CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317171 Notulen van de vergadering van 9 november 2023

Gemeenteraad 30 november 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 9 november 202356.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Dan moet je als gemeenteraad ook bepaalde afwegingen maken. Die afweging kan soms anders uitpakken voor een groep inwoners dan ze in eerste instantie gedacht zouden hebben. Sebastian Kruis (PVV). Dat zal allemaal wel, maar als de heer Noorlander zegt, zoals zonet 'we willen sowieso overal betaald parkeren' dan wordt mensen toch een rad voor ogen gedraaid als er een draagvlakonderzoek naar betaald parkeren in de wijk komt? Joren Noorlander (D66). Of dat ons standpunt was in 2017, bij het eerste draagvlakonderzoek, dat weet ik helaas niet. Wel weet ik nu het eigen standpunt, en wij staan volledig achter het invoeren van betaald parkeren. De voorzitter. Laatste keer, meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Dan zou ik er toch hartstochtelijk voor willen pleiten om te stoppen met die draagvlakonderzoeken als het ongeacht de uitkomst toch gewoon gaat zoals D66 wil, wat natuurlijk vaak haaks staat op wat de mensen in de stad willen; dat snapt u. Joren Noorlander (D66). Ik vind het heel jammer dat meneer Kruis draagvlakonderzoeken niet meer zou willen doen. Ik vind het juist wel een heel waardevol instrument, want je kunt dat altijd meenemen in je afwegingen. De voorzitter. Dank u wel, meneer Noorlander. Stilte graag, stilte graag. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. In de commissie gaf ik al aan dat ik eigenlijk een beetje worstelde met dit bestemmingsplan.

Dat komt omdat we eerder natuurlijk al gestemd hebben over een bestemmingsplan en er nu een nieuwe versie ligt waarin eigenlijk maar heel weinig wijzigingen aangebracht zijn. Maar nu ik hier vandaag sta, ben ik toch eigenlijk heel blij dat we het er vandaag over hebben. Dat komt ook zeker door de informatie die we gisteren nog extra ontvangen hebben over de afspraken die gemaakt zijn over de parkeerplekken in het gebouw, zonder dat de raad dat wist. Ik kan me ook aansluiten bij veel van de vragen die door collega's aan de wethouder gesteld zijn. Wat is hier nou de gang van zaken geweest? Hoe kan het zo gelopen zijn dat we een dag van tevoren deze informatie krijgen? Volgens mij zijn daar al veel goede vragen over gesteld, waar ik me dus bij aansluit. In de commissie gaf ik ook aan dat dit bouwplan eigenlijk letterlijk boven op een station staat. Het is heel belangrijk dat deze bewoners ook goed meegenomen worden in de mobiliteitstransitie en dat zij op een goede manier aangemoedigd worden om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Alleen is de bewoners die keuze nu eigenlijk een beetje ontnomen. Als ze geen parkeerplek kunnen 53

krijgen, moeten ze dus die tram in. Eerder gaf de wethouder aan open te staan voor gesprekken met bijvoorbeeld de HTM en de MRDH, om te kijken of er misschien een regeling gemaakt kan worden voor bewoners, zodat zij voor een gereduceerd tarief gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer in de beginperiode dat ze er wonen. Ik wil graag van de wethouder horen hoe hij daar nu tegen aankijkt. Ik kan me ook aansluiten bij de vragen die gesteld zijn door onder andere de SP en de Partij van de Arbeid over de gebruikers van De Kazerne. Zij verdienen echt duidelijkheid, en ook zeker hulp vanuit de gemeente. Als een initiatief zo goed heeft kunnen aarden in de omgeving is het belangrijk dat we dat goed kunnen behouden. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Het bestemmingsplan Levels heeft al een hele lange geschiedenis; velen van u hebben dat terecht aangehaald. Het is ook een heel complex project. Ik ga uw vragen beantwoorden en de moties en amendementen appreciëren. Een aantal moties zullen door collega Kapteijns worden afgedaan, omdat die betrekking hebben op het algehele mobiliteitsbeleid. Dank aan de raad voor de inbreng. Laat ik gelijk met de brief van deze week beginnen. Ik heb u goed gehoord. Er zijn veel opmerkingen gemaakt over het stuk dat u deze week heeft gekregen en de afspraken die er blijken te zijn tussen Vestia, nu Hof Wonen, en Stebru. Laat ik daarover dit zeggen.

Het is informatie die ik eerder had willen hebben, had moeten hebben en had kunnen hebben, en met u had kunnen delen. Dat is niet gebeurd en daar baal ik van. Ik bied daar ook mijn excuses voor aan, want u kunt als raad alleen maar uw werk goed doen als u alle relevante gegevens hebt. Want dat dit relevant was in het debat, is absoluut zo. Met name de SP en de ChristenUnie/SGP hebben regelmatig aandacht gevraagd voor de betaalbaarheid van de parkeerplaatsen en de evenredige verdeling. Omdat die informatie ontbrak in dat debat en ik de informatie ook niet had - dat zeg ik weer in alle eerlijkheid - konden we niet voorzien dat er in die verdeling iets aan de hand was dat we op dat moment niet wisten. Ook het college is namelijk van mening dat er bij projecten sprake moet zijn van een evenredige verdeling van de parkeerplaatsen tussen sociale huur en vrijesectorhuur. Ik heb dat ook een aantal keren onderstreept. Ook het college is bezig met het vormgeven van beleid om ervoor te zorgen dat dat ook voor sociale huurders te betalen is. Sebastian Kruis (PVV). Ik vind het onbestaanbaar dat de wethouder dit ook niet wist, of het ook niet zegt te hebben geweten. Dat kan toch niet? Hoe duidt de wethouder het feit dat dit soort informatie voor hem wordt achtergehouden? Wethouder Balster (PvdA).

Ik heb zojuist aangegeven dat ik het niet had en dat ik het niet wist, en ik bied daar ook mijn excuses voor aan, want ik had het moeten hebben en ook willen hebben. Het heeft nota bene ook in een stuk gestaan waar we over hebben gesproken, een stuk dat van het college afkomstig is geweest. Daar heeft mevrouw Arp ook juiste dingen over gezegd. Dat zat ergens in een bijlage. Daarin heeft dat gestaan. Ik had het dus ook moeten weten. We hadden het moeten weten, ook omdat deze vraag met name aan de orde kwam in de tweede bespreking, dus die van het herziene bestemmingsplan. Sebastian Kruis (PVV). Wat heeft de wethouder dan aan de projectontwikkelaars laten weten in reactie op de ontstane situatie? Wethouder Balster (PvdA). Staat u mij toe om niet te delen wat ik met onze ambtenaren hierover bespreek. Ik ben hier de verantwoordelijk wethouder en ik heb aangegeven hoe ik daarnaar kijk en welke verantwoordelijkheid ik daarin draag. De voorzitter. Meneer Kruis, laatste keer. Sebastian Kruis (PVV). Ik zie geen enkele reden om dit niet te delen, want ze hebben omgekeerd ook iets niet met u gedeeld. Dus waarom zou u daarin dan nu iets van terughoudendheid betrachten? En waarom wordt dit project niet direct de wacht aangezegd? We kunnen toch met dit soort lui geen

54

zakendoen als er gewoon allemaal informatie wordt achtergehouden, zelfs voor de wethouder Wonen? Het werkt twee kanten uit, en zo kunnen we toch niet op een normale manier de stad vormgeven? Wethouder Balster (PvdA). Ik heb gezegd wat ik heb gezegd over de informatievoorziening en over de beschikbaarheid daarvan. Daaraan wil ik toevoegen dat dit ook laat zien, en misschien extra onderstreept, de noodzaak van de aanwezigheid van beleid om te kunnen sturen op zowel de verdeling van de parkeerplaatsen als de betaalbaarheid. Dat beleid moeten we vormgeven. Nu is namelijk gebleken dat er overeenkomsten gesloten kunnen worden tussen partijen waar het college en uw raad op dit moment geen invloed op hebben, terwijl we allemaal vinden dat én er voldoende parkeerplaatsen moeten zijn voor elke doelgroep, én die parkeerplaatsen betaalbaar moeten zijn voor elke doelgroep. Robin Smit (PvdD). Laat ik ermee beginnen dat ik het fijn vind dat de wethouder hier zijn excuses maakt. Maar ik wil toch ook vragen hoe de wethouder dan terugkijkt op het debat dat wij op 20 september hebben gehad. Wethouder Balster (PvdA). We hebben verschillende debatten met elkaar gevoerd, over het eerste bestemmingsplan en over het tweede, in twee termijnen. Daarin is het gegaan over de parkeerverdeling en over de betaalbaarheid van de parkeerplaatsen.

