RIS317026 Bijlage 11 Zienswijzen 1-16
Tekst van het document
De doelgroep is afhankelijk van de andere functies die in het gebouw hun plek krijgen. De locatie is uitermate geschikt voor starters en young professionals die dichtbij openbaar vervoer en de uitvalswegen willen wonen. Vanwege de grootte van het gebouw is het ook mogelijk om differentiatie in woningtypen aan te brengen. 5. Op 15 februari 2016 bekrachtigt het college van B & W van Den Haag in een brief met als onderwerp SZW-pand Anna van Hannoverstraat aan de minister voor Wonen en Rijksdienst "de afspraken die er ook toe moeten leiden dat de ontwikkeling van dit gebouw, de hoogwaardige ontwikkeling van het SZW-pand als aantrekkelijke woon- en werklocatie, bijdraagt aan de kwaliteit van de ontwikkeling van het gehele gebied, het Central Innovation District." 6. Herontwikkeling van het gebouw conform de vermelde nota van uitgangspunten is op 18 februari 2016 tussen de gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf overeengekomen en als voorwaarde in de verkooptender vermeld. Dit is door het Rijksvastgoedbedrijf in het concept en in de definitieve leveringsakte vastgelegd in de vorm van een Derdenbeding (art. 17).
Hieruit blijkt dat het voor alle gegadigden, de verwerver en diens rechtsopvolgers, duidelijk is dat transformatie binnen de kaders van de Nota van Uitgangspunten bepalend is voor de waarde, de hoogte van het bod en de gebruiksmogelijkheden. 7. Onderdeel van de verkoop is een onherroepelijk derdenbeding, als bedoeld in artikel 6:253 en verder van het Burgerlijk Wetboek en als zodanig opgenomen in de leveringsakte. Daarin staat dat bij de herontwikkeling van het complex waarvan het Verkochte onderdeel is, de uitgangspunten van de Nota van Uitgangspunten Station Laan van NOI, RIS 282919 ("NvU"), van toepassing zijn. Dat betekent dat alle respectievelijke eigenaren van het gebouw aan deze eis gebonden zijn. 8. Op 28 oktober 2016 deelde de wethouder van Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur schriftelijk de commissie Ruimte mee (RIS295348) dat de plannen van Litoro niet voldoen aan de afspraken die zijn opgenomen in het derdenbeding en dit schriftelijk aan Litoro heeft medegedeeld in de volgende bewoordingen: "De gemeente heeft verschillende gesprekken gevoerd met Litoro, kennis kunnen nemen van de schetsmatige verkenningen en hun plannen in het kader van het derdenbeding beoordeeld. De gemeente heeft hieruit geconcludeerd dat de plannen niet voldoen aan de afspraken die zijn opgenomen in het derdenbeding en heeft dit schriftelijk aan Litoro medegedeeld.
Inmiddels is de termijn waarbinnen Litoro een beroep kon doen op een ontbindende voorwaarde verstreken. Daarmee is het verkoopcontract definitief. Litoro en een derde partner, Meijer Realty Partners (MRP) zijn in vergevorderde onderhandeling over de samenwerking bij herontwikkeling van het pand onder de geldende voorwaarden. MRP kent de geldende voorwaarden ten aanzien van de NvU en de verhuur van woningen aan statushouders en zal zich bij herontwikkeling hieraan committeren." Hieruit blijkt dat het derdenbeding cruciaal was bij het bepalen van de hoogte van het bod. Vergelijk nu de betaalde koopsom eens met het bouwvolume dat het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt! 9. Daarom is het van belang dat reeds in de procedureomschrijving marktinitiatief SZW-pand voor definitieve gunning is bepaald dat één of meer taxateurs de bieding marktconform moeten bevinden: "Indien andere overheden dit object niet wensen te verwerven en door andere partijen wordt geen of geen aantrekkelijke bieding gedaan, dan aanvaardt het Rijksvastgoedbedrijf de bieding van de initiatiefnemer. Mits de bieding na toetsing door (een) taxateur(s) marktconform bevonden is en de Bibob-procedure een positief resultaat heeft." 10. De Dienst Stedelijke Ontwikkeling verklaarde op 26 april 2017 dat de gemeente niet voornemens is, om het Derdenbeding buiten toepassing te laten. 11.
In strijd hiermee beslist de huidige eigenaar om ten behoeve van nieuwbouw van woontorens en een bovengrondse parkeergarage, die meerdere verdiepingen boven het maaiveld op zal rijzen, het bestaande gebouw te gaan slopen, wat qua aanbestedingsrecht en privaatrecht niet is toegestaan. Niet alleen omdat het derdenbeding geschonden wordt maar ook omdat dan na de aanbesteding/verkoop de spelregels van de tender gewijzigd worden waardoor gegadigden die zich bij het bepalen van de hoogte van hun bod wel aan de voorwaarden van de tender gehouden hebben onrechtmatig benadeeld worden. 12. Met het opstellen van het onderhavige Ontwerpbestemmingsplan schept het college, in afwijking van de oorspronkelijke uitgangspunten en uitspraken, een kader voor sloop van dit voorbeeld van cultureel erfgoed. Dit is strijdig met het derdenbeding, met de aanbestedingsvoorwaarden en bovendien in strijd met de gelijkheidsbeginselen die de Hoge Raad met het Didam-arrest nationaal op de agenda plaatste. Het laatste is middels een uitspraak van de voorzieningenrechter (Nieuwegein o Shell) nader geduid door te stellen dat de gelijkheidsbeginselen altijd gelden en dat een overeenkomst met terugwerkende kracht ontbonden kan worden.
Wij zijn van mening dat, indien sloop voor nieuwbouw wordt toegestaan en daarmee de nota van uitgangspunten buiten werking gesteld wordt, deze koopovereenkomst dus ontbonden moet worden.
13. Dit bestemmingsplan is niet het resultaat is van een zorgvuldig ontwerpproces door de gemeente, maar is slechts de letterlijke vertaling van een bouwplan dat door de huidige eigenaar van het voormalige ministeriegebouw, niet zijnde de oorspronkelijke koper en partij waarmee met de gemeente is overlegd en overeen gekomen. Dat betekent dat met de ontbinding van de koopovereenkomst ook de inhoudelijke basis onder dit ontwerpbestemmingsplan wegvalt. 14. Voor meer woonruimte, bedrijfsruimte en andere ruimte waar behoefte aan is hoeft dit iconische gebouw niet gesloopt te worden. Nu biedt het gebouw al passende huisvesting aan een interessante groep bewoners en ondernemers en zelfs aan de Horeca Academie. En wellicht straks onderdak aan vluchtelingen uit Oekraïne. Het flexibele gebouw kan aangepast en uitgebreid worden. Dat is beter voor het milieu. Het bestaande terrein is ruim genoeg voor extra bouwvolume. De extra woonruimte waar zo'n behoefte aan is is dan veel sneller, duurzamer en goedkoper beschikbaar. Met deze moderne manier van werken (en denken) is al ervaring opgedaan, bij voorbeeld door Lacaton en Vassal, die in 2021 de Pritzker Prijs wonnen. Herontwerp van de eerste twee bouwlagen, het maken van publieke straatgevels zijn daarin klein bier vergeleken bij de minder duurzame sloop- en nieuwbouwaanpak. CONCLUSIE, ZIENSWIJZEN 1.
Doordat de huidige eigenaar van het gebouw handelt in strijd met het derdenbeding dient de koopovereenkomst te worden ontbonden. Daarmee ontvalt aan het ontwerpbestemmingsplan de basis, die immers niets anders is dan het vertalen van een door derden ontworpen bouwplan waar dit stadsbestuur zich faciliterend opstelt in plaats van dat zij voor haar burgers kaders stelt en aanhoudt. 2. Voor het behouden en aanpassen van het bestaande voormalige ministeriegebouw is het ontwerp bestemmingsplan veel te ruim van opzet. De 'goede ruimtelijke ordening' is daarmee onbewezen. 3. Gebleken is dat de gemeente Den Haag niet in staat en bij machte is om bouwplannen van derden behoorlijk te begeleiden. Dit leidt tot onaanvaardbare overschrijdingen van kosten en termijnen die zowel ontwikkelaars als woningzoekenden schaden en ten koste gaan van de bestedingsruimte van het bestuur. Dit moge o.a. blijken uit * het Legoland-project in Scheveningen, waarbij het draagvermogen van de boulevard-vloer niet voldoet aan de eisen die contractueel met de ontwikkelaar zijn overeengekomen, * aan een hotel aan de Strandweg in Scheveningen, waar de contractueel overeengekomen parkeergarage ontbreekt, * aan project Spui/Schedeldoekshaven waar toren C niet tot stand zal komen en het stadsbalkon voorlopig niet voltooid zal worden binnen de gemaakte afspraken en contracten.
