RIS318238 Bijlage 1 Rapportage toekomstverkenning Scheveningen haven
Tekst van het document
Naast de morfologische impact op de kust, moge het bovendien duidelijk zijn dat het “ombouwen” van de huidige buitenhaven een zeer serieuze investering vraagt. Binnen de bestaande buitenhaven is orde 30 ha bruto haventerrein beschikbaar te maken. Aangezien er reeds havendammen liggen, zullen de aanlegkosten van zo’n haventerrein lager liggen dan de totale kosten van 1 miniMaasvlakte zoals voorgesteld onder optie a. Echter, er zijn tevens kosten verbonden aan het realiseren van de nieuwe ‘buitenhaven’. Bij elkaar zullen de aanlegkosten voor het ombouwen van de bestaande buitenhaven en het toevoegen van een nieuwe “buitenhaven” op dieper water zeer zeker de kosten van 1 mini-Maasvlakte (orde half miljard Euro) benaderen. Dit valt te verklaren uit het feit dat de besparing vanwege de reeds aanwezige (maar wel te lage) havendammen, teniet wordt gedaan door de relatief hoge kosten van de nieuwe havendammen die op dieper water liggen.
1.4.4 Haalbaarheid uitbreiding naar zee
De kostenconsequenties die verband houden met de korte en lange termijn effecten op de Zuid-Hollandse kust zijn momenteel niet goed in te schatten. Tenslotte moet erop gewezen worden dat de bouw van optie b lastig valt te combineren met een ongestoord (nautisch) gebruik van de Scheveningse (binnen-)haven. Met een slimme maar tijdrovende en kostbare logistieke aanpak en het juiste bouwmaterieel is dit veilig op te lossen. Vanuit waterbouwkundig en technisch opzicht is een zeewaartse havenuitbreiding mogelijk. De aanlegkosten zijn echter zeer hoog; rekening houdend met alle benodigde compenserende maatregelen moet zeker worden gerekend op een investeringsniveau van boven een half miljard Euro (prijspeil 2022), voor nog geen 40 ha. bruto haventerrein. Resumerend: Optie a is de meest verantwoorde aanpak als het gaat om de mogelijke korte en lange termijn kustmorfologische effecten. Deze optie levert ook meer hanteerbaar en beter planbaar haventerrein op. Echter, de negatieve impact op de lokale kust-ecologie, bestaande recreatie en de huidige stedelijke interactie met het strand is uitermate groot!
Optie b is de meest verantwoorde aanpak als het gaat om het minimaliseren en vermijden van de ecologische en recreatieve impact op de lokale kust- en strandgebieden rond de Scheveningse haven. Het maximaal te ontwikkelen bruto haventerrein is orde 20% kleiner dan bij optie a. Ook de bouwhinder voor de in gebruik blijvende bestaande haven is veel groter dan bij optie a. Tenslotte wordt ingeschat dat het doorschuiven van de buitenhaven naar dieper water in het geval van optie b een niet verwaarloosbaar morfologisch effect kan hebben op het dynamische gedrag van de Zuid Hollandse kust. Ingeschat wordt dat met de juiste mitigerende maatregelen de veiligheid van de Nederlandse kust niet in het geding is. Conclusie: Een zeewaartse uitbreiding van de haven (een optie voor scenario 2 uit het havenconvenant) wordt momenteel niet als een technisch verantwoorde, duurzame en betaalbare optie gezien.
© Joep Cox (unsplash)
1.4.5 Conclusie
In het Havenconvenant zijn drie scenario’s benoemd: • Scenario nul: geen uitbreiding en handhaven status-quo. Huidige bedrijfsruimten en kades blijven gewaarborgd voor bedrijfsmatige en haven gerelateerde activiteiten. • Scenario één: optimalisatie binnen bestaand havenareaal, door optimalisering en aan-passingswerken, uitgaande van het huidige bestemmingsplan rondom de haven inclusief de daarbij horende geluidscontouren. • Scenario twee: een zeewaartse uitbreiding van de Scheveningen haven met buitengaatse aanleg van nieuwe kades en vestigingsruimte voor bedrijven. Op basis van de analyse qua ruimte- en kadegebruik wordt het volgende gesteld: • Er is sprake van economische groeidynamiek in de haven. Dit leidt tot behoefte aan bedrijfsruimte en kaderuimte vanuit vooral offshore, innovatieve maritieme bedrijvigheid en recreatief/toeristisch havengebruik. Een indicatieve behoefteraming laat zien dat de ruimtebehoefte ruwweg 1,0 tot 2,5 ha bedraagt. • Scenario nul: de geraamde indicatieve ruimtebehoefte is kwantitatief niet in te passen in het huidige areaal. Groei van offshore, innovatieve maritieme bedrijvigheid en toeristisch recreatief havengebruik vraagt bovendien om aanvullende kaderuimte die er niet is in de haven. Kortom, scenario nul is geen wenselijk scenario.
• Scenario twee: op basis van de beschouwing van twee buitengaatse uitbreidingsopties wordt een zeewaartse uitbreiding van de haven momenteel niet als een technisch verantwoorde, duurzame en betaalbare optie gezien. Dit betekent dat scenario twee niet als haalbare optie wordt gezien. Conclusie: vanuit ruimtelijk perspectief is scenario één het meest haalbare scenario voor de Scheveningen haven.
Hoofdstuk 1.5 Analyse randvoorwaarden
Een economische vitale, maar ook duurzame en leefbare haven, bestaat uit bedrijfsleven dat actief is binnen de grenzen of in harmonie met de randvoorwaarden bereikbaarheid, leefbaarheid, natuur&milieu en klimaat&water. Daarom wordt bij de uitwerking van de toekomstscenario’s ook gekeken wat het effect van de ruimtelijk-economische toekomstscenario’s zijn op de randvoorwaarden. Om dit goed te doen is het van belang om grip te krijgen op de huidige situatie in termen van randvoorwaarde. Conform het denkkader wordt daarbij gekeken naar: • Bereikbaarheid – hiervoor wordt onderzocht hoe de haven ontsloten is, waar knelpunten zijn en hoe deze knelpunten opgelost kunnen worden. • Leefbaarheid – net zoals bij de bereikbaarheid, wordt bij leefbaarheid vooral gekeken naar welke knelpunten zich gevormd hebben en hoe deze knelpunten opgelost worden. Deze knelpunten zijn reeds opgesomd in de analyse van knelpunten en kansen per havenbekken (hoofdstuk 1.4) en komen daarom deze paragraaf niet meer aan bod. • Natuur en milieu – deze randvoorwaarde valt uiteen in de onderdelen stikstofdepositie, luchtkwaliteit, geluid en geur. • Water en klimaat – Scheveningen haven is een buitengaats gebied, wat resulteert in het feit dat er geen wettelijke kaders zijn voor waterveiligheid. Water en klimaat zijn echter wel een randvoorwaarden voor een veilige en toekomstbestendige haven.
Door de aanleg van een waterkering kan deze veiligheid en toekomstbestendigheid aanzienlijk vergroot worden. Deze kering heeft invloed op het havensysteem en mag geen belemmering vormen voor bepaalde functies, zoals de reddingsboot van de KNRM, die te allen tijde snel in- en uit moeten kunnen varen.
‘Het Havensysteem’
Ruimte en Economie
Havensysteem Randvoorwaarden
1.5.1 Bereikbaarheid
De gemeentelijke Verkeersvisie beschrijft de gewenste integrale verkeerssituatie in Scheveningen tot en met 2025, met aandacht voor de leefbaarheid en verblijfskwaliteit binnen dit Stadsdeel. Specifiek voor Scheveningen haven is in de Verkeersvisie opgenomen dat vrachtverkeer van en naar de Haven moet worden afgewikkeld via de voorkeurroute; dat is de route via de Noordwestelijke Hoofdroute, Houtrustweg en de Westduinweg. Uitgangspunt (zo ook bij de plannen voor het Noordelijk Havenhoofd) voor betere doorstroming is het zoveel mogelijk scheiden van autoverkeer en langzaam verkeer en van personenautoverkeer en vrachtverkeer.
4.
De figuur hiernaast geeft de inventarisatie van huidige knelpunten ten aanzien van bereikbaarheid in Scheveningen haven weer:
5.
1. Kruispunt Treilerdwarsweg-Vissershavenweg. Congestie voor met name recreatief verkeer (zeker in zomermaanden) en vrachtverkeer naar Vissershavenweg.
2.
3.
1.
2. Kruispunt Vissershavenweg en Visafslagweg. Recreatieverkeer van/naar Strandweg en Visafslagweg en vrachtverkeer Visafslagweg. 3. Adriaan Maasplein. Mix van recreatief verkeer en havenverkeer.
