RIS317976 Notulen van de raad van 21 december 2023
Tekst van het document
De motie is medeondertekend door mevrouw Van Basten Batenburg van de VVD, de heer Ahraui van de PvdA, mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP, de heer Guernaoui van Hart voor Den Haag en mevrouw Gerritsen van de Partij voor de Dieren. Ben ik iemand vergeten? Dan is nu het moment om dat te zeggen. Ik geloof het niet. De tweede motie, zoals aangekondigd, heeft als titel Transparantie over ambtelijke overwegingen en tegenspraak, en heeft als dictum: verzoekt het college om, in consultatie met presidium, met een voorstel te komen hoe bij raadsvoorstellen naar analogie van de landelijke beslisnota inzicht gegeven kan worden in de overwegingen en eventuele tegenspraak die door ambtenaren is gegeven aan het college. Deze is medeondertekend door mevrouw Gerritsen van de Partij voor de Dieren en de heer Guernaoui van Hart voor Den Haag. Voorzitter. Voor veel van de aanbevelingen die de enquêtecommissie doet, geldt dat ze niet in een keer gerealiseerd zullen worden. Er is een cultuurverandering nodig, zowel in de ambtelijke organisatie als in het college en de raad. Ik hoorde net mevrouw Klokkenburg er ook zaken over zeggen. Dat proces zal tijd kosten. Het is wat GroenLinks betreft essentieel dat we weliswaar het proces rond het rapport afsluiten, maar niet het gesprek hierover afsluiten, dat we dat blijven voeren.
Daarom steunt mijn fractie de motie van de HSP, die later ingediend zal worden door mevrouw Arp, die het presidium verzoekt om een jaarlijks gesprek tussen wethouders en een vertegenwoordiging van de raad te faciliteren. Ik heb nog niet alle voorgangers erover horen spreken, maar de meeste wel: ook de raad krijgt een stevige tik op de vingers van de enquêtecommissie. Dat vergt een aantal zaken van ons, als raadsleden. Rolvastheid, met voldoende aandacht voor de drie taken die we allemaal hebben: controleren, kaders stellen en vertegenwoordigen. Het vergt ongetwijfeld ook een lange adem en creativiteit om nieuwe werkwijzen uit te proberen, en ongetwijfeld ook incasseringsvermogen om iets uit te proberen wat niet lukt of dat je ondanks goede intenties toch mensen teleurstelt. Nu weten we dat bij de volgende verkiezingen weer een groot deel van de raad vernieuwd zal worden. Om nu toch de lessen uit dit rapport mee te geven aan de volgende raad wil ik het presidium, en misschien ook wel de individuele leden van de commissie, die hopelijk vandaag decharge krijgen, vragen of zij bereid zijn om voor de nieuwe leden, in maart 2026, een uitgebreide introductie voor te bereiden over deze eerste raadsenquête: de bevindingen, de aanbevelingen, maar ook de lessen van de raadsenquête zelf. Want het is inderdaad geschiedenis en je zou wensen dat je nooit meer een raadsenquête doet.
Tegelijkertijd kun je nooit als uitgangspunt nemen dat je nooit meer een raadsenquête doet, want dan zouden we al per definitie onze controlerende taak veronachtzamen. Ik bedacht me net, toen mevrouw Arp sprak, dat het misschien ook goed is om nu alvast af te spreken dat we aan het eind van deze raadsperiode met alle raadsleden die nu hier dit rapport hebben besproken en hebben doorleefd, nog een keer terugkijken op alle aanbevelingen en conclusies en in hoeverre we vooruit zijn gegaan; in een poging om het niet alleen te laten bij vandaag. Tot slot. Ondanks alles staat er een gebouw. Amare is een feit. GroenLinks kijkt ernaar uit om de komende tijd met elkaar en met de stad, zoals de SP verwoordde, het publieke belang van Amare vast te stellen, zodat we Amare van een bijzonder complex naar een echte huiskamer van de stad met een aantrekkelijk cultuuraanbod kunnen transformeren.
66
Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). GroenLinks is een ervaren coalitiepartij. Is het in principe niet net zo erg of een wethouder een oppositieraadslid of een coalitieraadslid voorliegt? Want op basis van die informatie nemen zowel coalitieleden als oppositieleden hun beslissing, toch? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik denk dat het ongetwijfeld een compliment was dat ik als ervaren coalitieraadslid omschreven werd. Maar net als mevrouw Gerritsen zijn wij terug gaan kijken naar wat wij hierop hebben ingebracht. Wij hebben alle rollen gehad, net als u. We zijn een coalitie- en oppositiepartij geweest en hebben ons daarbij altijd moeten baseren op de informatie die we kregen, uiteraard. Wat mij opviel is dat, net zoals uit de opsomming van mevrouw Gerritsen bleek, de kritische vragen gesteld konden worden op basis van de informatie, en dat zowel voor coalitie als voor oppositie dus mogelijk was. Maar ik heb net heel duidelijk gezegd dat de kern om ons werk te kunnen doen - we zijn nota bene een lekenbestuur - is dat we op die informatie kunnen vertrouwen. Het gaat echt even duren voordat we dat vertrouwen hersteld hebben. Daar zijn we nu mee bezig. Nogmaals, de excuses waren daarvoor een zeer belangrijke en eerste stap van het college.
We moeten terugkomen tot een situatie waarin we als raad geloven dat de informatie die komt vanuit het college, volledig is, dat het een integrale afweging is en dat die informatie correct is. Dat is vertrouwen. Laat ik dan toch het spreekwoord gebruiken - het zal bij u ook op het puntje van de tong liggen: vertrouwen komt te goed en gaat te paard. Heb ik toch nog weer een dierenspreekwoord vandaag. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dan denk ik direct: al is de leugen nog zo snel, de enquêtecommissie achterhaald die wel. Het punt is, als coalitieraadslid kun je net zo kritisch zijn als een oppositieraadslid, maar als je wordt belogen, dan helpt een kritische houding niet, want je gaat ervan uit dat wat ze zeggen, klopt. Volgens mij zijn we het daar dan over eens. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Volgens mij ook, maar laat ik dan ook eerlijk zijn richting de heer Guernaoui. Ik heb overwogen om u daarover te interrumperen, maar misschien komt u er in tweede termijn op terug. Ik miste bij u ook wel een beetje de zelfreflectie op wat we als raad doen. Want ik heb daar wel over nagedacht. De worsteling die ook omschreven is door mevrouw Arp, herken ik.
Ondanks dat mijn partij misschien niet altijd alle beslissingen heeft genomen die geleid hebben tot het gebouw dat hiernaast staat en tot het enquêterapport, ben ik zelf wel inmiddels bijna zes jaar raadslid van een coalitiepartij. Ik heb mezelf wel afgevraagd of ik … Nou ja, die kritische houding die u noemt, op basis van die informatie. Hebben we dat voldoende gedaan of zaten wij ook nog te veel in die mal van coalitie versus oppositie? Daar zitten voor mijzelf wel echt de aanbevelingen. Ik geloof dat ik tegenwoordig iets te vaak de beeldspraak gebruik dat het glas niet halfvol of halfleeg is, maar dat het vol aan het lopen is. Dat is positief bedoeld. Ik zie wel nu, en dat is waar ik van weet dat mijn fractie mij eraan houdt en ik de fractie eraan houd, dat wij het primaat van de raad, de centrale positie van de raad, als allereerste vraag hebben bij alles wat we doen. Dus naast die informatiepositie van de raad, neem ik daar voor mezelf ook in mee die kritische positie en het feit dat we ook op sommige punten solidariteit moeten hebben als raad als geheel, als hoogste orgaan. De voorzitter. Door de heer De Vuyst, daartoe gesteund door mevrouw Gerritsen en de heer Guernaoui, wordt de volgende motie (J.7 GL) ingediend:
Motie J.7 GL Transparantie over ambtelijke overwegingen en tegenspraak De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2023, ter bespreking van Eindrapport enquêtecommissie Amare. Overwegende, dat: ▪ de raad haar controlerende taak alleen kan uitvoeren wanneer zij correct en afdoende geïnformeerd wordt; ▪ er uit deze volledige informatievoorziening duidelijk zou moeten worden hoe en waarom besluiten op een bepaalde wijze tot stand zijn gekomen.