* aan het project voor een tweetal woontorens op een fietsenstalling op het KJ Plein waar ontwikkelaar en aannemer zich hebben gedistantieerd van de eerder met de gemeente contractueel overeengekomen wijze van bouwen, tijdschema en woningdifferentiatie. Daarnaast blijkt de gemeente regelmatig geen zekerheid te kunnen bieden dat een voorgenomen en overeengekomen bouwplan daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Gezien de plannen zoals die door dit college worden voorbereid in Zuid West, Binckhorst en elders vragen we ons ook af in hoeverre deze locatie voldoende onderscheidende toevoeging zal zijn aan het mozaïek van de stad, de omliggende buurten en de onderscheiden Schenkstrook. Gezien de stijgende rente, de stijgende bouwkosten en de dalende waarde van bestaande woningen is de kans niet denkbeeldig dat na de sloop van het SoZa-gebouw de initiatiefnemer stopt met de uitvoering van zijn plannen nadat de gemeente aansprakelijk is gesteld voor gederfde inkomsten en gemaakte kosten.”
Zienswijze 7 Ra 10520676 Gemeente Leidschendam Voorburg “Op 16 maart jongstleden heeft u het ontwerpbestemmingsplan en het milieueffectrapport voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4, het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ter inzage gelegd. Het college van Leidschendam-Voorburg maakt van de gelegenheid gebruik om onderstaande zienswijze mee te geven op de ter inzage gelegde documenten. Daarbij is het voor het college belangrijk dat er aandacht is voor: - integrale planontwikkeling; - mobiliteitsstrategie en parkeren; - druk op (bestaande) voorzieningen; - communicatie en participatie van betrokken stakeholders; - goede samenwerking tussen Den Haag en Leidschendam-Voorburg. Integraliteit planontwikkeling Het college steunt uw ambities en doelstellingen voor het Central Innovation District en, ingezoomd op het gebied rondom station Laan van NOI, voor de versterking van de ICT-Security Campus en het knooppunt station Laan van NOI. De transformatie van dit gebied zal een impuls geven aan Den Haag, maar ook aan Leidschendam-Voorburg en de regio. Tegelijkertijd zullen de ruimtelijke ontwikkelingen rondom station Laan van NOI ook impact hebben op de omliggende wijken en dus ook op de bewoners van onze gemeente, met name in Voorburg-Noord. In het gebied rondom station Laan van NOI staat meer te gebeuren dan alleen de herontwikkeling van ‘SoZa’.
Er is een start gemaakt met de MIRT-verkenning Infrastructuur en Knooppunten Oude Lijn, waar station Laan van NOI onderdeel van uitmaakt, en er wordt gewerkt aan plannen voor het toevoegen van een substantieel programma op de Van Alphenstraat (Haagse zijde). Daarnaast wordt gewerkt aan plannen voor de herontwikkeling van de locatie van het TinQ-tankstation en zal de Verlengde Velostrada in het gebied worden gerealiseerd. Tot slot wordt er gezocht naar een geschikte locatie voor een tramkeervoorziening in het gebied. Hier zit direct ook onze zorg. De ruimtelijke procedure voor de Anna van Hannoverstraat gaat over één deelproject in het totale ‘projectgebied’. Het is zeer wenselijk de herontwikkeling van SoZa en de herinrichting/vergroening van de openbare ruimte rondom het gebouw ook te bezien vanuit een integrale visie op het gebied. Dit hebben wij u ook meegegeven in ons advies en onze zienswijzen op onder meer de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de Anna van Hannoverstraat 4 en het m.e.r. voor het Central Innovation District.
Hoewel er een start gemaakt leek te worden met de ontwikkelvisie voor het gebied rondom station Laan van NOI grofweg van de Koningin Wilhelminalaan/Prinses Beatrixlaan tot en met de TinQ-locatie en van de Schenkkade tot en met de groenstrook langs de Van Alphenstraat - staat deze alweer geruime tijd on hold, vanwege capaciteitsproblemen bij de gemeente Den Haag. Ons college maakt dan ook graag van de gelegenheid gebruik om u te verzoeken zich in te spannen dit traject zo spoedig mogelijk opnieuw op te starten. Niet alleen om de plannen voor SoZa en de openbare ruimte vanuit een overkoepelend beeld te bezien, maar ook omdat de MIRT-verkenning voor de Oude Lijn wel doorloopt. De kans bestaat dat binnen deze verkenning keuzes worden gemaakt die (zeer) bepalend zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Kortom, het is wat ons betreft niet gewenst om nu en in de toekomst individuele ontwikkelingen in het gebied ‘los’ te toetsen. Wij benadrukken, nogmaals, de noodzaak om ook waakzaam te zijn op een mogelijke cumulatie van (negatieve) effecten in het gebied en de uitstraling ervan op het omliggende gebied. Het is niet ondenkbaar dat de herontwikkeling van SoZa toekomstige ontwikkelingen in het gebied beperkt of (nadelig) beïnvloedt. Mobiliteitsstrategie en parkeren De plannen voor de Anna van Hannoverstraat omvatten ca.
120.000 m2 aan programma, waaronder 1.000 à 1.200 woningen. In de toekomst worden daar mogelijk nog tienduizenden vierkante meters aan programma in het gebied rondom station Laan van NOI aan toegevoegd. Voor onze gemeente geldt dat de bereikbaarheid van de gemeente en de parkeermogelijkheden in met name de wijken Voorburg-Noord en Bovenveen onder druk kunnen komen te staan. Dit vraagt wat het college betreft om een overkoepelende mobiliteitsstrategie voor het gebied. Hierin zouden het faciliteren van de voetganger en de fietser, het stimuleren van deelmobiliteit en een visie op het gebruik van de auto in het gebied rondom het station een plek moeten krijgen.
Voorzieningen In het verlengde van de aandacht die wij vragen voor de integraliteit van de planvorming en de waakzaamheid voor de cumulatie van (nadelige effecten van) bouwplannen, hecht ons college eraan ook aandacht te vragen voor het in kaart brengen en monitoren van de druk op de bestaande voorzieningen in het gebied. Ook aan de Voorburgse zijde. Het gaat dan bijvoorbeeld om de druk op basisscholen, zorgfuncties en sociaal maatschappelijke voorzieningen. Communicatie en participatie De gemeente Den Haag heeft bewoners van Voorburg(-Noord) geïnformeerd over de voortgang van de plannen met betrekking tot de Anna van Hannoverstraat 4. Ook maakte een aantal bewoners van Voorburg onderdeel uit van de Klankbordgroep die door ontwikkelaar VORM is samengesteld. Communicatie en participatie blijft echter een belangrijk aandachtspunt voor het vervolg van het proces, met name als we kijken naar het grotere geheel; de planontwikkeling voor het grotere gebied. Samenwerking De gemeente Leidschendam-Voorburg werkt op dit moment constructief samen met de gemeente Den Haag aan de verschillende plannen rondom station Laan van NOI en de versterking van het knooppunt zelf. We vertrouwen erop dat het proces van de ontwikkelvisie spoedig hervat zal worden en blijven graag de afstemming opzoeken over thema's als het voorzieningenniveau, mobiliteit, vergroening, participatie en klimaatadaptatie.
We wensen u veel succes met het vervolg van de herontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat 4 en vertrouwen op een vruchtbare samenwerking. Vragen? Heeft u naar aanleiding van deze brief nog vragen? Dan vernemen wij dit graag.”
