RIS316640 Notulen van de raad van 7 september 2023
Tekst van het document
71
De voorzitter. Daar kan de wethouder moeilijk antwoord op geven, maar het woord is aan wethouder Vavier. Wethouder Vavier (GroenLinks). De wethouder heeft geen kristallen bol, dus ik kan niet de gedachten lezen van mevrouw Mostert. Wellicht is het dan toch een idee om er een amendement van te maken, zodat de raad erover kan stemmen en de heer Kruis tegen kan stemmen. Dat is dan de enige oplossing die ik op dit moment zo even kan bedenken. In ieder geval is het college bereid om het te heroverwegen en om ernaar te kijken. De motie van de HSP, I.6, gaat over de inzet van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. De HSP concludeert gelukkig en terecht dat hier echt goed aandacht voor is in het beleidskader en dat de inzet van ervaringsdeskundigen, ook bijvoorbeeld de groep jongeren, heel erg belangrijk en onmisbaar is bij de uitvoering. Deze motie zien we als een onderstreping van het beleid. Ze is wel heel absoluut geformuleerd: 'altijd' bij 'elk' besluit. Zo ken ik ook mevrouw Faïd. Maar ik ga ervan uit dat ik de motie zo mag lezen dat we daar ook een beetje pragmatiek bij betrachten. Ik zie mevrouw Faïd knikken. Dank daarvoor. In dat geval kunnen we uit de voeten met deze motie. Dan als laatste de motie van de PVV, Duidelijke doelstellingen, 'je kan niet iedereen helpen'. De allerbelangrijkste doelstelling is iedereen een dak boven zijn hoofd in 2030.
Het college acht deze motie dus overbodig. Sebastian Kruis (PVV). Oké, en wat als er nou nog 3.000 daklozen in Den Haag bij komen op korte termijn? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat hopen we natuurlijk niet. Dat is ook een van de redenen waarom het zo ontzettend belangrijk is om te blijven monitoren welke resultaten we boeken en om te onderzoeken hoe de groep eruitziet, zodat we zo goed mogelijk onze inzet daarop kunnen richten. Sebastian Kruis (PVV). Hopen doen we allemaal, maar uiteindelijk zijn we hier ook om beleid te maken. Je kunt pas het beleid goed inrichten als je weet op welke doelstelling je inzet. Dan kun je daar ook middelen en budget aan vastplakken. Je moet weten hoeveel mensen je aan de hand gaat nemen, om daar ook je beleid op te kunnen inrichten. Dat is niet een heel onlogische vraag van een raadslid. Wethouder Vavier (GroenLinks). Daarom is ook een van de doelstellingen van het beleidskader, dat loopt tot 2030, om goed in beeld te brengen over wie we het hebben en wat de beste oplossing is voor deze mensen. Voorzitter. Ik ben aan het eind gekomen van de appreciaties van de moties op mijn punt. De heer Balster heeft ook nog een aantal amendementen, onder andere dat van mevrouw Verdonk. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Twee moties en een amendement liggen nog op mijn bordje.
Dank ook van mijn kant voor het prettige commissiedebat over het voorstel en wat fijn om te zien dat er zo veel aandacht is voor volkshuisvesting, want voldoende betaalbare woningen is een heel belangrijke bouwsteen in het beleid van het college. Ik begin bij de motie I.11 van mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP om de landelijke ambitie om een eind te maken aan dak- en thuisloosheid, op te nemen in de Woonvisie. Het college kan deze motie omarmen. Ik zeg daar volledigheids- en zorgvuldigheidshalve wel bij: Den Haag kan dat niet alleen en wonen is heel belangrijk, maar niet de enige oplossing. We zullen in beeld brengen wat we op basis van de Woonvisie kunnen doen en welke bijdrage we kunnen leveren om de rijksdoelstelling zo goed en zo kwaad mogelijk als het gaat, dichterbij te brengen. Want dat we die rijksdoelstelling onderschrijven en dat we daar samen de schouders onder moeten zetten, onderschrijft het college uiteraard. Dan kom ik bij de motie van mevrouw Hofstra van de VVD op I.7. Die vraagt om prioriteit te geven aan het realiseren van goede, betaalbare koopwoningen voor Haagse middenklasse en Haagse starters. De overwegingen lezend, zou dit dan ten koste moeten gaan van het bieden van plekken aan dakloze Hagenaars. Die keuze maakt het college niet. Wij proberen woonoplossingen te bieden aan alle groepen die te maken hebben met de woningnood.
Deze motie ontraadt het college dus, zoals u begrijpt. 72
Tot slot kom ik bij het amendement van mevrouw Verdonk van Hart voor Den Haag. Ik begrijp de achterliggende filosofie van het amendement. Ik heb dat ook in het commissiedebat richting mevrouw Van Stuijvenberg erkend. Er gebeurt inmiddels ook al heel veel om te voorkomen dat met name minderjarige kinderen tot 27 op straat komen te staan als hun beide ouders zijn overleden. Er is inmiddels ook wetgeving in de maak. Dat volgen wij ook. We hebben ook met de corporaties in Den Haag afspraken dat zij de richtlijn volgen van het Rijk om te voorkomen dat er sprake is van huisuitzettingen. Maar met de manier waarop dat in dit amendement is vervat, kunnen we niet uit de voeten. U vraagt dit van toepassing te verklaren op kinderen van elke leeftijd. U vraagt ook om met de corporaties in de hele regio in gesprek te gaan en daar afspraken over te maken. Dat kunnen we niet waarmaken. De prestatieafspraken richten zich op de corporaties in Den Haag. Daar maken wij afspraken mee. Langs die lijn moet ik het amendement ontraden. Maar in de geest zullen wij zeker handelen, want we moeten echt voorkomen dat kinderen, jonge kinderen op straat komen te staan na het overlijden van hun beide ouders. Dat kan niet de bedoeling zijn. Laat ik ook nog een keer herhalen dat mocht er casuïstiek zijn in de corporatiesfeer, maar wellicht ook in de particuliere sfeer, dan horen we dat graag.
Dan gaan we uiteraard proberen om daar een goede oplossing voor te vinden. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik hoor de wethouder zeggen dat dit alleen maar opgaat voor minderjarige kinderen. Dus als jij 50 bent en al twintig jaar voor je ouder zorgt als mantelzorger, dan is het normaal dat je op straat gezet wordt als de ouder overlijdt? Wethouder Balster (PvdA). Dit vraagt heel veel zorgvuldigheid. Ik snap dat dat soort situaties heel tragisch kunnen zijn. Nou is urgentie ook niet altijd een oplossing. Wat we helaas ook nog weleens zien, zijn voorbeelden waarbij kinderen misbruik van de situatie maken door vlak voor het overlijden van hun ouder in een woning te gaan wonen. We zullen hier heel zorgvuldig naar moeten kijken. Maar schrijnende situaties, zoals mevrouw Verdonk beschrijft, moeten we echt meenemen in het urgentiebeleid, zodat we daar een verstandige afweging in maken. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Daar is dit amendement ook precies voor bedoeld, om te zorgen dat deze groep heel zichtbaar is. We hebben het hier over het beleidskader dakloosheid. Wij willen graag volgen wat er met deze kinderen gebeurt. Ik vind uw opmerking over misbruik maken wel tamelijk misselijk eigenlijk. Wethouder Balster (PvdA). Ik snap de behoefte om dit te volgen ook heel goed. Daar kunnen we met de woningcorporaties ook heel goede afspraken over maken.
