CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318175 Notulen van de raad van 25 januari 2024

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 25 januari en 7 februari 202459.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Laten we dus op hun professionaliteit vertrouwen, want dat verdienen ze gewoon. Inmiddels is duidelijk dat de VNG met een voorstel komt voor een andere manier van beschikken. Hart voor Den Haag kijkt daar met heel veel belangstelling naar uit en roept de wethouder op om de informatie die daaruit voortkomt, snel met de commissie te delen, zodat we tijdig een debat kunnen voeren, tijdiger dan het debat over deze verordening. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Sinds 1 januari zijn twee grote samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor de jeugdhulp in Den Haag. Dat is een grote verandering. We hopen als ChristenUnie/SGP dat er daarmee meer aandacht komt voor preventie én dat jongeren sneller de juiste hulp krijgen. Mijn fractie heeft nog wel enkele zorgen over deze verordening. Zo bieden de artikelen over het pgb onvoldoende ruimte om echt maatwerk te leveren, want het wordt bepaald op basis van de goedkoopste en adequate voorziening in natura. Daar zit een tegenstrijdigheid in, want vaak is het ontbreken van adequate zorg in natura een reden om het pgb aan te vragen. Daarom een amendement, samen met collega Smit, waarvan het dictum luidt: besluit om artikel 3.5.1 als volgt te wijzigen: het pgb tarief is nooit hoger dan wat de goedkoopste adequate

34

voorziening in natura zou kosten van de geïndiceerde vorm van jeugdhulp, voor zover deze niet door het college is ingekocht en vergelijkbaar is. We hebben het in de commissie uitgebreid over beschikkingsarm werken gehad. Dat zet de rechtsbescherming van jeugdigen potentieel onder druk. Voor de ChristenUnie/SGP is het cruciaal dat de informatievoorziening consequent plaatsvindt en dat mensen actief op hun rechten worden gewezen. De VNG is bezig met een advies voor gemeenten over hoe dit het beste vorm kan worden gegeven. De wethouder heeft in de commissie toegezegd om, wanneer dit advies er is, dat zo snel mogelijk op te volgen. Kan de wethouder bevestigen dat hij uiterlijk binnen een maand na publicatie van het VNG-advies over beschikkingsarm werken in een brief aan de raad uiteen zal zetten wat de gevolgen zijn voor het beschikkingsarm werken in Den Haag, de rechtspositie van jeugdigen en de Verordening jeugdhulp en dat hij de verordening waar nodig ook zal aanpassen? Die toezegging is voor de ChristenUnie/SGP een voorwaarde om in te kunnen stemmen met de verordening.

Mede hierom is het van belang om de werking van de verordening in de praktijk te evalueren en om, wanneer daar aanleiding voor is, op basis daarvan de verordening aan te passen, want de manier waarop we jeugdhulp per 1 januari 2024 organiseren, is weliswaar gemandateerd bij twee samenwerkingsverbanden, maar het college en wij als raad blijven er verantwoordelijk voor. Daarom een amendement, ook met collega Smit, waarvan het dictum luidt: besluit om artikel 12 toe te voegen: Het college zendt binnen een jaar na de inwerkingtreding van de verordening een verslag aan de gemeenteraad over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening en de nadere regels in de praktijk. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Smit, worden de volgende amendementen (L.B CU/SGP en L.C CU/SGP) voorgesteld:

Amendement L.B CU/SGP de beste oplossing is niet altijd de goedkoopste De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 (RIS317115), Besluit om artikel 3.5.1 als volgt te wijzigen: 1. het pgb tarief is nooit hoger dan wat de goedkoopste adequate voorziening in natura zou kosten van de geïndiceerde vorm van jeugdhulp, voor zover deze niet door het college is ingekocht en vergelijkbaar is.

Amendement L.C CU/SGP evalueer de verordening jeugd De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 (RIS317115), Besluit om artikel 12 toe te voegen: 12. Het college zendt binnen een jaar na de inwerkingtreding van de verordening een verslag aan de gemeenteraad over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening en de nadere regels in de praktijk. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. In de commissie hebben we hierover een vurig debat gevoerd en nog steeds zit onze fractie met een aantal vragen, want eigenlijk staan we als gemeenteraad met onze rug tegen de muur, omdat we een verordening moeten vaststellen die eigenlijk al vanaf 1 januari de werkwijze is. Wij hebben dus de vraag aan de wethouder wat we als raad eigenlijk nog zouden kunnen doen. Tegenstemmen zou natuurlijk niet kunnen; dat zouden we natuurlijk ook niet moeten doen, maar we horen toch graag een reflectie van de wethouder hierop. 35

In de commissie hebben we ook de zorgen van de Jeugdombudsman gehoord. Op basis daarvan wil de Partij voor de Dieren drie punten aanhalen: uniforme klachtenregeling, jongerenparticipatie en werkwijze beschikking. Wat de klachtenregeling betreft: al vaker zijn klachten over onduidelijkheden in klachtenregelingen onze raad gepasseerd maar ook daarbuiten. In 2022 heeft de Jeugdombudsman een onderzoek hiernaar gedaan. Er zijn toen diverse aanbevelingen gedaan. Die aanbevelingen heeft het toenmalige college opgevolgd. In deze verordening staat in een artikel over de klachtenregeling dat die moet voldoen aan de wet. Dat is natuurlijk goed, maar wel summier en de uniformiteit kan daarmee op de tocht staan. Wij doen dus graag de deur dicht om die uniformiteit te verstevigen. Daarom hebben we het amendement Uniforme klachtenregelingen, dat ervoor zorgt dat we de uniformiteit van de klachtenregelingen borgen. Dit amendement wordt mede namens de fractie van Hart voor Den Haag ingediend. Dan de jongerenparticipatie; iedereen doet mee. Volgens het VN-verdrag inzake de rechten van het kind hebben kinderen en jeugdigen recht op participatie. In de werkwijze van professionals is dat al de geest, maar in deze verordening is de geest uit de fles.

Daarom borgen we met het amendement Veranker VN-kinderrechtenverdrag dat de informatievoorziening tussen de gemeente, zorgprofessional en de jeugdigen en/of ouders is afgestemd op de belevingswereld van de ontvanger. Sebastian Kruis (PVV). Mijn vraag is waarom datgene wat de heer Smit wenst, niet gewoon wordt verankerd in de verordening, zonder dat we ons daarvoor verbinden aan een of ander VNkinderrechtenverdrag. Robin Smit (PvdD). Dat is een hele goede vraag van de PVV. Ik ga gewoon af op instituties en ik vind dat het VN-verdrag een instituut is. Sebastian Kruis (PVV). Ik niet. Ik vind namelijk alles wat het predicaat 'VN' draagt, eigenlijk een contra-indicatie: dat is niet goed voor de stad en voor de kinderen. Ik snap niet waarom we datgene wat meneer Smit vraagt, niet gewoon op die manier erin verankeren en waarom we niet wegblijven van dit soort toch een beetje populistisch gedweep met de VN. Robin Smit (PvdD). Dan zou ik de heer Kruis willen uitdagen om alleen te stemmen op basis van het besluit dat in het amendement staat en om de toelichting buiten beschouwing te willen laten. Ik denk dat we dan een hoop goeds doen voor de jongeren in onze stad. De voorzitter. Meneer Kruis, de laatste keer. Sebastian Kruis (PVV). Dat doe ik dus niet, want ik lees ook de titel van het amendement. Daar staat toch echt: 'veranker VN-kinderrechtenverdrag'.

