CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318238 Bijlage 1 Rapportage toekomstverkenning Scheveningen haven

Commissie Bestuur 16 mei 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief wethouder Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling, mevrouw Bruines, inzake Voortgang en uitgangspunten toekomst Scheveningen Haven28.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toekomstverkenning Scheveningen haven

Definitief 29 juli 2022

Managementsamenvatting en advies

Managementsamenvatting en advies A Achtergrond 1. Scheveningen haven is een multipurpose haven waarin verschillende sectoren en functies gevestigd zijn. Het unieke en complexe karakter van de haven maakt dat ruimte voor nieuwe ontwikkelingen beperkt is en dat ontwikkelingen met elkaar kunnen schuren. Daarbij ontbreekt een helder toekomstperspectief, wat leidt tot bedrijfsonzekerheid en polarisatie van belangen. 2. In reactie hierop is een Havenconvenant afgesloten tussen de gemeente Den Haag, Belangenvereniging Schevenings Havengebied (BSH) en de Bewonersorganisatie Havenkwartier (BOH). Hierin is duidelijk gemaakt dat het bestaansrecht van economische sectoren centraal staat in de toekomstige ontwikkeling van de haven. Deze toekomstverkenning geeft invulling aan de afspraak in het Havenconvenant om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar uitbreidingsmogelijkheden tot 2040 van visserij, offshore, zeil/jacht en maritiem-gerelateerde innovatieactiviteiten in Scheveningen. De centrale vraag daarbij is: wat voor haven heeft Scheveningen in de toekomst? B Onderzoeksopzet 3. Deze toekomstverkenning is opgebouwd uit vier inhoudelijke blokken: a) Analyse en inventarisatie: betreft een analyse/inventarisatie van het ruimtelijk-economisch havensysteem.

Hierin zijn economische kansen en (on)mogelijkheden van de haven qua ruimte, bereikbaarheid, natuur & milieu, klimaat & water en leefbaarheid in beeld gebracht. Dit resulteert in inzicht in het meest haalbare scenario, zoals benoemd in het Havenconvenant: Scenario nul: geen uitbreiding en handhaven status-quo. Huidige bedrijfsruimten en kades blijven gewaarborgd voor bedrijfsmatige en havengerelateerde activiteiten. Scenario één: optimalisatie binnen bestaand havenareaal, door optimalisering en aanpassingswerken, uitgaande van het huidige bestemmingsplan rondom de haven inclusief de daarbij horende geluidscontouren. Scenario twee: een zeewaartse uitbreiding van de Scheveningen haven met buitengaatse aanleg van nieuwe kades en vestigingsruimte voor bedrijven. b) Toekomstbeelden: voor het meest haalbare scenario (stap a) zijn toekomstbeelden voor de Scheveningen haven opgesteld. Deze bestaan uit logisch samenhangende economische clusters die ruimtelijk zijn ingepast in de haven met begrip van de status van de randvoorwaarden. c) Effectanalyse: de effecten van de toekomstbeelden zijn bepaald om de verschillende toekomstbeelden te kunnen beoordelen. Effecten zijn afhankelijk van het thema, kwantitatief dan wel kwalitatief uitgewerkt. d) Advies op basis van de bevindingen.

C 4.

Analyse en inventarisatie De Haveneconomie is geanalyseerd qua omvang en aard van werkgelegenheid. In de Scheveningen haven zijn ruim 250 bedrijven en organisaties actief waar 1.500 personen werken. Werkgelegenheid in de haven is de laatste 5 jaar relatief stabiel na een krimp in de periode 2011-2016. Het aantal bedrijven in de haven is continu doorgegroeid in de periode 2011-2021. Dit wijst op een groeiend belang van meer kleinschalige bedrijvigheid voor de haveneconomie.

5.

Relatief grote sectoren in de haven zijn het visserijcluster, de horeca en de toeristische sector. Deze sectoren zijn ook gebonden aan het vestigingsmilieu van de haven omdat zij kaderuimte nodig hebben (visserij) en inspelen op bezoekersstromen (horeca). In die zin biedt Scheveningen haven een unieke vestigingslocatie voor kadegebonden bedrijvigheid in bijvoorbeeld visserij en offshorebedrijven die elders in Den Haag niet beschikbaar is.

6.

Daarnaast is een verdiepende analyse uitgevoerd van de perspectieven van de vier speerpuntsectoren uit het Havenconvenant: visserij, offshore, innovatieve maritieme bedrijvigheid en toerisme/recreatie. Deze geeft het volgende beeld ten aanzien van de economische omvang en potentie van de vier sectoren: Sector

Visserij

Huidige omvang

Potentie

?

Offshore Innovatieve, maritieme bedrijvigheid Recreatief/toeristisch havengebruik

a) Visserij: voor de visserij wordt een stabiele omvang verwacht, met dien verstande dat er onzekerheid zit bij de pelagische visserij die als gevolg van consolidatie kan besluiten een deel van hun operatie te verplaatsen naar elders (bijv. IJmuiden). Vooralsnog zijn er geen signalen dat een dergelijke beslissing ophanden is b) Offshore: in offshore liggen kansen voor de Scheveningen Haven. Deze markt groeit en Scheveningen is goed gepositioneerd om hierop in te spelen. Reeds in de haven gevestigde bedrijven zullen doorgroeien en bedrijven van buiten willen zich in Scheveningen vestigen. c) Innovatieve, maritieme bedrijvigheid: vooralsnog een relatief klein onderdeel van de haven, maar wel met groeiperspectief. Het betreft kleine bedrijven die vooral van buiten aangetrokken moeten worden. d) Recreatief/toeristisch havengebruik: positief groeiperspectief door groeiende consumentenbestedingen aan vrijetijdsactiviteiten waarvan detailhandel, horeca, sport en recreatie kunnen profiteren. Scheveningen haven is een passende locatie voor deze activiteiten.

7. Uit de analyse blijkt dat er sprake is van groeidynamiek in de haven, primair vanuit offshore, innovatieve maritieme bedrijvigheid en recreatie/toeristisme. Dit leidt tot behoefte aan bedrijfs- en kaderuimte. Daarbij leidt groei tot extra druk op randvoorwaarden zoals bereikbaarheid, natuur & milieu en leefbaarheid. Het is de vraag of deze dit aan kan kunnen. Daarom is ook de status van de randvoorwaarden geanalyseerd.

10. Daarnaast is gekeken naar het kadegebruik in Scheveningen haven. Uit de analyse blijkt dat het kadegebruik intensief is, en reeds is verdeeld over de vier speerpuntsectoren (vooral visserij en toerisme/recreatie) en overige gebruikers (bijv. RWS en Fugro). Groei van offshore, innovatieve maritieme bedrijvigheid en toeristisch-recreatief havengebruik vraagt dan ook om aanvullende kaderuimte die er nu niet is. Kortom, Scheveningen haven loopt ook wat betreft kades tegen de grenzen van de eigen ontwikkeling aan. 11. Ook is de bereikbaarheidssituatie van de haven onder de loep genomen. Er zijn nu al verschillende verkeersknelpunten zijn. Daarom zetten de groeiperspectieven van speerpuntsectoren de toch al kwetsbare bereikbaarheid van Scheveningen haven verder onder druk. Groei/doorontwikkeling van de haven kan niet plaatsvinden zonder impuls ten aanzien van bereikbaarheid.

‘Het Havensysteem’

Ruimte en Economie

Havensysteem Randvoorwaarden

8. Om gevoel voor getallen te krijgen is een indicatieve ruimtebehoefte voor de haven berekend aan de hand van twee invalshoeken: top down vanuit provinciale ruimtebehoefteramingen en een bottom-up berekening op basis van de verdiepende sectoranalyse. De twee benaderingen gecombineerd leidt tot een bandbreedte van de ruimtebehoefte van 1,0 – 2,5 ha. 9. Wanneer wordt ingezoomd op het huidig ruimtegebruik in de haven dan blijkt dat er geen uitgeefbare (onbebouwde) kavels beschikbaar zijn. De haven wordt volop gebruikt door vooral de visserij en overige functies (zie tabel). Recente en nabije ontwikkelingen 3XVIS, herontwikkeling AZ Fisheries, Norfolkterrein en bedrijvengebouw Dr. Lelykade worden als een gegeven beschouwd, omdat er vanuit wordt gegaan dat de functionele invulling al voor een belangrijk deel bestendigd is of in de nabije toekomst bestendigd zal zijn. Hierdoor komt dus ook nauwelijks ruimte beschikbaar voor uitbreiding of nieuwe ontwikkelingen. Kortom, Scheveningen haven loopt tegen ruimtelijke grenzen aan. Sector

Ruimtegebruik (ha)

Visserij

4,1

Offshore

0,2

Innovatieve, maritieme bedrijvigheid

0,1

Recreatief/toeristisch havengebruik

1,6

Overige (wonen, overige bedrijven, etc.)

