RIS318497 Notulen van de raad van 15 februari 2024
Tekst van het document
Dat zijn wel de eisen die de HTM onder andere stelt, maar ik zou wel blij worden als we samen met de HTM kunnen kijken of we, om het oneerbiedig te zeggen, de mensen uit de kaartenbak iets kunnen aanbieden om ze beter geschikt te maken en niet alleen te zeggen dat zij nu niet voldoen en daardoor niet verder kunnen. Daar zou ik blij van worden. Wethouder Icar (DENK). Ik hoorde geen vraag, maar ik deel die blijdschap. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Mijn vraag sluit aan op de vraag van de heer Mekers. U zei dat de taal een van de dingen is. Ik vraag me af of daarvoor in het overleg tussen de HTM en Den Haag Werkt een gezamenlijke inspanning kan worden gedaan. Ik snap de rest van de competenties. Ik vind het ook fijn dat we competente trambestuurders hebben. Wethouder Icar (DENK). Wat ik daarop kan zeggen, is dat er al heel veel inspanningen gedaan worden op het gebied van taal. Het gesprek kan altijd gevoerd worden, maar ik denk niet dat nieuwe initiatieven op dit punt een bijdrage zullen leveren. Caroline Peeck (VVD). Nog even in aanvulling daarop: ik hoor u niet spreken over mensen in de WW. Zijn daar ook gesprekken met het UWV over? Wethouder Icar (DENK). Er vinden bij mijn weten op dit moment geen gesprekken met het UWV hierover plaats. We kijken hoe het aansluit op het aanbod dat we hebben in Den Haag Werkt. Dat is eigenlijk de kaartenbak waaraan zojuist gerefereerd werd.
Die match proberen we dan te leggen, maar specifieke gesprekken met het UWV over het aanpakken van personeelstekorten bij de HTM zijn er bij mijn weten niet. Caroline Peeck (VVD). Zou dat misschien een extra optie zijn om alles uit de kast te halen? Wethouder Icar (DENK). Dat is zeker een extra optie om alles uit de kast te halen. Ik wil ook echt serieus meegeven dat we ons als college inzetten om te kijken wat er binnen onze macht ligt om ervoor te zorgen dat die tekorten worden aangepakt. De voorzitter. Wethouder Bruines mag ook nog even. Het is pas 15.30 uur.
33
Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Er is mij een vraag gesteld door de SP, maar ook andere fracties hebben het erover gehad: wat is de rol van de aandeelhouder en wanneer is de volgende aandeelhoudersvergadering? Ik heb net gehoord dat die vergadering op 22 mei is. Als aandeelhouder gaan wij inderdaad niet over de dagelijkse bedrijfsvoering, maar wel over de algehele lijnen van het beleid. Daartoe worden door de aandeelhoudersvergadering het jaarplan en ook een meerjarenplan, een strategie, vastgesteld en wordt de jaarrekening besproken en vastgesteld. Verder is de instemming van de raad van commissarissen nodig bij het benoemen van leden van de raad van commissarissen, maar ook biedingen of concessies worden besproken in de raad van commissarissen. Ik ben zeker voornemens om dit onderwerp in de volgende aandeelhoudersvergadering stevig op de agenda te zetten. Natuurlijk was bekend dat er, zoals bij heel veel bedrijven, krapte op de arbeidsmarkt is, maar dit is de directe uitvoering daarvan. De maatregelen zijn niet als zodanig in de aandeelhoudersvergadering besproken.
Ik vind het wel heel erg van belang dat we erop kunnen vertrouwen dat er binnen de werkzaamheden van dit jaar gewerkt wordt aan het zo snel mogelijk op orde krijgen en aan hoe je voorkomt dat de problemen groter worden, maar ik wil ook de discussie aangaan over de manier waarop wij hier ook als aandeelhouders over geïnformeerd kunnen worden. Collega Kapteijns heeft heel goed uitgelegd dat de concessies die zijn afgesproken, liggen bij de HTM. Het opdrachtgeverschap - wat verwachten we van dat bedrijf? - moet via die lijn lopen, maar vanuit het aandeelhouderschap kan je er natuurlijk op wijzen dat als er echt zoiets ingrijpends aan de hand is, er in de communicatie en in de voorbereiding bij derden voor gezorgd moet worden dat we niet zo verrast worden. Dat zal ik dus zeker meenemen naar die vergadering. Lesley Arp (SP). Dank voor deze toelichting. Ik denk dat het goed is om vanuit de verschillende rollen hier toch wat meer aandacht voor te hebben. Een korte vraag hierover. In mei is die vergadering. Worden wij als raad nog schriftelijk geïnformeerd over de inzet, bijvoorbeeld op het punt van werving? Dat is voor zo'n onderneming immers echt een langetermijnbeleid dat ervoor moet zorgen dat je een gezonde pool van medewerkers hebt en dat je niet wéér mogelijk in deze situatie terechtkomt. Ik ben dus benieuwd of het college ons daar nog over kan informeren vóór die vergadering.
Wethouder Bruines (D66). U geeft dat nu mee. Ik zeg bij dezen dus in ieder geval toe dat dat onderwerp wat mij betreft ook op deze manier wordt besproken. Ik weet niet of het verstandig is om ertoe over te gaan om aandeelhoudersvergaderingen vooraf ook in de gemeenteraad te bespreken. Volgens mij raken we dan een beetje uit de rolverdeling. Maar ik vind het wel belangrijk - dat zeg ik maar even namens het college - om u te informeren over hoe dit zich nu verder gaat ontwikkelen. Of dat via de lijn van de opdrachtgever, de heer Kapteijns is, of via de lijn van de aandeelhouders … We moeten maar even precies bekijken waar die rollen zuiver liggen. Maar ik voel er niet zoveel om hier in de raad vooraf een bespreking te houden over de aandeelhoudersvergadering. Ik zeg u wel toe om u te informeren over wat er nu verder gaat gebeuren. Lesley Arp (SP). We hoeven natuurlijk niet iedere aandeelhoudersvergadering voor een verbonden partij vooraf te bespreken in de raad, maar dit is natuurlijk echt een crisissituatie, een heel cruciaal probleem voor onze inwoners. Ik denk dus dat het gewoon heel wenselijk is dat de wethouder ons bijvoorbeeld informeert over de thema's die het college via haar in die vergadering gaat inbrengen. Wethouder Bruines (D66). Dat zullen we dan bij uitzondering doen. Die informatie kan ik natuurlijk altijd geven.
De normale route is dat we de aandeelhoudersvergaderingen, zeker de algemene vergaderingen van aandeelhouders, in het college voorbespreken. Zodra het college dat gedaan heeft meestal is dat op de dinsdag die voorafgaat aan die vergadering, die dan meestal in diezelfde week is zal ik u in ieder geval schriftelijk informeren over wat er op de agenda staat en wat in algemene bewoordingen de inzet bij de bespreking zal zijn. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Nu we het over verbonden partijen hebben, ben ik weer wakker. Nee hoor, maar ik wil wel het volgende vragen. Mevrouw Faïd heeft heel goed naar de jaarrekening van 2022 van de verbonden partij gekeken. Die konden we inderdaad vinden, maar ik kon de begroting niet vinden. Ik was namelijk ook op zoek naar hoeveel de HTM had begroot voor 34
personeelslasten en hoeveel zij daar uiteindelijk voor heeft betaald. Nu we toch dingen aan het meegeven zijn richting de aandeelhoudersvergadering, wil ik dus meegeven dat het heel fijn zou zijn als dit transparant voor de raad zou zijn. Wethouder Bruines (D66). Die informatie heb ik natuurlijk ook niet paraat, maar als ik dan toch een briefje schrijf, zullen we ook die informatie daarbij leveren, als dat oké is. Leonie Gerritsen (PvdD). Dank voor deze toezegging. Als mevrouw Bruines bij de aandeelhoudersvergadering, de heer Kapteijns bij het algemeen bestuur, wij in de adviescommissies en misschien de burgemeester nog bij het dagelijks bestuur allemaal willen proberen om er echt voor te zorgen dat dit geen verdere invloed heeft op de kwaliteit van de HTM, denk ik dat we daar hopelijk met z'n allen alles aan kunnen doen. De voorzitter. Dat was geen vraag. Kavish Partiman (CDA). Ik kom terug op de informatie die we krijgen. Heb ik goed begrepen dat wij een week voor die aandeelhoudersvergadering een schrijven van het college krijgen over de inzet van het college in die aandeelhoudersvergadering? Wethouder Bruines (D66). Hoe gaat dat bij dit soort vergaderingen? Op een gegeven moment komen stukken langs die op de agenda staan.
