CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316720 Bijlage Rapport niet-stemmers Den Haag

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Aanbieding rapport onderzoek opkomstbevordering "Mooipraters, maar ze luisteren niet" (RIS316720)37.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

aantal grote internationale instellingen, zoals de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) en Europol, in de wijk gevestigd.

De staat van de wijk: fijne wijk om te wonen, met verschillen

Perspectief: prettig wonen, maar ook verschillen

Het Geuzen- en Statenkwartier bestaat voor bijna de helft uit beneden- en bovenwoningen en voor ongeveer een kwart uit eengezinswoningen en herenhuizen. De wijk is één van de duurste wijken van Den Haag. Ook is er een

Over het algemeen lijken de wijkbewoners die we spreken tevreden over de wijk. We spreken een jonge vrouw, expat, die oorspronkelijk uit Costa Rica

De Haagse Hogeschool & EMMA

Wat betreft veiligheid scoort het Geuzen- en Statenkwartier hoger dan gemiddeld in Den Haag. Zo is het aantal overlastmeldingen van personen bijna de helft van het gemiddelde aantal in Den Haag. Ook is het aantal geweldsdelicten meer dan drie keer zo laag als gemiddeld (23 per 10.000 personen tegenover 76). Ook op gebied van sociale leefbaarheid scoort de wijk hoger dan gemiddeld. De schaalscore Sociale Cohesie was in 2019 6,4, tegenover gemiddeld 5,7 in heel Den Haag. De fysieke leefbaarheid in de wijk scoort gemiddeld. Wat betreft afstand tot voorzieningen scoort de wijk iets beter dan gemiddeld, maar andere onderdelen zoals aantal meldingen van verloedering laten een gemiddelde score zien (Gemeente Den Haag, z.d. b).

26 juni 2023

P 49

komt. Ze woont nu ruim twee jaar in Den Haag en is daar actief binnen de expat-gemeenschap.

Ze vindt het prettig wonen in het Statenkwartier:

‘I live on the edge of Statenkwartier. The neighbourhood is very safe and convenient. I have everything I need right next to me, the beach, shops, public transport.’

Verschillende wijkbewoners wijzen echter ook op de verschillen die er bestaan tussen het Geuzen- en Statenkwartier. Een actieve oudere bewoner van het Statenkwartier, die zelf ooit in de gemeenteraad heeft gezeten, man, bril, vertelt over de verschillen tussen het Geuzen- en Statenkwartier:

‘Het Statenkwartier is best wel een wijk op stand. Het Geuzenkwartier heeft meer met Oud-Scheveningen. Hier [buurthuis in het Statenkwartier] komen mensen om wat te dóen, het is actiever. Mensen komen hier niet om koffie te zitten drinken de hele dag. Het is een ander soort mensen.’

Het beeld dat de buurthuismanager schetst, lijkt te worden bevestigd door de manager die we spreken in het buurthuis dat op de rand van het Geuzenkwartier ligt, man, middelbare leeftijd, houdt zich tevens bezig met jongerenwerk:

‘Het Geuzenkwartier is meer vergelijkbaar met de wijken achter het buurthuis, zoals het Havenkwartier [buurt in Scheveningen].’

Perspectief: veranderende populatie ‘In het Geuzenkwartier is er misschien ook wat sociale huur, portiekwoningen, kleine huisjes. Het Statenkwartier bestaat voor een groot deel uit herenhuizen, eengezinswoningen uit begin vorige eeuw. Dat brengt een heel ander soort bewoner met zich mee.’

We gaan langs in een buurthuis in het Statenkwartier waar veel activiteiten worden georganiseerd, met name voor de oudere bewoners van de wijk, zoals activiteiten met muziek, taal en eten. We spreken er met een manager, een iets oudere vrouw, erg energiek. Ook zij benoemt de verschillen tussen het Geuzen- en Statenkwartier en ziet die ook terug in de bezoekersprofielen van het buurthuis in het Statenkwartier en een ander buurthuis niet ver daar vandaan, op het randje van het Geuzenkwartier:

De Haagse Hogeschool & EMMA

We vragen de manager van het buurthuis in het Geuzenkwartier wat er speelt in de wijk. Eén van de eerste dingen die hij noemt is de instroom van nieuwkomers in de wijk:

‘De asielstroom, dat is wel iets wat speelt hier. Mensen zien dat als een bedreiging.’

Daarnaast wordt ook de instroom van ‘yuppen’ in de wijken grenzend aan het Geuzenkwartier volgens de buurthuismanager als probleem ervaren. Dit speelt volgens hem de woningnood en problematiek onder de doelgroep van jongeren in de hand:

26 juni 2023

P 50

‘Je moet heel lang ingeschreven staan voor een huis en dan nog is het maar de vraag of je in Scheveningen kan komen wonen. Er is best veel nieuwbouw in Scheveningen, maar niet voor de “eigen Scheveningers”, wel voor de yuppen. […] De jeugd blijft door de woningnood langer in huis wonen. De huizen zijn er niet op berekend. Jongeren gaan meer op straat hangen. Dat is ook problematiek die hier speelt, overlast door jongeren.’

De coördinator van het buurthuis in het Statenkwartier merkt ook dat voorzieningen in de wijk zich steeds meer richten op expats: ‘De voertaal in veel winkels is Engels, vooral in restaurants.’ Volgens haar is de lage opkomst te verklaren door de groei van het aandeel expats in de wijk: ‘Eerder lag het rond de 30 procent, nu 50 procent.’

Op de Frederik Hendriklaan spreken we een vrouw van 78 jaar die al 50 jaar in het Statenkwartier woont, grote zonnebril, panterprintjas. Zij zegt hierover: Om de hoek van het buurthuis staat een vrouw van 32 voor haar appartement te sleutelen aan een fiets. Ze studeerde Rechten in Leiden en is zo’n drie jaar geleden hiernaartoe verhuisd. Ze ziet ook hoe Scheveningers worden ‘weggedrukt’: ‘Hierachter is een hele straat met omgekeerde vlaggen. Mensen in Scheveningen worden weggedrukt door de stijging van de huizenprijzen.’

In het Statenkwartier lijkt het daarentegen vooral te gaan om een influx van expats. De oudere man en actieve bewoner uit het Statenkwartier geeft over zijn eigen straat aan: ‘Ongeveer 30 procent woonde er al toen ik er woonde. Maar 60 procent is vernieuwd, het zijn vaak jonge gezinnen. […] Fransen, Duitsers, Denen, Finnen, Spanjaarden, alleen al bij ons in de straat. In één straatje vijf nationaliteiten. Het is net de Schilderswijk, maar dan op een andere manier.’

Ook de jonge vrouw die zelf deel uitmaakt van de expat-gemeenschap herkent het beeld dat er veel expats in de wijk wonen: ‘I hear a lot of languages when I move through the Fred [Frederik Hendriklaan], also in the tram.’

De Haagse Hogeschool & EMMA

‘De wijk is wel nogal veranderd. […] Veel buitenlanders, vooral expats. Velen van hen spreken alleen Engels, geen woord Nederlands, terwijl ze hier vaak al lang wonen. Ze leven helemaal in hun eigen bubbel. Ook mensen in mijn flat.’

Perspectief: Hart voor Den Haag en buitengesloten voelen In verschillende gesprekken met wijkbewoners en professionals komt ook in deze wijk de commotie rondom Hart voor Den Haag/Groep de Mos ter sprake. In het buurthuis aan de rand van het Geuzenkwartier staat een vrouw van middelbare leeftijd te wachten op haar kinderen. Ze komt ze ophalen van de kidsclub, die iedere woensdag in het buurthuis plaatsvindt. Ze vertelt:

‘Eerlijk gezegd heb ik wel heel erg getwijfeld of ik wilde stemmen. Hoeveel zin heeft het nog? In mijn omgeving hebben veel mensen hetzelfde gevoel. Ik had vroeger toch nog wat meer vertrouwen. Ik heb vorig jaar uiteindelijk wel gestemd, op Groep de Mos. Ik volg de politiek niet, maar ik weet wel dat met Groep de Mos hetzelfde is gebeurd als

26 juni 2023

P 51

met de PVV: super flauw dat je als tweede partij niet in de coalitie komt en buitengesloten wordt.’

