CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317344 Bijlage Ontwerpbestemmingsplan Ypenburg A12 Zone BGS

Commissie Ruimte 10 januari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken36.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Deze speelplekken moeten aansluiten bij de wensen die leven in de stad. Bij de aanleg van speelplekken wordt daarom de omgeving nauw betrokken. Gebruikers, ouders en bewoners willen zich bij speelplekken meer verantwoordelijk voelen (mede-eigenaarschap), als zij bij de aanleg van die speelplek nauw betrokken zijn. Verder dient er rekening te worden gehouden met de actieradius verschillen per leeftijdsgroep, omdat oudere kinderen verder van huis spelen en meer ruimte nodig hebben dan jongere. Onderstaande tabel geeft voor Den Haag invulling aan de nieuwe richtlijn. Onderstaande tabel geeft invulling aan de nieuwe richtlijn: leeftijdscategorie 0 tot 6 jaar 7 tot 12 jaar 13 tot 18 jaar

aantal kinderen per speelplek 50 tot 75 kinderen 75 tot 100 kinderen 100 tot 125 kinderen

actieradius

speeloppervlakte

100 - 150 meter 400 - 600 meter 1.000 meter

200 m² 500 m² > 750 m²

In het standaardonderwerp van een speelplek is een aantal uitgangspunten genoemd waaraan een speelplek bij ontwerp dient te voldoen: 1. 2. 3. 4.

een centrale, sociaalveilige plek in de buurt, dus geen 'overhoek' woningen moeten gericht zijn op het spelen, sociale controle (belangrijk voor meisjes) speelruimte combineren met een ontmoetingsplek of groen verkeersveiligheid rondom een speelplek

90

bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)

5. speelplekken dienen bruikbaar en toegankelijk zijn voor kinderen met en zonder handicap. In dit bestemmingsplan worden speelvoorzieningen toegestaan onder een algemene gebruiksregel. Via een algemene bouwregel is opgenomen dat een speelvoorziening maximaal 4 meter hoog mag zijn.

3.12

Duurzaamheids- en milieubeleid

3.12.1 Duurzame leefomgeving: algemeen In de nota Eyeline-Skyline (RIS298448) zijn randvoorwaarden opgenomen voor wat betreft duurzaamheid. De volgende passage is ook voor projecten onder de 50 meter van toepassing: BREEAM-NL minimaal 4 sterren (excellent); of GPR Gebouw van minimaal 8 voor de thema's: milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde; voor energie geldt een score van 9; Gasloos bouwen; Voor het thema energie (energieneutraal) is bij voorkeur een 10 gewenst, en de overige thema's behoren minimaal een 8 te scoren. 3.12.2 Duurzaamheidsbeleid De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de energievoorziening, leefomgeving, mobiliteit en het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken. Voor de A12 zone betekent dit dat er op gebouw- en gebiedsniveau maatregelen getroffen moeten worden. Voor de verschillende thema's (energie, groen, water, mobiliteit, circulariteit etc) zijn specifieke beleidsnota's opgesteld. In volgorde van de Nota Duurzaamheid wordt de betekenis van die beleidsnota's voor de A12 zone onderstaand beschreven. Het team Duurzame Leefomgeving (S&P) is beschikbaar voor advies op projectniveau. Het Haags Duurzaamheidsteam toetst in het voorlopig ontwerp of een initiatief aan het vigerende gemeentelijke beleid (eisen) voldoet en adviseert over mogelijke verbeterpunten.

3.12.3 Duurzame energievoorziening Transitievisie warmte (TVW) (RIS313867) De Transitievisie warmte (TVW) van de Gemeente Den Haag is het laatste beleidskader voor de energietransitie in de stad (RIS313867, vastgesteld in januari 2023). De TVW heeft als doel het bereiken van 30% energiebesparing op warmte in 2030 en het overstappen naar schone energie voor de helft van de stad. Het geeft aan de ambities voor warmtebesparing en overstap naar schone energie voor 2030 en de voorkeur voor de warmteoplossing per buurt. Er wordt momenteel gewerkt aan het aanvullen van deze TVW met een bronnenstrategie voor dit jaar (2023) en routekaarten per buurt. De TVW is ook de basis voor de uitvoeringsplannen die vanaf 2023 worden voorbereid op wijkniveau. Regionale energiestrategie (RES) 1.0 In het Klimaatakkoord is afgesproken dat decentrale overheden samen met maatschappelijke partners, netbeheerders, bedrijven en waar mogelijk inwoners een Regionale Energie Strategie (RES) opstellen. De RES dient minimaal betrekking te hebben op grootschalige projecten voor de productie van duurzame elektriciteit (wind en zon op land) en een Regionale Structuur Warmte (RSW) voor de gebouwde omgeving met bijbehorende infrastructuur en opslagsystemen. Nederland heeft de doelstelling om in 2030 de helft minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot zelfs met 95% zijn afgenomen.