Ik wil gewoon met die hele Verenigde Naties niets te maken hebben. Als meneer Smit brede steun in de raad belangrijk vindt, is mijn verzoek dus om de gevolgen van je verbinden aan zo'n verdrag vast te leggen in de verordening, maar om weg te blijven van je verbinden aan weer een verdrag. Robin Smit (PvdD). Deze kritiek heb ik niet in de commissie gehoord; die hoor ik hier nu voor het eerst vanuit de PVV. Ik zou de PVV dan toch willen oproepen om, als we dit echt voor de jongeren doen, vooral te kijken naar de inhoud van waarom we dit willen verwezenlijken, waarbij de participatie van de jongeren vooropstaat. Ik zou de PVV dus nogmaals willen aanmoedigen: als u voor een goede zorgverlening bent, bent u voor dit amendement. Ik zou dus zeggen: stem vooral voor. Ik ga door met de beschikking. Zowel de Jeugdombudsman als Defence for Children en kinderrechtenadvocaten hebben hun zorgen geuit over de VNG-modelverordening met betrekking tot de werkwijze met beschikkingen. De wethouder heeft in de commissie al toegezegd dat er een reactie komt op de VNG-handreiking Gepast beschikken in het sociaal domein. Mijn collega Klokkenburg heeft daar al een hoop goede vragen over gesteld. Ik ga dus goed luisteren naar de beantwoording daarvan. Wellicht kom ik nog terug met wat interrupties. De voorzitter. Daar verheugen we ons zeer op.

36

Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Verdonk, wordt het volgende amendement (L.D PvdD) voorgesteld:

Amendement L.D PvdD Uniforme klachtenregeling De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 (RIS317115), Besluit om artikel 5.5.2 als volgt te wijzigen: 1. Het college ziet erop toe dat jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen een uniforme klachtenregeling hebben die voldoet aan de wet. De voorzitter. Door de heer Smit wordt het volgende amendement (L.E PvdD) voorgesteld:

Amendement L.E PvdD Veranker VN-Kinderrechtenverdrag De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 (RIS317115), Besluit om artikel 2.2 lid 4 als volgt te wijzigen: • Een medewerker van het jeugdteam voert tijdens het onderzoek een gesprek met de jeugdige of zijn ouders waarin de behoefte aan jeugdhulp in kaart wordt gebracht. De medewerker doet dit volledig, objectief en in voor de jongere en zijn ouders begrijpelijke bewoordingen. Indien mogelijk wordt de jongere hierbij betrokken. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. In het verlengde van de inbreng van mevrouw Klokkenburg of eigenlijk van meneer Smit snap ik niet hoe het kan dat we een voorstel van het college behandelen terwijl het al is ingevoerd. Dan houden we elkaar toch eigenlijk voor de gek? Natuurlijk kunnen we zeggen dat dat voor de wet moet, maar wie houden we hier nou voor de gek? Het is drie weken geleden ingegaan. Ik snap dus niet waarom we dit nu op deze manier behandelen. Ik snap ook niet waarom er nog een discrepantie zit tussen wat het college over de rechtsgeldigheid van het voorliggende zegt en wat de Kinderombudsman daarover zegt.

Als je een voorstel doet, zou ik denken dat je dat hebt getoetst aan de hand van een aantal juridische kaders. Als daar nog onduidelijkheid over is, moet die worden weggenomen, want in dit geval gaat het uiteindelijk om kinderen, vaak in een kwetsbare positie. Ik geef graag het woord aan mevrouw Verdonk via de voorzitter. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Is de heer Kruis zich ervan bewust dat deze handelwijze, het beschikkingsarm werken, al vanaf 2015 hier in Den Haag gepraktiseerd wordt? Sebastian Kruis (PVV). Welke handelwijze? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Beschikkingsarm werken. Ik zal het even uitleggen: dat betekent dat er niet standaard een beschikking wordt gemaakt, geslagen en uitgereikt, met alle bureaucratie die daarbij hoort en met wachtlijsten tot gevolg. Deze beschikkingsarme manier van werken, waarin dat dus niet gebeurt - alleen op verzoek van de jeugdige of een ouder - werkt hier gewoon al vanaf 2015 goed. Sebastian Kruis (PVV). Of iets wel of niet goed werkt, we zitten nu met de voorliggende situatie dat we dit hebben behandeld in de commissie en dat daar deze onduidelijkheid is gekomen. Of iets nou wel of niet allang als realiteit bestaat in Den Haag, neemt niet weg dat die discussie er is gekomen. En ik denk dat het acht jaar na dato weleens tijd wordt om te checken of dit matcht met de wet. Ik denk 37

dat we dat beter laat dan nooit met elkaar kunnen vaststellen, omdat we rechtsgeldigheid heel belangrijk vinden. Rechtsgeldigheid, rechtsstaat, Grondwet en noem het allemaal maar op vinden wij als PVV heel belangrijk. De voorzitter. De laatste keer op dit punt, mevrouw Verdonk. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik zou bijna zeggen: als dat zo was, was er nu al een nieuw kabinet. Maar dat gezegd hebbende: er is een situatie die omarmd wordt door professionals. Ik ben heel benieuwd of daar klachten over geweest zijn. Die vraag is ook vijf keer aan de Jeugdombudsman gesteld: zijn er nu klachten geweest over het beschikkingsarm werken? Ik heb haar alleen maar horen stotteren. Misschien heeft de wethouder daar dus een antwoord op. Dus waarom nu zo moeilijk doen? Sebastian Kruis (PVV). Ik doe nooit moeilijk. Ik complimenteer mevrouw Verdonk eerst met haar reactie op mij. Meneer Timmermans zou het 'swag' noemen; mevrouw Verdonk heeft die. Het punt is dat ik die discussie niet voer. Ik ben gewoon benieuwd naar de uitkomst. Ik begreep dat de VNG nog bezig is met een soort oekaze om uit te zoeken hoe het precies zit met de kritiek van de ombudsman op het voorliggende en de verschillen daartussen. Ik ben benieuwd naar die uitkomst. Ik heb ook niet gezegd dat ik tegenstem, maar dat maakt uiteindelijk geen klap uit, want het is al ingevoerd.

Deze hele verordening is al drie weken geleden ingegaan. Wat ik er ook van vind, het zal dus niets veranderen aan de praktijk. De voorzitter. Nee, niet voor de vierde keer, mevrouw Verdonk. U was drie keer aan het woord geweest. Robin Smit (PvdD). Ik hoor de heer Kruis net zeggen dat hij niet moeilijk doet, maar ik kan me van een paar seconden geleden herinneren dat de heer Kruis begon over het VN-verdrag en dat hij het allemaal moeilijk vond. Dat was toch een beetje moeilijk doen? Het zou toch juist moeten gaan om de inhoud, om het beschermen van de jongeren, en dan zou hij toch juist voor dat amendement moeten stemmen? Sebastian Kruis (PVV). Ik ben tegen de Verenigde Naties. Dat is vrij principieel. Dat is niet moeilijk doen; dat is principieel doen. Als je zaken hebt die goed zijn, kun je die ook gewoon vastleggen in je eigen verordeningen, zonder dat je daar weer allerlei multinationale instellingen bij haalt om goede sier te maken in het buitenland. Denkt u nu echt dat kinderen op straat in Den Haag, als ze in problemen komen, aan het VN-Kinderrechtenverdrag denken? Ik denk het niet, meneer Smit. Robin Smit (PvdD). Het gaat natuurlijk helemaal niet om dat VN-verdrag. Het gaat erom dat we de participatie van jongeren verankeren in deze verordening. Volgens mij zou de PVV daarmee in moeten stemmen.

Anders ben ik heel benieuwd wat voor boodschap de PVV afgeeft aan de jongeren in onze stad. Sebastian Kruis (PVV). De heer Smit zegt het goed: het gaat inderdaad niet om het VNkinderrechtenverdrag. Daarom snap ik niet dat hij een amendement indient met die naam. Eigenlijk geeft de heer Smit zelf dus al het antwoord op mijn kritiek van zojuist. Ik ben blij dat we elkaar in het midden ontmoeten: meneer Smit links, ik rechts en ontmoeting in het midden. Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik dit een lastige materie vind. Ik heb deze commissiebehandeling natuurlijk niet gedaan, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om kinderen. Ik denk dat het belang van het kind uiteindelijk voorop moet staan. Ik wil mijn collega-raadsleden wel meegeven dat juist de kinderen waarover we het hier hebben, gebaat zijn bij het beperken van de bevolkingsgroei, omdat je je hulp uiteindelijk maar één keer kunt verdelen. Hou er dus rekening mee dat al die betrokkenheid bij de jeugd, ook weer in dit debat, niet oneindig is. Hou dat dus in uw achterhoofd bij het elk jaar weer binnenlaten van duizenden mensen. Daar zitten ook kinderen bij die hulp nodig hebben. Laten wij ervoor zorgen dat die hulp het allerbeste is vormgegeven van heel Nederland. Dan sta ik samen met mevrouw Verdonk te juichen voor deze verordening.