Op de gang van het buurthuis spreken we kort met een vrijwilliger, vrouw, ze werkt bij de HEMA: ‘De Mos staat boven alles’. In lijn met enkele gesprekken die we hebben in het buurthuis, vertelt de manager dat hij om zich heen veel aanhang voor Hart voor Den Haag/Groep de Mos ziet. Volgens hem draagt alle commotie rondom de partij bij aan polarisatie:

‘Bewoners vinden dat ‘ie als oplichter wordt neergezet, terwijl ze dat hier allemaal wel mee vinden vallen. […] De Mos is er echt voor de Hagenezen, de Scheveningers. Scheveningers hebben altijd iets gehad tegen Den Haag. Mensen hebben het gevoel dat Scheveningen is ingenomen door Den Haag. Met slogans als ‘Den Haag on the beach’. Wij zijn Scheveningen, vinden bewoners, we zijn geen Den Haag.’

Net als alles af lijkt te zijn, wordt het weer opengebroken voor het volgende.’

In meerdere gesprekken komt de snackcar aan het Frederik Hendrikplein ter sprake, die een nieuwe plek moest krijgen van de gemeente vanwege de herinrichting van de openbare ruimte. Een beslissing over een nieuwe locatie liet lang op zich wachten. Volgens verschillende wijkbewoners heeft de gemeente bij het proces rondom de snackcar veel steken laten vallen. En dat lijkt te zorgen voor frustratie onder wijkbewoners. De oudere vrouw met de grote zonnebril en panterprintjas zegt hierover:

‘De snackcar die hier al 60 jaar op de hoek zat moest weg, omdat de gemeente een baan tegels op de stoep wil hebben en dat konden ze niet doortrekken met die snackcar op de stoep. Belachelijk.’

Stemmen en meedoen in de wijk

Veldwerk/diepte-interviews: contact met de gemeente

In verschillende gesprekken gaat het over de omgang met werkzaamheden in de fysieke leefomgeving. Die wordt door verschillende wijkbewoners als negatief ervaren. Verschillende wijkbewoners denken dat de negatieve ervaringen die hiermee gepaard gaan een rol zouden kunnen spelen bij de lage opkomst. Op een zonnige middag spreken we twee oudere mannen op de Frederik Hendriklaan. Eén van de mannen, geboren en getogen in Den Haag, vertelt:

Verschillende bewoners en professionals geven aan dat het contact met de gemeente en de manier waarop participatie plaatsvindt niet altijd als positief wordt ervaren en dat dit mogelijk een rol speelt bij de lage opkomst. De actieve bewoner en voormalig raadslid uit het Statenkwartier vertelt hierover:

‘Alles duurt zo lang. De hele stad ligt opengebroken [wijst naar werkzaamheden in de Frederik Hendriklaan]. Er is geen coördinatie op.

De Haagse Hogeschool & EMMA

‘Het feit dat je niet kan bellen met het stadhuis… Als je verbinding zoekt, bijvoorbeeld over vergunningen, dan lukt dat niet. Alle belcentrales zijn opgeheven. Als ik iemand wil bellen die ik ken in het stadhuis, moet ik

26 juni 2023

P 52

bijna door de telefoon m’n paspoort laten zien. Dat werkt niet bevorderlijk voor het vertrouwen. […] Als je wil weten wat ze op de hoek van je straat voor werkzaamheden gaan doen, krijg je niemand aan de lijn. Of ze maken een notitie dat je wordt teruggebeld. Maar dat wordt vaak niet gedaan.’

De vrouw die aan haar fiets sleutelt, vertelt een vergelijkbaar verhaal, maar dit keer gaat het over de website van de gemeente:

‘Ik vind de website van de gemeente heel onduidelijk. Ik deed er een half uur over om de informatie te vinden die ik zocht. Laat staan hoe dat is voor iemand die minder hoog opgeleid is…’

Als het gaat om participatie horen we vergelijkbare geluiden. Eén van het paar oudere mannen waarmee we een gesprek voeren op de Frederik Hendriklaan is niet te spreken over de manier waarop participatie plaatsvindt:

‘We nemen het mee wordt er dan gezegd. En daar blijft het dan bij. Er wordt nooit wat mee gedaan.’

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 53

Veldwerk: politieke issues op landelijk niveau In meerdere gesprekken worden kwesties die op landelijk niveau spelen, zoals de toeslagen- en mondkapjesaffaire, in verband gebracht met de lage opkomst lokaal. Een oudere man in een scootmobiel op het Frederik Hendrikplein, Haags accent, geeft aan:

‘Ongelooflijk dat zoiets als de toeslagenaffaire kan gebeuren. En dat het dan wordt ‘opgelost’ met een ‘sorry’.’ En: ‘Hoe kan het in een rijke staat als Nederland, dat Shell 45 miljard euro winst maakt, terwijl er mensen in armoede leven?’

Bewoners, professionals en hun verwachtingen Om de verbinding tussen de lokale politiek en bewoners te versterken, zoeken verschillende professionals en bewoners, net als in Mariahoeve en Marlot, naar oplossingen in de hoek van communicatie. Daarbij wordt ook regelmatig de verbinding gelegd met participatie. De oudere bewoner en oud-raadslid uit het Statenkwartier haalt een voorbeeld aan waarbij de communicatie en participatie met de buurt volgens hem goed verliep:

‘In 2014 had je de NSS, de Nuclear Security Summit. […] Er is 10 maanden van tevoren door de projectmanager daarvan een gesprek aangevraagd met het wijkoverleg. […] In het World Forum is ook nog een avond belegd voor de hele buurt. Zoals dat project is doorlopen, vind ik een schoolvoorbeeld van hoe het moet: transparant, aan de voorkant, en

9

naderhand konden bewoners nog komen kijken naar de plannen die waren gemaakt.’

De manager van het buurthuis in het Geuzenkwartier heeft het over ‘het eerlijke verhaal vertellen’. Ook hij komt met een voorbeeld. Net buiten het Geuzenkwartier zijn er plannen om een voetbalkooi te realiseren. Maar bewoners van een nieuw appartementencomplex daar vlakbij houden dit tegen. Het lijkt de tweedeling tussen nieuwe en oude bewoners in het gebied op scherp te zetten. Doordat de gemeente destijds dingen bovendien beloofd heeft en transparante communicatie over de gang van zaken ontbreekt, ontstaat er volgens de buurthuismanager frustratie.

‘Er moet hier een voetbalkooi komen, maar dat wordt tegengehouden door nieuwe bewoners. De gemeente zei: “Die komt er, met een openingsfeest”. Maar de kooi staat er nog steeds niet.’

Ondertussen worden er volgens de buurthuismanager wel allerlei stappen genomen ten aanzien van de kooi, maar die zijn voor bewoners niet altijd zichtbaar. Volgens hem zou een hoop frustratie voorkomen kunnen worden door eerlijke en transparante communicatie. Tegen de gemeente zou hij dan ook willen zeggen: ‘Laten zien wat de gemeente voor bewoners heeft gedaan, bijvoorbeeld met de voetbalkooi. Beter uitleggen hoe het zit.’ 9

De hier besproken voetbalkooi staat ook voor veel bewoners van de wijk Duindorp symbool voor wat er misgaat in de communicatie tussen gemeente en bewoners. Zie Van Bochove e.a. (2022).

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 54

De jonge vrouw die actief is binnen de expat-community in Den Haag, zelf expat, denkt dat het belangrijk is om informatie in het Engels te verstrekken rondom de lokale verkiezingen om kiesgerechtigde expats te bereiken (zie ook het intermezzo over expats). Ook denkt ze dat het zou kunnen helpen dat wanneer je als expat aankomt in Nederland er meteen heldere informatie wordt verstrekt over je rechten en plichten als het gaat om verkiezingen:

‘Information that explains, depending on the resident permit that you have, what specific elections you are allowed to vote for. […] From the beginning... if I live in this country, what are the rights and duties I have?’

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 55

INTERMEZZO – EXPATS Haag wordt al vier jaar op een rij bestempeld als meest ‘expatvriendelijke’ stad van Nederland (InterNations, 2022). Deze groep (tijdelijke) migranten wordt door CBS omschreven als ‘in het buitenland geboren werknemers met een hoog loon’ (Ooijevaar & Verkooijen, 2015), ook wel bekend als kenniswerkers (Stiemer, 2022) of kennismigranten (Van Bochove et al., 2010).

