CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318238 Bijlage 1 Rapportage toekomstverkenning Scheveningen haven

Commissie Bestuur 16 mei 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief wethouder Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling, mevrouw Bruines, inzake Voortgang en uitgangspunten toekomst Scheveningen Haven28.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

•

Ligging en bereikbaarheid Scheveningen belemmeren ontwikkeling positie als internationaal handelscentrum. Voor handelsbedrijven zonder binding/historie met Scheveningen is vestiging in bijv. Urk reëler (groter cluster, gunstigere ligging en betere bereikbaarheid)

•

Gemengd karakter Scheveningen Haven leidt soms tot ongewenste situaties (gevaar, hinder/overlast)

• Groeiende consumptie van vis biedt groeikansen

• Scheveningen kent geen loodsplicht (lagere kosten vissers) • Consumenten in toenemende mate geïnteresseerd in herkomst voedsel (zie ook profilering Noordzeevis). Visafslag (UFA) heeft voornemens om hierop in te spelen.

1.3.1 Sector Visserij

E

Bevindingen

Huidige situatie • Scheveningen beschikt na Urk, Yrseke en IJmuiden over het vierde visserijcluster van Nederland • Visserijcluster is een belangrijke economische drager van de haven met een kwart van de totale werkgelegenheid. • Daarnaast zorgt het visserijcluster voor het profiel van de haven en is het sterk historisch verankerd. • Het visserijcluster in Scheveningen bestaat in hoofdlijnen uit drie onderdelen: • Noordzeevisserij: bestaande uit primair kotters en de visafslag. Het betreft een keten van toeleveranciers en afnemer/marktplaats. • Visverwerkings/-handelsbedrijven: betreft bedrijven die vis verwerken, afzetten en distribueren naar klanten in binnen- en buitenland. Deze bedrijven betrekken vis via de afslag maar grotendeels van elders. • Pelagische visserij: gaat om trawlers en koelhuizen van de twee grote spelers uit het cluster (Jaczon B.V. en W. van der Zwan & Zonen B.V.).

Toekomst • Het visserijcluster in Scheveningen heeft toekomst, maar zal in omvang niet groeien. Groei van aanvoer over zee is begrensd door quota en inperkingen van vangstgebieden. Voor visverwerkings-/handelsbedrijven die ook per as aangevoerde importvis vermarkten (bijv. zalm en tilapia) is Scheveningen haven geen optimale locatie wegens de beperkte omvang (en uitbreidingsmogelijkheden), ligging en bereikbaarheid. Andere clusters (i.e. Urk) kunnen internationale vraag met een breed assortiment beter invullen. Kortom, voor de visserij wordt geen groei verwacht. • Afhankelijk van bedrijfsmatige keuzes is het denkbaar dat het Scheveningse cluster teruggaat in ruimtelijke omvang: • Visafslag: de visafslag verwacht haar ruimte slimmer te kunnen benutten. Daarbij wordt de afslagfunctie geconcentreerd bij het kopgebouw aan de Adriaan Maaskade en komt ruimte vrij aan de andere kant van het pand. Deze plannen zijn in ontwikkeling. • Pelagische visserij: het betreft bedrijven die consolideren en hun ketenpositie versterken. Deze bedrijven hebben ook vestigingen elders waar meer ontwikkel- en milieuruimte is dan in Scheveningen (bijv. IJmuiden). Indien deze bedrijven besluiten een deel van hun operatie te verplaatsen naar elders komt ruimte vrij in Scheveningen.

Vooralsnog zijn er geen signalen dat een dergelijke beslissing ophanden is omdat aanwezigheid in twee havens flexibiliteit biedt, Scheveningen geen loodsplicht heeft en sprake is van reeds gedane investeringen.

1.3.2 Sector Offshore

A

Profiel

•

De offshore sector is gericht op ondersteuning, ontwikkeling en uitvoering van activiteiten op zee (bijv. olie- en gaswinning, windenergie, zeevaart, etc.). Diverse Nederlandse havens zetten in op ontwikkeling van de offshore sector. Denk aan Eemshaven, Harlingen, Den Helder, IJmuiden, Amsterdam, Rotterdam, Vlissingen en ook Scheveningen. Onderscheidend element in het profiel van Scheveningen is de ligging op korte afstand van windmolenparken in de Noordzee (zie figuur hiernaast). Dit maakt Scheveningen aantrekkelijker dan bijvoorbeeld Den Helder als uitvalsbasis voor onderhoud & service aan offshore windparken. Nadeel voor de Scheveningen Haven is de beperkt beschikbare ruimte (bijv. Havenbedrijf Zeehaven IJmuiden heeft nog terreinen beschikbaar voor verkoop of verhuur in de IJmondhaven en Port of Den Helder in de Kooyhaven).

•

•

B •

•

Economische analyse Het in de Scheveningen haven gevestigde bedrijfsleven dat actief is in de offshore bestaat uit drie bedrijven: Rederij Groen, Rederij Vrolijk en Dutch Tender Service (DTS). • Rederij Groen is opgericht in de jaren ’70 is en internationaal actief met eigen en charter schepen (>100 in totaal). In Scheveningen heeft het bedrijf een vestiging aan de Doctor Lelykade. • Rederij Vrolijk is actief voornamelijk actief in de tenderservice (voor bedrijven) en verricht tevens op consumenten gerichte diensten. Het bedrijf is gevestigd aan de Doctor Lelykade en actief met 5 schepen vanuit de Scheveningen haven. • Dutch Tender Service is gevestigd aan de Visafslagweg en opereert met 1 schip Antheos (tug, anchor, cargo) vanuit de haven. Dutch Tender Service werkt samen met Sima Charters (crew, pilot, survey). Naast de drie in Scheveningen gevestigde bedrijven doen ook schepen van elders gevestigde bedrijven de haven aan (bijv. Fugro). Deze bedrijven zijn niet in de Scheveningen haven gevestigd.

Bron: Ministerie EZK, 2022; bewerking BCI

1.3.2 Sector Offshore

C Trends & Ontwikkelingen Hieronder zijn vijf belangrijke trends en ontwikkelingen voor de offshore weergegeven. Trend

Toelichting

1 Groei offshore wind

De capaciteit van windmolenparken op de Noordzee neemt fors toe. Voor de Nederlandse windparken wordt verwacht dat deze qua capaciteit groeien van 1.000 MW in 2017, naar 3.500 MW in 2023 tot 11.500 MW in 2030. Deze groei jaagt de ontwikkeling van de offshore sector aan. Dit is een economisch groeikans.

2 Opslag CO2 en waterstof in lege gas- of olievelden

Als oplossing voor de uitstoot van broeikasgassen wordt ingezet op CCS (carbon capture and storage). In 2021 is duidelijk geworden dat vier bedrijven in de Rotterdamse haven CO2 gaan afvangen en opslaan in een leeg gasveld onder de Noordzee (het Porthos project). Daarnaast wordt nagedacht over opslag van waterstof in lege gasvelden. Dit vergt echter nog veel onderzoek en ontwikkeling. Dit kan op termijn een kans opleveren voor Scheveningen.

3 Toename offshore hubs

Parallel aan de forse groei van de offshore wind sector groeit het aantal hubs van bedrijven die zich bezig houden met bouw en onderhoud van offshore windparken. Zo opent Vattenfall een service hub in IJmuiden, heeft SFI een productie/logistieke hub in Rotterdam, Van Oord via dochter MPI Offshore een hub in Middlesbrough en RWE een service hub in Grimsby (UK).

4 Concurrentie havens

Naast Scheveningen maken verschillende andere havens werk van de ontwikkeling van de offshore sector. Denk aan Den Helder (reeds sterke positie t.a.v. offshore voor de olie&gas industrie), IJmuiden (recente vestiging Vattenfall en beschikt over ontwikkelruimte), Rotterdam en Vlissingen. Pré voor Scheveningen is de korte afstand tot de Noordzee.

5 Tekort technisch personeel offshore

Ten opzichte van de brede maritieme sector zijn werken in de offshore een opvallend hoog aantal hoogopgeleiden (bijna twee keer zo percentage als gemiddeld). Desalniettemin is binnen de sector sprake van gebrek aan geschoold technisch personeel en alle niveaus. Er lopen verschillende initiatieven op deze opgave op te lossen (bijv. Praktijkcentrum Noordzee en het Internationaal Bronnen: interviews en voorgaande analyse Talent Programma dat is geïnitieerd door Provincie Zuid-Holland en Economic Board Zuid-Holland).