4,4

Uitgeefbare (onbebouwde) kavels

0,0

Totaal

10,4

12. Wat betreft de situatie in de Scheveningen haven inzake natuur & milieu blijkt uit de analyse het volgende: a) Geluid: industrie is in basis alleen mogelijk rond de eerste (en deel tweede) haven. Daarbij behoeft bedrijvigheid aan Dr. Lelykade aandacht, omdat deze buiten de grens van het gezoneerd industrieterrein valt. Rondom voormalig Norfolkterrein is slechts beperkte bedrijvigheid in een gebied met reeds een hoog geluidniveau mogelijk. Vanuit het oogpunt van geluidshinder zijn er dus grenzen aan de ontwikkeling van de haven. b) Luchtkwaliteit (fijnstof en geur): de luchtkwaliteit in de haven is op orde, dus vanuit dit thema is er ‘ruimte’ voor doorontwikkeling van de haven. c) Natuur: in de omgeving van de Scheveningen haven ligt beschermd Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal. De verwachting is dat nieuwe ontwikkelingenn in Scheveningen haven minder stikstof uitstoten dan in de huidige situatie. Dit als gevolg van innovatieve bedrijfsvoering, toepassing walstroom etc. Dit geeft ruimte voor ontwikkeling. d) Externe veiligheid: Er zijn twee inrichtingen die gebruik maken van NH3, Ammoniak. Deze bronnen vormen geen risico buiten het perceeloppervlak van de inrichtingen zelf. 13. Vanuit de optiek van klimaat & water is Scheveningen erg kwetsbaar. Er zijn indicatieve berekeningen gemaakt van de (in)directe schade door wateroverlast in het jaar 2050 en 2100.

Hieruit blijkt dat de schade voor extremen die zich gemiddeld eens in de 100 jaar voordoen circa €20 mln is in 2050 (kans van 26%). In 2100 loopt zowel de kans als schade op. Kortom, een impuls van waterveiligheid van Scheveningen haven is een must.

14. Het verleggen van de waterkering draagt bij aan het vergroten van de waterveiligheid van Scheveningen haven. Uit een expert-oordeel blijkt dat een toekomstige flexibele waterkering tussen het Noordelijk havenhoofd (nabij huidige KNRM-locatie) en de tegenover gelegen landtong nabij de Hellingweg het meest haalbaar is. Argumenten hierbij zijn: a) Visafslag, de eerste en tweede haven dienen middels een flexibele kering te worden te beschermd tegen hoogwater (en worden daarmee binnendijkse gebieden). b) Scheveningen haven (in dit geval de derde haven en de havenkom) te allen tijde (ook tijdens storm en hoog water) toegankelijk voor calamiteiten. c) Bij (recentelijke) realisatie vastgoed is reeds rekening gehouden met aspect waterveiligheid (nieuwe Deltanormering). 15. Naast de verkenning van het huidig bassin is ook gekeken in hoeverre buitengaatse uitbreiding naar zee kansrijk is. Hiervoor zijn twee opties op basis van een expertbeoordeling beschouwd. De opties zijn als volgt:

Optie A

Optie B

a) De buitenhaven is van een aanpalend noordelijk en/of zuidelijk havenbekken voorzien. Dit zal betekenen dat het betreffende stuk kuststrandgebied aan noord- en/of zuidzijde wordt ingewisseld voor havengebied. Tevens moet er vanuit de bestaande navigatiegeul in de buitenhaven een vrij “lastige” geulaftakking naar de nieuwe bekken(s) worden gemaakt. b) De buitenhaven ‘ombouwen’ tot een veilig en permanent havengebied en de (functie van de) bestaande 2-koms buitenhaven naar zee doorschuiven c.q. verplaatsen.

16. Beide opties zijn kwalitatief beschouwd op waterbouwkundige, nautische en economische invalshoeken (inclusief kustveiligheid en morfologie). Optie a is de meest verantwoorde aanpak als het gaat om de mogelijke korte en lange termijn kustmorfologische effecten. De negatieve impact op de lokale kustecologie, de bestaande recreatie en de huidige stedelijke interactie met het strand is echter uitermate groot. Optie b is de meest verantwoorde aanpak als het gaat om het minimaliseren en vermijden van de ecologische en recreatieve impact op de lokale kust- en strandgebieden rond Scheveningen haven. Het maximaal te ontwikkelen bruto haventerrein is orde 20% kleiner dan bij optie a. Ook de bouwhinder voor de in gebruik blijvende bestaande haven is veel groter dan bij optie a. Kosten lopen in beide gevallen op tot meer dan €0,5 mld.

17. Op basis van de beschouwing van de twee opties wordt een zeewaartse uitbreiding van de haven momenteel niet als een technisch verantwoorde, duurzame en betaalbare optie gezien. 18. Concluderend wordt gesteld dat er is sprake van economische dynamiek in Scheveningen haven. In lijn daarmee bevat ook het havenconvenant een stapeling van (economische) ambities voor het gebied. Dynamiek en ambities zijn echter groter dan wat de haven momenteel ruimtelijk en qua randvoorwaarden (bereikbaarheid, milieu, waterveiligheid) aan kan. Daarmee is scenario 0 uit het Havenconvenant geen haalbare optie. Ook een zeewaartse uitbreiding van de haven wordt momenteel niet als een technisch verantwoorde, duurzame en betaalbare optie gezien. Daarmee is scenario 2 van het Havenconvenant geen haalbare optie, wat betekent dat de toekomstontwikkeling van Scheveningen haven binnen het huidig havenbassin plaats moet vinden. Binnen het havenbassin is ‘niet alles mogelijk’; keuzes dienen te worden gemaakt. In deze toekomstverkenning zijn deze keuzes uitgewerkt in samenhangende toekomstbeelden, met als inzet optimalisatie van havenactiviteiten en –ruimtegebruik in lijn met scenario 1 uit het Havenconvenant.

B Toekomstbeelden 19. Hiervoor is duidelijk geworden dat er meer economische dynamiek in de haven is dan de haven ruimtelijk kan faciliteren. Dit betekent dat groei van functies ten koste gaat van andere functies, ofwel door natuurlijk verloop (stoppende en/of verhuizende bedrijven) ofwel door actief ingrijpen (aankoop). Hierbij is het van belang om in samenhang naar functies te kijken om tot een éénduidig profiel te komen voor de haven, synergie te waarborgen en conflicten te vermijden. Op deze invulling wordt invulling gegeven aan de optimalisatieopgave van scenario 1 uit het Havenconvenant. 20. De speerpuntsectoren uit het Havenconvenant zijn in het voorgaande onderdeel vanuit economisch perspectief geanalyseerd. Op basis van deze analyse zijn tien interessante clusters voor de haven geïdentificeerd. Als rode lijn door de tien segmenten heen zijn drie mogelijke toekomstbeelden voor de Scheveningen geformuleerd: a) Internationaal visserijcluster: haven primair inrichten om het functioneren van de visserij te optimaliseren. Deze variant komt het sterkst overeen met de huidige situatie, alleen cruiseschepen zijn niet meer gewenst. b) Innovatieve Noordzeehaven: haven inrichten op duurzame exploitatie van de Noordzee met bestaande (kottervisserij) en nieuwe markten (o.a. offshore).

In dit profiel wordt ruimte geboden aan offshore- en innovatieve bedrijvigheid en ruimte onttrokken aan vishandelsbedrijven en de pelagische visserij. c) Stadshaven: de bezoekerseconomie staat centraal in dit profiel. Dit betekent dat de jachthaven kan groeien, ruimte wordt geboden aan cruiseschepen, de zeilhaven groeit en veel evenementen worden georganiseerd en meer ruimte komt voor horeca en detailhandel. Huidig profiel

Internationale visserijhaven

Innovatieve Noordzeehaven

Stadshaven

Noordzeevisserij

++

++

++

++

2

Vishandelsbedrijven

+++

+++

+

+

3

Pelagische visserij

+++

+++

+

+

4

Offshore service

+

+

+++

+

5

Innovatiehub

+

+

+++

++

6

Horeca/detailhandel

++

++

++

+++

7

Jachthaven

+

+

++

+++

8

Cruisehaven

0/+

0

+

++

9

Evenementenhaven

+

+

+

++

10

Topsport zeilhaven

+

+

++

++

Nr.

