CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318175 Notulen van de raad van 25 januari 2024

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 25 januari en 7 februari 202459.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Waar dat in het dashboard kwantitatief kan, moeten we dat natuurlijk zeker doen, maar veel van deze thema's zullen vooral ook meer kwalitatief van aard zijn. Daarmee kom ik op de vraag. De voorbeelden die hierin genoemd zijn, zijn wat het college betreft niet limitatief. We kunnen bijvoorbeeld ook kijken naar de aanpak van de E-, F- en G-labels. Daarvan weten we in welke wijken dat gebeurt en daardoor hebben we straks ook gegevens over de voortgang op wijkniveau. Ook kunnen we dan inzicht geven in waar de subsidies terechtkomen. Over energiearmoede zijn ook data beschikbaar, die we kunnen monitoren. Dat zijn enkele voorbeelden. Hierbij is vooral belangrijk dat zowel de routekaart als de klimaatrapportage een groeimodel gaat zijn. Ik hoop dat we rond de zomer een eerste proeve kunnen laten zien van hoe dat dashboard eruit gaat zien. Ik vind het ook belangrijk dat we het daar met elkaar over kunnen hebben als uw raad daar behoefte aan heeft: is dit wat het zou moeten zijn of missen we er nog dingen in? Zo kunnen we het dashboard in gezamenlijkheid gaan vullen, en kunnen we ook met elkaar kijken wat belangrijke thema's zijn die we daarin moeten laten terugkomen. Tot slot feliciteer ik ons nieuwe raadslid met zijn maidenspeech. Hij stelde daarin een aantal hele specifieke vragen over de kosten. De kosten staan natuurlijk in de begroting.

Daarin staat heel duidelijk uiteengezet wat de kostenkant is van het duurzaamheidsbeleid, net als in de programmarekening. Om dat te gaan relateren aan hoe de klimaatverandering mondiaal gaat in aantallen graden, en wat de Haagse bijdrage daaraan is, lijkt het college niet bijzonder zinvol. Massimo Etalle (FVD). De kosten staan ongetwijfeld in de begroting, maar dat zijn de kosten zoals ze begroot worden en niet per se de werkelijke uiteindelijke kosten. Daarom vragen we ook naar de kosten zoals die door de gemeente Den Haag zijn gemaakt en naar de kosten die door burgers zelf 65

gemaakt moesten worden, bijvoorbeeld om hun huis te isoleren als ze daartoe aangezet worden. Dat zijn allemaal kosten die in dit klimaatproject gestoken worden. En de opbrengst lijkt me toch heel belangrijk als we hier met miljoenen, zo niet miljarden aan het schuiven zijn. Dan moeten we toch weten hoeveel graden het Haagse klimaatbeleid bijdraagt aan het vertragen van de opwarming van de aarde. Ik zou daar dus toch heel graag informatie over krijgen van de wethouder. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het college heeft geen overzicht van wat andere partijen in de stad investeren in bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen. We hebben ook niet het overzicht van wat dat daadwerkelijk oplevert, want we nemen deze maatregelen niet alleen om CO2 te besparen. We besparen daarmee ook energie en daarmee zijn het vaak ook maatregelen die zichzelf terugverdienen. Het leidt ook tot minder afhankelijkheid van buitenlandse staten wat betreft onze energievoorziening. Het kan ook leiden tot meer comfort. Er kunnen heel veel redenen zijn waarom mensen dit doen, dus het lijkt me niet verstandig om dit een-op-een aan klimaatverandering te koppelen. Boven bepaalde drempels komt iedere uitgave die we als raad doen, voor ieder programma en voor iedere subsidie, hier in de raad langs. Daar hebben we gewoon afspraken over met elkaar.

Over de effectiviteit van de inzet van de afzonderlijke instrumenten wordt ook gerapporteerd. De voorzitter. U moet misschien nog even reageren op de motie. Tenminste, dat zeg ik met een vraagteken, hoor. Meneer Etalle heeft een motie ingediend … We hebben de motie nog niet, meneer Etalle. U heeft zo nog een interruptie hoor, maar kunnen we even regelen dat die motie er is? Volgens mij heeft de wethouder inhoudelijk al wel gereageerd op de motie en weten we wat hij gaat adviseren. U moet de motie nog aan ons mailen, hoor ik nu. Maar maakt u eerst uw interrupties maar af. Gaat uw gang. Massimo Etalle (FVD). Waar hadden we het ook alweer over, voorzitter? We hadden het over het klimaatbeleid. Die opbrengst wordt hier wel beschreven, maar die kan toch gewoon uitgerekend worden? De wethouder kan toch uitrekenen en rapporteren hoeveel graden Den Haag dan zou besparen en in hoeverre dat 'waar voor ons geld' is? Als wij namelijk geen beeld kunnen krijgen van de Haagse bijdrage aan de vertraging van de opwarming van de aarde klinkt dit een beetje als een regendans. We zijn ergens heel veel geld in aan het stoppen, maar we weten niet wat het resultaat zal zijn. Dat kan ik niet verkopen aan de mensen op straat. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het is natuurlijk niet zo dat wij als Den Haag als enige, in splendid isolation, klimaatbeleid voeren.

Dat doen we op mondiaal niveau met de onvolprezen Verenigde Naties, waarover hier eerder gesproken is, maar we doen het ook in Europa en als Nederland. Ik denk dat we daar juist als Den Haag wel degelijk een heel groot eigenbelang bij hebben. We zijn namelijk een stad die direct aan zee ligt. Door zelf het voorbeeld te geven en door hierin zelf koploper te zijn, laten we zien dat het kan en gaan heel veel andere steden en landen ons volgen waardoor wij als Den Haag de komende decennia hopelijk ook droge voeten houden. De voorzitter. Laatste keer, meneer Etalle. Massimo Etalle (FVD). Als dat Haagse belang zo groot is, lijkt het me juist mooi om dat Haagse klimaatbeleid uit te drukken in millimeters zeespiegelstijging die wij bespaard hebben. Maar dat gebeurt niet. Dus een voortrekkersrol en een voorbeeldrol … Het gaat hier wel om miljarden. We zitten hier in een stad die kampt met armoede, met energiearmoede, met enorme gasprijzen en met mensen die hun energierekening niet kunnen betalen. Een deel van die projecten, zoals dat warmtenet, heeft ook niet per se opgeleverd wat het moest opleveren aan kostenbesparing. Ik verzoek de wethouder dus echt om een rapportage te geven van de hoeveelheid graden die wij bespaard hebben door dat klimaatbeleid en ook over het aantal millimeter zeespiegelstijging dat het Haagse klimaatbeleid als effect heeft gehad.

Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik heb daarop geantwoord, denk ik. Zo'n rapportage heeft heel weinig zin. Wat wel zin heeft, is de vraag of wij ons aan onze eigen doelstellingen houden. We weten natuurlijk prima wat de hoeveelheid kiloton CO2 is die we als Den Haag uitstoten. Als de heer Etalle 66

er behoefte aan heeft om dat te relateren aan de mondiale uitstoot, wil ik dat sommetje best een keer maken, maar het heeft niet zoveel zin om dat hierin mee te nemen. Als dat de tekst van de motie is, dan … De voorzitter. Ik ga nu iets over de motie zeggen. Die motie kan dus niet worden ingediend. De volgende keer doen we dat beter. Er is wel materieel over gesproken. Meneer Etalle heeft net aangegeven dat hij er dan nu even van afziet. Je hebt 'm even niet, hè? Nee, oké, dat kan gebeuren. Dan is dat voor de volgende keer. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Een punt van orde, voorzitter. Volgens mij is de motie zonet voorgelezen en is die daarmee wel degelijk ingediend. Alleen kan ik me voorstellen dat het wat langer duurt voordat de motie in het RIS staat. Maar ik zou niet weten waarom de motie niet ingediend is. Hij is er op papier. De voorzitter. Nee, maar dat heb ik helemaal niet gezegd. We hebben in het vorige debatje gevraagd: kunt u 'm even geven? Dat is toch een redelijke vraag. Ik wil u namelijk van informatie voorzien. Toen heeft de heer Etalle gezegd: dat kan ik nu niet; laat maar zitten. Dat heeft hij echt gezegd net. Niet net, maar daarvoor. Ik denk dus: laat het maar even bezinken; we maken even de interrupties af. Ik vraag het nu dus nog een keer, omdat ik juist inzit over wat u zegt.