6.
4. Houtrustweg (nabij RWS). Vrachtverkeer RWS in relatie met parkeren strandgasten
5. Hellingweg. Bereikbaarheid vrachtwagens Boeg (draaicirkels ontoereikend) 6. Duindorpdam/Houtrustweg. Zeer drukke en onoverzichtelijke kruising bemoeilijkt verkeersafwikkeling Betaald parkeren is in Scheveningen haven doorgevoerd, ook voor personeel van bedrijven (zoals rondom de tweede haven). Het aantal parkeerplaatsen is ontoereikend voor bezoekers van de jachthaven (deels veroorzaakt door het invoeren van langsparkeren aan de Hellingweg), voor sportvissers en voor deelnemers aan zeilwedstrijden van het topzeilcentrum (auto’s met boottrailers).
Conclusie: de groeiperspectieven van speerpuntsectoren zetten de toch al kwetsbare bereikbaarheid van Scheveningen haven verder onder druk. Groei/doorontwikking van de haven kan niet plaatsvinden zonder impuls ten aanzien van bereikbaarheid.
Sector
Betekenis groei in relatie tot bereikbaarheid
Visserij
Geen groei verwacht dus geen extra vraag naar infrastructuur en parkeerruimte.
Offshore
Groei van offshore betekent dat bemanning voor schepen en gespecialiseerd personeel naar Scheveningen komt om naar de platforms/schepen op zee gebracht te worden. Dit vereist een goede bereikbaarheid en parkeermogelijkheden.
Innovatieve, maritieme bedrijvigheid
Innovatieve, maritieme bedrijvigheid zal voor personeel en (zakelijk) bezoekers behoefte hebben aan parkeerruimte en bereikbaarheid voor auto’s maar ook het openbaar vervoer.
Recreatief-toeristisch havengebruik
Recreatief/toeristisch havengebruik legt een groot beslag op infrastructuur en parkeerruimte, vooral op piekmomenten tijdens evenementen, zomerse/zonnige dagen en weekenden.
1.5.2 Natuur en milieu
Bestemmingsplan Het gehele plangebied ligt binnen het bestemmingsplan Scheveningen Haven. Dit plan is op 28 november 2013 vastgesteld, en na een uitspraak door Raad van State op 22 januari 2015 gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt mogelijk om het projectdocument en het stedenbouwkundig plan Scheveningen Haven uit te voeren. De ambities voor Scheveningen-Haven zijn hoog: het wordt een gebied dat het hele jaar door aan bewoners en bezoekers interessante mogelijkheden biedt voor verblijf en vermaak. De bijzondere kwaliteiten die de haven onderscheidt van andere gebieden aan de kust, bieden volop mogelijkheden om een onderscheidend profiel te realiseren met een prettig woon- en verblijfsklimaat. De aan het water gebonden functies zijn de dragers en de sfeermakers in het gebied. Dit geldt vooral voor de visserijsector en de strand- en zeilsporten. In aanvulling daarop is er een ambitieus programma vastgesteld voor vrijetijdsbesteding, met hotels, horeca, winkels en overige publieksaantrekkende functies. Bezoekers worden straks aangetrokken door de beleving van de haven gecombineerd met gebruik van één van de horecagelegenheden, een bezoek aan een winkel en het proeven aan cultuur. Een aantrekkelijk woonmilieu en aantrekkelijke publieksfuncties zullen het draagvlak vormen voor de voorzieningen en leiden tot levendigheid in alle seizoenen.
Bestemmingsplan Scheveningen Haven
Het bestemmingsplan is onder meer een vertaling van Masterplan Scheveningen Kust (2010). Dit plan betreft niet alleen Scheveningen Haven, maar ook de ontwikkeling van Scheveningen-Bad, en -Dorp en de versterking van de onderlinge relaties tussen deze gebieden, zoals te zien is op de figuur rechts. De gemeenteraad heeft in dit Masterplan definitief gekozen voor het handhaven en versterken van de visserijsector op het Noordelijk Havenhoofd en de herontwikkeling van het Norfolkgebied tot een stedelijk gebied waarbij wonen, werken en recreëren op hoog niveau centraal staan. Veranderde omstandigheden en signaleringen vanuit bewoners, bedrijven en de politiek hebben uiteindelijk geleid tot aanpassing van de plannen. Een aantal van de aanpassingen is het openhouden van de derde haven, een lager aantal woningen en minder m2 commercieel programma. In 2012 heeft de gemeente met de visserijsector een intentieovereenkomst gesloten om het gebiedsconcept Scheveningen Haven (met versterking van de sector op het Noordelijk Havenhoofd, verder uit te werken. Resumerend: de kern van het bestemmingsplan is: 1. visserij behouden in de eerste haven; 2. publieksfuncties toevoegen in de andere gebieden.
Masterplan Scheveningen Kust
1.5.2 Natuur en milieu
Geluid De aanwezigheid van een inrichting die geluidhinder kan veroorzaken (wet Geluidhinder) was tijdens de vaststelling van het bestemmingsplan niet uitgesloten. Om deze reden zijn de grenzen van het industrieterrein (zie rode lijnen) en is er een bijbehorende geluidzone (zie blauwe lijn) vastgesteld.
De geluidzone ter plaatse van de derde haven is aangepast om de woningbouw op het voormalig Norfolkterrein mogelijk te maken. Hierdoor is vooral het gezoneerd industrieterrein in grootte afgenomen, met name in het westen van de haven (tussen de tweede en de derde haven in). Walstroom is gerealiseerd voor kleinere en grotere schepen langs de kade. Dit heeft geresulteerd in een lagere geluidbelasting op de omgeving. Onderstaand is het geluidniveau weergegeven (bron: Akoestisch onderzoek, industrielawaai MER en bestemmingsplan, Oranjewoud). Conclusie • Industrie mag in basis alleen rond de eerste haven (en een deel tweede haven). • Rondom voormalig Norforkterrein mag slechts beperkte bedrijvigheid in een gebied met toch al een (te) hoog geluidniveau. • Bedrijvigheid aan de Dr. Lelykade behoeft aandacht, daar deze buiten de grens van het gezoneerde industrieterrein valt
Alle bedrijven die binnen de (rode) grens van het industrieterrein liggen mogen gezamenlijk tot op de (blauwe) grens een bepaalde geluidbelasting veroorzaken. Het gaat hierbij om geluiden bijvoorbeeld afkomstig van stilliggende schepen, activiteiten op de kade en installaties van binnen en op gebouwen. Door de komst van nieuwe woningen, zou de ontwikkelruimte van een aantal bedrijven op het terrein mogelijk beperkt worden. Om deze reden zijn ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan, eveneens maatwerkvoorschriften opgesteld. Binnen deze voorschriften is voor de meeste bedrijven een uitbreidingsruimte van 3 dB(A) opgenomen. Voor een aantal bedrijven, dat dichter bij bestaande woningen was gelegen, zijn uitbreidingsruimten van 2 of 1 dB(A) opgenomen. De geluidzone industrie (blauwe lijn) ligt om het gezoneerd industrieterrein (rode lijn) heen. Hierbinnen gelden voor bestaande en nieuwe geluidgevoelige bestemmingen specifieke voorschriften met betrekking tot het geluid afkomstig van het industrieterrein. Het is mogelijk om onder voorwaarden voor geluidgevoelige functies ontheffing van de Wet geluidhinder voor industrielawaai te verlenen. Dat wil zeggen dat bij die functies een bepaalde mate van overlast moet worden geaccepteerd.
Geluidscontouren geluidsbelasting industrielawaai met walstroom
1.5.2 Natuur en milieu
Luchtkwaliteit Ter ondersteuning van het vigerende bestemmingsplan is ten tijde van het opstellen van dit plan een PlanMER opgesteld. Onderdeel van dit MER is de luchtkwaliteit, dat is beoordeeld op de aspecten fijn stof, stikstofdioxide en geur. In de analyse wordt onder meer gebruik gemaakt van de resultaten van het MER. Fijnstof (PM10) Een van de belangrijkste bronnen van fijnstof is (auto)verkeer. Uit de uitlaten van mobiele voertuigen komt veel fijnstof, roet en stikstof. Vooral dieselwagens stoten veel fijnstof uit. Zoals op onderstaande kaart te zien is, is het fijnstofgehalte binnen het gehele plangebied onder de 30 µg PM10/m3 bedraagt (december 2021). Daarom wordt het fijnstofgehalte als ‘goed’ bestempeld. Uit eerdere metingen (2017) is eveneens gebleken dat het fijnstofgehalte binnen de normen blijft, zoals te zien is op de twee kaart.