Bronnen: RVO (2017), Stichting Nederland Maritiem Land (2020), Port of Rotterdam (2021), Stichting Nederland Maritiem Land (2020) websites Vattenfall, SFI, Van Oord en RWE, interviews

D SWOT Voor de offshore sector in de Scheveningen Haven is de volgende SWOT opgesteld Sterkten/kansen

Zwakten/bedreigingen

• Unieke ligging waterzijde, directe toegang Noordzee vanaf centraal punt aan de Noordzeekust

•

Vooralsnog beperkt offshore bedrijven gevestigd in de haven

•

Offshore is een speerpunt van veel Noordzeehavens en er is dan ook sprake van behoorlijke concurrentie

• Offshore markt laat forse groei zien en bedrijven ontwikkelen productie, logistieke en servicehubs voor ontwikkeling en beheer van windmolenparken op zee. • • Langere termijn liggen meer onzekere mogelijkheden voor offshore in de dienstverlening voor opslag CO2 en waterstof in lege gas- of olievelden •

Schaarse kaderuimte zorgt voor beperkte fysieke ontwikkelruimte (in tegenstelling tot bijv. IJmuiden) Bereikbaarheid landzijde onvoldoende voor transport grootschalige onderdelen

•

Beschikbaarheid technisch talent grote opgave voor de sector (nationale uitdaging)

•

Huidig profiel Scheveningen haven is niet gericht op offshore energie (vergelijk Den Helder)

•

Parkeermogelijkheden voor offshore-bemanning beperkt (zeker in vergelijking met andere Noordzeehavens)

1.3.2 Sector Offshore

E

Bevindingen

Huidige situatie • Het huidige offshore bedrijfsleven in de Scheveningen haven heeft een beperkte omvang (Rederij Groen, Rederij Vrolijk en Dutch Tender Service). Opgemerkt wordt dat vooral Rederij Groen internationaal opereert en veel schepen elders inzet. • Naast Scheveningen zetten ook diverse andere havens in op de verdere ontwikkeling van de offshore sector. Troeven van Scheveningen zijn de ligging op korte afstand van windmolenparken en de directe toegang tot de Noordzee. Toekomst • De markt voor offshore is sterk groeiend als gevolg van de wind-op zeeambities. Vrijwel alle Noordzeehavens zetten in op ontwikkeling van deze markt door het creëren van landzijdige hubs ter ondersteuning van operaties op zee. Troeven van de haven van Scheveningen om mee te gaan in de offshore ontwikkelingen zijn de korte afstand tot de windparken en de directe toegang tot zee. • Het profiel van Scheveningen als kleinschalige haven, met vrijwel geen ontwikkelruimte, beperkte landzijdige bereikbaarheid en gemengd ruimtegebruik (werken, wonen en recreëren) legt beperkingen op aan het type offshore activiteiten dat voor Scheveningen interessant is. Het profiel van Scheveningen biedt vooral kansen voor een service hub of crew center voor offshore windparken. Hiervoor is minder grootschalig ruimtegebruik nodig in de haven zelf, waardoor dit in Scheveningen goed ingepast zou kunnen worden.

Het karakter van de haven staat niet toe om grootschalige producten op te slaan, toe te voeren en te produceren (bijv. turbines, monopiles, etc.). • Op de rechterpagina zijn drie voorbeeld vestigingsprofielen uitgewerkt om gevoel te krijgen voor het type activiteiten dat het offshore gepaard gaat. Meest passend voor Scheveningen zijn de service hub en het crew center (voorbeelden 2 en 3).

1 Voorbeeld logistieke en productiehub offshore Vestigingsprofiel SIF, Rotterdam • Logistieke afhandeling van monopiles voor windpark Borssele op de Maasvlakte 2 • Ca 60 ha voor opslag, assemblage en voorbereiding offshore installatie windmolens en speciale kaderuimte* • Qua profiel niet passend voor Scheveningen Haven * SIF-kade speciaal ontworpen voor ontvangen jack-up schepen die hun poten op de havenbodem zetten en zichzelf omhoog drukken t.b.v. het laden van de fundaties of andere windturbine onderdelen.

2 Voorbeeld offshore service hub (werkplek)

Vestigingsprofiel Vattenfall, IJmuiden • Onderhouds- en service hub voor windpark Hollandse Kust 1&2 in de haven van IJmuiden • Circa 1 ha voor kantoor, opslagruimte, werkplaats en kaderuimte • Naar verwachting zullen er 40-85 personen gaan werken op de hub • Qua profiel passend voor Scheveningen Haven

3 Voorbeeld crew center (verblijfslocatie) Vestigingsprofiel EnBW/MMA Offshore, Klintholm • Supportcentrum windpark EnBW van 80 windmolens in de Baltische Zee • Tussen 2015-2020 zat onderhoudscrew op hotelschip en werd met helikopter ingevlogen • Sinds 2021 offshore support hub in Klintholm (hotel met catering, ontspanning, sport, etc.) waar crew verblijft en met crewschepen naar windpark gaat • Qua profiel passend voor Scheveningen Haven

1.3.3 Sector Innovatieve maritieme bedrijvigheid

A

Profiel

B

Economische analyse

•

De gemeente Den Haag heeft de ambitie om de Scheveningen haven te ontwikkelen tot landelijke hotspot voor innovatie gelinkt aan de Noordzee (Campus@Sea). Voornemen is om zowel fysieke ruimte te bieden als om een netwerk te ontwikkelen dat duurzame innovatie aanjaagt. Hierbij wordt gekeken naar vier hoofdthema’s; voedsel, (nieuwe) energie, ecologie en sport. Vanuit economisch perspectief zijn voedsel (bijv. zeewier), energieoplossingen (bijv. zonne-energie op water) en sport (bijv. innovaties t.b.v. de zeilsport) de mogelijke ontwikkelrichtingen. Scheveningen biedt een testgebied van 10 x 10 zeemijl op de Noordzee waar ruimte is voor innovatieve pilots op zee. Betrokken partners zijn Gemeente Den Haag, KPN, TU Delft, TNO, Sailing Innovation Centre, Svašek Hydraulics en het Watersportverbond. De ‘Proeftuin op de Noordzee’ wordt deels gefinancierd vanuit het Europesen fondsen (EFRO). Scheveningen kan fungeren als proeftuin voor maritiem onderzoek en innovatie gelieerd aan de omliggende universiteiten: • TU Delft: betrokken bij Proeftuin op de Noordzee en beschikt over verschillende faculteiten die een relatie kunnen onderhouden met de Noordzee (bijv. maritieme techniek, civiele techniek & geowetenschappen). • Universiteit Leiden: Scheveningen haven kan interessant zijn voor de faculteit wiskunde & natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden.

• Erasmus Universiteit: deze Universiteit richt zich vooral op alfa- en gamma wetenschappen zoals economie en recht. Hierdoor lijkt een verbinding tussen Scheveningen haven en deze universiteit minder kansrijk. Er zijn oriënterende gesprekken tussen de gemeente Den Haag en de technische afdeling van Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan met als insteek ‘banen op de Noordzee’. Scheveningen zou een praktijk-/opleidingslocatie kunnen zijn voor Hbo/Mbo-talent dat werkzaam wordt ‘op de Noordzee’.

•

De economische omvang van de innovatieve maritieme bedrijvigheid kan niet in beeld worden gebracht aan de hand van een analyse van het LISAbedrijvenbestand. Innovativiteit is namelijk geen eigenschap die in het bestand is opgenomen. Om toch een beeld te krijgen van de innovatieve sector is de lijst partners van Campus@Sea geanalyseerd (zie bijlage 3). Van de 28 partners van Campus@Sea zijn er 5 geclassificeerd als innovatief bedrijf met vestiging in Scheveningen. Deze bedrijven zijn gevestigd in het Middengebied aan/rond de Hellingweg. Het betreft startende bedrijven met een klein aantal medewerkers. Economische omvang van het segment innovatieve maritieme bedrijvigheid is dus beperkt. De huidige beperkte omvang laat onverlet dat bedrijven kunnen doorgroeien. Op een gegeven moment gaat het niet meer om innovatieve startende bedrijven maar om volwassen ondernemingen. Voor deze bedrijven die gevestigd zijn in de haven maar uit hun jasje groeien, zal passende ruimte gevonden moeten worden.

•

•

•

•

•

Partners Campus@Sea

1.3.3 Sector Innovatieve maritieme bedrijvigheid

C Perspectieven Hieronder zijn vier perspectieven voor segmenten van innovatieve bedrijvigheid weergeven. Dit omdat het innovatieve bedrijfsleven niet één sector beslaat (zoals visserij en offshore) maar meerdere segmenten omvat met een eigen perspectief (bijv. zeewierteelt en nieuwe visserijvormen). Perspectief

Toelichting

1 Commercialisatie teelt zeewier op zee

Zeewier wordt momenteel vooral ingevoerd vanuit Azië om in de Nederlandse horeca en voedingsindustrie gebruikt te worden. Er liggen echter ook kansen voor toepassing van zeewier in biobased producten, farma en veevoerindustrie. Er wordt op pilotschaal onderzoek gedaan naar de commerciële kansen voor duurzame en veilig teelt op de Noordzee in o.a. de Kop van Noord-Holland (Port4Innovation/Den Helder en TNO/Petten), West-Brabant (Green Chemistry Campus/Bergen op Zoom) en Zeeland (Centre of Expertise Biobased Economy/Vlissingen).