Hij heeft de motie wel degelijk voorgelezen en ik vind ook dat er materieel over is gesproken. Dus óf de motie komt nog, óf niet. Dat is nu aan hem. We kunnen de vergadering nu ook even onderbreken, aangezien we straks toch gaan schorsen voor het eten, en dan daarna … Kunt u dat regelen, meneer Etalle? Oké, prima, dan doen we het zo. Dan ga ik nu wel nog even de initiatiefnemer het woord geven. Ga uw gang, meneer Assad. U moet wel naar het spreekgestoelte, hè. Dat deed mevrouw Arp ook. Niet? O, oké, ga je gang. Ik dacht dat we dat hadden afgesproken, maar goed. Weet ik veel, hupsakee. Het maakt niet uit. Yousef Assad (D66). Voorzitter. Ik ga het kort houden. Ik zal even ingaan op de inbreng van de collega's. Ik begin bij de heer Kruis. Zijn opmerking dat wij toch niet zo veel bereiken en niet zo veel kunnen in de stad wat betreft duurzaamheid, viel mij op. Dat is natuurlijk niet helemaal waar, of eigenlijk niet waar. Denk aan de tienduizenden woningen die wij jaarlijks isoleren, die slechtst geïsoleerde woningen. Dat verlaagt de rekeningen maar het zorgt er ook voor dat we CO2 reduceren. Daar helpen we juist de mensen mee die in de wijken wonen waar ze zelf het geld niet hebben om dat te kunnen doen. Dat is één. Dan het tweede punt. Denk aan de duurzaamheidssubsidies.

In het verleden hebben we die oneerlijk verdeeld, want toen kwamen die vooral bij mensen terecht die al middelen hadden om aan verduurzaming te kunnen doen. Dat geld komt nu vooral terecht bij mensen die daar geen beurs voor hebben. Dat zijn allemaal dingen die we nu doen en waardoor er in de stad wel degelijk verduurzaming plaatsvindt. Dat was even de heer Kruis. Dan de heer Thepass. Wij onderstrepen inderdaad het belang van een rechtvaardige transitie, vandaar de toevoeging van dictumpunten. De heer Mahmood had het over het inzichtelijk maken van energiearmoede. Dat is precies wat we beogen met het voorstel. CO2 reduceren is niet het enige doel. We willen ook bekijken hoe we de mensen en de wijken die dat nodig hebben, kunnen meenemen in de duurzaamheidstransitie. Dat is natuurlijk een van de doelen die het voorstel beoogt. Dan mevrouw Holman. Inderdaad, we moeten het zeker beter doen dan Amsterdam en niet slechter. Het is taak voor de raad om daar echt kritisch op te zijn. We gaan daar samen op letten. Dan mevrouw De Groot, die zegt dat bij verduurzamingen de bedrijven en de mensen in een stad het moeten doen. Volgens mij kan het heel goed naast elkaar bestaan.

Het bestrijdt elkaar niet, maar om goed te kunnen weten wat we nou precies bereiken, wie wat doet, wat het aandeel van de gemeente is, of we daar geld voor moeten uittrekken of niet en of het überhaupt werkt, moet je natuurlijk wel inzichtelijk maken hoe het zit. Als dat niet zo is, hebben we natuurlijk wel een probleem met elkaar. Denk maar aan het Rijk of aan de Europese Unie. Die gebruiken ook allerlei soorten instrumenten om goed in kaart te brengen wat het beleid opbrengt. En op basis daarvan kun je concrete

67

acties ondernemen, ook voor bedrijven en ook voor inwoners van de stad. U heeft mij dus aan uw zijde wat dat betreft. Tot slot de heer Etalle. De wethouder zei het eigenlijk al. De kosten die ten grondslag liggen aan het uitvoeren van het klimaatbeleid treffen we aan in de begroting en uiteindelijk ook in de programmarekening, waarin staat wat ermee is bereikt en hoeveel geld we eraan hebben uitgegeven. Op basis daarvan kun je een beoordeling geven van de kosten. Ik denk dat dat voldoende is. Voorzitter, ik ben aan het eind gekomen. De beraadslaging wordt geschorst. De voorzitter. Dat betekent dat we dit onderdeel straks even hernemen. Ik denk dat het handig is dat we voor 18.00 uur nog één afronding debat doen. Laten we dat proberen. Het is wel meteen een stevige, want ik begrijp dat er zes moties komen. Het gaat dan om agendapunt O, over de Haagse Preventieaanpak. Maar ik kijk even met een schuin oog naar de ondervoorzitter, want dan kan ik even driehoeken. En is wethouder Bredemeijer in de zaal? Yes, helemaal goed. Super. Voorzitter: de heer Groenewold. -

Afronding debat commissie.

Aan de orde is: O.

Haagse preventieaanpak (RIS316587).

De beraadslaging wordt geopend. De voorzitter. Succes met driehoeken, meneer de burgemeester. Caroline Verduin (D66). Voorzitter. D66 wil werk maken van een rookvrije generatie. Dat begint op en rondom scholen, want veel rokers rookten hun eerste sigaretje toen zij tiener waren achter het fietsenhok. Daarom willen wij dat roken uit het zicht van scholieren wordt gehaald en dienen wij een motie in. De voorzitter. Voordat u die gaat indienen, heeft meneer Partiman een vraag. Kavish Partiman (CDA). Ik ben blij dat D66 een rookvrije generatie wil, maar ik vraag me af of zij alle rook bedoelt of alleen die van sigaretten en vapes. Caroline Verduin (D66). U heeft helemaal gelijk. We willen inderdaad een rookvrije en vapevrije generatie. Ik denk dat de heer Partiman het nu ook heeft over bijvoorbeeld blowen. Dat is natuurlijk ook een vorm van roken en ook dat willen wij liever niet rondom scholen. Natuurlijk, in een rookvrije zone mag je ook niet blowen. Kavish Partiman (CDA). Dus geen sigaretten en geen vapes in de buurt van scholen, maar een joint gemixt met tabak en marihuana in de buurt van een school is gewoon prima want die moet wel gerookt kunnen worden. Geen rookvrije generatie dus volgens D66. Caroline Verduin (D66). Nee, zeker niet. Sterker nog, we hebben in Den Haag al een softdrugsverbod in een 50 meterstraal rond scholen.

Ik wil eigenlijk kijken of we daar ook naartoe kunnen als het gaat om rook- en vapevrij. De voorzitter. Meneer Partiman, voor de laatste maal.

68

Kavish Partiman (CDA). Dan kan ik dus aannemen dat ik D66 aan mijn zij vind de volgende keer dat we een debat hebben over bijvoorbeeld het drugsverbod in de stad of coffeeshops of iets dergelijks, als ik een algeheel blowverbod in de stad wil introduceren. Dat valt namelijk ook onder een rookvrije generatie. Caroline Verduin (D66). Deze motie gaat over het gebied rondom scholen. Daar willen wij die rookvrije zone bereiken, want we willen gewoon niet dat minderjarigen gaan roken. En waar zijn de minderjarigen? Op die scholen. Daar willen wij dus een rookvrije zone. Minke Hofstra (VVD). Begrijp ik nu goed dat mevrouw Verduin pleit voor een verbod op roken in bepaalde gebieden terwijl het aan de andere kant D66-beleid is om een tolerant en liberaal drugsbeleid te voeren? Ik rijm dat niet met elkaar. Krijgen we straks gebieden in Den Haag waarin je niet mag roken maar wel drugs mag gebruiken? Caroline Verduin (D66). Bij deze motie, die ik nog moet indienen en nog moet voorlezen, gaat het om de omgeving van scholen en daar geldt eigenlijk al een blowverbod. Minke Hofstra (VVD). Mijn vraag gaat over het D66-beleid, waarover u zelf op uw site zegt dat u tolerant en liberaal bent ten opzichte van drugs. Daarvoor geldt keuzevrijheid. Hoe rijmt u dat met het voorstel dat u hier nu doet? Caroline Verduin (D66). Dat vind ik prima te rijmen.

