenniveau en levendigheid van omliggende wijken bijdragen waar tekort is aan functionele rijkdom, terwijl het draagvlak voor voorzieningen en bedrijven in de wijken wordt vergroot. Toevoegen van geschikte bedrijfshuisvesting Het toevoegen van bedrijfshuisvesting kan op vier manieren ingevuld worden. Op de bestaande terreinen kan dit ingevuld worden door herstructurering en intensivering. Bestaande bedrijfsterreinen zijn: ZKD, Uitenhagestraat, Fruitweg, Westvlietpark en Forepark. Door intensivering en herstructurering kunnen bestaande terreinen efficiënter gebruikt worden, kan kwaliteit toegevoegd worden aan verouderde terreinen en kan het aanbod van bedrijfshuisvesting beter afgestemd worden op de wensen van ondernemers.

Het eerder genoemde onderzoek van BSP constateert dat door intensivering en herstructurering maximaal 175.000m² bedrijfshuisvesting op de Haagse bedrijventerreinen kan worden toegevoegd. Dit is gebaseerd op een studie van het terrein en de kavels op basis van luchtfoto’s en schouwingen. Vooral op ZKD, Uitenhagestraat, Fruitweg en Westvlietweg kan resultaat worden geboekt en incidenteel op de overige terreinen (zie de tabel op de vorige pagina voor de verdeling). Hiermee kan een belangrijk deel van de vraag voor de komende

jaren ingevuld worden. In de onderstaande tabel zijn de extra vierkante meters ruimtewinst die per terrein behaald kunnen worden in beeld gebracht. De hoeveelheden vormen een deel van de benodigde behoefte aan bedrijfshuisvesting in Den Haag voor de komende jaren. De uitwerking dient plaats te vinden in gebiedskaderen, -plannen en –visies.

Doelstelling 2: bijdragen aan de verstedelijkingsopgave door functiemenging. Door de verstedelijkingsopgave neemt de ruimtedruk toe. Dit vraagt om verdichting binnen het stedelijk gebied. Om ook in de toekomst in te kunnen spelen op ruimtelijk-economische ontwikkelingen en de veranderende kwantitatieve en kwalitatieve ruimtevraag van bedrijven, is het noodzakelijk om nieuwe bedrijfsruimte toe te voegen én tegelijkertijd dit te doen vanuit een visie op hoe functiemenging kan bijdragen aan de verstedelijkingsopgave van de stad. Het mengen van werken met andere functies, inclusief wonen, heeft in functioneel en economisch opzicht soms diverse voordelen: voorzieningen kunnen worden gedeeld (recreatieve voorzieningen, winkels en horeca), de levendigheid en sociale controle nemen toe, er is meer aandacht voor de openbare ruimte, een grotere kans op continuïteit in gebruik, minder mobiliteit door de mogelijkheid om dicht bij de woning te werken en het is financieel eerder haalbaar om het parkeren ondergronds op te lossen. Bedrijfsruimten bieden vanwege de overzichtelijke eigendomsstructuren en de relatief lagere vastgoedwaarden kansen voor menging met diverse functies, zowel op gebieds- als gebouwniveau.

Functiemenging is weliswaar steeds meer mogelijk, maar de belangen van ondernemers en bewoners lopen niet altijd parallel en zijn soms zelfs strijdig met elkaar. Functiemenging is niet alleen een gevoelig onderwerp bij bewoners (en bij beleggers en ontwikkelaars van woningbouw). Ook ondernemers staan niet te trappelen om bewoners in de buurt van hun bedrijf te verwelkomen uit angst dat zij hun bedrijf gedwongen moeten verplaatsen door klachten van bewoners over de externe effecten van hun bedrijfsvoering. Bedrijventerreinen zijn de natuurlijke habitat van ondernemers en bedrijven, ook van bedrijven die lawaai, geur of veel vervoersbewegingen produceren. Er is pas sprake van overlast als er aan een bedrijventerrein andere functies worden toegevoegd, en dit geldt met name voor wonen op bedrijventerreinen.

Ook voor bedrijven is duurzaamheid van groot belang is, de continuïteit van een bedrijf en de rol als werkverschaffer is het meest belangrijk. Dit vraagt om maatwerk, coulance, tijd en ruimte voor ondernemers om ambities waar te kunnen maken. De transitie van bedrijven naar een energieneutrale huishouding is in twee hoofdcategorieën te verdelen: bestaande bouw en nieuwbouw. Voor nieuwbouw is de ambitie om zoveel mogelijk energieneutraal te realiseren. Voor verbouw geldt de ambitie om minimaal label A of energieneutraal te realiseren. Vervolgens gaat het dan voor beide categorieën om het verduurzamen van de elektriciteit- en warmtebehoefte. De stappen die hierin gezet kunnen worden zijn: • •

Ondanks de uitdagingen voor functiemenging biedt het mengen van werken met andere functies, waaronder wonen, wel kansen voor de herstructurering en verdichting van terreinen door de koppeling van verschillende ontwikkelingen. Door ontwikkelingen op gebiedsniveau te bezien en meer en minder renderende functies te combineren kan vernieuwing versneld worden en een veel grotere kans is dat de ontwikkeling een tot een aantrekkelijk goede stuk stad leidt zowel op bedrijventerrein als in de omgeving. Tot en met milieucategorie 3.1 zijn de meeste bedrijven goed te mengen met andere functies. Voor de categorieën daarboven (die slechts zeer beperkt in Den Haag aanwezig zijn) kan per geval bekeken worden of een andere plek beter aan de wensen van het bedrijf voldoet. Hiervoor is beschikbare ruimte aan de randen van de stad (bijvoorbeeld op nieuw te ontwikkelen areaal) wel een voorwaarde.

Doelstelling 3: duurzaamheid.

•

Beperken van het verbruik door isolatie of ontwerpkeuzes. Efficiënte vergroten en energieverbruik verlagen door het op orde krijgen van Installaties. Maximaal gebruik van duurzame bronnen, bijvoorbeeld door opwekking via zonnepanelen etc.

Energietransitie in de bestaande bouw zijn nog aanzienlijk stappen te maken door de installaties goed in te regelen en te onderhouden. Vervolgens kan door isoleren en ander/ slimmer gebruik ook bespaard worden. Het resterend verbruik moet uiteindelijk duurzaam opgewekt worden. De vele platte daken bieden de ruimte om zonnepanelen op te stellen en zo duurzaam elektriciteit op te wekken. Met 700.000 zonnepanelen op het beschikbare dakoppervlak kunnen we voorzien in het huidige gebruik van 173 miljoen kWh. Collectieve warmteoplossingen kunnen uitkomst bieden voor panden die slechts tegen onrendabel hoge investeringen vergaand zijn te isoleren. Wat betreft de bestaande bouw en nieuwbouw gaat de wet- en regelgeving stimulerend werken. Al in 2020 moet de nieuwbouw klimaatneutraal zijn. Vooral op de terreinen ZKD, Uitenhagestraat, Fruitweg en Westvlietweg kan resultaat

worden geboekt met nieuwbouw en op de andere terreinen in de bestaande bouw. In geval van ZKD is het wenselijk de mogelijke richtingen in samenhang met de gebiedsvisie van Zuidwest te verkennen en mogelijkheden van synergie te onderzoeken. De gemeente Den Haag neemt stappen om energietransitie op gang te brengen. Het verwerven van draagvlak is essentieel en vergt betrokkenheid en eigenaarschap bij de bedrijven. Vanuit een technisch en organisatorisch oogpunt is een gebiedsgerichte aanpak gericht op bedrijventerreinen interessant, bijvoorbeeld in de vorm van een gebiedsenergieplan gericht op het maximaliseren van de lokale opwekpotentie, minimaliseren van infrastructuurkosten en versnelling van het proces van uitvoering. De gemeente zal hierbij een ondersteunende rol spelen. De verduurzaming van een bedrijventerrein is een publiek-private opgave en vraagt om een collectieve aanpak. Het gaat om samenwerking tussen ondernemers(vereniging), vastgoedeigenaren, leveranciers, adviseurs en de overheid, waarbij de basis een vastgelegde gezamenlijke ambitie is met verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Op een georganiseerd bedrijventerrein kan een ondernemersvereniging, parkmanagementorganisatie of energiecollectief een belangrijke rol spelen omdat zij het dichtst bij de bedrijven staan.

Een goede (bestuurlijke) vertegenwoordiging op de terreinen helpt dus ook bij het dichterbij brengen van de duurzaamheidsdoelstelling. Bij ontwikkeling van bedrijfsruimte, zowel bij intensivering en herstructurering als bij functiemenging, zal duurzaamheid een belangrijk aandachtspunt zijn.

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

84

6.7 Urgentiebrief bedrijventerreinen Evenwichtige groei van de stad is van groot belang voor haar inwoners. In een stad moet gewoond en gewerkt kunnen worden. Bedrijven zorgen voor banen voor inwoners en leveren producten en diensten aan ondernemers en inwoners in de stad. Bedrijventerreinen en bedrijfsruimte in de wijken zijn goed voor ca. 15% van het totaal aantal banen in Den Haag. Er is een tekort aan ruimte voor dit soort bedrijvigheid in Den Haag en de Haagse regio. Vraag en aanbod naar werk is dan ook niet in balans en de markt stagneert. Het tekort aan bedrijfsruimte belemmert de economische groei. Groeiende bedrijven trekken weg door het beperkte aanbod aan fysieke ruimte. Bedrijven die overwegen zich te vestigen in Den Haag, zien daar geregeld van af omdat ze geen geschikte locatie kunnen vinden. Dit heeft zijn weerslag op het aanbod van banen voor alle opleidingsniveaus. De stad groeit maar we lopen banen mis, juist ook voor mensen die dit hard nodig hebben

Maatregel 1: Ontwikkeling van bedrijfsruimte weer op gang brengen. Om de bedrijfsruimtemarkt van het slot te halen en de balans tussen vraag- en aanbod te herstellen is nieuwe bedrijfsruimte nodig. Dit kan zowel door nieuwbouw, verbouw of uitbouw. Om hier werk van te maken is een planvoorraad nodig én daadwerkelijke realisatie. Daarvoor is een programma nodig met een planvoorraad van minimaal 200.000 m² (zoals al genoemd in de Bedrijfshuisvestingstrategie) tot 2030 in onze werkmilieus. Om dit programma op gang te krijgen wordt voor 2022 een programmamanager aangesteld. Naast planvoorraad creëren moet er ook gerealiseerd worden. Daarom is minimaal netto 10.000 m2 per jaar realisatie als doel gesteld.

85

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

Deze ruimte zoeken we op plekken waar nu ook gewerkt wordt. Op de kaart in de bijlage zijn de verschillende gebieden weergegeven. De omvang van dit programma is als volgt opgebouwd.

•

• Er wordt ingezet op verdichten en beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen met de uitkomsten van de gebiedskaderen: • Tot 40.000m² extra op ZKD • Tot 10.000m² extra op de Fruitweg • Tot 5.000m² op de Uitenhagestraat • Tot 10.000m² op het Forepark • Tot 15.000m² op de Westvlietweg

•

•

Maatregel 2: Duidelijkheid voor ondernemers en eigenaren. Waar gewerkt wordt blijft ruimte voor werk. Om speculatie tegen te gaan en het vertrouwen in de toekomst van bedrijventerreinen te herstellen is planologische duidelijkheid nodig. Dit betekent het volgende: 1. Bestaande bedrijventerreinen blijven bedrijventerrein en zijn gericht op werk. Hierbij gaat het om ZKD, Uitenhagestraat, Fruitweg, Scheveningen Haven, Westvlietweg, Hoornwijck, Ypenburg en Forepark. In de Bedrijfshuisvestingstrategie is dit verder uitgewerkt in de beleidsregel Nee, Tenzij en aangescherpt door de motie Nee, Tenzij (RIS 303742). Aanvullend daarop blijken er ook regels nodig voor de toevoeging en behoud van bedrijfsruimte in de wijken. Omdat dit in de praktijk nog onvoldoende duidelijk is onderzoeken we mogelijke scenario’s uit hoe dit verder te versterken. Dit zou bijvoorbeeld een van de volgende aanvullende regels kunnen betekenen:

De gemeente werkt pas mee aan herontwikkelingen als de planvoorraad aan bedrijfsruimte op een vooraf bepaald niveau is. Herontwikkeling op locaties in de wijken is toegestaan, wanneer het bedrijfsvloeroppervlak aan bedrijfsruimte in de nieuwe ontwikkeling toeneemt, met bijvoorbeeld 30%. Bij binnenstedelijke herontwikkeling moet de compensatie van vierkante meters bedrijfsruimte in het plan of daarbuiten geborgd zijn. Voor mengen van wonen en werken kunnen aanvullende eisen worden gesteld aan marktconforme maatvoering en inrichting die past bij de moderne huisvestingswensen van bedrijfsruimtegebruikers. Besluitvorming over deze verkenning vindt plaats door het volgende college.

Maatregel 3: Vastgoedstrategie voor aanjagen van verdichten en herontwikkeling van bedrijfsruimte. Om de markt van het slot te halen kan een actievere rol van de overheid een mogelijke ingreep zijn. We onderzoeken een strategie voor de inzet van financiële en andere instrumenten om de realisatie van o.a. economisch vastgoed te versnellen en dit als gemeente zelf te doen zoals bijvoorbeeld met: •

•

Een beheer-en exploitatiemaatschappij die namens de gemeente panden in eigendom, beheer en exploitatie kan nemen. Aanpakken van rotte kiezen op bedrijventerreinen. Hierbij kan de gemeente of een andere private partij een strategische locatie opkopen, vervolgens slopen

•

• •

en herontwikkelen of verbouwen en weer opnieuw op de markt brengen, bijvoorbeeld voor specifieke doelgroepen. Instrumenten om de onrendabele top te kunnen financieren via subsidies of een bredere inzet van revolverende fondsen zoals het FRED-fonds. Uitwerken van de kansen voor herontwikkeling bij expirerend erfpacht. Verbreden van het werkgebied van het Industrieschap Plaspoelpolder naar de bedrijventerreinen van de Westvlietweg om gebruik te maken van de kennis en expertise van herontwikkeling Hierbij moet ook per instrument inzichtelijk gemaakt worden wat de impact van de inzet van publieke middelen is. Hoeveel vierkante meter levert een bepaalde ingreep op en voor hoeveel banen zijn deze meters? De inzet van financiële instrumenten en de gemeentelijke rol daarbij is aan het volgende college.

6.8 Ontwerp nota werken, leren en innoveren Den Haag groeit hard, maar er zijn niet genoeg banen voor de huidige en nieuwe inwoners. Er is meer ruimte nodig voor bedrijven en organisaties die zich hier willen vestigen en die willen groeien. Het bij elkaar brengen van bedrijven, talent en kennis in een inspirerende omgeving leidt tot extra economische ontwikkeling. De Haagse economie moet zich vernieuwen en slimmer, duurzamer en inclusiever worden. De Ontwerpnota richt zich op het CID en o.a. de wijk Zuidwest. Den Haag Zuidwest ontwikkelt zich van vier woonwijken met losse plekken om te leren en werken, tot een leefbaar en productief gemengd gebied. Dit doen we door een netwerk van leerwerkplekken te creëren voor het verbreden van de maak en bouw aan de ene kant en zorg en gezondheid aan de andere kant.

6.9 Duurzaamheid De gemeente Den Haag staat voor een grote uitdaging. De stad moet verdichten, vergroenen en verduurzamen om aan toekomstige verwachtingen te voldoen (Agenda Ruimte voor de stad RIS 295016). De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS 301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de energievoorziening, leefomgeving, mobiliteit en het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken. Energie Om een klimaatneutrale stad te worden moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. Voor nieuwbouw is aardgas-loos bouwen inmiddels wettelijk geregeld. Het Bouwbesluit stelt met de BENG eisen een minimale energieprestatie van het gebouw en met de TO-juli een normering voor de koeltevraag. De Transitievisie Warmte (RIS 310442) bevat de uitwerking van het Stedelijk EnergiePlan (RIS 306869) met duurzame warmteopties voor elke buurt in Den Haag. Daarnaast wordt aangegeven welke buurten waarschijnlijk voor 2030 een schone warmtevoorziening kunnen hebben en welke naar alle waarschijnlijkheid na 2030 kunnen overgaan op een schone warmtevoorziening. Uitgangspunt is dat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd wordt. Bestaande gebouwen die minder goed te isoleren zijn kunnen dan gebruik maken van de beperkt beschikbare hoge (> 70 °C) temperatuur stadsverwarming.

Mobiliteit Den Haag zet in op een verandering van het mobiliteitssysteem Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 (RIS 310664). Het doel is om zo min mogelijk schade aan mens en milieu te veroorzaken en de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren. We zetten daarom in op het terugdringen

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

86

6.10 Wonen van het aantal en de lengte van verplaatsingen, schoner vervoer en door meer verplaatsingen lopend, fietsend en met het openbaar vervoer te laten plaatsvinden. Daarnaast streven we naar schone en emissievrije stadslogistiek, taxi- en doelgroepenvervoer. Het STOMP-principe is hierbij het vertrekpunt: Stappen-Trappen-Openbaar vervoerMobiliteitsdiensten-Privéauto. Bij het ontwerp van de openbare ruimte én de gebouwen kijken we in de eerste plaats naar de voetganger en fietser, gevolgd door het OV, deelmobiliteit en vormt de privéauto het sluitstuk. Zo vormt de mens het startpunt. Luchtvervuiling heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid van onze inwoners en bezoekers. In Den Haag streven we daarom de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit na. In de Aanpak schoon vervoer (RIS 303606) wordt daarom versneld ingezet op schonere voertuigen voor een gezondere lucht. De inrichting van (de omgeving van) gebouwen kan hier actief aan bijdragen door ruimte te reserveren en voorzieningen te treffen voor bijvoorbeeld (deel) fietsen en laadpunten voor elektrische voertuigen. Om de luchtkwaliteit te verbeteren heeft Den Haag diverse milieuzones. Deze gelden o.a. voor vrachtverkeer, bussen, dieselauto's en oude brommers en worden stapsgewijs aangescherpt.

Vanaf 2025 moet alle logistiek in de binnenstad emissievrij plaatsvinden (Milieu Zones Den Haag RIS 305702). De fiets is een kansrijk alternatief voor autovervoer in Den Haag. We willen dat de fiets in 2040 het belangrijkste vervoermiddel is voor verplaatsingen in de stad. Daarvoor moeten de infrastructuur en mobiliteitsdiensten meegroeien met het toenemende aantal fietsers (Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie Den Haag 2040, RIS 302960).

87

GEBIEDSKADER ZKD • februari 2024

In de Parkeerstrategie 2021 –2030 (RIS 308711) zijn uitgangspunten vastgelegd die helpen om een leefbaarder evenwicht te realiseren tussen het ruimtegebruik van de auto en andere ruimte claims. Circulariteit Gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2030 voor de helft en in 2050 volledig circulair te zijn. De bouw en bouwprocessen hebben een belangrijk aandeel in het materiaalgebruik in de stad. Het Bouwbesluit neemt het materiaalgebruik voor woningen en kantoren mee in de MPG-norm (MilieuPrestatieGebouw). Hierin worden alle milieukosten opgeteld (dus ook materiaalgebruik), gedeeld door de levensduur en de vloeroppervlakte. De landelijke MPG norm is 0.8. Den Haag wil een zo laag mogelijke MPG-waarde bij nieuwbouw om materialen nu en in de toekomst zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dit kan door zo min mogelijk materiaal toe te passen (slim ontwerp) en materialen die toch nodig zijn te hergebruiken of te kiezen voor verantwoorde Biobased materialen (hout, wol, vlas etc.). Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de BRL SVMS-007. In het Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS 299397) hebben we als gemeentelijke organisatie vastgelegd dat we de verspilling van grondstoffen tegengaan en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad. Groen en ecologie Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners.

Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op

veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, heeft een positief effect op het welzijn van mensen. Daarnaast zorgt een hoge biodiversiteit ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. De Agenda Groen voor de Stad (RIS 294705) beschrijft de ambitie om samen met de stad het Haagse groen verder kwalitatief te ontwikkelen. De agenda biedt ruimte voor verandering en initiatief om bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig vorm te geven. De agenda geeft aan wat waar belangrijk is. Het geeft geen blauwdruk maar benoemt waarden en procesvoorwaarden waarmee de kwaliteit van het groen in Den Haag voor de langere termijn geborgd kan worden.

De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag (RIS 300506) Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag (RIS 300506) bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt. Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones en de hoofdboomstructuur. Het ZKD wordt het omringd door onderdelen van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) namelijk door de Uithof, het Florence Nightingale park en de ecologische verbindingszones langs de Lozerlaan en het Groene Assenkruis, Het groen langs

de wegen Escamplaan en Meppelweg versterken de functie van de SGH.

de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan de gezondheid van mensen.

In Den Haag zien we de natuur als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS 305824) staat hoe we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem en meer biodiversiteit. Belangrijk uitgangspunt hierin is het uitbreiden van het netwerk van groengebieden en de onderlinge verbinding te versterken, ofwel de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH), natuurinclusief te ontwerpen en te bouwen. Dit betekent ook het realiseren van ecologische ‘steppingstones’ om het groen van de SGH te ontlasten (gebruiksdruk). Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte is een natuurkansenscan daarom verplicht.

Alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag moeten voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen. In september 2022 is de verbeterde compacte versie van het ‘Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen’ vastgesteld, zie hiervoor de volgende link Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS 313059).

Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk. Dat verbindt parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar. In de Nota Stadsbomen (RIS 307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. In 2030 willen we 5% meer kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. Met de verdichtings- en verduurzamingsopgave van de stad is ook het groen in, op en aan gebouwen van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van de stad. Den Haag stimuleert groen- en natuurinclusief bouwen met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS 301953). Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, de klimaatopgave,

Klimaatadaptatie Klimaatverandering zal ertoe leiden dat we in Nederland en ook in Den haag vaker te maken gaan krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS 308744) biedt ontwerpprincipes en stelt prestatie-eisen om gebouwen en de (directe) omgeving klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten. De Klimaatatlas geeft een eerste indicatie voor de mate van wateroverlast en mogelijke schade. Om die overlast te beperken moet de sponswerking van de stad vergroot worden. Dat doen we door hemelwater vast te houden – te bergen – te infiltreren en/of hergebruiken en eventueel vertraagd af te voeren. De te kiezen oplossingsrichting is sterk afhankelijk van lokale omstandigheden zoals grondwaterstanden, type ondergrond (zand of veen) en beschikbare ruimte. Een robuuste oplossing vraagt dus altijd om maatwerk.

Woonvisie Den Haag 2017-2030 Het woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Den Haag 2022 (RIS 313365, 14 oktober 2022) . Den Haag is een groeiende stad in een tijd waarin veranderingen steeds sneller gaan en die de maatschappelijke en economische verhoudingen blijvend veranderen. Het is een uitdaging om mensen, bedrijven en banen aan de stad te blijven binden. Om een fijne, leefbare en groene woonstad te blijven moeten we zorgen dat de sociaaleconomische verschillen niet te groot worden en moeten we overstappen op een nieuwe vorm van energievoorziening. Den Haag heeft een gunstige uitgangspositie als aantrekkelijke woonstad. De unieke ligging aan zee, het levendige centrumgebied, prettige woonwijken en een sterk internationaal profiel. Om deze positie nog verder te versterken zet de woonvisie in op een 'stedelijke, attractieve en inclusieve stad in 2030'. Dit betekent dat Den Haag meer onderscheidende en aantrekkelijke stedelijke woonmilieus biedt, dat wonen in de stad betaalbaar is voor iedereen én wijken op de toekomst zijn voorbereid en meer gemengd zijn. Het (sloop-)nieuwbouw, transformatie- en verbeterprogramma geeft ruim baan aan deze ambitie en volgt de groei van de stad. De gemeente Den Haag gaat voor de langere termijn uit van een jaarlijks netto bouwprogramma van 2000-2500 woningen. De ruimte om te groeien is beperkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14135555/1