Zienswijze 8 Ra 10522427 Stichting Wijkberaad Bezuidenhout “Inleiding 1. Stichting Wijkberaad Bezuidenhout maakt, met dank aan de werkgroep Leeft voor hun inbreng, gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen het Ontwerpbestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 met milieu-effectenrapportage en bijbehorende bijlagen (kenmerk: GMB 2023 nr 111310, aangehecht als bijlage 1). Het ontwerpbestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 voorziet in een juridisch planologisch kader waarmee de realisatie van een programma van maximaal 135.000 m2 bvo, bestaande uit een mix van functies, waaronder wonen (1.000 tot 1.200 woningen), kantoren, detailhandel, horeca en voorzieningen, stallingsruimten voor fietsen en parkeren van (deel- ) auto's, wordt mogelijk gemaakt. Belanghebbende 2. De Stichting Wijkberaad Bezuidenhout (hierna: het Wijkberaad) rekent blijkens haar statuten primair het Bezuidenhout tot haar werkgebied en heeft tot doel: "De verbetering van het woon- en leefmilieu stimuleren en de belangenbehartiging van de bewoners of groepen van bewoners bevorderen door zelfwerkzaamheid van de bewoners." 3. Het Wijkberaad heeft aldus - kort gezegd - tot doel de instandhouding van een goed woon- en leefklimaat in de wijk Bezuidenhout. Ter realisatie van deze doelstelling vervult het Wijkberaad verschillende feitelijke werkzaamheden.
Zo verschaft het Wijkberaad onder andere inzicht in en informatie over (verbetering) van het woon- en leefmilieu in de wijk. Daarnaast bevordert het Wijkberaad overleg en samenwerking tussen bewoners en de in het werkgebied werkzame instellingen en overheidsdiensten en stimuleert en organiseert het Wijkberaad verschillende activiteiten ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat. Het Wijkberaad is bovendien beheerder en exploitant van het wijkcentrum 'Bezuidenhut'. Het Wijkberaad ondersteunt (groepen van) bewoners bij het behartigen van hun belangen en voert te dieneinde zo nodig juridische procedures. 4. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de wijk Bezuidenhout. Gelet op haar doelstellingen en feitelijke werkzaamheden moet het Wijkberaad dan ook als belanghebbende bij het ontwerp bestemmingsplan worden aangemerkt. Reactie concept bestemminsplan 5. Op 24 juli 2022 heeft het Wijkberaad aan de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Afdeling Juridische Planvorming en Omgevingsrecht een reactie gestuurd op het concept bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (2022-06-13). In de Toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan (RIS314687_Bijlage_l_deel_l_Toelichting) wordt gesteld dat gestelde vragen, gedane suggesties en gegeven adviezen beantwoord worden.
Echter wij constateren dat daar weinig concreets ter verbetering van het Bestemmingsplan is overgenomen en dat sommige vragen onbeantwoord blijven, dan wel verkeerd geïnterpreteerd of onvolledig beantwoord zijn. Van het aanbod tot nadere uitleg en overleg is geen gebruik gemaakt door de gemeente. Het Wijkberaad verzoekt u dan ook de eerdere reactie (bijlage 2) als hier herhaald en ingelast te beschouwen. Regie gemeente 6. Als doel van het bestemmingsplan wordt aangegeven: "Het mogelijk maken van de voorgenomen herontwikkeling". Deze zin in combinatie met de rest van de Toelichting en de Regels geeft geen blijk van een gemeente die regie voert, maar van een gemeente die zich laat leiden door projectontwikkelaars. Deze zienswijze is erop gericht om de regie terug te pakken, het bestemmingsplan als sturend instrument zijn functie te laten hebben en de volgordelijkheid van plannen en procedures te handhaven. Van Toelichting naar Regels 7. De Toelichting (RIS314687_Bijlage_l_deel-l_Toelichting) bevat veel vaag taalgebruik, veel woorden zonder concreet iets te zeggen. Het blijft bij streven en veelal niet uitgewerkte ambities. De term 'duurzaam' wordt misleidend gebruikt (achteruitgang ten opzichte van de huidige situatie wordt als akkoord bestempeld!), zolang er maar binnen de normen gebleven wordt.
Sterker nog in de Toelichting wordt erkend dat bepaalde normen niet gehaald gaan worden.
8. In het belang van huidige en toekomstige bewoners van de wijk Bezuidenhout, waarin dit plangebied ligt, heeft ons inziens het huidige niveau als ondergrens te gelden wat betreft de verschillende ambities. 9. Het bestemmingsplan is bedoeld als sturingsinstrument. Daarom is het belangrijk dat de verschillende ambitieniveaus binnen het bestemmingsplan vertaald worden in concrete, en juridische toetsbare, eisen en Regels. Plint (RIS314687_Bijlage_l_deel-3_Regels: 4.4) 10. Men maakt het mogelijk dat er een mix van functies komt, maar garandeert daarmee nog niet dat de plint transparant en levendig wordt. Er staat helemaal niets over gevels. De gemeente legt op geen enkele manier vast dat de plinten (op bepaalde plaatsen) transparant en levendig zullen zijn. We hebben ernstige bedenkingen over de realiseerbaarheid. 20% publiekstoegankelijke functies is nog geen garantie dat de plint op die locatie transparant is. In het geval van een eerstelijns zorgvoorziening zal de gevel eerder geblindeerd zijn vanwege privacy van de zorgvragers. In de plankaart worden geen locaties aangegeven waar de gevel op plintniveau transparant moet zijn. Zie hiervoor onze opmerkingen op het concept bestemmingsplan waar geen bevredigend antwoord op gegeven wordt en slechts een aanbeveling overgenomen wordt. 11. Goede ruimtelijke ordening vraagt o.i. om heldere Regels en plankaart voor de plint.
Wij verzoeken u om hetgeen hierboven onder nr. 10 is opgemerkt hierin te verwerken. Voldoen aan Nota natuurinclusief bouwen (Toelichting 4.4.9) 12. De gemeente Den Haag wil natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen (2019, RIS 301953). In de Regels staat echter niets over voldoen aan de Nota Natuurinclusief Bouwen. Het woord "natuur" (Zie o.a. "Toelichting 5.7. Natuurbescherming") komt niet terug in de Regels. In de Toelichting wordt enkel iets gezegd over de locaties waar vleermuizen in de definitieve situatie terecht kunnen, maar tijdelijke locaties zijn niet benoemd. Er wordt met geen woord gerept over Zorgplicht, soortenbescherming, etc. 13. Het Wijkberaad verzoekt u ook op dit punt de regie te pakken en via de Regels te borgen dat alsnog aan de nota Natuurinclusief bouwen wordt voldaan. Bouwplan in relatie tot ontwerp bestemmingsplan, gebied CID en wijk Bezuidenhout Kwaliteit van de Openbare Ruimte 14. Toelichting, blz.33, 5e alinea: "De kwaliteit van de openbare ruimte is een van de belangrijkste beoordelingscriteria van het plan." 15. Er blijkt op geen enkele manier dat de kwaliteit van de Openbare Ruimte prioriteit heeft. De inrichting van de Anna van Hannoverstraat is nog onduidelijk. De claims van de NS maken een ontwerp nog niet mogelijk.
Tot die tijd is ook niet te beoordelen of er sprake is van een fatsoenlijk stationsgebied, waarbij er samenhang is tussen het bouwplan, de toekomstplannen van de NS en de openbare ruimte. Waar blijven bijvoorbeeld de fietsen van NS-reizigers? Bovendien wordt door de NS gehint op de toekomst met een nieuw station met een groter ontvangstdomein op wellicht een (iets) andere plek. 16. Hier wreekt zich o.i. dat het bestemmingsplan niet is opgesteld vanuit de regievoerende gemeente met helicopterview, maar op geleide van plannen van externe partijen. De Gebiedsvisie Laan van NOI is nog niet gereed en mist hier. De volgordelijkheid der dingen is omgedraaid en zorgt daardoor logischerwijs voor problemen. De oplossing is dan ook snel gevonden: stel nu eerst de Gebiedsvisie Laan van NOI op (en vast). Breng vervolgens het ontwerp Bestemmingsplan daarmee in overeenstemming en biedt het nieuwe ontwerp ter vaststelling aan. 17. Het ontwerp bestemmingsplan behelst een (te) klein gebied. In de Toelichting wordt wel een groter gebied dan sec het plangebied besproken. Aan de in de Toelichting geschetste vooruitzichten ligt geen gebiedsvisie ten grondslag en er is geen planning, financiering of garantie van uitvoering aan gekoppeld, zodat hieraan geen waarde kan worden gehecht.