Juist dat is in de particuliere sector op dit moment nog heel erg ingewikkeld. Ik zeg u dus ook heel graag toe dat wij ook met de particuliere verhuurders hier het gesprek over willen voeren, want het mag niet zo zijn dat mensen op deze manier hun woning verliezen. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, voor de laatste maal. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik vind het toch wel een beetje vreemd, eerlijk gezegd. De wethouder zegt eigenlijk honderd procent ja op alles wat ik vraag in het amendement, maar de uiteindelijke conclusie is nee. Kan de wethouder toelichten waar nou precies het pijnpunt zit? Wethouder Balster (PvdA). Nogmaals, u vraagt ons afspraken te maken met de woningcorporaties in de hele regio hierover. Die mogelijkheid heeft het Haags college niet. Wij maken prestatieafspraken met de Haagse woningcorporaties. We hanteren hier al de lijn die u voorstelt. In die zin is het amendement dus ook overbodig. U kunt erop rekenen dat we met de particuliere verhuurders in gesprek gaan. In die lijn handelen we dus ook. Maar zoals aangegeven, kunnen we niet meegaan in de wijze waarop dit nu in het amendement geformuleerd is. Marije Mostert (D66).
Begrijp ik goed dat op het moment dat een kind al langdurig een huishouden vormt met de ouder die komt te overlijden, het kind dan wel in de woning kan blijven wonen? Dan heb ik het dus niet over een paar maanden, maar echt inderdaad meer dan vijf jaar. Klopt dat?
73
Wethouder Balster (PvdA). Waar het gaat om de corporaties hebben we daar een lijn voor, die Aedes en het Rijk inmiddels hebben onderschreven. Als er sprake is van kinderen tot de leeftijd van 27, dan voorkomen we altijd huisuitzetting. De voorzitter. We zijn aan het einde van de eerste termijn gekomen. Ik zie dat in ieder geval bij de eerste spreker behoefte is aan een tweede termijn. Ik ga dus gewoon even alle partijen langs. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Naar aanleiding van het interruptiedebatje dat ik had met de wethouder, hierbij nog één motie met college Smit, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college het beleidskader dak- en thuisloosheid 'Den Haag geeft thuis' aanvullend te monitoren op in ieder geval de volgende zaken, gerealiseerde sociale huurwoningen en nog een heel aantal; en jaarlijks te evalueren of dit de juiste indicatoren zijn en de raad hierover te informeren. De voorzitter. 'En nog een heel aantal'? Staat dat letterlijk zo in de motie? Want we lezen altijd het dictum op. En blijft het amendement hiermee staan? Of is dit de aanpassing van het amendement? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Het amendement blijft staan. Ik wil wel alles voorlezen, maar ik denk dat ik dan straks wel in de knel kom met mijn spreektijd. De voorzitter.
Dan vergeef ik het voor deze ene keer, maar dan weten we dat het niet letterlijk zo in de tekst staat. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Smit, wordt de volgende motie (I.12 CU/SGP) ingediend:
Motie I.12 CU/SGP monitor doelstellingen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023 , ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid ‘Den Haag geeft thuis' (RIS316085), constaterende, dat: • het beleidskader de ambitie kent om een einde te maken aan dak- en thuisloosheid in 2030; overwegende, dat: • het van belang is om die ambitie ook te realiseren en daarbij de juiste monitoring nodig is zodat de raad kan bezien of we op koers zijn om de ambities uit het beleidskader te halen; verzoekt het college: • het beleidskader dak- en thuisloosheid ‘Den Haag geeft thuis‘ aanvullend te monitoren op in ieder geval de volgende zaken, gerealiseerde sociale huurwoningen, gerealiseerde convenantwoningen, gerealiseerde housing-first, wachttijd maatschappelijke opvang, wachtlijst maatschappelijke opvang, uitstroom uit de maatschappelijke opvang uitgesplitst in reden van uitstroom, gerealiseerde beschermd wonen plekken in Den Haag, gerealiseerde beschermd wonen plekken in de regio en uitstroom uit beschermd woonvoorzieningen uitgesplitst in reden van uitstroom; • jaarlijks te evalueren of dit de juiste indicatoren zijn en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter.
We schorsen even om het college gelegenheid te geven naar de motie te kijken. De vergadering wordt van 17.10 uur tot 17.12 uur geschorst. 74
Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Dank aan de ChristenUnie/SGP dat zij mijn tip heeft opgevolgd. In het dictum staat een best wel lange serie met indicatoren. Wij gaan ermee aan de slag. Wij kunnen niet alles, maar dat zal dan uit de evaluatie blijken. Het college kan uit de voeten met de motie, dank. Maar het amendement ontraden we nog steeds. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De stemming zal vanavond aan het einde van de vergadering plaatsvinden. Ik heb een kleine mededeling. Het idee is rond zes uur te gaan eten. Ik kijk even naar de volgende twee onderwerpen. Ik denk dat die makkelijk voor zes uur kunnen lukken, maar het lijkt mij handig om de Kadernota openbare ruimte na de dinerpauze te doen, aangezien daar aardig wat woordvoerders op staan. Ik wil dus nog twee onderwerpen behandelen en dan schorsen voor de dinerpauze. Dan kunt u daar enigszins rekening mee houden.
Aan de orde is: K. Voorstel van het college inzake Wijziging grens bebouwde kom Wet natuurbescherming (RIS316080). De beraadslaging wordt geopend. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Gebruikelijk is dat kapvergunningen gekoppeld worden aan daadwerkelijk het bouwen. Dat gebeurt nu niet bij Madurodam. Er staan vele bomen in de ecologische zone op de nominatie om gekapt te worden, zonder dat er zicht is op het bebouwen. Waarom zouden we bomen kappen terwijl Madurodam nog geen bouwplannen heeft? Zo ontstaat geen ministad, maar wel een bomenkerkhof. Vandaar de motie die ik samen met de SP en de HSP indien: verzoekt het college een voorwaarde in de kapvergunning op te nemen zodat alleen tot daadwerkelijke kap kan worden overgegaan wanneer er sprake is van een vergunning voor een gebouw. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (K.1 PvdD) ingediend:
Motie K.1 PvdD Voorkom bomenkap zonder bouw De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Wijziging grens bebouwde kom Wet natuurbescherming (RIS316080). Constaterende, dat: • Madurodam nog geen concrete invulling voor een uitbreidingsplan heeft en er ook nog geen bouwvergunning is aangevraagd om het terrein na de geplande kap te gaan benutten; • slechts concrete plannen voor een ecowal zijn, maar de vergunning niet is afgegeven en de vergunning voor een gebouw al helemaal niet; • de geplande bomenkap voor uitbreiding van Madurodam in de Scheveningse Bosjes is. Overwegende, dat: • dit in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur is, waar de gemeente een plicht heeft de natuur niet onnodig te beschadigen en te verstoren; • het wenselijk is om te voorkomen dat het bos gekapt wordt zonder concreet uitzicht op daadwerkelijke uitbreiding van Madurodam.
75
Verzoekt het college: • een voorwaarde in de kapvergunning op te nemen zodat alleen tot daadwerkelijke kap kan worden overgegaan wanneer er sprake is van een vergunning voor een gebouw. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. De motie Voorkom bomenkap zonder bouw moet het college ontraden vanwege juridische redenen. Er is geen enkele juridische grondslag voor het college om dit te kunnen eisen, want deze vergunning is gekoppeld aan de bouw van de ecowall. Ook om praktische redenen kan het niet, want om die ecowall te kunnen aanleggen, is ruimte nodig om met machines daar wat te kunnen doen. Dus ook praktisch kan het niet. Ter geruststelling, of niet, dat ligt eraan hoe je hiertegen aankijkt: Madurodam is echt voornemens om op dit perceel meerdere attracties te gaan bouwen de komende jaren. Robert Barker (PvdD). Wat opvallend is, is dat de wethouder in de beantwoording van de schriftelijke vragen heeft gezegd dat er geen enkel zicht is op een bouwplan van Madurodam. Nu zegt de wethouder dat daar wel zicht op is. Dan vraag ik me af waar. Want er is geen vergunningaanvraag. Er zijn geen plannen gepubliceerd. Waar baseert de wethouder op dat er allemaal attracties komen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks).