67
Constaterende, dat: ▪ in het rapport Amare Bijzonder Complex wordt geconcludeerd dat niet transparante werkwijze heeft geleid tunnelvisie en dat wethouders en de ambtelijke top in sterke mate hebben bijgedragen aan het creëren van een wethouderscultuur; ▪ voor het doorbreken van deze cultuur een grote omslag nodig is in de verhoudingen tussen de ambtelijke organisatie en de wethouders; en ▪ dat op landelijk niveau het standaard proactief openbaar maken van onderliggende ambtelijke nota’s bij grote beleidsstukken bijdraagt aan meer transparantie over de door ambtenaren gegeven tegenspraak. Van mening, dat: ▪ er in het kader van de volledige informatievoorziening aan de raad ook duidelijk(er) moet worden gemaakt hoe (college)besluiten tot stand zijn gekomen, en welke afwegingen hierbij zijn gemaakt; ▪ het openbaar maken van de onderliggende ambtelijke stukken deze duidelijkheid kan geven. Verzoekt het college: ▪ om (in consultatie met presidium) met een voorstel te komen hoe bij raadsvoorstellen naar analogie van de landelijke beslisnota inzicht gegeven kan worden in de overwegingen en eventuele tegenspraak die door ambtenaren is gegeven aan het college. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer De Vuyst, daartoe gesteund door mevrouw Van Basten Batenburg, de heer Ahraui en mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (J.8 GL) ingediend:
Motie J.8 GL Versterk de informatiepositie van de raad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2023, ter bespreking van Eindrapport enquêtecommissie Amare. Overwegende, dat: • een sterke informatiepositie voor de raad essentieel is om als hoogste orgaan van de stad haar taken goed uit te kunnen voeren. Constaterende, dat: • informatie bij grotere voorstellen niet altijd overzichtelijk wordt aangeboden; • de raad nog onvoldoende wordt meegenomen in potentiële risico’s en alternatieve scenario’s; en • het college in de commissie heeft toegezegd bij grote raadsvoorstellen een voorblad bij de stukken toe te voegen waarop de belangrijkste informatie staat vermeld. Verzoekt het college: • bij elk raadsvoorstel in ieder geval de volgende informatie te verstrekken: o welk(e) publieke belang(en) er is/zijn; o een overzicht van de risico’s; o de onderlinge afhankelijkheden met andere projecten; o eventuele fatale deadlines; o mogelijke alternatieven; en o hoe het voorstel zich verhoudt tot eerder vastgesteld beleid en beleidskaders. En verzoekt het presidium op
68
•
op deze afspraak toe te zien en hierover periodiek te informeren via de voortgangsrapportages.
En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Ik wil beginnen met nogmaals dank uitspreken aan de commissie voor het werk dat zij hebben geleverd, maar ook aan de heren op de publieke tribune van SOS Den Haag, die zich onvermoeibaar hebben ingezet om dit megalomane project kritisch te volgen en de raad van advies te voorzien. Ik weet dat veel raadsleden gedurende meer dan een decennium dankbaar gebruikt hebben gemaakt van hun kennis. Voorzitter. Het idee voor het bouwen van een cultuurgebouw ontstond al in 2002, meer dan twintig jaar geleden. Het is een project met een lange en rijke historie. Nu, ruim twintig jaar later, staat er ook een prachtig gebouw waar nog generaties van zullen genieten. Gezien de vele debatten die we hier al over hebben gevoerd, krijg ik soms het vermoeden dat we dit vergeten. Recentelijk was ik nog in het gebouw en het valt niet te ontkennen dat het wel echt indrukwekkend is, en ook echt veel mogelijkheden biedt die kunnen bijdragen aan de aantrekkelijkheid van onze stad. Ondanks de grote schoonheid van het pand is wel te stellen dat de manier waarop dit pand tot stand is gekomen, zeker geen schoonheidsprijs verdient. Er is veel misgegaan, om uiteindelijk iets prachtigs ervoor terug te krijgen.
De manier waarop wij ons systeem hebben vormgegeven is er een waarbij de volksvertegenwoordiging, de raad, het hoogste orgaan is in de stad. Het treedt kaderstellend en controlerend op terwijl het college de uitvoering voor zijn rekening neemt. In dit systeem vormen raad en college gezamenlijk het stadsbestuur, met duidelijke voornoemde verdeling. Echter kan de raad zijn controlerende taak alleen goed uitvoeren als de raad goed, tijdig en transparant wordt geïnformeerd. Tegelijkertijd heeft de raad ook de taak om zijn controlerende en kaderstellende taak naar behoren uit te voeren. Hierin zijn beide tekortgeschoten in opeenvolgende raadsperiodes. Colleges hebben, zoals in het rapport ook te lezen is, de raad niet behandeld als het hoogste orgaan van de stad, maar als een horde die genomen moest worden. Raadsleden waren veel te weinig bezig met de inhoud en veel te veel met elkaar. Ook de complexiteit van een project van deze omvang speelt raadsleden parten. Hier kan ik zelf over meepraten. Als nieuwbakken raadslid in 2018 werd ik woordvoerder op dit dossier, een project dat al jaren liep en ook al een behoorlijke historie met zich meedroeg. Als ik terugkijk op de eerste debatten die ik voerde, moet ik bekennen dat mijn kennis, ondanks het lezen van de toen beschikbare stukken, echt tekortschoot om diepgaand in te gaan op de materie.
Daarom betreurt het mij ook dat ook mijn fractie toen genoegen heeft genomen met meerdere worsten die ons zijn voorgehouden. Ik noem bijvoorbeeld die befaamde beweegbare vloer die er nooit kwam, maar ook de packagedeal die toen uit de hoge hoed werd getoverd. Dit gevoel van een worst te zijn voorgehouden, wordt ook bevestigd in dit rapport. Maar wat mijn fractie betreft schieten we er niets mee op om in het verleden te blijven leven, maar trekken we lering uit de gemaakte fouten. Want we zijn ervan overtuigd dat dit niet het laatste grote project zal zijn in onze stad. Maar raad en college mogen nooit meer zo de mist in gaan. Dan komt de vraag: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Daar hebben we als fractie ook vaak en lang over gesproken. We hebben zelf een aantal conclusies getrokken. Er is een structurele disbalans in macht op ons stadhuis. Besluiten zijn te vaak genomen door een kleine groep hoofdrolspelers, afspraken worden dichtgetimmerd in akkoorden en het college trok gedurende dit proces steeds vaker te veel macht naar zich toe. Zolang er niets misging was er uiteraard ook geen vuiltje aan de lucht. Raadsleden stellen zich op als verlengstuk van het college en afspraken worden zonder kritiek aangenomen. Ik ben me er degelijk van bewust dat deze woorden, komend uit mijn mond, zeer hypocriet zullen klinken.