Met de informatie die wij toen met elkaar hadden, was er reden, en dat vind ik nog steeds, om met elkaar vast te stellen dat we de publiekrechtelijke instrumenten niet hebben om te sturen op de betaalbaarheid maar dat daar wel noodzaak toe is. U moet de gesprekken die we toen met elkaar voerden ook in het licht plaatsen van de situatie van toen. Maar een debat was natuurlijk anders verlopen als we deze informatie wel met elkaar hadden gehad. Dat is helder. Robin Smit (PvdD). En hoe koppelt de wethouder dat debat, dat toen heeft plaatsgevonden, dan aan de vernieuwde informatie en de uitspraak van de Raad van State? Hoe koppelt de wethouder dat aan elkaar en aan wat er nu ligt? Wethouder Balster (PvdA). Ik geloof dat u deze vraag zojuist ook gesteld heeft in uw termijn. Die gaat over de onderbouwing van het bestemmingsplan en de onderbouwing van de parkeerbehoefte. Wat we in het bestemmingsplan becijferen, gaat uit van de vraag hoeveel parkeerplaatsen er moeten zijn voor het aantal woningen. In die berekening, en in de kwaliteit van die berekening, wordt geen onderscheid gemaakt tussen sociale huur en vrijesectorhuur. Dat aantal wordt dus gebaseerd op het aantal woningen; het zijn er bijna 570. Die onderbouwing is en blijft hetzelfde. Waar we hier met elkaar over spreken, is wat we in het bestemmingsplan niet kunnen regelen, omdat dat betrekking heeft op de ruimtelijke kant.

Blijkbaar kan dat in een overeenkomst tussen partijen wel geregeld worden. Dat is de verdeling van de parkeerplaatsen tussen de verschillende woningcategorieën. Daar hebben het bestemmingsplan en de onderbouwing van het bestemmingsplan geen invloed op. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter, wat moet de raad met een wethouder die keer op keer zijn excuses staat aan te bieden? De voorzitter. Ik denk dat de vraag aan u is, meneer Balster. Wethouder Balster (PvdA). Dat zijn vragen die u aan uzelf stelt en die u aan de raad stelt. Ik heb zojuist aangegeven wat ik vind van de informatievoorziening van afgelopen week. Ik heb daarmee geprobeerd te reageren op de vragen die verschillende collega's van u daarover hebben gesteld. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag vindt dat in ieder geval heel ingewikkeld. We hebben Dreven, Gaarden en Zichten gehad met u. Vorige maand heb ik u naar de raad laten komen vanwege de voorzitter van de Haagse Tafel Wonen, waarbij u de raad maandenlang niet heeft geïnformeerd over een voorzitterswissel. Daar heeft u voor de tweede maal uw excuses aangeboden en nu hoor ik het weer. Die excuses van u iedere keer nemen dus een beetje in waarde af, zeg maar. 55

Wethouder Balster (PvdA). Het oordeel daarover laat ik aan u, meneer Dubbelaar. Ik vind het ook buitengewoon vervelend dat ik hierover mijn excuses moet aanbieden, maar ik hoop dat u het ook waardeert dat ik reflecteer op hoe zaken zijn gegaan en dat ik daarbij ook een oordeel heb over mijn eigen handelen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik kan het wel waarderen dat de wethouder hier zijn excuses voor maakt. Die zijn ook terecht. Ik ben wel benieuwd hoe dit zo heeft kunnen lopen. In 2020 is dit bestemmingsplan besproken. Toen stond het ergens achter in een bijlage en heeft het hier niet op tafel gelegen, en ook de afgelopen weken niet. Hoe kan dat? En hoe kan het dat het dan ineens net voor de raad wél op tafel komt? Wethouder Balster (PvdA). Om met het laatste te beginnen: ik denk dat dat uw verdienste is. U heeft mij gevraagd om toch, gegeven de situatie dat we het niet via een bestemmingsplan kunnen regelen, te kijken wat we wel kunnen doen om toch nog tot afspraken over verdeling en betaalbaarheid te komen. U heeft ook in de raad nagedacht over voorstellen daarvoor. Dat heeft gemaakt dat het college nog eens even heel goed heeft uitgezocht welke afspraken er nu liggen. Daar ben ik achteraan gegaan en daar is dit uit gebleken. Toen ik dat scherp had, heb ik u daarover zo snel mogelijk geprobeerd te informeren.

Uw eerste vraag was waarom dat niet eerder op deze manier op tafel is gekomen. Ik geloof dat mevrouw Arp daar ook naar vroeg. Daar kan ik, terugkijkend, op dit moment alleen maar naar gissen. We zullen moeten kijken of dat terug te halen is. Feit is, en daar lijkt het ook wel echt op, dat deze situatie, waarin een bestemmingsplan het aantal parkeerplaatsen regelt maar partijen vervolgens tot een afspraak komen die niet recht doet aan de evenredige verdeling van de parkeerplaatsen tussen woningcategorieën, ook een hele uitzonderlijke situatie is, die we niet eerder hebben gezien. Dat zou een reden kunnen zijn. Het komt niet veel voor, waardoor het ook geen onderwerp van discussie en oplettendheid is geweest en we het niet scherp hebben gehad. Maar lerende van deze situatie moeten we daar dus heel goed op gaan letten met elkaar, ook wetende dat er veel gecombineerde projecten zullen zijn met zowel sociale huur als vrijesectorhuur en dit vraagstuk zich dus ook vaker gaat voordoen. De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg, laatste keer. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik vraag me wel af wat er gestuurd is over wat er in 2020 in die bijlage bij het bestemmingsplan stond. Ik haal daar niet per se uit dat er zwart-op-wit een afspraak is gemaakt tussen Stebru en, destijds nog, Vestia.

Heeft de wethouder in zijn zoektocht die afspraak dan wel boven tafel gehaald? Wethouder Balster (PvdA). Ik heb 'm nu niet bij me. Het was ook een vraag van mevrouw Arp om daar inzicht in te krijgen. We weten van het bestaan ervan. Het gaat over een overeenkomst tussen de twee partijen. Ik zal die partijen dan moeten vragen om die overeenkomst beschikbaar te stellen. Dat wil ik doen. Als zij bereid zijn om die overeenkomst beschikbaar te stellen, wil ik die uiteraard ook vertrouwelijk aan u doen toekomen. De voorzitter. Het lijstje van interrumpanten is lang. Meneer Kruis is al geweest, maar volgens mij maar twee keer. U mag dus één keer interrumperen, meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Ik hoorde de wethouder zojuist zeggen tegen mevrouw Klokkenburg dat hij het heel vervelend vond dat hij zijn excuses moest aanbieden aan de raad. Maar dat lijkt me toch niet helemaal het juiste. Wethouder Balster (PvdA). Dan moet ik het iets preciezer formuleren. Er is reden om excuses aan te bieden. Daarom heb ik u gisteren een brief gestuurd en daarom heb ik zojuist gezegd wat ik heb gezegd.

56

De voorzitter. Dan is nu mevrouw Arp. Het nadeel hiervan is dat het lijstje zo lang is dat ik op een gegeven moment niet meer zie wat precies de volgorde was. Lesley Arp (SP). Ik wil terugkomen op het punt van mevrouw Klokkenburg. De wethouder geeft dus aan dat hij nu niet in staat is om, al dan niet vertrouwelijk, de afspraak te delen met de raad. Tegelijkertijd vermoed ik dat de pre-advisering over amendementen en moties zal raken aan het bestaan van deze afspraak. Snapt de wethouder dat ik het toch wel problematisch vind dat hij straks waarschijnlijk gaat zeggen dat hij een aantal moties of amendementen niet kan aannemen, maar wij als raad dus geen inzicht hebben gehad in die afspraak? Wethouder Balster (PvdA). Ik snap de achtergrond van de vraag van mevrouw Arp. Ik wil dit uiteraard zo gauw mogelijk voor u beschikbaar stellen. Maar hoe dan ook is het college niet bevoegd op basis van beleid om afspraken af te dwingen tussen twee private partijen over de verdeling van de parkeerplaatsen. Dat onderstreept wat u al eerder heeft gevraagd en wat ook in de D66-motie uit 2021 staat die zonet door de heer Noorlander is aangehaald: we hebben beleid nodig om te voorkomen dat dit soort afspraken gemaakt kunnen worden.