38

Anthony Uduba (VVD). Voorzitter. In de commissie hebben we lange discussies over de verordening gehad, maar ik kan hier namens de Haagse VVD zeggen dat we ons in grote lijnen kunnen vinden in de verordening zoals de wethouder die nu presenteert. Het enige wat we missen, zijn duidelijke afspraken tussen de samenwerkingsverbanden en het college over het toezicht houden op pgb's. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college een protocol op te stellen voor het signaleren en bestrijden van fraude binnen het pgb-systeem, waarin de rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen duidelijk worden beschreven en de raad uiterlijk in Q2 van dit jaar hierover te informeren. De voorzitter. Door de heer Uduba wordt de volgende motie (L.1 VVD) ingediend:

Motie L.1 VVD Betere PGB door duidelijke afspraken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van ter bespreking van Gewijzigd voorstel van het college inzake Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 (RIS317115). Constaterende dat: • het aannemen van de Verordening Jeugdzorg 2024 leidt tot een herverdeling van verantwoordelijkheden, waarbij de samenwerkingsverbanden ‘rondom jou en kracht’ verantwoordelijk worden voor toekenning van PGB, en de rol van het college beperkt blijft tot het houden van toezicht; • het gegeven dat in Den Haag 1 op de 10 aanbieders van PGB-zorg een strafblad heeft door deskundigen wordt gekwalificeerd als “verontrustend en zorgwekkend”, mede vanwege het beperkte toezicht op deze sector. Overwegende dat: • een transparant en rechtvaardig PGB-systeem essentieel is voor het vertrouwen van Hagenaren in het PGB-beleid; • de effectiviteit van het PGB-systeem afhankelijk is van een robuust controlemechanisme om fraude te signaleren en te bestrijden; • duidelijke afspraken tussen de gemeente en samenwerkingsverbanden cruciaal zijn om fraude effectief aan te pakken.

Verzoekt het college: • een protocol op te stellen voor signaleren en bestrijden van fraude binnen het PGB-systeem, waarin de rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen duidelijk worden beschreven; • dit uiterlijk in het tweede kwartaal met de raad te delen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Er is in de commissie al een levendige discussie over de Verordening jeugdhulp 2024 gevoerd. We hebben ook allemaal de uitspraak van de Jeugdombudsman gehoord. De SP vindt het toch nog wel een zorgwekkende situatie. Hoewel wij snappen dat er nu een nieuwe verordening nodig is, kunnen wij nu dus niet op voorhand onze steun uitspreken voor de inhoud van de verordening zoals die nu voorligt. Het amendement van D66 voorziet in een betere informatiepositie van onze inwoners met betrekking tot hun recht op een beschikking. De essentie van het beschikkingsarm werken blijft hiermee ongewijzigd. Over de wenselijkheid van beschikkingsarm werken bestaan verschillende opvattingen in de raad, zoals we in de commissie hebben gemerkt. De SP wil graag dat we deze discussie over de verordening opnieuw in de raad voeren zodra het VNG39

advies er ligt. Daarmee kan ik mij goed aansluiten bij de woorden van de ChristenUnie hierover, maar voor de tussentijd hebben we een amendement gemaakt om ervoor te zorgen dat een grotere groep standaard de beschikking ontvangt. Het amendement besluit om na artikel 2.6, lid b het volgende punt toe te voegen: wanneer bij het opstellen van het gezinsplan blijkt dat de jeugdige en/of ouder(s) het niet (volledig) eens zijn met de inhoud van dit plan. Het amendement wordt mede ingediend door de heer Smit van de Partij voor de Dieren, de heer Kruis van de PVV en mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. Verder heeft mijn fractie een aantal vragen voor de wethouder. Kan het college ervoor zorgen dat de informatie over het recht op een beschikking aansluit bij het niveau van zowel de jeugdige als de ouders, zodat iedereen begrijpt wat zijn of haar rechten zijn en wat men kan doen met zo'n beschikking? De laatste vraag: als ouders en jeugdige een beschikking ontvangen, is de op de beschikking staande datum dan de datum van aanvraag of de datum van versturen? Dat is voor de SP belangrijk, omdat de jeugdige of de ouders vervolgens slechts zes weken de tijd hebben om te beslissen of zij bezwaar willen maken. Voorzitter: de heer Groenewold. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag).

Ik hoorde het statement van mevrouw Arp over het verstaan van de jeugd, in de juiste taal spreken en dat soort zaken. Dan kom ik toch weer terug op die professional, die iedere dag bezig is met dit soort kinderen. Denkt u nou echt dat die professional niet aanvoelt welke taal hij of zij op dat moment moet spreken? Lesley Arp (SP). Ik snap waar de vraag van mevrouw Verdonk vandaan komt. Deze opmerking is ook zeker niet bedoeld om de professionaliteit van de mensen die zorg verlenen, in twijfel te trekken. Het is echter een punt dat ook de heer Smit heeft gemaakt, volgens mij zelfs in een amendement, en ik vind het gewoon belangrijk dat de wethouder nog even reageert op dat verschil in benadering tussen ouder en jeugdige. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dan hoor ik toch nog steeds dezelfde vraag en vraag ik me nog steeds af of het wantrouwen van mevrouw Arp ten opzichte van professionele hulpverleners zo groot is dat ze een bevestiging wil van de wethouder dat deze professionals hun werk goed doen. Lesley Arp (SP). Nee, dat heeft zeker niet met wantrouwen te maken. Het is gewoon een feit dat wij vandaag als raad over een verordening beslissen waar allerlei artikelen in staan, onder andere over het beschikken maar over nog veel meer.

Ik denk dat dit het geëigende moment is om de wethouder nog even te vragen hoe zo'n procedure werkt, zeker ook in het licht van wat de Jeugdombudsman aan adviezen heeft meegegeven. De voorzitter. Door mevrouw Arp wordt het volgende amendement (L.F SP) voorgesteld:

Amendement L.F SP Standaard beschikking bij onenigheid over gezinsplan De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 Besluit om na artikel 2.6 lid b het volgende punt toe te voegen: • Wanneer bij het opstellen van het gezinsplan blijkt dat de jeugdige en/of ouder(s) het niet (volledig) eens zijn met de inhoud van dit plan. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Adeel Mahmood (DENK). Voorzitter. Ik kan het kort houden. In de commissie was de Jeugdombudsman heel helder over de toegang tot jeugdhulp. Ook collega-fracties hebben daar terechte zorgen over geuit. Wij delen die zorgen, vooral vanwege het beschikkingsarm werken en het ontbreken van een goede informatievoorziening en een uniforme klachtenregeling. Wij delen dus de 40

door collega-fracties geuite zorgen, want wij hechten er belang aan dat de wijze waarop de beschikkingen afgegeven zullen worden, verbeterd zal worden. Collega's dienen hier vandaag verschillende voorstellen in die kunnen rekenen op onze steun. Collega Klokkenburg stelde ook een aantal vragen waarbij ik me kan aansluiten. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van het college daarop. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik vraag me af of de collega weet wat beschikkingsarm werken is. Adeel Mahmood (DENK). Dat weet ik zeker. Ik heb de voorstellen natuurlijk gelezen en ik heb de commissievergadering gevolgd. Waarschijnlijk gaat u er automatisch van uit dat ik dat niet heb gedaan, maar dat heb ik zeker gedaan en ik weet wat beschikkingsarm werken betekent. Wilt u daar een nadere uitleg van? Wij hebben straks natuurlijk heel veel jeugdigen die een beroep op jeugdhulp zullen doen. Zij krijgen niet standaard een beschikking. Wij zijn er voorstander van dat zij die beschikking wél standaard krijgen en dat ze ook weten wat hun rechten zijn als iets wordt afgewezen. Wij willen dus dat er standaard een beschikking wordt afgegeven. Het voorstel lezend en luisterend naar wat collega's hierover hebben gezegd, heb ik begrepen dat dit niet meer standaard zal gebeuren. Dat betekent kort gezegd dus: minder beschikkingen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag).