2 Verkenning nieuwe visserijvormen in offshore windparken

Naar de teelt van zeewieren op zee wordt al lange tijd onderzoek gedaan. Meer recent is een nieuw voedsel-concept onderwerp van onderzoek geworden. Dit betreft kweek van schelpdieren (bijv. mosselen en platte oesters) en niet-bodemberoerende vangst van vissen, krabben, kreeften en inktvissen in offshore windparken. De mogelijkheden hiervan zijn onderwerp van onderzoek en zijn minder ver ontwikkeld dan voornemens voor zeewierteelt op zee.

3 Verkennen nieuwe offshore energieconcepten

Er wordt geëxperimenteerd met nieuwe offshore energieconcepten naast wind op zee. Zo worden testen gedaan met de productie van groene waterstof (PosHYdon/TNO) en zonne-energie op zee. Beide toepassingen bevinden zich nog in de onderzoeksfase. Ook hier is sprake van andere regio’s die hier ook werk van maken. Noord-Nederland (Eemshaven) zet bijvoorbeeld in op groene waterstof en zonne-energie op zee is ook een aandachtspunt voor Zeeland en Noord-Holland.

4 Verkennen nieuwe innovaties t.b.v. sport

In Scheveningen worden innovaties in de watersport getest. Centraal in dit innovatieveld staat het Sailing Innovation Centre waar nieuwe technieken voor de zeilsport worden getest (bijv. coachingboot op waterstof en nieuwe coatings met minder weerstand). Het betreft onderzoeksprojecten waaruit nog geen bedrijvigheid is voortgekomen.

Bronnen: Rijksoverheid (maart 2021) Ontwerp Programma Noordzee 2022 – 2027, interviews

D SWOT Voor de innovatieve maritieme bedrijvigheid in de Scheveningen Haven is de volgende SWOT opgesteld Sterkten/kansen

Zwakten/bedreigingen

• Commerciële zeewierproductie op zee komt steeds meer in zicht en biedt kansen • voor Scheveningen gezien ligging nabij offshore windparken (mogelijke locaties voor zeewierteelt) en eerdere ervaringen met pilots zeewierteelt.

Huidige basis van innovatieve bedrijven in de haven is smal. Reeds gevestigde bedrijven moet doorgroeien, nieuwe starters of aanwas van buiten moet zorgen voor groei.

• Verkenningen van kansen voor nieuwe visserij-vormen in offshore windparken, nieuwe hernieuwbare energieoplossingen op zee en innovaties in sport staan in de kinderschoenen. Het profiel van Scheveningen past goed bij een positie als pilotlocatie voor deze initiatieven.

•

Huurprijs bedrijfsruimten Scheveningen Haven kan (te) hoog zijn voor start-ups en scale-ups. Dit kan een belemmering vormen voor vestiging van bedrijven.

•

Campus@Sea bevindt zich in de startfase en beschikt nog niet over een programmering gericht op kennisuitwisseling en ecosysteemgroei.

• Rond Campus@Sea is een community georganiseerd van bedrijven en kennisinstellingen die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van innovatieve maritieme bedrijvigheid in de haven.

•

Er is vrijwel geen fysieke ontwikkelruimte beschikbaar in de haven. Voordeel daarbij is dat de innovatieve bedrijvigheid vaak kleinschalig en inpasbaar is.

•

Verwerkende keten zeewier is nog in ontwikkeling en vooralsnog niet in Scheveningen gevestigd. Het betreft een industriële activiteit (drogen, fermenteren, zouten, etc.) waarvan het de vraag is of deze past bij de Scheveningen Haven (omvang ruimtevraag, grond/huurprijs, milieuruimte).

• Buiten de Scheveningse haven zit een aantal partijen die geïnteresseerd zijn in kennisontwikkeling en innovatie in relatie tot de Noordzee (Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan).

1.3.3 Sector Innovatieve maritieme bedrijvigheid

E

Bevindingen

1 Voorbeeld Innovatiehub

Huidige situatie • De sector innovatieve maritieme bedrijvigheid betreft veelal startende bedrijven met een klein aantal medewerkers. Economische omvang van het segment innovatieve maritieme bedrijvigheid in de haven is vooralsnog beperkt. • Er zijn oriënterende gesprekken tussen de gemeente Den Haag en de technische afdeling van Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan met als insteek ‘banen op de Noordzee’. Scheveningen zou een praktijk-/opleidingslocatie kunnen zijn voor Hbo/Mbo-talent dat werkzaam wordt ‘op de Noordzee’. Daarnaast liggen er mogelijkheden voor samenwerking met universiteiten (vooral Delft en Leiden). Toekomst • Het ruimtegebruik op de Noordzee is in ontwikkeling en biedt nieuwe economische kansen. Met Campus@Sea hebben de gemeente Den Haag en provincie Zuid-Holland hiervan een speerpunt gemaakt. Gezien het profiel van de haven, bij Campus@Sea aangesloten partijen en trends & ontwikkelingen ligt er potentie in innovatieve maritieme bedrijvigheid. • Wat betreft innovatieve maritieme bedrijvigheid is de pilot fase vooralsnog het meest van toepassing. Dit betreft praktijk georiënteerd onderzoek (valorisatie) en mogelijk een bedrijfsverzamelgebouw voor startende bedrijven. Uitgangspunt is dat bedrijven een relatie met de Noordzee onderhouden. • De huidige beperkte omvang van innovatieve bedrijvigheid in de haven laat onverlet dat bedrijven doorgroeien.

Op een gegeven moment gaat het niet meer om innovatieve startende bedrijven maar om volwassen ondernemingen. Voor deze bedrijven is meer zelfstandige bedrijfsruimte (single tenant) vaak de geprefereerde huisvestingskeuze. • Brede commerciële toepassing van zeewierteelt is aanstaande. Scheveningen leent zich vooral als vestigings-/overslaglocatie voor zeewierboerderijen (voorbeeld 2). Grootschalige verwerking van zeewier is minder passend in verband met omvang ruimtevraag, grond/huurprijs en milieuruimte (voorbeeld 3).

Vestigingsprofiel Magazijn, RDM Rotterdam • Onderdeel Rotterdam Makers District (RDM en M4H) waar een functionele mix wordt gemaakt van bedrijven, onderwijs, onderzoek en bezoekers • Kleinschalig complex met 4 bedrijfsruimtes van 1.000 m2 inclusief 4 kantoorruimtes van 120 m2 • Qua profiel passend voor Scheveningen Haven

2 Voorbeeld zeewierboerderij Vestigingsprofiel Dutch Seaweed Group • Zeewierboerderij van 10 ha in Oosterschelde • ‘Hatchery’ voor opkweek van uitgangsmaterialen en daarnaast een ‘farm’ voor daadwerkelijke teelt • Werkgelegenheid ca. 5-10 personen • Qua profiel passend voor Scheveningen Haven

3 Voorbeeld zeewierverwerking Vestigingsprofiel productielocatie Algaia • Frans zeewierbedrijf gericht op extractie en verkoop van ingrediënten uit zeewier • Productielocatie in Lannilis omvat 3-4 ha. Betreft een voormalige locatie Cargill waar sinds 2017 ca €7 mln. in is geïnvesteerd • Qua profiel niet passend voor Scheveningen Haven

1.3.4 Sector Recreatief/toeristisch havengebruik

A

Profiel

B

Economische analyse

•

Toeristen en bezoekers van de Scheveningen haven verrichten recreatieve activiteiten in/rond de haven, maken gebruik van de horeca en op de haven gerichte detailhandel (bijv. winkels in vis en watersportartikelen). De sector recreatief/toeristisch havengebruik heeft dus betrekking op de bezoekerseconomie. Naast de directe werkgelegenheid bij bedrijven in recreatie/toerisme is ook sprake van indirecte effecten. Dit heeft betrekking op bezoekers/gebruikers van de haven die vervolgens geld besteden bij horeca en detailhandel. Hierbij zijn vier activiteiten van belang • Jachthaven voor vooral nationale bezoekers • Cruisehaven als aanleglocatie voor internationale cruiseschepen • Evenementenhaven • Zeilhaven Jachthaven: er zijn ruim 1.150 jachthavens in Nederland die meer dan 20 ligplaatsen hebben. Scheveningen jachthaven is hier één van. De jachtclub van Scheveningen heeft circa 300 ligplaatsen en meer dan 700 leden. Vanwege de grote vraag is er is een (structurele) wachtlijst voor ligplaatsen in de jachthaven. Cruisehaven: in Nederland zijn drie cruiseterminals in Rotterdam, Amsterdam en IJmuiden. Daarnaast komen cruiseschepen aan in Vlissingen, Eemshaven en Scheveningen. De haven van Scheveningen richt zich op cruiseschepen tot 160 meter met maximale diepgang van 7,5 meter. Streven is om vooral in het luxere segment actief te zijn.