Immers staat mijn naam ook onder drie coalitieakkoorden en ben ik deelgenoot geweest van die kleine groep mensen die regelmatig afspraken maakten met elkaar, uiteraard altijd met het belang van de stad voorop. Maar een bekeerling is vaak het overtuigdst. Ik ben gaan inzien dat deze werkwijze te veel risico met zich meedraagt. Het gaat heel vaak ook gewoon
69
goed. Maar Amare is wat mij en mijn fractie betreft de ultieme les waaruit blijkt dat als het misgaat, het ook behoorlijk mis kan gaan. Het is dan ook zaak dat we ervoor waken dat we nooit meer vervallen in oude patronen en daadwerkelijk lering trekken uit dit traject. Het is van het grootste belang dat de raad altijd goed, tijdig en transparant wordt geïnformeerd en dat raadsleden over adequate ondersteuning kunnen beschikken. Dat zou bij elk raadsvoorstel, bij elke commissiebrief, bij elke set schriftelijke vragen het uitgangspunt moeten zijn en niet, zoals nu vaak het geval is, in wollige taal of zeer summier en, in heel veel gevallen, ook veel te laat. College, trek u zich hier ook echt wat van aan, want dit rapport zal nog vaak worden aangehaald als jullie je niet houden deze spelregels. Maar ook wij als raad hebben hier een verantwoordelijkheid in om elkaar te steunen als we merken dat dit zich stelselmatig voordoet. Dit moet over lijnen van oppositie en coalitie heen. Afspraken zullen altijd gemaakt worden tussen coalitiepartijen. Dat hoort bij ons stelsel. Maar elementaire zaken die het werk van raadslid raken, daar zouden we elkaar moeten vasthouden, ongeacht onze politieke verschillen of onze rol in oppositie of coalitie. Voorzitter. Het zal vandaag aan de raad zijn om te bepalen wat wij in gezamenlijkheid willen concluderen over dit rapport.
Wat het CDA betreft nemen we de aanbevelingen over en gaan we bouwen aan die hernieuwde werkwijze, waar we nu al goede stappen in hebben gezet. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Na weken van inlezen, lange debatten, gesprekken en bezinning spreken wij vandaag dan toch in de raad over het enquêterapport Amare: Bijzonder Complex. Ook dit keer willen wij onze grote dank uitspraken aan de enquêtecommissie en haar ondersteuning voor het harde werk. Een fors rapport, met harde conclusies, stevige aanbevelingen en boordevol lessen. Een rapport dat ons met de neus op de feiten drukt. Een rapport dat laat zien hoeveel er in een zeer gepolariseerd krachtenveld mis kan gaan bij een groot project als Amare als de informatievoorziening niet op orde is, politiek wensdenken de boventoon voert en tegenspraak wordt gekild. Een dynamiek waardoor er weinig ruimte overbleef voor een debat op feiten en een goede hygiëne voor wat betreft de informatievoorziening tussen raad en college. Een houding die ervoor heeft gezorgd dat het stadsbestuur in de breedste betekenis van het woord collectief heeft gefaald. Laat ik beginnen met een stukje terug in de tijd te gaan, naar 2012, toen ik als zeventienjarige lid werd van mijn prachtige partij en kennismaakte met de Haagse afdeling.
Een afdeling waar op dat moment de discussie over het Spuiforum hard gevoerd werd, waar verschillende kampen lijnrecht tegenover elkaar stonden en de sociaaldemocraten op dat moment zelfs rollebollend met elkaar over straat gingen. What's new, zou je zeggen. Niet alleen omdat we in een van de hevigste economische crises als gemeente erg veel geld gingen uitgeven aan een stenen gebouw, maar wij ook altijd de kansen zagen voor een toegankelijk cultuurcentrum in Den Haag. Dat brengt altijd stevige dilemma's met zich mee. De heftigheid die ik op al die ledenvergaderingen over het Spuiforum gevoeld heb, is ook de heftigheid waarmee het politieke debat de afgelopen vijftien jaar op deze plek is gevoerd en hoe de conclusies van dit rapport binnengekomen zijn. Ook mijn partij heeft ondanks al die stevige discussies in verschillende posities en op verschillende plekken haar rol bij de totstandkoming van Amare gehad. Met de kennis van nu had dat door de jaren heen op momenten anders gemoeten en anders gekund. Het rapport van de enquêtecommissie laat zien dat we als stadsbestuur nog veel meer moeten doen om grip te krijgen op grote projecten en het versterken van de positie van de raad. Er zijn bij Amare blunders gemaakt met de aanbestedingsvorm. Het risicomanagement was niet op orde.
De bedrijfsplannen zijn meermaals optimistischer gepresenteerd dan waargemaakt kon worden, zelfs wanneer bekend was dat dit niet juist was. De commissie concludeert dan ook dat de raad is misleid. Dat is onacceptabel. Een complex vraagstuk onder enorme tijdsdruk uitwerken zorgt ervoor dat belangrijke afwegingen niet meer gedegen gemaakt kunnen worden. Dat mag nooit meer gebeuren. Dat is ook de reden dat onze fractie de eerder ingediende motie van afkeuring steunt. Niet omdat wij geen vertrouwen in dit college hebben, maar omdat de gebeurtenissen in dit dossier in deze lange periode ook echt afkeurenswaardig zijn. Het rapport laat ons ook zien dat het misgaat bij de bestuurlijke verhoudingen. De informatievoorziening aan ons, volksvertegenwoordigers, laat vaak te wensen over en de raad wordt meermaals als horde gezien in plaats van als het hoogste orgaan dat de belangrijkste beslissingen neemt. De risico's in een zweem van vaagheid en misleiding wegmasseren gaat ervan uit dat de raad 70
niet bereid zou zijn om in te stemmen met plannen als wij deze risico's kennen. Voor onze fractie is juist het tegendeel waar. Juist wanneer je alle informatie hebt, de risico's, hoe groot dan ook, in beeld hebt en hier maatregelen op treft, zorgt dit ervoor dat we weloverwogen en met vertrouwen een beslissing kunnen nemen. Risico's nemen we altijd, maar bewust zijn van het volledige en eerlijke verhaal is daarbij de clou. Voorzitter. Ook een dankwoord aan het college voor de beantwoording in de commissies en de excuses voor de fouten in het verleden die het daar aan de raad en de stad heeft aangeboden. Terechte excuses, die een begin zijn van het herstel van vertrouwen. Want vertrouwen kan alleen hersteld worden als dit rapport voldoende doorleefd wordt, de wil er is om fouten in de toekomst te voorkomen en tegelijkertijd vertrouwen kan wekken dat dit ook kan en gaat lukken. Hoewel de tijd het zal uitwijzen, heeft mijn fractie het vertrouwen dat we daar met elkaar uitkomen. Lesley Arp (SP). De heer Ahraui zegt de motie van afkeuring te steunen. Maar heel expliciet zei hij: niet omdat we geen vertrouwen hebben in het college. Hij heeft het aan de andere kant over herstel van vertrouwen.
Is de PvdA wel met me eens dat de conclusies van het Amare-rapport passen in een patroon dat herkenbaar is bij grotere projecten? Ik verwacht eigenlijk wel van de Partij van de Arbeid dat als de komende jaren op andere dossiers dat patroon zich in de praktijk herhaalt, dat betekent dat er wel echt ferme conclusies moeten worden getrokken. Dat vertrouwen is dus niet iets wat je bij voorbaat kan toezeggen voor de rest van de hele periode. Samir Ahraui (PvdA). Ik ben het helemaal eens met mevrouw Arp. Vertrouwen, daar moeten we aan gaan werken. Dat moeten we gaan herstellen. We moeten kritisch zijn met elkaar. Dat vraagt wat van ons. Dat vraagt wat van het college. Daar zullen wij de komende periode en de periodes daarna elkaar heel scherp op houden. Dat betekent wat voor de manier hoe wij met voorstellen omgaan. Dat betekent wat voor de manier waarop wij debatten voeren. Dat betekent wat voor de manier waarop wij onze informatie ontvangen. Aan dat vertrouwen moeten we werken, maar ik heb hoop dat we daar als stadsbestuur gezamenlijk de komende periode uit zouden kunnen komen. Lesley Arp (SP).