Dan bespreken we die stukken in het college op de dinsdag voorafgaand aan die vergadering of zodra we die stukken hebben en daar ook een ambtelijk advies over is. Dan stelt het collega de inzet vast. Ik denk dat wij u direct na dat moment zullen informeren over wat de inzet zal zijn. Of dat precies een week voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering is, hangt af van het moment waarop we de stukken krijgen en die in het college kunnen bespreken. Maar ik zeg u dat het college u direct na de besluitvorming daarover zal informeren. Kavish Partiman (CDA). Ik ga in op wat collega Arp al aanhaalde. Het is geenszins mijn bedoeling dat we hier elke aandeelhoudersvergadering met elkaar moeten bespreken, maar zoals de wethouder al aangaf, wordt in die vergadering ook de langetermijnbedrijfsvoering van het bedrijf besproken, dus in dezen van de HTM. Daar ligt nu echt een groot probleem voor het openbaar vervoer in onze stad. Het lijkt mij dus wenselijk dat de gemeenteraad, die in deze stad in principe de aandeelhouder vertegenwoordigt, het hier met elkaar over kan hebben voordat het college daarnaartoe gaat, zodat desnoods de ideeën vanuit de gemeenteraad meegenomen kunnen worden in zo'n vergadering. Is dat mogelijk? Wethouder Bruines (D66). Het is geenszins mijn bedoeling om u te ontzeggen om hier iets van te vinden. Laten we dus gewoon kijken hoe dit in de agendering uitkomt.
Het is niet morgen. Weet in ieder geval dat ook het college dit onderwerp heel serieus neemt. Dat heeft u zojuist ook in de beantwoording van wethouder Kapteijns gehoord. Dat geldt ook voor de HTM zelf; u heeft in de brief van de HTM kunnen lezen dat er hard gewerkt wordt aan het werven van nieuw personeel, dat ook moet worden opgeleid, en dat men ervan uitgaat dat in de loop van het jaar alles weer normaal gaat. Dat is natuurlijk ook waar wij als aandeelhouders zeer nadrukkelijk aandacht voor vragen om die informatie te krijgen, zodat wij erop kunnen vertrouwen dat die lijn inderdaad is en wordt ingezet en hoe dat wordt gemonitord. Volgens mij zijn wij het inhoudelijk dus heel erg eens over wat daar besproken moet worden. Ik zal er, ook in goed overleg met de griffie, op toezien dat we dat zodanig kunnen doen dat u in de gelegenheid bent om mij nog iets mee te geven voor de vergadering, in deze uitzonderlijke situatie. Sebastian Kruis (PVV). Is het misschien een idee dat we met z'n allen meegaan naar de aandeelhoudersvergadering, gewoon met z'n vijfenveertigen? Dan gaan we ons met alles bemoeien. Dat is wat zij de afgelopen twee uren hebben gedaan. Laten we gewoon kijken wat daar dan van terechtkomt. De voorzitter. Met het openbaar vervoer. 35
Wethouder Bruines (D66). Volgens mij hebben we de taken een beetje zo verdeeld dat ik dat namens u allen mag doen. Ik zal daar altijd verantwoording over willen afleggen als dat nodig is. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik ben diep teleurgesteld omdat ik niet mee mag naar de aandeelhoudersvergadering. Maar vooruit, dat vertrouw ik mevrouw Bruines dan maar toe. We hebben afgesproken dat we in de vergaderingen van de commissie Bestuur altijd terugkomen met MRDHpunten. Misschien is dat dus het juiste moment om in dit bijzondere geval te horen waar het college mee terugkomt. Dan hebben we dat meteen gebundeld. Wethouder Bruines (D66). Heel precies: als het gaat om MRDH-punten, moet u bij wethouder Kapteijns zijn, maar dit zal wel thuishoren in de commissie Bestuur, want dit gaat over aandeelhouderschap. Maar goed, dat maakt niet uit. We gaan proberen dit voor elkaar te krijgen. De voorzitter. De voorzitter van die commissie zit al te glunderen; die verheugt zich al op die debatten. Omdat ik diezelfde cursus heb gevolgd, vraag ik: zijn er nog dingen blijven liggen? Dat is niet het geval. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We gaan later vandaag over de moties stemmen.
Aan de orde is: G. Voorstel van het college inzake voorstel tot wijziging raadsvoorstel inzake Kwaliteitsplan Central Innovation District (RIS314594). De beraadslaging wordt geopend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Met veel interesse heb ik het Kwaliteitsplan Central Innovation District gelezen. Het raadsvoorstel lijkt een logisch gevolg van eerdere besluitvorming, maar het valt heel erg op dat er heel veel hippe woorden in dat plan staan. In de commissie heb ik dit 'greenwashing' genoemd. Ik weet niet of u ook alle stukken leest, maar het viel in elk geval op dat er een woordenboek in het document staat; dat is opvallend. Het Kwaliteitsplan staat vol met ambities. Het college verwoordt die ambities in een aantal opgaven: verblijfsklimaat, voor iedereen, mix, natuurlijk, slim verdichten, economisch topniveau en, tot slot, haal er meer uit dan erin zit. Dat doet het college ook met de inwoners van onze stad, maar dit terzijde. Hart voor Den Haag mist de kwaliteitsopgave bereikbaarheid. In de commissie heb ik daarom namens Hart voor Den Haag aandacht gevraagd voor die bereikbaarheid, onder andere via de Schenktunnel, want dan kunnen we het Schenkviaduct slopen en vervangen. Dat levert heel veel leefbaarheid op voor de Rivierenbuurt. De wethouder heeft gezegd dat de Schenktunnelvariant wordt meegenomen in een of andere netwerkstudie.
De uitkomsten komen van de zomer. Die zie ik graag tegemoet; daar zal mijn fractie heel scherp op zijn. Helaas was er geen ambtelijke capaciteit om het idee van een nieuw treinstation te onderzoeken. Dat vind ik spijtig. Op dat onderwerp komt Hart voor Den Haag graag nog een keer terug. Dan nog even terug naar het Kwaliteitsplan. Waarom is het mobiliteitsaspect slechts zo beperkt meegenomen in het Kwaliteitsplan? Graag een reactie van de wethouder. Klopt de veronderstelling dat de Rotterdamsebaan juist is aangelegd om de autobereikbaarheid van het CID te verbeteren? Ook daarop graag een reactie van de wethouder. Waar blijft die Haagse visie op automobiliteit? Op 20 januari 2022 werd de VVD-motie Maak een Haagse visie op automobiliteit aangenomen, met RIS-nummer 311347. Dat is inmiddels twee jaar terug. In de afdoening schrijft het college: we komen daar eind 2022 op terug. In de tussentijd is in 2023 het Masterplan Bereikbaarheid aangenomen. Toen vroeg meneer Meinesz, een collega van mij: waar blijft die visie nou? In deel C van het Kwaliteitsplan worden allemaal stukken beschreven. Daar 36
staat de Haagse Nota Mobiliteit uit 2011 bij. Dat is inmiddels twaalf of dertien jaar oud. Ik snap niet waarom bereikbaarheid zo'n ingewikkeld thema is voor het college. Waarom staat bijvoorbeeld dat masterplan er niet gewoon in? Ik begrijp wel dat het masterplan na het presenteren van het Kwaliteitsplan is vastgesteld, maar er zijn allemaal kleine wijzigingen aangebracht. Dat staat nota bene vetgedrukt in het raadsvoorstel: we hebben kleine wijzigingen aangebracht. Ik snap dat dus niet. Ik vind het belangrijk dat ook de auto gewoon benoemd wordt in dit Kwaliteitsplan. Daarom heb ik een amendement gemaakt, het amendement Haagse visie op automobiliteit. Daarin verzoek ik om een dictumpunt toe te voegen. Wilt u dat ik dat helemaal voorlees? De voorzitter. Ja. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). De binnenstedelijke verdichting in het gehele CID-gebied trekt veel bewoners en bezoekers. In de verdere ontwikkeling van het gebied dient ook rekening gehouden te worden met de positie van de auto. De Haagse visie op automobiliteit zal hiervoor vastgesteld moeten worden. Dit hebben we tenslotte als raad afgesproken, in meerderheid. Dit amendement wordt mede ingediend door de heer De Ridder namens de VVD en collega Meinesz. Isabel Bos (GroenLinks). Deze kwaliteitsvisie vloeit natuurlijk voort uit de structuurvisie die we eerder hebben vastgesteld als raad.