Clusters

1

21. De toekomstbeelden zijn logisch samenhangende clusters van activiteiten. Dit biedt voordelen voor synergie en draagt bij aan het vermijden van potentiële conflicten (zie onderstaande tabel). Denk in het geval van synergie aan de meerwaarde van een jachthaven voor de horeca en in het geval van conflicten aan bezoekersstromen die niet goed samengaan met lossen, onderhoud en service van visserijschepen. Het is vooral voor Scheveningen logisch om aandacht te besteden aan een samenhangend toekomstbeeld. Internationale visserijhaven •

• Synergie bevorderen •

Vestiging bedrijven met onderlinge toeleverancierafnemer relaties Specialisatie van lokale/regionale arbeidsmarkt Extern profiel als visserijhaven

Innovatieve Noordzeehaven •

•

• •

Conflicten vermijden

•

Kadegebruik primair voor de visserij (andere functies secundair) Voorkomen overlast geur, geluid en gevaar naar bezoekers

•

•

Stadshaven

Vestiging offshorebedrijven als kansrijke partners voor innovatieve bedrijven (bijv. zon-opzee, visserij in offshore windparken) Kritische massa realiseren voor kruisbestuiving tussen innovatieve bedrijven Extern profiel als innovatieve haven

•

Kadegebruik primair voor offshore en innovatieve bedrijvigheid (andere functies secundair) Voorkomen overlast geur, geluid en gevaar naar bezoekers

•

•

•

•

Inzet op activiteiten die bezoekers trekken en daarmee horeca en detailhandel aanjagen Kritische massa realiseren om aantrekkingskracht op bezoekers te ontwikkelen Extern profiel als Stadshaven Kadegebruik primair voor de toeristisch en recreatieve activiteiten (andere functies secundair) Voorkomen overlast geur, geluid en gevaar naar bezoekers

22. De toekomstbeelden zijn ontworpen met begrip van diverse ontwerpprincipes. Deze hebben te maken met onder andere (selectie van ontwerpprincipes): a) Ruimte: er is uitgegaan van doorgang van voorgenomen ontwikkelingen (bijv. Vastint-hotel) en in geval van vertrek van een niet-havengebonden bedrijf wordt deze ruimte ingevuld door een havengeboeden bedrijf. b) Nautica: serviceboten/schepen zoals de olieboot en sleepboot dienen een vaste plek in de haven te hebben. c) Geluid: industrie mag in basis alleen rond de eerste haven (en een deel tweede haven) d) (Water)veiligheid: uitgangspunt is dat de derde haven te allen tijde (ook bij storm en hoogwater) bereikbaar is voor binnenlopende schepen (calamiteitenhaven). e) Kadegebonden werkzaamheden: kaderuimte voor scheepsonderhoud wordt geconcentreerd in de eerste haven en de Adriaan Maaskade f) Bereikbaarheid: mobiliteitsoplossingen zijn nodig voor toekomstbeeld Stadshaven.

23. Bij het toekomstbeeld Innovatieve Noordzeehaven focust Scheveningen haven zich op activiteiten gericht op het verzilveren van duurzame verdienkansen van de Noordzee. Scheveningen haven wil daarbij een koppositie pakken als ontwikkelaar en toepasser van nieuwe, duurzame vormen van de exploitatie van zeeën. Hiertoe is de haven goed uitgerust door de excellente ligging t.o.v. windparken in de Noordzee (markt voor de offshore), aanwezigheid van de innovatieve proefzone voor de kust en beschikbare ruimte voor co-creatie en ondernemers. Hierbij past het volgende illustratieve ruimtelijke beeld.

24. Het toekomstbeeld Stadshaven staat in het teken van toerisme en recreatie. De haven zal zo worden ingericht dat de stadshaven alle seizoenen kan omarmen. Anders dan in de huidige situatie zal de haven twaalf maanden per jaar de functie als toeristisch waterfront vervullen. De aansluiting met de Scheveningse Pier, de boulevard en andere Scheveningse activiteiten zal binnen dit scenario worden verbeterd. In tegenstelling tot de huidige situatie zal de haven hierdoor niet alleen een toeristische aanvulling op Scheveningen-Bad zijn, maar ook een recreatieve bestemming op zichzelf zijn. Hierbij past het volgende illustratieve ruimtelijke beeld.

Nr.

Projecttitel

Huidige situatie

Toekomst

1

Visexperience noord. Havenhoofd

3XVIS in ontwikkeling

Het noordelijk havenhoofd wordt gericht op bezoekers en de visexperience

Nr.

Projecttitel

Huidige situatie

Toekomst

1

(Visserij)innovatiehub

3XVIS in ontwikkeling

Er wordt nieuwe ruimte beschikbaar gesteld voor innovatief onderzoek binnen de visserijsector en de presentatie van visserij-gerelateerde innovatie in de haven

2

Commerciële boulevard

Focus op vis, ook horeca en detailhandel

Commercialiseren van visafslag (markthal), visexperience, ook Eerste havengerelateerde bedrijvigheid

2

Commerciële boulevard

Focus op vis, ook horeca en detailhandel

Commerciële boulevard met aan weerszijden innovatieve Noordzeeactiviteiten voor specifieke doelgroepen (geïnteresseerd in zeilsport/Noordzeevis/biobased economy)

3

Maritieme mix

Pelagische visserij

Maritieme mix van kotters, kleine vissersboten, Rijksrederij, KNRM, crewtenders, staandewantvisserij, Ribs en serviceboten van de haven (olie- en sleepboot).

4

Multi purpose center

Innovation Centre

Pelagische visserij

Innovation center, gericht op energietransitie/offshore, food en zeilsport

Pelagische vis, niet-havenger. bedrijven

Centreren van pelagische visserij en vishandelsbedrijven

3 4

Pelagisch viscluster

Pelagisch vis en overige bedrijvigheid

Centreren van pelagische visserij en vishandelsbedrijven

5

Pelagisch viscluster

Pelagische vis, niet-havenger. bedrijven

Centreren van pelagische visserij en vishandelsbedrijven

5

Gemengde recreatiehaven

Gemengde haven

Gemengde haven, meer gericht op recreatieve vaart: Uitbreiding jachthaven, RIBs, zeezeilers

6

Uitbreiding jachthaven

Gemengde haven

Uitbreiding jachthaven met 70 ligplaatsen

7

Commerciële plint

Plint met diverse functies

Versterken commerciële plint

Nr

Projecttitel

Huidige situatie

Toekomst

Groeiende bezoekersaantallen leiden in het toekomstbeeld stadshaven tot de volgende extra acties:

1

Innovatie/onderzoekscentrum

3XVIS in ontwikkeling

Er wordt nieuwe ruimte beschikbaar gesteld voor innovatief onderzoek binnen de visserijsector

Toename bezoekersaantallen leiden tot de volgende acties

2

Verbeteren van de kadefunctie

Smalle kade

Verbeteren van de kadefunctie (voor onderhoud, walstroom, uitleg netten).

3

Versterken viscluster

Pelagisch vis en niet-havengerelateerde. bedrijven

Versterking van viscluster: Enkel bedrijven / functionele ruimten die een directe relatie met de kade hebben. Er is hier geen ruimte meer voor aanleg cruises.

A

Mobiliteitshub

Potentiële locaties voor mobiliteitshub

B

Boulevard

Versterken boulevardfunctie

C

Pontje

Pontje voor bezoekers

D

Parkeren (jachthaven)

D1 Lang parkeren met ophaalservice / hub Scheepswerf; D2 Kort parkeren voor jachthaven; D3 Dwarsparkeren Hellingweg; D4 Kort parkeren onder multi purpose center

E

Voetgangersbrug

Beweegbare voetgangersbrug

25. Het toekomstbeeld Internationale visserijhaven heeft de meeste raakvlakken met de huidige situatie. Ondanks dat de sector in Nederland niet zal gaan groeien, door o.a. door de afname van visgebieden door nieuwe ontwikkelingen in de (Noord)zee, is er wel bestaansrecht voor het viscluster in de Scheveningen haven. De internationale vishaven als thema en toekomstperspectief geeft bedrijven zekerheid en versterkt het vestigingsklimaat in de haven. Daartoe dient doelgericht ingezet te worden op het uit de haven verplaatsen van niet-kade- of havengebonden activiteiten om ruimte te krijgen voor uitbreiding (en centrering) van het viscluster. Hierbij past het volgende illustratieve ruimtelijke beeld:

C Effecten 26. De drie toekomstbeelden zijn beoordeeld op hun effecten qua ruimtegebruik, economische effecten en impact op randvoorwaarden. Omdat voor de diverse projecten/ontwikkelingen geen uitgewerkte plannen bestaan (het is namelijk een toekomstverkenning), is gebruik gemaakt van kengetallen (ruimte en economie) en een expert-oordeel (randvoorwaarden). 27. Wat betreft ruimtegebruik zijn de grootste verschuivingen in de drie toekomstbeelden als volgt: a) Innovatieve Noordzeehaven: groei van offshore (+0,5 ha) en innovatieve bedrijvigheid (+0,7 ha) en afname van Noordzeevisserij* (-0,5 ha) en overige bedrijfsfuncties (-0,7 ha). b) Stadshaven: groei toerisme & recreatie (+1,5 ha) en de jachthaven (+70 plekken). Afname van pelagische (-0,6 ha) en Noordzeevisserij (-0,4 ha) en overige functies (-0,6 ha). Toename aantal cruises. c) Internationaal visserijcluster: extra ruimte voor pelagische visserij (+0,6 ha) en afname van overige bedrijfsfuncties (-0,6 ha).