De vooruitzichten kunnen dan ook geen positieve rol spelen in de beoordeling van het plan of sprake is van een goede ruimtelijke ordening (wel een rol in negatieve zin). 18. De ruimtelijke organisatie van bouwblokken en openbare ruimte maakt, komend vanuit het station, oriëntatie op de stad onmogelijk, omdat deze wordt geblokkeerd. Omgekeerd is het station vanuit de omgeving onzichtbaar en daardoor onvindbaar (cf. beschrijving van de huidige situatie, Toelichting Bestemmingsplan 2.4 Knelpunten). Er is met andere woorden geen sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Groen/Ecozone 19. Bij de vaststelling van de Structuurvisie CID in de raadsvergadering van 1 juli 2021 (RIS307135) heeft de raad het college opgedragen bij de uitvoering als volgt te werk te gaan: "e. inzichtelijk te maken dat het aantal vierkante meters groene ruimte in het CID minimaal gelijk blijft en hierover bij besluiten (zoals gebiedsvisies, NvU's en PUK's) te rapporteren." 20. Het ontwerp bestemmingsplan ligt binnen het CID. Conform voornoemd raadsbesluit moet aangetoond worden dat het aantal m2 groen in het CID-gebied minimaal gelijk blijft. Uit de Toelichting op het bestemmingsplan blijkt dat het aantal m2 groene ruimte afneemt van 12,9 m2 naar 11,4 m2. Daarmee dus niet gelijk blijft, maar een afname laat zien van 1,5 m2. De LER CID gaat eveneens uit van een afname maar dan van 11m2 naar 9,5 m2. 21. Uit de stukken wordt niet duidelijk hoe de berekening van m2 groen tot stand is gekomen. Het Wijkberaad verzoekt u om inzichtelijk te maken: - Wat is wel meegenomen, onder aanduiding op de kaart van de locatie. - Opgave aantal m2 per aaneengesloten stuk groen dat is meegenomen. 22. Daarnaast wil het Wijkberaad u erop wijzen dat het CID slechts de grenzen van een bouwplan aangeeft. Voor de wijk Bezuidenhout, waar dit plan onderdeel van is, geldt conform de Haagse referentienormen voor groen, de norm van 16m2 per woning.
Dat betekent per definitie een tekort aan groen, waar wordt dit tekort gecompenseerd? 23. Voor de berekening van het aantal m2 groen wordt alvast rekening gehouden met ideeën voor overkluizing van de A12, een groen Schenkviaduct en groene overkluizing van het stationsgebied. Om betrokken te mogen worden bij de beoordeling van een goede ruimtelijk ordening is het noodzakelijk dat de uitvoering van een plan in voldoende mate vaststaat. Voor invulling van m2 groen gaat hier enkel nog om ideeën, zonder planning, financiering etc. etc., deze plannen dienen bij de beoordeling van het ontwerp bestemmingsplan dan ook buiten beschouwing te worden gelaten. 24.Ook onderzoeken naar stimuleren minder verkeer over de Utrechtse baan en meer via de Rotterdamse baan bieden geen garanties noch harde toezeggingen. 25. Nu niet voldaan wordt aan het raadsbesluit wat betreft het aantal m2 groen dient o.i. het ontwerp bestemmingsplan vooreerst teruggetrokken te worden. Plankaart versus PUK 26. Groen is alleen groen als het als groen bestemd is, conform artikel 5 van de Regels. Uit het ontwerp bestemmingsplan komt naar voren dat de hoeveelheid bestemd groen teruggaat van 2.314 m2 naar ca. 1.050 m2 in het plangebied. In de toepasselijk PUK staat juist dat het areaal openbaar groen moet worden uitgebreid. 27. Het voorliggende ontwerp voldoet dus niet aan de gestelde eisen.
Er zullen dus mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. Het Wijkberaad verzoekt u om deze maatregelen onderdeel te laten zijn van de Gebiedsvisie Laan van NOI, het eerdergenoemde voorzieningenplan en het (naderhand) vast te stellen bestemmingplan voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4. 28. In de Toelichting is nota bene in gebruik van de ecozone buiten het bestemmingsplan voorzien. O.i. valt dit niet te verdedigen. Het Wijkberaad heeft in de afgelopen periode meermalen met bewoners en de stadsecoloog gesproken over de ecozone Schenkstrook. Het meervoudige gebruik als voorgesteld laat zich o.i slecht verenigen met de bestaande, deels recent uitgevoerde, plannen van de gemeente met de Schenkstrook. Het Wijkberaad verneemt graag of de stadsecoloog is betrokken bij de hier geschetste plannen en waarom wel/niet gehoor is gegeven aan de mening/visie van de stadsecoloog. 29. Kortheidshalve verwijzen we op dit punt naar hetgeen hierboven onder nrs 16 en 17 is opgemerkt als ook hieronder onder 'Niet naleving afspraken Structuurvisie CID'. 30. Het pocketparkje/pleintje is gesitueerd op de slechtst mogelijke plek in het plangebied.
Een goed gebruikt en in te richten verblijfsplein moet vooraf aan een aantal randvoorwaarden voldoen: • Het ligt óp of aan looproutes; • Prettig klimaat (wèl zon, geen wind); • De functies in de wand van het plein moeten een relatie hebben met het plein. Hoe voldoet het pleintje/ parkje in het plan aan bovenstaande voorwaarden? Dan wel zorgt u ervoor dat het daar alsnog aan gaat voldoen? Leefbaarheidseffecten (waaronder voorzieningen) Leefbaarheidseffecten (RIS314687_Bijlage_l_deel-l_Toelichting, 4.4.1.)
31. "De gemeente heeft oog voorde leefbaarheidseffecten van de verdichtingsopgaven rond het station." In de samenvatting Beoordeling Leefbaarheid en Gezondheid (paragraaf 5.1.4.1.1) komen de scores 'matig tot slecht' erg vaak voor. Daarbij zijn de uitgedeelde 'plusjes' ook nog eens discutabel. Ook Mobiliteit en verkeersveiligheid (paragraaf 5.1.4.1.2) en Duurzaamheid en energietransitie (paragraaf 5.1.4.1.3) komen er maar bekaaid vanaf. 32. Het Wijkberaad is van mening dat deze invulling niet getuigd van een goede ruimtelijke ordening en vraagt u daarom om het ontwerp bestemmingsplan in deze vorm niet vast te stellen. Het ontwerp bestemmingsplan moet o.i. op deze punten bijgesteld worden, zodanig dat de genoemde onderwerpen minimaal op gelijk niveau (als huidig) of beter scoren. Daarbij dienen discutabele plussen vermeden te worden. Parkeren, mobiliteit 33. Waar in het concept nog verwezen werd naar een Parkeernota wordt er nu niets gezegd of geregeld qua deelauto's en afkoop autoparkeerplekken, noch in het Bestemmingsplan, noch in de Regels. Wij zijn en blijven van mening dat hier wel degelijk eisen gesteld moeten worden voor de levensduur van het gebouw. 34.
Gelet op de toenemende verdichting van Bezuidenhout en de reeds bestaande problematiek in de wijk rondom parkeren van eender welke vorm van vervoer vragen wij u om, in afwijking van de diverse Nota's, in geen enkel geval afkoop of iets dergelijks toe te staan. 35. Wij verzoeken u om de afwijkingsmogelijkheid van artikel 10.1 sub e uit de Regels te schrappen. Spelen 36. De voorziening spelen wordt binnen het plan ingevuld op een verhoogd dak in de binnentuin. Die binnentuin moet dan wel toegankelijk zijnen blijven. Praktijk leert dat dergelijke binnenplaatsen in no-time afgesloten worden vanwege overlast. Welke (via Regels afdwingbare) maatregelen worden getroffen om dit te voorkomen? 38. Buiten het plangebied van het bestemmingsplan kan voorlopig gebruik gemaakt worden van het Cruijffcourt, maar in toekomst zijn op die locatie 600 woningen voorzien. Ook hier wordt de Gebiedsvisie Laan van NOI gemist. 39. Eveneens buiten het plangebied van het bestemmingsplan bevat de Toelichting ideeën voor spelen in de ecozone. 40. Kortheidshalve verwijzen we op dit punt naar hetgeen hierboven onder nrs 16 en 17 is opgemerkt als ook hieronder onder 'Niet naleving afspraken Structuurvisie CID'. Waterberging 41. Regels 8.2 voorwaardelijke verplichting waterberging. Mooi om te zien, dat eraan gedacht is om 800 m3 waterberging te voorzien, voordat er bewoond mag worden. 42.
