RIS317344 Bijlage Ontwerpbestemmingsplan Ypenburg A12 Zone BGS
Tekst van het document
73
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
doelgroepen woonplekken willen realiseren. In het plan is ook een overzicht van bestaande projecten opgenomen Om het huisvesten van zorgdoelgroepen en statushouders zorgvuldig in te passen in de stad zijn in het doorbraakplan een aantal uitgangspunten geformuleerd: 4. 5. 6. 7. 8.
woonoplossingen zijn het liefst structureel, maar tijdelijk kan ook. spreiding van locaties over de stad; we zetten in op kleinschalige locaties; bij gedeelde woningen huisvesten we niet meer dan 6 personen per woning; we mixen doelgroepen, waarbij we uitgaan van maximaal 50% bewoners die begeleiding ontvangen met andere doelgroepen; 9. we zorgen voor begeleiding waarbij de geleerde lessen uit eerdere (grootschalige) projecten zullen worden meegenomen. 3.7.4
Werkwoningen
De werkwoning is een flexibel woonconcept waarbij de werk-, bedrijfs- of praktijkfunctie is gekoppeld aan of geïntegreerd in de woonfunctie. De werkwoning komt ook voor onder de naam atelier- bedrijfs-, of praktijkwoning. In de nota 'Werkwoningen in de Haagse regio' (Commissiebrief - 2000; RIS 72582) worden potentiële ontwikkelingslocaties genoemd voor werkwoningen. Genoemd worden overgangsgebieden tussen woonwijken en bedrijfsterreinen, en gebieden langs doorgaande wegen en langs spoorwegen. In de bestemming "Wonen" is (standaard, op basis van jurisprudentie) ruimte voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf. Hieronder wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, cosmetisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een ambacht geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk. Voorbeelden hiervan zijn een architect, schoonheidsspecialiste of edelsmid. Een aan huis verbonden beroep of bedrijf is toegestaan op voorwaarde dat de woonfunctie van het perceel daardoor niet wordt aangetast en niet meer dan 30% met een maximum van 40 m2 van het pand door het bedrijf wordt ingenomen.
3.7.5
Bouwkundig splitsen
Op 18 februari 2014 is door Burgemeester en Wethouders de beleidsregel vastgesteld (RIS 270113) die bepaalt dat in een periode van tien jaar na het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het vergroten van een woning door middel van een dakopbouw ten behoeve van het gebruik, zij geen medewerking verlenen aan een aanvraag tot bouwkundig splitsen van de betreffende woning met dakopbouw in meerdere zelfstandige woningen. Op 15 maart 2019 is de Woonagenda 2019-2023 vastgesteld. In deze agenda staat het stedelijk beleid met betrekking tot bouwkundig splitsen. De regels voor bouwkundig splitsen zijn strenger geworden. In een groot aantal gebieden in Den Haag is bouwkundig splitsen niet meer mogelijk. In een beperkt aantal gebieden is bouwkundig splitsen onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk. De regels voor bouwkundig splitsen zijn uitgewerkt in de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 die per 1 juli 2019 van kracht is. Binnen het plangebied geldt een verbod op bouwkundig splitsen, dit is opgenomen in de algemene bouwregels.
74
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Afbeelding 3.11: Gebieden waar bouwkundig splitsen in Den Haag onder voorwaarden mogelijk is (bron: Woonagenda 2020-2023)
3.7.6
Dakopbouwen en kapverdiepingen
Algemeen De gemeente Den Haag stimuleert dakopbouwontwikkelingen (beleid inzake dakopbouwen met maatwerktoetsingskader, RIS 180461, 2011), omdat: deze vorm van woninginnovatie een (duurzame) bijdrage kan leveren in het vergroten van woningoppervlaktes (wooncomfort burgers); het een alternatief is voor verhuizen naar een grotere woning elders waardoor de sociale structuur minder onder druk komt te staan. Hierdoor kunnen middeninkomens in de stad behouden blijven. het past binnen de binnenstedelijke verdichtingsopgave (gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid). Hierbij is het de bedoeling dat een dakopbouw niet leidt tot meer splitsingsaanvragen. De gemeente hanteert een algeheel splitsingsverbod van woningen, welke ook in dit plan is vastgelegd in Artikel 23 van de regels. Dakopbouwen (extra bouwlaag) De gemeente Den Haag tracht in het beginsel bij de opmaak van een bestemmingsplan op verantwoorde locaties dakopbouwen mogelijk maken omdat: deze vorm van woninginnovatie een (duurzame) bijdrage kan leveren in het vergroten van woningoppervlaktes; het een alternatief alternatief vormt voor het verhuizen naar een grotere woning elders. Hierdoor komt de sociale structuur minder onder druk te staan; het middeninkomens vasthoudt; het past binnen de binnenstedelijke verdichtingsopgave (gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid).
Concreet worden bij de afweging van een dakopbouw de volgende stappen doorlopen:
75
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
1. Inventarisatie van twee- en drielaagse platte bebouwing en bestaande planologische rechten uit het vigerende bestemmingsplan. Woningen met een duidelijke kapconstructie of gootlijn aan de straatzijde en bebouwing die al minimaal vier bouwlagen hoog is, komen niet in aanmerking voor een dakopbouw. 2. Stedenbouwkundige afweging over de wenselijkheid van een dakopbouw. Straatprofielen: het betreffende straatprofiel moet voldoende ruim bemeten zijn om dakopbouwen aan één of twee kanten toe te voegen. Hierbij speelt enerzijds de lichtinval en de bezonning van de gevels een rol, maar ook de verhoudingen tussen straatbreedte en hoogte van de omliggende bebouwing (minimale verhouding straat - gevelwand ongeveer 1:1). Binnenterreinen: het betreffende binnenterrein moet voldoende maat hebben om ophoging van de aanliggende bebouwing mogelijk te maken. Hierbij spelen met name lichtinval en de mate van bezonning van de gevels een rol. Hoogte stedelijke omgeving: hoe hoog zijn de omliggende panden? Hoe verhoudt zich het toevoegen van een dakopbouw tot het omliggend stedelijk gebied? De behoefte aan dakopbouwen speelt met name bij twee of drie bouwlagen in de bestaande situatie. Dakvormen: dakopbouwen liggen het meest voor de hand bij platte daken en zeer flauw hellende daken (vlieringen; geen stahoogte); Ensemblewaarde: Hier wordt met name gekeken naar de stedenbouwkundige samenhang.
Architectuur: de architectuur van het pand kan van invloed zijn op de positionering van de dakopbouw op het dakvlak, maar is niet bepalend voor het al dan niet toestaan van een dakopbouw. Woontypologie: Een dakopbouw is niet bovenop elke woontypologie planologisch voorstelbaar. De gemeente heeft de dakopbouwregeling getroffen om bewoners van kleinere woningen uitbreidingsmogelijkheden te geven, waardoor bewoners (vaak gezinnen) in de stad kunnen blijven wonen en de sociale structuur behouden blijft. Dit is vooral van toepassing bij meergezinswoningen (vaak portiekwoningen) of kleine eengezinswoningen (twee lagen). Voor ruimere, vaak drielaagse, eengezinswoningen geldt dit daarentegen niet. Het geven van extra ruimte voor zulke eengezinswoningen levert, vanwege de beperkte verwachting aan initiatieven, snel fragmentatie op (sporadisch dakopbouw). Daarnaast levert het een planologisch risico op tot meer toekomstige splitsingen (ook ongewenst). 3. Noodzaak tot bezonningsonderzoek. Hierbij moeten in de omgeving de panden voldoen aan de Haagse bezonningsnorm. 4. Stedenbouwkundige beoordeling waar dakopbouwen mogelijk zijn. 5. Vertaling naar het bestemmingsplan Binnen het plan Ypenburg A12 zone wordt, op basis van de hierboven beschreven stappen, geen ruimte geboden aan dakopbouwen.