Voor zover ik nu kan overzien, zijn er geen gelijksoortige afspraken gemaakt en kan ik op dit moment alleen maar gissen wat destijds, in 2018 en 2019, de reden is geweest voor Vestia en Stebru om die afspraak met elkaar te maken. Maar wij kunnen dat hoe dan ook niet voorkomen op dit moment. Daarom werk ik nu ook samen met collega Kapteijns aan beleid, dus in eerste instantie aan onderzoek en daarna aan beleid, om te bezien hoe we dat beter kunnen regelen. Dat zou later in mijn bijdrage komen. Lesley Arp (SP). De wethouder geeft aan dat hij die afspraak zo snel mogelijk, al dan niet op rood, aan ons wil sturen. Tegelijkertijd gaan we vandaag gewoon stemmen. Betekent dit dus dat wij naar het preadvies van de wethouder moeten luisteren en dus aannames moeten doen over die afspraken, en dan pas later het stuk te zien krijgen? Wethouder Balster (PvdA). Ik wil met alle plezier zo kijken of we dat heel snel voor u kunnen doen. Daar is geen enkel bezwaar tegen. Misschien lukt dat ook nog wel zo meteen. Dat wil ik met alle plezier doen. Maar ik heb zonet geprobeerd aan te geven dat we als raad en college via het bestemmingsplan of op een andere manier niet kunnen voorkomen of afdwingen dat partijen een afspraak maken over de verdeling van de parkeerplaatsen.

Maar ik snap wel dat u het bestaan van deze overeenkomst wilt kunnen traceren, om daarop weer uw oordeel over de amendementen of de preadvisering van amendementen te kunnen vormen. De voorzitter. Wat betekent dat dan voor de orde? Maar goed, laat maar zitten. Dat is aan de raad. Lesley Arp (SP). Ik heb nog één laatste vraag, over iets wat de wethouder zonet zei, namelijk dat hij slechts kon gissen naar de reden waarom die afspraak toentertijd gemaakt is. Deze wethouder zit natuurlijk enorm vaak met corporaties om de tafel. Dat zijn zijn belangrijkste partners. Ik vraag me dus wel af of deze wethouder er nog een moreel oordeel over heeft dat Vestia, nu Hof Wonen, deze afspraak maakt en haar huurders uitsluit van parkeerplekken. En wordt dit oordeel ook overgebracht in die vele gesprekken die gevoerd worden met de corporatie? Wethouder Balster (PvdA). Ik vind dit onwenselijk. Ik vind het onwenselijk dat er onderscheid wordt gemaakt in het type woning in dit soort ontwikkelingen. Dat is ook echt een reden en een grote motivatie voor mij en collega Kapteijns om met beleid hierop te komen. Gelukkig lijken er geen andere voorbeelden te zijn. Ik ga dat ook nog nader bekijken. Ik heb daar dus zeker een oordeel over.

Met de uitspraak dat ik ernaar kan gissen, bedoelde ik dat ik me kan voorstellen dat Vestia in die periode - we weten allemaal hoe Vestia erbij stond - in de afweging tussen een substantieel aantal woningen zónder parkeerplaats of minder woningen mét parkeerplaats, gekozen heeft voor meer woningen zonder parkeerplaats. Het project ligt immers bij een station. Maar dat is echt gissen en ik wil dat met alle plezier nagaan. Nogmaals, dat zou niet mijn afweging zijn geweest. Ik zou heel graag zien dat dit evenredig gebeurt. En ook al heb ik geen bevoegdheden om dit te doen, ik wil alsnog de beide partijen wel vragen of er toch niet nog meer mogelijkheden zijn om ook voor sociale huurders 57

parkeerruimte beschikbaar te stellen. Meer dan dat vragen kan ik niet, maar dat wil ik wel indringend doen. Daarover ligt ook een motie voor. De voorzitter. Volgens de volgorde is mevrouw Bos nu eerst. O, u ziet ervan af? Isabel Bos (GroenLinks). Mijn vraag is eigenlijk al beantwoord, maar ik wil het toch even goed en duidelijk horen. Heeft dit nu nog aanleiding gegeven om andere plannen die misschien nog in de pijplijn zitten of waar al over besloten is de afgelopen tijd, tegen het licht te houden? Wethouder Balster (PvdA). Heel veel tijd had ik daar niet voor. Dat zal mevrouw Bos begrijpen. Een eerste, heel snelle scan leverde geen vergelijkbare situaties op gelukkig. Daar ben ik blij mee. Maar ik ga het uiteraard nog wat breder bekijken om dit soort situaties te voorkomen. Rutger de Ridder (VVD). Ik begrijp van de wethouder dat hij het niet wist, maar het wel had kunnen weten. Is dat 'het had kunnen weten' dan omdat de ambtelijke organisatie het wel wist? Wethouder Balster (PvdA). Ik snap deze vraag van de heer De Ridder uiteraard heel goed. Ik heb in de brief gememoreerd aan de bijlagen die bij het vorige bestemmingsplan zaten. Die refereren aan deze afspraak en ook aan de ambitie van Vestia destijds om geen parkeerplaatsen af te nemen. Daarmee had ik het ook moeten weten. Dat is het stuk dat we met elkaar in de eerste behandeling van het bestemmingsplan hebben besproken.

Daar refereer ik in ieder geval aan. Ik vind ook dat ik van een overeenkomst die zulke gevolgen heeft, moet weten. Rutger de Ridder (VVD). Het ingewikkelde voor mij is het volgende. Als de wethouder het ons niet meldt, op zo'n precair moment, of het niet wist, dan denk ik gelijk: wat weet hij dan allemaal nog meer niet wat hij ons wel had moeten melden? Want hoe kunnen wij er dan van uitgaan dat alles wel goed is? Ik vind dat ingewikkeld, ook in het licht van wat meneer Dubbelaar net schetste. Wethouder Balster (PvdA). Dat snap ik. Waar de raad zegt 'u kunt van ons niet verwachten dat wij in bijlage zes op pagina 168 deze zin hebben gezien', vind ik dat ik de verantwoordelijkheid heb om de stukken die naar de raad gaan, waar dit soort zaken in staan, wél van haver tot gort te kennen, en de implicatie van deze afspraak ook te kennen, ook al heb ik geen bevoegdheden en mogelijkheden vanuit het bestemmingsplan om hierop te sturen. Het is relevant en het is relevant gebleken in het debat over de betaalbaarheid en de verdeling van de parkeerplaatsen. De voorzitter. Laatste keer, meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Dan ben ik nog wel benieuwd wat deze wethouder kan doen - kan zeggen, maar vooral kan doen - zodat ook de VVD-fractie ook wel het idee heeft dat de volgende keer dit niet meer voorkomt.