Om actief te borgen dat daadwerkelijk èn volledig in de benodigde m3 waterberging wordt voorzien vragen wij u om het Bestemmingsplan niet eerder vast te stellen dan nadat deze voorziening volledig is veiliggesteld. Windhinder 43. In de Toelichting /adviesrapporten wordt voorgerekend, dat het vorige concept plan nog slechter was dan het huidige. Men erkent tegelijkertijd wel dat het qua wind ten opzichte van de bestaande situatie een achteruitgang is. In verband met de windhinder is er geen mogelijkheid voor terrassen. 44. In de plannen, al dan niet binnen de reikwijdte van het bestemmingsplan, is op diverse plekken verblijfsklimaat gewenst. Qua windhinder is 'goed' dan de norm. De inrichting van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 dient op dit punt binnensplans, maar ook voor de directe omgeving (toekomstig stationsplein) in het kader van een goede ruimtelijke ordening een positieve bijdrage te leveren, dan wel daar niet aan in de weg te staan. Ook op dit punt wordt de Gebiedsvisie Laan van NOI gemist. Hierbij het herhaalde verzoek om eerst de Gebiedsvisie Laan van NOI op en vast te stellen, voordat verdergegaan wordt met het ontwerp Bestemmingsplan. Niet naleving afspraken Structuurvisie CID 45. Het plangebied ligt in het CID, zodat uitvoering gegeven moet worden aan de vastgestelde Structuurvisie CID.
In de raadsvergadering van 1 juli 2021 (RIS307135) heeft de raad het college opgedragen bij de uitvoering als volgt te werk te gaan: a. om bij gebiedsvisies, gebiedsagenda's, NvU's, PUK's en projectdocumenten dan wel collegebesluitvorming informatie toe te voegen waaruit blijkt: 1) hoeveel voorzieningen worden gerealiseerd;
2) hoe deze zich verhouden tot het collegebesluit Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen; 3) welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden; 4) en hoe deze voorzieningen gefinancierd worden; (...) h. bij alle ontwikkelingen de leefbaarheidseffecten (waaronder voorzieningen) in de bestaande wijken te inventariseren en bij negatieve effecten voorafgaand (eventueel als onderdeel van het bouwproject) mitigerende maatregelen te nemen." 46. Bij grootstedelijke bouwplannen, hoort als onderdeel van het vereiste 'goede ruimtelijke ordening' ook een flankerend grootstedelijk Voorzieningenplan. Kaders wat betreft de leefbaarheid waartegen bouwprojecten als onderhavige afgezet en beoordeeld kunnen worden. Dit is ons inziens een uitvloeisel van de hiervoor aangehaalde afspraken in het kader van de Structuurvisie CID. 47. Middels het voorzieningenplan kan worden geborgd dat bouwprojecten naar rato bijdragen aan het op peil brengen/ houden van het voor de wijk benodigde voorzieningenniveau. In plaats van dat bouwprojecten, doordat ze op zichzelf staand worden benaderd, de voorzieningen in en de leefbaarheid van de wijk (onnodig) onder druk zetten. Of doordat buitenplanse ideeën omtrent voorzieningen, die mede leiden tot goedkeuring van plannen, niet daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. 48.
Een andere, ons inziens dwingende, reden voor het vooraf opstellen van een Voorzieningenplan is het gebrek aan een zogenoemde grondpositie van de gemeente in de wijk Bezuidenhout. Het gebrek aan grondpositie betekent dat de gemeente niet eigenstandig benodigde voorzieningen (op eigen grond) kan realiseren, maar voor het treffen van voorzieningen altijd afhankelijk is van de medewerking van anderen, van projectontwikkelaars. Deze afhankelijkheid in combinatie met de verschillende schaalgroottes van de bouwplannen maakt dat de gemeente voorafgaand aan het vaststellen van bestemmingsplannen en vergunningverlening voor bouwplannen de totale behoefte aan voorzieningen in beeld moet hebben. Zodat, in een latere fase zoals nu, per bouwlocatie bepaald kan worden welke bijdrage de ontwikkeling kan/moet leveren aan de benodigde voorzieningen in de wijk en waar nodig het bestemmingsplan hierop kan aanpassen. 49. Uit de Toelichting op de voorzieningen: pag. 57 e.v. blijkt dat meerdere voorzieningen niet aan de norm zullen voldoen. In de set aan documenten dat deel uitmaakt van het Ontwerp Bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 heeft het Wijkberaad geen stukken aangetroffen waarin is voorzien in mitigerende maatregelen, noch planning, noch budget, noch locatie aangewezen om alsnog aan de normen te voldoen etc. 50.
Het Wijkberaad verzoekt u dan ook om het voorliggende ontwerp Bestemmingsplan niet vast te stellen, maar terug te sturen en te eisen dat eerst uitvoering gegeven wordt aan de hiervoor aangehaalde afspraken: hoeveel voorzieningen worden gerealiseerd; hoe deze zich verhouden tot het collegebesluit Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen; welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden; en hoe deze voorzieningen gefinancierd worden. Woonprogramma 51. Zie RIS314687_Bijlage_l_deel-l_Toelichting. Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.2 pag. 17/18. Zie ook RIS314687_Bijlage_l_deel-3_Regels: paragraaf 4.5 Specifieke bouwregels, 4.7 Exploitatie sociale huurwoningen, 4.8 Exploitatie middeldure huurwoningen. 52. De Toelichting en Regels omtrent het woonprogramma zijn onduidelijk of voor meerdere uitleg vatbaar. Het Wijkberaad verzoekt u om klip en klaar uiteen te zetten en in Regels te vatten: - aantal woningen binnen het plan dat kleiner zal zijn dan 40m2; - plus in dat geval aan te geven wat dan het minimumaantal m2 per woning is; - aan te geven hoeveel van het aantal woningen kleiner dan 40m2 wordt toebedeeld aan de categorie: studentenwoning, zorgwoning en overig sociale huur; - studentenwoningen niet onder het percentage sociale huur te laten vallen, danwel om hier nadere grenzen aan te stellen.
Bijvoorbeeld van de sociale huurwoningen mag maximaal 5% studentenwoning zijn. Dit om te borgen dat sociale huurwoningen straks niet enkel uit studentenwoningen bestaat en de spreekwoordelijke agent en verpleger nog steeds geen fatsoenlijke woonruimte kunnen vinden. 53. Sociale huurwoningen (RIS314687_Bijlage_l_deel-3_Regels: 1.55, blz. 17)
In de definitie sociale huurwoningen wordt geregeld dat de sociale huurwoningen voor 50 jaar gegarandeerd moeten worden. Het Wijkberaad onderschrijft deze Regel van harte, vanuit de gedachte dat Bezuidenhout een wijk is, en wil zijn, waar het voor een ieder goed wonen en leven is. Afwijken van regels (Regels, artikel 10) 54. In de praktijk lijkt gewerkt te worden met een marge van 10% waarbinnen 'bevoegd gezag' mag afwijken van de eisen en Regels. Bij bijvoorbeeld de bouwhoogte is deze bevoegdheid tot afwijken ingeperkt. 55. Gemeente, projectontwikkelaars en bewoners moeten weten waar ze aan toe zijn als een plan wordt goedgekeurd. Een marge van 10% kan bij op elkaar inwerkende afwijkingen leiden tot forse afwijkingen (het één + 10% en het ander - 10% kan tezamen een verschil geven van 20%!), waardoor het plan een uitwerking kan krijgen die als het in die vorm ter besluitvorming was voorgelegd, zou zijn afgewezen. Het Wijkberaad ziet graag in de Regels opgenomen dat de genoemde marge voor bevoegd gezag op dit plan überhaupt niet van toepassing is, met andere woorden via Regels afdwingen dat geen afwijkingen van aantallen en percentages zijn toegestaan. Conclusie Op grond van het bovenstaande vragen wij u om het voorliggende ontwerp bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (incl. MER en bijlagen) niet goed te keuren danwel vast te stellen.