Ondanks alle (vracht)verkeer dat nu plaatsvindt is het fijnstofgehalte binnen de gestelde normen. In de toekomstscenario’s zou het verkeer, door bijvoorbeeld
meer toeristen die de stadshaven met de auto bezoeken of door bijvoorbeeld meer vrachtverkeer vanuit de visserijcluster, kunnen toenemen. Verwacht wordt dat het fijnstofgehalte in dat geval daarom eveneens toeneemt, maar binnen de gestelde normen blijft. Geur Scheveningen haven is van oudsher een gebied waar geur een belangrijk element vormt. Het gaat hierbij zeelucht, geuren afkomstig van de schepen en geuren afkomstig van de bedrijvigheid en activiteiten van de visserij. Dit laatste vindt vooral plaats in de eerste haven. In het havengebied is ook een aantal visrokerijen gevestigd. Deze rokerijen verdienen vanwege hun specifieke geuremissie speciale aandacht. In de huidige situatie leiden deze rokerijen niet tot nauwelijks tot geurhinder, mede doordat er vanwege de ontwikkeling van de nieuwe woningen ervoor is besloten een visrokerij vanuit de tweede haven te verplaatsen naar het Noordelijk havenhoofd. De huidige woningontwikkeling vinden plaats tussen de derde haven en de tweede haven. Door de afstand van de woningen ten opzichte van activiteiten die mogelijk geurhinder veroorzaken en door de gunstige ligging van de locatie ten aanzien van de meest heersende windrichting (zuid/zuid-west), is er in de huidige situatie vrijwel geen sprake van geurhinder.
De woningen liggen daarnaast ook buiten de geurcontour van AWZI Houtrust, een afvalzuiveringsinstallatie met specifieke geuremissies.
Conclusie: vanuit luchtkwaliteit (fijnstof en geur) is er ‘ruimte’ voor groei/doorontwikkeling van de Scheveningen haven.
1.5.2 Natuur en milieu
Externe Veiligheid In het kader van externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart komt naar voren dat er twee risicobronnen (twee inrichtingen) aanwezig zijn aan de Vissershavenweg. Beide inrichtingen maken gebruik van NH3 Ammoniak voor koelingen. Ammoniak is een kleurloos en giftig gas, en blootstelling hieraan kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Het gaat hier om categoriale inrichtingen met vaste veiligheidsafstanden. Deze afstanden liggen binnen het perceel van de inrichtingen zelf en hebben dus geen externe werking. Verder zijn er in de haven geen risicobronnen in het kader van externe veiligheid aanwezig. Conclusie: in het kader van externe veiligheid zijn er twee inrichtingen die gebruik maken van NH3, Ammoniak. Deze bronnen vormen geen risico buiten het perceeloppervlak van de inrichtingen zelf.
1.5.2 Natuur en milieu
Natuur Stikstofdioxide (NO2) De hoogste jaargemiddelde concentratie NO2 in 2013 is berekend op meerdere locaties in het plangebied. Voor het MER zijn alle beoordelingspunten gehanteerd die langs wegen in en (direct) rond het plangebied liggen en waar woningen langs wegen staan (zie afbeelding hieronder). In 2013 bedroeg de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentraties NO2 60 µg/m3. In 2015 is de grenswaarde aangepast in NO2 40 µg/m3. De concentraties voldoen aan de grenswaarden van beide jaren. In het MER is niet alleen naar de huidige situatie gekeken, maar zijn er ook berekende concentraties voor de toekomstige autonome situatie (2023) deze concentraties. De resultaten hiervan zijn in de tweede figuur opgenomen. Hieruit valt op te maken dat verwacht wordt dat de NO2 concentraties in periode 2013-2023 sterk zullen afnemen. In deze toekomstverkenning nemen we deze gegevens als basis voor de schets van de huidige situatie van de haven. De hoogste jaargemiddelde concentratie NO2 gemeten in 2013
Natura 2000 Het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal, ter grootte van 246 hectare, grenst direct ten westen van de Scheveningen Haven. Het Westduinpark is een gevarieerd en kalkrijk duingebied met kenmerkende habitats van de Hollandse duin- en kuststreek (Natura 2000). Er zijn veel verschillende vegetatietypen aanwezig, en karakteristieke flora. Het Wapendal is een aanzienlijk kleiner gebied en ligt tussen de bebouwing van Den Haag in. Het bestaat uit een oude duin met struikheivegetatie. Voor de meeste habitattypen binnen beide gebieden geldt dat het doel is om ze te behouden en niet noodzakelijk uit te breiden. De Natura 2000-gebieden Meijendel & Berkheide en Solleveld & Kapittelduinen (incl. Spanjaards Duin) liggen respectievelijk 2 km ten noorden en 4 km ten zuiden van het plangebied. De verwachting is dat nieuwe ontwikkelingen en activiteiten in Scheveningen haven minder stikstof uitstoten dan in huidige referentiesituatie. Dit als gevolg van innovatie bedrijfsvoering, toepassing walstroom etc. Conclusie: Interne saldering van stikstofdepositie is mogelijk en geeft ‘ruimte’ voor groei/doorontwikkeling van de Scheveningen haven.
Verwachte toekomstige situatie (2023) van hoogste jaargemiddelde concentratie NO2
Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal (246ha)
1.5.3 Waterveiligheid
De Scheveningen-Haven ligt buitendijks. De huidige waterkering loopt langs de Houtrustweg en de Westduinweg en voldoet nog circa 100 jaar. Echter, gezien de huidige gevolgen van versnelde zeespiegelrijzing is waterveiligheid (en de komst en locatie van een waterkering) een aspect om in de uitwerking van de toekomstbeelden voor de Scheveningen haven mee rekening te houden. Al was het maar omwille van het schaderisico van wateroverlast en de kosten die daarmee gemoeid zijn en toekomstige plannen mogen een kering niet onmogelijk maken. Ter indicatie is door Royal HaskoningDHV de indirecte en directe schade bepaald bij wateroverlast in het jaar 2050 en 2100. Onderstaande tabel geeft deze schade weer. De hoogte van de indicatief aangegeven schade is daarbij afhankelijk van de herhalingstijd (en geeft daarmee ook de kans dat deze vanaf heden tot 2050 cq. 2100 optreedt):
1/10
.
1/100 In de hiernaast weergegeven animaties is de zeespiegelrijzing weergegeven, indien geen maatregelen worden getroffen (plaatsing waterkering e.d.). De kleuren geeft de overstromingsdiepte (waterhoogte ten opzichte van huidig maaiveld) weer. Dit om de noodzaak van een waterkering bij de verder uitwerking van de toekomstbeelden Scheveningen haven aan te tonen. Overigens hanteert het Hoogheemraadschap van Delfland voor een binnendijks hoogwaardig stedelijk gebied een normering van 1/10000 jaar. Het Hoogheemraadschap van Delfland en RWS zijn, door de buitendijkse ligging van de haven, bij Wet niet verantwoordelijk voor ontstane schade als gevolg van hoogwater. Wel stellen deze partijen om veiligheidsredenen eisen aan de bouw: • Woningbouw moet op minimaal 6,9 meter boven NAP plaatsvinden. • Voor overige functies is dat minimaal 4,2 meter boven NAP • Voor de entree naar een parkeergarage geldt minimaal 4,5 meter boven NAP.
1/1000
1.5.3 Waterveiligheid
Aanscherping van de veiligheidsnormen door zeespiegelrijzing in de toekomst zou fysieke problemen opleveren voor de versterking van de bestaande waterkering op de Westduinweg. In dat geval is verlegging van de waterkering naar zee noodzakelijk. Met als gevolg dat een deel van Scheveningen-Haven binnendijks komt te liggen (door de aanleg van een afsluitbare waterkering in de haven). In het Kustpact is gesteld dat de waterschappen en Rijkswaterstaat verantwoordelijk zijn voor de zorg voor het watersysteem. Gezamenlijk realiseren en beheren zij de primaire waterkeringen in de kustzone. Daarbij bewaken zij mede of de activiteiten in deze zone de waterveiligheid niet ontoelaatbaar beïnvloeden. Vooruitlopend op vraag wie, wanneer en hoe (governance) het initiatief neemt voor de komst van een toekomstbestendige waterkering in de Scheveningen haven wordt in deze toekomstverkenning al wel op de komst van een waterkering ingespeeld. Op basis van expert judgement en onderstaande uitgangspunten heeft deze kering een locatie toegewezen gekregen in het havenbassin. Met daarbij de opmerking van Hoogheemraadschap Delfland dat dit een minimaal scenario betreft en dat de definitieve ligging in later stadium zal worden vastgesteld.