Daar staat een heel hoofdstuk in over mobiliteit, met ook een kopje over de auto. Daarin staat dat we het CID autoluw gaan maken. Zou het voor de heer Dubbelaar voldoende zijn als we in het vervolg dat stukje - nogmaals, de ambitie om het autoluw te maken - nog een keer toevoegen aan andere beleidsstukken? Want dat is toch ook een visie op automobiliteit? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ja, dat is ook een visie, maar dat is niet de visie van Hart voor Den Haag. Samir Ahraui (PvdA). Een vervolgvraag na de vraag van collega Bos: kan ik het amendement zo lezen dat de heer Dubbelaar eigenlijk vraagt om een uitwerking van de ambitie zoals die in de structuurvisie is vastgesteld en dat de positie van de auto, waar hij het over heeft, dus gewoon de 15% is die in de structuurvisie genoemd wordt? Of moet ik het amendement anders interpreteren? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik denk dat de heer Ahraui het amendement iets anders moet interpreteren. Ik zou hem willen verwijzen naar de afdoening van de motie van de VVD, waarin het college heeft gezegd dat er al verschillende beleidsdocumenten zijn, dat het die gaat samenvoegen in een visie en dat het die visie eind 2022 naar de raad zou sturen. Het is dus eigenlijk een wat breder verhaal over de positie van de automobilist in de gemeente Den Haag. Samir Ahraui (PvdA). Dank.
Dan snap ik het amendement iets beter, maar dan is het voor de heer Dubbelaar dus eigenlijk voldoende als die Haagse visie er straks komt en als het college daarin komt met een antwoord over hoe het wil gaan voldoen aan die mobiliteitstransitie in het CID, waaronder bijvoorbeeld die 15% auto, en met de maatregelen die het college gaat treffen om die ambitie te halen. Is dat dan het document dat de heer Dubbelaar wil zien? Dus: hoe zorgen we ervoor dat die 15% gehaald wordt? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik vind dit een creatieve gedachte van de heer Ahraui. Hij weet dat ik de visie van het wegpesten van de auto niet deel, maar ik ben benieuwd met wat voor visie het college naar de raad gaat komen, zodat wij daar in ieder geval in meerderheid een besluit over kunnen nemen. Ik vind daarom ook dat die visie een onderdeel moet zijn van het Kwaliteitsplan. De voorzitter. De laatste keer, meneer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). Ik zit nog een beetje te broeden op de bredere visie op automobiliteit. Die moeten we dan nog ontvangen en daar gaan we dan weer met elkaar het gesprek over voeren. Maar de ambitie en de visie over hoe we willen omgaan met mobiliteit in het CID, hebben we in principe al vastgesteld. Ik zit dus echt te zoeken. Dan is de vraag van de heer Dubbelaar toch vooral: hoe gaan we 37
dit in al die deelgebieden en in het CID in z'n geheel invullen? Hij wil dan toch vooral daarover wat meer duidelijkheid? Is dat dan ook het doel van het door hem voorgestelde amendement of begrijp ik hem dan echt verkeerd? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het is tweeledig. Ik merk dat dit stuk in mijn beeldvorming een bepaalde autohaat uitstraalt. Dat snap ik, omdat dit college anders over de auto denkt dan ik en mijn fractie. De auto komt er dus heel bekaaid van af in het stuk. Ik zou willen dat de auto wat meer aandacht krijgt in het Kwaliteitsplan. Ik heb gezocht naar wat voor beleid we nu al hebben vastgesteld en of we dat beleid kunnen koppelen aan het Kwaliteitsplan. Ik vraag niet om nieuw beleid. Toen kwam ik erachter dat wij als raad iets besloten hebben en dat het college heeft toegezegd om dat te gaan doen, maar dat nog niet gedaan heeft. Dan denk ik: kom op, college, voer dat uit en verwijs daar dan in het Kwaliteitsplan naar. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar, daartoe gesteund door de heer Meinesz en de heer De Ridder, wordt het volgende amendement (G.A HvDH) voorgesteld:
Amendement G.A HvDH Haagse visie op automobiliteit De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 februari 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake voorstel tot wijziging raadsvoorstel inzake Kwaliteitsplan Central Innovation District (RIS314594), Besluit om: • een dictumpunt toe te voegen aan het raadsvoorstel; De binnenstedelijke verdichting in het gehele CID gebied trekt veel bewoners en bezoekers. In de verdere ontwikkeling van het gebied dient ook rekening gehouden te worden met de positie van de auto. De Haagse visie op automobiliteit zal hiervoor vastgesteld moeten worden. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. De VVD is heel blij dat we een deel van de strijd lijken te winnen. Eindelijk lijkt het erop dat we stukje bij beetje durven te sturen op kwaliteit, op beeldkwaliteit en omgevingskwaliteit. In normale mensentaal: we zorgen dat de stad mooier wordt en lekker wordt om in te wonen. Dus complimenten, wethouder, u heeft geluisterd naar de grote kritiek op het zakelijke spreadsheetdenken van de afgelopen jaren. De VVD wil namelijk dat we de stad mooier maken dan hij nu is. Hoewel dit document een stap zet - die stap moeten we niet te klein maken - is het wel pas een eerste stap.
We hebben ook kritiek, op twee dingen: op de leesbaarheid van dit stuk en op de plek van de auto. Allereerst de gebruiksvriendelijkheid, de leesbaarheid: als we willen dat de stad begrijpt waar wij het hier over hebben, moeten we dit soort documenten makkelijk toepasbaar maken. Kan de wethouder ingaan op hoe hij hier in het vervolg, dus in de beeldkwaliteitsplannen die eraan komen, rekening mee houdt? En wil de wethouder toezeggen dat hij in de eerstvolgende Voortgangsrapportage CID ingaat op hoe we dit enorme document hebben vertaald in een gebruiksvriendelijk iets, ook voor initiatiefnemers? Daarnaast is voor de VVD de plek van de auto een belangrijk onderwerp. De VVD vindt het heel goed en heel logisch dat we het CID gaan bekijken als een centrumgebied. We maken het centrum daarmee twee keer zo groot. Daarvoor moet het op straat goed verblijven zijn, dus geen grote doorgaande wegen met te veel verkeer. De VVD snapt dus dat je in de ontwikkeling wil kijken welke wegen anders ingericht kunnen worden, zodat het fijner verblijven is; zeg maar: een nog mooiere stad. Maar dan moet je dus niet vergeten dat de keuze voor het één het ander tot gevolg kan hebben. Daar moet je in de keuzes rekening mee houden. Smallere wegen en langzamer rijden in een deel van het CID kunnen leiden tot opstoppingen en vervelende situaties elders.
Daarom het amendement Doorstroming en kwaliteit, dat ervoor zorgt dat verlagingen van de snelheid die tot doel hebben de 38
kwaliteit te verbeteren binnen het CID, gepaard gaan met maatregelen of investeringen die neveneffecten daarvan wegnemen en eerst aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Joren Noorlander (D66). Ik vraag me af of die maatregelen ook in de categorie 'auto' genomen moeten worden of dat die ook met andere modaliteiten genomen kunnen worden. Rutger de Ridder (VVD). De kern van mijn verhaal is: als je wilt dat het CID een fijn verblijfsgebied moet worden dat dus niet doorkruist wordt met dubbelebaanswegen en mensen die gewoon van A naar B door de stad heen moeten - de VVD vindt dat op zich geen gek idee - dan betekent dat dat allerlei andere auto's over de Neherkade of de Vaillantlaan moeten om daarlangs te gaan. Dat gaat dan op een gegeven moment niet passen. Dan moet je dus iets doen op die andere wegen - investeren of op andere manieren maatregelen nemen - om dat voor elkaar te krijgen. Joren Noorlander (D66). Ik kan mij heel goed voorstellen - ik ben het er eigenlijk ook wel mee eens dat je ervoor moet zorgen dat er een goede mobiliteit is in de stad en dat mensen zich gewoon goed kunnen verplaatsen door de stad en van en naar de stad, maar dat hoeft niet per se met de auto. Het kan ook zo zijn dat een andere vorm van mobiliteit dat gat op gaat vullen. Zou dat ook een oplossing zijn voor de VVD? Rutger de Ridder (VVD). In essentie is er dus geen gat. Er is te veel.