Onder andere op de tientallen debatten die deze wethouder ook in andere functies de afgelopen jaren gevoerd heeft rondom dit thema. Ook in de recente contacten vanuit de gemeente wordt het door Madurodam bevestigd. Madurodam wil op deze plek een aantal nieuwe attracties gaan bouwen. Robert Barker (PvdD). Heeft de wethouder dan ook recent een concrete aanvraag gezien voor een bouwplan bijvoorbeeld? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, dat is ook beantwoord op de schriftelijke vragen waar u net aan refereerde. Er is nog geen bouwvergunning aangevraagd. Maar dat wil niet zeggen dat de plannen er niet zijn. De voorzitter. Meneer Barker, voor de laatste maal. Robert Barker (PvdD). Dan constateer ik dat de kans dus heel groot is dat het een aantal jaren helemaal leeg en braak staat, terwijl we onnodig natuur verwoesten. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat is echt niet in lijn met de plannen die de initiatiefnemer aan de gemeente aangeeft te willen gaan ontwikkelen. Wanneer de ecowall is aangelegd, zal zo snel mogelijk met de attracties begonnen worden. Chris van der Helm (VVD). Als VVD kunnen we de motie van de Partij voor de Dieren heel goed volgen. De gedachte is ook heel sympathiek, in de zin dat je pas gaat kappen wanneer er daadwerkelijk iets gaat gebeuren. Tegelijkertijd snappen we ook de beantwoording van het college heel goed. Die kunnen we volgen.
We zullen de motie dus niet steunen, geef ik hier alvast aan. Maar ik heb er wel een vraag bij. Hoe kunnen we zo goed mogelijk regelen dat er pas echt gekapt wordt op het moment dat het nodig is en dat er niet onnodig al veel te ver van tevoren wordt gekapt? Hoe kunnen we dat nou goed regelen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Op zich begrijp ik de vraag van de VVD-fractie. Deze kapvergunning is gekoppeld aan de bouw van de ecowall. Dat moet dus eerst gebeuren. Dit speelt al een aantal jaren, waar ik zojuist ook kort aan refereerde. Het is ook niet in het belang van Madurodam om dit lang braak te laten liggen.
76
De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Vanavond wordt er gestemd over de motie en het collegevoorstel.
Aan de orde is: L. Voorstel van het college inzake verordening tot vijfde wijziging van de verordening straathandel Den Haag 2017 (RIS315964). De beraadslaging wordt geopend. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik kan best kort zijn. Het college wil dat de start van de verkoop van de oliebollen begint per 1 november. Dat vinden wij te laat. Wij willen dat dat gewoon vanaf 1 oktober kan. Ik hoop dat de oliebollencoalitie, zoals ik die zojuist heb genoemd, dat steunt. Ik dien een amendement in, samen met de heer Van der Helm van de VVD en de heer Kruis van de PVV. Ik hoop op steun van mijn andere collega's. De voorzitter. Door de heer Guernaoui, daartoe gesteund door de heer Van der Helm en de heer Kruis, wordt het volgende amendement (L.A HvDH) voorgesteld:
Amendement L.A HvDH Oliebollenverkoop vanaf 1 oktober De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen 7 september 2023, ter bespreking van Voorstel van het college inzake verordening tot vijfde wijziging van de verordening straathandel Den Haag 2017 (RIS315964) Besluit: A Artikel 1: oliebollenstandplaatsen standplaatsen voor de verkoop van oliebollen van 1 november tot en met 10 januari van het volgende jaar waar vergunninghouders op aan te wijzen vaste locaties handel drijven gedurende de bovengenoemde verkoopperiode van hun product; te wijzigen in: oliebollenstandplaatsen standplaatsen voor de verkoop van oliebollen van 1 oktober tot en met 10 januari van het volgende jaar waar vergunninghouders op aan te wijzen vaste locaties handel drijven gedurende de bovengenoemde verkoopperiode van hun product; Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. We zeggen als gemeente altijd dat we behoorlijk beleid voeren en bedrijven gelijk behandelen, maar bij dit onderwerp is hier niets van waar. Als je haringen verkoopt, mag je alles zonder vergunning, maar alle andere bedrijven moeten een vergunning hebben. Waarom zouden winkels die dode vissen verkopen geen en winkels die groente of fruit verkopen wel een vergunning nodig hebben? Dan wordt er geroepen 'traditie'.
Maar als traditie een argument zou zijn, dan is de traditie dat er altijd een vergunning nodig is. En in Nederland hebben we de traditie om bedrijven gelijk te behandelen. Daarnaast weet de wethouder dat we jarenlang hebben gepleit om onderscheid te maken als dieren worden gebruikt, of eigenlijk misbruikt. Het college gaf dan aan dat onderscheid maken per product bijna niet kon. Daar zou een zware motivering voor nodig zijn. Nu bij dode dieren stelt het 77
college opeens dat dat onderscheid al nodig kan zijn volgens een bestuurlijke wens, zonder verdere motivering. Ik roep het college op tot bezinning te komen. Vandaar het amendement met de titel Gelijke behandeling winkeliers. De titel zegt eigenlijk al wat we beogen. De voorzitter. Door de heer Barker wordt het volgende amendement (L.B PvdD) voorgesteld:
Amendement L.B PvdD Gelijke behandeling winkeliers De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake verordening tot vijfde wijziging van de verordening straathandel Den Haag 2017 (RIS315964). Besluit om in het voorstel van het college: • artikel 5 tweede lid te schrappen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. De pepernoten liggen alweer in de winkel en wij hebben het hier over oliebollen; het eerste amendement, ingediend door Hart voor Den Haag. Het college wil dat toch met klem ontraden. Het gaat hier om een afweging hoe we omgaan met de schaarse openbare ruimte die we hebben in de stad. Het gaat hier om incidentele standplaatsen. Daar is ander beleid voor en daar gelden ook andere criteria voor dan voor ambulante plekken die jaarrond kunnen. Deze oliebollenkramen mogen ook staan op plekken waar veel doorgaand verkeer is. Ze vergen relatief heel veel ruimte. Wat het college betreft, is de periode 1 november tot half januari meer dan voldoende om de oliebollen aan de man of vrouw te brengen. Daaraan toevoegend: we moeten ook de eerlijke concurrentie in de stad in de gaten houden. Ook de banketbakker op de hoek verkoopt graag oliebollen. Ook in die afweging kiest het college voor 1 november.
Het tweede amendement is van de Partij voor de Dieren. Dat gaat over de verkoop van haring. Dit raadsvoorstel probeert alleen maar de bestaande praktijk makkelijker te maken. De bestaande praktijk is dat na vlaggetjesdag - het gaat echt om één tot maximaal twee weken, maar meestal is het maar één week - op een aantal plekken in de stad haringkarren staan. Die zijn nu vergunningplichtig. Honderd procent van de aanvragen voor die haringkarren krijgen ook de vergunning. Wat het college betreft, kunnen we daar gewoon een melding van maken. Het gaat om een heel beperkte periode. Het hoort ook een beetje bij de stad Den Haag. Scheveningen is onderdeel van onze stad. Het college ontraadt dus het amendement om het vergunningplichtig te houden. Robert Barker (PvdD). Het is natuurlijk gek dat het college eerst zegt dat heel moeilijk is te motiveren en dat de wethouder nu alleen zegt dat het traditie is. Wat ik me dan nog afvraag, is of de wethouder bereid is om naar groente- en fruitmensen te gaan en te kijken of die ook behoefte hebben aan bijvoorbeeld een paar weken gratis te stallen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dit is prima te motiveren, zeg ik in reactie op wat de Partij voor de Dieren mij in de mond probeert te leggen. Ik heb dit prima gemotiveerd. Dit is geen lastige afweging geweest voor het college en ook juridisch prima houdbaar. De link met groente en fruit gaat niet op.