Uitgangspunten waterkering: • Visafslag, 1e en 2e haven dienen middels een flexibele kering te worden te beschermd tegen hoogwater (en worden daarmee binnendijkse gebieden). • Scheveningen haven (in dit geval de 3e haven en havenkom) ten alle tijde (ook tijdens storm en hoog water) toegankelijk voor calamiteiten. • Bij (recentelijke) realisatie vastgoed is reeds rekening gehouden met aspect waterveiligheid (nieuwe Deltanormering). • Kostenefficiëntie en ruimtelijke inpasbaarheid bepalen locatie toekomstbestendige waterkering. Conclusie: waterveiligheid is een grote opgave voor de Scheveningen haven. In deze toekomstverkenning is rekening gehouden met een toekomstige flexibele waterkering tussen het Noordelijk havenhoofd (nabij huidige KNRM-locatie) en de tegenover gelegen landtong nabij de Hellingweg. De bestaande waterkering schuift daarmee richting zee, zoals hiernaast schematisch weergegeven.
Hoofdstuk 2 Stap 2: Toekomstbeelden
Hoofdstuk 2.1 Toekomstbeelden Introductie • Hiervoor is duidelijk geworden dat er meer economische dynamiek in de haven is dan de haven ruimtelijk kan faciliteren. En dat handhaven van de status quo in de haven (scenario 0) en een zeewaarste uitbreiding (scenario 2) geen wenselijke scenario’s zijn. Voor de toekomstbeelden moet daarom gezocht worden in een optimale uitbreiding binnen het bestaande havenareaal (scenario 1). Dit betekent dat groei van functies ten koste gaat van andere functies, ofwel door natuurlijk verloop (stoppende en/of verhuizende bedrijven) ofwel door actief ingrijpen (aankoop). Hierbij is het van belang om in samenhang naar functies te kijken om tot een éénduidig profiel te komen voor de haven, synergie te waarborgen en conflicten te vermijden. In dit hoofdstuk is dit gedaan door te werken met toekomstbeelden voor Scheveningen Haven. • De speerpuntsectoren uit het Havenconvenant zijn in het voorgaande onderdeel vanuit economisch perspectief geanalyseerd. Op basis van deze analyse zijn tien interessante clusters voor de haven geïdentificeerd. Als rode lijn door de tien segmenten heen zijn drie mogelijke toekomstige toekomstbeelden voor de Scheveningen geformuleerd (zie tabel rechtsboven): o Internationaal visserijcluster: haven primair inrichten om het functioneren van de visserij te optimaliseren.
Deze variant komt het sterkst overeen met de huidige situatie, alleen cruiseschepen zijn niet meer gewenst. o Innovatieve Noordzeehaven: haven inrichten op duurzame exploitatie van de Noordzee met bestaande (kottervisserij) en nieuwe markten (o.a. offshore). In dit profiel wordt ruimte geboden aan offshore- en innovatieve bedrijvigheid en ruimte onttrokken aan vishandelsbedrijven en de pelagische visserij. o Stadshaven: de bezoekerseconomie staat centraal in dit profiel. Dit betekent dat de jachthaven kan groeien, ruimte wordt geboden aan cruiseschepen, de zeilhaven groeit en veel evenementen worden georganiseerd en meer ruimte komt voor horeca en detailhandel. • De toekomstbeelden zijn logisch samenhangende clusters van activiteiten. Dit biedt voordelen wanneer onderlinge synergie ontstaat tussen clusters en wanneer potentiële conflicten vermeden kunnen worden (zie tabel rechtsonder). Denk in het geval van synergie aan de meerwaarde van een jachthaven voor de horeca en in het geval van conflicten aan bezoekersstromen die niet goed samengaan met lossen, onderhoud en service van visserijschepen. Het is vooral voor Scheveningen logisch om aandacht te besteden aan een samenhangend toekomstbeeld.
Huidig profiel
Internationale visserijhaven
Innovatieve Noordzeehaven
Stadshaven
Noordzeevisserij
++
++
++
++
2
Vishandelsbedrijven
+++
+++
+
+
3
Pelagische visserij
+++
+++
+
+
4
Offshore service
+
+
+++
+
5
Innovatiehub
+
+
+++
++
6
Horeca/detailhandel
++
++
++
+++
7
Jachthaven
+
+
++
+++
8
Cruisehaven
0/+
0
+
++
9
Evenementenhaven
+
+
+
++
10
Topsport zeilhaven
+
+
++
++
Nr.
Clusters
1
Internationale visserijhaven •
• Synergie bevorderen •
Vestiging bedrijven met onderlinge toeleverancierafnemer relaties Specialisatie van lokale/regionale arbeidsmarkt Extern profiel als visserijhaven
Innovatieve Noordzeehaven •
•
• •
Conflicten vermijden
•
Kadegebruik primair voor de visserij (andere functies secundair) Voorkomen overlast geur, geluid en gevaar naar bezoekers
•
•
Stadshaven
Vestiging offshorebedrijven als kansrijke partners voor innovatieve bedrijven (bijv. zon-op-zee, visserij in offshore windparken) Kritische massa realiseren voor kruisbestuiving tussen innovatieve bedrijven Extern profiel als innovatieve haven
•
Kadegebruik primair voor offshore en innovatieve bedrijvigheid (andere functies secundair) Voorkomen overlast geur, geluid en gevaar naar bezoekers
•
•
•
•
Inzet op activiteiten die bezoekers trekken en daarmee horeca en detailhandel aanjagen Kritische massa realiseren om aantrekkingskracht op bezoekers te ontwikkelen Extern profiel als Stadshaven
Kadegebruik primair voor de toeristisch en recreatieve activiteiten (andere functies secundair) Voorkomen overlast geur, geluid en gevaar naar bezoekers
2.1 Toekomstbeelden
Ontwerpprincipes toekomstbeelden Scheveningen haven Om tot een goede uitwerking van de toekomstbeelden voor de Scheveningen haven te komen wordt het ecosysteem van de haven als uitgangspunt genomen. Het ecosysteem (beeldend weergeven in voorgaande hoofdstuk 1.4.4) geeft de onderlinge relatie tussen de vestiging van bedrijven en de locatie waar deze bedrijven opereren weer. Naast dit ecosysteem met haar (havengebonden) voorzieningen zijn ook de, in dit hoofdstuk beschreven, randvoorwaardelijkheden als bereikbaarheid, leefbaarheid, natuur& milieu en klimaat&water bepalend voor de uitwerking van de toekomstbeelden. Een en ander vertaalt zich in de volgende ontwerpprincipes (thematisch weergegeven) om tot uitwerking van de toekomstbeelden te komen: Ruimte • Recentelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld de realisatie van de kade in de derde haven) en gemeentelijke besluiten ten aanzien van toekomstige ontwikkelingen (zoals de komst van het Vastint-hotel) zijn uitgangspunt voor de uitwerking van de toekomstbeelden. • De derde haven geeft geen mogelijkheid voor substantiële nieuwe ontwikkelingen, mee te nemen in de uitwerking van de toekomstbeelden.
Dit als gevolg van recent gerealiseerde (en binnenkort nog te realiseren) vastgoedontwikkelingen, de aldaar beperkt toegestane bedrijvigheid (zie Geluid), de beperkt beschikbare resterende kaderuimte (dit ook in relatie met RWSactiviteiten) en de functie van calamiteitenhaven (zie Waterveiligheid). • Wanneer een niet-havengebonden bedrijf een locatie verlaat wordt deze locatie voor herontwikkeling toegewezen aan een bedrijf passend voor dat gebied (de sector zoals omschreven op de kaart). Nautica: • De schepen van RWS en de Rijksrederij en de trawlers van de vissector hebben voldoende draaicirkel nodig; de entree van de haven dient te allen tijden gehandhaafd blijven. • De kom nabij de havenmond zal in alle drie de toekomstbeelden beschikbaar blijven voor zeilsport (goede mogelijkheid tewaterlating zeilschepen met trailer). • In de derde haven kan zodanige golfslag plaatsvinden, dat deze niet aangewend kan worden als vaste aanlegplek voor tallships en recreatieve (zeil)boten. • De jachthaven (mogelijk deels te vergroten) maakt onderdeel van elk toekomstbeeld en blijft gesitueerd in de tweede haven. Dit daar verplaatsing van andere clusters naar de tweede haven vaak onmogelijk is (beperkte breedte doorvaart eerste-tweede haven en diepgang tweede haven).
• Service boten /schepen zoals de olieboot en sleepboot dienen een vaste plek in de haven te krijgen waar toegang en services aan de kade te allen tijde gewaarborgd moeten worden.