Evenementen: in Scheveningen haven worden veelvuldig evenementen gehouden. Een voorbeeld hiervan is de Volvo Ocean Race – tegenwoordig The Ocean Race – die in 2023 voor de derde keer Scheveningen zal aandoen. Zeilhaven: het Nationaal Topzeilcentrum is gevestigd in de Scheveningen haven. Deze instelling is niet alleen gericht op ‘top-of-the-bill innovaties’ voor o.a. Olympiërs, maar ook voor de bredere zeilsport en werkgelegenheid die daarmee te maken heeft. Daarnaast worden er in de haven dikwijls (kleinschalige) zeilevenementen georganiseerd, zoals het NK Zeilen.

•

In de economische analyse van deze sector wordt onderscheid gemaakt tussen directe werkgelegenheid en indirecte bestedingseffecten. Hieronder wordt eerst ingegaan op werkgelegenheid in termen van banen in de Scheveningse haven in de toeristische sector (naast horeca en detailhandel bijvoorbeeld ook banen bij de jachthaven). Vervolgens wordt ingegaan op indirecte bestedingseffecten die ontstaan doordat bezoekers van toeristische attracties ook elders geld besteden. Opgemerkt wordt dat deze bestedingen ook buiten de haven terecht kunnen komen.

•

•

•

•

•

Werkgelegenheid • In de haventoeristische sector zijn 44 vestigingen actief met 354 werkzame personen. Het aantal vestigingen is tussen 2011-2021 teruggelopen wegens een dalend aantal cafés. De werkgelegenheid ligt in 2021 op een laag niveau in relatie tot 2011 en 2016. Vooral het aantal banen in restaurants en cafés is gedaald. Waarschijnlijke verklaring hiervoor is de Coronacrisis en overheidsmaatregelen die daarmee verband houden. • In totaal vertegenwoordigt recreatie & toerisme 20-25% van de totale werkgelegenheid. Deze sector en dus een belangrijke economische drager van de haven. Ontwikkeling aantal vestigingen horeca en detailhandel Scheveningen haven 60

50

50 44

50 40 30 20 10 0 2011

2016

2021

Ontwikkeling werkgelegenheid haventoerisme Scheveningen haven 600

513

497

500 Bronnen: Folder Cruise Port Scheveningen (2018), Waterrecreatie Advies (2015) Actualisatie aantal recreatievaartuigen in Nederland 2005 – 2014, Algemeen Dagblad (2020)

354

400 300 200 100 0 2011 Bron: LISA (01-01-2021)

2016

2021

1.3.4 Sector Recreatief/toeristisch havengebruik

Bestedingen • De economische betekenis van recreatief/toeristisch havengebruik komt deels ook voort uit de bestedingen van havenbezoekers. Het organiseren van een evenement heeft bijvoorbeeld ook economische bestedingseffecten voor de haven, zonder dat dat direct uit te drukken valt in extra permanente werkgelegenheid. • Voor de vier vrijetijdcategorieën zijn de indirecte bestedingen op basis van kengetallen in beeld gebracht. Hierbij wordt specifiek ingegaan op de indirecte bestedingen (en niet de directe bestedingen), aangezien de directe bestedingen ook al worden meegenomen met de werkgelegenheidscijfers. Zo komt het liggeld van de jachthaven direct ten goede aan de jachthaven, waardoor het niet wordt meegenomen als besteding. De horecabestedingen van de jachthavenbezoekers worden hierin wel meegenomen. • Jachthaven: voor bestedingen door bezoekers van jachthavens is naar twee onderzoeken gekeken: • Waterrecreatie advies (2014) heeft onderzocht dat gebruikers van jachthavens ongeveer €80 per dag uitgeven aan horeca en lokale retail. • ZKA Leisure Consultants (2020) heeft de economische impact van Almelo Waterstad onderzocht en komt tot een totaal van €60 per dag. • Uitgaande van gemiddeld €70/dag, gemiddeld 20 bezoeken aan de haven per ligplaats per jaar, gemiddeld 3 personen per bezoek en 300 ligplaatsen brengt dit het totaal consumptieve uitgaven op €1,3 mln.

• Cruisehaven: Rebel (2016) laat o.b.v. CLIA zien dat gemiddelde bestedingen in aanloophavens op €62 ligt voor passagiers en €23 voor de crew. Deze uitgaven bestaan uit bestedingen aan excursies, eten en drinken en accommodaties. Per saldo is een klein cruiseschip goed voor ongeveer €17.500 aan bestedingen van passagiers en crew in de haven en binnenstad. In het recente verleden heeft één cruiseschip de Scheveningse haven aangezien. Dit betekent een economische waarde van €17.500. • Evenementenhaven: hieronder een overzicht van bezoekersaantallen van de grootste evenementen in Scheveningen tussen 2015-2019 (x1.000). Evenement Volvo Ocean Race

2015

2016

2017

150

2018

2019

337

Sail Scheveningen

Gem. 244

220

220

Vlaggetjesdag

180

170

250

250

175

205

Totaal

330

170

250

587

395

347

Bronnen: Gemeente Den Haag - Monitor toerisme 2019

• Voor de Volvo Ocean Race 2018 is door de Haagse Hogeschool een evaluatie uitgevoerd naar de economische waarde van dit evenement. Deze is ingeschat op €8 mln. Voor de andere evenementen zijn geen cijfers bekend over de economische betekenis. • De Monitor Toerisme (2019) Den Haag laat zien dat Nederlandse bezoekers aan Den Haag met een toeristisch motief gemiddeld €53 per bezoek besteden, voornamelijk aan horeca (€23), winkelen (€12) en entree (€12). Daarnaast heeft BEA (2020) onderzoek gedaan naar de economische betekenis van toerisme voor Den Haag. BEA bouwt voor op studie van Smart Agent Market Response en komt tot €39 als gemiddelde besteding opgebouwd uit entree/ticketprijs (€20), horeca (€10) en detailhandel (€10). Uitgaande van een gemiddelde besteding van €35 (excl. entreekosten) voor een evenementenbezoeker en 347.000 evenementbezoekers komt dit op een gemiddelde totale besteding van €12,1 mln. • Zeilhaven: in de haven van Scheveningen vindt in de zomermaanden vrijwel ieder weekend een zeilevenement plaats. Hierbij moet niet worden gedacht aan een evenement ter grootte van de Volvo Ocean Race, maar kleinschaligere zeilevenementen en –wedstrijden. Voor deze evenementen wordt ook uitgegaan van een gemiddelde besteding van €30-40 per zeilevenementbezoeker.

Uitgaande van circa 250 bezoekers per evenement komt het totaal aan bestedingen op basis van het zeilen per evenement neer op €8.750. Voor 20 evenementen per jaar (o.b.v. interviews) komt het totaal aan inkomsten neer op circa €175.000. • Op basis van de vier clusters ontstaat het volgende totaalbeeld: Overzicht berekening bestedingen per categorie Categorie

Indicator

Jachthaven

Ligplaatsen (#)

Cruisehaven

Cruiseschepen (#/jaar)

Evenementenhaven

Bezoekers (#/jaar)

Zeilhaven

Zeilevenementen (#/jaar)

Totaal

Gem. besteding (€)

Bestedingen (€)

300

4.200/ligplaats/jaar

1,3 mln.

1

17.500/cruiseschip

17.500

347.000

35/bezoeker

12,1 mln.

20

8.750/event

175.000

Huidig

13,6 mln.

• Kortom, als toeristische/recreatieve trekpleister genereert de haven van Scheveningen vooral door grootschalige evenementen behoorlijke bestedingen die neerkomen op een bedrag rond €13,5 mln. Hoewel niet noodzakelijkerwijs volledig, is het aannemelijk dat deze grotendeels ten gunste komen van de Scheveningse en Haagse middenstand.