Het geschatte aantal expats dat in de gemeente Den Haag woont is zo’n 50.000 (InterNations, z.d.). Iets minder dan de helft van deze kenniswerkers verblijft langer dan vijf jaar in de regio 070 (bestaande uit de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijkswijk en Wassenaar) en ongeveer een kwart tussen drie en vijf jaar. Deze expatpopulatie is voornamelijk tussen de 25 en 45 jaar oud en 54 procent van hen is man.

Deze kenniswerkers zijn met name afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk (13% in 2020), Duitsland (9%) en India (9%). Velen van hen wonen samen met hun partner en kinderen (41% in 2020). Bijna de helft van de expats woont in een huurwoning en een derde in een koopwoning. De meesten van hen wonen in de wijken Bezuidenhout en het Centrum, maar ook in onder andere het Geuzen- en Statenkwartier (Stiemer, 2022).

komen maar wel minimaal vijf jaar in Nederland hebben gewoond. Het kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen geldt niet voor medewerkers van buitenlandse ambassades en consulaten en hun gezinnen (tenzij zij de Nederlandse nationaliteit hebben) (Rijksoverheid, 2022).

Geen lokale binding? Het beeld dat vaak geschetst wordt van expats is dat zij geen of weinig lokale binding hebben en in een ‘expat bubble’ leven. Onderzoek onder Rotterdamse en Haagse expats laat zien dat zij wel degelijk ook Nederlandse bindingen hebben en sommige van hen erover nadenken in Nederland te blijven (Van Bochove et al., 2010). Dit onderzoek laat ook zien dat sommige expats geïnteresseerd zijn in stemmen bij lokale verkiezingen, maar dat zij naar meer (Engelstalige) informatie verlangen over de politieke partijen en hun programma’s.

Andere expats geven aan niet te willen stemmen omdat het niet ‘hun’ stad is. Een expat die wij spraken beaamt beide argumenten: te weinig binding en te weinig informatie. ‘I didn’t vote because I don’t know if I’m going to stay here for longer, so it was not my priority to vote, I didn’t make an effort. And everything was in Dutch.’

Expats, die over het algemeen na een beperkte periode weer teruggaan naar het thuisland, worden ook veelvuldig genoemd in onze interviews en straatgesprekken. Deze groep bewoners is in de ene wijk veel sterker aanwezig dan in de andere. In onze selectie van wijken wordt de aanwezigheid van expats hoofdzakelijk genoemd in het Geuzen- en Statenkwartier en de Vogelwijk.

Sommige expats hebben stemrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen. Dat is het geval als burgers zijn van een EU-land, of als ze uit een niet-EU-land

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 56

Veranderend wijkkarakter Inwoners van deze wijken ervaren dat de sterk toegenomen aanwezigheid van expats in hun wijk een negatieve impact heeft op de sociale cohesie in de wijk. Zo zegt een medewerker van een buurthuis in het Statenkwartier: ‘Mensen die hun leven lang hier wonen, hebben steeds minder contact met de buren, omdat er steeds meer expats wonen. Die investeren niet echt in hun leefomgeving. Ze leren geen Nederlands. Ze zoeken elkaar wel op, maar niet de buren.’ De aanwezigheid van expats zorgt voor een veranderend karakter van de wijk. Zo is de voertaal in veel winkels, restaurants en andere voorzieningen nu Engels, verzucht de buurthuismedewerkster: ‘De eerste de beste kapsalon die je binnenstapt, daar staat het aanbod niet eens meer in het Nederlands.'

Een 73-jarige bewoner van de Vogelwijk oppert: ‘Om de expatriates die hier langer wonen te bewegen wel te stemmen, zou er informatie in hun eigen taal beschikbaar moeten zijn en moeten ze minstens ook geïnteresseerd zijn in de lokale politiek.’ Een expat van in de dertig die in het Statenkwartier woont, denkt ook dat een betere informatieverstrekking over de verkiezingen van belang is. ‘I don’t know who those people are and what their parties are standing for. You have to be really into politics and follow everything, otherwise you are lost.’ Ook geeft ze aan dat niet alle expats ervan op de hoogte zijn dat zij (lokaal) stemgerechtigd zijn. 'When I got the letter [stemkaart], I was like: can I really do this? It could be better communicated to the expat community.’

Anderen ervaren dat de vermogende expats ervoor zorgen dat Nederlanders niet meer in de wijk kunnen blijven wonen: ‘Medewerkers [van organisaties als Europol en Eurojust] kopen gewoon een huis in de buurt, want het zijn geen slecht betaalde banen, ze kunnen zich dat ook permitteren. Ze beginnen de Nederlanders te verdrijven uit de buurt’ (man, die sinds de jaren '80 in het Statenkwartier woont).

Onduidelijkheid over stemrecht Als er aan de bewoners van deze wijken gevraagd wordt naar een verklaring voor het lage opkomstpercentage, wijzen velen van hen naar het hoge aandeel expats. Aan de ene kant wonen er veel expats die niet kiesgerechtigd zijn (zoals medewerkers van ambassades – al is bij veel bewoners niet bekend dat zij geen stemrecht hebben). Die dragen niet bij aan een lager opkomstpercentage, aangezien dat gebaseerd is op het aandeel kiesgerechtigden dat stemt. Aan de andere kant stemmen ook de expats die langer in Den Haag verblijven volgens bewoners niet.

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 57

3.5 Laakkwartier en Spoorwijk: parallelle samenlevingen (*) Laakkwartier en Spoorwijk is een wijk die dicht ‘op’ het centrum van Den Haag ligt. Eigenlijk nog niet zo heel lang geleden was het een wijk waar er relatief ongeschoold, lichamelijk werk werd verricht. In 1924 werd het Laakkanaal aangelegd en insteekhavens gegraven. Het kanaal verbond de Loosduinsevaart en de Laakhaven om zo het transport over water van tuinbouwproducten uit het Westland mogelijk te maken. Zo verhuisde de groothandelsmarkt voor groente en fruit in 1932 van de Veenkade naar een terrein bij het Laakkanaal. Laakkwartier is architectonisch een mix van allerhande 1930-bouw (Nieuwe Haagse School). Waarbij vooral de voor die jaren kenmerkende etagewoningen van drie woonlagen zijn gerealiseerd. Karakteristiek voor de wijk zijn verder de verhoogde torens op de twee pleinen die de één kilometer lange Goeverneurlaan in drie stukken verdelen. De plattegrond en fysionomie van de wijk zijn door de architect Berlage ontworpen.

Laakkwartier en Spoorwijk heeft officieel iets meer dan 44.000 inwoners, maar in werkelijkheid ligt dat aantal hoger: een deel van de feitelijke bewoners staat er niet ingeschreven. Vergeleken met het stedelijk gemiddelde is Laakkwartier en Spoorwijk een wijk met een relatief jonge bevolking (gemiddeld 34,9 jaar tegenover 39,1 in Den Haag als geheel), een hoog percentage mensen met een migratieachtergrond (78,6% tegenover 57% in Den Haag als geheel) en een hoge verhuismobiliteit (19,5% tegenover 15% in Den Haag als geheel) (Gemeente Den Haag, z.d. a). Op basis van het gemiddeld bruto jaarinkomen (19.500 euro) behoort de wijk tot de 6 armste van de in totaal 44 wijken in Den Haag (AlleCijfers.nl, 2022). De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 lag er op een krappe 23%, vergeleken met iets meer dan 43% in de gemeente als geheel (Gemeente Den Haag, 2022b).

De veiligheid van deze wijk scoort gemiddeld tot net iets lager dan gemiddeld in Den Haag. Het aantal meldingen op gebied van geluids- en drugsoverlast en conflictbemiddeling is hoger dan gemiddeld.

Op gebied van sociale leefbaarheid scoort Laakkwartier en Spoorwijk lager dan gemiddeld. Zo is de schaalscore Sociale Cohesie een 5.0, terwijl Den Haag gemiddeld een 5.7 krijgt. Ook op gebied van gezondheid en leefstijl scoort de wijk slechter dan gemiddeld. De scores op gebied van fysieke leefbaarheid lopen uiteen, waardoor dit een gemiddelde score krijgt. De wijk scoort slechter dan gemiddeld op gebied van verloedering en kwaliteit openbare ruimte, maar net iets beter dan gemiddeld wat betreft afstand tot de meeste voorzieningen (Gemeente Den Haag, z.d. b).

(*) De bevindingen in paragraaf 3.5 zijn gebaseerd op een eerdere casusomschrijving over Laakkwartier en Spoorwijk in onderzoek naar de lage opkomst in (wijken in) vijf gemeenten (Van Bochove, Klarenbeek & Moors 2022).