Geluid: • Industrie mag in basis alleen rond de eerste haven (en een deel tweede haven) • Rondom voormalig Norforkterrein / de derde haven mag slechts beperkte bedrijvigheid in een gebied met toch al een (te) hoog geluidniveau. Enkel het gebied en de kade van RWS past binnen het gezoneerd industrieterrein. (Water)veiligheid: • De eerste en tweede haven dienen, middels een kering, beschermd te zijn voor hoogwater. De waterveiligheid en de mogelijke locatie voor deze kering is beschreven in hoofdstuk 1.5.3. • Uitgangspunt is dat de derde haven te allen tijde (ook bij storm en hoogwater) bereikbaar is voor binnenlopende schepen (calamiteitenhaven). Tevens dient de derde haven ruimte te bieden voor schepen die bij calamiteiten op zee uit moeten varen, zoals de KNRM, wanneer de kering gesloten is. • ISPS-zone wordt gehandhaafd ter plekke van de Vissershavenweg. • Veiligheid langs de kade moet gewaarborgd worden daar waar services verleend worden en walstroomverbindingen en aanleglijnen een gevaar kunnen vormen voor publiek. Kadegebonden werkzaamheden: • Onderhoud aan schepen (maar ook de kaderuimte hiervoor) wordt geconcentreerd in de eerste haven en nabij de Adriaan Maaskade. Dit in verband met vastgoedontwikkelingen tussen de tweede en derde haven en de geluidzone die hiervoor is ingesteld.
• De locatie RWS in de derde haven is doordeweeks mogelijk beschikbaar als aanleglocatie en voor kadegebonden werkzaamheden (onderhoud aan schepen). Nadere afspraken met RWS moet daarover nog worden gemaakt. • Kleine services voor boten die direct afmeren aan de kade moet gewaarborgd worden. Dit betreft voldoende parkeerruimte, afvoeren van afval, bevoorrading en walstroom aansluiting.
Bereikbaarheid: • Specifiek voor het toekomstbeeld ‘Stadshaven’, daar waar fors meer bezoekers de haven gaan aandoen, dienen parkeer- en mobiliteitsconcepten onderdeel te zijn van de uitwerking. • Havengebonden logistiek dient te allen tijde gewaarborgd te worden. Bereikbaarheid van schepen, loodsen en bedrijven moet veilig samen kunnen gaan met publieke infrastructuur zoals fietsers en voetgangers.
Hoofdstuk 2.2 De ‘Innovatieve Noordzeehaven’
Visie scenario Scheveningen haven als innovatieve Noordzeehaven focust op activiteiten gericht op het verzilveren van duurzame verdienkansen van de Noordzee. Scheveningen haven wil daarbij een koppositie pakken als ontwikkelaar en toepasser van nieuwe, duurzame vormen van de exploitatie van zeeën. Hiertoe is de haven goed uitgerust door de excellente ligging t.o.v. windparken in de Noordzee (markt voor de offshore), aanwezigheid van de innovatieve proefzone voor de kust en beschikbare ruimte voor cocreatie en ondernemers. In dit scenario is Scheveningen haven koploper wat betreft duurzame en innovatieve visserijmethoden. Daarnaast ontwikkelt de haven zich met economische activiteiten die bijdragen aan duurzaam beheer en gebruik van de Noordzee, de energietransitie en biobased economy (zoals zeewier). Ook wordt innovatie in de zeilsport (met de aanwezigheid van het Topzeilcentrum, een daarvoor toe te rusten jachthaven én de Noordzeehaven als proeftuin voor de deur) verder ontwikkelt en zichtbaar gemaakt. De haven straalt ‘Innovatie’ (door het gebruik van zonnepanelen en een innovatieve ontwerpen) uit en trekt daardoor innovatieve bedrijven aan die zich vestigen in de haven.
In haar streven een innovatieve Noordzee-georiënteerde haven te zijn kijkt Scheveningen haven niet alleen naar bedrijfsmatige activiteiten, maar zeker ook naar een verhoging van de belevingswaarde van het innovatieve thema voor bezoekers (en omwonenden). Prioriteren clusters Om het visiebeeld voor de Innovatieve Noordzeehaven waar te maken verschuiven clusters in de haven (zie de tabel hiernaast). Dit betekent dat bepaalde activiteiten aan belang winnen terwijl andere aan belang inleveren: • Noordzeevisserij dient blijvend een plek te hebben in de haven. • De pelagische visserij is minder passend binnen het profiel van de innovatieve Noordzeehaven. Ook omdat pelagische vissers een werkgebied hebben in de Noordoost Atlantische Oceaan. Doelgericht moet ingezet worden op de afname van de pelagische visserij en de vishandelsbedrijven, zodat vrijkomende bedrijfsruimte en koelhuizen van beide sectoren kunnen worden herontwikkeld voor clusters met prioriteit in het scenario Innovatieve Noordzeehaven. • Het versterken van het innovatieve profiel voor burgers/bezoekers vraagt aandacht en ruimte nabij de visafslag en in de (uit te breiden) jachthaven. • In dit scenario ligt de focus op specifieke offshore activiteiten.
De tenderservices gaan in dit scenario substantieel groter worden en dit behoeft aanlegplaatsen, kaderuimte en ruimte voor maintenance (bij voorkeur gecentreerd op één locatie). • Dit scenario staat in het teken van innovatie binnen verschillende activiteiten, zoals digitalisering van de verkoop van vis, zeilsport, testlocaties op zee (zeewier en zonnepanelen). Voor deze activiteiten dient ruimte te worden gecreëerd in de haven. • De zeilsport is bij uitstek een Noordzeeactiviteit en dient daarom meer plek te hebben in de haven. • De clusters evenementenhaven en horeca en detailhandel zijn niet scenariobepalend, maar kunnen desgewenst autonoom ontwikkelen.
Nr.
Clusters
Huidig profiel
Noordzeehaven
1
Noordzeevisserij
++
++
2
Vishandelsbedrijven
+++
+
3
Pelagische visserij
+++
+
4
Offshore service hub
+
+++
5
Innovatie(hub)
+
+++
6
Toerisme en recreatie
++
++
7
Jachthaven
+
++
8
Cruisehaven
0/+
0/+
9
Evenementenhaven
+
+
10
Topsport zeilhaven
+
++
11
Multi purpose center
0
0
Innovatieve Noordzeehaven 1
2
3
4
5
NB: deze kaart toont enkel de verschillen ten opzichte van de huidige situatie Project nr. Projecttitel
Huidige situatie
Toekomst
1
(Visserij)innovatiehub
3XVIS in ontwikkeling
Er wordt nieuwe ruimte beschikbaar gesteld voor innovatief onderzoek binnen de visserijsector en de presentatie van visserij-gerelateerde innovatie in de haven
2
Commerciële boulevard
Focus op vis, ook horeca en detailhandel
Commerciële boulevard met aan weerszijden innovatieve Noordzeeactiviteiten voor specifieke doelgroepen (geïnteresseerd in zeilsport/Noordzeevis/biobased economy)
3
Innovation Centre
Pelagische visserij
Innovation center, gericht op energietransitie/offshore, food en zeilsport
4
Pelagisch viscluster
Pelagisch vis en overige bedrijvigheid
Centreren van pelagische visserij en vishandelsbedrijven
5
Gemengde recreatiehaven
Gemengde haven
Gemengde haven, meer gericht op recreatieve vaart: Uitbreiding jachthaven, RIBs, zeezeilers
Innovatieve Noordzeehaven
Voorbeeld van MVRDV, experience center
Voorbeeld van een innovation center DHL
Ruimtelijke toedeling clusters (nader toegelicht) 1: (Visserij)innovatiehub • In dit scenario wordt innovatie zichtbaar op het Noordelijk Havenhoofd, als onderdeel van de visexperience. Hier zal een innovation hub, hier gericht op de visserijsector, gecreëerd worden. Dit zou eventueel in de bedrijfsruimten boven 3XVIS kunnen. • Ruimte wordt vrijgemaakt om overige innovatieve thema’s in de haven tentoon te stellen. Voorliggende ruimte (Adriaan Maaskade) wordt meer publiekstoegankelijk ingericht, met accent op innovatie. 2: Commerciële boulevard • In dit scenario wordt ingezet op een meer efficiënte inrichting van de visafslag dan in de huidige situatie. Hierdoor zal het bvo van het noordzeeviscluster wel afnemen, maar de werkgelegenheid blijft gelijk. • De visafslag wordt deels ingericht als marktplaats voor commerciële uitbating van Noordzeeproducten. • Hiervoor komt in de visafslag meer ruimte voor horeca en water-/zeilsportgerelateerde detailhandel. Verder wordt de publieke ruimte meer publiekstoegankelijk ingericht. • De functie van laden en lossen van kotters neemt in kleine mate af. • De offshore die er nu zit (DTS) zal worden verplaatst naar project 3. • Parkeergelegenheid voor de toenemende stroom van bezoekers wordt gevonden in de parkeergarage die wordt gerealiseerd in de duin, ten noorden van de visafslag.