*Innovatieve Noordzeehaven behoudt de banen in de Noordzeevisserij door efficiënter ruimtegebruik van de visafslag

28. De ruimtelijke effecten zijn vertaald naar economische effecten. Dit vanuit de gedachte dat beschikbaarheid van bedrijfsruimte bepalend is voor de economische omvang die de sectoren kunnen bereiken. Dit levert onderstaand beeld op waarbij de werkgelegenheid in de haven varieert tussen 1.500-1.600 werkzame personen. De verschillen zijn dus zeer beperkt. Dit komt omdat er geen transformatie naar andere functies plaatsvindt (bijv. wonen) waardoor het totale oppervlak voor bedrijven gelijk blijft, en wijzigingen in ruimtegebruik zeer klein zijn (uiterlijk plus of min 1,5 ha) waardoor verschillen in ruimte-intensiteit (werkzame personen per ha) beperkt invloed hebben op de totale werkgelegenheid. Qua bestedingen springt de stadshaven eruit omdat het multipurpose center zorgt voor een bestedingsimpuls.

30. Wat betreft bereikbaarheid laat het toekomstbeeld Stadshaven de meeste positieve resultaten zien. Dit komt door de afname van het vrachtverkeer en toevoeging van parkeervoorzieningen. Deze bereikbaarheidsimpuls is essentieel om dit toekomstbeeld te laten slagen. Bij de internationale vishaven is er op de meeste onderdelen geen wezenlijk verschil met de huidige situatie. Er is echter wel sprake van een lichte toename van vrachtverkeer.

*Innovatieve Noordzeehaven behoudt de banen in de Noordzeevisserij door efficiënter ruimtegebruik van de visafslag

29. Naast de ruimtelijke en economische effecten zijn ook de effecten van de toekomstbeelden op de randvoorwaarden in beeld gebracht. Dit is gedaan op kwalitatieve wijze. In lijn met het analysekader gaat h et om de randvoorwaarden bereikbaarheid, natuur & milieu, klimaat & water en leefbaarheid. Daarnaast zijn de effecten van de toekomstbeelden op het imago van de haven geschetst.

31. Wat betreft klimaat & water verschillen de toekomstbeelden niet omdat de waterkering in alle gevallen wordt geplaatst tussen het Noordelijk havenhoofd (nabij huidige KNRM-locatie) en de tegenover gelegen landtong nabij de Hellingweg. In alle drie gevallen dus een vergelijkbaar positief effect.

32. Wat betreft natuur & milieu zijn de toekomstbeelden op hoofdlijnen vergelijkbaar. De verschillen die er zijn hebben te maken met geur en geluid. Geuroverlast kan toenemen door de groei van horeca in toekomstbeeld Stadshaven. Daarnaast biedt toekomstbeeld Noordzeehaven ruimte voor supplyschepen en tender services, hetgeen gepaard kan gaan met geluidsoverlast.

33. Wat betreft leefbaarheid zal vooral in toekomstbeeld Stadshaven een positieve ontwikkeling plaatsvinden (meer voorzieningen, impuls openbare ruimte en minder industriële bedrijvigheid). Ook de Noordzeehaven heeft een positieve invloed op de leefbaarheid binnen de haven. De leefbaarheid binnen de internationale vishaven neemt licht toe ten opzichte van de huidige situatie.

34. Elk toekomstbeeld creëert een eigen imago, een imago dat er in de huidige situatie nog niet is. Het gaat om een imago als toeristisch waterfront dat past bij het profiel van Den Haag/|Scheveningen als badplaats (Stadshaven), innovatieve koploper op het gebied van duurzame exploitatie van de Noordzee (innovatieve Noordzeehaven) en een functionele haven voor de visserij met lange termijn perspectief (Internationale Vishaven). Afhankelijk van het perspectief zorgen de toekomstbeelden voor een positief imago.

b) Gemeente bepaalt: als gemeente een gewenste koers kiezen en met middelen die de gemeente ter beschikking staan (bijv. bestemmingsplan en beperkt financiële middelen) deze koers proberen te realiseren. In dit scenario is de betrokkenheid van het bedrijfsleven beperkt. Risico is dat de ontwikkeling van de haven stokt door het ontbreken van draagvlak bij bedrijven voor de gekozen koers en beperkte investeringskracht van de gemeente. c) Publiek-privaat vervolgproces als leidraad: als betrokkenen een gedeeld toekomstbeeld ontwikkelen waarbij de kracht van het bedrijfsleven (bijv. grondposities en investeringskracht) wordt gecombineerd met publieke inzet (bestemmingsplan en investeringen/beheer publieke ruimte). Deze optie heeft de voorkeur omdat dit de kracht van het bedrijfsleven en overheid combineert. 36. Om een publiek-privaat vervolgproces te ontwikkelen is het belangrijk om een goede gezamenlijke discussie te voeren. Hiervoor zijn twee adviezen opgesteld: 1. Leidende principes toekomstige ruimtelijke ontwikkeling 2. Zorgvuldig proces met stakeholders D1 Leidende principes ruimtelijke ontwikkeling 37. De toekomstbeelden zullen in een proces met belanghebbenden uitgewerkt dienen te worden naar een toekomstige (ruimtelijk-economische) koers voor de Scheveningen haven. Daarbij gelden de volgende leidende principes.

D Advies 35. Keuzes maken over toekomstbeelden kan grofweg op drie wijzen : a) Laissez-faire oftewel geen gezamenlijk inzet: samenwerkende partners in het havenconvenant doen een stap terug doen en de markt laten bepalen in welke richting de haven zich zal ontwikkelen. Dit betekent grondeigenaren de ruimte krijgen om hun eigen plannen uit te voeren binnen de huidige kaders (o.a. bestemmingsplan). Dit geeft de meeste vrijheid aan het bedrijfsleven en ontwikkelaars. Risico is dat doelen uit het havenconvenant niet gerealiseerd worden (bijv. dat beschikbaar komende ruimte gaat naar een niet-havengebonden bedrijf dat toevallig de hoogste huur kan betalen).

Nr.

Leidende principes ruimtelijke ontwikkeling

1

Scheveningen Haven ontwikkelt zich binnen het bestaande havenbassin. Buitengaatse uitbreiding is momenteel geen reële optie.

2

Het havengebonden vestigingsmilieu van de haven is uniek in de regio en deze werklocatie dient dan ook behouden te blijven voor havengebonden bedrijven.

3

Scheveningen Haven is er primair als vestigingsplaats voor havengebonden bedrijven. Andere bedrijven die niet havengebonden zijn, komen in principe niet aanmerking voor vestiging in de haven. De uiteindelijke voorkeursvariant als resultante van de toekomstbeelden is leidend voor het type bedrijven dat zich in de toekomst in de haven kan vestigen.

4

Toekomstige vrijkomende ruimte wordt eerst aangeboden aan huidige havengebonden vestigers in de haven omdat deze bedrijven verbonden zijn met het ecosysteem van de haven.

5

Ruimte wordt gereserveerd voor een waterkering tussen het Noordelijk havenhoofd (nabij huidige KNRM-locatie) en de tegenover gelegen landtong nabij de Hellingweg.

6

Ruimtelijke ontwikkelingen in de haven zijn alleen mogelijk wanneer deze gepaard gaan met het investeringsprogramma mobiliteit.