Er is een surplus. Er zijn te veel auto's. Dat moet je dus oplossen. Stel dat uw gedachte van de deelmobiliteit in de toekomst een grote vlucht neemt - ik geloof daar niet in, maar stel dat dat gebeurt - dan heb je dat probleem niet en kan je andere maatregelen nemen. Maar vooralsnog zien we dat het autogebruik alleen maar toeneemt in onze stad. De VVD wil zorgen dat dat zo kan blijven. Joren Noorlander (D66). Meneer De Ridder begon zo goed. Hij zei dat er een surplus is, een teveel aan auto's. Ik dacht: ja, ja, ja, nu gaat hij echt de goede kant op. Want we moeten niet te veel auto's door het CID heen hebben; daar moeten we niet te veel auto's naartoe hebben. Dat kan voor het grootste gedeelte met het ov of de fiets. Binnen het CID kan dat lopend. Als het college met een uitwerking komt en als wij vanuit de raad met voorstellen komen om die mobiliteit goed te borgen, niet alleen met de auto maar ook met andere mobiliteitsvormen, hoop ik dus dat hij daar ook voor openstaat. Rutger de Ridder (VVD). Daar zit dus het grote verschil tussen enerzijds het wensdenken van D66 en anderzijds de realiteit van de VVD. Natuurlijk moet je er ook voor zorgen dat het ov goed is en dat je fijn en veilig kan fietsen. Mijn collega mevrouw Peeck is er dagdagelijks mee bezig om dat voor elkaar te krijgen.
Natuurlijk, dat moet je óók doen, maar als je zegt dat iets een mooi centrumgebied wordt en dat we daar rustig gaan rijden, dan weet je dat dat ergens anders gevolgen heeft. Ik zeg: kijk nou naar die gevolgen ergens anders. En wat kan je dan ten aanzien van die gevolgen ergens anders doen om ervoor te zorgen dat je daar gewoon lekker door kan rijden en dat mensen lekker op tijd naar huis kunnen gaan en, zoals Anne Mulder altijd zegt, gezellig lekker thuis een hapje kunnen eten met de familie? De voorzitter. Ik weet niet of hij dat altijd zegt. Maar goed, als u kijkt, meneer Mulder … We zetten onze centen er niet op in. Leonie Gerritsen (PvdD). Ik heb alleen de korte vraag wat dit amendement toevoegt aan de netwerkstrategie die eraan zit te komen. Rutger de Ridder (VVD). Ik denk dat dit toevoegt dat we het Kwaliteitsplan CID, waarin we zeggen dat we een bepaalde kwaliteit willen in dit gebied - mijn fractie ondersteunt dat en zal daar ook voor stemmen - nog aandikken met: als we de kwaliteit hier hoger willen maken, wil dat niet zeggen dat de kwaliteit ergens anders minder moet worden omdat wij hier een keuze maken. Ik denk dat je dat hiermee nog extra onderstreept. We moeten de Neherkade en de Vaillantlaan dus niet nóg drukker maken of, als het dan drukker moet worden op die wegen, we moeten daar maatregelen nemen om dit 39
beter op te kunnen vangen, om het daar breder te maken of om daar een snellere doorstroom te krijgen met minder stoplichten et cetera. Ik ga niet over de vraag welke maatregelen dat moeten zijn, maar het gaat om dát. Leonie Gerritsen (PvdD). Is dat niet letterlijk het punt van de netwerkstrategie die eraan zit te komen, die nu in de maak is en die volgens mij in januari aan ons wordt voorgelegd, maar dan voor de hele stad? Die neemt dit toch automatisch mee? Rutger de Ridder (VVD). Als dat zo zou zijn en als dat gebeurt … U gelooft graag in de toekomst; ik wil het graag nu geregeld hebben. De voorzitter. Door de heer De Ridder, daartoe gesteund door de heer Dubbelaar, wordt het volgende amendement (G.B VVD) voorgesteld:
Amendement G.B VVD Doorstroming en kwaliteit CID De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 2023, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake kwaliteitsplan CID (RIS314594) Besluit om: • Dictumpunt VI toe te voegen: De voorstellen die tot doel hebben de kwaliteit van het CID te verbeteren met als middel het verlagen van de maximumsnelheid zoals omschreven in het kwaliteitsplan CID gaan altijd gepaard met maatregelen dan wel investeringen die eerst voorgelegd moeten worden aan de raad die congestie of andere neveneffecten als gevolg ervan op andere wegen tegen gaan. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. Het is goed dat wij met de kwaliteit van de stad aan de slag blijven gaan. De kwaliteit moet op verschillende niveaus geborgd worden. Dat doe je op stadsniveau, op gebiedsniveau en op plotniveau, dat geldt voor het CID. Meneer Dubbelaar refereerde er al aan: haal er meer uit dan erin zit. Ik geef daar een iets andere definitie aan dan hij volgens mij suggereerde. Hoe zorgen we ervoor dat de gebouwen die verschijnen en de openbare ruimte die ingericht gaat worden, meerwaarden zijn voor mensen die in het CID gaan wonen en werken? Daarbij wil ik de lange lijnen van de stad en de zichtlijnen uitlichten.
Hoe voelt de stad als je erdoorheen loopt en hoe zijn gebouwen gepositioneerd? Voelt het als een echte stad en maken we ook plekken waar je juist even kunt ontsnappen aan dat stadse? En hoe zorg je ervoor dat je, als je over zo'n lange lijn de stad in komt, bijvoorbeeld de Binckhorstlaan, de Waldorpstraat of de Bezuidenhoutseweg, wordt verwelkomd door de stad zelf? Ik denk dat wij die vragen in de gebiedsvisies moeten beantwoorden. Ik hoop dat het college deze vragen met klem mee wil nemen in de verdere uitwerking. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. In de commissie klaagde ik al een beetje over de vage taal in dit Kwaliteitsplan. Ik denk dat veel initiatiefnemers in de stad die taal wel gebruiken, maar dat die voor leken misschien wat lastiger te volgen is; de heer De Ridder refereerde daar al aan. Misschien moet ik er ook maar trots op zijn dat ik niet dezelfde taal spreek als de projectontwikkelaars in onze stad. Ik begreep wel uit het Kwaliteitsplan dat er ruimte is voor ontmoeting. Dat gaat vooral over ontmoeting in de buitenruimte. Afgelopen week was ik op bezoek in de Rivierenbuurt en sprak ik daar met bewoners. Zij gaven aan dat zij heel veel behoefte hebben aan een vast informatiepunt of een ontmoetingsplek in de wijk waar zij andere buurtbewoners kunnen ontmoeten en kunnen spreken over de plannen die er zijn in de omgeving.
Ik vraag de wethouder daarom wat hij gaat doen om tegemoet te komen aan die vraag. Ik begrijp dat we daar misschien in andere debatten nog verder bij stil kunnen staan, maar ik wil die wens bij dezen alvast voorleggen, want ik denk dat het ook iets toevoegt aan de kwaliteit van het CID als mensen ruimte hebben om elkaar te ontmoeten en om zo ook naar een hoger niveau van participatie te gaan.