Is dit de laatste keer dat dit gebeurt? Hoe gaan we dat regelen met elkaar? Wethouder Balster (PvdA). Ik snap deze vraag natuurlijk ook heel goed. Fouten kunnen we nooit helemaal voorkomen. Dat is het eerlijke verhaal. Wat we uit deze situatie kunnen leren, en dat trek ik mij zeer aan, is dat we aan de voorkant heldere afspraken moeten maken over het parkeren, dat daar een rol ligt voor het college om dat ook goed te doen en zich daarover te laten informeren, ook al zijn het privaatrechtelijke afspraken, maar ook om te zoeken naar instrumenten om daar zelf op te kunnen sturen en dat ook samen met de raad te kunnen doen. Daar zal ik in gecombineerde projecten, waar dit over gaat, alle aandacht voor hebben, en ik ga mijn collega's vragen datzelfde te doen in hun projecten. De voorzitter. U zet uw betoog voort. Wethouder Balster (PvdA). Ik heb daarmee veel vragen al wel beantwoord. Ik ga dan zo langzamerhand naar de amendementen en de moties die zijn ingediend. Laat ik beginnen bij het amendement Realiseer ook sociale parkeerplaatsen van mevrouw Klokkenburg. Dat vraagt om toe te voegen aan het dictum om in de anterieure overeenkomst eisen te stellen aan de betaalbaarheid van de 58

parkeerplekken voor mensen in de sociale huurwoningen. Ik heb daar net al van aangegeven dat ik dat niet kan regelen via het bestemmingsplan en dat ik ook geen invloed heb op de privaatrechtelijke overeenkomsten. Het bestemmingsplan gaat over de ruimtelijke kaders en ik heb op dit moment geen sturingsmogelijkheden voor de nadere invulling. Maar u heeft met een motie - die probeer ik er gelijk even bij te zoeken - gevraagd om alsnog het gesprek met … Dat was niet u? Mevrouw Klokkenburg wil volgens mij eerst even reageren, zie ik aan haar lichaamstaal. De voorzitter. Misschien al op een eerder punt, ik weet het niet zeker. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Het is een beetje ongemakkelijk dat we van tevoren amendementen en moties met elkaar delen zodat een wethouder zich kan voorbereiden, maar dat het college niet luistert tijdens de inbreng, want ik heb zowel het amendement als de genoemde motie niet ingediend. Wethouder Balster (PvdA). Neemt u mij niet kwalijk. Ik weet hoe tijdig u de amendementen en moties hebt gedeeld. Ik was in de veronderstelling dat deze nog steeds op tafel lag. Maar als dat niet het geval is, ga ik het amendement wegleggen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Het amendement was geschreven naar aanleiding van alle debatten. Dat heb ik ook in mijn inbreng genoemd.

Maar als ik dan last minute een briefje krijg waarin alles staat wat in het amendement staat, dan ga ik het natuurlijk niet indienen. Wethouder Balster (PvdA). Waarvoor heel veel waardering. Voorzitter. Het amendement dat wel is ingediend door mevrouw Klokkenburg is Maak plint Assumburgweg betaalbaar. Ik kijk voor de zekerheid toch nog even haar kant op. Dat is het geval. Het amendement is sympathiek, maar het college moet het ontraden. Dit plan heeft een lange geschiedenis en is ook al twee jaar geleden vergund. Dat maakt dat we niet op deze manier recht kunnen doen aan het amendement. Het is wel zo, en dat heeft u kunnen zien, dat we er heel veel aan gedaan hebben om stevige voorzieningen, meer dan dat we standaard doen, aan te brengen. U weet ook dat we inmiddels - die behoefte is er bij u ook heel sterk - werken aan de oprichting van een Haagse investeringsmaatschappij in 2024, die ook in de toekomst sturingsmogelijkheden heeft om op betaalbare plinten en bedrijfsruimte te gaan sturen. Het college moet dit amendement ontraden. U heeft een motie ingediend over de borging van het deelvervoer. Dat is een begrijpelijke motie. U heeft dat in de commissie ook benadrukt, om ervoor te zorgen dat ook na vijf jaar het deelvervoer is gegarandeerd. Het college kan deze motie omarmen, of 'aan de raad laten' zeggen we tegenwoordig. Joren Noorlander (D66).

In hoeverre wordt dat deelvervoer gekoppeld aan de sociale huurwoningen? Wordt daar misschien iets extra's voor gedaan? Wethouder Balster (PvdA). Dat is een goede vraag van de heer Noorlander. Ik had het eigenlijk ook al even willen zeggen. Het deelvervoer is ook beschikbaar voor de sociale huurders. De omvang van het deelvervoer gaat ook nog een beetje meebewegen met de behoefte van de bewoners zelf. Daar hebben we in de commissie ook even bij stilgestaan. Dat ben ik ook nog even nagegaan na de commissie. Ik zal dus zeker ook in het gesprek dat ik nog ga voeren met Stebru en Hof hier nog extra aandacht voor vragen. Joren Noorlander (D66). Dat vind ik fijn om te horen van de wethouder. Kan, ook in het kader van de motie uit 2021 van D66, het CDA en de ChristenUnie over de betaalbaarheid, daar misschien ook het gesprek over aangegaan worden met de aanbieder van het deelvervoer? Wethouder Balster (PvdA). Dat doe ik graag, al dan niet via de verhurende partij. Ik pak dat graag op. Joren Noorlander (D66). Kan ik als een toezegging van de wethouder noteren dat hij in gesprek gaat met de aanbieder van het deelvervoer over de betaalbaarheid, ook voor de sociale huurwoningen? 59

Wethouder Balster (PvdA). Van mij mag dat. Voorzitter. De motie Communiceer eerlijk over parkeerplekken en kosten kan het college ook aan de raad laten. Dat is heel belangrijk. Dit kan het college omarmen. Ik noemde net al de motie van mevrouw Klokkenburg over het in gesprek gaan met Hof Wonen en Stebru over de verdeling van de parkeerplaatsen, ook in het licht van de sociale huurders. Die kan ik aan de raad laten. Ook niet ingediend? Excuus. Ik kan dit mevrouw Klokkenburg helemaal niet kwalijk nemen, maar het is vlak voor de raad, met vaak ook nog laat ingediende en gewijzigde moties, soms niet helemaal goed te volgen en moeilijk om de administratie goed op orde te houden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Misschien staan we dan weer een beetje quitte, als er ook last minute briefjes naar de raad gestuurd worden. Deze moties lagen vorige week donderdag al bij de wethouder. Als hij last minute briefjes gaat sturen, dan kan hij het me niet kwalijk nemen dat ik moties niet indien. Maar voortaan geldt voor, ik denk, het hele college: wat beter opletten tijdens de inbreng. Misschien is een korte schorsing om het even allemaal op een rijtje te zetten, niet gek. De voorzitter. Daar vragen we ook altijd om, maar dat is dan de inschatting van de portefeuillehouder, ja of nee. Gaat uw gang, wethouder. Wethouder Balster (PvdA).

Ik wilde mevrouw Klokkenburg vooral niet aanspreken, want zij heeft dat keurig gedaan. Het had meer op mijn eigen administratie betrekking. Wellicht is het handig om in de toekomst bij dit soort debatten met veel voorstellen even te schorsen en de administratie op orde te brengen. Ik heb mevrouw Klokkenburg toch echt de motie horen indienen over maatschappelijke en religieuze organisaties. Controlerend kijk ik haar toch weer even aan. Dat is het geval. Het college heeft - dat is ook in het coalitieakkoord vastgelegd - een gemeentelijk contactpersoon aangesteld voor levensbeschouwelijke organisaties. Die kan ook helpen met de zoektocht naar huisvesting. Er wordt voor de kleinschalige maakbedrijven ook geprobeerd om in de Twickelstraat ruimte te vinden, maar dat pand wordt op dit moment nog volledig gebruikt en is niet eerder dan eind 2024 beschikbaar. Maar de oproep die in de motie staat, zoals die ook is verwoord, kan het college omarmen. Het goede nieuws is wellicht - dat is toch het vermelden waard - dat in ieder geval al één religieuze organisatie uit De Kazerne is verhuisd. Daar zijn we natuurlijk blij mee, al heeft het college daarop slechts een inspanningsmogelijkheid, maar dat weet u. Dan ben ik bij het amendement van mevrouw Arp. Dan kom ik toch toe aan de motivatie die ik net richting mevrouw Klokkenburg had willen geven.