Om de verkeersstromen te beperken, kan overwogen worden om in te zetten op een mobiliteitshub en om het openbaar vervoer te stimuleren. Zie het scenario Stadshaven voor een nadere toelichting hierop. 3: Innovation center • De sectoren offshore en innovatie worden gesitueerd op vrij te maken ruimte op en langs de kade van de Vissershavenweg. Deze ruimte, tussen de eerste en de tweede haven, wordt ingericht als een innovation center, hier gericht op duurzaam beheer/gebruik van de Noordzee, de energietransitie en biobased economy (zoals zeewier). • Dit innovation center is qua grondoppervlakte vergelijkbaar met de bebouwing in de huidige situatie. • De kade aan de eerste haven zal worden gebruikt voor innovatieve activiteiten. Onderhoudsactiviteiten van offshore vinden plaats via de ISPS-zone in de eerste haven. • Het vlak loopt door tot aan de tweede haven. De kade aan de tweede haven wordt gebruikt voor offshore activiteiten (crewtenders). • In dit vlak wordt, zoals gepland, het hotel van Vastint gerealiseerd. Dit hotel leent zich uitstekend voor de huisvesting van de offshore crew. Daarnaast biedt dit hotel bedrijfsruimte voor innovatie/offshore bedrijvigheid. • Het innovation center zal duurzaam gebouwd worden en gebruik maken van zonnepanelen om de innovatieve uitstraling kracht bij te zetten.
• Om het innovation center mogelijk te maken, neemt de pelagische sector in oppervlakte af aan de westelijke zijde van de Vissershavenweg en niet-havengerelateerde bedrijvigheid vertrekt doelmatig. 4: Pelagisch viscluster • Door het doelmatig vertrekken van niet-havengerelateerde bedrijvigheid ontstaat aan de oostelijke zijde van de Vissershavenweg ruimte die ingevuld kan worden door het pelagisch viscluster. Hierdoor zal het pelagisch viscluster in dit scenario nauwelijks in omvang afnemen. • De ISPS-kade wordt gehandhaafd voor onderhoudsactiviteiten, zware logistieke activiteiten en daarnaast de olieboot, sleepboot etc.
Voorbeeld van zonnepanelen op een transportbedrijf (Van Deuveren transport) Foto 1: ©Kossmanndejong., Foto 2: www.Keeley.com, Foto 3: www.vandeuverentransport.nl
5: Gemengde recreatiehaven • De noordzijde van de tweede haven wordt getransformeerd naar een gemengde recreatiehaven. • Door afname van kotters (worden verplaatst naar de eerste haven), staandewantvisserij en tallships (passen niet meer binnen het profiel van de innovatieve Noordzeehaven) ontstaat ruimte voor uitbreiding jachthaven, RIBs, zeezeilen en zeilsportgerelateerde innovaties.
Hoofdstuk 2.3 De ‘Stadshaven’
Visie scenario Dit scenario staat in het teken van toerisme en recreatie. De haven zal zo worden ingericht dat de stadshaven alle seizoenen kan omarmen. Anders dan in de huidige situatie zal de haven twaalf maanden per jaar de functie als toeristisch waterfront vervullen. De aansluiting met de Scheveningse Pier, de boulevard en andere Scheveningse activiteiten zal binnen dit scenario worden verbeterd. In tegenstelling tot de huidige situatie zal de haven hierdoor niet alleen een toeristische aanvulling op Scheveningen-Bad zijn, maar ook een recreatieve bestemming op zichzelf zijn. Een stadshaven staat in het teken van publiek en beleving. Uitgangspunt is dat bezoekers een dagvullend programma kunnen beleven in de haven, en niet alleen komen voor ‘dat visje’ en weer vertrekken. Daarom is het van groot belang dat verschillende activiteiten in de haven goed verbonden zijn, om zodoende de haven ook daadwerkelijk te beleven. Dit behoeft verbinding door de haven heen, in de vorm van wandel- en fietsroutes en wellicht verbinding over water. Als gevolg van de toenemende stroom toeristen, zal mogelijk ook het aantal verkeersbewegingen in de haven toenemen. Mobiliteitsconcepten (maar ook routes door de haven) vragen daarom aandacht en zijn ook aangegeven in hiernavolgend toekomstbeeld. Prioriteren clusters Om het visiebeeld waar te maken verschuift het profiel van de haven.
Dit betekent dat bepaalde activiteiten aan belang winnen terwijl andere aan belang inleveren: • De visserij (pelagische en Noordzeevisserij) neemt in dit scenario af, maar blijft onderdeel van de bedrijfsactiviteiten van Scheveningen haven. • Toerisme en recreatie nemen, door een toename van horeca en detailhandel, in dit scenario sterk toe. Daarmee ook het aantal bezoekers in de haven. • De huidige jachthaven (met horeca en nautisch gerelateerde bedrijvigheid) wordt uitgebreid en daarmee het profiel van de Scheveningen haven als toeristisch waterfront accentuerend. De uitbreiding faciliteert tevens het topsport zeilen. • Innovatie (bijvoorbeeld in samenwerking met de offshore testside) zal in dit scenario toenemen, mede als onderdeel van de visexperience. • In het scenario wordt meer ruimte gecreëerd voor het ontvangen van cruiseschepen. Dit cluster zal daarom toenemen t.o.v. de huidige situatie. • Het organiseren van evenementen (ook beurzen en congressen) wordt meer mogelijk gemaakt. Ook kunnen de bezoekersaantallen van evenementen, door meer publieke ruimte in de haven, toenemen. • De clusters offshore service hub en innovatie zijn niet scenariobepalend, maar kunnen desgewenst autonoom ontwikkelen.
Nr.
Segment
Huidig profiel
Stadshaven
1
Noordzeevisserij
++
+
2
Vishandelsbedrijven
+++
+
3
Pelagische visserij
+++
+
4
Offshore service hub
+
+
5
Innovatie(hub)
+
++
6
Toerisme en recreatie
++
+++
7
Jachthaven
+
+++
8
Cruisehaven
0/+
++
9
Evenementenhaven
+
++
10
Topsport zeilhaven
+
++
11
Multi purpose center
0
++
Stadshaven 5
A
1
2 C
3 C
4
D2 D3
E
D4
B
5 B
C 6
D1
C B 7
A
Nr.
Projecttitel
Huidige situatie
Toekomst
Toename bezoekersaantallen leiden tot de volgende acties
1
Visexperience noord. havenhoofd
3XVIS in ontwikkeling
Het noordelijk havenhoofd wordt gericht op bezoekers en de visexperience
A
Mobiliteitshub
Potentiële locaties voor mobiliteitshub
2
Commerciële boulevard
Focus op vis, ook horeca en detailhandel
Commercialiseren van visafslag (markthal), visexperience, ook Eerste havengerelateerde bedrijvigheid
B
Boulevard
Versterken boulevardfunctie
C
Pontje
Pontje voor bezoekers
3
Maritieme mix
Pelagische visserij
Maritieme mix van kotters, kleine vissersboten, Rijksrederij, KNRM, crewtenders, staandewantvisserij, Ribs en serviceboten van de haven (olie- en sleepboot).
D
Parkeren (jachthaven)
4
Multi purpose center
Pelagische vis, niethavenger. bedrijven
Centreren van pelagische visserij en vishandelsbedrijven
D1 Lang parkeren met ophaalservice / hub Scheepswerf; D2 Kort parkeren voor jachthaven; D3 Dwarsparkeren Hellingweg; D4 Kort parkeren onder multi purpose center
5
Pelagisch viscluster
Pelagische vis, niethavenger. bedrijven
Centreren van pelagische visserij en vishandelsbedrijven
E
Voetgangersbrug
Beweegbare voetgangersbrug
6
Uitbreiding jachthaven
Gemengde haven
Uitbreiding jachthaven met 70 ligplaatsen
7
Commerciële plint
Plint met diverse functies
Versterken commerciële plint
Stadshaven
Ruimtelijke toedeling projecten 1: Visexperience noordelijk havenhoofd • Het noordelijk havenhoofd wordt gecommercialiseerd en er wordt meer ingezet op publiek toegankelijk maken van de openbare ruimte. • Hierdoor komt deze locatie meer in het teken te staan van de bezoekerseconomie. Daarnaast wordt de boulevard richting de strandduin en het strand versterkt, waardoor het nauwer aansluit met het strandtoerisme. 2: Commerciële boulevard • De monumentale visafslag en de locaties aan de Visafslagweg zullen meer in het teken komen te staan van een visexperience (publiekstrekkende activiteiten waarbij de identiteit van de haven terug komt). Dit zal meer bezoekers genereren, wat mogelijkheden biedt voor het vergroten van de horecasector. • Door de afname van de kottervisserij in dit scenario, zal hier meer ruimte voor vrijkomen in de visafslag. • Parkeergelegenheid voor de toenemende stroom van verkeer wordt gevonden in de parkeergarage die wordt gerealiseerd in de strandduin, ten noorden van de visafslag. Verder is het mogelijk om op deze locatie een mobiliteitshub te creëren om over te stappen op fiets (maar ook andere modaliteiten).