Deze nationale doelstelling is vastgelegd in het Klimaatakkoord. In de RES vertaalt de energieregio Rotterdam Den Haag de afspraken uit het Klimaatakkoord in regionale ambities en oplossingsrichtingen. Daarmee draagt de regio bij aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord om de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen op te schalen: in 2030 moeten de 30 regio's op land 35 TWh elektriciteit produceren. De inzet van de regio Rotterdam Den Haag is 2,8 – 3,2 TWh bij te dragen aan de nationale doelstelling. De RES is een strategie voor de regio en brengt

91

bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)

de plannen van decentrale overheden bij elkaar. De RES wordt gebruikt om lokaal beleid en plannen verder uit te werken en in verbinding te brengen met de (inter)nationale opgave. Hoe dat gebeurt bepaalt iedere partij zelf. De RES 1.0 Rotterdam Den Haag is een regionale invulling van de (inter)nationale CO2- en energiedoelen. Het is een tussenstap naar een vrijwel CO2-vrije samenleving met een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen. De RES is het proces om gezamenlijk met alle partijen de energietransitie vorm te geven. Het uiteindelijke doel is niet de RES uitvoeren maar een vrijwel fossielvrije energievoorziening voor iedereen in de regio. Veel in de RES 1.0 komt voort uit of sluit aan bij lokale plannen, zoals voor Den Haag het Stedelijk Energieplan (RIS306869). De RES 1.0 en het Stedelijk Energieplan geven weer inzichten voor de uitwerking van de Transitievisie Warmte. Onderstaande figuur laat de samenhang zien tussen de verschillende documenten, die in het kader van de energietransitie worden ontwikkeld. Het Stedelijk Energieplan staat daarin centraal. Stedelijk Energieplan (SEP) Het Stedelijk Energieplan (RIS306869) geeft richting aan de regierol die Den Haag als gemeente toegewezen heeft gekregen in het landelijk Klimaatakkoord (2019). Het is een ambitiedocument met een langetermijn visie op de Haagse energietransitie.

Het geeft richting aan de middellange termijn, en bevat concrete acties voor de korte termijn. De normen voor Bijna Energieneutraal Gebouwen (BENG) zijn in januari 2021 van kracht geworden. De BENG-methodiek vloeit voort uit de Europese richtlijn EPBD (Energy Performance of Buildings Directive), die is gericht op het verbeteren van de energieprestaties van gebouwen in de Europese Unie. BENG staat dan ook voor: Bijna Energieneutrale Gebouwen. BENG 1 stelt eisen aan de maximaal benodigde hoeveelheid energie voor het verwarmen en koelen van een gebouw. BENG 2 stelt eisen aan de maximale hoeveelheid primair fossiele brandstof die nodig is voor het verwarmen, koelen en ventileren van een gebouw en het bereiden van warmtapwater. De eisen van BENG 3 hebben betrekking op het minimum aandeel van hernieuwbare energie als percentage van het totale energiegebruik. De gemeente heeft de wens om strengere normen vast te stellen in bepaalde gebieden (BENG-norm (RIS307424)). Dit is nog niet opgenomen in nieuw beleid. WarmtelinQ Rijswijk - Leiden WarmtelinQ Rijswijk – Leiden is een voornemen van WarmtelinQ B.V., een onderdeel van de Gasunie. Dit project omvat de aanleg van een ondergrondse warmtetransportleiding en bestaat uit een aanvoer- en retourleiding van circa 20 kilometer tussen Rijswijk en Leiden.

Door de warmtetransportleiding wordt het mogelijk om het bestaande warmtenet in Leiden en nieuwe lokale warmtenetten te voeden met restwarmte uit het Rotterdamse havengebied en eventuele nieuw aan te sluiten lokale bronnen. De leiding maakt deel uit van het regionale warmtetransportsysteem dat een belangrijke rol gaat vervullen in de transitie naar een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening in dit deel van Zuid-Holland. Op 16 mei 2023 hebben Gedeputeerde Staten het voorontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en het strategisch deel van het plan voor de Milieu Effect Rapportage (plan MER) vastgesteld. Daarmee is er een voorkeursalternatief voor het tracé tussen Rijswijk en Leiden dat in de komende tijd verder wordt onderzocht. Op 10 mei 2023 hebben Provinciale Staten een besluit genomen over de Provinciale Coördinatieregeling (PCR) en de aanlandlocatie van WarmtelinQ bij het warmteoverdrachtstation in Leiden.

92

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13646108/1