Is het de collega bekend dat deze manier van werken al loopt sinds 2015? Er is een aantal keren aan de ombudsman gevraagd of zij kan zeggen hoeveel concrete voorbeelden er zijn, of er mensen in bezwaar zijn gegaan en hoeveel dat er dan zijn. Ik heb geen concreet antwoord gehoord. Ik vraag mij dus af waar de stellingname vandaan komt dat er nu standaard beschikt moet gaan worden. Dat is een hele andere werkwijze dan nu. Is dat wantrouwen ten opzichte van de professionals? Is dat wantrouwen ten opzichte van de wethouder? Is dat wantrouwen ten opzichte van de nieuwe aanbieders? Ik ben heel benieuwd naar uw antwoord. De voorzitter. De volgende keer liefst ietsje korter interrumperen als dat kan. Adeel Mahmood (DENK). Nee, het is niet zozeer wantrouwen. Het gaat om de rechtspositie van ouders zelf. Ik vind het belangrijk dat die goed geborgd is. Als wij minder beschikkingen uitgeven, dus als niet standaard gebeurt, denk ik dat de rechtspositie van ouders slechter zal zijn dan nu, als ik het goed heb begrepen. Zo heb ik het begrepen, ook vanuit de commissievergadering. Ik moet eerlijk toegeven dat ik daar zelf niet aan heb deelgenomen, maar dit is hoe ik het heb begrepen. Lesley Arp (SP). Ik wil een beetje duidelijk hebben waar iedereen staat.

Ik word trouwens niet heel gelukkig van hoe dit proces rond de verordening gaat, maar ik hoor de heer Mahmood zeggen dat DENK eigenlijk voor standaard beschikken is. Betekent dit dan ook dat DENK tegen de verordening gaat stemmen als het amendement van mevrouw Faïd niet wordt aangenomen? Adeel Mahmood (DENK). Ik heb gekeken naar wat u wil; u heeft ook een amendement ingediend. Dat gaat niet over standaard beschikken maar wel over veel vaker beschikken. Ik ga kijken wat het college antwoordt. Ik ben ook benieuwd hoe de discussie zal lopen. Op basis daarvan zal ik kijken of ik voor het voorstel zal stemmen; daar ben ik nog niet uit. Anthony Uduba (VVD). Is mijn collega van DENK het met de Haagse VVD eens dat beschikken niet per se het doel is? Het doel is juist gewoon om kinderen goede jeugdzorg te bieden en niet per se om te beschikken. Hoe reflecteert u daarop? Adeel Mahmood (DENK). Uiteraard zal beschikken nooit een doel op zich moeten zijn. Het gaat er uiteindelijk om dat je gewoon goede zorg kan leveren. Anthony Uduba (VVD). Is het dan voor mijn collega voldoende als ouders en kinderen standaard die beschikking kunnen opvragen wanneer ze die nodig hebben?

41

Adeel Mahmood (DENK). Dat zou natuurlijk heel fijn zijn, maar ik kan ook begrijpen dat heel veel ouders niet die stap zullen wagen om dat te gaan doen. Daar maak ik me zorgen om. De voorzitter. Voor de laatste maal, meneer Uduba. Anthony Uduba (VVD). Is het dan niet belangrijker dat we een goede informatievoorziening hebben vanuit het college en de samenwerkingsverbanden richting ouders en kinderen in plaats van dat we zeggen dat er altijd moet worden beschikt? Adeel Mahmood (DENK). Ook dat is zeker belangrijk, maar een beetje terugkijkend naar hoe heel veel ouders de afgelopen jaren in Den Haag toch niet in staat waren om al die informatie tot zich te nemen en via welke kanalen er wordt gecommuniceerd, zie ik dat het bij tal van projecten misgaat. Ik denk dat wij zeker moeten inzetten op een goede informatievoorziening, maar ik ben bang dat we daarmee niet iedereen kunnen bereiken en dat we ook niet iedereen kunnen laten weten wat uiteindelijk hun rechten zijn. Daar maak ik me wel zorgen om. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Het belang van meer grip op je leven; daarmee begon onze nieuwe fractievertegenwoordiger Suzanne Piet haar maidenspeech in de commissievergadering over deze Verordening jeugdhulp, want zo zou zij ook graag de jeugdhulp zien: voorspelbaar, navigeerbaar en met voldoende zekerheid en rechten. Daar wringt in deze discussie juist de schoen.

In haar brief en tijdens de commissievergadering heeft de Jeugdombudsman uiteengezet waarom uit het oogpunt van rechtsbescherming altijd een schriftelijke beschikking zou moeten worden gegeven bij jeugdhulpvoorzieningen. Die rechtsbescherming van kinderen, jongeren en ouders in onze stad moeten we als raad natuurlijk heel serieus nemen, maar aan de andere kant werkt de gemeente al langer beschikkingsarm, omdat dat volgens het college tijdwinst oplevert en bureaucratische rompslomp voorkomt. Dat is óók belangrijk. En dan zitten we er ook nog mee dat in februari de VNG met een advies komt over hoe gemeenten het beste met beschikkingen in de Wmo en de jeugdhulp kunnen omgaan. Het is overigens goed dat de wethouder heeft toegezegd dat er in ieder geval een duiding komt van wat dit betekent voor de verordening en de werkwijze in Den Haag. Toch hoor ik nu graag nogmaals van de wethouder, duidelijker dan in de commissievergadering, waarom het volgens hem niet mogelijk zou zijn om altijd een beschikking af te geven. Wat is die tijdwinst? Hoe groot is die extra administratieve last? Afhankelijk daarvan wegen wij hoe we zullen stemmen over de amendementen en de motie van de collega's over dit onderwerp. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Laat ik beginnen met de hand in eigen boezem steken.

Wij hebben namelijk eigenlijk niet goed opgelet bij de vorige verordening, want in de vorige verordening stond natuurlijk ook al dat 'beschikkingsarm' beleid is. Gelukkig hebben we hiervoor een Jeugdombudsman, die ons bij dit soort serieuze gebreken in het beleid met betrekking tot de beschikkingen in de jeugdzorg erop heeft gewezen dat het niet consequent verstrekken van beschikkingen in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht en de Jeugdwet en gepaard gaat met overtredingen van het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind, dat we als Nederland natuurlijk gewoon hebben ondertekend. Gezinnen die om hulp vragen, bevinden zich in een kwetsbare positie. Zij zijn kwetsbaar voor de grotere machts- en informatiepositie van instellingen, zeker omdat er geen garantie en geen controle op zijn of deze informatie over mogelijke beschikkingen in alle gevallen gedeeld wordt. Wanneer deze informatie niet gedeeld wordt, hoe weten gezinnen dan over de mogelijkheid van een beschikking, hoe die werkt en wat ze daarmee kunnen doen? Wij vinden dat het de taak van de gemeente is om rechtsbescherming en rechtsgelijkheid te allen tijde te waarborgen, actief mee te werken en hierop toe te zien. Om dit te garanderen, dienen wij het amendement Beschikkingen voor iedereen! in. Hiermee wordt artikel 2.6 aangepast.