Wij verzoeken u om eerst een Gebiedsvisie Laan van NOI op en vast te stellen, als ook een Voorzieningenplan voor het CID.”
Zienswijze 9 Ra 10524062 Provincie Zuid-Holland “Inleiding Ingevolge artikel 3.8, lid 1, onder b van de Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) ontvingen wij op 22 maart 2023 bovengenoemde ontwerpbestemmingsplan. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (met name Afdeling 3.2, 6.2 en artikel 6.40). In de visie, Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is bij brief van 21 juli 2022 al aangegeven dat het voorontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen en het college verzocht om het plan op deze onderdelen aan te passen. Wij hebben geconstateerd dat hieraan niet afdoende gevolg is gegeven. Daarom dienen wij tegen het ontwerpplan een zienswijze in. Zienswijze Onze zienswijze heeft betrekking op de volgende onderdelen: Detailhandel De opmerkingen uit de provinciale vooroverlegreactie met betrekking tot de afhaalpunten en ondergeschikte detailhandel bij bedrijfsactiviteiten zijn goed verwerkt. Echter mist nog wel een omschrijving van 'afhaalpunt', wij vragen een omschrijving nog toe te voegen.
Kleinschalige detailhandel Artikel 6.13 lid 3 sub b van de verordening geeft aan dat kleinschalige detailhandel onder andere mogelijk is; 1. in de vorm van een gemakswinkel; 2. bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; De toelichting van de verordening stelt hierover het volgende: De maximale omvang van kleinschalige detailhandel is niet vastgelegd in de verordening, om ruimte te laten voor maatwerk. Als richtsnoer kan 200 m2 worden aangehouden. Ook het aantal vestigingen is afhankelijk van maatwerk en daarom niet vastgelegd in de verordening. Op locaties met veel passanten en bezoekers, zoals de grote treinstations, zijn meerdere vestigingen passend. Op andere locaties, zoals een benzinestation, zal het aantal vestigingen in het algemeen beperkt blijven tot één. Kleinschalige detailhandel past bij een stationsomgeving als deze. In het voorliggend ontwerp bestemmingsplan wordt direct 500m2 bvo detailhandel mogelijk gemaakt, met een afwijkingsmogelijkheid om nog eens 400m2 bvo mogelijk te maken.
In het bestemmingsplan wordt deze echter bestemd als 'detailhandel' en niet als 'stationsgerelateerde detailhandel' of op een andere manier aangegeven en geborgd dat het dient te gaan om een assortiment dat aansluit op de aard van de voorzieningen of locatie. Bovendien kan de beoogde detailhandel in het gehele plangebied, binnen de bestemming Gemengd, geplaatst worden en dus niet bij het station. In de toelichting bij het bestemmingsplan staat wel het volgende opgenomen in paragraaf 3.2: De commerciële functies detailhandel en horeca zijn georiënteerd op het stationsplein, de hoofdroute van de loopstromen. Om aan te sluiten bij de regels uit de verordening ten aanzien van kleinschalige detailhandel zien wij deze punten nog graag geborgd in de planregels en verzoeken daarmee het bestemmingsplan op deze punten aan te vullen. Daarnaast staat in paragraaf 3.2 van de toelichting bij het bestemmingsplan opgenomen dat er bij de beoogde detailhandel een maximale vestigingsgrootte van 200m2 geldt, dit sluit aan bij het richtsnoer dat wordt gegeven in de toelichting bij de verordening. In de planregels bij het bestemmingsplan is deze maximering wel opgenomen voor ondergeschikte detailhandel bij dienstverlenende functies maar niet voor kleinschalige detailhandel. Wij verzoeken
het bestemmingsplan ook op dit punt nog aan te vullen en in de planregels de maximale vestigingsgrootte voor (kleinschalige) detailhandel op te nemen. Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens constateren wij dat het ontwerpbestemmingsplan op genoemde onderdelen niet in overeenstemming is met het provinciaal (ruimtelijk) beoordelingskader en daarom verzoeken wij u om het bestemmingsplan bij de vaststelling alsnog op deze punten aan te vullen.”
Zienswijze 10 Ra 10524090 Bewoners Schenkkade “Inleiding 1. Als bewoners van de Schenkkade - het blok woningen pal tegenover de locatie waar de ontwikkeling van de bouwplannen plaatsvindt, aan de "Haagse" kant, maken wij graag gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen betreffende het Ontwerp bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 met milieu-effectenrapportage en bijbehorende bijlagen (kenmerk: RIS 314687/GMB 2023 nr. 111310; verder "het Plan"). Het Plan voorziet in een juridisch planologisch kader waarmee de realisatie van een programma mogelijk wordt van de nieuwbouw ter plaatse van de Anna van Hannoverstraat van maximaal 135.000 m2 bvo, met een mix van functies: wonen (1.000 tot 1.200 woningen), kantoren, detailhandel, horeca en voorzieningen, stallingsruimten voor fietsen en parkeren van (deel-)auto's (verder: "de Nieuwbouw"). 2. Ondergetekenden, [belanghebbende] en [belanghebbende], woonachtig aan de Schenkkade […] Den Haag, hebben deze zienswijze opgesteld mede namens andere bewoners van de Schenkkade. Zij hebben ons allen verzocht deze zienswijze ook voor en namens hen in te dienen. Belanghebbenden 3. Als bewoners die direct uitzicht hebben op de te plegen Nieuwbouw en voor wie deze nieuwbouwplannen in talloze opzichten gevolgen hebben - o.a.
uitzicht, leefbaarheid, luchtkwaliteit, andere milieutechnische en (korte en lange termijn) gezondheidsaspecten, druk op aanwezige voorzieningen, geluid en lawaai, windhinder, bezonning en schaduwwerking, verkeershinder, mobiliteit, parkeerdruk, enz. - menen wij dat voldoende duidelijk is waarom wij allen direct belanghebbend zijn voor wat betreft de Nieuwbouw en het Plan. De effecten van de Nieuwbouw op onze directe omgeving laten zich niet alleen voelen tijdens de periode van realisatie van de Nieuwbouw door alle sloop- en bouwwerkzaamheden en daarmee gepaard gaande overlast, maar zijn ook op de lange termijn prominent van invloed op de leefbaarheid in onze omgeving, mede door het zeer forse te realiseren bouwvolume en de hoogte van de te realiseren woon- en kantoortorens – bijna drie keer de hoogte van het huidige gebouw, waarin het voormalige Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was gevestigd. Uiteraard zijn wij er allen bij gebaat dat een goed woon- en leefklimaat in de wijk Bezuidenhout, en met name dit direct aan de straat waaraan wij wonen gelegen deel daarvan, is gewaarborgd. Het Plan heeft gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de wijk Bezuidenhout en onze directe omgeving. Wij dienen om deze redenen als belanghebbenden bij het Plan te worden aangemerkt. Zienswijze Stichting Wijkberaad Bezuidenhout 6.
Als bewoners hebben wij kennis genomen van de door de Stichting Wijkberaad Bezuidenhout ("Wijkberaad") ingediende zienswijze. Een deel daarvan hebben wij, met toestemming van het Wijkberaad, overgenomen. 7. Zo sluiten wij ons aan bij de opmerking van het Wijkberaad dat de gemeente Den Haag bij dit project te weinig regie voert, wat al blijkt uit het omschreven doel van het Plan: "Het mogelijk maken van de voorgenomen herontwikkeling". De gemeente laat zich leiden door de projectontwikkelaar (VORM) die de realisatie van de Nieuwbouw verzorgt. Dat is niet alleen zichtbaar in het Plan zelf, maar ook in rapporten die als bijlagen daarvan zijn opgenomen. Zo is opmerkelijk dat de gemeente het aan VORM heeft overgelaten een berekening te maken van de te verwachten extra parkeerdruk, leidend tot het door VORM bepaalde aantal in haar Nieuwbouw te realiseren parkeerplaatsen. Het ligt voor de hand dat VORM er belang bij heeft zoveel mogelijk BVO te kunnen verhuren of verkopen en wij achten het daarom onjuist dat de gemeente kennelijk meent hier zelf geen regie in te hoeven voeren. Hierop wordt hierna teruggekomen. Een bestemmingsplan dient een sturend instrument te zijn voor de stadsplanologie en gebouwde omgeving, en de volgordelijkheid van plannen en procedures; geen administratief verslag van de plannen van een private bouwer, waarmee die plannen vooral worden gefaciliteerd.