40
Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. In de commissie heb ik al benoemd dat dit Kwaliteitsplan een mooi verhaal is met prachtige bewoordingen en vergezichten, termen die zo breed opgevat kunnen worden dat nog steeds alles mogelijk is. Dat is wel lastig, want dit document moet, in de woorden van de wethouder, de bekisting zijn van wat er gestort gaat worden, zoals de beeldkwaliteitsplannen en de ontwikkelvisies. Maar een bekisting die bestaat uit woorden en zinsneden zoals 'eeuwige Haagse schoonheid', 'haal er meer uit dan erin zit' en 'de baksteen en slagroom' is niet echt een heel stevig kader. Het lijkt meer op slijm dat mee kan bewegen bij elke ontwikkeling. Bij de uitwerking in de beeldkwaliteitsplannen verwacht mijn fractie dan ook meer heldere taal en cement. De ChristenUnie/SGP zal daarom kritisch kijken naar de uitwerking van de beeldkwaliteitsplannen en ontwikkelvisies die op basis van dit Kwaliteitsplan, waar wij voor zullen stemmen, tot stand zullen komen. Leonie Gerritsen (PvdD). Voorzitter. Ook de fractie van de Partij voor de Dieren heeft een beetje geworsteld met dit document. De termen zijn u al om de oren gevlogen. Met dat soort kernkwaliteiten kun je het onmogelijk oneens zijn, zoals lange lijnen die de stad verbinden. Het zijn mooie ambities. Hetzelfde geldt voor de kwaliteitsopgaven.
Maar het lijkt een beetje alsof je zit te kijken naar een prachtige reclamefolder waarin alles mogelijk lijkt. De vraag is natuurlijk: hoe gaan we dit alles realiseren? Wat valt als eerste af als het niet haalbaar blijkt? Wat gaat de wethouder doen als het stadspark als overkapping van de Utrechtse Baan een utopie blijkt te zijn? Dat groen zal dan immers op andere plekken gecompenseerd moeten worden. Wat de Partij voor de Dieren betreft zou hier meer duidelijkheid over moeten komen in het beeldkwaliteitsplan en in de buitenruimteplannen van de deelgebieden. Tot die tijd is het van belang dat met het groen dat nu al wordt aangelegd, al wordt voorgesorteerd op toekomstige groene verbindingen. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college bij het opstellen van de buitenruimteplannen voor de deelgebieden in het CID rekening te houden met zowel bestaand nabij groen als met toekomstige groene verbindingen, met speciale aandacht voor het behoud en de versterking van de hoofdbomenstructuur, initiatiefnemers van bouwprojecten in het CID duidelijk te maken hoe zij met hun ontwerp kunnen bijdragen aan de lange groene lijnen en de beoogde hoogwaardige ecologische buitenruimte en de gemeenteraad regelmatig te informeren over de voortgang en de wijze waarop de groene en ecologische waarden in het CID gerealiseerd worden. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Ik heb een vraagteken op de motie van mevrouw Gerritsen staan. Ze vraagt een hoop, maar dan zegt ze eigenlijk: hou rekening met toekomstig groen. Dus dan gaan we wel of niet instemmen met een bouwproject binnen het CID, waarbij we denken dat er dan alvast ergens groen moet komen. Klopt dat? Leonie Gerritsen (PvdD). Nee. Dank voor de vraag, want dan kan ik de motie inderdaad een beetje verhelderen. Het CID is best wel een uitgebreid gebied. Op sommige plekken kunnen er misschien op kleinere schaal al dingen worden gerealiseerd, zoals het parkje dat nu gaat worden aangelegd. Ik heb een hekel aan het woord 'pocketpark', maar u weet waar het over gaat; daar komen we straks nog op terug. Als je daarbij nu al rekening houdt met het type beplanting dat daar moet komen, bijvoorbeeld op basis van het type vogels dat in het Haagse Bos leeft, kun je nu alvast voorsorteren op de ecologische verbindingen die daar later kunnen komen. Mocht de overkluizing van de Utrechtse Baan er komen en mocht je die lange groene lijnen krijgen, dan kun je de beplanting nu alvast zó regelen dat het straks allemaal op elkaar aansluit. Dat is om ecologische redenen beter. Dan kunnen we de hoofdbomenstructuur alvast aanleggen en dan kun je alvast beginnen waar dat al kan. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Maar betekent dit dat ik, als ik voor uw motie zou stemmen, mij daarmee nog verder committeer aan een park boven de Utrechtse Baan en dat ik daar dus helemaal geen andere keuze meer in heb? Leonie Gerritsen (PvdD). Dat is een goede vraag. Nee, dat is niet wat dit betekent. We gaan er natuurlijk allemaal van uit dat dit prachtige plan precies zo uitgevoerd gaat worden; dat hoop ik in elk geval. Je kan het bijvoorbeeld vergelijken met wat er op de Binckhorst gebeurde. Toen de kasteeltuin werd aangelegd, werd er eigenlijk geen rekening gehouden met de mussenkolonie die daar in de buurt 41
woonde. Als je van tevoren al nadenkt over de groene verbindingen die je uiteindelijk gaat krijgen met de Trekvlietzone, dan kun je van tevoren die beplanting goed inrichten en dan zorg je dat die verbinding beter is. Het gaat dus niet over nu al vastleggen wat er later komt, maar wel over bij de beplanting waar je voor kiest, nu al nadenken over wat er later waarschijnlijk komt. De voorzitter. Door mevrouw Gerritsen wordt de volgende motie (G.1 PvdD) ingediend:
Motie G.1 PvdD Versterking groene buitenruimte en natuurinclusief bouwen in het CID De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 februari 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake voorstel tot wijziging raadsvoorstel inzake Kwaliteitsplan Central Innovation District (RIS314594). Constaterende, dat: ▪ het Kwaliteitsplan CID voorlopig dient als toetsingskader voor ontwikkelingen in afwachting van nadere plannen per deelgebied; ▪ de Structuurvisie CID benadrukt te voorzien in een hoogwaardige groene buitenruimte met hoge gebruiks- en ecologische waarde; ▪ in het Kwaliteitsplan CID tevens wordt verwezen naar de Nota Stadsnatuur, die richtlijnen bevat voor het bevorderen van stedelijke natuur en biodiversiteit.
Overwegende, dat: ▪ er reeds diverse bouwprojecten in het Centraal Innovatie District (CID) zijn vergund, waarbij de inrichting van de omliggende openbare ruimte kan bijdragen aan toekomstige groene verbindingen; ▪ het effectiever is om bij de aanleg van groene buitenruimte al voor te sorteren op toekomstige verbindingen bij het aanplanten van bomen en andere beplanting; ▪ de Nota Stadsnatuur concrete aanbevelingen biedt, zoals inheemse beplanting als uitgangspunt, het creëren van rust voor broedplaatsen voor dieren, en het realiseren van uitklimvoorzieningen en rustpunten langs stijle kades; ▪ de hoofdboomstructuur in het CID essentieel is maar in het Kwaliteitsplan weinig aandacht krijgt. Verzoekt het college: ▪ bij het opstellen van de buitenruimteplannen voor de deelgebieden in het CID rekening te houden met zowel bestaand nabij groen als met toekomstige groene verbindingen , met speciale aandacht voor het behoud en de versterking van de hoofdboomstructuur; ▪ initiatiefnemers van bouwprojecten in het CID duidelijk te maken hoe zij met hun ontwerp kunnen bijdragen aan de lange groene lijnen en de beoogde hoogwaardige ecologische buitenruimte; ▪ de gemeenteraad regelmatig te informeren over de voortgang en de wijze waarop de groene en ecologische waarden in het CID gerealiseerd worden. En gaat over tot de orde van de dag.