Ik vind het eigenlijk ook hartstikke liberaal om te gaan voor een rookvrije generatie en voor die rookvrije zones rondom scholen. We zien namelijk dat roken ook de vrijheid van anderen beperkt, en zeker waar het gaat om minderjarigen. De voorzitter. Zou het debat via de microfoon kunnen plaatsvinden alstublieft? Mevrouw Hofstra, heeft u nog een laatste interruptie? Minke Hofstra (VVD). Ja, dank u wel. Ik constateer dat D66 met twee maten meet. De voorzitter. Dat is geen vraag. Gaat u verder, mevrouw Verduin. Caroline Verduin (D66). Dan lees ik graag mijn motie voor. Het dictum luidt: verzoekt het college om te zoeken waar en hoe in Den Haag rook- en vapevrije zones gerealiseerd kunnen worden rondom scholen, mogelijk door middel van wijziging van de APV, belijning, bebording en communicatie, de samenwerking hiertoe te zoeken met relevante partners zoals scholen, GGD Haaglanden et cetera, en de raad over de voortgang van de uitwerking uiterlijk in Q3 2024 te informeren. Deze motie is medeondertekend door de heer Smit van de Partij voor de Dieren. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag vraagt zich af hoe dit gehandhaafd kan worden. We krijgen namelijk steeds van het college te horen dat er op wapens net buiten de school niet gehandhaafd kan worden; dat is onmogelijk. Hoe wordt dit dus gehandhaafd, denkt u? Caroline Verduin (D66). Dat is een goede vraag.

Daar kunnen we ook een goede discussie over voeren. We zien bijvoorbeeld dat in Leidschendam-Voorburg al een eerste rookvrije school is ingesteld. Daar hebben ze de afspraak gemaakt met de scholen om erop te handhaven, bijvoorbeeld met de hulp van de docenten. De bedoeling hiervan is om echt te gaan normeren: het is gewoon duidelijk dat rondom scholen roken en vapen niet gewenst is. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Volgens mij vraagt mevrouw Verduin gewoon om een verbod, en een verbod moet je handhaven anders heeft het geen zin. Klopt dat of niet? Caroline Verduin (D66). Het lijkt mij heel duidelijk dat er in dat gebied dan niet gerookt mag worden. Er is niet altijd overal handhaving. Dat is natuurlijk altijd een vraagstuk: hoe handhaaf je? We hebben die softdrugsverboden rondom scholen al. Daarop kan gehandhaafd worden wanneer er 69

overlast wordt ervaren. Op die manier zou je dit ook kunnen instellen bij die rookvrije zones rondom scholen. De voorzitter. Mevrouw Verdonk voor de laatste maal. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dus als wij de volgende keer weer met ons voorstel komen over wapens tot 50 meter buiten de school en horen dat dat niet kan omdat daarop moet worden gehandhaafd als er overlast is, dan gaat u onze motie ondersteunen. Caroline Verduin (D66). Dan gaan we graag het debat aan, want dan wil ik eerst het voorstel zien. Lesley Arp (SP). Ik heb toch nog een verhelderende vraag hierover. Ik vind de intentie van de motie heel mooi, maar in het dictum staat ook iets over een eventuele wijziging van de APV. Dan denk ik altijd meteen aan handhavingscapaciteit en aan boa's, en ik kan me voorstellen dat je als je echt de APV gaat wijzigen, niet kunt zeggen: we gaan die bevoegdheid maar aan docenten geven. Anders hadden we misschien allerlei problemen op dit soort rare manieren opgelost. Als het over de APV gaat, heeft het betrekking op boa's. Ik was dus benieuwd of mevrouw Verduin daar nog een reflectie op kan geven. Caroline Verduin (D66). Dat is een goede vraag en daarom verzoekt de motie het college ook om te onderzoeken waar en hoe we die rookvrije zones kunnen inrichten, bijvoorbeeld door middel van een wijziging van de APV, belijning, bebording en communicatie.

Ik wil dus eigenlijk van het college horen hoe het vormgegeven kan worden. Moet de APV dan gewijzigd worden en wat betekent dat dan? Dit is dus vooral een vooronderzoek daarvoor. Lesley Arp (SP). Oké, dan toch nog een vervolgvraag. Ik begrijp inderdaad dat het meer onderzoekenderwijs in het dictum staat. Maar stel dat het college zegt: we hebben beperkte handhavingscapaciteit dus dit is aan de scholen zelf. Hoe worden docenten dan meegenomen in de eventuele verantwoordelijkheid die ze dan krijgen om te gaan handhaven in zo'n rookvrije zone? Caroline Verduin (D66). Precies daarom heb ik ook opgenomen dat hierin de samenwerking met de scholen aangegaan moet worden. Er zijn ook scholen die hebben aangegeven hierin interesse te hebben. We hebben bij het kindervragenuur ook vragen gehad van twee scholieren die zeiden: wij hebben zo veel last van het rookgedrag van middelbare scholieren die net voor het schoolplein op de stoep staan, en we kunnen ze nergens op wijzen omdat de stoeptegel met 'rookvrije generatie' of 'hier niet roken' op ons schoolplein ligt en niet op de stoep er net voor. Op die manier willen we hier dus in voorzien. Het moet duidelijk zijn: ook op de straat voor onze school rook je gewoon niet; dat is gewoon dom, niet doen! De voorzitter. Door mevrouw Verduin wordt de volgende motie (O.1 D66) ingediend:

Motie O.1 D66 Haagse rook- en vapevrije zones De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van de Haagse preventieaanpak, RIS316587. Constaterende dat: • Den Haag net als de rest van Nederland streeft naar een rookvrije generatie in 2040; • meerdere gebieden in Den Haag waar kinderen en kwetsbaren komen, al rookvrij zijn gemaakt, zoals sportverenigingen, kinderboerderijen, speeltuinen, etc. • gebieden rondom schoolpleinen nog niet rookvrij zijn; • er onlangs een Regioplan Haaglanden is overeengekomen, waarin Preventie/gezond leven één van de actielijnen is; 70

•

een van de vastgestelde thema’s binnen de actielijn preventie het stimuleren van een groepsgerichte aanpak van gezonde leefstijl en mentale gezondheid is. Hieronder valt ook preventie van middelengebruik.

Overwegende dat: • in andere gemeentes, zoals Rotterdam en Leidschendam-Voorburg, al rookvrije zones zijn ingericht; • een wijziging van de APV nodig om een rookvrije zone aan te wijzen; • rookvrije zones ook vapevrij zijn. Verzoekt het college: • om te onderzoeken waar en hoe in Den Haag rook- en vapevrije zones gerealiseerd kunnen worden, rondom scholen, door middel van wijziging van de APV en belijning, bebording en communicatie; • de samenwerking hiertoe te zoeken met relevante partners zoals scholen, GGD Haaglanden, etc.; • de raad over de voortgang van de uitwerking uiterlijk in Q3 2024 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Per 1 juli 2024 gaat een verbod in op de verkoop van tabak in supermarkten en shop-in-shopconstructies. Het college erkent in de Preventieaanpak dat minder verkooppunten voor tabak kan helpen om tabaksgebruik onder jongeren te verminderen. Het verbod dat op 1 juli ingaat, geldt echter niet voor de speciaalzaken. Om te voorkomen dat de detailhandel zaken omzet in tabaksspeciaalzaken heeft de gemeente Utrecht een voorbereidingsbesluit genomen zodat er een juridische grond beschikbaar is om tabaksspeciaalzaken te weren. Het is namelijk onwenselijk dat het aantal tabaksspeciaalzaken fors gaat toenemen na het verbod.