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 58

De staat van de wijk Veel bewoners spreken kortweg van ‘Laak’ om hun wijk aan te duiden. De wijk kent verschillende gezichten, stellen inwoners en professionals vast. Aan de ene kant is Laak een wijk waar nog een zekere dorpscultuur terug te vinden is: mensen kennen elkaar en, belangrijker, mensen groeten elkaar. Waar ook een zekere sociale cohesie is: zo kan het zijn dat er bijna duizend mensen op een buurtbarbecue afkomen.

Aan de andere kant is Laak ook een wijk die gekenmerkt wordt door een hoge verhuismobiliteit. Waar veel arbeidsmigranten en studenten wonen. En waar overbewoning en een tekort aan voorzieningen schering en inslag is. Mede daardoor is er sprake van problematiek rond afval en parkeren.

Inwoners en professionals vertellen: ‘parallelle samenlevingen’ in ‘hotel Laak’ Bewoners en professionals prijzen aan de ene kant het – tot op zekere hoogte – familiaire karakter van de wijk. Aan de andere kant typeren ze hun wijk, als ‘hotel Laak’. Een plek, waar je eigenlijk alleen op doorreis, en typisch-tijdelijk zou willen verblijven: ‘met dit verschil dat je je in een hotel wel moet registreren als je er een nacht verblijft’, merkt een respondent droogjes op. Ze schetsen een wijk van ‘parallelle samenlevingen’, waar mensen wonen met een heel verschillend dag- en levensritme.

Verschillende bewoners en professionals omschrijven Laak ook als een ‘vergeten wijk’. Andere delen van de stad, zoals de Schilderswijk of Scheveningen, krijgen – volgens hen – meer aandacht van de lokale politiek. ‘Daar’ komen politici wel regelmatig langs, ‘daar’ doen ze meer hun best om

De Haagse Hogeschool & EMMA

potentiële stemmers te bereiken en ‘daar’ wordt door de gemeente meer geld geïnvesteerd, is hun indruk. In de ogen van bewoners is Laak een wijk met potentie. Mede vanwege de ligging vlak bij het centrum van Den Haag en de goede bereikbaarheid met de trein (vanwege station Den Haag Hollands Spoor).

Volgens hen ziet de gemeente deze potentie niet en denken ze bij problematiek rond geluidsoverlast, afval en overbewoning: ‘het is nu eenmaal Laak’.

Lokale politieke context: maatschappelijk betrokken, politiek inactief Ook wat betreft participatie kent de wijk Laakkwartier en Spoorwijk verschillende gezichten. Er zijn diverse bewonersinitiatieven, zoals Radilaak, met behoorlijk wat leden, zogenaamde ‘lief-en-leed’-straatjes waarin buren naar elkaar omkijken, en er is een actief Vadercentrum dat draait op vrijwilligers en er zijn verschillende andere buurtcentra. Tegelijkertijd zien actieve bewoners en wijkprofessionals dat het veel bewoners niet lukt om zich te verenigen.

‘Je hebt zoveel verschillende groepen bij elkaar, dat is lastig samenwerken, er is allerlei onderling gesteggel’, zegt een medewerker van de gemeente.

De meeste bewoners weten volgens hem niet hoe ze moeten lobbyen. Velen begrijpen het politieke systeem niet. Ze snappen niet hoe het komt dat er in andere wijken wel verbeteringen zijn, en in hun wijk niet. De sleutelfiguren

26 juni 2023

P 59

zien – met andere woorden – diverse redenen voor de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Wat opvalt is dat verschillende bewoners maatschappelijk actief zijn in verenigingen of vrijwilligerswerk verrichten. Maar dat leidt niet tot politieke participatie. In de kern gaat het om betrokken mannen, met over het algemeen afkeer van politiek. Zo zegt een man van in de vijftig, die als vrijwilliger actief is in het buurtcentrum: ‘Jij bent zelf degene die het moet doen. Je kunt een kruisje zetten [op het stemformulier], maar wij kleine mensen moeten het doen. Stemmen helpt misschien maar 5 of 6 procent.’

Over politici zegt hij: ‘Je kunt een ontwikkeld mens zijn, maar in de praktijk weten ze niets’.

Een andere man (eind 50, ook vrijwilliger in het buurtcentrum), zegt: ‘Je moet je stem niet weggeven, je moet je eigen stem gebruiken. Je laten vertegenwoordigen is het stomste wat je kunt doen.’ Hoewel niet-stemmen in het maatschappelijke debat vaak wordt geassocieerd met ‘afgehaakt’ zijn, zijn deze bewoners in verschillende opzichten juist sterk ‘aangehaakt’, maar niet in politieke zin.

Perspectief: verbroken beloftes en de behoefte aan echt contact Verschillende bewoners noemen de term ‘belofte’: zij zijn van mening dat politici zich toch niet aan hun beloftes houden, waardoor stemmen geen zin heeft. Ze maken daarbij vaak geen onderscheid tussen landelijke en lokale politiek. Nabij een winkelcentrum spreken we een jonge man. Hij is 30 jaar, en werkzaam in de bouw. Hij schetst een beeld van zijn persoonlijk leven. Een

De Haagse Hogeschool & EMMA

mix van hard werken, studieschuld en – met moeite – de eindjes aan elkaar kunnen knopen: ‘De arme mensen worden steeds armer, er zijn steeds minder sociale woningen en levenskosten worden steeds duurder. Bovendien moet ik ook nog mijn studieschuld terugbetalen. Mijn tante wacht al jarenlang op een sociale woning, nu werk ik aan het verbouwen van woningen die allemaal voor Oekraïners zijn bestemd.’ In zijn ogen zouden bestuurders en politici hier echt iets aan moeten en ook kunnen doen.

Maar: ‘Politici komen hun beloftes niet na. Ze beloven ons dat ze de armen gaan helpen, maar doen dat nooit.’ Hij is ook niet van plan om in de nabije toekomst te stemmen: ‘Zolang politici hun woorden niet nakomen kan niemand mij verplichten om te stemmen. Voorlopig zie ik alleen maar vriendjespolitiek, deels omdat er in de politiek een witte cultuur heerst en omdat de resultaten voorspelbaar zijn. Daarom zie ik het nut niet in om te gaan stemmen, ik vertrouw het systeem niet. Ze maken zich niet hard voor mensen zoals wij. Witte mensen hebben prio, arme mensen van kleur komen laatst.’

Ook een vrouw van 49, die werkt in een supermarkt, stelt dat politici hun beloftes niet nakomen: ‘Waarom zou ik stemmen voor een overheid waarbij ik geen verandering zie? […] Zodra de stembrieven binnenkomen, gooi ik ze weg.’

De afstand is te groot, waardoor ‘je niet weet wat je stemt’, aldus een in de wijk actieve bewoner. Gemeenteraadsleden en wethouders moeten ‘gewoon langskomen’ (bij een buurtcentrum) en met bewoners spreken. Niet alleen in de periode voorafgaand aan verkiezingen, maar het hele jaar door. ‘Vlak voor de verkiezingen bijeenkomsten organiseren, dat kan echt niet, daar trappen ze niet in’, zegt een medewerker van de gemeente die in de wijk actief is. Ook om

26 juni 2023

P 60

specifieke doelgroepen zoals arbeidsmigranten te bereiken, is het ‘echt in gesprek gaan om mensen geïnteresseerd te laten raken’ cruciaal: ‘een campagneflyer naar het Pools vertalen is niet genoeg’ (vertegenwoordiger van arbeidsmigranten).

De al eerdergenoemde gebrekkige kennis over het politieke systeem speelt volgens professionals een belangrijke rol en wordt versterkt door de gebrekkige zichtbaarheid van lokale politici. Ze komen weleens langs, maar dan komt het op bewoners al snel over als ‘aapjes kijken’ of ‘even je gezicht laten zien om de druk ervan af te halen’.

Bewoners en professionals ervaren dergelijke bezoeken in veel gevallen niet als oprechte interesse in wat er in de wijk speelt en om daadwerkelijk problemen op te lossen, maar vooral als bezoeken die het eigenbelang van politici dienen.

Sommige respondenten gaan een stap verder: zij wantrouwen niet alleen de bedoelingen van politici, maar zetten vraagtekens bij het stemproces zelf. Zo zegt een vrouw van in de zestig, die als vrijwilliger in een buurtcentrum werkt, dat ze van mensen hoorde dat ze op ‘die en die’ partij hadden gestemd.