Het gaat hier om een aanwijsbare, hele korte periode in het jaar. Dat is voor andere producten niet zo. En voor groente en fruit geldt dat we dat ook vergunningvrij hebben gereguleerd. Die kunnen winkeliers namelijk gewoon in hun uitstalling meenemen, met als bijkomend voordeel dat die uitstalling ook niet bemenst hoeft te zijn. Een van de eisen aan een haringkar is dat er continu bemensing moet zijn. Groente en fruit kan gewoon in de uitstalling en die hoeft ook niet bemenst te zijn. Dat maken we dus eigenlijk nog wat makkelijker en het is ook vergunningvrij. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We zullen vanavond over dit agendapunt stemmen. 78
Ik had aangekondigd dat we de laatste twee punten zouden behandelen en om zes uur zouden gaan eten. Nu zie je dat we ineens nog heel veel tijd over hebben. Ik wil dus terugkomen op wat ik net heb gezegd en in ieder geval beginnen met de eerste termijn van de raad van het agendapunt Kadernota openbare ruimte. Ik zie volgens mij alle woordvoerders in de zaal, behalve mevrouw Holman. Ik zou willen vragen of iemand van de Partij van de Arbeid, en ook van de HSP, kan vragen of de woordvoerder naar de zaal kan komen. We moeten sowieso schorsen om een voorzitterswissel te doen. Misschien kunnen we in de tussentijd die dingen regelen. De vergadering wordt van 17.26 uur tot 17.29 uur geschorst. Voorzitter: de heer Barker.
Aan de orde is: M. Gewijzigd voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte – Kwaliteit door samenhang – Openbare ruimte beleid tot 2030 (RIS310884). De beraadslaging wordt geopend. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Met de Kadernota openbare ruimte kan de CDA-fractie instemmen vandaag. Maar een aantal wijken verdienen wel echt meer aandacht om op te worden geknapt. In 2020 is het voorstel Opknapplannen Houtwijk, Nieuw Waldeck en Mariahoeve al aangenomen, maar in Nieuw Waldeck is het nog steeds flink ondermaats. Daarom heeft het CDA gevraagd om de wijk echt op te knappen. De wethouder heeft in de commissie al toegezegd om met een planning te komen, maar wat het CDA betreft moeten we Nieuw Waldeck ook echt prioriteit maken. Het kan zo niet langer in Nieuw Waldeck en Nieuw Waldeck verdient beter. Daarom de volgende motie, samen met de heer Groenewold van D66 en mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP: roept het college op onmiddellijk prioriteit te geven aan het opknappen van Nieuw Waldeck; dit in de toegezegde planning op te nemen; en de raad in Q4 te informeren over de voortgang van het opknappen van Nieuw Waldeck. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer Groenewold, wordt de volgende motie (M.1 CDA) ingediend:
Motie M.1 CDA opknapbeurt Nieuw Waldeck verdient prioriteit De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van Gewijzigd voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte - Kwaliteit door samenhang Openbare ruimte beleid tot 2030 (RIS310884) Constaterende, dat: • er sprake is van achterstallig onderhoud in Nieuw Waldeck, ondanks dat in 2020 al het voorstel inzake opknapplannen Houtwijk, Nieuw Waldeck en Mariahoeve (RIS306367) is aangenomen in de raad; • de wethouder tijdens de commissiebespreking van 31 augustus 2023 heeft toegezegd een planning te sturen van de opknapplannen in september 2023. Overwegende, dat: • de staat van de openbare ruimte in Nieuw Waldeck al jaren ondermaats is en en het de bewoners hoog zit; • uit de schriftelijke vragen over ‘Voortgang opknappen Nieuw Waldeck’ (CDA, RIS314537) blijkt dat een aantal opknapactiviteiten nog niet zijn gestart of zelf in 2024 worden gerealiseerd; 79
• •
het opknappen van wijken zorgt voor meer leefbaarheid, welzijn en veiligheid; Nieuw Waldeck het verdient dat er snel échte stappen worden ondernomen.
Roept het college op: • onmiddellijk prioriteit te geven aan het opknappen van Nieuw Waldeck; • dit in de toegezegde planning op te nemen; • de raad in Q4 te informeren over de voortgang van het opknappen van Nieuw Waldeck. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Dennis Groenewold (D66). Voorzitter, gefeliciteerd met uw debuut als voorzitter van de raad, volgens mij. Voorzitter. Zelfs door de AVN werd gezegd dat de Kadernota openbare ruimte een mooi voorbeeld was van hoe we samen zo'n document kunnen maken. De AVN is meestal niet zo scheutig met complimenten op dit soort onderwerpen, dus dat compliment wil ik graag herhalen. Ook ik als raadslid heb ervaren hoe dit echt over een lange periode met de raad samen goed is besproken. Dat compliment wil ik dus ook nogmaals maken. Daar moet ik een persoon die er nu niet bij is, voormalig wethouder Mulder, ook nog een compliment voor geven, want hij is daar ook voor een groot deel verantwoordelijk voor geweest. Ere wie ere toekomt. Wij staan volledig achter de Kadernota openbare ruimte. Er is echt een mooi stuk tot stand gekomen. Wij hebben al in de commissie aangegeven dat we nog één puntje op de i willen zetten. Toegankelijkheid voor mensen met een beperking is voor D66 een belangrijk onderwerp.
Het staat er echt al een stuk beter in dan hoe het in de eerste concepten stond, maar wij willen het dictum toch nog aanpassen. Daar hebben we een amendement voor. Daarin stellen we voor om te besluiten om in dictum 2.a achter het woordje 'toegankelijkheid' toe te voegen 'voor mensen met een beperking', zodat extra duidelijk is dat het daarom gaat en niet om toegankelijkheid voor bijvoorbeeld voertuigen om ergens te kunnen komen. Het gaat echt om de toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Dit amendement dien ik in samen met Marieke van Doorn van D66, Lesley Arp van de SP, Fatima Faïd van de Haagse Stadspartij en Leonie Gerritsen van de Partij voor de Dieren. Lesley Arp (SP). Mooi amendement. We hebben in twee commissies met deze kadernota in de hand heel levendige discussies gevoerd over het systeem van residentie- en hofstadkwaliteit. Toen zei de wethouder: de toekomst van dat systeem is misschien iets waar de raad een uitspraak over moet doen. Ik vermoed dus dat wij via een motie van mijn fractie daar vanavond een uitspraak over gaan doen. Ik was benieuwd hoe D66 daartegen aankijkt. Dennis Groenewold (D66). Ik ga u een echt D66-antwoord geven: enerzijds, anderzijds. Ja, ik zit niet voor niks bij die partij.