Ik wil natuurlijk ook graag hoop hebben, maar kan ik uit deze uitspraak halen dat, mochten we - ik hoop het natuurlijk niet - in bepaalde andere dossiers situaties zien dat we te maken hebben met onvolledige informatie of informatie die na navraag toch bewust is achtergehouden, in het licht van dit rapport daar mogelijk een zwaarder oordeel aan wordt gegeven dan we de afgelopen tijd hebben gezien? Samir Ahraui (PvdA). Ook hier ben ik het met mevrouw Arp eens. Ik denk dat het heel nodig is om de komende tijd alles overdreven goed te moeten doen, dat we extra scherp zijn, elkaar daar extra op bevragen, extra controleren. Dat is naar het idee van mijn fractie de enige manier om elkaar weer normaal aan te kunnen kijken en te denken: ik vertrouw erop dat de informatie klopt en dat we hier een juiste procedure hebben doorlopen. Dat is iets waar we elkaar scherp op moeten houden en waar we komende tijd ook scherp op moeten blijven. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Samir Ahraui (PvdA). Dank, voorzitter. De gemeende excuses, de getoonde onderlinge wil voor verandering te zorgen, het leerprogramma waar het college mee aan de slag gaat en de aanbevelingen van de commissie zullen hier dan ook aan bijdragen. De motie van de ChristenUnie/SGP, Woord en daad, lijken ons dan ook een goed uitgangspunt om het leerprogramma te versterken.
Ook de motie van GroenLinks om de informatievoorziening te versterken, kan op onze steun rekenen. Mijn fractie is zich ervan bewust dat opvolging van het rapport valt of staat met hoe wij gezamenlijk deze periode de aanbevelingen gaan uitvoeren en hoe wij het vertrouwen in en met elkaar weten te herstellen. In de toekomst mogen geen situaties ontstaan waar de raad buitenspel gezet wordt en moet worden voorkomen dat men meer bezig is met eigen gedoe en het politieke spel dan met de inhoud. Dat begint wat ons betreft met naar elkaar luisteren, constructief kritisch zijn en niet telkens aan elkaars intenties twijfelen. Vertrouwen in elkaar staat namelijk ook niet altijd gelijk aan het ook met elkaar eens zijn. 71
Voorzitter. Over dat vertrouwen wilde ik nog een ding zeggen en dat betreft de afwezigheid van VolkerWessels bij de verhoren van de enquêtecommissie. We hebben het daar ook al in de commissie gehad. Het is een minachting van de democratie en een minachting van ons als stadsbestuur dat zij niet op de uitnodiging van de enquêtecommissie zijn ingegaan. De aanbevelingen die de commissie doet zijn wat ons betreft een goed startpunt om aan vertrouwen te werken. Zij verstevigen de positie van de raad door aan te slag te gaan met rapporteurs, het daadwerkelijk verbeteren van de informatievoorziening aan de raad en het verder versterken van de ambtelijke organisatie, zodat tegenspraak en voldoende expertise goed geborgd zijn. Over dat laatste heeft mijn fractie nog wel zorgen. De ambtelijke organisatie staat zwaar onder druk door personeelstekorten, grote eisen en wensen vanuit de stad om te leveren en flinke ambities om de stad te blijven ontwikkelingen. Daar hoort een sterke ambtelijke capaciteit bij, niet alleen in kwaliteit maar ook in kwantiteit. Ik zou van het college hier graag nog een reflectie op willen. Tot slot. Een nieuwe bestuurscultuur is niet van vandaag op morgen gerealiseerd en zal ook de komende jaren iets zijn waar wij samen aan moeten werken, raadsleden onderling en raad en college.
De totstandkoming van Amare heeft onze stad in verschillende facetten veel gekost, maar ons vandaag de dag ook iets moois opgeleverd. Een prachtig gebouw met heel veel potentie om het culturele hart van de stad te worden. Een broeinest van talentontwikkeling en ontmoeting, waar in de stad of ter wereld je wieg ook gestaan heeft. Laten wij als stad toekomstgericht blijven dromen over grote en minder grote ontwikkelingen, over een stad die bruist en weet te verbinden. Voorzitter: de heer Van Zanen. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter. Maanden hebben de leden van de Amare-commissie zich gebogen over de bouw van het cultuurpaleis naast ons stadhuis. Het is niet de eerste keer dat we het zeggen en het zal niet de laatste keer zijn: we zijn de commissie ontzettend dankbaar voor het doorspitten van alle duizenden documenten over het besluitvormingsproces van de afgelopen vijftien jaar en voor het doorzagen van alle hoofdpersonen. Grote dank, want er is heel veel aan het licht gekomen in dit indringende rapport. Door de jaren heen zijn veel fouten gemaakt, met als zwaarste conclusie misleiding. Onze fractie staat daarom onder de motie van afkeuring van de Partij voor de Dieren over de misleiding van de raad op verschillende momenten gedurende een lange periode. Wij willen aan iedereen duidelijk maken dat we de misleiding van de raad en daarmee van de stad afkeuren.
We omarmen de conclusies en aanbevelingen uit het enquêterapport en we zullen voor het raadsvoorstel stemmen. Onze fractie zet zich ook in om de wijze lessen uit het rapport ook daadwerkelijk onderdeel te laten worden van die nieuwe bestuurscultuur, want onze handtekening staat niet voor niets onder het huidige coalitieakkoord, waarin we ook hebben opgeschreven deze te willen verbeteren. Coalitiefracties hebben van de enquêtecommissie namelijk ook een flinke veeg uit de pan gekregen. We hebben te veel aan de coalitieleiband gelopen en te weinig kritisch vermogen aan de dag gelegd. Ook D66 als grootste coalitiepartij is dualistischer gaan opereren. Daarom is het goed om als raad samen tijdens de raadsconferentie in februari door te praten over hoe wij dat als raad samen kunnen gaan vormgeven in die nieuwe bestuurscultuur die zo gewenst is. De besluitvorming vandaag over het Amare-rapport is niet het einde. Ik hoop wel voor de commissieleden natuurlijk, maar voor D66 is dit rapport het begin van een nieuwe manier van werken, zowel in de samenwerking tussen raad en college als in de raad zelf. En we zullen groeipijn hebben, het zal schuren en het zal soms fout gaan. Maar dat we aan de slag gaan om tot die nieuwe bestuurscultuur te komen, staat vast wat D66 betreft. Het leerprogramma waar het college mee gaat komen, gaan we kritisch mede vormgeven. Voorzitter.
Wij kunnen trots zijn op Amare en haar zalen van wereldklasse, maar wat is precies het doel van dit culturele hoofdkwartier? Bij de aanbeveling van de Amare-commissie om beter laat dan nooit het publieke belang te definiëren, betrekken we graag zo veel mogelijk mensen in de stad. Het is een discussie die essentieel is voor de toekomst van Amare en een die we niet kunnen uitstellen. Daarom staan we ook onder de motie van de SP om het publiek te betrekken bij de definitie van het publiek belang van Amare. Onze fractie is blij met de ingezette koers op tegenspraak om het deskundigenadvies van vrijmoedige ambtenaren voortaan beter mee te kunnen wegen, zodat kritische geluiden niet 72
ondersneeuwen door de politieke wenselijkheid van de dag. We steunen daarom de moties van GroenLinks op deze punten, ook al staan we er niet onder. Ander aandachtspunt dat we als fractie zeer ter harte nemen, is dat onderhandelingen hotspots voor fouten zijn gebleken in het verleden. Daarom hebben we er de afgelopen onderhandelingen voor gekozen om nog geen besluit te nemen over de tekorten bij Amare, want dat vraagt meer zorgvuldigheid dan een onderhandelingsproces biedt. Dat is ons wel duidelijk geworden uit dit rapport. Ook aanbestedingen die moeizaam verlopen zijn voor onze fractie momenten om extra alert te zijn. In plaats van die om politieke redenen door te duwen is het goed om nog eens naar het programma van eisen te kijken of het wel realistisch is wat we vragen. De conclusies en aanbevelingen van de enquêtecommissie Amare zijn onder de huid gekropen van de D66-fractie. We zijn echt allergisch geworden voor onvolledige dossiers en tijdsdruk vanuit het college, waardoor er geen zorgvuldige besluiten kunnen worden genomen door deze raad. Naar deze wijze les handelen we nu al en dat zullen we ook blijven doen. Voorzitter. In de afgelopen maanden hebben vijf raadsleden, van links tot rechts, van oppositie tot coalitie, niet alleen diepgravend en sterk werk geleverd, maar ook op een harmonieuze manier samengewerkt. Dat stemt hoopvol.