1.3.4 Sector Recreatief/toeristisch havengebruik

C Trends & ontwikkelingen Hieronder zijn vijf belangrijke trends en ontwikkelingen in de het recreatieve/toeristische sector weergegeven. Trend

Toelichting

1. Groei toeristenbestedingen, tegenwind door Corona

Vanaf 2010 stijgen de bestedingen van toeristen elk jaar, tot en met 2019. De verwachting is dat de bestedingen na de Coronacrisis de stijgende lijn van de periode 2010-2019 weer zullen volgen. Wel dient hierbij te worden opgetekend dat een groot deel van de horeca steunt momenteel op Coronasteun van de overheid. Wanneer deze afgebouwd worden is de verwachting dat het aantal faillissementen en stoppers (tijdelijk) toeneemt.

2. Groei aantal evenementen (pre-Corona)

De evenementenbranche laat al jaren groei zien. Dit betreft één- en meerdaagse evenementen op het gebied van kunst, cultuur, muziek, sport, religie, wetenschap. Begin 2020 waren de vooruitzichten ook positief: de sector verwachtte minstens hetzelfde aantal evenementen te produceren als in 2019. Ook het aantal bestedingen op evenementen steeg elk jaar. De Coronacrisis heeft roet gegooid in dit voornemen en de evenementenbranche onder druk gezet.

3. Cafés onder druk

Waar de horeca als geheel sinds 2010 in principe continu groeit, is het beeld bij ‘traditionele’ cafés anders. Sinds 2010 daalt het aantal cafés in Nederland. Voor café-restaurants en koffiebars zijn de perspectieven gunstiger.

4. Veel vraag naar ligplaatsen in jachthavens

Tien jaar geleden dreigde de jachthavens nog te vergrijzen, maar in de afgelopen paar jaar is een kentering ingezet. Het hebben of huren van een boot wordt steeds populairder (ook onder o.a. dertigers), waardoor de vraag naar ligplaatsen in jachthavens stijgt.

5. Toenemende vraag naar cruisereizen

In de jaren voor Corona steeg het aantal cruisereizigers wereldwijd elk jaar. Deze stijging valt toe te schrijven aan de groeiende welvaart wereldwijd, waardoor meer toeristen zich een (relatief dure) cruise kunnen veroorloven. Voordeel voor Scheveningen kan zijn dat Amsterdam sinds 2018 minder cruiseschepen wil laten toelaten, Scheveningen zou die cruises over kunnen nemen. De ontwikkelingen sinds begin 2020 zijn vanwege de Coronacrisis lastig te peilen.

Bronnen: Dynamix (2020), Eventbrite (2020), PRIMOS (2020), Rabobank (2021), Retailmonitor Den Haag 2017, VTK (2021)

D SWOT Voor de recreatieve/toeristische sector in de Scheveningen Haven is de volgende SWOT opgesteld Sterkten/kansen

Zwakten/bedreigingen

•

Scheveningen haven biedt een aantrekkelijke vestigingsomgeving

•

•

Mogelijkheden om te focussen op toeristen/recreanten aan de haven (bijv. gebruikers jachthaven, bezoekers evenementen, etc.)

Coronamaatregelen drukken omzet horeca en winkeliers, daarbij brengt Corona onzekerheid met zich mee, wat zorgt voor een negatief effect

•

Geplande evenementen (Ocean Race en WK zeilen) zorgen voor bestedingsimpuls, Scheveningen heeft ervaring met dergelijke evenementen

Daling van de werkgelegenheid in de sector (2011-2021), vooral restaurants en cafés onder druk

•

Wegvallen steunmaatregelen kan leiden tot faillissementsgolf en leegstand

• •

Ook in lastige markt aantrekkelijke locatie, ook met mogelijkheden voor alternatieve functies (vergelijk winkelcentrum langs rand stad)

•

Verstedelijking (wonen) biedt weliswaar mogelijke klanten maar zet unieke vestigingsomgeving onder druk

•

Mogelijkheden voor samenwerking/crossovers met vissector (zie initiatief Noordzeevis)

•

Bereikbaarheid en parkeermogelijkheden onder druk

•

•

Aanwezigheid van strand leidt bezoekers langs Scheveningen haven

Leegstand winkelvastgoed in Den Haag neemt toe (mede door Corona en digitalisering).

•

Corona kan zorgen voor een ‘inhaaleffect’ van bezoekers en bestedingen

•

Internationale cruisebezoekers meer affiniteit met Amsterdam dan Den Haag

•

Wachtlijst voor ligplaatsen in de jachthaven

•

•

Aanwezigheid Nationaal Topzeilcentrum Den Haag kan impuls geven aan zeilgerelateerde evenementen

Niet alle toeristische wateruitbreidingen mogelijk doordat de haven ook beschikbaar en bereikbaar moet zijn (bv. kadeontwikkeling voor cruises)

1.3.4 Sector Recreatief/toeristisch havengebruik

E

Bevindingen

1.3.5 Conclusie

De economische analyse van de vier sectoren overziend is het volgende beeld van de economische omvang en potentie zichtbaar.

Huidig • De horeca en detailhandel is een belangrijke economische drager van de haven met 20-25% van de werkgelegenheid. Bestedingen van bezoekers van bijvoorbeeld de jachthaven en tijdens evenementen liggen deels aan de basis van deze werkgelegenheid.

Sector

•

Recreatief/toeristisch havengebruik

De economische omvang van de sector staat (tijdelijk) onder druk. Het aantal vestigingen en werkgelegenheid dalen, in het bijzonder cafés en restaurants. De Coronacrisis leidt namelijk tot sterke economische tegenwind waar deze bedrijven last van hebben.

Toekomst • De groeiverwachting voor recreatief/toeristisch havengebruik is positief, maar Corona heeft hierop een rem gezet. Voor het post-Corona tijdperk wordt verwacht dat de groei weer doorzet omdat mensen meer geld besteden aan vrijetijdsbesteding in termen van horeca/detailhandel/sport/recreatie. •

Uitbreiding van de jachthaven heeft marktpotentieel. De vraag naar ligplaatsen in jachthavens stijgt waardoor jachthavens een gunstig economisch perspectief hebben. Ook tijdens Corona is deze vraag intact gebleven. Jachthaven Scheveningen heeft een wachtlijst met geïnteresseerden.

•

Ontwikkelingen in cruisereizen bieden kansen voor Scheveningen. Het aantal cruisereizigers steeg voor de Coronacrisis elk jaar gestaag. Daarnaast biedt het Amsterdamse cruiseschipbeleid kansen om een deel van die cruiseschepen over te nemen. Kanttekening hierbij is dat de Scheveningen haven niet geschikt is om de grote cruiseschepen aan te kunnen laten meren. Daarnaast is de bestedingsimpuls van deze kleine schepen beperkt.

•

De vooruitzichten voor de (zeil)evenementensector zijn kansrijk omdat mensen meer geld besteden aan vrijetijdsactiviteiten. Corona heeft hier (tijdelijk) een rem gezet. De aanwezigheid van het Topzeilcentrum biedt kansen om (kleinschaligere) zeilevenementen te organiseren.

Visserij

Huidige omvang

Potentie

?

Offshore Innovatieve, maritieme bedrijvigheid

• Visserij: voor de visserij wordt een stabiele omvang verwacht, met dien verstande dat er onzekerheid zit bij de pelagische visserij die als gevolg van consolidatie kan besluiten een deel van hun operatie te verplaatsen naar elders (bijv. IJmuiden). Vooralsnog zijn er geen signalen dat een dergelijke beslissing ophanden is • Offshore: in offshore liggen kansen voor de Scheveningen Haven. Deze markt groeit en Scheveningen is goed gepositioneerd om hierop in te spelen. Reeds in de haven gevestigde bedrijven zullen doorgroeien en bedrijven van buiten willen zich in Scheveningen vestigen. • Innovatieve, martieme bedrijvigheid: vooralsnog een relatief klein onderdeel van de haven, maar wel met groeiperspectief. Het betreft kleine bedrijven die vooral van buiten aangetrokken moeten worden. • Recreatief/toeristisch havengebruik: positief groeiperspectief door groeiende consumentenbestedingen aan vrijetijdsactiviteiten waarvan detailhandel, horeca, sport en recreatie kunnen profiteren. Scheveningen haven is een passende locatie voor deze activiteiten. Kortom, er is sprake van economische groeidynamiek in de haven. Dit leidt tot behoefte aan bedrijfsruimte en kaderuimte vanuit vooral offshore, innovatieve maritieme bedrijvigheid en recreatief/toeristisch havengebruik.

In het volgende paragrafen wordt gekeken of ruimte toereikend is om deze groei te faciliteren en de randvoorwaarden bereikbaarheid, klimaat & water, natuur & milieu en leefbaarheid tegemoet kunnen komen aan de verwachte economische groeidynamiek.