Concreet heeft dit te maken met dat de stedenbouwkundige opzet en de architectuur van de appartementengebouwen en de eengezinswoningen zeer uniform en samenhangend van aard zijn, waardoor deze niet geschikt zijn voor incidentele 'pandsgewijze' dakopbouwen. In het geval er collectief, door bijvoorbeeld een VvE, gekozen wordt voor een uniforme dakopbouw bovenop het volledige bestaande gebouw, is dit eventueel middels een uitgebreide vergunningsvraag te overwegen. Dit geldt echter enkel onder voorwaarde dat het niet de ensembleachtige stedenbouwkundige structuur en de hieraan verwante hoogteopbouw aantast. Daarnaast dient er bijzonder veel rekening gehouden te worden met de bestaande architectuur en de bezonning van het omliggende gebied (Haagse Bezonningsnorm).
76
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
3.8
Economie
3.8.1
Algemeen
3.8.1.1 Economische Visie Den Haag+ 2030 - brede economische groei in een stad zonder grenzen De economische visie dient als Kadernota economisch beleid (RIS303550) en vervangt de beleidsnota “de Kracht van Kwaliteit” (RIS180414). De brede economische groei als algemene doel wordt via vier strategische doelen verwezenlijkt: 1. een attractieve stad voor bewoners, bezoekers en bedrijven; 2. een veerkrachtige economische structuur; 3. een excellent ondernemingsklimaat, waarin ondernemers kunnen groeien; 4. voldoende ruimte voor bedrijvigheid in aantrekkelijke werkmilieus. Brede economische groei is een integrale opgave. Ruimte voor werk mee moet groeien met het inwoneraantal zodat elke inwoner van Den Haag mee kan doen: ondernemer en werknemer, onafhankelijk van opleidingsniveau. Er is dringend behoefte aan meer en kwalitatief diverse betaalbare, duurzame en bereikbare bedrijfsruimte. De Haagse agglomeratie moet meer ruimte bieden aan verschillende soorten bedrijvigheid: van internationale topmilieus tot bedrijventerreinen en kleinschalige bedrijfsruimte in de wijken met voldoende leer-werkmogelijkheden voor vakmensen. Hoofdkantoren, innovatieve bedrijven en instellingen willen in gemengde locaties, dicht bij elkaar en bij het openbaar vervoer zijn gevestigd.
Ook sfeer, imago en uitstraling worden steeds belangrijkere vestigingsvoorwaarden voor ondernemers, onder andere om talent aan te trekken. Ambitie van Den Haag is in 2030 het best scoren op woon- en leefklimaat van de vier grote Nederlandse steden en dé stad zijn voor kwaliteitstoerisme in Nederland. Er wordt ingespeeld op ontwikkelingen als digitalisering, technologische vernieuwing en verduurzaming en ingezet op schonere lucht en minder geluidhinder. Uitvoeringsagenda Iedere 4 jaar wordt een nieuwe economische uitvoeringsagenda opgesteld. De huidige Economische Uitvoeringsagenda beslaat de periode 2023-2026 (RIS315458). Deze agenda dient als spoorboekje voor de komende vier jaar en bevat een overzicht van beleid, concrete acties en middelen. In de uitvoeringsagenda is aangesloten op de 4 pijlers uit de economische visie: 1. Attractieve Stad 2. Structuurversterking 3. Excellent ondernemersklimaat 4. Ruimte voor bedrijvigheid Met deze uitvoeringsagenda wordt het huidig economisch beleid doorgezet en wordt specifieke prioriteit gegeven aan: 10. een doorbraak in de realisatie van meer en goede werklocaties, door bestaande ruimte beter te benutten en nieuwe plekken te realiseren; 11. een beter ondernemingsklimaat voor het mkb, door de gemeentebrede dienstverlening te verbeteren en startende en snelgroeiende bedrijven te ondersteunen; 12.
ontwikkeling van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren, met een betere aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en economie. Daarnaast blijft er ingezet worden op een duurzame toekomstgerichte economie, met een belangrijke plek voor de circulaire economie en bedrijven en instellingen die werkzaam zijn op het terrein van vrede,
77
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
recht en veiligheid. Conclusie Het bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone is in lijn met de economische visie. 3.8.2
Bedrijven
3.8.2.1 Regionaal en provinciaal bedrijventerreinenbeleid De regionale productie en werkgelegenheid is voor ruim een kwart aangewezen op bedrijventerrein. Behoud en uitbouw van dit segment van de economie van Haaglanden vraagt dus ook voor de toekomst om een gevarieerd aanbod aan ruimte. De regionale bedrijventerreinenstrategie bevat naast de ruimtelijk-economische programmering van de regionale bedrijventerreinen ook een afspraak over compensatie van verlies van binnenstedelijk bedrijventerrein. De Haagse bedrijventerreinen Fruitweg, Zichtenburg-Kerketuinen-Dekkershoek en Uitenhagestraat zijn opgenomen in de categorie “Herstructurering ten behoeve van behoud van bedrijventerreinfunctie”. Binckhorst is opgenomen in de categorie “Transformatie naar gemengd gebied” (p. 148). Transformatie kan alleen plaatsvinden bij voldoende compensatie van bedrijfsruimte elders in de gemeente en/of regio. Aantasting van het huidige areaal bedrijventerrein wordt onderworpen aan een “nut-en noodzaakanalyse” met als insteek “nee, tenzij”. (p. 145) Deze aanvullingen zijn opgenomen in het regionaal structuur plan (RSP). Over Scheveningen Haven is in de tekst van het RSP opgenomen dat gezien het specifieke karakter het te transformeren zeehaventerrein in Scheveningen Haven gecompenseerd kan worden in de Rijnmond.
Het RSP geldt als een structuurvisie, zoals is omschreven in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Het provinciale beleid heeft een bedrijventerreinkaart vastgesteld met aangewezen gebieden voor bedrijventerreinen. Hier gelden de volgende spelregels voor: 1. nieuwe bestemmingen voor bedrijventerreinen zijn pas mogelijk als aangetoond is dat er behoefte is; 2. nieuwe bestemmingen voor (bedrijfs)woningen op bedrijventerreinen zijn niet mogelijk. Woonwerkeenheden mogen alleen onder strenge voorwaarden op delen van bedrijventerreinen en 3. de hoogst mogelijk milieucategorie uit de Staat van bedrijfsactiviteiten moet mogelijk zijn op bestemmingen voor bedrijventerreinen. Alleen onder voorwaarden kan hiervan afgeweken worden. Het bedrijventerrein deelplan-24 Ypenburg maakt hier onderdeel van uit. Dit gebied is ontwikkeld met bedrijvigheid en kantoren. In dit bestemmingsplan is een bestemming kantoor opgenomen voor zelfstandige kantoren en een bedrijfsbestemming waarmee bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van bedrijven in de categorieën 1 t/m 3.1 zijn toegestaan en tevens een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg. 3.8.2.2 Stedelijk bedrijventerreinenbeleid Bedrijventerreinen zijn belangrijk voor de werkgelegenheid binnen de gemeente Den Haag.