Aan de ene kant snap ik uw punt heel erg goed, dat je inzet op gebruik, dat je het meeste inzet op de openbare ruimte die het meest gebruikt wordt en dat daar het meeste geld naartoe gaat. Dat klinkt heel logisch. Tegelijkertijd, en daar is die andere kant, snap ik ook wel het argument dat we sommige gebieden iets meer 'allure' willen geven, om een woord te gebruiken dat een voormalig wethouder die er nu niet is, gebruikte hierin. Dat kan ik ook wel volgen. U zult dus moeten wachten tot de stemming om te weten wat D66 gaat doen. Wij gaan dit dadelijk in de fractie nog een keer bespreken. Lesley Arp (SP). Ik vind dit een intrigerend antwoord. Ik ben natuurlijk heel benieuwd wat er vanavond gaat gebeuren. Maar is D66 het niet met mij eens dat, zoals we al hebben gezien bij het beleid voor Schoon, het goed is om gewoon je beleid te baseren op objectieve criteria, zoals het aantal gebruikers van een bepaalde plek - dan kom je, denk ik, al heel gauw uit bij de binnenstad, bij Scheveningen, maar ook bij wijkwinkelcentra bijvoorbeeld - en niet een abstract begrip zoals allure? Dennis Groenewold (D66). Ja, daar kan ik voor een heel groot deel in meegaan. Ik vind het trouwens goed dat we dat bij afval hebben aangepast. Laat daar geen misverstand over zijn. Schoon moet 80
gewoon schoon zijn. Maar hier met de openbare ruimte kan ik me echt wel voorstellen dat je de ene openbare ruimte anders in wil richten dan de andere openbare ruimte. Kijk alleen al naar wat voor soort lantaarnpalen er zijn in Den Haag. Er passen echt niet in iedere wijk dezelfde. Er zit dus wel een kanttekening bij. De gedachte erachter volg ik helemaal. Tegelijkertijd - daar is die D66'er weer - heb ik daar toch ook wel weer mijn kanttekeningen bij. Ik ben blij dat ik u intrigeer daarmee. Dat vind ik toch eigenlijk ergens ook wel weer fijn. De voorzitter. Tot slot, mevrouw Arp. Lesley Arp (SP). Wat ik ook zo intrigerend vind, is dat ik bijvoorbeeld van D66-collega Assad weleens een pleidooi hoor dat er bepaalde wijken zijn, volkswijken, waar ook wijkwinkelcentra zijn, waar misschien te weinig aandacht voor is en waar we misschien ook in moeten investeren. Als je objectieve criteria gebruikt, dan zou het kunnen dat die uit de bus komen voor een hoger kwaliteitsniveau. Dus wat is dan belangrijk, die wijken of allure? Dennis Groenewold (D66). Iemand vroeg mij van tevoren om het woord 'klassenstrijd' te gebruiken hier tijdens de discussie, en dat maakt u er nu een beetje van. Jaja, dat vindt u leuk! Ik ben daar iets minder van. U trekt de vergelijking bijna zo breed dat die niet meer opgaat. Op welke plek iets is, heeft ook nog wel waarde.
Natuurlijk gebruik, daar heeft u wel echt een terecht punt, moet vooropstaan. Maar de lantaarnpalen van Berlage passen veel minder goed in de ene wijk dan in de andere wijk. Dat is ook iets waar je rekening mee moet houden. Ik snap dus alle mitsen en maren, hoor. Wij moeten die afweging gewoon nog maken. Vincent Thepass (GroenLinks). Ik hoor het verhaal van D66. Ik snap de mitsen en maren. Zo ken ik D66 ook. Maar als ik de motie lees, dan zeggen we eigenlijk - ik heb er zelf aan meegewerkt - dat die gebruikersintensiteit heel belangrijk is, maar we bieden het college ook ruimte om andere criteria te formuleren. Maar dat zijn wel objectieve criteria, die onderbouwd moeten zijn. Dus zit het bezwaar dat D66 in de beantwoording geeft, niet al in de motie ingebouwd? Dennis Groenewold (D66). Op dat gedeelte komt u ons tegemoet. Ik heb de motie nu niet voor mijn neus, maar als ik het me goed herinner, staat er verderop in het dictum juist een wat dwingender 'en dat dan te gaan invoeren'. Eigenlijk zou er dus nog een tussenstap nodig zijn. Als u vraagt alleen te onderzoeken hoe dat te doen, is het al net even anders. Ik ben dus nog niet helemaal overtuigd. Vincent Thepass (GroenLinks). Wij vragen het college in zijn algemeenheid met een herziening te komen. Dat kan allerlei richtingen nog opgaan.
Maar het enige wat wij vragen is: onderbouw waar je het op baseert en baseer het op objectieve criteria. Ik denk dus echt dat het heel goede punten zijn die D66 maakt, maar dat die niet botsen met deze motie. Ik verzoek D66 om scherper te maken waar nou echt het probleem zit. Dennis Groenewold (D66). Ik heb net de dingen aangegeven waar ik van denk dat wij de afweging er nog over moeten maken. U geeft wat dingen mee in die afweging. Die zal ik zo met de fractie verder bespreken en dan zullen we het vanavond zien. De voorzitter. Tot slot, de heer Thepass. Vincent Thepass (GroenLinks). Dank voor de reactie van D66. GroenLinks denkt dat we hier echt een kans hebben om de soms irrationele verschillen, de ongelijkheid in de kwaliteit van de buitenruimte aan te pakken. Ik hoop dat we D66 aan onze kant hebben. Janneke Holman (PvdA). Even over de lantaarnpalen: ik ben in de kadernota van Amsterdam gedoken. Want dat ga je dan doen, want ik was wel even benieuwd hoe ze het daar doen. Daar zie je bijvoorbeeld dat ze niet de verschillende kwaliteitsniveaus kennen zoals wij die hier in Den Haag hebben, maar wel differentiëren naar het type wijk. In de historische binnenstad hebben ze de oude lantaarnpalen zoals ze die hier hebben. In een nieuwere wijk heb je nieuwere lantaarnpalen en wat 81
daarbij past. Het gevolg daarvan is dat ze heel mooi in alle wijken plekken hebben uitgekozen waarvan ze zeggen: dit is een belangrijk plein in de buurt en daar geven we extra aandacht aan. In Den Haag zien we dan toch met de residentiekwaliteit en hofstadkwaliteit dat we het heel erg toespitsen op specifieke gebieden. Zou de heer Groenewold het niet interessant vinden dat zoiets ook een uitkomst zou kunnen zijn van de motie van mevrouw Arp, dat we eens gaan kijken hoe ze het in Amsterdam doen? Dennis Groenewold (D66). Nou heb ik een ding wel geleerd, namelijk dat je in Den Haag altijd heel voorzichtig moet zijn om Amsterdam als voorbeeld te noemen. Maar u deed het toch. Ik krijg applaus van de VVD. Ik weet niet of ik mijn woorden nu moet terugnemen! Maar op zich is het natuurlijk altijd goed om te kijken hoe het op een andere manier kan. U gaat het nu al invullen. De motie was wat anders bedoeld, volgens mij. Daar was wat meer ruimte, was net juist het argument van GroenLinks. Nu gaat u het alweer invullen. Dat maakt het toch ook wel weer wat ingewikkelder voor mij om te kijken hoe het dan precies zit. Janneke Holman (PvdA). Het was niet mijn bedoeling om de hele systematiek van Amsterdam over te nemen. Het punt dat ik maak is dat ze daar meer aandacht hebben voor verschillende belangrijke plekken in de hele stad.