Niet alleen heeft de commissie Amare ons met hun rapport verteld hoe het beter kan, ze hebben ons ook laten zien wat we beter kunnen doen. Door geen politieke spelletjes te spelen, ons niet blind te staren op poppetjes of partijkleur, maar door samen naar de inhoud te kijken. Dus laat ik afsluiten met de commissie nogmaals te bedanken, niet alleen voor hun werk, maar ook voor hun goede voorbeeld. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). De D66-fractie staat onder de motie van afkeuring. Ik herinner me dat volgens mij mevrouw Kaag zei: bij een motie van afkeuring treed ik af. Is dat wat de D66-fractie verwacht van de wethouders? Marieke van Doorn (D66). Het is een beetje appels en peren. De motie die mevrouw Kaag en de minister van Defensie tegen zich gericht kregen, waren gericht op die personen. De motie die voor ons ligt, is gericht op een proces van de afgelopen tien à vijftien jaar en is gericht op de misleiding en niet op het handelen van specifieke personen. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). De motie is gericht op het college. De motie is gericht op wethouders. Er zijn een aantal wethouders uit die periode die nu nog in het college zitten. Marieke van Doorn (D66). Ik weet niet of de heer Guernaoui dan dezelfde versie van de motie voor zich heeft.
In mijn lezing is de motie van afkeuring van de Partij voor de Dieren waar wij als D66 onder staan, gericht op de misleiding van opeenvolgende college over een periode van vijftien jaar ongeveer. De voorzitter. Laatste keer op dit punt, meneer Guernaoui. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Zeker, en een aantal van de wethouders uit deze periode zitten nu nog in het college. Marieke van Doorn (D66). Ik hoorde niet echt een vraag. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Van Doorn. Ik stel voor om enkele minuten te schorsen voor een comfortmoment van een enkel lid van het college. De vergadering wordt van 15.14 uur tot 15.20 uur geschorst. De voorzitter. We zijn bijna aan het eind van de eerste termijn van de gemeenteraad. Ik geef het woord aan Adeel Mahmood van DENK over het voorstel van de enquêtecommissie inzake Eindrapport Enquêtecommissie Amare.
73
Adeel Mahmood (DENK). Voorzitter. Allereerst wil ik de voltallige enquêtecommissie bedanken voor haar inzet. Ik weet dat de heer Frans de Graaf ooit ook betrokken was. Ik weet niet in hoeverre hij heeft meegeholpen, maar ook dank aan de heer De Graaf natuurlijk. Mocht hij het horen: bij dezen. Dus nogmaals dank aan de voltallige enquêtecommissie in de hele looptijd van haar bestaan. Voorzitter. We zien heftige en pijnlijke conclusies in het rapport. In de commissievergadering is hier uitgebreid over gesproken. Een cultuur die tegenspraak frustreerde, een cultuur waarbij informatie niet terechtkwam bij de raad, ondanks dat hier wel pogingen toe gedaan werden, en ga zo maar door. Het was ook een cultuur waarbij helaas ook rollen werden verdeeld tussen coalitie en oppositie. Daar is onze stad slachtoffer van geworden. Er wordt gezegd dat de raad zijn rol onvoldoende heeft gepakt. Dat klopt, dat kan ook kloppen, maar dat proces van een rol pakken is helaas ook gefrustreerd door de cultuur in het IJspaleis. Zoals in de commissiedebatten door collega Ghay uitgesproken, staan wij achter alle conclusies en aanbevelingen van de enquêtecommissie. Het is aan ons nu om hierop door te pakken en elkaar scherp te blijven houden. Ook wij zien dat we de afgelopen periode weer debatten hebben gehad over de informatievoorziening.
Het is een goede stap dat de raad het college hier scherp op aanspreekt. Ik vind het ook een goede stap dat coalitiepartijen dit ook steeds vaker doen. Wat dat betreft is er hoop op verandering. Wij snappen dat het herstel van vertrouwen maar ook de verandering van cultuur tijd nodig hebben. Maar vrijblijvend is dit zeker niet. Tegen het college zou ik willen zeggen: begin dan ook met het evalueren van de afgelopen raadsdebatten. Ik zie in ieder geval de intentie van het college om hier serieus mee aan de slag te gaan. Wij zullen het college hier scherp op volgen. Afrondend wil ik me aansluiten bij de woorden van collega Arp en andere collega's over de toekomst van Amare en het publiek belang. Dit complex heeft de samenleving heel veel gekost en gaat de samenleving nog heel veel kosten. Onze zorg is dat een groot deel van onze samenleving niet voldoende meegenomen zal worden in de plannen en, los daarvan, dat zij, hoe erg het ook klinkt, weinig verwachten van hun betrokkenheid. Dus ook vanuit hun eigen rol verwachten zij dit niet, en dat doe mij wel pijn. Het is dus niet eens dat zij een dichte deur zien richting Amare, ze komen niet bij die deur, want ze zien de routebeschrijving richting Amare niet. We moeten serieus verandering brengen in die afstand. We steunen daarom ook de motie van de SP, Het woord is aan de stad, om dat als eerste stap in gang te kunnen zetten.
We zullen verder diverse goede moties van collega's steunen. Uiteraard staan we ook onder de motie van afkeuring van de Partij voor de Dieren. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Drieënhalve maand na de presentatie van het rapport van de enquêtecommissie kunnen we constateren dat niet alleen het project Amare bijzonder complex was, maar dat het college het ook bijzonder complex vindt om met het rapport om te gaan. Na lange commissiedebatten sta ik vandaag nog stil bij drie punten. Ten eerste de rol van het college. Je zou denken dat de politieke alarmbellen afgingen toen het college de snoeiharde conclusies las, maar de reactie van het college op het enquêterapport gaf daarvan geen blijk. Het college ging niet in op de conclusies en er was weinig reflectie. Dat het zo veel moeite kostte om een tweede, meer inhoudelijke reactie af te dwingen, is tekenend. Die tweede brief was beter, maar nog steeds vonden wij die wat plichtmatig en weinig concreet. Met passieve formuleringen en eufemistisch woordgebruik legde het college de bevindingen van de enquêtecommissie in het verleden, alsof dit college had gebroken met dat verleden en het van een afstand kon beschouwen. Maar niets is minder waar.
Verschillende fracties noemden recente voorbeelden die precies dezelfde problemen blootlegden als in het rapport: dezelfde omgang met de informatievoorziening aan de raad, dezelfde tijdsdruk, dezelfde druk ook op coalitiefracties, en dezelfde wethouderscultuur. Herkent het college dit inmiddels? Het college legde uit dat ze echt met de allerbeste bedoeling handelden. Mijn fractie gelooft dat ze dit menen, net zoals hun voorgangers dat ook deden. Want wie naar de verhoren heeft geluisterd, weet dat de betrokkenen overtuigd waren dat er echt zo veel tijdsdruk was, dat ze het beste deden voor de stad en dat het niet de bedoeling was om informatie achter te houden; precies als in de voorbeelden van de afgelopen maanden, of het nou ging om warmteconcessies, de inloopavond over het B-aparthotel of over parkeerplekken voor sociale huurders aan de Assumburgweg.