U voelt het al aankomen: publiekrechtelijk heeft het college geen instrumenten om via het bestemmingsplan, of überhaupt op basis van gemeentelijk beleid, hierop te sturen. Ik moet het amendement Rechtvaardige toewijzing parkeerplekken dus ontraden. Mevrouw Arp heeft de motie ingediend Kom met beleid voor rechtvaardige toewijzing parkeerplekken. Daar ben ik net al op ingegaan. Dit debat en de situatie die is ontstaan onderstrepen dat we hier vaart mee moeten maken. Ik ga proberen, samen met collega Kapteijns, u eind dit jaar, begin volgend jaar hierover te informeren. Het college kan deze motie aan de raad laten. De motie Behoud werkgelegenheid voor Zuidwest van mevrouw Arp hebben we, denk ik, ook eerder gezien. Ik ken haar betrokkenheid bij het onderwerp. Het college probeert zo veel mogelijk de ondernemers te begeleiden en blijft dat ook doen. We realiseren ons ook dat er weinig passende bedrijfsruimte is. Het is dus een ontzettende puzzel. Het is helaas ook nog zo dat niet alle ondernemers gebruikmaken van de bedrijfscontactfunctionaris. Daar gaan we dus ook nog wat werk van maken. Maar zoals geformuleerd kan het college deze motie aan de raad laten. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik had vanmorgen nog contact met de ondernemers. Vanavond gaat het voorstel het halen. Wanneer moeten die mensen dan weg zijn? Wethouder Balster (PvdA). Ik moet hier even gissen.

Ik geloof dat het zes weken na het begin van de werkzaamheden is en acht weken voor het begin van de … Nou, er is een termijn van acht weken. Ik moet dat even terughalen. Ik probeer u daar zo nog even antwoord op te geven. Maar dat is allemaal 60

contractueel vastgelegd. Dat zijn we ook nog nagegaan na het commissiedebat. Dus dat weten de mensen van De Kazerne. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het staat in de bijlage, hoor ik net. Over acht weken zitten we rond de feestdagen. Het gebeurt toch wel na de feestdagen, mag ik hopen. Wethouder Balster (PvdA). Er is nog geen sprake van een onherroepelijk bestemmingsplan. Het is dus niet acht weken vanaf het vaststellen van het bestemmingsplan. Voorzitter. Er zijn nog twee moties die ik preadviseer. De eerste is de motie van de Partij voor de Dieren, Behoud volwaardige Ecologische verbindingszones. Die is een ondersteuning van het beleid en kan het college dan ook aan de raad laten. De motie van de heer Kruis vraagt om een uitzondering te maken op de parkeernorm uit 2021. Dat zou tegen het huidige beleid van de Nota parkeernormen ingaan. Dat moet het college dus ook ontraden. Tot zover, voorzitter, maar ik zie dat er nog een interruptie is. Hinke de Groot (CDA). Toch een verduidelijkende vraag naar aanleiding van de appreciatie van de motie over ecologische verbindingszones. Interpreteert de wethouder, het college die hetzelfde als in mijn interruptiedebatje met de heer Smit, dat we dan nog wel ruimte en flexibiliteit hebben om bijvoorbeeld zones te compenseren, zodat het niet ten koste gaat van hard nodige bouwprojecten voor betaalbare woningen? Wethouder Balster (PvdA).

Ik heb dat ook de heer Smit horen zeggen en zo interpreteren we het. Zeker binnenstedelijk moet je soms ingewikkelde puzzels leggen. Dat geldt ook voor het project Levels, waarbij we de ecologische verbindingszone enigszins hebben moeten verleggen, overigens wel versterken en ook uitbreiden. Die puzzel hebben we altijd met elkaar te maken. Zo zullen we er dus pragmatisch mee om moeten gaan. Rutger de Ridder (VVD). Ik wil nog even terug naar het moment over die moties die niet waren ingediend. Misschien is het mijn naïviteit, maar maakt het voor de wethouder en zijn appreciatie uit wat wij hier tegen elkaar zeggen als fracties over wat we van moties vinden en wat we van elkaars inbreng vinden? Verandert dat zijn appreciatie of is het allemaal voorgekookt? Wethouder Balster (PvdA). Niet bepaald. Het is ook volgens mij heel goed dat u uw oordeel laat afhangen van de debatten die we hier met elkaar voeren en ook soms in een tweede termijn of in een extra commissie of een volgende ronde, of dat u via schriftelijke vragen aanvullende informatie vraagt als dat nodig is. Daar proberen we dan ook zo goed mogelijk op te reageren. Rutger de Ridder (VVD). Ik zeg het omdat ik het volgende merk. Als je bijna staccato - nou ja, staccato, u probeert het vriendelijk te doen - reageert op allerlei moties die zijn ingediend en dat allemaal hebt voorbereid, dan is dus die mening al gemaakt.

Net zag ik wethouder Kapteijns ook hoofdschudden. Dat moet meneer Kapteijns vooral zelf weten, maar volgens mij is het zo dat als u van tevoren al weet wat u gaat zeggen, er dan aan die mening dus helemaal niets verandert. Dat is toch niet goed? Wethouder Balster (PvdA). Ik probeer en het college probeert uiteraard heel goed te luisteren naar de argumenten die in het debat worden gewisseld. De voorstellen die daar liggen, staan ook op papier. Die krijgen we over het algemeen ook vooraf even te zien. Daar bereiden we ons uiteraard op voor. Als die veranderen of als het debat in de raad daar iets in verandert, dan moeten we daarop anticiperen. Ik deel dit uitgangspunt dus volledig met de heer De Ridder. Robin Smit (PvdD). Ik heb toch nog wel een vraag aan de wethouder. Hoe verhoudt die vernieuwde informatie zich bijvoorbeeld met dat stikstofonderzoek? Wethouder Balster (PvdA). Ik weet niet of ik deze vraag van de heer Smit helemaal begrijp. 61

Robin Smit (PvdD). Ik ga proberen om mijn uiterste best te doen om dat helder uit te leggen. In het stikstofonderzoek dat is gedaan, is uitgegaan van een berekening. In die berekening is ook meegenomen dat de bewoners van de sociale huurwoningen ook autobezitter zijn. Ik vraag me af hoe dat zich verhoudt met het totaal en het eindresultaat. Wethouder Balster (PvdA). De onderzoeken die in het bestemmingsplan betrekking hebben op woningen, zijn gebaseerd op het aantal woningen, ongeacht of dat sociale huurwoningen zijn of vrijesectorwoningen. Dat geldt voor de parkeernormen en dat geldt ook voor andere elementen. Sebastian Kruis (PVV). Ik heb wel het gevoel dat we dit soort debatten achterwege kunnen laten voortaan. Stukken komen of niet of te laat, of de informatie is onvolledig. We zitten dit soort debatten toch gewoon voor Piet Snot te doen? Alle coalitiepartijen gaan, wat er ook gebeurt, toch voorstemmen. Ik hoorde net meneer Noorlander: 500 woningen. Vervolgens wil meneer Smit reflectie. Dan zie je een classic PvdA-wethouder die op zijn allervriendelijkst - dat kan hij als de beste, trouwens, op zo'n moment - alles pareert. Maar er zit geen enkele consequentie aan, wat er ook gebeurt. We krijgen de stukken niet. Het is allemaal te laat. Het is onvolledig. We wijken af van parkeernormen. De voorzitter. Wat is uw vraag? Sebastian Kruis (PVV).

Mijn vraag is waarom we dit soort debatten doen, als toch de uitkomst al vaststaat. Wethouder Balster (PvdA). Dat lijkt me een vraag aan uw raad dan wel aan het presidium. Ik heb geprobeerd zo goed mogelijk antwoord te geven op de vragen die er vanuit de raad zijn gesteld en heb geprobeerd alle moties en amendementen zo goed mogelijk van een advies te voorzien. Sebastian Kruis (PVV). Dan wil ik mijn vraag doorgeleiden naar het presidium. Waarom doen we dit soort debatten? Ik bedoel, dit slaat helemaal nergens op. Het is pure tijdverspilling. Ongeacht wat er gebeurt, lijkt de uitkomst van tevoren al vast te staan. Dan zitten we hier allemaal echt onze tijd te verdoen. Dat vind ik echt heel zonde. De voorzitter. Ik neem aan dat de voorzitter van het presidium dat heeft gehoord. Ik stel me zo voor dat we dit in het eerstvolgende presidium en daarna misschien in het fractievoorzittersoverleg zullen bespreken. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Er waren drie moties ingediend. Ik heb goed opgelet. Ze zijn echt ingediend door Hart voor Den Haag. Die gaan meer over het algemenere parkeerregime in Zuidwest en in Moerwijk. Daarom reageer ik erop. Ik pak de moties Geen betaald parkeren in Moerwijk-Oost en Geen betaald parkeren in Zuidwest even samen. Deze moties moet het college ontraden.