Dat is altijd mijn pijnpunt bij de hofstadkwaliteit en de residentiekwaliteit. Ik hoop dat D66 dat ook meeneemt in de afweging. Dennis Groenewold (D66). Als het argument is dat er meer plekken zijn waar we meer aandacht voor zouden willen hebben, dan vindt u mij aan uw zijde. Ik ben alleen voorzichtig om te zeggen dat we het systeem dat we nu hebben, gelijk helemaal overboord moeten gooien. Als er plekken zijn in de stad die veel worden gebruikt en waarvan we vinden dat de kwaliteit misschien ook wel hoger zou moeten, dan wordt dat een heel interessante discussie. Dat betekent wel iets voor het budget en de financiën, die volgens mij al krap zijn. Maar dat is een heel andere discussie dan 'laten we het systeem helemaal veranderen'. De voorzitter. Door de heer Groenewold, daartoe gesteund door mevrouw Van Doorn, mevrouw Arp, mevrouw Faïd en mevrouw Gerritsen, wordt het volgende amendement (M.C D66) voorgesteld:
Amendement M.C D66 Duidelijkheid over toegankelijkheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van Gewijzigd voorstel van college inzake Kadernota openbare ruimte - Kwaliteit door samenhang Openbare ruimte beleid tot 2030, (RIS310884). Besluit om dictum 2.a als volgt te wijzigen: • Een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren. Inclusieve openbare ruimte is toegankelijk voor mensen met een beperking, sociaal veilig en aantrekkelijk voor iedereen Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Ik moet even creatief inkorten. Vandaag is het in de Schilderswijk en in de Rivierenbuurt waarschijnlijk ongeveer acht graden warmer dan aan het strand. Daarom zijn bomen belangrijk in die wijken en moeten we er vooral mee aan de slag om die toe te voegen. Dat was een heel strakke inkorting van het eerste blokje. De buitenruimte is een plek om te wandelen, te bewegen, te ontspannen en te ontmoeten. Toch zijn er grote verschillen in de stad in hoe groen, strak bestraat en netjes de openbare ruimte erbij ligt. In de commissie hebben we uitgebreid stilgestaan bij het verschil dat we kennen tussen de hofstadkwaliteit en de residentiekwaliteit.
Ja, in het Centrum of op Scheveningen zul je misschien iets meer moeten investeren in duurzame bestrating, bankjes en prullenbakken voor intensief en hufterproof gebruik. Maar verschillen in investeringen vanwege allure of het visitekaartje dat we 82
afgeven als stad, vind ik onverkoopbaar wanneer bewoners terecht aan de bel trekken over achterstallig onderhoud in hun woonwijken. Of dat we de Internationale Zone wel op de hoogste kwaliteit houden, maar het gebied rond de Haagse Markt niet. Daarom steunen wij de motie van de SP om de systematiek van de hofstad- en residentiekwaliteit tegen het licht te houden. Segregatie is in onze stad een groot probleem. Niet alleen in de verschillen tussen rijk en arm, maar ook in de buitenruimte. Van oudsher is onze stad georganiseerd langs lijnen die parallel aan zee lopen, tussen zand en veen. Verkeersaders als de Laan van Meerdervoort en de Loosduinsekade vormen hierin harde grenzen tussen wijken. Juist om dit te doorbreken, kwam Platform STAD met hulp van bewoners en ondernemers in 2020 met een verkenning voor de Markt naar Zeeroute, een groene wandelpromenade tussen de Haagse Markt naar het liefst de zee, maar in ieder geval naar De Verademing, langs de route van lijn 11. Dit plan verdient het om verder gebracht te worden, zeker omdat Transvaal een boost kan gebruiken, met meer ruimte voor wandelen en groen.
Daarom heb ik de volgende motie: verzoekt het college de kansen in beeld te brengen om stappen te zetten naar een groene (wandel)promenade tussen de Haagse Markt en zee - allereerst tot De Verademing - en in kaart te brengen welke mogelijkheden er op korte en middellange termijn zijn (bijvoorbeeld in het kader van werk-met-werk, meekoppelkansen en vanuit de City Deal Ruimte voor Lopen); en hierover met de initiatiefnemers in gesprek te gaan. De motie is mede ingediend namens de heer Groenewold van D66, Leonie Gerritsen van de Partij voor de Dieren, Adeel Mahmood van DENK en Vincent Thepass van GroenLinks. De voorzitter. Door mevrouw Holman, daartoe gesteund door de heer Groenewold en mevrouw Gerritsen, wordt de volgende motie (M.2 PvdA) ingediend:
Motie M.2 PvdA Kansen voor Markt naar Zee route De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van de Kadernota Openbare Ruimte. Constaterende, dat: • een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen, bewegen en ontmoeting, ook tussen diverse bewonersgroepen, één van de belangrijkste doelen van de Kadernota Openbare Ruimte is; • Platform STAD een verkenning heeft gedaan naar een groene wandelroute tussen de Haagse Markt en zee, langs het tracé van tramlijn 11, juist om ruimtelijke tweedeling tussen wijken te doorbreken (‘Botsingskansen tussen Haagse Markt en Zee, 2020). Van mening, dat: • deze verkenning het verdient om verder uitgewerkt te worden, specifiek het deel tussen de Haagse Markt en de Verademing, omdat de route een enorme potentie heeft om verschillende wijken te verbinden en zich richt op meer wandelmogelijkheden en groen in een versteende wijk als Transvaal. Verzoekt het college: • de kansen in beeld te brengen om stappen te zetten naar een groene (wandel)promenade tussen de Haagse Markt en zee - allereerst tot De Verademing -, en in kaart te brengen welke mogelijkheden er op korte en middellange termijn zijn (bijvoorbeeld in het kader van werkmet-werk, meekoppelkansen, vanuit de City Deal Ruimte voor Lopen); • hierover met de initiatiefnemers in gesprek te gaan. En gaat over tot de orde van de dag.
De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
83
Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. Met deze nota maken we de keuzes voor de komende zeven jaar over wat we met onze Haagse buitenruimte doen. Wat GroenLinks betreft zijn die keuzes duidelijk. We moeten onze stad vergroenen, inclusiever en toegankelijker maken en de verschillen tussen wijken verkleinen. Daarom ben ik ook blij dat de wethouder in de commissie in antwoord op mijn vraag bevestigde dat de groei van groen in de stad juist extra geconcentreerd moet zijn in Laak, de Schilderswijk en Rustenburg-Oostbroek. Wat betreft groen heeft GroenLinks wel nog vragen, ook naar aanleiding van de commissie over het bestaande groen, in het bijzonder het behoud van biodiversiteitswaarde. Dit moeten we namelijk zo goed mogelijk borgen. Er gaat nog een amendement door de Partij voor de Dieren ingediend worden. Dat is het amendement Geen dubbelgebruik in de natuur. Ik wacht de beantwoording daarover met smart af. Wel zijn de verschillen tussen de wijken nog te duidelijk als je kijkt naar het onderhoudsniveau van de buitenruimte. Het is al genoemd, we hebben het erover gehad: het verschil tussen hofstadniveau en residentieniveau. Met de motie die ik samen met de SP en onder andere ook de PvdA heb opgesteld, kunnen we hier echt een verschil in maken. We kunnen een doorbraak gaan forceren als het gaat om de segregatie die we terugzien in de buitenruimte.
Ik roep de raad daarom op om die motie te steunen. Leonie Gerritsen (PvdD). Voorzitter. Omwille van de tijd even kort en vanaf mijn plek. Ik dien twee amendementen in. Het eerste is Doe dan tenminste struiken. Daarin roepen we op om op plekken waar geen bomen geplant kunnen worden vanwege ondergrondse kabels en leidingen, andere vormen van groen te voegen. Het tweede is Geen dubbelgebruik in de natuur. Die roept op om de natuur uitgezonderd te laten zijn van extra functies zoals recreatie en sport. De voorzitter. Door mevrouw Gerritsen worden de volgende amendementen (M.A PvdD en M.B PvdD) voorgesteld:
Amendement M.A PvdD Doe dan tenminste struiken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 07 september 2023, ter bespreking van de kadernota Openbare Ruimte - Kwaliteit door samenhang - Openbareruimtebeleid tot 2030. Besluit om de volgende tekst (p. 69): • Dat betekent dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet en bijvoorbeeld de snelheid van de weg wordt afgewaardeerd als er onvoldoende ruimte voor fietspaden is. Te vervangen door de volgende tekst: • Dat betekent dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet. Wanneer de ondergrondse ruimte niet voldoet, wordt gekozen voor ander groen, zoals hagen, struiken of andere (lagere) beplanting. Ook wordt bijvoorbeeld de snelheid van de weg afgewaardeerd als er onvoldoende ruimte voor fietspaden is.