Van de ruim 255.000 arbeidsplaatsen in de stad bevinden er zich ruim 34.000 op de bedrijventerreinen, hetgeen neerkomt op ruim 13% van de totale werkgelegenheid (op 1 januari 2014). Het beleid van de gemeente Den Haag (Bedrijventerreinwnstrategie Den Haag 2005 - 2020 RIS127026) is erop gericht om de ondernemers die gebonden zijn aan de stad in de stad zelf te faciliteren. Hiervoor zijn de bedrijventerreinen Uitenhagestraat, Laakhaven-Centraal en een gedeelte van de Binckhorst (tot 2020) aangewezen. Voor de niet direct aan de stad gebonden bedrijvigheid zijn de bedrijventerreinen Forepark-Middenweg, de bedrijfslocaties in de wijk Ypenburg, Westvlietweg I, II en III, Zichtenburg-Kerketuinen-Dekkershoek en Scheveningen-Haven aangewezen. Deze gebieden fungeren als opvang voor bedrijven die niet makkelijk zijn te mengen met andere functies zoals wonen. De toenemende leegstand van vooral kantoorpanden op de bedrijventerreinen zorgt voor minder activiteiten en voor troosteloze plekken op de bedrijventerreinen. Het beleid van de gemeente Den Haag is erop gericht om op de bedrijventerreinen te komen tot meer menging van functies. Het mengen moet wel op een dusdanige wijze gebeuren dat de verschillende functies elkaar niet in de weg staan. Om de
78
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
bestaande bedrijventerreinen vitaal te houden wordt niet alleen aandacht besteed aan functiewijziging, maar ook aan herstructurering ten behoeve van het behoud van de bedrijvenbestemming. 3.8.2.3 Bedrijfshuisvestingsstrategie Vanwege het tekort aan bedrijfsruimte is een overkoepelende strategie nodig voor bedrijfshuisvesting. Hiervoor is de Bedrijfshuisvestingstrategie (RIS303177) opgesteld die de raad in 2019 heeft aangenomen. Den Haag groeit hard. Met een leegstandspercentage van rond de 1% is het bijna onmogelijk voor de grote groep kleine ondernemers in de stad om geschikte bedrijfshuisvesting te vinden. Binnen de bredere ontwikkeling van stad is het van belang om voldoende ruimte te creëren en te behouden voor bedrijven, zodat Den Haag een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers. Oók voor de zogenaamde stadsverzorgende bedrijvigheid als het midden- en kleinbedrijf, groothandel, automotive, print, media, kleinschalige productie, verhuur, autobedrijven en opslag. Die ambitie is ook duidelijk verwoord in de Bedrijfshuisvestingstrategie (RIS303177) die de raad in 2019 heeft aangenomen. Het tekort aan bedrijfsruimte vraagt om een overkoepelende strategie voor bedrijfshuisvesting. Er zijn hierbij drie doelstellingen: 1.
Economische groei stimuleren door het toevoegen van geschikte bedrijfshuisvesting; a) Tot 175.000 m² op bestaande terreinen; b) 50.000 m² in de wijken; c) Onderzoek naar mogelijkheden op de Vlietzone; d) Regionale samenwerking op het gebied van gezamenlijke marketing, promotie, schuifruimte en programmering.
2.
Bijdragen aan de verstedelijkingsopgave door functiemenging, in de stad;
3.
Bijdragen aan de duurzaamheidsopgave van de stad door het verduurzamen van bedrijfshuisvesting te stimuleren.
In de nota is beleidsmatig vastgelegd dat de gemeente op locaties met bestemming bedrijf en gemengd zeer terughoudend omgaat met transformatie van panden of delen van panden die geschikt zijn voor bedrijfsfuncties naar andere bestemmingen. Bestaande bestemde bedrijvigheid en toegelaten bedrijvigheid in bestemming Gemengd- 2, Gemengd- 3 en er plaatse van de aanduiding "Gemengd" binnen de bestemming Wonen-1 wordt gecontinueerd in het plan. 3.8.2.4 Functiemengingsstrategie De gemeente Den Haag heeft een verdichtingsopgave. Om deze verdichtingsopgave te realiseren en het grondgebruik te optimaliseren is functiemenging een goed instrument. In de notitie 'Functiemengingsstrategie (Rv 88 - 2005; RIS127027): Mengen van bedrijven en wonen' komt de functiemenging van praktijk- kantoor- en bedrijfsruimte met wonen aan de orde. Menging kan plaatsvinden op het niveau van een pand, een blok of een heel deelgebied. De omvang is afhankelijk van het type locatie. Een werkruimte (kantoor/bedrijf/praktijk) kleiner dan ongeveer 100 m² mag gevestigd zijn in woonstraten. Voor een werkruimte tussen 100 en 500 m² geldt dat deze langs de doorgaande wegen een plaats kan krijgen. Bedrijven die groter zijn dan 500 m² zouden op een bedrijventerrein of kantorenlocatie een plaats moeten krijgen.
Vooral combinatiegebouwen met praktijk en kantoorruimte (tandarts, kapper en accountantskantoor) en wonen moeten worden gestimuleerd. Het beleid van de gemeente Den Haag is gericht op het realiseren en instandhouden van kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid verspreid over de stad. Dit beleid is neergelegd in het Actieprogramma Kleinschalige Bedrijfsruimte uit 2011 en in 2017 geactualiseerd (RIS181978). Het ondersteunen en faciliteren van beginnende en kleinschalige bedrijvigheid vormt de kern van het economische beleid in de wijken.
79
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Vanwege het tekort aan bedrijfsruimte is een overkoepelende strategie nodig voor bedrijfshuisvesting. Hiervoor is de Bedrijfshuisvestingstrategie (RIS303177) opgesteld die de raad in 2019 heeft aangenomen. De VNG heeft de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' opgesteld. In de handreiking staan uitgebreide lijsten met richtafstanden die aangehouden moeten worden om voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies zoals wonen. In de richtafstandenlijst zijn bedrijven ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan, afhankelijk van het omgevingstype, van worden afgeweken. Bij het omgevingstype 'gemengd gebied' kunnen de afstanden uit de richtafstandenlijst bijvoorbeeld met één afstandstap worden verminderd. Een aparte staat van bedrijfsactiviteiten voor functiemenging is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Ze vermeldt welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van hinder en gevaar goed inpasbaar zijn in gebieden met functiemenging (stadscentra, winkelcentra, woonwerkgebieden met kleinschalige vooral ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies).
Er is in deze lijst gekozen voor een andere categorieaanduiding dan in de algemene richtafstandenlijst: Categorie A betreft activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend; Categorie B betreft de activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden; Categorie C betreft activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur. Zie hiervoor ook de Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging in de bijlagen. In de Venen (Deelplan 19) en in Het Hof (Deelplan 20) kunnen bedrijven van categorie A en B zich vestigen.
3.8.2.5 Nota motorbrandstofverkooppunten Veranderingen in de brandstoffenmarkt en de keuze om de woningbouw- en werkgelegenheidsopgave binnenstedelijk vorm te geven, hebben gevolgen voor tankstations in de stad. De stedelijke ontwikkelambities en stringentere milieueisen zorgen voor een toename van de ruimtedruk. Voor het functioneren van de stad is het van belang dat het aanbod van brandstof niet te veel uit de pas loopt met de vraag. Een voldoende aanbod van motorbrandstofverkooppunten stadsbreed blijft een voorwaarde. De Nota motorbrandstofverkooppunten (RIS170330) voorziet in een afstemming tussen ontwikkelingen in de markt en het gewenste toekomstbeeld van de stad. De ruimtelijke visie beoogt een intensivering van het ruimtegebruik en een afname van het ruimtebeslag voor motorbrandstofverkooppunten in gebieden met een hoge ruimtedruk, gecombineerd met mogelijkheden voor schaalvergroting op plekken waar de ruimtedruk minder groot is.