De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. In veel inbrengen is al veel gerefereerd aan namen, maar voor mijn fractie blijft de naam van het CID er überhaupt altijd eentje waarover we anders denken of die we anders zouden willen zien. Wij denken ook nog steeds dat 'de Tjoek Tjoek Zone' of 'de Haagse Buidel' veel treffendere namen zouden zijn om dit gebied eer aan te doen. Ook het woord 'collegecampus' roept bij ons soms visioenen op over theoretisch opgeleide mensen, terwijl we juist ruimte zoeken voor maakindustrie en terwijl we onze praktisch opgeleide bewoners, die ook een plek in het CID zouden moeten verdienen, moeten koesteren. 42
Nu terug naar de inhoud. We zijn positief over de grote ambities van het college in het gebied tussen de drie stations. Die ambities hebben we met elkaar al eerder grotendeels vastgelegd in de Structuurvisie CID. Hoe mooi die ambities ook zijn, ze moeten ook gerealiseerd worden. In de debatten en de documenten over het gebied blijft het ingewikkeld om de balans te blijven vinden tussen aan de ene kant realiteitszin en aan de andere kant verwachtingen en concrete projecten. In dit debat willen we in het bijzonder aandacht vragen voor de aangenomen ambitie rondom mobiliteit, de 40% lopen, 25% fietsen, 20% ov en 15% auto. Ook in de structuurvisie wordt deze ambitie genoemd als randvoorwaarde voor het ontwikkelen van het CID, juist om aan die centrumkwaliteit te kunnen voldoen en er ook echt een centrumgebied van te maken. Het is dus belangrijk dat we dit zo snel mogelijk op orde kunnen krijgen, zodat ook de andere plannen ruimte hebben om ontwikkeld te worden en we de leefbaarheid in het gebied op een goede manier kunnen borgen. Sebastian Kruis (PVV). Even voor de mensen thuis: op de twitteraccount van de PvdA Den Haag staat een plaatje bij de grap die de heer Ahraui net maakte over de Tjoek Tjoek Zone. Samir Ahraui (PvdA).
Voor de geschiedschrijving is het wellicht goed om te weten dat mijn fractie in het verleden een uitvraag heeft gedaan in de stad om vooral heel veel input op te halen over hoe Haagse bewoners dit een goed initiatief zouden vinden. Samen met Sjaak Bral hebben we toen een top drie samengesteld, waarvan ook dit gewoon een onderdeel was. Dus het klopt. Wellicht kunt u zich ook achter deze naam scharen. Dan kunnen we onze documenten op dat punt wellicht aanpassen. Ik heb net gezegd dat het belangrijk is dat we de leefbaarheid in de gebieden kunnen borgen, zeker als het bijvoorbeeld om die mobiliteitsambitie gaat. Juist omdat we willen voorkomen dat we straks te veel per deelgebied binnen het CID naar de mobiliteit gaan kijken, heb ik mede dankzij collega Cammelbeeck de motie Mobiliteit randvoorwaarde voor kwaliteit in het CID, met als dictum: verzoekt het college als onderdeel van de voortgangsrapportage CID te rapporteren over de voortgang van de strategische uitgangspunten voor mobiliteit en de uitkomsten uit de netwerkstudie die relevant zijn voor het CID, hierbij te betrekken. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik zie de motie van de heer Ahraui. Ik twijfel. Er staan een aantal dingen in die niet mijn dingen zijn, maar als ik puur naar het dictum kijk, zie ik daar echt wel goede dingen in staan.
Maar vinden meneer Ahraui en de Partij van de Arbeid dat mobiliteit in het huidige Kwaliteitsplan goed geborgd is? Samir Ahraui (PvdA). Het grootste gedeelte van de mobiliteit gaan we de komende tijd natuurlijk nog met elkaar uitwerken. Daar zijn we nu nog niet. We vinden het wel belangrijk om daar de vinger aan de pols te kunnen houden, zeker wanneer we straks die verschillende gebieden gaan inrichten en we meer losse projecten terug gaan zien in de raad. Dat is eigenlijk ook de reden waarom we het met deze motie belangrijk vinden dat we op het punt van mobiliteit straks niet allerlei maatregelen nemen in gebied A terwijl een ander gebied daar bijvoorbeeld nog niet gereed voor is en dat de leefbaarheid, al is het maar in de ontwikkelfase, daardoor niet in het geding kan komen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik ben blij verrast dat de Partij van de Arbeid aandacht vraagt voor mobiliteit en daarmee voor bereikbaarheid, want ik denk dat dat een belangrijk aspect is. Mijn fractie vindt het alleen jammer dat dit onvoldoende naar voren komt in deze plannen. Daarom mijn amendement. Wat gaat meneer Ahraui op dat punt doen? Weet hij dat al? Samir Ahraui (PvdA). Ik heb in het interruptiedebatje met de heer Dubbelaar al een beetje geprobeerd om hem te ontfutselen wat het doel van zijn amendement is.
Ik moet zeggen dat ik daar nog op aan het broeden ben, net zoals u aan het broeden bent op de motie die ik zojuist heb ingediend. Ik heb daar nog geen antwoord op. Ik vind het belangrijk dat we met elkaar scherp zijn in hoe we deze ontwikkeling straks op een goede manier in het CID kunnen gaan uitwerken. Ik denk dat dat het allerbelangrijkst is: dat die buurten leefbaar blijven, maar dat we tegelijkertijd ook kunnen voldoen aan de ambities die we onder andere in de structuurvisie vastgesteld hebben. Heel veel zal straks moeten blijken uit de uitwerking.
43
De voorzitter. En je moet een broedende kip niet storen. Door de heer Ahraui wordt de volgende motie (G.2 PvdA) ingediend:
Motie G.2 PvdA Mobiliteit randvoorwaarden voor kwaliteit in het CID De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 februari 2024, ter bespreking van Kwaliteitsplan CID. Constaterende, dat: ▪ er grote ambities zijn gesteld voor het Central Innovation District (CID) vertaald in onder andere de structuurvisie CID (RIS307135) en nu in het voorliggende kwaliteitsplan; ▪ het voorliggende kwaliteitsplan spreekt van een centrummilieu waar verblijfskwaliteit centraal staat, en de voetganger op de eerste plaats; ▪ de door de raad vastgestelde structuurvisie stelt dat de mobiliteitstransitie met een verschuiving naar een vervoerwijzekeuze van 40% lopen, 25% fietsen, 20% OV en 15% auto, randvoorwaarde is om het CID te kunnen ontwikkelen; ▪ ook de planMER bij de structuurvisie uitwees dat de mobiliteitsstrategie bepalend is voor de ontwikkeling van het gebied; ▪ er strategische uitgangspunten voor mobiliteit zijn benoemd in de structuurvisie waaronder de opschaling van het OV.
Overwegende, dat: ▪ wanneer de mobiliteitstransitie randvoorwaarde is voor gebiedsontwikkeling, mobiliteitsaspecten vroeg én integraal in het ruimtelijk planproces moeten worden meegenomen; ▪ ook in de voortgangsrapportage van afgelopen jaar staat dat het CID is niet los te knippen is van de rest van de stad en mobiliteit ingrepen altijd in een groter verband bekeken moeten worden op hun effecten; ▪ het college voor dit jaar een netwerkstudie op stadsniveau heeft aangekondigd; ▪ het vervolg de ontwikkelingen in het CID nader worden uitgewerkt in deelgebieden, maar de mobiliteitstransitie vraagt om oplossingen op stadsniveau. Verzoekt het college: ▪ als onderdeel van de voortgangsrapportage CID te rapporteren over de voortgang van de strategische uitgangspunten voor mobiliteit; ▪ uitkomsten uit de netwerkstudie die relevant zijn voor het CID hierbij te betrekken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. In het begin komt men met: het is allemaal te vaag en er staat allemaal taal in die alleen ontwikkelaars begrijpen. Daarom staat dat woordenboekje erbij. Daarmee kunt u zich allemaal tijdens de voorjaarsvakantie nog eens extra inlezen, maar laten we wel zijn: we schrijven daarin niet in het Spaans. Er zit natuurlijk een bepaald detailniveau in.