3: Maritieme mix • De kade langszij de visafslag en een gedeelte van de eerste haven wordt gebruikt voor verschillende maritieme activiteiten, zoals kottervisserij, crewtenders offshore, RIB powerboat vaart, Rijksrederij, KNRM en serviceboten van de haven (olie- en sleepboot).
Drie voorbeelden cruise terminal Rotterdam. Deze locatie wordt gebruikt voor congressen, evenementen, feesten en cruises.
4: Multi Purpose Center • Om ruimte te geven aan het Multi Purpose Center neemt het pelagisch viscluster en de overig niethavengerelateerde bedrijvigheid hier af. • De stadshaven is bij uitstek het scenario om ruimte te geven voor de ontwikkeling van een Scheveningen Multi Purpose Center. Dit centrum biedt mogelijkheden voor het organiseren van diverse evenementen (congressen, beurzen, feesten) • Bovendien kan het worden gebruikt als cruiseterminal, waardoor de cruisevaart naar de Scheveningen haven kan toenemen. • Het multi purpose center en het Vastint hotel met bedrijfsruimten versterken elkaars functies. • Het bvo neemt toe in vergelijking tot de gebouwen in de huidige situatie. Enerzijds doordat de kadefunctie hier afneemt, waardoor meer kaderuimte vrijkomt. Anderzijds zal dit gebouw uit circa vier lagen bestaan, waardoor het bvo vier maal extra toeneemt. 5: Pelagisch viscluster • Het pelagisch viscluster wordt gecentreerd langs de oostzijde van de Vissershavenweg. Niethavengerelateerde bedrijvigheid zal hier doelmatig verdwijnen, zodat meer ruimte vrijkomt voor de visserij. • De ISPS-zone aan de Vissershavenweg wordt ingekort en de ISPS-zone langs de korte kade van de Vissershavenweg komt in dit scenario te vervallen. • In dit cluster is ruimte voor uitleg netten, walstroom, etc.
• Bebouwing aan de noordzijde (Schokkerweg) van dit cluster zal deels verdwijnen om ruimte vrij te maken voor openbaar terrein (wandel- en fietspaden). Bedrijvigheid (o.a vishandel) die hier nu gevestigd is kan binnen dit cluster blijven doordat ruimte vrij komt door de afname van niet-havengerelateerde bedrijvigheid. 6: Uitbreiding jachthaven • De jachthaven breidt uit over de gehele lengte van de tweede haven. Dit is mogelijk daar alle overige maritieme activiteiten (zijnde niet zeilactiviteiten) verplaatst worden naar de eerste haven. Hierdoor komt de tweede haven volledig in het teken te staan van leisure.
Evenementen in haven Foto 1 en 2: www.Rotterdam.info., Foto 3: www.cruisereiziger.nl, Foto 4 en 5: www.scheveningen-haven.nl
7: Versterken commerciële plint • Door het toenemende toeristische en recreatieve karakter van de haven, worden de plinten van de tweede haven verder gecommercialiseerd (dmv horeca en detailhandel). Bovendien zorgt dit ook een meer uitnodigend karakter van kade (ihkv de wandelroute)
Stadshaven Bij het scenario Stadshaven nemen de bezoekersaantallen meer toe dan het bedrijfsmatig verkeer (als gevolg van de afname van het viscluster) en vraagt daarom, meer dan bij de ander scenario’s, aandacht voor parkeeroplossingen en mobiliteitsconcepten, als randvoorwaarde voor ontwikkeling van het scenario. Maar ook aandacht voor wandel- en fietsroutes door de haven.
A: Mobiliteitshub • Binnen dit scenario past daarom de ontmoediging van het autoverkeer en de aanmoediging van het gebruik van het openbaar vervoer. Dit sluit ook aan bij de ambities uit de Verkeersvisie Scheveningen 2025. De gemeente zou daarom moeten inzetten op betere bereikbaarheid van de haven met het OV en eventueel het realiseren van een mobiliteitshub in of net buiten de haven. Hierdoor kan het verkeer naar de haven vanuit buiten de ring, bijvoorbeeld bij station ADO Den Haag (gunstige locatie door knooppunt A4 en A12) of de Uithof (langs de N211) afgevangen worden door het creëren van een transferium/P+R. • Nabij de haven kunnen ook kleinere mobiliteitshubs worden gecreëerd om over te stappen van het openbaar vervoer (A2, nabij Duindorpdam of Houtrustweg) of de auto (A1, bij de parkeergarage in het duin) naar andere modaliteiten (o.a. fiets). • Succesfactoren van hubs zijn gebruikersgemak en herkenbaarheid en het goed voor ogen hebben van de behoeften van de beoogde doelgroep.
Sfeerimpressie stadshaven
B: Boulevard • Voor dit scenario is het van belang dat wandelpaden/-routes zo worden gerealiseerd dat er één directe wandelroute binnen de haven ontstaat. In de huidige situatie ontbreken op sommige punten aansluitingen, waardoor het niet mogelijk is om een ‘rondje’ maken. Aandacht daarbij is het inrichten van de kades, als aantrekkelijke openbare ruimte als verblijfsgebied (materialisatie, straatmeubilair, wegbewijzering, etc.). • Een beweegbare loopbrug (zie E) over het Muizengaatje (verbinding eerste en tweede haven verbetert de wandelroute door de haven en geeft een directe verbinding tussen de jachthaven en het parkeren onder het multi purpose centre.
Sfeerimpressie stadshaven
C: Pontje • Bezoekers aan de haven kunnen gebruik maken van een (kleine) havenpont. Deze pont legt (in met name het zomerseizoen) een route af tussen de eerste en de tweede haven, met daarbij meerdere opstappunten. Voorbeeld loopbrug
Voorbeeld pontje in de haven
Voorbeeld van hub buiten de drukte van een stad/haven
Foto 2: www.Scheveningen-haven.nl, Foto 5 en 6: Royal HaskoningDHV
D: Parkeren (jachthaven) • De jachthaven kampt in de huidige situatie met een groot tekort aan parkeerplaatsen. In dit scenario wordt uitgegaan van een groei van de jachthaven met 70 ligplaatsen. Hierdoor zal een extra tekort van parkeerplaatsen ontstaan. Dit tekort zal deels opgelost kunnen worden door de mobiliteitshubs. • Ook wordt er in dit scenario een aantal parkeermogelijkheden geboden (o.a. onder multi purpose centre, dwarsparkeren Hellingweg en langparkeren buiten Scheveningen haven. • Bij het in- en uitladen van je boot hebben de meeste zeilers graag hun auto dichtbij, vanwege het grote aantal spullen dat voor een zeiltocht meegenomen moet worden. Verwacht wordt dat zonder groei van het aantal parkeerplaatsen bij het toenemen van het aantal ligplaatsen, de vraag naar ligplaatsen in de haven gaat afnemen. E: Voetgangersbrug • Een voetgangersbrug die de Hellingweg en de Dr. Lelykade met elkaar verbindt, heeft een publiekstrekkende functie • Tevens maakt deze brug het mogelijk om snel vanuit het (eventuele) parkeerterrein van het multi purpose center de jachthaven te bereiken.
Hoofdstuk 2.4 De ‘Internationale vishaven’ Visie scenario Dit scenario heeft de meeste raakvlakken met de huidige situatie. Ondanks dat de sector in Nederland niet zal gaan groeien, door o.a. afname van vis, kleinere quota en de afname van visgebieden door nieuwe ontwikkelingen in de (Noord)zee, is er wel groeipotentie voor het viscluster in de Scheveningen haven. De internationale vishaven als thema en toekomstperspectief geeft bedrijven zekerheid en versterkt het vestigingsklimaat in de haven. Daartoe dient doelgericht ingezet te worden op het uit de haven verplaatsen van niet-kade- of havengebondenactiviteiten om ruimte te krijgen voor uitbreiding (en centrering) van het viscluster. Groei door groeiende uitbreidingsmogelijkheden staat centraal in dit scenario. Prioritering clusters Het toekomstscenario ‘de internationale vishaven’ staat in het teken van de (pelagische) visserij. Om het visiebeeld waar te maken verschuift het profiel van de haven gematigd. Dit scenario heeft namelijk de meeste raakvlakken met de huidige situatie. • Door de afname van niet-kade- of havengebondenactiviteiten wordt ruimte gecreëerd voor het cluster pelagische visserij. Als gevolg van een vergroot viscluster neemt ook de sector vishandelsbedrijven in dit scenario toe.