Wantrouwend: ‘maar je ziet het niet terug in de uitslag’. Volgens haar worden stemmen ‘weggebonjourd’. ‘Wie is daarbij? Ik vertrouw het niet.’

De Haagse Hogeschool & EMMA

Perspectief: niet stemmen omwille van beleid, berusting Sommige bewoners benoemen juist niet ‘de politiek in brede zin’, maar geven aan dat ze omwille van bepaald beleid (waar ze het niet mee eens zijn) niet zijn gaan stemmen. Vooral het coronabeleid is daarbij een steen des aanstoots. Zo gaf een man van 33 jaar, werkzaam als automonteur, aan dat de politiek de coronapandemie gebruikte ‘om het volk te controleren, in plaats van te beschermen.’ Een andere bewoner, 43 jaar en eigenaar van een café, gaf aan dat hij vroeger altijd op lokale partijen stemde, maar dat hij door het sluiten van zijn kroeg in coronatijd het vertrouwen in de overheid verloren is.

De houding van andere bewoners tegenover de gemeenteraadsverkiezingen en de lokale politiek is niet zozeer wantrouwend of teleurgesteld wat betreft politiek of beleid, maar eerder berustend. Een jonge vrouw van 29, die als zelfstandige werkzaam is in de zorg zegt: ‘Ik ga gewoon mee met de stroom, mijn stem verandert niks’. Ze ziet dan later wel wat de uitslag is en accepteert die uitslag. Het politieke proces ziet ze als iets dat buiten haar om gebeurt.

Tot slot: ervaringen die mensen los van de verkiezingen met de gemeente hebben doen ertoe. De gemeente vraagt bewoners aan allerlei participatietrajecten mee te doen, maar de communicatie richting burgers schiet tekort, vinden diverse sleutelfiguren, zoals wijkprofessionals en actieve bewoners.

‘Als je wilt dat mensen willen blijven participeren, dan moet je communiceren, reageren. Het is soms echt schofferend, je hoort soms helemaal niets meer’ (deelnemer bewonersinitiatief).

26 juni 2023

P 61

Bewoners verwachten echt niet dat ze altijd hun zin krijgen, maar ‘als je een beslissing neemt moet je die uit kunnen leggen en onderbouwen aan betrokkenen’, in plaats van simpelweg ‘het kan niet’ te zeggen, zegt een deelnemer aan een bewonersinitiatief.

Perspectief – lokaal kan je wél verschil maken Drie van de 22 deelnemers aan de straatgesprekken gaven aan gestemd te hebben bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Alle drie gaven aan (bijna) altijd te stemmen. Een man van 36 jaar oud en werkzaam als stukadoor vertelde alleen lokaal te stemmen (en dus niet bij de landelijke verkiezingen):

‘Lokaal kan je echt nog wat doen voor mijn stad Den Haag.’

Landelijk heeft het volgens hem geen zin ‘omdat de rijken toch altijd winnen’. Hij heeft op Hart voor Den Haag gestemd. Een vrouw, die werkzaam is in de zorg en haar leeftijd niet wil delen, vertelt dat ze wel gestemd heeft, net als veel van haar familieleden. Ze deelt de opvatting dat beloftes vaak niet nagekomen worden.

‘Maar daar is een oplossing voor. Vroeger stemde ik ook op een partij die hun beloftes niet nakwamen, maar sindsdien stem ik op een andere partij.’

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 62

Ook de sleutelfiguren adresseren het wantrouwen tegenover de overheid. Deels door landelijke ontwikkelingen, zoals de lockdowns die door veel bewoners als een te harde maatregel werd ervaren. Maar deels ook door wat er in de lokale politiek speelt. Vooral de gang van zaken rond de partij Hart voor Den Haag, geleid door oud-PVV-kamerlid Richard de Mos, speelt daarbij een rol. Hart voor Den Haag wordt door veel bewoners ervaren als een partij die wél geworteld is in de verschillende wijken van Den Haag. Vanwege het destijds nog lopende corruptieonderzoek – waarvoor De Mos recent is vrijgesproken – hebben verschillende partijen aangegeven niet met HvDH te willen onderhandelen over de vorming van een college, ondanks de verkiezingsoverwinning van de partij. Veel bewoners vinden het kwalijk dat de grootste partij buitenspel is gezet.10

Drie bewoners die aangesloten zijn bij een bewonersinitiatief in Laak vertellen tijdens een groepsinterview zeker te hebben gestemd. Zij zien dit als een belangrijk recht. Een van hen zegt ‘als je niet stemt, moet je ook niet klagen’. Een ander is het daar overigens niet mee eens:

Ook de deelnemers aan het groepsgesprek met wijkprofessionals en andere sleutelfiguren – die zelf niet allemaal in Laak wonen – tonen begrip voor de niet-stemmers. Ze geven aan dat de kloof tussen de systeemwereld van de gemeente en de leefwereld van de mensen in de wijk zo groot is, dat ze snappen dat veel mensen de gemeenteraadsverkiezingen niet ervaren als iets dat ook over hen gaat. Ook kunnen de sleutelfiguren zich voorstellen dat deze mensen denken dat het toch niet uitmaakt of je wel of niet stemt.

Een perspectief van migranten Migranten uit de EU kunnen direct meedoen aan de gemeentelijke verkiezingen in een andere lidstaat. Een deel van de EU-arbeidsmigranten die in de wijk wonen mag niet stemmen, omdat zij niet officieel staan ingeschreven. Maar ook onder degenen die wel staan ingeschreven, is de opkomst laag (zie het intermezzo over Oost-Europese arbeidsmigranten). Volgens een vertegenwoordiger van arbeidsmigranten komt dat deels door een gebrek aan politiek bewustzijn, maar ook omdat zij het idee hebben dat niemand in de politiek voor hun belangen opkomt.

‘Ik stem altijd, ik ben blij dat dat kan in Nederland. Maar ik heb niet de illusie dat het daadwerkelijk uitmaakt. Je krijgt “ik wil niet met die” [het uitsluiten van bepaalde partijen in de formatie], dat is funest voor het vertrouwen. (…) Ik ben het niet eens met de opmerking van [andere deelnemer aan groepsgesprek] dat als je niet stemt, je niet moet klagen. Ik kan me voorstellen dat veel mensen het vertrouwen kwijt zijn.’ (man, aangesloten bij bewonersinitiatief)

10

Al was dit pas na de verkiezingen duidelijk; het is daarmee niet zozeer een verklaring voor de lage opkomst, maar een voorbeeld van hoe het vertrouwen volgens de betrokkenen verder wordt aangetast.

De Haagse Hogeschool & EMMA

‘De agenda van politieke partijen staat ver weg van hun problemen hier, zij voelen zich niet aangesproken, en ze voelen zich in dit opzicht als tweederangsburgers behandeld.’11

11

Reactie op de onderzoeksbevindingen van Malgorzata Bos-Karczewska, hoofdredacteur van website Polonia.nl, een Poolstalige website gericht op Polen in Nederland.

26 juni 2023

P 63

Perspectief: ‘de politiek moet de zwakheid bij zichzelf zoeken’ Bewoners noemen bovendien vaak een combinatie van redenen, waarbij ze eerst aangeven dat ze geen tijd hadden of hun ID kwijt, op vakantie of ziek waren, om er daarna aan toe te voegen dat ze ‘heel weinig over de lokale politiek’ weten, ‘niet veel met lokale politiek’ hebben, ‘weinig inzicht in wat er gaande is’ hebben, en ‘politiek niet interessant’ vinden.

Deze bewoners ervaren weinig prikkels om te gaan stemmen, terwijl ze wel praktische obstakels zien. In enkele straatgesprekken komen ook de in de groepsgesprekken besproken thema’s van verhuismobiliteit en ongeregistreerd wonen naar voren. Zo geven enkele respondenten aan pas enkele maanden in de wijk – en in Den Haag – te wonen, waardoor ze naar eigen zeggen te weinig weten over de lokale partijen en thema’s. Een student vertelt dat ze feitelijk wel in de wijk woont, maar officieel staat ingeschreven in een andere gemeente en dus niet mocht stemmen voor de Haagse gemeenteraad.