Amendement M.B PvdD Geen dubbelgebruik in de natuur De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 07 september 2023, ter bespreking van Kadernota Openbare Ruimte - Kwaliteit door samenhang - Openbareruimtebeleid tot 2030. Besluit om de dikgedrukte tekst toe te voegen in de Kadernota onder 4.1 Afwegingsprincipes (p. 40): • Bij de afwegingen speelt uiteraard de omgeving een belangrijke rol. Op plekken waar bestemming ‘natuur’ geldt, is het inpassen van functies zoals recreatie onwenselijk. Niet in elke wjk is de behoefte aan groen of fietsparkeren even groot. In wijken waar relatief weinig groen is, doen we ons best het bestaande groen te ontzien van dubbelgebruik. 84
Besluit om de dikgedrukte tekst toe te voegen in het collegevoorstel: • (P.1) Onder kop Uitgangspunten voor de openbare ruimte van Den Haag: o (Kwetsbare) natuur beschermen we van intensief recreatiegebruik. • (P.2) - Verdichting heeft invloed op de kwaliteit van deze openbare ruimte en de beleving van de straat. Bij ontwikkeling wordt het openbare gebied meegenomen als een volwaardig en integraal ontworpen ruimte. Een hogere dichtheid heeft een intensiever gebruik van de openbare ruimte tot gevolg. Bij het ontwerp moet ook rekening worden gehouden met intensiever beheer. Om die redenen wordt (kwetsbare) natuur niet ingezet voor dubbelgebruik van functies. • (P.5) II. Bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub)doelen: d. Gebieden met bestemming ‘natuur’ worden ontzien van dubbelgebruik en bestaand groen wordt zo veel mogelijk ontzien. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Zoals mijn fractie in de commissie al aangaf, heeft de Kadernota openbare ruimte een opfrisbeurt gehad, maar is deze voor de SP nog niet fris genoeg om mee in te stemmen.
Grootste pijnpunt voor mijn fractie is - het kan geen verrassing zijn - het onderscheid tussen hofstad- en residentiekwaliteit, waardoor er nu een hoger kwaliteitsniveau voor de Internationale Zone geldt dan voor andere plekken in onze buitenruimte die veel intensiever bezocht en gebruikt worden. Collega Hoefsloot, die ik wil danken voor al zijn werk die hij de afgelopen tijd gedaan heeft, kon zich hier ook verschrikkelijk over opwinden. Wethouder Kapteijns gaf in de commissie aan bereid te zijn dit onderscheid tegen het licht te houden, mits een meerderheid van de raad hierom vraagt. Daarom de motie met de titel Is Hofstadkwaliteit nog wel van deze tijd. Deze vraagt het college om met een voorstel te komen voor een herziening van het systeem van hofstadkwaliteit en residentiekwaliteit voor de buitenruimte; hierbij de keuze voor eventuele gebieden met een hoger onderhouds- en kwaliteitsniveau te baseren op objectieve criteria, waaronder de gebruikersintensiteit; en dit voorstel binnen een jaar naar de raad te sturen. De motie is mede ingediend door mevrouw Holman van de Partij van de Arbeid, de heer Thepass van GroenLinks en mevrouw Gerritsen van de Partij voor de Dieren. Daarnaast heb ik in de commissie aandacht gevraagd voor sport- en bewegingstoestellen in de openbare ruimte. Ik heb inmiddels ontdekt dat de gemeente dit fitplaatsen noemt.
Deze fitplaatsen bieden uitkomst voor inwoners van jong tot oud voor wie een sportschoolabonnement niet binnen handbereik is, maar deze zijn nog niet goed verdeeld over de stad. Daarom een motie, mede ingediend door mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij, die het college verzoekt een uitvraag te doen bij bewonersorganisaties en welzijnsorganisaties in wijken waar nog geen 'fitplaatsen' zijn om hun belangstelling voor sport- en bewegingstoestellen in de openbare ruimte te polsen; en de resultaten terug te koppelen aan de raad, evenals de manier waarop het college organisaties die belangstelling hebben kan en wil ondersteunen in het realiseren van nieuwe 'fitplaatsen'. Sebastian Kruis (PVV). Ik zou ook overwegen daar een afdakje boven de toestellen bij te doen, want het is natuurlijk vaak nat en koud. Als ze droog zijn … Lesley Arp (SP). Wellicht kan de wethouder op deze suggestie reageren. Het is allereerst natuurlijk de vraag of de motie aangenomen wordt. Maar ik denk dat het meer een vraag is voor de wethouder. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (M.5 SP) ingediend:
85
Motie M.5 SP Fitplaatsen in heel Den Haag De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van Gewijzigd voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte - Kwaliteit door samenhang Openbare ruimte tot beleid 2030 (RIS310884). Constaterende, dat: • een van de beleidsdoelen van de Kadernota openbare ruimte ‘Ontmoeting en recreatie stimuleren via spelen en sporten’ is en het college bovendien met een goede inrichting van de openbare ruimte bewegen en de gezondheid van mensen wil bevorderen; • de toevoeging van sport- en bewegingstoestellen (buitenfitness) in de openbare ruimte een manier is om bewoners - jong en oud - te stimuleren om meer te bewegen, die bovendien ook toegankelijk is voor mensen die geen fitnessabonnement kunnen betalen; • er volgens de website van de gemeente Den Haag 7 ‘Fitplaatsen’ voor buitenfitness in onze stad zijn, maar deze niet evenredig verdeeld zijn over de stad (Zie: https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/sport/buitenfitness.htm). Overwegende, dat: • de wethouder Buitenruimte in de commissievergadering van 31 augustus 2023 heeft aangegeven dat de plaatsing van bewegingstoestellen ‘vraaggestuurd’ werkt, via bewonersorganisaties en welzijnsorganisaties; • het vanuit het oogpunt van gezondheid en ontmoeting waardevol kan zijn om tot een betere spreiding van ‘Fitplaatsen’ door de stad te komen.
Verzoekt het college: • een uitvraag te doen bij bewonersorganisaties en welzijnsorganisaties in wijken waar nog geen ‘Fitplaatsen’ zijn, om hun belangstelling voor sport- en bewegingstoestellen in de openbare ruimte te polsen; • de resultaten terug te koppelen aan de raad, evenals de manier waarop het college organisaties die belangstelling hebben kan en wil ondersteunen in het realiseren van nieuwe ‘Fitplaatsen’. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Holman, de heer Thepass en mevrouw Gerritsen, wordt de volgende motie (M.6 SP) ingediend:
Motie M.6 SP Is Hofstadkwaliteit nog wel van deze tijd? De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van Gewijzigd voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte - Kwaliteit door samenhang Openbare ruimte tot beleid 2030 (RIS310884). Constaterende, dat: • de nieuwe Kadernota openbare ruimte vasthoudt aan het onderscheid tussen twee kwaliteitsniveaus in de openbare ruimte: hofstadkwaliteit en residentiekwaliteit; • onder het kwaliteitsniveau hofstadkwaliteit niet alleen gebieden vallen die zich onderscheiden vanwege een groot aantal bezoekers (denk aan het centrum en de boulevard), maar ook de gebieden rond internationale instellingen; • het college er ten aanzien van de straatreiniging al voor heeft gekozen om het onderscheid tussen residentiekwaliteit en hofstadkwaliteit te laten verdwijnen en de gebruikersintensiteit van gebieden voortaan bepalend te laten zijn voor de schoonmaakinzet (zie RIS309531). 86
Overwegende, dat: • het moeilijk uitlegbaar is dat binnen het systeem van hofstad- en residentiekwaliteit gebieden zoals de internationale zone en de NAVO-locatie een hoger onderhouds- en kwaliteitsniveau hebben dan plekken als de Leyweg, het Hobbemaplein of de Haagse Markt, die vele malen meer bezoekers / gebruikers trekken; • het onderscheid tussen hofstad- en residentiekwaliteit achterhaald is en, net als bij de straatreiniging, de gebruikersintensiteit van gebieden in de toekomst bepalend zou moeten zijn voor het onderhouds- en kwaliteitsniveau van de buitenruimte. Verzoekt het college: • met een voorstel te komen voor een herziening van het systeem van hofstadkwaliteit en residentiekwaliteit voor de buitenruimte; • hierbij de keuze voor eventuele gebieden met een hoger onderhouds- en kwaliteitsniveau te baseren op objectieve criteria, waaronder de gebruikersintensiteit; • dit voorstel binnen een jaar naar de raad te sturen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Wij hebben natuurlijk ook een motie. Over de hele wereld zien we steeds vaker catastrofale overstromingen. Hevige buien nemen toe en waterafvoer wordt steeds lastiger naarmate meer oppervlakte van de stad verhardt.