80
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
3.8.2.6 Bestuurlijk Woon-Werkakkoord De provincie Zuid-Holland heeft met de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk het Woon-werkakkoord - 'Durf te kiezen'- afgesloten (RIS311248). Deze overeenkomst sluit aan op het woon-werkakkoord light (30 maart 2021). Vanwege de grote vraag naar woningen worden woningen onder meer gebouwd op plaatsen waar tot nu toe bedrijven stonden of waar leegstaande bedrijventerreinen waren. Ruimte voor bedrijven blijft nodig voor de economie en werkgelegenheid. In het akkoord staan daarom ook afspraken hoe de partijen willen omgaan met het vinden van ruimte voor bedrijven die passen bij het regionale vestigingsbeleid. De verdere samenwerking tussen de partijen is vastgelegd in het akkoord. 3.8.3
Detailhandel
3.8.3.1 Provinciaal beleid De provincie stuurt op (boven)regionaal niveau op de inrichting van de ruimte in Zuid-Holland. De Visie ruimte en mobiliteit (VRM), vastgesteld op 9 juli 2014, geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Het provinciale detailhandelsbeleid, binnen de VRM vastgelegd in het Programma Ruimte, is erop gericht om de detailhandelsstructuur zoveel als mogelijk te versterken door deze vooral kwalitatief te verbeteren en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Voor alle winkelgebieden, zowel regulier als perifeer, geldt dat kwalitatieve verbetering leidend is ten opzichte van kwantitatieve versterking. Dit ter voorkoming van verdere leegstand en het disfunctioneren van de structuur. De provinciale detailhandelsstructuur bestaat uit drie categorieën: 'te ontwikkelen centra', 'te optimaliseren centra' en de 'overige aankoopplaatsen'. De eerste twee categorieën omvatten het geheel aan hoofd- en ondersteunende centra met een bovenlokale functie. De overige aankoopplaatsen vervullen een lokale functie. Te ontwikkelen centra Voor deze categorie centra wordt gestreefd naar een opwaardering van de detailhandelsfunctie in termen van kwaliteit (winkelbestand en openbare ruimte), parkeren en bereikbaarheid en imago/beleving.
Onder voorwaarde van het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking, kan voor deze categorie sprake zijn van uitbreiding van het winkelareaal. Het gaat om de volgende locaties: Internationale centra: Den Haag centrum en Rotterdam centrum; Nieuwe centra: Zoetermeer Stadshart, Rijswijk in de Bogaard, Rotterdam Alexandrium I, Rotterdam Zuidplein en Leidschendam Leidschenhage; Historische binnensteden: Leiden centrum, Delft binnenstad, Dordrecht binnenstad en Gouda binnenstad. Te optimaliseren centra De 'te optimaliseren centra' nemen een prominente positie binnen de structuur in en zijn van groot belang voor de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. De omvang van het winkelareaal in deze centra is de afgelopen jaren over het algemeen te veel in omvang toegenomen in relatie tot hun verzorgingsfunctie maar missen een kritische massa die juist de grotere steden aantrekkelijk maken voor aankoop van niet-dagelijkse artikelen. De belangrijkste (ruimtelijke) opgaven liggen voor alle betrokken partijen (overheden en markt) dan ook bij deze categorie centra. Het winkelbestand in deze centra zou bij voorkeur niet moeten uitbreiden en zich primair moeten richten op de eigen bewoners en geen of heel beperkte regionale ambities moeten nastreven. Een belangrijke opgave ligt in het terugdringen van winkelleegstand, o.a. door transformatie naar andere functies.
Het gaat hierbij om een maatwerkopgave per centrum, waarbij de provincie via het Actieplan detailhandel Zuid-Holland en het Actieprogramma Slim Ruimtegebruik ondersteuning kan bieden.
81
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Overige centra De overige centra vervullen een lokale functie, zijn belangrijk voor de bereikbaarheid van het dagelijks aanbod en hebben een meerwaarde voor de leefbaarheid van de kleine kernen, wijken en buurten. Het toekomstperspectief is divers: sommige centra functioneren goed, andere centra komen in aanmerking voor een facelift, herprofilering, (gedeeltelijke) transformatie of samenvoeging. Toelaatbaarheid nieuwe ontwikkelingen Ruimtelijke ontwikkelingen die met nieuwe detailhandel gepaard gaan, worden in de toelichting op het bestemmingsplan onderbouwd via de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet inzicht gegeven worden in de eventuele toename van de leegstand en de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit in het verzorgingsgebied, alsmede eventuele mogelijkheden voor saldering. In de Verordening ruimte is aangegeven dat nieuwe detailhandel primair binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie moet worden gerealiseerd. Voor (ontwerp)bestemmingsplannen die nieuwe detailhandel groter dan 2000 m² bruto vloeroppervlak binnen de centra mogelijk maken, moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig worden aangetast. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand.
Met het oog hierop is advies nodig van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland en wordt zo nodig een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. Voor de binnensteden van Rotterdam en Den Haag ligt de grens voor het aanvragen van advies bij de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland vanwege eerdergenoemde redenen op 4000 m2 bvo. Vanwege de mogelijke bovenlokale ruimtelijke effecten van grootschalige detailhandelsontwikkelingen, vindt de provincie het van belang dat nieuwe grootschalige ontwikkelingen in regionaal verband worden afgestemd. Indien een ontwikkeling bovengemeentelijke effecten met zich meebrengt, beoordeelt de provincie de toelichting op het bestemmingsplan waarin de uitkomsten van deze regionale afstemming zijn opgenomen. In de Verordening Ruimte zijn PDV-locaties (Perifere Detailhandelsvestigingen) aangeduid voor grootschalige woongerelateerde detailhandel. Tuincentra en bouwmarkten kunnen onder voorwaarden op bedrijventerreinen gehuisvest worden. Binnen Zuid-Holland zijn 2 Grootschalige Detailhandelsvestingen (GDV) aangewezen: Alexandrium II en een deel van de Haagse Megastores. Met dit bestemmingsplan wordt planologisch geen nieuwe detailhandel toegestaan.
3.8.3.2 Regionaal beleid De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) neemt taken over van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. Het door het Stadsgewest Haaglanden in november 2013 vastgestelde Regionale structuurvisie detailhandel 2013-2020 blijft uitgangspunt voor het beleid in de regio. Het Stadsgewest Haaglanden streeft naar kwalitatieve versterking van het winkelaanbod in de regio, om ruimte te bieden aan (de groei van) de consumentenvraag vanuit Haaglanden en omgeving en het bieden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven. Vanuit deze visie op detailhandel adviseert het Stadsgewest de provincie Zuid-Holland over detailhandelsontwikkelingen en –initiatieven in de regio. Plannen van meer dan 2.000 m² bvo in bestaande en nieuwe winkelconcentraties en ontwikkelingen op perifere locaties groter dan 1.000 m² bvo worden getoetst door het Stadsgewest Haaglanden. Nieuwe initiatieven dienen te passen binnen de volgende doelstellingen: 1. Samenhang en complementariteit in de voorgestelde detailhandelsstructuur. 2. Optimalisering/uitbreiding van een winkelgebied mag niet leiden tot een andere verzorgingsfunctie binnen de structuur (lokaal, regionaal, bovenregionaal). 3.
Ruimtelijke concentratie van winkelvoorzieningen. 4. Behoud en versterking van de bestaande winkelstructuur. Primaire locaties zijn de bestaande winkelconcentratiegebieden. 5. Bewaken evenwicht detailhandel tussen centrumgebieden en grootschalige concentraties.
82
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
6. Het behouden van een gezond perspectief voor de kernverzorgende centra en de stadsdeel-, wijken buurtwinkelcentra. 7. Streven naar multifunctionaliteit en de integratie van detailhandel met andere functies. 8. Structuurverstorende effecten op bestaande winkelconcentratiegebieden zijn niet toelaatbaar. 9. Initiatieven dienen de bestaande identiteit, positionering en profilering van winkelgebieden te versterken en de aantrekkelijkheid te vergroten. De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (SER-ladder) is als inspiratiekader gebruikt om detailhandelsinitiatieven in de regio Haaglanden te kunnen beoordelen. De ladder is door het Rijk in het leven geroepen om een goed functioneren van het ruimtelijke ordeningssysteem te bevorderen. Om de regio te kunnen laten instemmen met een initiatief, dient een initiatief aan een aantal criteria te voldoen. Deze zijn opgenomen in 'de detailhandelsladder'. Met dit bestemmingsplan wordt geen dergelijk initiatief mogelijk gemaakt. 3.8.3.3 Gemeentelijk beleid De Kadernota detailhandel Den Haag "De Haagse hoofdwinkelstructuur centraal" (RIS 300626) is in 2018 vastgesteld. Met de Kadernota Detailhandel worden de ruimtelijke (juridisch-planologische) beleidskaders aangegeven voor de vestiging en ontwikkeling van de detailhandel in Den Haag in de toekomst. Daarbij staat de hoofdwinkelstructuur centraal.