• De clusters Noordzeevisserij, topsport zeilhaven en offshore service hub zullen van vergelijkbare grootte zijn als in de huidige situatie. • De horeca en detailhandel nemen af, als gevolg van het afnemen van nietkade of havengebondenactiviteiten en minder aantrekkingskracht van de haven voor bezoekers. • De innovatiehub zal in dit scenario licht groeien. Dit daar de toekomst ligt in kwalitatief groeien, door efficiënter en duurzamer te vissen (ook interessant vanwege de veranderende consumentenvraag). Innovatie moet deze veranderingen op de lange termijn grotendeels mogelijk maken. • Scheveningen haven als evenementenhaven kent in dit scenario geen verandering ten opzichte van de huidige situatie. Het inpassen van evenementen wordt mogelijk wel bemoeilijkt door het meer intensief gebruik van de visserijhaven. • De visexperience zal wellicht in kleine mate toenemen t.o.v. de huidige situatie. Een deel van de visafslag zal een markthal worden waar zowel de vissen uit de Noordzee, de pelagische vissen en zeewier verkocht zullen worden
Nr. Segment
Huidig profiel
Internationale vishaven
1
Noordzeevisserij
++
++
2
Vishandelsbedrijven
+++
+++
3
Pelagische visserij
+++
+++
4
Offshore service hub
+
+
5
Innovatie(hub)
+
++
6
Toerisme & recreatie
++
+
7
Jachthaven
+
+
8
Cruisehaven
0/+
0
9
Evenementenhaven
+
+
10
Topsport zeilhaven
+
+
11
Multi-purpose center
0
0
Internationale vishaven
5
1
2
3
NB: deze kaart toont enkel de verschillen ten opzichte van de huidige situatie Project nr.
Projecttitel
Huidige situatie
Toekomst
1
Innovatie-/onderzoekscentrum
3XVIS in ontwikkeling
Er wordt nieuwe ruimte beschikbaar gesteld voor innovatief onderzoek binnen de visserijsector
2
Verbeteren van de kadefunctie
Smalle kade
Verbeteren van de kadefunctie (voor onderhoud, walstroom, uitleg netten).
3
Versterken viscluster
Pelagisch vis en niethavenger. bedrijven
Versterking van viscluster: Enkel bedrijven / functionele ruimten die een directe relatie met de kade hebben. Er is hier geen ruimte meer voor aanleg cruises.
Internationale vishaven
Ruimtelijke toedeling clusters 1: Innovatie-/onderzoekscentrum • Er wordt ingezet op een innovatiehub voor de vissector op het Noordelijk Havenhoofd, mogelijk in de bedrijfsruimten boven 3XVIS. 2: Verbeteren van de kadefunctie • Uit de analyse van de huidige situatie is gebleken dat de kade langs de visafslag smal en daarom beperkend is. In dit scenario, waar de visserij gaat toenemen, is het daarom wenselijk om (een gedeelte van) de kade langs de visafslag te verbreden. Dit om laden en lossen, onderhoud aan schepen en uitleg van visnetten mogelijk te maken. 3: Versterken viscluster • In de eerste haven, langs de Vissershavenweg, zal het pelagisch viscluster verder ingericht en uitgebreid worden. Activiteiten en groeimogelijkheden van het pelagisch viscluster zal hier gecentreerd plaatsvinden. De huidige ISPS-zone blijft gehandhaafd. • Door versterking van het viscluster en door het nieuwe profiel van de haven, passen de cruiseschepen niet meer in de haven.
Sfeerimpressies internationale visahaven: vergelijkbaar met huidige haven
Foto 1 en 2: www.Scheveningen-haven.nl
Hoofdstuk 3 Stap 3: Effectanalyse
Hoofdstuk 3.1 Inleiding Effectanalyse Scheveningen haven In deze derde stap van de Toekomstverkenning worden de toekomstbeelden op diverse aspecten beschouwd en beoordeeld. Uitgangspunt daarbij is dat de ruimtelijke en economische effecten waar mogelijk kwantitatief worden beoordeeld en de overige thema’s kwalitatief worden beoordeeld. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op: • 3.2 Effecten ruimtegebruik: de effecten van de toekomstbeelden op het ruimtegebruik van de tien clusters. • 3.3 Economische effecten: op basis van de ruimtelijke effecten zijn de economische effecten van de toekomstbeelden in beeld gebracht. • 3.4 Effecten op randvoorwaarden: de toekomstbeelden zijn beoordeeld op hun effecten inzake randvoorwaarden bereikbaarheid, natuur & milieu, klimaat & water en leefbaarheid.
Afbeelding derde haven, weergave van (nieuwe woningen) Norfolkterrein
Hoofdstuk 3.2 Effecten ruimtegebruik Ruimtelijke effecten • Op ruimtelijk gebied is in onderstaande tabel te zien dat de drie toekomstbeelden elk een focus hebben op verschillende typen bedrijvigheid. In het eerste toekomstbeeld (Innovatieve Noordzeehaven) komt er relatief veel ruimte beschikbaar voor offshore en innovatie. In het tweede toekomstbeeld (Stadshaven) ligt de nadruk vooral op de toeristisch-recreatieve sector, waar de horeca onder valt. Het derde toekomstbeeld (Internationale Visserijhaven) bouwt vooral voort op de huidige sterke aanwezigheid van het visserijcluster: hierbij wordt de pelagische visserijsector uitgebreid. • In alle drie de toekomstbeelden gaat dit onder andere ten koste van het huidige ruimtegebruik van de overige bedrijfsfuncties. Door functies die geen directe verbinding met de kade hebben te verplaatsen naar een gebied buiten de Scheveningse Haven, komt er ruimte vrij voor nieuwe ontwikkelingen die wel baat hebben bij de watergebondenheid.
*Innovatieve Noordzeehaven behoudt de banen in de Noordzeevisserij door efficiënter ruimtegebruik van de visafslag
• De waardes in de kolom ‘huidig gebruik’ zijn berekend op basis van gegevens uit BAG en LISA. Op basis van deze informatie en de genoemde veranderingen op de kaart van het toekomstbeeld zijn de veranderingen per scenario berekend. Dit leidt tot een nieuwe ruimtelijke indeling van de haven in de laatste kolommen (Toekomstig gebruik). Overige ontwikkelingen • Naast de ruimtelijke ontwikkelingen zijn er ook andere ontwikkelingen die gevolgen hebben op verschillende sectoren. Ook deze veranderingen zijn gebaseerd op de kaart van het toekomstbeeld met bijbehorende uitleg. De overige ontwikkelingen zijn weergegeven in het onderste gedeelte van de tabel.
Hoofdstuk 3.3 Economische effecten Berekening economische effecten • Om een zo breed mogelijk beeld te schetsen van de economische effecten wordt gebruik gemaakt van twee ‘rekenlijnen’. • Werkgelegenheid: voor de bedrijvigheid die fysieke bedrijfsruimte heeft in de haven wordt gerekend met werkgelegenheid. Het betreft vooral economische clusters, bijvoorbeeld banen bij visserijbedrijven. • Bestedingen: voor de bezoekerssectoren wordt gewerkt met bestedingen omdat dit het belangrijkste economische effect is. Denk bijvoorbeeld aan de bestedingen van gebruikers van de jachthaven. Een deel van deze bestedingen komt terecht bij horeca en detailhandel in de haven en een deel elders. • Naast de genoemde zes clusters (#1-6) wordt werkgelegenheid in de haven ook gebruik gemaakt van een categorie ‘overig’. Hierin valt alle werkgelegenheid in de haven bij bedrijven buiten de genoemde segmenten. • Hieronder volgt een methodologische toelichting op de benadering van economische effecten inzake: • A. Werkgelegenheid: volgende pagina • B. Bestedingen: daaropvolgende pagina Multi-purpose (als extra sector toegevoegd) • Het multi-purpose center is in het toekomstbeeld ‘Stadshaven’ in het ruimtegebruik meegenomen onder ‘toerisme & recreatie’. In dit hoofdstuk wordt daarom voor de werkgelegenheid van dit centrum het gemiddelde ruimtegebruik van deze sector aangehouden.