Daarom dien ik een motie in om daarmee snel aan de slag te gaan, samen met de collega's Sewtahal, Partiman, Verduin en Smit. Daarvan luidt het dictum: verzoekt het college zo spoedig mogelijk een voorbereidingsbesluit te nemen om voor het ingaan van het verbod op de verkoop van tabak uit supermarkten een wildgroei aan tabaksspeciaalzaken te voorkomen. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Sewtahal, de heer Partiman, mevrouw Verduin en de heer Smit, wordt de volgende motie (O.2 CU/SGP) ingediend:

Motie O.2 CU/SGP tabak van tabak De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van de Haagse preventieaanpak (RIS316587), constaterende, dat: ▪ per 1 juli 2024 een verbod ingaat op de verkoop van tabak in supermarkten, ook de verkoop vanuit shop-in-shop constructies; overwegende, dat: ▪ de Haagse preventieaanpak de ambitie heeft om roken terug te dringen en het college erkent dat ’’minder verkooppunten en een mindere beschikbaarheid van tabak en tabaksproducten kan helpen om tabaksgebruik onder jongeren te verminderen en bijdraagt aan een rookvrije generatie’’(https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/13090519/1#search=%22tabak%20v an%20tabak%22 beantwoording vraag 2); ▪ tabaksspeciaalzaken buiten het landelijk verbod vallen; 71

▪ ▪ ▪

gemeenten op grond van de Tabaks- en Rookwarenwet tot 1 juli 2024 geen grondslag hebben om het aantal tabaksspeciaalzaken te beperken of nieuwe tabaksspeciaalzaken te weren; de gemeente Utrecht vooruitlopend op het landelijk verbod om die reden een voorbereidingsbesluit heeft genomen en daarmee een juridische grondslag heeft om het omzetten van detailhandel naar tabaksspeciaalzaak te weren; Den Haag dat voorbereidingsbesluit nog niet heeft genomen en daarmee het risico neemt dat een gedeelte van de vergunning detailhandel wordt omgezet naar vergunning tabaksspeciaalzaken, om zo het landelijke verbod te ontlopen en sigaretten, tabak en vapes te blijven verkopen;

van mening, dat: • het onwenselijk is als het aantal tabaksspeciaalzaken toeneemt; verzoekt het college: ▪ zo spoedig mogelijk een voorbereidingsbesluit te nemen om voor het ingaan van het verbod op de verkoop van tabak uit supermarkten een wildgroei aan tabaksspeciaalzaken te voorkomen, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. De Haagse Preventieaanpak is een ambitieus plan: gezondheidsachterstanden in Den Haag verminderen en ervoor zorgen dat er minder een beroep wordt gedaan op jeugdhulp, met een goede samenwerking tussen de verschillende diensten van de gemeente. Het zijn mooie plannen, waar we als VVD echter wel kritisch naar kijken. Waar gaan we de komende periode precies het geld aan uitgeven, welke doelen willen we daarbij halen en welke meetbare resultaten gaan we zien? Want een mooi plan is niets waard als er geen resultaat wordt gehaald. Ook zijn we kritisch op de inzet van tijdelijk geld. Dat kan wat de VVD betreft alleen voor tijdelijk beleid. Ik dien daarom graag de volgende twee moties in om het plan concreter en beter te maken.

De eerste motie heet 'Zicht op doelen': verzoekt het college in het aangekondigde uitvoeringsplan in elk geval duidelijke en meetbare doelen op te nemen om de gezondheidsachterstanden te verminderen en het beroep op jeugdhulp te laten dalen, hierbij inzichtelijk te maken vanuit welk programma activiteiten worden betaald, en de raad periodiek te informeren over behaalde resultaten via voortgangsrapportages. De motie is medeondertekend door Rita Verdonk van Hart voor Den Haag en door Sebastian Kruis van de PVV. De tweede motie heet 'Sturen op afbouw': verzoekt het college in het aangekondigde uitvoeringsplan bij het beleid dat gefinancierd wordt op basis van de tijdelijke SPUK-middelen rekening te houden met afbouw van beleid en concreet te zijn over de te behalen resultaten. De voorzitter. Door mevrouw Hofstra, daartoe gesteund door mevrouw Verdonk en de heer Kruis, worden de volgende moties (O.4 VVD en O.5 VVD) ingediend:

Motie O.4 VVD Zicht op doelen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024 , ter bespreking van de Haagse Preventie aanpak (RIS 316587). Constaterende dat: • het college met de Haagse Preventie aanpak gezondheidsachterstanden wil verminderen en er voor wil zorgen dat er minder een beroep wordt gedaan op jeugdhulp.

72

Overwegende dat: • de raad zijn controlerende taak niet kan uitvoeren als er niet of onvoldoende transparant wordt gerapporteerd welke doelen met de Haagse preventie aanpak exact bereikt gaan worden en welke meetbare resultaten worden beoogd. Verzoekt het college: • in het aangekondigde uitvoeringsplan in elk geval duidelijke en meetbare doelen op te nemen om de gezondheidsachterstanden te verminderen en het beroep op jeugdhulp te laten dalen; • hierbij inzichtelijk te maken vanuit welk programma activiteiten worden betaald; • de raad periodiek te informeren over behaalde resultaten via voortgangsrapportages. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie O.5 VVD Sturen op afbouw De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van de Haagse Preventie aanpak (RIS 316587). Constaterende dat: • het college voor de uitvoering van de Haagse Preventie aanpak SPUK-middelen wil inzetten. Overwegende dat: • SPUK-middelen specifieke uitkeringen zijn die tijdelijk zijn; • beleid niet kan worden uitgevoerd wanneer de financiering ontbreekt. Van mening dat: • het college realistische en haalbare doelstellingen moet stellen die passen bij de tijdelijkheid van de middelen om financiële tekorten te voorkomen die de uitvoering in gevaar brengen. Verzoekt het college: • in het aangekondigde uitvoeringsplan bij het beleid dat gefinancierd wordt op basis van de tijdelijke SPUK-middelen rekening te houden met de afbouw van beleid en concreet te zijn over de te behalen resultaten. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Wij dienen een motie in met de titel 'Groene stimulans voor volksgezondheid'. Het dictum luidt: verzoekt het college in het uitvoeringsplan expliciete acties op te nemen om ongezonde en versteende knelpunten in wijken aan te pakken en daarbij vergroening als punt mee te nemen voor het vergroten van de (mentale) gezondheid. De voorzitter. Door de heer Smit wordt de volgende motie (O.3 PvdD) ingediend:

Motie O.3 PvdD Groene stimulans voor volksgezondheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024 , ter bespreking van de Haagse Preventieaanpak.

73

Constaterende, dat: ▪ in de Haagse preventie aanpak de koppeling tussen (mentale) gezondheid en groen niet expliciet is uitgewerkt; ▪ het college nog met uitgewerkt uitvoeringsplan komt; ▪ in de Haagse preventie aanpak wordt gesproken over het feit dat een goede leefomgeving bescherming biedt tegen risico’s door bijvoorbeeld klimaatverandering, ziekten van dier op mens en het milieu; ▪ in de Haagse preventie aanpak doelen zijn gesteld voor een gezonde leefomgeving voor alle levensfasen zoals dat bewoners op groeien en leven in een veilige, gezonde en bewegingsvriendelijke buurt. Overwegende, dat: ▪ uit meerdere onderzoeken blijkt dat mensen die wonen in een groene leefomgeving minder vaak ziek zijn en minder stress ervaren; ▪ uit meerdere onderzoeken blijkt dat contact met de natuur stress aanzienlijk vermindert; ▪ uit meerdere onderzoeken blijkt dat opgroeien in een groene omgeving of dagelijks in contact staan met groen bijdraagt aan creativiteit, vitaliteit en stimuleert sociale ontmoetingen; ▪ uit meerdere onderzoeken een verband waarneembaar is tussen de aanwezigheid van groen en de gezondheid van de bewoners in relatie tot de sociaal-economische status van de bewoners.