Alle inspanningen zijn erop gericht om de winkelstraten in deze hoofdwinkelstructuur te versterken en vestiging van nieuwe winkels zoveel mogelijk te concentreren in deze hoofdwinkelstructuur. Onderdeel van de beleidscyclus voor detailhandel zijn de detailhandelsmonitor Den Haag en het actieprogramma Den Haag Winkelstad. De monitor analyseert periodiek alle winkelgebieden. Hiermee worden trends en ontwikkelingen in de Haagse winkelgebieden gesignaleerd, waarmee de hoofdwinkelstructuur herijkt kan worden. Het actieprogramma legt de inzet ten aanzien van de versterking van de winkelgebieden periodiek vast. De kadernota WebGIS voor de hoofdwinkelstructuur De meest recente detailhandelsmonitor en het actieprogramma De ladder voor duurzame verstedelijking (provinciaal en gemeentelijk) In het plangebied bevindt zich geen winkelconcentratie die deel uitmaakt van het hoofdwinkelstructuur van Den Haag. Voor dit gebied geldt het beleid voor stationsomgevingen. Overeenkomstig het beleid is het bestemmingsplan terughoudend met het toelaten van detailhandel: bestaande vestigingen kunnen blijven maar geen toename wordt toegestaan. In het bestemmingsplan Ypenburg A4-A12 wordt detailhandel in gemengd gebied toegelaten conform de plannen en vergunningen die in het plan opgenomen worden. In geval van vergunningen worden de vergunde functies als uitgangspunt genomen.
Het oppervlak van mogelijke detailhandel groeit niet ten opzichte van bestaande plannen. Ladder onderzoek is dus niet nodig. Ambulante handel In de nota Markten, Straathandel en Kiosken 2016-2021 “De straat verdient het: handel in de buitenruimte” (zie RIS283882) heeft de gemeente de ambitie uitgesproken meer ruimte te willen bieden aan ambulante handel. Straathandel zorgt voor reuring en dynamiek op straat, verhoogt de aantrekkelijkheid van de stad voor bewoners en bezoekers en schept werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De uitwerking van deze nota is in de Markt- en Straathandelsverordening vastgelegd. Doel van de Verordening straathandel Den Haag 2017 (RIS 295091) is het stimuleren van economische activiteiten, het bieden van een gelijk speelveld, kansen aan zittende en nieuwe ondernemers, het garanderen van de leefbaarheid voor bewoners, het corrigeren van in het verleden ontstane scheefgroei en het realiseren van een straatbeeld dat past bij de dynamiek van een grote stad. In het bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone is ambulante handel met inachtneming van het gestelde in
83
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
de Verordening straathandel Den Haag 2017 toegestaan. 3.8.4
Horeca
3.8.4.1 Horecavisie Den Haag wil met de kracht van horeca de aantrekkelijkheid van Den Haag vergroten, de ontwikkeling van gebieden met grote economische betekenis verder aanjagen en groei van werkgelegenheid in de horecasector stimuleren. De visie voor het gemeentelijk horecabeleid in de komende jaren wordt in de 'Horecavisie Den Haag' (RIS 288645) uiteengezet langs de belangrijkste thema's. Hiermee zet Den Haag in op het verder optimaliseren van de randvoorwaarden voor een bloeiend horecaklimaat in de stad. In de horecavisie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ontwikkeling van de Haagse economie en groei van werkgelegenheid; Ruimte voor vernieuwing en innovatieve concepten; Een gelijk speelveld voor ondernemers; Een toegankelijk en veilig horecaklimaat; Meewegen van bewonersbelangen in beleidskeuzes. De gemeente heeft als rol om afwegingen te maken tussen de belangen van ondernemers onderling en die tussen ondernemers en bewoners. Hierbij wordt uitgegaan van gebiedsprofielen voor de vestiging van horecazaken. Het resultaat is dat de kracht van Haagse horecaondernemers optimaal bijdraagt aan de quality of life voor bewoners, de aantrekkingskracht op (zakelijke) toeristen, een concurrerend vestigingsklimaat voor bedrijven en aan de werkgelegenheid in het algemeen.
Het Uitwerkingsplan Horeca Den Haag 2021-2023 (RIS308628) is een uitwerking van de Horecavisie 2016 (RIS 299645) en het vervolg op het Uitwerkingsplan Horeca 2016-2019. Het bevat een korte samenvatting van de Horecavisie 2016 en een overzicht van ander actueel beleid dat direct samenhangt met horeca. Er wordt tevens ingegaan op een aantal trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de Haagse horeca. Ook het woon-, leef- en ondernemingsklimaat wordt besproken. Het plan bevat een overzicht van de voortgang en resultaten van de acties uit het Uitwerkingsplan Horeca 2016-2019 en concrete acties voor de komende jaren. Horeca in winkelgebieden Den Haag streeft naar een optimale verhouding tussen winkels en horeca die winkelgebieden versterken. Daghoreca kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van een winkelgebied. Op een aantal pleinen kan de levendigheid in de avonduren worden versterkt, waardoor de verblijfstijd van de bezoeker wordt verlengd. Gekozen wordt nu voor het uitgangspunt van maximaal 30% lichte horeca in winkelgebieden. Op sommige locaties is een concentratie tot maximaal 60% lichte en/of middelzware horeca wenselijk. Dat is in onderhavig plangebied echter niet aan de orde. Het percentage heeft betrekking op het totaal aantal panden (niet-woningpanden) in het betreffende winkelgebied.
Overeenkomstig het beleid is het bestemmingsplan terughoudend met het toelaten van horeca: bestaande vestigingen kunnen blijven maar geen toename wordt toegestaan. Met uitzondering van bestaande middelzware horeca slecht lichte horeca is toegestaan. Op station Ypenburg kan horeca, conform beleid en binnen de in het bestemmingsplan bepaalde kaders, zich vestigen. Terrassenbeleid per 1 maart 2023 Gemeente Den Haag (RIS314505) In maart 2020 is er een commissiebrief (RIS304798) met een toelichting op de regels voor het terrassenbeleid verzonden. Een week erna begon de coronapandemie. In mei 2020 zijn vervolgens tijdelijke versoepelingen ingevoerd om ondernemers letterlijk de ruimte te geven om te kunnen ondernemen in tijden van de coronapandemie. De gemeente bood de ondernemers, om voldoende invulling te geven aan de 1,5 meter maatregel, de mogelijkheid om maximaal 25% meer ruimte in te nemen. Buiten de hoofdwinkelstructuur en in de winter werd ook de mogelijkheid geboden om parkeerplaatsterrassen te exploiteren. De tijdelijke versoepelingen eindigen, zoals aangegeven in de
84
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
commissiebrief Terrassen in de zomer 2022 en winter 2022/2023 (RIS311448) op 28 februari 2023. Het eindigen van de tijdelijke versoepelingen is tevens een moment om een aantal wijzigingen aan te brengen in het terrassenbeleid, zoals dat in maart 2020 was vastgesteld. Deze aanpassingen zijn tot stand gekomen in overleg met de branche. De bijstelling van het terrassenbeleid zal per 1 maart 2023 in werking treden. Om de ondernemers voldoende tijd te geven om hun terras en/of hun terrasvergunning aan te passen, worden ondernemers vanaf 1 maart 2023 geattendeerd op de situaties die niet voldoen. Vanaf 1 juli 2023 zal handhavend worden opgetreden. In de tussengelegen periode (1 maart 2023-1 juli 2023) wijst de gemeente de ondernemers op de regels. 3.8.4.2 Hotelbeleid In de Economische Visie Den Haag+ 2030 als kadernota (RIS303550) zijn de strategische en tactische doelen vastgesteld voor de Haagse economie. Eén van de vier strategische doelen van het economische beleid is gericht op het werken aan een aantrekkelijke stad. De bezoekerseconomie, en de hotelsector als onderdeel daarvan, leveren een belangrijke bijdrage aan het hoge voorzieningenniveau en de economische bloei van de stad. De coronacrisis heeft begin 2020 een abrupt einde gemaakt aan het verblijfsbezoek.