74
Sinds 8 september heeft het college herhaaldelijk gezegd en geschreven dat ze niet in de hoofden van hun voorgangers kunnen kijken. Maar tonen de recente voorbeelden niet aan dat het college alleen maar naar zichzelf hoeft te kijken om te weten hoe dat ging tien jaar geleden? Maar in plaats van in die spiegel te kijken en het lelijke spiegelbeeld uit de enquête te zien, leek het college zich tijdens de commissiedebatten over het rapport geregeld geïrriteerd af te vragen wat de raad nu eigenlijk wilde. Het college had toch sorry gezegd? Je hoorde bijna denken: indrukwekkend dik rapport, maar het is niet dat wij er iets mee te maken hebben. Daarom wat vragen. Wat neemt het college nu mee uit de debatten? Vanaf wanneer gaan we dat zien in de praktijk? Hoelang moeten we het college de tijd geven voor verbetering? Hebben ze inmiddels gereflecteerd op de lessen van deze enquête en op hun eigen wijze van besluitvorming in het college? Gaan er nog steeds grote stukken mee onder de arm? Zijn er nog eilandjes en hoe is het met de verkokering? Hoe moeten we hen vertrouwen dat ze het nu echt anders gaan doen, als ze de afgelopen maanden hun gedrag niet veranderden? Dan ten tweede de rol van de raad. De raad is net zozeer iets aan te rekenen als het college. Mijn fractie was lid van de coalitie voor het overgrote deel van dit proces.
Wij zijn ons langzaam bewust geworden hoe ongezond verstrengeld college en coalitiefracties zijn in Den Haag. Zeker dit jaar hebben we veel nagedacht over dualisme en het functioneren van coalities. Dit rapport heeft ons nog sterker bewust gemaakt van hoe verblindend coalitiediscipline kan werken. Mijn fractie ziet dat onze raad heel voorzichtig op de goede weg is, in de goede richting. We eisen vaker onze rol op en trekken vaker een procedurele streep. Denk aan de warmteconcessies vóór de zomer, waar we volgens de wethouder koste wat het kost voor de zomer wensen en bedenkingen moesten geven. Diezelfde warmteconcessies zijn nu voor onbepaalde tijd van tafel, omdat dit megalomane idee de gemeente financieel ten gronde zou hebben gericht. Maar we gaan niet ver komen als we ons blijven laten leiden door politiek wensdenken. Want dat doen we nog wel. Denk aan het debat hier net voor. Een groot project dat zonder stil te staan bij een duidelijk gedefinieerd publiek belang binnen drie weken door de raad is gejast, met instemming van de raad. Dat denk ik, tenminste, na de stemmingen vanavond. Waarom laten we dat toe? Omdat de meerderheid dit plan inhoudelijk plezierig vindt. Dan laten we dus dat zorgvuldige proces los. Dat is volgens mij iets wat we als raad heel erg bewust moeten doen en wat we eigenlijk vooral bewust niet meer moeten gaan doen het komende jaar.
Dan, ten derde, hoe verder? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik zat heel goed te luisteren. In eerste instantie zegt mevrouw Van Basten Batenburg dat het iets is wat we bewust moeten doen. Toen zat ik te knikken. Daarna had ze het over wat we bewust niet meer moeten doen. Wij zullen als gemeentebestuur, en daar zijn wij het hoogste orgaan van, af en toe sneller beslissingen moeten nemen dat wij zelf zouden willen, omdat situaties daarom vragen. Dan zullen we ook die uitruil moeten maken. Ik meende eigenlijk te horen dat u zich dat ook realiseert, maar daarna wist ik het niet zeker meer. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Volgens mij is wat de heer De Vuyst hier zegt, precies het probleem geweest bij besluitvorming op verschillende momenten in het proces dat omschreven is in dit rapport. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dat ben ik met u eens. Daar gaat het mij niet om. Volgens mij probeert u vooruit te kijken. Complimenten voor hoe kritisch u bent op de raad en op de rol van uw eigen partij daarin, ook van voordat u er was. Ik zie ook inderdaad de emancipatie als oppositiepartij van de VVD. Dat allemaal gezegd hebbende, probeer ik even een situatie verder te denken. Het zal af en toe gebeuren dat wij als raad, omdat wij een impact gewenst hebben, onszelf die tijdsdruk op zullen leggen. Niet omdat het college dat van ons verlangt, maar omdat wij het gewenste effect hebben.
Wij willen bijvoorbeeld een uitspraak hebben vóór oud en nieuw over vuurwerkstapels, om een voorbeeld te noemen uit een niet zo heel recent verleden. Dus daar ben ik meer naar op zoek. Dan zullen wij zelf als raad toch die afweging moeten maken tussen tijdsdruk en impact? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik durf wel te zeggen dat die emancipatie van de VVD begon voordat wij in de oppositie zaten. Ik denk dat de heer De Vuyst het daar bijna niet mee oneens kan zijn 75
als hij terugdenkt aan de afgelopen paar jaar. Maar wat hij verder omschrijft is, denk ik, wel echt een van de grote problemen die we in het enquêterapport teruglezen. Dat is namelijk dat een deel van de raad, in het enquêterapport over het algemeen de coalitie, ervan overtuigd was dat het college gelijk had dat iets snel moest. Daarmee is die tijdsdruk opgelegd. Natuurlijk moeten we ook niet vervallen in: als iemand meer tijd vraagt in een proces, moeten we het altijd geven. Want dat is ook een vrijbrief om mensen te laten frustreren. Dat is een verantwoordelijkheid die we samen met elkaar zullen moeten delen. Maar ik denk wel dat we daarbij de redelijkheid naar elkaar moeten tonen. Als er serieuze vragen zijn of zorgen zijn in het proces over informatievoorziening, over stukken die we niet hebben en die we wel mee zouden moeten wegen in de beoordeling, moeten we elkaar daar echt de tijd voor gunnen. Het gaat, denk ik, nog best wat werk kosten voordat we daar zijn. De voorzitter. Meneer De Vuyst, laatste keer op dit punt. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Zeker heb ik de fractie van de VVD zich al eerder zien emanciperen. Dat is zo, net zoals u ons heeft zien emanciperen naar een bestuurderspartij, vrees ik.
Maar de verantwoordelijkheid die u noemt om over die tijdsdruk na te denken, heeft bij ons ook meegewogen bij de Kop Assumburgweg en Haga, zodat er wel een commissie op tijd kon gebeuren. Ik hoop dat u dat ziet. Maar om Haga te nemen, dat was een goed voorbeeld waarbij we als raad zeiden: dit vinden we belangrijker; er zit een publiek belang misschien bijna aan om snel een beslissing te nemen. Die afweging moeten we toch maken met elkaar, zonder elkaar over de kop te trekken. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik zie de stoom uit de oren komen bij mevrouw Faïd dat het publiek belang op deze manier gebruikt wordt door de heer De Vuyst, want dat is, denk ik, niet hoe het bedoeld is in het rapport. Dat is nou echt een van de grote problemen die mijn fractie heeft. Dat heeft de heer De Ridder in een andere rol dan waar hij nu in zit, ook net aangegeven. Wij vinden dat dit rapport ons nou precies leert dat we bij dit soort grote projecten eerst moeten nadenken over wat we willen bereiken en wat we dan moeten doen als gemeente. Die stap hebben we nu echt overgeslagen. Dat vind ik een gemiste kans. Ik hoop ook dat de stemming dat reflecteert vanavond. Maar we moeten dat zien. Als dat hier niet zou lukken, denk ik dat we ons op zijn minst als raad moeten voornemen om dat het komende jaar echt anders te gaan doen. Samir Ahraui (PvdA).
Ik hoorde mevrouw Van Basten Batenburg net zeggen dat we tijd moeten nemen voor grote projecten en zij refereerde toen aan dit project. Dat triggert mij om de vraag te stellen wat voor mevrouw Van Basten Batenburg grote projecten zijn en wat daar dan een passende tijdspanne bij is, want dat kan natuurlijk per project heel erg verschillen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Wat ik jammer vind bij dit project, is dat er volgens mij wel wat tijd geweest is. Dit proces liep natuurlijk al eventjes als het gaat om het Haga Ziekenhuis. Die tijd is niet benut om samen het belang te bepalen. Volgens mij had die kunnen worden benut. Dan had zelfs misschien de deadline kunnen worden gehaald. Dat is een stukje reflectie van mijn kant bij het Haga Ziekenhuis. En, natuurlijk, definiëren waar we dat dan toepassen is een van de stappen die we zo snel mogelijk moeten zetten na dit debat. Dan hebben we samen vastgesteld dat we dat publiek belang willen gaan bepalen, dat we het model ook willen gaan gebruiken. We moeten proberen om af te bakenen wanneer we dat wel en niet gebruiken. Maar ik denk dat een grote aankoop van grond, en een gebouw in dit geval, al heel gauw daaronder zou moeten vallen. Samir Ahraui (PvdA). Dank voor het antwoord. Ik denk dat we elkaar in principe over het proces nog wel zouden kunnen vinden.