In de straatgesprekken hebben we deelnemers die niet gestemd hadden, gevraagd wat er voor hen voor nodig zou zijn om bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen wel te gaan stemmen. In de antwoorden is een duidelijk verband te zien met de redenen waarom mensen niet zijn gaan stemmen. Deelnemers die weinig interesse in de lokale politiek hebben en/of aangeven er te weinig van af te weten, noemen meestal wel omstandigheden die hen naar de stembus zouden lokken. Zij antwoorden bijvoorbeeld: andere thema’s benoemen (meer landelijke thema’s in de lokale politiek, zoals vaccinatie en de toeslagenaffaire) en meer laagdrempelige informatie geven over de standpunten van de partijen. Een man van 40 die sinds acht maanden in de wijk woont en niet heeft gestemd en zegt niet veel te hebben met lokale

De Haagse Hogeschool & EMMA

politiek omdat hij weinig inzicht in heeft ‘in wat er gaande is’, denkt dat hij een volgende keer wel zou stemmen als hij meer informatie heeft: ‘Ik heb goede toelichting nodig. Geen flyers van kandidaten waarin ze zichzelf of hun partij promoten, maar meer: wat doet de lokale politiek, het lokale bestuur? Waar gaat de regering over en wat gebeurt er lokaal?’

Een enkeling ziet vooral een rol voor zichzelf: ‘Ik moet me er beter in verdiepen’. Enkele respondenten die normaal altijd wel stemmen, maar nu vanwege uitzonderlijke omstandigheden (zoals een coronabesmetting) niet, gaven aan de volgende keer wel weer te gaan stemmen. Daar is volgens hen geen extra prikkel voor nodig.

De wijkprofessionals, actieve bewoners en andere sleutelfiguren zijn eensgezind: de politiek zelf is aan zet.

‘Je moet de schuld of zwakheid [als gemeente] bij jezelf zoeken’, aldus de coördinator van een buurtcentrum.

Want, zo stelt een betrokkene bij een bewonersinitiatief vast: ‘Je [de gemeente] laat de wijk niets zien van een verbetering. Laat zien dat je er iets mee doet, anders gaan mensen afhaken’. Ook een medewerker van de gemeente die zich met participatie bezighoudt, zegt: ‘Men wil geen abstracte termen rond verkiezingstijden. Het komt neer op het volgende: wat kun je concreet betekenen voor deze wijk?’

26 juni 2023

P 64

4. Bevindingen van bewoners: hoofdlijnen en patronen Als je aan mensen vraagt waarom ze gestemd hebben, zeggen ze meestal dat het hoort, een gewoonte is, een belangrijk recht in een democratisch bestel, of een morele plicht. Maar als je aan mensen vraagt waarom ze níet hebben gestemd, dan noemen ze veel meer verschillende redenen. Dat kwam duidelijk naar voren in het vorige hoofdstuk. Daar zoomden we in op de lokale context van de onderzochte wijken.

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 65

In dit hoofdstuk zoomen we uit en kijken we naar overeenkomsten tussen de wijken. Wat zijn de overstijgende patronen in de motieven om niet of wel te stemmen? En welke algemene patronen herkennen we uit eerder en elders verricht onderzoek (Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022; Vermeulen, Kaulingfreks & Redan, 2023; Vollaard et al. 2022; Van Dijk & Moors, 2018).

Vanuit de straatgesprekken en (groeps)interviews in de Haagse wijken klinken veel uiteenlopende geluiden. Het is rijk en gedetailleerd materiaal. Dat geeft scherp inzicht in wat er leeft onder bewoners en hoe ze daar over nadenken en spreken. Tegelijkertijd is het een momentopname bij een selecte groep bewoners, die soms spontaan meededen en soms werden gevraagd om dat te doen. Dat betekent dat zij niet namens de wijk spraken, of per se een dwarsdoorsnede van de wijkbewoners vertegenwoordigden. Daarnaast is het goed om op te merken, dat het veldwerk vroeg in 2023 heeft plaatsgevonden; bijna een jaar na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Voor veel mensen voelden die verkiezingen vermoedelijk als lang geleden. En er waren op dat moment alweer provinciale verkiezingen (maart 2023). Dat heeft logischerwijs invloed op de betrouwbaarheid van de bevindingen.

Deze kanttekeningen zijn op hun plaats. Maar het blijft een interessante bevinding dat stemmen voor sommige mensen hoe dan ook een belangrijk moment is, terwijl andere mensen er eigenlijk niet of nauwelijks waarde aan hechten – of niet meer. We merkten ook in de gesprekken, dat het voor veel mensen eigenlijk niet zo over verkiezingen als zodanig ging.

Wat hen aan het hart ging, waren dieperliggende breuklijnen, het gevoel greep te verliezen op wat er in de wijk en de stad gebeurt: ‘Unsicherheit’ noemde de socioloog Bauman dat herkenbare brede verschijnsel in de

De Haagse Hogeschool & EMMA

samenleving van vandaag (Bauman, 2000). Een werkelijkheid waarin veel van wat ooit recht of krom was nu diffuus is geworden, de wereld zo groot of zo klein is als je wilt, economische verschillen eerder toe dan afnemen, alles flexibel moet zijn: ook hoe zeker je je wilt voelen op school of in het werk, waar alles draait om sociale media en internet, en menselijke relaties in formele contacten, bijvoorbeeld met een gemeente, ‘klantcontacten’ zijn geworden, die soms kafkaëske vormen kunnen aannemen (Brenninkmeijer, 2012).

Kortom, het ging in veel gesprekken niet alleen over verkiezingen, maar ook over hoe het met mensen gaat in de wijken.

4.1 Gradaties van wantrouwen Gebrek aan vertrouwen komt veel voor als motief om lokaal niet te stemmen. Sommige mensen wantrouwen de politiek, of het systeem. Anderen wantrouwen politici. Tal van niet-stemmers zijn van mening dat het niet uitmaakt of zij wel of niet gaan stemmen. In hun optiek wordt er toch niets mee gedaan. ‘Ze komen hun beloften niet na’ en ‘ze maken het niet waar’, zeggen veel niet-stemmers over politici. Of ze het dan hebben over lokale politici, of dat landelijke politici hun beeldvorming bepalen, is niet altijd duidelijk. Lokale en landelijke problematiek zijn vaak met elkaar verweven in de antwoorden van niet-stemmers.

Op beide niveaus zien respondenten een gebrek aan daadkracht, beloftes die niet worden nagekomen en oneerlijkheid over gemaakte keuzes. Volgens sommigen is dit een teken van de onkunde en gebrek aan daadkracht van de politiek of overheid. De gemeente laat volgens hen geen resultaten zien.

26 juni 2023

P 66

Anderen zoeken er meer achter. Vaak zijn deze bewoners structurele nietstemmers. Ze wonen vooral in wijken met een relatief lage opkomst, waar de redenering ‘stemmen verandert toch niets’ gecombineerd wordt met de opvatting dat de politiek er niet voor ‘ons soort mensen’ is (Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022; Vollaard et al., 2022; Vermeulen, Kaulingfreks & Redan, 2023).

Nogal wat mensen maken geen duidelijk onderscheid tussen de gemeentelijke politiek en de gemeentelijke organisatie. In hun ogen is het ‘het systeem’ dat niet deugt. De overheid doet maar wat, vertelden respondenten in Bouwlust en Vrederust en andere wijken, maar niet wat nodig is. Dat resoneerde in de onderzochte wijken: er is woningnood, achterstand in woningonderhoud, soms verloedering zelfs, migranten moeten opgevangen worden, achter de voordeuren is veel sociale problematiek – maar gaat de overheid dat oplossen…? Politici werden ‘mooipraters’ genoemd. Of erger eigenlijk: ‘mooipraters die niet luisteren’. Sommige niet-stemmers twijfelden over de eerlijkheid van het stemproces en vermoedden dat er stemmen werden weggemaakt.

Hoewel niet-stemmen en ‘afgehaakt’ zijn in het publieke debat vaak in één adem genoemd worden, maken de straatgesprekken duidelijk dat er nietstemmers zijn die verder behoorlijk ‘aangehaakt’ zijn bij de lokale samenleving. Zij zijn enkel in politieke zin afgehaakt (of wat dat betreft nooit ‘aangehaakt’ geweest en dus ook niet ‘afgehaakt’). Zo zeggen twee vrijwilligers in een buurtcentrum in Den Haag Laakkwartier en Spoorwijk dat je ‘zelf degene bent die het moet doen’, en je je eigen stem niet ‘moet weggeven, maar gebruiken’. Het liever zelf doen in plaats van vertrouwen op anderen. De overheid incluis.