Het binnenlandse en buitenlandse toerisme is tijdens de crisis tot stilstand gekomen, (internationale) zakenreizen zijn geannuleerd en congressen zijn uitgesteld. Het ‘Haags Hotelbeleid 2021' geeft onder meer aan dat de huidige planvoorraad beperkt wordt tot een plancapaciteit van 1.000 hotelkamers. In beginsel wordt geen medewerking verleend aan noodzakelijke bestemmingsplanwijzigingen en/of afwijkingsprocedures ten behoeve van nieuwe hotelinitiatieven, totdat de Haagse hotelmarkt zich heeft hersteld uit de coronacrisis en er 1,675 miljoen overnachtingen in één kalenderjaar zijn behaald. In het plangebied bevinden zich geen hotels en er worden geen nieuwe hotelbestemmingen toegevoegd.
3.8.5
Kantoren
Het kantorenbeleid is vastgelegd in de nota 'Kantorenstrategie Den Haag 2018-2025, de gebruiker centraal 2.0' (RIS 300807). De oude kantorenstrategie uit 2010 (RIS 170032) had als doel om het overaanbod van kantoorruimte in Den Haag en de regio te verminderen, door transformatie van kantoren naar ander vastgoed te stimuleren. Echter, de Haagse kantorenmarkt is in korte tijd sterk veranderd. De vraag naar kantoorruimte neemt toe, terwijl het aanbod (met name) door het succes van de kantorentransformatie afneemt. Er is nu al sprake van kwalitatieve tekorten en onvoldoende aanbod in bepaalde segmenten, bijvoorbeeld bij kantoorverzamelgebouwen. Daarnaast verandert de aard van de vraag onder invloed van de 'nieuwe economie'. Het gaat nu steeds vaker om kleine bedrijven, start-ups en doorgroeiende bedrijven. Het Midden en Kleinbedrijf (MKB) is hierdoor een belangrijk onderdeel van de Haagse economie en is op zoek naar passende kantoorruimte op een locatie die goed bereikbaar is met het OV, centraal gelegen en dichtbij andere bedrijven en voorzieningen. Belangrijke elementen van de kantorenstrategie zijn het aanhouden van een planvoorraad van 200.000 m2 bvo voor nieuwbouw, het terughoudend omgaan met transformaties van panden boven de 1500 m2 bvo, het respecteren van bestaande transformatieplannen, het stimuleren van verduurzaming en het verruimen van bestemmingsmogelijkheden.
Het Central Innovation District en de Internationale Zone zijn de (inter)nationale toplocaties voor kantoren binnen Den Haag. Bestaande zelfstandige kantoren in het plangebied zijn als zodanig bestemd.
85
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
3.9
Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg
3.9.1
Onderwijs
Onderwijs Voor onderwijs worden in de “Haagse Educatieve Agenda 2018 – 2022, Ontwikkelkansen in Den Haag” (RIS298592) beleidsambities beschreven. Belangrijke ambities zijn het streven naar meer kansengelijkheid, het aantrekken en opleiden van voldoende, vakbekwame en innoverende onderwijsprofessionals, kinderen leren samenleven, het stimuleren van onderwijs dat bijdraagt aan de economie van de stad, het creëren van een brede leer- en ontwikkelomgeving, het bieden van een passende plek voor iedere leerling en het realiseren van voldoende en toekomstbestendige schoolgebouwen. Onderwijshuisvesting Wat betreft onderwijshuisvesting voor primair, (voortgezet) speciaal- en voortgezet onderwijs bieden de nota “Onderwijshuisvesting in Den Haag, Op weg naar een stedelijk integraal huisvestingsplan” (RIS301793) en het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2020 – 2030 (RIS304176) het richtinggevend kader. Op het gebied van onderwijshuisvesting streeft de gemeente naar voldoende onderwijshuisvesting van goede kwaliteit die toekomstbestendig is (in gebruik, maar bijvoorbeeld ook qua duurzaamheidsprestaties) op toegankelijke plekken. Hierdoor wordt met een zo evenwichtig mogelijke spreiding over de stad een goed onderwijsaanbod mogelijk gemaakt.
Nieuwe schoolgebouwen worden, in aansluiting op de toenemende behoefte aan onderwijshuisvesting in de stad, gerealiseerd op basis van een goede afstemming van vraag en aanbod. Kinderopvang Met het raadsvoorstel van 24 april 2014 (rv 45, RIS 271202-140408) heeft de raad besloten om bij nieuwbouw van schoolgebouwen waar gewenst en mogelijk tegelijkertijd rendabel (vervangende) nieuwbouw te realiseren van accommodaties voor kinderopvang. Den Haag streeft ernaar om kinderopvangcentra in, of direct nabij, scholen in stand te houden en, indien dit nodig blijkt, verder uit te breiden. De samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang in kindcentra neemt steeds meer toe en zal intensiever worden. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen. In de Nota Ruimtelijke implementatie kindercentra in Den Haag (RIS85329) staan de (stedenbouwkundige) voorwaarden waaraan locaties voor nieuwe kindercentra (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en peuterspeelzalen) moeten voldoen om deze centra ruimtelijk in te kunnen passen in de stad. Deze nota vormt, op het punt van de kinderopvang, de grondslag voor nieuwe bestemmingsplannen en de onderbouwing voor de toepassing van afwijkingen van het geldende bestemmingsplan. In het plangebied is alleen een bestaande onderwijsinstelling opgenomen in De Venen, Speciaal Basisonderwijs 't Avontuur.
Deze is als Gemengd-2 gebied bestemd en als educatieve voorziening aangewezen. Verder bevindt zich een kinderopvang in het westelijke kopstuk van de voorzieningenplint (langs Goolandweg). 3.9.2
Welzijn en zorg
Het Beleidsplan Zorg, Jeugd en Volksgezondheid ''Gezond en Veerkrachtig'' Den Haag 2019-2022 (RIS303812) vervangt het eerder beleid 'Zorg voor elkaar' 2011-2014 (Rv 66 - 2011; RIS 180162). Het beleid beschrijft Den Haag als een stad waar iedereen erbij hoort en zelfstandig mee kan doen in de eigen wijk en in de stad. De juiste ondersteuning en hulp is toegankelijk, betaalbaar, dicht bij huis en tijdig. Informatie, advies, hulp en ondersteuning vinden zoveel mogelijk in de wijk plaats. We zetten in op
86
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
een verschuiving van (gespecialiseerde) hulp en ondersteuning bij een instelling, naar brede passende ondersteuning in de eigen leefomgeving. In 2018 zijn het Centrum Jeugd en Gezin, de Wmo-uitvoeringsorganisatie en het Centraal Coördinatiepunt samengevoegd tot één wijkgerichte organisatie Jeugd en Maatschappelijke Ondersteuning (JMO). Alle inwoners van 0 tot 100+ jaar kunnen hier terecht voor alle hulp en ondersteuning, inclusief de periodieke onderzoeken voor kinderen, voor vragen over jeugdgezondheidszorg, opvoeding en jeugdhulp. Voor inwoners in een kwetsbare positie komt er een basisinfrastructuur van het Haagse welzijn, waar zij terechtkunnen voor informatie over alle voorzieningen in de wijk, voor vragen over welzijn en ondersteuning. Deze ondersteuning wordt geboden vanuit de Servicepunten XL. Aan de hand van de kenmerken van de wijk wordt een aantal Servicepunten XL doorontwikkeld. Het brede kader van dit nieuwe beleidsplan maakt het mogelijk om het Beleidsplan Jeugd 2018-2020 'Haagse jeugd samen aan zet' (RIS298573) hieraan te verbinden. Met dit beleidsplan wordt voldaan aan de wettelijke verplichting zoals die is verwoord in de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet én de Wet publieke gezondheid. Actieprogramma seniorvriendelijk Den Haag (RIS307178) Den Haag is voor alle Hagenaars, jong en oud.