Ik werd vooral getriggerd omdat ik denk: een grote aankoop kan iets zijn van € 5 mln., het kan iets van € 10 mln. zijn. Of stel, je realiseert iets als Amare. Dat zijn echt totaal andere grootheden van impact op zowel de risico's die je als gemeente aangaat als op de financiële begroting. Daar ben ik iets meer naar op zoek, want je kan soms per project ook een andere procedure hebben, die ook recht moet doen aan de ingewikkeldheid daarvan. Ik ben nog een beetje aan het zoeken naar waar die grens dan precies voor de VVD ligt.
76
Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik denk dat dat al heel gauw gebeurt als het gaat over aankopen, want dat betekent dat je als gemeente besluit iets te doen - dat noemen we dan actief grondbeleid - en voordat je dat doet, moet je hebben afgewogen of dat instrument echt nodig is om in te zetten. Ik denk dat dat een van de voorbeelden is waarbij bijna per definitie, of het nou gaat om € 5 mln., € 12 mln. of € 200 mln., mijn fractie zal zeggen: eerst nadenken wat je wil bereiken, of je dat instrument nodig hebt om het te bereiken, en dan pas doen. De voorzitter. Laatste keer, meneer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). Nu wordt het volgens mij een soort debat over aankoop- en verkoopbeleid. Maar dan ben ik ook wel benieuwd of diezelfde regel dan ook geldt als we het hebben over verkoop, wat ook tientallen miljoenen zou kunnen opleveren. Moet dat dan ook op die manier door de raad of met elkaar bediscussieerd worden voordat we vastgoed verkopen? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Interessante suggestie; ik denk dat bij sommige panden dat misschien sneller beantwoord zal zijn dan bij andere, maar ik denk dat het altijd heel verstandig is om daar goed over na te denken. Daarom hebben wij gisteren die motie ook aangehouden die gaat over de verkoop van vastgoed. De voorzitter. U zet uw betoog voort. Gaat uw gang. Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Mijn fractie vindt dat de aanbevelingen uit het rapport moeten worden uitgevoerd, maar dat ook de conclusies en de bredere lessen niet mogen vervagen. Dit rapport mag niet in een la verdwijnen, als het daar al in past. Daarom zijn wij blij dat het presidium heeft toegezegd om de regie over de opvolging van de aanbevelingen op zich te nemen. Dit ontslaat het college natuurlijk niet van zijn acties en wij willen zo snel mogelijk een overzicht van die concrete acties. Daarom vraag ik het presidium of het kan toezeggen dat dit actieplan in het eerste kwartaal naar de raad komt. Het college heeft toegezegd open te staan voor uitvoeringstoetsen van grote, ingrijpende afspraken uit het coalitieakkoord. Wij zullen hier zeker op terugkomen en we hopen dat als puntje bij paaltje komt, ook de coalitie hiervoor openstaat in het belang van de stad. Een andere actie die op korte termijn moet worden opgepakt, is het aanpassen van de Gemeentewet. Gezien de terughoudende reactie hierop in de commissie heb ik een motie met het verzoek aan het presidium en het college om met de VNG en met BZK in gesprek te gaan met als oogmerk het wijzigen van de Gemeentewet om medewerking aan raadsenquêtes te verplichten. De motie is medeondertekend door mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP en mevrouw Arp van de SP.
Nog een actie voor de korte termijn zien wij in een integrale verantwoording over gerelateerde kosten van projecten. Omdat dit wat twijfels lijkt te blijven oproepen heb ik ook hierover een motie, met het verzoek aan het college om voortaan integraal te rapporteren over alle randvoorwaardelijke verwante kosten die nodig zijn om een groot project mogelijk te maken. Ook deze motie is medeondertekend door mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP en mevrouw Arp van de SP. Mijn fractie ondersteunt ook met veel plezier moties van collega's over onder andere informatievoorziening en tegenspraak. Ik wil de collega's ook hartelijk bedanken, want ik denk dat de manier waarop we deze commissiedebatten samen hebben gedaan, een voorbeeld is van hoe dit zou moeten gaan werken als wij wat dualistischer zijn als raad, en samen optrekken voor de positie van de raad richting het college. Tot slot wil ik de enquêtecommissie Amare bedanken voor haar werk en toewijding. Ik wil zeker ook de ondersteuning van de commissie heel erg bedanken. Uiteraard ook dank aan de insprekers en aan alle insprekers uit het verleden in dit proces, die hier veel energie aan kwijt zijn geraakt en die hopelijk gaan zien dat we hier toch een klein beetje van leren, ondanks de misschien wat pessimistische woorden dat inspraak geen zin heeft. Ik hoop dat we kunnen laten zien dat dat wel degelijk zo is.
77
Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Wat wordt de politieke consequentie die de VVD aan dit rapport gaat verbinden? Of is dat iets voor de tweede termijn? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Zoals meneer Guernaoui hier vaak zegt: alles wat ik hier doe is politiek. De voorzitter. Door mevrouw Van Basten Batenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Klokkenburg, worden de volgende moties (J.9 VVD en J.10 VVD) ingediend:
Motie J.9 VVD geen ontduiking De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2023, ter bespreking van het Voorstel van de Enquêtecommissie inzake Eindrapport Enquêtecommissie (RIS316440). Constaterende dat: • de deelname aan raadsenquetes nu niet is verplicht; • de bouwers hebben geweigerd deel te nemen aan de raadsenquete. Overwegende dat: • iedereen in Nederland op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête 2008 verplicht is om medewerking te verlenen aan een parlementaire enquête; • de bouwers een belangrijke rol hebben gespeeld, die door hun weigering om als getuige te verschijnen ontbreekt; • het ontbreken van de inzichten van de bouwers het vormen van een volledig beeld in de weg staat. Van mening dat • het instrument raadsenquête op gelijke voet hoort te staan met de parlementaire enquête. Verzoekt het presidium en college; • met VNG en BZK in gesprek te gaan met als oogmerk de gemeentewet te wijzigen om medewerking aan raadsenquetes te verplichten. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie J.10 VVD volledig inzicht in projectfinanciën De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2023, ter bespreking van het Voorstel van de Enquêtecommissie inzake Eindrapport Enquêtecommissie (RIS316440). Constaterende dat: • de raad voor het goed uitvoeren van zijn controlerende taak integraal inzicht moet hebben in de financien van projecten. Overwegende dat: • grote projecten regelmatig samenhangen met andere projecten, en er soms ook een afhankelijkheid van of randvoorwaardeljkheid met andere projecten bestaat; • voor succesvolle uitvoering van project het van belang is logische en werkbare afbakening van scope te kunnen blijven toepassen; • er strikte financiële regels gelden voor de verantwoording van projecten, waarmee rekening moet worden gehouden.
78
Van mening dat: • het goed mogelijk is om integraal inzicht te geven in de financiën van en project en randvoorwaardelijke projecten, zonder alle verwante of gerelateerde kosten binnen de scope van het project te halen. Verzoekt het college: • voortaan integraal te rapporteren over alle randvoorwaardelijke, verwante kosten, die nodig zijn om een groot project mogelijk te maken. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Dan zijn we bijna aan het eind gekomen van de eerste termijn van de raad. Ik geef het woord opnieuw aan mevrouw Arp, maar nu spreekt zij namens de HSP. Stilte graag. Lesley Arp (SP). Beste voorzitter, beste raad. Ik doe deze bijdrage uit naam van de Haagse Stadspartij, omdat het enige HSP-raadslid, Fatima Faïd, in de enquêtecommissie zit. Voorzitter. Het is misschien wel gek om als eenpitter mee te doen aan zo'n zware onderneming, maar wij willen leren en verantwoordelijkheid nemen. De Haagse Stadspartij steunt daarom de conclusies en aanbevelingen uit het rapport Amare: Bijzonder Complex. Het rapport geeft haarfijn aan hoe afwijken van de ingezette lijn politiek onmogelijk is gemaakt. Ook de raad lukte het niet om los te komen van de politieke lijnen en loopgraven. Er was geen ruimte voor reflectie en tegenspraak.