Het nieuwe artikel luidt dan als volgt: In alle gevallen wordt standaard, tijdig en altijd een beschikking verstrekt door het college. Wij zullen welwillend kijken naar de motie en de amendementen die andere fracties hebben ingediend. Die zullen ook bepalen of wij voor of tegen het voorstel zullen stemmen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik hoor de collega letterlijk zeggen dat het gaat om mensen in een kwetsbare positie en dat zij kwetsbaar zijn ten opzichte van de instellingen. Ouders en kinderen 42

met een hulpvraag hebben echter niks te maken met de instelling, maar met een individuele professional, met een of meerdere professionals, die misschien al heel lang bezig zijn met dat gezin en die in ieder geval al heel lang professional zijn in de jeugdhulpverlening. Vindt u datgene wat u nu met dit amendement zegt, dan niet een enorme motie van wantrouwen? Fatima Faïd (HSP). Dank u wel voor de vraag. Laat ik eerst zeggen dat het geen motie van wantrouwen ten opzichte van de hulpverlening is. Maar we weten uit onderzoek natuurlijk ook dat kwetsbare gezinnen het soms heel moeilijk kunnen vinden om hun recht te halen. Dan kan het wel zo zijn dat de hulpverleners natuurlijk ontzettend hun best doen, maar uit onderzoek blijkt natuurlijk ook dat er best wel veel kritiek op jeugdhulpverleners is. Ik begrijp dus niet zo goed waarom Hart voor Den Haag eigenlijk steeds dat frame neerzet. U hanteert hier de hele middag een soort frame in de zin van: 'wat doet u lelijk tegen die hulpverleners'. Ik vind het opvallend dat u in die situaties eigenlijk helemaal niet de kant van de kwetsbaren kiest. Ik vind het nog vreemder dat u eigenlijk helemaal geen antwoord geeft op … De voorzitter. Zou u wel via de voorzitter willen praten, mevrouw Faïd? Fatima Faïd (HSP). Ja, excuses, voorzitter.

Via de voorzitter: misschien kan mevrouw Verdonk uitleggen wat zij onder 'rechtsgelijkheid en rechtsbescherming' verstaat. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ten eerste beweert mevrouw Faïd dat er zoveel kinderen zijn die de dupe worden in de jeugdzorg. Ja, dat gebeurt ook. Ik wil niet zeggen dat dat met enige regelmaat gebeurt, maar het gebeurt bij uitzondering. Dat is natuurlijk altijd zo, want waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Daar kunnen we met z'n allen niks aan veranderen. Maar iedere jeugdhulpverlener is van goede wil en verdient ons vertrouwen. Mevrouw Faïd zegt dat ik u allemaal in een frame probeer te zetten. Mevrouw Faïd hanteert zelf een frame ten opzichte van Hart voor Den Haag. Dat probeert ze steeds, maar dit zijn gewoon dingen waar ik in geloof en waar Hart voor Den Haag in gelooft. Die brengen wij hier onder de aandacht van eenieder. Tot slot uw vraag. Ik ben heel duidelijk ingegaan op de positie van kwetsbare gezinnen en van kwetsbare jeugdigen, die natuurlijk goede hulp behoeven en die goede professionals moeten hebben. Maar die professionals zijn ook in staat om die kinderen juist in die kwetsbaarheid te benaderen. Dat is wat ik steeds probeer te zeggen: het is niet een kind ten opzichte van een grote, logge organisatie. Het is een kind ten opzichte van een deskundige. De voorzitter. Let wel op, want uw interrupties zijn erg lang.

Deze interruptie duurde bijna een minuut. Ik zou er ook voor de spreektijd op willen wijzen dat interrupties bedoeld zijn voor het stellen van korte vragen, maar u kreeg nu een vraag van mevrouw Faïd en die heeft u beantwoord. Daarom heb ik iets meer toegestaan, maar let vooral ook vanwege de spreektijd hierop. Fatima Faïd (HSP). Dank natuurlijk aan mevrouw Verdonk voor haar reactie op mijn vragen. Ik heb zelf heel lang in de jeugdhulpverlening gewerkt. Ik weet dus wel een beetje hoe het werkt. U zegt dat het gezin geen contact heeft met de instellingen, maar de jeugdhulpverleners werken bij instellingen. Daar zitten managers en daar zit van alles boven. Er is beleid en dat moeten ze gewoon uitvoeren. Ik ben het helemaal met u eens dat heel veel mensen, waarschijnlijk bijna alle mensen, in de jeugdhulpverlening met hart en ziel werken. Het is een heel zwaar beroep en er wordt ook best wel een groot emotioneel beroep op je gedaan. Ik zeg dus niks ten nadele van hen, maar we kunnen niet ontkennen dat gezinnen gewoon recht hebben op goede rechtsbescherming. Dat is mijn punt. Wat alle andere dingen betreft die u zei over Hart voor Den Haag: ik heb geen idee wat u bedoelt, maar ik ga er even van uit dat we in principe eigenlijk hetzelfde willen: het goede voor het kind en natuurlijk voor de jeugdhulpverleners. Anthony Uduba (VVD).

Ook nu dezelfde vraag: is een beschikking het doel of is goede jeugdzorg het doel van de verordening?

43

Fatima Faïd (HSP). Ik vind dit een beetje een rare vraag. Je vraagt hulp aan en dan hoort daar uiteindelijk een beschikking bij. Als een gezin hulpverlening nodig heeft, zegt dat gezin niet: doe mij maar een beschikking. Dat is natuurlijk het verhaal niet. Het gaat hier om rechtsbescherming van kinderen en gezinnen die in een kwetsbare positie zitten. Het is eigenlijk heel normaal dat je in Nederland in beroep kan gaan tegen iets wat je wordt aangeboden en waar je het niet mee eens bent. Daar moet je juridisch gewoon veilig in zijn. Die vraag klopt dus niet helemaal. Anthony Uduba (VVD). Ik hoorde de wethouder ook zeggen dat we al sinds 2015 zo werken. Er zijn 15.000 kinderen in de jeugdzorg. In het afgelopen jaar hebben tientallen ouders de beschikking aangevraagd. Hoe reflecteert mevrouw Faïd hierop? Fatima Faïd (HSP). Dat lijkt me eigenlijk heel simpel, want als al die gezinnen niet weten dat ze recht hebben op een beschikking, kan je dus ook niet in beroep. Dat is natuurlijk wat hier gebeurt. Ik heb al gezegd dat ik de hand ook in eigen boezem steek: wij hebben ook niet opgelet. We hebben het, als ik het goed heb - ik zeg dit uit mijn hoofd - eigenlijk alleen over ambulante zorg, maar het punt is natuurlijk dat het heel belangrijk is dat je rechtsgelijkheid hebt in dit land. Als je niet weet dat je in beroep kan gaan, ga je dat ook niet doen.

Dat lijkt mij dus eigenlijk een inkoppertje. De voorzitter. Meneer Uduba, voor de laatste maal. Anthony Uduba (VVD). Ook de Haagse VVD staat voor de rechtsbescherming voor jongeren en ouders, maar is mevrouw Faïd het met ons eens dat het gaat om informatieverstrekking over de rechtsbeschermingspositie van ouders en kinderen in plaats van om standaard beschikken? Fatima Faïd (HSP). Een aantal jaren geleden heb ik het in de commissie hierover gehad. In de vrouwenopvang kregen vrouwen ook helemaal geen beschikking, met als gevolg dat ze dus niet in beroep konden gaan, bijvoorbeeld omdat ze niet werden opgenomen in de opvang. Ik denk dat het heel belangrijk is dat ouders gewoon een beschikking krijgen waarin duidelijk staat wat hun rechten zijn en waarmee ze eventueel naar een advocaat kunnen of naar iemand in hun eigen omgeving die hen daarbij zou kunnen helpen. Het lijkt mij dus geen goed idee om dit zomaar in het luchtledige te laten zonder dat wij daar controle op hebben. Dat is in ieder geval volgens ons niet voldoende rechtsbescherming. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik voel met mevrouw Faïd mee op het punt van het belang van beschikkingen, maar we hebben natuurlijk het debat in de commissie gehad en we hebben de wethouder ook gehoord over het VNG-advies dat eraan komt en waar een reactie op komt.