Het aantal Haagse senioren zal de komende jaren blijven toenemen, van bijna 80.000 senioren in 2019 naar 120.000 senioren in 2040. Dit betekent dat de stad verandert. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft de gemeente de taak senioren te ondersteunen bij het zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Ook hebben we vanuit de Wet publieke gezondheid een taak op het gebied van preventie als het gaat om de gezondheid van senioren. De kapstok voor dit actieprogramma is het beleidsplan 'Gezond & Veerkrachtig, Zorg, Jeugd en Volksgezondheid 2019 - 2022' (RIS 303812). Met dit actieprogramma dragen we bij aan één van de thema's uit dit beleidsplan: 'Langer thuis wonen'. Bij het zwembad het Hofbad zijn welzijnsvoorzieningen (met uitzondering van geluidgevoelige functies) als medegebruik toegestaan.
3.10
Cultuur en ontspanning
3.10.1 Cultuur en ontspanning De gemeente Den Haag zet zich in voor een gevarieerd en breed cultureel aanbod, het ondersteunen van kwetsbare vormen van kunst en cultuur en het professioneel beheer van gemeentelijke collecties. Periodiek staat de gemeente -evenals het rijk- uitgebreid stil bij de stand van zaken van de kunst en cultuur in Den Haag waarbij de verdeling van de financiële middelen voor de cultuursector integraal wordt afgewogen. Den Haag beschikt over een gevarieerd aanbod aan culturele voorzieningen, zoals podia en gezelschappen, filmtheaters, musea, instellingen voor beeldende kunst, instellingen gericht op kunst als vrijetijdsbeoefening en cultuureducatie en culturele festivals. Deze voorzieningen zijn grotendeels (boven)stedelijk georiënteerd en in ruimtelijke zin vooral geconcentreerd in de stadsdelen Centrum en Scheveningen. Voor het publiek minder zichtbaar maar voor het kunstklimaat niet minder belangrijk, wordt daarnaast op tal van plaatsen, in tijdelijke en permanente ateliers, broed- en werkplaatsen in relatieve luwte kunst geproduceerd en getoond. In de periferie van de binnenstad bevindt zich een concentratie van dergelijke plekken. Voor de bestemming Cultuur en ontspanning is nog steeds het Leisurebeleid van 2005-2010 leidend (RIS 127847A). Hierin is het Locatieprofiel van de A12 Zone bepaald.
Het beleid zet zich hierin voor grootschalige attracties zoals multiplexbioscoop, kinder/familieattractie, evenementen/topsporthal, fitness/sportvoorzieningen voor een breed doelgroep. Locatie kan op de langere termijn wellicht mogelijkheden bieden voor een grootschalig, integraal vrijetijdscluster. Wat de bioscoop betreft geeft het
87
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
beleid beperkt mogelijkheid voor ondersteunende functies (bv. horeca) of, als alternatief, voor een "sterk concept". Strategie toerisme 2020-2025 biedt mogelijkheid voor "stand alone" leisure rond het ADO-stadion. Beleidskader Kunst en Cultuur 2025 - 2028 (RIS315711) en Cultuurvisie Den Haag 2033 (RIS315069), Nota Culturele Broedplaatsen 2021-2024 (RIS306134) en Kunst en Cultuur 2021-2024 “Zee aan mogelijkheden'' (RIS302961). Het Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028 (hierna te noemen Beleidskader 2025-2028) geeft voor de beleidsperiode 2025-2028 de beleidag 2033 (RIS315069) heeft geschetst. De beleidsdoelstellingen van het beleidskader zijn daarmee afgeleid van de pijlers van de Cultuurvisie Den Haag 2033. De beleidsdoelen van het Beleidskader 2025-2028 zijn: een veelzijdig en kwalitatief hoogwaardig cultuuraanbod; een vitale, weerbare en duurzame cultuursector; diversiteit en inclusie; cultuureducatie; een levendig makersklimaat. Hierbij geldt dat de artistieke waarde van kunst en cultuur de basis vormt van het Haagse cultuurbeleid. Het in stand houden van een divers aanbod van een hoog artistiek niveau voor een breed publiek is en blijft essentieel. Broedplaatsen dragen bij aan de versterking en vernieuwing van de cultuur- en kunstsector in Den Haag.
Broedplaatsen tonen het belang van (en ruimte voor) experiment aan en laten zien dat dit kan leiden tot de voedingsbodem voor een (verdere) ontwikkeling en versterking van de sector. Het broedplaatsenbeleid raakt daarmee alle kunstdisciplines en is dus een belangrijk onderdeel van de culturele infrastructuur in Den Haag. De Nota Culturele Broedplaatsen 2021-2024 (RIS306134) is de uitwerking van het onderdeel broedplaatsen in het Beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 “Zee aan mogelijkheden'' (RIS302961). Integraal Huisvestingsplan (IHP) Cultuur en bibliotheken (RIS311896) Een sterke culturele en creatieve sector is van essentiële waarde voor een open, veelzijdige en verbonden stad. Van belang is dat voorzieningen voor cultuur en bibliotheken toegankelijk zijn voor iedereen, want cultuur is hét middel om een bredere kijk op de wereld te bieden. Wie met cultuur in aanraking komt, leert buiten de eigen leefwereld te treden. De meest diverse stad van Nederland, waar 180 nationaliteiten wonen, vraagt om een culturele sector die deze diversiteit weerspiegelt en een goede cultuur infrastructuur die aansluit op de behoefte van de inwoners, het publiek, de makers en de Haagse culturele instellingen. De stad verandert en de stad groeit. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de culturele faciliteiten.
Daarom is het van belang om het geheel te bezien, de staat van de bestaande portefeuille (ruimtelijk/functioneel/kwaliteit-technisch) te beschouwen, trends en ontwikkelingen te kennen en nieuwe investeringen in aansluiting bij de groei te plannen. Dit gebeurd in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Cultuur en bibliotheken (RIS311896). Daarmee krijgen we grip op de opgave om de culturele voorzieningen op niveau te houden en in gelijke tred met de woningbouwproductie het cultuuraanbod mee te laten groeien. sdoelstellingen, de richtlijnen voor de beoordeling door de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028 (hierna te noemen Adviescommissie 2025-2028) en het financieel kader weer. Dit Beleidskader 2025-2028 is de eerste vierjarige uitwerking van het tienjarenperspectief dat de gemeente Den Haag in de onlangs uitgebrachte Cultuurvisie Den Ha Evenementenbeleid Den Haag 2024– 2026 (RIS316059) en Beleidsregel locatiebeleid evenementen Den Haag 2022 (RIS311558) Evenementen en festivals zijn van grote betekenis voor Den Haag. Zij geven de stad dynamiek, bieden inwoners een aantrekkelijke invulling van hun vrije tijd en bepalen de mate van aantrekkelijkheid voor wonen en werken. Evenementen trekken daarnaast bezoekers die zorgen voor bestedingen in de lokale economie en dragen bij aan de versterking van het imago van Den Haag als aantrekkelijke stad.