In het coalitieakkoord 2022 is afgesproken dat we stadsbreed betaald parkeren gaan invoeren. Dat is het staande beleid. Kortheidshalve is het antwoord dat de moties hier haaks op staan. Daarom ontraad ik ze. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Maar er is toch een nieuw coalitieakkoord? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, en daarin is dit ondersteund. Dit is dus het staande beleid. We gaan stadsbreed betaald parkeren invoeren, op een aantal wijken na. In Leidschenveen-Ypenburg doen we het bijvoorbeeld niet. In de wijken waar grootschalige gebiedsontwikkelingen plaatsvinden, zoals in Zuidwest, is het extra belangrijk, want we moeten naar sturingsmechanismen op de huidige parkeerdruk en de toekomstige parkeerdruk, om daarmee ook de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de stad te kunnen blijven garanderen.

62

Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik heb hem bij me, toevallig. Mobiliteit, hoofdstuk 11, waar staat het precies? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het staat in het coalitieakkoord 2022, het vorige coalitieakkoord. Daarover is in het huidige coalitieakkoord niet iets anders afgesproken. Daarmee is dat dus het staande beleid. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Meent de wethouder dat nu? Omdat het hier niet in staat, is alles wat in het oude coalitieakkoord staat nog steeds van toepassing? Dat coalitieakkoord 2018, dat was mooi! De voorzitter. Het punt is helder. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, dat is echt zo. In het nieuwe coalitieakkoord zijn op punten andere afspraken gemaakt, andere accenten gelegd en ook heel veel nieuwe dingen toegevoegd, maar het uitgangspunt was de lopende begroting. Daarin is dit allemaal bestendigd. We kunnen niet op alle punten waar we beleid op hebben, nieuwe afspraken maken en dan zeggen dat daar waar we niets over hebben afgesproken, dan geen afspraken voor gelden. Zo werkt dat niet. Dan zouden we een coalitieakkoord moeten schrijven van een aantal ouderwetse telefoonboeken dik. Daar hebben de onderhandelaars destijds niet voor gekozen. Ik ben bij de motie van Hart voor Den Haag Geef bewoners Zuidwest een goedkopere parkeervergunning.

Het is inderdaad zo dat in de toelichting van de bijlage van de Parkeerstrategie 2021 hier een passage over staat opgenomen. Hiervoor geldt alleen ook dat er nieuw beleid is. Daar hadden we het net over. We gaan in de hele stad betaald parkeren invoeren. Daarmee strookt deze passage niet meer met het beleid dat we destijds hadden. Dat geldt voor meer onderdelen van de Parkeerstrategie. Ook het hele stuk over draagvlakonderzoek is eigenlijk achterhaald. We gaan betaald parkeren invoeren. Het draagvlakonderzoek gaat dan dus niet meer over de vraag of we dat gaan doen, maar wellicht wel over de vraag hoe we dat gaan doen. We komen nog met voorstellen voor hoe we dat gaan invoeren. Deze motie moet het college dus ontraden. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Wat zegt de wethouder nu? Dat we niets meer doen met de Parkeerstrategie die door de raad is aangenomen? Klopt dat nu? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, dat heeft u mij niet horen zeggen. Alleen zijn door nieuwe coalitieafspraken specifieke dingen in de Parkeerstrategie niet meer toepasbaar. Die passen niet meer in de nieuwe beleidsuitgangspunten. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het is niet op onderdelen. Het is gewoon op hoofdlijnen. Over een van de hoofdlijnen van het parkeerbeleid - dan refereer ik aan hoofdlijn nummer drie - zegt de wethouder gewoon: daar doen we niks meer mee.

Dat valt toch niet uit te leggen aan de raad? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat valt heel goed uit te leggen. Aanvullende argumenten zijn dat als je het zou doen, het zou leiden tot rechtsongelijkheid. Want waarom zou je in Zuidwest al dan niet korting geven? Het slaat een gat in de begroting, want in de meerjarenbegroting is uitgegaan van reguliere parkeerinkomsten. En een bewonersparkeervergunning kost € 7,50 per maand. Dat is minder dan 25 cent per dag. Om daar een korting op te geven, is uitvoeringstechnisch heel ingewikkeld. Isabel Bos (GroenLinks). Bedankt aan de wethouder voor de beantwoording. Ik had nog gevraagd hoe we voor de bewoners die daar straks komen, het openbaar vervoer zo aantrekkelijk mogelijk maken en ervoor zorgen dat bijvoorbeeld de betaalbaarheid van het openbaar vervoer geen horde zal zijn voor die bewoners in de sociale woningen, die dus straks geen parkeerplek krijgen. Is de wethouder bereid om in gesprek te gaan met de HTM en de MRDH bijvoorbeeld om te kijken of er een regeling getroffen kan worden voor deze bewoners?

63

Wethouder Kapteijns (GroenLinks). U stelt een vraag specifiek over dit project. Daarvoor moet ik echt even verwijzen naar mijn collega Martijn Balster. In zijn algemeenheid staan in het coalitieakkoord een aantal dingen die ervoor gaan zorgen dat het voor iedereen makkelijker wordt om gebruik te maken van het ov, onder andere doordat kinderen gratis gebruik mogen maken van het ov. Zo hebben we een heel goed doordacht ov-beleid, waar betaalbaarheid heel erg belangrijk in is. Over uw specifieke vraag neem ik aan dat dat collega Balster - ik kijk hem even aan - dit punt ook mee kan nemen in de overleggen die hij over dit specifieke project heeft. De voorzitter. Het antwoord daarop is ja, zie ik. Ik zie wethouder Balster knikken. Isabel Bos (GroenLinks). Ik begrijp dat het bij wethouder Balster ligt, maar van hem heb ik net het antwoord niet gehad. Ik zou dus toch graag een mondelinge toezegging willen hebben dat dit meegenomen wordt in gesprekken, zodat dit ook in de notulen opgenomen kan worden. Wethouder Balster (PvdA). Ik neem dat graag mee in gesprekken. Lesley Arp (SP). Het ging een beetje duizelen voor mij in het debat tussen de heer Dubbelaar en de heer Kapteijns.

Ik zou graag willen weten waar expliciet door dit college of het vorige college afstand genomen is van die passage uit 2021 waar de heer Dubbelaar naar verwijst, dat bewoners van Zuidwest die in de nieuwbouw gebruik moeten maken van een ondergrondse parkeergarage, dat voor vijf jaar tegen een gereduceerd tarief kunnen doen. Want het lijkt me wel dat op een gegeven moment afstand is genomen van die belofte. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Deze passage gaat over de bewonersvergunningen, de parkeervergunningen op straat. Zo interpreteer ik het. Over dit project gaat het dan eigenlijk al niet, want hiervoor worden geen straatparkeervergunningen uitgegeven. In zijn algemeenheid heb ik aangegeven dat het niet meer strookt met de beleidswijziging dat we overal in de stad betaald parkeren gaan invoeren. De Parkeerstrategie ging nog uit van onder andere draagvlak. Dat was daar belangrijk bij, maar we zitten sinds een paar jaar met andere kaders. Daar hobbelt de Parkeerstrategie nog een beetje achteraan. Dat het goed zou zien om die te herzien, erken ik, maar daar is het college nog niet aan toegekomen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). In de Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 met RISnummer 308711 staat echt wat anders dan de onzin die de wethouder zojuist staat te verkondigen, hoor. De voorzitter. Hij is het niet met u eens, hoor ik.