Het bestemmingsplan is bedoeld als sturingsinstrument. Ambitieniveaus binnen het Plan moeten vertaald worden in concrete, en juridisch toetsbare, eisen en regels. Toelichting algemeen 8. Wij sluiten ons aan bij de analyse van het Wijkberaad dat het bestemmingsplan veel vaag taalgebruik bevat en vooral de term 'duurzaam' misleidend gebruikt wordt nu er volgens het Plan sprake is van achteruitgang ten opzichte van de huidige situatie voor wat betreft een aantal duurzaamheidsaspecten: in het Plan wordt erkend dat bepaalde normen niet gehaald gaan worden.
9. Het is in het belang van ons als bewoners - maar ook van toekomstige bewoners - dat de huidige niveaus als ondergrens gelden voor wat betreft duurzaamheidsaspecten en - ambities. Bouwplan in relatie tot ontwerp bestemmingsplan, gebied CID en Bezuidenhout (Toelichting H.3, Par. 3.2, Programma, Plinten; Bijlage 1 - plintenvisie) 10. Men wil mogelijk maken dat er een mix van functies komt. Duidelijkheid over de gevels ontbreekt echter, zodat niet gegarandeerd is dat de plint transparant en levendig wordt. Een bepaalde hoeveelheid publiekstoegankelijke functies is geen garantie dat de plint op die locatie transparant is. In de plankaart worden geen locaties aangegeven waar de gevel op plintniveau transparant moet zijn. Wij verzoeken de gemeente heldere regels en een plankaart voor de plint vast te stellen. (Toelichting H.3, Par. 3.3/3.4, Bouwplan/Vergroening; p.18-21) 3.3 Bouwplan Aan de Schenkkade bouwt het volume juist in hoogte af om aansluiting te vinden bij de wijk. Tussen de bouwblokken bevindt zich een open doorgang met een groen stadsparkje, zodat het gebied doorwaadbaar is en het stationsgebied en de ecologische groene waterloop De Schenk met elkaar in verbinding staan. 3.4 Vergroening De herontwikkeling draagt bij aan vergroening van het gebied.
De bebouwing zelf zal voldoen aan de eisen vanuit Natuurinclusief Bouwen en de eis uit de nota Eyeline Skyline dat 100% van de footprint van de stedelijke laag moet worden gecompenseerd als horizontale buitenruimte. Daarvan moet minimaal 40% worden ingericht met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit. Deze eisen zijn opgenomen in de planregels en vormen daarmee een toetsingskader bij de behandeling van de aanvraag bouwvergunning. In het gebouw komen opgetilde groene binnentuinen tussen de overige bebouwing. In de publiek toegankelijke ruimte op maaiveld tussen de gebouwen komt een stadsparkje waarmee wordt aangesloten op de ecologische verbindingszone bij de Schenkkade. Groen in de omgeving De ontwikkeling ligt pal aan de Schenkstrook, een ecologische verbindingszone die doorloopt tot aan Mariahoeve. Het Koningin Sophiepark ligt op circa 500 m (minder dan 10 minuten lopen). De afstand tot het Haagse bos is ca 1,5 kilometer (minder dan 10 minuten fietsen). Groennorm CID In de structuurvisie CID is een groennorm op gebiedsniveau opgenomen. In 4.4.20.2 Berekening op basis van groennorm is weergegeven, hoe de ontwikkeling in dit bestemmingsplan zich verhoudt tot deze groennorm. Daarbij is ook rekening gehouden met reeds vergunde bouwplannen en ontwikkelingen die parallel met dit bestemmingsplan in procedure zijn.
De uitkomst is dat de verhouding woningen/groen boven de 8 m2 groen per woning blijft. 11. Bij de vaststelling van de Structuurvisie CID (RIS307135) heeft de raad het college van B&W opgedragen bij de uitvoering als volgt te werk te gaan: "e. inzichtelijk te maken dat het aantal vierkante meters groene ruimte in het CID minimaal gelijk blijft en hierover bij besluiten (zoals gebiedsvisies, NvU's en PUK's) te rapporteren." 12. De Planlocatie ligt binnen het CID. Het aantal m2 groen in het CID-gebied moet minimaal gelijk blijven. Uit de Toelichting op het Plan blijkt dat het aantal m2 groene ruimte afneemt van 12,9 m2 naar 11,4 m2. 13. Uit het Plan blijkt verder dat de hoeveelheid bestemd groen afneemt van 2.314 m2 naar ca. 1.050 m2 in het plangebied. In de toepasselijke PUK staat dat het areaal openbaar groen moet worden uitgebreid. 14. Overigens begrijpen wij dat de Haagse referentienorm voor groen 16 m2 per woning bedraagt. Hoe denkt de gemeente dit te gaan compenseren in de directe omgeving van de Nieuwbouw? 15. Uit de stukken wordt niet duidelijk hoe de berekening van m2 groen tot stand is gekomen.
Wij verzoeken de gemeente duidelijk te maken hoe de berekening tot stand is gekomen met een opgave van het aantal m2 aaneengesloten stukken groen waar men van is uitgegaan. 16. Naar onze mening dienen mitigerende maatregelen te worden genomen om aan de door de gemeente zelf gestelde eisen te kunnen voldoen die onderdeel zijn van de Gebiedsvisie Laan van NOI en het definitieve bestemmingsplan. 17. Het vermelde pocketparkje/pleintje lijkt te worden gesitueerd op een slechte plek in het plangebied. Kan de gemeente verduidelijken en garanderen dat dit parkje de gehele traverse tussen de gebouwen (aansluitend op ingang NS aan de Voorburgse zijde) beslaat, althans in die gehele traverse sprake is van voldoende groenvoorziening, zoals o.m. wij als bewoners op inspraakavonden gegarandeerd hebben gekregen? Ligt het parkje aan of op looproutes en hebben de functies in de plinten bij dit deel van het plein/parkje daarmee een relatie (zie ook onze opmerkingen m.b.t. de plinten)? Wij verzoeken de gemeente dat in het definitieve bestemmingsplan mee te nemen en te garanderen. (Toelichting H.3, Par. 3.5, Mobiliteit/parkeren; H. 5.2 Verkeer en parkeren; p. 21; p. 69-75) De nota Parkeernormen CID-Binckhorst (RIS3016160, 2020) is van toepassing.
Het definitieve aantal parkeerplaatsen wordt bepaald in het kader van de omgevingsvergunning en hangt af van het programma, dubbelgebruik, de toepassing van deelconcepten en inzet van parkeeroplossingen in de omgeving. Op dit moment is het uitgangspunt dat in het gebouw 573 autoparkeerplaatsen komen (of 346 autoparkeerplaatsen en 46 deelautoplaatsen) en 3.445 Fietsparkeerplaatsen (zonder inzet van deelfietsen), waarvan 2.872 fietsparkeerplaatsen voor het wonen (1.703 bij inzet van deelfietsen) en 573 fietsparkeerplekken voor commerciële voorzieningen (waarvan 360 fietsparkeerplekken voor de kantoren). 5.1.4.1.2 Mobiliteit en bereikbaarheid Vervoerskeuze Voor de auto verandert de ontsluiting van de locatie op het netwerk. Doordat de Anna van Hannoverstraat wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en de parkeergarage aan de Schenkkade wordt gepositioneerd, nemen de mogelijkheden om de locatie met de auto te bereiken af. De beoordeling is daarom neutraal (0). Autobereikbaarheid De verwachte verkeerstoename van de ontwikkeling (2.465 motorvoertuigen per etmaal) is beperkt en verspreidt zich over de verschillende ontsluitingswegen rondom de ontwikkellocatie. Naar verwachting gaat de toename op in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer.
Doordat een groot aandeel bezoekers van commerciële functies gebruik zullen maken van het OV/ de fiets valt de toekomstige verkeersgeneratie in werkelijkheid wellicht lager uit dan is berekend. Verder zorgen verschillende diensten en voorzieningen in de voorgenomen ontwikkeling ervoor dat bewoners in het gebied in hun behoeften worden voorzien. Externe verkeersbewegingen worden hierdoor beperkt. Het verkeer kan dan ook zonder problemen worden afgewikkeld over de hoofdwegen in de omgeving. Behalve aandacht voor de direct aangrenzende kruispunten, zijn er geen aanpassingen nodig aan de auto infrastructuur. De beoordeling op dit criterium is dan ook neutraal (0). Verkeersveiligheid De Anna van Hannoverstraat wordt autovrij ingericht (alleen laden, lossen, calamiteitenverkeer). De Wilhelmina van Pruisenlaan zal alleen door bestemmingsverkeer gebruik worden. Hierdoor nemen de intensiteiten op deze onderliggende wegen af. Op de Schenkkade en de Laan van NOI zullen de intensiteiten licht toenemen. Door deze verschuiving van concentratie van verkeer wordt het criterium 'mate van concentratie autoverkeer op hoofdwegen' positief beoordeeld (+). 5.2.1 Parkeren Parkeren Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in de Parkeerstrategie 2021 - 2030 (RIS308711).
Parkeernormen
De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de “Regeling Autoparkeernormen Den Haag 2021” (RIS 309547). Deze regeling is niet van toepassing op station Laan van NOL Daar geldt het parkeerbeleid uit de Nota Parkeernormen CID en Binckhorst (RIS306160). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. Het kan zijn dat in de visie van de initiatiefnemer de genormeerde parkeerbehoefte van de in het plan opgenomen functies afwijkt van de werkelijke parkeerbehoefte. Het is dan aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen en goed te onderbouwen. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling op het eigen terrein wordt opgelost. Soms is dat niet mogelijk en het is ook niet altijd strikt noodzakelijk. De gemeente kan onder andere de parkeerdruk en eventuele beschikbare parkeerruimte binnen loopafstand in de omgeving, meewegen. De parkeernormen worden uitgedrukt in het aantal parkeerplaatsen per woning, en bij de -meeste- overige de functies in het aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. Geen parkeervergunningen voor toekomstige bewoners, bezoekers en gebruikers Bewoners en gebruikers van de ontwikkeling komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning.
Bezoekers van het gebied komen niet in aanmerking voor een bezoekersparkeervergunning. Dit wordt in het vergunningensysteem van de gemeente opgenomen. 18. Als bewoners schrikken wij van de berekende toename van het aantal verkeersbewegingen (bijna 2.500 extra voertuigen per etmaal). Dat getal roept bovendien vragen op omdat onder H. 5.4 (p. 85) van het Plan blijkt dat er voor wat betreft de vaststellingen omtrent verslechtering van de luchtkwaliteit door de Nieuwbouw gerekend is met twee scenario's; één daarvan gaat uit van 2.465 vervoersbewegingen per etmaal, maar er is ook een scenario waarin dat getal uitkomt op 2.995 vervoersbewegingen per etmaal. Dat roept vragen op en wij willen graag weten met welk getal gerekend zou moeten worden c.q. of gegarandeerd kan worden dat het laagste getal van toepassing zal zijn, nu dit is gebaseerd op de keuze van de ontwikkeling van de Nieuwbouw. 19. Uit het Plan blijkt dat veel aannames zijn gedaan m.b.t. mobiliteit. De aanwezigheid van Station Laan van NOI en de ligging van de Nieuwbouw gaan, dat lijkt de aanname in het Plan, ervoor zorgen dat de bewoners van 1.200 woningen en de medewerkers van bedrijven in 24.000 m2 kantoorruimte bijna allemaal de trein of de fiets gaan nemen om van en naar hun woning of werk te komen.
Als bewoners juichen we verminderd autogebruik, verminderde parkeerdruk, een schonere lucht, minder verkeerscongestie en minder ongelukken in het verkeer toe. We begrijpen dat het creëren van extra parkeerplaatsen er niet toe leidt dat men wordt gestimuleerd om de auto te laten staan. Maar we begrijpen een aantal uitgangspunten in het Plan in dit verband niet en verzoeken om toelichtingen en onderbouwingen en, zonodig, aanpassingen wanneer de cijfers en bevindingen niet kloppen met de aannames of conclusies van de gemeente. 20. Zo wordt de Anna van Hannoverstraat afgesloten voor verkeer. Er wordt aan de zijde van de Schenkkade een parkeergarage voor de nieuwbouw gelokaliseerd. Het is evident dat dit tot een enorme toename van het verkeer vanaf en naar de Utrechtsebaan gaat leiden. De mogelijkheden om de locatie te bereiken nemen daardoor uiteraard helemaal niet af; hoogstens neemt de mogelijkheid af om het station Laan van NOI met de auto te bereiken. Wij achten het onbegrijpelijk dat het Plan vermeldt: "Op de Schenkkade en de Laan van NOI zullen de intensiteiten licht toenemen. Door deze verschuiving van concentratie van verkeer wordt het criterium 'mate van concentratie autoverkeer op hoofdwegen' positief beoordeeld (+)".
Wij willen graag uitgelegd zien welke aannames hieraan ten grondslag liggen, als tegelijk een toename van het aantal verkeersbewegingen met minstens 2.500 auto's per etmaal wordt voorzien. De betreffende aanname wordt overigens verderop in het Plan tegen gesproken (zie hierna). 21. Welke maatregelen denkt de gemeente voor verkeersopstoppingen, met name vanuit en naar de Utrechtsebaan te gaan nemen? Realiseert de gemeente zich dat verkeer dat naar de locatie rijdt - bijvoorbeeld naar de voorziene parkeergarage - via een U-bocht over de Schenkkade terug moet naar de Utrechtsebaan? Welke berekeningen en cijfers zijn er m.b.t. het aantal extra vervoersbewegingen pal voor onze deur? Heeft de gemeente eraan gedacht om aan de overzijde een tweebaansweg te realiseren, zodat er voor onze woningen een ventweg kan worden gecreëerd? Zo nee, waarom niet? Is de gemeente ten minste bereid zodanige verkeersmaatregelen te treffen dat er niet - zoals nu al het geval is – alleen elke ochtend maar straks ook elke avond een enorme file voor onze voordeuren zal komen
te staan, met alle gezondheidseffecten van dien? Weet de gemeente überhaupt hoeveel van deze extra 2.500 auto's zich op enig moment naar verwachting aan beide zijden van de Schenkkade zullen bevinden?
22. Er wordt vanuit gegaan dat er 573 parkeerplaatsen in de Nieuwbouw worden gerealiseerd. Uit de op p. 76 aangehouden getallen qua aantal woningen en m2 BVO kantoren/commercieel gebruik is op basis van de CID parkeernorm een berekening gemaakt. Die is gemaakt door VORM en niet door de Gemeente. Waarom niet? Uitkomst parkeerberekening autoparkeren Uit de berekening volgt dat de normatieve parkeerbehoefte 391 parkeerplaatsen voor het woonprogramma nodig is en 181 parkeerplaatsen voor het commerciële programma (totaal 573 parkeerplaatsen). De tabel die hieraan ten grondslag ligt is opgenomen op p. 77. De getallen in die tabel zijn niet controleerbaar. Dat komt doordat de Gemeente in de CID Parkeernota Nota Parkeernormen CID en Binckhorst (RIS306160) is afgeweken van de Regeling Autoparkeernormen Den Haag 2021" (RIS 309547), als volgt: De parkeernormen voor Wonen rond en tussen de IC-stations worden verlaagd tot het werkelijk geconstateerde autobezit bij reeds gebouwde appartementen in dit gebied. Dit betekent in de praktijk een verlaging van 25 tot 50 procent van de parkeernorm afhankelijk van de woninggrootte. Ontwikkelaars van gebouwen in dit gebied wordt de mogelijkheid geboden om nog eens tot de helft van de aangepaste norm naar beneden af te wijken van de norm door die parkeereis af te kopen in de Voorziening Parkeren en Mobiliteitsmaatregelen (zie figuur 2).