D2 Zorgvuldig proces met stakeholders 38. De uitgewerkte toekomstbeelden zijn basis voor verder discussie en uitwerking, op weg naar een helder ruimtelijk-economisch perspectief voor Scheveningen haven. Om tot goede discussie en uitwerking te komen is het essentieel wat ‘spelregels’ op te stellen, de juiste partijen te betrekken en een heldere procesaanpak te hebben. De volgende aanbevelingen (als chronologisch te doorlopen stappen weergegeven) zijn leidraad voor het concretiseren van dit perspectief: 39. Randvoorwaardelijk (om vervolgstappen te kunnen maken): • Ontwikkel (en verkondig) verdere procesaanpak, op welke wijze (gezamenlijk) toegewerkt wordt naar een Masterplan. Verspreid (naar achterban en stakeholders) deze Toekomstverkenning niet eerder dan dat deze procesaanpak helder en verkondigd is. • Geef helderheid in het besluitvormingsproces van (toekomstig) te nemen keuzes; wie is aan zet en wie is uiteindelijk eindverantwoordelijk in de keuze van een toekomstbeeld (cq. combinatie van beelden)? • Betrek in deze procesaanpak tevens de onderzoekstrajecten Governance (Berenschot) en Risicomanagement Scheveningen haven. Zet in op een integraal, op elkaar afgestemde procesgang, vanuit een bovenliggende doelstelling.

• Maak onderscheid in te betrekken shareholders (specifieke bedrijven, die bereid zijn bedrijfsvoering aan te passen en investeringen te doen, om toekomstbeeld vorm te geven) en stakeholders (andere belanghebbenden, niet financieel en risicodragend participerend). Daarbij opgemerkt dat niet alle huidige bedrijven binnen Scheveningen haven als shareholder hoeven te worden aangemerkt. • Heroverweeg en bepaal de juiste setting voor deze share- en stakeholders, om in het vervolgproces te betrekken. • ‘Bevries’ nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in de Scheveningen haven totdat een keuze voor een toekomstbeeld (of een combinatie van beelden) gemaakt is (punt 45). 40. Benader shareholders, voor verder inzicht haalbaarheid toekomstbeelden: a. Stadshaven: organiseer een marktconsultatie in samenwerking met huidige grondeigenaren/bedrijven ter plaatse, om interesse en haalbaarheid te peilen voor de komst van een Multi Purpose Centre. Ga in gesprek met Jachtclub Scheveningen, in hoeverre beoogde uitbreiding jachthaven (in gehele tweede haven) wenselijk en haalbaar is. Werk mobiliteitsconcepten verder uit voor dit Toekomstbeeld; wat zijn haalbare concepten en in hoeverre zijn deze onder te brengen in de huidige uitwerkingsprogramma’s van de gemeente Den Haag?

b. Internationale Vishaven: organiseer werksessie met huidig Vissector (reders, visafslag, vishandelbedrijven) om haalbaarheid Toekomstbeeld te peilen. Wat zijn randvoorwaardelijkheden (meer wellicht dan nu in rapportage is aangenomen) voor bedrijfscontinuïteit? Welke zekerheden vraag je als Havenconvenantpartners van Vissector indien op dit toekomstbeeld wordt ingezet? c. Innovatieve Noordzeehaven: organiseer werksessie met Campus@Sea, Stichting Noordzeeboerderij, Zeilcentrum. Ga in gesprek met Rederij Groen en Vrolijk of (en wanneer) beoogde locatie op de Dr. Lelykade geschikt is voor tenderservices en supply-ships? Wat is daarvoor aan kaderuimte nodig? 41. Onderbouw huidige toekomstbeelden, met input vanuit de gesprekken Haalbaarheid (punt 40.), middels het opstellen van een business case per toekomstbeeld. Dit om inzicht te krijgen in de financiële haalbaarheid (en gevraagde investeringen van gemeente en bedrijven), ter aanvulling op de effectanalyse uitgewerkt in deze Toekomstverkenning.

42. Maak keuze (vanuit vastgelegd besluitvormingsproces, punt 39) voor een toekomstbeeld (of een combinatie van beelden), op basis van effectanalyse in de Toekomstverkenning, gesprekken en werksessies met shareholders (punt 40) en inzicht in financiële haalbaarheid (punt 41) 43. Werk Toekomstbeeld uit tot Masterplan; een preciezere uitwerking van het toekomstbeeld, als Ontwikkelperspectief en kader voor de ruimtelijke transitie van Scheveningen haven. 44. Stel anterieure overeenkomsten op, om afspraken vast te leggen over financiële bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen (groen, kades, pontje, overige infrastructuur) en eventuele bovenplanse verevening. 45. Werk toe naar een Vaststellingsbesluit om de planologische wijziging (Masterplan) in procedure te brengen. 46. Neem het Masterplan op in het Havenconvenant, als ontwikkelrichting voor Scheveningen haven, met toevoeging van volgend afsprakenkader: • Elke (nieuwe) ontwikkeling in Scheveningen haven dient invulling te geven aan gekozen toekomstbeeld (en Masterplan). Niet toekomstbeeldgerelateerde activiteiten of bedrijvigheid worden niet op Scheveningen haven gefaciliteerd. • Vrijkomende gronden cq. bedrijfslocaties worden herontwikkeld vanuit beoogd toekomstbeeld. • Nieuwe ontwikkelingen en initiatieven worden ter goedkeuring ook voorgelegd aan (nog in te richten) autoriteit vanuit het gedachtegoed van het Havenconvenant.

Het Berenschot-onderzoek (Governance Scheveningen haven) kan hiervoor input geven cq. de basis zijn.

INHOUD Inleiding en aanpak

Stap 1: Analyse en inventarisatie huidige situatie 1.1 Inleiding 1.2 Analyse haveneconomie 1.3 Economische analyse speerpuntensectoren 1.4 Ruimtelijke analyse 1.5 Analyse randvoorwaarden

Stap 2: Toekomstbeelden 2.1 Toekomstbeelden 2.2 De Innovatieve Noordzeehaven 2.3 De Stadshaven 2.4 De Internationale Vishaven

Stap 3: Effectanalyse 3.1 Inleiding 3.2 Effecten ruimtegebruik 3.3 Economische effecten 3.4 Effecten randvoorwaardelijkheden

Stap 4: Aanbevelingen 4.1 Aanbevelingen Colofon Bijlage

Inleiding en aanpak

Inleiding Introductie ‘Port city Scheveningen’, met de haven, de zeejachthaven, het strand én de boulevard is uniek binnen Nederland. Het is met recht de enige Nederlandse kuststadshaven te noemen, waar cultuur en economische potentie gedragen worden door de visserij, de stad, de kust en waterrecreatie. Het succes en de expansie van de haven, modernisering van de vloot en de groei van bedrijvigheid gingen jaren harmonieus samen met de groei van de stad en de bijbehorende werkgelegenheid en toerisme. Door de industrialisatie van de haven, de logistieke groei, de behoefte aan achterlandinfrastructuur en clustering van bedrijvigheid dreigt er, hoewel economisch aan elkaar verwant, een spanningsveld te ontstaan tussen haven en stad. Het unieke en complexe karakter van ‘Port city Scheveningen’ maakt dat ruimte voor nieuwe ontwikkelingen beperkt is en dat ontwikkelingen met elkaar kunnen schuren. Ook omdat een (gezamenlijke) visie op het havenareaal als geheel lijkt te ontbreken. Eigenaren en stadsbestuur richtten zich de afgelopen 20 jaar veelal op het “verkleuren” van grote delen van de haven naar stedelijke functies met het oog op toerisme, stadsontwikkeling en grondwaarde. Ook gingen veel historische plannen voor bijvoorbeeld het Norfolkterrein uit van het dempen van de derde haven ten gunste van stedelijke functies.

Behoud van het visserijcluster (als groot onderdeel van het economisch cluster) was weliswaar steeds uitgangspunt, maar in veel plannen kwam dit onvoldoende tot uiting. Daarnaast heeft Scheveningen Haven te maken met alle mogelijke invloeden op het gebied van geluid, bereikbaarheid, zeespiegelstijgingen, complexiteit in planontwikkeling en grondposities. Kortom, de (ruimtelijke) inrichting van Scheveningen haven is een complexe (schuif)puzzel. Er liggen vele studies naar oplossingen voor de groeiende opgaven, maar er zijn nog weinig keuzes gemaakt. Dit en het ontbreken van een helder (en gedragen) perspectief voor de middellange en lange termijn kan leiden enerzijds tot bedrijfsonzekerheid en uitstel van investeringen en anderzijds tot polarisatie van de belangen.

Havenconvenant; toewerken naar perspectief voor Scheveningen haven Met het ondertekenen van het Havenconvenant medio 2020 erkennen Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag, de vertegenwoordigers van de ondernemers en bewoners in en rondom de haven het bestaansrecht van de huidige aanwezige havengebonden activiteiten. Daarnaast is als primaire doelstelling uitgesproken de economische kansen van het havengebied zoveel mogelijk te benutten en daarbij de leefbaarheid in en rondom de haven te garanderen. Het Havenconvenant benoemt daarbij ook het belang van een werkende haven, daarbij inspelend op het unieke karakter: geen doorsnee waterfront, maar een bruisende en ‘ruikende’ haven. In het Havenconvenant is daartoe overeengekomen een extern haalbaarheidsonderzoek naar de uitbreidingsmogelijkheden tot 2040 van visserij, offshore, zeil/jacht en maritiemgerelateerde innovatieactiviteiten uit te voeren, op basis van een drietal scenario’s: • Scenario nul: geen uitbreiding en handhaven status-quo. Huidige bedrijfsruimten en kades blijven gewaarborgd voor bedrijfsmatige en haven gerelateerde activiteiten. • Scenario één: optimalisatie binnen bestaand havenareaal, door optimalisering en aanpassingswerken, uitgaande van het huidige bestemmingsplan rondom de haven inclusief de daarbij horende geluidscontouren.

• Scenario twee: een zeewaartse uitbreiding van de Scheveningen haven met buitengaatse aanleg van nieuwe kades en vestigingsruimte voor bedrijven. Voorliggend rapport ‘Toekomstverkenning Scheveningen haven’ betreft dit externe haalbaarheidsonderzoek van de drie scenario’s, waarin optimalisatie, transformatie en relocatie leidt tot onderbouwde en afgewogen mogelijke toekomstbeelden voor Scheveningen haven.

Aanpak

De aanpak van de Toekomstverkenning nader toegelicht Stap 1 van deze toekomstverkenning betreft een analyse/inventarisatie van het ecosysteem van de haven én het ruimtelijk-economisch havensysteem, als basis voor de keuze van het meest haalbare scenario uit het Havenconvenant. Deze stap 1 is uitgewerkt in hoofdstuk 1 van deze toekomstverkenning. In stap 2 wordt voor het meest haalbare scenario uit stap 1 een aantal reële toekomstbeelden voor Scheveningen haven bepaald. De verschillende toekomstbeelden kennen allen eigen accenten en combinaties van sectoren en functies (op basis van economische groeipotenties, trends en ontwikkelingen) in het havengebied. Stap 2 is uitgewerkt in hoofdstuk 2 van deze toekomstverkenning. In stap 3 worden de effecten bepaald om de verschillende toekomstbeelden van het meest haalbare scenario te kunnen beoordelen. De effecten worden, afhankelijk van het thema, kwantitatief dan wel kwalitatief uitgewerkt in hoofdstuk 3 van deze toekomstverkenning.

Stap 1: analyse/inventarisatie

Stap 2: toekomstbeelden

Stap 3: effectanalyse

Stap 4 (uitgewerkt in hoofdstuk 4) betreffen de aanbevelingen (inhoudelijk en procesmatig) om verder toe te werken naar een voorkeursvariant en masterplan.

Stap 4: Aanbevelingen

Hoofdstuk 1 Stap 1: Analyse en inventarisatie huidige situatie

Hoofdstuk 1.1 Inleiding Analyse/inventarisatie huidige situatie In deze eerste stap wordt inzicht verkregen in de huidige ruimtelijk-economische situatie en potentie van de haven als geheel en de speerpuntsectoren (visserij, offshore, zeil/jachthaven en maritiemgerelateerde innovatie-activiteiten) in het bijzonder. Hierbij is, in lijn met de visie uit het Havenconvenant, het figuur hiernaast als denkkader gehanteerd.

In de colofon van deze toekomstverkenning is een overzicht opgenomen van bedrijven, instanties en personen die in het kader van deze eerste inventariserende stap zijn benaderd. Opgemerkt moet worden dat met name initiërende en bepalende bedrijven zijn benaderd, om goed beeld te krijgen (basis voor de hierna uit te werken toekomstscenario’s in stap 2) van de huidige en toekomstige (geambieerde) bedrijvigheid in de haven.

De uitwerking van het kernelement ‘ruimte en economie’ (ook wel ‘het Havensysteem’) staat centraal, geheel in lijn met de focus op het bedrijfseconomisch cluster in het Havenconvenant. En waarbij de randvoorwaarden bereikbaarheid, leefbaarheid, natuur & milieu en klimaat & water op orde moeten zijn om een economische dynamische, maar ook duurzame en leefbare haven, te kunnen realiseren. De economische analyse van het Havensysteem (hoofdstuk 1.2) betreft een cijfermatige diepteanalyse, gebruikmakend van bestaande documentatie met een GIS-analyse. In de GIS-analyse is een koppeling gemaakt tussen economische data (LISA-vestigingenbestand) en ruimtelijke data (Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster). Daarnaast is een economische analyse gemaakt van de samenstelling en het economisch belang (in termen van werkgelegenheid) van het bedrijfsleven in de haven. In hoofdstuk 1.3 wordt een economische analyse gedaan per sector. Naast deze analyse van de huidige situatie wordt in dit hoofdstuk ook een toekomstig economisch perspectief per sector geschetst.

‘Het Havensysteem’

Ruimte en Economie

De ruimtelijke analyse van het Havensysteem (hoofdstuk 1.4) betreft een meer kwalitatieve uitwerking en geeft inzicht in de locaties van de activiteiten en bedrijvigheid en de onderlinge relaties. Kortom dit onderdeel geeft inzicht in het ruimtelijk functioneren van het ecosysteem van de Scheveningen haven.

Havensysteem In hoofdstuk 1.5 zijn de randvoorwaarden behandeld. Het onderwerp ‘waterveiligheid’ (als onderdeel van het kernelement klimaat & water) krijgt daarbij in deze rapportage specifieke aandacht vanwege de relevantie voor de uit te werken toekomstbeelden.

Randvoorwaarden

Hoofdstuk 1.2 Analyse haveneconomie In deze paragraaf is de haveneconomie geanalyseerd. Dit geeft een beeld van de economische betekenis van de haven en de samenstelling van het in de haven gevestigde bedrijfsleven. Vestigingen en werkgelegenheid In de haven van Scheveningen zijn 253 bedrijven en organisaties actief waar een kleine 1.500 personen werken. Gekeken over de periode 2011-2021 is sprake van groei van het aantal vestigingen (+53 oftewel +27%), terwijl er een daling is van aantal banen in de haven (-273 oftewel -16%)*. De banenkrimp vond tussen 2011-2016 plaats, waarna in de periode 2016-2021 de werkgelegenheid stabiliseerde. Een groot deel van de daling valt te verklaren door het vertrek van Crocs Europe (100-199 WP) uit de haven in 2012 en het vertrek van restaurant The Harbour Club (50-99 WP) in 2017. Er vestigen zich steeds meer bedrijven in de haven waardoor de bedrijvigheid juist toeneemt. Per saldo betekent dit dat de haven steeds meer een vestigingslocatie wordt van kleinere bedrijven.

* Betreft vestigingen en werkgelegenheid exclusief tijdelijk gevestigde Zuiderstrandtheather en Stg het Residentie Orkest. Cijfers 2021 exclusief Inntel hotel dat na de peildatum operationeel is geworden.

Ontwikkeling aantal vestigingen en werkgelegenheid Scheveningen haven 2.000 1750

1.800

1508

1.600

1477

1.400 1.200 1.000

Bedrijf/organisatie

Grootteklasse

Sector

Jaczon Zeevarend Personeel B.V.

100-199

Visserij

Jaczon B.V.

50-99

Visserij

W G den Heijer en Zn BV

50-99

Groothandel (vis)

Jac den Dulk & Zonen BV

20-49

Groothandel (vis)

De Skihut Scheveningen BV

20-49

Detailhandel (fashion)

Vishandel Gebr. Simonis B.V.

20-49

Detailhandel (vis)

Visserij Mij. W. van der Zwan & Zonen II

20-49

Visserij

Hart Beach B.V.

20-49

Recreatie

Geurst & Schulze Architecten BV

20-49

Bouw

Intro Uitzendbureau BV

20-49

Zakelijke dienstverlening

Bron: LISA (01-01-2021). Exclusief Zuiderstrandtheather en Stg het Residentie Orkest omdat dit tijdelijke werkgelegenheid betreft. Exclusief Inntel hotel dat na de peildatum operationeel is geworden.

Top tien grootste bedrijven in Scheveningen Haven Wanneer wordt ingezoomd op de tien grootste bedrijven en organisaties in de haven is zichtbaar dat die gezamenlijk ca 40% van de werkgelegenheid verzorgen. Duidelijk is dat grote bedrijven/organisaties dus erg belangrijk zijn voor de werkgelegenheid. Het viscluster is hierin dominant met als uitgangborden de twee grote pelagische rederijen Jaczon en Van der Zwan. Dit zijn grote concerns met meerdere vestigingen in Nederland en buitenland die een belangrijk stempel zetten op profiel van en ruimtegebruik in de haven. Daarnaast is detailhandel/recreatie substantieel aanwezig in de haven. Deze sector speelt in op de bezoekersstromen die de haven aandoen.

800 600 400

200

253

228

200 0 2011 Bron: LISA (01-01-2021).

2016 Aantal vestigingen

2021 Werkgelegenheid

Ruimtelijke spreiding van werkgelegenheid In lijn met voorgaande analyse waaruit bleek dat de visserij een belangrijke werkgever is in de haven, is in onderstaande figuur zichtbaar dat de meeste banen in de haven te vinden zijn aan de Vissershavenweg en Zeesluisweg waar o.a. Jaczon B.V. en W.G. Den Heijer & Zn. b.v. zijn gevestigd. In de overige delen van de haven zijn vooral kleinschalige bedrijven gevestigd. Denk aan ondernemers in horeca, detailhandel en de recreatieve sector. Kortom, concentraties van werkgelegenheid zijn logischerwijs te vinden op de vestigingslocaties van de grote bedrijven. Het gaat hierbij vooral de Vissershavenweg. Kleinschalige bedrijvigheid is relatief verspreid gevestigd in de haven.

1.2 Economische analyse haveneconomie

Werkgelegenheid Scheveningen Haven (omvang bol = omvang WGH) De Skihut Scheveningen BV 20-49 WP WG Den Heyer & Zn. BV 50-99 WP

gemeente Den Haag wordt dan ook gesteld dat er een impasse op de Haagse bedrijventerreinenmarkt is ontstaan door de disbalans tussen vraag en aanbod, en dat dit een rem zet op de economische groei van stad en regio. De Scheveningen Haven biedt in deze krappe markt vestigingsruimte voor lokale ondernemers in o.a. industrie en handel. Scheveningen Haven afgezet tegen gemeente Den Haag De sectorstructuur van de haveneconomie is afgezet tegen de sectorstructuur van het bedrijfsleven in Den Haag (zie figuur hieronder). Hieruit blijkt dat de economie van de Scheveningen haven een oververtegenwoordiging kent van visserij, groot-/detailhandel (vooral vis) en horeca. In de haven zijn relatief weinig banen in de bouw, publieke dienstverlening, onderwijs en zorg. Sectorstructuur Haven en Den Haag (werkgelegenheid, % totaal)

Jaczon BV 50-99 WP

35% 30% 25%

Jaczon Zeevarend Personeel BV 100-199 WP

20% 15% 10%

Jac den Dulk & Zonen BV 20-49 WP

5% 0%

Bron: LISA (01-01-2021), bewerking BCI

Uniek vestigingsklimaat in krappe Haagse bedrijfsruimtemarkt De aanwezigheid van ‘natte kavels’ (i.e. kades) in de haven maakt vestiging van visserijbedrijven en ondernemingen die actief zijn in de offshore mogelijk. Ondersteunend aan deze sectoren zijn ook ondersteunende diensten in de haven aanwezig, bijvoorbeeld maritieme service (Boeg). Daarnaast is in de haven sprake van een omvangrijke horecasector en recreatieve sector die baat hebben bij de vele haven- en strandbezoekers. Kortom, hoewel de Scheveningen haven een gemengd karakter (werken, wonen en recreëren) heeft, is het een belangrijke werklocatie voor specifieke sectoren dankzij het unieke vestigingsklimaat dat niet elders in de omgeving te vinden is. In de gemeente Den Haag zijn in totaal 63.400 bedrijven/organisaties met 298.250 banen gevestigd. Het aandeel van de Scheveningen Haven hierin is vanzelfsprekend beperkt (<1%), aangezien het slechts één werklocatie betreft. Toch is de Scheveningen Haven wel degelijk van belang voor de gemeente als één van de weinige locaties waar bedrijven in industrie, bouw, handel en logistiek zich kunnen vestigen. In de bedrijfshuisvestingsstrategie (2019) van de

Scheveningen

Den Haag Bron: LISA (01-01-2021)

De analyse van de sectorstructuur laat zien dat de haven werk biedt in productiesectoren (visserij en groothandel) en horeca terwijl de economie van Den Haag juist sterk leunt op publieke diensten (overheid, zorg en onderwijs). De afwijkende sectorstructuur van Scheveningen haven draagt dan ook (in beperkte mate) bij aan de diversiteit van Haagse economie. Economische diversiteit biedt voordelen omdat baankansen worden geboden aan mensen met verschillende opleidingsachtergronden. Daarnaast maakt dit de gemeente (in beperkte mate) minder kwetsbaar voor economische tegenwind in specifieke sectoren.

1.2 Economische analyse haveneconomie

Conclusie • Scheveningen haven is een werklocatie voor 1.500 werkzame personen • Werkgelegenheid in de haven is de laatste 5 jaar relatief stabiel na een krimp tussen 2011-2016. De bedrijvigheid in de haven is continue doorgegroeid in de periode 2011-2021 en inmiddels zijn er ruim 250 bedrijven gevestigd in de haven. Dit wijst op een groeiend belang van meer kleinschalige bedrijvigheid. • Relatief grote sectoren in de haven zijn de visserij en de horeca/toeristische sector. Deze sectoren zijn ook gebonden aan de haven omdat zij kaderuimte nodig hebben (visserij) en inspelen op bezoekersstromen (horeca). • Vestiging in de haven is voor een groot deel van deze bedrijven dus een must. Scheveningen haven biedt dan ook een unieke vestigingslocatie voor kadegebonden bedrijvigheid in bijv. visserij en offshorebedrijven die elders in Den Haag niet terecht kunnen • Scheveningen haven levert een bijdrage aan de diversiteit in de economische basis van Den Haag door banen te bieden in productiesectoren en recreatieve sectoren, terwijl de economie van Den Haag stoelt publieke diensten (overheid, zorg en onderwijs). Voordelen: • Baankansen voor mensen met verschillende opleidingsachtergronden. • Minder kwetsbaar voor economische tegenwind (spreiding)

Hoofdstuk 1.3 Economische analyse speerpuntsectoren Toelichting

Inleiding In deze paragraaf zijn de vier speerpuntsectoren uit het Havenconvenant geanalyseerd. • 1.3.1 Visserij • 1.3.2 Offshore • 1.3.3 Innovatieve maritieme bedrijvigheid • 1.3.4 Toerisme/recreatie De sectoren zijn onderverdeeld in economische sectoren en sectoren vanuit de bezoekerseconomie (zie tabel hiernaast). Het economisch functioneren van deze typen bedrijfsmatige activiteiten loopt namelijk uiteen. Omdat dit van invloed is op de verdere uitwerking ruimtelijk-economische scenario’s (hoofdstuk 2) en effecten (hoofdstuk 3) wordt dit onderscheid gemaakt.

Economische clusters Visserij

Vangst, veiling, handel, verwerking en logistiek van vis

Offshore

Ondersteuning, ontwikkeling uitvoering van activiteiten op zee (bijv. olie- en gaswinning, windenergie, etc.)

Innovatieve maritieme bedrijvigheid

Innovatieve bedrijfsactiviteiten gelinkt aan de Noordzee. Het betreft bedrijven/activiteiten die nog in ontwikkeling zijn en nog geen volwassen sector vormen (bijv. zeewierteelt)

Bezoekerseconomie

Toerisme/recreatie

Hierna zijn de vijf sectoren geanalyseerd volgens vijf vaste onderdelen. A. Profiel; waar bestaat de sector uit en wat is de positie van Scheveningen haven? B. Economische analyse; hoeveel bedrijvigheid en werkgelegenheid in deze sector is gevestigd in de haven? C. Trends & ontwikkelingen; welke trends en ontwikkelingen bepalen de toekomst van de sector? D. SWOT-analyse van de sectoren in Scheveningen haven, E. Bevindingen; resultaten van de analyse samengevat.

• Bedrijvigheid die structureel gevestigd is in de haven en die (groten)deels georiënteerd is op toeristisch/recreatieve gebruikers van de haven. • Daarnaast worden indirecte effecten van de jachthaven, cruisehaven, evenementen en sportactiviteiten meegenomen. Gebruikers/bezoekers met bestedingen de basis bieden voor economische activiteiten zoals horeca en detailhandel binnen en buiten de haven.

Economische clusters

Bezoekerseconomie

Economisch functioneren Focus

Business-to-business ketens tussen toeleverende en afnemende bedrijven

Business-to-consumer ketens waarbij consumenten producten/diensten kopen

Driver

Inkoop en investeringen bedrijven

Consumptieve uitgaven

Type

Stuwend, grootste deel omzet komt van bovenregionale afnemers

Mix van stuwende en verzorgende bedrijvigheid, mix bovenregionale en lokale/regionale omzet

Coronagevoeligheid

Beperkt gevoelig voor Coronamaatregelen

Gevoelig voor Coronamaatregelen

Seizoensinvloeden

Onafhankelijk van weer en seizoenen

Afhankelijk van weer en seizoenen

Doelgroep

Bedrijven

Bedrijven en consumenten

Milieu

Functioneel/productief

Aantrekkelijk verblijfsmilieu

Mobiliteit

Vrachtwagens en auto’s

Auto’s, fietsen en wandelaars

Ruimtelijk profiel

1.3.1 Sector Visserij

A Profiel

B

Economische analyse

Scheveningen is na Urk, Yrseke en IJmuiden het vierde visserijcluster van Nederland . Het cluster is gespecialiseerd in: • Rond- en platvis (tong, schol, etc.): relatie met kotter- en staandwandvisserij • Pelagische vis (haring, makreel, etc.): relatie met pelagische visserij

•

In het visserijcluster in de Scheveningen haven zijn 17 vestigingen actief (15 unieke bedrijven), met circa 420 werkzame personen. Het viscluster omvat een kwart van de totale werkgelegenheid in de haven. Het grootste deel van de werkgelegenheid in het viscluster de haven is te vinden bij de pelagische sector (50%) gevuld door de handel/verwerking (40%). Werkgelegenheid op de visafslag is beperkt (2-9 werkzame personen), maar deze fungeert wel als belangrijke schakel voor andere bedrijven (bijv. handel en transport) die niet perse in de haven gevestigd zijn. Het vestigingen-bestand bevat geen vestigingen van kotters waardoor deze werkgelegenheid niet in de haven geregistreerd is. Uitgaande van een vloot van ongeveer 20 vaste aanvoerders, een bemanning van 3-5 personen per kotter gaat het naar schatting om 60-100 banen in de kottervisserij. In de pelagische visserij zijn een behoorlijk aantal internationale medewerkers actief. In de kottervisserij is dit veel minder het geval. Gekeken over de periode 2011-2021 is sprake van daling van het aantal vestigingen (-8) en een behoorlijke daling van aantal banen (-90 oftewel -20%). De daling van de werkgelegenheid komt primair door de afname van het aantal banen bij één bedrijf (-50).

Het cluster bestaat uit een concentratie van bedrijven uit de visserijketen en kent vijf segmenten: • Kotters die vissen op rond- en platvis. De kottervloot van Scheveningen is beperkt qua omvang (Urk en Wieringen hebben de grootste vloot in Nederland en beschikken samen over 42% van het totaal aantal kotters). Naast de eigen vloot doen ook kotters uit andere havens Scheveningen aan. • Staandwandvisserij. Kleinschalige visserijvorm waarbij een net in het water wordt gezet. • Visafslag UFA als marktplaats en afzetkanaal voor aanvoer door kotters en per as aangevoerde vis. De visafslag in Scheveningen behoort tot de drie grootste Nederlandse afslagen en heeft een omzet van €35 mln. • Groothandel/verwerking waar vis wordt verwerkt en (inter)nationaal wordt verhandeld. In Scheveningen zijn diverse bedrijven gevestigd die vis leveren aan groothandel, horeca en de industrie. • Pelagische visserijbedrijven en hun koelhuizen. Van de grote drie Nederlandse visserijbedrijven in de pelagische sector hebben er twee een vestiging in Scheveningen (naast andere locaties in bijvoorbeeld IJmuiden en Amsterdam. Vis van deze bedrijven wordt vooral in Afrika vermarkt (niet via de visafslag). Top 10 gemeenten visverwerkende en groothandelsbedrijven

•

•

Ontwikkeling aantal vestigingen viscluster Scheveningen haven (excl. kotters) 30

25 25 20

17

17

2016

2021

15 10

Urk

5 Yerseke

0 IJmuiden

2011

Scheveningen/Den Haag

Ontwikkeling werkgelegenheid viscluster Scheveningen haven (excl. kotters)

Bunschoten-Spakenburg

600

Katwijk

500

Stellendam

400

Amsterdam

300

Rotterdam

200

Breskens

100

Overige

0 0%

5%

10%

15%

Aantal bedrijven (%)

20%

25% Omzet (%)

30%

35%

40%

45%

Bron: WUR (2019), o.b.v. peiljaar 2017

505

468 417

2011 Bron: LISA (01-01-2021)

2016

2021

1.3.1 Sector Visserij

C Trends & Ontwikkelingen Hieronder zijn vijf belangrijke trends en ontwikkelingen in visserijketens weergegeven. Trend

Toelichting

1 Groei consumptie Europa

Onderzoek van de FAO (2020) maakt duidelijk dat de wereldwijde consumptie van vis tussen 1961-2018 is gegroeid van 9,0 kg/persoon naar 20,5 kg/persoon. De verwachting wordt uitgesproken dat de visconsumptie zal doorgroeien met 18% naar 2030. Kortom, er is sprake van een groeiende afzetmarkt voor het visserijcluster van Scheveningen.

2 Inperking vangstgebieden

Aanleg van windmolenparken, scheepvaartroutes, natuurbescherming en het Brexit-akkoord (heronderhandeling in 2025) leggen beperkingen op aan de visserij. Op termijn wordt bijvoorbeeld 20-30% van het Nederlands deel van de Noordzee gebruikt voor windparken (bron: WUR). Hierdoor kunnen de kottervloot en bij de visafslag aangevoerde volumes onder druk komen.

3 Consolidatie in visserijketen

Nederland telt 290 kotters, 6-25 trawlers, 13 actieve visafslagen en enkele honderden handels- en verwerkende bedrijven. Bij vermindering van volumes (zie 2) is het reëel dat bedrijven gaan consolideren om schaal te houden. De WUR (2019) geeft aan dat van de 300 individuele bedrijven over tien jaar er misschien nog maar 150 over zijn. Ter illustratie Cornelis Vrolijk, moederbedrijf Jacson, heeft in de afgelopen jaren o.a. Haasnoot Vis, Neptunus Seafood en Bertus Dekker Seafood overgenomen in het kader van de ’van schip naar schap’-strategie.

4 Groei invoer/import

Het aandeel importvis in het totaal verwerkte/verhandelde volume vis door Nederlandse clusters groeit. Importvis komt vooral uit andere EU-lidstaten, Noorwegen voor zalm en Azië voor de kweekvis. Oriëntatie van visclusters transformeert hierdoor van het vermarkten van de eigen vis naar een verwerkingshub en logistieke hub voor eigen en buitenlandse aanvoer.

5 Digitalisering

Door digitalisering hoeft er in principe minder vis fysiek via de visafslag verhandeld te worden. Naar verwachting blijft de veiling echter een rol spelen in logistieke afhandeling van fysieke stromen om vangst te registreren (i.v.m. quota) en om aanbod te bundelen.

D

Bronnen: FAO (2020), WUR (2019), interviews

SWOT Sterkten/kansen

Zwakten/bedreigingen

• Sterke positie als vierde Nederlandse viscluster bestaande uit een concentratie van vissers, visafslag, handels-/verwerkende bedrijven en koelhuizen

•

Centralisatie van het productie/logistieke netwerk van pelagische rederijen op andere locaties kan forse impact hebben op het viscluster in Scheveningen

• Twee van de grootste visserijbedrijven van Nederland zijn gevestigd in Scheveningen (Jaczon B.V. en W. Van der Zwan en Zonen B.V.)

•

Krimp kottervloot geeft risico voor visafslag/-cluster Scheveningen. Echter, verwacht wordt dat andere kleinere visafslagen/-clusters de grootste klappen zullen opvangen

• Visafslag UFA Scheveningen realiseert gunstige prijsvorming voor kotters

•

• Scheveningen is gunstig gelegen ten opzichte van vangstgebieden op de Noordzee (vooral voor tong) en schepen zijn vanuit de haven snel op zee

Viscluster heeft een smalle basis van twee grote bedrijven in de pelagische sector en een tiental kleinere bedrijven.

•

Ontwikkeling viscluster laat krimpende werkgelegenheid zien in de periode 2011-2021 (primair door krimp bij één bedrijf).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13938809/1