Hoofdstuk 1.4 Ruimtelijke analyse

In dit hoofdstuk is de ruimtelijke analyse van de Scheveningen haven uitgevoerd. Opbouw is als volgt: • 1.4.1 Indicatieve ruimtebehoefte: wat is –om gevoel voor getallen te krijgengezien de verwachte economische potentie een indicatieve ruimtebehoefte voor Scheveningen haven? • 1.4.2 Ruimtegebruik en beschikbaarheid: welke functies hebben een plek in de Scheveningen haven en waar is ruimte beschikbaar voor bedrijvigheid ? • 1.4.3 Kadegebruik en beschikbaarheid: wat zijn de relaties tussen kadegebruik en de vestiging van bedrijven, hoe is het kadegebruik in Scheveningen haven verdeeld en is er nog kaderuimte beschikbaar? • 1.4.4 Haalbaarheid uitbreiding naar zee: wat is de haalbaarheid van een uitbreiding naar zee? • 1.4.5 Conclusie: bevindingen op een rij en conclusies -vanuit ruimtelijk perspectief- ten aanzien van de haalbaarheid van de drie scenario’s uit het Havenconvenant.

Rode lijn is afbakening van het havengebied

1.4.1 Indicatieve ruimtebehoefte

Indicatieve berekening bedrijfsruimtebehoefte 2022-2030 Om gevoel voor getallen te krijgen is de ruimtebehoefte voor Scheveningen Haven indicatief berekend aan de hand van twee invalshoeken: 1. Top down vanuit provinciale ruimtebehoefte ramingen 2. Bottom-up berekening op basis van economische analyse (§1.3.1 t/m §1.3.4) 1. Top down vanuit provinciale ruimtebehoefte ramingen De provincie Zuid-Holland laat periodiek ruimtebehoefte ramingen opstellen om de behoefte naar verschillende typen bedrijventerrein in beeld te brengen. Deze ruimtebehoefte wordt in beeld gebracht op basis van: • Vraagraming: voortbouwend op twee economische scenario’s (WLO laag en hoog) is de vraag naar bedrijventerreinen bepaald. • Aanbod: het aanbod is afgeleid uit de bedrijventerreinenmonitor 2021 van de provincie Zuid-Holland. • Behoefte: vraag minus aanbod. Ramingen gaan in op regiospecifieke bedrijfsruimtemarkten en hebben aandacht voor verschillende typen ruimtevragers. Scheveningen Haven is onderdeel van de Haagse regio* en biedt een natte kavels (lees: kavels met een kade) voor watergebonden bedrijven zoals waterbouw, scheepsbouw, betoncentrales en kustvaart**. De meeste recente raming is opgesteld in 2021 en gaat in op de ruimtebehoefte voor de periode 2021-2030. De behoefte watergebonden bedrijventerrein in de Haagse regio t/m 2030 is: Regio Haagse regio

Uitbreidingsvraag (ha) 2 tot 5

Aanbod (ha)

Behoefte (ha) 0

2 tot 5

Bron: STEC (2021) Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland

Voor de Haagse regio blijkt een behoefte van 2-5 ha naar natte kavels. Het is reëel dat een deel van deze vraag in Scheveningen Haven landt. * Bestaande uit de gemeenten: Den Haag, Rijswijk, Wassenaar, Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland-noord, Westland, Delft en Midden-Delfland. ** Gekozen is om uit te gaan van de behoefte aan natte kavels voor watergebonden bedrijven en niet voor zeehaventerreinen. Zeehaventerreinen zijn namelijk geconcentreerd in de Haven van Rotterdam als één van de weinige locaties in Zuid-Holland waar tegemoet gekomen wordt aan vestigingseisen van de zeevaart (aanwezigheid terminals, diepgang, calls grote rederijen, etc.). Het vestigingsmilieu van Scheveningen Haven heeft ondanks de ontsluiting naar zee meer overeenkomsten met natte terreinen zoals Merwedehaven Dordrecht en Oosteind/Kooyhaven Papendrecht.

2. Bottom-up berekening o.b.v. economische analyse (§1.3.1 t/m §1.3.4) Op basis van de economische analyse is hieronder een mogelijke ruimtebehoefte bepaald voor de Scheveningen haven in een basis- en een plusscenario voor de periode 2022-2030.

• Visserij: per saldo geen ruimtebehoefte verwacht, mogelijk komt ruimte beschikbaar indien pelagische rederijen besluiten een deel van hun activiteiten te verplaatsen. Dit is onzeker en vooralsnog niet aan de orde. • Offshore: groeipotentie in deze sector maakt dat er ruimtevraag verwacht wordt. Daarbij zijn twee segmenten relevant: • Crew center: betreft een hotel met catering, ontspanning, sport, etc. waar crew verblijft en met crewschepen naar windpark gaat. Uitgaande van een gemiddelde omvang van 2.500 m2 en 2 vestigingen in het basisscenario en 3 in een hoog scenario bekent dit een ruimtevraag van 0,5 ha (basisscenario) of 0,75 ha (plusscenario). • Offshore service hub: dit betreft een onderhouds- en service hub met kantoor, opslagruimte, werkplaats en kaderuimte. Er wordt uitgegaan van geen offshore service hub in het basisscenario en één vestiging van 1 ha in het plusscenario. • Per saldo betekent dit een totale ruimtebehoefte van 0,50 – 1,75 ha. • Innovatieve, maritieme bedrijvigheid: deze sector zal naar verwachting groeien waardoor sprake is van ruimtebehoefte. Uitgaande van een gemiddelde bedrijfsomvang van 500-1.000 m2 en 4 vestigingen in het basisscenario en 6 in het plusscenario betekent dit een totale ruimtebehoefte van 0,2 – 0,6 ha. • Recreatief/toeristisch havengebruik: vanuit recreatief/toeristisch havengebruik wordt groei verwacht.

Qua ruimtevraag uit zich dit vooral in gebruiksruimte en minder in bedrijfsruimte. Denk aan extra ligplaatsen jachthaven, kaderuimte voor cruises, parkeerruimte voor zeilers en bezoekers van evenementen. Fysieke bedrijfsruimte wordt gevraagd door horeca en detailhandel. Ruimtebehoefte is niet in te schatten omdat deze volledig afhankelijk is van het detailhandelsbeleid gemeente, bezoekersaantallen, publiekstrekkers, etc.. Per saldo resulteert een indicatieve bedrijfsruimtebehoefte van 0,7 – 2,4 ha vanuit offshore en innovatieve maritieme bedrijvigheid. Daarnaast wordt bedrijfsruimtebehoefte verwacht van detailhandel/horeca. Conclusie De twee benaderingen voor een indicatieve ruimtebehoefte gecombineerd leiden tot een ruime bandbreedte van ruwweg 1,0 – 2,5 ha. Deze ruimte is er niet in de haven. Scheveningen Haven loopt tegen ruimtelijke grenzen aan.

1.4.2 Ruimtegebruik en beschikbaarheid

Zonering van activiteiten Deze kaart rechts geeft inzicht in de zonering van de bedrijfsactiviteiten. Deze geeft het volgende beeld. Het haventoerisme is verspreid over de gehele haven, maar zijn wel enigszins geclusterd: Detailhandel is vooral te vinden aan de Vissershavenweg. Horeca is vooral te vinden aan de kades van de Tweede Haven. De visgerelateerde detailhandel vindt vooral plaats bij de Eerste Haven, waar ook de visafslag is. Horeca is te vinden nabij de Tweede Haven, waar ook de jachthaven is.

Het bedrijfsleven dat actief is in sport en recreatie is beperkt tot een zeilschool, twee surfscholen en twee sportbedrijven. Sportieve activiteiten zijn ook te vinden aan de strandzijde, met onder andere een beachvolleyballocatie en twee surfscholen. Het bedrijfsleven dat actief is in de offshore beperkt zich tot rederijen Groen en Vrolijk aan de Dr. Lelykade. Daarnaast is Dutch Tender Service gevestigd in de eerste haven. Innovatieve bedrijven, partners van Campus@Sea, zijn gevestigd in het Middengebied aan/rond de Hellingweg. Het betreft startende bedrijven met een klein aantal medewerkers. Het bedrijfsleven in het visserijcluster is gevestigd in en rond de eerste haven. Er valt een duidelijk onderscheid te maken in de noordzijde en zuidzijde van deze haven: • Noordzijde: vestigingsplaats visafslag en handelsbedrijven. De kade wordt gebruikt door kotters die hun vangst aan land brengen en vermarkten via de visafslag. Daarnaast vinden kleinschalige reparaties aan kotters plaats aan deze kade.

Functies Woon(ontwikkelingen) Visgroothandel

• Zuidzijde: vestigingsplaats pelagische rederijen en handels- en verwerkende bedrijven. Kade wordt gebruikt voor aanleg en onderhoud van trawlers. De kopse kant van dr. Lelykade is gebruiksruimte voor uitleg en reparatie van netten van vissers. Wat betreft de waterzijde is er verschil tussen de kotters en de pelagische rederijen

Visserij

• Kotters: vrijwel dagelijks leveren kotters vis aan bij de visafslag. Over het algemeen blijven kotters één tot vijf dagen per week op zee. Er is dus sprake van een hoge frequentie van in- en uitvarende kotters en de verblijftijd in de haven is relatief kort.