Verzoekt het college: ▪ in het uitvoeringsplan expliciete acties op te nemen om ongezonde en versteende knelpunten in wijken aan te pakken en daarbij vergroening als punt mee te nemen voor het vergroten van de (mentale) gezondheid. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Ik heb één motie, over de definitie van integraal werken. Het dictum luidt: verzoekt het college als definitie van integraal werken te hanteren 'we werken integraal, waarbij we naar de mens in relatie tot zijn omgeving kijken in plaats van naar diens afzonderlijke problemen'. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (O.6 CDA) ingediend:

Motie O.6 CDA Niet het probleem voorop, maar de mens centraal De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari, ter bespreking van afronding debat van de Haagse Preventieaanpak (RIS316587) Constaterende dat: - in de Haagse preventieaanapk de definitie van integraal werken is: ‘we werken integraal waarbij we naar de situatie in zijn geheel kijken in plaats van naar diens afzonderlijke problemen’. (blz 35) - de concrete werkwijzen zullen worden vastgelegd in een uitvoeringsplan. Overwegende dat: - het bij de uitwerking van de aanpak van belang is dat de visie, de achterliggende principes en definities helder zijn. - de haagse preventie aanpak juist is bedoeld om beter te kunnen reageren op mensen die dreigen in grote problemen te komen als zij niet op tijd wat aan hun situatie kunnen veranderen. 74

-

mensen geen loslopende individuen zijn maar altijd op een of andere manier een onderdeel zijn van een gemeenschap. Hier moet je als overheid goed naar kunnen kijken en luisteren als je ondersteuning wilt bieden aan het voorkomen dat problemen groter worden.

Verzoekt het college; - als definitie van integraal werken te hanteren: ‘ we werken integraal, waarbij we naar de mens in relatie tot zijn omgeving kijken in plaats van naar diens afzonderlijke problemen’. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank voor de interesse in het onderwerp preventie. Dit is inderdaad een aanpak waarmee wij grote verschillen in onze stad op het gebied van gezondheid willen aanpakken en ook de instroom in de jeugdzorg willen gaan beperken; mevrouw Hofstra zei het al. Het is een ambitieus plan, waar echt veel noodzaak toe is. Ik ben blij dat dit ook gedeeld wordt door de raad. Ik zal een drietal moties appreciëren. Collega Vavier zal de andere drie doen. De voorzitter. Voordat u dat gaat doen, wil ik opmerken dat er iets te veel gepraat wordt in de zaal. Kan het iets zachter, alstublieft? Dit leidt mij in ieder geval af. Dank u wel. Gaat u verder, wethouder. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik zou willen beginnen met twee moties die zien op het plan zelf in algemene zin. Om te beginnen is dat de motie van de VVD over de doelstellingen.

We hebben aangegeven dat wij de lijnen van hoe wij denken over het preventieakkoord met de commissie delen om daar het debat over te voeren, waarna wij vervolgens met een uitvoeringsplan komen op basis van onder andere dat debat. Met dat uitvoeringsplan zijn we al heel ver. Dat is zeer uitgebreid. We hebben daar ook in de commissie over gesproken. Het is ook zeer concreet. Wat mevrouw Hofstra in de motie vraagt schrijf in het uitvoeringsplan op wat je van plan bent als college, maar wees daarbij concreet over doelen en doelstellingen - is exact wat we hebben toegezegd in de commissie. Het is ook exact hoe we daarmee bezig zijn. Ik kan een voorbeeld noemen: het percentage volwassenen met overgewicht zit op dit moment op dit niveau; in het jaar zoveel willen we naar dít percentage toe en we denken dat op déze manier te gaan halen. Dat is de concreetheid waarmee we dat doen op al die interventies die in dit plan staan. Dat was de bedoeling al en dat is de bedoeling nog steeds. We hebben dat ook toegezegd. We zijn het volstrekt niet oneens, maar met die appreciatie zou ik de motie dus wel willen ontraden, gezien de overbodigheid ervan. Over de motie van het CDA is gedebatteerd in de commissie: wat doen we hier nu en vanuit welke gedachte doen we dat? Het CDA vond dat dit onvoldoende in de stukken stond die destijds voorlagen.

Het gaat dan met name over de vraag of je kijkt naar een individu of naar een persoon in relatie tot zijn omgeving. Dit zouden bijna mijn eigen teksten kunnen zijn. Dat is wel de gedachte van waaruit dit preventieakkoord tot stand is gekomen. Het CDA heeft aangegeven dit onvoldoende expliciet terug te zien in de stukken. Met deze motie zouden we dat recht kunnen trekken. Daarom zou ik die dus aan het oordeel van de raad willen laten. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik moet zeggen dat ik een beetje verbaasd ben door de reactie van de wethouder. De vorige motie vond hij namelijk overbodig. Ik heb het hele preventieplan gelezen en het gaat daarin constant over de mens als geheel in relatie tot zijn omgeving. Volgens mij is dit dus helemáál een overbodige motie van het CDA. Wethouder Bredemeijer (CDA). In de commissiebehandeling werd dit wel bediscussieerd. Daarin werd uiteindelijk de conclusie getrokken: als de fractie vindt dat dit onvoldoende terugkomt en hierover iets wil hebben opgenomen, kan dat uiteraard; dan staat dat de fractie vrij. Die handschoen is kennelijk opgepakt.

75

Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). We hebben ook meerdere malen gesproken, ikzelf ook, over meetbare resultaten en meetbare doelen, en dat we precies willen weten waar het geld naartoe gaan. Er zijn toevallig een paar rapporten van de Algemene Rekenkamer geweest die daar allemaal op wijzen. En van die motie zegt de wethouder dat die overbodig is. Hoezo dan? Wethouder Bredemeijer (CDA). Daarvan heb ik aangegeven dat we precies die werkwijze al hanteren. Dat is goed gebruik en in dit geval ook iets wat zeer uitgebreid gebeurt. We zullen echt tot op de percentages per interventie uitgebreid meetbare doelen communiceren met de commissie, zodat we daar het debat over kunnen voeren. De voorzitter. Mevrouw Verdonk voor de laatste maal. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dan kom ik toch weer even terug bij de motie van het CDA. Laat ik het even scherp stellen. In de huidige preventieaanpak, dus in het grote beleidsplan zoals het er nu ligt, wordt dus niet gesproken of gedacht over de mens als geheel in relatie tot zijn omgeving. Wethouder Bredemeijer (CDA). De constatering van het CDA is inderdaad dat in de preventieaanpak de definitie van integraal werken is zoals het in deze motie staat. Het college wordt vervolgens verzocht om een andere definitie te hanteren. Dat is wat de motie vraagt.

Als de raad vindt dat dat een goed idee is, op basis van de visie die het CDA hier neerlegt, zou ik voor willen stellen om daarvóór te stemmen. Zo niet, dan kan mevrouw Verdonk ertegen stemmen. Dit is in lijn met hoe het in de commissie is behandeld. Wij hebben toen ook aangegeven: vanuit deze gedachte werken we; als dat onvoldoende duidelijk wordt, staat het de fractie vrij om daarover een motie in te dienen. Minke Hofstra (VVD). Ik zou toch wel graag van de wethouder de toezegging willen hebben dat hij duidelijke en meetbare doelen gaat opnemen in dat uitvoeringsplan. U zegt dit nu, maar kunnen wij dat ook echt op schrift terugzien? De voorzitter. Als de wethouder iets zegt, is dat dan niet een soort toezegging? Maar misschien kunt u 'm ietsje verduidelijken, wethouder. Wethouder Bredemeijer (CDA). Misschien moeten we dan nog eens over de definitie van een toezegging debatteren, want ik heb het nu, denk ik, drie keer toegezegd. Bij dezen de vierde keer. Tot slot wat mijn appreciaties betreft de rookvrije scholen, waarna collega Vavier het zal overnemen. Ik bedoel rookvrije zones rondom scholen, want scholen zelf zijn uiteraard al rookvrij. Dit is best een ingewikkelde. We hebben hier ook schriftelijke vragen over beantwoord in 2022, van mevrouw Klokkenburg. Die zagen ongeveer op dit vraagstuk.