De Haagse Hogeschool & EMMA

Vanuit dat gezichtspunt van (ervaren) ‘collective efficacy’ zit er ferm verschil tussen de wijken. In Mariahoeve, Bouwlust of Laakkwartier, bijvoorbeeld, lijkt veeleer een proces aan de gang waarbij problemen van uiteenlopende groepen bewoners zich opstapelen, waarbij niet alleen het ‘samen’ ontbreekt, maar eveneens het vermogen om die problemen vanuit de wijk op te lossen. Mensen zorgen nog wel een beetje voor bekenden dichtbij, maar niet meer voor een straat, of een buurt, of een wijk. Waar die betrokkenheid en doekracht nog wel bestaat, zoals in de Vogelwijk, daar zijn politiek en overheid trouwens ook behoorlijk onzichtbaar, gaven bewoners aan. Waarom krijgen we van de gemeente niet juist een steuntje in de rug, vragen ze zich af, juist omdat het hier nog wel best goed gaat?

4.2 Geen belangstelling voor (lokale) politiek Een ander veelvoorkomend motief van niet-stemmers is gebrek aan belangstelling in politiek. Respondenten noemen soms vooral de lokale politiek, soms de politiek als geheel. Geregeld hoorden we dat ‘lokaal er niet toe doet’. Landelijke verkiezingen zijn belangrijker dan gemeentelijke. Voor de Tweede Kamer stemden ze wel, voor de gemeenteraad niet. Of andersom, dat komt ook voor: respondenten die vinden dat je lokaal nog verschil kunt maken. Wijken zijn in dit opzicht anders. Vergeleken met Mariahoeve en Marlot, waar lokale en landelijke issues nauwelijks van elkaar waren te onderscheiden, kwamen tijdens het veldwerk in het Geuzen- en Statenkwartier, bijvoorbeeld, juist lokale issues naar voren, die volgens de respondenten met de lokale opkomst verband hielden. Genoemd werden de instroom van nieuwkomers, yuppen en expats, of allerlei infrastructurele werken.

26 juni 2023

P 67

Voor de een gaat gebrek aan interesse gepaard met wantrouwen, voor de ander is het blanco: geen mening. Sommige niet-stemmers zeggen het bijna verontschuldigend, anderen vinden het logisch en vanzelfsprekend: politiek is ‘niet belangrijk’ en ‘niet interessant’. Het valt op hoe vaak respondenten aangeven dat ze stembiljetten hebben weggegooid of verscheurd. Actieve handeling, uit onvrede. Sommige niet-stemmers associëren stemmen met ergens tegen zijn of met verandering willen – en daar hebben ze geen behoefte aan. Andere niet-stemmers verwoorden het als een (wed)strijdje: een manier om de boventoon te voeren, boven de ander te staan. De politiek maakt ijdel, vonden sommige mensen in de Vogelwijk.

Lokale professionals geven aan dat sommige bewoners weinig binding hebben met hun gemeente vanwege de plek waar ze wonen, soms zelfs binnen een wijk. Niet alle plekken zijn bij de gemeente even goed in beeld, volgens de respondenten. In vrijwel alle wijken zijn de voorzieningen om samen te komen beperkt, dus ontstaat geen ‘groter wij’. Verhuismobiliteit speelt eveneens een rol, en het type mensen dat nieuw instroomt. Die verschilt nogal tussen de onderzochte Haagse wijken. Expat-bubbels participeren niet in de wijk, zoals in Geuzen- en Statenkwartier door andere bewoners werd gezegd.

Veel nieuwe bewoners stemmen niet, omdat ze het gevoel hebben dat het hen (nog) niet betreft of aangaat. Verschillende bewoners zeggen dat zij onvoldoende informatie hadden over de verkiezingen of over wat de gemeenteraad doet. Mochten ze wel stemmen voor de gemeenteraad? Taalbarrières spelen daar dikwijls een rol bij, zagen we tijdens het veldwerk in de wijken, zowel bij arbeidsmigranten als bij expats. Ook in Amsterdam bleek dat onmiskenbaar aan de orde (Vermeulen, Kaulingfreks & Redan, 2023). Mensen hebben niet gestemd, omdat zij geen ‘geïnformeerde keuze’ konden

De Haagse Hogeschool & EMMA

maken. Dat motief kwam ook naar voren in landelijk kwantitatief onderzoek naar de lokale niet-stemmer (De Blok, Den Ridder & Boogers 2022). Tegelijkertijd blijken argumenten als ‘ik heb me er niet voldoende in verdiept’ en ‘ik heb er te weinig over gehoord’ vaak samen te gaan met geringe interesse (Vollaard et al., 2022).

4.3 Geen verbinding met ‘de gemeente’ Hoe verschillend de onderzochte Haagse wijken ook zijn, overal voelen groepen bewoners zich niet gezien door lokale politici en de gemeentelijke organisatie. ‘De aandacht gaat altijd naar…’: anderen, zeggen zij. Wijkbewoners ervaren niet dat de lokale politici oprecht geïnteresseerd zijn in ‘mensen zoals zij’. En als de gemeente niets voor jou doet, waarom zou je dan enige inspanning leveren om te gaan stemmen? Het maakt allemaal niet uit, ‘of je door de kat of door de hond gebeten wordt’.

Hiermee samenhangend ervaren niet-stemmers in de Haagse wijken politici ook als onzichtbaar en weinig benaderbaar. In verkiezingstijd tonen ze zich in de wijken, daarvoor of daarna nauwelijks. Hierdoor ervaren bewoners dat ze worden verlokt, zonder dat er iets tegenover staat. Sommige bewoners die vroeger nog wel stemden, maar nu niet meer, geven aan dat dit te maken heeft met een gebrek aan verbinding. Vroeger stemde je op iemand die je kende, maar ze kennen de lokale politici steeds minder.

Hier zit onvrede, ook richting gemeentelijke organisatie. Want mensen maken, zoals we hiervoor aanstipten, geen duidelijk onderscheid tussen de gemeentelijke politiek en de gemeentelijke organisatie. Hun perceptie dat de politiek er niet voor hen is, Contact met de gemeente is lastig en afstandelijk,

26 juni 2023

P 68

niet ‘menselijk’ was hoe sommige respondenten het noemden: de kwaliteit van het contact is niet goed. Mensen ervaren geen aansluiting in de manier waarop de gemeente communiceert. En dat is eigenlijk al een poos het geval (zie bijvoorbeeld: Van Dijk & Moors, 2018).

4.4 Wat zeggen de stemmers? Mensen die wél gestemd hebben bij de gemeenteraadsverkiezingen toonden zich bewust van het recht om te kunnen stemmen. Dat is waar de democratie om draait, zeggen zij. Dikwijls betreft het oudere mensen, die – met recht, zo blijkt uit onderzoek (Vollaard et al., 2022; Vermeulen, Kaulingfreks & Redan, 2023) – denken dat jongeren minder gaan stemmen. In het onderwijs zou er, volgens hen, meer aandacht moeten zijn voor democratische beginselen, in de hoop dat we dit verworven recht meer gaan waarderen. Maar de gemeente moet ook investeren in communicatie met mensen die niet zo taalvaardig zijn, vinden respondenten. Bij de leefwereld van jongeren sluit de overheidscommunicatie evenmin goed aan.

Bovendien moet je je mond houden als je niet stemt, vinden respondenten (zie ook: Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022). Stemmen wordt door stemmers als een voorrecht of burgerplicht gezien. Voor de een vloeit die vooral voort uit gewoonte, omdat het hoort, en van huis uit altijd zo ging. De ander voelt het oprecht dieper, als een principe, of een morele plicht. Om er vervolgens achteraan te zeggen, dat ze het eigenlijk niet erg interessant vinden en zich er niet zo in verdiepen.

gemeenteraadsverkiezingen, omdat bepaalde partijen lokaal nog van betekenis kunnen zijn. Zij dichten de landelijke politiek minder doe-kracht toe, en geven zo, vinden ze zelf, een duidelijk signaal af.

4.5 Overlappende werelden Stemmers hebben ook begrip voor mensen die er geen vertrouwen (meer) in hebben. En kunnen zich goed voorstellen, dat het op een gegeven moment voor henzelf ook ophoudt. Er staat geen muur tussen stemmers en nietstemmers. Evenmin zijn het homogene categorieën: onder niet-stemmers bestaan uiteenlopende motieven, en onder stemmers ook. Mensen die dezelfde opvatting hebben, bijvoorbeeld dat stemmen geen zin heeft, kunnen toch ander gedrag vertonen. De een stemt wel, de ander niet. En mensen die hetzelfde gedrag vertonen, kunnen daar heel andere motieven voor hebben (vgl. De Koster, 2022).

Onder niet-stemmers was gebrek aan vertrouwen een belangrijk motief om niet te gaan stemmen. Ook een deel van de stemmers zegt er eigenlijk weinig vertrouwen in te hebben (zie ook: Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022; Van Bochove & Moors 2022). Achter de ‘als je niet stemt, mag je niet klagen’ en ‘het is een verworven recht’ volgt vaak een ‘maar’. Ook in dit opzicht bestaat er geen dag en nacht verschil tussen stemmers en niet-stemmers.

4.6 Conclusie Sommige stemmers verwachten met hun stem tegenwicht te kunnen bieden aan bepaalde partijen of politici waar ze het niet mee eens zijn. Andere wijkbewoners stemmen juist – of zelfs alleen – bij de

De Haagse Hogeschool & EMMA

Buiten kijf staat dat bewoners van de onderzochte Haagse wijken zich vaak niet gezien en gehoord voelen. Niet vertegenwoordigd bovendien door de lokale politici, die volgens hen vooral oog hebben voor andere wijken dan de

26 juni 2023

P 69

hunne. Wat ze willen, is dat bestuurders, raadsleden, maar ook ambtenaren naar hun wijk komen en zich werkelijk interesseren voor wat daar onder de mensen speelt. Deze constatering heeft duidelijke raakvlakken met de ‘narratieven van wantrouwende burgers’, die het Verwey-Jonker Instituut presenteerde (Peeters et al., 2020).

Die narratieven zijn samen te vatten in drie bronnen van wantrouwen (Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022). Ten eerste ervaren mensen dat politici en de overheid steeds verder van hen af komen te staan. Juist op lokaal niveau wordt dit als een verlies ervaren, omdat het daar ooit zo tastbaar was (Peeters et al., 2020). Het valt ook op, dat mensen niet of nauwelijks verschil maken tussen de overheid lokaal en de overheid regionaal of landelijk. Dikwijls heeft ‘de overheid’ bovendien de connotatie van de politiek: het politieke bedrijf. Ten tweede voelen mensen zich ongezien, niet serieus genomen als het gaat over de problemen waar zij in hun wijk mee te maken krijgen. Sommigen reageren hier berustend op, ze hebben zich erbij neergelegd. Anderen maken zich er wel druk over, ze signaleren ongelijkheid in het handelen van politici en overheid. Ten derde stellen niet-stemmers dat stemmen ‘geen zin heeft’, omdat ‘er toch niks gaat verbeteren’ en politici ‘hun beloftes niet nakomen’. Hierbij valt op dat lokale kwesties en landelijke problematiek in één adem genoemd worden. De toon waarmee ze dit zeggen, loopt nogal uiteen. Voor sommigen gaat het over incompetentie van politiek en overheid, voor anderen grenst het aan handelen uit eigenbelang en bewust dingen achterhouden.

aangaat, zoals onverschilligheid, tevredenheid, berusting, teleurstelling, machteloosheid, cynisme, argwaan en woede. Waar boosheid een actieve emotie veronderstelt, hebben nogal wat niet-stemmers zich erbij neergelegd dat de politiek – in hun ogen – het verschil niet zal maken. De term ‘afgehaakt’ suggereert, dat mensen ooit eerst ‘aangehaakt’ waren en ‘niet meedoen’ in de maatschappij. Beide suggesties willen we nuanceren. Als het om politieke participatie gaat, zijn er mensen die nooit ‘aangehaakt’ zijn geweest. We spraken met mensen die nog nooit hadden gestemd. Daarnaast troffen we ook mensen die in politieke zin wel ‘afgehaakt’ waren. Zwaar teleurgesteld en afgeknapt op de politiek – dat was wat ze overdroegen. Maar in allerlei opzichten bleken deze mensen juist weer heel ‘aangehaakt’ te zijn, bijvoorbeeld als vrijwilliger in een buurthuis in de wijk.

Is Den Haag ‘de rauwste stad van het land’, zoals de Volkskrant (14 augustus 2020) suggereerde? Waar een enkele straat de strikte grens tussen ‘wij’ en ‘zij’ kan zijn: ‘Nergens is de ander zo aanwijsbaar als hier’. De afgelopen paar jaar hebben we de maatschappelijke onrust, de spanningen, het geweld zo nu en dan, aan de oppervlakte voelen komen. Er is aandacht voor het gepolariseerde politiek klimaat in Den Haag. Maar het is nodig om ook de tijd te nemen voor het verhelderen van maatschappelijke breuklijnen of spanningen, voor het horen van mensen en meningen, voor het duiden van achtergronden. Wie die gelaagdheid, die er altijd en overal is, niet ziet en daarover in gesprek gaat met mensen die in de wijken wonen en werken, die mist de kern van waar (niet-)stemmen feitelijk over gaat.

Op basis van het veldwerk zouden wij termen als ‘boze burgers’ of ‘afgehaakte burgers’, zoals die in de media dikwijls worden gehanteerd, niet snel gebruiken (Van der Meer & Ham, 2022; De Voogd & Cuperus, 2021). Nietstemmers hebben allerlei gevoelens en emoties wat de (lokale) politiek

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 70

5. Handelingsperspectieven We sluiten af met een aantal handelingsperspectieven voor de gemeente(raad). Deze handelingsperspectieven geven handvatten om de lokale democratie te versterken, zowel wat betreft opkomst bij verkiezingen, als wat betreft het vergroten van betrokkenheid en vertrouwen van bewoners in de gemeentepolitiek. Het gaat hier om een gezamenlijke opgave waarin alle betrokkenen: de gemeenteraad, het college en de gemeentelijke organisatie, een eigen rol en verantwoordelijkheid hebben. We maken een onderscheid tussen handelingsperspectieven die op kortere en langere termijn bijdragen aan het versterken van de lokale democratie.

adem. Rond gezegd: opkomstcijfers bij lokale verkiezingen staan niet alleen in Den Haag onder druk. Dat is een (inter)nationaal fenomeen. Een quick fix is er dan ook niet.

De gemeente(raad) zal deze handelingsperspectieven moeten uitwerken binnen de (politieke) context in Den Haag. De opvolging ervan vraagt om het tussentijds leren van ervaringen en op basis daarvan aanpassen van de aanpak.

Het is raadzaam om de opvolging van dit onderzoek de komende jaren te monitoren zodat de voortgang kan worden gevolgd en tussentijds worden bijgestuurd. De duale werkgroep opkomstbevordering zou deze rol op zich kunnen nemen. Ook is het raadzaam om sleutelfiguren en actieve bewoners te betrekken bij de opvolging van dit onderzoek.

Als één ding duidelijk mag zijn, dan is het dat het versterken van de lokale democratie vooral een kwestie is van een lange

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 71

5.1 Uitgangspunten: resultaat, responsiviteit en rechtvaardigheid In algemene zin zijn inspanningen om het vertrouwen van bewoners in de politiek te vergroten onder te brengen onder drie noemers: resultaten, responsiviteit en rechtvaardigheid (Den Ridder et al., 2022). Deze drie R-en kunnen worden gebruikt als uitgangspunten voor al het handelen van de gemeente(raad) dat bijdraagt aan herstel van vertrouwen.

Met resultaten wordt verwezen naar het concreet aanpakken van maatschappelijke problemen en de voortgang en resultaten zichtbaar maken voor bewoners. In wijken waarin sprake is van een veelheid aan met elkaar samenhangende, maatschappelijke problemen is het boeken van resultaten een eerste stap om politieke betrokkenheid te vergroten. Bewoners geven aan daadkracht te missen bij het oplossen van de kleine en grote problemen in hun wijk. Beloften over de aanpak van problemen worden niet waargemaakt. Dat gevoel speelt op alle niveaus. Van de openbare ruimte: ‘Alles duurt zo lang. De hele stad ligt opengebroken. Er is geen coördinatie op. Net als alles af lijkt te zijn, wordt het weer opengebroken voor het volgende.’ Tot aan beloftes, die tijdens gesprekken tussen ambtenaren of politici en inwoners gedaan worden: ‘”We nemen het mee”, wordt er dan gezegd. En daar blijft het dan bij. Er wordt nooit wat mee gedaan.’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13435088/1