Hotel

• Pelagische rederijen: trawlers verblijven veelal een aantal weken op zee. Wanneer de koelruimte op schepen gevuld is komen zij naar de haven waar het lossen en onderhoud vaak meerdere dagen vraagt. Er is dus sprake van lage frequentie van in- en uitvarende trawlers en de verblijftijd in de haven is relatief lang.

KNRM/RWS

Horeca Innovatie

Sport en cultuur Gemengd woon/bedrijf

Activiteiten Laden/lossen lichte logistiek

Trawler

Hellingbaan

Laden/lossen zware logistiek

Tenderboot

Horecavoorziening

Jachthaven

Tallship

Walstroom

Rijksrederij

Olieboot & bevoorrading (tankwagens)

Onderhoud maritiem

Passagiers -schip

Opslag afval(stoffen)

Onderhoud jachten Gemengde haven

Woningen RWS-kade

Viskotter Zeilboot zeilcentrum

KNRM

Uitleg netten

Container

1.4.2 Ruimtegebruik en beschikbaarheid

Huidig ruimtegebruik Het huidig ruimtegebruik in de Scheveningen Haven omvat ruim 10 ha welke grotendeels wordt ingevuld door de visserij en overige functies. Er zijn geen uitgeefbare (onbebouwde) kavels beschikbaar voor bedrijven. Sector

Ruimtegebruik (ha)

Visserij

4,1

Offshore

0,2

Innovatieve, maritieme bedrijvigheid

0,1

Recreatief/toeristisch havengebruik

1,6

Overige (wonen, overige bedrijven, etc.)

4,4

Uitgeefbare (onbebouwde) kavels

0,0

Totaal

10,4

Nieuwe ontwikkelingen Nieuwe bedrijfsruimte komt binnenkort beschikbaar binnen de Scheveningen haven. Het betreft locaties 3xVis, herontwikkeling AZ Fisheries, Norfolkterrein en bedrijvengebouw Dr. Lelykade. In deze toekomstverkenning worden deze nabije ontwikkelingen als een gegeven beschouwd, waarbij uitgegaan is dat functionele invulling al bestendigd is. Derhalve dragen deze ontwikkelingen niet bij aan nieuwe ruimte voor economische clusters.

Eerste fase 3xVIS © Systabo (vanuit Rapport de Kust Gezond)

Conclusie: Scheveningen haven is volledig ontwikkeld en beschikt niet over kavels voor nieuwvestiging van bedrijven. Nieuwe vastgoedontwikkelingen levert geen nieuw toekomstig ruimteaanbod omdat de functionele invulling al bestendigd is. De berekende indicatieve ruimtevraag kan dus niet eenvoudig (op greenfields) in het huidige bassin ingepast worden, waardoor scenario 0 (‘geen uitbreiding, handhaven status quo’) uit het Havenconvenant niet wenselijk is.

Impressie hotel Dr. Lelykade (vanuit Rapport de Kust Gezond)

1.4.3 Kadegebruik en beschikbaarheid

Ruimtelijke neerslag ecosysteem van de haven De kaart rechts geeft het ecosysteem van de haven op een aantal cruciale aspecten weer. De pijlen laten de relatie tussen de vestiging van bedrijven en waar deze bedrijven opereren zien. Uit de kaart worden de volgende zaken opgemerkt: • De kleuren van de vakken (groen, geel, oranje en rood) geven de relaties gebouwen – kades – waterfront aan: • Groen vlak: bedrijven gevestigd binnen dit vlak hebben landgebonden activiteiten • Geel vlak: bedrijven gevestigd binnen dit vlak hebben kadegebonden activiteiten • Oranje vlak: bij bedrijven gevestigd binnen dit vlak zijn kade- en waterfrontgebonden activiteiten mogelijk • Rood vlak: bedrijven gevestigd binnen dit vlak hebben kade- en waterfrontgebonden activiteiten • Er is een aantal gebouwen dat geen directe relatie met het waterfront en de kade heeft, maar dat wel opereert binnen de haven. • Alle drie de havenbekkens staan met elkaar in verbinding. In principe heeft elke havenbekken zijn eigen profiel – zo is bijvoorbeeld de eerste haven gericht op industrie en de tweede haven op leisure en kleinschalige maritieme bedrijvigheden. Toch blijkt in de praktijk dat de verschillende activiteiten binnen de haven sterk verspreid zijn over de drie bekkens.

• Een aantal bedrijven opereert op meerdere locaties binnen de haven, vooral binnen het waterfront en de kades van de eerste en de derde haven. Dit zou een gevolg kunnen zijn van ruimtegebrek: wanneer onvoldoende ruimte op diens voorliggende kade is, zijn bedrijven in gevallen genoodzaakt om gebruik te maken van andere kades. Dit betekent dus dat er een aantal ‘cruciale’ kades zijn, waar een aantal bedrijven sterk afhankelijk van zijn, en waar de haven absoluut niet zonder kan. Het havensysteem maakt dat de vestiging van bedrijven en hun activiteiten in sommige gevallen ruimtelijk los van elkaar staan, en dat eenzelfde soort bedrijvigheid wel verspreid plaatsvindt over de haven.

1.4.3 Kadegebruik en beschikbaarheid

Kades en gebruik • Scheveningen Haven beschikt over kades met individuele eigenschappen (zie o.a. tabel rechts). • Kades zijn in gebruik door de speerpuntsectoren en overige gebruikers (bijv. tijdelijke havengebruikers zoals Fugro of Rijkswaterstaat). Hieronder het overzicht hiervan: Kade

Visserij

1

X

2A

X

2B

X

3

X

4

X

5

X

6

X

7

X

Offshore

Innovatieve maritieme bedrijven

X

126

11

2A

50

3,5

2B

350

3

3

140

21

340

30

5

235

20

X

X

6

340

17-23

7

310

41

8A

535

3,5

X

8B

320

28

X

X

9A

120

7-23

X

X

9B

95

20

10

124

10

X X

8B

X X

1

4

8A

9A

Breedte (m)

Overige gebruikers

X X

Lengte (m)

Toerisme & recreatie

X

X

Kade

X

X

X

9B 10

X X

Bron: Gemeente Den Haag, BOH en BSH (2020) Havenconvenant

Wat betreft het kadegebruik kan gesteld worden: • Alle kades zijn in gebruik door bedrijven in de speerpuntsectoren of overige gebruikers. Er is geen ‘makkelijk’ beschikbare vrije kaderuimte. • De visserij heeft de meeste kades in gebruik (vooral in eerste haven en deels tweede haven) gevolgd door toerisme en recreatie (accent tweede haven). Dit overeenkomstig hun dominantie in economische omvang. • Offshore en innovatieve maritieme bedrijven hebben minder kades tot hun beschikking. Ook dit in lijn met de huidige economische omvang van deze sectoren. • Met name kade 1, 4 en 5 zijn cruciaal voor het eco-systeem van de haven. Kades ook waar door nieuwe ontwikkelingen (Semafoor en hotel) het gebruik complexer wordt. Bron: Gemeente Den Haag, BOH en BSH (2020) Havenconvenant

1.4.3 Kadegebruik en beschikbaarheid

De economische dynamiek van groeisectoren in de haven leidt ook tot vraag naar gebruiksruimte in termen van kades. Hieronder is deze op hoofdlijnen beschreven: Sector

Kades

Visserij

Geen groei verwacht dus geen aanvullend kadegebruik gewenst.

Offshore

Groei van offshore gaat gepaard met groei van het aantal schepen dat tenderservices uitvoert. Dit vraagt om substantieel meer kade (vooral lengte).

Innovatieve, maritieme bedrijvigheid

Een deel van de innovatieve, maritieme bedrijvigheid zal in hogere of lage frequentie naar zee moeten. Dit zal leiden tot een beperkte groei van benodigde kadelengte en -ruimte

Recreatief-toeristisch havengebruik

Recreatief/toeristisch havengebruik vraagt veel kade (lengte) voor jachten, zeil- en cruiseschepen. Daarnaast vragen evenementen kaderuimte voor publiek.

Conclusie Het kadegebruik in de Scheveningen haven is intensief en reeds verdeeld over verschillende gebruikers. Groei van offshore, innovatieve maritieme bedrijvigheid en toeristisch-recreatief havengebruik vraagt om aanvullende kaderuimte die er niet is. Scheveningen haven loopt ook wat betreft kades tegen grenzen van groei aan. Scenario 0 (‘geen uitbreiding, handhaven status quo’) is geen wenselijk scenario.