Waterdoorlatende verharding is niet duurder dan andere soorten, maar geeft de stad wel meer bescherming en toekomstbestendigheid. Daarom de motie genaamd Gebruik waterdoorlatende verharding, met als dictum: verzoekt het college bij nieuw aan te leggen verharding of bij het vervangen van bestaande verharding alleen gebruik te maken van waterdoorlatende verharding. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (M.7 HSP) ingediend:
Motie M.7 HSP Gebruik waterdoorlatende verharding De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking Gewijzigd voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte - Kwaliteit door samenhang Openbare ruimte beleid tot 2030 (RIS310884); Constaterende dat; • door klimaatverandering de stad steeds vaker te maken krijgt met hitte, wateroverlast en ander extreem weer; • Verhardingen de hittestress vergroten. Overwegende dat; • bij waterdoorlatende verharding het regenwater van bijna alle buien direct weg in de bodem zakt; • de aanleg van waterdoorlatende verharding bijna nooit duurder is dan gesloten verharding. Sterker nog bij nieuw aan te leggen gesloten verharding moeten er eerst voorzieningen worden aangebracht voor de afvoer van regenwater; • waterdoorlatende verharding meestal niet meer onderhoud vraagt dan reguliere verharding; • doordat bij waterdoorlatende verharding het regenwater direct in de bodem wegzakt het helpt bij het op peil houden van de grondwaterstand;
87
•
door te kiezen voor waterdoorlatende verharding er meer ruimte gecreëerd wordt voor groen. En groen biedt ruimte voor flora en fauna en een gezonder bodemleven. Indirect draagt waterdoorlatende verharding daarom positief bij aan biodiversiteit.
Verzoekt het college; • bij nieuw aan te leggen verharding of bij het vervangen van bestaande verharding alleen gebruik te maken van waterdoorlatende verharding. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik beperk me even tot de casuïstiek van de deelscooteroverlast. Want dat daar sprake van is in onze stad, weten we hier allemaal, omdat we volgens mij zo'n beetje inmiddels allemaal al weleens getagd zijn geweest in het twitteraccount van Park Felix, het account dat die meldingen bijhoudt. Dat zijn er sinds 2021 maar liefst 3.000. En dan hebben we het over bekende gevallen. Het werkelijke aantal ligt dus waarschijnlijk nog hoger. Enige tijd terug hadden we hier een debat over een toegankelijke stad en hoe belangrijk we het allemaal vinden dat de stoepen goed begaanbaar zijn. De toenmalig wethouder kondigde toen een actieplan aan tegen de deelscooteroverlast. De beginnersfout die ik toen maakte, is dat ik hoge verwachtingen had van zo'n actieplan. Uiteindelijk stond er eigenlijk maar één oplossing in en die betrof Scheveningen en Kijkduin. Nu is de stad nog wat groter dan alleen de kuststrook en beperkt de overlast zich ook niet alleen tot Scheveningen en Kijkduin.
Als je ziet hoe gebruikers die scooters achterlaten - recht voor voordeuren, stoepen blokkerend en soms zelfs echt midden op blindengeleidestroken - dan vraag je je niet alleen af wat er in het hoofd van die gebruikers omgaat, maar dan realiseer je je ook dat het afmeldsysteem, waarbij je dus een foto moet maken voordat je de scooter kunt afmelden, simpelweg niet werkt. Ik weet dat ook uit persoonlijke ervaring. Momenteel is er helaas geen eenvoudig meldpunt voor bewoners om deze overlast te melden. De gemeentelijke website verwijst naar de klachtenformulieren van de aanbieders zelf. Daarmee is er voor ons ook geen officiële informatie voorhanden om die overlast te kunnen beoordelen. Onze APV mist ook een specifieke passage ten aanzien van het optreden specifiek tegen de deelscooteroverlast. Daarmee wordt er dus ook niet op gehandhaafd. Dat betekent dus dat de bedrijven eigenlijk vrij spel hebben. Nu zijn er inmiddels steeds meer gemeenten die de deelscooteroverlast aan banden leggen. Neem bijvoorbeeld Rotterdam, Utrecht, Alphen aan den Rijn en de buurgemeente Rijswijk, die bij motie van Rijswijks-Belang en D66 daar verandering in heeft aangebracht. Daarom dient mijn fractie ook graag twee moties in.
De eerste motie, Stop overlast deelscooters, luidt als volgt: verzoekt het college in de Kadernota openbare ruimte en de APV eenduidig beleid voor de hele stad op te nemen ten aanzien van het parkeren van deelscooters en -fietsen en hier actief op te gaan handhaven. De tweede motie, Deelscooteroverlast in de MyCleanCity-app, luidt: verzoekt het college met de ontwikkelaars van de MyCleanCity-app te onderzoeken of de app dusdanig uitgebreid kan worden dat foutgeparkeerde, overlastgevende deelscooters en -fietsen via een meldknop aan de gemeente gemeld kunnen worden. Leonie Gerritsen (PvdD). Interessant voorstel, maar wat moet er dan met die melding bij MyCleanCity gebeuren? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Daar moet op gehandhaafd worden. Dat is in principe ook wat er geldt voor gewone bromfietsen en fietsen die ergens geparkeerd staan waar ze overlast veroorzaken. Daar moet op gehandhaafd worden. Die meldingen moeten dus doorgegeven worden aan de handhavingsorganisatie. Leonie Gerritsen (PvdD). Dus het is meer een doorgeefpunt naar de boa's?
88
Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Dat en om voor ons als gemeenteraad in kaart te brengen hoe groot die overlast werkelijk is. Vincent Thepass (GroenLinks). Ik ken de heer Martinez van Andel als iemand die zich inzet voor een nette buitenruimte in de hele stad. Daarom vroeg ik me af hoe Hart voor Den Haag en de heer Martinez van Andel aankijken tegen het verschil tussen hofstadkwaliteit en residentiekwaliteit en of we daar niet iets aan moeten veranderen. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Een bijzondere interruptie, want daar ging mijn inbreng niet over. Maar goed, ik zal de vraag toch beantwoorden. Ik sluit mij eigenlijk volledig aan bij het antwoord dat D66 gaf daarover. Vincent Thepass (GroenLinks). Klopt, ik hoorde het onderwerp niet langskomen in het betoog, maar ik dacht: ik vraag het toch. Toch een vervolgvraag, want mooi dat Hart voor Den Haag aansluit bij D66, maar Hart voor Den Haag zet zich ook in voor een goede Haagse Markt en een goed ondernemersklimaat. U zet zich ook in voor een nette omgeving bijvoorbeeld rond winkelcentrum Het Kleine Loo. Moeten we niet juist op basis van objectieve criteria gaan kijken hoe we in de hele stad, en niet alleen in het Centrum of de Internationale Zone, onze bewoners de buitenruimte kunnen geven waar ze recht op hebben? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag).