CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318650 Notulen van de raad van 4 april 2024

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 14 maart en 4 april 202461.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

48

Wethouder Balster (PvdA). Daar moet ik even twee seconden voor kunnen schorsen. De voorzitter. Zeker, maar we gaan eerst de interruptie van mevrouw Arp doen. Lesley Arp (SP). Aanvullend hierop ben ik ook benieuwd naar de beantwoording van de vraag van de heer Partiman. In situaties in het verleden waar we mogelijk te maken hadden met het Didam-arrest er was bijvoorbeeld ook bij de Haagse Markt een keer zo'n kwestie - kregen we vaak een juridische analyse. Ik ben benieuwd of de wethouder zo kan informeren of er een juridische toets heeft plaatsgevonden of dit zomaar verkocht kon worden aan een corporatie. De voorzitter. Wethouder Balster, heeft u nu even tijd nodig? Heel kort, denk ik, anders gaan we naar een volgend agendapunt. Is die lenigheid mogelijk, dat we de wethouder even de gelegenheid geven? Dan gaan we nu even agendapunt L doen, Lage vaccinatiegraad in Den Haag. De beraadslaging wordt geschorst.

Aan de orde is: L.

Lage vaccinatiegraad in Den Haag.

De beraadslaging wordt geopend. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. De Haagse VVD maakt zich zorgen over de lage vaccinatiegraad onder Haagse kinderen. Er zijn meer maatregelen nodig dan extra voorlichting en meer priklocaties om het tij te keren. We hebben als overheid de verantwoordelijkheid om de publieke gezondheid te bewaken en we moeten onze kinderen beschermen. De ondergrens in Den Haag is dan ook bereikt. We hebben daarom de motie 'Bescherm onze kinderen!' We verzoeken het college van Den Haag zich bij het Rijk in te zetten voor een wettelijke vaccinatieplicht voor kinderen die naar kinderdagverblijven gaan, die van werking is als de vaccinatiegraad onder de ondergrens schiet. Sebastian Kruis (PVV). Heel veel dank aan mevrouw Hofstra voor de motie. Ik wens wel hier gemarkeerd te hebben dat de PVV-fractie tegen die motie gaat stemmen, omdat ik het ook wel van belang vind om uit te leggen dat wij het absoluut niet goed vinden dat die kinderen niet worden gevaccineerd. De informatie die daarover rondgaat, klopt vaak van geen kanten. Het is belangrijk om gemarkeerd te hebben dat we heel goed de overwegingen snappen van mevrouw Hofstra, maar dat we een vaccinatieplicht wat ver vinden gaan. De voorzitter. Dat is een preventieve stemverklaring. Minke Hofstra (VVD). Voor alle duidelijkheid: het is geen voorstel voor een vaccinatieplicht. Het blijft een eigen keus.

Het heeft alleen wel als gevolg dat als je je kind niet laat vaccineren, het kinderdagverblijf de mogelijkheid heeft om te zeggen: niet op deze crèche. Want daar zitten heel jonge kinderen, die ook soms nog niet ingeënt kunnen zijn. Dan is het een bron van besmettingen. Dat willen we voorkomen. Daar is landelijke wetgeving voor nodig. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik snap waar deze motie vandaan komt. Ook mijn fractie zal overigens tegenstemmen. Maar ik ben benieuwd of mevrouw Hofstra zich realiseert dat onder de crèches ook de voorscholen vallen, waar wellicht ook een deel van de kinderen niet gevaccineerd is. Al die kinderen met mogelijk een taalachterstand zullen niet meer komen als ze niet gevaccineerd zijn. Minke Hofstra (VVD). Dank u wel, mevrouw Klokkenburg, voor uw punt. Allerbelangrijkst vinden we natuurlijk dat ouders zelf de verantwoordelijkheid hebben om de keuze te maken om hun kinderen te vaccineren. Daarnaast vinden we het belangrijk dat er extra goede voorlichting komt, ook voor mensen die anderstalig zijn, en extra priklocaties. Dat zijn ook allemaal maatregelen die de wethouder 49

gaat treffen. Maar dit voorstel roept echt op tot nog meer maatregelen en landelijke wetgeving die ervoor zorgt dat je als ouder in Den Haag gewoon met een gerust hart je kind naar een kinderdagverblijf kunt doen. Sebastian Kruis (PVV). Ik wil even iets rechtzetten. Mevrouw Hofstra reageerde net een beetje afwijzend op mijn interruptie, maar er staat toch wel degelijk in haar motie 'zich in te zetten voor een wettelijke vaccinatieplicht voor kinderen die naar kinderdagverblijven gaan'. Dus er staat 'vaccinatieplicht voor kinderen die naar kinderdagverblijven gaan'. Ze reageerde net zo alsof ze niet voor een plicht is, maar dat staat wel in de motie. Minke Hofstra (VVD). Even ter verduidelijking: als er een ondergrens is bereikt. Die ondergrens is er in Den Haag. De vaccinatiegraad is zo laag dat er kans op uitbraken zijn. Wij willen dat daarom onze kinderen beschermd worden. Dus alleen in die gevallen vragen we landelijke wetgeving om dan in te kunnen grijpen en de zorgen van de ouders in Den Haag weg te kunnen nemen. Sebastian Kruis (PVV). Misschien wordt het dan een beetje een semantische discussie, maar ik dank mevrouw Hofstra voor haar inzet voor de gezondheid in Den Haag. De voorzitter. Door mevrouw Hofstra wordt de volgende motie (L.2 VVD) ingediend:

Motie L.2 VVD Bescherm onze kinderen! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van de lage vaccinatiegraad in Den Haag (bron: https://www.ggdhaaglanden.nl/nieuws/verder-dalendevaccinatiegraad-den-haag/) Constaterende dat: • GGD Haaglanden een scherpe daling heeft geconstateerd van de vaccinatiegraad onder Haagse kinderen en in geen enkele Haagse wijk de minimale vaccinatiegraad van 90% wordt gehaald; • hierdoor de kans op uitbraken van ernstige en zeer besmettelijke ziekten als mazelen, kinkhoest en polio toeneemt. Overwegende dat: • de gemeente de verantwoordelijkheid heeft de publieke gezondheid te bewaken. Van mening dat: • er meer maatregelen nodig zijn om de vaccinatiegraad in Den Haag weer op het gewenste niveau te krijgen. Verzoekt het college: • zich bij het Rijk in te zetten voor een wettelijke vaccinatieplicht voor kinderen die naar kinderdagverblijven gaan, die van werking is als de vaccinatiegraad onder de ondergrens schiet. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Caroline Verduin (D66). Voorzitter. De vaccinatiegraad in Den Haag is veel te laag. Inmiddels gaan ziekten als mazelen en kinkhoest rond; ziekten uit het verleden die we ook heel graag in het verleden

50

willen houden. De lage vaccinatiegraad is mede veroorzaakt door een gebrek aan goede, betrouwbare informatie dichtbij mensen en een overvloed aan desinformatie. De voorzitter. Mevrouw Verduin, ook twee, drie zinnen, hè? Dat geldt voor iedereen, ook voor D66. Caroline Verduin (D66). Jazeker. Daarom de volgende motie: verzoekt het college om te onderzoeken of meer CJG-vestigingen in Den Haag, liefst rondom basisscholen en kinderopvangcentra, het bereik van ouders/verzorgers kan vergroten; sleutelpersonen uit Haagse informele netwerken actief te benaderen en van informatie te voorzien over de werking van vaccinaties en de risico's van niet-vaccineren; in zijn eigen vaccinatiecampagne nadrukkelijk aandacht te hebben voor de gevaren van medische desinformatie; bij de rijksoverheid aan te dringen om voortvarend in te grijpen bij de verspreiding van medische desinformatie op social media; en de raad over voorgaande uiterlijk in mei 2024 te informeren. De motie is medeondertekend door Janneke Holman van de PvdA en Lenne Baboeram van GroenLinks. De voorzitter. Door mevrouw Verduin, daartoe gesteund door mevrouw Holman en mevrouw Baboeram, wordt de volgende motie (L.1 D66) ingediend:

Motie L.1 D66 Breid voorlichting en vaccinatielocaties uit De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van het afrondend debat over de lage vaccinatiegraad in Den Haag. Constaterende dat: • de vaccinatiegraad in Den Haag de afgelopen jaren steeds verder afneemt en in geen enkele Haagse wijk meer boven de minimale benodigde 90% vaccinatiegraad is. Van mening dat: • de landelijke overheid en gemeente alles uit de kast moeten trekken om de gezondheid van kinderen te beschermen; • het van groot belang is om de gezondheid van Hagenaars te beschermen en het nodig is om betrouwbare medische informatie over vaccineren zo dicht mogelijk bij inwoners te brengen. Overwegende dat: • uit onderzoek van Radar is gebleken dat steeds vaker ongefundeerde en onjuiste medische informatie wordt verspreid op sociale media en dit ernstige schadelijke gevolgen kan hebben voor de gezondheid en veiligheid van Nederlanders; • er in de grote gemeentes Rotterdam en Amsterdam respectievelijk 21 en 30 Centra van Jeugd en Gezin (CJG) gevestigd zijn, terwijl dat er in Den Haag slechts 9 zijn; • informele netwerken zoals buurthuizen, stichtingen, sportverenigingen en -clubs, religieuze instellingen en basisscholen, etc. plekken zijn waar Haagse inwoners op een laagdrempelige manier informatie vandaan halen.

Verzoekt het college: • om te onderzoeken of meer CJG-vestigingen in Den Haag, liefst rondom basisscholen en kinderopvangcentra, het bereik van ouders/verzorgers kan vergroten; • sleutelpersonen uit Haagse informele netwerken actief te benaderen en van informatie te voorzien over de werking van vaccinaties en de risico’s van niet-vaccineren; • in haar eigen vaccinatiecampagne nadrukkelijk aandacht te hebben voor de gevaren van medische desinformatie; • bij de Rijksoverheid aan te dringen om voortvarend in te grijpen bij de verspreiding van medische desinformatie op social media; • de raad over voorgaande uiterlijk in mei 2024 te informeren. 51

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Terwijl wij dit debat voeren, staat ook in de Tweede Kamer het vaccinatieonderwerp op de agenda. Dat proberen wij met een half oor te volgen, want dat is van groot belang, ook als het gaat om de appreciatie van de motie van de VVD. Wat de VVD stelt is, denk ik, ook direct het dilemma. Want mevrouw Hofstra sluit de motie af met het woord 'ondergrens' en het woord 'ondergrens' is dus niet gedefinieerd in Nederland. Dat is het hele probleem. Het debat dat op dit moment plaatsvindt, is aangeslingerd juist omdat ik namens de gemeente Den Haag de noodklok heb geluid. Een van de dingen die ik heb aangegeven is juist ook dat wij niet weten wanneer de ondergrens dusdanig is dat het een onveilige situatie oplevert. De staatssecretaris heeft op onze oproep gereageerd door te stellen dat er inderdaad op sommige plekken een onveilige situatie is ontstaan. Me dunkt, de gemeente Den Haag, de stad Den Haag scoort op het gebied van vaccinatiecijfers landelijk bijna het laagst. Dat betekent dat ik er maar van uitga dat die onveilige situatie zich dus op dit moment in Den Haag voordoet. Dat is ook de reden dat we zo indringend dat beroep hebben gedaan op het Rijk om meer te doen dan op dit moment gebeurt.

Heel teleurstellend is dus ook dat in het debat zojuist is aangegeven dat er niet meer geld wordt vrijgemaakt voor gemeenten om de oproep die ik heb gedaan, te kunnen financieren. Dat is heel erg jammer. Tegelijkertijd is het goede nieuws misschien wel dat in de brief die de staatssecretaris gister heeft gestuurd in voorbereiding op het debat, hij wel heeft aangegeven die ondergrens nu te zullen gaan definiëren. Hij laat dat althans aan de collega van Sociale Zaken over. Dat is de oproep die ik gedaan heb. Ik wil weten wat de ondergrens is en wanneer de situatie dus onveilig is. Zolang die definitie er niet is, weten we het niet en belangrijker nog, de kinderopvangorganisaties weten het niet. Want die zijn al in de gelegenheid om bij het bereiken van een ondergrens te zeggen 'sorry je mag niet bij de kinderopvangorganisatie komen', bij een bepaalde groepsgrootte. Die mogelijkheid hebben kinderopvangorganisaties al. Het Rijk is zich hier heel goed van bewust. Er is een landelijk debat over. Er zijn initiatiefwetsvoorstellen voor ingediend, die overigens geen meerderheid kenden, maar het debat vindt wel plaats. Op basis daarvan en op basis dus ook van het feit dat die mogelijkheid al bestaat voor de kinderopvangorganisaties, moet ik de motie van de VVD ontraden. Minke Hofstra (VVD).

Is de wethouder het met de VVD eens dat als er kinderdagverblijven in Den Haag zijn die nog steeds de mogelijkheid hebben om kinderen toe te laten, er dan een onveilige situatie ontstaat voor kinderen die niet zijn ingeënt? Wethouder Bredemeijer (CDA). Bij vaccinatiegraden onder de 90%, en bij mazelen onder de 95%, is de samenleving überhaupt … Het is te stellig om te zeggen 'onveilig', maar er zijn dus überhaupt situaties die het onveilig maken. Zeker op het moment dat kleine kinderen met elkaar in aanraking komen, waarvan een deel nog te jong is om gevaccineerd te zijn, een deel al wel gevaccineerd is, en een deel niet gevaccineerd is maar wel een leeftijd heeft bereikt om dat wel te kunnen zijn, is er sprake van een situatie die ik onwenselijk vind. Het is dus aan het Rijk om een juridisch kader op te leveren waarin de definitie wanneer iets onveilig is ook leidt tot de keuze die kinderopvangorganisaties kunnen maken om te weigeren. Bij bepaalde vaccinatiegraden, bepaalde groepsgrootten en een bepaald aantal ongevaccineerde kinderen binnen die groep, is er inderdaad sprake, vind ik, van een onveilige situatie. Dat vind ik niet alleen, dat vindt de sector zeker ook, en gelukkig nu de staatssecretaris ook. Minke Hofstra (VVD). De wethouder spreekt over een juridisch kader en een ondergrens die van de landelijke overheid moet komen.

Wat betekent dat voor de kinderdagverblijven in Den Haag? Hoe worden zij dan geholpen? Wethouder Bredemeijer (CDA). Zij roepen hierom. Zij vragen hierom. Zij hebben daar erg veel behoefte aan. Er zijn ook kinderopvangorganisaties in Nederland, heb ik bij Nieuwsuur en andere media gezien, die al wel op deze manier werken, zonder dat juridische kader nu heel expliciet te 52

kennen. Dat is ook aan hen. Het is een sector die daar zelf over beslist uiteraard. Maar als dat juridische kader is geformuleerd en die ondergrens is gedefinieerd, kan de sector daarmee heel goed uit de voeten. Daar zitten ze erg om te springen. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Hofstra. Minke Hofstra (VVD). Wij denken als VVD dat de landelijke norm echt nodig is. Wij moeten helaas constateren dat deze wethouder zich niet maximaal gaat inspannen om de kinderen in Den Haag te beschermen. Dat spijt ons. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik geloof dat de Tweede Kamer op dit moment aan het debatteren is op basis van de oproep die ik gedaan heb en op basis van het gegeven dat ik heb aangegeven dat de kinderen in deze stad in een situatie verkeren die we als onveilig betitelen. Deze aantijging is dus echt verre van reëel en werp ik ook verre van mij. Dit slaat helemaal nergens op! Ik ben bij de motie van D66. Ik heb dus inderdaad die oproep gedaan. In die oproep heb ik ook aangegeven wat wij gaan doen: een drieslag. Die drieslag vind ik nu terug in deze motie. Maar op basis van het feit dat ik dit al heb aangekondigd, zou ik willen zeggen: overbodig en ontraden. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: Q.

Stichting Eekta.

De voorzitter. We doen nu het laatste stukje van dit debat met de vraag van de heer Partiman onder anderen. De beraadslaging wordt hervat. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Ik zeg graag toe dat de door de heer Partiman gevraagde informatie komt voordat er een koopovereenkomst wordt gesloten, dus voordat er onomkeerbare stappen worden gezet. Ik denk dat we u binnen twee weken kunnen informeren op basis van de door u gestelde vragen. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: K.

Eindrapportage Regiodeal Den Haag Zuidwest (RIS315252).

De beraadslaging wordt geopend. Anthony Uduba (VVD). Voorzitter. De jeugdwerkloosheid in Zuidwest is torenhoog. Mijn fractie, de Haagse VVD, vindt dit onacceptabel en wij vinden dat er iets aan moet gebeuren. Vandaar de motie met het volgende verzoek: verzoekt het college een Haagse variant van de AanDeBak-garantie te starten, in samenwerking met relevante organisaties en werkgevers in Den Haag met dringende personeelstekorten. De motie dien ik samen in met Hart voor Den Haag, D66 en de Partij van de Arbeid. De voorzitter. Door de heer Uduba wordt de volgende motie (K.4 VVD) ingediend:

53

Motie K.4 VVD Alle jongeren AandeBak in Zuidwest

De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van de Eindrapportage Regiodeal Den Haag Zuidwest (RIS315252). Constaterende dat: • uit cijfers van CBS blijkt dat Zuidwest kampt met een aanzienlijk hogere jeugdwerkloosheid dan het gemiddelde in de stad; • in sectoren zoals zorg, veiligheid en techniek in Den Haag een dringend tekort is aan gekwalificeerd personeel. Overwegende dat: • het 'AanDeBak-garantie' project in Rotterdam Zuid heeft bewezen dat het koppelen van jongeren aan werkgevers, inclusief baangarantie, een effectieve methode is om zowel jeugdwerkloosheid te verminderen als de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt te versterken; • een betere afstemming tussen opleiding en arbeidsmarkt biedt niet alleen de jongeren in Zuidwest nieuwe kansen, maar opent ook voor werkgevers in Den Haag met dringend personeelstekort de deur naar een directe verbinding met werkzoekende jongeren. Verzoekt het college: • een Haagse variant van de AanDeBak-garantie te starten, in samenwerking met relevante organisaties en werkgevers in Den Haag met dringende personeelstekorten. en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Twee moties van Hart voor Den Haag.

De eerste motie gaat over het feit dat we op 14 december uitgesproken hebben als raad wie de baas in Zuidwest is. Uit een meerderheid bleek toch dat dat de gemeenteraad moest zijn. Ik dien dus de motie opnieuw in, met één wijziging: dat ik 'spreekt uit' vervang met 'draagt op'. Naar ik begrepen heb kan met deze pregnante uitspraak een vervolg gegeven worden aan de uitvoering van deze motie. Een tweede motie gaat over de onduidelijke situatie die wij hebben met allerlei rechtspersoonlijkheden die actief zijn in zuidwest Den Haag. Daar willen wij wat meer helderheid en duidelijkheid over hebben. De eerste motie dien ik in mede namens de heer Uduba en de tweede namens mevrouw Arp. Isabel Bos (GroenLinks). Dank aan de heer Martini voor deze twee moties. Mijn vraag gaat over de motie Uitvoeren aangenomen motie. Het is een vrij procedurele vraag op een vrij procedurele motie, maar u vraagt nu toch via deze motie aan het college om de tekst van uw motie te wijzigen? Klopt dat? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Nee, ik denk dat het college helemaal niets meer te zeggen heeft. Het is aan de raad nu om te zeggen hoe hij de motie gaat laten uitvoeren. Dat is wat ik doe. Oorspronkelijk was het een 'spreekt uit'-motie. Daar hebben we hier een semantische discussie over gehad, terwijl het ene uitspreken en het andere uitspreken totaal iets anders is, maar dat terzijde.

Het college heeft een hele nota geschreven over hoe de governance moet zijn. Om ze te helpen heb ik gezegd: dan wijzig ik de motie; dan maak ik er niet een 'spreekt uit'-motie van maar een 'draagt op'motie, want zij moeten het uitvoerende werk doen, niet wij. Daar zijn wij niet voor. Daar hebben we hen voor ingehuurd. Dus dat is wat ik vraag, gewoon om die semantiek op te heffen en te laten zien dat als de raad iets wenst, de volksvertegenwoordiging iets wenst, het college dat moet uitvoeren. Dat is een basisregel van de democratie. 54

Isabel Bos (GroenLinks). Ik wil voorkomen dat ik in een semantische discussie kom met de heer Martini hierover, maar het is toch echt al wel decennialang zo dat als er een 'spreekt uit'-motie is vanuit de raad, er geen opvolging vanuit het college wordt gewenst. Er wordt alleen opvolging van het college gewenst als dat in de motie zo gezegd wordt: vraagt het college om. Bent u het dan met mij eens dat u in de eerste poging met deze motie op 14 december 2023 een fout heeft gemaakt die u hiermee hersteld? Of ziet u nog niet dat het een fout is geweest? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Nederigheid is mij niet vreemd, dus ik moet erkennen dat ik toen een fout gemaakt heb. Ja, dat is ook zo. Dat komt doordat in de twintig jaar dat ik hiervoor raadslid was, het helemaal normaal was dat als de raad een wens had, die uitgevoerd werd. Maar dat schijnt tegenwoordig niet meer zo te zijn. Vandaar dat ik het hersteld heb. Peter Mekers (D66). Ik kan dan toch niet laten om even te vragen of het dan niet beter in een amendement kan worden gegoten, want daar kan het college niet om heen. De voorzitter. Er is geen raadsvoorstel, maar goed, dat zegt meneer Martini ongetwijfeld zelf. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Ik heb altijd een grote kennis, behalve de fout die ik net toegegeven heb, van de mogelijkheden die het Reglement van orde in werkelijkheid geeft.

Initiatiefvoorstellen, amendementen, Woo-verzoeken; je kan een heel bos gebruiken om het totaal te ontregelen. Maar ik probeer gewoon gezellig met elkaar een motie uitgevoerd te krijgen, om de raadswens uitgevoerd te krijgen. Ik dank overigens de heer Mekers voor zijn steun. De voorzitter. Door de heer Martini, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (K.1 HvDH) ingediend:

Motie K.1 HvDH rechtsverhoudingen binnen Nationaal Programma Zuidwest De gemeenteraad van s-Gravenhage op donderdag 4 april 2024 in vergadering bijeen ter bespreking van het eindrapport Regiodeal Zuidwest; Overwegende dat; • niet duidelijk is door wie / welke organisatie met welke rechtspersoonlijkheid de directeur Nationaal Programma (NP) betaald wordt; • niet duidelijk is welke rechtspersoonlijkheid het Nationaal Programma heeft; • in de commissievergadering van 21 maart 2024 niet duidelijk is geworden of hier sprake is van een persoonlijke overeenkomst of een overeenkomst via een management / consultancyfirma; • niet duidelijk is wie / welke rechtspersoonlijkheid het Nationaal programma en de regiodeal leidt? • de Alliantieraad geen rechtspersoonlijkheid heeft; • volgens het college “bijna alles in het NP gedaan wordt door de gemeente”; • de raad de opdracht aan de directeur NP niet kent noch bekend is met de wijze van het afleggen van verantwoordelijkheid van het door hem gevoerd management en beleid; • de directeur Nationaal Programma zich actief roert in het maatschappelijke debat en ook lobbyt: denk aan zijn brief aan de rechtbank met betrekking tot de voorlopige voorziening Steenzicht en de opinie in het AD van 29 maart 2024.

Draagt het college op: • de wethouder Nationaal Programma Zuidwest aan te wijzen als opdrachtgever en eerst verantwoordelijke voor het functioneren van deze directeur (NP) en directie; • per half jaar een managementverslag aan de raad te verzenden. 55

En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Martini, daartoe gesteund door de heer Uduba, wordt de volgende motie (K.2 HvDH) ingediend:

Motie K.2 HvDH Uitvoeren aangenomen motie. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van Eindrapportage Regiodeal Den Haag Zuidwest. Overwegende, dat: ▪ het college geen uitvoering wenst te geven aan de raadsuitspraak, om de Alliantieraad vooraf aan de Raad te laten meedelen wat de voorgenomen besluiten zijn welke voorstellen en bindende afspraken ze op de agenda hebben staan; ▪ het college van oordeel is dat een aangenomen motie met als dictum "de raad spreekt uit" niet hoeft te worden uitgevoerd; ▪ het college met een pregnantere uitspraak wel de raadswens kan uitvoeren. De gemeenteraad draagt het college op: ▪ om motie G.17 van 14 december 2023 met als titel Wie is de baas in Zuidwest, met vervanging van “ spreekt uit” in “draagt op”, onverwijld en volledig in uitvoering te nemen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. We hebben in de Regiodeal met het Rijk afgesproken te zoeken naar structurele financiering voor de verschillende projecten in Zuidwest. Een daarvan betreft de wijkbedrijven. Naast de Regiodeal hebben we ook de pilot instapeconomie, die eenzelfde doel beoogt, namelijk mensen aan het werk helpen.

We willen er als ChristenUnie/SGP voor waken dat we het wiel steeds opnieuw uitvinden en de Regiodeal en regulier beleid elkaar laten versterken. Daarom een motie samen met collega Arp, waarvan het dictum heel lang is, maar ik lees het voor: verzoekt het college het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden door geleerde lessen van de instapeconomie en van de eerdere tranches Regiodeal te gebruiken voor de andere wijkbedrijven én daarbij te borgen dat er brede expertise aanwezig is om eventuele drempels tot meedoen op verschillende levensdomeinen weg te nemen; te bezien of het gemaximeerde aantal van 50 deelnemers voor de instapeconomie in Zuidwest kan worden losgelaten, zodat wijkbedrijven via de instapeconomie structurele financiering kunnen ontvangen; de raad te informeren hoe de instapeconomie definitief vorm krijgt en hoe zich dat verhoudt tot de ambitie voor wijkbedrijven uit de Regiodeal. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (K.3 CU/SGP) ingediend:

Motie K.3 CU/SGP vind niet telkens het wiel opnieuw uit De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van Eindrapportage Regiodeal Den Haag Zuidwest (RIS315252), constaterende, dat: ▪ de gemeente Den Haag een pilot instapeconomie heeft, waar wordt gewerkt aan een meerjarige subsidieregeling voor 5 aanbieders waarbij elke aanbieder 30-50 deelnemers 56

▪

instapwerk kan laten uitvoeren (Overzicht Raadsvragen (raadsinformatie.nl) antwoord vraag 310 ); in de regiodeal Zuidwest de ambitie is om in de 4 wijken van Zuidwest een wijkbedrijf op te richten, gebaseerd op AlleKanten, met 100 deelnemers per wijk;

overwegende, dat: ▪ het wijkbedrijf in Bouwlust, AlleKanten, wordt genoemd in de Regiodeal, maar ook wordt gefinancierd door de pilot instapeconomie; ▪ de pilot instapeconomie en bijbehorende subsidieregeling een manier is om duurzame en structurele financiering voor wijkbedrijven te vinden; ▪ voor de wijkbedrijven wordt ingezet op 100 deelnemers per wijk, terwijl de subsidie voor de instapeconomie beschikbaar is voor maar maximaal 50 deelnemers per locatie; ▪ een van de doelstellingen van het convenant Regiodeal Zuidwest de zoektocht naar structurele financiering is voor initiatieven; ▪ de wijkbedrijven worden gestoeld op de ervaringen vanuit de 3e tranche Regiodeal met AlleKanten in Bouwlust, maar er nog geen duidelijk kader of blauwdruk ligt voor de op te richten wijkbedrijven; ▪ de pilot instapeconomie om veel meer gaat dan enkel werk en er aandacht zou moeten zijn voor alle domeinen waar mensen drempels zouden kunnen ervaren tot werk of vrijwilligerswerk zoals bijvoorbeeld schulden, gezondheid en gezinssituatie; verzoekt het college: ▪ het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden door geleerde lessen van de instapeconomie en van de eerdere tranches regiodeal te gebruiken voor de andere wijkbedrijven én daarbij te borgen dat er brede expertise aanwezig is om eventuele drempels tot meedoen op verschillende levensdomeinen weg te nemen; ▪ te bezien of het gemaximeerde aantal

van 50 deelnemers voor de instapeconomie in Zuidwest kan worden losgelaten, zodat wijkbedrijven via de instapeconomie structurele financiering kunnen ontvangen; ▪ de raad te informeren hoe de instapeconomie definitief vorm krijgt en hoe zich dat verhoudt tot de ambitie voor wijkbedrijven uit de Regiodeal, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Icar (DENK). Hi, hoe is het? (Hilariteit) Wethouder Icar (DENK). It's been a while. Ik ben er ook nog. Het gaat over de motie van de heer Uduba, Alle jongeren AandeBak in Zuidwest. Al eerder wees mevrouw Arp van de SP in haar motie op de Rotterdamse aanpak. Na indiening van haar motie hebben we goed gekeken hoe de Rotterdamse aanpak zich verhoudt tot wat we in Den Haag doen om jongeren een betere uitgangspositie te geven om toe te treden tot de arbeidsmarkt. Nadeel van die Rotterdamse aanpak is wel dat ze richten op mboniveau 3 en 4. In Den Haag richten we ons op niveau 1 en 2. Tegelijkertijd daagt de motie van de heer Uduba ons uit om te blijven zoeken naar geschikte manieren om werkgevers en jongeren te helpen. Dat willen we zeker doen. Binnen de G4 worden regelmatig initiatieven en ervaringen onderling uitgewisseld om zo van elkaar te leren.

Bepaalde elementen in de Rotterdamse aanpak, zoals het vroegtijdig starten met oriëntatie in kansrijke sectoren, zijn mogelijk ook voor Den Haag heel interessant. Dat kan onze aanpak versterken. Het college kan deze motie dan ook aan de raad laten. Lesley Arp (SP). In het commissiedebat heb ik erop gewezen dat mijn fractie in januari 2022 een motie heeft ingediend die oproept tot onderzoek naar de AanDeBak-garantie en de optie te verkennen om de garantie voor de hele stad te laten gelden. In de afdoening van de motie wordt een heel 57

onderzoek aangekondigd naar ervaringen met een stadsdeel- of stadsbreedgerichte toepassing van het model. Ik vroeg me af of we dat onderzoek ooit hebben gehad. Of is de mondelinge vertelling net van de wethouder de afdoening van het onderzoek? Ik snap niet zo goed wat er sindsdien met die motie is gebeurd. Wethouder Icar (DENK). Over het onderzoek zouden we u nog informeren. Dat is nog niet afgerond. Lesley Arp (SP). Ik wil prima de motie van de heer Uduba steunen, want ik denk dat ik gewoon de geest van de motie steun. Maar het is natuurlijk een heel gekke gang van zaken dat je anderhalf jaar geleden een motie indient, dat er een onderzoek wordt aangekondigd, dat er vervolgens nog steeds niks is en dat een meer verstrekkende motie wordt omarmd. Onze besluitvorming gaat op een heel rommelige manier. Ik vraag me steeds meer af: wat gebeurt er eigenlijk met moties, wat doe ik hier soms eigenlijk? De voorzitter. Dat was een verzuchting, hè? Dat was een verzuchting. Dan is wethouder Balster. Sebastian Kruis (PVV). Het kan aan mij liggen, maar ik geloof dat mevrouw Arp iets vroeg aan het college en er komt helemaal geen reactie. Ze vroeg zich af wat ze hier doet. De voorzitter. Het was een verzuchting. Ik heb de ondertiteling verzorgd en daar werd niet afwijzend op gereageerd. Lesley Arp (SP).

For the record, ik vroeg me wel af wat er nou met dat onderzoek is gebeurd, waarom het zo lang heeft geduurd en wanneer het dan komt. Het is blijkbaar iets wat politiek leeft. Dat was dus wel een oprechte vraag. Inderdaad, daarna kwam een kleine verzuchting, maar dat kwam misschien ook een beetje naar aanleiding van de eerdere discussie met de heer Martini over wat er met moties gebeurt. De voorzitter. Ik zie dat meneer Icar zich herinnert dat die vraag gesteld is. Ik improviseer het ook maar een end heen. Wethouder Icar (DENK). Ik snap het. In de motie die is afgedaan, wordt ook aangegeven dat we de ervaringen van andere gemeenten et cetera meenemen. Na afronding van het onderzoek wordt uw raad over de resultaten geïnformeerd. Hier is geen tijdlijn gegeven. Wat ik wil toezeggen, is dat ik even concreet achterhaal wanneer u exact hierover geïnformeerd wordt. Ik ga ervan uit dat het tijdens de voortgangsrapportage al is. Zo niet, dan wil ik ervoor zorgen dat het zo gaat zijn. De voorzitter. Ik kijk even. U had nog een beurt, hè, mevrouw Arp. Lesley Arp (SP). Dan wil ik alleen nog een punt maken. Daar hoeft de wethouder ook niet per se op te reageren. Ik vind het procedureel een heel rare gang van zaken. We vragen het onderzoek natuurlijk niet voor niets. Nu gaan we een stap verder zonder dat we de feiten hebben gezien.

In principe ondersteun ik het idee van de heer Uduba, maar ik blijf erbij dat het een gekke manier is om ons werkgelegenheidsbeleid vorm te geven op deze manier. Wethouder Icar (DENK). Ik denk dat de verwarring voornamelijk zit in het feit dat die voortgangsrapportage er nog niet is. Zodra die er is, hebben we de feiten op tafel en dan weten we ook hoever we zijn en in hoeverre we de doelen hebben behaald die we hebben afgesproken. Ik denk dat we daarna wel die duidelijkheid zullen hebben en het beter kunnen gaan managen. De voorzitter. Waarvan akte. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. De motie Uitvoeren aangenomen motie: ik ben blij dat de heer Martini en ik eruit zijn over de procedure. Hij dient hiermee de oorspronkelijke motie nu op een iets andere wijze opnieuw in. Inmiddels hebben we er uitvoerig ook in de commissie over gesproken en 58

heb ik in de brief van 9 januari aangegeven hoe de governance in elkaar zit en u ook laten zien en laten weten dat het niets afdoet aan de mandaten en de verantwoordelijkheden van uw raad. Want de besluiten die u gewend bent te nemen, neemt u ook in de toekomst. Er is dus nog altijd geen reden om mee te gaan met de motie zoals u die destijds heeft geformuleerd. Het college ontraadt deze motie. De motie Rechtsverhoudingen binnen Nationaal Programma Zuidwest draagt het college op opdrachtgever en verantwoordelijke te zijn voor het functioneren van de directeur Nationaal Programma en de directie. In de afspraken die door het college zijn vastgesteld in mei 2022 is afgesproken dat de Alliantieraad de opdrachtgever is van de programmaorganisatie Zuidwest. Daarmee is deze motie in strijd. We werken vanuit dat partnerschap. Dat partnerschap is de opdrachtgever van het programmabureau. Dus ook deze motie moet het college ontraden. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Ik blijf het raar vinden - daarom zal ik de motie ook in stemming laten brengen - dat de Alliantieraad, een instrument zonder rechtspersoonlijkheid, de mogelijkheid krijgt om allerlei besluiten te nemen. Dan zegt de wethouder: ze nemen geen besluiten. Nee, de gemeente neemt namelijk die besluiten, want u bent voorzitter van de Alliantieraad. De wethouder zegt: wij doen bijna alles.

Ik vind dat een heel scheve verhouding als het gaat om verantwoordelijkheid hebben en nemen. Daarom zit ik hier nog steeds te puzzelen wat nou de verantwoordelijkheidsregels zijn die wij toepassen. Dat legt u niet uit in uw stukken. U praat er echt, met alle respect, omheen. U weet het gewoon niet. Het moet helder zijn. Wij zijn de baas. Wij willen weten hoe de rechtspersoonlijkheid in elkaar zit. Daarna wil ik u best verantwoordelijk daarvoor maken. Die verantwoordelijkheid zal u moeten nemen, maar dan bent u ook degene die ontslaat en aanneemt en allerlei aansprakelijkheid kan krijgen en verantwoording moet afleggen als het verkeerd gaat. Het moet geen duistere wolk zijn waar we niet weten waar we aan toe zijn. Wethouder Balster (PvdA). Ik kan in grote lijnen helemaal meegaan met uw appel. Sterker nog, ik vind dat de gemeenteraad de besluiten over de gemeentelijke inzet gewoon moet kunnen blijven beoordelen en kunnen blijven nemen. Dat doet u ook. Maar uw motie gaat over de opdracht aan de programmaorganisatie. Juist omdat we vanuit het partnerschap willen werken en daar ook op een horizontale manier in willen participeren, waarbij de gemeente via de verantwoordelijk wethouders een van de deelnemers is - dat doe ik samen met college Bredemeijer in de Alliantieraad - zijn wij met elkaar de opdrachtgever van de programmaorganisatie van het Nationaal Programma Zuidwest.

Overigens doen we dat niet alleen in Den Haag op deze manier. Ook in de andere Nationaal Programmagebieden wordt dat op deze wijze georganiseerd. De voorzitter. Dank u wel, wethouder Balster. We zijn aan het eind gekomen van agendapunt K. Sorry, ik zie mevrouw Klokkenburg over het hoofd, wat erg, en de wethouder ook. Mevrouw Klokkenburg, ik bied mijn verontschuldigingen aan. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Ik ben in alle haast een heel mooie motie van de ChristenUnie/SGP vergeten te appreciëren. We hebben daar ook in de commissie uitvoerig over gesproken. Ik snap deze oproep. U wilt die nog eens extra onderstrepen, denk ik, met deze motie. Ik kan de motie met de titel Vind niet telkens het wiel opnieuw uit aan de raad laten. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: M.

Actieplan taal 'Doorbreek de cyclus van de laaggeletterdheid' (RIS316363).

De voorzitter. Op de sprekerslijst staat eerst mevrouw Verdonk van de fractie van Hart voor Den Haag. Zij is er niet, maar wellicht spreekt een van de andere leden. Ik geef het woord aan de heer Bom. De beraadslaging wordt geopend. 59

Coen Bom (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Vanaf deze plek een beterschapswens richting collega Verdonk. Die zit ziek thuis. Ze is niet verhinderd, maar ze is ziek. Dat wilde ik toch even rechtgezet hebben. Dit gaat over het Actieplan taal. Wij hebben een motie met een simpel dictum. Wij verzoeken het college bij de jaarverantwoording op een heldere en transparante wijze aan te geven wat de doelstellingen, de verdeling van de diverse budgetten en de bereikte resultaten zijn van alle programma's die gericht zijn op het verminderen van taalachterstanden. De voorzitter. We wisten dat niet, dus ik sluit me bij die beterschapswensen van harte aan. Door de heer Bom wordt de volgende motie (M.1 HvDH) ingediend:

Motie M.1 HvDH Transparante verantwoording over de Taalaanpak De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, in een debat over het Actieplan taal en de bijlage Actieplan taal 'Doorbreek de cyclus van de laaggeletterdheid' Constaterende dat, - het College, tijdens het debat, meerdere keren is aangespoord om de doelstellingen, de verdeling van het budget, de te bereiken resultaten van het actieplan alsmede de onderbouwing ervan helder te verwoorden - er daarnaast onduidelijkheid bestaat over de het totaal aan middelen dat wordt uitgegeven aan diverse programma’s om taalachterstanden te verminderen Overwegende dat, - het college geen heldere doelstellingen en te bereiken resultaten heeft kunnen verwoorden van het actieplan; - het college tijdens het debat heeft aangegeven dat er tenminste 52,6 miljoen beschikbaar is voor programma’s om taalachterstanden te verminderen; - het college over de besteding van dit budget ook niet duidelijk kan aangeven wat de resultaten van de diverse aanpakken zijn in verhouding tot het budget dat besteed is.

Van mening dat, - de Raad haar controlerende taak alleen naar behoren kan uitvoeren als er door het College adequate informatie wordt verstrekt; - het college bij de diverse programma’s om taalachterstanden te verminderen de raad niet de benodigde kwantitatieve en kwalitatieve informatie geeft over de doelstellingen, de verdeling van de budgetten en de bereikte resultaten Verzoekt het College, bij de jaarverantwoording op een heldere en transparante wijze aan te geven wat de doelstellingen, de verdeling van de diverse budgetten en de bereikte resultaten zijn van alle programma’s die gericht zijn op het verminderen van taalachterstanden. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Caroline Peeck (VVD). Voorzitter. In de commissievergadering van 21 maart heeft de Haagse VVD en later GroenLinks ook nog via een informatieverzoek ten aanzien van de taalaanpak in Den Haag inzicht gevraagd in het totale budget, de doelstellingen, de hiervan reeks behaalde resultaten, maar ook wat we nog niet bereikt hebben en waar het voorliggende actieplan dus een aanvulling op zou moeten zijn. Door de onvolledige informatie en omdat het met een brief is aangeboden, hebben we geen mogelijkheid als raad om te sturen.

Daarom dien ik mede namens Samir Ahraui van de Partij van de Arbeid en Hera Butt van GroenLinks de motie in 'Geef de raad dat stuur!', met als dictum: verzoekt het 60

college de raad een raadsvoorstel te doen toekomen om het Actieplan taal vast te kunnen stellen; de raad in dit raadsvoorstel inzicht te geven in de totale financiën, doelstellingen en resultaten van het bestaand beleid, en hoe deze totale financiën, doelstellingen en resultaten worden aangevuld door dit Actieplan taal. De voorzitter. Door mevrouw Peeck wordt de volgende motie (M.5 VVD) ingediend:

Motie M.5 VVD Geef de raad dat stuur! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van Actieplan taal 'Doorbreek de cyclus van de laaggeletterdheid’ (RIS316363). Constaterende dat: • het college een Actieplan taal(RIS316363) heeft opgesteld om het tij van de toenemende laaggeletterdheid en leerachterstanden op jonge leeftijd te keren; • vanuit de raad om inzicht is gevraagd in de totaal beschikbare budgetten voor de verschillende acties en onderwerpen; • vanuit de raad tevens gevraagd is om over de investering voor het Actieplan van totaal ruim 10 miljoen te kunnen beslissen met een raadsvoorstel. Overwegende dat: • het college bij brief van 19 maart 2024 een poging gedaan heeft om te verduidelijken hoe de extra middelen worden besteed, maar de totale uitgaven en inspanningen voor de raad nog steeds onmogelijk te overzien zijn; • het college bovendien weigert het Actieplan taal met een raadsvoorstel aan de raad voor te leggen; • dit raakt aan het budgetrecht van de raad. Verzoekt het college: • de raad een raadsvoorstel te doen toekomen om het Actieplan taal vast te kunnen stellen; • de raad in dit raadsvoorstel inzicht te geven in de totale financiën, doelstellingen en resultaten van het bestaand beleid, en hoe deze totale financiën, doelstellingen en resultaten worden aangevuld door dit Actieplan taal.

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter. Ik heb een motie. Daarin verzoek ik het college het volgende: te onderzoeken uit wie de groep laaggeletterden in Den Haag bestaat; hierbij specifiek in beeld te brengen voor welke doelgroepen gezinsgerichte taaltrajecten passend zijn en voor welke doelgroepen andere inzet onderzocht moet worden; de raad over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren. Deze is medeondertekend door Adeel Mahmood van DENK, Samir Ahraui van de Partij van de Arbeid en Caroline Peeck van de VVD. De voorzitter. Door mevrouw Butt, daartoe gesteund door de heer Mahmood, de heer Ahraui en mevrouw Peeck, wordt de volgende motie (M.3 GL) ingediend:

Motie M.3 GL Wie zijn er laaggeletterd? De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van Actieplan taal 'Doorbreek de cyclus van de laaggeletterdheid' (RIS316363). 61

Overwegende, dat: ▪ volgens Stichting Lezen en Schrijven een volwassene laaggeletterd is als die “wel kan lezen, schrijven, en/of rekenen, maar niet het minimale niveau van een startkwalificatie beheerst om te kunnen meedoen in de samenleving”; ▪ uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat in Nederland 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dat is 18% van alle mensen in Nederland; ▪ vergeleken met niet-laaggeletterden geldt dat laaggeletterden meer moeite hebben met werk zoeken en vinden, vaker ziek zijn, vaker afhankelijk zijn van een uitkering, en meer moeite hebben met digitale vaardigheden; ▪ de groep laaggeletterden zeer divers is, niet alleen in leeftijd, maar ook qua geslacht en herkomst; ▪ uit onderzoek van Stichting Lezen en Schrijven blijkt dat schaamte en stigma een belemmering is die vaak speelt. Er zijn soms veel middelen en creativiteit nodig om participatie aan cursussen te bevorderen; ▪ uit onderzoek van Expertisecentrum Beroepsonderwijs en Stichting Lezen en Schrijven blijkt dat er meer Nederlandstalige laaggeletterden zijn dan laaggeletterden met een anderstalige achtergrond, maar dat er voornamelijk laaggeletterden met een anderstalige achtergrond deelnemen aan educatietrajecten; ▪ 24% in Den Haag laaggeletterd is.

Constaterende, dat: ▪ in het voorliggende Actieplan taal 'doorbreek de cyclus van de laaggeletterdheid’ niet duidelijk wordt gemaakt hoe de groep laaggeletterden in Den Haag eruitziet. Van oordeel, dat: ▪ het cruciaal is voor het maken en uitvoeren van effectief beleid om te weten hoe de doelgroep voor het betreffende beleid eruitziet, zodat ervoor gezorgd kan worden dat het beleid zo goed mogelijk bij de beoogde doelgroep past. Van mening dat: ▪ de focus op migrantengezinnen in het voorliggende Actieplan taal de problematiek van laaggeletterdheid tekortdoet; ▪ de focus op migrantengezinnen nog meer stigma creëert om hulp te zoeken als laaggeletterde Hagenaar, aangezien juist de groep zonder anderstalige achtergrond minder vaak deelneemt aan educatietrajecten; ▪ het onmogelijk is om een effectief Actieplan Taal uit te rollen zonder te weten uit wie de groep laaggeletterden in Den Haag bestaat; ▪ effectief beleid dat zich richt op het aanpakken van laaggeletterdheid oog heeft voor alle verschillende groepen van laaggeletterden in Den Haag, en erkend dat niet alle interventies voor alle verschillende doelgroepen even effectief zijn.

Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken uit wie de groep laaggeletterden in Den Haag bestaat; ▪ hierbij specifiek in beeld te brengen voor welke doelgroepen gezinsgerichte taaltrajecten passend zijn en voor welke doelgroepen andere inzet onderzocht moet worden; ▪ de raad over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Lezen is een feestje en elk kind kan gratis lid worden van de bibliotheek, maar niet ieder kind wordt dit. Want soms is er de drempel voor ouders om 62

het lidmaatschap aan te vragen. Bied daarom de mogelijkheid om lid te worden daar waar ouders en kinderen al zijn. Maak kinderen lid van de bieb op de school. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college in overleg met bibliotheek en scholen ervoor te zorgen dat op momenten op school waar ook ouders aanwezig zijn, zoals een leesfeestje of een voorleesmiddag, ter plekke een bibliotheeklidmaatschap te regelen voor alle kinderen. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (M.2 CU/SGP) ingediend:

Motie M.2 CU/SGP leesfeestje voor ieder kind De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van Actieplan taal Doorbreek de cyclus van de laaggeletterdheid (RIS316033), constaterende, dat: ▪ ieder kind gratis lid kan worden van de bibliotheek, maar nog niet ieder kind hier gebruik van maakt; ▪ de toegang tot het boek, en daarmee tot geletterdheid, het makkelijkst is via de bibliotheek; overwegende, dat: ▪ het aanvragen van een lidmaatschap van de bibliotheek voor laaggeletterde ouders een drempel is; ▪ de bibliotheek in samenwerking met scholen deze drempel zou kunnen wegnemen; ▪ veel scholen rond leesmijlpalen, zoals het kennen van het alfabet of het zelfstandig kunnen lezen, een leesfeestje organiseren; verzoekt het college: ▪ in overleg met bibliotheek en scholen ervoor te zorgen dat op momenten op school waar ook ouders aanwezig zijn, zoals een leesfeestje of een voorleesmiddag, ter plekke een bibliotheeklidmaatschap te regelen voor alle kinderen, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Dit is een van de onderwerpen die mij zeer aan het hart gaat. Daarom heb ik een motie geconcipieerd. Het Actieplan taal heet Doorbreek de cyclus van de laaggeletterdheid.

Ik heb een motie die constateert dat ongeveer 24% van de inwoners in Den Haag tussen 16 en 65 jaar laaggeletterd is en die het college verzoekt binnen het Actieplan taal de focus te leggen op effectieve en bewezen leesmethodes met kennisrijke teksten. De motie is medeondertekend door Coen Bom van Hart voor Den Haag/Groep de Mos - dat kan ik zeggen, want Rita is er niet - en mevrouw Peeck van de VVD. Ik wil ook wel aangeven dat ik een beetje verdrietig ben over het feit dat mevrouw Verduin er niet onder staat. Die had ik zo graag onder mijn motie gehad. 'Hard to get' zullen we maar zeggen, maar ik hoop dat ze die wel gaat steunen. Caroline Verduin (D66). Ik ben ook groot fan van de methoden waar de heer Kruis voor staat, niet de leesvaardigheidsmethoden, maar de kennisrijke teksten. Maar ik wacht nog even de beantwoording af. Samir Ahraui (PvdA). Puur uit nieuwsgierigheid: ik vroeg me af of de heer Kruis kan uitleggen wat voor hem 'kennisrijke teksten' precies zijn. Sebastian Kruis (PVV). Bijvoorbeeld ons verkiezingsprogramma. De voorzitter. Door de heer Kruis, daartoe gesteund door de heer Bom en mevrouw Peeck, wordt de volgende motie (M.6 PVV) ingediend: 63

Motie M.6 PVV Effectieve en bewezen leesmethodes De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 april 2024, ter bespreking van Actieplan taal 'Doorbreek de cyclus van de laaggeletterdheid' (RIS316363). Constaterende, dat: ▪ ongeveer 24% van de inwoners in Den Haag tussen 16 en 65 jaar laaggeletterd is. Verzoekt het college: ▪ binnen het Actieplan Taal de focus te leggen op effectieve en bewezen leesmethodes met kennisrijke teksten. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank aan de leden van de raad voor de agendering hiervan. We hebben in de commissie hier een goed gesprek over gevoerd. Onder andere hebben we het gehad over de wijze van opstellen. Zowel Hart voor Den Haag als de VVD heeft daar moties over ingediend. In zijn motie stelt de heer Bom van Hart voor Den Haag voor om op een andere manier te rapporteren. Dat is iets wat ook besproken is als het gaat om de actualisatie van het financieel beleid. We hebben een contourenbrief voortgang actualisatie financieel beleid opgestuurd, RIS318378. Daarin geeft mijn collega Bruines aan dat we de laag waarop we rapporteren er eentje dieper kunnen laten zijn. Dan heb je het over het programma en dat je dan een laag dieper kunt zoeken in de jaarrapportage en in de begroting.

Dat zou, als het gaat om het verzoek van de heer Bom hier, kloppend zijn, want als we dat zouden doen vanaf de komende begroting en dus ook in de jaarrekening daarna, dan denk ik dat we tegemoetkomen aan de wens die mevrouw Verdonk en de heer Bom hier verwoorden. Als ik de motie op die manier mag interpreteren, zou ik haar graag aan het oordeel van de raad willen laten. De voorzitter. Meneer Bom knikt instemmend. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Ik wilde het nog even bevestigen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dank daarvoor, dan zullen we dat op die manier gaan doen. Dan blijft de discussie nog steeds hangen hoe de raad dit type onderwerpen wenst te bespreken: als een collegevoorstel of als een raadsvoorstel? Wij nemen in de begroting bepaalde bedragen op met een bestemming daarvoor. Dat is natuurlijk bij uitstek een raadsvoorstel. De raad kan daar middels amendementen of anderszins een appreciatie van geven. Met die begroting en met de bestemming van dat geld gaat het college aan de slag en komt het met een uitvoeringsplan, in dit geval de taalnota. Dat is hoe ik altijd bedacht heb dat het de wens van de raad was. Er is dus geen onwil. Dit is de manier van werken. Dus dat wat hier staat beschreven, is op dit moment aan de gang. Die manier van werken om mensen in de stad uiteindelijk te helpen in het verbeteren van hun taal gebeurt aan de hand van dit actieplan onder andere.

Ik weet dus niet beter dan dat dit ook de werkwijze is. Om die reden moet ik de motie helaas ontraden. Het is geen onwil, maar wel hoe ik gedacht heb dat wij werken. Ik neem wel wat aanstoot aan de motie van mevrouw Butt van GroenLinks. We willen binnen het actieplan dat we maken, dat voor iedere Hagenaar is bedoeld die met laaggeletterd te kampen heeft, een programma opstellen. Ik vind het dan best wel stigmatiserend als je dan aan moet geven of iemand een migratieachtergrond heeft of niet. Ik vind dat iedereen die met laaggeletterdheid te kampen heeft, daarvoor geholpen moet worden, als die dat wil. Dat bieden wij van harte aan. Het maakt dus niet uit of je een migratieachtergrond hebt of niet. Dat zou ik onwenselijk vinden. Daarom ontraad ik de motie.

64

Hera Butt (GroenLinks). Misschien heeft het college mijn motie anders gelezen dan die is opgesteld. Het plan van het college gaat juist over jonge migrantengezinnen. De taalaanpak is juist daarop gericht. Er staat zelfs een tabel opgenomen waaruit blijkt welke delen in Den Haag en hoeveel procent migranten daar wonen. Dat wordt direct gelinkt aan het actieplan. Dat is juist stigmatiserend. Daar gaat een deel van de motie ook over. Maak nou inzichtelijk welke mensen in Den Haag laaggeletterd zijn en geef het totaalbeeld, niet alleen een focus op jonge migrantengezinnen, zoals het college doet met dit plan. Het is dus juist niet stigmatiserend bedoeld. Wethouder Bredemeijer (CDA). Mevrouw Butt heeft zojuist alleen het dictum voorgelezen, maar ik moedig mensen aan om ook de overwegingen, de constateringen, het oordeel en de mening nog even te lezen, want die staan bol van de fouten. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat dit actieplan gaat over jonge migrantengezinnen. Dat is echt onzin. Het gaat over mensen met laaggeletterdheid. Er is een CBS-statistiek bij om aan te geven wat de doelgroep in Den Haag is waar dit op ziet en uit welke groepen die bestaat, dat klopt, maar dit actieplan ziet expliciet op laaggeletterdheid, wat je achtergrond ook is. Een andere fout die in de overwegingen staat, zijn de percentages.

Want in Den Haag is het percentage mensen met laaggeletterdheid met een migratieachtergrond 60. Mevrouw Butt heeft het over een landelijk percentage. Dat kan zo zijn, maar wij werken hier voor Den Haag en 60% is twee keer zoveel als 31%, het landelijke gemiddelde. Voor mensen met een Nederlandse achtergrond is het inderdaad landelijk 41%, maar in Den Haag 16%. We hebben de feiten dus wel degelijk hier. Dus waartoe opgeroepen wordt, dat weten we. Voor wie we het doen, weten we. Maar dat we dit alleen doen voor mensen met een migratieachtergrond of dat alleen zouden moeten doen, daar neem ik echt afstand van. Dit is voor iedere laaggeletterde bedoeld. Hera Butt (GroenLinks). Ik geloof dat ik het college deels kan volgen. Er wordt ook wel gegoocheld met cijfers. Er worden hier allemaal cijfers genoemd die in ieder geval niet in het actieplan staan. Ik wil het college vragen om de uitleg, waar volgens mij in de commissie ook honderd keer om is gevraagd, niet nu pas met een paar cijfers zo de lucht in te gooien. Daar kan ik nu niet naar kijken. Tijdens de commissievergadering is dat niet gedaan. Vandaar ook de moties die zijn ingediend. Ik heb een motie en een motie meeondertekend. Het actieplan waar wij het nu over hebben is natuurlijk een deel van de aanpak van het college.

In dit actieplan - dat weet het college ook - gaat het over jonge kinderen tot max 12 jaar en hun ouders, met een focus op migranten, omdat daar de laaggeletterdheid het grootst zou zijn. Dat is hoe het college het uitlegt. Dat staat in de eerste paar pagina's van het collegevoorstel. Ik vind het dus een beetje frappant dat het college hier nu iets heel anders aan het betogen is, terwijl het plan heel duidelijk gaat over jonge gezinnen, waarbij de focus ligt op migranten, want daar is het probleem het grootst. Zo heeft het college het ook benoemd in de stukken. Wethouder Bredemeijer (CDA). Twee dingen in reactie daarop. Dat laatste wat mevrouw Butt stelt, is echt onzin. Dit actieplan ziet inderdaad op jonge kinderen en hun ouders, omdat daar de grootste winst te behalen is. Daar staat niet achter 'met een migratieachtergrond'. Dat is expliciet niet zo. Ten tweede, en mevrouw Butt spreekt zichzelf hier echt tegen: er wordt mij voor de voeten geworpen dat ik een onderscheid zou moeten maken tussen de verschillende groepen in Den Haag, oftewel moet benoemen hoeveel mensen met een migratieachtergrond. Daar neem ik dus afstand van. Ik heb het zojuist inderdaad benoemd, omdat mevrouw Butt de verkeerde cijfers voorlegde. Maar als ik dit had opgenomen in het actieplan, dan was mij nu voor de voeten geworpen dat ik stigmatiseer, kan ik me zo voorstellen.

Dat is precies wat ik mevrouw Butt nu kwalijk neem: dat zij stigmatiseert als zij mij om die cijfers vraagt. Want we doen het niet voor speciale bevolkingsgroepen, we doen het voor de hele stad. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks). Ik neem afstand van de woorden van het college. Ik probeer niet te stigmatiseren. In het verzoek aan het college staat ook niet dat ik dat vraag. Ik vraag om inzicht. Daarbij hoort - dat doet de Stichting Lezen en Schrijven ook, dat doet de Algemene Rekenkamer ook en dat zou dit college ook moeten doen - dat nader gespecificeerd wordt waar we het over hebben. Wat ook bekend is in Nederland, is dat er heel veel laaggeletterdheid is onder ouderen en dat die toeneemt 65

als ze de 50-plus halen. Voor die groep ouderen heeft het college in dit actieplan totaal geen oog. Daar gaat het om. Het wordt nu heel erg neergezet dat GroenLinks inzicht wil in migranten en nietmigranten. Dat staat nergens. Dat is één. Ten tweede. Dat een partij vraagt om inzicht in een geheel is volgens mij heel logisch. Zo werkt de Algemene Rekenkamer, zo werkt de Stichting Lezen en Schrijven en dat zou dit college ook moeten doen. Wethouder Bredemeijer (CDA). We hebben gewoon gebruikgemaakt van al die gegevens, onder andere ook van het dashboard Geletterdheid In Zicht. Ten tweede. Mevrouw Butt stelt dat dit enkel ziet op jonge kinderen en hun ouders. We hebben tal van mogelijkheden in Den Haag om aan taalonderwijs te doen. Volwasseneneducatie is zo'n voorbeeld. Dat is bovenop wat we hier nu bespreken. We hebben het over inburgeringstrajecten. Dat is bovenop wat we hier nu bespreken. Dit gaat puur om die extra laag bovenop het aanbod dat we al hebben in de stad: de € 2 mln. die we daarvoor beschikbaar hebben gekregen van de coalitie, die optelt straks tot € 4,5 mln. structureel. Dit is bovenop alles wat we al doen. Het is dus expliciet zo dat iedereen in deze stad die laaggeletterd is, of je nou 50-plus bent of 12-min, op een aanbod kan rekenen om daaraan te werken. Samir Ahraui (PvdA).

Misschien om collega Butt vanuit een andere invalshoek te ondersteunen: ik heb een beetje het gevoel dat het college nu de discussie iets te veel platslaat in 'ik word anders gedwongen om onderscheid te maken tussen mensen met en zonder migratieachtergrond'. Wat ik in de commissie expliciet heb aangegeven, is dat dat onderscheid niet uitmaakt en dat de groep met een migratieachtergrond zelf per definitie ook heel divers is of uit allerlei verschillende groepen kan bestaan, waardoor het wel nuttig en relevant is om te weten welke maatregelen je voor wie inzet. Want je kunt maatregelen nemen om arbeidsmigranten te ondersteunen, maar dat is een heel andere doelgroep dan mensen met een migratieachtergrond uit de eerste generatie of die onlangs in Nederland zijn komen wonen. Hij is vrij divers en die cijfers helpen wel om de maatregelen op een goede manier te kunnen beoordelen. Ik zou via deze weg het college willen uitdagen om dan zelf ook niet die discussie plat te slaan, want juist door het plat te slaan en in twee categorieën te denken, zijn we met zijn allen aan het stigmatiseren en dat is volgens mij wat niemand hier wil. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dit is volgens mij precies de reden dat het taalaanbod voor iedereen moet zijn en vervolgens wel op basis van maatwerk toegepast moet worden. Dat gebeurt natuurlijk ook.

De aanbieders die hier beschreven worden, zijn heel goed in staat om aanbod op maat te leveren voor degenen die om taalonderwijs vragen. Dat gebeurt. Dat is echt maatwerk. De een is de ander niet. Het gebeurt gewoon op basis daarvan. Sebastian Kruis (PVV). Ik stel vast dat zowel PvdA als GroenLinks zo geobsedeerd is door politieke correctheid en migrantengroepen dat ze gewoon van gekkigheid niet meer weten wat ze moeten uitkramen. Dit slaat gewoon helemaal nergens op, zowel wat mevrouw Butt zegt als meneer Ahraui. Het gaat uiteindelijk om laaggeletterdheid in de breedste zin des woords. Blijkbaar willen ze dat gewoon niet aannemen als de wethouder dat zegt. Ze willen alleen maar die focus continu op migrantengroepen en dan sluiten ze eigenlijk gewoon weer Nederlanders of misschien mensen zonder migratieachtergrond bijna uit van de brede focus die erop zou moeten liggen. Dus ik dank de wethouder voor zijn integrale zienswijze op dit grote probleem dat alle bevolkingsgroepen treft, zowel met als zonder migratieachtergrond. Ik zou mevrouw Butt en meneer Ahraui willen uitdagen om ook een keer te kijken naar problemen in de breedste zin des woords. De voorzitter. Ik heb geen vraag gehoord aan de wethouder. Sebastian Kruis (PVV). Nee, het was een aanmoediging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dank aan de heer Kruis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14102456/1