Ook kunnen evenementen onze sport- en cultuurparticipatie stimuleren en een rol spelen bij
88
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
gebiedsontwikkeling, aangezien evenementen gebieden op de kaart zetten en kunnen bijdragen aan de aantrekkelijkheid van die gebieden. Tenslotte dragen evenementen bij aan inclusie, omdat inwoners zich kunnen herkennen in de evenementen en zich daarmee verbonden voelen. De huidige ambities van de gemeente ten aanzien van publieksevenementen zijn verwoord in de nota “Evenementen in Den Haag” (RIS180583), de motie Ondersteuning promotie kleinschalige evenementen (RIS182123), de commissiebrief Grootschalige Publieksevenementen (RIS283920) en een tweetal moties over duurzaamheidscriteria bij evenementen (RIS299249 en RIS302901). Om de ambitie van een aantrekkelijke (evenementen)stad met een gevarieerd aanbod van evenementen die waardevol zijn voor de stad waar te maken en het basisaanbod op niveau te houden, wordt voortaan uitgegaan van 3 categorieën evenementen: beeldbepalende evenementen, nationale vieringen en overige (grootschalige en kleinschalige) evenementen. Het gaat over de evenementen die publiek toegankelijk zijn, economische spin-off voor de stad opleveren en een bijdrage leveren aan de profilering van Den Haag als een aantrekkelijke stad. Het evenementenbeleid is gericht op subsidiering en acquisitie van passende evenementen. Dit heeft directe samenhang met ander gemeentelijk beleid.
De beleidskaders Kunst en Cultuur 2021 - 2024 (RIS303961), Kunst en Cultuur 2025 - 2028 (RIS315711), de nieuwe Cultuurvisie Den Haag 2033 (RIS315069) en de Sportnota 2015 - 2030 (RIS283153) zijn richtinggevend voor de inhoudelijke afweging over welke culturele festivals en sportevenementen in onze stad kunnen plaatsvinden. Het locatiebeleid (RIS311558) richt zich op de fysieke aspecten van locaties in de openbare ruimte waar de publieksevenementen plaatsvinden. Het evenementenbeleid en het locatiebeleid vullen elkaar aan. Het locatiebeleid is immers ook van toepassing op evenementen die geen subsidie van de gemeente ontvangen en is er om een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid te behouden. In dit bestemmingsplan is de verleende vergunning voor de bioscoop verwerkt. Bij het zwembad het Hofbad is verenigingsleven als medegebruik toegestaan.
3.11
Sport en recreatie
Sportnota: Den Haag sportief in beweging 2015 - 2030 (RIS283153), Haags Sportakkoord 2020-2022 (RIS 306192) en Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport (RIS311895) De maatschappelijke kracht van sport optimaal benutten en stimuleren: dat is wat Den Haag beoogd. Want sport verbindt mensen door het plezier, passie en de energie die verbonden is met sport. Het is deze intrinsieke waarde die sport maakt tot een van de krachtigste middelen om de gehele Haagse samenleving te vitaliseren en te verbinden, op tal van vlakken. Sport opent deuren. Door middel van sport kunnen mensen hun talenten ontplooien en in contact komen met nieuwe werelden, groepen en mogelijkheden. Met sport bouwen we bruggen tussen 'het veen en het zand'. We zorgen dat 'het veen' profiteert van de kracht van 'het zand' en vice versa. Want “sport has the power to change the world”, zoals Nelson Mandela ooit zei. Sport biedt bij uitstek kansen om mensen, groepen en organisaties te verenigen en bruggen te slaan tussen min of meer gescheiden werelden. Sport inspireert, spreekt innovatieve vermogens aan en heeft positieve effecten op de leefbaarheid, de band van bewoners met elkaar, het gezondheidsniveau, de economie en de profilering van de stad. Sport is, kortom, cruciaal voor de kwaliteit van leven in Den Haag. Sport moet aantrekkelijk, toegankelijk en bereikbaar zijn voor alle Hagenaars; een leven lang.
Het gaat er om dat dagelijks bewegen en regelmatig sporten een vanzelfsprekendheid wordt voor alle Hagenaars. Om dat te bereiken is het van belang aan te sluiten op de wensen, behoeften en mogelijkheden van alle inwoners: jong en oud, man en vrouw, Hagenaars met en zonder migranten achtergrond, vitaal en kwetsbaar, valide en invalide, homo en hetero. Dit betekent dat drempels, die sommige groepen ervaren om te sporten, moeten worden weggenomen. En ook dat er, vanuit de sport, nadrukkelijk aansluiting wordt gezocht met andere terreinen, verbanden, organisaties en maatschappelijke doelen. Om dit vergezicht 2015-2030 mogelijk te maken, moeten inspanningen geleverd worden via zeven tactische bouwstenen.
89
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Het Haags Sportakkoord 2020-2022 (RIS 306192) is de Haagse vertaling van het Nationaal Sportakkoord. Het Nationaal Sportakkoord is in juni 2018 ondertekend door de minister voor Sport, de Vereniging Sport en Gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en NOC*NSF. Deze partijen hebben de ambities geformuleerd om de kracht van sport de komende periode nog beter te benutten. In het Haags Sportakkoord staan de belangrijkste uitdagingen en ambities waar Den Haag de komende periode voor staat. Het akkoord vertaalt de hoofddoelstelling uit de lange termijnvisie en uit de landelijke ambities naar het Haagse hier en nu. In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport (RIS311895) wordt beoogd bij te dragen om een aantrekkelijke stad te zijn en te blijven voor sporters. Sporters in alle soorten en maten: van een eerste judoles voor het jonge kind tot loopvoetbal voor senioren, van urban runner tot tophockeyspeler en van korfballer tot bootcamp deelnemer. Dit vraagt om een goede sportinfrastructuur met zwembaden, sporthallen, sportvelden en een sport- en beweegvriendelijke openbare ruimte die aansluit bij de behoefte. De gemeente is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de sportfaciliteiten en wil daar op een verstandige wijze regie op voeren, in aansluiting op de voorziene groei van de stad en veranderende sportbehoefte.
In dit IHP Sport is op basis van analyses en trends en ontwikkelingen bekeken hoe het aanbod aan sportvoorzieningen kwalitatief en kwantitatief kan blijven voldoen aan de huidige en toekomstige vraag. Het is van belang om het geheel te bezien, de staat van onderhoud te beschouwen, trends en ontwikkelingen te kennen en nieuwe investeringen in aansluiting bij de groei van de stad te plannen. Dit doen we in dit IHP Sport. Doel hiervan is om grip op de opgave te krijgen, zodat sportfaciliteiten aansluiten bij de huidige vraag en deze in gelijke tred met de woningbouwproductie, mee te laten groeien. Binnen de bestemming Sport is het zwembad Hofbad opgenomen. In de bestemming Gemengd- 1 en Gemengd-2 zijn sportvoorzieningen in de plinten mogelijk. Voor de Plas van Reef is de bestemming Recreatie opgenomen, conform het bestemmingsplan Ypenburg-Nootdorp, vastgesteld op 26-02-1998. Naast recreatieve doeleinden, zijn tevens sportvoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming groen zijn twee aanduidingen opgenomen waarbinnen een sportveld is toegestaan. 3.11.1 Spelen De nota Spelen in de stad 2015 – 2018 (RIS 157604 en RIS 281389) heeft als ambitie om in de stad een goed aanbod te bieden aan speelplekken voor kinderen en jongeren van verschillende leeftijden. Dat betekent dat er voldoende speelplekken moeten zijn voor zowel de kinderen als de jongeren.