Impressies kade-activiteiten

1.4.4 Haalbaarheid uitbreiding naar zee

Een zeewaartse uitbreiding van de haven (een optie voor scenario 2 uit het havenconvenant) wordt momenteel niet als een technisch verantwoorde, duurzame en betaalbare optie gezien. Zodoende wordt deze “optie” niet verder meegenomen en uitgewerkt in deze toekomstverkenning. . Deze keuze is gebaseerd op een aantal vooralsnog kwalitatieve analyses en overwegingen vanuit verschillende waterbouwkundige, nautische en economische invalshoeken (inclusief kustveiligheid en morfologie). De kwalitatieve conclusie is gebaseerd op de onderstaande aandachtspunten en overwegingen: 1. Wat is de functie van de huidige “buitenhaven” (gelegen binnen rode contourlijn)? De huidige buitenhaven, feitelijk bestaande uit twee serieel geschakelde havenkommen, verzorgt een aantal essentiële functies zonder welke de Scheveningse haven niet kan functioneren en dus economisch niet kan bestaan.

Alhoewel de buitenhaven dus geen specifieke afmeer- en logistieke havenfuncties heeft, zijn de betreffende noordelijke en zuidelijke havendammen bovendien van wezenlijk belang om de naar zee open haventoegang c.q. buitenhaven ‘op haar plaats te houden’ in de dynamisch stabiele zandige kustlocatie. Tevens hebben deze dammen een zodanige lengte dat aanzanding van de toegangsgeul in de buitenhaven langzaam plaatsvindt en daarmee het onderhoudsbaggerwerk binnen de perken blijft. In dit verband moet er eveneens op gewezen worden dat de havendammen en het voor ‘normale’ golven beschutte gebied daarbinnen, buitendijks havengebied betreffen. Hetgeen verantwoord is omdat de buitenhaven geen permanent en multifunctioneel verblijfs- en afmeergebied is tijdens (zware) stormen. Nb: er wordt wel ingeschat dat het positioneren van een calamiteitensteiger in de 2e havenkom van de buitenhaven mogelijk is, mits kleinschalig van aard en zodanig gepositioneerd dat nautiek en veilig afmeren is gewaarborgd. Samenvattend kan men stellen dat de, uit twee kommen bestaande, buitenhaven van onmisbaar belang is voor het veilig functioneren, toegankelijk houden en beschermen van alle bekkens met afgemeerde schepen en de daaraan gekoppelde voorzieningen van de Scheveningse haven als totaal.

2. Kan de bestaande buitenhaven gebruikt worden om de Scheveningse haven naar zee uit te breiden? Gezien de huidige functie van de totale configuratie van de buitenhaven (zie 1. hierboven), is het onmogelijk om in het kader van een zeewaartse havenuitbreiding (startend vanuit de voorhaven) binnen de bestaande twee havenkommen nieuwe permanente ruimte voor havenbedrijfsfuncties te vinden en aan te leggen.

Tijdens stormen uit het zuid- tot noordwesten wordt binnendringende golfenergie in twee stappen (kom 1 en vervolgens kom 2) efficiënt gedessipeerd en zodoende wordt de benodigde “rust” in de haven gewaarborgd. De twee havenkommen leveren samen een door havendammen afgeschermd navigatiekanaal ter lengte van om en nabij 800 m. Gezien de range aan (binnenkomende) schepen die van de Scheveningse haven gebruik maakt is een beschut afrem- en uitlooptraject van deze lengte essentieel om het navigeren en daarbij functioneren van de haven onder alle weersomstandigheden veilig mogelijk te maken. Door de maat, vormgeving en beschikbare ondiepten aan de komranden kunnen ook onverhoopte calamiteiten (stuurfouten, harde wind, motorstoringen, brand, etc.) gecontroleerd ‘opgevangen’ en relatief gemakkelijk en adequaat hersteld en/of opgelost worden.

Dit betekent niet dat een zeewaartse uitbreiding van de haven technisch gesproken onmogelijk zou zijn, echter dit zou dan op de volgende manier aangepakt dienen te worden. Er zijn grofweg de volgende twee opties (a en b). Optie A

a. De buitenhaven van een aanpalend noordelijk en/of zuidelijk havenbekken voorzien. Dit zal betekenen dat het betreffende stuk kust-strandgebied aan noord- en/of zuidzijde wordt ingewisseld voor havengebied. Tevens moet er vanuit de bestaande navigatiegeul in de buitenhaven een vrij “lastige” geul-aftakking naar de nieuwe bekken(s) worden gemaakt.

1.4.4 Haalbaarheid uitbreiding naar zee

Optie B

b. De buitenhaven ‘ombouwen’ tot een veilig en permanent havengebied en de (functie van de) bestaande 2-koms buitenhaven naar zee doorschuiven/verplaatsen.

Echter, de consequenties voor zowel het kust- als stranddeel (aan beide zijden van de buitenhaven) zijn enorm en zijn vanuit ecologisch, recreatief en stedelijk perspectief uitermate onaantrekkelijk Daarbij is een minimaal investeringsniveau voor de basisinfrastructuur van orde een 1,0 miljard Euro feitelijk niet te dragen en te verantwoorden op gemeentelijk niveau.

3. Wat zijn de ‘uitdagingen’ voor de ontwikkeling van uitbreidingsopties a en b en is dat realistisch? Optie a: Technisch gesproken is het vanuit waterbouwkundig perspectief mogelijk om aan noord- en/of zuidzijde van de bestaande havendammen als het ware een “mini Maasvlakte” aan te leggen van ieder ca. 650 x 650 m2, m.a.w. aan ieder zijde een bruto haventerrein van orde 40 ha. Deze twee gebieden dienen op een veilig (zogenaamd ‘binnendijks’) niveau te worden aangelegd en te worden voorzien van zeeweringen op stormvloedniveau. Tevens zou er een ‘bescheiden’’ beweegbare stormvloedkering in beide lokale havenbekkeningangen moeten worden geplaatst. De zeeweringen zouden eventueel voor ca 30-50% als zachte wering (kunstmatig en te onderhouden strand) kunnen worden aangelegd. De bestaande noordelijke en zuidelijke havendammen, althans voor de delen die onderdeel worden van de binnendijkse nieuwe zeeweringen, moeten bovendien op een veilig, golfoverslagen stormvloedproef niveau worden gebracht. De investeringskosten (prijspeil 2022), uitgaande van ca. 750 m kademuur in beide havengebieden worden ingeschat op orde 500 miljoen Euro voor ieder 40 ha groot havengebied afzonderlijk. Het resulterende netto havengebied wordt ingeschat op totaal 50 ha aan weerszijden van de buitenhaven.

Genoemde aanlegkosten houden geen rekening met benodigde natuurcompensatie en schadevergoeding voor uitkoop en/of verplaatsing van bestaand huidig kust- en strandgebruik. Een oplossing, zoals voorgesteld onder optie a, is technisch haalbaar met name ook omdat de grootschalige morfolgische invloed op het Zuid-Hollandse kustvak als klein wordt ingeschat. Nb: er zullen wel lokale invloeden zijn op de dynamische stabiliteit van het Scheveningse strand. Deze zal, met het juiste kustonderhoud en goede monitoring, naar verwachting een nieuw dynamisch evenwicht zoeken en vinden.

Optie b: Een technisch geheel andere masterplan aanpak is om de bestaande buitenhaven om te bouwen tot veilig nieuw havengebied. De consequentie daarvan is dat de, voor stormbescherming en veilige ingang, benodigde buitenhaven (zijnde 2 serieel geschakelde havenkommen) geheel naar dieper water dient te worden verplaatst. Hierbij komen de nieuwe (buitenste) havendamhoofden op meer dan 10 m waterdiepte te liggen. Een oplossing waarbij de havendammen om en nabij een kilometer doorschuiven naar dieper water, zal ongetwijfeld serieuze morfologische consequenties hebben voor het dynamische strand- en kustgedrag van een groot deel van het ZuidHollandse kustvak. Zonder uitvoerige studie en modellering is op dit moment moeilijk in te schatten wat de precieze lange termijn kustmorfologische effecten zullen zijn en wat de omvang van de benodigde initiële en periodieke mitigerende maatregelen precies zullen inhouden en zullen kosten. Nb: het doorschuiven van de buitenhaven naar dieper water wordt niet als waterbouwkundig onmogelijk ingeschat maar de uiteindelijke effecten op de kust zijn niet verwaarloosbaar en kunnen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, onder controle worden gehouden. Kostenconsequenties op basis van gedetailleerde analyses en onderzoeken moeten daarvoor eerst goed worden uitgezocht voordat zo’n optie nader wordt overwogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13938809/1