U kunt nog één poging doen, wethouder Kapteijns. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik herken me niet in de kwalificatie die de heer Dubbelaar aan mijn beantwoording geeft. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). De wethouder houdt net een verhaal dat er iets anders in de Parkeerstrategie zou staan dan wat er daadwerkelijk in staat. Ik heb geen spreektijd om het nu voor te gaan zitten lezen, maar er staat hier echt wat anders. De heer Sluijs zit naast mij. Hij heeft mee zitten lezen. Lees het, zou ik zeggen: 308711; er staat echt wat anders dan de onzin die de wethouder hier aan de raad staat te verkondigen. De voorzitter. Nou ja, hou op, twee keer 'onzin'. Gaat uw gang, wethouder Kapteijns. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik weet niet precies waar de heer Dubbelaar aan refereert. Wat ik uitleg, en dat is zeker geen onzin, is dat de Parkeerstrategie op onderdelen niet meer actueel is. We hebben in coalitieakkoorden andere afspraken gemaakt. Dat betekent dat een aantal onderdelen, onder andere de hele passage over draagvlak die in de Parkeerstrategie staat, geen actueel beleid meer is. Ik zei net al dat het goed zou zijn als we de Parkeerstrategie daarop aanpassen, maar dat is nog niet gebeurd. Daar hebben we nu even mee te maken. 64

Sebastian Kruis (PVV). Maar zo werkt het dus niet. Die er nu ligt, is dus leidend. Je kan afspreken wat je wilt, maar zolang die niet is aangepast, heb je je gewoon te houden aan je eigen beleid. Dus wat de wethouder nu zegt, slaat nergens op. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat is zoals dingen soms gaan. In coalitieakkoorden worden soms nieuwe dingen afgesproken. Dan duurt het even voordat alle verordeningen en achterliggende beleidsstukken daarop aangepast zijn. Dat doen we natuurlijk als college zo zorgvuldig mogelijk en zo snel mogelijk. Heel veel dingen kunnen in de begroting een plek krijgen. Maar dit is daar niet in meegenomen. Dat betekent dat we op dit soort onderdelen met een toch wat verouderde parkeerstrategie te maken hebben. Sebastian Kruis (PVV). Er is helemaal niets verouderd, want ik heb nog niets nieuws gezien. Zolang er geen nieuw aangenomen parkeerstrategie of parkeernormen gelden, hebben we ons dus gewoon te verhouden tot wat er nu ligt. Wat betreft het antwoord van de wethouder: met alle respect, een kind van vier hoor ik ongeveer als ik nu naar de wethouder luister. Dit klopt gewoon niet. Je hebt je als bestuur gewoon te houden aan het vastgestelde beleid. Dit kan dus ook niet. Je kunt niet opeens zeggen: we hebben iets anders afgesproken, dus gaan we ons daaraan alvast houden. Dan ben je in strijd bezig met je eigen verordeningen.

Het lijkt me ook heel kansrijk voor bewoners als ze daar bijvoorbeeld een rechtszaak tegen aanspannen, want op dit moment geldt toch gewoon ander beleid? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, dat zou misschien gelden voor bijvoorbeeld leges of andere dingen die in belastingverordeningen zijn vastgelegd. Dit is meer een beleidsvoornemen, een beleidsuitgangspunt, zo u wilt, dat achterhaald is, want we hebben in het coalitieakkoord inmiddels andere afspraken gemaakt. Ik snap dat dat lastig is, maar we kunnen niet op het moment dat coalitieakkoorden gesloten worden, alle achterliggende stukken de dag daarna aangepast hebben. Dat is helaas de werkelijkheid waar we mee te maken hebben. De voorzitter. Laatste keer, meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Het is echt niet ons probleem dat die stukken nog niet zijn aangepast. De huidige parkeernormen zijn het staande beleid. Er zit ook geen enkele juridische waarde aan het coalitieakkoord. Misschien wel emotioneel, voor de heer Kapteijns, maar juridisch absoluut niet. Dus dit kan gewoon niet. Ik vind ook eigenlijk dat een voorzitter nu moet ingrijpen en moet zeggen tegen de wethouder: maar zo werkt het niet, meneer Kapteijns, want we hebben ons wel te verhouden tot gemeentebeleid in plaats van dat u wat afspreekt ergens in een achterkamertje met vijf andere partijen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks).

Ik denk niet dat je een coalitieakkoord waar we ook een openbaar debat over hebben gevoerd, dat een eigen, zeer gedegen proces heeft gekend, af kunt doen als 'afspraken gemaakt in een achterkamertje'. Dat vind ik, zeg ik namens het college, een wat bijzondere voorstelling van zaken. Deze passage in de Parkeerstrategie is een beleidsvoornemen, wat ik zei. Ik denk dat het juridisch - als u dat pad op wilt, wil ik daar best iets over zeggen - heel ingewikkeld is om daar consequenties aan te verbinden. Wat het college betreft, zijn die er niet. Ik wil nogmaals benadrukken dat het natuurlijk goed en belangrijk is dat alle achterliggende stukken actueel zijn met het huidige beleid. Dat is op dit moment helaas met de Parkeerstrategie nog niet het geval, maar deze verse wethouder gaat hiermee aan de slag. Ik moet even kijken wat daar een redelijke termijn voor is, maar reken maar dat er een nieuwe parkeerstrategie uw kant op komt. Rutger de Ridder (VVD). Ik geloof mijn oren niet, maar ik ga het dan ook nog een keer proberen. Een coalitieakkoord bespreken we in deze raad, maar daar besluiten we niet over. We stemmen daar niet over. Het is geen voorstel. Het is een document waar we over praten. Een parkeerstrategie, een parkeernota, dat zijn voorstellen waar we over stemmen. Daarmee is het beleid. Dat beleid dienen we ergens in. De Raad van State vindt daar ook wat van.

Daarom hebben we dit debat. Dan is het toch ook logisch dat je je houdt aan je nota's, je verordeningen en je strategieën en niet aan een

65

coalitieakkoord? Wij maken hier toch het beleid, niet u? U stelt iets voor als college. Wij stellen het vast. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik kan een heel eind meegaan, namens het college, met deze redeneerlijn, ware het niet dat een coalitieakkoord wel een politieke afspraak is die berust op door een meerderheid van de gemeenteraad gemaakte afspraken. Dat is waar dit college ook mee van doen heeft. Rutger de Ridder (VVD). Ik vraag of deze wethouder en het college ook aanwezig waren bij de debatten over het Amare-rapport, waarin we het hebben gehad met elkaar over politieke afspraken die landen in coalitieakkoorden, die daarna uiteindelijk of wel of niet of deels in gemeentelijk beleid komen. Dit is toch niet de manier hoe wij hier in de raad met elkaar vergaderen en besluiten? We besluiten toch op basis van raadsvoorstellen waar de raad over stemt? Dat is toch hoe het werkt? Het is toch niet zo dat een coalitieakkoord wet is? Als dat zo zou zijn, dan zouden we al die debatten hier niet hoeven voeren, met aangepaste nota's. Dan kunnen we met zijn allen naar huis, als dat zo zou zijn. Maar volgens mij is dat niet zo. Nogmaals een reactie van de wethouder, alstublieft. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Zoals u weet was het voltallige college aanwezig bij de debatten over Amare en zitten we daar middenin. De tweede termijn moet nog plaatsvinden.

Ik kan me grotendeels vinden in wat u zegt, maar om daarop vooruit te lopen in deze casus, lijkt me niet verstandig. De voorzitter. Laatste keer, meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Godzijdank dat het de laatste keer is, voorzitter, want ik kom er toch echt niet doorheen. Ik begrijp gewoon niet dat dit college dat vindt. Want dit is niet de enige wethouder; de rest van het college, want het college spreekt met één mond, vindt dit dus klaarblijkelijk ook. Alle acht leden en alle zes partijen die er onderdeel van uitmaken, vinden dus klaarblijkelijk dat beleid hier niet in de raad hoeft te worden vastgesteld. Nou, dan zijn we klaar. Dan gaan we met zijn allen naar huis. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het college herkent zich op zijn beurt dan weer niet in het heel grote principiële punt dat hier gemaakt wordt. Dit is zoals dingen gaan. De motie gaat zo meteen in stemming komen. Dan vindt toch gewoon het democratisch proces plaats? Dan is het aan uw raad om daar een besluit over te nemen. Joren Noorlander (D66). Ik wil hier toch wel de sprekers hiervoor uit de raad bijvallen. Als er een verordening is vastgesteld, is dat gewoon de regelgeving. Hoe graag ik ook het coalitieakkoord zo snel mogelijk uitgevoerd zou willen hebben, zal er eerst een voorstel vanuit het college moeten komen dat door de raad geaccordeerd wordt voordat dat de regelgeving is.

Ik snap heel goed dat het college soms misschien wil voorsorteren om tijd te winnen. Dat snap ik. Maar u kunt er niet van uitgaan, omdat de raad er eerst over moet beslissen. Dat wil ik vanuit hier gezegd hebben. De voorzitter. Meneer Kruis, u bent al meerdere keren geweest. Ik kan me niet voorstellen dat u zo veel creativiteit heeft dat u nog een heel nieuw punt heeft. Dat heeft u? Eens kijken. Sebastian Kruis (PVV). Ik wil eigenlijk eerst even mijn emoties op tafel leggen, want ik ben echt geroerd door de woorden van de heer Noorlander. Na al die jaren eindelijk een kritische noot, heel veel dank. Maar ik denk dat de wethouder gewoon moet worden uitgelegd hoe het werkt. Misschien moeten we even schorsen, zodat een jurist kan uitleggen aan de wethouder hoe het precies werkt, want zo kunnen we ons werk niet doen. Het is een totaal ongelijk speelveld als de wethouder denkt dat hij zijn eigen regels kan bepalen. De voorzitter. De wethouder wil hier niet meer op reageren. Dan kijk ik even de kring rond. Heeft u allen behoefte aan een tweede termijn? Meneer Dubbelaar heeft een punt van orde.

66

Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik wil voorstellen om even te schorsen, zodat ik even met mijn fractie kan overleggen of en hoe wij een tweede termijn in willen. De voorzitter. Hoe laat is het eten er? Om zes uur is het eten er. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Volgens mij is ook door wethouder Balster gezegd dat hij ging kijken of we nog voor de stemming die afspraak konden inzien. Ik denk dat het handig is om sowieso uit te gaan van een tweede termijn, andere onderwerpen voor te laten gaan en wanneer dat stuk er al dan niet is, de tweede termijn te voeren. De voorzitter. Dat klinkt heel praktisch. Kunt u al iets aangeven, wethouder Balster? Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter, we zijn aan het bellen op dit moment. Ik kan, denk ik, na de schorsing zo meteen voor het eten aangeven of we het stuk dat mevrouw Arp wil, voor de stemmingen kunnen hebben. De voorzitter. Dan stel ik in ieder geval voor om even te schorsen. Kunnen we dat dan rekken tot het eten? We kunnen met andere voorstellen doorgaan? Dan stel ik in ieder geval het volgende voor. We gaan niet beginnen met de tweede termijn dan nadat wij weten wat de heer Balster ons kan mededelen. Ik kijk ook even naar mevrouw Arp. Dan kunnen we wat mij betreft nu doorgaan met een volgend agendapunt, tot zes uur. Of wilt u nu meteen schorsen? Ik kijk even de kring rond. Gewoon doorgaan? Oké, dus we gaan dan nu niet schorsen.

We schorsen waarschijnlijk rond zes uur. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik heb een moment nodig om even met mijn fractie te overleggen. Dat kan ik niet doen als hier het debat doorgaat, al is het op een ander onderwerp. De voorzitter. Dan is het helder. Dan gaan we gewoon schorsen. Dan schorsen we meteen tot het eten voorbij is, tot kwart voor zeven. Kwart voor zeven hernemen we de vergadering. Het is niet anders. Akkoord? Meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Ja, akkoord van de heer Kruis. Maar ik wil niet alleen de afspraak inzien van de heer Balster, maar ook dat in de tussentijd de heer Kapteijns het juridisch kader uitgelegd krijgt van hoe het hier werkt, wat nou precies staand beleid is en hoe je daarvan af kan wijken of niet. Ik ben even het staatsrechtelijk geweten van deze raad. De voorzitter. Wethouder Kapteijns heeft u goed gehoord. De vergadering wordt van 17.35 uur tot 18.52 uur geschorst. De voorzitter. Ik kijk even hoe we nu verdergaan. Ik kijk eerst even naar het college. Wethouder Balster, kunt u aangeven of de informatie komt en, zo ja, wanneer? Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Het door mevrouw Arp gevraagde stuk is onderweg. Er wordt een laatste hand aan gelegd, maar zal op heel korte termijn bij u landen. De voorzitter. We hebben voor de schorsing afgesproken dat we pas beginnen met de tweede termijn als de informatie er is.

Ik zou dat in ieder geval willen doen. Dus we gaan niet nu beginnen met de tweede termijn - als u die wenst, dat is aan u. Ik zou willen voorstellen om te beginnen met agendapunt K, L en M. Maar meneer Kruis heeft een briljanter voorstel. Sebastian Kruis (PVV). Zo kunnen we toch oprecht niet goed ons werk doen, als we er steeds agendapunten dan maar tussen gaan proppen? We krijgen die informatie ergens gaandeweg deze avond. Dan moet je die nog kunnen bestuderen. Daar is mevrouw Arp altijd erg bedreven in. Maar eigenlijk sta je soms met je rug tegen de muur en moet je die stukken allemaal gaan lezen. Dit heeft 67

niks met controle te maken. Dit heeft met stukken door de raad heen rommelen te maken. Zo zouden we het niet moeten doen, leren ons ook de conclusies van bijvoorbeeld de Amare-commissie. De voorzitter. Maar meneer Kruis, het is ook iets van de tijd dat we nu onze vergadertijd nuttig gebruiken en rustig voortgaan. Dat betekent - dat punt vind ik volkomen terecht - dat op het moment dat de informatie er is en u behoefte heeft om in alle rust daarnaar te kijken en dan niet bij de vergadering kunt zijn, we de vergadering schorsen. Dan geef ik daar gewoon gelegenheid voor. Bovendien wilt u misschien ook in de fractie bijeenkomen daarover. Dan doen we dus niks. U bent gewoon in de lead, punt. Mevrouw Bos, u had een interruptie, of ook misschien een voorstel. Isabel Bos (GroenLinks). Ik had eigenlijk hetzelfde voorstel. Dus bij dezen steun voor het voorstel voor een leespauze als we het stuk ontvangen, voor de fracties die met minder mankracht zitten. De voorzitter. Ja, een leespauze en misschien ook fractieoverleg. Dat is voor de heer Kruis natuurlijk wat eenvoudiger dan voor andere fracties. De beraadslaging wordt geschorst. Voorzitter: de heer Sluijs.

Aan de orde is: K.

Voorstel van het college inzake de Erfgoedverordening Den Haag 2024 (RIS316728).

L. Voorstel van het college inzake Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag 2024 (RIS316665). M. Voorstel van het college inzake Benoeming leden Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag 2024 (RIS316666). De voorzitter. Deze drie voorstellen worden gezamenlijk behandeld. De beraadslaging wordt geopend. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. We moeten bouwen aan een mooie stad. Dat doen we door zuinig te zijn op onze historie en karakteristieke gebouwen en deze een plek te geven in onze straten, omdat ze bij Den Haag horen. Recent zijn er meerdere keren discussies geweest om beeldbepalende gebouwen te behouden. Neem bijvoorbeeld het KNRM-reddingshuisje op de Visafslag, dat kenmerkend was voor Scheveningen. Helaas konden we als raad weinig doen, want het collegebesluit was al genomen. Vandaag heb ik daarom een amendement op de Erfgoedverordening om het voortaan beter te doen, zodat de raad voortaan wel in staat is om zijn rol als hoogste orgaan van de gemeente te vervullen. De titel is Raad niet buiten spel bij historische en beeldbepalende gebouwen Den Haag. Deze is mede ingediend door de SP, Partij voor de Dieren, VVD, HSP, ChristenUnie/SGP en Hart voor Den Haag.

Dit amendement regelt dat het college de raad eerst informeert over zijn voornemen om iets aan te wijzen als monument, maar ook over aanvragen van andere partijen om gebouwen als monument te beschermen of als het college de aanwijzing van monumenten weer wil intrekken. We houden dan als raad tenminste wel grip op de bescherming van onze historie en karakteristieke gebouwen in Den Haag. Dan de verduurzaming. Veel schoolgebouwen worden niet verduurzaamd en geïsoleerd vanwege belemmerende regels voor bescherming van monumenten. Isabel Bos (GroenLinks). Interessant amendement van collega De Groot. Ik begrijp ook het voorbeeld van het reddingshuisje. Maar ik hoor daarin eigenlijk vooral dat het een probleem is als we niet op de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13521851/3