Dat is van de Structuurvisie CDI en loopt via dit Kwaliteitsplan langzaam naar alle uitwerkingsplannen per deelgebied. Daarmee wordt het steeds concreter. Dit legt de daadwerkelijke kwaliteiten neer die we in dit gebied zien. Daar hebben we in de commissie uitgebreid over gesproken. Daar zal ik nu dus overheen gaan en ik ga de vragen, moties en amendementen behandelen. Voor zo'n heel groot stuk, waar mobiliteit een deel van uitmaakt, ging het wel heel veel over mobiliteit. Maar goed, dat staat hoog op uw lijst. Daar kunnen we dus vol op ingaan. De heer Ahraui en trouwens ook mevrouw Gerritsen hadden natuurlijk een goed punt: in de structuurvisie staat precies beschreven hoe we met die mobiliteit omgaan. Vervolgens gaat het naar de kwaliteit en straks naar het buitenruimteplan en dergelijke. Voor bepaalde maatregelen die je neemt - een versmalling van een 44
bepaalde weg, een omlegging, een rijrichting - moet je een verkeersbesluit nemen. Vervolgens moet je uitzoeken welk effect dat specifieke besluit heeft op de wegen eromheen. Om dat in beeld te krijgen zijn we twee dingen aan het doen: de brede netwerkstudie voor heel de stad - dat is eigenlijk wat de visie op de automobiliteit zal zijn: er wordt gewoon echt gekeken hoe het hele netwerk van Den Haag en de omliggende gemeentes in elkaar grijpt, zodat je echt weet waarop we moeten gaan handelen - en de netwerkstudie voor het CID-Binckhorst, die zoals gezegd na de zomer naar u toe komt. Daar staan de effecten in die wij verwachten van de plannen die we nu aan het maken zijn, zodat we kunnen zien welke maatregelen we kunnen nemen zodat de rest van de stad daar niet vol mee loopt en zodat de bereikbaarheid van de stad daar niet onder lijdt. Dat is de onderlaag die we daarin hebben. Die komt daar dus op. Dan nog wat vragen. Is de Rotterdamsebaan voor de ontsluiting van het CID? Die is deels ook voor de ontsluiting van het centrum aangelegd, maar ligt midden in het CID. Daar zal die dus zeker wat voor doen. In deel C staat de Haagse Nota Mobiliteit 2011. Dat is een van de stukken die verdwijnen bij het maken van de omgevingsvisie, waarin de mobiliteit natuurlijk ook wordt beschreven. De nota wordt daarin vervangen.
Waarom staat het Masterplan Bereikbaarheid, met de Haagse tram over de Binckhorst, er niet bij? Ik geef de heer Dubbelaar gelijk: dat had in de veegronde, in de tweede ronde, meegenomen kunnen. Dat is net niet goed genoeg bekeken, maar u heeft daar wel een punt. Laten we hier dus op camera zeggen dat dat daarbij had gekund, maar het is ook geen drama dat het er niet bij staat, want het is natuurlijk al wel staand beleid. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het is fijn dat de wethouder dit zegt. Ik tackel dit probleem gelijk. Vandaar mijn amendement. Daarmee is het probleem compleet verholpen, want dan wordt het gewoon in het besluit meegenomen. Wethouder Van Asten (D66). Ik kom zo op de amendementen. De VVD gaf complimenten voor het spreadsheetdenken. Daar moest ik wat langer over denken. De complimenten waren gericht tégen het spreadsheetdenken. We zijn het spreadsheetdenken voorbij; zo pakte ik die complimenten op. Dat is zeker de bedoeling. Het moet concreet worden; we moeten iets toetsbaars hebben voor de plannen die komen. Hoe hou ik rekening met de leesbaarheid? Hoe concreter het wordt, hoe duidelijker het zal zijn. Binnenkort komen we voor het CS en voor Laakhavens met de plannen voor bijvoorbeeld de beeldkwaliteit.
Dan wordt het heel erg concreet: wat verwachten we hier, hoe zien we dat en hoe moeten die straten gaan lopen? Dat zal steeds concreter worden en daarmee ook steeds leesbaarder, want dan kan je het je voorstellen: ik sta nu in deze straat en dit zou ik om me heen moeten zien. Als u nog enig abstractieniveau heeft, doe ik eigenlijk een beroep op uw inlevingsvermogen, uw fantasie en uw creativiteit. Dat zijn allemaal kwaliteiten waardoor u uiteindelijk raadslid bent geworden. GroenLinks stelde de specifieke vraag of er ruimte is voor een buurthuis of ontmoetingscentrum in de Rivierenbuurt. Niet per se vanuit het CID. We zijn wel aan het denken of er een ruimte is die je zou kunnen gebruiken voor plannen voor het CID, maar terwijl de Binckhorst één wijk is en het dus heel makkelijk is om daar in een kantoorruimte een tijdelijk centrum op te richten, is de vraag waar je dat in het CID zou kunnen leggen. In de Rivierenbuurt, in Bezuidenhout-West of in Laakhavens? Dat maakt het heel moeilijk. Ik wil per deelgebied goed die communicatie houden, dus niet op één groot CID-niveau, zodat er altijd ruimte voor mensen is om dat contact te zoeken. Rutger de Ridder (VVD).
We hebben afgesproken dat dit Kwaliteitsplan het toetsingskader is voor mogelijke Welstand totdat er beeldkwaliteitsplannen zijn die verder verfijnd zijn, maar hoe zorgen we ervoor dat dit ook voor Welstand of initiatiefnemers duidelijk is? Wethouder Van Asten (D66). Ik ga een beetje parafraseren, maar mevrouw Vos zei zoiets als dat ze blij is dat zij de taal van de ontwikkelaars niet spreekt op die wijze. Ik wil niet zeggen dat dit per se de taal van de ontwikkelaars is, maar dit zijn natuurlijk wel de stukken die men daarin heel goed begrijpt. Dat geldt ook voor de Welstand; die ziet wel wat dit soort documenten inhouden en die weet wat het betekent als we op het punt van de kwaliteit lange lijnen hebben. We hebben het in de commissie 45
daarover gehad: lange lijnen moeten de gebieden gaan verbinden. Hoe verbind je dit gebied op z'n Haags? Met een duidelijk pleinmoment ertussen dat die lange lijnen onderbreekt. Daarmee is dit een taalgebruik dat prima functioneert, juist voor de Welstand. Isabel Bos (GroenLinks). Dank voor het antwoord op mijn vragen over de ontmoetingsplekken. Ik begrijp het: zoeken naar één plek is lastig als het gaat om heel veel wijken. Maar al die wijken hebben ook aparte vragen en aparte behoeften en wij leggen als gemeente ook een andere vraag bij hen neer. De Rivierenbuurt is echt een plek waar we de komende paar jaren misschien nog niet per se iets doen, maar wel heel erg langs de randen ervan, waardoor bewoners toch wat onrustig kunnen worden en de behoefte hebben om samen te komen en een visie op te stellen, zodat ze bij hun gesprekken met de gemeente hun ideeën beter kunnen delen met de gemeente, omdat die dan gedragen worden door meer mensen uit de buurt. Voor die participatie is het echt van belang dat mensen elkaar kunnen vinden en dat verschillende stemmen elkaar weten te vinden in de wijk.
Dat kan je doen door een inloopmomentje op een plek waar ze nu al zitten, maar ze hebben echt behoefte aan langduriger op dezelfde plek zijn, zodat mensen die plek weten te vinden en als wijk kunnen emanciperen - dat is misschien een vervelend woord - en hoorbaar kunnen worden richting de gemeente. Is de wethouder dat met mij eens? Wethouder Van Asten (D66). Dat was wel een hele lange lijn om het ermee eens te zijn; dan denk ik bijna dat het een trucje is. Uiteraard kan ik me indenken dat het fijn is om op regelmatige basis te spreken over de toekomst van je eigen buurt. Dat willen we dus zo veel mogelijk accommoderen, maar als u nu vraagt of er vanuit het CID in elke wijk een buurthuis kan komen - want daar hebben we het toch echt over - dat ook nog eens bemand is met mensen van de gemeente die continu in gesprek gaan over die toekomst, is mijn antwoord dat dat financieel gewoon echt niet in de middelen zit. We zullen dus echt gebruik moeten maken van de bestaande infrastructuur en we zullen die mensen met een heel goed participatietraject vaak tegemoetkomen op een goede manier die past bij elk deelgebied van het CID. Die zal in het Bezuidenhout waarschijnlijk net iets anders zijn dan in Bezuidenhout-West, de Rivierenbuurt of de Laakhavens. Ik ben nu bij de amendementen en de moties. Het eerste amendement is van de heer De Ridder van de VVD.