Overziet mevrouw Faïd de gevolgen als we op dit moment in het proces dit rücksichtslos gaan omdraaien en alles gaan beschikken? Of vindt zij het misschien verstandiger om dit te doen op het moment dat het VNG-advies er is? Fatima Faïd (HSP). Een van mijn collega's - ik weet niet meer wie - zei: als we dat doen, als we meestemmen en als we wachten totdat de VNG komt, zijn we een jaar verder. Dat is voor mijn fractie niet voldoende. Vandaar dat we dit amendement indienen. We snappen dat je dingen soms rücksichtslos moet veranderen. Als iets krom is, kunnen we het natuurlijk nog drie jaar krom laten, maar we kunnen het hier met z'n allen ook gewoon gaan regelen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben het ermee eens dat dit niet jaren moet gaan duren. Als het VNG-advies er in maart is - dat kan over zes weken - moeten we ook snel een reactie krijgen. Dan kunnen we die verordening volgens mij alweer voor de zomer gewijzigd hebben. Maar weet mevrouw Faïd wat de gevolgen voor de samenwerking met en tussen de samenwerkingsverbanden zijn als we dit nu op een andere manier gaan doen? Fatima Faïd (HSP). Bij mijn weten zitten we al bijna in februari. Er is dus al iets fout gegaan in dit traject. Dan vind ik het eigenlijk niet meer dan logisch dat, als wij er nu toch achter komen dat er iets wezenlijk fout is, wij dat moeten aanpassen.

De collega van D66 heeft ook in de commissie meerdere 44

malen heel uitgebreid gevraagd om met cijfers te komen die aangeven waarom de druk van die bureaucratie ineens zo omhoog gaat schieten als we dit doen. Misschien komt de wethouder daar straks mee. Dan kunnen we dat weer meenemen in onze overweging over wat we met deze verordening gaan doen, maar ik heb dat toen nog niet gehoord. Je kan altijd wel zeggen dat we gewoon doorgaan op de ingeslagen weg, maar daar zijn wij niet per se heel erg van. Robin Smit (PvdD). Ik ben het ook met mevrouw Faïd eens dat dit niet jaren moet gaan duren. Daarom willen we, ook in lijn met de ChristenUnie, het antwoord op die vraag horen van de wethouder. Maar wij hebben ook contact gehad met Defence for Children, dat aangaf dat, als je die beschikking eruit haalt, dat ook iets betekent voor de klachtenregeling; die moet je dan ook aanpassen. Het heeft dus best wel veel invloed als we nu instemmen met dit amendement. Ik ben dus eigenlijk zoekende naar hoe mevrouw Faïd dit ziet. Kunnen we dit niet meenemen in de gesprekken met de wethouder die nog volgen in maart of wanneer we die gaan hebben, in ieder geval voor de zomer? Fatima Faïd (HSP). Ik heb er persoonlijk niet zo heel veel vertrouwen in dat we dit voor de zomer kunnen regelen. We zitten hier nu. Voor ons zijn die rechtsbescherming en die rechtsgelijkheid heel belangrijk. Nogmaals, wij hebben ook niet op zitten letten.

Dat nemen we onszelf eigenlijk wel een beetje kwalijk. Misschien kan de wethouder nog dingen toezeggen qua termijn of zo om aan te geven hoelang dat gaat duren, maar ik heb er ook niet per se vertrouwen in dat de VNG gaat zeggen: doe toch maar die beschikkingen erin. De VNG kan immers ook komen met het advies dat de gemeenten dit zelf maar moeten bedenken. Wij hebben geen zicht op wat de VNG nu gaat zeggen. Voor mijn fractie is dit voor nu, met wat we nu weten en met wat de wethouder in de commissie heeft gezegd, dus niet voldoende. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Even over de VNG: het is gewoon helder - ik heb daar ook naar geïnformeerd - dat de VNG heel druk bezig is met kijken naar beschikken binnen het sociaal domein en dat daar binnenkort een rapport over komt. Als dat er voor de zomer is, gaat het dus niet om een jaar of drie jaar. Kan mevrouw Faïd daarmee leven? Fatima Faïd (HSP). Bedoelt u dat het rapport voor de zomer komt of bedoelt u dat de verordening voor de zomer opnieuw op de agenda komt, dat we dan gaan stemmen en dat de beschikkingen er dan in staan? Bedoelt u dat? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik bedoel dat de VNG dat dan heeft opgeleverd - ik verwacht dat zij meteen met een soort modelverordening komt - zodat we dan verder kunnen en kunnen kijken wat dat voor Den Haag betekent. Fatima Faïd (HSP). Nogmaals, ik kan daar niet op vooruitlopen.

Ik zit ook niet in de VNG. Ik weet niet precies wat zij gaat voorstellen. Dat is natuurlijk een beetje het punt. Voor ons is het heel belangrijk dat we in ieder geval in Den Haag zorgen dat die kwetsbare gezinnen gewoon hun rechtsgelijkheid hebben. Dat is mijn punt. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Is het mevrouw Faïd duidelijk dat op het moment dat er een gesprek is en dat de ouder of de jeugdige twijfel uitspreekt over het aanbod dat gedaan wordt, gewoon een beschikking geslagen wordt? Is mevrouw Faïd daarvan overtuigd? Fatima Faïd (HSP). Nee, ik ben daar niet zo van overtuigd, want we hebben helemaal geen middel om te controleren of dat daadwerkelijk gebeurt. Zoals ik al zei, spreek ik ook echt met heel veel gezinnen die contact hebben met jeugdhulpverleners en is dit niet een soort automatisme. Dit is geen rechtszekerheid, want je bent gewoon afhankelijk van die ene hulpverlener die tegenover jou zit. Ik kan u vertellen dat dat er in de meeste gevallen vier of zo zijn. Dan moeten zij dit wel zeggen, maar er is geen garantie dat dat daadwerkelijk gebeurt. Voor ons is dat de kern. Als de wethouder straks zegt dat hij voorinformatie heeft en dat hij weet dat die beschikking er straks in gaat komen, hebben we waarschijnlijk een heel ander gesprek.

45

De voorzitter. Mevrouw Verdonk, voor de laatste maal. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Garantie krijg je bij een stofzuiger; die opmerking had u al verwacht. Ik kan niet anders concluderen dan dat u een gigantisch wantrouwen heeft ten opzichte van professionals. Ik hoop dat u dat beaamt, want een andere conclusie is niet mogelijk. Fatima Faïd (HSP). Wat ik dan constateer, is dat u kwetsbare gezinnen eigenlijk zo'n beetje voor de leeuwen gooit. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt het volgende amendement (L.G HSP) voorgesteld:

Amendement L.G HSP Beschikkingen voor iedereen! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 januari 2024, ter bespreking van L Gewijzigd voorstel van het college inzake Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 (RIS317115) Besluit om aan de Verordening jeugdhulp Den Haag 2024 het volgende artikel te wijzigen: Oud artikel: Artikel 2.6 Beschikking In de volgende gevallen verstrekt het college in ieder geval een beschikking op een aanvraag van een individuele jeugdhulpvoorziening: a. bij verstrekking of afwijzing van een pgb; b. bij een verzoek van de jeugdige of zijn ouders om een beschikking te ontvangen; c. jeugdhulpvervoer. Nieuw artikel: Artikel 2.6 Beschikking In alle gevallen worden standaard, tijdig en altijd een beschikking verstrekt door het college. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank aan de raad voor de interesse in het onderwerp jeugdhulp, zelfs of juist als het over een verordening gaat. Dit is het sluitstuk van de afgelopen jaren. We hebben de afgelopen jaren met elkaar gedebatteerd over de vraag hoe we het jeugdzorgstelsel in Den Haag willen gaan inrichten, zodat we ervoor kunnen zorgen dat kwetsbare kinderen die onze hulp nu nodig hebben, die nu ook krijgen. Daar hebben we lang over gedaan. Uiteindelijk is deze verordening het sluitstuk.

Wij hadden de verordening voor het einde van het jaar vastgesteld willen hebben met elkaar; daar wil ik toch even mee beginnen. Een aantal raadsleden gaven aan dat ze het vervelend vinden dat we hier nu over spreken. Het was dus zeker de intentie om in de laatste raadsvergadering voor de kerst hierover te spreken. Toen is dit nog even doorgeschoven op de agenda. Er is nog een technische briefing over geweest. Vandaar dat de verordening nu alsnog voorligt, met de intentie om haar met terugwerkende kracht vanaf 1 januari vast te stellen. Het is dus niet zo dat de verordening al ingegaan is, zoals de heer Kruis stelde. De verordening is de manier waarop we willen dat er gewerkt gaat worden. Dit is niet de enige plek waar dat staat, want dat staat in alle aanbestedingsdocumenten en alle contracten die we al hebben. Er wordt dus op deze manier gewerkt, maar we moeten daar wel een verordening voor hebben, zodat dat ook netjes vaststaat. Ik zou de raad dus heel graag willen vragen om de verordening vandaag vast te stellen, zodat we het met elkaar eens zijn over de manier waarop we gaan werken. Dan de inhoudelijke vragen hierover. Het gaat eigenlijk alleen over de vraag of we beschikkingsarm moeten blijven werken of dat we het op een andere manier gaan doen.

Het is inderdaad correct dat beschikkingsarm werk een werkwijze is die eigenlijk in vrijwel heel Nederland wordt gebezigd en dat ook in de gemeente Den Haag al sinds de decentralisatie in 2015 op die manier gewerkt wordt. U kunt zich voorstellen dat een gezin hulp vraagt en dat een kind dat hulp krijgt, daarover een gesprek aangaat met een hulpverlener. Oftewel: er is sprake van een vrijwillige 46

hulpvraag en een vrijwillig traject, waarin een professional dus ook de hulp gaat aanbieden die gewenst is. De professional is daar goed voor geëquipeerd. Samen wordt een traject aangegaan. Er is dus geen sprake van dwang of iets dergelijks, maar gewoon van een vrijwillig traject om ambulante hulp te krijgen. Daar wordt een gezinsplan voor opgesteld, et cetera; daar kom ik straks op terug. Daarvoor al aan de voorkant een beschikking op papier zetten is een werkwijze waarvan we hebben gezegd dat die niet wenselijk is, want dan zouden we eigenlijk alleen al aan de voorkant bezig zijn met het invullen van formulieren en het vaststellen van een heel juridisch kader, terwijl er sprake is van vrijwilligheid. Daarom dus ook dat advies van de VNG uit 2015 om uiteindelijk vast te stellen dat we beschikkingsarm zouden gaan werken. Men komt doorgaans samen goed uit de vraag 'wat gaan we precies doen?' De vraag hoe we dat gaan doen, staat in het gezinsplan; dat is een andere vraag. Op de vraag 'wat gaan we doen?' volgt dus: 'dit is wat we gaan doen'. Die VNG-handreiking is uiteindelijk dus op haar plaats, maar er is terecht gesteld dat die VNG-handreiking op dit moment onderdeel uitmaakt van de discussie. De VNG is dit dus aan het herijken en is aan het bekijken hoe zij nu omgaat met de situatie waarin we nu zitten.

De informatie is dat we in februari een nieuwe handreiking van de VNG krijgen. Ik sluit zeker niet uit dat daar inderdaad bijvoorbeeld een modelverordening bij zit of iets waar we onze eigen verordening tegenaan kunnen leggen. Dan zien we op het punt van die beschikking dus wat we eventueel anders zouden kunnen doen, mocht de raad dat wenselijk vinden. Ik heb in de commissie aangegeven dat ik heel graag bereid ben - dat bevestig ik bij dezen nog een keer - om zodra ik dat stuk van de VNG, dat we 'een handreiking' noemen, heb, ik dat inclusief een appreciatie, dus met een commissiebrief erbij, naar de commissie zal sturen. Dan kan de commissie kijken of ze daar het gesprek over wil voeren. Fatima Faïd (HSP). Dank aan de wethouder. Begrijp ik goed dat u een appreciatie gaat doen van het stuk van de VNG als dat komt? Dus stel dat in dat stuk het advies staat om beschikkingen standaard af te geven. Dan zou het kunnen zijn dat u zegt 'nou, gezien de administratieve last zeg ik toch: niet doen'. Klopt dat? Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik zal blijven verwijzen naar de werkwijze die we de afgelopen jaren hebben gehanteerd, zeker nu we kijken hoe we het willen gaan doen, gewoon op inhoud. Ik zal ook blijven zeggen dat ik het verstandig vind om beschikkingsarm te blijven werken.

Op het moment dat de VNG met goede redenen omkleed zegt dat we voortaan alles schriftelijk moeten beschikken in de jeugdhulp, dan hebben we daar een goed gesprek met elkaar over te voeren. Ik ben dus vooral op zoek naar een advies van de VNG over hoe we op deze beschikkingsarme manier kunnen blijven werken, maar wel met inachtneming van de rechten die ieder gezin en ieder kind heeft als het hierom gaat. Ik kom daar zo nog wat uitgebreider op terug, want die rechten zijn geborgd, ook in de wijze waarop we nu werken. Maar wellicht geeft de VNG ons wel goede adviezen over dat het anders moet. Ik denk eerlijk gezegd dat de manier waarop we nu gaan werken, goed ingaat op de rechten die kinderen en gezinnen hebben, en dat die uiteindelijk ook voor de professionals een werkwijze meebrengt waarin ze echt toekomen aan het geven van hulp in plaats van het invullen van formulieren. Fatima Faïd (HSP). Als ik het goed begrijp, kan het dus zo zijn dat u toch blijft vasthouden aan beschikkingsarm werken. Ik wil het even zeker weten, want ik heb natuurlijk best een vergaand statement en het gaat om kwetsbare gezinnen. Ik wil het dus zeker weten, omdat toch best veel collega’s denken dat we dat in maart kunnen veranderen.

Als de VNG adviseert om beschikkingen te doen, zult u dus met een voorstel komen waarin staat: nee, we doen het toch liever niet in Den Haag, want dat is niet de manier van werken die onze voorkeur heeft. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik wil, en dat is ook wat we gaan doen, dat ieder gezin precies weet welk type zorg er geleverd wordt bij een bepaalde zorgvraag, en dat we daarvoor ook een goed behandelplan of gezinsplan voor kunnen opstellen. Ik denk dat dat document de meest waardevolle informatie bevat, namelijk: hoe gaan we de zorg leveren et cetera. De vraag 'ik vraag dít, maar ik krijg dít' komt in de orde bij een beschikking. Als daar onenigheid over is, kun je inderdaad met een beschikking zeggen dat je het er niet mee eens bent. Daarvan zeg ik dus dat je dat niet standaard moet doen, omdat het in alle gevallen gewoon zo is dat een zorgvraag wordt opgevolgd door een zorgtraject. Dan is er dus tevredenheid over en weer, in alle gevallen. Het standaard beschikken gebeurt wel, bij 47

pgb's of bij leerlingenvervoer, maar niet bij jeugdzorg aangezien het daarbij gewoon om vrijwillige trajecten gaat. Maar ik zou de vraag ook willen omdraaien. Mevrouw Faïd lijkt namelijk te stellen dat op het moment dat de VNG zou adviseren om alles in de jeugdzorg voortaan standaard schriftelijk te beschikken - ik denk niet dat dat gebeurt - we dat de volgende dag geregeld hebben als we het opschrijven in een verordening. Alles wat we hebben vormgegeven in deze hervorming gaat over het beschikkingsarm werken en over het wegnemen van administratieve lasten. Er is een motie aangenomen in de raad die zegt: weg met de administratieve lasten. Dit zou daarmee totaal in strijd zijn. De voorzitter. Voor de laatste maal, mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Nee, dat van die administratieve lasten klopt natuurlijk wel, maar dat neemt niet weg dat je de rechtsbescherming van kinderen en gezinnen moet waarborgen. De Ombudsman stelt heel duidelijk dat het tegen de wet is. Sterker nog, het is tegen twee wetten. Dus dan kunnen wij hier wel met z'n allen gaan lopen roepen dat we geen beschikkingen meer willen uitdelen, maar ik zou het raar vinden als de VNG gaat zeggen: weet je wat, we kijken toch niet naar de wet. Dat zou betekenen dat gezinnen gedwongen zijn om een rechtszaak aan te spannen. En die gezinnen gaan dan natuurlijk wel komen. Wethouder Bredemeijer (CDA).

De Awb gaat niet specifiek over de jeugdzorg, dus dat is een interpretatie van de Awb. Ik denk echt dat wij er met elkaar in deze zaal voor zijn om wetten te interpreteren en te kijken hoe ze in de praktijk uitwerken. Die afweging moeten wij maken, want uiteindelijk werken wij hier in het belang van kinderen, van professionals en van het samenspel tussen die twee. We zorgen er dus voor dat er niets aan de hand is als professionals goede hulp op de mat leggen waar kinderen en gezinnen heel tevreden mee zijn. Waarom zouden we daar dan een heel juridisch stuk voor optuigen terwijl niemand daar behoefte aan heeft? Het is goed om het gesprek te voeren over de manier waarop we de Awb interpreteren. De VNG heeft daar lang over nagedacht en heeft in 2015 een advies, een handreiking gegeven. Die volgen we en ik vind het verstandig om die te blijven volgen. Als er een nieuwe handreiking komt, kunnen we die ook volgen, maar dan zullen we de verordening daar mogelijk op moeten aanpassen. Als die heel vergaand wordt aangepast, moet ook de werkwijze worden aangepast en dus de contracten. Daar zijn we echt nog niet, want dan hebben we in de afgelopen jaren iets opgetuigd waarmee we dan in strijd handelen. Robin Smit (PvdD).

In de commissie hebben we dit debat natuurlijk ook al met de wethouder gevoerd met betrekking tot de motie over het verminderen van administratieve last bij de jeugd- en gezinshulp. Ik vind het jammer dat de indiener van die motie niet wat strakker op de afdoening van die motie zit, want het gaat daarbij om tijdschrijven en een uniforme aanmeldroute. Nu hebben we het over de beschikking. Ik wil graag inzichtelijk hebben wat voor extra dingen erbij komen als we overgaan naar bijvoorbeeld het afgeven van die standaard beschikking. Wethouder Bredemeijer (CDA). Misschien is dit dan ook het moment om, als dat mag, eerst de vraag van de heer Smit te beantwoorden. Hoe vaak gebeurt dit nu? Sinds 2015 werken we dus op deze manier. Ik weet dat het sinds 2019 één keer is voorgekomen dat er inderdaad gevraagd is om een beschikking waar vervolgens een bezwaar op kon worden ingediend. Eén keer. Daar hebben we het dus over. Op het moment dat we nu de vraag stellen of we dat allemaal standaard kunnen gaan doen want hoeveel werk levert het nu eigenlijk op? - dan weet ik dat natuurlijk niet op het uur. Ik weet niet wat een professional aan extra tijd nodig heeft om een heel juridisch document in te vullen. Ik weet wel dat hij dat niet alleen kan en dat hij daar dus een jurist bij nodig heeft. Het kost dus in ieder geval al twee zo veel mensen.

Maar hoeveel uur het extra is, kunt u me niet vragen, want een professional is er voor het verlenen van zorg en niet voor het invullen van juridische formulieren. Daar hebben we andere mensen voor. Dat is hier niet aan de orde. Robin Smit (PvdD). Het ging er mij vooral ook om welke processen er dan extra opgetuigd zouden moeten worden om daaraan standaard te voldoen. Ik heb namelijk in de tussentijd ook die webinars terug zitten kijken over wat er uiteindelijk ook terug gaat komen in die handreiking. Daarin zien we 48

toch dat het waarschijnlijk het toevoegen van een nietje wordt, zoals mevrouw Klokkenburg ook al zei. Dat wekt de suggestie dat het uiteindelijk veel minder werk oplevert. Wethouder Bredemeijer (CDA). Maar nu worden er echt dingen door elkaar gehaald. Een gezinsplan met een nietje erdoor en een extra blad waarop staat hoe je in beroep kunt gaan, is namelijk geen beschikking. Een beschikking gaat over de vraag: 'U wilde dít en u krijgt dít. Bent u het daar niet mee eens, dan kunt u een beschikking krijgen en in bezwaar gaan.' Dat is dus één keer gebeurd in de afgelopen jaren. Een gezinsplan gaat over de vraag: 'Hoe krijgt u hulp? Hoe gaan we u helpen zodat u straks uw leven weer kunt oppakken?' Dat is een heel ander vraagstuk. Janneke Holman (PvdA). Met het gevaar dat ik nu iets te ver de details inga, ben ik ook op zoek naar het antwoord op de vraag wat zo'n beschikking nou precies extra behelst. Door wat de wethouder zonet zei, denk ik dan dat het als volgt gaat. Iemand doet ergens een aanvraag voor jeugdhulp, dus ergens is bekend wat het probleem is waar de jongere mee zit en dat daarvoor hulp nodig is. Dan komt die hulp en dan wordt er een gezinsplan gemaakt.

Dan ben je er toch als je door die twee dingen een nietje doet en erop schrijft 'dit is de beschikking'? Daar heb je dan toch geen aparte jurist voor nodig? We geven als gemeente heel veel beschikkingen af, ook in de Wmo et cetera. Daar gebeurt het ook. Ik heb dus nog steeds niet echt antwoord op de vraag hoeveel extra tijd dat nou echt kost. Kan de wethouder daar meer over zeggen? Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat kost fors extra werk en fors extra formulieren. Het gaat namelijk niet over de vraag 'hoe ga ik zorg verlenen?', terwijl het daar wel over zou moeten gaan. Ik zou willen schetsen wat we op dit moment overeengekomen zijn met de samenwerkingsverbanden en wat wij hen vragen te doen aan de voorkant van het traject, dus in het meenemen van het gezin in wat er gaat gebeuren. Dat wilde ik doen bij de appreciatie van het amendement van D66, maar als het mag doe ik het nu bij deze interruptie, want het geeft antwoord op de vraag. Aan het begin is er informatieverstrekking van behandelaar aan cliënt: informeren over het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning en op een vertrouwenspersoon. Dat doe je voor de start. Wijzen op de mogelijkheid van het indienen van een klacht of het in bezwaar gaan. Wijzen op het recht om het gezinsplan aan te vullen met opmerkingen van de jeugdige of de ouders. Dat is dus het aanvullen van het jeugdplan: zo gaan we zorg verlenen.

En het verstrekken van informatie over hoe het proces verloopt. Dat is wat een zorgverlener aan de voorkant verplicht is te geven aan een cliënt, een gezin. Dat is één. Twee. In de regeling hebben we een artikel opgenomen, 2.2. Het gezinsplan wordt ondertekend door de jeugdige of door de ouder. Twee. Als de jeugdige of ouder niet instemt met het oordeel van het plan, wordt opgenomen in het gezinsplan dat dit zo is. We wijzen op het recht om een beschikking te ontvangen met het oog op een bezwaarprocedure. Dat is de beschikking. Dat je die kunt krijgen wordt aan de voorkant gemeld. Daar word je dus op gewezen. Drie. Een afschrift van het gezinsplan voor de jeugdige. Vier. Opmerkingen en latere aanvullingen worden toegevoegd. Dit is de werkwijze. Hiermee is dus het recht van kinderen, gezinnen en ouders op het krijgen van hulp en hoe daarmee wordt omgegaan, totaal geborgd. Dat hebben we in het contract geborgd en dat hebben we in de manier van werken geborgd en dus ook in deze verordening. De vraag die nog rest en die hier dus vandaag voorligt, terwijl we al sinds 2015 op deze manier werken en we een jaar over de verordening hebben gesproken, maar dat terzijde, is: moet het altijd ook een schriftelijke beschikking zijn? Ik zeg dus: nee, want dit is wat we al doen; hierin is het recht al verankerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13883312/2