We zien in het rapport vele goede suggesties om voortaan beter voorbereid aan dit soort langdurige projecten te beginnen, bijvoorbeeld door het definiëren van het publieke belang en het versterken van de ondersteuning van de raad. Ook werden er in verschillende commissiebehandelingen vanuit de raad goede voorstellen gedaan om de raadsvoorstellen inzichtelijker te maken. Wij willen daar als fractie nog één voorstel aan toevoegen. Er is soms veel frustratie en onvrede in de raad over de handelwijze van wethouders. Ook zijn er verzuchtingen over die raad te horen bij het college. Daar moeten we van leren. Er is echter geen forum om te reflecteren op de gang van zaken buiten de politieke beraadslagingen in commissie en raad. Daar worden er meteen consequenties aan verbonden. Daarom dient de Haagse Stadspartij samen met de SP de motie getiteld 'In gesprek met wethouders' in, met als dictum: verzoekt het presidium te komen met een opzet om elk jaar een of meerdere wethouders te vragen in gesprek te gaan met een vertegenwoordiging van de raad over de werkwijze, onderlinge verhoudingen en alles wat nog meer ter tafel komt met als uitkomst een openbaar verslag of actiepuntenlijst. Tot slot zien wij de aanbevelingen en acties die de enquêtecommissie voorstelt als iets voor de lange termijn waar de komende jaren continue aandacht voor nodig is.
Ook willen we de enquêtecommissie en haar ondersteuning nogmaals bedanken voor hun inzet. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (J.11 HSP) ingediend:
Motie J.11 HSP In gesprek met wethouders De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2023 ter bespreking van Voorstel van de Enquêtecommissie inzake Eindrapport Enquêtecommissie Amare (RIS316440) Constaterende • dat in het Amare rapport Bijzonder Complex gesproken wordt over een wethouderscultuur; • dat zowel de raad als het college de aanbevelingen van de enquêtecommissie omarmen; • dat het beeld uit het rapport niet uniek is voor die tijd en er nu ook wel eens vragen zijn over de omgang van wethouders met de raad en vice versa; • dat er momenteel geen forum is om de onderlinge verhoudingen tussen raad en college te bespreken buiten de politieke debatten in raad en commissies; 79
•
dat de raad en de leden van college willen leren van het verleden.
Overwegende • dat goede onderlinge verhoudingen bijdragen aan de kwaliteit van de besluitvorming; • een forum waarin deze verhoudingen kunnen worden besproken door raad en college bij kan dragen aan het beter begrijpen van elkaars vragen en belangen; • meerdere gemeenten experimenteren of hebben geëxperimenteerd met functioneringsgesprekken voor wethouders; • de burgemeester al periodiek een evaluatiegesprek heeft met leden van het presidium, en deze werkwijze bevalt; • bij de behandeling van de jaarrekening in de rekeningencommissie elk jaar één of meerdere wethouders worden gevraagd nadere toelichting te komen geven over inhoudelijke vragen naar aanleiding van de jaarrekening en dat deze werkwijze bevalt; • dat er een tussenvorm moet worden gevonden waarbij het gesprek tussen raad en collegeleden tot verifieerbare openbare uitkomsten of actiepunten leidt zonder dat het een politieke show wordt; • Er momenteel elk half jaar een gesprek zou zijn tussen college en presidium, maar dit gesprek niet regelmatig wordt ingepland; • Bij dit gesprek alleen leden van het presidium aanwezig zijn en er geen openbare actielijst uit voortvloeit.
Verzoekt het presidium te komen met een opzet om elk jaar één of meerdere wethouders te vragen in gesprek te gaan met een vertegenwoordiging van de raad over de werkwijze, onderlinge verhoudingen en alles wat nog meer ter tafel komt met als uitkomst een openbaar verslag of actiepuntenlijst. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Dank u wel, mevrouw Arp namens de HSP. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn. Ik kijk even naar het college. Hoeveel tijd is er nodig? Ik schors voor een halfuur, tot 16.15 uur. De vergadering wordt van 15.43 uur tot 16.18 uur geschorst. De voorzitter. We zijn in de eerste termijn van het agendapunt over het voorstel van de enquêtecommissie inzake Eindrapport Enquêtecommissie Amare. De gemeenteraad heeft vanmiddag gesproken en nu is het aan het college om te reageren in eerste termijn. Ik geef het woord aan wethouder Van Asten. Gaat uw gang, wethouder. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. We hebben hier de afgelopen tijd veel debatten gevoerd over dit rapport. Dank namens het college voor de inspanning van al die raadsleden. Na vele, vele uren, dagen, weken en maanden en in ieder geval een hoop weekenden en een groot beroep op het begrip van het thuisfront - waarschijnlijk zijn er een hoop kwartjes ingewisseld - heeft de commissie nu dit rapport opgeleverd.
Veel dank daarvoor. Het is natuurlijk een rapport met een hele stevige boodschap verwoord in de conclusies en in de aanbevelingen. Die moeten er uiteindelijk toe leiden dat de besluitvorming hier in de gemeenteraad van het stadsbestuur als geheel beter en inzichtelijker wordt, wat uiteindelijk moet leiden tot een betere stad. Dat is uiteindelijk wat we allemaal delen. Dat het in het verleden niet goed is gegaan, heeft deze enquêtecommissie blootgelegd. Het is een groot project, dat nu naast ons in bedrijf is, waar sinds 2006 over gedacht werd en waarover de besluitvorming vanaf 2010 liep. Met het enquêterapport is in ieder geval die fase afgesloten, maar zoals de heer De Vuyst al zei, moeten daarmee die lessen zeker niet in een la verdwijnen. Dat blijft doorgaan. Het college trekt zich die conclusies ontzettend aan. Als opvolgers van collega's voor ons zien wij de conclusies over misleiding en onjuist informeren. Ik herken dat ook. De ongelofelijke stapels 80
stukken die er werden gestuurd, de vele stukken op rood die erbij waren en de eindeloze avonden waarop er vergaderd werd over deze stukken, veelal onder tijdsdruk, leidden niet tot de beste besluitvorming. Dat is de heldere conclusie uit het rapport. We zien ook dat op drie punten misleiding door het college wordt aangegeven. Dat is natuurlijk een ernstig feit, want zo kan je geen goede besluitvorming voorleggen. Ik heb daar namens het college in de commissievergadering ook onze excuses voor aangeboden. Dat doe ik hier nogmaals voor de hele raad en voor de hele stad, want die zijn op hun plaats. Het gaat dan natuurlijk ook om de vraag wat dit doet met het college dat er nu zit. Net als u hebben wij daarop gereflecteerd, om te zien hoe we moeten toewerken naar een betere besluitvorming. Is dat het simpelweg aanleveren van betere stukken? Ja, dat heeft absoluut een zeer bijzonder groot aandeel. Maar het gaat er ook om hoe open je bent bij het voorleggen aan de raad van problemen en risico's. Er moet een dusdanig goede sfeer zijn dat iedereen zich vrij voelt om die stukken op tafel te leggen en op basis daarvan die risico's goed te analyseren. Daarvoor liggen vervolgens voorstellen voor. Zorg bijvoorbeeld dat er goede voorbladen zijn. Voorbladen zijn eigenlijk te weinig, maar er moet een goed stuk boven op een raadsstuk komen te liggen, waarin de risico's precies worden verwoord.