Dat is het amendement Doorstroming en kwaliteit voor het CID. Dit dictumpunt vraagt dus eigenlijk om alles te maken wat we nu al aan het doen zijn met de netwerkstudie van het CIDBinckhorst. Dat komt eraan. Dat is het overkoepelende document dat we daar zullen hebben. Daar wordt hard aan gewerkt. Dat ligt er en dat wordt eigenlijk bij elk verkeersbesluit getoetst. Daarmee hoeft dat dus niet opgenomen te worden in een kwaliteitsdocument van het CID. Daarmee vinden we het amendement hier niet op zijn plaats. Het is niet zo dat het geen sympathiek verhaal is, want het is belangrijk, maar we hebben dat al onder schot met het maken van die netwerkstudie voor het CIDBinckhorst. Hinke de Groot (CDA). Allereerst is het goed om te horen dat de wethouder zegt dat het amendement sympathiek is, want het is inderdaad belangrijk om die neveneffecten voor het autoverkeer mee te nemen, maar ik heb toch een vraag. We bespreken hier heel vaak voorstellen, bijvoorbeeld bij woningbouwprojecten, over de voorzieningen die nog nader ingevuld worden. Nu hebben we een voorstel en er ligt nu een amendement om dat ook in dit plan alvast te noemen. Waarom kan het wél bij woningbouwprojecten met plannen die nog komen, maar niet hier met dit amendement? Wethouder Van Asten (D66). Ik zit heel goed te denken. Ik noem de laatste casus die we hadden, over SoZa.
Toevallig vroeg mevrouw De Groot daarbij of er inzichtelijk kon worden gemaakt hoe het zit met de voorzieningen die we in de toekomst nodig hebben. Dan is de rekensom die je gaat maken natuurlijk hoeveel mensen daar komen te wonen en in welke straal ze een huisartsenpost of een school nodig hebben. Hoe zit het met de mobiliteit? U heeft gezien dat bij dat plan van SoZa ook een mobiliteitsstudie zat waarin wordt bekeken hoeveel druk het wegennet daar aankan en of er maatregelen nodig zijn. Dat zat dus ook al in dat plan. Daar wordt dus continu rekening mee gehouden, want anders mag je dat plan niet indienen. Bij alle onderzoeken die je erbij moet doen, wordt die mobiliteit altijd gecheckt, onder andere in een MER. Als je dat in een groter gebied doet, is dat echt een kwestie van een netwerk, want we kunnen niet zeggen: bij SoZa gaat het net en als we 46
200 meter verder een toren bouwen, gaat het daar ook net, maar samen zou dat niet gaan. Vandaar dat we die netwerkstudie gewoon nodig hebben. Die zijn we nu volop aan het maken. Die komt eraan. Daarmee zou ik dit niet opnemen in het Kwaliteitsplan, want dat gaat juist weer over hele andere zaken. Hinke de Groot (CDA). Dat begrijp ik deels, maar in dit Kwaliteitsplan wordt gezegd dat we meer gaan lopen en fietsen en dat we de auto wat minder gaan gebruiken, maar nog wel gaan gebruiken. Dan is het toch goed om vanaf het begin ook rekening te houden met de effecten daarvan? Ik begrijp dat die effecten nog terugkomen in die netwerkstrategie, maar dan kunnen we dit toch ook al hier alvast noemen, net zoals we dat doen bij andere plannen, bijvoorbeeld woonplannen? Wethouder Van Asten (D66). Je legt hiermee niet iets vast wat er anders al niet zal zijn. Het is een basisvoorwaarde om te zorgen dat de stad niet vol staat. Je mag simpelweg geen plannen doorvoeren die vervolgens zouden leiden tot ellenlange files. Daarmee zit het dus echt al in het beleid. We gaan dat, juist voor het geheel van het CID, nog eens inzichtelijk maken in die aparte studie om te laten zien wat de samenhang is tussen al die projecten, welke maatregelen dan nodig zijn en waarom dat kan in deze stad. Rutger de Ridder (VVD).
Laat ik maar heel eerlijk zijn: ik heb er altijd een beetje moeite mee dat er, als wij bezig zijn met veranderingen in de stad, vaak geen investering bij zit voor hoe we dat dan gaan oplossen. Als die netwerkstrategie ook komt met geld dat we daarvoor nodig hebben en hoe we dat dan gaan doen en als we dat ook echt aan elkaar koppelen … Ik zie echter vaak dat er bijvoorbeeld een versmalling van een straat komt, dat dat allemaal net kan en dat er dan wordt gedacht: nou, dat is allemaal wel goed. Daar ben ik een beetje bang voor. Wethouder Van Asten (D66). Er zijn een aantal dingen die ik daarover moet zeggen. U ziet dat er in het Kwaliteitsplan vergezichten zijn; die zijn ook een onderdeel geweest van de discussie in de commissie en net ook hier in de raad. Die vergezichten horen bij een gebiedsontwikkeling van meer dan twintig jaar. Hebben we dat geld nu al in de pocket om het te kunnen betalen? Nee, daar zullen we aan moeten werken. Maar goed, de woningen staan er ook nog niet vanaf dag 1. Samen met het Rijk werken we bijvoorbeeld heel hard aan de Wbi-subsidies. We hebben voor heel veel projecten in de stad een Wbi-subsidie gekregen. Die Wbi-subsidie gaat niet naar het pand zelf, maar juist naar de inrichting van de openbare ruimte en de mobiliteitsmaatregelen. In de afgelopen jaren zijn er met regelmaat berichten gekomen dat wij weer € 75 mln.
hebben gekregen voor mobiliteitsopgaven in het CID. We kunnen straks dus laten zien voor welke ingrepen die we nodig hebben, het geld al van het Rijk is binnengekomen. Ik denk dat bij mobiliteit misschien het duidelijkst is waar het geld vandaan moet komen. De voorzitter. U kunt uw betoog voortzetten, want ze accepteren uw antwoord. Wethouder Van Asten (D66). Er wordt in ieder geval nog goed over nagedacht. Maar goed, dat is ook de bedoeling van het debat. Ik ben bij het amendement Haagse visie op automobiliteit. Daarin staat: 'De Haagse visie op automobiliteit zal hiervoor vastgesteld moeten worden.' Ik herhaal eigenlijk wat ik zojuist zei bij het amendement van de heer De Ridder. We zijn vanuit de Structuurvisie CID al gekomen met de rol die wij het verkeer willen geven, hoe de bereikbaarheid rondom het CID geregeld moet worden en hoe we vervolgens op mobiliteitsgebied aan de slag gaan met het CID-Binckhorst. Dat zit daar dus ook al in. Ik geef dus dezelfde kwalificatie als aan het amendement van de heer De Ridder: het amendement is zeker sympathiek, want het is belangrijk om erover na te denken, maar het wordt al geregeld. Daarmee zijn beide amendementen niet op hun plaats in dit stuk én zijn ze overbodig. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). U begrijpt dat ik dat niet met de wethouder eens ben.
Sterker nog, ik vind gewoon dat de wethouder dit zou moeten omarmen, want het is gewoon aangenomen beleid. Er is door de raad een motie aangenomen waarmee de raad hiertoe oproept. Iedere keer gaat die trein een stukje verder. Dat was zo op het moment van het vaststellen van de Strategie 47
Mobiliteitstransitie in januari 2022. Toen deed de VVD een heel goed voorstel. Dat voorstel haalde het. Collega Meinesz bracht dit het volgende jaar weer naar voren bij het Masterplan Bereikbaarheid over de Binckhorst. Nu gaan we weer een stationnetje verder. Iedere keer schuift het door en schuift het door. Ik vind dat het college dit gewoon zou moeten omarmen, omdat de raad dit gewoon wil. Wethouder Van Asten (D66). De heer Dubbelaar begon eigenlijk met het antwoord: het is al beleid. Ik heb net uitgelegd dat we werken aan de netwerkstrategie voor Den Haag en de regio, voor de totale bereikbaarheid. Daar staat de auto dus prominent in. Daarnaast werken we specifiek voor het CID óók nog aan een bereikbaarheidsplan om te zien welke maatregelen genomen moeten worden om de ambities die we hebben in alle bouwplannen, ook echt mogelijk te kunnen maken. Die zijn dus inzichtelijk zodra u de beslissingen over bepaalde bouwplannen zal moeten nemen. Dan is dus duidelijk welk effect die maatregelen hebben. Met andere woorden, ze zijn in dit stadhuis nu volop bezig met wat u vraagt. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat is geweldig. Daarom mijn amendement. Dat is gewoon een inkoppertje. Het is bijna een cadeautje voor de wethouder om dat dan in het stuk mee te nemen, want nu staat er alleen oude, achterhaalde informatie in het stuk. Kijk maar op pagina 37. Wethouder Van Asten (D66).