In die beantwoording is ook geschetst hoe het zit met het aanpassen van de APV, en dat dat best ingewikkeld is. Als je het doet, moet je ook handhaven; daar werd al op gewezen. We kunnen ervan uitgaan dat er geen handhavingscapaciteit is op het moment dat wij zeggen dat er in een bepaald gebied rondom scholen niet gerookt mag worden. Daar zal dan niet op gehandhaafd worden. Het aanpassen van de APV moet je doen op het moment dat je daarop kunt handhaven. Je moet ook kijken naar de proportionaliteit ten opzichte van andere wetgeving, bijvoorbeeld de tabakswet, en je moet naar de handhaafbaarheid kijken. Dat zijn wel ingewikkelde vraagstukken. Een overweging die ik de raad ook wil meegeven, is: hoe gaan we dat aanpakken? Het schoolplein is rookvrij. De omgeving rondom het schoolplein is dan wat D66 betreft ook rookvrij. Dan verplaatst het vraagstuk zich de wijk in en dan kan de situatie ontstaan dat er door scholieren in portieken en dergelijke gerookt wordt, iets wat ook niet echt wenselijk is. En wie is daarop dan aanspreekbaar? Dat is zo iemand zelf en dan komt het vervolgens bij de school. Het vraagstuk wordt hier niet meteen mee opgelost. De essentie van dit stuk is dat we preventie toepassen en dus geen gebruik maken van normeren en restricties. We willen juist vanuit preventie de levensstijl van jongeren aanpassen. Daar gaat dit plan over.

Op het moment dat er gesproken wordt van handhavende docenten, ontstaat er sowieso kortsluiting in mijn hoofd. Ik vind namelijk dat zij bezig moeten zijn met lesgeven. Dat vraagstuk moet je dus niet op hun bordje leggen; je moet dit echt vanuit preventie willen doen. Daarom hebben we ook het afstandscriterium tot coffeeshops. Het is hartstikke goed dat dat er is en dat dat ook gehandhaafd wordt. Dit is het vraagstuk. Ik vind het dus 76

lastig om de motie te appreciëren, omdat dit zo veel kanten heeft. Misschien kan ik met een toezegging volstaan. We zijn natuurlijk bezig om te onderzoeken hoe we op stranden kunnen komen tot een vrijwillige mate van een rookverbod. Dat is ook best een ingewikkelde, maar we hebben daarvan aangegeven dat we gaan kijken welke resultaten het oplevert en of we met die resultaten misschien iets kunnen. Vanuit die gedachte zou ik me kunnen voorstellen dat we er verder over spreken, maar zoals de motie hier ligt moet ik die echt ontraden. Caroline Verduin (D66). Ik hoor heel veel ingewikkeldheden hieromheen, maar volgens mij vinden wij allemaal dat wij rondom scholen vooral scholieren willen beschermen tegen rookgedrag en het zien van roken. Ik vind het handhaven van vrijwillige rookvrije zones rond scholen toch echt wat anders dan op stranden, want op scholen heb je alleen met minderjarigen te maken en aan hen wil je juist een goed voorbeeld geven. We hebben al het blowverbod binnen een straal van 50 meter rondom een school. Daar wordt eigenlijk ook op gehandhaafd. Ik denk dat er heel veel mogelijkheden zijn; dat wil ik hier eigenlijk mee zeggen. Met deze motie wil ik bereiken dat we met elkaar op zoek gaan naar die mogelijkheden. Want die rookvrije generatie is nogal een pittige ambitie en dit zou daar heel mooi aan kunnen bijdragen.

Ik zie deze motie dus vooral als een aanmoediging om te kijken wat er allemaal wél mogelijk is in plaats van te kijken naar de onmogelijkheden die de wethouder noemt. De voorzitter. De volgende keer iets korter, mevrouw Verduin. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat is een prima zoektocht om met elkaar te ondernemen, alleen gaat dit over een preventieakkoord. Dat akkoord ziet op heel iets anders, namelijk op hoe we de generatie meekrijgen in een gezonde leefstijl, dus het voorkomen van overgewicht et cetera. We willen een rookvrije en drugsvrije generatie; dat hebben we gezegd. Daar horen dit soort restrictieve zaken wel bij, maar preventie gaat juist over iets anders. Ik wijs er in de appreciatie van deze motie alleen op dat het aanpassen van de APV echt een middel is waarvan de burgemeester en het college eerder hebben gezegd dat dat niet wenselijk is, omdat je dan ook moet gaan handhaven. Dan moet je het ook in de proportionaliteit zien. We delen echt de ambitie. We willen heel graag dat kinderen opgroeien in een rook- en drugsvrije samenleving, maar er zitten nogal wat haken en ogen aan. Daar wijs ik op. Ik denk echt dat het verwijzen naar dingen die we al doen in deze zoektocht beter helpt dan het nu aannemen van deze motie. Caroline Verduin (D66).

Volgens mij passen de rookvrije kinderboerderijen, de rookvrije sportverenigingen en de rookvrije speeltuinen juist precies in die preventieaanpak. Daarom wil ik dat heel graag markeren met de volgende stap die we kunnen zetten, namelijk het gebied rondom de scholen. Ik snap de discussie rondom handhaving heel goed en daar kunnen we ook heel goed een discussie over voeren wanneer we het onderzoek hebben gedaan. We zouden bijvoorbeeld in gesprek kunnen gaan met Leidschendam-Voorburg, waar ze die rookvrije schoolzone al hebben gerealiseerd. Hoe gaat het daarmee? Hoe wordt daarop gehandhaafd? Ik denk dat er heel veel mogelijk is, dus ik dien de motie graag in. Wethouder Bredemeijer (CDA). Het antwoord op die vraag is volgens mij: door leraren. En dat moeten we dus niet willen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Ik zal de andere drie moties appreciëren. Ik begin met O.2 CU/SGP, Tabak van tabak. ChristenUnie/SGP heeft afgelopen zomer ook al schriftelijke vragen hierover ingediend. Een van de vragen was welke mogelijkheden het college ziet om de tabaksspeciaalzaken tegen te gaan. Daarover heeft het college toen aangegeven dat zo'n voorbereidingsbesluit een van de mogelijkheden is. Deze motie roept ons nu op om dat voorbereidingsbesluit inderdaad te nemen. Het college kan heel goed uit de voeten met deze motie.

Dan ga ik door met motie O.3 PvdD, Een groene stimulans voor de volksgezondheid. We hebben dit ook zo beschreven in de Haagse Preventieaanpak. Een groene leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en bewegen is een heel belangrijk element in de preventie van gezondheidsproblemen. Het college vindt het een hele sympathieke motie, maar de motie is wel overbodig, omdat we dit al zo beschrijven en omdat we dit al zullen meenemen. We zetten al in op 77

klimaatadaptieve maatregelen zoals het planten van bomen. Dat doen we niet in de Preventieaanpak maar in al het andere beleid waar we gebruik van maken. We hebben participatieve groenprojecten zoals de Vlindertuin in Segbroek en het Boerendorp in het Zuiderpark. We hebben een gezonde groene leefomgeving, wat onderdeel is van de Haagse Aanpak Gezond Gewicht. Het college zou wel in de uitvoeringsagenda de relatie tussen groen en mentale of fysieke gezondheid wat explicieter kunnen benoemen in de tekst, maar voor nu is deze motie overbodig. Robin Smit (PvdD). Als dat laatste er explicieter in terugkomt, hou ik deze motie aan en dan wachten we dat af. De voorzitter. Aangezien motie O.3 PvdD is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. We gaan hier dus niet meer over stemmen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat is zeker een toezegging. Dank aan de Partij voor de Dieren. Dan de tweede motie van de VVD. We hebben daar ook in de commissiebehandeling uitgebreid over gesproken en collega Bredemeijer heeft hier al wat gezegd over de monitoring. We voeren natuurlijk verantwoord beleid met deze Haagse Preventieaanpak. Juist ook omdat het zo'n grote, langdurige aanpak is vanuit verschillende financieringsstromen moeten we er goed op letten dat alles goed wordt uitgegeven en we niet heel lang op tijdelijk geld rekenen.

Onze doelen worden geformuleerd voor een meerjarige termijn, dus niet per jaar, maar in de uitvoering van de activiteiten houden we natuurlijk al wel rekening met het aflopende budget. Organisaties als de GGD en Indigo, die dus een belangrijk deel gaan uitvoeren van de activiteiten die we financieren met SPUK, weten nu al dat ze rekening moeten houden met de afbouw van middelen en dat ze dus ook nu al moeten denken over de borging van de activiteiten. Dit in acht nemende acht het college deze motie dus overbodig. Minke Hofstra (VVD). Het verzoek van de VVD was niet alleen om rekening te houden met de afbouw van beleid, maar ook om concreet te zijn over de resultaten die behaald moeten zijn als het geld echt op is. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat is inderdaad wat we formuleren in het uitvoeringsplan, dat dit kwartaal naar uw raad toe komt. Dat zal aan het eind van het kwartaal zijn. Dan zullen we ook de resultaten beschrijven. We hebben doelen die voor meer jaren gelden. We kijken echt ver vooruit met dit preventieplan, namelijk twintig jaar, maar we kijken per jaar welke resultaten we dan bereikt willen hebben. Dat staat dus zeker ook in het uitvoeringsplan. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Er is bij een afronding debat geen tweede termijn, dus is het tijd voor de schorsing voor het diner.

Ik stel voor dat we een uur schorsen en dus om … Ik heb doorgekregen: een uur. Als jullie het anders willen, hoor ik dat graag. Een uur doen? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Drie kwartier? De voorzitter. Om 19.15 uur gaan we verder. De vergadering is geschorst tot 19.15 uur. De vergadering wordt van 18.23 uur tot 19.20 uur geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen.

Aan de orde is: N.

Gewijzigd initiatiefvoorstel Stuur op het klimaat (D66-PvdD) (RIS315607).

De beraadslaging wordt hervat. 78

De voorzitter. Ik stel dit agendapunt opnieuw aan de orde. De motie van Forum voor Democratie is nu beschikbaar. Ik stel voor dat ik nu eerst de wethouder gelegenheid geef om nog even expliciet op die motie te reageren. Ik heet iedereen van harte welkom. Wethouder Kapteijns nu over de motie van Forum voor Democratie. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, vooral voor de volledigheid. Het college wil de motie ontraden. De inhoudelijke discussie hebben we een soort van gevoerd in het debatje van zojuist. Als afrondend argument zeg ik nog dat het dictum geen sturingsinformatie oplevert waar we als gemeente Den Haag ons beleid mee kunnen aanpassen. Er zijn te veel externe factoren - wat doet de rest van de wereld? - die medebepalend zijn voor de temperatuurverhoging en de zeespiegelstijging. Daarom biedt dat ons weinig handelingsperspectief. De voorzitter. Ik kijk even naar de initiatiefnemer. Yousef Assad (D66). Voorzitter. Vanwege de tijd sluit ik me aan bij wat het college heeft gezegd over de moties. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Ik denk dat dat de beantwoording is. Dan gaan we er straks over stemmen. Ik geef nu het woord aan mevrouw Hofstra. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. Ik heb voor de schorsing namens de VVD twee moties ingediend over de Haagse Preventieaanpak. Gelet op de toezeggingen van beide wethouders ga ik beide moties aanhouden. De voorzitter.

Aangezien de moties O.4 VVD en O.5 VVD zijn aangehouden, maken zij geen onderdeel meer uit van de behandeling. Zijn er anderen die iets willen zeggen naar aanleiding van wat er voor de schorsing besproken is? Nee, zie ik. -

Afronding debat commissie.

Aan de orde is: P.

Convenant bewonersorganisaties (RIS314977).

De beraadslaging wordt geopend. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Als stad moeten we trots zijn op onze vrijwilligers- en bewonersorganisaties, alleen kan en moet de samenwerking nog veel beter. Daarom heeft het CDA de volgende motie, met als titel 'Verbeter relatie met bewonersorganisaties - geen woorden maar daden'. Die heeft best een lang dictum: verzoekt het college niet te wachten op de uitkomst van de evaluatie van de convenanten, maar nu al aan de slag te gaan met verbeteren van de relatie tussen het stadhuis en bewonersorganisaties en tussen stadsdeelkantoren en bewonersorganisaties, alle bewonersorganisaties per brief te informeren dat de convenanten niet gekoppeld zijn aan de subsidies voor bewonersorganisaties, proactiever bewonersorganisaties op te zoeken en naar ze te luisteren en er ook wat mee te doen, hierbij nu al te gaan voorzien in de informatiebehoefte die bewonersorganisaties hebben, zoals de brieven van de gemeente over wijkontwikkelingen eerst te sturen naar bewonersorganisaties zodat zij niet verrast worden met nieuwe plannen, de menukaart van suggesties die zijn aangedragen door bewonersorganisaties te gebruiken, dan wel in ieder geval te reageren op wat er wel of niet mee gedaan kan worden vanuit het stadhuis en/of stadsdeelkantoor, en de raad in Q2 79

te informeren over de voortgang. Deze motie is mede ingediend door mevrouw Van Doorn van D66 en mevrouw Hofstra van de VVD. Isabel Bos (GroenLinks). Dank aan mevrouw De Groot voor het indienen van deze motie. Die vind ik heel interessant, maar ik heb nog wat moeite met het punt dat brieven over de gemeente eerst naar de bewonersorganisaties moeten worden gestuurd alvorens ze met andere bewoners te delen. Hoe reflecteert mevrouw De Groot dan op de informatiepositie van bewoners? Hinke de Groot (CDA). Uiteindelijk is het van belang dat we alle bewoners goed informeren, maar soms zijn er best grote plannen voor wijken. De straat wordt bijvoorbeeld flink aangepakt, waarover met bewonersorganisaties ook al is gesproken. Ik kan me gewoon heel goed voorstellen dat het dan goed is om bewonersorganisaties daarop proactief te wijzen. Maar er moet niet veel tijd zitten tussen het versturen van de informatie aan de bewonersorganisaties en aan de bewoners. Het CDA is het namelijk met GroenLinks eens dat we alle bewoners goed moeten informeren, maar de bewonersorganisaties hebben ook een belangrijke rol in het verspreiden van informatie onder bewoners. Ik denk dus echt dat er winst in zit om de bewonersorganisaties ook hier proactief in mee te nemen. Isabel Bos (GroenLinks).

Ik hoor u zeggen dat er natuurlijk niet veel tijd tussen mag zitten, maar u vraagt in deze motie wel specifiek om het eerst naar bewonersorganisaties te sturen. Wat zou voor u de ideale tijd zijn om er wel tussen te laten zitten? Ik neem aan dat het niet tegelijkertijd gebeurt, want dan had u het wel anders geformuleerd. Hinke de Groot (CDA). Minuten, uren … het lijkt me in ieder geval handig om het op dezelfde dag te doen. Ik merk nu dat bewonersorganisaties overvallen worden. Hoe het precies ingevuld moet worden laat ik over aan de uitvoering door de wethouder. Dit is in ieder geval een signaal dat we in gesprekken hebben gekregen van de bewonersorganisaties. Ik denk dat het heel goed is dat zij het op deze manier eerst te zien krijgen. Op dezelfde dag, zou ik dus zeggen. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door mevrouw Van Doorn en mevrouw Hofstra, wordt de volgende motie (P.1 CDA) ingediend:

Motie P.1 CDA Verbeter relatie met bewonersorganisaties: geen woorden maar daden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari, ter bespreking van afronding debat Convenant bewonersorganisaties (RIS314977) Constaterende dat: - er een afstand wordt ervaren tussen de bewonersorganisaties met het stadhuis; - bewonersorganisaties zelf goede ideeën hebben geformuleerd in oa. de vorm van een conceptconvenant die in maart 2022 werd gepresenteerd, met daarin een menukaart met wel 20 suggesties op het vlak van communicatie en informatie, participatie, ondersteuning en de LER voor de samenwerking met de gemeente; - bestuursleden en vrijwilligers van bewonersorganisaties aangeven dat zij veel tijd en energie steken in hun werk, maar dat zij lang niet altijd het gevoel hebben dat er wordt geluisterd door het stadhuis en dat dit niet leidt tot een betere wijk. Overwegende dat: - vrijwilligers van bewonersorganisaties geweldig werk doen voor onze wijken; - het belangrijk is om goed naar deze vrijwilligers te luisteren en gelijkwaardig samen te werken; - de koppeling van subsidies aan de ondertekening van convenanten een hoop kwaad bloed heeft gezet bij bewonersorganisaties;

80

-

de gemeente, met name vanuit het stadhuis, bewonersorganisaties niet goed lijken te kennen en nauwelijks een bezoek brengen in de stadsdelen; het belangrijk is dat stadsdeelkantoren regelmatig contact hebben met bewonersorganisaties en dat zij daarin ook proactief optreden; het college de de convenanten en gang van zaken gaat evalueren in 2024.

Verzoekt het college; - niet te wachten op de uitkomst van de evaluatie van de convenanten, maar nu al aan de slag te gaan met verbeteren van de relatie tussen het stadhuis en bewonersorganisaties en tussen stadsdeelkantoren en bewonersorganisaties; - alle bewonersorganisaties per brief te informeren dat de convenanten niet gekoppeld zijn aan de subsidies voor bewonersorganisaties; - proactiever bewonersorganisaties op te zoeken en naar ze te luisteren en er ook wat mee te DOEN. Hierbij: 1) nu al te gaan voorzien in de informatiebehoefte die bewonersorganisaties hebben. Zoals de brieven van de gemeente over wijkontwikkelingen eerst te sturen naar bewonersorganisaties zodat zij niet verrast worden met nieuwe plannen; 2) de menukaart van suggesties die zijn aangedragen door bewonersorganisaties te gebruiken, dan wel in ieder geval te reageren op wat er wel of niet mee gedaan kan worden vanuit het stadhuis en/of stadsdeelkantoor. - de raad in Q2 te informeren over de voortgang. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Zeg je bewonersorganisaties dan zeg je … Nou ja, goed, het verhaal is bekend. De aanpak rondom het convenant van de bewonersorganisaties heeft de nodige wenkbrauwen doen fronzen. Dat heeft mij ertoe gebracht om de volgende vier moties te gaan indienen.

De eerste heet 'Informeer bewonersorganisaties over convenant'. De motie roept het college op de bewonersorganisaties per brief te informeren over het loslaten van de koppeling tussen het tekenen van het convenant en het kunnen verkrijgen van basissubsidie. De tweede motie dien ik met name in naar aanleiding van de reactie van menig oud-collega maar ook die van de heer Snijders, die hier in de commissie stond in te spreken. De titel is 'Usual suspects out!'. Het dictum luidt: roept het college op de term 'usual suspects' niet meer in relatie te brengen tot de bewonersorganisaties en deze term ook niet meer in communicatie vanuit de gemeente Den Haag te gebruiken. De derde motie heeft betrekking op de tweede inspiratiesessie, die op 17 april aanstaande plaats gaat vinden. Die motie roept ertoe op om geen besluit over het convenant te nemen voor 17 april. Het dictum luidt: roept het college op geen besluiten te nemen over het convenant bewonersorganisaties totdat de input van de bewonersorganisaties is verkregen tijdens de inspiratiesessie van 17 april 2024. De laatste motie luistert naar de naam 'Kennis is macht'. Die roept het college op om een traject te starten waarbij ambtenaren van de Dienst Publiekszaken belast met de bewonersorganisaties gevestigd aan het Spui 70 twee keer per jaar wijkorganisaties bezoeken ten behoeve van het verkrijgen van de benodigde kennis.

De voorzitter. Door de heer Martinez van Andel worden de volgende moties (P.3 HvDH, P.4 HvDH, P.5 HvDH en P.7 HvDH) ingediend:

Motie P.3 HvDH Geen besluit over convenant vóór 17 april

81

De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 25 januari 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Convenant bewonersorganisaties (RIS314977). Constaterende, dat: ▪ de gemeente Den Haag nog niet duidelijk heeft hoe het convenant bewonersorganisaties opnieuw invulling zal krijgen; ▪ op 17 april 2024 een inspiratiesessie bewonersorganisaties zal plaatsvinden waarover over het convenant gesproken zal worden. Overwegende, dat: ▪ bewonersorganisaties input moeten kunnen leveren op het proces rondom het conveant; ▪ een goedwerkend conveant uitsluitend succesvol kan zijn wanneer de bewonersorganisaties zelf ook input hebben kunnen leveren; ▪ dit op 17 april tijdens zal gebeuren. Roept het college op: ▪ geen besluiten te nemen over het convenant bewonersorganisaties totdat de input van de bewonersorganisaties is verkregen tijdens de “inpsiratiesessie van 17 april 2024”. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie P.4 HvDH Informeer bewonersorganisaties over convenant De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 25 januari 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Convenant bewonersorganisaties (RIS314977). Constaterende, dat: ▪ de motie “Gebruik convenant niet als pressiemiddel voor basissubsidie” (RIS316148) d.d. 6b juli 2023 in grote meerderheid werd aangenomen; ▪ deze motie opriep het convenant bewonersorganisaties niet meer als voorwaarde te stellen voor het kunnen verkrijgen van basissubsidie; ▪ de bewonersorganisaties hierover tot op heden niet schriftelijk zijn geïnformeerd. Overwegende, dat: ▪ bewonersorganisaties op de hoogte dienen te zijn van het loslaten van deze koppeling; ▪ het per brief informeren van de bewonersorganisaties hierover van grote toegevoegde waarde voor hen is. Roept het college op: ▪ de bewonersorganisaties per brief te informeren over het loslaten van de koppeling tussen het tekenen van het convenant bewonersorganisaties en het kunnen verkrijgen van basissubsidie. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie P.5 HvDH Usual suspects OUT! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 25 januari 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Convenant bewonersorganisaties (RIS314977). Constaterende, dat: ▪ in diverse communicatie (brieven van de gemeente Den Haag en debatten) het college de term usual suspect gebruikt in relatie tot bewonersorganisaties. 82

Overwegende, dat: ▪ bestuursleden en vrijwilligers van bewonersorganisaties veel tijd en energie steken in het behartigen van de belangen van hun wijken; ▪ bestuurders en vrijwilligers van bewonersorganisaties veel tijd en energie steken in het bevorderen van de participatie in hun wijken; ▪ de term “usual suspects” door velen van hen als kwetsend wordt ervaren; Roept het college op: ▪ de term “usual suspects” niet meer in relatie te brengen tot de bewonersorganisaties en deze term ook niet meer in communicatie vanuit de gemeente Den Haag te gebruiken. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie P.7 HvDH Kennis is macht De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 25 januari 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Convenant bewonersorganisaties (RIS314977). Constaterende, dat: ▪ de invulling / uitvoering van het convenant bewonersorganisaties ongelukkig is verlopen. Overwegende, dat: ▪ de juiste vertaalslag naar uitvoering van beleid vervaagt door een gebrek aan vereiste (praktijk)kennis bij ambtenaren; ▪ meer begrip en kennis van de werkzaamheden van bewonersorganisaties noodzakelijk is voor gepaste ondersteuning. Roept het college op: ▪ een traject te starten waarbij ambtenaren van de dienst publiekszaken (belast met de bewonersorganisaties), gevestigd aan het Spui 70, 2 keer per jaar wijkorganisaties bezoeken ten behoeve van benodigde kennisoverdracht. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter. In het convenantentraject is er het een en ander misgegaan tussen bewonersorganisaties, stadsdelen en het centrale stadhuis hier. Daarom hebben wij de volgende motie, getiteld 'Deel meer met de stadsdelen'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13883312/2